BI09E0~1.PDF
Tekst van het document
Inspraak Verordening Jeugdhulp Papendrecht 2026 Beeldvormende bijeenkomst Papendrecht – donderdag 13 november 2025
Inspraak Verordening Jeugdhulp Papendrecht 2026 Beeldvormende bijeenkomst Papendrecht – donderdag 13 november 2025
Geachte leden van de Raad, wethouder, ambtenaren, grif er, de mensen in de zaal en de mensen thuis. Ik ben Anke-Elze Rietstap van het Ouderplatform Zuid-Holland Zuid, moeder van, en inwoner van deze prachtige regio. Dank u wel dat ik gebruik mag maken van het spreekrecht over de Verordening Jeugdhulp Papendrecht 2026. Als vertegenwoordigers van inwoners, ouders, jeugdigen en naasten in kwetsbare situaties maken wij ons oprecht zorgen over deze Verordening. Ik zal mij in verband met de tijd beperken tot drie tot de verbeelding sprekende artikelen die naar mijn oordeel nog niet goed sporen met de wet en met de bedoeling van zorgvuldige besluitvorming. Te weten: artikel 4, artikel 10 en artikel 17. Maar vóór ik die drie punten langsga, wil ik u graag een technisch signaal meegeven. We merken namelijk dat bij de voorbereiding van beleidsstukken steeds vaker ambtelijke werkgroepen van meerdere gemeenten betrokken zijn. Daardoor is de rol en inbreng van lokale raden en adviesorganisaties voor u als Raad soms niet zichtbaar. Dat zien we ook vandaag: de adviezen van het Ouderplatform Zuid-Holland Zuid over deze Verordening zijn niet bij de raadsstukken gevoegd. Gezien de relevantie hebben wij de grif e verzocht deze alsnog beschikbaar te stellen, bij voorkeur door publicatie op de gebruikelijke wijze.
Artikel 4 – de beslistermijn Laat ik beginnen bij het eerste voorbeeld waar het technisch wringt. In de toelichting staat dat het “redelijk” zou zijn als de gemeente pas na tien weken beslist. Maar de Algemene wet bestuursrecht zegt: acht weken is de norm. Tien weken is dus geen redelijkheid, maar een oprekking van de wettelijke termijn. En dat mag niet, zeker niet bij aanvragen die over kinderen gaan.
fi
1
fi
www.ouderszhz.nl
Inspraak Verordening Jeugdhulp Papendrecht 2026 Beeldvormende bijeenkomst Papendrecht – donderdag 13 november 2025
De Algemene wet bestuursrecht is geen suggestie, het is de wet. En het is natuurlijk niet de bedoeling dat we met onze lokale wetgeving, deze Verordening, afwijken van landelijke wetgeving.
Artikel 10 – draagkracht en draaglast Dan kom ik nu bij het tweede punt waar de Verordening juridisch uit de bocht vliegt. In dit artikel zijn “eigen kracht” en “probleemoplossend vermogen” vervangen door “draagkracht” en “draaglast”. Dat klinkt misschien mooi, maar het maakt de beoordeling juist vager. De Centrale Raad van Beroep heeft op 29 mei 2024 duidelijk geoordeeld dat gemeenten in hun Verordening precies moeten vastleggen hoe zij beoordelen wat een gezin nog zelf kan. Dat gebeurt hier onvoldoende. Door nieuwe termen te introduceren zonder toetsbare criteria, wordt die uitspraak feitelijk omzeild. En het is natuurlijk niet de bedoeling dat we de uitspraak van de hoogste bestuursrechter proberen te omzeilen door het beestje gewoon een andere naam te geven. Het gevolg is dat het toekennen van jeugdhulp straks afhangt van het oordeel van één paar of twee paar ogen, zonder stevig juridisch kader. Dat is geen zorgvuldige besluitvorming, maar gewoon willekeur.
Artikel 17 – pgb-vaardigheid Dan komen we bij mijn laatste punt. U ziet, ik houd het tempo erin, maar dit is wél een belangrijke. Ook hier gaat het mis. De Verordening stelt dat iemand in het Nederlands moet kunnen communiceren met de gemeente om een persoonsgebonden budget te krijgen. Maar de Jeugdwet is op dit punt heel duidelijk: de Jeugdwet bepaalt dat een persoonsgebonden budget kan worden verstrekt wanneer iemand de pgb-taken zelf kan uitvoeren of met hulp, bijvoorbeeld van een gemachtigde, een mentor of iemand uit het netwerk. Met andere woorden: iemand hoeft dit helemaal niet allemaal zelf te kunnen. Met hulp is volgens de wet voldoende. Deze Verordening legt de lat dus hoger dan de Jeugdwet.
www.ouderszhz.nl
2
Inspraak Verordening Jeugdhulp Papendrecht 2026 Beeldvormende bijeenkomst Papendrecht – donderdag 13 november 2025
Hoewel in de toelichting wordt gesteld dat er van categorale uitsluiting geen sprake is, ontstaan als gevolg van artikel 17 wel degelijk feitelijke uitsluitingen. Ouders die niet voldoen aan de pgb-vaardigheidseisen verliezen automatisch de mogelijkheid om de zorg voor hun kind zelf te organiseren, terwijl de Jeugdwet zorg in natura en het persoonsgebonden budget juist als gelijkwaardige vormen van toegang ziet. Dit is niet in lijn met de bedoeling van de Jeugdwet. Dat botst niet alleen met de wet, maar ook met het VN-Verdrag Handicap, dat juist gelijke toegang en redelijke aanpassingen voorschrijft. Daarnaast schuurt artikel 17 ook met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, met name artikel 8 en artikel 14, omdat deze bepaling leidt tot een ongerechtvaardigde beperking van het gezinsleven en tot indirecte discriminatie door de verhoogde pgb-vaardigheidseis. Bovendien schuurt artikel 17 met artikel 23 van het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind, dat weliswaar niet expliciet de ouderlijke regie benoemt, maar deze wél impliceert: effectieve zorg aan een kind is alleen mogelijk als ouders voldoende regie en ondersteuning krijgen. En u voelt hem al: een pgb-vaardigheidseis die zwaarder is dan de Jeugdwet én in strijd met de internationale verdragen, is natuurlijk niet de bedoeling van wetgeving. Zo werkt het recht gelukkig niet.
Gelijke toegang en keuzevrijheid zijn een waarborg tegen willekeur of uitsluiting door gemeentelijke wet- en regelgeving. Artikel 17 van deze Verordening miskent dat.
Tot slot Tot slot wil ik u als Raad vragen om de Verordening zelf ook nog eens onder een vergrootglas te leggen. De kracht van een Verordening ligt immers niet in het formeel afdekken van risico’s, maar in de praktische uitvoerbaarheid en rechtszekerheid die zij biedt aan haar inwoners. Dank u wel voor uw aandacht.
www.ouderszhz.nl
3