Beantwoording technische vragen nav Oordeelsvorming 23-5-24.pdf
Tekst van het document
Technische vragen bij routekaart Jeugd, 23-05-‘24 ChristenUnie • Van de CU-fractie over wat men met de nieuwe routekaart aan groei gaat bieden, waardoor het aantal hulpvragen gaat verminderen. We streven naar vermindering van het aantal hulpvragen met verschillende maatregelen: -
•
Preventie/normalisatie. Met preventieve maatregelen willen we bereiken dat problematiek eerder wordt gesignaleerd en aangepakt in de leefwereld van de jeugdige en het gezin. Een belangrijke maatregel daarbij is het versterken van de ‘eigen kracht van het gezin’ door bijvoorbeeld ondersteuning van ouders/verzorgers bij opvoedvragen. Verder streven we ernaar hulpvragen vroeg op te (laten) pakken in de ondersteuningsteams en zorg-adviesteams in het onderwijs (PO en VO), waar deze nu nog vaak als doorverwijzer functioneren. Normalisatie wil zeggen dat gezinnen de problemen die zich voordoen in opgroeien en opvoeden meer zien als iets wat hoort bij de normale ontwikkeling, waar niet altijd professionele ondersteuning bij nodig is. Met het pedagogisch pact gaan we hier aandacht aan geven. In de hervormingsagenda jeugd tenslotte wordt een afbakening van het ‘recht’ op jeugdhulp gezien als belangrijke maatregel om de vraag te verminderen. Lokaal zijn we hier afhankelijk van een aanpassing van de Jeugdwet. De mogelijkheden die we lokaal hebben in bijvoorbeeld de verordening zijn beperkt. Recent onderzoek naar de lokale verordening wees uit dat Papendrecht hier geen winst in te halen heeft nu. Wat men kan doen om te voorkomen dat hulptrajecten langer gaan duren, omdat er meerdere hulpverleners betrokken zijn.
Elke hulpvrager heeft een casusregisseur, afhankelijk van welke toeleider ligt die functie bij het lokale team (Sterk Papendrecht) of bij de jeugdbescherming. De duur van een traject ligt vast in het normenkader. Hier zien we vaak overschrijdingen. Een van de maatregelen in de routekaart is het beleggen van een regisseur normenkader bij het lokale team. Deze beoordeelt aanvragen voor overschrijdingen normenkader kritisch. Na verloop van tijd moeten hier ook trends in zichtbaar worden en kunnen we een betere analyse maken van oorzaak en oplossingen in overschrijdingen van het normenkader. We willen voorkomen dat jeugdigen als een ‘estafettestokje’ van aanbieder naar aanbieder worden doorgegeven. Soms kan dat beteken dat juist wel meerdere hulpverleners (maar dan wel tegelijk) op basis van expertise samenwerken aan een casus. Overigens is een overstap naar een andere aanbieder niet altijd te voorkomen, problematiek kan complexer worden door veranderingen in het leven van de hulpvrager, en soms slaat de vooraf ingeschatte behandeling niet goed aan door bijvoorbeeld achterliggen problematiek. Met de versterking van het lokale team verwachten we het afwegingskader (of triage) van de toeleiders in het jeugdteam te verbeteren. Dat kan onder andere door beter bij te houden welke vraag leidend is en welk effect een behandeling heeft gehad.
GroenLinks • Van de GL-fractie wat de koppeling van data gedreven werken aan de uitvoering van maatregelen (en niet aan de voorkant) in het voorstel betekent. Om het effect van maatregelen in de uitvoering, zoals beschreven in het deel organisatorische maatregelen, goed te kunnen monitoren is het belangrijk daar de juiste data te hebben. Dat is de basis voor het kunnen bijstellen van maatregelen, soms het stoppen met wat niet werkt en het nemen van andere maatregelen indien nodig. Als we het hebben over data ‘aan de voorkant’ gaat het over het effect van maatschappelijke ontwikkelingen op de vraag naar jeugdzorg en het effect van preventieve maatregelen. Hier kunnen we gebruik maken van bijvoorbeeld de onderzoeken zoals die door de GGD worden uitgevoerd naar de gezondheid van de jeugd. Het meten van het effect van preventieve maatregelen is wel moeilijker, we zien immers niet welke hulpvragen er niet komen als gevolg van succesvolle maatregelen. Een effect zou te zien moeten zijn in een daling van het aantal hulpvragen. Verder kan clientervaringsonderzoek hier een rol in spelen. •
Verder vraagt de heer GRIMMIUS of het college bekend is met feit dat dat er volgens het ministerie geen effecten van het JOGG (jongeren op gezond gewicht) blijken te zijn en hoe men hiermee omgaat.
De staatssecretaris geeft in een brief aan de Tweede kamer aan dat er recent 2 onderzoeken zijn uitgevoerd naar de effecten van JOGG. Hierin schrijft hij dat een recent onderzoek van het RIVM zich alleen richtte op 2 indicatoren; BMI en beweeggedrag. Hierin waren geen significante verschillen te zien ten opzicht van niet-JOGG buurten. Hij haalt een ander onderzoek aan wat breder gekeken heeft naar effecten van de JOGG aanpak. Hierin wordt aangetoond dat de JOGG-aanpak wel bijdraagt aan een gezonde leefomgeving en bijdraagt aan een betere samenwerking van de organisaties die actief zijn op dit gebied. De staatsecretaris geeft verder aan de resultaten van de onderzoeken mee te nemen in de verbeteringen van de JOGG-aanpak. De brief is bijgevoegd. • •
VVD Van de VVD-fractie wanneer men de analyse van de autismepoli kan verwachten,
De autismepoli is vanaf 1januari de volledige verantwoordelijkheid van Sterk Papendrecht. In het eerste kwartaal van 2025 is de eerste evaluatie gepland. •
of de egalisatiereserve rijksstromen taakmutaties voldoende is voor alle beoogde dekkingen.
De egalisatiereserve dekt alle incidentele uitgaven in 2024 en 2025. De maatregelen die structurele kosten met zich meebrengen zijn opgenomen in de perspectiefnota.
•
M.b.t de investering voor het bevorderen van de kwaliteit van individuele jeugdteams of het bestaande potje/regulier budget scholing training medewerkers hiervoor voldoende is.
Medewerkers van het jeugdteam moeten een SKJ-registratie hebben. In dit kader ligt er ook de verplichting tot deskundigheidsbevordering en bijscholing. Dit wordt gefinancierd uit het budget van st Jeugdteams. In de routekaart vragen we van de medewerkers extra inzet op bijvoorbeeld casusregie bij veiligheidscasussen en regie op het normenkader. De medewerkers worden hierin begeleid en gecoacht door een gedragswetenschapper. Deze inzet wordt bekostigd uit de egalisatiereserve. •
Inzake de middelen t.b.v. het versterken van de toegang jeugdteams om te sturen op kwaliteit en effectiviteit van zorgaanbieders of dit al niet overkoepelend door de centrale inkoop SOJ gebeurt? En wanneer dit betreft hoe men kan voorkomen dat men bij partijen inkoopt die door de SOJ als onvoldoende worden beoordeeld.
De SOJ bewaakt middels contractmanagement de kwaliteit en inzet van de verschillende aanbieders. Dit is echter in algemene zin, bijvoorbeeld bij het monitoren van de wachtlijsten en declaratiegedrag. In individuele casussen heeft SOJ dit zicht niet. Om te leren van casussen; wat is effectief, wat niet, is de juiste afweging gemaakt, klopt de duur van een traject etc. is het zicht op individuele casussen nodig. Dit wordt uitgevoerd door st Jeugdteams. Indien een toeleider (jeugdteam, jeugdbescherming of huisarts) wil afwijken van het gecontracteerde aanbod is dat mogelijk. Het streven is om dit maatwerk zoveel mogelijk te voorkomen. Juist om kwaliteit van het aanbod te waarborgen is het belangrijk casusregisseurs in te zetten. •
Wat de reden is dat het bijhouden van hulpvragen door jeugdteams niet vanaf januari 2024 is gebeurd.
Dit gebeurt al vanaf 1 januari 2024. Afgesproken is dat per kwartaal de resultaten worden besproken met de gemeente. •
Inzetten Tiktok door jongerenwerk.
In Papendrecht maakt het jongerenwerk deel uit van de gemeentelijke organisatie. Bij alle overheidsorganisaties is het gebruik van TikTok verboden in verband met veiligheidsrisico’s bij het gebruik van apparatuur binnen het netwerk van de overheid. Met Suppord zullen we overleggen hoe we toch de Papendrechtse jeugd kunnen bereiken op de sociale media waar deze vooral gebruik van maken, bijvoorbeeld door het gebruik van apparatuur die buiten het netwerk staat. CDA •
De instroom in gedwongen jeugdzorg is voor 80% scheidingsgerelateerd. De echtscheidingsproblematiek heeft dan ook terecht de aandacht van het college. In de Routekaart Jeugd, die 23 mei Oordeelsvormend besproken zal worden, komt dit ruimschoots aan bod. De CDA fractie wil graag van het college horen of onderstaande initiatieven met betrekking tot echtscheidingsproblematiek bekend zijn en zo ja, of er over na gedacht is/wordt of navolging ook voor Papendrecht toegevoegde waarde zal kunnen hebben.
Ten eerste: De gemeente Hollands Kroon heeft voor de 18 gemeenten in Noord Hollands Noord het “scheidingsplein” ontwikkeld. Hier kunnen ouders, kinderen, betrokkenen en professionals alles vinden over scheiden en wat daarbij komt kijken. Doel van het “scheidingsplein” is om een werkwijze te ontwikkelen om complexe scheidingen terug te dringen uit de (gedwongen) jeugdhulp. Een preventieve aanpak. Inwoners / kinderen zijn beter geholpen en de druk op jeugdzorg neemt af. Deze aanpak is makkelijk te implementeren in gemeenten die een wijkteam/CJG hebben. Er is een landelijke website waar in principe elke gemeente op kan aansluiten met een stuk lokale content. Een ideale manier om alle disciplines bij elkaar te brengen Hierover is e.e.a. te lezen het VNG Magazine van april 2024. In Papendrecht hebben we verschillende initiatieven die zich richten op het voorkomen van problematiek als gevolg van echtscheidingen: In Papendrecht kennen we het Adviespunt Scheiden Kind en Ouderschap (SKO). Door zo vroeg mogelijk te informeren en adviseren over de gevolgen van een scheiding, proberen het adviespunt te voorkomen dat een scheiding complex wordt. Hierdoor kunnen de negatieve effecten van een scheiding op kinderen bewezen worden verminderd. SKO geeft ouders informatie over wat er op hen af komt bij een scheiding en legt uit wat er emotioneel gezien met hen én de kinderen gebeurt.
Daardoor ontstaat er onderling meer begrip en erkenning. Het Adviespunt SKO is ook voor familie, buren of collega's die zich zorgen maken over iemand die aan een scheiding denkt of er middenin zit. In het team zit onder andere een maatschappelijk werker, een familiemediator, een pedagoog en een juridisch adviseur. Hulp inschakelen van het Adviespunt SKO is kosteloos en anoniem. Binnen het Jeugdteam van Sterk Papendrecht zijn uren gereserveerd voor het team echtscheidingsproblematiek. Dit team zet zich in om complexe (v)echtscheidingen in goede banen te leiden met als doel verdere problematiek binnen het gezin zoveel mogelijk te voorkomen. Het team ontvangt via de rechtbank de dossiers. Bovengenoemde initiatieven lijken erg op het initiatief in Noord-Holland-Noord. We zullen het initiatief in Hollands Kroon nog verder bekijken. • Ten tweede: In Hendrik Ido Ambacht is begin 2021 een “Parentshouse “ geopend. Door het bieden van tijdelijke woonruimte waarbij beide ouders in de buurt van hun kinderen kunnen wonen wordt bij gedragen aan het welzijn van kinderen in een scheidingsperiode. Parentshouses Nederland is de landelijke koepelorganisatie voor aangesloten Parentshouses in Nederland. Zij faciliteren lokale initiatieven en stichtingen bij en na de oprichting zodat het wiel niet steeds opnieuw hoeft te worden uit gevonden.
Is er contact geweest met buurgemeente Hendrik Ido Ambacht om te spreken over ervaringen met het Parentshouse? In Papendrecht hebben we een zgn herstelwoning. Deze wordt ingezet bij dreigende crises binnen gezinnen en als time-out voorziening bij bijvoorbeeld echtscheidingen. De woning is eigendom van Woonkracht10, inhoudelijk ligt de beslissing over gebruik van de woning bij de teamleider van het volwassenteam van Sterk Papendrecht. We zien dat bijna elke gemeente binnen onze regio een dergelijke voorziening biedt, maar dat de benaming verschilt per gemeente.
PAB • Wat is het effect van de POH jeugd? Begin 2023 is een eerste analyse gemaakt van de inzet en effectiviteit van de POH’s in de gemeente in 2021. Deze is gedeeld met de gemeenteraad. Hierin zien we dat de inzet heeft geleid tot minder doorverwijzingen naar specialistische hulp en daarmee een besparing van ca € 400.000 opleverde. We verwachten in het tweede kwartaal van 2024 een analyse van de inzet, effectiviteit, en financiële gevolgen van de POH’s jeugd over de afgelopen 2 jaren op te leveren.
• Komt er een uitvoeringsplan? Het actieplan organisatorische vraagstukken, bijgevoegd als bijlage bij de routekaart is in feite een uitvoeringsplan. Demaatregelenop het gebied van de maatschappelijke vraagstukken zullen worden vormgegeven in nauwe samenwerking met maatschappelijk partners zoals onderwijs, sport en kerken. We verwachten in het derde kwartaal van 2024 een start te kunnen maken met deze samenwerking. Welke concrete acties hier uit voort zullen komen is nu nog niet te zeggen. PVDA • In de vergadering van 23 mei stelde de PvdA dat de inzet schoolmaatschappelijk werk in het PO ten koste zou gaan van de inzet in het VO. De inzet schoolmaatschappelijk werk in het PO is extra ingezet om gevolgen van de corona-periode te beperken. In 2025 evalueren we deze inzet. Deze extra inzet is niet ten koste gegaan van de inzet schoolmaatschappelijk werk in het VO, deze is gecontinueerd. •
Verder merkt mevrouw KARSO op dat er structureel wordt geïnvesteerd in echtscheidingsproblematiek, terwijl ruwe data niet uitwijst dat dit een oorzaak is van de hulpvraag in Papendrecht.
In paragraaf 3.3. staat: (Vecht)scheidingen, relationele problemen en éénoudergezinnen zijn risicofactoren voor het ontwikkelen van problemen bij jeugdigen. Verschillende onderzoeken tonen aan dat kinderen waarvan de ouders en/of verzorgers ernstige relatieproblemen, (v)echtscheiding of chronische conflicten) hebben, tweemaal zo vaak psychische en/of gedragsproblemen hebben dan jeugdigen zonder gescheiden ouders en/of verzorgers. De lokale data, zoals genoemd in bijlage 5: Last van scheiding In Papendrecht in 2019: 15% ervaart problemen door scheiding ouders en/of verzorgers in Papendrecht t.o.v. 6% in regio. (op basis van de GGD-jeugdmonitor) SGP •
Heeft identiteitsgebonden zorg de aandacht van het college en hoe wordt geborgd in de jeugdzorg? Bij intake/aanmelding met een hulpvraag wordt zeker rekening gehouden met de achtergrond van de hulpvrager en het gezin. Ook onder de gecontracteerde aanbieders is een grote diversiteit, wat identiteitsgebonden zorg mogelijk maakt.
> Retouradres Postbus 20350 2500 EJ Den Haag
De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG
Bezoekadres Parnassusplein 5 2511 VX Den Haag www.rijksoverheid.nl Kenmerk 3808694-1064625-VGP Bijlage(n) 1 Kenmerk afzender
Datum Betreft
7 mei 2024 Aanbieding “Update van de impact van de JOGG-aanpak op overgewicht en beweeggedrag bij kinderen en jongeren”
Correspondentie uitsluitend richten aan het retouradres met vermelding van de datum en het kenmerk van deze brief.
Geachte voorzitter, Met deze brief bied ik uw Kamer het onderzoek “Update van de impact van de JOGG-aanpak op overgewicht en beweeggedrag bij kinderen en jongeren” van het RIVM aan. Hiermee doe ik de toezegging af om de resultaten van het onderzoek te delen naar aanleiding van een vraag van het lid Prast (PvdD) tijdens de behandeling begroting Volksgezondheid, Welzijn en Sport 2023 op 24 januari 2023 in de Eerste Kamer. Het rapport is in de bijlage toegevoegd. Vanuit VWS vind ik het belangrijk voortdurend bij te dragen aan onderzoek naar de onderbouwing en effectiviteit van preventie interventies, zoals genoemde aanpak. Naast onderzoek van het RIVM is recent een onderzoek naar de effectiviteit van de JOGG-aanpak gepubliceerd door een onderzoeksconsortium van het Mulier Instituut, Amsterdam UMC en Erasmus MC 1. Dit onderzoek wordt tegelijkertijd gepubliceerd. Aangezien beide onderzoeken zich richten op het effect van de JOGG-aanpak ga ik in deze brief op allebei de onderzoeken nader in. In december vorig jaar heb ik uw Kamer geïnformeerd over mijn inzet op een preventieaanpak leefstijl met focus op overgewicht en voeding. Het beleid richt zich op vier beleidslijnen, waaronder focus op kinderen en jeugd en een beweegvriendelijke omgeving2. Het ministerie van VWS ondersteunt de JOGGaanpak als onderdeel van het beleid op het terugdringen van overgewicht.
Met de JOGG-aanpak wordt vanuit een integrale aanpak met gemeenten gewerkt aan een gezonde leefomgeving om overgewicht te voorkomen door in te zetten op gezonde voeding, slaap/mentaal welzijn en voldoende bewegen.
1
“Stap voor stap naar een gezonde leefomgeving voor kinderen en jongeren, lessen uit de JOGG-aanpak”, Mulier Insituut, Amsterdam UMC en Erasmus MC. 2 Kamerstukken II, 2023-2024 32 793, nr. 710 Pagina 1 van 3
Het RIVM-onderzoek dat ik uw Kamer aanbied betreft een vervolgstudie op een onderzoek dat zij in 2019/2020 al deden naar het effect van de JOGG-aanpak op overgewicht en beweeggedrag van kinderen en jongeren over de periode 2015 tot en met 2018 3. Uit dit onderzoek bleek dat in het vierde jaar na invoering van de JOGG-aanpak het aantal kinderen tussen 2 en 19 jaar met overgewicht in een JOGG-buurt negen procentpunt lager is dan het aantal kinderen met overgewicht die niet in een JOGG-buurt wonen. Dit verschil was niet statistisch significant. Jongeren van 12-19 jaar voldeden in de JOGG-buurt niet vaker aan de Beweegrichtlijn.
Kenmerk 3808694-1064625-VGP
Om meer inzicht te krijgen in de ontwikkelingen op de langere termijn is in het bijgevoegde recente RIVM-onderzoek ook de periode 2019 tot en met 2021 toegevoegd. Daarmee was het mogelijk om over een langere periode de effectiviteit van de JOGG-aanpak te bekijken, in het licht van BMI en beweeggedrag. De onderzoekers hebben gekeken naar verschillen in overgewicht en beweeggedrag tussen buurten waar de JOGG-aanpak is ingevoerd en buurten waar de JOGG-aanpak niet is ingevoerd, tot en met 8 jaar na de invoer van de JOGG-aanpak. De resultaten laten in de eerste jaren na invoering van de JOGGaanpak een iets lager percentage overgewicht bij kinderen van 2-19 jaar zien in de JOGG-buurten ten opzichte van de niet JOGG-buurten, maar niet op de langere termijn. In alle jaren zijn er echter geen significante verschillen te zien in de prevalentie van overgewicht bij kinderen van 2-19 jaar die wonen in een JOGG buurt ten opzichte van kinderen die niet in een JOGG buurt wonen. Dit geldt ook voor het voldoen aan de Beweegrichtlijnen bij jongeren van 12-19 jaar. Daarbij benoem ik gelijk dat BMI en beweegbedrag twee belangrijke indicatoren zijn maar niet allesomvattend. Overgewicht wordt bij uitstek veroorzaakt door een complexe mix van verschillende factoren. Dit wordt ook bevestigd door de onderzoekers van het RIVM-onderzoek.
Zij benoemen dat alleen naar overgewicht en beweeggedrag is gekeken, maar dat de JOGG-aanpak zich breed inzet op het gezond maken van de omgeving. De mogelijke effecten op andere vlakken dan overgewicht en het voldoen aan de Beweegrichtlijnen, zoals sociale en mentale gezondheid of veranderingen in voedingspatronen en kleine veranderingen in beweeggedrag hebben zij niet in deze studie meegenomen. In het onderzoek van het Mulier Instituut, Amsterdam UMC en Erasmus MC dat ook recent is gepubliceerd, is wel breder naar het effect van de JOGG-aanpak gekeken. Daarbij hebben zij andere uitkomstmaten gebruikt dan alleen overgewicht en beweeggedrag. Zij concludeerden dat de JOGG-aanpak bijdraagt aan de beweging richting een gezonde leefomgeving voor kinderen en jongeren. De conclusie was dat stakeholders in de gemeente op langere termijn eigenaarschap ervaren voor het realiseren van een gezonde leefomgeving, dat hiervoor beter integraal wordt samengewerkt met andere organisaties en het stimuleren van gezonde keuzes in het beleid is opgenomen.
3 Blokstra A, Schipper M, de Hollander EL, Schurink-van ’t Klooster TM. Werkt de JOGG-aanpak? RIVM, Bilthoven, 2020. Werkt de JOGG-aanpak? Veranderingen in overgewicht en beweeggedrag bij kinderen en jongeren (rivm.nl) Pagina 2 van 3
Ik plaats de resultaten van de verschillende onderzoeken naar de JOGG-aanpak daarom graag in breder perspectief. De JOGG-aanpak is gebaseerd op de EPODEaanpak, een wetenschappelijk onderbouwde aanpak om overgewicht bij kinderen en volwassenen terug te dringen. Deze aanpak richt zich zowel op de gedragsveranderingen bij het individu als op het creëren van veranderingen in de sociale en fysieke leefomgeving.
Kenmerk 3808694-1064625-VGP
De onderzoekers van het RIVM-onderzoek geven een aantal mogelijke verklaringen voor hun bevindingen. Daarin geven ze aan dat het mogelijk is dat na een aantal jaren de intensiteit en aandacht voor de activiteiten als onderdeel van de JOGG-aanpak afneemt, waardoor het effect op langere termijn afneemt. Dit werd ook in eerder onderzoek al eens aangehaald 4. Ik ga met de organisatie JOGG in gesprek om de JOGG-aanpak verder te verbeteren. Daarbij leg ik de focus op het verbeteren van lange termijn effecten van de aanpak, zodat deze van invloed is en blijft op een gezondere leefomgeving voor kinderen en jongeren. Tevens benoemt RIVM enkele beperkingen aan het recente onderzoek. Zo wordt aangegeven dat een klein deel van het totaal aantal kinderen in een buurt in het onderzoek zijn meegenomen. Ook bleven - vanwege de gebruikte methode (van matching van de groepen in de verschillende buurten) - kleine aantallen over voor de analyse. De onderzoekers bevelen toekomstig onderzoek aan waarbij gegevensbronnen worden gebruikt met grotere aantallen kinderen en jongeren. Daarnaast geven zij aan ook te kijken naar andere uitkomstmaten dan alleen overgewicht en beweeggedrag. Ik ga met RIVM in gesprek om op basis van de aanbevelingen in het onderzoek te bespreken hoe zo goed mogelijk zicht te krijgen op de verbeteringen die in de JOGG-aanpak worden doorgevoerd en deze waar nodig te monitoren.
De uitkomsten van deze activiteiten zal ik met uw Kamer delen. Hoogachtend, de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
Maarten van Ooijen
4
Kobes et al. (2021), Prevalence of overweight among Dutch primary school children living in JOGG and non-JOGG areas Pagina 3 van 3