CConstaterende datPapendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

B02. 20240314 Brief slachtoffer werkzaamheden N3 (OPENBAAR).pdf

Oordeelsvormende vergadering Papendrecht 11 april 2024, gemeente PapendrechtBij agendapunt: 6: Ingekomen stukken2.389 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aan: De Gedeputeerde van de provincie Zuid-Holland de heer F. Zevenbergen, en aan alle leden van de Provinciale Staten van Zuid-Holland De wethouder Verkeer van de gemeente Alblasserdam (onderdeel van de Drechtsteden) de heer M. Japenga, en aan alle leden van de gemeenteraad De wethouder Verkeer van de gemeente Dordrecht (onderdeel van de Drechtsteden) de heer R. van der Linden en aan alle leden van de gemeenteraad De wethouder Verkeer van Hardinxveld-Giessendam (onderdeel van de Drechtsteden) de heer J. Nederveen, en aan alle leden van de gemeenteraad De wethouder Verkeer van Hendrik-Ido-Ambacht (onderdeel van de Drechtsteden) mevrouw Juaharma Oelfke-Ten Seldam en aan alle leden van de gemeenteraad De wethouder Verkeer van Papendrecht (onderdeel van de Drechtsteden) de heer A. Janssen, en aan alle leden van de gemeenteraad De wethouder Verkeer van Sliedrecht (onderdeel van de Drechtsteden) de heer T. Spek, en aan alle leden van de gemeenteraad De wethouder Verkeer van Zwijndrecht (onderdeel van de Drechtsteden) de heer R. Kreukniet, en aan alle leden van de gemeenteraad

Geachte dames en heren, Even een woord vooraf. Ik heb voor de leesbaarheid van dit stuk, gekozen om niet met bijlagen te werken en naar te verwijzen. Weet dat alle genoemde feiten 100 % waarheidsgetrouw zijn en al die feiten bewezen kunnen worden door brieven, e-mails enz. Mocht u van welk genoemd feit dan ook, vanwege de krankzinnigheid, meer willen weten en stukken daarover willen inzien, neemt u dan a.u.b. contact met mij op. De reconstructie van de N3, een samenwerking tussen Rijkswaterstaat (RWS in het vervolg), de provincie Zuid-Holland en de Drechtsteden. In 2016 bij de aankondiging/lancering van dit project zei de Wethouder Van der Linden van de gemeente Dordrecht "We gaan er in 2019 echt aan de slag. Er staat veel op stapel. Na de grote opknapbeurt kan de weg weer jaren mee". Op verschillende sites wordt over deze samenwerking gerept. Als er nu tijdens de uitvoering van het project, één van de deelnemende partijen zich als een volslagen krankzinnige/gestoorde gedraagt en zelf een mensenleven vernietigt, dan kunnen de andere partijen zich niet al te makkelijk ervan af maken door de verantwoordelijkheid uitsluitend naar die partij af te schuiven en naar die partij te wijzen. Als je een samenwerking bent gestart betreffende een project, dan heb je een gedeelde verantwoordelijkheid tot aan het eind van het project.

Ik doe bij deze een dringend beroep op alle genoemde deelnemers om Rijkswaterstaat tot de orde te roepen en te wijzen dat je je macht niet mag gebruiken dan wel misbruiken (geholpen door politie en OM) om het leven van een Nederlandse staatsburger en zijn gezin) te vernietigen. Tevens verzoek ik u de 2 verantwoordelijke ministers (Veiligheid en Justitie en van Infrastructuur en Waterstaat ) op te roepen om te laten onderzoeken wat er allemaal rond dit onderhavige verkeersongeluk is gebeurd. En daarmee bedoel ik het absurd en afgrijselijk handelen van Rijkswaterstaat, de politie Rotterdam en het Openbaar Ministerie Rotterdam (OM in het vervolg). De eerste fase van de reconstructie van de N3 was maar een paar dagen oud, toen op 18 september 2020 om 20.30 uur een ernstig verkeersongeluk gebeurde waarbij 6 auto’s en 1 bus betrokken waren. En 2 zwaargewonden waarvan ondergetekende het zwaarst gewond was. Ik was bij het dit

verkeersongeluk uitsluitend als slachtoffer betrokken. Voor de politie, en Rijkswaterstaat en later ook voor het OM was het een uitgemaakte zaak: Rijkswaterstaat was verantwoordelijk voor dit ongeluk, vanwege de gevaarlijke verkeerssituatie die zij ter plaatse gecreëerd had: gele belijning was niet goed; witte blokmarkering liep door gele belijning; verlichting ter plaatse was niet goed; invoegstrook was een week geleden nog invoegstrook die over ging in een uitvoegstrook en nu slechts een verkorte invoegstrook, terwijl op deze belangrijke wijziging nergens werd gewezen. Voor het ongeluk hadden verschillende weggebruikers RWS op deze levensgevaarlijk situatie gewezen. En na het ongeluk “ontplofte” social media bijna van al de boze berichten van mensen die dit hadden zien aankomen. Maar thans bijna 3,5 jaar na het ongeluk is er nog steeds maar één slachtoffer en dat ben ik. Mijn bekken en rug zijn als gevolg van het ongeluk nog steeds flink beschadigd. Ik was hoofdkostwinner maar kon niet meer werken en moest stoppen. Voor het ongeluk ben ik circa 35 jaar milieu ingenieur geweest. ik heb circa 1400 euro netto per maand aan inkomsten moeten inleveren en als ik de pensioengerechtigde leeftijd bereik, zal die inkomstenderving circa 900 euro per maand zijn. De kwaliteit van mijn leven is flink gekelderd. Ik kan maar eer beperkte tijd staan en zitten.

Moet dagelijks allerlei oefeningen doen om redelijk te kunnen plassen en poepen. En mijn dagen vul ik hoofdzakelijk met op de bank liggen en televisie kijken. En ondanks het hoofd van de reconstructie van de N3 van RWS, de heer M. Blatter mij al een paar weken na het ongeluk zei en ik citeer “Mijnheer Ho-Sam-Sooi, wij van RWS blijven u volgen totdat u genezen bent, want wij van RWS zijn verantwoordelijk voor alles wat met u is gebeurd” weigert RWS tot nu toe elke aansprakelijkheid en heeft de zaak af willen doen door mij een coulance betaling van 50.000 euro te geven zonder erkenning van aansprakelijkheid. Mijn daadwerkelijke schade als gevolg van het verkeersongeluk, is vele malen het “coulancebedrag”. En Rijkswaterstaat heeft tot heden onder die verantwoordelijkheid kunnen wegkomen, omdat zij hulp van politie en OM heeft gekregen en ook dankbaar heeft aanvaard. Een belangrijke reden om de aansprakelijkheid af te wijzen is dat RWS vindt dat er geen goed onderzoek naar het verkeersongeluk is gedaan. Maar daar heeft RWS zelf voor gezorgd. RWS wist dat zij het onderhavige verkeersongeluk hadden moeten onderzoeken. Deze “verplichting” vloeit voort uit hun op 25 augustus 2017 vastgesteld beleid in casu Kader Veiligheidsmanagement Rijkswaterstaat 2017 met de titel “Samen werken aan Veiligheid“. Daaruit vloeit voort dat dit ernstig verkeersongeluk had moeten worden onderzocht.

Op 7 oktober 2020, bijna 3 weken na het ongeluk, heeft de verantwoordelijke wethouder van de gemeente Dordrecht, de heer R. van der Linden tijdens een persoonlijk gesprek dringend verzocht aan de heer B. Keunen, districtshoofd RWS om het ongeval te onderzoeken. Hij zegde dat toe. Ondanks dit alles heeft RWS het verkeersongeluk nooit onderzocht of laten onderzoeken. En de directeur Bestuursstaf van RWS heeft mij in een persoonlijk gesprek in februari jl. gezegd dat het mij absoluut niet verweten kan worden dat het ongeluk niet is onderzocht. Maar RWS blijft voornamelijk om die reden (ongeluk niet of niet goed onderzocht) haar aansprakelijk afwijzen van de gevolgen die het ongeluk voor mij heeft gehad en nog steeds heeft. En de politie heeft op de avond van het ongeluk, om nog steeds onbegrijpelijke redenen, geen onderzoek naar de oorzaak van het verkeersongeluk plaatsgevonden. Ondanks dat politie met verschillende eenheden (verkeerspolitie, Weginspecteurs, Verkeers Ongevallen Analyse kortweg VOA enz.) aanwezig was. Ook waren en verschillende getuigen van het ongeluk aanwezig. Die avond waren tevens de heren Otten en Buitink van de politie Rotterdam aanwezig. Een commissie heeft , n.a.v. een klacht van mij, tijdens een hoorzitting aan de heer Otten gevraagd waarom het ongeval niet is onderzocht. Hij zei dat hij het niet meer wist.

Er waren 2 getuigen aankomen lopen terwijl ik zwaar gewond op het asfalt lag. Zij vertelden aan de heer Otten en mij dat zij het ongeluk hebben zien gebeuren. Even laten werd ik per ambulance naar het ziekenhuid gevoerd. De heer Otten heeft aan eerdergenoemde commissie toegegeven dat hij die getuigen heeft weggestuurd, zonder hun te horen en zonder hun gegevens te noteren. Waarom hij dat heeft gedaan kon hij zich niet meer herinneren. De politie heeft mij bijna 2 jaar lang voor de gek gehouden, gelogen en bedrogen door steeds te vertellen dat zij nog bezig waren met het onderzoek. In het Algemeen Dagblad van 18 juni 2022 zegt de politie en ik citeer "Het team Verkeersongevallenanalyse heeft -net zoals bij ieder ongeval- onderzoek gedaan naar de toedracht". Dit is een gore, pertinente leugen. Want het is 100% zeker dat de politie het ongeval niet heeft onderzocht. Terwijl dit ongeval, volgens de door politie en OM gehanteerde regels, onderzocht had moeten worden. Op een gegeven moment heb ik mij tot het OM gewend, maar steeds werd mij verteld dat de politie het onderzoek c.q. dossier diende over te dragen waarna het OM met het strafrechtelijke gedeelte kon beginnen. Maar dat de politie nog bezig was met het onderzoek.

In januari 2022 hebben Officier van Justitie mevrouw Van Heemst van het OM en de heer Otten van de politie mij gevraagd de FARR (Forensische Artsen Rotterdam Rijnmond) toestemming te geven om mijn medische gegevens in te mogen zien. Om te onderzoeken wat de gevolgen van het verkeersongeluk voor mij zijn geweest. Die toestemming heb ik aan artsen van de FARR gegeven. In februari 2022 hebben politie en OM van Rijndam Revalidatie te Dordrecht medische gegevens gekregen, waaruit bleek dat ik zwaar gewond was geraakt. Op 6 april 2023 vertelde de directeur Bedrijfsvoering FARR, mevrouw G. Van Dalfsen-Zeelenberg aan mij dat zij die medische gegevens van Rijndam nooit heeft ontvangen. Wel van 2 andere instanties. De gegevens van Rijndam zijn door politie en OM achterhouden, hetgeen absoluut verboden was, aldus de directeur van de FARR. Met het achterhouden van de gegevens hebben politie en OM de gevolgen van het ongeluk willen verbloemen. In juli 2022 heeft Officier van justitie mevrouw van Heemst mij laten weten dat ik zwaar gewond ben geraakt, maar dat het niet meer mogelijk was strafrechtelijk te bewijzen was wie schuld had aan dat ongeluk. Let op: In januari wordt mij om toestemming gevraagd, in februari beschikt men over stukken waaruit blijkt dat ik zwaar gewond ben conform Wetboek van Strafrecht en conform Wegenverkeerswet en in juli besluit men dat men niks meer kan doen.

Zowel de heer Westerbeke politiechef (politiecommissaris) van Politie Rotterdam als ook de heer Hillenaar Hoofdofficier van Justitie van het OM waren van dit alles op de hoogte. Eind 2022 heb ik de zaak zelf ter hand genomen omdat mij letselschade specialist zwaar overspannen was geworden. Dat zij steeds voor de gek werd gehouden door RWS tijdens de procedure, was volgens mij één van de redenen van haar “ziekte”. Ik heb overleg gehad met het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Namens minister Harbers hebben mijn vrouw een gesprek gehad met onder meer de secretaris-generaal de heer Dronkers. Vanaf het begin werd aan mijn vrouw en ik verteld dat het ten strengste verboden was de oorzaak van het ongeluk ter sprake te brengen. De overleggen hebben mede daardoor tot niets geleid. Dat verbod om over de oorzaak te praten, heeft mij wel ervan overtuigd dat de hooggeplaatste functionarissen van Infrastructuur en Waterstaat 100% zeker wisten wie voor het ongeluk verantwoordelijk was. Ik heb in februari jl. 2 gesprekken gevoerd met de directeur Bestuursstaf de heer M. van de Leemskule. Mijn vrouw die naar Den Haag was meegegaan en totaal niet juridisch en op verkeersgebied onderlegd is, mocht bij geen van beide gesprekken aanwezig zijn. Dat was expliciet

aangegeven. Zij is beneden in de centrale hal blijven wachten, terwijl ik op de 12e verdieping met dhr. Leemkule in gesprek was. Ik vond het merkwaardig en vermoedde wat de reden daartoe was. Dhr. Leemkule heeft meerdere keren zijn verbazing over de gebeurtenissen uitgesproken. Hij vertelde dat mij nooit kon worden verweten dat het ongeluk niet is onderzocht. Hij zegde toe met de heer Blatter (hoofd reconstructie N3) en de Corporate Dienst (die de beslissing tot afwijzing aansprakelijkheid had genomen) zou overleggen en dat aan mij zou terugkoppelen. Dat heeft hij echter nooit gedaan. De heer Leenkule weet dat een belangrijke reden van de afwijzing was, dat het verkeersongeluk nooit goed is onderzocht. En hij heeft nadrukkelijk aangegeven dat dat mij totaal niet te verwijten valt (waarschijnlijk zal hij dit thans niet bevestigen en er was niemand anders bij het gesprek aanwezig). In zijn laatste e-mail van 5 maart jl. vraagt hij mij of ik wil dat RWS een herbeoordeling van mijn casus doet. Bij een hertoetsing zal hun standpunt m.i. niet anders zijn dan hun huidige standpunt in casu dat het onderhavige verkeersongeluk niet is onderzocht. Ik vraag mij dan ook af wat het onderzoek dat dhr. Van de Leemkule voorstelt, voor zin heeft. Maar alleen hij kent de feiten die hij te weten is gekomen na gesprekken met betrokken medewerkers van RWS.

En die informatie heeft hij mij toegezegd, maar nooit gegeven. Waarschijnlijk zoekt men met een hertoetsing een reden om “het boek definitief te kunnen sluiten”. Tot slot: Wat Rijkswaterstaat op de plek van mijn ongeluk had gecreëerd moet een vlaag van collectieve verstandsverbijstering zijn geweest. Maar wat Rijkswaterstaat, Politie en Openbaar Ministerie Rotterdam op de avond van het ongeluk, maar vooral de maanden daarna heeft gedaan, is mensonterend, afschuwelijk en krankzinnig. Vanaf het moment dat ik zwaar gewond op het asfalt lag, hebben Rijkswaterstaat, politie en later ook Openbaar Ministerie, alles maar dan ook alles gedaan om de gevolgen van dat verkeersongeluk nog erger voor mij te maken. En hebben ervoor gezorgd dat de echte daders buiten schot bleven. En het lijkt hun (excuses voor het woord) geen ene reet te kunnen schelen wat zij met een Nederlandse Staatsburger zijn gezondheid, zijn leven en gezinsleven hebben gedaan. En nog nooit, maar dan ook nog nooit heeft iemand mij zijn of haar excuses daarvoor aangeboden. Als u vind dat u, ondanks die samenwerking, "geen boodschap heeft aan wat Rijkswaterstaat, politie en Openbaar Ministerie" met mij (en mijn gezin) hebben gedaan, zal dat een enorme klap voor mij zijn en mijn vertrouwen in deze samenleving. Maar gezien het onnoemelijke leed dat ik heb geleden, vind ik dat ik met iets uit mijn hart mag eindigen.

De mensen van Rijkswaterstaat, politie en Openbaar Ministerie die ik de afgelopen 3,5 jaar heb meegemaakt, zal ik nooit maar dan ook nooit meer begrijpen. Naar aanleiding van al hun handelen ben ik ervan overtuigd dat de meesten geen geweten hebben. En over een empathisch vermogen van een gerookte paling beschikken. Deze e-mail stuur ik tevens naar de directeur-generaal (via het e-mailadres van de waarnemend directeur-generaal mevrouw Zorko) en de directeur Bestuursstaf van Rijkswaterstaat. Met vriendelijke groet, Ing. R.W. Ho-SamAkkerwindeplaats 24 2971 BC Bleskensgraaf Tel. 06-46884541

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.papendrecht.nl/api/v1/meetings/875/documents/12685