CConstaterende datPapendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

B01. 20241121 Brief inwoner aan gemeente bestemmingsplan Dijklint OPENBAAR.pdf

Oordeelsvormende vergadering Papendrecht 16 januari 2025, gemeente PapendrechtBij agendapunt: 6: Ingekomen stukken5.983 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Geachte

,

Eind van deze dag heb ik een brief ontvangen van de gemeente waarin wordt aangekondigd dat morgenavond een raadsvergadering plaatsvindt waarin het bestemmingsplan Dijklint wordt besproken. Ik heb al een aantal keer een zienswijze over dit bestemmingsplan ingediend. Ik heb zo juist gezien dat dat ook onderdeel uit maakt van het raadsvoorstel. Naast dat deze aan mij gerichte brief m.i. wel heel laat verzonden wordt is ook de adressering niet juist (Kerkbuurt 52 i.p.v. Kerkbuurt 56). Heel slordig en typerend. Voor alle duidelijkheid de brief is dus eind van de middag op nummer 52 bezorgd. De late bezorging / bekendmaking betekent dat het voor mij niet meer mogelijk is de stukken, anders dan op hoofdlijnen, door te nemen. Daarbij is mij opgevallen dat de samenvatting van de zienswijze / bezwaar die/dat door mij is ingediend niet de lading dekt van de ingediende reactie (zienswijze 5.). Ook de reactie van het college is voor mij onduidelijkheid en niet passend op het ingediende bezwaar. Ik heb daarom het eerdere bezwaar bijgevoegd. Ook heb ik twee andere bijlages bijgevoegd die ik verstuurd heb als reactie op een overleg/reactie met ambtelijk medewerkers. Als reactie op hoofdlijnen wil ik aangeven dat het mij wel opgevallen is dat in het plan nog steeds heel uitgebreid wordt ingegaan op het perceel waarvan ik eigenaar/ gebruiker ben.

Tot in detail wordt aangegeven wat wel mag dus ook wat allemaal niet mag. Vanuit de ervaren onwil bij ambtelijk apparaat is vrijwel zinloos en onbegonnen werk om hier via inspreken bij een raadsvergadering op te reageren. Ook omdat blijkbaar strak wordt vastgehouden aan "het bestemmingsplan maar ook conserverend) houdt ook in dat een bedrijf als De Heerlijkheid bestaansrecht wordt geboden en dat de identiteit van het bedrijf behouden kan blijven. Dat is zeker met dit bestemmingsplan niet het geval. Welk belang dient dat? Ik vraag me ook af of die strakheid past in de lijn van de Omgevingswet waarbij 'ja, mits .. .' het uitgangspunt is. Een basis waarop bewoners maar ik hoop ook zeker bedrijven ruimte wordt geboden om noodzakelijke ontwikkelingen door te kunnen voeren. Het is echt niet meer mogelijk om op zo'n klein grondgebied in het bestaan van een bedrijf te voorzien dat een hoofdbestemming agrarisch / fruitteelt heeft. Overigens een bestemming die de identiteit van het bedrijf allang niet meer dekt. Mijn inziens had daarvoor al in het vigerende bestemmingsplan aanpassing moeten plaatsvinden. Ook omdat de ontbrekende stukken relevante informatie bevat, anders dan weergegeven in de samenvattende zienswijze, hoop ik dat het nog mogelijk is om deze reactie voor morgen of anders bij de besluitvorming aan de raadstukken toe te voegen.

Reactie ontwerp bestemmingsplan Voor dat ik concreet inga op het ontwerp bestemmingsplan eerst een uitleg over de totstandkoming van de huidige situatie omtrent het bedrijf. Ontwikkeling Tot in de jaren 90 was de Heerlijkheid van Papendrecht een gemengd bedrijf met fruitteelt, legkippen en (detail)handel. Het fruit werd geveild en deels aan huis verkocht, evenals de eieren. Door de schaalvergroting in de fruitteelt was het voor ons kleine bedrijf niet meer mogelijk om het fruit naar de veiling te brengen en werd het accent nog meer gelegd op de verkoop aan huis en aan andere detailhandel (bv SRV-wagens) Door strengere wetgeving verdwenen de kippen. Wetgeving zorgde er ook voor dat de oppervlakte fruit moest verminderen. Mede door opkomst van de supermarkten verdwenen één voor één de andere afzetkanalen voor het fruit anders dan de thuisverkoop. Er is toen de keus gemaakt om toch door te gaan met het bedrijf en om financiële redenen te starten met diverse ‘neven’ activiteiten naast de fruitteelt en de winkel. Daarbij kwam er veel aandacht voor natuur, omgeving en educatie. De wens van de gemeente om meer mensen van het mooie gebied te laten genieten werd met beide handen aangegrepen. Door de verminderde opbrengst uit de boomgaard en de terugloop van het aantal klanten in de winkel en daarbij de inkomsten, zijn er nieuwe activiteiten ontwikkeld.

Zo is het bedrijf geworden tot wat het nu is, een kleine boomgaard in functie (als decor) voor allerlei andere activiteiten. Bezoekersaantallen Er is voor 2006 als referentie gekozen, omdat toen het is gestart met het ontwikkelen van het (consoliderende) bestemmingsplan

Dijkstrook-Middenpolder. De cijfers voor de bezoekers aantallen in 2023 voor het verhuur van de Hooizolder en het terras zijn aangepast aan de bezoekersaantallen over de jaren voor de coronauitbraak. De jaren 2020, 2021 en 2022 en ook nog een groot deel van 2023 hebben we veel minder groepen ontvangen. In 2006 bezochten gemiddeld 550 klanten per week de winkel met pieken naar 700 per week. De winkel was dinsdag tot en met zaterdag geopend. Er was toen al sprake van een afname van het aantal klanten. Er werd slechts op kleine schaal bezoekers ontvangen voor rondleidingen en workshops. Vorig jaar wat het klantgemiddelde van de winkel 220 per week met uitschieters tot 275 klanten per week. De winkel is woensdagmiddag, vrijdag en zaterdag geopend, in totaal 22 uur waarbij de klanten redelijk verdeeld over die uren komen. De pony-omgangslessen worden aan ca. 50 kinderen per week gegeven en wel op woensdagmiddag, vrijdagmiddag en zaterdag. Dinsdag, donderdag en vrijdag komen er ca. 20 bezoekers per week voor de zorgboerderij (gemiddeld 7 per dagdeel, waarvan een deel twee dagdelen blijft). Kinderfeestjes worden voornamelijk op woensdagmiddag en vrijdagmiddag gegeven aan max. 10 kinderen per kinderfeestje (ca. 15 x per jaar). We ontvangen gemiddeld over een jaar 60 bezoekers per week (op alle dagen behalve zondag) voor ontvangstruimte De Hooizolder en/of het terras.

In de maanden april tot september wordt vooral gebruik gemaakt van het terras. Grotere groepen komen veelal op vrijdag in de namiddag en avond en zaterdag in de namiddag en avond. Onregelmatig ontvangen we (op maandag en woensdagmorgen) kindergroepen voor educatie (ca. 10 groepen per jaar met een gemiddelde van 25 kinderen per groep). Een aantal jaren werd (voor 2020) een open dag georganiseerd met zo’n 1000 tot 1500 bezoekers. Door het strengere regelgeving is het niet waarschijnlijk dat er nog zo’n open dag wordt georganiseerd.

Gemiddeld per week (met een vol kinderfeestje én een schoolgroep) ontvangen we nu dus zo’n 405 bezoekers.

Maandag

Dinsdag

Woensdag

Donderdag

Vrijdag

Zaterdag

Zondag

Weekgem. 2023

Weekgem. 2006

TABEL BEZOEKERS OP WELKE DAGEN BIJ WELKE ACTIVITEIT MET ZO MOGELIJK GEMIDDELDE PER DAG EN GEMIDDELDE PER WEEK.

Boerderijwinkel

0

0

45

0

100

75

0

220

550

Ponylessen

0

0

15

0

15

20

0

50

Zorgboerderij

0

13

0

15

12

0

0

40

Kinderfeestjes (15xjaar) Ontvangstruimte/Terras

X X

X X

X X

X X

X X

X X

0 0

10* 60

Educatie school (10xjaar) X

0

X

0

0

0

0

25*

0

405

Totaal

550

* MAX/GEMIDDELDE VAN EEN GROEP 0= GEEN ACTIVITEIT OP DIE DAG X= WEL MOGELIJK ACTIVITEIT OP DIE DAG

Fruitteeltactiviteit De fruitteeltactiviteit staat door het heel geringe oppervlakte van minder dan 1 ha, terwijl de gemiddelde van de fruitteeltbedrijven in Nederland 16 ha bedraagt, in functie van de andere activiteiten (decor, beleving). De andere activiteiten zorgen ervoor dat (een deel van) de boomgaard nog bestaat en hopelijk (gedeeltelijk) kan blijven bestaan. De omzet van de boomgaard is al jaren minder dan 5% van de totale bedrijfsomzet. Begin jaren ‘90 lag dat zo rond de 10 %. De gemiddelde omzet van de boomgaard ligt de laatste jaren rond de € 12.500,- (incl. winkelmarge). De directe jaarlijkse kosten

(grondstoffenverbruik zoals meststoffen, beschermingsmiddelen, aanschaf klein materiaal) bedroegen gemiddeld over de laatste 3 jaar € 5.000,- per jaar. Daarbij zijn er nog kosten voor verzekeringen, een deel van de energienota, de loonkosten en de brandstoffen toe te schrijven aan de boomgaard (koelcellen, machines) en zijn er eens in de paar jaar grotere investeringen als bv. nieuwe aanplant en aanschaf van machines nodig. De eigen werkzaamheden (minimaal 25 uur per week) worden dus niet vergoed. Daarbij komt dat de klimaatverandering en (daarmee) de opkomst van steeds meer nieuwe (uitheemse) schadelijke dieren en ziekten het fruittelen, zeker voor kleine bedrijven moeilijker maakt. De verwachting is dan ook dat de boomgaard in de toekomst nog meer verkleind/veranderd zal worden, waarbij delen van de boomgaard zullen worden vervangen door ‘ander groen’ dat eenvoudiger is te onderhouden. O.a. meer inzet van medewerkers van de zorgboerderij en van bezoekers en/of vrijwilligers is daarbij dan wellicht mogelijk.

Ontwerp bestemmingsplan Dijklint Nota van inspraak Nevenactiviteiten Fijn dat de zorgboerderij nu ook is vermeld bij de nevenactiviteiten. Waarom worden al onze nevenactiviteiten specifiek in het ontwerpplan vermeld en zie ik dit niet voor bv. de kinderopvang bij de scouting en de fitness aan de Visscherbuurt? Ook de regel: ‘op het terrein dient te zo veel als mogelijk te zijn voorzien in voldoende parkeergelegenheid voor alle bedrijfs- en nevenactiviteiten. De parkeerdruk en/of de verkeersbelasting in het openbaar gebied mag niet onevenredig toenemen’ zie ik niet bij andere bedrijven, zoals de hierboven

genoemden, maar bijvoorbeeld ook bij detailhandel niet. Vreemde zinsregel trouwens.

Bijbehorende bouwwerken In de nota van inspraak staat als reactie van de gemeente dat het maximum aan oppervlakte van bijbehorende bouwwerken ook voor andere agrarische bedrijven geldt. Welke bedrijven zijn dat en hebben deze bedrijven niet bv. een (veel) groter bouwblok wat hun meer mogelijkheden geeft. Waarom wordt aan de hoveniersbedrijven die binnen dit bestemmingsgebied vallen wel een grotere maximum oppervlakte toebedeeld? Waarom wel eventuele uitbreiding mogelijk via een vooroverleg en niet nu deze mogelijkheid verruimen? Verhouding fruitteeltactiviteit-nevenactiviteit Er staat dat deze locatie één van de twee individuele percelen in de geldende verordening vormt welke niet direct zijn verbonden met de rest van het besluitgebied. Welke is de andere? Indiener (ik dus) zou hebben aangegeven dat de agrarische productie de basis vormt voor de nevenactiviteiten. Dit is niet juist. Ik heb aangegeven dat de agrarische functie de basis is voor en volledig afhankelijk van de andere activiteiten. Dus zoals hierboven al aangegeven het decor vormt voor de andere activiteiten. Er staat dat daarnaast de agrarische activiteiten ook het overgrote deel van het perceel beslaan. Wat mag ik onder het overgrote deel verstaan? Waarom wordt er in deze reactie van het college gesproken over agrarische activiteiten en niet over fruitteeltactiviteiten.

Aansluitend hierop, waarom is in het ontwerpplan de bestemming Agrarisch (met aanduiding fruitteelt) en in de geldende verordening de bestemming Agrarisch-fruitteelt? Als ik de reactie van het college goed begrijp gaat het er bij de verhouding tussen de agrarisch activiteit en de andere activiteiten niet om waar meer omzet (of bedrijfsresultaat) wordt gehaald (zoals ik van uw collega begreep), maar om de oppervlakte die de verschillende activiteiten beslaan. Dus als de agrarische activiteit in

oppervlakte bovengeschikt is aan de andere activiteiten wordt voldaan aan artikel 3.3.2. b van de gebruiksregels. (Hier wordt dan weer het woord fruitteeltactiviteiten gebruikt.) Daarbij welke waarde heeft de aanduiding fruitteelt? Nog een enkele opmerking -In hoofdstuk 6 van het ontwerpplan wordt geschreven dat zich aan de Kerkbuurt 52 een landwinkel bevindt. Dit is niet juist. -De schuur behorende bij Kerkbuurt 52 wordt als bedrijf aangemerkt?? -Op het perceel 5461 ten oosten van ons perceel vindt geen fruitteelt meer plaats. Wellicht een toekomstige woningbouwlocatie in aansluiting op de bestaande bebouwing in de aangrenzende steegt? Tot slot In 2006 was er naast de boomgaard één ‘grote’ nevenactiviteit, de winkel. Toename van het aantal activiteiten leidt tot nu toe, zoals hierboven blijkt niet tot meer bezoekers per week. De ‘neven’ activiteiten zijn nodig voor het voortbestaan van het bedrijf (en het behoud van de boomgaard), omdat er alleen uit de fruitteelt én de winkel geen voldoende bedrijfsresultaat is te behalen. De jaren 2020, 2021 en 2022 gaven zelfs, doordat we door corona en de nawerking daarvan veel minder groepen hebben (kunnen) ontvangen een negatief bedrijfsresultaat. Voor bedrijven als de Heerlijkheid van Papendrecht is aanpassen van de bedrijfsactiviteiten als gevolg van de omstandigheden iets van alle tijden.

Gaat de winst van een activiteit (structureel) omlaag, dan zal de opbrengst ergens anders van een andere/nieuwe activiteit moeten komen. Ook in de toekomst zal dat weer (moeten) gebeuren. Verandering van klimaat, stijgende personeels- en energiekosten, maar ook de problemen rond PFAS zijn enkele actuele zaken die ook ons treffen en waar op ingespeeld moet worden door groei van (nieuwe) andere activiteiten, om zo het bedrijf te laten voortbestaan. Iets wat vooral het doel is, moet zijn

van een consoliderend bestemmingsplan en niet het zodanig op slot zetten van een bedrijf, zodat het geen levensvatbaarheid meer heeft. Landelijk is er veel te doen over de toekomst van ‘de boeren’. Door overheden wordt ingezet op het bieden van perspectief die een andere bedrijfsvoering mogelijk maakt. Dat perspectief kan onder andere bestaan uit het mogelijk maken en uitbreiden van andere (neven)activiteiten. Kijkend naar met ons bedrijf vergelijkbare bedrijven in andere gemeenten in Zuid Holland, zoals de Buytenhof in Rhoon, Pek in Langerak en de Olmenhorst in Lisserbroek zie ik dat er voor hun vaak meer mogelijkheden worden geboden (minder beperkingen worden opgelegd) in de bestemmingsplannen. Wij hopen dat dat ons ook geboden blijft worden en onze bezoekers van dit uniek stukje Papendrecht kunnen blijven genieten.

Doel omgevingswet “Artikel 1.3 (maatschappelijke doelen van de wet) Deze wet is, met het oog op duurzame ontwikkeling, de bewoonbaarheid van het land en de bescherming en verbetering van het leefmilieu, gericht op het in onderlinge samenhang: a. bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit, ook vanwege de intrinsieke waarde van de natuur, en b. doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften Recht op activiteit als dit doelen helpt Sturing op aparte, zo klein mogelijke activiteiten

Waarom worden al onze nevenactiviteiten specifiek in het ontwerpplan vermeld en zie ik dit niet voor bv. de kinderopvang bij de scouting en de fitness aan de Visscherbuurt?

Ook de regel: ‘op het terrein dient te zo veel als mogelijk te zijn voorzien in voldoende parkeergelegenheid voor alle bedrijfs- en nevenactiviteiten. De parkeerdruk en/of de verkeersbelasting in het openbaar gebied mag niet onevenredig toenemen’ zie ik niet bij andere bedrijven, zoals de

hierboven genoemden, maar bijvoorbeeld ook bij detailhandel niet. Vreemde zinsregel trouwens.

In de nota van inspraak staat als reactie van de gemeente dat het maximum aan oppervlakte van bijbehorende bouwwerken ook voor andere agrarische bedrijven geldt. Welke bedrijven zijn dat en hebben deze bedrijven niet bv. een (veel) groter bouwblok wat hun meer mogelijkheden geeft? En is dat zo? van Os: 0.5 ha bouwblok/ koeling-sorteren voor anderen/geen beperking winkel/energieleverancier. Uitbreiding/verandering bouwblok ivm agr. Bedrijfsvoering koeling voor hooguit 10 % voor eigen fruit peren

En nog diverse gebouwen

Waarom wordt aan de hoveniersbedrijven die binnen dit bestemmingsgebied vallen wel een grotere maximum oppervlakte toebedeeld?

Waarom wel eventuele uitbreiding mogelijk via een vooroverleg en niet nu deze mogelijkheid verruimen?

Er staat dat deze locatie één van de twee individuele percelen in de geldende verordening vormt welke niet direct zijn verbonden met de rest van het besluitgebied. Welke is de andere?

Indiener (ik dus) zou hebben aangegeven dat de agrarische productie de basis vormt voor de nevenactiviteiten. Dit is niet juist. Ik heb aangegeven dat de agrarische functie de basis is voor en volledig afhankelijk van de andere activiteiten. Dus zoals hierboven al aangegeven het decor vormt voor de andere activiteiten. Dit argument gaat dan niet op?

Er staat dat daarnaast de agrarische activiteiten ook het overgrote deel van het perceel beslaan. Wat mag ik onder het overgrote deel verstaan? Fruitteelt???

Waarom wordt er in deze reactie van het college gesproken over agrarische activiteiten en niet over fruitteeltactiviteiten. Aansluitend hierop, waarom is in het ontwerpplan de bestemming Agrarisch (met aanduiding fruitteelt) en in de geldende verordening de bestemming Agrarisch-fruitteelt?

Als ik de reactie van het college goed begrijp gaat het er bij de verhouding tussen de agrarisch activiteit en de andere activiteiten niet om waar meer omzet (of bedrijfsresultaat) wordt gehaald (zoals ik van uw collega begreep), maar om de oppervlakte die de verschillende activiteiten beslaan. Dus als de agrarische activiteit in oppervlakte bovengeschikt is aan de andere activiteiten wordt voldaan aan artikel 3.3.2. b van de gebruiksregels. (Hier wordt dan weer het woord fruitteeltactiviteiten gebruikt). Is dit een juiste conclusie? Daarbij welke waarde heeft de aanduiding fruitteelt?

TOELICHTING INTAKETAFEL OP PLAN TUINEN VAN LOES EN OP REACTIE ONTWERP BESTEMMINGSPLAN DIJKSTROOK Hierbij de gevraagde ontbrekende gegevens omtrent conceptaanvraag Z2023-00000453, omschrijving “het realiseren van een tuinkas inclusief bijgebouw (120m²), terras en 20 parkeerplaatsen”. P.S. Het terras is er al vele jaren en zal met het doorgaan van realiseren van de tuinkas wat verkleind worden.

BESCHRIJVING BELEEFBOERDERIJ DE HEERLIJKHEID VAN PAPENDRECHT De diverse takken (op volgorde van omzet) van het bedrijf met de bijhorende activiteiten Boerderijwinkel verkoop en bezorging van (biologische) AGF, zuivel, eieren, kaas, delicatessen en geschenkpakketten Zorgboerderij De Heerlijkheid Zorgt Dagbesteding voor mensen met afstand tot de arbeidsmarkt en kinderen die uitvallen op school. x verzorgen van de dieren x kleine klusjes voor de boerderijwinkel en de Hooizolder x werkzaamheden in de boomgaard, moestuin en bloementuin en onderhoud van het groen.

Ontvangstruimte De Hooizolder (en het terras)

terras x ontvangen van groepen tot max. 50 personen binnen en ca. 100 buiten x vergaderingen, cursussen en trainingen Wens: een deel van deze activiteiten zal door Loes worden voortgezet in een nieuw te bouwen tuinkas. Vergaderingen, cursussen en trainingen blijven ook op de Hooizolder plaatsvinden.

Ponyplus x omgangslessen om kinderen te leren hoe om te gaan met een pony x kinderfeestjes x sociaalvaardigheidstraining voor kinderen.

sociaalvaardigheidstraining voor kinderen Brouwerij de Heerlijkheid x micro-brouwerij van speciaalbieren Natuur- en Voedseltuin de Heerlijkheid x kleinschalige teelt van diverse soorten fruit, groenten en bloemen (pluktuin) Educatiestal Bij de Heerlijkheid x onderhoud en ontwikkeling wandelpad x beheer, onderhoud bijenstal

x educatie over bijen en andere (nuttige) insecten x ontvangen en bezoeken scholen x beheer, onderhoud en promotie van Ruiltuin (duurzaamheid)

cliënten zorgboerderij werkzaam in ruiltuin x opvang van egels door middel; van open buitenren (in oprichting). Mini kinderboerderij de Beestenboel De paarden zijn niet de enige dieren op het bedrijf. Er zijn ook (op dit moment) vier geiten, twee varkens, twee schapen, konijnen, kippen, eenden , kalkoenen en duiven VERWEVENHEID Er is een grote verwevenheid tussen de diverse takken, waarbij al het groen (Natuur en Voedseltuin de Heerlijkheid en alle andere natuurlijke elementen) het decor vormt voor bijna alle andere activiteiten. De producten uit de voedseltuin worden verkocht via de boerderijwinkel. De medewerkers van de zorgboerderij verrichten kleine werkzaamheden voor de winkel, de bierbrouwerij en bij het ontvangen van gasten voor de Hooizolder (en het terras) en werken in

het groen en met de dieren, bij de egelopvang en in de ruiltuin. De mest van de pony’s en de andere dieren wordt weer gebruikt in de voedseltuin, terwijl snoeihout en het gras uit de tuin, maar ook resten van de boerderijwinkel en de bierbrouwerij weer als voedsel voor deze dieren dient. Gasten van de Hooizolder (en het terras) en klanten voor de boerderijwinkel kunnen een rondje wandelen over het wandelpad door de voedseltuin, de educatiestal en de insectentuinen bezoeken, al dan niet met begeleiding van de vrijwilligers van de Educatiestal. Ook kan er een educatief (stapstenen)spel gespeeld worden. Langs het wandelpad staan diverse informatiebordjes. Ook de insectentuinen, ruiltuin de dierenverblijven en (de geplande) egelopvang zijn langs het wandelpad gelegen.

educatief stapstenenspel

ONTWIKKELING Tot in de jaren 90 was de Heerlijkheid van Papendrecht een gemengd bedrijf met fruitteelt, legkippen en (detail)handel. Het fruit werd geveild en deels aan huis verkocht, evenals de eieren. Door de schaalvergroting in de fruitteelt was het voor ons kleine bedrijf niet

meer mogelijk om het fruit naar de veiling te brengen en werd het accent nog meer gelegd op de verkoop aan huis en aan andere detailhandel (bv SRV-wagens) Door strengere wetgeving verdwenen de kippen. Wetgeving zorgde er ook voor dat de oppervlakte fruit moest verminderen. Mede door opkomst van de supermarkten verdwenen één voor één de andere afzetkanalen voor het fruit anders dan de thuisverkoop. Er is toen de keus gemaakt om toch door te gaan met het bedrijf en om financiële redenen te starten met diverse ‘neven’ activiteiten naast de fruitteelt en de winkel. Daarbij kwam er veel aandacht voor natuur, omgeving en educatie. De wens van de gemeente om meer mensen van het mooie gebied te laten genieten werd met beide handen aangegrepen. Door de verminderde opbrengst uit de boomgaard en de terugloop van het aantal klanten in de winkel en daarbij de inkomsten, zijn er nieuwe activiteiten ontwikkeld.

Zo is het bedrijf geworden tot wat het nu is, een kleine boomgaard met veel ander groen in functie (als decor) voor allerlei andere activiteiten.

Bezoekersaantallen Er is voor 2006 als referentie gekozen, omdat toen het is gestart met het ontwikkelen van het (consoliderende) bestemmingsplan Dijkstrook-Middenpolder. De cijfers voor de bezoekers aantallen in 2023 voor het verhuur van de Hooizolder en het terras zijn aangepast aan de bezoekersaantallen over de jaren voor de corona-uitbraak. De jaren 2020, 2021 en 2022 en ook nog een groot deel van 2023 hebben we veel minder groepen ontvangen. In 2006 bezochten gemiddeld 550 klanten per week de winkel met pieken naar 700 per week. De winkel was dinsdag tot en met zaterdag geopend. Er was toen al sprake van een afname van het aantal klanten. Er werd slechts op kleine schaal bezoekers ontvangen voor rondleidingen en workshops. Vorig jaar wat het klantgemiddelde van de winkel 220 per week met uitschieters tot 275 klanten per week. De winkel is woensdagmiddag, vrijdag en zaterdag geopend, in totaal 22 uur waarbij de klanten redelijk verdeeld over die uren komen. De pony-omgangslessen worden aan ca. 50 kinderen per week gegeven en wel op woensdagmiddag, vrijdagmiddag en zaterdag. Dinsdag, donderdag en vrijdag komen er ca. 20 cliënten per week

voor werkzaamheden op de zorgboerderij (gemiddeld 7 per dagdeel, waarvan een deel twee dagdelen blijft). De meeste cliënten komen per fiets of lopend naar de boerderij Kinderfeestjes worden voornamelijk op woensdagmiddag en vrijdagmiddag gegeven aan max. 10 kinderen per kinderfeestje (ca. 15 x per jaar). We ontvangen gemiddeld over een jaar 60 bezoekers per week (op alle dagen behalve zondag) voor ontvangstruimte De Hooizolder en/of het terras. In de maanden april tot september wordt vooral gebruik gemaakt van het terras. Grotere groepen komen veelal op Vrijdag in de namiddag en avond en zaterdag in de namiddag en avond.

bezoek groep terras Onregelmatig ontvangen we (op maandag en woensdagmorgen) kindergroepen voor educatie (ca. 10 groepen per jaar met een gemiddelde van 25 kinderen per groep).

Een aantal jaren werd (voor 2020) een open dag georganiseerd met zo’n 1000 tot 1500 bezoekers. Door het strengere regelgeving is het niet waarschijnlijk dat er nog zo’n open dag wordt georganiseerd. Gemiddeld per week (met een vol kinderfeestje én een schoolgroep) ontvangen we nu dus zo’n 405 bezoekers.

Maandag

Dinsdag

Woensdag

Donderdag

Vrijdag

Zaterdag

Zondag

Weekgem. 2023

Weekgem. 2006

TABEL CA. BEZOEKERS OP WELKE DAGEN BIJ WELKE ACTIVITEIT MET ZO MOGELIJK GEMIDDELDE PER DAG EN GEMIDDELDE PER WEEK.

Boerderijwinkel

0

0

45

0

100

75

0

220

550

Ponylessen

0

0

15

0

15

20

0

50

Zorgboerderij

0

13

0

15

12

0

0

40

Kinderfeestjes (15xjaar) Ontvangstruimte/Terras

X X

X X

X X

X X

X X

X X

0 0

10* 60

Educatie school (10xjaar) X

0

X

0

0

0

0

25*

0

405

Totaal

550

* MAX/GEMIDDELDE VAN EEN GROEP 0= GEEN ACTIVITEIT OP DIE DAG X= WEL MOGELIJK ACTIVITEIT OP DIE DAG

In 2015 is er een nieuwe in/uitgang gemaakt aan de Van Galenstraat zodat nu de bezoekers niet alleen maar via de Kerkbuurt ons bedrijf kunnen bereiken. Dit geeft niet alleen een spreiding van hoe de bezoekers ons bedrijf bereiken, maar ook van de parkeermogelijkheden. FRUITTEELTACTIVITEIT De fruitteeltactiviteit staat door het heel geringe oppervlakte van

minder dan 1 ha, terwijl de gemiddelde van de fruitteeltbedrijven in Nederland 16 ha bedraagt, in functie van de andere activiteiten (decor, beleving). De andere activiteiten zorgen ervoor dat (een deel van) de boomgaard nog bestaat en hopelijk (gedeeltelijk) kan blijven bestaan. De omzet van de boomgaard is al jaren minder dan 5% van de totale bedrijfsomzet. Begin jaren ‘90 lag dat zo rond de 10 %. De gemiddelde omzet van de boomgaard ligt de laatste jaren rond de € 12.500,- (incl. winkelmarge). De directe jaarlijkse kosten (grondstoffenverbruik zoals meststoffen, beschermingsmiddelen, aanschaf klein materiaal) bedroegen gemiddeld over de laatste 3 jaar € 5.000,- per jaar. Daarbij zijn er nog loonkosten, kosten voor verzekeringen, een deel van de energienota en de brandstoffen toe te schrijven aan de boomgaard (koelcellen, machines) en zijn er eens in de paar jaar grotere investeringen als bv. nieuwe aanplant en aanschaf van machines nodig. De eigen werkzaamheden (minimaal 25 uur per week) worden dus vrijwel niet vergoed. Daarbij komt dat de klimaatverandering en (daarmee) de opkomst van steeds meer nieuwe (uitheemse) schadelijke dieren en ziekten het fruittelen, zeker voor kleine bedrijven moeilijker maakt.

De verwachting is dan ook dat het ‘traditionele’ fruiteeltactiviteit in de toekomst nog meer verkleind/veranderd zal worden in, waarbij delen van de huidige fruitbomen zullen worden vervangen door ‘ander groen’ – natuur- en voedseltuin- dat eenvoudiger is te onderhouden. O.a. meer inzet van medewerkers van de zorgboerderij en van bezoekers en/of vrijwilligers is daarbij dan wellicht mogelijk. P.S. De recente ontwikkelingen rond Pfas-Chemours heeft ook gevolgen voor ons bedrijf door verminderde omzet, maar ook op de bedrijfsvoering. TOEKOMST Zoals al aangegeven in mijn reactie op het ontwerp bestemmingsplan Dijkstrook willen wij graag meer bouwmogelijkheden om het bedrijf

levensvatbaar te houden. De gewenste tuinkas voor de Tuin van Loes is daarbij al een concreet plan. De kas wordt geplaatst op het voorste deel van het terras (zie schets nr. 1). Ten zuiden komt dan een groenstrook en daarvoor, op het noordelijkste deel van de huidige paardenbak, een fietsenstalling en bergruimte (zie schets nr. 2). De rest van de paardenbak (zie schets nr. 3) kan dan worden gebruikt als parkeerterrein voor ca. 17 auto’s (zie bijlage 2)

terras vanaf beoogde plaats tuinkas De pony’s willen wij dan verplaatsen naar een nieuw te bouwen stal (zie schets nr. 4) bij de tweede paardenbak (zie schets nr. 5) ten noorden van het terras (zie schets nr 5). Deze stal zal een oppervlakte van 58 m² krijgen. Deze oppervlakte is nog beschikbaar op het maximum aan oppervlakte van bijbehorende bouwwerken. Ook heb ik in de reactie op het ontwerp bestemmingsplan aangegeven dat ons bedrijf in vergelijking met andere gelijksoortige bedrijven een beperkt bouwblok heeft. Graag zouden wij in de toekomst de mogelijkheid krijgen om de bestaande bebouwing te vergroten. Bijvoorbeeld door

het verbreden van de bestaande ‘achterschuur’ (zie schets nr. 6) en het verbeteren/vergroten van de winkel(ingang). Ook vraagt de energietransitie in de toekomst wellicht om bouwmogelijkheden als het plaatsen van een accu en/of een kleine (wokkel) windturbine. Op het perceel 5461 ten oosten van ons perceel vindt geen fruitteelt meer plaats. Graag zouden we daar samen met de buurman die nu het eigendom van dit perceel heeft, de mogelijkheid willen krijgen om daar twee woningen van ca. 80 m² te kunnen bouwen. (zie schets nr. 7 en 8 ) De woningen staan dan los van elkaar.

AANDACHTSPUNTEN INTAKETAFEL Eerst twee opmerkingen. Natuurlijk willen wij ons perceel aantrekkelijk houden en waar mogelijk aantrekkelijker maken voor onze bezoekers. Wij richten ons daarbij op een bepaalde doelgroep en richten daar ons bedrijf en perceel op in. Belangrijk daarbij zijn diversiteit en biodiversiteit. Een afwisseling van diverse bebouwingen en groene elementen ( ruimschoots overheersend ten opzichten van de bebouwing), waarbij het geheel als georganiseerd rommelig, maar veelal wel passend bij de historische omgeving, mag overkomen. Niet iedereen zal dat waarderen, maar wij willen graag op deze manier werken, ons perceel inrichten en de bezoekers (doelgroep) trekken die dat wel waarderen. Wij zijn van mening dat dit ook past in dit historische dijklint waar naast onze boerderij ook andere in bedrijf zijnde boerderijen (en boomgaarden) gevestigd waren. Helaas zijn alle boerderijen verdwenen of van functie veranderd. Wij hopen dat het lukt om met een rendabele bedrijfsvoering dat cultuurhistorische beeld in stand te houden en aan bezoekers te laten zien. Ook al omdat het perceel van buitenaf nauwelijks te zien is lijkt het ons onnodig om op dit punt regelgeving op te leggen die deze inrichting belemmerd. Ten tweede zullen in de nieuw te plaatsen tuinkas geen andere activiteiten plaatsvinden dan die nu ook al plaatsvinden op

de Hooizolder (en het terras). Toelichting op de aandachtspunten 1 Zoals hierboven al beschreven zal er een nieuwe parkeerterrein met 17 plekken worden gecreëerd (Zie bijlage 2) op de plaats van de huidige paardenbak.

huidige paardenbak te veranderen in parkeerterrein Ook is al aangegeven dat het aantal bezoekers op het bedrijf vanaf 2006 flink is afgenomen en dat met de huidige plan voor een tuinkas, die voor een groot deel ter vervanging is van al bestaande activiteiten op de Hooizolder (en het terras) er voldaan wordt aan regel 3.3.2.e van het (ontwerp) bestemmingsplan. 2 Ook hier kan gesteld worden dat de uitweg al jaren bestaat en zijn er nooit, ook bij eerdere grotere bezoekersaantallen, problemen geweest. Door het al genoemde in 2015 aangelegde achter-uitpad komen veel fietser nu via dit uitpad naar ons bedrijf, wat de problemen, mochten die er al zijn, verminderd.

3 Wat betreft de externe veiligheid zal door de aanleg van het parkeerterrein deze alleen maar verbeteren, omdat hulpdiensten nu via dit terrein verder het perceel op kunnen rijden. 4 Niet helemaal duidelijk is waarvoor dit onderzoek zou moeten plaatsvinden. Heeft dit betrekking op de tuinkas of op de eventueel te bouwen woningen? Omdat dit niet de eerste nieuwbouw in de omgeving bij de waterzuiveringsinstallatie is, is waarschijnlijk al bekend wat de invloed van deze installatie is en welke maatregelen de eventuele invloed kan beperken. Daarbij hebben wij op ons perceel in al die jaren nooit enige overlast van deze installatie hebben ondervonden. Is het echt nodig om op een boerderij met volop dieren, een mesthoop en fruit- en groentegewassen die worden bemest, de geurbelasting van een naast gelegen waterzuiveringsinstallatie van belang te achten. 5 Waarom is het essentieel dat aan de stedenbouwkundige eisen van de Dijkvisie wordt voldaan? Zoals eerder vermeld is het perceel nauwelijks van buitenaf zichtbaar. Daarnaast zal tuinkas volledig van glas zijn met van binnen volop natuurlijke elementen. Welke naadloos aansluit op de rest van het perceel. Wat betreft de woningen wordt gedacht aan zgn. schuurwoningen (recreatiewoning).

mogelijk type woning

Door de bouw van een tuinkas zal de geluidsbelasting waarschijnlijk juist afnemen, omdat de tuinkas als een geluidsbuffer zal fungeren naar de bebouwing toe. 7 De (georganiseerde) verrommeling is juist de charme van het perceel, een afwisseling van bv. een geitenschuur van ca. 10 m² met een fruitoverkapping van een 200 m², en dat weer afgewisseld met diverse beplantingen.

fruitoverkapping Zoals eerder geschreven richten wij ons op een doelgroep die juist deze afwisseling kan waarderen en zien wij dit als waardevol. Juist in een dijkstrook past dit prima. Ook langs de dijk is de bebouwing divers en niet uniform als in een nieuwbouwwijk en dat geeft juist een aantrekkelijke beeld. Ook het contrast tussen de diverse, landelijke bebouwing op ons perceel en de totaal andere bebouwing zoals bv. de huizen in de van Galenstraat kan als verrassend worden ervaren.

huizen van Galenstraat 8 Wat betreft de spuitzonering is de recreatie geen nieuwe functie. Bij de woningbouw zal de spuitzonering wel een rol spelen. Een oplossing is wellicht om de meest noordelijk geplande woning te bestempelen als bedrijfswoning. In meerdere andere bestemmingsplannen zijn bij agrarische bestemming 2 bedrijfswoningen toegestaan. De andere woning is op meer dan 50 meter van de eerste te bespuiten fruitbomen gepland. En andere optie is wellicht om het gebruiken van enkel groene gewasbeschermingsmiddelen van de ‘Groene Gids’ toe te staan. Dit zijn middelen met een ingeschat laag risico voor mens, dier, milieu en niet-doelwit organismen.

Goedendag heer Beelen, Naar aanleiding van ons gesprek van maandag 23 september j.l. heb ik nog een aantal opmerkingen en vragen. Het gesprek Uw collega wilde weten of de fruitteeltactiviteit eerder wel de hoofdactiviteit, belangrijkste inkomensbron, was. Op mijn antwoord dat dat niet zo was, was haar reactie om vijftig jaar terug te kijken. Mijn antwoord was dat er toen bestemming ‘kerkhof’ op het overgrote deel van perceel lag. U geeft in uw advies met betrekking tot de omgevingstafel aan om te onderzoeken of er een alternatieve hoofdbestemming kan komen. A. Mag ik hieruit concluderen dat u en uw collega vinden dat de hoofdbestemming ook de belangrijkste inkomensbron hoort te zijn? In de reactie van het college op mijn inspraakreactie op het voorontwerpbestemmingsplan stelt zij dat de agrarische activiteiten ook het overgrote deel van het perceel beslaan. B. Mag ik hieruit concluderen dat het college vindt dat de hoofdbestemming de activiteit is die het grootste oppervlakte beslaat? Vanwaar dit mogelijke verschil tussen ambtenaren en college en hoe daar mee om te gaan? In het gesprek heb ik aangegeven dat wij het parkeren niet als een probleem zien. Uit het advies van de gemeente Papendrecht-Parkeren zou dit wel opgemaakt kunnen worden. In eerdere mails aan dhr.

Seelen (2-10-2023) en aan u, als antwoord op de brief van 13-02-2024 van uw collega de heer Seelen (De gevraagde aanvullende gegevens van de conceptaanvraag Z2023-00000453, omschrijving “het realiseren van een tuinkas inclusief bijgebouw (120m²), terras en 20 parkeerplaatsen” en van de reactie op het ontwerpbestemmingsplan Dijkstrook) heb ik dit ook duidelijk aangegeven. De zorgen over parkeeroverlast als zodanig worden door ons dus niet gedeeld. Waarom blijft de gemeente dit als een probleem zien, waar is dat op gebaseerd? Ik was verbaasd dat u aangaf dat enkel het onderdeel ‘Parkeren’ een negatief omgevingstafeladvies uitbracht, terwijl ook door u met ‘nee’ is geadviseerd. U gaf aan liever het volledige perceel integraal te bekijken en te onderzoeken of er een alternatieve hoofdbestemming kan komen.

Lijkt mij, mede gezien de door dhr. Seelen (zie hierboven) gevraagde aanvullende gegevens van mijn reactie ten aanzien van het ontwerpbestemmingsplan, er op te wijzen dat ook de gemeente de voorkeur heeft om het geheel via het (ontwerp)bestemmingsplan te regelen. Mijn opmerking dat ik de adviezen pas op maandagavond heb ontvangen en dat ik dat laat vind, als de omgevingstafel op donderdagochtend plaatsvindt, waren als een kritische opmerking bedoeld waar de gemeente in het vervolg wellicht iets mee kan. Jammer dat uw collega op mijn onderbouwing dat wij de dinsdag gewoon moeten werken reageerde met : “ik ook”. Ik wil hierbij wel aangeven dat als er meer tijd was geweest om de adviezen te bekijken wij, gezien bovenstaande (uw advies, vraag van dhr. Seelen om toelichting op reactie ontwerp en al eerdere duidelijke uitleg (bv. over het (niet probleem) parkeren)), ook de omgevingstafel hadden afgezegd. Wat kan wel? Klopt het dat wanneer wij bij uitvoering van plannen binnen het maximale oppervlakte van bijbehorende bouwwerken blijven er geen ruimtelijke procedure hoeft te worden doorlopen en er geen ruimtelijke onderbouwing hoeft te worden opgesteld. En dat er dus slechts een aanvraag Omgevingsvergunning, activiteit bouwen nodig is? Wij willen dan overwegen om een aantal vergunningsvrije bouwwerken af te breken en de vrijkomende m² elders gebruiken.

Is dat toegestaan en wat is het maximum aan vergunningsvrije bouwwerken? In het ontwerpplan mogen bij uitzondering aan de 2 hoveniers in het plangebied 150 m² aan bijbehorende bouwwerken bouwen. Kunt u mij aangeven wat hieraan ten grondslag ligt? Kunnen wij hier ook gebruik van maken en wat zijn de voorwaarden om van de deze uitzondering gebruik te maken? Is gemeente bekend met de landelijke en provinciale inzet om agrarische bedrijven de mogelijkheid te bieden voor multifunctionele landbouw en wat is de visie van de gemeente daarop? Ik wil ook graag verwijzen naar de handreiking van de VNG over dit onderwerp: https://vng.nl/sites/default/files/2023-08/20230724_multifunctionelelandbouw-en-de-omgevingswet.pdf Ik zie graag uw reactie tegemoet

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.papendrecht.nl/api/v1/meetings/1032/documents/14547