A43. 20250722 Begroting 2026 GR DG&J.pdf
Tekst van het document
Aan de Colleges van Burgemeester en Wethouders en gemeenteraden van de deelnemende gemeenten in de regio Zuid-Holland Zuid
Uw kenmerk
Ons kenmerk UIT / 2508309
Datum 14 juli 2025
Onderwerp Begroting 2026 GR DG&J
Bijlage(n) 3
Behandeld door/telefoonnummer J.G. van der Linden / 078 770 8500
Geacht college, geachte leden van de gemeenteraad, Op 10 april 2025 heeft het Algemeen Bestuur een voorgenomen besluit genomen om de begroting 2026 en de voorstellen behorende bij de begroting 2026 vast te stellen. Vervolgens is de concept begroting 2026 en zijn de voorgenomen besluiten ter zienswijze aan de deelnemende gemeenten voorgelegd. Aan de deelnemende gemeenten is verzocht om voor 19 juni 2025 haar zienswijze op de concept begroting 2026 kenbaar te maken. De (concept) zienswijzen van de gemeenten bieden geen aanleiding om het voorgenomen besluit te wijzigen. Vanwege de financiële problematiek van gemeenten, heeft het algemeen bestuur besloten tot een taakstelling van 8% op de begroting 2026 van de DG&J (exclusief SOJ/jeugdhulp). Het algemeen bestuur heeft besloten om de begroting van 2025 als nullijn te hanteren voor 2026 voor de onderdelen GGD en Veilig Thuis en de formatie van LVS te verminderen op basis van de uitkomst van de regionale bestuursopdracht leerplicht die onder regie van gemeenten is uitgevoerd. Dit betekent een forse uitdaging, gezien het sterk gestegen aantal meldingen. Náást deze taakstelling, levert de verkenning die is uitgevoerd op basis van de bestuursopdracht ‘Verkenning bijdrage GR DG&J aan verminderen financiële problematiek gemeenten’, geen nadere financiële besparing op in de bedrijfsvoering van de DG&J.
Vanwege forse bezuinigingen in 2015 op de bedrijfsvoering van de DG&J, liggen hier geen besparingsmogelijkheden. Deze verwachting was ook al gedeeld in eerdere reactie op zienswijzen. De gewenste besparingen op basis van de bestuursopdracht moeten gevonden worden in de uitvoeringsbudgetten. De bestuursopdracht bevestigt het beeld dat gemeenten als opdrachtgever van de DG&J beleidsmatige keuzes kunnen maken die invloed hebben op de omvang van de kosten van de uitvoering. Het jeugdhulpbudget maakt veruit het grootste deel (circa 75%) uit van de begroting van de DG&J. De meest substantiële besparingen worden verwacht van het Verbeterprogramma betaalbare en beschikbare jeugdhulp en het hervormen van de toegang tot (onder andere) jeugdhulp. Voor het verbeterprogramma en de hervorming van de toegang lopen aparte trajecten die deels respectievelijk volledig onder regie van gemeenten worden uitgevoerd.
En waarbij de te maken beleidskeuzes die tot substantiële besparingen kunnen leiden, veelal een lokale bevoegdheid van gemeenten zijn. Gemeenten en SOJ trekken hierin nadrukkelijk gezamenlijk op. Er is inmiddels een eerste (globale) inschatting gemaakt van de omvang van de mogelijke besparingen en zijn de besparingen die betrekking hebben op contractmanagement verwerkt in de begroting. Daarnaast starten in 2025 de rechtmatigheidsonderzoeken jeugdhulp die naar verwachting ook tot financiële baten leiden. Recentelijk is de CAO SGO vastgesteld. Deze indexatie in deze CAO is lager dan de indexatie zoals deze in 2025 en 2026 is toegepast (CAO stijging 2025 effectief 2%, indexatie vanuit kaderbrief toegepast 5,4%, 2026: effectief: 3,3%, indexatie vanuit kadernota toegepast 3,4%). De CAO heeft beperkt inpakt op het jaar 2026, voor het jaar 2025 is sprake van een structurele positieve doorwerking van € 635.000. De onderhandelingen tussen de vakbond en VNG waren afgrond nadat de begroting was voorgelegd ter zienswijze. De stemming over de CAO SGO heeft in de eerste week van juni plaatsgevonden. Derhalve was het niet mogelijk om in een eerder stadia de CAO SGO te verwerken in de begroting 2026.
Hoewel formeel een bijstelling van de gemeentelijke bijdrage voorgelegd dient te worden ter zienswijze, is gelet op de financiële druk die een aantal van de gemeenten ervaren en deze ook door een aantal gemeenten wordt aangehaald in haar zienswijzen, toch het voorstel om de begroting voor deze ontwikkeling bij te stellen. Voorgesteld wordt om het structurele voordeel wat in 2025 is ontstaan uit de begroting te halen en hiermee de gemeentelijke bijdrage bij te stellen. Per saldo gaat het om circa € 635.000, waarvan 75%/€ 476.000 betrekking heeft op de gemeentelijke bijdrage en 25% (€ 159.000) op taken die gedekt worden vanuit subsidies/offertes. Gezien het strakke tijdspad is het nog niet mogelijk geweest om in de tabellen dit effect te verwerken, in de definitieve versie die verzonden wordt naar de provincie en gemeenten zal het effect zichtbaar zijn. Voorstellen begroting 2026 Hieronder zijn de besluiten zoals deze zijn genomen door het Algemeen Bestuur op 10 juli 2025 met betrekking tot de begroting 2026 weergegeven. Voor de volledigheid is de begroting 2026 en het getekende besluit toegevoegd (bijlage 2 en 3). Het Algemeen bestuur heeft ingestemd met: In te stemmen met: 1. de reactie van het Dagelijks Bestuur op de uitgebrachte zienswijze (bijlage 1) vast te stellen en deze ter kennisname aan te bieden aan het Algemeen Bestuur; 2.
De concept Begroting 2026 (bijlage 1) voor de gemeenschappelijke regeling Dienst Gezondheid & Jeugd Zuid-Holland Zuid vast te stellen, met inbegrip van: a. De gemeentelijke bijdragen voor 2026 voor de GR DG&J (bijlage 2) inclusief een indexering van (structureel, € 1,4 miljoen), welke voor € 1,049 miljoen wordt gedekt uit een verhoging van de inwonerbijdrage en voor € 388.000 vanuit externe subsidies; b. Het structureel verlagen van de begroting 2026 met € 635.000 (€ 476.000 gemeentelijke bijdrage, € 159.000 subsidies/dvo's/e.d.) als gevolg van de positieve structurele doorwerking die de CAO SGO heeft op het jaar 2025; c. Waarbij overeenkomstig het uitgangspunt van de kadernota 2026 die de begroting 2025 als nullijn hanteert, het incidentele karakter van een deel van de financiering voor OGGZ (€ 145.964) en Veilig Thuis Jeugd (€ 421.302) in 2026 begrotingstechnisch te handhaven;
d.
e. f.
g. h. i.
Gevraagd wordt, op basis van de uitkomst van de bestuursopdracht Leerplicht die is uitgevoerd onder regie van gemeenten, om de incidentele financiering voor het onderdeel Leerplicht uit 2025 om te zetten in een lagere, structurele financiering vanaf 2026 en hiervoor de gemeentelijke bijdrage met € 256.284 structureel te verhogen; Het onttrekken van een bedrag van € 114.066 uit de bestemmingsreserve Mentale Gezondheid; Een structurele inwonerbijdrage ter hoogte van indicatief € 259.240 ten behoeve van suïcide preventie, waarbij de daadwerkelijke omvang afhankelijk is van de middelen die vanuit het Rijk aan de gemeenten beschikbaar worden gesteld danwel een door de gezamenlijke gemeenten nader te bepalen deel daarvan; Een structurele inwonerbijdrage van € 115.000 ten behoeve van de privacy officer; Het verwerken van de door de gemeenten Dordrecht, Papendrecht, Hardinxveld-Giessendam en Molenlanden voorgestelde bijstellingen van jeugdhulpuitgaven; Het opnemen van de besparingen rondom contractmanagement bij het programma SOJ voortvloeiend uit het verbeterprogramma.
Een drietal gemeenten (Hardinxveld-Giessendam, Papendrecht en Molenlanden) hebben verzocht om de begroting 2026 (en de meerjarenbegroting) op basis van voortschrijdend inzicht voor de SOJ bij te stellen. De begroting is voor deze drie gemeenten bijgesteld. De gemeente Dordrecht heeft verzocht om voor haar deel bij de SOJ enerzijds 2,4% groei en anderzijds € 1.000.000 besparing te verwerken. Ook dit is verwerkt in de definitieve begroting 2026 (en de meerjarenraming). In aanvulling hierop is door een aantal gemeenten verzocht besparingen uit het Verbeterprogramma betaalbare en beschikbare jeugdhulp te verwerken in de begroting en meerjarenperspectief. In het AB van 10 juli is besloten deze te verwerken. Dit hoeft niet meer (opnieuw) ter zienswijze worden voorgelegd omdat deze een resultante zijn van de door de desbetreffende gemeenteraden uitgebrachte zienswijzen op de begroting. Met vriendelijke groet, Het dagelijks bestuur van de Dienst Gezondheid & Jeugd, de secretaris,
de voorzitter,
E.S. Schurink
H. van der Linden
Bijlage 1. Nota Reactie Zienswijzen gemeenten Bijlage 2. Begroting 2026 GR DG&J
Zienswijzen Begroting 2026 GR DG&J Gemeente Alblasserdam (concept)
Uitgebrachte zienswijze Inleiding Net zoals vorig jaar benadrukken wij aan het begin van deze zienswijze nogmaals onze financiële situatie. Zoals bij u bekend is, hebben gemeenten vanwege een lagere algemene uitkering uit het gemeentefonds te maken met grote financiële uitdagingen. De noodzaak om te bezuinigen is voor onze gemeente groter dan bij de gemiddelde gemeente. Daardoor hebben wij voor 2025 al een bezuinigingsproces doorlopen waar zowel Alblasserdamse maatschappelijke partners als inwoners de gevolgen van hebben moeten ervaren. Voor 2026 en verder komt hier nog een grote bezuiniging bovenop. Het diepe ravijn van 2026 waar gemeenten mee geconfronteerd werden is met de Voorjaarsnota van het Rijk iets gedempt, maar vooral verschoven naar 2028. Het tekort voor onze gemeente voor 2026 en 2027 wordt met de compensatie door het Rijk verre van gedicht. Onze structurele bezuinigingsopgave vanaf 2028 verandert nagenoeg niet. In de Voorjaarsnota zijn weliswaar middelen voor tekorten Jeugdzorg toegevoegd, maar een deel daarvan is incidenteel. De ingecalculeerde bezuinigingen die door de Hervormingsagenda Jeugd gerealiseerd moeten worden zijn vanaf 2028 volledig ingeboekt. Zoals u weet omvat onze bijdrage aan de Gemeenschappelijke Regeling DG&J een aanzienlijk deel van onze begroting.
Gezien de omvang van onze bezuinigingsopgave kunnen wij niet anders dan óók kritisch te kijken naar de taken die bij de DG&J belegd zijn. Via deze zienswijze willen wij hier nogmaals uw aandacht voor vragen. Concreet verwachten we van u in dit kader een verscherpte focus op de lopende bestuursopdracht met als doel de kosten (verder) te verlagen. Daarnaast verwachten wij ook een passende terughoudendheid voor de intensivering van huidig beleid en de rem op het vormen van nieuw beleid. Ten slotte benadrukken we nogmaals de oproep om kritisch te blijven kijken naar uw bedrijfsvoering. Wij beseffen dat dit veel van uw organisatie vraagt, maar wij geloven erin dat we deze financiële uitdaging gezamenlijk kunnen overkomen. Zienswijze op conceptbegroting 2026 2. Het AB heeft op 19 december 2024 besloten de begroting 2025 plus indexatie, met uitzondering van het jeugdhulpbudget, als kader voor de begroting 2026 te gebruiken (nullijn). Wat betreft de begroting 2026 is ons algemene uitgangspunt dat de taken in ieder geval binnen het beschikbare budget dienen te geschieden. In verband met de bezuinigingen verwachten wij dat u er alles aan doet om de kosten zo sterk mogelijk te dempen. Indexering 3. Wij gaan akkoord met de voorgestelde indexering voor 2026. Wel maken wij ons zorgen over de haalbaarheid van deze indexering.
In 2024 bleek dat er voor verschillende partijen meerdere malen een hogere indexatie nodig was, dit is soms ook toegekend. Wij vragen ons af hoe groot u de kans acht dat in de loop van 2026 toch extra indexatie nodig blijkt (wegens CAO-stijgingen) en de kosten toch weer zullen
Nota reactie op uitgebrachte zienswijzen Begroting 2026 GR DG&J 1
Reactie Dagelijks Bestuur DG&J 1. Wij hebben begrip voor u financiële situatie. Vanwege de financiële problematiek van gemeenten, heeft het algemeen bestuur besloten tot een taakstelling van 8% op de begroting 2026 van de DG&J (exclusief SOJ/jeugdhulp). Het algemeen bestuur heeft besloten om de begroting van 2025 als nullijn te hanteren voor 2026 voor de onderdelen GGD en Veilig Thuis en de formatie van LVS te verminderen op basis van de uitkomst van de regionale bestuursopdracht leerplicht die onder regie van gemeenten is uitgevoerd. Dit betekent een forse uitdaging, gezien het sterk gestegen aantal meldingen. Náást deze taakstelling, levert de verkenning die is uitgevoerd op basis van de bestuursopdracht ‘Verkenning bijdrage GR DG&J aan verminderen financiële problematiek gemeenten’, geen nadere financiële besparing op in de bedrijfsvoering van de DG&J. Vanwege forse bezuinigingen in 2015 op de bedrijfsvoering van de DG&J, liggen hier geen besparingsmogelijkheden. Deze verwachting was ook al gedeeld in eerdere reactie op zienswijzen. De gewenste besparingen op basis van de bestuursopdracht moeten gevonden worden in de uitvoeringsbudgetten. De bestuursopdracht bevestigt het beeld dat gemeenten als opdrachtgever van de DG&J beleidsmatige keuzes kunnen maken die invloed hebben op de omvang van de kosten van de uitvoering.
Het jeugdhulpbudget maakt veruit het grootste deel (circa 75%) uit van de begroting van de DG&J. De meest substantiële besparingen worden verwacht van het Verbeterprogramma betaalbare en beschikbare jeugdhulp en het hervormen van de toegang tot (onder andere) jeugdhulp. Voor het verbeterprogramma en de hervorming van de toegang lopen aparte trajecten die deels respectievelijk volledig onder regie van gemeenten worden uitgevoerd. En waarbij de te maken beleidskeuzes die tot substantiële besparingen kunnen leiden, veelal een lokale bevoegdheid van gemeenten zijn. Gemeenten en SOJ trekken hierin nadrukkelijk gezamenlijk op. Een eerste (globale) inschatting van de omvang van de mogelijke besparingen kan naar verwachting vóór de zomer worden gegeven. Daarnaast starten in 2025 de rechtmatigheidsonderzoeken jeugdhulp die naar verwachting ook tot financiële baten leiden. 2. Wij spannen ons maximaal in om de taken binnen het bechikbare budget uit te boeren en richten ons hierbij op beheersing van de kosten.
3. Bedankt voor uw instemming. Inmiddels hebben CAO onderhandelingen plaatsgevonden en hebben deze geresulteerd in een CAO met een lagere indexatie dan de indexatie die is toegepast. Het verschil bedraagt circa € 650.000, waarvan circa 75% betrekking heeft op de gemeentelijke bijdrage en 25% op taken die gedekt worden vanuit subsdies/offertes e.d.
oplopen. Daarnaast stijgt onze gemeentelijke bijdrage meer dan de benoemde indexatie, graag verkrijgen wij hier meer verheldering op.
GGD, LVS en Veilig Thuis 4. Voor de onderdelen GGD, LVS en Veilig Thuis is in het AB van 19 december 2024 ingestemd met het aanhouden van de begroting 2025 + indexatie als kader voor de begroting 2026 (de zogeheten nullijn). Volgens uw conceptbegroting 2026 resulteert dit in een verhoging van de inwonersbijdrage van €1,049 miljoen regionaal. Deze €1,049 miljoen is inderdaad in lijn met de afgesproken nullijn en daar kunnen wij mee akkoord gaan.
Naast de indexatie zijn tevens de voorstellen verwerkt in de begroting 2026. De daarmee samenhangende gemeentelijke bijdrage is verwerkt in de gemeentelijke bijdrage. In bijlage 1 is een overzicht opgenomen waarin gespecificeerd de aansluiting tussen de gemeentelijke bijdrage zoals is vastgesteld met de begroting 2025 en concept begroting 2026. 4. Zie onze reactie bij punt 3.
Wij kunnen echter dit bedrag niet herleiden op basis van de vergelijking van de conceptbegroting 2026 en de (aangepaste) begroting 2025, waarbij het verschil tussen 2025 en 2026 vele malen hoger lijkt te zijn. De gemeentelijke bijdrage 2025 voor de regio bevat voor deze onderdelen zo'n 32 miljoen, terwijl deze in 2026 ruim 35 miljoen gaat bevatten. Dit betreft dus een stijging van zo'n 3 miljoen ten opzichte van de 1 miljoen aan indexatie. Het is niet duidelijk te herleiden waaruit deze overige 2 miljoen is opgebouwd, aangezien de verzoeken tot extra middelen ook niet tot dit bedrag lijken op te tellen. Wij vragen u meer duidelijkheid te bieden omtrent de onderbouwing van de bedragen uit de begroting 2026. 5. Daarnaast geeft u aan dat u een taakstelling van 8% heeft verwerkt voor de onderdelen LVS, GGD en Veilig Thuis. Graag zien we een nadere uitwerking waar vanuit deze 8% is opgebouwd en welke plannen hieraan ten grondslag liggen.
5. De taakstelling is gebaseerd op de doorgerekende stijging van werklast als gevolg van de sterk gestegen meldingen en de normering van de werklast voor LVS. Door hantering van de nullijn wordt deze werklast niet voorzien van de daarvoor benodigde extra middelen. DG&J en gemeenten werken samen om de gestegen werklast het hoofd te bieden. Onder andere door reductie van het aantal meldingen, overdracht naar lokale teams en optimalisering van processen.
6. Gezien de financiële situatie waar wij ons als gemeente Alblasserdam in bevinden én het besluit dat in het AB genomen is om de nullijn te hanteren gaan vinden wij uw voorstellen tot incidentele en structurele uitbreidingen niet wenselijk. Wij begrijpen dat u vanuit de inhoud reden ziet om hierop te acteren, maar met onze bezuinigingsopgave betekent het beschikbaar stellen van de extra middelen een directe verhoging van de bezuinigingsopgave lokaal. Gezien het niet voldoende opvolgen van deze meldingen een negatief effect heeft op onze meest kwetsbare inwoners en hun sociale omgeving stemmen wij in met uw voorstellen.
6. Wij hebben begrip voor uw financiële positie. Hieronder reageren wij op de door u uitgebrachte zienswijze.
Hieronder geven wij per uitbreiding onze zienswijze. Meldpunt Zorg en overlast 7. U stelt evenals in 2025, voor de OGGZ, specifiek het meldpunt zorg en overlast, middels de inwonerbijdrage een incidentele financiering van € 145.964 voor. Wij kunnen instemmen met het incidenteel financieren van 1 fte ten behoeve van het meldpunt Zorg en Overlast voor het jaar 2026. Er is voldoende aangetoond dat het aantal meldingen OGGZ en de complexiteit van de problematiek enorm is toegenomen en zal blijven toenemen.
Nota reactie op uitgebrachte zienswijzen Begroting 2026 GR DG&J 2
7. Dank voor uw steun en instemming.
Veilig Thuis 8. U vraagt om een incidentele uitbreiding van 4,5 fte waarvoor een aanvullende inwonerbijdrage van € 421.302 nodig is. Wij betreuren dat deze incidentele uitbreiding wederom nodig blijkt te zijn en er nog geen uitkomsten zijn vanuit de impactanalyse. Het afgelopen jaar hebben wij meermaals uitgesproken dat de processen rondom de impactanalyse en bestuursopdracht vaart moeten maken zodat de effectuering kan landen in de begroting 2026. De uitkomsten zullen een duidelijke richting moeten geven voor de komende jaren. Het is op z’n zachtst gezegd jammer dat dat niet heeft plaatsgevonden en er weer een incidentele uitbreiding wordt gevraagd.
8. De begroting 2026 is gebaseerd op het besluit wat het AB heeft genomen in december 2024 en de doorgetrokken nullijn voor 2026 als het gaat over het aantal meldingen en benodigde formatie. We realiseren ons dat de uitdaging het aantal meldingen voor VT terug te dringen groot is en dat we hiervoor een stevig beroep moeten doen op het lokale team, teneinde het gewenste resultaat te bereiken. Wij weten dat die inspanning een beroep doet op alle partijen en zetten dan ook vol in op een zorgvuldige aanpassing van de werkwijze en monitoren de effecten graag met u.
U geeft aan dat één van de maatregelen het versneld overdragen van casussen naar de lokale teams is. Volgens u vraagt dit inspanning van zowel Veilig Thuis als het lokaal team en zult u dit in 2025 verder uitwerken. Wij begrijpen dat Veilig Thuis vanwege de aanhoudende werkdruk actief op zoek is gegaan naar oplossingsmogelijkheden. Desondanks is het van belang dat dit proces zorgvuldig plaats vindt en moet er geen situatie ontstaan waarbij het probleem verschuift naar het lokaal team dat kan leiden tot knelpunten en verhoging van kosten. Gezien de bewegingen in het sociaal domein zal er komende jaren steeds meer worden gevraagd van het lokaal team. Wij verwachten dan ook van u dat u samen met de gemeenten en de lokale teams, deze ontwikkeling goed monitort en problemen tijdig aankaart. Leerplicht en Voortijdig Schoolverlaten 9. U vraagt om een structurele uitbreiding van 2,6 fte bovenop de huidige 12,9 fte (een formatie van 15,5 fte), waar voor een aanvullende inwonerbijdrage van €12.212 nodig is. Naar aanleiding van de bestuursopdracht hebben wij onze voorkeur uitgesproken voor het scenario van 12,9 fte waarmee LVS de daarbij behorende taken uitvoert. Gezien de meerderheid van het AB in heeft gestemd met de inzet van 15,5 fte gaan wij hier met enige tegenzin mee akkoord.
We hopen dat de nieuwe werkwijze op termijn zal leiden tot minder verzuim en dus een lagere benodigde inzet. Jeugdhulp/SOJ 10. De gemeenten en DG&J werken gezamenlijk aan een aantal bestuursopdrachten en het regionale verbeterprogramma betaalbare en beschikbare jeugdhulp. Deze zijn gericht op het realiseren van besparingen vanaf 1 januari 2026. Voor de begroting 2026 is de beweging niet meegenomen in de financiële vertaling, waardoor wij niet kunnen instemmen met de huidige voorgestelde begroting 2026. Het is nu niet goed mogelijk een zienswijze te geven op dit deel van de begroting. Graag zien wij de concrete voorstellen en uitkomsten uit de bestuursopdracht en het verbeterprogramma betaalbare en beschikbare jeugdhulp zo spoedig mogelijk en vragen wij u nadrukkelijk deze te verwerken in de definitief vast te stellen begroting 2026. 11. Zoals met u besproken tijdens de raadsbijeenkomst op 3 april zal er een verschuiving plaatsvinden in het aanbod ambulante jeugdhulp vanaf 2026. Het voornemen van de gemeente Alblasserdam is om een deel van het aanbod binnen segment 4 specialistisch veelvoorkomend lokaal aan te bieden in de vorm van een algemene voorziening. Hierdoor zullen wij minder gebruik maken van de regionale zorgmarkt en verwachten wij hiermee een besparing te realiseren.
Momenteel zitten wij in de besluitvorming en hopen op uw medewerking in het aanpassen van uw begroting zodra wij de concrete raming met u delen. Nota reactie op uitgebrachte zienswijzen Begroting 2026 GR DG&J 3
9. Uiteraard streven ook wij naar minder verzuim en schooluitval, wat zal resulteren in een lagere benodigde inzet.
10. De maatregelen uit het verbeterprogramma zijn inmiddels doorgerekend. Met gemeenten zal afstemming plaatsvinden over verwerking in de begroting.
11. Ook voor lokale keuzes geldt dat over die doorrekening afstemming plaats zal vinden als het gaat over verwerking in de begroting.
12. Voor 2026 wordt er voor Alblasserdam uitgegaan van een structurele indexering van 1,4 miljoen. Concreet houdt dit in dat de lonen met 3,4% geïndexeerd zijn en de materiële budgetten met 2,2% geïndexeerd worden. Vanuit het oogpunt van evenwichtig begrotingsbeleid heeft u er voor gekozen zowel geen groei als geen besparingen op te nemen ten opzichte van deze prognose. Wij vragen u in uw begroting uit te gaan van geen groei - wel besparingen gezien de verschuiving naar meer lokale uitvoering en de te verwachten uitkomsten van het verbeterprogramma beschikbaar en betaalbare jeugdhulp.
Verzoek om extra middelen 13. Zoals eerder in deze zienswijze is aangegeven is ons algemene standpunt dat alle dienstverlening binnen de beschikbare middelen dient te geschieden en dat er dus in principe geen extra middelen beschikbaar gesteld kunnen worden. Bestemmingsreserve Mentale gezondheid 14. Zoals eerder in deze zienswijze besproken gaan wij niet akkoord met het voorstel rondom Mentale gezondheid, daarom gaan wij ook niet akkoord met het vormen van de bijbehorende bestemmingsreserve.
Structurele Inwonersbijdrage suïcide preventie 15. Het voorstel omtrent de inwonerbijdrage suïcide preventie bevat een nieuwe wettelijke taak waar voor de gemeenten financiële middelen aan verbonden zitten. We zijn blij dat de DG&J hierin het initiatief neemt om met haar expertise een regionale aanpak op te zetten en we gaan daarmee akkoord met het voorstel. Een voorwaarde is wel dat als er meer duidelijkheid is over de exacte financiële middelen die hieraan verbonden zijn en de wijze waarop dit aan gemeenten uitgekeerd wordt, dat in ambtelijke kringen en in het AB de hoogte van het bedrag definitief wordt afgestemd.
12. Zie 10.
13. Wij hebben begrip voor uw financiële positie. Zie hieronder voor uw reactie op de door u uitgebrachte zienswijze 14. Dank u wel voor uw duidelijke standpunt. Het is begrijpelijk dat u de bestaande initiatieven en de lokale inspanningen waardeert en blijft ondersteunen. Voorafgaand aan de vaststelling van de jaarrekening 2024 en de begroting 2026 ligt er zoals toegezegd een regionaal voorstel met lokale samenhang, gericht op preventie van mentale gezondheidsproblemen onder jongeren, voor. Hier wordt een gewogen besluit over genomen in het AB van 10 juli a.s.. We blijven graag in gesprek om met elkaar te zoeken naar de meest effectieve en passende oplossingen voor mentale gezondheid in uw gemeente.
15. Dank u wel voor uw duidelijke standpunt. Het is begrijpelijk dat u de bestaande initiatieven en de lokale inspanningen waardeert en blijft ondersteunen. Wij nemen het initiatief om te komen tot een regionaal implementatieplan, binnen de door de gemeenten gestelde inhoudelijke en financiële kaders.
Privacy officer Daarnaast vraagt u om een structurele bijdrage van €115.000,- voor het aanstellen van een privacy officer. Voor gemeente Alblasserdam betekent dit een bedrag van €4.836. Meerjarenraming 2027-2029 16. In de meerjarenraming 2027-2029 zijn er vooralsnog geen grote bezuinigingen opgenomen. De kosten worden globaal vanaf 2026 doorgetrokken. Het is jammer dat er vooralsnog nog geen perspectief te zien is in de meerjarenraming. We hopen hier, nadat de bestuursopdrachten zijn uitgewerkt, via de bestuur rapportages veranderingen in te zien. We hebben lokaal hoge verwachtingen van de resultaten van de bestuursopdracht en zien uit naar de uitkomsten. Ten slot 17. In de voorliggende conceptbegroting 2026 wordt het door de DG&J noodzakelijk geacht om voor meerdere onderdelen extra middelen beschikbaar te stellen. Wij begrijpen dat u vanuit uw inhoudelijke expertise zich inzet om zorg te dragen voor een goede dienstverlening voor de inwoners van de Drechtsteden. Wij waarderen uw Nota reactie op uitgebrachte zienswijzen Begroting 2026 GR DG&J 4
16. De rapportage van de bestuursopdracht geeft aan dat alleen besparingen verwacht worden uit het Verbeterprogramma betaalbare en beschikbare jeugdhulp en het omvormen van de toegang. De maatregelen uit het verbeterprogramma zijn inmiddels doorgerekend. Met gemeenten zal afstemming plaatsvinden over verwerking in de begroting en de meerjarenraming.
17. Wij delen uw gevraagde aandacht voor de financiële situatie en zijn daar ook alert op. DG&J hanteert de nullijn. Dat betekent dat de begroting 2025 wordt doorgetrokken naar 2026 plus indexatie (m.u.v. jeugdhulp). De incidentele posten
inspanningen in dit kader ook zeer. Echter zijn wij als gemeente ook genoodzaakt om scherpe keuzes te maken om financieel gezond te blijven, aangezien onze bezuinigingsopdracht fors is. Extra uitgaven, zeker als gemeenten hier geen extra middelen vanuit het Rijk voor ontvangen, zijn naar ons idee in strijd met de bestuursopdracht die u vanuit het Algemeen Bestuur ontvangen hebt, namelijk om invulling te geven aan de financiële taakstelling waar de verschillende regiogemeenten mee geconfronteerd worden. Daarnaast is het ook in strijd met de vastgestelde nullijn voor de onderdelen GGD, LVS en Veilig Thuis. Wij verwachten van u doorlopend aandacht voor de financiële situatie. Dordrecht (definitief)
Inleiding 1.In uw kadernota 2026 lezen wij dat de maatschappelijke vraag toeneemt. Meer jeugdigen doen een beroep op jeugdhulp. Bij Leerplicht en Voortijdig Schoolverlaten (LVS), Veilig Thuis (VT) en de Openbare Geestelijke Gezondheidszorg (OGGZ) nemen de meldingen toe. U heeft uiteengezet welke formatie nodig is om, zonder bestuurlijke keuzes en beleidswijzigingen, die groei op te vangen en om te buigen. We zien echter ook dat de financiële middelen en het beschikbare personeel niet meegroeien. Gemeenten hebben vanaf 2026 grote financiële uitdagingen door de terugloop in rijksmiddelen. De begroting van de Gemeenschappelijke Regeling Dienst Gezondheid en Jeugd (GR DG&J) maakt een fors deel uit van onze totale begroting. Daarom moeten we de taken van de GR DG&J kritisch bekijken. Om grip te krijgen op de kosten lopen er bestuursopdrachten van het Algemeen Bestuur en zijn impactanalyses door u opgesteld. In de impactanalyses zijn scenario’s geschetst die op hoofdlijnen neerkomen op: het terugdringen van het aantal meldingen c.q. het lokaal afvangen van meldingen het toekennen van meer middelen om de groei op te vangen het maken van keuzes in (het niveau van) dienstverlening Stevige keuzes zijn nodig. Wij zien in dat dit gevolgen heeft voor onze inwoners en maatschappelijke partners.
Hierop willen we inspelen door in de eerste plaats een beroep te doen op de rol van ouders zelf. Ook willen we een betere samenwerking realiseren met onze lokale teams (bij Dordt Sociaal). Zo houden we samen oog voor onze inwoners die hulp nodig hebben. Waar mogelijk willen we inwoners verwijzen naar informele vormen van ondersteuning en/of willen we de problemen normaliseren. We hebben veel vrijwilligers die opvoedondersteuning of een luisterend oor bieden. Bijvoorbeeld bij Buurtgezinnen, Home-Start en Moeders Informeren Moeders.
Ombuigingen 2. U heeft een taakstelling van 8% verwerkt in de begroting voor de organisatieonderdelen LVS, GGD en VT. Wij bedanken u voor het actief meedenken en het begrenzen van de kosten voor gemeenten. Aanvullend daarop hebben wij in onze perspectiefnota 2025 diverse ombuigingen opgenomen, zoals aanpak fraude in het zorgdomein en een taskforce passende zorg. Wij vragen om uw hulp om deze en komende ombuigingen op uw beleidsterreinen te realiseren. Ook kijken we uit naar de Nota reactie op uitgebrachte zienswijzen Begroting 2026 GR DG&J 5
zijn geen extra middelen ten opzichte van 2025, maar een voortzetting van het incidentele karakter ervan. E.e.a. in overeenstemming met de nullijn. Een uitzondering vormt het voorstel voor de structureel wettelijke taak van Privacy Officer.
1,2. Vanwege de financiële problematiek van gemeenten, heeft het algemeen bestuur besloten tot een taakstelling van 8% op de begroting 2026 van de DG&J (exclusief SOJ/jeugdhulp). Het algemeen bestuur heeft besloten om de begroting van 2025 als nullijn te hanteren voor 2026 voor de onderdelen GGD en Veilig Thuis en de formatie van LVS te verminderen op basis van de uitkomst van de regionale bestuursopdracht leerplicht die onder regie van gemeenten is uitgevoerd. Dit betekent een forse uitdaging, gezien het sterk gestegen aantal meldingen. Náást deze taakstelling, levert de verkenning die is uitgevoerd op basis van de bestuursopdracht ‘Verkenning bijdrage GR DG&J aan verminderen financiële problematiek gemeenten’, geen nadere financiële besparing op in de bedrijfsvoering van de DG&J. Vanwege forse bezuinigingen in 2015 op de bedrijfsvoering van de DG&J, liggen hier geen besparingsmogelijkheden. Deze verwachting was ook al gedeeld in eerdere reactie op zienswijzen. De gewenste besparingen op basis van de bestuursopdracht moeten gevonden worden in de uitvoeringsbudgetten. De bestuursopdracht bevestigt het beeld dat gemeenten als opdrachtgever van de DG&J beleidsmatige keuzes kunnen maken die invloed hebben op de omvang van de kosten van de uitvoering. Het jeugdhulpbudget maakt veruit het grootste deel (circa 75%) uit van de begroting van de DG&J.
De meest substantiële besparingen worden verwacht van het Verbeterprogramma betaalbare en beschikbare jeugdhulp en het hervormen van de toegang tot (onder andere) jeugdhulp. Voor het verbeterprogramma en de hervorming van de toegang lopen aparte trajecten die deels respectievelijk volledig onder regie van gemeenten worden uitgevoerd. En waarbij de te maken beleidskeuzes die tot substantiële besparingen kunnen leiden, veelal een lokale bevoegdheid van gemeenten zijn. Gemeenten en SOJ trekken hierin nadrukkelijk gezamenlijk op. Een eerste (globale) inschatting van de omvang van de mogelijke besparingen kan naar verwachting vóór de zomer worden gegeven. Daarnaast starten in 2025 de rechtmatigheidsonderzoeken jeugdhulp die naar verwachting ook tot financiële baten leiden.
resultaten van de bestuursopdracht die de DG&J heeft om bij te dragen aan de bezuinigingsopgave van de gemeente. De uitwerking daarvan moet meer omvatten dan de taakstelling die is doorgevoerd. Wij vragen u concreet om: kritisch te kijken naar opgaven waar afgelopen jaren geld overbleef, zoals de opgave Samen voor Gezond. Zo stelt u gemeenten in staat om zo scherp mogelijk te begroten. wettelijke taken en plustaken in beeld te brengen en zo het Algemeen Bestuur in staat te stellen om in de dienstverlening bij te sturen. Wij vragen u om de keuzes in de dienstverlening zowel bestuurlijk als ambtelijk goed af te stemmen. Ook het monitoren vinden we belangrijk. Keuzes binnen de werkzaamheden van de DG&J kunnen in onze ketensamenwerking doorwerken, waardoor de druk bij lokale partners groter wordt. Begroting 2026 – onderdeel Dienst Gezondheid & Jeugd 3. Voor de begroting 2026 hanteert u de begroting 2025 plus indexatie als kader. Hoewel we sturen op kostenbeheersing zorgt de indexatie van lonen en materieel ervoor dat een structurele verhoging van de inwonerbijdrage nodig is (€1,049 miljoen). Hiermee stemmen we in. Verder heeft u de effecten van de bestuursopdracht Leerplicht en Voortijdig schoolverlaten, het beleidsvoorstel suïcidepreventie en de kosten van de Privacy Officer verwerkt. In aanvulling hierop doet u een aantal voorstellen in de begroting.
Wij zetten hieronder uiteen of we al dan niet daarmee instemmen. Wij gaan akkoord met de structurele uitbreiding van Leerplicht en Voortijdig Schoolverlaten. 4. De kosten voor LVS stelt u structureel bij naar aanleiding van de regionale bestuursopdracht. Op basis van deze bestuursopdracht is gekozen om 15,5 fte toe te kennen. Daarom vraagt u om de gemeentelijke bijdragen op regioniveau met € 256.284 structureel te verhogen. Dit betekent dat wij de incidentele bijdrage van 4,6 fte in 2023, 2024 en 2025 bijstellen naar een structurele uitbreiding van 2,6 fte vanaf 2026. We zijn ons er bewust van dat we daarmee kiezen voor een smalle variant van het uitvoeren van de leerplichttaken. We willen dat leerplicht de focus legt op meldingen boven de wettelijke norm (bij 16 uur in 4 weken verzuim of meer). Deze laten op dit moment een lichte daling zien. Tegelijkertijd zien we dat meldingen waarop geen wettelijke meldplicht rust, stijgen. Vroegsignalering en preventie zijn wenselijk om verergering van problemen te voorkomen. Daarom maken we met onze partners afspraken over de preventieve inzet op verzuim. Dit moet ertoe leiden dat er minder verzuimmeldingen binnenkomen en minder vrijstellingen worden afgegeven.
3. Dank voor uw instemming voor de bijstelling van de gemeentelijke bijdrage voor indexatie.
4. Over de genoemde correctie zijn reeds afspraken gemaakt.
Binnen het programma Dordt West zet de gemeente Dordrecht extra leerplichtconsulenten in. Hiertoe krijgt u een extra bijdrage, maar we betalen ook een deel van onze reguliere inzet (fte) hieruit. Leerplichtconsulenten werkten immers al in dit gebied. Wij vertrouwen erop, dat u dit in de begroting corrigeert. Wij gaan akkoord met de incidentele inzet bij Veilig Thuis. 5. Voor Veilig Thuis Jeugd vraagt u een inwonerbijdrage van € 421.302 op regioniveau (incidenteel 4,5 fte). Aanvullend daarop geven centrumgemeenten Hoeksche Waard en Dordrecht een incidentele subsidie van € 105.325. Wij kunnen ons daarin vinden gezien de prangende situatie op dit moment bij Veilig Thuis, maar kijken hier tegelijkertijd kritisch naar. Omdat het Algemeen Bestuur met het vaststellen van de Kadernota 2026 heeft besloten om voor 2026 de nullijn (begroting 2025 inclusief indexering) te hanteren, is de druk om scherpe keuzes te Nota reactie op uitgebrachte zienswijzen Begroting 2026 GR DG&J 6
5. We realiseren ons dat de uitdaging het aantal meldingen voor VT terug te dringen groot is en dat we hiervoor een stevig beroep moeten doen op het lokale team, teneinde het gewenste resultaat te bereiken. Wij weten dat die inspanning een beroep doet op alle partijen en zetten dan ook vol in op een zorgvuldige aanpassing van de werkwijze en monitoren de effecten graag met u. Daarnaast zullen we de geleerde lessen uit de proeftuin betrekken in de aanpassing van werkproces, zowel intern als in samenwerking met het lokale team en andere partners. Wij blijven positief deelnemen aan het regionale programma Toekomstscenario en zullen u op de hoogte houden van de mogelijkheden die we
maken gestegen. Eén van de maatregelen die u schetst is het versneld overdragen van casussen naar de lokale teams.
zien maar ook van de (landelijke en wettelijke) belemmeringen die op ons pad komen.
Wij verzoeken u dringend om hierin de samenwerking met de gemeente en de lokale teams proactief te zoeken om gezamenlijk tot een goede werkwijze te komen. We zien dat niet alleen op dit vlak, maar binnen het hele sociale domein, veel meer gevraagd wordt van onze lokale teams. Wij verwachten dan ook dat u samen met de gemeenten en de lokale teams, deze ontwikkeling goed monitort en problemen tijdig aankaart. Het zicht op veiligheid van deze meest kwetsbare gezinnen moet te allen tijde gewaarborgd blijven en mag niet enkel verschoven worden van de ene organisatie naar de andere. In dit kader zijn we blij met uw deelname aan de proeftuin in Dordt West waar u vanaf 1 april jl. samen met Dordrecht Sociaal, aantal casussen samen triageert. We verzoeken u de geleerde lessen uit die proeftuin te gebruiken in de verdere samenwerking met het lokale team. Naast een versnelde overdracht van casussen naar de lokale teams verzoeken wij u, samen met ketenpartners zoals de politie en de raad van de kinderbescherming, ook andere oplossingsrichtingen te onderzoeken die leiden tot een afname van de druk op de organisatie. Eén van de centrale onderdelen van het landelijk en regionaal programma Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming is de ontwikkeling van Regionale Veiligheidsteams (RVT’s). Veilig Thuis maakt onderdeel uit van een RVT.
U geeft in uw begroting aan dat u, afhankelijke van landelijke besluitvorming, in 2026 een start maakt met de vorming van een RVT. Tegelijkertijd is daar in de begroting geen financiële post voor opgenomen. Ook in de voorjaarsnota van het Rijk zijn helaas, vanaf 2026, geen middelen opgenomen voor de transitie van het Toekomstscenario. Wij hebben vernomen dat het Landelijk Netwerk Veilig Thuis zich heeft teruggetrokken van de landelijke overlegtafels rondom het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming. We zijn blij dat u deze terugtrekkende beweging regionaal niet hebt gezet en verwachten dat u ons proactief blijft informeren over deze ontwikkelingen. Niet alleen inhoudelijk maar ook welke mogelijke financiële gevolgen dit met zich meebrengt voor de regio Zuid-Holland Zuid. Wij willen op een later moment de bijdrage voor suïcidepreventie bepalen 6. U stelt voor om € 259.240 te alloceren voor de aanpak van suïcidepreventie óf een nader te bepalen deel daarvan. Wij constateren dat het Rijk deze regeling nog concreet moet maken. Wij weten niet precies hoeveel geld er beschikbaar komt voor het uitvoeren van deze nieuwe wettelijke taak. Ondertussen werkt de DG&J samen met de gemeenten proactief uit wat we zowel regionaal als lokaal aan suïcidepreventie willen doen. Wij kunnen de lijn volgen om ook regionaal samen te werken en zo de expertise te bundelen.
Maar wij vragen u om eerst aan de raden een (inhoudelijk) voorstel voor te leggen of en zo ja welke taken van de nieuwe Wet integrale suïcidepreventie zij willen delegeren aan de DG&J. Voordat het Algemeen Bestuur van de DG&J hiervoor middelen in de begroting opneemt. Op basis van dit voorstel kunnen de benodigde middelen beschikbaar gesteld worden. Wij vragen het AB tot slot om, bij het delegeren van taken, die taken doelmatig uit te voeren en hiervoor de minimaal extra benodigde middelen aan te vragen. We willen daarbij binnen de bandbreedte van de rijksmiddelen blijven. Nota reactie op uitgebrachte zienswijzen Begroting 2026 GR DG&J 7
6. Dank voor uw steun en instemming. Wij nemen het initiatief om te komen tot een regionaal implementatieplan, binnen de door de gemeenten gestelde inhoudelijke en financiële kaders.
Wij gaan nog niet akkoord met het onttrekken van €114.066 uit de bestemmingsreserve voor Mentale Gezondheid. 7. U stelt voor een bedrag van € 114.066 te onttrekken uit de bestemmingsreserve voor Mentale Gezondheid. Door het ontbreken van een concreet voorstel voor de besteding van deze middelen kunnen we niet akkoord gaan met het onttrekken van dit bedrag uit de bestemmingsreserve Mentale Gezondheid.
7. Dank voor uw steun en instemming. Wij nemen het initiatief om te komen tot een regionaal implementatieplan, binnen de door de gemeenten gestelde inhoudelijke en financiële kaders.
Wij gaan akkoord met de incidentele formatie bij het Meldpunt Zorg en Overlast. 8. Voor het Meldpunt Zorg en Overlast vraagt u een totale inwonerbijdrage van € 145.964 op regioniveau (incidenteel 1 fte). Wij stemmen in met het incidenteel financieren van 1 fte bij het Meldpunt Zorg en Overlast voor het jaar 2026. Er is aangetoond dat het aantal meldingen OGGZ en de complexiteit van de problematiek substantieel is toegenomen. Wij vinden het van belang om op regionaal niveau met de DG&J verder te werken aan duurzame afspraken met betrekking tot het takenpakket OGGZ en daarbij passende financiering.
8. Dank voor uw steun en instemming.
Wij gaan akkoord met de structurele kosten voor de Privacy Officer. 9. U vraagt een structurele bijdrage van € 115.000 op regioniveau voor de Privacy Officer. Wij gaan hiermee akkoord. Zo wordt de functie van Functionaris Gegevensbescherming en de functie van Privacy Officer volgens de richtlijnen van de Autoriteit Persoonsgegevens gescheiden.
9. Dank voor uw instemming.
Overige kanttekeningen/opmerkingen Pandemische paraatheid en seksuele gezondheid 10. Het rijk heeft in de voorjaarsnota 2025 de voorgestelde bezuiniging op pandemische paraatheid niet gecorrigeerd. Wij hanteren als uitgangspunt dat u voor de begroting 2026 binnen de middelen moet blijven die het rijk beschikbaar stelt. Wij verwachten van u dat u deze ontwikkelingen volgt en waar nodig de personele inzet aanpast in 2026. Ook op het gebied van seksuele gezondheid is de rijksbijdrage onduidelijk. Daarvoor hanteren wij hetzelfde uitgangspunt. Oog voor werkdruk 11. We zien in dat we veel vragen van de Dienst Gezondheid en Jeugd. Daarom willen we kijken naar onze eigen rol in relatie tot de beheersbaarheid van maatschappelijke groei. Wij willen oog houden voor de werkzaamheden en werkdruk van onze leerplichtambtenaren, medewerkers bij Veilig Thuis en medewerkers bij het Meldpunt Zorg & Overlast. Lokaal vinden we dit ook van belang bij Dordt Sociaal. Het spanningsveld tussen maatschappelijke groei en beperkte middelen is in 2026 urgent. Begroting 2026 – onderdeel Serviceorganisatie Jeugd ZHZ 12. Net zoals in de begroting 2025 en het meerjarenperspectief heeft u ervoor gekozen om zowel geen groei ten opzichte van 2025 als geen besparingen op te nemen voor de begrote jeugdhulpuitgaven vanaf 2026. We zijn hier geen voorstander van.
Wij vragen u de reële groei te ramen op 2,4% conform de CPB ramingen 2027-2033 en daarnaast in te zetten op ombuigingen en verschuiving naar het voorveld. Wij vragen u om besparingen/ombuigingen op te nemen Verbeterprogramma beschikbare en betaalbare jeugdhulp Nota reactie op uitgebrachte zienswijzen Begroting 2026 GR DG&J 8
10. Wij volgen de ontwikkelingen ten aanzien van pandemische paraatheid en seksuele gezondheid nauwgezet volgen en blijven ons inzetten om binnen de beschikbare middelen de noodzakelijke maatregelen te treffen.
11. Wij danken u voor uw aandacht voor de werkdruk en herkennen ons hierin. DG&J en gemeenten werken samen en maken afspraken om het door u genoemde spanningsveld te managen. Binnen de DG&J wordt op dit moment een meerjarig vitaliteitsprogramma uitegrold, waarbij ook aandacht is voor de mentale gezondheid van onze medewerkers. 12. De raming van de indexatie volgt de landelijke tariefafspraken welke ook contractueel zijn vastgelegd. Wij zullen de door u voorgestelde reële groei verwerken in de cijfers van de gemeente Dordrecht.
13. De maatregelen uit het verbeterprogramma zijn inmiddels doorgerekend. Met gemeenten zal afstemming plaatsvinden over verwerking in de begroting en de meerjarenraming.
13. Binnen het verbeterprogramma worden nieuwe contracten met jeugdhulpaanbieders afgesloten met aangescherpte criteria, werken we gezamenlijk aan een scherpere afbakening van jeugdhulp en werken we lokaal aan een meer integrale, gerichte toegang tot jeugdhulp. De verschillende maatregelen zullen zowel de kwaliteit van de geboden jeugdhulp verhogen als financiële besparingen opleveren. We vragen u de besparing per maatregel door te rekenen en te verwerken in de definitief vast te stellen begroting 2026, en de onzekerheden te verwerken in de risicoparagraaf. Zo werken we met elkaar toe naar de situatie ‘geen groei – wel besparingen’. Dit is noodzakelijk om de jeugdhulpuitgaven, als onderdeel van de totale uitgaven binnen het sociaal domein, beheersbaar te houden. Rechtmatigheidsonderzoeken 14. In 2025 is uw dienst gestart met rechtmatigheidsonderzoeken. Wij verwachten dat met deze verscherpte blik middelen gerestitueerd kunnen worden en zorgaanbieders zorgvuldig(er) omgaan met het declareren van prestaties/kosten. Wij ramen, dat de aanpak zorgfraude jaarlijks € 375.000 aan netto-besparing (lees: kostenreductie) voor Dordrecht kan opleveren. Graag vernemen we welk besparingspotentieel door rechtmatigheidsonderzoeken u voor ogen heeft. We vragen om in uw begroting 2026 alvast rekening te houden met een besparing.
We achten de kans op een positieve evaluatie van de rechtmatigheidsonderzoeken erg groot. Jeugdhulp naar voren 15. Onder de noemer Jeugdhulp naar voren zijn we in 2025 een pilot gestart, waarbij Dordrecht Sociaal beschikkingsvrije jeugdhulp biedt. Die hulp is meer dichtbij, integraal en groepsgericht. We verwachten hiermee een kwalitatieve verbetering van de geboden hulp en mogelijk een financiële besparing. In 2026 willen we deze basishulp van Dordrecht Sociaal uitbreiden. We beogen met name de instroom op de producten begeleiding specialistisch, begeleiding regulier, begeleiding basis en behandeling Jeugd& Opvoedondersteuning uit inkoopsegment 4 vanaf 2026 te laten afnemen. Het gaat dan om de afbouw van het aantal doorverwijzingen vanuit Dordrecht Sociaal naar de regionaal gecontracteerde jeugdhulp, omdat Dordrecht Sociaal meer jeugdigen zelfstandig kan ondersteunen in samenhang met de gezinssituatie. Daarnaast richten we ons op het normaliseren en verwijzen we door naar algemene voorzieningen zoals het jongerenwerk. Vooralsnog ramen we hiervoor een schuif met een bandbreedte tussen €1 mln. en €3 mln. van de regionale zorgmarkt naar de lokaal georganiseerde jeugdhulp vanaf 2026. 16. We willen realistisch begroten.
Vandaar dat wij graag met u het overleg aangaan, zodat het college - bij voorkeur in het 3e kwartaal 2025 - een meer gedetailleerde berekening van de verwachte omvang van deze schuif kan bepalen. Ook vragen wij u om de kosten van de regionale zorgmarkt vooralsnog te verlagen met €1 mln. in/vanaf 2026. Zodat we daadwerkelijk onze lokaal georganiseerde jeugdhulp vanaf 2026 kunnen uitbreiden. Onze ambtenaren maken graag met de Serviceorganisatie Jeugd ZHZ en met Dordrecht Sociaal afspraken over het realiseren van deze ombuiging. Meerjarenbegroting in relatie tot de Hervormingsagenda Jeugd 17. Nadat u uw begroting heeft opgesteld, heeft het Rijk de Voorjaarsnota gepubliceerd. Daarin zijn adviezen van de commissie van Ark verwerkt. Mede op basis hiervan is besloten om de korting op het gemeentefonds voor de Hervormingsagenda Jeugd met twee jaar uit te stellen. Echter in de jaren daarna zijn extra kortingen op het Nota reactie op uitgebrachte zienswijzen Begroting 2026 GR DG&J 9
14. De rechtmatigheidsonderzoeken zijn zoals afgesproken voor 2025 incidenteel in de begroting opgenomen, met daar tegenover besparingen. Aan het einde van het jaar zal een tussentijdse evaluatie worden opgeleverd met een eventueel voorstel voor continuering en verwerking in een begrotingswijziging
15. Dank voor het delen van deze plannen
16. De post regionale zorgmarkt zal verlaagd worden met € 1 mln in de begroting voor Dordrecht.
17. Maatregelen in de Hervormingsagenda worden niet (automatisch) opgenomen in de begroting. Verkorting van de trajectduur is al opgenomen in het Verbeterprogramma betaalbare en beschikbare jeugdhulp. Ten aanzien van invoering eigen bijdrage zal eerst nadere uitwerking en besluitvorming moeten plaatsvinden alvorens de impact in de begroting kan worden opgenomen.
Gorinchem (concept)
gemeentefonds opgenomen. De commissie van Ark en het Rijk geven aan dat de beoogde maatregelen nog niet voldoende geïmplementeerd zijn en gemeenten hierin ook rol hebben. Wij vragen u, daar waar het binnen uw mogelijkheden ligt, voortvarend bij te dragen aan het realiseren van de Hervormingsagenda Jeugd en de daarmee beoogde besparingen. Ook vragen wij u te rapporteren op alle inspanningen, zodat wij richting het Rijk kunnen aantonen dat wij als gemeente het maximaal mogelijke hebben gedaan om de Hervormingsagenda te realiseren. Het Rijk heeft ook twee nieuwe maatregelen opgenomen, namelijk de invoering van een eigen bijdrage en het verkorten van de trajectduur. Wij vragen u deze twee maatregelen taakstellend op te nemen in uw meerjarenbegroting conform de bedragen die voor onze regio gelden (in afwachting van een wetswijziging van het Rijk). 1. Op 15 april 2025 hebben wij uw brief ontvangen waarin u de gemeenteraad verzoekt te komen tot een zienswijze op de conceptjaarstukken 2024 en de conceptbegroting 2026 van de Dienst Gezondheid & Jeugd Zuid-Holland Zuid. U stelt de raad in de gelegenheid om uiterlijk 19 juni 2025 met deze zienswijze te komen. Deze datum is wederom niet haalbaar gebleken.
Vanwege de wettelijke termijnen binnen de Wet op de Gemeenschappelijke Regelingen heeft u daarom eerder de conceptzienswijze van de raad ontvangen onder voorbehoud van definitieve vaststelling door de raad op 3 juli 2025. Bij deze ontvangt u onze zienswijze. Gemeenschappelijke adviescommissie 2. De raad heeft al meermalen ingezet op een gemeenschappelijke adviescommissie. Acht van de tien gemeenten zijn hier voorstander van. Het standpunt van de twee andere gemeenten zijn ons niet bekend. Kunt u aangeven hoever het hiermee staat en of er al voorbereidingen worden getroffen om deze commissie vorm te geven?
1. Dank voor het toesturen van uw concept reactie.
2. Bij het vaststellen van de wijziging van de tekst van gemeenschappelijke regeling na de uitgebrachte zienswijzen, heeft het algemeen bestuur afgesproken dat het punt over de raadsadviescommissie terugkomt in de vergadering van 10 juli 2025. Dan zullen de gemeenten Dordrecht en Hoeksche Waard mondeling terugkoppelen of hun raden bezwaar hebben tegen het oprichten van een raadsadviescommissie. Als zij dit niet hebben, dan kan de commissie worden opgericht nadat alle 10 gemeenteraden de 8e wijziging van de gemeenschappelijke regeling lokaal hebben vastgesteld. We verwachten dat dit in december 2025 het geval is. De DG&J zal dan een procesvoorstel doen voor de oprichting van de commissie
Conceptbegroting 2026 Onderdeel GGD, Veilig Thuis, Leerplicht en Voortijdig Schoolverlaten 3. Uw voorstellen in de begroting 2026 leiden tot een ophoging van de gemeentelijke inwonerbijdrage aan DG&J. Desondanks kunnen wij ons vinden in het financiële uitgangspunt, te weten de begroting 2025, de toegepaste indexeringen en de uitgaven die onontkoombaar zijn. Wel missen wij de uitwerking van de bestuursopdracht waarin DG&J inventariseert welke mogelijkheden er zijn om bij te dragen aan de financiële positie van gemeenten. In uw begeleidende brief geeft u slechts aan dat de DG&J en gemeenten werken aan de bestuursopdracht. We zien graag z.s.m. een voortgangsbericht hierover tegemoet, temeer omdat wij hier vorig kalenderjaar ook al aandacht voor hebben gevraagd. Los van de bestuursopdracht willen wij u ook aanmoedigen om waar mogelijk besparingen op te nemen in de begroting 2026.
Nota reactie op uitgebrachte zienswijzen Begroting 2026 GR DG&J 10
3. Dank voor uw instemming. Vanwege de financiële problematiek van gemeenten, heeft het algemeen bestuur besloten tot een taakstelling van 8% op de begroting 2026 van de DG&J (exclusief SOJ/jeugdhulp). Het algemeen bestuur heeft besloten om de begroting van 2025 als nullijn te hanteren voor 2026 voor de onderdelen GGD en Veilig Thuis en de formatie van LVS te verminderen op basis van de uitkomst van de regionale bestuursopdracht leerplicht die onder regie van gemeenten is uitgevoerd. Dit betekent een forse uitdaging, gezien het sterk gestegen aantal meldingen. Náást deze taakstelling, levert de verkenning die is uitgevoerd op basis van de bestuursopdracht ‘Verkenning bijdrage GR DG&J aan verminderen financiële problematiek gemeenten’, geen nadere financiële besparing op in de bedrijfsvoering van de DG&J. Vanwege forse bezuinigingen in 2015 op de bedrijfsvoering van de DG&J, liggen hier geen besparingsmogelijkheden. Deze verwachting was ook al gedeeld in eerdere reactie op zienswijzen. De gewenste besparingen op basis van de bestuursopdracht moeten gevonden worden in de uitvoeringsbudgetten. De bestuursopdracht bevestigt het beeld dat gemeenten als opdrachtgever van de DG&J beleidsmatige keuzes kunnen maken die
invloed hebben op de omvang van de kosten van de uitvoering. Het jeugdhulpbudget maakt veruit het grootste deel (circa 75%) uit van de begroting van de DG&J. De meest substantiële besparingen worden verwacht van het Verbeterprogramma betaalbare en beschikbare jeugdhulp en het hervormen van de toegang tot (onder andere) jeugdhulp. Voor het verbeterprogramma en de hervorming van de toegang lopen aparte trajecten die deels respectievelijk volledig onder regie van gemeenten worden uitgevoerd. En waarbij de te maken beleidskeuzes die tot substantiële besparingen kunnen leiden, veelal een lokale bevoegdheid van gemeenten zijn. Gemeenten en SOJ trekken hierin nadrukkelijk gezamenlijk op. Een eerste (globale) inschatting van de omvang van de mogelijke besparingen kan naar verwachting vóór de zomer worden gegeven. Daarnaast starten in 2025 de rechtmatigheidsonderzoeken jeugdhulp die naar verwachting ook tot financiële baten leiden.
Onderdeel Veilig Thuis 4. Vorig jaar gaf u aan dat er sprake was van een forse toename in het aantal meldingen (autonome groei). Deze toename maakte dat u vorig jaar om extra formatie hebt verzocht om binnen de gestelde wettelijke termijnen van afhandeling te blijven. U gaf aan in 2025 7,25 fte extra formatie nodig te hebben. Op basis van alle ingediende zienswijzen in de regio Zuid-Holland Zuid is vorig jaar besloten u incidenteel 4,5 fte extra formatie te geven. De consequenties van deze keuze heeft u samen met het programmateam Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming uitgewerkt in een impactanalyse met mogelijke maatregelen. Omdat het Algemeen Bestuur met het vaststellen van de Kadernota 2026 heeft besloten dat voor 2026 de nullijn (begroting 2025 inclusief indexering) geldt, is de druk om scherpe keuzes te maken gestegen, zo geeft u aan. Eén van de maatregelen die u schetst is het versneld overdragen van casussen naar de lokale teams. U geeft aan dat dit inspanningen vraagt van Veilig Thuis én van gemeenten en hun Lokaal Team. U geeft daarbij tevens aan dat dit verder wordt uitgewerkt in 2025. We waarderen het feit dat Veilig Thuis actief op zoek is gegaan naar mogelijkheden om de samenwerking met het lokale veld efficiënter in te richten. Tegelijkertijd vinden we zorgvuldigheid hierin belangrijk.
De komende jaren gaat er niet alleen op dit vlak, maar binnen het gehele sociale domein, veel meer gevraagd worden van onze Lokale Teams. Wij verwachten dan ook van u dat u samen met de gemeenten en de lokale teams, deze ontwikkeling goed monitort en problemen tijdig aankaart. Het zicht op veiligheid van deze meest kwetsbare gezinnen moet te allen tijde gewaarborgd blijven en mag niet enkel verschoven worden van de ene organisatie naar de andere. U vraagt wederom om een incidentele uitbreiding van 4,5 fte waarvoor regionaal een aanvullende regionale inwonerbijdrage van € 421.302 nodig is. Wij kunnen ons daarin vinden gezien de prangende situatie op dit moment bij Veilig Thuis, maar kijken hier tegelijkertijd ook kritisch naar. De uitkomst van bovenstaande impactanalyse zal een duidelijke richting moeten gaan geven voor de komende jaren. Het verbaast ons wel dat u dit verzoek om een incidentele bijdrage niet als apart voorstel aan ons hebt voorgelegd. Het betreft immers een keuze die van invloed is op de hoogte van de gemeentelijke bijdragen. Het was daarmee zuiverder geweest als u dat als apart voorstel had opgenomen in lijn met de voorstellen zoals die zijn gepresenteerd in hoofdstuk 1 van de conceptbegroting 2026. Nota reactie op uitgebrachte zienswijzen Begroting 2026 GR DG&J 11
4. We realiseren ons dat de uitdaging het aantal meldingen voor VT terug te dringen groot is en dat we hiervoor een stevig beroep moeten doen op het lokale team, teneinde het gewenste resultaat te bereiken. Wij weten dat die inspanning een beroep doet op alle partijen en zetten dan ook vol in op een zorgvuldige aanpassing van de werkwijze en monitoren de effecten graag met u. Daarnaast zullen we de geleerde lessen uit de proeftuin betrekken in de aanpassing van werkproces, zowel intern als in samenwerking met het lokale team en andere partners. Wij blijven positief deelnemen aan het regionale programma Toekomstscenario en zullen u op de hoogte houden van de mogelijkheden die we zien maar ook van de (landelijke en wettelijke) belemmeringen die op ons pad komen.
Eén van de centrale onderdelen van het landelijk en regionaal programma Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming is de ontwikkeling van Regionale Veiligheidsteams (RVT’s). Veilig Thuis maakt onderdeel uit van een RVT. U geeft in uw begroting aan dat u, afhankelijke van landelijke besluitvorming, in 2026 een start maakt met de vorming van een RVT. Tegelijkertijd is daar in de begroting geen financiële post voor opgenomen. Ook in de voorjaarsnota van het Rijk zijn helaas, vanaf 2026, geen middelen opgenomen voor de transitie van het Toekomstscenario. Daarnaast hebben wij vernomen dat het Landelijk Netwerk Veilig Thuis zich heeft teruggetrokken vande landelijke overlegtafels rondom het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming. We zijn blij dat u deze terugtrekkende beweging regionaal niet hebt gezet en verwachten dat u ons pro actief blijft informeren over deze ontwikkelingen. Niet alleen inhoudelijk maar ook welke mogelijke financiële gevolgen dit met zich meebrengt voor de regio Zuid-Holland Zuid. Onderdeel Openbare Geestelijke Gezondheidszorg (OGGZ) 5. Wij kunnen instemmen met het incidenteel financieren van 1 fte ten behoeve van het meldpunt Zorg en Overlast voor het jaar 2026. Er is afdoende aangetoond dat het aantal meldingen OGGZ en de complexiteit van de problematiek substantieel is toegenomen en mogelijk in de toekomst nog zal toenemen.
Wij vinden het van belang om verder te werken aan een basispakket voor OGGZ in combinatie met een af te nemen pluspakket.
5. Dank voor uw steun en instemming.
Met de begroting 2026 legt u specifiek een drietal voorstellen aan ons voor. Bestuurlijke opdracht Leerplicht 6. Wij kunnen ons vinden in de geschetste lijn rond Leerplicht vanwege de nauwe betrokkenheid van gemeenten op het proces en de uitkomsten. Wij zijn het daarom ook eens met het terugbrengen van de formatie naar 15,5 FTE. Deze formatie zien wij als toereikend om in nauw overleg met het onderwijs en andere partners te komen tot een optimalisatie van leerplichttaken. Wij zijn ook hoopvol waar in de onderliggende notitie (bestuursopdracht LVS) gesproken wordt over een meer subregionale aanpak. Zeker ook omdat Gorinchem grenst en samenwerkt met gemeenten waar Leerplicht anders is georganiseerd. Suïcidepreventie 7. Akkoord met de wijze waarop deze taak wordt belegd bij de dienst en de overheveling van bijbehorende gemeentelijke middelen die van het rijk worden ontvangen. Wel vinden wij dat het budgettair neutraal verwerkt moeten worden in de begroting van uw Dienst, zodat het geen onverwachte meerkosten voor gemeenten gaat opleveren. Privacy officer 8. Wij kunnen ons, vanwege de wettelijke taak, vinden in het voorstel voor een extra aanvullende bijdrage van structureel € 115.000. 9.