CConstaterende datPapendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

A39. 20210902 Papendrecht, Haalbaarheidsonderzoek VO.pdf

Commissie Samenleving Papendrecht 16 september 2021, gemeente PapendrechtBij agendapunt: 6: Lijst ingekomen stukken en mededelingen4.786 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●

www.hevo.nl

Memo ●●●●●●●●●●●●●●●

Aan Van Datum Project Referentie Betreft

Gemeente Papendrecht Gerhard Jacobs 30 augustus 2021 haalbaarheidsstudie huisvesting VO Papendrecht 1663802-0022.1.0 Advies op Concept Haalbaarheidsonderzoek VO

●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●● ●●●●●●●●●●●●●●●●●●

1. Inleiding Bureau Synarchis heeft in het kader van haar opdracht tot het uitvoeren van het haalbaarheidsonderzoek naar de toekomstige huisvesting voor het Voortgezet Onderwijs in Papendrecht haar conceptrapport opgeleverd. In dit memo wordt het advies van bureau Hevo geformuleerd op dit conceptrapport, in vervolg op de digitale bijeenkomst van 22 juli 2021. Het eindrapport sluit – uiteraard – aan op de eerdere fasedocumenten van bureau Synarchis; op onderdelen wordt in dit memo dan ook aangesloten op onze eerdere adviezen op genoemde fasedocumenten. 2.

Algemeen

2.1. Opbouw en benadering van de haalbaarheidsonderzoek Bureau Synarchis heeft het onderzoek gestructureerd en toegankelijk vormgegeven. Door een consistente definitie van de scenario’s en de bijbehorende analyses, geeft het rapport een duidelijk beeld van de omvang, mogelijkheden en keuzes die gemaakt kunnen worden ten aanzien van de mogelijke invulling van de onderwijshuisvesting voor het Voortgezet Onderwijs. De rapportage van bureau Synarchis is opgebouwd in twee delen: Deel 1 bevat de visie en analyse; deel 2 geeft een omschrijving en uitwerking in termen van financiën, ruimtelijke verkenning en fasering. Passend bij deze fase kent de studie een vrij hoog abstractieniveau; dit is nodig om op hoofdlijnen de besluitvorming te begeleiden die het voorkeursscenario (met eventuele terugvalopties) zal benoemen. Het is daarmee ook duidelijk dat na deze fase van het haalbaarheidsonderzoek, er nog een omvangrijk traject zal moeten plaatsvinden, waarbij programma, ruimtelijke inpassing en financiële dekking worden onderzocht en uiteindelijk kunnen worden vastgesteld. Pas dan zal er ook sprake zijn van het definitief kunnen vaststellen van de feitelijke haalbaarheid van het dan uitgewerkte scenario.

1663802-0022.1.0

Pagina 1 van 5

●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●

●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●

●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●

●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●

●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●

Statenlaan 8

Postbus 70501

T +31 (0)73 6 409 409

info@hevo.nl

KvK Brabant 16029774

●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●

●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●

●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●

●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●

●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●

5223 LA 's-Hertogenbosch

5201 CB 's-Hertogenbosch

F +31 (0)73 6 410 118

ISO 9001-gecertificeerd

BTW 0011.60.461.B01

●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●

www.hevo.nl

3.

Deel 1: Visie en analyse

3.1. Visie op onderwijs en huisvesting Het rapport formuleert per onderwijsinstelling op een gelijkwaardig niveau de visie die elk van de schoolbesturen heeft op haar onderwijs, de samenwerkingspartners en de huisvestingssituatie van de betreffende scholen. In hoge mate gaat het hier om informatie die door het onderwijs zelf is aangeleverd; daarmee staat deze informatie niet ter discussie. Een sterk punt in het rapport is dat eveneens de visie van de gemeente Papendrecht is opgenomen ten aanzien van het Voortgezet Onderwijs in haar gemeente. Daarmee wordt duidelijk dat het toekomstige investeringsbesluit – uiteraard in eerste instantie bedoeld voor het onderwijs – ook een breder doel dient. 3.2. Visie op samenwerking De visie op samenwerking wordt gedefinieerd volgens het model van samenwerking op de niveaus: mindware – software – hardware. Dit geeft een goed handvat om samenwerking ook concreet te formuleren. Alhoewel duidelijk is dat de weergave van de mogelijkheden die gezien worden in samenwerking voor een groot deel afhankelijk is van de visie vanuit de scholen, zou daarbij de visie vanuit de gemeente wat sterker kunnen worden neergezet. Temeer omdat de uiteindelijke opbrengsten in samenwerking op het fysieke niveau (hardware: gebouwen en faciliteiten) vrij beperkt wordt gezien, zo blijkt uit de analyse.

En dit terwijl er juist op dit fysieke niveau een aanzienlijke investering wordt verwacht van partijen. Advies is om de mogelijkheden tot samenwerking tussen de scholen in termen van gebouwen en faciliteiten niet alleen te bezien vanuit de huidige visie, maar om ook mogelijkheden te scheppen voor een zich ontwikkelende samenwerking in de toekomst. Gebouwen en faciliteiten worden immers voor tientallen jaren (40+ jaar) gerealiseerd. Daarmee zal de toekomstwaarde van de investering naar verwachting toenemen. 3.3. Ruimtebehoefte VO-Scholen De berekende ruimtebehoefte is conform Verordening bepaald aan de hand van de extern vastgestelde leerlingprognoses, met een termijn van +15 jaar. De prognoses zijn over deze periode relatief stabiel (in tegenstelling tot de periode hiervoor). Als uitgangspunt wordt het toe te rekenen leerlingaantal bepaald op het gemiddelde van de prognoses voor de komende 15 jaar. Gezien de stabiliteit van deze prognoses is dit een pragmatisch en realistisch uitgangspunt. Het rapport maakt terecht melding van een wijziging van methodiek van het bepalen van de bijbehorende ruimtebehoefte van de onderwijsgebouwen in bruto metrage. In lijn met het landelijke beeld leidt deze herziene berekeningswijze – per 1 januari jl. gepubliceerd door VNG – tot een moeilijk verklaarbaar lager metrage ten opzichte van de hiervoor jaren toegepaste rekenmethodiek.

De bandbreedte-benadering die door Synarichis wordt toegepast geeft hier een passend antwoord op.

1663802-0022.1.0, d.d. 30 augustus 2021

Pagina 2 van 5

●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●

www.hevo.nl

Ten aanzien van de gymvoorzieningen wordt in de Verordening uitgegaan van normatieve klokuren gebruik, waarbij een gymvoorziening tot maximaal 40 uur per week beschikbaar is voor het onderwijs. Daarbij wordt op grond van onderwijsprogramma een extra (bovennormatieve) gymzaal toegevoegd voor één van de scholen. Dit is uiteraard toegestaan binnen de regelgeving; wel zal hiermee rekening gehouden moeten worden bij de verdere uitwerking van de dekking van de investering, om daarmee de balans te houden tussen partijen. 3.4. Combinatiekansen De combinatiekansen zijn pragmatisch geformuleerd. Het is in termen van risicobeheersing van belang om ruimtelijke ontwikkelingen en kansen buiten het onderwijs weliswaar te zien; ook is het van belang om deze te ontkoppelen, zodat de toekomst van het onderwijs niet afhankelijk wordt gemaakt van bijvoorbeeld mogelijke kansen tot herontwikkeling vrijkomende terreinen. De combinatiekansen – met partijen buiten het onderwijs – worden beperkt gezien. In deze fase is dat overigens realistisch. Aandacht wordt gevraagd voor de koppeling met Theater de Willem; het inhoudelijke belang van koppeling wordt benoemd; gelijktijdig wordt besluitvorming rondom dit theater buiten de kaders van deze haalbaarheidsstudie geplaatst. Vraag is op welke wijze besluitvorming rondom dit theater wordt vormgegeven. 3.5.

Locatieverkenning In de verkenning van locaties wordt aangesloten op de bestaande locaties van de scholen. Een pragmatisch uitgangspunt dat in de verdere ontwikkeling daarmee risico’s van verwerving, planologie en verkeer voor een belangrijk deel uitsluit. Ten aanzien van de geformuleerde eigendomssituatie op de locatie Vijzellaan wordt geadviseerd om de daar genoemde situatie te formuleren in termen van juridisch en economisch eigendom (aparte begrippen); indien blijkt dat er – op welke locatie dan ook – sprake is van economisch claimrecht van één van de onderwijsinstellingen, dan dient de omgang daarmee een belangrijke plaats te krijgen in het vervolgtraject na vaststelling van dit haalbaarheidsonderzoek. 4.

Deel 2: Scenario’s

4.1. Uitgangspunten scenario’s De gekozen uitgangspunten voor de scenario’s geven een goede inkadering – en daarmee pragmatische beperking – van de ontwikkelde scenario’s. Ten aanzien van de ruimtelijke inpassing kan gesteld worden dat de ruimtelijke “footprint” wel erg veilig is gekozen. Er wordt daarvoor ruimtelijk 60% van het totale vloeroppervlak voorzien; bij een verwachte bouwhoogte van 3 lagen is 50% ook ruim voldoende. Dit gegeven is van belang om daarmee de ruimtelijke inpassing van samenwerking of combinatiekansen niet op voorhand teveel te belasten. Met andere woorden: met een kleinere (realistische) footprint, kan er meer op de getoonde locaties worden geplaatst dan wellicht nu lijkt. De uitgangspunten voor de fasering zijn realistisch en in termen van risicobeperking goed geformuleerd. Met name het voorkomen van tijdelijke huisvesting is een uitgangspunt om vast te houden.

1663802-0022.1.0, d.d. 30 augustus 2021

Pagina 3 van 5

●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●

www.hevo.nl

4.2. Scenario’s De getoonde (4) scenario’s worden gelijkwaardig in uitwerking en abstractie getoond; daarmee worden keuzemogelijkheden (ook letterlijk) goed in beeld gebracht. Ruimtelijke programmering, inpassing en fasering zijn helder en realistisch opgezet. Wat evenwel opvalt is dat de beoordelingen vanuit onderwijskundig perspectief in een aantal gevallen de sfeer van een doelredenering bevatten; dit perspectief lijkt te worden ingezet om te komen tot locaties per schoolinstelling. Dit lijkt daarmee eerder een organisatorisch perspectief te dienen, dan een onderwijskundig perspectief. Als voorbeeld wordt genoemd de mogelijkheden die er zijn op het gebied van het realiseren van gezamenlijke voorzieningen voor het VMBO; op meerdere plaatsen in het land worden deze (kapitaalintensieve) voorzieningen juist gecombineerd, om daarmee een breed aanbod van profielen per school duurzaam in stand te houden en daarmee keuzevrijheid voor leerlingen te dienen. Het argument dat daarmee segregatie in de hand wordt gewekt, is alleen van toepassing wanneer de onderwijslocaties niet in elkaars nabijheid worden gerealiseerd. Scenario’s 3 en 4 tonen dat er wat dat betreft ook mogelijkheden zijn in de ruimtelijke organisatie van het Voortgezet Onderwijs in Papendrecht.

In het algemeen is bovenstaande reactie bedoeld als aanmoediging aan partijen om in dit traject – nu het nog aan het begin staat – letterlijk en figuurlijk de ruimte te creëren voor de kansen die samenwerking binnen het VO (en met derden) kan bieden. De stap om nu definitief te kiezen voor scenario 2 (twee keer één) sluit deze kansen af; het advies is om in de uitwerking van de scenario’s na deze fase, ook een scenario mee te nemen waarbij juist wel tot samenwerking en combinatie kan worden gekomen, zoals mogelijk in scenario’s 3 en 4. 4.3. Financiën Synarchis en bureau Benker hebben als onderdeel bij de scenario-studie een passende investeringsraming opgesteld. Deze raming is voorzien van een heldere demarcatie, die past bij de definitie van Stichtingskosten, zoals deze gebruikt wordt in de Verordening. Ramingen zijn op het huidige prijspeil bepaald. Het voor de gebouwen toegepaste kwaliteitsniveau is (uiteraard) passend bij het huidige bouwbesluit, aangevuld met Frisse Scholen, niveau B. Dat laatste is beperkt boven bouwbesluit, en de gemiddelde standaard die op dit moment op nieuwbouw in het onderwijs wordt toegepast. De ramingen zijn overzichtelijk per scenario en onderling goed vergelijkbaar opgesteld en weergegeven. De gebruikte eenheidsprijzen zijn in de bijlage onderbouwd, middels een model referentiegebouw, passend bij de opgave.

Opgemerkt wordt dat de raming realistisch is en zich niet aan de onderzijde van de bandbreedte bevindt; gezien de fase waarin het project zich bevindt een veilige opstelling. Toegevoegd is een overzicht van de verwachte cashflow per jaar. Passend bij de fase is dit een modelmatige benadering; zichtbaar wordt dat de realisatie zich gefaseerd zal bewegen over een periode van 8 jaar, waarmee ook duidelijk wordt dat de totaal geraamde investering ook leidt tot een gefaseerde financiering.

1663802-0022.1.0, d.d. 30 augustus 2021

Pagina 4 van 5

●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●

www.hevo.nl

In verband met de doorlooptijden, dient er rekening gehouden te worden met effecten uit prijsontwikkeling. Huidige ramingen zijn op het prijspeil heden; in de praktijk zal de prijsontwikkeling effect hebben op de benodigde middelen. Gemiddeld genomen leidt dit tot een stijging van de investeringskosten van circa 2 tot 3% per jaar (referentie BDB-index afgelopen 10 jaar). Het is goed dat partijen zich bewust zijn van de demarcatie die is toegepast in de investeringsramingen. Deze zijn helder verwoord, en laten daarmee zien dat er naast de stichtingskosten nog aanvullende opgaves bestaan. Zo zal het onderwijs zich moeten voorbereiden op de kosten die voortkomen uit de benodigde inventaris (meubilair, ICT, AV, etc.) en zal er mogelijk aan de zijde van de gemeente een aanvullende inzet nodig zijn om de infrastructuur in de directe omgeving van de nieuwe locaties aan te passen. Gelijktijdig zijn er ook kansen (mogelijke opbrengsten) die buiten de demarcatie vallen, zoals mogelijk opbrengstpotentieel van vrijkomende locaties. Aandacht wordt gevraagd voor het verschil tussen de geraamde investeringen, en de daaruit volgende dekkingsopgave. Zoals in eerdere fasedocumenten verwoord, zijn er verschillende manieren om met de dekking van de investeringen om te gaan.

Het vraagstuk omtrent TCO en daarmee het betrekken van exploitatie-effecten, maakt nu nog geen onderdeel uit van de doorrekening. De getoonde investeringsramingen zijn evenwel een belangrijk uitgangspunt voor de verdere uitwerking van de wijze van dekking van het plan.

1663802-0022.1.0, d.d. 30 augustus 2021

Pagina 5 van 5

Verslag Rondetafelgesprek huisvesting VO-scholen van 29 juni 2021

VERSLAG VAN HET RONDETAFELGESPREK HUISVESTING VO-SCHOLEN d.d. 29 juni 2021 (aanvang 20.00 uur). Aanwezig: De heer C. de Ruijter, voorzitter; De heer M.H.A. Verweij (PAB), mevrouw H.M. van Wijngaarden (PAB), mevrouw C.A. Middelkoop - Van den Adel (CDA), mevrouw L. Middelkoop (CDA), mevrouw S.H. de Keizer (VVD), de heer J.L. van Erk, (ChristenUnie), de heer A.P.J. den Dekker (ChristenUnie), mevrouw H. Hoekstra (Onafhankelijk Papendrecht), de heer L.T. van Hal (D66), de heer H. Mooij (PvdA) en de heer W. Goudriaan (SGP). De heer K.A. Kloet, directeur CSG De Lage Waard; De heer D.A. Visser, sectordirecteur CSG De Lage Waard; De heer A. Van Genderen, directeur Onderwijsbedrijfsvoering Willem de Zwijger college; De heer P.J. Bakker, adviseur en coördinator binnen Voorzieningenplanning ICSadviseurs; Mevrouw A. Nienkemper, projectleider huisvesting VO-scholen gemeente Papendrecht; De heer M. van Dijk, Teamleider Ruimtelijke Ordening, Grondzaken, Ontwikkeling en Vastgoed gemeente Papendrecht; Mevrouw L. Sandwijk, adviseur en projectmanager Synarchis; Mevrouw S. Maissan, projectondersteuner grondzaken, ontwikkeling en vastgoed gemeente Papendrecht; Mevrouw C. Richter, Senior-adviseur bestuurscommunicatie gemeente Papendrecht. 01.

Opening. De VOORZITTER en de heer KLOET heten de aanwezigen van harte welkom.

02.

Toelichting haalbaarheidsonderzoek. Mevrouw NIENKEMPER verzorgt een presentatie. In antwoord op de vraag van mevrouw VAN WIJNGAARDEN waarom er 4.000 m2 bruto vloeroppervlakte meer nodig is dan in 2019 werd voorzien, geeft mevrouw NIENKEMPER aan dat men nog niet weet of dit werkelijk nodig zal zijn, maar dat de geactualiseerde prognones laten zien dat de in 2018 berekende krimp afvlakt, Dit is een landelijke trend. Op basis van de nieuwe prognose ziet men een stabilisering van het huidige leerlingenaantal. Dit resulteert in 27.000 m2 t.o.v. de eerder berekende 23.000 m2. In de huidige situatie is er 33.000 m2.

03.

Toelichting schoolbesturen samenwerking. De heren KLOET en VAN GENDEREN geven een toelichting op de brief inzake samenwerking. De heer KLOET merkt op dat men er trots op is dat er van de 420 leerlingen die over de afgelopen 3 jaar examen hebben gedaan op beide scholen maar 1 leerling is gezakt.

1

Verslag Rondetafelgesprek huisvesting VO-scholen van 29 juni 2021

Sinds 3 jaar bestaat het Sterk Techniekonderwijs samenwerkingsverband tussen het Loket, de Grienden, het Walburg college, CSG de Lage Waard, het Willem de Zwijger college en het Da Vinci college. De heer VAN GENDEREN zegt dat men voor de uitdaging staat personeel voor het technisch onderwijs te blijven opleiden en leerlingen (vooral meisjes) te verleiden tot techniekonderwijs. Men ziet de urgentie om techniekonderwijs onder de aandacht te brengen en het stigma rondom het Vmbo te ontkrachten. Men nodigt het bedrijfsleven uit in de scholen en creëert stageplaatsen bij deze bedrijven. Om goed techniekonderwijs te kunnen faciliteren zijn goed uitgeruste, eigentijdse gebouwen van belang. Omdat men niet weet welke beroepen er over 10 jaar nog bestaan is het bij de bouw van de scholen belangrijk om flexibel te zijn en moet er ruimte zijn om te innoveren. Omdat het moeilijk is goed personeel te vinden is het belangrijk als werkgever aantrekkelijk te blijven door met goede voorzieningen te werken. Binnen Sterk Techniek is een projectteam (samen met het Da Vinci college) een leerweg Vmbo/Mbo aan het ontwikkelen, waarbij men modules aanbiedt die moeten leiden tot een 2-jarige beroepsgerichte opleiding in Papendrecht. Dit gaat om de opleiding PIE: Produceren, Installeren en Energie en BWI: Bouwen, Wonen en Interieur. M.b.t.

nieuwe ontwikkelingen op het gebied van onderwijs wordt vanaf 2024 de Mavo/Vmbo-tl in klas 3-4 aangepast met een nieuwe leerweg, waarbij leerlingen een praktijkcomponent volgen door deel te nemen aan praktische vaardigheden in het bedrijfsleven, zodat zij een betere keuze voor een vervolgopleiding kunnen maken. Komend jaar zal een tiental scholen in Nederland experimentele projecten uitvoeren om te kijken op welke wijze deze nieuwe leerweg verbonden kan worden aan de beroepsgerichte vakken. Tevens zijn diverse scholen gestart met de VakHavo/techniekHavo, waar leerlingen vanaf klas 1 ca. 5-6 uur per week techniekonderwijs volgen, zodat techniek op alle niveaus de aandacht krijgt dit het verdient. Helaas zijn de Lage Waard en de Willem de Zwijger nog niet zover maar de ambitie is er wel. Omdat beide scholen hechten aan een breed onderwijskundig aanbod dat de techniekontwikkeling bij Havo en Vwo mogelijk maakt is het om te voorzien in het aanbod van 2 goede, gezonde scholen belangrijk de gebouwen hierop voor te bereiden. Vanuit de huidige inzichten en toekomstige ontwikkelingen lijkt het duidelijk dat met het oog op gelijkheid, omdat het Vmbo geen apart stigma moet hebben en er verbinding moet zijn met Havo- en Vwo-leerlingen, een ongedeelde school de beste oplossing is om verder te ontwikkelen.

Sportvoorzieningen, die niet alleen beschikbaar zijn voor de scholen maar ook voor verenigingen, moeten een onlosmakelijk deel zijn van het schoolgebouw. Omdat er zo min mogelijk onderwijstijd verloren moet gaan is het belangrijk dat de sportfaciliteiten zo dicht mogelijk bij de schoolgebouwen zijn. De heer VAN GENDEREN benadrukt dat Papendrecht 2 financieel gezonde scholen heeft en dat er t.b.v. de instandhouding van beide goed onderhouden

2

Verslag Rondetafelgesprek huisvesting VO-scholen van 29 juni 2021

scholen veel geld (miljoenen) wordt uitgeven. Vanuit het oogpunt van de onderhoudsplannen en het financieel beleid is het te nemen besluit over de nieuwbouw, zodat men geen onnodig onderhoud pleegt, heel belangrijk. Verder merkt hij op dat de bekostiging van de scholen in het MO niet bedoeld is om te investeren in steen en dat de verruiming van de regelgeving ruimte biedt voor investering in exploitatie bevorderende maatregelen, maar dat deze moeten voldoen aan allerlei kostbare eisen voor het binnenklimaat. Ondanks dat beide scholen financieel gezond zijn kunnen zij geen grote bijdrage leveren aan de bedragen die hiermee gemoeid gaan. Vragen en antwoorden: M.b.t. het stigma op het Vmbo merkt mevrouw VAN WIJNGAARDEN op dat het beroepsonderwijs goud waard is. In antwoord op haar vraag of er een samenwerkingsverband (zoals met Fokker) met het bedrijfsleven bestaat antwoordt de heer KLOET dat veel bedrijven, i.v.m. de 130 leerlingen die er stagelopen, bij de scholen betrokken zijn. Daarnaast organiseert men 1-2 x per jaar een ontbijtsessie waar men de praktijk van het onderwijs kan zien en geeft men de techniekroute samen vorm. Verder merkt hij op dat de scholen niet door het bedrijfsleven worden gesubsidieerd.

Mevrouw VAN WIJNGAARDEN zegt dat het belangrijk is dat de lijnen met het bedrijfsleven heel kort zijn zodat men, door in de lessen bij te sturen, meer op de praktijk gericht kan zijn. De heer VAN GENDEREN verwijst naar het artikel in de Klaroen over de samenwerking met Mourik, Smit en Maat Transport Alblasserdam. Verder worden bedrijven uitgenodigd voor een bezoek aan het technisch paviljoen (waar wordt geronseld om materiaal binnen te halen). Eén van de ambities van Sterk Techniek is dat bedrijven in het kader van cofinanciering worden gevraagd leerlingen actief kansen te bieden voor de toekomst. De heer VISSER merkt op dat docenten met het oog op de ontwikkelingen van het Sterk Techniekonderwijs naast de technieklessen ook een week per jaar stagelopen. Hun leerlingen worden tijdens die stage door collega’s opgevangen. De heer MOOIJ vindt samen en samenwerking de basis voor de toekomst. In antwoord op zijn vraag naar de plannen voor samenwerking m.b.t. de 2jarige mbo-techniekopleiding in relatie tot de nieuwbouw geeft de heer KLOET aan dat men voor het maken van de 2-jarige BBL-opleiding Vmbo/mbo hoopt de vruchten te plukken van het project Sterk Techniek dat over 2 jaar afloopt.

Inzake samenwerken in 1 ruimte hebben beide scholen in de brief aangegeven dat men datgene wat men tot nu toe heeft bereikt in de eigen bijzondere onderwijskundige concepten alleen zelf en eigenstandig kan doen. Verder is de bezetting van de techniekruimtes dermate groot dat men geen roosterruimte voor anderen over heeft. Daarnaast wil men niet dat er door de disbalans in de verhouding van het aantal beroepsgerichte opleidingen tussen beide scholen een factor van macht/invloed/gezag zou ontstaan.

3

Verslag Rondetafelgesprek huisvesting VO-scholen van 29 juni 2021

Men geeft in de brief aan graag samen te werken als eenheid, dat het voor de Lage Waard al bijzonder is dat men de Vmbo/Mavo-opleiding wenst te koppelen aan de Havo/atheneum-opleiding en dat deze samenwerking van veel groter belang is dan het zoeken naar een klein onderdeel techniek. De heer VAN GENDEREN is, met het oog op het positieve effect op de persoonsvorming dat de verbinding tussen leerlingen met Havo/Vwo heeft, heel blij dat de Lage Waard deze keuze maakt. Ook in de bezetting van de techniekruimte is bij de Willem de Zwijger geen ruimte. Men wenst deze juist te gebruiken om de techniekroutes in de Havo en het Vwo verder te ontwikkelen. De druk op een gezamenlijk gebouw lijkt bedrijfseconomische efficiënt, maar valt in de praktijk tegen. De heer MOOIJ concludeert dat beide directeuren kiezen voor een eigen ongedeelde school en men dit belangrijker vindt dan een synergie in de fysieke samenwerking. De heer VAN GENDEREN antwoordt dat het met het oog op de werkelijkheid van de polder, dat men kiest op basis van identiteit en onderwijsconcept, belangrijk is dit te kunnen bieden. In antwoord op de vraag van de heer DEN DEKKER inzake de ontwikkelingen van een VakHavo geeft de heer KLOET aan dat er in Nederland momenteel 5 scholen zijn die dit aanbieden, maar dat dit voor beide scholen nog niet het geval is.

Op zijn vraag naar de impact op de te bouwen lokalen antwoordt de heer VAN GENDEREN dat hierop nog geen actief beleid is ontwikkeld. Wel verwacht men dat techniek voor Havo/Vwo een eis gaat worden en men deze mogelijkheid moet kunnen bieden. Voor dit moment houdt men zich bezig met Vmbo-techniek onderwijs. De heer KLOET merkt op dat met het oog op de invoering van de nieuwe leerweg alle Mavo-Havo leerlingen geconfronteerd worden met techniek en dat deze wettelijke plicht de voorloper is van de ontwikkelingen op Havo/Vwo-niveau. In antwoord op de vraag van de heer DEN DEKKER naar de plannen voor de nieuwbouw antwoordt de heer KLOET dat hier, omdat er nog geen cijfers over zijn, geen rekening mee wordt gehouden. Men gaat nu uit van 100% bezetting van de techniekruimte. Met de nieuwe leerweg voor Mavo die in 2024 zal worden ingevoerd zal het ook passen en meten zijn om deze vorm te geven. Op de vraag van mevrouw DE KEIZER waar de scholen met het oog op de financiën concessies op zouden kunnen doen antwoordt de heer KLOET dat men samenwerkt op het gebied van passend onderwijs m.b.t. zorgleerlingen en Sterk Techniekonderwijs (dat structureel met financiering wordt doorgevoerd en dat de mogelijkheden om techniek te promoten en meer docenten aan te nemen blijven). Men vindt het, i.v.m.

de omvang, fysieke inhoud en mix van identiteit, onwenselijk om 2 techniekdocenten gezamenlijk in 1 ruimte les te laten geven, waardoor de school aan kracht verliest. Op de vraag van mevrouw DE KEIZER naar de mogelijke concessies op het sport en maatschappelijke gedeelte antwoordt de heer VAN GENDEREN dat ook de praktijklokalen voor natuur- en scheikunde 100% bezet zijn en dit hetgeen

4

Verslag Rondetafelgesprek huisvesting VO-scholen van 29 juni 2021

is waar het roostermaker op vastloopt. Ook de 4 sportzalen, die ook in de avonduren en op zaterdag beschikbaar worden gesteld aan het verenigingsleven, zijn van maandag 8 uur tot vrijdag 15.00 uur continue bezet. In afwachting van de financiële doorrekeningen verwacht de heer VAN GENDEREN niet veel efficiency door sportvoorzieningen aan elkaar te koppelen. Wel verwacht hij onderwijskundig verlies doordat leerlingen veel moeten fietsen. T.o.v. de Lage Waard heeft de Willem de Zwijger het nadeel dat leerlingen, ten koste van de effectieve bewegingstijd, naar het buitengymterrein van PKC en Passaat, 10 minuten moeten fietsen. In antwoord op de vraag van mevrouw HOEKSTRA of er met het oog op de ontwikkeling van techniekonderwijs de mogelijkheid bestaat om aan de nieuwbouw te bouwen geeft de heer KLOET aan dat in de berekening van het huidige bruto vloeroppervlak geen rekening wordt gehouden met toekomstige ontwikkelingen die men niet kent. Vanuit de huidige situatie, waar beide scholen uit eigen middelen hebben geïnvesteerd in uitbreiding in beide gebouwen, gaat men veel terug in bruto vloeroppervlak en wordt het in de nieuwbouw extra passen en meten om hier goed onderwijs te verzorgen zoals men in de huidige situatie gewend is.

Op de vraag van de heer MOOIJ of men, met het oog op de onmogelijkheden van fysieke samenwerking, bij het maken van de roosters uitgaat van een volle bezetting antwoordt de heer VAN GENDEREN dat men vanuit het nationaal programma van onderwijs de wens heeft klassen te verkleinen. Het mogelijk maken van effectiever onderwijs door kleinere groepen is in de huidige gebouwen echter al niet haalbaar omdat voor bijna alle lokalen 100% bezetting geldt. De heer VISSER merkt op dat 35-38 van de 40 uur bezet is voor Techniek. Voor het Algemeen Vormend Onderwijs is 80% nodig om een goed rooster te kunnen maken. Omdat men altijd te maken heeft men beschikbaarheid van mensen en gymzalen zijn de gymlessen één van de eerste dingen die de roostermaker inplant. De heer KLOET merkt hierbij op dat, omdat er niet genoeg plekken zijn en het te duur is, klas 3 en 4 soms bij elkaar worden gezet zodat ze hetzelfde vak gedifferentieerd aangeboden kunnen krijgen. 04.

Ruimtelijke scenario’s. Voorafgegaan door een presentatie van mevrouw SANDWIJK worden de volgende vragen en antwoorden uitgewisseld. In antwoord op de vraag van mevrouw VAN WIJNGAARDEN of er bij de locatie Vijzellaan in het groene gebied een Havo/Vwo-gebouw komt te staan geeft mevrouw SANDWIJK aan dat het buitensportterrein onderdeel is van de locatie waar in potentie een gebouwd kan worden. Op de vraag van mevrouw VAN WIJNGAARDEN of er bij de locatie Van der Palmpad (om het betaalbaar te maken) wel rekening is gehouden met woningbouw antwoordt mevrouw SANDWIJK dat dit één van de aspecten is waarop scenario's beoordeeld worden en waarop zij onderling verschillend kunnen scoren.

5

Verslag Rondetafelgesprek huisvesting VO-scholen van 29 juni 2021

Mevrouw VAN WIJNGAARDEN vraagt waarom ook scenario's worden onderzocht waarvoor op voorhand geen draagvlak voor lijkt te bestaan. Mevrouw SANDWIJK geeft aan dat ook combinatieopties die vanuit de scholen vanuit onderwijskundig perspectief-niet de voorkeur hebben, wel ruimtelijk mogelijk zijn en daarom zijn zij onderzocht. Op de vraag van de heer BAKKER (toehoorder namens ICS) of parkeren en andere voorzieningen bij de voetprint van het gebouw zijn betrokken antwoordt mevrouw NIENKEMPER dat er is gekeken of het programma parkeren binnen de beschikbare vierkante meters ingepast kan worden. In de notitie ziet men dat de voetprint per locatie 60% van het aantal berekende vierkante meters behelst, terwijl dit in de huidige bebouwing ongeveer 50% is. De rest van het benodigd aantal m2 wordt in maximaal 2 lagen gerealiseerd met een mogelijk hoogteaccent. Alle sportvoorzieningen worden op de begane grond gerealiseerd. De heer MOOIJ merkt op dat het droom- of realiteitsgehalte van de scenario’s bepaald zal worden door de financiële doorrekening van de modellen. Ook vraagt hij zij af hoe de visie van de beide scholen zich verhoudt met de scenario’s. In antwoord op zijn vraag of de scenario’s aan de fracties ter beschikking worden gesteld antwoordt mevrouw NIENKEMPER dat men deze vanmiddag -omdat deze pas vanochtend door het college is vrijgegeven- heeft ontvangen.

In september zal de raad besluiten over het verdere uitwerken van één van de vier scenario's. In het raadsvoorstel zal ingegaan worden op draagvlak in brede zin, maar ook op het draagvlak/voorkeursscenario van de scholen in relatie tot hun onderwijsvisie. Wethouder DE RUIJTER biedt desgewenst aan van de zomer een technisch verdiepende sessie te organiseren. Op de vraag van mevrouw VAN WIJNGAARDEN in hoeverre er voor alle scenario’s naar de (verkeers)druk voor de omgeving is gekeken antwoordt mevrouw SANDWIJK dat er voor verkeer, parkeren en fietsenstallingen een berekening is gemaakt op basis van berekeningsmodellen. In antwoord op de vraag van mevrouw MIDDELKOOP op welk moment omwonenden hierin worden gekend geeft mevrouw SANDWIJK aan dat op 12 en 13 juli op 2 locaties een inloopmoment wordt georganiseerd, waarvoor ook de raadsleden zijn uitgenodigd. De heer VAN DIJK geeft aan dat in de volgende projectfase, na het raadsbesluit, één van de scenario's verder zal worden uitgewerkt tot een stedenbouwkundig ontwerp. Dit wordt voorgelegd aan de raad. Bij de scenariokeuze worden nog geen investeringsvoorstellen gedaan. Verder merkt hij op dat alle 4 de locaties bijna evenveel zullen kosten, maar dat ook gekeken wordt naar de opbrengstpotentie van de verschillende scenario's. Hierover ontstaan nog verschillende besluitmomenten. 05.

Sluiting.

6

Verslag Rondetafelgesprek huisvesting VO-scholen van 29 juni 2021

Niets meer aan de orde zijnde sluit de VOORZITTER de vergadering om 21.41 uur onder dankzegging aan eenieder voor diens inbreng.

7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.papendrecht.nl/api/v1/meetings/287/documents/6510