A35. 20240724 Definitief vastgestelde Meerjarenbeleidsplan DG&J ZHZ 2024-2028.pdf
Tekst van het document
MJP DG&J ZHZ 2024-2028
Definitief vastgesteld door Algemeen Bestuur DG&J op 6 juni 2024
Inhoud 1. Inleiding 2. Hoofdopgave 3. Trends & ontwikkelingen 4. Wat werkt? 5. Leidende principes 6. Ambities •
LVS
•
SOJ
•
Veilig Thuis
•
GGD: OGGZ
•
GGD: Infectieziekten
•
GGD: GALA/IZA-thema’s
•
GGD: Toezicht kinderopvang en Wmo
7. Bestuurlijke uitgangspunten 8. Vervolgproces
Inleiding Voor u ligt het "Meerjarenbeleidsplan DG&J ZHZ 2024-2028". Dit is tot stand gekomen op basis van een gezamenlijk proces van gemeenten en de DG&J. Het meerjarenbeleidsplan (MJP) bevat leidende principes, ambities en bestuurlijke uitgangspunten voor het uitvoeren van de hoofdopgave van de DG&J: verminderen van
gezondheidsachterstanden en vergroten van ontwikkelingskansen.
Het MJP geeft richting aan de uitvoering van taken door de DG&J in 2024-2028, in samenhang en samenwerking met de gemeenten in de regio. Waarbij het MJP nadrukkelijk een koersdocument is, met een duidelijke stip aan de horizon en gezamenlijke uitgangspunten. Een koersdocument dat tegelijkertijd flexibiliteit biedt om in te spelen op ontwikkelingen zoals de financiële positie van gemeenten vanaf 2026. Waarbij we de stip aan de horizon niet uit het oog verliezen.
Na voorlopige vaststelling van dit MJP, kunnen de 10 gemeenteraden hun zienswijze geven. Vervolgens stelt het algemeen bestuur van de DG&J het MJP definitief vast. Op basis van het MJP werkt de DG&J samen met gemeenten, maatschappelijke partners en inwoners in 2024 een uitvoeringsprogramma uit. Dit loopt gelijk op met de verkenning in het kader van de bestuursopdracht van de 10
gemeenten aan de DG&J vanwege de financiële positie van gemeenten vanaf 2026 ("Verkenning naar een bijdrage van de GR DG&J aan het verminderen van de financiële problematiek van deelnemende gemeenten"). In het uitvoeringsprogramma landen de keuzes die we gezamenlijk maken over de dienstverlening van de DG&J in de komende jaren. Dit werken we vervolgens financieel uit in de (meerjaren)begroting.
Hoofdopgave De DG&J is de uitvoeringsorganisatie ván en vóór de 10 gemeenten in Zuid-Holland Zuid, voor: het verminderen van gezondheidsachterstanden en vergroten van ontwikkelingskansen van inwoners.
De DG&J draagt hieraan bij vanuit de volgende organisatieonderdelen:
Trends & ontwikkelingen Om de ambities voor 2024-2028 te kunnen bepalen, hebben we per organisatieonderdeel van de DG&J de meest relevante trends en ontwikkelingen in kaart gebracht. Daaruit leiden we een gedeeld beeld af: 1.
Achterstanden in gezondheid en ontwikkeling worden groter: 1 op 6 Nederlanders heeft een
achterstand op zowel economisch, sociaal, cultureel als persoonlijk (o.a. gezondheid) vlak (bron: Sociaal en Cultureel Planbureau). 2.
De druk op zorg en hulp wordt steeds groter, terwijl de financiën en arbeidsmarkt niet meegroeien. De roep om verschuiving naar preventie neemt toe en daarmee het beroep op het gemeentelijke sociaal domein en de publieke gezondheid. Tegelijkertijd is de toereikendheid van
het Gemeentefonds vanaf 2026 onzeker. 3.
De complexiteit neemt toe: problemen komen veelal niet alleen en staan niet los van andere (voor- of onderliggende) problemen en oplossingen. De systeemwereld sluit vervolgens onvoldoende aan op de leefwereld (menselijke maat).
Wat werkt? In wetenschappelijke kennis over effectiviteit van beleid zien we een ‘paradigmashift’. Gemeenten en DG&J kunnen impactvol werken aan het verminderen van gezondheidsachterstanden en
vergroten van ontwikkelingskansen, door hun denkkader aan te passen: Náást:
kijken naar kans op gezondheid en ontwikkeling als resultaat van individuele keuzes en eigen verantwoordelijkheid.
Oók:
nadrukkelijk kijken naar kans op gezondheid en ontwikkelingskansen als resultaat van de maatschappij, als een complex en samenhangend systeem van factoren. Voor impactvol beïnvloeden van (publieke) gezondheid en ontwikkelingskansen, blijken collectieve factoren en het nemen van collectieve verantwoordelijkheid in grote mate bepalend.
Wat werkt? (vervolg) In wetenschappelijke kennis vinden we de volgende werkzame elementen van effectief beleid:
1.
Rekening houden met complex, samenhangend systeem waarin inwoners leven. Gevormd door: plek waar iemand geboren is, achtergrond, fysieke en sociale omgeving, opleiding, kennis en vaardigheden en beschikbare middelen.
2.
Vanuit collectieve verantwoordelijkheid kijken naar collectieve factoren die van invloed zijn op kans op gezondheid en ontwikkeling. In aanvulling op individuele keuzes en verantwoordelijkheid van inwoners.
3.
Aansluiten bij leefwereld van inwoners door bij beïnvloeden van een factor, bewust te zijn van samenhang met andere factoren in de leefwereld.
4.
‘Voorkomen is beter dan genezen’: preventie en algemeen toegankelijke voorzieningen inzetten, voorliggend aan individuele zorg en hulp.
5.
Selectief interveniëren daar waar achterstanden zich ophopen: dit vertaalt zich in verschillen tussen buurten/wijken. Verschillende buurten/wijken vragen om verschillende aanpakken.
Leidende principes Op basis van de trends & ontwikkelingen en wat we weten over effectiviteit van beleid, hebben gemeenten en DG&J gezamenlijke leidende principes geformuleerd. Deze leidende principes helpen om impact te maken op gezondheidsachterstanden en ontwikkelingskansen van inwoners. De leidende principes geven richting aan de manier waarop gemeenten en DG&J in nauwe samenhang en samenwerking met elkaar toewerken naar de stip aan de horizon.
Op de volgende pagina’s vindt u aan de linkerkant 8 leidende principes die van toepassing zijn op alle taken van de DG&J. Daarnaast vindt u per organisatieonderdeel van de DG&J specifieke inhoudelijke leidende principes.
Leidende principes
Leidende principes (vervolg)
Werkwijze op basis van leidende principes De leidende principes hebben we vertaald in een werkwijze. Deze beschrijft hoe gemeenten en DG&J met elkaar de leidende principes toepassen in de praktijk.
Ambities Op de pagina’s hierna vindt u per organisatieonderdeel van de DG&J de ambities voor: •
Basis op orde van alle opgedragen taken (basiscapaciteit en randvoorwaarden).
•
Versterken voorkant (bijdragen aan versterking sociaal domein en preventie).
•
Vergroten impact (de ‘grotere’ beweging om gezondheidsachterstanden te verminderen en ontwikkelingskansen te vergroten).
Deze ambities zijn geformuleerd op basis van input van gemeente(rade)n en de DG&J. Gemeenten hebben de Bouwstenennotitie gebruikt als leidraad voor het lokale gesprek over hun wensen en verwachtingen voor het MJP. Enerzijds vanuit hun rol als eigenaars van de gemeenschappelijke regeling DG&J. Anderzijds vanuit hun rol als (meervoudig) lokale opdrachtgevers van de DG&J.
De ambities vormen een regionale stip aan de horizon. In het uitvoeringsprogramma werkt de DG&J samen met gemeenten, maatschappelijke partners en inwoners uit hoe we toewerken naar deze stip. Het tempo en de intensiteit hiervan zal in hoge mate afhankelijk zijn van de beschikbare middelen en capaciteit. In het uitvoeringsprogramma stellen we realistische doelen. Daarbij houden we voortdurend de stip aan de horizon in het oog.
Ambities (vervolg) Hierna vindt u per organisatieonderdeel van de DG&J platen met de uitgewerkte ambities.
Deze platen starten met een opsomming van de taken die het organisatieonderdeel uitvoert voor gemeenten (zie oranje tekstvakken), zoals vastgelegd in de gemeenschappelijke regeling DG&J en andere opdrachten. Vervolgens vindt u een overzicht van de relevante trends en ontwikkelingen (zie
blauwe tekstvakken). Zowel de taken als trends en ontwikkelingen zijn overgenomen uit de eerder opgeleverde Bouwstenennotitie.
In de gele tekstvakken vindt u de uitgewerkte ambities. Deze zijn overgenomen uit het eerder opgeleverde document “MJP-ambities DG&J 2024-2028”. De ambities zijn bedoeld als stip aan de horizon en worden in het vervolgproces uitgewerkt in een uitvoeringsprogramma.
Tot slot vindt u in de groene tekstvakken aandachtspunten waar we, gemeenten en DG&J, scherp op moeten zijn. Dit zijn aandachtspunten die randvoorwaardelijk zijn voor het realiseren van de uitgewerkte ambities. Het zijn aandachtspunten die niet (uitsluitend) binnen de (directe) beïnvloedingsmogelijkheden van de DG&J liggen. Bij het uitwerken van het uitvoeringsprogramma formuleren we
samen met gemeenten, maatschappelijke partners en inwoners voorstellen hiervoor. Op basis van deze aandachtspunten zijn bestuurlijke uitgangspunten geformuleerd, die u verderop in dit document aantreft.
Leerplichtwet & Doorstroompunt
Jeugdwet
Jeugdwet & Wmo
OGGZ Bemoeizorg (Wmo)
Wet publieke gezondheid Infectieziekten
Wet publieke gezondheid – Thema’s GALA/IZA (1)
Wet publieke gezondheid – Thema’s GALA/IZA (2)
Toezicht Wet kinderopvang & Wmo
Bestuurlijke uitgangspunten Bij het uitwerken van de ambities diende zich een aantal bestuurlijke vraagstukken aan. Op basis van een discussie hierover met het algemeen bestuur, hebben we bestuurlijke uitgangspunten geformuleerd. Daarbij hebben we, mede op aangeven van het algemeen bestuur, goed gekeken naar andere gemeenschappelijke regelingen in de regio.
De bestuurlijke uitgangspunten geven weer wat het bestuur en de uitvoeringsorganisatie DG&J van elkaar mogen verwachten. Waar zij elkaar op mogen aanspreken. Vanuit een gezamenlijk commitment op de regionale stip aan de horizon.
Bestuurlijke uitgangspunten
Vervolgproces Op 14 februari 2024 stelt het algemeen bestuur van de DG&J het MJP voorlopig vast. Hierna kunnen de 10 gemeenteraden een zienswijze geven. Vervolgens stelt het algemeen bestuur het MJP definitief vast op 6 juni 2024.
Het MJP heeft het karakter van een koersdocument, dat flexibiliteit biedt om in te spelen op ontwikkelingen.
Waarbij we de stip aan de horizon niet uit het oog verliezen. Het tempo en de intensiteit waarmee we toewerken naar de stip, is in hoge mate afhankelijk van de beschikbare middelen en capaciteit.
De DG&J werkt het MJP samen met gemeenten, maatschappelijke partners en inwoners in 2024 uit in een uitvoeringsprogramma. Daarin stellen we realistische doelen. En houden we rekening met de financiële positie van gemeenten vanaf 2026 (Bestuursopdracht “Verkenning naar een bijdrage van de GR DG&J aan het verminderen van de financiële problematiek van deelnemende gemeenten“). In het uitvoeringsprogramma landen de keuzes die we samen met gemeenten maken. Die keuzes gaan over (1) wat gemeenten gezamenlijk (wettelijk) móeten uitvoeren, (2) wat zij gezamenlijk wíllen uitvoeren en (3) wat zij gezamenlijk aanvullend kúnnen laten uitvoeren door de DG&J.
Door het uitvoeringsprogramma jaarlijks te evalueren en zo nodig bij te sturen, houden we een flexibele koers met een duidelijke stip aan de horizon.
Nota van reactie zienswijzen Meerjarenbeleidsplan (MJP) DG&J ZHZ 2024-2028 Gemeente Alblasserdam
Inbreng De gemeente geeft de volgende zienswijze: 1. Wij danken u dat u de gemeente Alblasserdam via deze weg in de gelegenheid stelt om een zienswijze op uw meerjarenplan te geven. Daarnaast stelt de gemeenteraad het op prijs dat de gemeente Alblasserdam zowel ambtelijk als bestuurlijk in een vroeg stadium betrokken is bij het opstellen van het MJP. Tenslotte willen we u danken voor uw inzet om de onderdelen het MJP samen te brengen tot een overzichtelijk geheel. Algemene reflectie 2. Het meerjarenplan omvat meerdere leidende principes, zowel voor de DG&J in het algemeen als per individueel organisatieonderdeel. Samen zorgt dit voor een helder overzicht met duidelijke leidende principes die richting geven aan de manier waarop we als gemeenten en DG&J samen toewerken naar de stip op de horizon. In dit kader willen we als gemeente Alblasserdam aandacht vragen voor de samenwerking met andere ketenpartners en vooral met de lokale partners die in de praktijk lokaal ook vaak te maken hebben met deze onderwerpen. Deze samenwerking en de verbinding met deze lokale partners is voor ons cruciaal en moet sterker terugkomen in het MJP en het uitvoeringsprogramma wat hieruit voort zal vloeien.
3. Verder zijn wij van mening dat er meer aandacht moet komen voor de financiële uitdagingen waarmee de gemeenten de komende jaren te maken krijgen. Vanaf 2026 hebben de gemeenten, en daarmee ook de gemeente Alblasserdam, te maken met afnemende Rijksmiddelen en de scherpe financiële keuzes die daarmee gemoeid zijn. In de komende maanden onderzoekt de gemeente Alblasserdam
Reactie 1. Dank voor uw waardering! Wij willen uw gemeente ook bedanken voor de constructieve samenwerking bij de totstandkoming van het MJP.
2. Het MJP is een koersdocument van gemeenten en de DG&J. Het geeft weer wát we willen bereiken. Hóe we dit kunnen bereiken, werken we uit in het uitvoeringsprogramma. Wij onderschrijven de noodzaak om hiervoor samen te werken met andere maatschappelijke partners, waaronder de lokale partners. Zoals we in het MJP hebben aangegeven, moeten we ons meer richten op het beïnvloeden van collectieve factoren. Deze blijken immers in grote mate bepalend voor publieke gezondheid en ontwikkelingskansen. Voor het beïnvloeden van deze collectieve factoren, hebben we andere partijen, waaronder de lokale partners, nodig. Er zijn meer gemeenten die hier aandacht voor hebben gevraagd. We voegen daarom in het MJP een leidend principe toe: ''Voor het beïnvloeden van collectieve factoren werken we samen met andere maatschappelijke partners, waaronder de lokale teams en andere lokale partners in de gemeenten.'' 3. We delen uw zorgen over de financiële situatie vanaf 2026. Er zijn meer gemeenten die ons nadrukkelijk vragen om rekening te houden met de financiële positie van gemeenten vanaf 2026. We voegen daarom in het MJP een leidend principe toe: “De financiële positie van gemeenten vanaf 2026 en de situatie op de arbeidsmarkt zijn bepalend voor het tempo waarin en de intensiteit waarmee we toewerken naar de MJP-ambities.” In het
1
Gemeente
Inbreng welke beleidskeuzes gemaakt moeten worden om binnen gestelde kaders onze taken te kunnen uitvoeren. We benadrukken in dit kader het belang van heldere en haalbare doelen in het MJP en het uitvoeringsprogramma. Ook willen we via deze manier de rol van de DG&J in deze bezuinigingen benadrukken. We missen concrete aandacht voor de huidige financiële vooruitzichten in de leidende principes.
Aandachtspunten per organisatieonderdeel 4. Leerplicht + voortijdig schoolverlaten (LVS) In de afgelopen jaren is in de hele regio een stijging te zien in het aantal thuiszitters en verzuimmeldingen. Om dit te kunnen terugdringen is het belangrijk dat het LVS op tijd betrokken wordt, maar het is ook essentieel dat er in een eerder stadium contact gezocht wordt met het lokale team. Het is belangrijk dat het LVS aanhaakt op de al bestaande lokale inzet, aangezien schoolverzuim sterk in verband staat met andere factoren in de (sociale) leefomgeving van het kind. Zowel het onderwijs, jeugdhulp en lokale partners hebben hier een rol in, en het LVS dient hier ook op aan te sluiten. De gemeenteraad roept het algemeen bestuur dan ook op in de verbetering van de ketensamenwerking, waar op het moment van schrijven wordt nagedacht over het incidenteel inzetten van middelen om dit te organiseren, gebruik te maken van al bestaande dienstverlening binnen het lokale veld van gemeenten in de Drechtsteden. 5. Serviceorganisatie Jeugd (SOJ) De leidende principes omtrent het SOJ zijn duidelijk geformuleerd en bekend. De kwaliteit van de jeugdhulp die geboden wordt aan de inwoners is van groot belang, maar het is ook bekend dat er veel financiële middelen mee
Reactie uitvoeringsprogramma (en bijbehorende meerjarenbegroting) werken we de MJP-ambities uit in realistische doelen. Daarbij houden we rekening met de financiële positie van gemeenten vanaf 2026. In het MJP hebben we aangegeven dat het tempo en de intensiteit waarmee we toewerken naar de ambities, in hoge mate afhankelijk zijn van de beschikbare middelen en capaciteit. Mogelijke (scherpe) keuzes om binnen het financiële kader toe te werken naar de MJP-ambities, maken we inzichtelijk in het uitvoeringsprogramma. We denken aan het geleidelijk vervangen van onze bestaande aanpak door een nieuwe. Daarnaast zien we mogelijkheden in het goed aansluiten op lokale initiatieven en samenwerken met lokale partners. 4. Zoals u aangeeft, stijgt het aantal verzuimmeldingen bij LVS al enkele jaren. Het aantal meldingen bij LVS van ongeoorloofde thuiszitters neemt daarentegen af. Wel neemt het aantal geoorloofde thuiszitters toe. Voor deze laatste groep is niet LVS verantwoordelijk, maar de samenwerkingsverbanden van het onderwijs. U roept op om in de verbetering van de ketensamenwerking gebruik te maken van al bestaande dienstverlening binnen het lokale veld van gemeenten. Op dit moment loopt de Bestuursopdracht LVS waarin een voorstel wordt uitgewerkt voor het gezamenlijk toewerken naar een passende basisformatie voor het uitvoeren van de LVS-taken in Zuid-Holland Zuid.
Het verbeteren van de ketensamenwerking is een onderdeel van deze bestuursopdracht. De uitkomst nemen we mee in ons uitvoeringsprogramma.
5. Eén van de leidende principes is een doelmatige inzet van (schaarse) middelen. Een instrument hiervoor is het contractmanagement dat de SOJ uitvoert naar jeugdhulpaanbieders. Samen met gemeenten en ketenpartners zet de SOJ zich in om de kosten zoveel mogelijk te beperken. Dit
2
Gemeente
Inbreng gemoeid gaan en dat gemeenten steeds minder te besteden hebben. Ook hier missen we het principe en het gevoel van noodzaak om binnen de beschikbare middelen de diensten uit te voeren in het document.
6. Veilig Thuis Wat betreft de leidende principes van organisatie onderdeel Veilig Thuis wordt er aandacht gevraagd voor de samenwerking tussen Veilig Thuis en de lokale teams. Wenselijk is dat er een extra leidend principe wordt toegevoegd over de verbinding en samenwerking met de lokale teams. Er moet steeds meer lokaal georganiseerd worden, daar moet dan ook bij aangehaakt worden. Daarnaast vinden wij het erg wenselijk dat onze kinderen en jongeren dicht bij hun eigen huis/omgeving mogen opgroeien. Het zou goed zijn als er in het uitvoeringsplan ook aandacht is voor het feit dat als het zover komt dat kinderen elders opvang krijgen dat dit zo dicht mogelijk bij de eigen vertrouwde omgeving plaatsvindt.
Reactie zonder de wettelijke jeugdhulpplicht uit het oog te verliezen en op maat en tijdig daar waar nodig hulp te kunnen bieden. Ook de landelijke Hervormingsagenda Jeugd beoogt een financieel beheersbaar stelsel. In het uitvoeringsprogramma werken we uit hoe wij hieraan bijdragen. In dit kader hebben we in de begroting 2025 die u heeft ontvangen voor het geven van een zienswijze, al een voorstel opgenomen voor het uitvoeren van rechtmatigheidsonderzoeken. De ervaring bij andere gemeenten leert dat dit tot besparing leidt. U geeft aan het principe en het gevoel van noodzaak te missen om binnen de beschikbare middelen te werken. Wij zijn ons zeer bewust van de financiële druk op gemeenten als gevolg van de stijgende jeugdhulpuitgaven. Zoals we in de begroting 2025 hebben aangegeven, zijn de stijgende kosten in 2025 voor het grootste deel het gevolg van landelijke ontwikkelingen en besluiten. Gemeenten worden hiervoor deels gecompenseerd door het Rijk. Om binnen de beschikbare middelen te werken, zijn verdergaande hervormingen vereist. In het kader van de Hervormingsagenda Jeugd werken de gemeenten in de regio hiervoor gezamenlijk maatregelen uit. De SOJ denkt graag mee hierover. 6. Wij onderschrijven de noodzaak om samen te werken met de lokale teams. Voor de samenwerking met (lokale) partners hebben we een leidend principe toegevoegd aan het MJP.
Zie ook onze reactie op punt 2 hierboven. In het uitvoeringsprogramma werken we uit hoe Veilig Thuis dit invult. Onder andere in het kader van de regionale uitwerking van het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming. U geeft daarnaast aan dat het goed zou zijn als kinderen zo dicht mogelijk bij de eigen vertrouwde omgeving worden opgevangen. Veilig Thuis vangt zelf geen kinderen op. Als kinderen niet binnen het eigen netwerk kunnen worden opgevangen, schakelt Veilig Thuis jeugdhulp in via het lokale team. Daarbij wordt het leidend principe gevolgd dat jeugdhulp zoveel mogelijk nabij, in de leefomgeving wordt geboden. Een relevante ontwikkeling is dat er in de regio meer opvangplekken worden gerealiseerd, waardoor steeds minder
3
Gemeente
Inbreng
7. GGD: OGGZ bemoeizorg Ook bij dit organisatieonderdeel willen we aandacht vragen voor de verbinding met de lokale partners. Onze partners waaronder het Brughuis zetten zich ook in voor onze inwoners en de leefbaarheid en veiligheid van hun omgeving. Het is wenselijk dat verschillende hulpstromen goed op elkaar aansluiten en elkaar ook versterken. Goed om in dit kader bij de leidende principes de lokale partners een explicietere plek te geven. 8. GGD: Infectieziekten De laatste tijd zien we de ontwikkeling dat het infectieziekterisico toe neemt, terwijl de vaccinatiebereidheid afneemt. In dit kader vinden we het als gemeente Alblasserdam erg belangrijk dat er meer aandacht komt voor de vaccinatie graad. Wij vragen u hierop scherp te zijn, maar hierbij de keuzevrijheid van de inwoners in acht te houden. Graag zien wij in het uitvoeringsplan een concreet plan om de vaccinatiegraad in Alblasserdam en de regio te verhogen. We pleiten voor een intensieve samenwerking tussen DG&J en lokale partners.
9. GGD: GALA/IZA-thema's De leidende principes rondom de IZA en GALA thema's zijn in overeenkomst met het regioplan wat in dit kader is opgesteld en sluit aan op het lokale plan van aanpak binnen de gemeente Alblasserdam. We sluiten ons als gemeente aan bij deze ambities.
Reactie kinderen op een plek buiten de regio hoeven te worden geplaatst. Hoe de SOJ hieraan werkt, nemen we op in het uitvoeringsprogramma. 7. Wij onderschrijven de noodzaak om samen te werken met de lokale partners. Voor de verbinding met (lokale) partners hebben we een leidend principe toegevoegd aan het MJP. Zie ook onze reactie op punt 2 hierboven. In het uitvoeringsprogramma werken we uit hoe Veilig Thuis dit invult.
8. Wij delen uw zorgen over de vaccinatiegraad. De GGD en Jong JGZ werken samen plannen uit om de vaccinatiegraad van kinderen in onze regio te verhogen. We willen ouders nog beter, al vanaf de zwangerschap, bereiken met betrouwbare informatie en voorlichting over het rijksvaccinatieprogramma. Daarnaast doen we onderzoek naar vaccinatiebereidheid bij inwoners in onze regio, om met onze aanpak nog beter te kunnen aansluiten bij de verschillende doelgroepen, waarbij we de keuzevrijheid van inwoners respecteren. Ook volgen we de landelijke ontwikkelingen rond het opzetten van vaccinatievoorzieningen voor volwassenen bij de GGD’en. In het uitvoeringsprogramma werken we dit verder uit. Wij onderschrijven de noodzaak om samen te werken met lokale partners. Voor samenwerking met (lokale) partners hebben we een leidend principe toegevoegd aan het MJP. Zie ook onze reactie op punt 2 hierboven. 9. Dank voor uw ondersteuning van deze leidende principes en ambities.
4
Gemeente
Dordrecht
Inbreng 10. GGD: Toezicht kinderopvang en Wmo Wij onderschrijven het belang van goede, kwalitatieve kinderopvang en Wmo voorzieningen en de leidende principes die in dit kader opgesteld zijn. De gemeente geeft de volgende zienswijze: 1. Allereerst willen we u een compliment geven voor het samenbrengen van uw inzet tot één overzichtelijk geheel. De Dienst Gezondheid en Jeugd voert veel verschillende, veelal wettelijke taken uit voor de regio. Het is een uitdaging geweest om dit plan met o.a. raadsleden, wethouders en ambtenaren af te stemmen en hun feedback continue te overzien en verwerken. Waarvoor dank. Algemene reflectie 2. U heeft een helder overzicht gemaakt van de organisatieonderdelen: Veilig Thuis, Serviceorganisatie Jeugd (SOJ), leerplicht en voortijdig schoolverlaten (LVS) en publieke gezondheid. Per organisatieonderdeel geeft u duidelijke leidende principes aan. Wel willen we u vragen om de samenhang en samenwerking tussen de organisatieonderdelen meer te bewaken. Ook samenwerking met andere ketenpartners en inwoners moet sterker terugkomen in het uitvoeringsprogramma. We vragen specifiek aandacht voor de inkoopfunctie van de SOJ die aan robuustheid kan winnen door samenwerking te zoeken met de inkoopfunctie van de GR Sociaal.
Reactie 10. Dank voor uw ondersteuning van de geformuleerde leidende principes.
1. Dank voor uw waardering! Wij willen uw gemeente ook bedanken voor de constructieve samenwerking bij de totstandkoming van het MJP.
2. In het MJP hebben we een werkwijze beschreven op basis van de leidende principes. Domeinoverstijgend samenwerken binnen en over grenzen van organisaties, is daarbij een belangrijk punt. Dit geldt ook voor ons binnen de DG&J. Daar waar we door intern samen te werken meer impact kunnen maken voor inwoners, zullen we dit zeker doen. In het uitvoeringsprogramma werken we dit uit. Daarnaast vraagt u aandacht voor samenwerking met andere ketenpartners en inwoners. Het MJP is een koersdocument van gemeenten en de DG&J. Het geeft weer wát we willen bereiken. Hóe we dit kunnen bereiken, werken we uit in het uitvoeringsprogramma. Wij onderschrijven de noodzaak om hiervoor zo goed mogelijk aan te sluiten op lokale initiatieven, partners, netwerken en inwoners. Zoals we in het MJP hebben aangegeven, moeten we ons meer richten op het beïnvloeden van collectieve factoren. Deze blijken immers in grote mate bepalend voor publieke gezondheid en ontwikkelingskansen. Voor het beïnvloeden van deze collectieve factoren, hebben we andere partijen, waaronder maatschappelijke partners, nodig. Er zijn meer gemeenten die aandacht hebben gevraagd voor samenwerken met partners. We voegen daarom in het MJP een leidend principe toe: ''Voor het beïnvloeden van collectieve factoren werken we samen met andere maatschappelijke
5
Gemeente
Inbreng
3. Financiële vertaling van de ambities Het meerjarenbeleidsplan bevat geen begroting, omdat deze verband houdt met het uitvoeringsprogramma en de bestuursopdracht om ombuigingskansen in beeld te brengen. Wij kunnen het ambitieniveau in het meerjarenbeleidsplan daarom niet toetsen aan financiële haalbaarheid. Ons uitgangspunt is dat de ambities en doelen binnen de huidige begroting moeten passen. We missen financiële, leidende principes, zoals het uitvoeren van RMC-
Reactie partners, waaronder de lokale teams en andere lokale partners in de gemeenten.'' Daarnaast benutten we de bestaande contacten en overlegstructuren van de DG&J met inwoners om het uitvoeringsprogramma te toetsen en verrijken. Na vaststelling van het uitvoeringsprogramma, betrekken we inwoners bij de daadwerkelijke uitvoering. We zoeken daarbij naar impactvolle samenwerking met inwoners. Om gezamenlijk de oorzaken van problemen/vraagstukken te analyseren en werkende oplossingen te bedenken. Vanzelfsprekend doen we dit samen met gemeenten, om zo goed mogelijk aan te kunnen sluiten op lokale initiatieven, partners en netwerken. Vanwege de beperkte financiële mogelijkheden, zetten we kleine stappen om geleidelijk te groeien naar een nieuwe manier van samenwerken met inwoners. Tot slot vraagt u specifiek aandacht voor samenwerking van de inkoopfunctie van de SOJ met de inkoopfunctie van de GR Sociaal. In het kader van de bestuursopdracht “Verkenning bijdrage GR DG&J aan verminderen financiële problematiek gemeenten” hebben wij deze samenwerking ook genoemd als een mogelijke maatregel. Samen met gemeenten en de GR Sociaal werken we een voorstel uit voor de selectie van mogelijke maatregelen in het kader van de bestuursopdracht.
We moeten een selectie maken, omdat de beschikbare capaciteit van gemeenten, GR’en en de partners die we nodig hebben om de maatregelen uit te werken, beperkt is. We willen onze energie steken in het onderzoeken en uitvoeren van de maatregelen die het meeste kunnen bijdragen. 3. In het uitvoeringsprogramma (en bijbehorende meerjarenbegroting) werken we de MJP-ambities uit in heldere en haalbare doelen. Daarbij houden we rekening met de financiële positie van gemeenten vanaf 2026. In het MJP hebben we aangegeven dat het tempo en de intensiteit waarmee we toewerken naar de ambities, in hoge mate afhankelijk zijn van de beschikbare middelen en capaciteit. Verschillende gemeenten vragen ons nadrukkelijk om rekening te houden met de financiële positie van gemeenten vanaf 2026. We voegen daarom in het MJP
6
Gemeente
Inbreng taken binnen de door het Rijk beschikbaar gestelde middelen. Nu wordt er bijvoorbeeld extra inzet van Matchmaker opgezet. We vinden het belangrijk dat de basis (dienstverlening) op orde blijft. Dat vraagt om scherpe keuzes en prioritering. We benadrukken het belang van heldere en haalbare doelen in het uitvoeringsprogramma.
Aandachtspunten per organisatieonderdeel 4. SOJ en Vellig Thuis Het jeugd- en veiligheidsdomein staan voor stevige inhoudelijke en financiële uitdagingen. We willen dat het jeugdhulplandschap kwalitatief goed en betaalbaar blijft, nu en in de toekomst. De Hervormingsagenda Jeugd en het Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming zijn voor Dordrecht daarom belangrijke opgaven. De keuzes die we
Reactie een leidend principe toe: “De financiële positie van gemeenten vanaf 2026 en de situatie op de arbeidsmarkt zijn bepalend voor het tempo waarin en de intensiteit waarmee we toewerken naar de MJP-ambities.” U geeft aan dat de MJP-ambities en doelen binnen de huidige begroting moeten passen. U noemt daarbij het voorbeeld van extra inzet van Matchmaker boven op de door het Rijk beschikbaar gestelde middelen. In 2008 hebben gemeenten besloten tot deze extra inzet, boven op de Rijksmiddelen, vanwege het positieve effect voor jongeren en maatschappelijke besparingen. Wij begrijpen uw onderliggende boodschap. Met de toevoeging van het zojuist genoemde leidende principe, is het financiële kader aangescherpt. Mogelijke (scherpe) keuzes om binnen het financiële kader toe te werken naar de MJP-ambities, maken we inzichtelijk in het uitvoeringsprogramma. Daarnaast vraagt u aandacht voor het op orde blijven van de basis (dienstverlening). Hier hebben wij in het MJP ook aandacht voor gevraagd. Om onze taken goed te kunnen uitvoeren, is het belangrijk dat de randvoorwaarden op orde zijn. In onze begroting 2025 die u heeft ontvangen voor het geven van een zienswijze, hebben wij voorstellen opgenomen voor het op orde brengen van de basis.
Onder andere door uitbreiding van onze capaciteit, om de autonome groei van meldingen bij een aantal van onze organisatieonderdelen te kunnen opvangen. Wij zijn ons bewust van de financiële spanning die dit oplevert. In het uitvoeringsprogramma maken we mogelijke (scherpe) keuzes ten aanzien van onze dienstverlening en de financiële effecten daarvan, inzichtelijk. 4. Wij delen het belang van de opgaven in het kader van de Hervormingsagenda Jeugd en het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming. Gemeenten en DG&J werken hierin nauw samen. In het uitvoeringsprogramma werken we uit hoe SOJ en Veilig Thuis hieraan bijdragen. Eén van de leidende principes in het MJP is dat we samen met gemeenten prioriteit geven aan preventie, versterken van de voorkant en vroegsignalering. Om zo
7
Gemeente
Inbreng lokaal maken moeten overeenkomen met de uitwerking in het uitvoeringsprogramma. Dit vereist een goede samenwerking en communicatie. We vinden enerzijds preventie van grotere problemen belangrijk. Voor jong (veilig opgroeien) én oud (veilig oud worden). Anderzijds horen sommige ongemakken bij opgroeien, opvoeden en ouder worden. We willen dat, dat weer normaal gevonden wordt. Dit zijn belangrijke principes voor Dordrecht om de uitdagingen op dit gebied het hoofd te bieden. 5. Leerplicht en voortijdig schoolverlaten Vanaf het schooljaar 2020-2021 zijn in de hele regio ZuidHolland Zuid stijgingen te zien in de aantallen thuiszitters en verzuimmeldingen. Dat willen we terugdringen. Dit hangt nauw samen met een heldere rolneming voor leerplicht en andere ketenpartners. We vragen u scherp te zijn op de rol die u als dienst vervult om overlap met ketenpartners, zeker op het gebied van preventie, te voorkomen.
6. Publieke gezondheid De GGD Zuid-Holland Zuid heeft een grote rol in het bevorderen van de publieke gezondheid. Het Gezond en Actief Leven Akkoord en het Integraal Zorgakkoord zijn belangrijke ontwikkelingen. We zijn opgeroepen om meer domein overstijgend samen te werken aan oplossingen voor gezondheidsvraagstukken. U schetst echter dat wij inwoners
Reactie de druk op onder andere jeugdhulp en het veiligheidsdomein te verminderen. Ook dit werken we uit in het uitvoeringsprogramma. Tot slot onderschrijven wij uw principe over 'normaliseren’ voor het verminderen van de zojuist genoemde druk. Wij denken hierover graag mee met gemeenten.
5. Zoals u aangeeft, stijgt het aantal verzuimmeldingen bij LVS al enkele jaren. Het aantal meldingen bij LVS van ongeoorloofde thuiszitters neemt daarentegen af. Wel neemt het aantal geoorloofde thuiszitters toe. Voor deze laatste groep is niet LVS verantwoordelijk, maar de samenwerkingsverbanden van het onderwijs. U vraagt ons om scherp te zijn op onze rol en noemt daarbij preventie. Preventie is een term die breder wordt gebruikt voor het voorkomen van problemen. De rol van LVS hierbij is afgebakend tot het voorkomen van schoolverzuim. LVS geeft voorlichting op scholen over het voorkomen van schoolverzuim en komt daarnaast alleen in actie nadat een school advies heeft gevraagd of een melding van verzuim heeft gedaan. Op dit moment loopt de Bestuursopdracht LVS waarin een voorstel wordt uitgewerkt voor het gezamenlijk toewerken naar een passende basisformatie voor het uitvoeren van de LVS-taken in Zuid-Holland Zuid. Het verbeteren van de ketensamenwerking is een onderdeel van deze bestuursopdracht. De uitkomst nemen we mee in ons uitvoeringsprogramma. 6. Tijdens de Covid-19-pandemie hebben we ervaring opgedaan met een wijkgerichte aanpak in de gemeente Gorinchem. Daarna hebben we een wijkgerichte aanpak uitgevoerd in DordrechtWest en op dit moment starten we in Zwijndrecht.
Met een wijkgerichte aanpak hebben we kwetsbare groepen inwoners bereikt die we anders niet hadden kunnen bereiken. We zien dat achterstanden bij inwoners groter worden en stapelen. Bovendien constateren we dat de systeemwereld onvoldoende aansluit op
8
Gemeente
Inbreng met de minste gezondheidsvaardigheden onvoldoende bereiken. In de uitvoeringsplannen lezen we daarom graag terug hoe we dat gaan verbeteren. Wij lezen verder dat u wijkgericht werken heeft opgenomen in uw werkwijze. Om gezondheidsachterstanden terug te dringen is lokale aandacht inderdaad een belangrijk aandachtspunt.
7. We zien een aantal ontwikkelingen op het gebied van publieke gezondheid: het infectieziekterisico neemt toe en de vaccinatiebereidheid neemt juist langzaam af. In combinatie met vergrijzing baart dit ons zorgen. We vragen u daarom scherp te zijn op de uitvoering van deze wettelijke taken (ziektepreventie en infectieziektebestrijding) en concrete voorstellen te doen ter verbetering in samenwerking met de jeugdgezondheidszorg.
8. Tot slot willen wij graag goed inhoud geven aan onze kaderstellende rol, ook bij het maken van keuzes ten aanzien van het uitvoeringsprogramma. Graag vernemen wij hoe u ons daarbij gaat betrekken.
Reactie de leefwereld. In het uitvoeringsprogramma werken we uit hoe we kunnen toewerken naar een meer wijk- en/of kerngerichte aanpak om kwetsbare groepen inwoners te bereiken. We houden daarbij rekening met de financiële ontwikkelingen. Mogelijke keuzes om binnen het financiële kader toe te werken naar de MJP-ambities, maken we inzichtelijk in het uitvoeringsprogramma. Bijvoorbeeld of we gefaseerd aan de slag gaan met een wijk- en/of kerngerichte aanpak in enkele gemeenten of in alle gemeenten tegelijk. En of we ons hierbij selectief richten op één specifieke straat/buurt/wijk/kern, doelgroep of thema in deze gemeenten of generiek op de gehele gemeente. We denken aan kleine stappen, waarbij we goed aansluiten op lokale initiatieven en samenwerken met lokale partners, vanuit een duidelijke rolverdeling. 7. Wij delen uw zorgen. In het uitvoeringsprogramma werken we uit wat we gaan doen op het gebied van ziektepreventie en infectieziektebestrijding. De GGD en Jong JGZ werken samen plannen uit om de vaccinatiegraad van de kinderen in onze regio te verhogen. We willen ouders nog beter, al vanaf de zwangerschap, bereiken met betrouwbare informatie en voorlichting over het rijksvaccinatieprogramma. Daarnaast doen we onderzoek naar vaccinatiebereidheid bij inwoners in onze regio, om met onze aanpak nog beter te kunnen aansluiten bij de verschillende doelgroepen.
Ook volgen we de landelijke ontwikkelingen rond het opzetten van vaccinatievoorzieningen voor volwassenen bij de GGD’en. In het uitvoeringsprogramma werken we dit verder uit. 8. Naar verwachting stelt het algemeen bestuur van de DG&J het uitvoeringsprogramma vast op 26 september 2024. Zoals we in onze reactie op punt 3 hierboven hebben aangegeven, hebben we naar aanleiding van de ontvangen zienswijze een leidend principe toegevoegd over het financiële kader. Mogelijke (scherpe) keuzes om binnen dit financiële kader toe te werken naar de MJPambities, maken we inzichtelijk in het uitvoeringsprogramma. Zoals u in de brief bij deze nota van reactie kunt lezen, bieden wij
9
Gemeente
Inbreng
Gorinchem
De gemeente geeft de volgende zienswijze: Algemeen 1. U heeft met het MJB de inzet samengebracht tot één overzichtelijk geheel. Ook heeft u over dit plan vroegtijdig afstemming gezocht met o.a. raadsleden, wethouders en ambtenaren en de eerdere feedback ook weten te verwerken in het plan. Waarvoor onze dank. Het door u opgestelde MJP voor de jaren 2024 – 2028 laat wat ons betreft voldoende ambities zien voor de toekomst. Op basis van de trends en ontwikkelingen, ervaringen en leermomenten zijn de ambities gebundeld en hebben we met het MJB een goed koersdocument voor de komende jaren ten behoeve van de tien gemeenten in de regio ZuidHolland Zuid. Uitvoeringsprogramma 2. U geeft aan op basis van dit MJP samen met de gemeenten te komen tot een uitvoeringsprogramma. In het uitvoeringsprogramma moeten daadwerkelijk (financiële) keuzes en prioriteiten gemaakt worden. Omdat het MJB geen begroting bevat, kunnen we de ambities niet toetsen aan de financiële haalbaarheid. Wij hechten er daarom aan dat de ambities en doelen wel gerealiseerd worden, passend binnen begrotingsafspraken. Daarbij is het belangrijk dat de basis (dienstverlening) op orde blijft en wettelijke taken blijvend kunnen worden uitgevoerd.
Reactie u aan dat u de DG&J kunt uitnodigen om in 2024 of 2025 lokaal het uitvoeringsprogramma met uw raad te bespreken.
1. Dank voor uw waardering! Wij willen uw gemeente ook bedanken voor de constructieve samenwerking bij de totstandkoming van het MJP.
2. In het uitvoeringsprogramma (en bijbehorende meerjarenbegroting) werken we de MJP-ambities uit in realistische doelen. Daarbij houden we rekening met de financiële positie van gemeenten vanaf 2026. In het MJP hebben we aangegeven dat het tempo en de intensiteit waarmee we toewerken naar de ambities, in hoge mate afhankelijk zijn van de beschikbare middelen en capaciteit. Verschillende gemeenten vragen ons nadrukkelijk om rekening te houden met de financiële positie van gemeenten vanaf 2026. We voegen daarom in het MJP een leidend principe toe: “De financiële positie van gemeenten vanaf 2026 en de situatie op de arbeidsmarkt zijn bepalend voor het tempo waarin en de intensiteit waarmee we toewerken naar de MJP-ambities.” Daarnaast vraagt u aandacht voor het op orde blijven van de basis (dienstverlening) en het blijvend uitgevoerd kunnen worden van de wettelijke taken. Hier hebben wij in het MJP ook aandacht voor gevraagd. Om onze taken goed te kunnen uitvoeren, is het belangrijk dat de randvoorwaarden op orde zijn. In onze begroting 2025 die u heeft ontvangen voor het geven van
10
Gemeente
Inbreng
3. Met vertrouwen zien wij het uitvoeringsprogramma tegemoet dat ook ter zienswijze aan de raden wordt aangeboden. Wat gaan er van uit dat dit programma zodanig flexibel wordt ingericht dat er ook (scherpe en eigen) keuzes gemaakt moeten worden en prioriteiten moeten worden gesteld. Bij de concretisering roepen wij u op om ook zo veel mogelijk aan te haken bij lokale structuren (zoals ons Integraal Sociaal Beleid) en de wens van onze raad om te onderzoeken of het inzetten van meer jongerenwerkers en jongeren coaches op de scholen en in de wijken niet veel meer kansen biedt om het groeiende aantal jongeren dat jeugdzorg nodig heeft om te buigen.
Jeugdzorg 4. Jongeren die dit betreft moeten snel, zonder lange wachtlijsten, kunnen rekenen op goede en de juiste zorg op maat. Wij gaan er vanuit dat dit uw volle aandacht heeft en
Reactie een zienswijze, hebben wij voorstellen opgenomen voor het op orde brengen van de basis. Onder andere door uitbreiding van onze capaciteit, om de autonome groei van meldingen bij een aantal van onze organisatieonderdelen te kunnen opvangen. Wij zijn ons bewust van de financiële spanning die dit oplevert. In het uitvoeringsprogramma maken we mogelijke (scherpe) keuzes ten aanzien van onze dienstverlening en de financiële effecten daarvan, inzichtelijk. 3. In het uitvoeringsprogramma landen keuzes die we samen met gemeenten maken. Die keuzes gaan over wat gemeenten gezamenlijk móeten uitvoeren, wat zij gezamenlijk wíllen uitvoeren en wat zij gezamenlijk aanvullend kúnnen laten uitvoeren door de DG&J. Zoals we in onze reactie op het vorige punt hebben aangegeven, maken wij deze keuzes in het uitvoeringsprogramma inzichtelijk. Daarnaast vraagt u aandacht voor het aanhaken bij lokale structuren, zoals uw Integraal Sociaal Beleid. Wij zien net als u mogelijkheden in het goed aansluiten op lokale initiatieven en samenwerken met lokale partners om zo met de beschikbare middelen en zo groot mogelijk effect te realiseren. Hoe we dit doen, werken we uit in het uitvoeringsprogramma. Verder spreekt u de wens uit om te onderzoeken of het inzetten van meer jongerenwerkers en jongerencoaches op scholen en in wijken kansen biedt om de groeiende vraag naar jeugdhulp om te buigen.
Uw wens sluit aan bij de landelijke Hervormingsagenda Jeugd die in onze regio door de 10 gemeenten gezamenlijk wordt uitgewerkt. Waar mogelijk leveren wij graag een bijdrage aan deze hervorming. Dit sluit aan bij onze ambitie voor het versterken van ‘de voorkant’. Wij kunnen hieraan bijdragen door advisering en ondersteuning op basis van onze kennis, data en ervaring met de uitvoering van ‘de achterkant’. 4.
Via de inkoop is een breed palet aan zorgaanbieders voor jeugd beschikbaar. We hebben het zorglandschap zo zorgvuldig mogelijk ingericht en blijven vernieuwen waar nodig. Aanvullend is er een
11
Gemeente
Inbreng alternatieve vormen van zorg ook worden ingezet, als hiermee een betere en snellere oplossing geboden kan worden.
Leerplicht 5. In de regio Zuid Holland Zuid zien we flinke stijgingen in het aantal verzuimmeldingen en ook het aantal thuiszitters baart zorgen. Het is belangrijk dat Leerplicht en Voortijdig Schoolverlaten (LVS) op een goede wijze aanhaakt op de (lokale) inzet rond preventie en normaliseren. Wij gaan er ook vanuit dat dit met een extra inzet van (tijdelijke) formatie en in samenwerking met de ketenpartners als de samenwerkingsverbanden onderwijs het verzuim aanzienlijk kan worden teruggedrongen. Bij die samenwerking hoort ook een heldere rolneming van alle partners die betrokken zijn op het de jeugdigen.
Reactie proces ingericht om individueel maatwerk te verlenen, daar waar een gemeente aangeeft dat die behoefte er is. Hetzij vanwege specifieke problematiek of vragen, hetzij vanwege wachtlijsten. Deze aanvulling voorziet in een vraag en hebben we zo zorgvuldig mogelijk ingericht. Het blijft uiteraard kwetsbaar. Het betekent immers een toename van het aantal aanbieders dat kwalitatief en kwantitatief moet worden getoetst. Om zo het gewenste resultaat te bereiken, namelijk dat de jeugdige de zorg krijgt die hij nodig heeft. 5.
Tot slot 6. We zien tot slot een aantal ontwikkelingen op het gebied van 6. publieke gezondheid die aandacht vragen: het infectieziekterisico neemt toe en de vaccinatiebereidheid neemt juist langzaam af. We vragen u daarom ook ons te
Zoals u aangeeft, stijgt het aantal verzuimmeldingen bij LVS al enkele jaren. Het aantal meldingen bij LVS van ongeoorloofde thuiszitters neemt daarentegen af. Wel neemt het aantal geoorloofde thuiszitters toe. Voor deze laatste groep is niet LVS verantwoordelijk, maar de samenwerkingsverbanden van het onderwijs. U vraagt ons om scherp te zijn op onze rol en geeft aan dat het belangrijk is dat LVS op een goede wijze aanhaakt op de (lokale) inzet rond preventie en normaliseren. Preventie is een term die breder wordt gebruikt voor het voorkomen van problemen. De rol van LVS hierbij is afgebakend tot het voorkomen van schoolverzuim. LVS geeft voorlichting op scholen over het voorkomen van schoolverzuim en komt daarnaast alleen in actie nadat een school advies heeft gevraagd of een melding van verzuim heeft gedaan. Op dit moment loopt de Bestuursopdracht LVS waarin een voorstel wordt uitgewerkt voor het gezamenlijk toewerken naar een passende basisformatie voor het uitvoeren van de LVS-taken in Zuid-Holland Zuid. Het verbeteren van de ketensamenwerking is een onderdeel van deze bestuursopdracht. De uitkomst nemen we mee in ons uitvoeringsprogramma. Wij delen uw zorgen en betrekken u graag bij de uitvoering van de wettelijke taken op het gebied van ziektepreventie en infectieziektebestrijding. In het uitvoeringsprogramma werken we dit concreet uit.
De GGD en Jong JGZ werken samen plannen uit
12
Gemeente
Inbreng betrekken bij de uitvoering van deze wettelijke taken (ziektepreventie en infectieziektebestrijding) en met concrete voorstellen te komen ter verbetering van de situatie.
HardinxveldGiessendam
De gemeente geeft de volgende zienswijze: 1. Allereerst bedanken wij u dat u dat de gemeente Hardinxveld-Giessendam middels de Raadswerkgroep Sociaal Domein in een vroeg stadium heeft kunnen meedenken bij opstellen van het MJP. Het zal een uitdaging zijn geweest om alle verschillende (wettelijke) taken in één overzicht weer te geven, onze complimenten voor het overzichtelijke geheel. Algemene reflectie 2. U heeft een overzicht gemaakt met de leidende principes en de gemeente Hardinxveld-Giessendam kan zich hierin vinden. Gezien de financiële onzekerheid en krapte op de arbeidsmarkt vragen we u om de focus op de basistaken te houden en de middelen doelgericht in te zetten. Dit betekent wat ons betreft terughoudendheid in het proberen van nieuwe initiatieven en in plaats daarvan te bestaande inzet te optimaliseren. Ook kan dit betekenen dat er vooral wordt geleerd van wat al bekend is elders in het land of vanuit het verleden.
Reactie om de vaccinatiegraad van kinderen in onze regio te verhogen. We willen ouders nog beter, al vanaf de zwangerschap, bereiken met betrouwbare informatie en voorlichting over het rijksvaccinatieprogramma. Daarnaast doen we onderzoek naar vaccinatiebereidheid bij inwoners in onze regio, om met onze aanpak nog beter te kunnen aansluiten bij de verschillende doelgroepen. Ook volgen we de landelijke ontwikkelingen rond het opzetten van vaccinatievoorzieningen voor volwassenen bij de GGD’en. In het uitvoeringsprogramma werken we dit verder uit. 1. Dank voor uw waardering! Wij willen uw gemeente ook bedanken voor de constructieve samenwerking bij de totstandkoming van het MJP.
2. We delen uw zorgen over de financiële situatie vanaf 2026. Er zijn meer gemeenten die ons nadrukkelijk vragen om rekening te houden met de financiële positie van gemeenten vanaf 2026. We voegen daarom in het MJP een leidend principe toe: “De financiële positie van gemeenten vanaf 2026 en de situatie op de arbeidsmarkt zijn bepalend voor het tempo waarin en de intensiteit waarmee we toewerken naar de MJP-ambities.” In het uitvoeringsprogramma (en bijbehorende meerjarenbegroting) werken we de MJP-ambities uit in realistische doelen. Daarbij houden we rekening met de financiële positie van gemeenten vanaf 2026. In het MJP hebben we aangegeven dat het tempo en de intensiteit waarmee we toewerken naar de ambities, in hoge mate afhankelijk zijn van de beschikbare middelen en capaciteit. Mogelijke (scherpe) keuzes om binnen het financiële kader toe te werken naar de MJP-ambities, maken we inzichtelijk in het uitvoeringsprogramma. We denken aan het geleidelijk vervangen van onze bestaande aanpak door een nieuwe. Daarnaast zien we
13
Gemeente
Inbreng
3. Hoewel het hier om regionaal beleid gaat, willen we u oproepen om vooral ook de aansluiting te blijven zoeken bij de lokale inzet die we in onze gemeente plegen om een gezonde, veilige en prettige woonomgeving te zijn.
Aandachtspunten per organisatieonderdeel 4. SOJ en Veilig Thuis Het jeugd- en veiligheidsdomein staan voor stevige inhoudelijke en financiële uitdagingen. De uitgangspunten van de Hervormingsagenda Jeugd met de focus op het normaliseren, waarbij de oplossing zoveel mogelijk in de samenleving en het normale netwerk van de jeugdigen wordt gezocht. We vragen u scherp te zijn rond het gebruik van de term normaliseren en bij de inzet te verduidelijken hoe dit bijdraagt aan het normaliseren. Dit om te voorkomen dat normaliseren een holle term wordt. We hopen samen met u te werken aan een ander verhaal waarbij de oplossing voor vraagstukken veel meer worden gezocht in het collectief en de samenleving in plaats van in de jeugdzorg.
Reactie mogelijkheden in het goed aansluiten op lokale initiatieven en samenwerken met lokale partners. Uw oproep om niet (opnieuw) het wiel uit te vinden, nemen wij ter harte. 3. Het MJP is een koersdocument van gemeenten en de DG&J. Het geeft weer wát we willen bereiken. Hóe we dit kunnen bereiken, werken we uit in het uitvoeringsprogramma. Wij onderschrijven de noodzaak om hiervoor zo goed mogelijk aan te sluiten op lokale initiatieven, partners en netwerken. Zoals we in het MJP hebben aangegeven, moeten we ons meer richten op het beïnvloeden van collectieve factoren. Deze blijken immers in grote mate bepalend voor publieke gezondheid en ontwikkelingskansen. Voor het beïnvloeden van deze collectieve factoren, hebben we andere partijen, waaronder de lokale partners, nodig. Er zijn meer gemeenten die hier aandacht voor hebben gevraagd. We voegen daarom in het MJP een leidend principe toe: “Voor het beïnvloeden van collectieve factoren werken we samen met andere maatschappelijke partners, waaronder de lokale teams en andere lokale partners in de gemeenten.” 4. Wij onderschrijven het belang van normaliseren en werken graag met u samen aan een ander verhaal waarbij de oplossing voor vraagstukken veel meer worden gezocht in het collectief en de samenleving in plaats van in de jeugdzorg.
Dit sluit aan bij de focus van de Hervormingsagenda Jeugd en bij de leidende principes van het MJP. Zoals we in onze reactie op uw vorige punt hebben aangegeven, blijken collectieve factoren in grote mate bepalend voor publieke gezondheid en ontwikkelingskansen. We moeten ons daarom ook meer richten op het beïnvloeden van die collectieve factoren.
14
Gemeente
Inbreng 5. Leerplicht en voortijdig schoolverlaten Vanaf het schooljaar 2020-2021 zijn in de hele regio Zuid Holland Zuid stijgingen te zien in de aantallen thuiszitters en verzuimmeldingen. Dat willen we terugdringen en hiervoor is een duidelijke rolneming en samenwerking op andere beleidsterreinen nodig. Momenteel loopt er in de regio een onderzoek rondom de rol van Leerplicht en aanpalende beleidsvelden. We roepen u op de uitkomst van dit onderzoek (dat eind mei 2024 wordt verwacht) mee te nemen in de verdere ontwikkeling van Leerplicht.
6. Publieke gezondheid Als hoofdopgave benoemt u het verminderen van gezondheidsachterstanden en vergroten van ontwikkelingskansen van inwoners in Zuid-Holland Zuid. Deze opgave sluit aan bij de landelijke ambities van het Gezond en Actief Leven Akkoord en het Integraal Zorgakkoord, waar onze gemeente ook mee aan de slag is. We zijn opgeroepen om integraal en domeinoverstijgend samen te werken en zien graag terug in het uitvoeringsprogramma hoe u dit als DG&J voor de verschillende organisatieonderdelen doet. 7. U geeft aan dat u inwoners gaat betrekken bij het uitwerken van het uitvoeringsprogramma. Ook hiervan zien we graag terug in het uitvoeringsprogramma hoe u dit met onze (kwetsbare) inwoners gaat doen.
Reactie 5. Zoals u aangeeft, stijgt het aantal verzuimmeldingen bij LVS al enkele jaren. Het aantal meldingen bij LVS van ongeoorloofde thuiszitters neemt daarentegen af. Wel neemt het aantal geoorloofde thuiszitters toe. Voor deze laatste groep is niet LVS verantwoordelijk, maar de samenwerkingsverbanden van het onderwijs. U vraagt ons om scherp te zijn op onze rol en samenwerking. Op dit moment loopt de Bestuursopdracht LVS waarin een voorstel wordt uitgewerkt voor het gezamenlijk toewerken naar een passende basisformatie voor het uitvoeren van de LVS-taken in Zuid-Holland Zuid. Het verbeteren van de ketensamenwerking is een onderdeel van deze bestuursopdracht. De uitkomst nemen we mee in ons uitvoeringsprogramma. 6. In het MJP hebben we een werkwijze beschreven op basis van de leidende principes. Domeinoverstijgend samenwerken binnen en over grenzen van organisaties, is daarbij een belangrijk punt. Dit geldt ook voor ons binnen de DG&J. Daar waar we door intern samen te werken meer impact kunnen maken voor inwoners, zullen we dit zeker doen. In het uitvoeringsprogramma werken we dit uit.
7. Wij benutten de bestaande contacten en overlegstructuren van de DG&J met inwoners om het uitvoeringsprogramma te toetsen en verrijken. Na vaststelling van het uitvoeringsprogramma, betrekken we inwoners bij de daadwerkelijke uitvoering. We zoeken daarbij naar impactvolle samenwerking met inwoners. Om gezamenlijk de oorzaken van problemen/vraagstukken te analyseren en werkende oplossingen te bedenken. Vanzelfsprekend doen we dit samen met gemeenten, om zo goed mogelijk aan te kunnen sluiten op lokale initiatieven, partners en netwerken. Vanwege de beperkte financiële mogelijkheden, zetten we kleine stappen om geleidelijk te groeien naar een nieuwe manier van samenwerken met inwoners.
15
Gemeente Hendrik-Ido-Ambacht
Inbreng De gemeente geeft de volgende zienswijze: 1. Allereerst willen we onze dank en complimenten uitspreken over de wijze waarop u de dienstverlening heeft samengebracht tot een overzichtelijk geheel waarin de input van gemeenten, raadsleden en wethouders is meegenomen. Onlangs heeft de gemeente de nota publieke gezondheid 'Ambacht gezond zorgzaam en vitaal' vastgesteld. De lokale doelstellingen uit de nota hebben veel overeenkomsten met het meerjarenbeleidsplan. 2. Preventie is een gezamenlijke taak Preventie is een belangrijk uitgangspunt in het meerjarenbeleidsplan. U beschrijft dat de DG&J onder andere stuurt op preventieve inzet door gemeenten. Wij zijn van mening dat preventie in de gehele keten noodzakelijk is en dit een gezamenlijke opgave betreft met ieders eigen verantwoordelijkheden. We zien hierin graag terug wat de preventieve mogelijkheden zijn binnen de DG&J. Wij roepen u daarom op om het gesprek rondom preventie met gemeenten op gang te brengen en aansluiting te vinden met activiteiten uit ons preventieplan en de nota publieke gezondheid. 3. Samenbrengen onderdelen Dienst Gezondheid en Jeugd U omschrijft het belang van samenwerking rondom datagedreven werken zodat we 'van de achterkant' leren wat er 'aan de voorkant' versterkt kan worden. Wij onderschrijven dit uitgangspunt.
Wij zien graag dat het data-gedreven werken doorontwikkeld wordt over de organisatieonderdelen heen. Zo zou organisatie overstijgende data bij kunnen dragen bij de invoering en monitoring van het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming. Hierbij zou het wenselijk zijn als data van de Serviceorganisatie Jeugd en Veilig Thuis gecombineerd kan worden zodat de effecten van de inzet gemeten worden.
Reactie 1. Dank voor uw waardering! Wij willen uw gemeente ook bedanken voor de constructieve samenwerking bij de totstandkoming van het MJP. Het is goed om te lezen dat het MJP aansluit op uw lokale doelstellingen.
2. Wij delen uw standpunt dat preventie in een brede keten moet worden vormgegeven. Dit is ook de achterliggende gedachte van beoogde regionale preventie infrastructuur waartoe opdracht wordt gegeven in het GALA: deze RPI versterkt de lokale preventie infrastructuren en vice versa. Het is belangrijk dat de ZHZgemeenten daarop een gezamenlijke bestuurlijke visie ontwikkelen.
3. In het uitvoeringsprogramma werken we de mogelijkheden uit voor data-gedreven werken over de organisatieonderdelen heen. Naast het combineren van onze eigen data, kunnen we onze data ook combineren met data van verschillende regionale organisaties die zijn aangesloten op het regionale dataplatform. Het regionale dataplatform is in beheer van het Onderzoekscentrum Drechtsteden. Data van de DG&J en van de aangesloten regionale organisaties kan naast elkaar worden weergeven, zónder deze op persoonsniveau te koppelen. De DG&J biedt op dit moment een reeks dataproducten (online rapporten en dashboards) en diensten (databijeenkomsten, data-analyse en advies) per organisatieonderdeel. Daarnaast bieden wij op basis van concrete vragen ook incidentele en structurele rapporten waarin data domeinoverstijgend wordt gecombineerd. Zo hebben we data van
16
Gemeente
Inbreng
4. Normaliseren U schrijft dat de druk op zorg en hulp steeds groter wordt, terwijl de financiën en arbeidsmarkt niet meegroeien. De complexiteit neemt toe; problemen komen veelal niet alleen en staan niet los van andere problemen en oplossingen. Wij herkennen hierin onder andere de opgave van normaliseren binnen het jeugddomein. Hierbij is een belangrijk uitgangspunt dat niet iedere vraag hoeft te leiden tot de inzet van (jeugd)hulp. Wij zouden deze ontwikkeling graag terugzien in aanpalende beleidsterreinen binnen de DG&J.
5. Landelijke ontwikkelingen De komende jaren krijgt het jeugd- en veiligheidsdomein te maken met flinke inhoudelijke en financiële uitdagingen
Reactie LVS en SOJ gecombineerd voor onder andere Jeugdhulp op school en dyslexiezorg. En data van de Sociale Dienst Drechtsteden en SOJ voor het bepalen van de mate van doorstroming vanuit de Jeugdwet naar beschermd wonen (Wmo). Een verdergaande manier van data-gedreven werken, is het domeinoverstijgend combineren van data op persoonsniveau. Ook hierbij werken we vraag gestuurd. Het datateam van de DG&J onderzoekt voor concrete verzoeken samen met de Functionaris Gegevensbescherming en de Privacy Officer of toestemming kan worden verkregen, binnen de mogelijkheden van de wettelijke en ethische kaders. Het regionale programma Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming onder aansturing van de 10 gemeenten, kent een actielijn voor het ontwikkelen van sturing en monitoring van data binnen de jeugdbeschermingsketen. Wij denken graag mee over een concreet verzoek vanuit het regionale programma van het Toekomstscenario voor het combineren van data. 4. Wij onderschrijven de opgave tot normaliseren. In de aanpalende beleidsterreinen binnen de DG&J (LVS, Veilig Thuis en in voorkomende gevallen het Meldpunt Zorg & Overlast), wordt van elke melding gedegen beoordeeld of en zo ja welk vervolg noodzakelijk is. Niet alle meldingen leiden automatisch tot een vervolg binnen de DG&J. Ook zijn we als DG&J alert op vragen die niet hoeven te leiden tot de inzet van hulp.
Wanneer LVS, Veilig Thuis en Meldpunt Zorg & Overlast van mening zijn dat hulp noodzakelijk is, dan leiden zij de inwoner toe naar de desbetreffende verwijzer of nemen zelf contact op. In veel gevallen is dit het lokale team. Het is uiteindelijk aan de verwijzer om te bepalen of en zo ja welke hulp wordt ingezet. Het lokale team is bij uitstek de partij die goed zicht heeft op alternatieve oplossingen die voor een specifieke inwoner passender kunnen zijn dan het inzetten van hulp. 5. De grote landelijke ontwikkelingen die u noemt, hebben wij niet als leidend principe opgenomen, maar als MJP-ambitie (zie kopje ‘Vergroten impact'). De leidende principes in het MJP geven