A26. 20210820 ONS D, Integrale reactie op ingediende zienswijzen concepttekst GR Sociaal.pdf
Tekst van het document
Transitie GR sociaal Onderwerp: Reactie op ingekomen zienswijzen concepttekst Aan: de colleges van B&W en de gemeenteraden van de Drechtstedengemeenten Van: ONS D Datum: 2-8-2021 Beste raadsleden en collegeleden, Net voor de zomer hebben alle raden zich uitgesproken over de concepttekst voor de GR Sociaal. De reactie van elke gemeenteraad op deze concepttekst treft u als bijlage aan bij deze brief. De zienswijzen en reacties worden verwerkt in de uiteindelijke tekst voor de GR Sociaal en de memorie van toelichting. Om u tijdig te informeren nemen wij u in deze brief, als tussenbericht, vast mee op de reacties en lichten we kort toe wat er gedaan wordt met de input. Voordat we daar op ingaan willen we u eerst hartelijk danken voor de tijd en betrokkenheid die een ieder in deze transitie inbrengt. Het is een intensief jaar tot nu toe voor iedereen, maar de betrokkenheid blijft van iedereen onverminderd stevig en positief! De reacties geven wat ons betreft een mooie mix weer van onze samenwerking in de toekomst. Een samenwerking die laat zien dat we steeds beter lokaal in staat zijn om weloverwogen keuzes voor onze inwoners in het sociaal domein te kunnen maken. Tegelijkertijd blijven we met elkaar samenwerken in de GR Sociaal en behouden we het goede van wat we met elkaar de afgelopen jaren hebben opgebouwd.
We gaan inhoudelijk achtereenvolgens in op de volgende onderwerpen, gebaseerd op de reacties van alle gemeenteraden: 1. Maatwerk 2. De rol van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur 3. De stemverhoudingen 4. De raadscommissie 5. De financiën 6. De regels rondom toetreden, uittreden en wijzigen 7. Toekomstige samenwerking Maatwerk Alle gemeenten hebben in hun reactie aandacht besteed aan de mogelijkheden van maatwerk in de toekomst. De reacties laten een divers beeld zien, in die zin dat een aantal gemeenten expliciet aandacht vraagt voor de risico’s bij teveel maatwerk. De balans tussen maatwerk enerzijds en een efficiënte uitvoering door een robuuste dienst/GR anderzijds, zien we, is daarin belangrijk. De uitwerking die bij de concepttekst GR over maatwerk was opgenomen is een goede basis. Enkele gemeenten hebben verzocht om deze basisregels rondom maatwerk in een apart kader vast te leggen en in de GR tekst naar dit kader te verwijzen. Wij onderstrepen het belang van het vastleggen van afspraken en daarom zal in de memorie van toelichting bij de gewijzigde tekst een nadere beschrijving van de regels rondom maatwerk worden opgenomen. Dit biedt daarmee naar onze mening voldoende juridische waarborgen. In de memorie van toelichting wordt ook de uitvoeringstoets verder beschreven (welke inhoud kent deze toets straks).
Nieuw in de definitieve tekst van de GR Sociaal (ook t.o.v. de concepttekst) is de mogelijkheid om een arbitragecommissie in te stellen. Een belangrijk punt is de ruimte voor maatwerk en de daaraan verbonden meer- of minderkosten (indien van toepassing). Hoeveel we vooraf ook duiden, we hebben gezien dat er verschil van inzicht kan blijven bestaan over de mogelijkheid van maatwerk en de meer- of minderkosten die dit voor de vragende gemeente met zich meebrengt en welke risico’s daar voor de andere deelnemende gemeenten in de GR Sociaal mogelijk aan verbonden zijn. Als deze discussies te lang duren zet
dat de samenwerking fors onder druk. Een onafhankelijk, objectief oordeel helpt dan naar ons mening om het verschil van inzicht te beslechten. De uitspraak van de commissie is bindend. De kosten van deze procedure zijn voor de partij die de arbitrage heeft aangevraagd. De commissie zal ingesteld worden zodra de eerste aanvraag daartoe een feit is. In de memorie van toelichting is deze uitleg straks verder verwerkt. Hardinxveld-Giessendam heeft in haar reactie op de concepttekst verzocht om artikel 5 lid 6 aan te passen. Dit artikel gaat over de sociale werkvoorziening. Hardinxveld-Giessendam is sinds de vrijgesteld van deelname aan taken op het gebied van de Wsw. In de GR tekst die tot einde 2021 van kracht is, was een datum opgenomen tot wanneer deze vrijstelling van kracht is, deze datum is al een keer verlengd en in de concepttekst is een nieuwe einddatum opgenomen van 31 december 2024. Hardinxveld-Giessendam heeft verzocht om de datum te schrappen. Daarop is in de definitieve tekst de volgende wijziging aangebracht: De gemeente Hardinxveld-Giessendam wordt vrijstelling verleend van de in het vijfde lid, onder het kopje "Sociale werkvoorziening (Wsw)" genoemde taken. Indien zij alsnog deel willen gaan nemen aan de genoemde taken dienen zij dit tijdig bij het algemeen bestuur kenbaar te maken. Aan de deelname kunnen door het algemeen bestuur voorwaarden worden verbonden.
Tot slot heeft Alblasserdam in haar reactie op dit punt verzocht om artikel 5 van de Wgr verder uit te breiden, omdat zij zoeken naar voldoende flexibiliteit om zelf (op termijn) (deel)taken te gaan uitvoeren. Het is voor hen essentieel dat deze taken niet als uittreding worden gezien. In dat verband wordt ook artikel 34 van de GR tekst genoemd. Ook Hardinxveld Giessendam verwijst naar beide artikelen voor meer toelichting en concretisering. We merken hierover het volgende op: de gemeenschappelijke regeling Sociaal is geen nieuwe regeling. De bestaande regeling Drechtsteden is de basis, deze is aangepast naar de vernieuwde vorm van samenwerking in de regio voor wat betreft het sociaal domein. Het huidige takenpakket en personeel en daaraan verbonden risico’s en verplichtingen zijn dus het startpunt. We bouwen dus niet vanaf nul op, maar wijzigen het bestaande. Daarom betreft het voorstel voor de GR tekst ook een wijzigingsvoorstel. Daarbij is van belang om te beseffen dat alle gezamenlijke afspraken van de zeven gemeenten worden vastgelegd in de GR op een eenduidige en overzichtelijke manier. Dit gemeenschappelijke takenpakket vormt de kern van de gemeenschappelijke regeling en de samenwerking onderling. Dat betekent ook dat elke wijziging in taken en bevoegdheden afspraken met zich meebrengen over mogelijke kosten.
Of iets uittreden of een beperking in de afname van diensten, taken of bevoegdheden is of dat er sprake is van maatwerk maakt voor het feit dat er afspraken gemaakt moeten worden over mogelijke kosten niet uit. Door vroegtijdig te melden dat er andere behoeften zijn kunnen er één of meer vraagverhelderingsgesprekken plaatsvinden tussen de vrager(s) en GR. Zo wordt informatie en kennis gedeeld en wordt met elkaar aangescherpt wat de eventuele consequenties zijn van de vraag. Als de wens is om bepaalde taken in de toekomst niet meer af te nemen kunnen door deze tijdige melding, gesprekken en afspraken de kosten (zeer) beperkt blijven. De afspraken bieden tegelijkertijd ook een waarborg voor de andere deelnemende gemeenten zodat zij niet door een wijziging van taken bij 1 of enkele gemeenten geconfronteerd worden met extra kosten. Of en wanneer er sprake is van wijzigen of uittreden lichten we verder toe in deze brief onder de kop “toetreden, uittreden en wijzigingen”. De rol van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur Het bestuur van de GR bestaat straks, conform artikel 12 van de Wgr, uit een algemeen bestuur (AB), een dagelijks bestuur (DB) en een voorzitter. Het algemeen bestuur staat aan het hoofd van het openbaar lichaam. De voorzitter is voorzitter van het AB én het DB.
Het dagelijks bestuur bestaat uit de voorzitter en twee of meer andere leden, door en uit het algemeen bestuur aan te wijzen. Leden van het DB worden daarmee gekozen uit en door het AB en blijven deel uitmaken van het algemeen bestuur. De definitieve tekst van de GR Sociaal geeft hier verder invulling aan. In de memorie van toelichting zal hier ook uitgebreid aandacht aan worden besteed.
Alblasserdam heeft in haar reactie verzocht om artikel 4, lid 3 aan te passen. Dit artikel gaat over de taakuitvoering voor derden via een dienstverleningsovereenkomst. Vanwege mogelijke risico’s stellen zij voor om in dit artikel op te nemen dat pas na een unaniem besluit van het AB taken voor andere publiekrechtelijke instellingen kunnen worden uitgevoerd. Artikel 4 lid 3 legt feitelijk de basis voor het aangaan van een DVO voor andere organisaties, zonder dat zij direct tot de GR toetreden. Het maakt het daarmee mogelijk om taken uit te voeren voor organisaties, zonder dat zij direct deelnemer zijn. Artikel 4 geeft wel aan dat dit alleen kan onder voorwaarden die het algemeen bestuur van de gemeenschappelijke regeling Sociaal bepaalt. Het gaat hier dus altijd om een beperkte taak en daarmee wat ons betreft ook om beperkte risico’s. Conform de afspraken tussen de colleges is er slechts bij een beperkt aantal onderwerpen een gekwalificeerde meerderheid nodig. Unanimiteit kan leiden tot een veto van een gemeente. Dat is niet in overeenstemming met het principebesluit. Het verzoek wordt daarom niet overgenomen. Hardinxveld-Giessendam vraagt in haar reactie om artikel 13 van de concepttekst aan te passen en lid 2 a t/m d niet bij het dagelijks bestuur maar bij het algemeen bestuur te beleggen.
Het gaat om het volgende: a) Het vaststellen van uitvoeringsregels, voor zover het de in artikel 5 aan het dagelijks bestuur gedelegeerde en gemandateerde bevoegdheden betreft; b) Het nemen van besluiten als bedoeld in de Algemene wet bestuursrecht; c) Het aangaan van overeenkomsten en convenanten; d) het verlenen en vaststellen van subsidies;
Voor wat betreft punt C kunnen wij ons in de suggestie vinden en wordt dit in de definitieve tekst gewijzigd en ondergebracht bij het algemeen bestuur. Voor wat betreft punt A geldt het volgende: de bevoegdheid tot het vaststellen van uitvoeringsregels volgt rechtstreeks uit artikel 4:81 van de Algemene Wet Bestuursrecht en kan niet elders belegd worden. Onderdeel A blijft in de definitieve tekst daarom ongewijzigd. Voor wat betreft punt B en D geven we het volgende mee: beiden gaan over de bevoegdheid tot het nemen van besluiten. Het gaat hier over uitvoeringsbesluiten, zoals het nemen van besluiten op aanvragen voor bijvoorbeeld uitkeringen. Die taak sluit aan bij de bevoegdheden van het dagelijks bestuur die volgt uit artikel 33b van de Wet gemeenschappelijke regelingen, namelijk het voeren van het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam. De bevoegdheid tot het nemen van besluiten zal in de praktijk worden gemandateerd aan de ambtelijk organisatie. Net zoals dit bij gemeenten gebeurt. Het is bijzonder onpraktisch om dat voor te behouden aan het AB, omdat de SDD jaarlijks duizenden Awbbesluiten neemt en het onwenselijk is om die allemaal via het AB te laten lopen. Daarom is gekozen om deze bevoegdheid bij het DB te beleggen die het daarna mandateert aan de ambtelijke organisatie.
Tot slot heeft Zwijndrecht in haar reactie de voorwaarde opgenomen dat Zwijndrecht positie heeft in het dagelijks bestuur van de GR Sociaal. Dit is wat hen betreft essentieel om te kunnen sturen op de transformatie en de doelstellingen uit hun eigen transformatieplan te behalen. Sturing op het behalen van lokale doelstellingen en plannen is voor alle gemeenten van belang. Naar onze mening vindt sturing straks vooral plaats in het algemeen bestuur en lokaal via de kaderstelling door de raden. Het dagelijks bestuur is verantwoordelijk voor de goede voorbereiding van de vergaderingen van het algemeen bestuur én voor het borgen van het organisatiebelang van de GR Sociaal. Het lokale belang moet daarmee juist in het algemeen bestuur worden ingebracht en niet in het dagelijks bestuur. Het algemeen bestuur beslist over de benoeming van het dagelijks bestuur. De plek hiervoor is de eerste officiële vergadering. Het ligt niet voor de hand om voor andere posities dan de voorzitter afspraken in de GR tekst op te nemen. Wel vinden wij het van belang dat er in het dagelijks bestuur een goede mix is van de deelnemende gemeenten. Tot slot is het ook van belang om bij de verdeling rekening te houden met de deelname aan besturen van andere verbonden partijen in de regio voor gemeenten (zoals DG&J, Drechtwerk, OZHZ).
Stemverhoudingen Samenwerken en consensus is waar we naar streven met elkaar in de regio. Het draait er om of we wederzijds bereid zijn om besluiten met elkaar te nemen. Dat start niet bij stemmen, maar begint bij het goede gesprek op inhoud, luisteren naar elkaars argumenten en er met elkaar uit willen komen. Stemmen is in die zin het uiterste wat nodig kan zijn als we er op basis van argumenten en gesprek niet uitkomen. Het is dus niet het startpunt voor de samenwerking in het vernieuwde algemeen bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling. Doel is altijd om er met zijn zevenen uit te komen, rekening houdend met elkaars wensen en mogelijkheden. Mocht het nodig zijn dat er toch gestemd gaat worden, dan moet er een model liggen dat door alle zeven deelnemers akkoord is bevonden. Ten tijde van de behandeling van de concepttekst GR Sociaal was er nog geen definitieve invulling gegeven aan de stemverhoudingen.
De colleges van Alblasserdam, Dordrecht, Hardinxveld-Giessendam, Hendrik Ido Ambacht, Papendrecht, Sliedrecht en Zwijndrecht zijn net voor het zomerreces met elkaar overeengekomen dat de stemverhoudingen als volgt wordt ingevuld: Gemeenten Inwoneraantal per Percentage Stemmen 1-1-2020, CBS Alblasserdam 20.165 6,93% 7 Dordrecht 119.284 40,99% 41 (2 x 20,5) Hardinxveld 18.295 6,29% 6 Giessendam Hendrik Ido Ambacht 31.202 10,72% 11 Papendrecht 32.137 11,04% 11 Sliedrecht 25.220 8,67% 9 Zwijndrecht 44.737 15,37% 15 TOTAAL 291.040 100% 100 (meerderheid 51)
De stemverhoudingen worden vastgesteld op basis van de CBS-gegevens van 1 januari van het jaar waarin gemeenteraadsverkiezingen plaats vinden. Om nu helderheid te krijgen worden de stemverhoudingen voor 2022 vastgesteld op basis van de inwoneraantallen per 1 januari 2020. Daarnaast wordt in de tekst van de regeling vastgelegd dat de grootste deelnemer maximaal 49% van de stemmen in het AB mag hebben. Tot slot wordt in de regeling, vanwege de grote verwevenheid tussen financiën en beleid, opgenomen dat er voor de besluitvorming over begroting, begrotingswijzigingen en bijdrageverordening een gekwalificeerde meerderheid nodig is. Naast een meerderheid van stemmen moeten minimaal 3 gemeenten instemmen.
Raadscommissie De gemeenteraden van Papendrecht, Sliedrecht en Hendrik Ido Ambacht hebben in hun reactie expliciet de wens uitgesproken voor een raadscommissie zoals deze in de Wet gemeenschappelijke regeling straks is opgenomen. Een dergelijke commissie heeft géén enkele formele bevoegdheid en komt absoluut niet in plaats van de verantwoordelijkheid van de gemeenteraden noch van de colleges. Dat zou ook onwenselijk zijn omdat anders de raden buiten spel zouden worden gezet of in het laatste geval juist een rolverwarring gaat optreden wanneer raadsleden weer over de uitoefening van collegebevoegdheden zouden gaan beslissen. De commissie zorgt er alleen voor dat gemeenteraadsleden vroegtijdig meegenomen kunnen worden bij de voorbereiding van beleidskeuzes én met elkaar van gedachten kunnen wisselen over de wensen vanuit de verschillenden gemeenten. Zonder tegenbericht van de gemeenteraden van Alblasserdam, Dordrecht, Hardinxveld Giessendam en Zwijndrecht gaan wij er vanuit dat zij het ook eens zijn om de raadscommissie verder vorm te gaan geven. In de Gr tekst is een kan-bepaling opgenomen, zodat dit uitgevoerd kan worden.
Er is tot slot bewust voor de term raadscommissie gekozen in de GR tekst, omdat dit de formele term uit de Wet gemeenschappelijke regeling is. Het staat het bestuur en de deelnemers vrij om de naam in de praktijk anders vorm te geven en gelet op de reacties vanuit sommige gemeenten adviseren wij om de commissie verder in de dagelijkse praktijk klankbordgroep te noemen. Financiën Praktisch alle gemeenteraden benoemen in hun reactie het project kostenverdeelsleutel. Het spoor GR Sociaal en dit project lopen bewust los van elkaar. De reden hiervan is dat er sowieso nieuwe kostenverdeelsleutels nodig zijn, ongeacht of de Gemeenschappelijke Regeling wel of niet vernieuwd zou worden. Het besluit om de kostenverdeelsleutels te herzien viel daarmee ook eerder dan, en staat los van, het besluit om de Gemeenschappelijke Regeling te vernieuwen. Het project loopt daarmee dus ook een eigen proces in een eigen tempo. Wij onderschrijven met elkaar dat een transparante en uitlegbare verdeling van kosten van belang is en blijft. Hieronder treft u nogmaals de planning aan voor het project kostenverdeelsleutel:
De gemeenteraad van Papendrecht vraagt in de reactie om meer inzicht in de gevolgen voor de apparaatskosten lokaal en regionaal als gevolg van de transitie GR Sociaal. Bij de transitie is het uiteraard van belang goed te kijken naar de inzet en capaciteit die nodig is bij zowel gemeenten als de GR Sociaal zelf. Het feit dat de kaderstelling weer bij gemeenten komt te liggen betekent dat zij er taken bij krijgen en dat zij zullen investeren in stevig opdrachtgeverschap. Voor de GR betekent het dat zij met meerdere opdrachtgevers te maken krijgt en ook dat vraagt meer tijdinvestering. Het proces om tot beleidskaders die de raden vaststellen te komen zal aan beide kanten intensiever zijn dan voorheen. Voor zover dit gevolgen heeft voor de lokale capaciteit is het aan elke gemeente zelf om dit in beeld te brengen en te bespreken met de eigen gemeenteraad. Regionaal volgt de GR Sociaal de komende periode in welke mate het werk zal toenemen op deze punten en welke gevolgen dit heeft op de capaciteit. Indien noodzakelijk wordt dit met het algemeen bestuur van de GR op dat moment verder besproken. Verder geldt dat er concerntaken voor de GR Sociaal (die nu binnen de GRD door bureau Drechtstede worden uitgevoerd) bij de Sociale Dienst Drechtsteden komen te liggen. Voor nu is voorzien dat het voor de concerntaken om 5,5 fte gaat (o.a.
ondersteuning AB en DB, advisering AB en DB, P&C taken, juridische control en de functionaris gegevensbescherming). Over de dekking hiervan zijn reeds voor de zomer afspraken gemaakt in het brede transitiespoor. Tot slot zet de gemeenteraad van Alblasserdam in haar reactie vraagtekens bij besluitvorming over de verdeelsystematiek door het algemeen bestuur en hebben zij de voorkeur dat gemeenten hier zelf over gaan, vanwege de koppeling met maatwerk maar vooral vanwege de eigenarenrol die de gemeenten hebben. Wettelijk gezien is het vaststellen van de bijdrageverordening bij uitstek een taak van het algemeen bestuur.
Dat is met de wijziging van de GR niet anders dan nu, immers de Drechtraad stelt deze nu vast in haar rol als algemeen bestuur van de GR. Juist in het algemeen bestuur moet de rol van elke gemeente goed worden ingevuld, zodat het goede inhoudelijke gesprek gevoerd kan worden en juist het bestuur van de GR handelt als eigenaar. Omdat het om de bijdrage aan de GR gaat, moet er een eenduidig besluit komen met 1 systematiek voor alle gemeenten. Als besluitvorming lokaal zou plaatsvinden, ontstaat de situatie dat er meer dan 1 verdeelsystematiek naast elkaar besloten wordt. Dat is onuitvoerbaar voor een GR en gaat niet uit van een gezamenlijke samenwerking in de GR voor de taken die daar belegd zijn. Er heeft dan ook geen wijziging plaatsgevonden op dit punt in de definitieve tekst. De colleges van Alblasserdam, Dordrecht, Hardinxveld-Giessendam, Hendrik Ido Ambacht, Papendrecht, Sliedrecht en Zwijndrecht hebben overigens wel afgesproken dat ook voor de bijdrageverordening (daarin is de verdeelsystematiek opgenomen) gewerkt wordt met een gekwalificeerde meerderheid. Daarnaast is afgesproken dat de door de Drechtraad nieuw vastgestelde systematiek in 2021 1 op 1 wordt overgenomen door het algemeen bestuur en deze in elk geval voor de komende vier jaar vaststaat.
Regels rondom toetreden, uittreden en wijzigingen Diverse gemeenteraden hebben vragen gesteld over de rol van de raad bij wijzigingen, toetreding of uittreding en een tekstsuggestie gedaan om die rol te expliciteren. In artikel 1 van de Wgr is hierover het volgende opgenomen: De colleges van burgemeester en wethouders en de burgemeesters gaan niet over tot het treffen van een regeling dan na verkregen toestemming van de gemeenteraden. De toestemming kan slechts worden onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang. Onder het treffen van een regeling wordt in dit artikel mede verstaan het wijzigen van, het toetreden tot en het uittreden uit een regeling. Dit betekent dat de raad altijd een rol heeft bij wijzigingen, toetreding of uittreding. In artikel 33, lid 2 en artikel 39, lid 1 van de definitieve GR tekst Sociaal is de rol van de raden conform de Wgr nader geëxpliciteerd (door toevoeging “na verkregen toestemming van alle raden”). Dit tekstvoorstel is overgenomen uit de reactie van de gemeenteraad van Papendrecht. Voor zover het gaat om wanneer er nu wel of geen sprake is van uittreden en artikel 34 van de GR tekst waar Alblasserdam en Hardinxveld Giessendam aan refereren geven we hierop het volgende mee: elke mogelijke wijziging of uittreding is maatwerk en het hangt van de vraag en de inhoud af of er daadwerkelijk sprake is van al dan niet uittreding.
Feitelijk start het proces al bij de keuzes in beleid en de jaarlijkse uitgangspuntennotitie. Via die route worden keuzes gemaakt, zaken voorbereid en kunnen ook afspraken worden gemaakt over de voorbereiding hierop binnen de GRS zelf. Maatwerk, maar ook het zelf gaan uitvoeren van taken, die nu nog regionaal belegd zijn, horen bij die keuzes. En met die keuzes komen mogelijk ook kosten naar boven. Door een gedegen proces aan de voorkant te lopen kan het zo zijn dat een uiteindelijke wijziging of uittreding, geen kosten meer met zich meebrengt, omdat hier al tijdig naartoe gewerkt kan worden. Het valt of staat ook hierin met transparantie, samenwerken, een gedegen proces en co-creatie. Tegelijkertijd mag het besef er zijn dat gemeenten eigenaar zijn van de GR en ook verantwoordelijkheid mogen dragen voor de consequenties van bepaalde keuzes en besluiten. Los daarvan kunnen de keuzes van één of enkele gemeenten geen nadelige gevolgen hebben voor de andere deelnemende gemeenten. Het gaat in dat licht vooral ook om goede afspraken voor alle deelnemende gemeenten in een GR. Op grond hiervan zal artikel 34 nader uitgewerkt en gesplitst worden, zodat uittreden of het niet meer afnemen van een deel van een taak, dienst of wijziging van een bevoegdheid aparte onderdelen zijn in de GR tekst.
Hiermee wordt duidelijk dat er een verschil is tussen beiden, maar beiden gevolgen kunnen hebben voor de deelnemende gemeenten. Andere aanpassingen zijn in artikel 5 en artikel 34 niet gedaan, de beschrijvingen bieden wat ons betreft voldoende houvast en waarborg.
Samenwerken is meer dan het wijzigen van de structuur Tot slot vragen meerdere raden in hun reactie om niet uit het oog te verliezen dat het wijzigen van de structuur en het opstellen van de juridische tekst voor de GR niets zegt over de manier waarop we met elkaar samenwerken. Het gaat niet alleen om 'harde' besluiten. Er gaat veel veranderen, zowel voor de gemeenteraden als voor de colleges en ambtelijke organisaties. Door de manier waarop aan deze transitie gewerkt wordt, is deze verandering in feite al ingezet. Er wordt zowel op bestuurlijk als op ambtelijk niveau veel van gedachten gewisseld en samengewerkt. Vertrouwen, respect, aandacht voor rolwijziging, luisteren naar elkaars standpunten en posities zijn evenzo goed belangrijk en misschien wel belangrijker nog dan de structuurkant. We zijn aan het bekijken of we in het najaar sessies kunnen organiseren waarin geoefend wordt met de vernieuwde manier van werken, zowel ambtelijk als bestuurlijk. Én feitelijk starten we in het najaar ook al met elkaar met de eerste concrete lokale invulling van een verordening, als we met elkaar het gesprek gaan voeren over de verordening voor het Persoonlijk minimabudget. We onderschrijven deze zienswijzen op het proces en zijn het absoluut eens dat hier ook vanaf 1 januari 2022 consequent aandacht voor moet en mag zijn.
We doen daarbij een oproep ook naar u om dat vooral niet uit het oog verliezen en bespreekbaar te blijven maken! Tot slot vraagt Hardinxveld Giessendam om de nieuwe regeling (GR Sociaal) na twee jaar te evalueren en in deze evaluatie specifiek aandacht te besteden aan de effecten van de stemverhoudingen op o.a. beleid en maatwerk en het proces van zienswijzen door de deelnemende gemeenteraden op o.a. maatwerk en de kostenverdeelsystematiek. Voor dit laatste merken we op dat afgesproken is om de kostenverdeelsystematiek voor 4 jaar vast te leggen. We gaan er daarmee vanuit dat er nog geen nieuwe bijdrageverordening en kostenverdeelsystematiek is binnen 2 jaar en in de praktijk op dit onderwerp daarmee ook nog geen zienswijzeprocedure. Voor het overige ondersteunen wij het verzoek van harte en willen we hiermee afspreken om na 2 jaar een evaluatie uit te voeren op de vernieuwde manier van samenwerken in de GR Sociaal. We adviseren deze evaluatie uit te voeren in 2024 (na afronding van de jaarrekening 2023) en deze opdracht aan het algemeen bestuur van de GR Sociaal te geven, waarbij zij met de 7 colleges van de deelnemende gemeenten deze evaluatie verder vorm geven. Vervolgproces We hopen met deze reactie recht te doen aan ieders reactie op de concepttekst en daarmee een volledig beeld te geven op wat er met de reacties is gedaan.
Een aantal keer verwijzen wij bewust naar de definitieve tekst of de memorie van toelichting. Beide stukken zijn in de zomer opgesteld en aangepast. Voor uitgebreide informatie over het vervolgproces verwijzen wij naar nieuwsbrief 7 van de GR Sociaal die tussen half en eind augustus verspreid zal worden. Op niet al te lange termijn ontvangt u vervolgens ook het voorstel, de definitieve tekst en de memorie van toelichting via de reguliere route voor besluitvorming. Zodat we vanaf 1 januari 2022 operationeel kunnen zijn. Om vanaf dan samen, elke dag opnieuw invulling te geven aan onze taak in het sociaal domein: inwoners in de Drechtsteden ondersteunen bij hun vragen en er met elkaar voor zorgen dat zij zelfstandig en volwaardig kunnen leven, werken, wonen en meedoen. Vragen? Voor de transitie naar de GR Sociaal kunt u altijd alle informatie terugvinden op www.sociaaldrechtsteden.nl. Hebt u vragen naar aanleiding van deze brief? Dan kunt u deze stellen via transitiesociaal@drechtsteden.nl. Wij zorgen er uiteraard voor dat uw vraag zo snel mogelijk wordt beantwoord. Met vriendelijke groet, Namens het ONS D, J.M. Ansems Portefeuillehouder Sociaal Domein
Bezoekadres: Raadhuisplein 1 Postbus 175 3370 AD Hardinxveld-Giessendam t. 14 0184 e. info@hardinxveld-giessendam.nl i. www.hardinxveld-giessendam.nl
gemeente
Hardinxveld-Giessendam
ONS-D tranistiesociaal@drechtsteden.nl
Onderwerp Concepttekst GR Sociaal
Ons kenmerk
Uw brief 19 mei 2021
Zaak
Bijlage
Datum 5 juli 2021
-
Geachte leden van het ONS-D, Op 19 mei ontvingen wij de concepttekst met betrekking tot de nieuwe GR Sociaal, inclusief begeleidende notitie. In uw aanbiedingsbrief vraagt u ons deze door te geleiden naar de raad. Op 1 juli heeft de raad dit onderwerp besproken tijdens het 'Debat en Besluit'. Allereerst willen wij u complimenteren met de voortvarendheid waarmee deze transitie vorm krijgt. Wij hebben dit ook al opgemerkt in onze reactie naar aanleiding van de behandeling van de Hoofdlijnennotitie GR Sociaal in het Debat&Besluit van 22 april. Tevens waarderen wij uitgebreide en heldere uitleg die in de begeleidende notitie gegeven wordt. U stelt de vraag of de raad met deze concepttekst en toelichting, het college toestemming kan geven de gemeenschappelijke regeling aan te gaan. Daarnaast vraagt u of er wensen, bedenkingen of tekstuele opmerkingen zijn. Inhoud van de concepttekst GR Sociaal; stemverhoudingen De inhoud van de concepttekst is helder, maar nog niet volledig ingevuld. Met name het feit dat er nog geen overeenstemming is over de stemverhoudingen baart ons zorgen. Met deze reactie willen wij nog eens benadrukken dat de voorkeur van de gemeente HardinxveldGiessendam ligt bij het model waarbij de stemverhoudingen zijn gebaseerd op het inwonertal, zonder daarbij de financiële inbreng mee te wegen.
Deze financiële inbreng is voor alle gemeenten een nagenoeg gelijk percentage van hun totale begroting. Wijziging van de tekst van artikel 5.6 In artikel 5.6 van de concepttekst GR Sociaal is met betrekking tot de Sociale Werkvoorziening opgenomen dat de gemeente Hardinxveld-Giessendam tot en met 31 december 2024 is vrijgesteld van taken op het gebied van de Wsw. Op 17 december 2020 heeft de gemeenteraad het voorstel 'Toekomstige samenwerking Drechtsteden' vastgesteld. Daarin is expliciet vermeld dat niet getornd wordt aan het in 2015 genomen besluit dat (onder andere) de sociale werkvoorziening niet wordt ondergebracht bij de samenwerking in de Drechtsteden. Daar is geen einddatum aan verbonden. De gemeente Dordrecht is van dit besluit op de hoogte gebracht naar aanleiding van het besluit van de gemeenteraad op 17 december 2020. De tekst van artikel 5.6 dient gewijzigd te worden in "De gemeente Hardinxveld-Giessendam neemt geen deel in de in het vijfde lid onder het kopje 'Sociale werkvoorziening (Wsw)' genoemde taken".
Verzoek om de tekst van artikel 13 aan te passen Met het instellen van een nieuwe GR Sociaal wordt beoogd op een andere manier samen te werken dan tot nu toe het geval is. In dat kader is het ook belangrijk te kijken naar de verdeling van bevoegdheden tussen AB en DB. In de concepttekst zoals die nu geformuleerd is (artikel 13, lid 2 a t/m d) krijgt het DB een aantal bevoegdheden die in de nieuwe situatie beter bij het AB belegd zouden kunnen worden om op die manier echt een verandering teweeg te brengen. Wij verzoeken u daarom de tekst op dit punt aan te passen. Cultuurverandering De nieuwe werkwijze waar nu naar toe gewerkt wordt vraagt niet alleen om 'harde' besluiten. Er gaat veel veranderen, zowel voor de gemeenteraden als voor de colleges en ambtelijke organisaties. Door de manier waarop aan deze transitie gewerkt wordt, is deze verandering in feite al ingezet. Er wordt zowel op bestuurlijk als op ambtelijk niveau veel van gedachten gewisseld en samengewerkt. Dat betekent niet dat op 1 januari 2022 iedereen in zijn nieuwe rol zit. Wij vragen u hier, naast alle inhoudelijke en procedurele onderwerpen, aandacht aan te besteden, zodat ook dit onderdeel van de transitie goed tot zijn recht komt.
Toestemming college om de gemeenschappelijke regeling aan te gaan U vraagt of de raad met deze concepttekst en toelichting, het college toestemming kan geven om de gemeenschappelijke regeling aan te gaan. Ondanks het feit de tekst nog niet volledig is, geeft deze wel voldoende duidelijkheid om het college in principe toestemming te verlenen. Daarmee spreken wij tevens het vertrouwen uit dat overeenstemming bereikt wordt over de stemverhoudingen en dat de gevraagde tekstwijzigingen doorgevoerd worden. Tot slot Wij willen graag van deze gelegenheid gebruik maken om aan te geven dat de gemeente HardinxveldGiessendam ten volste bereid is om zitting te nemen in het Dagelijks Bestuur. Wij zien uit naar de volgende fase in dit proces en wensen u veel succes in het verdere verloop ervan.
Burgemeester en wethouders van Hardinxveld-Giessendam, de loco-secretaris, de burgemeester,
Sonja van der Stel
Dirk Heijkoop
-2-
Gemeente
Alblasserdam
Adres
Cortgene 2
Postbus 2 2950 AA Alblasserdam T: 14-078
Aan het college van burgemeester en wethouders van Dordrecht t.a.v. burgemeester A.W. Kolff Spuiboulevard 300 3311 GR DORDRECHT
F: (078) 770 80 80 I: www.alblasserdam.nl
BTW-nummer: NL001918412B01 IBAN: NL31BNGH0285000152
Geacht college, beste heer Kolft, Datum 29 juni 2021
Betreft
Zienswijze GR sociaal
Ons nummer
Bijlagen
Raadsbesluit d.d. 29 juni 2021
Het inhoudelijk wijzigen van onze gemeenschappelijke regeling is een flinke klus, met de tijdsdruk die wij onszelf opgelegd hebben nog als extra complicerende factor. Wij willen daarom onze complimenten overdragen aan u en de betrokken ambtenaren voor het tempo waarin gewerkt wordt, de afstemming met elkaar en het gesprek dat we met elkaar voeren over de inhoud. Naar aanleiding van de concept GR- tekst die u ons - via het ONS-D, op 18 mei jl. aangeboden heeft, willen wij graag onze zienswijze meegeven. Op hoofdlijnen kunnen wij instemmen met de richting van deze GR-tekst, mits de tekst op een aantal artikelen wordt aangepast of aangevuld conform de inhoud van onze zienswijze. Nadere duiding op óf het aanpassen van deze artikelen is voor ons voorwaardelijk om later dit jaar in te kunnen stemmen met de definitieve versie. We benoemen onze opmerkingen per artikel uit de concept GR-tekst: Artikel 4 In artikel 4 wordt de basis gelegd voor het overdragen (delegatie) van taken en het opdragen (mandatering en volmacht) van taken. Ook wordt de basis gelegd voor het aangaan van een DVO (zie ook artikel 34). Een opvallende bepaling is lid 3 over taakuitvoering voor derden. Extra taakuitvoering, feitelijk een uitbreiding van de GR, kan risico met zich mee brengen.
Ons voorstel is om hierover op te nemen in de GR-tekst dat pas na een unaniem besluit van het AB taken voor andere publiekrechtelijke instellingen kunnen worden uitgevoerd. Artikel 5 In artikel 5 is het 'delegatie/mandaat’-schema opgenomen. Uitgangspunt is steeds dat alle uitvoerende taken en bevoegdheden uit kolom 1 zijn overgedragen of opgedragen aan GRS en dat het stellen van nadere regels is gedelegeerd aan het AB. Soms betreft het alle taken en bevoegdheden uit een wet, soms alleen een gedeelte van die wet. Het onderscheid tussen delegatie en mandaat moet tot uitdrukking brengen dat bij mandaat de verantwoordelijkheid bij de deelnemer blijft liggen.
In lid 3 en 4 wordt opening geboden voor lokale accenten:
Dorp met karakter
3. De Gemeenten kunnen in de door hen vast te stellen verordeningen en andere algemeen verbindende voorschriften beleidsinhoudelijke verschillen opnemen die aansluiten op de lokale wensen en behoeften. De eventuele meer- of minderkosten in de uitvoering worden via een uitvoeringstoets door de GRS in beeld gebracht en verrekend met de betreffende gemeente(n). 4. De Gemeenten kunnen aan het Algemeen Bestuur en aan het Dagelijks Bestuur opdragen om in de op grond van het eerste lid vast te stellen nadere regels en beleidsregels beleidsinhoudelijke verschillen op te nemen die aansluiten op de lokale wensen en behoeften. De eventuele meer- of minderkosten in de uitvoering worden via een uitvoeringstoets door de GRS in beeld gebracht en verrekend met de betreffende gemeente(n). Deze artikelen gaan over beleidsinhoudelijke verschillen in lokale algemeen verbindende voorschriften en de eventueel daaruit voortvloeiende nadere regels. Erkend wordt dat dit kan leiden tot meer- of minderkosten. Ons wordt op basis van deze tekst niet geheel duidelijk hoe een beleidsinhoudelijke beperking van overdracht zich verhoudt met het aan je houden van een taak (dus het zelf uitvoeren van die taak). Want extra lokale inzet op een overgedragen taak zal naar onze mening niet voortvloeien uit een verordening of nadere regel. Dat geldt ook voor het niet inbrengen van een taak.
Voor ons is het van groot belang om voldoende flexibiliteit te hebben op de beleids terreinen waar wij (op termijn) (deel)taken zelf voor willen gaan uitvoeren. Het is essentieel dat deze taken niet als uittreding worden gezien - of als toetreding - op het moment dat we een taak toch zelf willen uitvoeren of terug willen geven. Daarom stellen wij voor een bijlage toe te voegen aan artikel 5 met daarin alle taken waarop wij lokale inzet verwachten. En de optie om deze bijlage jaarlijks aan te passen. In de GR-tekst zal dan een zin toegevoegd moeten worden in de trant van: Het uitvoeren van alle taken met uitzondering van de taken genoemd in bijlage 1 ; De deelnemers hebben de optie jaarlijks de bijlage aan te passen op een nader - in afstemming met het AB - te bepalen tijdstip;. Artikel 10 Wij kunnen pas instemmen met de GR-tekst als er duidelijkheid is over de stemverhoudingen. Artikel 16 Nog onduidelijk blijft de positie van de raadscommissie. Dit is voor ons echter niet onoverkomelijk om in te kunnen stemmen met de GR-tekst. Naar onze mening is het wel zo dat het gebruik van de term raadscommissie of raadsadviescommissie verwarrend is, zeker nu een dergelijke commissie geen formele bevoegdheden heeft. Naar onze mening beschrijft de term klankbordgroep de lading beter.
Artikel 27 De financiële dekking van ons lokaal maatwerk vindt deels zijn plek in de nieuwe afspraken van de kostenverdeelsystematiek. De huidige variant waarin veel op basis van nut wordt afgerekend sluit daar goed op aan. In artikel 27 wordt echter aangegeven dat aanpassingen in die verdeelsystematiek besloten worden door het AB waarop gemeenten in de gelegenheid worden gesteld een zienswijze te kunnen afgeven. Wij stellen daar onze vraagtekens bij. Vanwege de koppeling met ons lokaal maatwerk maar vooral vanwege de eigenarenrol die de gemeenten hebben, moeten gemeenten zelf kunnen besluiten tot een andere verdeelsystematiek om daarmee ook de implicaties op lokaal budget en lokale inzet te kunnen duiden en besluiten. Een zienswijze geeft ons te weinig sturingsmogelijkheden. Artikel 34 Hier wordt gesproken over het niet langer afnemen van diensten of het niet langer delegeren of mandateren van taken en bevoegdheden aan de GR. De onduidelijkheid van artikel 5 met betrekking tot lokale taken kan er dus toe leiden dat het zelf uitvoeren van taken als uittreden wordt gezien in plaats van de keus om binnen de gedelegeerde of gemandateerde taken lokaal maatwerk aan te passen aan specifieke lokale wensen.
Door die onduidelijkheid kan de GR kan zich dan op het standpunt stellen dat gemeenten desintegratiekosten (voor vermindering personeel of achterblijvende kosten) dienen te betalen. Dat zou het geval kunnen zijn voor elke vermindering of aanpassing van taakuitvoering door de GR. Om dit te voorkomen dient artikel 5 scherper beschreven te worden en is die bijlage ten aanzien van de lokale taken noodzakelijk. Artikel 39 In de wetenschap dat de rol van de raad in artikel 1 van de Wet Gemeenschappelijke Regeling staat opgenomen, vinden wij het toch wenselijk deze rol in artikel 39 expliciet op te nemen. Een tekstvoorstel zou kunnen zijn: "Wijziging van de regeling kan plaatsvinden bij daartoe strekkende eensluidende besluiten van de colleges met toestemming van de gemeenteraden van alle deelnemende gemeenten en dagelijks besturen van alle deelnemende publiekrechtelijke lichamen."
Wellicht dat wij de conceptteksten GR anders interpreteren dan u bedoeld heeft. Wij willen echter wel duidelijkheid ten aanzien van de artikelen 5, 27 en 34 voordat wij later dit jaar definitief kunnen instemmen. Tot slot willen wij nogmaals benadrukken dat de juridische tekst van deze GR nog niets zegt over de manier waarop we met elkaar samenwerken. Een samenwerking gebaseerd op wederzijds respect, vertrouwen en inzicht in eikaars standpunten en posities is voor ons net zo hard nodig als een nieuw juridisch construct. Laten we dat niet uit het oog verliezen!
Vragen Heeft u vragen over deze brief? Neem dan contact op met Astrid de Gooijer. U kunt haar bereiken via a.de.qooijer@alblasserdam.nl of via 06-48138648. Met vriendelijke groet, De gemeenteraad van Alblasserdam,
De griffier, A.M. Bode-Huizer, plv.
□e voorzitter, JKSTa. Paans
Papendrecht Aan ONS-D
datum 1 juli 2021 behandeld door P. Naeije ons kenmerk 2021-0069224 telefoonnummer 14 078 onderwerp Reactie op concept tekst GR Sociaal
Geachte heer/mevrouw, Op 19 mei 2021 heeft u de concept tekst voor de nieuwe gemeenschappelijke regeling Sociaal en de begeleidende notitie aangeboden. Naar aanleiding van deze notitie en de concept tekst van de nieuwe GR treft u hierbij onze reactie aan in aanvulling op onze eerdere reactie op de hoofdlijnennotitie. Wij zien diverse onderdelen van onze inbreng terugkomen in de tekst van de nieuwe gemeenschappelijke regeling en kunnen de hoofdlijnen onderschrijven. Aangezien nog niet alle elementen, bijvoorbeeld de stemverhoudingen helder zijn, kunnen wij op dit moment nog geen eindoordeel geven. Ons definitieve standpunt volgt als wij alles integraal kunnen afwegen en in samenhang hebben kunnen beoordelen. Op dit moment willen wij ingaan op de volgende hoofdlijnen: a) Raadsadviescommissie. b) Stemverhoudingen c) Maatwerk d) Financiën a.) Raadsadviescommissie Dank dat wij in de concept tekst de mogelijkheid zien opgenomen van een raadsadviescommissie, conform de door onze raad aangenomen motie "Regio Drechtsteden democratisch en uitnodigend". Wij hechten er waarde aan dat ook andere gemeenteraden zich uitspreken over deze adviescommissie en zullen dat ook onder de aandacht brengen bij de andere 6 gemeenteraden, · zodat zij hierover een uitspraak kunnen doen.
b.) Stemverhoudingen Zoals in onze reactie op de hoofdlijnennotitie aangegeven streven wij als gelijkwaardige partners naar consensus in de besluitvorming. In het genomen principebesluit is opgenomen dat er geen volledige overheersing mag zijn door "stedelijk- of poldergebied". Wij lezen dat er over stemverhoudingen nog geen overeenstemming is bereikt. Wij gaan er vanuit dat in het definitieve voorstel na de zomer een tekst is opgenomen, waarover consensus is bij alle gemeenten. Vanzelfsprekend moet dat voorstel passen binnen het door alle gemeenteraden vastgestelde principebesluit. Het voorkeursmodel van de gemeente Dordrecht doet geen recht aan het principebesluit, waarmee ook de gemeenteraad van Dordrecht heeft ingestemd. In dit model is de kans groot dat Dordrecht - gelet op de groei van het aantal inwoners - op relatief korte termijn meer dan 50% van de stemmen in het AB heeft. Dit doet geen recht aan een gemeenschappe/iike regeling en is ook in strijd met het genomen principebesluit. Wij herhalen nogmaals onze eerder gegeven reactie: Voor ons betekent dit concreet dat er geen gemeenten kunnen zijn met vetorecht in het AB en dat het ook niet mogelijk moet zijn dat twee gemeenten samen de meerderheid kunnen vormen.
Markt 22, J35 I PB Papendrecht Postbus 11, 3350 M Papendrecht Tekfoon 14 0'7U www.papl'nclrecht.nl lBAN: NLI J BNGII 0285 006U 'lll
c.) Maatwerk Het onderdeel maatwerk is verder uitgewerkt en wij herkennen onze eerdere opmerkingen. Wij zijn nog steeds van mening dat veel maatwerk ten koste kan gaan van een efficiënte uitvoering en een robuuste dienstverlening. Dit vinden wij niet in het belang van onze inwoners. Wij realiseren ons ook dat de behoefte van enkele andere gemeenten op dit punt groot is. Wij onderschrijven dat de maatwerk vragende gemeente(n) verantwoordelijk is voor deze meerkosten. Wij zien het als een nadrukkelijke opdracht van ons (toekomstig) AB-lid om hier goed op toe te zien en dat alles in het werk wordt gesteld om de efficiënte uitvoering voor onze inwoners te behouden. d.) Financiën Afspraken over het nieuwe model van kostenverdeling verloopt via een separaat traject en is losgekoppeld van de transitie naar de GR Sociaal. Uiteraard is de uitkomst van dit proces wel van invloed op de GR Sociaal. Wij hechten dan ook veel waarde aan een transparante en uitlegbare verdeling van de kosten en zullen de uitkomst daar aan toetsen. Met de komst van de GR Sociaal zien wij een verschuiving en verbreding van werkzaamheden plaatsvinden met mogelijk gevolgen voor de apparaatskosten, zowel lokaal, als ook bij de GR.
Bij de definitieve besluitvorming willen wij meer inzicht in de gevolgen voor de apparaatskosten lokaal en regionaal en verzoeken wij u ook om de apparaatskosten te blijven monitoren, zodat dit in evenwicht blijft. De raad van Papendrecht zal, in overeenstemming met de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr), niet eerder toestemming verlenen aan het college om de GR Sociaal aan te gaan, dan nadat de definitieve tekst beschikbaar is. Daarnaast is voor onze raad belangrijk dat in de GRS in artikel 33, lid 2 Toetreding en in artikel 39, lid 1 Wijziging, in overeenstemming met de Wgr, de toestemming van de raden expliciet wordt genoemd met betrekking tot besluitvorming, door de zinsnede op te nemen: "na verkregen toestemming van alle raden" Wij vertrouwen erop dat wij onze punten voldoende helder hebben verwoord en dat u bij het aanbieden van het definitieve voorstel voor de gewijzigde gemeenschappelijke regeling rekening houdt met onze inbreng. Hoogachtend, De griffier
G.A. van Egmond
Gemeentebestuur Spuiboulevard 300 3311 GR DORDRECHT
Aan de gemeenteraad
Datum
25 mei 2021
Zaaknummer
2021-0070856 Kennisnemen van Wijzigingsbesluit gemeenschappelijke regeling Drechtsteden (15e wijziging)
Betreft
Vergadering van Portefeuillehouder: Begrotingsprogramma Kernteam/Opgave: Auteur: E-mail: Verantwoordelijke: Openbaar:
Peter Heijkoop Sociaal en Zorgzaam Dordrecht Opgaven - Zorgzame Stad Aisha Ashruf a.ashruf@dordrecht.nl Gemma Smid-Marsman Ja
Voorgesteld besluit kennis te nemen van de concepttekst gemeenschappelijke regeling Drechtsteden (15e wijziging); met de voorliggende concepttekst en de toelichting in de begeleidende notitie toestemming te verlenen aan het college om de gemeenschappelijke regeling aan te gaan en zo nodig aan te geven welke wensen, bedenkingen en (tekstuele) opmerkingen er nog zijn. Op basis van deze input zal tijdens de zomermaanden gewerkt worden aan een definitieve tekst. Raadsvoorstel Wat is het doel? In de bijlage treft u de concept tekst van de nieuwe GR Sociaal Domein als volgende mijlpaal in de transitie. In deze concepttekst zijn de zienswijzen van de colleges en gemeenteraden op de hoofdlijnennotitie beschreven en meegenomen. Wij hebben als college echter wel twee stevige aandachtspunten bij de nadere uitwerking die we graag met uw raad delen. Wat zijn per beslispunt de argumenten en wat is hierop de toelichting? Niet van toepassing. Wat zijn kanttekeningen en/of risico’s bij dit voorstel? 1. Inhoudelijke beweging: meer ruimte voor maatwerk met inachtneming van efficiëncy Wij hebben in onze zienswijze op de hoofdlijnennotitie benadrukt dat we achter de beweging naar meer maatwerk staan, maar dat deze wel hand in hand moet gaan met oog voor efficiency en dat wij staan voor een robuuste uitvoeringsorganisatie.
Wij vinden de uitwerking die er nu ligt nog onvoldoende houvast bieden om dit te kunnen toetsen. Op papier is alles mogelijk qua maatwerk in de nieuwe situatie, omdat beleid terug gaat naar de afzonderlijke gemeenten. Tegelijk is ook in een recent bestuurlijk overleg gebleken, dat meerdere gemeenten (waaronder Dordrecht) behoefte hebben aan een duidelijker inkadering van wat straks wel en niet mogelijk is qua maatwerk, om ons gezamenlijk belang van bij een robuuste uitvoeringsorganisatie te bewaken. Versnipperd beleid leidt in veel gevallen tot inefficiëntie en verminderde slagvaardigheid. De afspraken hierover zijn
Zaaknummer
2021-0070856
tot nu toe te veel op hoofdlijnen gebleven. De mogelijkheden tot, en de financieel-organisatorische voorwaarden waaronder tot maatwerk gekomen wordt, maken weliswaar geen onderdeel uit van de GR tekst maar zijn voor ons wel van belang om tot een afgewogen oordeel te kunnen komen. Het geeft ons vertrouwen dat er nu een uitvoeringstoets in de tekst is opgenomen die de gevolgen van verschillende beleids- en uitvoeringskeuzen van gemeenten vooraf in kaart brengt. Op deze manier komt er vooraf meer duidelijkheid over de mogelijke consequenties voor de executiekracht en kwaliteit van de dienstverlening van de sociale dienst. 2. Stemverhoudingen GR Een tweede aandachtspunt heeft wél direct verband met de voorliggende teksten en betreft de stemverhoudingen. Wij kunnen ons niet vinden in het voorstel waar de overige gemeenten zich in de bestuurlijke begeleidingscommissie achter hebben geschaard. Wij lichten dat hieronder toe. Het belang van de stemverhoudingen Om te beginnen onderschrijven wij het principebesluit dat gestreefd moet worden naar consensus. In aanvulling daarop kan het belang van de stemverhoudingen in Algemeen Bestuur voor beleidsmatige keuzen worden gerelativeerd. Immers, in tegenstelling tot de huidige situatie waarin (regionaal) beleid door de Drechtraad wordt vastgesteld, worden beleidskeuzen straks lokaal in de gemeenteraden gemaakt.
Dat neemt niet weg dat er besluiten kunnen zijn waarbij de stemverhoudingen wel degelijk relevant zijn. Bijvoorbeeld bij besluiten over de (kosten van) maatwerk of besluiten over de inrichting van de organisatie en toekomstige bezuinigingen daarop. De stemverhoudingen in relatie tot de uitspraken van de gemeenteraad van Dordrecht Het recht doen aan de centrumrol van Dordrecht en het recht doen aan de financiële bijdrage van Dordrecht zijn terugkerende elementen in onze stellingname geweest. Wij hebben in de bespreking van de hoofdlijnennotitie met uw raad gezien dat sommige partijen vinden dat Dordrecht het in de samenwerking 'voor het zeggen' moet hebben. Vanuit het college is tijdens deze bespreking reeds aangegeven dat een absolute meerderheid voor Dordrecht in (de stemverhoudingen binnen) het Bestuur geen begaanbaar pad is. Dat past niet bij de samenwerking binnen een GR. Om het eenvoudig te stellen is er dan immers geen gezamenlijk bestuur meer nodig, maar kunnen alle besluiten door Dordrecht worden genomen.
De stemverhoudingen in relatie tot het principebesluit dat zeven gemeenteraden in december 2020 hebben genomen In het principebesluit is het volgende gesteld over de stemverhoudingen Bij besluiten streven naar consensus, maar indien er toch wordt gestemd moet er rekening worden gehouden enerzijds met belangen langs de lijnen van inwonersaantal/financiële bijdrage en anderzijds voorkomen dat er volledige overheersing is door "stedelijk gebied" of "poldergebied" Destijds is niet nader uitgewerkt wat precies bedoeld wordt met de hierboven genoemde termen 'dominantie', 'stedelijk gebied' en 'poldergebied'. Onze bestuurlijke inschatting hierbij was dat een aantal gemeenten met dit uitgangspunt wilden zekerstellen dat Dordrecht niet de absolute meerderheid zou kunnen claimen. Voor Dordrecht is het zo geformuleerd dat wij dit acceptabel vonden, maar dat er ook recht zou moeten worden gedaan aan inwonersaantal en financiële bijdrage. De uitwerking waar zes gemeenten nu voor kiezen doet geen recht aan inwonersaantal en financiële bijdrage. Het is voor Dordrecht in het voorkeursmodel van deze zes gemeenten bijvoorbeeld niet mogelijk om samen met Zwijndrecht een meerderheid te vormen, terwijl vanuit deze twee gemeenten ongeveer 70% van de cliënten en het budget komt.
Voor ons is een voorstel waarin de positie van Dordrecht verzwakt in de stemverhoudingen ten opzichte van nu dan ook geen begaanbaar pad. Onze blik op de ontstane situatie De stemverhoudingen binnen de Drechtraad als hoogste orgaan van de Drechtstedensamenwerking zijn in het verleden op geen enkele wijze een barrière in de samenwerking gebleken en ook nooit als belemmering benoemd. Dit in tegenstelling tot een aantal issues die we met de transitie van de GRD proberen op te lossen: meer bevoegdheden voor de gemeenteraden en meer
Zaaknummer
2021-0070856
ruimte voor maatwerk. Het zou vreemd zijn als we de problemen die we hebben in de transitie weten op te lossen en iets dat tot nu toe nooit een probleem is geweest, problematiseren. Daarom geven we u in overweging voor te stellen aan de regio om de huidige stemverhoudingen in de Drechtraad te vertalen in de stemverhoudingen binnen het Algemeen Bestuur. Welk (participatie)proces is doorlopen om tot dit voorstel te komen? Niet van toepassing. Wat zijn de belangrijkste gerelateerde besluiten? 0149470 – Principebesluit toekomstige samenwerking Drechtstedengemeenten 0028707- Afwegingen en focus gemeente Dordrecht inzake Toekomst samenwerking in/met de Drechtsteden 0046504 – Hoofdlijnennotitie Gemeenschappelijke Regeling Sociaal Drechtsteden Hoe wordt dit betaald? Niet van toepassing. Wat is het vervolg op het raadsbesluit? Voor raadsleden worden er begin juni technische vragenrondes (digitaal) georganiseerd. U wordt hier nog over geïnformeerd. 8 juni: Commissiebehandeling Sociale leefomgeving. Tijdens deze commissievergadering is er ruimte voor debat over de concept GR. Mogelijk gecombineerd met de commissie B&M en de stukken aangaande de servicegemeente. Wij vragen u hierbij na te denken over de volgende punten: 1. Kunt u zich in het algemeen vinden in concept GR tekst zoals deze nu is uitgewerkt? Welk beeld heeft u erbij, welke kanttekeningen en wat roept het bij u op? 2.
Wat wilt u meegeven voor de volgende stap die nu gezet wordt (uitwerking definitieve GR tekst) 3. Welke tips of adviezen wilt u voor het vervolg meegeven? 4. Wat heeft u verder nodig om later dit jaar het besluit te kunnen nemen voor de wijziging van de GR? De opgehaalde informatie tijdens de behandeling in de commissie wordt meegenomen in de volgende mijlpaal: de definitieve tekst van de GR die in september aan de zeven gemeenteraden zal worden voorgelegd. Een nadere detaillering van de zaken die worden uitgewerkt is opgenomen in de begeleidende notitie.
Het college van Burgemeester en Wethouders
Zaaknummer
2021-0070856
De raad van de gemeente DORDRECHT; gezien het voorstel van het college van Burgemeester en Wethouders van 25 mei 2021 inzake Kennisnemen van Wijzigingsbesluit gemeenschappelijke regeling Drechtsteden (15e wijziging);
gelet op artikel 160, lid 1 onder b van de Gemeentewet; gelet op artikel 1 van de wet Gemeenschappelijke Regelingen;
besluit:
kennis te nemen van de concepttekst gemeenschappelijke regeling Drechtsteden (15e wijziging); met de voorliggende concepttekst en de toelichting in de begeleidende notitie toestemming te verlenen aan het college om de gemeenschappelijke regeling aan te gaan en zo nodig aan te geven welke wensen, bedenkingen en (tekstuele) opmerkingen er nog zijn. Op basis van deze input zal tijdens de zomermaanden gewerkt worden aan een definitieve tekst.
Aldus besloten in de vergadering van
Zaaknummer
Bijlagen 1. 2.
Begeleidende Notitie GR Sociaal in de Drechtsteden (def versie mei 21).pdf Concepttekst GR Sociaal mei 21.pdf
2021-0070856
Besluitenlijst gemeenteraad 29 juni 2021 Aanwezig:
Voorzitter van de raad: Hein van der Loo (voorzitter) Griffier: Irene Odinot Besluitenlijst: Hanneke Kooyman Leden van de raad: Ron Bijl, Martijn Bosman, Gerjan Bossenbroek, Jacob van der Duijn Schouten, Andries van Gemerden, Reinier van Hartingsveldt, Freek Hartmeijer, Freek Hartmeijer, Arnold de Jong, Nihat Kahveci, Karim de Kool, , Evelien van der Linden, Fred Loos, Johan Limberger, Wilco Lubberink, , Evert Jan van de Mheen, Chris Moorman, Sabine Schipper, Mirjam Slobbe-Voogt, Gerard Slotema, Frank Trijsburg, Liesbeth van Utrecht-Schuurman en Marcel van Wingerden Afwezig: Robert Kreukniet, Laura Kroes, Yvonne Luijcx en zetel SP vacant
1.
Opening en vaststelling agenda
Bestuursopdracht startonderzoek naar ontwikkellocaties voor Tiny Houses (20210041210) wordt van de agenda afgehaald en eerst in de carrousel geagendeerd Tussentijds advisering lokale omroep wordt als laatste agendapunt geagendeerd De motie compensatie PGB , vreemd aan de orde van de dag,wordt toegevoegd
___________________________________________________________________________
2.
Vragenhalfuurtje voor raadsleden
Wethouder van Jacqueline van Dongen legt uit op een vraag van de ZPP over het hoge riet aan de waterkant dat er voortdurend contact is met het waterschap voor de afstemming van meldingen, die worden doorgezet naar de juiste beheerders deze zijn verantwoordelijk, in het voorjaar krijgen we te maken met het broedseizoen dus staat het riet hoger dan normaal dan wordt er alleen gesnoeid als er zwaarwegende redenen zijn.
___________________________________________________________________________
3.
Terugkoppeling van het college
Er zijn geen medellingen
_________________________________________________________________ 4. Vaststelling besluitenlijsten De besluitenlijst van 25 mei is ongewijzigd vastgesteld.
___________________________________________________________________________
5. Ter besluitvorming Hamerstukken
Datum
29 juni 2021 Pagina
2 van 9
a. Eerste Bestuursrapportage 2021 (2021- 0062589) De raad besluit op grond van artikel 147, lid 2 van de Gemeentewet: 1. Kennis te nemen van de Eerste bestuursrapportage 2021. 2. Budgetten beschikbaar te stellen voor de volgende mutaties: A. hogere verzekeringspremies 2021 € 57.000 en vanaf 2022 € 103.000; B. kosten Gemeentelijk Verkeers- en Vervoersplan 2021 € 30.000; C. kosten inhuur vestigingsbegeleding bedrijven 2021 € 30.000 D. hogere bijdrage/kosten uitvoering milieutaken OZHZ € 61.000 structureel vanaf 2021; E. kosten achterstallig onderhoud wegen 2021 en 2022 € 50.000; F. bijdrage aan "ICT-verandert" 2021 € 500.000 en deze te dekken uit de algemene reserve; G. taakmutatie Brede Aanpak Dak- en Thuisloosheid 2021 € 32.000 en deze te dekken uit de
reserve Taakmutaties; H. taakmutatie GIDS 2021 € 46.000 en deze te dekken uit de reserve Taakmutaties; I. proceskosten wateroverlast 2021 € 50.000 en deze te verrekenen met de voorziening Riolering. 3. A. De huidige middelen in de reserves Grote Projecten ( € 5,84 miljoen) en Koninginneweg (€ 0,58 miljoen) over te hevelen naar de reserve Kapitaaldekking Afschrijvingen; B. De reserves Grote Projecten en Koninginneweg op te heffen. 4. Akkoord te gaan met de verrekeningen reserves: - stortingen in de reserves € 7,096 miljoen en - onttrekkingen aan de reserve € 6,996 miljoen. 5. De investeringsbudgetten 2021 als volgt te muteren: A. Investeringsbudget beschikbaar te stellen ¨ Vervanging spoorwegovergangen Lindtsedijk" ad €
175.000; B. Overige investeringsbudgetten 2021 per saldo € 8.476.000 te verlagen/faseren 6. In te stemmen met de budgettair neutrale mutaties, zoals vermeld in hoofdstuk 10. 7. De (meerjaren-)begroting 2021-2024 dienovereenkomstig te wijzigen.
Stemverklaring van de ZPP Er wordt niet om stemming gevraagd: het voorstel is aangenomen door de raad
b. Evaluatie generatiepact 2018-2021
De raad besluit op grond van Artikel 8.4 CAO Gemeenten: 1. Akkoord te gaan met het voortzetten van het generatiepact (2021-2025), daarvoor de beschikbare middelen (budget+reserve generatiepact) in te zetten en de begroting dienovereenkomstig te wijzigen Stemverklaring ABZ Er wordt niet om stemming gevraagd: het voorstel is aangenomen door de raad
c. Kredietaanvraag project Noordoevers Zwijndrecht (2021-0067031)
Datum
29 juni 2021 Pagina
3 van 9
De raad besluit: 1. Een aanvullend voorbereidingskrediet van € 150.000,- beschikbaar te stellen voor omvorming van het schetsontwerp Noordoevers tot een definitief ontwerp Noordoevers en hiertoe de begroting aan te passen Er wordt niet om stemming gevraagd: het voorstel is aangenomen door de raad
d. Bestuurlijke integriteitscyclus (21G19) De burgemeester en de griffier stellen u voor 1. De bestuurlijke integriteitscyclus vast te stellen. 2. De burgemeester mandaat te verlenen voor het proces rondom de integriteitscheck van kandidaat wethouders volgens de in de integriteitscyclus vastgelegde procedure. Stemverklaringen van Mirjam Slobbe-Voogt en Sabine Schipper Er wordt niet om stemming gevraagd: het voorstel is aangenomen door de raad.
e. Regionale energiestrategie Drechtsteden 1.0 (R.E.S. 1.0) (2021-0062439)
De raad besluit op grond van het bestuurlijk vastgestelde Klimaatakkoord te besluiten: 1. De Regionale Energiestrategie Drechtsteden 1.0 vast te stellen Er wordt niet om stemming gevraagd: het voorstel is aangenomen door de raad
f. Transitievisie Warmte 2021 (2021-0058453)
De raad besluit op grond van het bestuurlijk afgesproken Klimaatakkoord: 1. De Transitievisie Warmte 2021 vast te stellen Stemverklaring van Martijn Bosman Er wordt niet om stemming gevraagd: het voorstel is aangenomen door de raad
g. Controleprotocol 2021 (2021-00665843)
De raad besluit op grond van Op grond van artikel 213 Gemeentewet.: 1. het Controleprotocol 2021 vast te stellen. Er wordt niet om stemming gevraagd: het voorstel is aangenomen door de raad
Intrekken raadsbesluit inkoop- en aanbestedingsbeleid (2021-0058493) De raad besluit op grond van artikel 108 van de gemeentewet:
Datum
29 juni 2021 Pagina
4 van 9
1. Het raadsbesluit (2019-15787) met betrekking tot regionaal inkoop- en aanbestedingsbeleid Drechsteden in te trekken. Er wordt niet om stemming gevraagd: het voorstel is aangenomen door de raad