CConstaterende datPapendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

A15. 20210901 VNG, Modelverordening Riool- en Waterzorgheffing vervangt Modelverordening Rioolheffing.pdf

Commissie Ruimte Papendrecht 15 september 2021, gemeente PapendrechtBij agendapunt: 6: Lijst ingekomen stukken en mededelingen21.944 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

5. Zijn de objecten in eigendom (eigendom, beperkt recht of bezit) van één ‘eigenaar’? 6. Zijn de objecten in gebruik bij één gebruiker en horen deze naar de omstandigheden beoordeeld bij elkaar? 7. Vormen de objecten een recreatieterrein dat als zodanig wordt geëxploiteerd? 8. Ligt het object geheel of gedeeltelijk in de gemeente? Geen afwijkingen van de WOZ-objectafbakening voor de rioolheffing tenzij een keuze wordt gemaakt De objectafbakening voor de rioolheffing sluit volledig aan bij de WOZ-objectafbakening, tenzij de gemeenteraad ervoor kiest om de bepaling over recreatieterreinen die als zodanig worden geëxploiteerd niet over te nemen. De bepaling voor recreatieterreinen (artikel 16, onderdeel e, Wet WOZ) moet dan van toepassing worden uitgezonderd. In dat geval moet een recreatieterrein voor de rioolheffing nog worden afgebakend volgens de overige bepalingen van artikel 16 Wet WOZ, volgens de hiervoor opgesomde stappen.

Tweede lid, onderdelen b tot en met e (afbakening van roerende zaken)

Roerende zaken worden afgebakend volgens de regels van de belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten (BRWBR; artikel 221 van de Gemeentewet). De afbakening van roerende zaken heeft vergelijkbare stappen als de afbakening van onroerende zaken, maar voor roerende zaken is geen vergelijking te trekken met ongebouwde en gebouwde eigendommen. Het hiervoor genoemde stappenplan voor de afbakening van roerende zaken bevat de volgende vragen: 1. Is het object roerend of onroerend? 2. Is het object duurzaam aan een plaats gebonden? 3. Is het object een zelfstandig gedeelte van een roerende zaak? 4. Zijn de objecten in eigendom (eigendom, beperkt recht of bezit) van één ‘eigenaar’? 5. Zijn de objecten in gebruik bij één gebruiker en horen deze naar de omstandigheden beoordeeld bij elkaar? 6. Ligt het object geheel of gedeeltelijk in de gemeente? Gevolgen uitvoering: minder percelen De uniformering van de afbakening heeft gevolgen voor de uitvoering. Het is eenvoudiger om de percelen af te bakenen, omdat die uit de WOZ-administratie overgenomen worden. Er is ook minder uitleg nodig aan belastingplichtigen omdat er minder verschil is tussen de verschillende belastingen. Het aantal belastingobjecten kan kleiner worden dan zonder aansluiting bij de WOZobjectafbakening.

Zo verdwijnen kamers in verpleeg- en verzorgingshuizen als percelen omdat het tehuis in het geheel als perceel wordt afgebakend. Als de afbakening van een object wijzigt door aanpassing in de verordening, zal wel uitleg nodig zijn aan belastingplichtigen. Een uitgebreide toelichting op de wijzigingen in de diverse belastingen staat in de Handleiding Uniformering objectafbakening gemeentelijke belastingen (VNG, oktober 2019), aangeboden bij Lbr. 19/078 van 8 oktober 2019. Voor de omschrijving van het begrip ‘perceel’ wordt de afbakening van de Wet WOZ gebruikt. Voor roerende zaken is dat de afbakening van de Belasting op roerende woon- en bedrijfsruimten. De WOZ-afbakening in combinatie met een vast bedrag als heffingsmaatstaf is toegestaan door de Hoge Raad. Dat betekent dat de bijzondere objectafbakening van artikel 16, onderdeel e, Wet WOZ ervoor zorgt dat recreatieterreinen als één perceel worden afgebakend. Als dat echter onwenselijk is, kan de gemeenteraad ervoor kiezen om deze bijzondere bepaling niet over te nemen. Jurisprudentie objectafbakening recreatieterrein - Hoge Raad 04-11-2016, ECLI:NL:HR:2016:2495: Recreatieterrein eenmaal in heffing ten opzichte van units in een bedrijfsverzamelgebouw door afbakening WOZ: geen schending gelijkheidsbeginsel.

Samenstel In de Wet WOZ staat een samenstelbepaling voor onroerende zaken. In de modelverordening van 2020 en eerder stond die niet. Boerderijen met bedrijfsgebouwen, woningen met garage en recreatieterreinen worden door het gebruik van de WOZ-afbakening vaker als één perceel gezien. Ook bij niet-woningen kan de samenstelbepaling ervoor zorgen dat aparte percelen door de WOZafbakening als een perceel worden aangemerkt. Dat is bijvoorbeeld het geval bij een elektriciteitsnetwerk. Het aantal percelen zal afnemen door gebruik van de WOZ-afbakening. Bij de tariefstelling kan daarmee rekening worden gehouden. Keuze: recreatieterrein wel of niet als één terrein afbakenen Het gebruik van de WOZ-objectafbakening zorgt voor uniformering en duidelijkheid. Voor recreatieterreinen die als zodanig worden geëxploiteerd wordt het perceel als een samenstel afgebakend voor de rioolheffing. Als dat onwenselijk is kan de gemeenteraad de afbakening voor recreatieterreinen uitzonderen voor afbakening van het perceel. Vakantiehuisjes en stacaravans met een aparte gebruiker, worden dan als aparte percelen afgebakend. Jurisprudentie - Hoge Raad 28-10-2001, ECLI:NL:HR:2001:AD3888: Kavels en vakantiehuisjes zijn samenstellen van roerende en onroerende zaken die bij huurders/recreanten in gebruik zijn; recreatieterrein in geheel geen samenstel omdat huisjes niet bij exploitant in gebruik zijn.

Roerende zaken: ruimer dan BRWBR, ook recreatief gebruik Voor roerende zaken zijn dezelfde regels gebruikt als voor de belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten (BRWBR). De omschrijving is wel ruimer dan bij de BRWBR. In de omschrijving is niet de voorwaarde uit artikel 221 Gemeentewet overgenomen dat de percelen permanent bewoond dienen te worden. Ook eigenaren en gebruikers van recreatieve roerende woon- en bedrijfsruimten profiteren van de aanwezigheid van de gemeentelijke watervoorzieningen en zijn daarom belastbaar. De afbakening voor roerende zaken is vergelijkbaar met de afbakening voor de Wet WOZ, maar onderscheid zich door de toevoeging dat die duurzaam aan een plaats moet zijn gebonden. Het gaat om roerende zaken die drijven. Zaken op de grond zijn in de regel onroerend. Roerende zaken zijn vooral drijvende woon- of bedrijfsruimten. Met duurzaam aan een plaats gebonden wordt bedoeld het hebben van een vaste ligplaats. Een vaste ligplaats is er als een roerende zaak ten minste een jaar met niet meer dan incidentele onderbrekingen aanwezig is. Jurisprudentie duurzaam aan plaats gebonden - Hoge Raad 25-03-2011, ECLI:NL:HR:2011:BO8467: Woonschip is duurzaam aan een plaats gebonden als het schip langer dan een jaar op een ligplaats aanwezig is. Jurisprudentie (on)roerende zaak - Hoge Raad 09-03-2012, ECLI:NL:HR:2012:BV8198: Waterwoning (Marina) is roerende zaak.

De marina is bestemd om te drijven en drijft ook en is daarmee een schip en in het algemeen een roerende zaak.

Artikel 4 Vrijstellingen

In artikel 4 is een aantal vrijstellingen opgenomen voor publieke percelen die een beperkt belang hebben of bijdragen aan het waterbeheer. In artikel 2 (Belastbaar feit en belastingplicht) is de eis vervallen dat het perceel een aansluiting moet hebben op de gemeentelijke riolering. Gevolg van die wijziging is dat alle percelen in de heffing worden betrokken. Voor bepaalde percelen is dat ondoelmatig omdat die: - niet zijn geregistreerd in de WOZ-administratie, en/of

-

een publieke functie hebben, en/of onderdeel zijn van het geheel van voorzieningen dat wordt gebruikt voor de waterzorgtaken.

Het in de heffing betrekken van die percelen zou alleen maar tot een verhoging van de rioolheffing of van andere lokale heffingen kunnen leiden. Daarom is ervoor gekozen om de hier genoemde publieke percelen buiten de heffing te laten als het perceel in het geheel voldoet aan de kwalificatie. Daarbij is aangesloten bij die percelen die in de Uitvoeringsregeling uitgezonderde objecten Wet waardering onroerende zaken zijn vrijgesteld. Andere percelen zoals landbouw- en natuurterreinen zijn niet vrijgesteld omdat daarbij wel een groot belang aanwezig is bij de stand van het grondwater en de verwerking van hemelwater. Er is ook een mogelijkheid om andere percelen vrij te stellen. Dat kan bijvoorbeeld als die percelen uitsluitend gebruikt worden als buffer om overtollig hemelwater op te vangen en zo als voorziening voor de waterzorgtaken worden gebruikt. Bij het opnemen van de vrijstelling moet wel rekening worden gehouden met het gelijkheidsbeginsel: gelijke gevallen dienen gelijk behandeld te worden. Gelijke gevallen mogen wel ongelijk worden behandeld als daarvoor een redelijke en objectieve rechtvaardigingsgrond bestaat.

Jurisprudentie kerkenvrijstelling - Rechtbank Rotterdam 26-02-2021, ECLI:NL:RBROT:2021:1666: Kerkenvrijstelling voor de rioolheffing is in strijd met het gelijkheidsbeginsel omdat de ongelijke behandeling zonder redelijke en objectieve rechtvaardigingsgrond plaatsvindt. - Zie echter ook Hof Arnhem-Leeuwarden, 21-04-2020, ECLI:NL:GHARL:2020:3267:Gelijkheidsbeginsel niet geschonden omdat sprake is van een objectieve en redelijke rechtvaardigingsgrond (cassatie ingesteld met advies vernietiging A-G: Parket bij de Hoge Raad, 25-02-2021, ECLI:NL:PHR:2021:180).

Artikelen 5 en 6 Keuzemogelijkheden maatstaf van heffing en tarieven De modelverordening is gesplitst in drie modellen met keuzes voor de maatstaf van heffing en het tarief: 1. Vast bedrag voor eigenarendeel en gebruikersdeel, met een keuzemogelijkheid van nadere differentiatie voor het hebben van een drinkwateraansluiting; 2. Waarde in het economisch verkeer met differentiatie voor woning/niet-woning en gebruikersdeel/eigenarendeel naar een percentage of naar waardeklassen; 3. Vast bedrag voor het eigenarendeel met een keuzemogelijkheid van differentiatie voor het hebben van een drinkwateraansluiting en voor het gebruikersdeel met differentiatie naar waterverbruik. In de artikelen 5 en 6 zijn per model varianten opgenomen. Een combinatie van varianten is ook mogelijk.

Artikel 5 Maatstaf van heffing Model 1 Verordening met vast bedrag en het hebben van een drinkwateraansluiting Variant 1 Vast bedrag per perceel Het belastingbedrag is een vast bedrag per perceel. Onderscheid tussen woningen en niet-woningen is een keuzemogelijkheid. De keuze om kosten te verhalen op eigenaren en gebruikers of op één van die twee is gemaakt bij artikel 2 (Belastbaar feit en belastingplicht).

Variant 2 Vast bedrag voor het hebben van een drinkwatervoorziening Bij deze variant wordt naast eigendom en gebruik onderscheid gemaakt tussen een perceel dat een drinkwatervoorziening heeft en een perceel dat dat niet heeft. Het perceel met een drinkwatervoorziening heeft bijna altijd een afvoer op het buizenstelsel en de belastingplichtige van dat perceel profiteert meer van de waterzorgtaken afvoer van afvalwater dan de belastingplichtige van het perceel dat geen drinkwateraansluiting heeft, zoals de eigenaar of gebruiker van de garage of de eigenaar/gebruiker van een perceel landbouwgrond, die vooral profiteren van de waterzorgtaken voor hemelwater en grondwater. Model 2 Verordening met waarde in het economische verkeer en percentage of waardeklassen In dit model wordt de belasting geheven naar de waarde in het economische verkeer. Dit model is expliciet toegestaan voor de rioolrechten (Kamerstukken II 1989/90, 21591, nr. 3, pag. 66; Kamerstukken II 2005/06, Aanhangsel, nr. 1172). De waarde in het economisch verkeer is een goede maatstaf voor de rioolheffing. De zorgplichten voor afvalwater en hemel- en grondwater zorgplichten maken investeringen in het publieke gebied noodzakelijk. De effecten van deze maatregelen strekken zich uit naar alle percelen die op een of andere wijze profijt trekken.

Voor duurdere percelen heeft (het uitblijven van) een voorziening een meer dan evenredige effect op de benuttingswaarde van het perceel. Artikel 5, tweede en derde lid, bepalingen Wet WOZ van toepassing In het tweede en derde lid is vastgelegd dat voor het vaststellen van de waarde in het economische verkeer de bepalingen van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) van toepassing zijn. Voor die percelen waar een WOZ-beschikking is vastgesteld kan die waarde worden genomen. Indien geen WOZ-beschikking is genomen dient de waarde te worden vastgesteld aan de hand van de criteria in de Wet WOZ. Jurisprudentie gebruik waarde in het economische verkeer (WOZ-waarde) - Hoge Raad 15-05-2009, ECLI:NL:HR:2009:BD5477 (Nijmegen): Heffing van alleen eigenaren naar de waarde in het economische verkeer is toegestaan. - Hoge Raad 15-05-2009, ECLI:NL:HR:2009:BD5477 (Nijmegen): Verhoging WOZ-waarde heeft geen gevolgen voor heffing - Hoge Raad 20-10-2017, ECLI:NL:HR:2017:2656 (Hellevoetsluis): Verhoging oude WOZ-waarde kan vanaf 1 oktober 2015, maar verhoging OZB (en andere heffingen) kan niet. Model 3 Verordening met heffing naar een vast bedrag eigenarenheffing en waterverbruik gebruikersheffing

Dit model kent naast de differentiatie voor eigenaren en gebruikers een nadere differentiatie naar de soort aansluiting en naar waterverbruik.

Eerste lid, definities voor verbruiksperiode In het eerste lid (bij varianten 1 en 2) staat een definitie voor het begrip “verbruiksperiode”. Deze definitie is opgenomen in artikel 5 omdat die definitie alleen ziet op artikel 5 en 6. Als de hoogte van de heffing wordt gebaseerd op het waterverbruik worden de gegevens gebruikt die bekend zijn via het waterbedrijf of de belastingplichtige. Voor het gemak en duidelijkheid wordt dan aangesloten bij de verbruiksperiode van het waterbedrijf. Via de riolering wordt water afgevoerd, maar water wordt ook op diverse aangevoerd of opgepompt. Tweede lid, differentiatie naar drinkwateraansluiting voor het eigenarendeel en naar waterverbruik voor het gebruikersdeel Het eigenarendeel wordt een vast bedrag of gedifferentieerd op basis van de aan- of afwezigheid van een aansluiting voor drinkwater zoals dat ook is opgenomen in model 1 (Verordening met een vast

bedrag en het hebben van een drinkwateraansluiting). Bij percelen met een drinkwateraansluiting is normaal gesproken een vaste aansluiting op de riolering aanwezig om ook bij droog weer water te kunnen afvoeren wat via het leidingenstelsel wordt aangevoerd. Voorzieningen waar bij huishoudelijk gebruik douche-, toilet- en afwaswater en dergelijke wordt afgevoerd en bij bedrijfsmatig gebruik het bedrijfsafvalwater wordt afgevoerd. Percelen zonder drinkwateraansluiting, zoals bijvoorbeeld loodsen, garageboxen, trafo’s worden bij deze tariefstelling voor een lager vast bedrag in de eigenarenheffing betrokken dan woonhuizen en bedrijfsgebouwen voor zover dat aparte percelen zijn. De rechtvaardiging vinden wij in het feit dat deze percelen gemiddeld minder kosten veroorzaken en gemiddeld in mindere mate profijt hebben van het nakomen van de gemeentelijke watertaken. Voor de gebruikersheffing is aangesloten bij de toevoer van water, niet zijnde hemelwater. Door te kiezen voor het heffen naar volle eenheden kan de gemeente er voor kiezen alleen het gebruik te belasten dat het reguliere gebruik te boven gaat. Bijvoorbeeld eenheden van 1.000 kubieke meter betekent dat huishouden deze gebruikersheffing niet hoeven te betalen maar alleen grote lozers.

Dat valt te rechtvaardigen omdat de grote lozers veel meer gebruik maken van de gemeentelijke voorzieningen en daaruit gemiddeld een groter profijt trekken.

Artikel 6. Belastingtarieven Algemeen opbrengstlimiet en kostentoerekening Bij de berekening van tarieven mag de opbrengst niet hoger zijn dan de kosten (opbrengstlimiet). De kosten die worden verhaald, moeten meer dan zijdelings samenhangen (10% of meer) met de waterzorgtaken die de gemeente uitvoert. Hangen verhaalde kosten niet meer dan zijdelings samen met de waterzorgtaken, dan worden die niet meegenomen in het kostenverhaal. Tarieven kunnen degressief, lineair of zelfs progressief worden vastgesteld. Bestaat de belasting uit een eigenarendeel en een gebruikersdeel , dan is een controleerbare toedeling van kosten noodzakelijk. Deze eis houdt vooral in dat dezelfde kosten niet twee keer in rekening worden gebracht. De berekening met toelichting wordt opgenomen in de paragraaf lokale heffingen bij de (meerjaren)begroting en in het gemeentelijk rioleringsplan. Meer informatie Handreiking kostenonderbouwing paragraaf lokale heffingen (website VNG). Jurisprudentie controleerbare kostentoedeling - Hoge Raad 15-07-1996, ECLI:NL:HR:1996:AA1917: Kosten gebruikersdeel en eigenarendeel op afzonderlijk beoordeeld. - Hoge Raad 31-03-1999, ECLI:NL:HR:1999:AA2720: Gemeenten hebben zekere vrijheid bij toedeling van kosten aan gebruikers- en eigenarendeel. Gemeenten moeten op controleerbare wijze vastleggen welke uitgaven zij in welke mate met de heffingen willen dekken.

Toe te rekenen kosten moeten meer dan zijdelings samenhangen met de riolering. - -Hoge Raad 21-06-2000, ECLI:NL:HR:2000:AA6254: Gemeenten hebben geen verplichting om investeringskosten te dekken met het eigenarendeel en de exploitatiekosten met het gebruikersdeel. - Hoge Raad 04-06-2010, ECLI:NL:HR:2010:BL0990: Bagger- en grondwatercontrolekosten hangen meer dan zijdelings samen met de riolering. - Hoge Raad 16-01-2015, ECLI:NL:HR:2015:67: Gemeenten zijn bij het opstellen van de begroting die uitgangspunt is voor de ramingen gebonden aan de regels van het BBV (het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten) (hierna: BBV).

-

Hoge Raad 21-06-2019, ECLI:NL:HR:2019:1016: Baggerkosten zijn last ter zake en btw mag achteraf in kostenopstelling worden meegenomen. Hoge Raad 27-09-2019, ECLI:NL:HR:2019:1424: Egalisatievoorziening behoeft onderbouwing en lasten ter zake mogen niet achteraf worden opgevoerd. Hoge Raad 12-03-2021, ECLI:NL:HR:2021:360: Perceptiekosten en veegkosten zijn niet bij de vaststelling van de begroting in aanmerking genomen, maar dat is later alsnog gebeurd. Dat is niet toegestaan. Kosten niet meegenomen.

Model 1 Verordening met vast bedrag en het hebben van een drinkwateraansluiting Variant 1 vast bedrag eigenarendeel en gebruikersdeel Tabel tarieven eigenarendeel en gebruikersdeel vaste bedragen Het eigenarendeel en gebruikersdeel van de rioolheffing is gebaseerd op het profijt dat de eigenaar en gebruiker hebben bij de uitvoering van de gemeentelijke waterzorgplichten. Alle eigenaren en gebruikers van alle percelen hebben een collectief belang bij de uitvoering van deze zorgplichten. Het kostenpatroon van de voorzieningen rechtvaardigt een vast bedrag. De kosten van aanleg van riolering en overige voorzieningen zijn voornamelijk vaste kosten. De mate van gebruik van de voorzieningen per individueel perceel heeft over het algemeen slechts een klein effect op de totale kosten. Daarom is het goed verdedigbaar om ook voor het gebruikersdeel van de rioolheffing van elke gebruiker een zelfde, vast bedrag te heffen. Variant 2 vast bedrag per perceel voor eigenarendeel met een differentiatie met en zonder drinkwatervoorziening en gebruikersdeel en differentiatie voor afvalwater en hemel-/grondwater Percelen zonder drinkwateraansluiting, zoals bijvoorbeeld veel loodsen, garageboxen, trafo’s worden bij deze tariefstelling voor een lager vast bedrag in de eigenarenheffing betrokken dan woonhuizen en bedrijfsgebouwen.

De rechtvaardiging vinden wij in het feit dat deze percelen gemiddeld minder kosten veroorzaken en gemiddeld in mindere mate profijt hebben van het nakomen van de gemeentelijke watertaken. Model 2 Verordening met waarde in het economische verkeer en percentage of waardeklassen De belasting wordt berekend naar de waarde in het economische verkeer, in de meeste gevallen de WOZ-waarde. De tariefstelling is aan de gemeenteraad. Er zijn twee alternatieven opgenomen: 1. tariefdifferentiatie met verschillende percentages voor woningen, niet-woningen en voor eigenaren en gebruikers daarvan, en voor percelen die geen WOZ-waarde zijn toegekend door toepassing van de Uitvoeringsregeling uitgezonderde objecten 2. tariefdifferentiaties naar waardeklassen met percentages en vaste bedragen. Er is een absoluut maximum als belastingbedrag per perceel. Bij percelen met een heel hoge waarde in het economisch verkeer bestaat bij een proportionele toepassing van het tarief de mogelijkheid dat er een wanverhouding ontstaat tussen de hoogte van de heffing en de kosten die gepaard gaan met de gemeentelijke voorzieningen. Variant 1 tariefdifferentiatie percentage woning/niet-woning De definitie voor ‘woning’ wordt alleen opgenomen als voor het tarief onderscheid wordt gemaakt tussen woningen en niet-woningen. Daarbij is de omschrijving gebruikt die ook in artikel 220a Gemeentewet staat.

Jurisprudentie over dat artikel kan worden gebruikt voor uitleg van dit onderdeel. Het onderscheid woning/niet-woning speelt een rol bij onroerende zaken met een gemengde functie zoals verpleeg- en verzorgingshuizen, recreatieterreinen en woon-winkelpanden. Jurisprudentie woning/niet-woning Recreatieterrein

-

Hoge Raad 05-01-2018, ECLI:NL:HR:2018:3 (Valkenswaard): Vakantieonderkomens (opstallen) die geschikt zijn voor enigszins duurzame menselijke bewoning zijn woningdelen, kampeerterrein is niet-woningdeel; recreatievoorzieningen naar rato toegerekend.

Verzorgings- en verpleeghuis - Hoge Raad 06-06-2014, ECLI:NL:HR:2014:1326 (Epe): De woonstraten worden meer dan incidenteel tevens gebruikt in verband met het verlenen van (verpleegkundige) hulp. Die ruimten dienen niet tot woning en zijn niet volledig dienstbaar zijn aan woondoeleinden. Het tehuis is daarom een niet-woning (artikel 220a Gemeentewet). Omdat de waarde van woningen en niet-woningen op verschillende markten wordt bepaald, is gekozen voor een apart tarief. Dat is echter niet verplicht. Het is ook mogelijk om één percentage voor alle percelen te gebruiken. De tariefstelling sluit aan bij het tarief voor de onroerendezaakbelastingen: percentage van de heffingsmaatstaf. Varianten 2 en 3 tariefdifferentiatie percentage of vast bedrag naar waardeklassen Bij deze varianten wordt alleen gekeken naar de waarde en wordt geen onderscheid gemaakt naar woning/niet-woning. Een voordeel van waardeklassen kan zijn dat een verlaging van de WOZ-waarde minder snel een verlaging van de aanslag rioolheffing betekent Dat kan doelmatig zijn en meer zekerheid voor de opbrengst geven. Het is dan ook mogelijk om meer waardeklassen toe te voegen. Een maximum belastingbedrag is ook hier opgenomen. Bij percelen met een heel hoge WOZ-waarde ontstaat de situatie dat de hoogte van het belastingbedrag te veel uitkomt boven de kosten van het gebruik van de gemeentelijke voorzieningen.

Het is niet wenselijk als de kosten van de voorzieningen voor een groot deel worden gedragen door een of enkele grote belastingplichtigen. Model 3 Verordening met heffing naar een vast bedrag eigenarenheffing en waterverbruik gebruikersheffing

Deze variant kent naast de differentiatie voor eigenaren en gebruikers een nadere differentiatie naar drinkwateraansluiting en naar waterverbruik. Als de hoogte van de heffing wordt gebaseerd op het waterverbruik worden de gegevens gebruikt die bekend zijn bij het waterbedrijf. Voor het gemak en duidelijkheid wordt dan aangesloten bij de verbruiksperiode van het waterbedrijf. Via de riolering wordt water afgevoerd, maar water wordt ook op diverse aangevoerd of opgepompt. Omdat alle vormen van waterafvoer, -aanvoer en water oppompen zijn de mogelijke watersoorten hier benoemd.

Varianten 1 en 2 Eerste lid: eigenarendeel een vast bedrag of differentiatie vast bedrag naar drinkwateraansluiting Het eigenarendeel wordt een vast bedrag of een tarief gedifferentieerd op basis van de aan- of afwezigheid van een aansluiting voor drinkwater. Bij percelen met een drinkwateraansluiting is normaal gesproken een vaste aansluiting op de riolering aanwezig om ook bij droog weer water te kunnen afvoeren wat via het leidingenstelsel wordt aangevoerd. Voorzieningen waar bij huishoudelijk gebruik douche-, toilet- en afwaswater en dergelijke wordt afgevoerd en bij bedrijfsmatig gebruik het bedrijfsafvalwater wordt afgevoerd. Percelen zonder drinkwateraansluiting, zoals bijvoorbeeld loodsen, garageboxen, trafo’s worden bij deze tariefstelling voor een lager vast bedrag in de eigenarenheffing betrokken dan woonhuizen en bedrijfsgebouwen. De rechtvaardiging vinden wij in het feit dat deze percelen gemiddeld minder kosten veroorzaken en gemiddeld in mindere mate profijt hebben van het nakomen van de gemeentelijke watertaken. Tweede lid: differentiatie naar watertoevoer/-verbruik voor het gebruikersdeel

Voor de gebruikersheffing is aangesloten bij de toevoer van water, niet zijnde hemelwater. Door te kiezen voor het heffen naar volle eenheden kan de gemeente ervoor kiezen alleen het gebruik te belasten dat het reguliere gebruik te boven gaat. Bijvoorbeeld eenheden van 500 kubieke meter betekent dat huishouden deze gebruikersheffing niet hoeven te betalen maar alleen grote lozers. Dat valt te rechtvaardigen omdat de grote lozers veel meer gebruik maken van de gemeentelijke voorzieningen en daaruit gemiddeld een groter profijt trekken.

Artikel 7. Belastingjaar

Het belastingjaar loopt gelijk met het kalenderjaar. Hier is vooral om doelmatigheidsredenen voor gekozen. De belasting van de eigenaar is gekoppeld is aan de toestand van het eigendom, bezit of beperkt recht van het perceel aan het begin van het belastingjaar. Als belastingjaar en kalenderjaar samenvallen, is de toestand op 1 januari van belang. De gegevens die de gemeente heeft voor de uitvoering van de Wet WOZ van de eigenaar, bezitter of beperkt gerechtigde van een onroerende zaak kunnen dan ook voor het eigenarendeel van de rioolheffing worden gebruikt, voor zover het onroerende percelen betreft. Hetzelfde geldt voor het eigendom (bezit en beperkt recht) van roerende percelen die in de belasting op roerende woon- en bedrijfsruimten worden betrokken. Er kan uiteraard gekozen worden voor een belastingjaar dat niet gelijk loopt met het kalenderjaar, maar dat kan minder doelmatig zijn. Ook voor de belasting van de gebruiker kan het verschil maken of het belastingjaar en het kalenderjaar samenvallen. In de toelichting wordt steeds uitgegaan van een belastingjaar dat samenvalt met het kalenderjaar.

Artikel 8. Wijze van heffing

Gemeentelijke belastingen worden geheven bij wege van aanslag, bij wege van voldoening op aangifte of op andere wijze (artikel 233 van de Gemeentewet). In deze modelverordening is gekozen voor de heffing bij wege van aanslag. Voor een toelichting wordt verwezen naar de Modelverordeningen gemeentelijke belastingen (algemene toelichting) - Wijze van heffing, paragraaf 'Heffing bij wege van aanslag'.

Artikel 9. Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

Eerste lid (belasting verschuldigd aan begin belastingjaar, of bij begin belastingplicht) De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of voor het gebruikersdeel, zo dit later is, bij het begin van de belastingplicht. Omdat de materiële belastingschuld ontstaat bij het begin van het belastingjaar, zijn tariefverhogingen in de loop van het belastingjaar niet mogelijk. Het eigenarendeel van de rioolheffing wordt geheven van de persoon die bij het begin van het belastingjaar het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van een perceel. Voor het eigenarendeel is de toestand aan het begin van het belastingjaar dus bepalend. Als het perceel in de loop van het belastingjaar wordt verkocht, wordt geen ontheffing verleend. Een nieuw belastbaar feit doet zich niet voor. De notaris zal bij overdracht van het eigendom de belasting aanmerken als een zakelijke last en naar tijdsgelang verrekenen. Dat is een civielrechtelijke handeling buiten de gemeente om. Het gebruikersdeel van de rioolheffing staat bij toepassing van artikel 5 (Maatstaf van heffing) ook aan het begin van het kalenderjaar (belastingjaar) vast. Voor wijzigingen in de belastingplicht voor het gebruikersdeel in de loop van het kalenderjaar is de regeling naar tijdsgelang opgenomen.

Bij ingebruikneming van het perceel in de loop van het belastingjaar, ontstaat de belastingschuld op het moment van ingebruikneming. Tweede en derde lid ontstaan of beëindiging gebruik in de loop van het belastingjaar:

In het tweede en derde lid zijn regels gegeven met betrekking tot het gebruikersdeel. Als de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt of eindigt wordt een berekening van het belastingbedrag gemaakt, waarbij gedeelten van een maand niet worden meegerekend. Iedere gebruiker wordt naar tijdsgelang in de heffing betrokken. Er is geen recht op ontheffing als het bedrag van de ontheffing beneden een bepaald bedrag blijft. Dit is een efficiencybepaling. De hoogte van het in te vullen bedrag zal afhankelijk zijn van de hoogte van het tarief. Vierde lid minimumbedrag voor heffing Als het belastingbedrag lager is dan het in dit artikellid ingevulde bedrag, dan wordt dit bedrag niet geheven. Het is een efficiencybepaling. Het bedrag zal in de regel even hoog zijn als het in het derde lid genoemde bedrag, tenzij sprake is van gecombineerde aanslagen op één aanslagbiljet.

Artikel 10. Termijnen van betaling

Een toelichting op dit artikel is opgenomen in de Modelverordeningen gemeentelijke belastingen (algemene toelichting) - Termijnen van betaling. Daar zijn ook varianten te raadplegen.

Artikel 11. Overgangsrecht

Een toelichting op dit artikel is opgenomen in de Modelverordeningen gemeentelijke belastingen (algemene toelichting) – Overgangsrecht.

Artikel 12. Inwerkingtreding

Een toelichting op dit artikel is opgenomen in de Modelverordeningen gemeentelijke belastingen (algemene toelichting) – Inwerkingtreding.

Artikel 13. Citeertitel

Een toelichting op dit artikel is opgenomen in de Modelverordeningen gemeentelijke belastingen (algemene toelichting) – Citeertitel.

Leeswijzer modelbepalingen - […] of [iets] = door gemeente in te vullen. Zie bijvoorbeeld artikel 6 (belastingtarieven). - [iets] = facultatief. Zie bijvoorbeeld artikel 10, tweede lid. - [(iets)] = een voorbeeld ter illustratie of uitleg voor gemeente. Zie bijvoorbeeld artikel 12, eerste lid. - [iets OF iets] = door gemeente te kiezen. Zie bijvoorbeeld artikel 10, tweede lid. - Ook wordt gewerkt met varianten waaruit gekozen kan worden. Zie bijvoorbeeld artikel 5. - Combinaties zijn ook mogelijk. Zie bijvoorbeeld de verschillende varianten in artikel 6, waarbij het tarief door de gemeente moet worden ingevuld.

Model Verordening Riool- en

Waterzorgheffing – vast bedrag ( Laatst gewijzigd: 01-01-2022)

( Geconsolideerde versie, geldig vanaf: 01-01-2022) Model voor een heffing naar een vast bedrag

Besluit van de raad van de gemeente [gemeentenaam] tot vaststelling van de Verordening op de

heffing en de invordering van Riool- en Waterzorgheffing [gemeentenaam] [jaartal] (Verordening Rioolen Waterzorgheffing [gemeentenaam] [jaartal]); De raad van de gemeente [gemeentenaam]

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van [datum en eventueel

nummer];

gelet op artikel 228a van de Gemeentewet; gezien het advies van […];

besluit vast te stellen de volgende verordening: Verordening op de heffing en de invordering van Riool- en Waterzorgheffing [gemeentenaam] [jaartal]

(Verordening Riool- en Waterzorgheffing [gemeentenaam] [jaartal])

Artikel 1. Aard van de belasting

Onder de naam rioolheffing wordt een directe belasting geheven ter bestrijding van

de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan: a . de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk afvalwater; en b . de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen teneinde

Leeswijzer modelbepalingen - […] of [iets] = door gemeente in te vullen. Zie bijvoorbeeld artikel 6 (belastingtarieven). - [iets] = facultatief. Zie bijvoorbeeld artikel 10, tweede lid. - [(iets)] = een voorbeeld ter illustratie of uitleg voor gemeente. Zie bijvoorbeeld artikel 12, eerste lid. - [iets OF iets] = door gemeente te kiezen. Zie bijvoorbeeld artikel 10, tweede lid. - Ook wordt gewerkt met varianten waaruit gekozen kan worden. Zie bijvoorbeeld artikel 5. - Combinaties zijn ook mogelijk. Zie bijvoorbeeld de verschillende varianten in artikel 6, waarbij het tarief door de gemeente moet worden ingevuld.

structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. Artikel 2. Belastbaar feit en belastingplicht 1 . De belasting wordt geheven van:

a . de persoon die bij het begin van het belastingjaar van een perceel het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht, verder te noemen: eigenarendeel; en b . de persoon die een perceel al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt, verder te noemen: gebruikersdeel. 2 . Voor het eigenarendeel wordt, als het perceel een onroerende zaak is, als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt de persoon die bij het begin van het belastingjaar als zodanig in de basisregistratie kadaster is vermeld, tenzij blijkt dat deze persoon op dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is. 3 . Voor het gebruikersdeel wordt: a . gebruik van een perceel door de leden van een huishouden aangemerkt als gebruik door het door de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar aangewezen lid van dat huishouden; b . gebruik door een persoon aan wie een deel van een perceel in gebruik is gegeven, aangemerkt als gebruik door de persoon die dat deel in gebruik heeft gegeven;

Leeswijzer modelbepalingen - […] of [iets] = door gemeente in te vullen. Zie bijvoorbeeld artikel 6 (belastingtarieven). - [iets] = facultatief. Zie bijvoorbeeld artikel 10, tweede lid. - [(iets)] = een voorbeeld ter illustratie of uitleg voor gemeente. Zie bijvoorbeeld artikel 12, eerste lid. - [iets OF iets] = door gemeente te kiezen. Zie bijvoorbeeld artikel 10, tweede lid. - Ook wordt gewerkt met varianten waaruit gekozen kan worden. Zie bijvoorbeeld artikel 5. - Combinaties zijn ook mogelijk. Zie bijvoorbeeld de verschillende varianten in artikel 6, waarbij het tarief door de gemeente moet worden ingevuld.

c . het ter beschikking stellen van een perceel voor volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door de persoon die dat perceel ter beschikking heeft gesteld.

Artikel 3. Voorwerp van de belasting

1 . Voorwerp van de belasting is een perceel. 2 . Als perceel wordt aangemerkt: a . de onroerende zaak, bedoeld in hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken; b . de roerende zaak, die duurzaam aan een plaats is gebonden; c . een gedeelte van een in onderdeel b bedoelde roerende zaak dat blijkens zijn indeling is bestemd om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt; d . een samenstel van twee of meer van de in onderdeel b bedoelde roerende zaken of in onderdeel c bedoelde gedeelten daarvan die bij dezelfde persoon in gebruik zijn en die, naar de omstandigheden beoordeeld, bij elkaar behoren; e . het binnen de gemeente gelegen deel van de in onderdeel b bedoelde roerende zaak, van een in onderdeel c bedoeld gedeelte daarvan of van een in onderdeel d bedoeld samenstel.

Artikel 4. Vrijstellingen

De belasting wordt niet geheven van een perceel dat uitsluitend bestaat uit: a . openbare land- en waterwegen en banen voor openbaar vervoer per rail, een en ander met inbegrip van kunstwerken;

Leeswijzer modelbepalingen - […] of [iets] = door gemeente in te vullen. Zie bijvoorbeeld artikel 6 (belastingtarieven). - [iets] = facultatief. Zie bijvoorbeeld artikel 10, tweede lid. - [(iets)] = een voorbeeld ter illustratie of uitleg voor gemeente. Zie bijvoorbeeld artikel 12, eerste lid. - [iets OF iets] = door gemeente te kiezen. Zie bijvoorbeeld artikel 10, tweede lid. - Ook wordt gewerkt met varianten waaruit gekozen kan worden. Zie bijvoorbeeld artikel 5. - Combinaties zijn ook mogelijk. Zie bijvoorbeeld de verschillende varianten in artikel 6, waarbij het tarief door de gemeente moet worden ingevuld.

b . waterverdedigings - en waterbeheersingswerken die worden beheerd door organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen; c . werken die zijn bestemd voor de zuivering van riool- en ander afvalwater en die worden beheerd door organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen; d . [ … ]. Artikel 5. Maatstaf van heffing

Variant 1

De belasting wordt geheven naar een vast bedrag per perceel voor het eigenarendeel en het gebruikersdeel.

Variant 2 De belasting wordt geheven naar een vast bedrag per perceel en het hebben van een drinkwateraansluiting Artikel 6. Belastingtarieven

Variant 1 (hoort bij artikel 5, variant 1)

1.

Het tarief van het eigenarendeel bedraagt:

€ […].

2.

Het tarief van het gebruikersdeel bedraagt:

€ […].

Leeswijzer modelbepalingen - […] of [iets] = door gemeente in te vullen. Zie bijvoorbeeld artikel 6 (belastingtarieven). - [iets] = facultatief. Zie bijvoorbeeld artikel 10, tweede lid. - [(iets)] = een voorbeeld ter illustratie of uitleg voor gemeente. Zie bijvoorbeeld artikel 12, eerste lid. - [iets OF iets] = door gemeente te kiezen. Zie bijvoorbeeld artikel 10, tweede lid. - Ook wordt gewerkt met varianten waaruit gekozen kan worden. Zie bijvoorbeeld artikel 5. - Combinaties zijn ook mogelijk. Zie bijvoorbeeld de verschillende varianten in artikel 6, waarbij het tarief door de gemeente moet worden ingevuld.

Variant 2 (hoort bij artikel 5, variant 2)

1.

Het tarief van het eigenarendeel bedraagt voor:

a.

een perceel zonder drinkwateraansluiting:

€ […];

b.

een perceel met drinkwateraansluiting:

€ […].

2.

Het tarief van het gebruikersdeel bedraagt voor:

a.

een perceel zonder drinkwateraansluiting:

€ […];

Leeswijzer modelbepalingen - […] of [iets] = door gemeente in te vullen. Zie bijvoorbeeld artikel 6 (belastingtarieven). - [iets] = facultatief. Zie bijvoorbeeld artikel 10, tweede lid. - [(iets)] = een voorbeeld ter illustratie of uitleg voor gemeente. Zie bijvoorbeeld artikel 12, eerste lid. - [iets OF iets] = door gemeente te kiezen. Zie bijvoorbeeld artikel 10, tweede lid. - Ook wordt gewerkt met varianten waaruit gekozen kan worden. Zie bijvoorbeeld artikel 5. - Combinaties zijn ook mogelijk. Zie bijvoorbeeld de verschillende varianten in artikel 6, waarbij het tarief door de gemeente moet worden ingevuld.

b.

een perceel met drinkwateraansluiting:

€ […].

Artikel 7. Belastingjaar

Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.

Artikel 8. Wijze van heffing

De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.

Artikel 9. Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

1 . De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of voor het

gebruikersdeel, als dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2 . Indien de belastingplicht voor het perceel voor het gebruikersdeel in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd over zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat jaar verschuldigde gebruikersdeel als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 3 . Indien de belastingplicht voor het perceel voor het gebruikersdeel in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat jaar verschuldigde gebruikersdeel als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven, tenzij het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan € [...]. 4 . Belastingbedragen van minder dan € [...] worden niet geheven. Voor de toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van op een aanslagbiljet verenigde verschuldigde bedragen rioolheffing of andere heffingen aangemerkt als één belastingbedrag.

Leeswijzer modelbepalingen - […] of [iets] = door gemeente in te vullen. Zie bijvoorbeeld artikel 6 (belastingtarieven). - [iets] = facultatief. Zie bijvoorbeeld artikel 10, tweede lid. - [(iets)] = een voorbeeld ter illustratie of uitleg voor gemeente. Zie bijvoorbeeld artikel 12, eerste lid. - [iets OF iets] = door gemeente te kiezen. Zie bijvoorbeeld artikel 10, tweede lid. - Ook wordt gewerkt met varianten waaruit gekozen kan worden. Zie bijvoorbeeld artikel 5. - Combinaties zijn ook mogelijk. Zie bijvoorbeeld de verschillende varianten in artikel 6, waarbij het tarief door de gemeente moet worden ingevuld.

Artikel 10. Termijnen van betaling

1 . In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet een

aanslag worden betaald [… (bijvoorbeeld in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later)]. [ 2 . In afwijking in zoverre van het eerste lid geldt, [in geval het totaalbedrag van

de op een aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar een

aanslag bevat het bedrag daarvan, meer is dan [… (bijvoorbeeld € 100,-)], doch

minder is dan [… (bijvoorbeeld € 1.500,-)], en] zolang de verschuldigde bedragen

door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat

de aanslagen moeten worden betaald in [… (bijvoorbeeld tien)] gelijke termijnen OF zoveel gelijke termijnen als er na de maand van dagtekening van het aanslagbiljet nog maanden in het [belastingjaar OF kalenderjaar] waarin de aanslagen worden opgelegd overblijven, maar het aantal termijnen bedraagt ten minste […

(bijvoorbeeld drie)] en ten hoogste [… (bijvoorbeeld tien)]]. De eerste termijn vervalt [… (bijvoorbeeld op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld)] en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. ]

[ 3 ]. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in [het eerste lid OF voorgaande leden] gestelde termijnen. Artikel 11. Overgangsrecht

De [ citeertitel oude verordening ] van [ datum ], voor het laatst gewijzigd bij

raadsbesluit van [datum], wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 12, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, maar zij blijft van toepassing op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

Leeswijzer modelbepalingen - […] of [iets] = door gemeente in te vullen. Zie bijvoorbeeld artikel 6 (belastingtarieven). - [iets] = facultatief. Zie bijvoorbeeld artikel 10, tweede lid. - [(iets)] = een voorbeeld ter illustratie of uitleg voor gemeente. Zie bijvoorbeeld artikel 12, eerste lid. - [iets OF iets] = door gemeente te kiezen. Zie bijvoorbeeld artikel 10, tweede lid. - Ook wordt gewerkt met varianten waaruit gekozen kan worden. Zie bijvoorbeeld artikel 5. - Combinaties zijn ook mogelijk. Zie bijvoorbeeld de verschillende varianten in artikel 6, waarbij het tarief door de gemeente moet worden ingevuld.

Artikel 12. Inwerkingtreding

1 . Deze verordening treedt in werking met ingang van de [… (bijvoorbeeld

achtste)] dag na die van de bekendmaking. 2 . De datum van ingang van de heffing is 1 januari [jaartal]. Artikel 13. Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening Riool- en Waterzorgheffing

[gemeentenaam] [jaartal]. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van [datum].

De voorzitter, De griffier,

Leeswijzer modelbepalingen - […] of [iets] = door gemeente in te vullen. Zie bijvoorbeeld artikel 6 (belastingtarieven). - [iets] = facultatief. Zie bijvoorbeeld artikel 10, tweede lid. - [(iets)] = een voorbeeld ter illustratie of uitleg voor gemeente. Zie bijvoorbeeld artikel 12, eerste lid. - [iets OF iets] = door gemeente te kiezen. Zie bijvoorbeeld artikel 10, tweede lid. - Ook wordt gewerkt met varianten waaruit gekozen kan worden. Zie bijvoorbeeld artikel 6. - Combinaties zijn ook mogelijk. Zie bijvoorbeeld de verschillende varianten in artikel 6, waarbij het tarief door de gemeente moet worden ingevuld.

Model Verordening Riool- en Waterzorgheffing – waarde Laatst gewijzigd: 01-01-2022)

( Geconsolideerde versie, geldig vanaf: 01-01-2022) Model voor een heffing naar de waarde in het economisch verkeer Besluit van de raad van de gemeente [gemeentenaam] tot vaststelling van de Verordening op de

heffing en de invordering van Riool- en Waterzorgheffing [gemeentenaam] [jaartal] (Verordening Rioolen Waterzorgheffing [gemeentenaam] [jaartal]); De raad van de gemeente [gemeentenaam]

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van [datum en eventueel

nummer];

gelet op artikel 228a van de Gemeentewet; gezien het advies van […];

besluit vast te stellen de volgende verordening: Verordening op de heffing en de invordering van Riool- en Waterzorgheffing [gemeentenaam] [jaartal]

(Verordening Riool- en Waterzorgheffing [gemeentenaam] [jaartal])

Artikel 1. Aard van de belasting

Onder de naam rioolheffing wordt een directe belasting geheven ter bestrijding van

de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan: a . de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk afvalwater; en b . de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen teneinde

Leeswijzer modelbepalingen - […] of [iets] = door gemeente in te vullen. Zie bijvoorbeeld artikel 6 (belastingtarieven). - [iets] = facultatief. Zie bijvoorbeeld artikel 10, tweede lid. - [(iets)] = een voorbeeld ter illustratie of uitleg voor gemeente. Zie bijvoorbeeld artikel 12, eerste lid. - [iets OF iets] = door gemeente te kiezen. Zie bijvoorbeeld artikel 10, tweede lid. - Ook wordt gewerkt met varianten waaruit gekozen kan worden. Zie bijvoorbeeld artikel 6. - Combinaties zijn ook mogelijk. Zie bijvoorbeeld de verschillende varianten in artikel 6, waarbij het tarief door de gemeente moet worden ingevuld.

structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. Artikel 2. Belastbaar feit en belastingplicht 1 . De belasting wordt geheven van:

a . de persoon die bij het begin van het belastingjaar van een perceel het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht, verder te noemen: eigenarendeel; en b . de persoon die een perceel al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt, verder te noemen: gebruikersdeel. 2 . Voor het eigenarendeel wordt, als het perceel een onroerende zaak is, als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt de persoon die bij het begin van het belastingjaar als zodanig in de basisregistratie kadaster is vermeld, tenzij blijkt dat deze persoon op dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is. 3 . Voor het gebruikersdeel wordt: a . gebruik van een perceel door de leden van een huishouden aangemerkt als gebruik door het door de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar aangewezen lid van dat huishouden; b . gebruik door een persoon aan wie een deel van een perceel in gebruik is gegeven, aangemerkt als gebruik door de persoon die dat deel in gebruik heeft gegeven;

Leeswijzer modelbepalingen - […] of [iets] = door gemeente in te vullen. Zie bijvoorbeeld artikel 6 (belastingtarieven). - [iets] = facultatief. Zie bijvoorbeeld artikel 10, tweede lid. - [(iets)] = een voorbeeld ter illustratie of uitleg voor gemeente. Zie bijvoorbeeld artikel 12, eerste lid. - [iets OF iets] = door gemeente te kiezen. Zie bijvoorbeeld artikel 10, tweede lid. - Ook wordt gewerkt met varianten waaruit gekozen kan worden. Zie bijvoorbeeld artikel 6. - Combinaties zijn ook mogelijk. Zie bijvoorbeeld de verschillende varianten in artikel 6, waarbij het tarief door de gemeente moet worden ingevuld.

c . het ter beschikking stellen van een perceel voor volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door de persoon die dat perceel ter beschikking heeft gesteld. Artikel 3. Voorwerp van de belasting

1 . Voorwerp van de belasting is een perceel. 2 . Als perceel wordt aangemerkt: a . de onroerende zaak, bedoeld in hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken; b . de roerende zaak, die duurzaam aan een plaats is gebonden; c . een gedeelte van een in onderdeel b bedoelde roerende zaak dat blijkens zijn indeling is bestemd om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt; d . een samenstel van twee of meer van de in onderdeel b bedoelde roerende zaken of in onderdeel c bedoelde gedeelten daarvan die bij dezelfde persoon in gebruik zijn en die, naar de omstandigheden beoordeeld, bij elkaar behoren; e . het binnen de gemeente gelegen deel van de in onderdeel b bedoelde roerende zaak, van een in onderdeel c bedoeld gedeelte daarvan of van een in onderdeel d bedoeld samenstel.

Artikel 4. Vrijstellingen

De belasting wordt niet geheven van een perceel dat uitsluitend bestaat uit: a . openbare land- en waterwegen en banen voor openbaar vervoer per rail, een en ander met inbegrip van kunstwerken; b . waterverdedigings - en waterbeheersingswerken die worden beheerd door organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen;

Leeswijzer modelbepalingen - […] of [iets] = door gemeente in te vullen. Zie bijvoorbeeld artikel 6 (belastingtarieven). - [iets] = facultatief. Zie bijvoorbeeld artikel 10, tweede lid. - [(iets)] = een voorbeeld ter illustratie of uitleg voor gemeente. Zie bijvoorbeeld artikel 12, eerste lid. - [iets OF iets] = door gemeente te kiezen. Zie bijvoorbeeld artikel 10, tweede lid. - Ook wordt gewerkt met varianten waaruit gekozen kan worden. Zie bijvoorbeeld artikel 6. - Combinaties zijn ook mogelijk. Zie bijvoorbeeld de verschillende varianten in artikel 6, waarbij het tarief door de gemeente moet worden ingevuld.

c . werken die zijn bestemd voor de zuivering van riool- en ander afvalwater en die worden beheerd door organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen; d . [ … ]. Artikel 5. Maatstaf van heffing

1 . De belasting wordt geheven naar de waarde in het economische verkeer van het

perceel. 2 . Als het perceel een onroerende zaak is, is de waarde in het economische verkeer de op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken voor de onroerende zaak vastgestelde waarde zoals deze voor het in artikel 7 bedoelde belastingjaar geldt. 3. Als voor het perceel geen waarde op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken is vastgesteld, wordt de heffingsmaatstaf van dat perceel bepaald met overeenkomstige toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, 18 en 20, tweede lid, van de Wet waardering onroerende zaken. 4 . In afwijking van de voorgaande leden wordt de belasting geheven naar een vast bedrag als de waarde van het perceel geheel buiten aanmerking is gelaten op grond van de Uitvoeringsregeling uitgezonderde objecten Wet waardering onroerende zaken. Artikel 6. Belastingtarieven

Variant 1 waarde in het economische verkeer en vast bedrag voor ‘geen waarde’-

percelen

Leeswijzer modelbepalingen - […] of [iets] = door gemeente in te vullen. Zie bijvoorbeeld artikel 6 (belastingtarieven). - [iets] = facultatief. Zie bijvoorbeeld artikel 10, tweede lid. - [(iets)] = een voorbeeld ter illustratie of uitleg voor gemeente. Zie bijvoorbeeld artikel 12, eerste lid. - [iets OF iets] = door gemeente te kiezen. Zie bijvoorbeeld artikel 10, tweede lid. - Ook wordt gewerkt met varianten waaruit gekozen kan worden. Zie bijvoorbeeld artikel 6. - Combinaties zijn ook mogelijk. Zie bijvoorbeeld de verschillende varianten in artikel 6, waarbij het tarief door de gemeente moet worden ingevuld.

1.

Voor de toepassing van dit artikel dient een perceel in hoofdzaak tot woning als de heffingsmaatstaf voor dat perceel in hoofdzaak kan worden toegerekend aan delen die dienen tot woning dan wel volledig dienstbaar zijn aan woondoeleinden.

2.

Het tarief van het eigenarendeel voor een perceel bedoeld in artikel 5, eerste lid, bedraagt een percentage van de heffingsmaatstaf. Het percentage bedraagt voor:

een perceel dat in hoofdzaak tot woning dient:

[…]%;

een perceel dat niet in hoofdzaak tot woning dient:

[…]%,

maar per perceel bedraagt het eigenarendeel niet meer dan:

€

a.

b.

[…].

Leeswijzer modelbepalingen - […] of [iets] = door gemeente in te vullen. Zie bijvoorbeeld artikel 6 (belastingtarieven). - [iets] = facultatief. Zie bijvoorbeeld artikel 10, tweede lid. - [(iets)] = een voorbeeld ter illustratie of uitleg voor gemeente. Zie bijvoorbeeld artikel 12, eerste lid. - [iets OF iets] = door gemeente te kiezen. Zie bijvoorbeeld artikel 10, tweede lid. - Ook wordt gewerkt met varianten waaruit gekozen kan worden. Zie bijvoorbeeld artikel 6. - Combinaties zijn ook mogelijk. Zie bijvoorbeeld de verschillende varianten in artikel 6, waarbij het tarief door de gemeente moet worden ingevuld.

3

4.

Het tarief van het eigenarendeel voor een perceel bedoeld in artikel 5,

€

vierde lid, bedraagt

[…].

Het tarief van het gebruikersdeel voor een perceel bedoeld in artikel 5, eerste lid, bedraagt een percentage van de heffingsmaatstaf. Het percentage bedraagt voor:

een perceel dat in hoofdzaak tot woning dient:

[…]%;

een perceel dat niet in hoofdzaak tot woning dient:

[…]%,

a.

b.

maar per perceel bedraagt het gebruikersdeel niet meer dan:

Leeswijzer modelbepalingen - […] of [iets] = door gemeente in te vullen. Zie bijvoorbeeld artikel 6 (belastingtarieven). - [iets] = facultatief. Zie bijvoorbeeld artikel 10, tweede lid. - [(iets)] = een voorbeeld ter illustratie of uitleg voor gemeente. Zie bijvoorbeeld artikel 12, eerste lid. - [iets OF iets] = door gemeente te kiezen. Zie bijvoorbeeld artikel 10, tweede lid. - Ook wordt gewerkt met varianten waaruit gekozen kan worden. Zie bijvoorbeeld artikel 6. - Combinaties zijn ook mogelijk. Zie bijvoorbeeld de verschillende varianten in artikel 6, waarbij het tarief door de gemeente moet worden ingevuld.

€ […].

5.

Het tarief van het gebruikersdeel voor een perceel bedoeld in artikel 5,

€

vierde lid, bedraagt:

[…].

Variant 2 Waardeklassen met % van de waarde

Voor de toepassing van dit artikel dient een perceel in hoofdzaak tot 1.

woning als de heffingsmaatstaf voor dat perceel in hoofdzaak kan worden toegerekend aan delen die dienen tot woning dan wel volledig dienstbaar zijn aan woondoeleinden.

2.

Het tarief van het eigenarendeel voor een perceel bedoeld in artikel 5, eerste lid, bedraagt een percentage van de heffingsmaatstaf. Het percentage bedraagt voor:

Leeswijzer modelbepalingen - […] of [iets] = door gemeente in te vullen. Zie bijvoorbeeld artikel 6 (belastingtarieven). - [iets] = facultatief. Zie bijvoorbeeld artikel 10, tweede lid. - [(iets)] = een voorbeeld ter illustratie of uitleg voor gemeente. Zie bijvoorbeeld artikel 12, eerste lid. - [iets OF iets] = door gemeente te kiezen. Zie bijvoorbeeld artikel 10, tweede lid. - Ook wordt gewerkt met varianten waaruit gekozen kan worden. Zie bijvoorbeeld artikel 6. - Combinaties zijn ook mogelijk. Zie bijvoorbeeld de verschillende varianten in artikel 6, waarbij het tarief door de gemeente moet worden ingevuld.

een perceel dat in hoofdzaak tot woning dient met een waarde tot € a.

[…]:

een perceel dat in hoofdzaak tot woning dient met een waarde van € b.

[…]%;

€ […]:

een perceel dat niet in hoofdzaak tot woning dient met een waarde d.

[…]%,

[…] of meer:

een perceel dat niet in hoofdzaak tot woning dient met een waarde tot c.

[…]%;

[…]%,

van € […] of meer:

maar per perceel bedraagt het eigenarendeel niet meer dan:

€ […].

Leeswijzer modelbepalingen - […] of [iets] = door gemeente in te vullen. Zie bijvoorbeeld artikel 6 (belastingtarieven). - [iets] = facultatief. Zie bijvoorbeeld artikel 10, tweede lid. - [(iets)] = een voorbeeld ter illustratie of uitleg voor gemeente. Zie bijvoorbeeld artikel 12, eerste lid. - [iets OF iets] = door gemeente te kiezen. Zie bijvoorbeeld artikel 10, tweede lid. - Ook wordt gewerkt met varianten waaruit gekozen kan worden. Zie bijvoorbeeld artikel 6. - Combinaties zijn ook mogelijk. Zie bijvoorbeeld de verschillende varianten in artikel 6, waarbij het tarief door de gemeente moet worden ingevuld.

3.

4.

Het tarief van het eigenarendeel voor een perceel bedoeld in artikel 5,

€

vierde lid, bedraagt:

[…].

Het tarief van het gebruikersdeel voor een perceel bedoeld in artikel 5, eerste lid, bedraagt een percentage van de heffingsmaatstaf. Het percentage bedraagt voor:

een perceel dat in hoofdzaak tot woning dient met een waarde tot € a.

[…]:

een perceel dat in hoofdzaak tot woning dient met een waarde van € b.

[…]%,

[…] of meer:

een perceel dat niet in hoofdzaak tot woning dient met een waarde tot c.

[…]%;

€ […]:

[…]%;

Leeswijzer modelbepalingen - […] of [iets] = door gemeente in te vullen. Zie bijvoorbeeld artikel 6 (belastingtarieven). - [iets] = facultatief. Zie bijvoorbeeld artikel 10, tweede lid. - [(iets)] = een voorbeeld ter illustratie of uitleg voor gemeente. Zie bijvoorbeeld artikel 12, eerste lid. - [iets OF iets] = door gemeente te kiezen. Zie bijvoorbeeld artikel 10, tweede lid. - Ook wordt gewerkt met varianten waaruit gekozen kan worden. Zie bijvoorbeeld artikel 6. - Combinaties zijn ook mogelijk. Zie bijvoorbeeld de verschillende varianten in artikel 6, waarbij het tarief door de gemeente moet worden ingevuld.

een perceel dat niet in hoofdzaak tot woning dient met een waarde d.

[…]%,

van € […] of meer:

maar per perceel bedraagt het gebruikersdeel niet meer dan:

€ […].

5.

Het tarief van het gebruikersdeel voor een perceel bedoeld in artikel 5,

€

vierde lid, bedraagt:

[…].

Variant 3 Waardeklassen met vaste bedragen

1. Voor de toepassing van dit artikel dient een perceel in hoofdzaak tot woning als de heffingsmaatstaf voor dat perceel in hoofdzaak kan worden toegerekend aan delen die dienen tot woning dan wel volledig dienstbaar zijn aan woondoeleinden.

Leeswijzer modelbepalingen - […] of [iets] = door gemeente in te vullen. Zie bijvoorbeeld artikel 6 (belastingtarieven). - [iets] = facultatief. Zie bijvoorbeeld artikel 10, tweede lid. - [(iets)] = een voorbeeld ter illustratie of uitleg voor gemeente. Zie bijvoorbeeld artikel 12, eerste lid. - [iets OF iets] = door gemeente te kiezen. Zie bijvoorbeeld artikel 10, tweede lid. - Ook wordt gewerkt met varianten waaruit gekozen kan worden. Zie bijvoorbeeld artikel 6. - Combinaties zijn ook mogelijk. Zie bijvoorbeeld de verschillende varianten in artikel 6, waarbij het tarief door de gemeente moet worden ingevuld.

2. Het tarief van het eigenarendeel voor een perceel bedoeld in artikel 5, eerste lid, bedraagt voor:

a.

een perceel dat in hoofdzaak tot woning dient met een waarde tot €

€

[…]:

[…];

b. een perceel dat in hoofdzaak tot woning dient met een waarde van €

c.

€

[…] tot € […]:

[…];

een perceel dat in hoofdzaak tot woning dient met een waarde van €

€

[…] of meer:

[…];

d. een perceel dat niet in hoofdzaak tot woning dient met een waarde tot € […]:

€ […];

Leeswijzer modelbepalingen - […] of [iets] = door gemeente in te vullen. Zie bijvoorbeeld artikel 6 (belastingtarieven). - [iets] = facultatief. Zie bijvoorbeeld artikel 10, tweede lid. - [(iets)] = een voorbeeld ter illustratie of uitleg voor gemeente. Zie bijvoorbeeld artikel 12, eerste lid. - [iets OF iets] = door gemeente te kiezen. Zie bijvoorbeeld artikel 10, tweede lid. - Ook wordt gewerkt met varianten waaruit gekozen kan worden. Zie bijvoorbeeld artikel 6. - Combinaties zijn ook mogelijk. Zie bijvoorbeeld de verschillende varianten in artikel 6, waarbij het tarief door de gemeente moet worden ingevuld.

e.

f.

een perceel dat niet in hoofdzaak tot woning dient met een waarde van

€

€ […] tot € […]:

[…];

een perceel dat niet in hoofdzaak tot woning dient met een waarde van

€

€ […] of meer:

[…].

3. Het tarief van het eigenarendeel voor een perceel bedoeld in artikel 5, vierde lid, bedraagt:

€ […].

4. Het tarief van het gebruikersdeel voor een perceel bedoeld in artikel 5, eerste lid, bedraagt voor:

a.

een perceel dat in hoofdzaak tot woning dient met een waarde tot €

€

[…]:

[…];

Leeswijzer modelbepalingen - […] of [iets] = door gemeente in te vullen. Zie bijvoorbeeld artikel 6 (belastingtarieven). - [iets] = facultatief. Zie bijvoorbeeld artikel 10, tweede lid. - [(iets)] = een voorbeeld ter illustratie of uitleg voor gemeente. Zie bijvoorbeeld artikel 12, eerste lid. - [iets OF iets] = door gemeente te kiezen. Zie bijvoorbeeld artikel 10, tweede lid. - Ook wordt gewerkt met varianten waaruit gekozen kan worden. Zie bijvoorbeeld artikel 6. - Combinaties zijn ook mogelijk. Zie bijvoorbeeld de verschillende varianten in artikel 6, waarbij het tarief door de gemeente moet worden ingevuld.

b. een perceel dat in hoofdzaak tot woning dient met een waarde van €

c.

[…] tot € […]:

[…];

een perceel dat in hoofdzaak tot woning dient met een waarde van €

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.papendrecht.nl/api/v1/meetings/285/documents/6475