CConstaterende datPapendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

A12. 20210715 Drechtwerk, Reactie op zienswijze primaire begroting 2022 en jaarstukken 2020.pdf

Commissie Samenleving Papendrecht 16 september 2021, gemeente PapendrechtBij agendapunt: 6: Lijst ingekomen stukken en mededelingen25.792 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

dat het ministerie de hoogte van de subsidie per SE bepaald. Elke euro verandering in subsidie veroorzaakt een gelijke mutatie in het tekort zowel, positief als negatief. Bij de invoering van de participatiewet is de door het Rijk begrote bezuiniging op de rijksbijdrage als uitgangspunt genomen. Voor de verdeling van de subsidiegelden wordt rekening gehouden met een zogenaamde blijfkansberekening. Hierbij wordt middels een actueel model de verwachte daling van de WSW-doelgroep geprognosticeerd. Het niet realiseren van deze uitstroom kan leiden tot aanzienlijke tekorten op de subsidie inkomsten tegenover de salarisbetalingen. Loonkosten WSW. Het niet of onvoldoende compenseren van hogere loonkosten voortvloeiend uit de nieuw af te sluiten cao’s en/of hogere werkgeverslasten zoals pensioenlasten zal het subsidietekort verder doen oplopen. Indien 1% niet gecompenseerd wordt betekent dit al snel een resultaatverslechtering in de richting van € 313.000. Het ziekteverzuim over 2020 bedroeg totaal 11,62%. Een stijging van het ziekteverzuim heeft op de detacheringsactiviteiten (omzet) een direct effect. Kamerlingh Onnesweg 1: onvoorziene benodigde maatregelen om te voldoen aan wet- en regelgeving kunnen impact hebben op het exploitatieresultaat. Risico’s transitie.

Vanuit de in het directieverslag toegelichte transitie bij Drechtwerk zal in de loop van 2020 verder duidelijk worden of en hoe de voorgenomen samenwerking met de SDD en de herinrichting van Drechtwerk na het besluit van het Algemeen Bestuur 30 juni 2017 zijn beslag zal krijgen. Bij een onvoldoende transitie voorziening zullen de kosten in het kader van de transitie dan ten laste van de jaarrekening, en daarmee indirect ten laste van de deelnemende gemeenten komen. De uitstaande geldlening aan Confed op 31 december 2020 groot € 1.131.800. Bij faillissement is het risico tot het niet volledig innen van de uitstaande lening reëel, hierbij opgemerkt dat Drechtwerk een mogelijkheid heeft de afgegeven borgstelling uit te winnen. Bij het opstellen van de risico inventarisatie is de liquiditeitspositie een blijvend aandacht punt.

29

Het weerstandsvermogen is niet voldoende om de hierboven genoemde risico’s te dekken als ze zich voordoen. Eventuele kosten van voorkomende risico’s zullen dan ten laste van de jaarrekening, en daarmee indirect ten laste van de deelnemende gemeenten komen. Gedurende 2020 beschikte de GR Drechtwerk over de volgende bestemmingsreserves: Eigen Vermogen

Stand 01-01-2020

Bestemmingsreserve Nog te bestemmen resultaat Totaal

Toevoeging / Bestemming / Terugbetaling Saldo vorming Vrijval aan 31-12-2020 t

148 893

159 3.150

-261 -159

-734

46 3.150

1.041

3.309

-420

-734

3.196

Transitiereserve In december 2020 is met het besluit van het Algemeen Bestuur van in december 2020 akkoord gegeven de resterende middelen volledig te onttrekken.

Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen kan gedefinieerd worden als ‘het vermogen van Drechtwerk om nietstructurele financiële risico’s op te kunnen vangen teneinde haar taken te kunnen voortzetten’. Het weerstandsvermogen wordt gevormd uit de algemene reserve, stille reserves. Aangezien de deelnemende gemeenten volledig risicodragend zijn, en er bestuurlijk geen voorkeur bestaat voor reserveringen in de GR.

Kengetallen:

2020

Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte

42% 37% 10% 117%

2019 52% 47% 3% 358%

Impact corona-virus De uitbraak van COVID-19 (Corona), eind februari 2020 heeft een enorme impact op ons allemaal gehad en is nog steeds gaande. De wereldwijde pandemie leidt tot ongekende omstandigheden. Voor de aanpak van COVID-19 hebben wij gekeken en kijken wij wat er, aanvullend op de landelijk maatregelen van het Rijk, wat er gedaan is in 2020 en nog wat er moet gebeuren. De belangrijkste (financiële) gevolgen voor Drechtwerk waren in de bestuur rapportages gedurende het jaar 2020 meegenomen. De extra middelen die zijn vrij gekomen vanuit het Rijk voor de SW bedrijven hebben, in combinatie met de in deze jaarrekening verantwoorde (financiële) effecten t.o.v. de bestuur rapportage voor een groot deel er aan bij gedragen dat het jaar 2020 afsluit met het gepresenteerde financiële resultaat, groot € 1.141.000,- minder (verlies) bijdrage voor de gemeenten. van het Rijk. Ook zijn er geen noemenswaardig, nadelige, effecten gebleken op uitstaande vordering.

30

1.9.2 Onderhoud kapitaalgoederen Onder kapitaalgoederen wordt verstaan: de in eigendom verkregen terreinen of in huur genomen gebouwen en installaties. Hieronder vallen de volgende locaties: Het onderkomen Bakestein in Zwijndrecht (huur). Het onderkomen de Lockhorst in Sliedrecht. Het onderkomen aan de Snelliusstraat (Kamerlingh Onnesweg) te Dordrecht. De drie locaties zijn in goede conditie en worden regelmatig geïnspecteerd door externe organisaties (brand- en bedrijfsschadeverzekeraar) en/of door Drechtwerk ingehuurde installatiebedrijven. Drechtwerk heeft in de loop van het jaar een meerjarig beheerplan voor haar gebouwen opgesteld. De gebouwen van Drechtwerk aan de Snelliusstraat te Dordrecht zijn gebouwd op in erfpacht uitgegeven gronden. Deze erfpachtovereenkomst loopt in 2039 af. De looptijd van het beheersplan raakt op sommige onderdelen de einddatum van het erfpachtcontract. Om te voorkomen dat Drechtwerk investeringen in haar opstallen doet die een langere afschrijftermijn hebben dan de looptijd van het erfpachtcontract, zal het bestuur komend jaar een standpunt worden gevraagd over het al dan niet wenselijk zijn van het verlengen van de erfpachtafspraken, en dus investeren in de gebouwen of het slopen van deze opstallen. Een voorstel hierover zal het algemeen bestuur te zijner tijd worden voorgelegd.

1.9.3 Financiering Algemeen Bij het opstellen van het Treasurystatuut is rekening gehouden met de relevante bepalingen van de wettelijke kaders (de Wet Fido, de Gemeentewet, de Wet Gemeenschappelijke Regelingen en de Algemene Wet Bestuursrecht). In 2015 is ook de Financiële Verordening Drechtwerk geüpdatet en vastgesteld. In het Treasurystatuut worden de renterisico’s door middel van de kasgeldlimiet- en de renterisiconormering in kaart gebracht. Daarnaast wordt geëvalueerd in welke mate de vastgestelde doelstellingen in de begroting over 2020 binnen de kaders van het Treasurystatuut gerealiseerd zijn.

Uit hoofde van de publieke taak is er sprake van een viertal deelnemingen: Een deelneming in Drechtwerk BV met een aandelenkapitaal groot € Een deelneming in WerXaam BV met een aandelenkapitaal groot € Een deelneming van 47% in FrisFacilitair BV met een aandelenkapitaal groot € Een deelneming van 50% in BBDeta BV met een aandelenkapitaal groot € Voorts is aan DWG de volgende lening verstrekt: Een lening aan DWG met een hoofdsom van (onderdeel Drechtwerk BV)

100 18.000 9.000 50

€ 2.869.270

Lening u/g Aan de voormalige deelneming AssemblyPartner BV, nu Confed, is voor overname een lening verstrekt. De hoofdsom van de lening bedraagt per 31-12-2020 € 1.131.800. Renterisicobeheer In de verslagperiode is geen gebruik gemaakt van derivaten.

31

Kasgeldnormering De gerealiseerde lasten over 2020 zijn als volgt toe te lichten. Het totaal van de gerealiseerde bedrijfslasten bedroeg € 43.736.000. Kasgeldnorm: het vastgestelde percentage van 8,2% over het begrotingstotaal van € 43.151.000 resulteert in een kasgeldlimiet van € 3.538.000. Het verloop laat zich als volgt in beeld brengen: Periode

Kwartaal 1 Kwartaal 2 Kwartaal 3 Kwartaal 4 Gemiddelde (x 1.000)

Netto Toegestane Vlottende kasgeldlimiet Schuld (+) of oversc hot middelen (-) 124 3.538 929 3.538 1.557 3.538 561 3.538 793

Ruimte (+) of Oversc hrijding (-)

3.414 2.609 1.981 2.977

3.538

2.745

Renterisico normering De vaste schuld per 1 januari 2020 bedraagt € 24,4 miljoen. Het renterisico is gedefinieerd als het bedrag aan leningen dat in een bepaald jaar aan renteaanpassing onderhevig is. De renterisiconorm is het vastgestelde percentage van 20% van de lasten in de begroting. Er geldt een minimum van € 2,5 miljoen. De bepaling van het renterisico is als volgt: Omschrijving 1a 1b 2 3a 3b 4 5 6 7

Renteherziening op vaste schuld o/g Renteherziening op vaste schuld u/g Netto renteherziening vaste schuld (1a - 1b) Nieuw aangetrokken schuld Nieuw verstrekte leningen Netto nieuw aangetrokken schuld (3a - 3B) Betaalde aflossingen Herfinanciering (laagste van 4 en 5) Renterisico op vaste schuld

Bedrag in Euro's (x 1000) 1.020 1.020

Bepaling van de ruimte c.q. de overschrijding t.o.v. de renterisico norm 2020: Omschrijving Bedrag in Euro's (x 1000) 8 Stand vaste schuld per 1 januari 2020 24.400 9 Percentage conform ministeriele regeling 20% 10 Renterisiconorm (20% van 43,151 mln) 8.630

10 7 11

Toets renterisiconorm Renterisiconorm Renterisico op vaste schuld Ruimte (+) / overschrijding (-) ; (10 - 7)

32

8.630 1.020 7.610

Valutarisico en koersrisicobeheer Er zijn in de verslagperiode geen valuta en koersrisico’s gelopen.

Ondernemingsfinanciering In 2020 zijn door het Algemeen bestuur de volgende kredieten gevoteerd voor de Holding: Productie stoelen € 116.000 Hard/software investering ICT € 32.125 Transitie ICT € 47.000 Besturingssoftware Ultimo € 37.500 Leningenportefeuille 2020 De leningenportefeuille geeft ultimo december 2020 het volgende beeld (bedragen in duizenden euro’s): (* € 1000)

Verstrekker

Soort lening

lening lening lening lening

BNG 40.094.578 Lineair BNG 40.097.704 Lineair BNG 40.109.859 Annuitair BNG 40.109.860 Fixes

Totaal Leningportefeuille

Nominaal bedrag

Laatste aflossing

700 3.000 23.600 3.000

2022 2028 2039 2039

Rente % Stand per Afloss. 1-1-2020 5,49% 4,33% 1,64% 1,96%

30.300

Stand per 31-12-2020

96 1.020 20.278 3.000

35 120 865 0

61 900 19.413 3.000

24.394

1.020

23.374

De rentekosten op de bestaande leningen bedroegen € 430.000. Schatkistbankieren Eind 2013 is het verplicht schatkistbankieren ingevoerd. Toegestaan blijft dat decentrale overheden een bedrag van 0,75% van het begrotingstotaal (na wijziging) buiten de Schatkist mogen houden, het zogenoemde drempelbedrag. Het drempelbedrag mag als gemiddeld creditbedrag per kwartaal niet overschreden worden. Drechtwerk werkt met een dagelijkse sturing op de liquiditeit van de organisatie, dit maakt dat mogelijke afwijking vanuit het belang van bedrijf continuïteit afwijkingen kan veroorzaken. 1) Benutting drempelbedrag Schatkistbankieren 2020 Begrotingstotaal na wijziging: € 43.151.000 Wettelijke drempelpercentage: 0,75% Drempelbedrag: € 323.632 2) Kwartaaluitkomsten benutting drempelbedrag 2020: (x 1.000) Gemiddelde stand liquide middelen Drempelbedrag Ruimte

1e kw

2e kw 124324 448-

929324 1.253-

3e kw 1.557324 1.881-

4e kw 561324 885-

Kasbeheer Administratieve organisatie In het kader van de functiescheiding hebben de procuratiehouders geen toegang tot de administratie, en heeft de financiële administratie geen toegang tot de autorisatiecodes. Bankbescheiden worden direct naar de administratie gestuurd en verwerkt.

33

EMU-saldo Het EMU-saldo betreft het saldo van inkomsten en uitgaven die daadwerkelijk in 2020 hebben plaatsgevonden. Het EMU-saldo geeft aan of er in een bepaald jaar meer geld is uitgegeven dan er in dat jaar is binnengekomen, of dat er geld is overgehouden. Het EMU-saldo is daarmee een indicatie voor de ontwikkeling van de liquiditeits- en financiële positie (eigen vermogen en schulden). Het EMUsaldo kan daarmee gezien worden als een extra financieel kengetal. Overzicht EMU-saldo Berekening EMU-saldo (bedragen x € 1.000) Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves (BBV, art 17c) Afschrijvingen ten laste van de exploitatie Bruto dotaties aan de post voorzieningen ten laste van de exploitatie Investeringen in (im)materiële vaste activa die op de balans worden geactiveerd Verkoopopbrengsten uit desinvesteringen in (im)materiële vaste activa (correctie boekwinst naar verkoopwaarde) Berekend EMU-saldo

34

2020 3.150 1.142 65 -148 4.209

1.9.4 Gemeenten De 6 gemeenten die deelnemen in de Gemeenschappelijke Regeling Openbaar Lichaam Sociale Werkvoorziening Drechtsteden zijn aan te merken als gelieerde partijen. Iedere gemeente is met een lid in het Algemeen Bestuur vertegenwoordigd.

Gemeente

Aantal personen per gemeente 1-1-2020

Alblasserdam Dordrecht Hendrik Ido Ambacht Papendrecht Sliedrecht Zwijndrecht Totaal gemeenten

55 594 39 66 91 123 968

Bijdrage gemeente Basis Begroting 2020 € € € € € € €

Bijdrage gemeente 1ste Burap 2020

339 € 3.659 € 240 € 407 € 560 € 758 € 5.963 €

321 € 3.471 € 228 € 386 € 532 € 719 € 5.657 €

Bijdrage gemeente 2e Burap 2020

Bijdrage Verschil gemeente Basis begroting Op basis resultaat vs jaarrekening 2020 2020

225 € 2.426 € 159 € 270 € 372 € 502 € 3.954 €

160 € 1.726 € 113 € 192 € 265 € 357 € 2.813 €

-179 -1.933 -127 -215 -295 -401 -3.150

(bedragen x € 1000)

1.9.5 Verbonden partijen WerXaam BV Sinds 2006 is WerXaam BV als personeels-BV van Drechtwerk het antwoord op de benodigde marktconformiteit van arbeidsvoorwaarden en flexibiliteit van arbeid van niet-WSW-personeel. Drechtwerk bekleedt in overheidsland een bijzondere positie. Enerzijds is Drechtwerk een publieke rechtspersoon in de vorm van een gemeenschappelijke regeling, die de Wet Sociale Werkvoorziening uitvoert in opdracht van gemeenten. Anderzijds opereert Drechtwerk - als aanbieder van diensten en producten - te midden van diverse private markten en ondernemingen. Op deze markten wordt flexibiliteit gevraagd, ook op het gebied van aanstelling en ontslag. Deze flexibiliteit kan echter niet altijd gegeven worden ten aanzien van het ambtelijk personeel. Om te voorkomen dat een derde rechtspositie in de Drechtwerkorganisatie tot teveel arbeidsvoorwaardelijke verschillen leidt, wordt in de arbeidsvoorwaardenregeling van de personeels-BV zoveel mogelijk aangesloten bij de bestaande ambtelijke rechtpositie. Payroller voor bijstandsgerechtigden Op verzoek van de SDD vervult WerXaam BV sinds medio 2014, op rekening en risico van de SDD, de rol van payroller voor de gedetacheerde mensen uit de bijstand en inmiddels de participatiewet. Medio 2020 is deze activiteit gestopt. WerXaam BV heeft per ultimo 2020 een Eigen Vermogen van € 18.000 en een Vreemd Vermogen van €0.

Het resultaat over 2020 is € 0. Drechtwerk BV Op 21 december 2018 zijn de statuten van Drechtwerk BV gewijzigd. De activiteiten die Drechtwerk BV verricht en feitelijk per 1 januari 2013 zijn gestart, zijn onder andere: Het uitoefenen van een hoveniersbedrijf. Het aanbieden van arbeidsontwikkeling en passend werk aan medewerkers in het kader van de Wet Sociale Werkvoorziening. Het aanbieden van re-integratie- en andere vergelijkbare trajecten als erkend leer-, werk- en ontwikkelbedrijf.

35

Drechtwerk BV was gedurende 2020 statutair gevestigd aan de Snelliusstraat 10 te Dordrecht en in ingeschreven bij de Kamer van Koophandel onder nummer: 56347685. Het Openbaar Lichaam Sociale Werkvoorziening Drechtsteden (Drechtwerk) is 100% aandeelhouder van Drechtwerk BV. DWG is per 1 januari 2019 samen gegaan met DrechtstedenActief. Daarbij is gekozen om verder te gaan onder de gezamenlijke naam Drechtwerk BV. DrechtstedenActief heeft per 1 januari 2019 haar naam gewijzigd naar DrechtwerkActief (DWA). Drechtwerk BV heeft per ultimo 2020 een Eigen Vermogen van € 4.474.980 negatief. Het resultaat over 2019 bedraagt € 2.820.579 negatief. FrisFacilitair BV FrisFacilitair BV is gevestigd aan de Pascalstraat 70 te Dordrecht. Drechtwerk is sinds 1 januari 2016 voor 47% aandeelhouder van FrisFacilitair BV. De activiteiten die FrisFacilitair BV verricht zijn: Het aanbieden van professionele schoonmaak-, wasserij-, schilder- en onderhoudsdiensten. Het aanbieden van arbeidsontwikkeling en passend werk aan medewerkers in het kader van de Wet Sociale Werkvoorziening. Het aanbieden van re-integratie- en andere vergelijkbare trajecten als erkend leer-, werk- en ontwikkelbedrijf. Baanbrekend Detacheren BV Op 3 oktober 2018 zijn de statuten van Baanbrekend Detacheren BV opgesteld.

De activiteiten die Baanbrekend Detacheren BV verricht en feitelijk per 10 december 2012 zijn gestart, zijn onder andere: Het detacheren van inwoners van onder andere, maar niet beperkt tot, de gemeenten aangesloten bij de gemeenschappelijke regeling Drechtsteden en de gemeenschappelijke regeling Sociale Werkvoorziening Drechtwerk met afstand tot de arbeidsmarkt als bedoeld in de Participatiewet. Baanbrekend Detacheren BV was gedurende 2019 statutair gevestigd aan de Spuiboulevard 298 te Dordrecht en in ingeschreven bij de Kamer van Koophandel onder nummer: 56637519. Het Openbaar Lichaam Sociale Werkvoorziening Drechtsteden (Drechtwerk) is 50% aandeelhouder van Baanbrekend Detacheren BV.

1.9.6 Bedrijfsvoering In 2020 is de lijn die is ingezet in 2019 doorgezet. Dat houdt in dat de professionalisering van het bedrijfsbureau en de afdeling logistiek is doorgezet. Daarnaast is er veel aandacht besteed aan het up to date brengen van de ICT systemen die bij de bedrijfsonderdelen worden gebruikt en de relatie van deze systemen met die van de holding. Naast het onder brengen van specifieke onderdelen in de cloud, is ook aandacht gegeven aan (het ontbreken van) superusers in bepaalde bedrijfsonderdelen. Omdat Drechtwerk Actief zich meer heeft gericht op ontwikkelvaardigheden, is het nodig om ook andere werksoorten binnen te halen. Daarop is het accountmanagement aangesproken. Er wordt nu meer dan voorheen gestreefd naar afwisselend werk, opdrachtgevers uit de omgeving en een grotere continuïteit in opdrachten. Zeker in de periode voordat corona haar rol eiste, heeft deze inzet vruchten afgeworpen. Door corona is de bedrijfsvoering behoorlijk verstoord geraakt. De productiehallen zijn enige tijd gesloten geweest, er moesten veiligheidsmaatregelen worden getroffen, extra loop- en werktrajecten worden ontwikkeld en worden voorzien in meerdere kantines. Daardoor hebben de (productie) werkzaamheden, maar ook lesprogramma’s averij opgelopen. Los van corona was Drechtwerk toe aan een nieuw en actueel Arbo beleid.

Samen met de ondernemingsraad is dit in 2020 tot stand gebracht. Naast het formuleren van het beleid is er ook een

36

dynamische agenda opgesteld waarmee het nakomen van de verschillende arbo activiteiten kan worden gemonitord. In overleg met de OR is het KAM beleid (kwaliteit, arbobeleid en milieu) ondergebracht bij de algemeen directeur. In de loop van ’21 zal dit worden geëvalueerd. Samen met het aantrekken van een nieuwe arbodienst heeft dit er mogelijk voor gezorgd dat Drechtwerk een relatief laag ziekteverzuim heeft. In 2019 zijn Drechtwerk Actief en Drechtwerk Groen ondergebracht in Drechtwerk b.v. De twee bedrijfsonderdelen hebben in 2020 de samenwerking geïntensiveerd. Gedurende de periode dat er weinig werk voor Groen buiten was en de bedrijfsruimte van Perspct niet werd gebruikt, hebben medewerkers van Groen daar zinvolle arbeid kunnen verrichten. Met Libbey, het glasbedrijf in Gorinchem zijn nieuwe meerjarenafspraken gemaakt over de inzet van medewerkers van Drechtwerk tegen betere condities dan voorheen. In de loop van 2020 hebben de SDD en Drechtwerk besloten het individueel detacheren weer onder verantwoordelijkheid van Drechtwerk te brengen. De voorbereidingen zijn zover ingezet dat dit traject naar verwachting in het tweede kwartaal van ’21 kan worden afgerond.

37

2. Jaarrekening 2020

38

2.1 Balans per 31 december ACTIVA Bedragen * € 1.000 Vaste activa Materiële vaste activa met economisch nut Financiële vaste activa Kapitaalverstrekking aan deelnemingen Leningen aan deelnemingen Leningen u/g Totaal vaste activa

2020

2019

22.535

23.529

27 650 1.810 752 1.132 2.534 2.969

27 2.088 808 2.923 25.069

26.452

Vlottende activa Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Vorderingen op openbare lichamen Overige vorderingen

3.046 65 460 3.876 3.941 3.506

1.231 530 1.761

9

9

379 379

731 731

Liquide middelen Kas-, bank- en girosaldi Overlopende activa Overige nog te ontvangen bedragen Totaal vlottende activa

39

4.329

2.501

29.398

28.953

PASSIVA Bedragen * € 1.000 Vaste passiva Eigen vermogen Bestemmingsreserve Nog te bestemmen resultaat Totaal eigen vermogen

2020

46 3.150 3.196

148 893 1.041

332

302

23.374

24.394

Voorzieningen Bestaande risico's op te verwachten verplichtingen of verliezen Vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar over langer Binnenlandse banken en overige financiele instellingen Totaal vaste passiva Vlottende passiva Netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Overige schulden

2019

26.902

25.737

2.294 2.294

3.006 3.006

202 202

210 210

Overlopende passiva Overige nog te betalen bedragen

Totaal vlottende passiva

40

2.496

3.216

29.398

28.953

2.2 Overzicht Baten en Lasten Programma

Oorspronkelijke

(bedragen * € 1.000)

Begroting 2020 Lasten

Baten

Laatste Bestuurlijke Vaststelling 2020 Saldo

Lasten

Baten

Jaarrekening 2020 Saldo

Lasten

Baten

Saldo

Gerealiseerde baten en lasten per programma: Begeleide participatie

38.755

-36.421

2.334

39.691

-39.350

341

38.773

-39.899

-1.126

Overhead

3.945

-644

3.301

3.945

-644

3.301

4.533

-643

3.890

451

-125

326

432

-120

312

430

-120

310

-

-5.961

-5.961

-

-3.954

-3.954

-

-5.963

-5.963

43.151

-43.151

-

44.068

-44.068

-

43.736

-46.625

-2.889

-

-

-

-

-

-

-

-261

-261

43.151

-43.151

-

44.068

-44.068

-

43.736

-46.886

-3.150

Rente Algemene dekkingsmiddelen per programma: Gemeentelijke bijdrage

Gerealiseerd totaal saldo baten en lasten Mutatie reserves: Drechtwerk

Gerealiseerd resultaat

In de laatste bestuurlijke vaststelling zijn de mutaties verwerkt naar aanleiding van de 2 e Burap. Afwijkingen worden gepresenteerd ten opzichte van de laatste bestuurlijke vaststelling.

41

2.3 Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling Inleiding Onderstaande samenvatting van de grondslagen waarop de financiële verslaggeving is gebaseerd, is bedoeld als leidraad voor een juiste interpretatie van de financiële overzichten. De jaarrekening voldoet aan de voorschriften Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). In overeenstemming met de BBV zijn de 100%-deelneming in Drechtwerk BV, WerXaam BV en de 47% deelneming in FrisFacilitair BV en de 50% in Baanbrekend Detacheren BV tegen historische kostprijs opgenomen in de jaarrekening. Tenzij anders vermeld, zijn de bedragen in duizenden euro’s weergegeven. Algemene grondslagen De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vinden plaats op basis van verkrijgingprijs c.q. historische kostprijs. De activa en passiva zijn opgenomen tegen nominale waarden of waar nodig is tegen een lagere marktwaarde. De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Winsten worden slechts opgenomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het verslagjaar, worden in het resultaat opgenomen indien zij vóór het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden.

COVID-19 De Corona-crisis zal naar verwachting in basis de continuïteit van de organisatie(s) niet raken, voor de effecten hiervan verwijzen wij naar de paragraaf gebeurtenissen na balans datum. Bij de schattingen en waarderingen is geen rekening gehouden met de mogelijke effecten van het Coronavirus. Balans Vaste activa Materiële vaste activa met economisch nut De waardering van de materiële vaste activa geschiedt tegen de verkrijgingprijs verminderd met lineair berekende afschrijvingen, die gebaseerd zijn op de geschatte economische levensduur. Met uitzondering van terreinen, vindt afschrijving plaats op basis van een vast percentage van de verkrijgingprijs. Op terreinen wordt niet afgeschreven. Financiële vaste activa Leningen worden gewaardeerd tegen nominale waarde, voor zover nodig rekening houdend met een voorziening voor oninbaarheid. Deelnemingen worden gewaardeerd tegen kostprijs of lagere nettovermogenswaarde. Drechtwerk is op 31 december 2019 voor 100% aandeelhouder van Drechtwerk BV, WerXaam BV en voor 47% van FrisFacilitair BV en de 50% in de Baanbrekend Detacheren BV, allen gevestigd te Dordrecht. Vlottende activa Voorraden Eventuele voorraden grond- en hulpstoffen worden gewaardeerd tegen vaste verrekenprijzen, gebaseerd op de gemiddelde kostprijs of lagere marktwaarde, en eventueel verminderd met een voorziening voor incourantheid.

Waarderingsverschillen tussen standaard verrekenprijs en kostprijs of lagere marktwaarde worden als bedrijfsresultaat verantwoord. Halffabricaten, eindproducten en onder handen werken worden gewaardeerd tegen de kostprijs of lagere marktwaarde, voor zover noodzakelijk onder aftrek van een voorziening voor incourantheid. De overige voorraden worden gewaardeerd tegen de historische inkoopprijs.

42

Vorderingen en overlopende activa De vorderingen worden gewaardeerd tegen de nominale waarde, voor zover noodzakelijk onder aftrek van een voorziening voor oninbaarheid. De voorziening wordt bepaald op basis van reële inningskansen. De vorderingen op openbare lichamen worden niet voorzien. Liquide middelen en overlopende posten Deze activa worden gewaardeerd tegen de nominale waarde. Eigen vermogen Algemene reserve De algemene reserve omvat de cumulatieve exploitatieoverschotten van Drechtwerk. Bestemmingsreserve De bestemmingsreserve wordt door het bestuur gevormd uit het beschikbare resultaat ter besteding aan die uitgaven of doelen die ook specifiek door het bestuur benoemd zijn. Waardering vindt plaats tegen de nominale waarde. Nog te bestemmen exploitatieresultaat Een nadelig exploitatieresultaat komt volledig voor rekening van de Gemeenten die deelnemen aan de Gemeenschappelijke Regeling c.q. kan worden onttrokken aan de algemene reserve. Daarmee wordt bedoeld dat de deelnemende gemeenten garant staan voor de verliezen van Drechtwerk. Het positief resultaat, voor zover dit hoger is dan de gemeentelijke bijdrage, direct leiden tot een tegoed van de deelnemende gemeenten. Voorzieningen De voorzieningen worden gewaardeerd tegen de nominale waarde of een zo realistisch mogelijke raming van verwachte kosten.

Schulden op lange termijn De leningen worden gewaardeerd tegen de nominale waarde. Het betreft de restantschulden met een looptijd langer dan een jaar. De bedragen die binnen een jaar vervallen, worden opgenomen onder de kortlopende schulden. Vlottende passiva De kortlopende schulden worden gewaardeerd tegen de nominale waarde. Het betreft schulden die binnen één jaar vervallen. Niet uit de balans blijkende verplichtingen Hieronder zijn begrepen de verplichtingen die voortvloeien uit contracten met een looptijd van langer dan een jaar. Resultatenrekening Kengetallen in fte Een aantal kengetallen wordt afgeleid van de zogenaamde fte (full time equivalents). Daarmee wordt bedoeld dienstbetrekkingen omgerekend naar een werkweek van 36 uur. Netto-omzet De netto-omzet is de opbrengst van aan derden geleverde goederen en diensten, exclusief de over de omzet geheven belastingen, en onder aftrek van kortingen.

43

Grond- en hulpstoffenverbruik en uitbesteed werk De eventuele kosten van grond- en hulpstoffenverbruik worden berekend op basis van vaste verrekenprijzen. Bij uitbesteed werk gaat het om de aan derden betaalde bedragen. Zowel het materiaalverbruik als het uitbesteed werk is in de bedongen verkoopprijzen begrepen. Overige bedrijfsopbrengsten In deze rubriek zijn behalve de huuropbrengsten en specifieke subsidies voor scholing en bedrijfsvervoer tevens opbrengsten begrepen van doorbelastingen van managementkosten en overige diensten aan DWG. Afschrijvingen vaste activa Materiële vaste activa met een meerjarig maatschappelijk nut worden onder aftrek van bijdragen van derden geactiveerd. Materiële vaste activa wordt afgeschreven op basis van het te verwachten economisch nut. Waar nodig wordt dit vastgesteld in een aparte tabel voor afschrijvingen materiële vaste activa. Dit conform de financiële verordening Drechtwerk. De gehanteerde termijnen zijn 5, 10, 15, 25 en 40 jaar. Rentelasten De rentelasten omvatten de rentelasten over de langlopende schulden en over kredieten in rekeningcourant. Overige bedrijfskosten Hierin zijn onder meer begrepen de vervoerskosten en de overige personeelskosten. Lonen en salarissen Hieronder worden de salariskosten van de Wsw-medewerkers en de niet-Wsw-medewerkers verantwoord.

Het betreft de brutobedragen van de uitbetaalde salarissen, vermeerderd met eventuele toeslagen. Op de brutobedragen worden loonsubsidies in het kader van de Wet Vermindering Afdrachten (WVA), alsmede ontvangen WAO-uitkeringen, in mindering gebracht. Sociale lasten De sociale lasten betreffen de ter zake van de werknemersverzekeringen verschuldigde werkgeverslasten en het werkgeversaandeel in de pensioenvoorziening. Rijksbijdrage WSW De rijksbijdrage zoals gealloceerd binnen de Participatiewet ten behoeve van de uitvoering van de Wet Sociale Werkvoorziening (WSW). Gemeentelijke bijdragen De gemeentelijke bijdragen zijn gebaseerd op de Gemeenschappelijke Regeling. De gemeentelijke bijdrage is met ingang van 2020 een voorschot op het verwachte exploitatietekort. Een hoger tekort leidt tot een aanvullende bijdrage, een lager tekort zal leiden tot (gedeeltelijke) restitutie van de gemeentelijke bijdrage. Incidentele baten en lasten In afwijking op het Besluit Begroting en Verantwoording, omtrent positionering van incidentele baten en lasten waarbij de aard van de post(en) geen structureel karakter mogen hebben, plaatst Drechtwerk een aantal posten, waaronder salariskosten boventalligen, wel onder de incidentele baten en lasten in de jaarrekening.

In de Burap’s (rapportage aan het Bestuur) en de interne rapportage worden deze posten als uitzondering op het reguliere bedrijfsresultaat gezien.

44

2.4 Toelichting op de balans per 31 december 2.4.1 VASTE ACTIVA Bedragen in € * 1.000 Boekwaarde 31-12-2020

Materiële vaste activa met economisch nut Boekwaarde per 1 januari Investeringen Desinvesteringen Afschrijvingen Boekwaarde per 31 december

23.529 148 -1.142 22.535

Boekwaarde 31-12-2019

Investeringen

29

-

Bedrijfsgebouwen Machines, apparaten en installaties Vervoermiddelen Overige, w.o. ICT en inventarissen

23.092 351

Totaal

Rubriek Gronden en terreinen

Boekwaarde 31-12-2019 25.005 288 -795 -969 23.529

DesBijdragen van Afschrijvingen investeringen derden -

-2

-

-

-

-1.059

-

-

-51

-

-

-

57

148

23.529

148

Afwaarderingen

Boekwaarde 31-12-2020 -

27

-

-

22.033

-

-

300

-

-

-

-

-

-30

-

-

175

-

-1.142

-

-

22.535

De afschrijving op de materiële vaste activa is gebaseerd op de verwachte economische levensduur. In de financieringsparagraaf (zie hoofdstuk 1.9.3) wordt ingegaan op de investeringen 2020. Financiële vaste activa Investeringen Drechtwerk was gedurende 2020 de 100% aandeelhouder van de besloten vennootschappen, Drechtwerk BV, en WerXaam BV. Daarnaast hield Drechtwerk een 47% belang in FrisFacilitair BV en 50% in de Baanbrekend Detacheren BV. Leningen Op de lening van Drechtwerk B.V. is gedurende 2020 € 60.000 afgelost. Het saldo per 31 december 2020 bedraagt € 2.869.270. Op de lening van Confed heeft in 2020 geen aflossing plaatsgevonden. De stand per 31 december ’20 is dus ongewijzigd en bedraagt nog steeds € 1.131.800,-. Aan de overige verplichtingen heeft Confed lopende het jaar wel voldaan. Er is in ’20 geen dotatie aan de voorziening gedaan voor het mogelijk niet inbaar blijken te zijn van de lening. Dit is in overleg met de accountant gedaan, nadat hij, bij controle van de jaarrekening, het standpunt heeft ingenomen dat de lening van Drechtwerk materieel wel kan worden afgelost, maar dat de positie van de bank dit verhindert. De door de debiteur opgestelde contracten maken dat er in de opvatting van de accountant op dit moment geen sprake is van niet willen, maar van niet mogen aflossen als gevolg van het achtergesteld zijn van de lening.

Dit perspectief maakt het volgens de accountant onnodig om de eerder getroffen voorziening te handhaven of uit te breiden. De eerder gevormde voorziening is hierdoor vrij komen te vallen.

45

De totale leningenportefeuille komt daarmee op totaal € 4.001.070. De GR Drechtwerk staat garant voor de financiële resultaten van de BV’s waarin zij een 100% belang houdt. Om die reden zijn de vorderingen die voortvloeien uit de verstrekte leningen afgewaardeerd met de verliezen die de BV's tot en met 2020 hebben gerealiseerd. Het onderstaand verloopoverzicht toont de investeringen gedurende het jaar alsmede de aanpassingen van de voorziening als gevolg van ontwikkeling van de resultaten van de deelnemingen gedurende het boekjaar. Investering Kapitaalverstrekking

Boekwaarde Investering

deelnemingen

1-1-2020

FrisFacilitair

2020

Boekwaarde

Totaal

Voorziening

Benodigd

Mutatie

Boekwaarde

2020

investering

1-1-2020

31-12-2020

2020

31-12-2020

-

-

9

-

-

-

9

DWA

-

623

-

623

-

-623

-623

623 -

WerXaam

18

-

-

18

-

-

-

18

27

Totaal

9

Voorziening

Aflossing

623

-

Leningen aan

Boekwaarde Investering

Aflossing

deelnemingen

1-1-2020

Drechtwerk BV

2.929

-

-60

2.869

-842

-2.117 -1.059

-1.276 -217

752 1.810

Totaal

2.930

-

-60

2.870

-842

-2.117 -1.059

-217 -1.276

752 1.810

Totaal

2.957

623

-60

3.520

-842

-2.117 -1.059

-1.276 -217

1.403 1.837

2020

2020

650 Aanschaf Voorziening Benodigd waarde 1-1-2020 31-12-2020

Boekwaarde 31-12-2020

-

27 650

Mutatie

Boekwaarde

2020

31-12-2020

Boekwaarde 31-12-2019

Leningen u/g

Lening Confed Af: Voorziening aflossing op lening Boekwaarde per 31 december

1.132 1.132

46

1.132 -324 808

2.4.2 VLOTTENDE ACTIVA Uitzettingen met een rente typische looptijd korter dan één jaar De in de balans opgenomen uitzettingen met een looptijd van één jaar of minder kunnen als volgt gespecificeerd worden:

Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Vorderingen op openbare lichamen Af: Voorziening voor oninbaarheid Overige vorderingen

65 3.046 -3.416 -

Boekwaarde per 31 december

3.876

5.421 -4.189 530

3.941 3.506

1.761

3.442 434 3.876

156 374 530

Overige vorderingen Debiteuren Overige vorderingen Totaal

De vorderingen op debiteuren kunnen qua ouderdom als volgt worden gespecificeerd: 1 t/m 30 dagen 31 t/m 60 dagen 61 t/m 90 dagen > 90 dagen Totaal Af: Voorziening voor oninbaarheid

1.181 302 323 1.636 3.442 -

61 79 5 11 156 -

Stand per 31 december

3.442

156

9 9

9 9

Liquide middelen Kas Stand per 31 december

Schatkistbankieren Met ingang van 2016 beschikt Drechtwerk voor een deel van de tijd over tegoeden bij BNG. Deze tegoeden worden conform de voorschriften uit hoofde van de Wet financiering decentrale overheden (verplicht Schatkistbankieren) afgestort bij de centrale overheid. Het tegoed op balansdatum is opgenomen onder de overlopende activa.

47

Boekwaarde 31-12-2020

Boekwaarde 31-12-2019

Overlopende activa Vooruitbetaalde kosten Verstrekte Bankgaranties Omzetbelasting Nog te ontvangen bedragen Stand per 31 december

164 30 8 177 379

117 30 584 731

Boekwaarde 31-12-2020

Boekwaarde 31-12-2019

148 -102 46

185 -37 148

3.150 3.196

893 1.041

2.4.3 VASTE PASSIVA Eigen Vermogen

Bestemmingsreserves Stand per 1 januari Mutatie Stand per 31 december

Nog te bestemmen resultaat Resultaat over boekjaar Totaal eigen vermogen

Staat van reserves; Eigen Vermogen

Bestemmingsreserve Nog te bestemmen resultaat Totaal

Stand 01-01-2020

Toevoeging / Bestemming / Terugbetaling Saldo vorming Vrijval aan 31-12-2020 t

148 893

159 3.150

-261 -159

-734

46 3.150

1.041

3.309

-420

-734

3.196

48

Voorzieningen Bestaande risico’s op te verwachten verplichtingen of verliezen Voorziening meerjaren onderhoudsplan Voorziening sloop opstal Voorziening WW-verplichting Totaal

291 38 3 332

245 57 302

245 65 -19 291

381 101 -237 245

Voorziening Meerjaren Onderhoudsplan Stand per 1 januari Dotatie Vermindering Stand per 31 december

Voorziening eigen risico WW-verplichtingen Drechtwerk is voor enkele ontslagen ambtenaren eigen risicodrager voor de WW-uitkering. Het UWV verhaalt de bruto WW en werkgeverslasten bij de werkgever. De voorziening wordt gevormd op basis van de geraamde lasten uitgaande van de maximale wettelijke rechten, verminderd met verwachte eerdere nieuwe dienstverbanden en eventuele andere terug verdiensten. De omvang van de voorziening eigen risico WW-uitkeringen wordt jaarlijks herijkt en is voor 2019 gewaardeerd op € 57.000 en laat zich als volgt in beeld brengen:

Voorziening eigen risico WW-Uitkeringen Stand per 1 januari Dotatie/Ontrekking Stand per 31 december

57 -54 3

49

295 -238 57

Boekwaarde 31-12-2020

Boekwaarde 31-12-2019

Vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer Stand per 1 januari Af/bij: mutatie gedurende het boekjaar Stand langlopende leningen per 31 december

24.394 -1.020 23.374

25.400 -1.006 24.394

De rente op langlopende leningen bedraagt in 2020 € 430.000 (2019: € 451.000). In de financieringsparagraaf is het verloop en de stand van de leningenportefeuille nader toegelicht.

2.4.4 VLOTTENDE PASSIVA Netto vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Crediteuren Overige schulden Totaal

1.158 1.136 2.294

1.259 1.747 3.006

De crediteuren en te ontvangen credit facturen betreffen facturen met een vervaldatum in 2020. De crediteuren bestaan met name uit WerXaam, vervoerskosten en accountantskosten.

Overige schulden Loon- en premieheffingen Stand rekening-courant BNG Pensioenpremies Omzetbelasting Diverse overige schulden Totaal

946 60 3 127 1.136

1.263 47 18 40 379 1.747

202 202

210 210

Overlopende passiva Nog te betalen posten Stand per 31 december

50

Niet uit de balans blijkende rechten en verplichtingen Jegens derden is Drechtwerk de volgende verplichtingen aangegaan die leiden tot verplichtingen die verder strekken dan alleen het boekjaar 2020:

2.4.5 Gebeurtenissen na balans datum Impact corona-virus De uitbraak van COVID-19 (Corona), eind februari 2020 heeft een enorme impact op ons allemaal gehad en is nog steeds gaande. De wereldwijde pandemie leidt tot ongekende omstandigheden. Voor de aanpak van COVID-19 hebben wij gekeken en kijken wij wat er, aanvullend op de landelijk maatregelen van het Rijk, wat er gedaan is in 2020 en nog wat er moet gebeuren. De belangrijkste (financiële) gevolgen voor Drechtwerk waren in de bestuur rapportages gedurende het jaar 2020 meegenomen. De extra middelen die zijn vrij gekomen vanuit het Rijk voor de SW bedrijven hebben, in combinatie met de in deze jaarrekening verantwoorde (financiële) effecten t.o.v. de bestuur rapportage voor een groot deel er aan bij gedragen dat het jaar 2020 afsluit met het gepresenteerde financiële resultaat, groot € 1.141.000,- minder (verlies) bijdrage voor de gemeenten t.o.v. de bestuurlijk vastgestelde 2e Burap 2020. Ook zijn er geen noemenswaardig, nadelige, effecten gebleken op uitstaande vorderingen.

51

2.5 Toelichting op het overzicht van Baten en Lasten De programmarekening Drechtwerk wordt toegelicht op basis van de cijferpresentaties van de Burap (4 en 8 maandelijks aan het Bestuur) en de interne rapportage aan het management van Drechtwerk. In de toelichting op de programmabegroting van Drechtwerk worden de gerealiseerde cijfers over 2020 vergeleken met de (gewijzigde) begrote cijfers over 2020 (zie hoofdstuk 1.8.1 Financiële verantwoording Programma Drechtwerk). Bedragen * € 1.000

Werkelijk 2020

Begroting 2020

5.509 3.043 209 8.343

4.814 3.249 209 7.854

6.300 3.184 736 8.749

251 538 1.972 49 2.810

258 535 1.972 47 2.812

283 639 62 1.949 149 3.082

683

683

695

Totaal opbrengsten

11.836

11.349

12.525

Kosten niet-gesubsidieerde medewerkers Salarissen ambtelijk medewerkers Salarissen gecontracteerde medewerkers Medewerkers niet in loondienst Totaal kosten niet-gesubsidieerde medewerkers Af: Salariskosten boventallig personeel Totaal

788 3.906 360 5.054 -77 4.977

792 3.892 334 5.018 -64 4.954

915 3.868 328 5.111 -195 4.916

(waar het geen kengetallen betreft)

Werkelijk 2019

Opbrengsten Omzet Detacheringen SW personeel Omzet detachering regulier personeel Kosten (onder aanbestede deta) Toegevoegde waarde

Overige opbrengsten Bijdrage individueel vervoer Huuropbrengsten gebouwen Doorbelaste energiekosten SDD Overige (bijzondere) inkomsten Totaal Doorbelasting Overhead aan BV's

De kosten voor salarissen boventallig personeel worden bij de buitengewone baten en lasten als incidentele lasten gepresenteerd. Salarissen ambtelijk medewerkers Bruto salarissen Sociale lasten Pensioenlasten Totaal

603 99 86 788

52

606 100 86 792

700 117 98 915

Bedragen * € 1.000

Werkelijk 2020

(waar het geen kengetallen betreft)

Kengetallen: Verhouding sociale lasten/salarissen in % : Gemiddelden per FTE: Ambtelijk medewerkers Gecontracteerde medewerkers Salarissen en sociale lasten per FTE (bedragen in €)

Begroting 2020

Werkelijk 2019

30,75%

30,75%

30,62%

9,9 51,2

9,9 53,5

12,0 51,8

Ambtelijke medewerkers

79.470

79.947

76.433

Gecontracteerde medewerkers

76.262

75.307

74.732

554 56 9 50 54 723

526 50 8 52 76 712

548 42 11 52 47 700

Afschrijvingen vaste activa Afschrijvingen materiële vaste activa Totaal

1.142 1.142

1.157 1.157

969 969

Rentekosten Rente langlopende leningen Ontvangen rente deelnemingen Totaal

430 -120 310

432 -120 312

451 -121 330

Overige personele kosten Vervoerskosten Studiekosten Werkkleding Kerstpakketten Overige kosten Totaal

In de Treasuryparagraaf wordt uitgebreid ingegaan op de ontwikkeling van de rente en de besteding van middelen. Onderhoudskosten Terreinen Gebouwen Dotatie voorziening sloop ivm erfpacht oplevering Dotatie voorziening meerjarenonderhoudsplan Installaties Machines Inventarissen Aanschaffingen < € 1.000 Vervoermiddelen Schoonmaakkosten

34 115 38 65 33 5 8 15 0 56

28 81 38 65 106 5 11 9 67

101 102 1 9 8 27

Totaal

369

410

378

De onderhoudskosten van gebouwen, installaties en machines betreft correctief onderhoud, dat wil zeggen gebaseerd op incidentele reparaties, die van jaar tot jaar kunnen fluctueren.

53

70 60

Bedragen * € 1.000

Werkelijk 2020

Begroting 2020

ICT kosten Computerapparatuur Totaal

604 604

519 519

423 423

Energiekosten Elektriciteit Gas Water

91 51 8

41 56 11

110 51 10

Brandstofkosten vervoermiddelen Totaal

-65 0 85

1 109

171

Huur en erfpacht Erfpacht Bedrijfsmiddelen Totaal

41 0 41

42 42

41 41

Belastingen & verzekeringen Onroerende zaakbelasting Milieubelastingen, reinigingsrechten Brand- en bedrijfsschadeverzekering W.A.-verzekering bedrijf Overige verzekeringen/ belastingen Totaal

45 59 31 44 14 193

45 56 39 44 13 197

48 61 38 44 13 204

-

-

6 17 64 91 178

7 18 51 85 161

17 6 20 32 66 79 220

4 4

-

1 1

246 43 10 299

231 51 9 291

272 50 21 343

(waar het geen kengetallen betreft)

Ontvangen doorbelaste energie lasten

Kantoorkosten Telecommunicatie Kantoorbenodigdheden Porti Kosten fotokopieën Abonnementen, contributies en vakliteratuur Accountantskosten Diverse overige kosten Totaal Verkoopkosten Reklamekosten Totaal Overige kosten Externe adviseurs Kosten koffievoorziening Diverse overige lasten Totaal

54

Werkelijk 2019

Bedragen * € 1.000 (waar het geen kengetallen betreft)

Werkelijk 2020

Begroting 2020

Werkelijk 2019

171 75 246

200 31 231

192 80 272

21

Externe adviseurs Toelichting: Arbodienst Diverse kosten externe adviseurs Totaal Diverse kosten externe adviseurs Directie Informatisering w.o. Voice-IT P&O beheerkosten Diverse overige afdelingen Totaal

-

18 -

57 75

10 31

30 48 1 1 80

Totaal algemene kosten

3.225

3.198

3.079

Operationeel resultaat

2.911

2.485

3.831

Subsidieresultaat Salarissen Wsw-medewerkers Rijksbijdrage Wsw-medewerkers Inhouding SDD Rijksgerelateerde WsW subsidie (BW) Totaal

31.349 28.417 2.247 -5.179

31.426 28.417 2.247 -5.256

32.793 29.443 2.208 -5.558

Salarissen Wsw-medewerkers Bruto salarissen Wsw-medewerkers Sociale lasten Wsw-medewerkers Pensioenlasten Wsw-medewerkers Totaal

24.825 4.269 2.255 31.349

24.886 4.279 2.261 31.426

25.653 4.794 2.346 32.793

Kengetallen Gemiddeld loon in FTE

33.890

33.757

33.282

Gemiddelde bezetting Wsw-personeel in FTE

926

931

985

Rijksbijdrage Wsw-medewerkers Uitkering ten laste van het macrobudget Totaal

28.417 28.417

28.417 28.417

29.443 29.443

Resultaat voor buitengewone resultaten

-2.268

-2.771

-1.727

Incidentele baten en lasten Incidentele baten Incidentele lasten Totaal

-2.708 3.514 807

-2.386 3.569 1.183

-468 3.290 2.821

55

Bedragen * € 1.000

Werkelijk 2020

Begroting 2020

-158 -160 -1.235 -788 -323 -26 -4 -6 -7 -2.708

-158 -21 -1.419 -788 -2.386

-189 -279 -468

77 261 338

64 64

195 37 232

Bijdrage aan DWA

2.981

3.394

2.753

Bijdrage aan DWG

-

-

92

o.a. Due diligence kosten, MJoP

21

20

Prognose Covid-19 kosten tbv anderhalve meter werkomgeving

44

50

-

Implementatie optimalisatie ICT/facilitair

-

40

-

Mutatie voorziening WxsW (verlof) Mutatie voorziening WxM (verlof, jubilea, ww) Niet ontvangen transitie gelden UWV

38 13 18

-

-

VWD Subsidiedesk WGA 'no cure no Pay'

59

-

-

Voorziening niet afgelost leningdeel

-

-

162

WerXaam WGA Besp. Branderhorst Mutatie eindstand verlof WerXaam Diverse incidentele lasten

-

-

24 10 16

(waar het geen kengetallen betreft)

Incidentele baten Dividend FrisFacilitair Vrijval voorziening verliezen bv Verwachte Rijks compensatie Covid 19 SW (90 mln) Verwachte Rijks compensatie Covid 19 SW (50 mln) Vrijval voorziening aflossing lening Vrijval voorziening zuiveringsheffingen e.d. Vrijval WW voorziening AP SDE subsidie zonnepanelen Diverse incidentele baten Totaal Incidentele lasten Salariskosten boventallig personeel Vrijval uit de bestemmingsreserve Totaal

Werkelijk 2019

Overige Incidentele lasten

2

Totaal

3.176

3.504

3.058

Resultaat voor dekkingsmiddelen

-3.074

-3.954

-4.549

Bijdrage deelnemende gemeenten verliessaldo

5.963 5.963

3.954 3.954

5.405 5.405

Resultaat voor bestemming reserves

2.889

-

856

Onttrekking reserves Vrijval Algemene Reserve Vrijval uit de bestemmingsreserve Totaal onttrekking reserves

261 261

-

37 37

Resultaat na dekkingsmiddelen

3.150

-

893

Resultaat t.o.v. prognose 2de burap 2020

1.141

Bijdrage Gemeenten De bijdrage gemeenten laten zich als volgt in beeld brengen Bijdrage op basis van de basis begroting

56

2.6 Wet normering bezoldiging topfunctionarissen Algemeen Per 1 januari 2013 is de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT) ingegaan. Deze verantwoording is opgesteld op basis van de volgende op de GR Drechtwerk van toepassing zijnde regelgeving voor leidinggevende topfunctionarissen zonder dienstbetrekking en voor toezichthoudende topfunctionarissen. Het bezoldigingsmaximum in 2020 voor de GR Drechtwerk is € 201.000,- bij een volledig dienstverband. Het individuele WNT-maximum voor de leden van het bestuur bedraagt voor de voorzitter 15% en voor de overige leden 10 % van het bezoldigingsmaximum, berekend naar rato van de duur van het dienstverband. Drechtwerk heeft vastgesteld dat de leden van het Algemeen Bestuur, het Dagelijks Bestuur en de algemeen directeur in aanmerking komen voor toepassing van de WNT.

57

58

59

T: +31 (0)10 24 24 600 E: rotterdam@bdo.nl www.bdo.nl

BDO Audit & Assurance B.V. K.P. van der Mandelelaan 40, 3062 MB Rotterdam Nederland

Controleverklaring van de onafhankelijke accountant RA540 Aan: het algemeen bestuur van Gemeenschappelijke regeling Openbaar Lichaam Sociale werkvoorziening Drechtsteden

A. Verklaring over de in de jaarstukken opgenomen jaarrekening 2020

Ons oordeel Wij hebben de jaarrekening 2020 van Gemeenschappelijke regeling Openbaar Lichaam Sociale werkvoorziening Drechtsteden te Dordrecht gecontroleerd. WIJ CONTROLEERDEN De jaarrekening bestaande uit: 1. het overzicht van baten en lasten over 2020

(pagina 41); 2. de balans per 31 december 2020 (pagina 39

en pagina 40); 3. de toelichting met een overzicht van de

gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving (pagina 42 tot en met pagina 44) en andere toelichtingen (pagina 45 tot en met pagina 59); 4. de bijlage met het overzicht van de gerealiseerde baten en lasten per taakveld (pagina 41).

ONS OORDEEL Naar ons oordeel geeft de in de jaarstukken op pagina 39 tot en met pagina 59 opgenomen jaarrekening een getrouw beeld van de grootte en de samenstelling van zowel de baten en lasten over 2020 als van de activa en passiva van Gemeenschappelijke regeling Openbaar Lichaam Sociale werkvoorziening Drechtsteden op 31 december 2020 in overeenstemming met het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV). Naar ons oordeel zijn de in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties over 2020 in alle van materieel belang zijnde aspecten rechtmatig tot stand gekomen in overeenstemming met de begroting en met de in de relevante wet- en regelgeving, opgenomen bepalingen, zoals opgenomen in zoals opgenomen in het normenkader dat is vastgesteld door het algemeen bestuur op 29 oktober 2020.

Statutair gevestigd te Eindhoven en ingeschreven in het handelsregister onder nummer 17171186. BDO Audit & Assurance B.V. is lid van BDO International Ltd, een rechtspersoon naar Engels recht met beperkte aansprakelijkheid, en maakt deel uit van het wereldwijde netwerk van juridisch zelfstandige organisaties die onder de naam “BDO” optreden. BDO is de merknaam die wordt gebruikt ter aanduiding van het BDO netwerk en van elk van de BDO Member Firms.

De basis voor ons oordeel Wij hebben onze controle uitgevoerd volgens Nederlands recht, waaronder ook de Nederlandse controlestandaarden, het Besluit accountantscontrole decentrale overheden (Bado), het controleprotocol dat is vastgesteld door het algemeen bestuur op 29 oktober 2020 en de Regeling Controleprotocol Wet normering topinkomens (WNT) 2020. Onze verantwoordelijkheden op grond hiervan zijn beschreven in de sectie ‘Onze verantwoordelijkheden voor de controle van de jaarrekening’. Wij zijn onafhankelijk van Gemeenschappelijke regeling Openbaar Lichaam Sociale werkvoorziening Drechtsteden zoals vereist in de Verordening inzake de onafhankelijkheid van accountants bij assurance-opdrachten (ViO) en andere voor de opdracht relevante onafhankelijkheidsregels in Nederland. Verder hebben wij voldaan aan de Verordening gedrags- en beroepsregels accountants (VGBA). Wij vinden dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel. Naleving anticumulatiebepaling WNT niet gecontroleerd In overeenstemming met de Regeling Controleprotocol WNT 2020 hebben wij de anticumulatiebepaling, bedoeld in artikel 1.6a WNT en artikel 5, lid 1, sub n en o Uitvoeringsregeling WNT, niet gecontroleerd.

Dit betekent dat wij niet hebben gecontroleerd of er wel of niet sprake is van een normoverschrijding door een leidinggevende topfunctionaris vanwege eventuele dienstbetrekkingen als leidinggevende topfunctionaris bij andere WNTplichtige instellingen, alsmede of de in dit kader vereiste toelichting juist en volledig is. Materialiteit Op basis van onze professionele oordeelsvorming hebben wij de materialiteit voor de jaarrekening als geheel bepaald op € 437.000. De bij onze controle toegepaste goedkeuringstolerantie bedraagt voor fouten 1% en voor onzekerheden 3% van de totale lasten inclusief toevoegingen aan reserves, zoals voorgeschreven in artikel 2 lid 1 Bado. Daarbij zijn voor de controle van de in de jaarrekening opgenomen WNT-informatie de materialiteitsvoorschriften gehanteerd zoals vastgelegd in de Regeling Controleprotocol WNT 2020. Wij houden ook rekening met afwijkingen en/of mogelijke afwijkingen die naar onze mening voor de gebruikers van de jaarrekening om kwalitatieve redenen materieel zijn, zoals ook bedoeld in artikel 3 Bado. Wij zijn met het algemeen bestuur overeengekomen dat wij aan het algemeen bestuur tijdens onze controle geconstateerde afwijkingen boven de € 100.000 rapporteren alsmede kleinere afwijkingen die naar onze mening om kwalitatieve WNT-redenen relevant zijn. B.

Verklaring over de in de jaarstukken opgenomen andere informatie Naast de jaarrekening en onze controleverklaring daarbij omvatten de jaarstukken andere informatie, die bestaat uit: jaarverslag, waaronder de programmaverantwoording en de paragrafen (pagina 25 tot en met pagina 37);

61

Op grond van onderstaande werkzaamheden zijn wij van mening dat de andere informatie met de jaarrekening verenigbaar is en geen materiële afwijkingen bevat. Wij hebben de andere informatie gelezen en hebben op basis van onze kennis en ons begrip, verkregen vanuit de jaarrekeningcontrole of anderszins, overwogen of de andere informatie materiële afwijkingen bevat. Met onze werkzaamheden hebben wij voldaan aan de vereisten in de Nederlandse Standaard 720. Deze werkzaamheden hebben niet dezelfde diepgang als onze controlewerkzaamheden bij de jaarrekening. Het dagelijks bestuur is verantwoordelijk voor het opstellen van de andere informatie, waaronder het jaarverslag in overeenstemming met het BBV. C. Beschrijving van verantwoordelijkheden met betrekking tot de jaarrekening Verantwoordelijkheden van het dagelijks bestuur en algemeen bestuur voor de jaarrekening Het dagelijks bestuur is verantwoordelijk voor het opmaken en getrouw weergeven van de jaarrekening in overeenstemming met het BBV. Het dagelijks bestuur is ook verantwoordelijk voor het rechtmatig tot stand komen van de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties, in overeenstemming met de begroting en met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen, zoals opgenomen in het normenkader dat op 26 oktober 2020 door het algemeen bestuur is vastgesteld.

In dit kader is het dagelijks bestuur tevens verantwoordelijk voor een zodanige interne beheersing die het dagelijks bestuur noodzakelijk acht om het opmaken van de jaarrekening en de naleving van die relevante wet- en regelgeving mogelijk te maken zonder afwijkingen van materieel belang als gevolg van fouten of fraude. Bij het opmaken van de jaarrekening moet het dagelijks bestuur afwegen of de financiële positie voldoende is om de gemeenschappelijke regeling in staat te stellen de risico’s vanuit de reguliere bedrijfsvoering financieel op te vangen. Het dagelijks bestuur moet gebeurtenissen en omstandigheden waardoor gerede twijfel zou kunnen bestaan of de risico’s kunnen worden opgevangen toelichten in de jaarrekening. Het algemeen bestuur is verantwoordelijk voor het uitoefenen van toezicht op het proces van financiële verslaggeving van de gemeenschappelijke regeling. Onze verantwoordelijkheden voor de controle van de jaarrekening Onze verantwoordelijkheid is het zodanig plannen en uitvoeren van een controleopdracht dat wij daarmee voldoende en geschikte controle-informatie verkrijgen voor het door ons af te geven oordeel. Onze controle is uitgevoerd met een hoge mate maar geen absolute mate van zekerheid waardoor het mogelijk is dat wij tijdens onze controle niet alle materiële fouten en fraude ontdekken.

62

Afwijkingen kunnen ontstaan als gevolg van fraude of fouten en zijn materieel indien redelijkerwijs kan worden verwacht dat deze, afzonderlijk of gezamenlijk, van invloed kunnen zijn op de economische beslissingen die gebruikers op basis van deze jaarrekening nemen. De materialiteit beïnvloedt de aard, timing en omvang van onze controlewerkzaamheden en de evaluatie van het effect van onderkende afwijkingen op ons oordeel. Wij hebben deze accountantscontrole professioneel kritisch uitgevoerd en hebben waar relevant professionele oordeelsvorming toegepast in overeenstemming met de Nederlandse controlestandaarden, het Bado, het controleprotocol dat is vastgesteld door het algemeen bestuur op 26 oktober 2020, de Regeling Controleprotocol WNT 2020, ethische voorschriften en de onafhankelijkheidseisen. Onze controle bestond onder andere uit: het identificeren en inschatten van de risico’s dat de jaarrekening afwijkingen van materieel belang bevat als gevolg van fouten of fraude, dat baten en lasten alsmede de balansmutaties als gevolg van fouten of fraude niet in alle van materieel belang zijnde aspecten rechtmatig tot stand zijn gekomen, het in reactie op deze risico’s bepalen en uitvoeren van controlewerkzaamheden en het verkrijgen van controle-informatie die voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel.

Bij fraude is het risico dat een afwijking van materieel belang niet ontdekt wordt groter dan bij fouten. Bij fraude kan sprake zijn van samenspanning, valsheid in geschrifte, het opzettelijk nalaten transacties vast te leggen, het opzettelijk verkeerd voorstellen van zaken of het doorbreken van de interne beheersing; het verkrijgen van inzicht in de interne beheersing die relevant is voor de controle met als doel controlewerkzaamheden te selecteren die passend zijn in de omstandigheden. Deze werkzaamheden hebben niet als doel om een oordeel uit te spreken over de effectiviteit van de interne beheersing van de gemeenschappelijke regeling; het evalueren van de geschiktheid van de gebruikte grondslagen voor financiële verslaggeving, de gebruikte financiële rechtmatigheidscriteria en het evalueren van de redelijkheid van schattingen door het dagelijks bestuur en de toelichtingen die daarover in de jaarrekening staan; het vaststellen dat de door het dagelijks bestuur gehanteerde afweging dat de gemeenschappelijke regeling in staat is de risico’s vanuit de reguliere bedrijfsvoering financieel op te vangen aanvaardbaar is. Tevens het op basis van de verkregen controleinformatie vaststellen of er gebeurtenissen en omstandigheden zijn waardoor gerede twijfel zou kunnen bestaan of de gemeenschappelijke regeling haar financiële risico’s kan opvangen.

Als wij concluderen dat er een onzekerheid van materieel belang bestaat, zijn wij verplicht om aandacht in onze controleverklaring te vestigen op de relevante gerelateerde toelichtingen in de jaarrekening. Als de toelichtingen inadequaat zijn, moeten wij onze verklaring aanpassen. Onze conclusies zijn gebaseerd op de controle-informatie die verkregen is tot de datum van onze controleverklaring. Toekomstige gebeurtenissen of omstandigheden kunnen er echter toe leiden dat de gemeenschappelijke regeling de financiële risico’s niet kan opvangen; het evalueren van de presentatie, structuur en inhoud van de jaarrekening en de daarin opgenomen toelichtingen; en het evalueren of de jaarrekening een getrouw beeld geeft van de onderliggende transacties en gebeurtenissen en of de in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties in alle van materieel belang zijnde aspecten rechtmatig tot stand zijn gekomen.

63

Gegeven onze eindverantwoordelijkheid voor het oordeel zijn wij verantwoordelijk voor de controle van de jaarrekening van de gemeenschappelijke regeling, rekening houdend met de invloed daarop van de aard en de significantie van de activiteiten van uitvoeringsorganisaties ten behoeve van de gemeenschappelijke regeling. Op basis hiervan hebben wij de aard en omvang bepaald van de uit te voeren werkzaamheden ten aanzien van deze uitvoeringsorganisaties. Wij communiceren met het algemeen bestuur onder andere over de geplande reikwijdte en timing van de controle en over de significante bevindingen die uit onze controle naar voren zijn gekomen, waaronder eventuele significante tekortkomingen in de interne beheersing.

Rotterdam, 1 juli 2021 BDO Audit & Assurance B.V. namens deze,

Paraaf voor waarmerkingsdoeleinden

C.M. Steehouwer MSc RA

64

3. Overige informatie 2020

65

3.1 Sociale gegevens Herindicaties Bovengrens Ondergrens Ernstig Matig

0 3 41 79 123

In 2020 zijn herindicaties van actieve medewerkers uitgevoerd door het UWV Werkbedrijf. Hiervan hebben 79 medewerkers de indicatie ‘matig’ gekregen en 41 medewerkers kregen de indicatie ‘ernstig’. Er zijn 3 medewerkers die de indicering ‘ondergrens’ hebben gekregen, 3 medewerkers waren van de oude doelgroep (voor 1998). Zij hadden nog een geldige indicatie, echter door verslechtering van hun situatie zijn er ondergrensdossiers bij het UWV aangevraagd en zijn zij ‘ondergrens’ geworden. Daarom zijn deze medewerkers wel meegenomen in de tellingen hierboven, maar komen niet voort uit reguliere aanvragen herindicatie. Soort handicap

Licht 0

Matig 958

Ernstig 158

Ondergrens 4

Bovengrens 9

Totaal 1129

Bezetting 2020 Ultimostand in personen Wsw naar geslacht

Mannen Vrouwen

752 377 1129

Mannen Vrouwen

66,61% 33,39%

Het totaal aantal medewerkers is gedaald van 1203 in 2019, naar 1129 in 2020. Het percentage mannen is met 0,14 % (achter de komma) iets gedaald en bij de vrouwen iets gestegen 0,14% (achter de komma). Door de afronding van het percentage komen we op dezelfde percentages als vorig jaar uit. 67% mannen en 33% vrouwen. Door de Participatiewet komen er geen nieuwe medewerkers meer in dienst, met uitzondering van medewerkers die terug komen, op basis van hun terugkeergarantie Begeleid Werken, naar Drechtwerk en door naadloze overname, van een andere SW bedrijf, door Drechtwerk. Bezetting 2020 Ultimostand in personen AP/WX naar geslacht

Mannen Vrouwen

37 26 63

Mannen Vrouwen

66

58,73% 41,27%

De bezetting binnen het ambtelijk- en WerXaam personeel is iets gedaald, in 2019 waren er 66 personen in dienst. In 2020 zijn er 63 personen in dienst. In vergelijking met 2019 is het percentage mannen gedaald van 64% naar 59 % en het percentage vrouwen gestegen van 36% naar 41 %. Bezetting 2020 Ultimostand in personen DWG naar geslacht Mannen Vrouwen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.papendrecht.nl/api/v1/meetings/287/documents/6349