A11. 20230713 DGJ, Eerste Bestuursrapportage 2023.pdf
Tekst van het document
Aan de colleges van Burgemeester en Wethouders van de deelnemende gemeenten in de regio Zuid-Holland Zuid
Uw kenmerk
Ons kenmerk UIT/2306361
Datum 12 juli 2023
Onderwerp Eerste burap 2023 GR DG&J
Bijlage(n)
Behandeld door/telefoonnummer T. de Haas/ 078 770 3434
Geacht College, In de vergadering van het algemeen bestuur van de DG&J van 6 juli is de 1e Bestuursrapportage (Burap) besproken en besloten; • om kennis te nemen van de rapportage en de hierin opgenomen prognoses; • deze door te geleiden naar de raden. Voor de jeugdhulpuitgaven is een bijgestelde prognose gemaakt. In beginsel zou hiervoor ook een begrotingswijziging overwogen kunnen worden met bijbehorend zienswijze traject. Gelet op de omvang van de wijziging van de prognose (1,1%), de verschillen in impact per gemeente en het gegeven dat er maandelijks nog mutaties op gemeentelijk niveau kunnen optreden is hiervoor door het algemeen bestuur niet gekozen. Met het doorgeleiden van deze 1e Burap naar de raden en de voor u beschikbare maandelijkse rapportage met een prognose voor het gehele jaar en een rolling forecast, kan de informatiepositie van de raden en daarmee de mogelijkheden voor gemeentelijke kaderstelling worden geborgd. Wij verzoeken u dan ook deze 1e Burap door te geleiden naar uw raden en geven u in overweging ook de maandelijkse rapportage met uw raad te delen. Met vriendelijke groet, Het dagelijks bestuur van de Dienst Gezondheid & Jeugd namens deze, de secretaris,
E.S. Schurink
1e Bestuursrapportage 2023
Versie 30 mei 2023
1
2
Inhoudsopgave Inleiding ............................................................................................................... 4 Samenvatting ....................................................................................................... 4 Programma's ........................................................................................................ 6 Programma 1 Publieke Gezondheid ....................................................................... 6 Infectieziektenbestrijding .................................................................................. 6 SOA/Sense ...................................................................................................... 7 TBC bestrijding ................................................................................................ 9 Reizigersadvisering en Hepatitis B vaccinaties beroepsgroepen .............................. 9 Gezondheid en Milieu........................................................................................ 9 Toezicht Kinderopvang .....................................................................................
9 Toezicht WMO ................................................................................................10 Gezondheidsbevordering ..................................................................................10 Crisisorganisatie .............................................................................................11 OGGZ ............................................................................................................11 Programma 2 Veilig Thuis ...................................................................................12 Volwassenen & Jeugd ......................................................................................13 Crisisdienst ....................................................................................................15 Programma 3 Onderwijs en aansluiting arbeidsmarkt .............................................16 Leerplicht .......................................................................................................16 RMC & VSV-trajectbegeleiding ..........................................................................17 Programma 4 Jeugdgezondheidszorg ....................................................................18 Programma 5 Kennisprogramma ..........................................................................19 Programma 6 Serviceorganisatie Jeugd
................................................................19 Risicoparagraaf ....................................................................................................27 Bestuurlijke besluitvorming ....................................................................................34 Bijlage 1 Bestuurlijke planner .................................................................................35
3
Inleiding Voor u ligt de eerste bestuursrapportage 2023 van de Dienst Gezondheid & Jeugd ZuidHolland Zuid (DGJ). De bestuursrapportage heeft als doel om te informeren over beleidsmatige ontwikkelingen - en/of financiële afwijkingen ten opzichte van de begroting en, daar indien noodzakelijk, bijsturingsmaatregelen voor te leggen. Daarnaast wordt, op basis van de eerste vier maanden van 2023, een financiële prognose voor 2023 gegeven. De 1e bestuursrapportage van 2023 betreft een afwijkingenrapportage waarin inhoudelijke afwijkingen worden geduid. Om eventuele afwijkingen inzichtelijk te maken wordt er gebruik gemaakt van onderstaande smileys. Wanneer er (ernstig) achter gelopen wordt op de norm wordt dit ook nog nader toegelicht.
Realisatie loopt ernstig
Realisatie loopt achter op ☺ Realisatie conform of
achter op de norm
de norm
boven op de norm
Samenvatting De bestuursrapportage heeft als doel het Dagelijkse Bestuur en het Algemeen Bestuur te informeren welke afwijkingen er zijn en welke er naar verwachting komen ten opzichte van het vastgestelde beleid en de programmabegroting 2023. In april is een voorstel tot actualisatie van de begroting 2023 ter zienwijze voorgelegd. Voor de organisatieonderdelen GGD, LVS en VT is, ten opzichte van deze actualisatie, de prognose ongewijzigd gebleven. Voor het organisatieonderdeel SOJ is een aangepaste prognose opgenomen die, ten opzichte van de actualisatie, op totaal niveau ca. 1,5 mln. (1,1%) afwijkt. Hieronder is weergegeven welke doelstellingen naar verwachting per einde jaar niet conform de norm gerealiseerd zullen worden.
Aantal afgehandelde meldingen van het absoluut en relatief verzuim bij Leerplicht Het is sprake van een flinke stijging ten opzichte van de voorgaande jaren. Door de jaren heen is de rol van LVS veranderd van voornamelijk reactief naar ook preventief en is de samenwerking van het sociaal domein complexer geworden. De problematiek van gezinnen, kinderen en jongeren is zwaarder geworden en vragen recentelijk nieuwe migratiestromen veel extra inzet. Tevens is geïnvesteerd op de samenwerking met scholen waardoor die meer zijn gaan melden. Om deze extra meldingen op te kunnen vangen heeft het Algemeen Bestuur in april ingestemd met een tijdelijke uitbreiding van de capaciteit. De hiermee gepaarde lasten bedragen circa € 299.000. Het Algemeen Bestuur heeft aan de toekenning van de tijdelijk middelen de voorwaarde verbonden dat voorstellen worden ontwikkeld voor een zo efficiënt en effectief mogelijke werkwijze in de gehele keten rond het voorkomen en oplossen van schoolverzuim.
Doorlooptijd bij Veilig Thuis met betrekking tot de triage
4
Circa 38% van de meldingen is niet binnen 5 werkdagen getrieerd. De oorzaak hiervan is enerzijds exogeen, zo was er sprake van een groot aantal meldingen met hoge urgentie, waardoor de volgordelijkheid van de triëren meldingen beïnvloed werd en dit de doorlooptijd negatief beïnvloedt. Anderzijds waren er ook interne factoren zoals hoog ziekteverzuim en openstaande vacatures. De verwachting is dat per einde jaar de doelstelling niet gerealiseerd zal worden, gemiddelde doorlooptijd zal voor het jaar 2023 rond de 5,8 werkdagen liggen.
Aantal casussen voor uitvoering hoorfunctie vanuit Wet Verplichte GGZ (WvGGZ) De norm van het aantal casussen voor 2023 ligt op 400. De verwachting is dat in 2023 uiteindelijk 81 casussen zullen plaatsvinden. Een regionale projectleider is bezig de oorzaak hiervan te onderzoeken.
Direct overdagen van casus bij Crisisdienst aan lokaal veld Vanwege de werksituatie bij de lokale teams en zorgaanbieders is het nog niet altijd in staat om de casus binnen 48 uur op zich te nemen. Hierdoor blijft het CIT noodgedwongen bij de casus betrokken.
Realisatie optimale bezetting piket poule De (piket) poule Medische Milieukunde wordt op dit moment door twee mensen gevuld. Er zal wederom een uitvraag plaatsvinden om het gewenste aantal van vier te bereiken. In acute situaties is altijd een Geneeskundig adviseur gevaarlijke stoffen beschikbaar om deze rol in te vullen, waardoor geen problemen worden verwacht.
Financieel beeld SOJ Het Algemeen Bestuur heeft op 6 april 2023 een bijgestelde begroting vastgesteld waarin de hogere indexatie en de actuele inzichten ten aanzien van de zorgkosten zijn verwerkt. Ten opzichte van de bijgestelde begroting nemen de verwachte kosten voor het jaar 2023 toe met € 1,5 mln. (1,1%). Deze stijging is het gevolg van: • Circa € 1,0 miljoen hogere uitgaven regionale zorgmarkt, betreft hier diverse voor- en nadelen; • Circa € 0,8 miljoen lagere lasten LTA vanwege het verfijnen van de prognose. Het betreft hier lasten voor een kleine groep jeugdigen waarvan de kosten sterk kunnen fluctueren; • Cira € 1,3 miljoeng hogere lasten voor PGB als gevolg van een fout in raming en stijgende kosten.
5
Programma's Programma 1 Publieke Gezondheid Infectieziektenbestrijding Dat de infectieziektebestrijding in Nederland versterking nodig heeft, is een inzicht dat inmiddels breed wordt omarmd, en vanuit het ministerie van VWS wordt ondersteund met tijdelijke middelen (SPUK Versterking Infectieziektebestrijding en pandemische paraatheid; VIP) voor 2023 en 2024. De GGD besteedt deze middelen onder andere aan het opleiden van artsen en verpleegkundigen, aan epidemiologisch en wetenschappelijk onderzoek en aan bovenregionale samenwerking. Met behulp van deze middelen wordt tevens de wijkgerichte aanpak en de samenwerking met partners in de eerste en tweedelijns zorg voortgezet. Vanuit onze regio nemen wij deel aan de landelijke gesprekken van onder andere GGD GHOR NL en RIVM met het ministerie van VWS over structurele (middelen voor de) versterking van de infectieziektebestrijding. Ook aan de vormgeving van de Landelijke Functionaliteit infectieziektebestrijding (Lfi), de nieuwe landelijke crisisorganisatie die ervoor moet gaan zorgen dat Nederland een toekomstige pandemie beter kan bestrijden, dragen we met onze opgedane kennis en ervaring bij.
Covid-19 We hebben vastgesteld dat de indicatoren uit de begroting 2023 geen zinvolle informatie meer opleveren, derhalve zijn deze niet in deze rapportage opgenomen. Het eerste kwartaal van 2023 was de GGD ZHZ in afwachting van het besluit van VWS over de wijze waarop de bestrijding van COVID-19 in het vervolg zou worden vormgegeven. De minister van VWS heeft in februari aangegeven om te starten met een eerste afschaling van testen. In maart heeft de minister aangegeven dat het niet langer noodzakelijk is om GGD-testlocaties open te houden en verzoekt hij de GGD-en om de afbouw van de testlocaties voor te zetten. Vanaf 17 maart jl. is het niet meer mogelijk om een testafspraak te maken bij de GGD. Voor wat betreft Bron- en contactonderzoek (BCO) heeft de minister opdracht gegeven om BCO in het kader van COVID-19 zodanig in te richten dat de taken worden overgedragen naar de reguliere infectieziektebestrijding van de GGD. Waar nodig worden uitbraken of clusters van Covid-19 in instellingen waar kwetsbaren verblijven gevolgd en wordt geadviseerd over beleid. Eind 2022 was er nog sprake van een eventuele vaccinatiecampagne in het voorjaar van 2023. In april heeft de minister besloten om dit niet door te laten gaan. De opdracht vanuit VWS is om de capaciteit voor vaccineren af te bouwen naar 10.000 prikken per week (landelijk).
De GGD moet echter wel rekening houden met een eventuele opschaling voor een najaarscampagne waarbij opgeschaald kan worden naar 300.000 prikken per week (landelijk). Daarnaast is de opdracht om wel op lokaal niveau een informatie- en vaccinatie aanbod te behouden (fijnmazige vaccinatie), met name voor doelgroepen die nog onvoldoende beschermd zijn. Voor deze opdrachten stelt VWS de financiële middelen beschikbaar in de vorm van een SPUK. De meerkostenregeling komt per 1 juli 2023 te vervallen.
6
Overige infectieziekten Het eerste trimester van 2023 is het aantal vragen aan de GGD over COVID-19 en Mpox verder gedaald. Inmiddels zijn de voorbereidingen voor een nieuwe vaccinatieronde tegen Mpox bij risicogroepen in gang gezet, dit in opdracht van VWS. Daarnaast is de HPV vaccinatiecampagne opgezet voor jongvolwassenen van 18-26 jaar. Zij kunnen dit hele jaar gratis bij de GGD gevaccineerd worden. Dit is opgezet met behulp van de expertise van de Covid-organisatie in samenwerking met de afdeling infectieziektebestrijding, waarbij gebruik gemaakt is van de bestaande COVID-19 vaccinatie locaties (vast. en fijnmazig). Ook voor deze campagne is budget beschikbaar gesteld door VWS Sinds enkele maanden is het aantal meldingen van invasieve groep A streptokokken (iGAS) toegenomen. Nadat eind 2022 de meldplicht voor deze groep infectieziekten is aangepast, en ook de iets minder ernstig zieken gemeld moeten worden, is dit aantal nog verder toegenomen. Familieleden van deze patiënten krijgen door de GGD antibiotica voorgeschreven.
Indicator Bezetting artsen en verpleegkundigen op orde
Norm 100% van de formatie
Prognose 2023
April
De bezetting op de functies verpleegkundige, deskundige infectiepreventie en administratie is op orde. Op de functie Arts Maatschappij & Gezondheid is sprake van een landelijk tekort. Als gevolg daarvan hebben we ook in ZHZ onderbezetting op deze functie. Dit tekort compenseren we zo goed mogelijk door inhuur van basisartsen die we intern opleiden voor de meest voorkomende werkzaamheden. De tijdelijke versterking die mogelijk is door de incidentele rijksmiddelen uit het programma VIP is nog niet volledig gerealiseerd. Onder andere de werving van beleidsmedewerkers en een epidemioloog/onderzoeker liep in april 2023 nog. Door taakdifferentiatie en afronding van lopende processen van werving en selectie zal gedurende heel 2023 de bezetting op de medische functies van de GGD voldoende zijn om alle taken kwantitatief en kwalitatief op voldoende niveau uit te voeren. De noodzakelijke structurele versterking van de infectieziektebestrijding is echter een proces van lange adem; het opleiden, aantrekken en vasthouden van voldoende gekwalificeerde artsen Maatschappij en Gezondheid is een proces van jaren. De GGD ZHZ levert hieraan door het aanbieden van opleidingsplekken een substantiële bijdrage.
SOA/Sense Indicator Vindpercentage soa's
Norm 17%
Prognose 2023
April
☺
☺
Realisatie conform of boven op de norm
Realisatie conform of boven op de norm 22,3%
17%
In de eerste 4 maanden van 2023 heeft het Centrum Seksuele Gezondheid van GGD ZHZ 761 soa-consulten gerealiseerd, bekostigd uit de rijkssubsidie Aanvullende Seksuele Gezondheid.
7
Het vindpercentage was gemiddeld 22,3%%. Dat betekent dat gemiddeld bij één op de vijf cliënten een soa werd gevonden. Het gebeurt ook dat één client meerdere soa's heeft. Het CSG ZHZ ziet veel cliënten uit Rotterdam-Rijnmond. Dat verklaart waarschijnlijk het hogere vindpercentage. In deze regio is het vindpercentage vaak hoger dan in ZHZ. Per januari 2023 biedt het CSG ZHZ het Prepzorg aan mannen die seks hebben met mannen. Prep is medicatie om hiv te voorkomen. De voorbereidingen hiervoor hebben eind 2022 plaatsgevonden. Voor een andere doelgroep, sekswerkers, zijn testen op locatie uitgevoerd. Dit om deze doelgroep beter te weten bereiken.
Nu Niet Zwanger Voor het programma Nu Niet Zwanger is een begin gemaakt met de implementatie ervan in de vijf nieuw aangesloten gemeenten Hardinxveld-Giessendam, Gorinchem, Molenlanden, Papendrecht en Sliedrecht. Het programma zit hier nog in de opstartfase, waardoor het te vroeg is om inhoudelijk te rapporteren. De GGD is bezig met het opstellen van dienstverleningsovereenkomsten met de gemeenten. In Dordrecht en Zwijndrecht loopt het programma door zoals voorheen en blijft de GGD werken aan een goede borging. Conform de besluitvorming door het Algemeen Bestuur op 22 december 2022 rapporteren we in deze burap voor het eerst over het aantal nieuwe cliënten dat in het eerste kwartaal binnen het programma is gezien. Kanttekening hierbij is dat de cijfers van de deelnemende organisaties meestal een aanzienlijke onderrapportage laten zien, omdat medewerkers door tijdgebrek niet alles goed registreren. Dit is een landelijk bekend gegeven. De GGD begeleidde tussen januari en eind april 2023 twee cliënten die in een nietdeelnemende gemeente in de regio woonachtig waren en door het ziekenhuis naar de GGD werden verwezen. Dit betreft één client uit de gemeente Hoeksche Waard (begeleiding gestart in 2022) en één cliënt uit Hendrik-Ido-Ambacht (sinds april 2023). NB Onderstaande tabel betreft een rapportage per kwartaal, reden waarom deze twee cliënten hierin niet terug te zien zijn.
Tabel Aanmelding Cliënten Nu Niet Zwanger 1e kwartaal 2023 Gemeente Alblasserdam Dordrecht Gorinchem HardinxveldGiessendam Hendrik-Ido-Ambacht Hoeksche Waard Molenlanden Papendrecht Sliedrecht Zwijndrecht Overig
8
Organisaties (= niet opgeschaald) 13 -
GGD (= opgeschaald)
1 2 2 1 3 3
1 5 nvt
12 -
TBC bestrijding Indicator Aantal TBC patiënten
Norm < 15
Aantal latente TBC infecties
< 25
Prognose 2023
April
☺
☺ 2
☺
☺ 4
In 2022 werd een aantal nieuwe opvangmodaliteiten voor asielzoekers ingesteld. Voor de screening van nieuwkomers op TBC betekende dit een uitdaging. Inmiddels zijn nieuwe afspraken over gegevensuitwisseling en werkprocessen gemaakt en zijn opgelopen achterstanden ingehaald.
Reizigersadvisering en Hepatitis B vaccinaties beroepsgroepen Indicator Aantal (reizigers)consulten
Norm 6.000
Prognose 2023
☺
April
☺ 2.029
Door migratie naar een andere registratie applicatie konden gedurende één week geen spreekuren gehouden worden. Per 1 maart 2023 is het spreekuur in Gorinchem gesloten. Per 1 april is er een tweede middag/avondspreekuur gestart.
Gezondheid en Milieu Indicator Klanttevredenheid gemeente over adviseurs en adviezen
Norm 7,0
Prognose 2023 KTO zal in de loop van 2023 worden uitgevoerd
April KTO is nog niet uitgevoerd
Toezicht Kinderopvang
9
Indicator
Norm
Percentage verplichte jaarlijkse inspecties KDV, BSO en GOB dat is uitgevoerd Percentage jaarlijkse inspecties KDV, BSO en GOB dat is uitgevoerd binnen de wettelijke termijn Percentage verplichte jaarlijkse inspecties gastouders (VGO) dat is uitgevoerd
100%
100 %
50%
Prognose 2023
April
☺
100%
24%
☺
☺
100%
100%
☺
50%
13%
Door personeelsverloop is de capaciteit voor de uitvoering van het Toezicht op de kinderopvang beperkter dan gewenst; naar verwachting zal deze problematiek in de tweede helft van 2023 zijn opgelost. In bovenstaande tabel hebben we de indicator "percentage verplichte jaarlijkse inspecties kinderopvang" zoals opgenomen in de begroting 2023 uitgesplitst in een indicator voor de kindercentra en een indicator voor de gastouderopvang. Beide indicatoren laten zien dat de uitvoering achterloopt op de planning. Daarvoor is een aantal oorzaken aan te wijzen. Door bijsturing verwachten we eind 2023 wel alle afgesproken inspecties te hebben uitgevoerd. Tot maart 2023 is de GGD bezig geweest met de afronding van inspectierapporten over 2022. Naast de jaarlijkse onderzoeken worden onderzoeken voor registratie (OVR) uitgevoerd, incidentele onderzoeken (IO) en nadere onderzoeken (NO). Het aantal onderzoeken in 2023 is een prognose op basis van ervaringen uit het verleden en mogelijke verhuizingen. Op 1 mei is het percentage OVR-en (82%), IO (71%) en NO (82%) en dat is hoog ten opzichte van de jaarprognose. Dit betekent dat hier relatief veel tijd in is gaan zitten ten kosten van jaarlijkse onderzoeken. Deze onderzoeken hebben namelijk voorrang ten opzichte van de jaarlijkse onderzoeken.
Ook hebben enkel grote, tijdsintensieve incidentele onderzoeken plaatsgevonden, zoals in de gemeente Dordrecht.
Toezicht WMO De GGD heeft in de eerste weken van 2023 nog tijd besteed aan het afronden van, en rapporteren over, onderzoeken die zijn uitgevoerd in 2022. Met de opdrachtgevers Gorinchem/Molenlanden, Sociale Dienst Drechtsteden en centrumgemeente Dordrecht zijn offertegesprekken gevoerd en opdrachten voor 2023 vastgesteld. In het kader van de opdracht van het Algemeen Bestuur om het toezicht WMO kostendekkend te maken zijn gesprekken gevoerd met WMO beleidsmedewerkers van de 10 gemeenten en met de opdrachtgevers. De verwachting is dat de GGD kort na de zomer met een bestuurlijk voorstel zal komen.
Gezondheidsbevordering
10
Indicator Realiseren van doelstellingen van het programma dat voortkomt uit de lokale nota volksgezondheid 2020-2023
Norm Volgens jaarlijkse verantwoording die per gemeente wordt opgesteld
Tevredenheid gemeenten
Cijfer (schaal 1 op 10); 8,0
Tevredenheid ketenpartners
Cijfer (schaal 1 op 10); 8,0
Prognose 2023
☺
April
☺
Aandachtspunt: de nieuwe nota/MJP en de gemeentelijke SPUK aanvragen gaan mogelijk veel tijd van ons vragen. Als dit zo is zullen de doelstellingen uit de jaarplannen mogelijk moeten worden bijgesteld.
☺
☺
Er wordt een nieuw KTO uitgevoerd in 2024
☺ Er wordt een nieuw KTO uitgevoerd in 2024
☺
Crisisorganisatie Indicator Realiseren optimale bezetting van de (piket) poule voor uitvoering van de taken van de GGD in crisissituaties
Minimaal 1 OTO (opleiden, trainen en oefenen) activiteit per werkproces per jaar
Norm 4x (wnd.) Directeur Publieke Gezondheid. 4 x procesleider Psychosociale Hulpverlening; 4 x procesleider Infectieziektebestrijding 4x procesleider communicatie 4x procesleider geneeskundig onderzoek 100%
Prognose 2023
April
☺
☺
De (piket) poule Medische Milieukunde (MMK) wordt door 2 mensen gevuld. Ondanks samenwerking met Rotterdam Rijnmond is het lastig om dit naar 4 te krijgen, gaan we hier wel weer een uitvraag voor doen. In kantoortijd (en zo nodig ook daarbuiten) is er een MMK van de GGDZHZ beschikbaar, naast de beide piketfunctionarissen. In de acute situatie bij een crisis is er overigens altijd een Geneeskundig adviseur gevaarlijke stoffen (GAGS) beschikbaar (harde piket) om deze rol in te vullen dus komen we in de praktijk niet in de problemen. Verder is de plek van directeur Publieke gezondheid vacant. Deze zal naar verwachting ultimo 2023 worden ingevuld.
OGGZ Indicator Totaal aantal initiële meldingen
Norm 2.200 (marge 10%)
Percentage recidive van het totaal aantal meldingen (recidive is dossier gesloten of laatste meldingen is meer dan 6 maanden geleden)
Nulmeting 2020: 62%
Prognose 2023
☺
April
☺
Totaal: 1241 meldingen in Q1 waarvan 571 nieuwe meldingen = 46%
☺
☺
670 herhaalmeldingen = 54%
Het aantal meldingen over personen die nog niet bekend zijn bij het meldpunt neemt iets af. Het aantal herhaalmeldingen blijft onverminderd hoog. De inzet op personen die vaker in beeld komen wordt nauw gemonitord. Een echte sluitende aanpak richt zich niet alleen op complexe casuïstiek zoals vaak wordt gedacht. Een sluitende aanpak richt zich op het organiseren van een keten die met elkaar samenwerken en waarin de (zorg)professionals zelf richting geven aan het op- en afschalen van de aanpak die nodig is om te zorgen voor stabilisatie en indien mogelijk
11
herstel. De keten bestaat daarom niet alleen uit zorgprofessionals, maar ook politie, woningcorporaties, gemeenten, wijkteams etc. zijn onderdeel van deze keten. Door meer inzicht te krijgen op de kwetsbare personen waar (veel) herhaalmeldingen over binnen komen kunnen we inzoomen op de ontstane situatie, wat kan bijdragen aan stabilisatie waardoor het aantal herhaalmeldingen verminderd. Een belangrijke kanttekening hierbij is om te realiseren dat het stabiliseren van een situatie ook tijd vraagt, met name bij niet-acute situaties. Wanneer er meer herhaalmeldingen binnen komen zorgen deze er ook voor dat er meer informatie is over de onderliggende problematiek. Daarnaast kan de professional, bij toenemende noodzaak, beter zorgen voor een doorbraak omdat de betrokkene zelf meer 'last' gaat ervaren. Bemoeizorg gaat soms ook over het 'ijzer smeden wanneer het heet is'. Soms betekent dat dus dat de professional moet wachten op het juiste moment om zo nader contact te kunnen maken en/of om voor doorbraak te kunnen zorgen.
Programma 2 Veilig Thuis Veilig Thuis Zuid-Holland Zuid (Veilig Thuis) is één van de 25 Veilig Thuis organisaties in Nederland. Veilig Thuis zorgt voor een samenhangende aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling: het gaat om één Advies- en Meldpunt Huiselijk Geweld en Kindermishandeling. Met ingang van 1 april 2022 maakt Veilig Thuis samen met de Serviceorganisatie Jeugd onderdeel uit van het Cluster Gezond en Veilig Opgroeien binnen de Dienst Gezondheid & Jeugd ZHZ. In deze paragraaf van de bestuursrapportage wordt een terugblik gegeven over de afgelopen 4 maanden van 2023 bij Veilig Thuis. De hier beschreven gegevens hebben zowel betrekking op volwassenen als op jeugdigen. In het algemeen heeft Veilig Thuis in de eerste 4 maanden van 2023, ondanks fors langdurig verzuim en verloop van personeel, de werkzaamheden uit kunnen voeren. Veilig Thuis heeft adviezen gegeven, meldingen aangenomen en meldingen beoordeeld. Veilig Thuis heeft waar nodig nader onderzoek ingesteld en maatregelen getroffen, of waar mogelijk de begeleiding overgedragen aan het lokale veld. De daarbij behorende veiligheidsvoorwaarden en geadviseerde vervolghulp zijn gemonitord en waar nodig bijgesteld. Vanwege het hoge verzuim (gemid. 15%) en de toename van het aantal meldingen en adviezen was het behalen van de gestelde termijnen in de afgelopen 4 maanden een grote uitdaging.
De toename van meldingen en adviezen wordt door de Veilig Thuis medewerkers als belastend ervaren (hoge werkdruk). Het werken bij Veilig Thuis is 'topsport'. Het werk vraagt een stevige balans tussen privé en werk. Als het op een van beide vlakken onrustig is, is de kans groter op verzuim. Vanuit de organisatie wordt er aandacht besteed aan de professionele fitheid van de medewerker, zodat de medewerker dagelijks kan omgaan met het (ver)helpen van de problemen van een ander. Het tegengaan van kindermishandeling en huiselijk geweld kan heftig zijn en complex. Ondanks het verzuim en de toename van meldingen en adviezen leveren de medewerkers van Veilig Thuis ook dit jaar weer kwalitatief goed werk met oog voor de directbetrokkene waarover gemeld wordt. Waar nodig geven zij zowel burgers als professionals adviezen zodat zij zelf verder kunnen. In vergelijk met sommige andere Veilig Thuisorganisaties doet Veilig Thuis Zuid-Holland Zuid het niet slecht (dit werd eerder ook al bevestigd middels het inspectierapport in februari 2022). Er zijn Veilig Thuisorganisaties die 20 FTE aan nieuwe collega's zoeken dan wel over de 100 casussen niet opgepakt krijgen. Ook dit jaar zal er aandacht zijn voor hoe is het werk verder te verbeteren. In onderstaande actiepunten wordt er door Veilig Thuis in 2023 met blijvende aandacht
12
gewerkt aan het verbeteren van de doorlooptijden en de ketensamenwerking: 1. Er wordt gewerkt met projectteams om zowel voor de triage als voor het onderzoek de gestelde termijnen te behalen. Deze wijze van inzet heeft in de afgelopen 3 jaar een positief effect gehad. 2. Er wordt actief gestuurd op de caseload en het behalen van doorlooptijden. 3. De werkprocessen met betrekking tot de dienst Voorwaarden & Vervolg wordt herschreven en geïmplementeerd. Het doel hiervan is om te onderzoeken of deze dienst efficiënter en effectiever ingezet kan worden. 4. Gedurende de uitvoering van de dienst Onderzoek wordt daar waar mogelijk hulpverlening altijd direct ingezet. Het is voor het betreffende huishouden immers van belang dat de situatie zo snel mogelijk verbeterd. 5. De samenwerking met ketenpartners is continue onderwerp van gesprek voor leidinggevende en aandachtsfunctionarissen die vanuit Veilig Thuis lokaal werken. 6. Veilig Thuis participeert in het project Veilig Opgroeien is Teamwerk wat zich richt op het ontwikkelen van kennis en kunde bij de lokale teams en ketenpartners, zodat op termijn er minder ondersteuning gevraagd wordt van Veilig Thuis (en de jeugdbescherming). 7. Ook in 2023 werkt Veilig Thuis samen met de Raad voor de Kinderbescherming in deze regio verder aan de landelijke pilot voor het ontdubbelen van onderzoeken.
Deze pilot kan mogelijk meer inzet vragen van de Veilig Thuis, maar het zou er uiteindelijk aan bij moeten dragen dat een casus sneller kan worden voorgelegd aan de kinderrechter, waardoor de betrokkenen sneller duidelijkheid in hun situatie zullen verkrijgen. 8. In 2023 werkt Veilig Thuis samen met gemeenten en wijkteams aan een analyse om inzicht te krijgen wat het op- en afschalen van casuïstiek tussen Veilig Thuis en het Wijkteam belemmerd (op lokaal en regionaal niveau). Vervolgens zal er in 2023 na de analyse t.b.v. 2024 een gezamenlijk verbeterplan opgesteld worden. Overigens is het belangrijk om te vermelden dat ondanks de druk op het behalen van doorlooptijden, het niet behalen van de doorlooptijd geen gevolgen heeft voor het direct oppakken van spoedzaken. Alle meldingen worden aan het begin van de dag op spoed en noodzaak gescreend en daar waar dit noodzakelijk blijkt (inhoud en urgentie van de melding) direct opgepakt. Hierdoor blijven veiligheidsrisico's beperkt.
Volwassenen & Jeugd
13
Indicator Meldingen Veilig Thuis ZHZ
Norm Aantal meldingen op jaarbasis 3.900-4.100
Doorlooptijden Veilig Thuis ZHZ
Triage: binnen 5 werkdagen- (norm: 95100%)
Doorlooptijden Veilig Thuis ZHZ
Onderzoek afgerond binnen 10 weken (norm 85%100%)
Direct overdragen van meldingen
62%
Prognose 2023
☺
April
☺
Eerste 4 maanden: 1.453 op jaarbasis: 4.359
62% (gemiddelde doorlooptijd in werkdagen: 5,8 werkdag)
☺
☺
72% (gemiddelde doorlooptijd in dagen: 57 dagen)
☺ 64%
☺
Overdracht met Ondersteuning
24%
Onderzoek
14%
☺
☺
21%
☺
☺
15% Behandeling advies aanvragen
Aantal adviezen op jaarbasis 2750
Tevredenheid ketenpartners
Cijfer (schaal 1 op 10); 7,5
☺
☺
Eerste 4 maanden: 1042 op jaarbasis: 3126
☺
☺
7,6
Het aantal meldingen in de eerste 4 maanden van 2023 ligt 8% hoger in vergelijk met het aantal meldingen in dezelfde periode in 2022. Bij de adviezen ligt het aantal adviezen 5% hoger in de eerste 4 maanden van 2023 dan ten opzichte van het aantal adviezen in dezelfde periode in 2022. Het is goed om hier te benoemen dat de prognose zichtbaar maakt dat het aantal meldingen en adviezen in 2023 hoger lijkt te komen liggen dan de begrote aantallen voor 2023 (melding +6%, advies +13%). In beide gevallen is de toename natuurlijk allereerst positief te labelen, omdat zowel professionals als burgers eerder geneigd zijn om een melding te doen of om advies te vragen bij Veilig Thuis. Er lijkt dus meer bekendheid te zijn met Veilig Thuis. Echter, is de keerzijde van meer meldingen dan begroot dat de werkdruk voor de medewerkers hoger wordt. Elke melding en advies moet namelijk verwerkt worden met alles wat daar bij hoort. In de eerste 4 maanden van 2023 is 38% van de meldingen niet binnen de 5 werkdagen termijn getrieerd. De oorzaak hiervan is een samenloop van de groei van meldingen en adviezen, de grilligheid van instroom van casuïstiek, hoog verzuim en openstaande vacatures en inwerken van nieuwe collega's. Daarnaast was er verschillende casuïstiek die complex was en een hoge urgentie had.
Juist meldingen met hoge urgentie hebben een sterk effect op de doorlooptijd, omdat deze meldingen met spoed beoordeeld dienen te worden. Hierdoor wordt de volgordelijkheid van de te triëren meldingen beïnvloed en daarmee het risico dat de doorlooptijd langer wordt. In 28% van de onderzoeken is in de eerste 4 maanden van 2023 de 10 weken termijn voor een onderzoek niet behaald. Het is hier belangrijk om te benoemen dat de doorlooptijd t.o.v. de jaarverantwoording 2022 op dit vlak aanzienlijk zijn verbeterd (van 66% naar 72%). Ook bij onderzoek geldt dat er verschillende variabelen (intern en extern) zijn die invloed hebben het behalen van de termijn. Hierbij valt te denken aan: Intern heeft Veilig Thuis naast het verzuim te maken met onderzoeken waarin de mogelijkheid om in gesprek te komen met betrokkenen ernstig werd belemmerd of de complexiteit meer tijd vroeg om te kunnen komen tot een goede beoordeling en een passend vervolg. Een ander vertragende factor in deze is het direct oppakken van spoeden crisisonderzoeken. Er dient dan direct gewerkt te worden aan het opheffen van de acute onveiligheid. Deze zaken worden altijd met voorrang behandeld, waardoor de doorlooptijd van de lopende onderzoeken onder druk komt te staan.
Ook komt het regelmatig voor dat in de looptijd van het onderzoek nieuwe meldingen over hetzelfde dossier binnenkomen, waardoor het onderzoek verder verbreed moet worden en daardoor eveneens vertraging oploopt. Extern merkt Veilig Thuis dat de doorlooptijd van onderzoeken wordt beïnvloed door wachtlijsten bij ketenpartners, waardoor de verantwoordelijkheid voor het zicht op de veiligheid niet overdragen kan worden. Ook het ontbreken of het niet beschikbaar hebben van benodigde expertise (verantwoordelijk zijn voor veiligheid, maken van veiligheidsplannen en werken aan directe veiligheid) bij de overdrachtspartij maakt een
14
langere inzet van Veilig Thuis noodzakelijk, waardoor het dossier niet kan worden afgesloten. Ook blijkt dat overdrachtspartijen in de monitoringsfase een groot beroep doen op Veilig Thuis met betrekking tot ondersteuning, meedenken en aanjagen van overgedragen dossiers. Hierdoor heeft Veilig Thuis minder tijd beschikbaar om aan de nog lopende onderzoeken te kunnen besteden of nieuwe op te pakken.
Crisisdienst Indicator
Norm
Geleverde crisisdiensten (doelgroep 0-100)
Aantal aanvragen op jaarbasis 690
Bijdrage aan huisverbod buiten kantooruren
35
Uitvoering hoorfunctie in het kader van de wet verplichte GGZ
400*
Direct overdragen van casus aan lokaal
45% binnen 48 uur**
Prognose 2023
☺
April
☺
Eerste 4 maanden: 166 op jaarbasis: 498
☺
☺
Eerste 4 maanden: 9 op jaarbasis: 27
Eerste 4 maanden: 27 op jaarbasis: 81
Merendeel lukt het niet, we gaan dit op korte termijn beter monitoren zodat dit probleem beter geadresseerd kan worden.
Note: * Het betreft hier het percentage van het aantal genomen besluiten na triage en niet het percentage van het aantal feitelijk overgedragen zaken. ** De hier genoemde norm is een streefnorm gebaseerd op de wenselijkheid crisissituaties zo snel mogelijk over te dragen in het belang van de continuïteit van de zorg voor de client.
Het aantal geleverde crisisinterventies voor jeugd en volwassen ligt momenteel lager dan het aantal dat geprognotiseerd is voor 2023. Hier is dus sprake van een afwijking die Veilig Thuis als positief kan bestempelen. Dit zou er namelijk op kunnen wijzen dat er minder cliënten in een crisissituatie terecht zijn gekomen. Echter, gezien de grilligheid (pieken en dalen van aantal zaken) van het werk van het Crisisinterventieteam van Veilig Thuis (CIT) is het voor nu nog te vroeg om dit daadwerkelijk vast te kunnen stellen voor 2023. Tevens lijkt er een intensievere beroep gedaan te worden op de inzet van het CIT buiten kantoortijden. Het CIT wordt als een betrouwbare schakel gezien door de ketenpartner die ondersteuning nodig heeft bij een crisis. Vaak heeft dat te maken met de complexiteit van de situatie en het feit dat het plaatsvindt buiten kantoortijden (weekend en nachtelijke uren). Ook de landelijke beweging genaamd 'samen op in acuut' (Afkomstig uit het landelijke programma Veiligheid Voorop) heeft daar invloed op. Het aantal verzoeken tot horen in het kader van de Wet verplichte GGZ blijft vooralsnog behoorlijk achter op de prognose. De regionaal projectleider heeft daar zicht op en het is ook zijn taak om de oorzaak hiervan te onderzoeken. Afhankelijk daarvan zal blijken of het aantal verzoeken tot het horen exponentieel zal gaan groeien.
Middels de onlangs vastgestelde samenwerkingsdocumenten moet het CIT hun casuïstiek binnen 48 uur over kunnen dragen. Lokale teams en zorgaanbieders zijn echter nog niet altijd in staat om een casus binnen 48 uur over te nemen vanwege de eigen werksituatie. Het CIT blijft dan noodgedwongen langer bij de casus betrokken. Om dit punt te kunnen
15
verbeteren gaat Veilig Thuis hierop monitoren, zodat het per gemeente beter geadresseerd kan gaan worden. De bijdrage aan huisverboden door het CIT buiten kantooruren is lager dan begroot. Dat heeft vooral ook te maken met het feit dat huisverboden onregelmatig voorkomen door het jaar heen. Hierin is Veilig Thuis afhankelijk van politie of zij het proces rondom het Tijdelijk Huisverbod wel of niet opstarten.
Programma 3 Onderwijs en aansluiting arbeidsmarkt Leerplicht Indicator
Norm
Aantal afgehandelde meldingen van het relatief verzuim Aantal afgehandelde meldingen van het absoluut verzuim Aantal afgehandelde meldingen verzuim 18+
Conform jaarstukken 2022 2.000 Conform jaarstukken 2022 220 Nieuwe indicator in begroting 2023; nog geen ervaringscijfer om norm op te baseren
Prognose 2023
Aantal behandelde vrijstellingen
Conform jaarstukken 2022 750
Aantal verleende vrijstellingen (doel: verminderen)
Conform jaarstukken 2022 350
Alle leer- en kwalificatie plichtige kinderen jongeren staan ingeschreven op een school
100%
April
2.400
1.042
260
174
☺
☺
600
272
☺
750
133
☺
350
90
☺
☺
100%
100%
Het aantal meldingen van ongeoorloofd schoolverzuim is extreem hoog. Na 4 maanden hebben we al meer dan de helft van de in de begroting 2023 opgenomen norm van 2.000 afgehandelde meldingen bereikt. Als gevolg hiervan loopt de doorlooptijden van alle werkzaamheden op. Het aantal behandelde en verleende vrijstellingen loopt in samenhang daarmee substantieel achter. Met behulp van de toegekende additionele middelen verwachten we achterstanden te kunnen wegwerken. De prognoses zijn daarom conform de normen. Ter illustratie van de toegenomen werklast bij LVS kan de volgende tabel dienen: Afwijkingen cijfers 2023 tov 1ste 4 maanden of Burap 2021 en 2022
Relatief verzuimmeldingen Absoluut verzuimmeldingen
16
1ste 4 maanden burap 2021 664 80
1ste 4 maanden Burap 2022 780
1ste 4 maanden Burap 2023 1.042
82
174
Thuiszitters actueel
47
65
74
Thuiszitters in beeld geweest Behandelde vrijstellingen
62 74
103 95
106 133
Verleende vrijstellingen
62
63
90
In bovenstaande tabel is cijfermatig te zien dat de stijging qua meldingen en het afhandelen van absoluut verzuim en vrijstellingen een flinke stijging laat zien ten opzichten van de voorgaande jaren. Sinds de vorming van het regionaal bureau Leerplicht en voortijdig schoolverlaten is de omvang van de formatie gelijk gebleven, terwijl de taken en verwachtingen van gemeenten en onderwijspartners van LVS wel zijn veranderd. Door de jaren heen is de rol van LVS veranderd van voornamelijk reactief naar ook preventief, is de samenwerking in het sociaal domein complexer geworden, de problematiek van gezinnen, kinderen en jongeren zwaarder en vragen recentelijk nieuwe migratiestromen veel extra inzet. Daarnaast is de afgelopen jaren geïnvesteerd op de samenwerking met scholen waardoor die meer zijn gaan melden. In april heeft het algemeen bestuur ingestemd met een tijdelijke uitbreiding van de capaciteit Leerplicht en Voortijdig Schoolverlaten (LVS) met 4,6 fte inhuur tot 31 december 2023. Aanleiding is de disbalans die is ontstaan tussen de gevraagde inzet van LVS en de beschikbare capaciteit. Met een toevoeging van 4,6 fte kunnen de basistaken van leerplicht weer goed worden uitgevoerd. Hierdoor worden de lasten op het begrotingsprogramma onderwijs en aansluiting arbeidsmarkt 2023 overschreden met maximaal 299.000 euro.
Het Algemeen Bestuur heeft aan de toekenning van de tijdelijke middelen de voorwaarde verbonden dat voorstellen worden ontwikkeld voor een zo efficiënt en effectief mogelijke werkwijze in de gehele keten rond het voorkomen en oplossen van schoolverzuim.
RMC & VSV-trajectbegeleiding Indicator Aantal vsv-ers in de regio (doel: verminderen)
Percentage uitgevallen jongeren dat een jaar later terugkeert naar het onderwijs of naar werk (doel: verhogen) % nieuwe voortijdige schoolverlaters Jongeren die geen onderwijs volgen, geen werk en dagbesteding hebben zijn in beeld % vsv'ers dat een jaar later terug gaat naar onderwijs % vsv'ers dat een jaar later aan het werk is
17
Norm Nieuwe indicator in begroting 2023; nog geen ervaringscijfer om norm op te baseren Nieuwe indicator in begroting 2023; nog geen ervaringscijfer om norm op te baseren 1,71%
Prognose 2023 840
April
467
65%
NVT
2,31%
NVT
100%
100%
100%
Nieuw
27%
NVT
Nieuw
38%
NVT
Plaatsingen Matchmakers
Conform jaarstukken 2022 150
175
46
Het percentage voortijdig schoolverlaters onder de 18-23 jarigen is aan het stijgen. Na een Covid-19 gerelateerde laagterecord, zien we de afgelopen jaren een stijging, waarbij verwacht wordt dat deze trend nog doorzet. In regionaal verband buigen we ons regelmatig over mogelijke verklaringen. Er is bijvoorbeeld (relatief) veel invloed op de uitval als gevolg van de hoogconjunctuur. Hierdoor kiezen jongeren om uiteenlopende redenen om te gaan werken. De cijfers geven ondersteuning voor deze verklaring. Het percentage voortijdig schoolverlaters dat een jaar later is gaan werken is gestegen van 36% naar 38%. Ook heeft de coronacrisis invloed, doordat meer jongeren last hebben van persoonlijke problemen. Echter, wat telkens blijkt is dat het niet eenvoudig is om één 'schuldige' aan te wijzen voor de stijging (of daling) van VSV. Er is geen 'silver bullit'. Het gaat om kleine verschillen, waarbij veel kenmerken een rol spelen. Vaak liggen er meerdere factoren ten grondslag aan de uitval. Dit is een landelijke ontwikkeling, er komt een aanvalsplan vanuit het ministerie waar ook LVS op zal gaan acteren.
Programma 4 Jeugdgezondheidszorg Indicator De JGZ verricht de utivoerng van het regionaal basispakket JGZ en het Rijksvaccinatieprogramma (RVP) conform het Uitvoeringskader JGZ en de jaarlijkse geactualiseerde richtlijn uitvoering RVP.
Norm Overzicht met KPI's is opgenomen in Uitvoeringskader JGZ. Deze KPI's zijn in een stoplichtenmodel opgenomen en zijn onderdeel van de jaarverantwoording JGZ.
Prognose 2023
☺
April
☺
Conform contractuele afspraken
Uit de jaarstukken van Jong JGZ blijkt dat de basistaken in het kader van de Jeugdgezondheidszorg 2022 zijn uitgevoerd conform de overeenkomst en de bijbehorende prestatie afspraken, en tevens binnen de beschikbaar gestelde opdrachtsom. De rapportage op basis van de KPI's (stoplichtmodel) moet nog door Jong JGZ ingediend worden voor zowel 2022 als Q1 2023. Deze wordt begin juni nagestuurd t.b.v. bespreking van de jaarstukken JGZ in het DB/AB van juni/juli. In 2023 is het accountteam JGZ gestart met een afvaardiging vanuit de gemeenten Zwijndrecht, Molenlanden en Hoeksche Waard. Samen met de contractbeheerder van SOJ en de accounthouder JGZ bereidt het accountteam voortaan de contractoverleggen met Jong JGZ voor. Daarnaast zal het accountteam een belangrijke rol spelen in de voorbereidingen van de Bestuursopdracht in het kader van een toekomstbestendige JGZ. De Bestuursopdracht zal vlak voor of vlak na de zomervakantie aan het AB worden voorgelegd. Aangezien er meervoudig onderhands aanbesteed dient te worden, zal de opdracht pas in september (na een zienswijzeprocedure langs de gemeenten) verstrekt kunnen worden.
18
Vooruitlopend op besluitvorming in het AB vindt in Q2 2023 samen met het accountteam alvast een voorselectie plaats van de drie externe bureaus die direct na de besluitvorming een offerte mogen uitbrengen voor de uitvoering van de Bestuursopdracht (onder voorbehoud van financiering). Naar verwachting zal de uitvoering van de Bestuursopdracht door een extern bureau plaatsvinden in het eerste halfjaar van 2024. In de periode 2024/2025 worden diverse wijzigingen in het Rijkvaccinatieprogramma verwacht. Daar waar financiële consequenties aan de orde zijn, zal dit via een begrotingswijziging voorgelegd worden aan de gemeenten. De inhoudelijke samenwerking tussen gemeenten, DG&J en Jong JGZ is in 2023 verder versterkt door een afvaardiging vanuit de gemeenten toe te voegen aan de agendacommissie van de JGZ-specials en van de ambtelijke overleggen JGZ. Dit heeft o.a. geleid tot verdiepende gesprekken over de ruimte voor lokale verbinding vanuit het regionale basispakket en tot een aparte bijeenkomst over de GALA-SPUK ontwikkelingen in relatie tot de JGZ.
Programma 5 Kennisprogramma Indicator Het online GGD dashboard www.hoegezondiszhz.nl is geactualiseerd op basis van de gezondheidsmonitors Kinderen, Jeugd en Volwassenen & Ouderen.
Norm 100% Elk jaar wordt er een deel herijkt, in vier jaar tijd zijn alle cijfers aan de beurt geweest
De gezondheidsmonitoren en de specifieke ontwikkellijnen van het Kennisprogramma zijn conform plan uitgevoerd
Voor het jaar 2023 staat de gezondheidsmonitor jeugd 13-16 jaar op het programma
Prognose 2023
☺
April
☺
Conform, een update zal weer plaatsvinden na het publiceren van de resultaten van de gezondheidsmonitor Volwassen & Ouderen
☺
☺
Conform, een update zal weer plaatsvinden na het publiceren van de resultaten van de gezondheidsmonitor Volwassen & Ouderen
Programma 6 Serviceorganisatie Jeugd In de eerste vier maanden is verder gegaan met de doorontwikkeling en verdere implementatie van de nieuwe inkoop. Belangrijke onderwerpen hierbij waren het normenkader, groepsgericht werken en Onderwijs Zorg Arrangementen. Verder zijn er (tijdelijke) afspraken gemaakt over specifieke verblijfsvoorzieningen en crisisvoorzieningen. Deze onderwerpen zullen ook de komende periode nog volop werk in uitvoering zijn. Een ander belangrijk thema was JeugdzorgPlus (gesloten jeugdhulp). Er zijn bovenregionaal afspraken gemaakt over de vergoeding van leegstandskosten als gevolg van de versnelde afbouw van JeugdzorgPlus de afgelopen jaren. Hierover heeft besluitvorming plaatsgevonden door het Algemeen Bestuur. De komende periode zal in het teken staan van de continuïteitsplannen en de bekostiging daarvan. Voor wat betreft de bedrijfsvoeringskant is de implementatie van het nieuwe backoffice systeem
19
(clientadministratie) succesvol verlopen. De wijziging van het woonplaatsbeginsel heeft ook nog in de eerste vier maanden een grote wissel getrokken op de inzet van medewerkers en zal naar verwachting nog geheel 2023 veel aandacht vragen. Verder zijn belangrijke stappen voorwaarts gezet in de professionalisering en uitbouw van het gemeentedashboard. Zo is er meer inzicht in nieuwe instroom, het normenkader, jeugdigen met hoge zorgkosten en de 'klantreis' van jeugdhulp. Gemeenten hebben aangegeven dit van grote meerwaarde te vinden voor hun analyse en sturing op de jeugdhulp.
Samenvatting financieel beeld Prognose € 1,5 mln. (1,1%) hoger dan bijgestelde begroting Het Algemeen Bestuur heeft op 6 april 2023 een bijgestelde begroting vastgesteld waarin de hogere indexatie en de actuele inzichten ten aanzien van de zorgkosten zijn verwerkt. Ten opzichte van de bijgestelde begroting nemen de verwachte kosten voor het jaar 2023 toe met € 1,5 mln. (1,1%). Rijksbijdrage 2023 is hoger dan verwachte kosten De totale rijksbijdragen (o.b.v. meicirculaire) die de gemeenten in deze regio ontvangen voor jeugdhulp, bedragen € 168,9 mln. Na aftrek van de benodigde bijdragen voor gemeenten voor de jeugdteams, Veilig Thuis en Jeugdhulp naar Voren, resteert een rijksbijdrage van circa € 144 mln. voor de kosten van de resterende jeugdhulp. De totale geraamde uitgaven van de Serviceorganisatie Jeugd voor 2023 zijn lager dan de rijksbijdrage en bedragen € 137 mln. Hierbij wordt opgemerkt dat het beeld per gemeente sterk varieert en er ook gemeenten zijn waarbij de kosten hoger zijn dan de rijksbijdragen. Uiteraard is het aan gemeenten zelf om te bepalen waar zij de rijksbijdrage voor inzetten. Wij begrijpen dat gemeenten de Rijksbijdrage ook voor andere doelen dan jeugdhulp kunnen inzetten, afhankelijk van o.a. de lokale financiële situatie en inhoudelijke prioriteiten.
Indexatie is de belangrijkste kostenverhoger Ten opzichte van 2022 stijgen de kosten in 2023 met € 9,7 mln. (7,7%). In onderstaande figuur is de procentuele kostenstijging (exclusief jeugdteams) in 2023 ten opzichte van 2022 uitgesplitst naar de verschillende oorzaken.
Oorzaak kostenstijging Stijging Toelichting Indexatie 7,2% Indexatie van tarieven JeugdzorgPlus 0,3% Structurele doorwerking kleinere groepen en lagere bezittingsgraad in tarieven Kleinschalige woonvoorzieningen 0,4% Dit betreft voor het grootste deel een gezinshuis dat is omgevormd tot een kleinschalige woonvoorziening Minder kosten jeugdhulpgebruik -0,2% Rekening houdend met bovenstaande posten zijn de kosten van het jeugdhulpgebruik gedaald, bij een stabiel aantal jeugdigen in zorg Totaal 7,7%
20
Ontwikkelingen in 2023 – mutatie t.o.v. begroting Ten opzichte van de bijgestelde begroting nemen de kosten toe met € 1,5 mln. (1,1%). In onderstaande tabel zijn hoofdlijnen opgenomen: Begroting Regionale zorgmarkt LTA PGB Serviceorganisatie Totaal exclusief jeugdteams
115.101 9.067 6.450 5.012 135.631
Prognose
Prognose -/- Toelichting begroting 116.055 954 Kleinschalige woonvoorzieningen, vervoerskosten, ambulante jeugdhulp 8.271 -796 Verfijndere raming leidt tot neerwaartse bijstelling kosten 7.770 1.320 Fout in raming begroting en stijgende kosten 5.012 137.109 1.478
Kostenstijging meerjarig bezien In onderstaande grafiek is de groei van de kosten in onze regio opgenomen. Voor een goede vergelijking zijn de kosten voor jeugdteams en Jeugdhulp naar voren uitgezonderd.
Ontwikkeling kosten * € 1 mln. 160 140 120 100 80 60 40 20
0 2018
2019
2020
Totale kosten exclusief JT en JNV
2021
2022
2023 P
Totale kosten exclusief indexatie
Landelijke kostenontwikkeling Door accountants en advieskantoor BDO is onderzoek gedaan naar de ontwikkeling van de tekorten in het sociaal domein. BDO rapporteert over 2021 een landelijk tekort van € 1,3 mld. op jeugdhulp. Vertaald naar de omvang van onze regio is dat € 35 mln. Het daadwerkelijk tekort in onze regio bedroeg € 7,4 mln. (inclusief jeugdteams, veilig thuis en jeugdhulp naar voren en exclusief eventuele overige gemeentelijke uitgaven). De landelijke nominale kostenstijging over de periode 2015 – 2021 is 77% en in onze regio 54%. Ook uit eerdere rapporten bleek consequent dat de tekorten in onze regio substantieel lager waren dan gemiddeld in het land.
21
Programma verantwoording financieel Financieel overzicht Bedragen * € 1.000,-
Begroting t/m april
Realisatie Begroting t/m april heel jaar op basis van declaraties
Prognose
Prognose -/- Realisatie begroting 2022
Regionale zorgmarkt LTA PGB Serviceorganisatie Totaal lasten exclusief jeugdteams Jeugdteams Totaal lasten inclusief jeugdteams
38.685 2.757 2.590 1.671 45.703 807 46.511
28.788 1.903 1.480 1.269 33.440 807 34.248
115.101 9.067 6.450 5.012 135.631 135.631
116.056 8.271 7.770 5.012 137.110 2.422 139.532
955 -796 1.320 1.479 2.422 3.901
110.009 5.731 7.137 4.484 127.362 4.238 131.599
Baten exclusief uittreding reserve Leerdam + Zederik Baten Jeugdteams Ontrekking reserve frictiekosten uittreding Leerdam + Zederik Totaal baten
45.684 807 19 46.511
33.421 807 19 34.248
135.573 58 135.631
137.052 2.422 58 139.532
1.479 2.422 3.901
127.246 4.238 116 131.599
-
-
-
-
-
-
Saldo baten -/- lasten
Toelichting Regionale zorgmarkt Kosten stabilisatie in 2022 Bij de jaarrekening 2022 is geconstateerd dat kosten zich hebben gestabiliseerd en dat rekening houdend met prijsverhogende effecten er sprake is van afname van het jeugdhulpgebruik. We weten ook dat 2022 het jaar van meerdere veranderingen was: nieuwe overeenkomsten met aangescherpte (kwaliteit)sturing (zoals bijvoorbeeld het normenkader), lokaal opdrachtgeverschap aan de lokale teams, etc. De financiële effecten zijn niet onderscheidend genoeg aan de verschillende interventies toe te schrijven. Nu het grootste deel van de geleverde jeugdhulp is gedeclareerd, zijn de volgende waarnemingen gedaan over het afgelopen jaar in de diverse segmenten. Dalende kosten jeugdbescherming Het aantal jeugdigen en de kosten van jeugdbescherming zijn fors gedaald (13%). Als gevolg hiervan zijn ook de (aanvullende) kosten van ingezette jeugdhulp (bijvoorbeeld pleegzorg en gezinshuis) voor deze groep jeugdigen met een jeugdbeschermingsmaatregel gedaald. Het project Veilig opgroeien is teamwerk lijkt zijn vruchten af te werpen. Mogelijk heeft ook de investering in de verlaging van de caseload hiertoe bijgedragen. Dalend aantal jeugdigen in JeugdzorgPlus Sinds vorig jaar zomer is het aantal jeugdigen in de JeugdzorgPlus gedaald. Dit is een positieve ontwikkeling in lijn met het ingezette beleid.
In onderstaande grafiek is de ontwikkeling weergegeven.
22
Verschuiving van specialistische naar hoogspecialistische GGZ Er is sprake van een forse (€ 9,1 mln) verschuiving van specialistische naar hoogspecialistische GGZ. Uit een nadere analyse en gesprekken met aanbieders is gebleken dat dit voor een deel terecht is. Voor een ander deel voert de Serviceorganisatie nog gesprekken over welke dienst van toepassing is (specialistisch of hoogspecialistisch) en of er een tussenvariant tussen specialistisch en hoogspecialistisch gedefinieerd moet worden. Dagbehandeling en dagbesteding neemt niet af, ondanks investering Jeugdhulp op school De kosten van dagbehandeling en dagbesteding nemen iets toe. Bij de invoering van Jeugdhulp op school, waarop extra is geïnvesteerd, was juist een afname beoogd. Meer jeugdigen in de basisschoolleeftijd maken gebruik van kinderdagvoorzieningen; mogelijk is er een verband met stagnerende instroom in het bijzonder onderwijs. Dit is onderwerp van gesprek met gemeenten en onderwijs. Jeugdigen met een beperking met een langdurige zorgvraag zorgen voor kostentoename De toegang tot de Wet langdurige zorg (Wlz) voor jeugdigen met een langdurige zorgvraag (met name jeugdigen met een beperking) is sinds 2015 fors ingeperkt. Als gevolg hiervan nemen de kosten voor deze groep jaarlijks toe omdat elk jaar een nieuwe groep van jonge jeugdigen instroomt. Deze groep stroomt dan vaak pas weer uit bij het 18e levensjaar.
Als gevolg hiervan stijgen jaarlijks de kosten van jeugdhulp van verblijf en dagbesteding voor deze groep. Kostenontwikkeling 2023 De kosten van de post regionale zorgmarkt stijgen ten opzichte van de begroting 1,0 mln. (0,8%) en ten opzichte van vorig jaar met € 6,0 mln. (5,5% bij een indexatie van 7,2%). Ten opzichte van vorig jaar is er gecorrigeerd voor indexatie dus sprake van een kostendaling. De stijging ten opzichte van de begroting wordt voor het belangrijkste deel veroorzaakt door een te lage raming voor en stijging van vervoerskosten, hogere kosten voor kleinschalige woonvoorzieningen en stijging van kosten voor ambulante jeugdhulp. Hieronder worden de belangrijkste ontwikkelingen toegelicht. Extra kosten voor kleinschalige woon en crisis voorzieningen In 2022 is er extra bijgedragen aan niet rendabele kleinschalige woonvoorzieningen (€ 0,7 mln.). In 2023 is dit ook nodig (€ 0,9 mln.) Daarnaast moest een gezinshuis wegens vertrek gezinsouders en complexe problematiek van de jeugdigen worden omgevormd naar een kleinschalige woonvoorziening. Dit kost € 0,4 mln. extra voor drie jeugdigen uit onze regio.
23
Kosten vervoer stijgen verder door De kosten van (taxi)vervoer van jeugdigen stijgen verder door. Op basis van de declaraties over de eerste drie maanden wordt een kostenstijging van € 0,3 mln (17% bij een indexatie van 11%) verwacht voor dit jaar. In 2015 toen nog beperkt taxivervoer werd verstrekt door de jeugdteams bedroegen de kosten € 0,5 mln. Voor 2023 bedragen de kosten naar verwachting € 2,3 mln. Een klein deel van deze stijging lijkt veroorzaakt door het groeiend aantal jeugdigen wat gebruik maakt van een jeugdhulpvoorziening in plaats van onderwijs. Continuïteitssteun nodig voor aanbieders van JeugdzorgPlus JeugdzorgPlus betreft jeugdhulp aan kinderen in een gesloten instelling. Landelijk en (boven)regionaal is beleid in gang gezet deze vorm van jeugdhulp af te bouwen. Mede als gevolg hiervan hebben aanbieders van Jeugzorgplus problemen om financieel gezond te blijven. Deze vorm van jeugdhulp is nog wel nodig en daarom is continuïteitssteun noodzakelijk. Inmiddels is overeenstemming bereikt over de vergoeding van leegstandsverliezen en transformatiekosten over de afgelopen jaren. Deze kosten zijn verwerkt in de jaarrekening 2022. In het onlangs vastgestelde Bovenregionaal plan JeugdzorgPlus zijn de kaders en toekomstige 'bed capaciteit' opgenomen. Op basis hiervan maken de JeugdzorgPlus aanbieders een continuïteitsplanplan.
Als deze worden vastgesteld zal tevens duidelijk worden welke aanvullende bijdragen vanuit gemeenten nodig zijn. Met deze nog onbekende bedragen is in deze eerste bestuursrapportage nog geen rekening gehouden. Stijgende kosten door het werken met kleinere groepen JeugdzorgPlus Los van continuïteitssteun is, in afstemming met de overige regio's in de provincie ZuidHolland, inhoudelijk (sinds tweede kwartaal 2022) ook een transformatie gemaakt naar kleinere groepen. Dit leidt, in ieder geval voor de korte termijn, tot hogere kosten. De impact van de hogere tarieven bedraagt € 1,6 mln. op jaarbasis. Sinds 2023 wordt in de tarieven ook uitgegaan van een meer realistische bezettingsgraad (90% in plaats van 100%). De impact hiervan is € 0,2 mln. Sturing door contractmanagement Door contractmanagement wordt actief gestuurd op de inzet van diensten door zorgaanbieders. Mogelijke upcoding wordt hierbij aangepakt. Ook wordt getoetst of aanbieders voldoen aan de kwaliteitscriteria bij de inzet van specifieke diensten. Hiermee wordt geborgd dat de regio alleen jeugdhulp vergoedt waarbij de kosten die in rekening worden gebracht passen bij de geleverde jeugdhulp en dat dus niet teveel wordt betaald of een te lage kwaliteit voor het in rekening gebrachte bedrag wordt geleverd Normenkader
24
Voor de meeste diensten die in de overeenkomst zijn opgenomen is een norm opgenomen m.b.t. intensiteit en duur van de dienst. Wanneer een jeugdhulpaanbieder en een verwijzer (lokaal team of GI) verwachten dat de gestelde norm onvoldoende is om de voor de jeugdige gestelde doelen te realiseren kan de verwijzer positief adviseren om af te wijken van de in de overeenkomst gestelde norm. Het normenkader is een instrument dat in staat stelt om in samenwerking met jeugdhulpaanbieders en verwijzers tot een optimale inzet van jeugdhulp te komen n beter te sturen op een juiste prijskwaliteitverhouding. Het normenkader heeft geen invloed op het aantal jeugdigen wat jeugdhulp ontvangt. Het normenkader kan als instrument ingezet worden om casusregie door de (lokale) verwijzer te versterken. Afgelopen jaar heeft in het teken gestaan van ervaring opdoen met het normenkader. Er is een 'state of the art' monitoring instrumentarium ingericht en sinds kort ook ontsloten in het gemeentedashboard. Serviceorganisatie en gemeenten kunnen de ontwikkelingen (overschrijdingen normenkader) hiermee goed en 'realtime' volgen. Gemeenten zitten aan het stuur als het gaat om de inhoudelijke toets door de verwijzer op verzoeken tot afwijkingen van het normenkader. Een uniforme werkwijze binnen de regio is hierbij een belangrijk aandachtspunt.
De werking en monitoring van het normenkader wordt ook ingebed in de regionale werkgroep Beter monitoren. Met aanbieders wordt het de werking van het normenkader geëvalueerd inclusief naleving door de aanbieders van de afspraken. Daarbij worden de na te streven doelen, waaronder het goede gesprek over de inzet van jeugdhulp tussen aanbieder en jeugdteamprofessional, ook meegenomen. Een bijzonder aandachtspunt hierbij is het zoveel als mogelijk beperken, beheersbaar houden van de administratieve lasten. Landelijk Transitie Arrangement (LTA) Het LTA is een set aan afspraken die door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) landelijk wordt gemaakt met een beperkt aantal jeugdhulpaanbieders, om er zeker van te zijn dat er een contractbasis is voor aanbieders met uitzonderlijk aanbod. Hierbij valt te denken aan aanbod voor transgender problematiek, gezinnen waar ernstige kindermishandeling of verwaarlozing plaatsvindt, jongeren met complexe problemen bij wie diagnostiek geen beeld geeft, etc. Het betreft een kleine groep jeugdigen met hoge kosten per jeugdige. De kosten kunnen sterk fluctueren. Ten opzichte van de begroting is de prognose afgenomen met € 0,8 mln. (8,8%). Ten opzichte van vorig jaar stijgen de kosten met € 2,5 mln. (44,3%). Inmiddels is een meer verfijnde prognose gemaakt. Dit heeft geleid tot een lagere prognose ten opzichte van de begroting..