A11. 20210615 Serviceorganisatie Jeugd ZHZ, Persbericht.pdf
Tekst van het document
Dordrecht, 15 juni 2021
PERSBERICHT Gemeenten in Zuid-Holland-Zuid stoppen met inkomenstoets bij aanvraag jeugdhulp Iedere jeugdige heeft recht op hulp en ondersteuning om gezond en veilig te kunnen opgroeien. De gemeente biedt hiervoor allerlei voorzieningen op scholen en in wijken. Als het nodig is kan de gemeente ook verwijzen naar gespecialiseerde voorzieningen van jeugdhulpaanbieders. In sommige gevallen willen ouders zelf hulp organiseren of zelf tijd vrijmaken om jeugdhulp aan hun kind te bieden. Ze krijgen daarvoor dan een persoonsgebonden budget (pgb) van de gemeente. Hierbij was het gebruikelijk dat de gemeente keek of het gezin niet zelf financieel in staat was om deze hulp te organiseren. De gemeenten in de regio Zuid-Holland-Zuid stoppen per vandaag met deze inkomenstoets. De directe aanleiding tot dit besluit is een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB), de hoogste bestuursrechter, in een zaak die was aangespannen tegen de gemeente Zwijndrecht. De CRvB heeft onlangs bepaald dat de wet geen ruimte biedt voor een beoordeling van de financiële draagkracht van een gezin bij het bepalen van de eigen kracht en het probleemoplossend vermogen van ouders. De CRvB komt hiermee terug op een eerdere uitspraak die zij heeft gedaan en vernietigt hiermee eerdere uitspraken van de Rechtbank in deze zaak.
Steven van Die, wethouder in Hendrik-Ido-Ambacht, en voorzitter van de Jeugdhulpregio ZuidHolland-Zuid zegt hierover: “We zijn blij dat er nu duidelijkheid is en hebben direct besloten om te stoppen met de inkomenstoets bij het beoordelen van aanvragen voor een persoonsgebonden budget voor jeugdhulp.” Bij lopende en nieuwe aanvragen wordt de inkomenstoets dus niet meer uitgevoerd. Als een PGB al is toegekend verandert er in principe niets en kan er ook geen hernieuwde aanvraag worden ingediend. Ronald de Meij, wethouder in Zwijndrecht, zegt hierover: “De uitspraak van de rechtbank is helder. Ondanks het feit dat deze uitspraak niet met terugwerkende kracht geldt voor gezinnen waarbij een aanvraag eerder is afgewezen, zullen wij die gezinnen toch actief benaderen en wijzen op het feit dat de inkomenstoets nu wordt losgelaten.” In de gemeente Zwijndrecht gaat dit over twee gezinnen, in de hele regio betreft het ongeveer tien gezinnen.
De gemeenten passen hun verordeningen en regels voor de jeugdhulp aan op deze nieuwe situatie en maken daarbij dus geen onderscheid tussen oude en nieuwe gevallen.
Voor nadere vragen kunt u contact opnemen met: Dienst Gezondheid en Jeugd Nance de Graaf 06 20541073 aegm.de.graaf@dgjzhz.nl
1
www.jeugdzhz.nl
Aan: Kopie: Van: Datum: Onderwerp:
Colleges van B&W Beleidsadviseurs, st. Jeugdteams Ed Magnée, Gwen Bieleveld, Tim Robbe 14 juni 2021 uitspraak Centrale Raad van Beroep inzake financiële draagkracht ouders
Kern van de zaak De Centrale Raad van Beroep heeft bepaald dat de eigen kracht en het probleemoplossend vermogen van ouders die jeugdhulp aan hun kind verzorgen op grond van een pgb, geen ruimte bieden voor een beoordeling van de financiële draagkracht van een gezin om zelf jeugdhulp te kunnen verlenen. Deze uitspraak heeft gevolgen voor het beleid van de gemeenten in Zuid-Holland Zuid.
Toelichting De Centrale Raad van Beroep heeft op 10 juni jl. een belangrijke uitspraak gepubliceerd die zij op 26 mei jl. heeft behandeld in het kader van de Jeugdwet. In deze zaak was de gemeente Zwijndrecht partij. De bestreden beschikking, afgegeven door het college van B&W van de gemeente Zwijndrecht, is gebaseerd op onderdelen van de Nadere regels die in alle Zuid-Holland Zuid gemeenten (exclusief Dordrecht) zijn opgenomen. In Dordrecht is in de Verordening een iets afwijkend artikel hierover opgenomen. Daarom is de uitspraak relevant, niet alleen voor de gemeente Zwijndrecht. Kort gezegd is nu in de Nadere regels opgenomen dat bij een aanvraag voor een pgb sociaal netwerk het college kan beoordelen of de financiële draagkracht van een gezin voldoende is om zelf jeugdhulp te verlenen. Een pgb sociaal netwerk kan het college afwijzen als deze financiële draagkracht aanwezig is. De Centrale Raad van Beroep leek eerder te oordelen dat de werkwijze van het college geoorloofd is (en de Verordening/Nadere regels dus een juridisch juiste grondslag biedt voor dergelijke besluiten). Dat ging ook om een zaak waarin de gemeente Zwijndrecht partij was (uitspraak: 17 juli 2019). In de recente uitspraak van de Centrale Raad blijkt dit toch niet het geval.
De Centrale Raad overweegt namelijk als volgt: De in artikel 2.3, eerste lid, van de Jeugdwet bedoelde maatstaven eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen van de ouder(s) bieden geen ruimte voor een beoordeling van de financiële draagkracht van een gezin om zelf jeugdhulp te kunnen verlenen. Een dergelijke vergaande interpretatie vindt in de tekst noch in de geschiedenis van totstandkoming van de Jeugdwet steun. Het oordeel dat een dergelijke interpretatie wel mogelijk is, gaat de rechtsvormende taak van de rechter te buiten. Een Verordening is een algemeen verbindend voorschrift. Ook Nadere regels zijn algemeen verbindende voorschriften ter uitwerking van onderdelen van de verordening en de rechter kan deze niet toetsen. Met deze uitspraak is het gewraakte onderdeel van de Verordening/Nadere regels echter een lege huls. Als een burger beroep instelt tegen een besluit genomen op basis van deze onderdelen van de Verordening/Nadere regels, moet de rechter dat beroep voortaan gegrond verklaren. Deze onderdelen van de Verordening zijn dus niet meer uitvoerbaar. 1
www.jeugdzhz.nl
Consequenties Feitelijk betekent voorgaande het volgende: als na een aanvraag voor een voorziening een jeugdige (i) een hulp- of zorgbehoefte heeft, (ii) vastgesteld is wat de onderliggende problematiek is en (iii) vastgesteld is welke hulp of zorg naar aard en hoeveelheid nodig is, dan speelt de financiële draagkracht van het gezin geen rol in de vaststelling of het gezin een deel van die benodigde hulp of zorg zelf kan leveren (‘eigen kracht’). Voor lopende beschikkingen geldt het volgende: beschikkingen genomen op basis van deze onderdelen van de Verordening/Nadere regels verliezen geen rechtskracht en lopen door tot einde beschikkingsperiode. Gewijzigde jurisprudentie (waarvan hier sprake) maakt het niet mogelijk voor deze gezinnen om een nieuwe aanvraag in te dienen die het college dan moet honoreren op basis van die gewijzigde jurisprudentie alleen. Het college moet een (her)aanvraag alleen beoordelen als ook sprake is van nieuwe feiten en omstandigheden (zgn. Nova). Bij een nieuwe aanvraag, omdat de oude beschikking afloopt, geldt echter weer dat de hulp- of zorgbehoefte en onderliggende problematiek moet worden vastgesteld. Het staat de colleges natuurlijk vrij om ook lopende beschikkingen aan te passen aan de nieuwe jurisprudentie.
Het is daarnaast te adviseren om de Verordening en/of Nadere regels aan te passen aan de nieuwe jurisprudentie en de betreffende onderdelen te schrappen.
Benodigde acties In navolging van de uitspraak van het Centrale Raad van Beroep adviseren wij u de volgende acties te nemen: 1. Voor lopende beschikkingen heeft de uitspraak geen directe gevolgen en is aanpassing van de afgegeven beschikking niet noodzakelijk, tenzij uw college anders besluit; 2. Bij afgewezen beschikkingen op basis van een onderzoek naar het gezinsinkomen zal in overleg tussen gemeenten en de stichting jeugdteams bepaald worden of er een heronderzoek wordt gestart indien het gezin dat wenst; 3. Bij in behandeling zijnde toewijzingen wordt met ingang van vandaag het onderzoek naar het gezinsinkomen niet meer toegepast en wordt de beschikking afgegeven conform uitspraak van de Centrale Raad van Beroep; 4. Voor nieuwe toewijzingen vindt met ingang van vandaag geen onderzoek naar het gezinsinkomen meer plaats en wordt de beschikking afgegeven conform uitspraak van de Centrale Raad van Beroep;
2 www.jeugdzhz.nl
5. De negen betreffende gemeenten stellen artikel 15, lid 1, onder e van de Nadere regels buiten werking. Dit betekent dat er geen gebruik meer wordt gemaakt van dit artikel. Gemeente Dordrecht stelt artikel 8, lid 11, onder e van de Verordening buiten werking. Bij een volgende wijziging van de Verordening en/of Nadere regels stellen de gemeenten, in overleg met de Serviceorganisatie Jeugd en de stichting Jeugdteams, een wijziging van de Verordening/Nadere regels op.
Het Ouderplatform ZHZ heeft uw gemeenteraad op de hoogte gebracht van de ontstane situatie. Wij adviseren u derhalve om deze informatie ook te delen met uw raden.
Voor nadere vragen kunt u contact opnemen met: Ed Magnée Gwen Bieleveld
directeur Serviceorganisatie Jeugd juridisch beleidsadviseur Serviceorganisatie Jeugd
06 82691880 06 40859415
3 www.jeugdzhz.nl