A09. 20211228 Stichting Openbaar Primair Onderwijs Papendrecht-Sliedrecht, Meerjarenbegroting 2022-2025.pdf
Tekst van het document
T 078 - 644 98 80
E info@opops.nl
Stichting Openbaar Primair Onderwijs
Papendrecht ^Sliedrecht
Poldermolen 12 3352 TH Papendrecht
Kvk: 24386999
IBAN: NL76RABO 0393 0466 64
Aan de leden van de gemeenteraad van de gemeente Papendrecht Postbus 11 3350 AA PAPENDRECHT
Datum Behandeld Kenmerk Onderwerp
23 december 2021 K. Bastianen 2021 - 0170 Meerjarenbegroting 2022-2025
Geachte leden van de raad, Bijgaand treft u ter informatie de vastgestelde meerjarenbegroting 2022-2025 van de Stichting Openbaar Primair Onderwijs Papendrecht-Sliedrecht aan. Hoogachtend,
J CJ. Ligt College van bestu
Sti
r>
ting Openbaar Primair Onder
Papendrecnt S Sliedrecht
Meerjarenbegroting 2022-2025
Versie: 15 november 2021 Gremium_________ Directeurenoverleg Raad van Toezicht P-GMR Bestuur__________ Gemeente
Advisering______________ Goedkeuring___________ Instemming § 7.5 en 7.6 Vaststelling_____________ Ter informatie
Datum________ 11-11-2021 28-10-2021 25- 11-2021 26- 11-2021 Vóór 1 februari
1
Inhoudsopgave Inleiding.........................................................
4
1.
Koersplan en kaderbrief.....................
5
2.
1 oktobertelling 2021 en prognose..
6
3.
Financiële parameters en aannames
7
4.
Meerjarenbegroting.............................
7
4.1 Reguliere bedrijfsvoering.......................
8
4.2 NPO-middelen
.
8
4.3 Arbeidsmarkttoelage.................................
9
4.3 Vervallen vordering op OCW....................
9
4.4 Recapitulatie resultaat..............................
9
5.
Ontwikkeling van het eigen vermogen
10
6.
Toelichting baten.....................................
11
6.1 Lumpsum...................................................
11
6.2 Vereenvoudiging bekostiging vanaf 2023
11
6.3 Prestatiebox.............................................
11
6.4 Subsidie studieverlof leraren
11
6.5 SWV Versterking van de basisondersteuning....
11
6.6 Medegebruik en verhuur van schoolgebouwen
11
6.7 Werkdrukmid delen............................................
12
6.8 Bestrijding onderwijsachterstanden
12
6.9 Nieuwkomers...................................
13
6.10 Passend Onderwijs.........
13
6.11 Gemeentelijke bijdragen
13
Toelichting lasten..........
14
7.1 Bestuur en beheer...........
14
Administratiekantoor.
14
Huisvesting bestuurskantoor
14
7.
7.2 Huisvesting scholen..........................................................
14
7.3 Gezamenlijke activiteiten.................................................
15
Ziektevervanging voor eigen rekening...............................
15
Participatiefonds - modernisering vanaf 1 augustus 2021
16
7.4 Materiële schoolbegroting...............................................
16
2
7.5 Personele schoolbegroting- geoormerkte formatie 7.6 Personele schoolbegroting - reguliere formatie
17
.
17
8.
Meerjarenperspectief...............................................
18
9.
Meerjaren onderhoud..............................................
19
10.
Investeringsplannen.............................................
20
11.
Kasstroomprognose .............................................
21
3
Inleiding Voor u ligt de meerjarenbegroting voor de periode 2022-2025. Basis voor deze raming is het Koersplan 2020-2024 en de begrotingsbrief (29 juni 2021) waarin de kaders voorde meerjarenbegroting zijn beschreven. Beide zijn als bijlage opgenomen bij dit document. Er is gekozen voor een presentatie van de begroting op een wijze, die afwijkt van de wijze waarop de voorgaande jaren de begroting is voorgelegd. Deze wijziging komt voort uit de (financiële) ontwikkelingen waar alle schoolbesturen mee te maken hebben en krijgen, namelijk: • • • •
De toegekende middelen in het kader van het Nationaal Programma Onderwijs voorde schooljaren 2021-2022 en 2022- 2023. De toegekende middelen in het kader van de arbeidsmarkttoelage. De vereenvoudiging van de bekostiging van het Primair onderwijs vanaf het kalenderjaar 2023. Het vervallen van de vordering OCW.
Deze maatregelen hebben wisselende effecten op het resultaat en daarmee de hoogte van het eigen vermogen van OPOPS. In de begroting is getracht die gevolgen zo duidelijk mogelijk weer te geven.
In de volgende hoofdstukken komen aan de orde: 1. Het koersplan 2020-2024; 2. De leerlingtelling op 1 oktober 2020 en 2021 en de prognose voor de jaren erna; 3. De gebruikte financiële parameters en eventuele aannames; 4. De meerjarenbegroting; 5. Ontwikkeling van het eigen vermogen; 6. Toelichting van de baten; 7. Toelichting van de lasten; 8. Het meerjaren onderhoudsplan; 9. Het meerjaren investeringsplan; 10. De kasstroomprognose.
4
1. Koersplan en kaderbrief Ons motto is 'De toekomst is van ons allemaal!'. Daarmee geven wij aan dat wij alleen samen kunnen zorgen voor een mooie toekomst voor onze leerlingen. Wij als professionals samen met ouders, leerlingen, gemeenten en onze samenwerkingspartners, waaronder de andere scholen in de regio, jeugdzorg en kinderopvang.
Vanuit een bewogen periode, zowel onderwijsinhoudelijk als financieel, hebben wij nieuwe ambities opgesteld passend bij waar OPOPS voor staat en ambities die realiseerbaar zijn binnen de financiële kaders. Missie
ouvze witssle Is ouvze leertlwgew voor te bereiden op ee^vplete
de
sakwewlevlkLg uvu ew luv de toel'aomst. eew sakuevU-evlktg waar wce^euv ongeacht hizw herfeowcst sawcew leveuvewsantert vormgeverv aauv die saku.ekvlevi.kvg. Hiervoor Is wederzijds respect erv betrofetervhetd op elkaar
kvodlg.
Visie
Qoed oktderwys gaat owc het okvtwLfefeelekvv«kt riatgewe wat goed us voor het fei-ktd euv de sawieuttevu^g. rut reaLt-serew wy door o^vderwys dat zi-oh richt op
voorbereldikig op de sawiertle\/Lvvg, optlwiaLlserlv^g vai/vtaLe»AtoiAtwLlekeLü'vg
e^v owtwlfeloeLLkvg va^v eewelgew Ideuvtltelt waar verdraagzaaiotheld onderdeel vok ultwtaafet.
Vanuit onze missie en visie werken wij aan onze ambities op de volgende vier thema's;
• •
• •
Toekomstgericht onderwijs: goed onderwijs waarbij we leerlingen voorbereiden op een plek in de samenleving nu en in de toekomst; De kracht van de professional: goed onderwijs wordt gegeven door goede leerkrachten. Leraren en andere onderwijsprofessionals worden gestimuleerd en gefaciliteerd om zich door te ontwikkelen in hun expertise; De noodzaak van goed financieel beleid en beheer: om onze ambitie waar te maken, is het noodzakelijk dat we een gezonde financiële basis hebben; Inspirerende en veilige schoolgebouwen: de schoolgebouwen zijn veilig en de uitstraling en inrichting zijn passend bij de visie en het onderwijsconcept.
5
1. 1 oktobertelling 2021 en prognose School De Wilgen Roald Dahl Henri Dunant De Knotwilg De Leilinde De Viermaster Anne Frank_____ 't Kofschip De Wielen Totaal Papendrecht Sliedrecht
1 o kt. 2020 154 234 198
Werkelijk 1 okt. 2021 156 235 195
291
1,3% 0,4% -1,5%
1 okt. 2022 152 236 200
Prognose 1 okt. 2023 156 230 198
1 okt. 2024 153 236 200
293
0,7%
275
260
265
177
177
0,0%
180
185
185
310
262
-15,5%
260
252
232
201
209
4,0%
195
195
195
185 104 1854
194 95 1816
4,9% -8,7% -2,0%
200 95 1793
200 98 1774
200 100 1766
1268 586
1230 586
-3,0% 0,0%
1205 588
1190 584
1177 589
A%
De daling van het aantal leerlingen per 1 oktober 2021 ten opzichte van het jaar ervoor is vooral toe te schrijven aan een tweetal scholen, namelijk De Viermaster en De Wielen. Deze daling wordt slechts deels gecompenseerd door de stijging op Anne Frank en 't Kofschip. Voor de prognose is allereerst gekeken naar de voorspelling van de schooldirecteuren: zij weten wat er speelt in hun school en in de wijk. Daarnaast is gekeken naar de beschikbare gegevens vanuit de Gemeenten, de prognose zoals gepubliceerd op Scholen op de Kaart en de prognose van het Arbeidsmarktplatform. De verwachting is dat de populatie van OPOPS de komende drie jaar met 2,8% zal dalen naar 1766 leerlingen. Deze daling is geheel toe te schrijven naar de scholen in Papendrecht, waar de daling t.o.v. 1 oktober 2020 7,2%. Volgens prognoses van de gemeente daalt het aantal kinderen echter met 17,5%, waardoor het marktaandeel van OPOPS stijgt. In Sliedrecht is de prognose van de gemeente dat het totaal aantal leerlingen zal stijgen met 3,5%. Hier daalt het marktaandeel dus heel licht.
De inkomsten van OPOPS zijn voor het overgrote deel afhankelijk van het aantal ingeschreven leerlingen op de teldatum 1 oktober (Rijksbijdragen). De 1 oktobertelling 2020 bepaalt de personele bekostiging voorde periode januari-juli 2022. De 1 oktobertelling 2021 bepaalt de personele bekostiging voor de periode augustus-december 2022 en de materiële bekostiging 2022. Met ingang van 1 januari 2023 zal er een vereenvoudiging van de bekostiging plaatsvinden. Vanaf dat moment wordt als teldatum 1 februari gehanteerd. Vanwege de vergelijkbaarheid van de cijfers is er in bovenstaande opstelling op de cijfers per 1 oktober van een jaar te gebruiken. Andere indicatoren zijn de gewogen gemiddelde leeftijd van het onderwijzend personeel en de achterstandsscores van de scholen. Deze laatste vervangt sinds 1 augustus 2019 het leerlinggewicht op basis waarvan voorheen de onderwijsachterstandsmiddelen werden toegekend.
6
De bekostiging wordt gekoppeld aan de zes brinnummers1. Met die bekostiging houdt OPOPS negen zelfstandige scholen in stand.
3. Financiële parameters en aannames In de begroting zijn de meest recente gepubliceerde bekostigingsgegevens gebruikt:
Regeling vaststelling van de bedragen materiële instandhouding van het basisonderwijs, Tweede regeling personele bekostiging primair onderwijs voor het schooljaar 20202021; De meeste recente premies Vervangingsfonds en Participatiefonds; Voor de gewogen gemiddelde leeftijd (OP) is uitgegaan van de vastgestelde leeftijd op 1 oktober 2020, de voorlopige leeftijd op 1 oktober 2021 en de prognose op basis van het zittende personeel (bron Raet personeels- en salarisadministratie); De gepubliceerde ABP-premies (ouderdoms- en nabestaandenpensioen en arbeidsongeschiktheid) zijn verwerkt. De nieuwe CAO-afspraken hebben geresulteerd in een stijging van de lonen en daarmee gepaard gaande loonkosten van 2,25%. Deze stijging is verwerkt in de cijfers.
4. Meerjarenbegroting In de inleiding is aangegeven, dat er buiten reguliere middelen vanaf 2021 extra middelen zijn toegekend in het kader van het Nationaal Programma Onderwijs en de arbeidsmarkttoelage. Alhoewel de berichtgeving hierover doet voorkomen dat het hier om doelsubsidies gaat, gaan de toegekende bedragen deel uitmaken van de lumpsum en dient verantwoording ook op eenzelfde wijze plaats te vinden. Dit betekent dat de baten, die zijn gebaseerd op schooljaren, worden toegerekend aan de desbetreffende kalenderjaren op de bekende manier van 5/12e en 7/12e. Aangezien echter de uitgaven niet gelijk lopen met deze periodisering, zijn er per kalenderjaar (grote) verschillen te verwachten tussen baten en lasten, die dienen te worden meegenomen in het resultaat en daarmee in het eigen vermogen. Om de baten en lasten wel goed te monitoren zullen de resultaten gedurende de jaren verwerkt worden in bestemmingsreserves per school en bovenschools. Naast deze extra middelen krijgt het Primair Onderwijs in 2023 te maken met een vereenvoudiging van de bekostiging, waarbij het aantal indicatoren aanzienlijk zal worden teruggebracht.
Daarnaast heeft het Ministerie besloten, dat de vordering, die door schoolbesturen elk jaar per 31 december wordt opgenomen in de jaarrekening per 31 december 2022 vervalt en dat het negatieve effect daarvan dient te worden opgenomen in de cijfers van 2022. Dit negatief effect wordt echter wel buiten beschouwing gelaten in het toezicht en de beoordeling van de signaleringswaarden.
1 BRIN = De Basisregistratie Instellingen (BRIN) is een register dat door het Nederlandse Ministerie van OCW wordt uitgegeven en alle scholen en aanverwante instellingen bevat.
7
Om de effecten van bovengenoemde factoren duidelijk zichtbaar te maken is de exploitatierekening hierna gespecificeerd in: • • • •
Reguliere bedrijfsvoering NPO-middelen Arbeidsmarkttoelage Vervallen vordering OCW
De vereenvoudigde bekostiging, die voor OPOPS in 2023 een negatief effect heeft van ongeveer € 128K is opgenomen in de reguliere bedrijfsvoering
4.1 Reguliere bedrijfsvoering Exploitatie overzicht (€1.000)___________________ Baten_____________________ Rijksbijdragen______________ Overige overheidsbijdragen Overige baten______________ Totale baten
Lasten__________ Personele lasten Afschrijvingen Huisvestingslasten Overige lasten Totale lasten Resultaat
Realisatie 2020
Begroot 2021
2022
MJB 2022-2025 2024 2023
2025
11.909 ____ 67 184 12.160
11.595 11.597 ____ 49 ____ 49 132 139 11.776 11.785
11.471 ____ 49 141 11.661
11.309 ____ 49 143 11.501
11.279 ____ 49 143 11.471
9.699 259 961 819 11.738
9.624 266 968 718 11.576
9.627 258 959 739 11.583
9.608 257 959 733 11.557
9.562 246 959 734 11.501
9.534 246 959 731 11.471
422
200
202
104
0
O
Totale Prognose beschikking 2021
2022
MJB 2022-2025 2023 2024
2025
4.2 NPO-middelen Exploitatie overzicht (€1.000)___________ Baten_____________ Rijksbijdragen_____ Totale baten
Lasten__________ Personele lasten Afschrijvingen Huisvestingslasten Overige lasten Totale lasten Resultaat
2.891 2.891
684 684
1.478 1.478
729 729
O
O
546 12 0 53 611
1.181 ___ 38 ____ 0 144 1.363
583 43 0 86 712
0 37 0 29 66
0 37 0 29 66
73
115
17
-66
-66
8
4.3 Arbeidsmarkttoelage Exploitatie overzicht (€1.000)_______________ Baten__________________ Rijksbijdragen__________ Totale baten
Totale Prognose beschikking 2021
2022
44 44
61 61
43 43
MJB 2022-2025 2023 2024
2025
0
O
O
62 62
o
o
1
-1
0
0
o
Totale Prognose beschikking 2021
2022
MJB 2022-2025 2023 2024
2025
105 105
Lasten_________ Personele lasten Totale lasten
Resultaat
4.3 Vervallen vordering op OCW Exploitatie overzicht (€1.000)___________ Baten_____________ Rijksbijdragen______ Totale baten
-565 -565
2 o
-565 -565
Lasten_________ Personele lasten Totale lasten
2
2
o
Resultaat
O
0
O
o
o
o
o
o
-565
O
O
O
MJB 2022-2025 2023 2024 104 ___ 0 17 -66
2025 ___ 0 -66
4.4 Recapitulatie resultaat Exploitatie overzicht (€1.000)_________________ Reguliere bedrijfsvoering NPO-middelen____________ Arbeidsmarkttoelage_____ Vervallen vordering OCW Totaal resultaat
Begroot Prognose 2021 2021 200 293 ______ 73 1
200
367
2022 202 115 -1 -565
-249
121
-66
-66
9
5. Ontwikkeling van het eigen vermogen Om de hiervoor berekende resultaten zo goed mogelijk te kunnen volgen, worden de saldi van de diverse extra geldstromen via bestemmingsreserves verwerkt. Het eigen vermogen van OPOPS laat dan de volgende ontwikkeling zien:
Ultimo (bedragen x€ 1.000) 2020 2021* Algemene reserve_________ 1.393 1.686 Bestemmingsreserves______ 278 362 Totaal eigen vermogen_____ 1.671 2.037 Weerstandsvermogen 13,7% 16,4% (EV/totale baten)__________ Weerstandsvermogen excl. 4,0% 1,4%% MVA______________________ * O.b.v. de tussentijdse rapportage september2021.
2022 1.322 465 1.787 13,5%
2023 1.426 483 1.909 15,4%
2024 1.426 417 1.843 16,0%
2025 1.426 351 1.777 15,5%
2,2%
3,3%
3,0%
2,4%
Vanwege het eerdergenoemde "karakter" van de NPO-gelden (doelsubsidie) en het monitoren daarvan worden de verschillen opgenomen in bestemmingsreserves op schoolniveau en bovenschoolsniveau. Met de GMR is afgesproken, dat de verdeling van de middelen tussen schoolniveau en collectief budget80/20 zal zijn.
10
6. Toelichting baten 6.1 Lumpsum De lumpsum bestaat uit de personele bekostiging, de vergoeding voor materiële instandhouding en het budget personeels- en arbeidsmarktbeleid (PAB). Deze middelen worden door het Ministerie van OCW berekend op basis van de leerlingtelling en de gewogen gemiddelde leeftijd van het onderwijzend personeel. De lumpsum is niet geoormerkt (met uitzondering van de werkdrukmiddelen die deel uitmaken van het budget voor personeels- en arbeidsmarktbeleid), dat wil zeggen dat middelen die bijvoorbeeld worden ontvangen voor materiële instandhouding mogen worden ingezet voor personele uitgaven en vice versa.
6.2 Vereenvoudiging bekostiging vanaf 2023 In oktober 2021 is definitief aangekondigd dat de lumpsum bekostiging (personeel, materieel en budget personeel en arbeid) zal worden vereenvoudigd per 1 januari 2023. Vanaf dat moment wordt het aantal parameters op basis waarvan de bekostiging wordt berekend sterk teruggebracht. Zo verdwijnt het onderscheid tussen onder- en bovenbouw en de gewogen gemiddelde leeftijd van het onderwijzend personeel.
Er zal naar alle waarschijnlijkheid een overgangsperiode van drie jaar gaan gelden. Op basis van de laatste modellen van het Ministerie van OCW zal dit betekenen dat OPOPS iets minder middelen zal ontvangen (na de overgangsregeling voor het kalenderjaar 2023 circa € 128 K). In de modellen is nog geen rekening gehouden met een compensatie van de teruggang.
6.3 Prestatiebox Dit betreft een bedrag per leerling en is bestemd voor het realiseren van doelstellingen en afspraken uit het Bestuursakkoord 2012, het Regeerakkoord en het Nationaal Onderwijsakkoord. De vier actielijnen uit dat bestuursakkoord zijn:
•
Talentontwikkeling door uitdagend onderwijs Een brede aanpak voor duurzame onderwijsverbetering Professionele scholen Doorgaande ontwikkellijnen
De Prestatiebox wordt niet geoormerkt ingezet.
6.4 Subsidie studieverlof leraren Het schoolbestuur ontvangt subsidie om leraren, die middels een lerarenbeurs een opleiding volgen, tijdens hun studieverlof te vervangen. In de begroting zijn nog middelen opgenomen. De subsidie wordt geoormerkt ingezet.
6.5 SWV Versterking van de basisondersteuning OPOPS ontvangt € 80,- per leerling van het samenwerkingsverband om de basisondersteuning op de scholen te versterken. Dit bedrag zal de komende jaren toenemen tot circa € 92,- per leerling in het schooljaar 2024-2025. Zie ook paragraaf 6.10.
6.6 Medegebruik en verhuur van schoolgebouwen In ieder schoolgebouw wordt de aanwezigheid van Kinderopvang Wasko gefaciliteerd. Wasko verzorgt de peuterspeelzaal, de voorschoolse- en naschoolse opvang en, in een
11
tweetal gebouwen, tevens de kinderopvang voor 0-4 jarigen. De ontvangen huur is opgenomen in de begroting in overeenstemming met de afgesloten overeenkomsten.
6.7 Werkdrukmiddelen Sinds het schooljaar 2018-2019 ontvangen schoolbesturen een bedrag per leerling voor de vermindering van werkdruk (€ 251,- per leerling per schooljaar). Al maken deze gelden deel uit van het budget personeels- en arbeidsmarktbeleid, ze hebben een aparte status: teams bepalen in overleg met hun directeur hoe deze middelen worden ingezet. De personeelsgeleding van de medezeggenschapsraad (MR) heeft instemmingsrecht op het bestedingsplan. Achteraf wordt de besteding verantwoord in de MR. In de begroting zijn deze middelen apart zichtbaar. De formatie (in- of extern) die hiervan wordt betaald is eveneens apart zichtbaar.
6.8 Bestrijding onderwijsachterstanden Met ingang van het schooljaar 2019-2020 geldt een nieuwe bekostiging voor het bestrijden van onderwijsachterstanden. Voorheen werden de middelen toegekend op basis van het opleidingsniveau van de ouders. Nu is deze bekostiging gebaseerd op een achterstandsscore per school die wordt bepaald aan de hand van een door het CBS berekende achterstandsscore per ingeschreven leerling op de school. Omdat er een drempel wordt toegepast, ontvangt niet iedere school middelen voorde bestrijding van onderwijsachterstanden. School______________ De Wilgen/Roald Dahl Henri Dunant________ De Knotwilg_________ De Leilinde__________ De Viermaster_______ Anne Frank_________ 't Kofschip/De Wielen Totaal
Score 1/10/2020 _________ 387,72 _________ 153,78 ___________ 0,00 __________ 31,58 _________ 207,98 _________ 579,48 ___________ 0,00 1.360,54
De Wilgen en de Roald Dahl hebben een gezamenlijk brinnummer. De Roald Dahl is geen officiële nevenvestiging van De Wilgen. Daarom is het vanuit de beschikking niet mogelijk de achterstandsscore te splitsen over de twee scholen. In de uitwerking is er voor gekozen om een eigen verdeling te hanteren, waarbij de Roald Dahl alleen de vaste voet krijgt gebudgetteerd. Voor de achterstandsmiddelen is gekozen voor de verdeling 2/3 voor De Wilgen en 1/3 voor de Roald Dahl.
Tot en met het schooljaar 2020-2021 werden de middelen verdeeld volgens de afspraken in het allocatiebeleid van OPOPS. Dit hield in, dat iedere school een vaste voet van € 15K ontving en de rest werd verdeeld volgens de oude gewichtenregeling (met als peildatum 1 januari 2018). In de evaluatie van het allocatiebeleid in het voorjaar van 2021 is besloten om deze verdeling te herzien met ingang van het schooljaar 2022-2023 met een overgangsregeling voor het schooljaar 2021-2022. Wij willen de inzet van deze gelden op basis van inhoudelijk beleid verdelen. Het uitgangspunt is dat iedere school te maken heeft met achterstandsleerlingen alleen verschilt het in de mate waarin. Daarom krijgt iedere school een vaste voet voor het realiseren van een aanbod. Daarnaast zal het geld verdeeld worden op basis van de achterstandsscore.
12
De nieuwe regeling luidt als volgt: • •
Iedere school van OPOPS ontvangt een vast bedrag van € 17.500; Het resterende bedrag (totaalbedrag minus 9x de vaste voet) wordt verdeeld op basis van de achterstandsscore.
De overgangsregeling houdt in dat scholen, die er in de nieuwe regeling op achteruitgaan, voor het schooljaar 2021-2022 minimaal het bedrag van het schooljaar 2020-2021 zullen ontvangen. Dit is voor OPOPS budgetneutraal mogelijk door de verhoging van de achterstandsgelden.
6.9 Nieuwkomers Voor nieuwkomers die minder dan twee jaar in Nederland zijn (in de NPO-periode verlengd naar 4 jaar), kan een extra bekostiging worden aangevraagd op vier telmomenten in het schooljaar. Het is vooraf lastig in te schatten of en waar deze leerlingen instromen. Daarom is terughoudend begroot: € 60 K per jaar. Deze middelen worden ingezet voor het (deels) faciliteren van een wereldklas op DBS Anne Frank.
6.10 Passend Onderwijs OPOPS scholen ontvangen diverse middelen om passend onderwijs vorm te geven / te versterken en leerlingen, die extra ondersteuning nodig hebben, dat te bieden. Deze worden slechts begroot wanneer zeker is dat ze worden ontvangen.
Begroot 2021:_______________________________________________________ SWV - middelen ter versterking van de basisondersteuning_____________ SWV - middelen voor extra ondersteuning aan individuele leerlingen, toe te kennen door de bovenschoolse IB-coördinator_______________________ SWV - bijdrage wereldklas DBS Anne Frank___________________________ Totaal
(x € 1.000) _______ 147 100
25 272
Alle middelen van het SWV zijn "geoormerkt" en worden als zodanig begroot en ingezet.
6.11 Gemeentelijke bijdragen Tot en met 2021 ontving OPOPS een bijdrage van € 33 K van de Gemeente Sliedrecht voor de schakelklas2 op de Wilgen en € 11 K voor de Henri Dunant. Er is voor 2022 terughoudend begroot: € 15 K per kalenderjaar, omdat dit bedrag afhankelijk is van de jaarlijkse toezegging van de gemeente.
Sinds 2020 ontvangt OPOPS van de diverse gemeenten van herkomst een bedrag van € 2.250,- per leerling voor de wereldklas. In de begroting is uitgegaan van een groepsgrootte van 15 leerlingen.
2 Schakelklassen zijn klassen voor basisschoolleerlingen met een grote achterstand in de beheersing van de Nederlandse taal. In de schakelklas krijgen deze leerlingen een jaar lang intensief taalonderwijs.
13
7. Toelichting lasten 7.1 Bestuur en beheer Het bestuur is eigenaar van het budget bestuur en beheer. Hieronder vallen de uitgaven voor de raad van toezicht, het bestuur, het bestuurskantoor en de centrale uitgaven zoals administratiekantoor, accountant en contributies aan sectororganisaties. Begroot 2022:______________________________________________________ Personele lasten (medewerkers in dienst, externe inhuur, overige lasten) Afschrijvingen______________________________________________________ Huisvesting en facilitair, incl. stelpost verhuizing_______________________ Administratiekantoor, licentiekosten, accountant_______________________ Contributies sectororganisaties, verzekeringen_________________________ Deskundigenadvies__________________________________________________ Overige kosten bestuur en beheer____________________________________ Totaal
(x € 1.000) _______ 424 _________ 3 ________ 27 _______ 160 ________ 34 ________ 25 ________ 10 683
Administratiekantoor Zowel de financiële als de personeels- en salarisadministratie van OPOPS worden verzorgd door Groenendijk Onderwijsadministratie (GOA) te Sliedrecht. OPOPS heeft de in de voorgaande jaren gebruikte licentie AFAS inmiddels opgezegd.
Huisvesting bestuurskantoor Het bestuurskantoor is gevestigd aan de Poldermolen 12 te Papendrecht. Deze locatie scoort laag op uitstraling en veiligheid (Corona). Verder is voorzien, dat het pand binnen afzienbare tijd gesloopt gaat worden in het kader van de plannen met dit gebied. Het bestuur is voornemens te verhuizen naar een andere locatie voor juni 2022 (einde huurperiode). Inhuizing in één van de scholen, zonder bovenmatige investeringen, is helaas niet mogelijk. Daarom wordt gezocht naar betaalbare alternatieven in de regio.
7.2 Huisvesting scholen Huisvestingslasten worden begroot op basis van de realisatie in het voorgaande jaar en beschikbare aanvullende informatie. De budgetverantwoordelijkheid voor de huisvestingslasten ligt sinds 2019 niet meer bij de schooldirecties. Daarom worden deze geboekt op een gezamenlijke kostenplaats. Begroot 2022:_____________________ Dotatie voorziening groot onderhoud Contract- en klachtenonderhoud Energie en water__________________ Schoonmaak en hygiëne___________ Heffingen en afvalverwijdering_____ Tuinonderhoud____________________ Beveiliging________________________ Overig____________________________ Afschrijvingen_____________________ Totaal
(x € 1.000) ________ 307 _________ 87 ________ 200 ________ 284 _________ 28 _________ 19 _________ 10 _________ 10 __________ 5 950
De dotatie aan de voorziening groot onderhoud is gebaseerd op het in september 2020 geactualiseerde meerjaren onderhoudsplan voorde komende 20 jaar.
14
De huisvestingslasten van de OPOPS-scholen zijn relatief hoog (2022: 8,2% van de totale lasten). Omdat de huisvestingslasten deel uitmaken van de gezamenlijke begroting, is hierop sturen door directeuren niet eenvoudig. In de eerste evaluatie van het allocatiemodel in het voorjaar van 2021 is onderzocht of alle componenten, met uitzondering van de dotatie aan de voorziening groot onderhoud, ondergebracht kunnen worden in het materiële schoolbudget, zodat het eigenaarschap voor deze lasten bij de schooldirectie komt te liggen. Dit onderzoek heeft niet geleid tot een wijziging in het allocatiemodel. Gezien de vereenvoudiging van de bekostiging per 1 januari 2023 zal het allocatiemodel in 2022 dienen te worden geëvalueerd.
7.3 Gezamenlijke activiteiten_________________________________ Het bestuur en de schooldirecteuren zijn samen eigenaar van het budget gezamenlijke activiteiten. Hieronder vallen o.a. de personele uitgaven inzake vervanging tijdens verzuim en verlof, gezamenlijke functies (bovenschoolse ICT/privacy, de wereldklas voor nieuwkomers, kwaliteitsfunctionaris).Begroot 2022:________________________________ Gemeenschappelijke functies en loonkosten (w.o. verlof duurzame inzetbaarheid) _________________________ Ziektevervanging eigen rekening___________________________________ Vervangingsfonds premie bedrijfsgezondheidzorg____________________ Participatiefonds (na modernisering) bijdrage uitkeringen_____________ Professionalisering directies en gezamenlijke scholing_________________ Bedrijfsgezondheidszorg en BHV____________________________________ Transitievergoedingen______________________________________________ Individuele HR-trajecten, outplacement e.d._________________________ Dotatie voorziening jubilea_________________________________________ Werving__________________________________________________________ GMR______________________________________________________________ Ontwikkeling kwaliteitszorgsysteem (stichting-breed)_________________ Afschrijvingen_____________________________________________________ Overige kosten____________________________________________________ Totaal
(x€ 1.000)
345
400 __ 3 20 51 36 15 15 15 15 5 5 4 10 939
Ziektevervanging voor eigen rekening Op 1 april 2019 is besloten dat OPOPS met ingang van 1 januari 2020 eigen risicodrager voor de ziektevervanging wordt met een herverzekering bij het Vervangingsfonds via een zogenaamde "financiële variant" met een eigen risico van 14 wachtdagen. Omdat het kortdurende verzuim tijdens de Coronacrisis sterk is gestegen en er een nijpend tekort is aan bevoegde vervangers die voor vergoeding in aanmerking komen, heeft deze keuze financieel ongunstig uitgepakt voor OPOPS. Daarom heeft OPOPS in 2021 niet langer gebruik gemaakt een financiële variant. De financiële ruimte, die ontstaan is uit de daling van de premie, is verhoogd meteen "eigen bijdrage" waardoor er in de begroting voor 2021 een bedrag is opgenomen voor kosten ziekteverzuim van € 400K. Uit de tussentijdse rapportages in 2021 en de prognose voor het gehele jaar blijkt dat dit budget net voldoende is. Er is daarom voor gekozen om het budget voor de komende jaren ook op dit niveau te houden. Het terugdringen van het ziekteverzuim naar het landelijk gemiddelde blijft een belangrijk doel om de kosten voor de ziektevervanging zoveel mogelijk te beperken. Het verlagen van de vervangingskosten zal daarnaast ook lastig zijn vanwege het lerarentekort en de daarmee gepaard gaande inzet van zzp-ers.
15
Participatiefonds - modernisering vanaf 1 augustus 2021 Het onderwijs is eigenrisicodrager voor de werkloosheid. Middels de premie die schoolbesturen aan het Participatiefonds (Pf) betalen, worden de werkloosheidskosten collectief gedragen, mits is voldaan aan de complexe regelgeving van het Pf, de zogenaamde instroomtoets. Het Participatiefonds is gemoderniseerd. Vanaf augustus 2021 betaalt het schoolbestuur altijd een eigen bijdrage van 50% van de werkeloosheidskosten in geval van een ontslag. Dit geldt bij elk ontslag (einde dienstverband) dat tot werkloosheidskosten leidt. Voldoet het ontslag aan één van de beëindigingsgronden in het reglement en voldoet het schoolbestuur aan de inspanningsverplichting om het ontslag te voorkomen, dan kan het bestuur een verzoek indienen om de eigen bijdrage te verlagen naar 10%. Duidelijk is dat de nadruk moet liggen op het voorkomen van werkeloosheid. Het komende jaar zal worden gewerkt aan bewustwording bij de directeuren, omdat zij hierin een belangrijke rol kunnen hebben hebben. Vanaf 2021 heeft OPOPS een bedrag opgenomen in de meerjaren begroting: in 2021 € 10 K, de jaren erna € 20 K.
7.4 Materiële schoolbegroting De middelen voorde materiële schoolbegroting (€ 885 K) zijn opgebouwd uit een vaste voet per school (€ 24,4 K) en een bedrag per leerling (€ 359,-).
Binnen de materiële schoolbegroting is een minimumbedrag voor nascholing, vervanging bij afwezigheid door nascholing of co-teaching en professionalisering gereserveerd conform hetgeen is beschreven in de CAO PO (artikel 9.3 en 9.8, € 600,- per FTE OP en OOP). De scholing van directeuren en gezamenlijke scholingsactiviteiten zijn gebudgetteerd in het gezamenlijke budget. Hiervoor draagt iedere school een stukje van het materiële schoolbudget af. Binnen de materiële schoolbegroting is een bedrag voor de facilitering van de MR opgenomen conform hetgeen is beschreven in bijlage All van de CAO PO, waarbij 50% van dit bedrag is bestemd voor de GMR en derhalve is opgenomen in het budget gezamenlijke activiteiten. Schoolgrootte 0-250 leerlingen 250-500 leerlingen Totaal OPOPS
Bedrag per school ___________ € 927 € 1.545 € 9.574
50% t.b.v. MR € 463,50 € 772,50 € 4.787
50% t.b.v. GMR ______ €463,50 ______ € 772,50 C4.787
Scholen zijn vrij in de verdeling van de resterende middelen over de diverse kostenposten (afschrijvingen als resultante van de aanwezige activa en goedgekeurde investeringen, leermiddelen, ICT etc.) mits de onderwijskwaliteit op peil blijft en er wordt gehandeld binnen het inkoopbeleid en de geldende wet- en regelgeving.
16
7.5 Personele schoolbegroting - geoormerkte formatie De middelen die worden ontvangen voor werkdrukvermindering (€ 251,- per leerling) en eventuele leerlingarrangementen worden gelabeld ingezet op de scholen. Scholen (het team in samenspraak met de gemandateerd IB-er) kiezen zelf welke functie/medewerker zij inzetten. De inzet van werkdrukmiddelen wordt zowel vooraf (plan) als achteraf (besteding) beoordeeld door de personeelsgeleding van de MR.
Behalve werkdrukmiddelen worden ook de overige geoormerkte baten (paragraaf 4.2) direct aan de school toegekend.
7.6 Personele schoolbegroting - reguliere formatie Dit is de sluitpost in de begroting. De verdeling van de bedragen vindt plaats op basis van de afspraken in het allocatiebeleid. OPOPS heeft zes brinnummers maar in de praktijk negen zelfstandige scholen. Het is een bewuste keus om iedere school een zelfstandige onderwijskundige eenheid te laten zijn. Ouders voelen zich verbonden met de school en niet met de brinnummers. Dit geldt ook voor het personeel op de school. Naast de OPOPS-visie en de koers die we met elkaar varen, kent iedere school haar eigenheid en past het onderwijs aan op de behoefte van de leerlingen en ouders uit de wijk. Dit betekent dat we een bedrag in de vorm van een vast voet beschikbaar stellen voor alle negen scholen van OPOPS.
Het beschikbare bedrag (€ 6.797 in 2022) wordt als volgt verdeeld over de scholen: • •
Iedere school ontvangt een vaste voet van € 85 K (ongeveer gelijk aan 0,6 FTE directievoering en 0,3 FTE intern begeleiding Lil); Het resterende bedrag wordt verdeeld op basis van het aantal leerlingen: o 1/10/2021 voor de eerste 7 maanden van 2022 o Prognose 1/10/2022 voor de laatste 5 maanden van 2022 o Prognose 1/10/2022 voor het schooljaar 2022-2023
Voor het kalenderjaar 2022 volgt hieruit de volgende begrote inzet.
(x € 1.000) OPOPS
_______ Kalenderjaar 2022 in € geoormerkt Regulier 1.252 6.797
totaal 8.049
________ Kalender 2022 in fte geoormerkt regulier 17,2 93,6
In de evaluatie van het allocatiemodel is geconstateerd, dat de mogelijke overgang naar budgetten gebaseerd op werkelijk loonkosten toekenning geen haalbare kaart is. Dit betekent dat er zal blijvend gewerkt worden met een omrekening naar aantal FTE L10 (een gemiddelde lasten voor een full time leraar L10 bij OPOPS).
De scholen bepalen zelf hoe zij hun formatieve budget inzetten, passend bij het onderwijsconcept, de leerlingpopulatie en de lopende personele verplichtingen. De kwaliteit van het onderwijs staat daarbij voorop. Een deel kan worden ingezet voor externe inhuur, bijvoorbeeld voor bewegingsonderwijs of het continurooster. In het voorjaar van 2022 wordt de personele begroting 2021-2023 uitgewerkt in schoolformatieplannen voor dat schooljaar. Het schoolformatieplan wordt, samen met het bestedingsplan werkdrukmiddelen, conform de WMS, voorgelegd aan de P-MR van iedere school.
17
totaal 110,8
8. Meerjarenperspectief Het leerlingenaantal van OPOPS zal de komende jaren verder dalen. In hoofdstuk 2 is aangegeven waar dit gebeurt en hoe zich die daling verhoudt tot het totaal aantal leerlingen in beide gemeenten. De daling van het aantal leerlingen op onze scholen heeft consequenties voor de inkomsten en dus voor de beschikbare formatieruimte. Het effect wordt "verzacht" door de toename van middelen vanuit het onderwijsachterstandenbeleid, de stijging van het bedrag per leerling voor de vermindering van werkdruk vanaf het schooljaar 2024-2025 en de verwachting dat een resultaatdoelstelling vanaf 2023 niet meer nodig zal zijn.
Toch moet OPOPS rekening houden met deze krimp en de formatie laten afnemen in lijn met de inkomsten. Dit wordt op een aantal manieren bereikt: beëindiging van tijdelijke dienstverbanden en uitbreidingen op de afgesproken einddatum (meestal einde schooljaar), natuurlijk verloop als gevolg van pensionering en vrijwillig (deel)ontslag, interne mobiliteit (vrijwillig en verplicht wanneer er onvoldoende vrijwillige mobiliteit ontstaat). Sinds 1 januari 2020 geldt de ketenregeling in het openbaar onderwijs: tijdelijke arbeidsovereenkomsten zijn toegestaan als er niet meer dan drie contracten in 36 maanden worden overeengekomen. Wordt het aantal contracten (3) of de duur (36 maanden) overschreden, dan ontstaat direct een contract voor onbepaalde tijd. Als tussen twee tijdelijke contracten een periode van meer dan zes maanden zit, dan ontstaat een zogenaamde 'nieuwe keten'. De ketenregeling is niet van toepassing bij ziektevervanqinq van een werknemer met lesgevende, lesgebonden en/of behandeltaken. Wel geldt ook hier de maximale termijn van 3 jaar. De ketenregeling voor arbeidsovereenkomsten is in de wet vastgelegd. In de CAO PO is echter bepaald dat onderwijspersoneel bij verlenging na 12 maanden een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd krijgt.
Gezien het dalende aantal leerlingen en de beperkt beschikbare formatieruimte, moet ten allen tijde worden voorkomen dat "per ongeluk" vaste personele verplichtingen ontstaan. Het beschikbare formatiebudget voor de scholen zal zich naar verwachting als volgt ontwikkelen:
In € (x € 1.000) In fte's
Personeel schoolbudget geoormerkt en regulier) 2022 2023 2024 2025 8.049 7.947 7.863 7.827 109,4 110,8 108,2 107,7
18
9. Meerjaren onderhoud Het meerjaren onderhoudsplan (MJOP) is in september 2020 geactualiseerd (spanne 20 jaar).
De uitvoeringsplannen voor 2022 zijn vastgesteld. De belangrijkste geplande werkzaamheden worden hier genoemd.
School_______ De Wilgen Roald Dahl Henri Dunant De Knotwilg De Leilinde De Viermaster Anne Frank 't Kofschip De Wielen Totaal
Bouwjaar 1970 2014 1992 1981 1974 2000 1994 2002 1972
Beschrijving
Uitgaven
Klein schilderwerk___________ Vouwwand, vloerafwerking Klein schilderwerk___________ Berging_____________________ Herstel kozijnen, kantelramen Schilderwerk, onderhoud dak Vloerafwerking______________ Bijdrage renovatie
€ 1.530 € 22.070 € 2.150 € 7.640 € 11.010 € 38.760 € 17.220 € 178.950 € 279.330
Ontwikkeling van de voorziening groot onderhoud (x € 1.000):
Ultimo Dotatie Onttrekking Stand
2021
307 -100 1.835
2022 307 -279 1.863
2023
307 -539 1.631
2024
307 -395 1.543
2025 307 -399 1.451
Behalve de uitvoering van het MJOP, zal een tweetal projecten voor rekening van respectievelijk de Gemeente Papendrecht en de Gemeente Sliedrecht worden uitgevoerd: • •
2022 renovatie De Wielen; 2023 vervangende nieuwbouw De Wilgen (een gebouw dat gedeeld zal worden met CBS Prins Willem-Alexander).
De opgebouwde onderhoudsvoorziening voor de school wordt volledig ingezet op het moment dat het gebouw wordt gerenoveerd of vervangen. Voor de Wielen is dat een bedrag van € 179 K in 2022, voor De Wilgen gaat het naar verwachting om een bedrag van € 196 K in 2023. Groot onderhoud aan deze gebouwen tot het moment van renovatie/nieuwbouw is in het MJOP beperkt tot het hoogst noodzakelijke.
Uitgangspunt bij de vervanging of renovatie van een schoolgebouw is dat dit volledig kan worden bekostigd door de gemeente. Er kan geen sprake zijn van een eigen bijdrage van OPOPS (onrechtmatige besteding van de lumpsum) tenzij het gaat om investeringen met het oog op duurzaamheid of de besteding van private middelen (dit laatste is niet aan de orde bij OPOPS).
19
10.
Investeringsplannen
Investeringen zijn noodzakelijk om het onderwijs te ondersteunen en eigentijds te ontwikkelen. Er is sprake van vier categorieën: • Inventaris en apparatuur (afschrijvingstermijn 7 jaar) • Meubilair (afschrijvingstermijn 20 jaar) • ICT (afschrijvingstermijn 5 jaar) • Leermethoden (afschrijvingstermijn 8 jaar) Investeringsplannen worden gemaakt door de schooldirecties en beoordeeld door het bestuur en de staffunctionaris control, financiën en facilitaire zaken waarbij wordt gekeken naar: • de liquiditeit van OPOPS; • de afschrijvingslast per leerling (op basis van aanwezige activa en geplande investeringen); • groei of krimp van het leerlingenaantal op de school - kosten van investeringen nu moeten worden gedragen door de bekostiging voor leerlingen in de toekomst; • noodzaak.
Door de in de inleiding genoemde complexiteit om te komen tot een begroting voor 2022 is er voor gekozen om de investeringsplannen van de scholen pas na het tot stand komen van de begroting van de stichting op te stellen. Voorde liquiditeitsprognose is voorlopig uitgegaan van een maximaalbedrag van € 200.000 (en gemiddelde afschrijvingslasten) op stichtingsniveau.
20
11.
Kasstroom prognose
(x € 1.000)_____________________ Liquide middelen 1 januari Saldo baten en lasten____________ Financieel resultaat______________ Nettoresultaat___________________ Afschrijvingen___________________ Mutaties dotaties voorzieningen Mutaties t.l.v. voorzieningen_____ Kasstroom uit investeringen______ Liquide middelen 31 december Mutatie liquide middelen
2021 2.135 366 ____ 0 366 266 307 -100 -380 2.594
2022 2.594 -250 ____ 0 -250 296 307 -279 -200 2.468
2023 2.468 121 0 121 300 307 -539 -150 2.320
2024 2.320 -66 _____0 -66 312 307 -395 -150 2.321
2025 2.321 -66 ____ 0 -66 312 307 -399 -150 2.326
459
-126
-148
1
5
De verhouding tussen vlottende activa (inclusief liquide middelen) en vlottende passiva moet circa 1,5 zijn (quick ratio) om de schommelingen in de kaspositie binnen een veilige bandbreedte te houden. Verwachte ontwikkeling quick ratio:
Ultimo________________________ Vorderingen en liquide middelen Kortlopende schulden__________ Quick ratio
2020 3.444 1.360 2,53
2021 3.594 1.360 2,64
2022 3.468 1.360 2,55
2023 3.320 1.360 2,44
2024 3.321 1.360 2,44
2025 3.326 1.360 2,44
21