A07. 20240917 VNG ledenbrief Landelijke monitor voortgang woningbouw_.pdf
Tekst van het document
CNJ Aan de leden
Datum 12 september 2024 Kenmerk U202400423 Lbr. 24/036 Telefoon 06-22761791 Bijlage(n) 4
Onderwerp Landelijke monitor voortgang woningbouw
Geachte leden van college en gemeenteraad, De realisatie van woningbouw heeft landelijk, regionaal en lokaal een hoge prioriteit. Het rijk streeft naar toevoeging van 100.000 woningen aan de voorraad per jaar. Er zijn in het hele land woondeals tussen de verschillende overheden gesloten om dit te bevorderen. Gemeenten hebben het beste zicht op de productie. Om te komen tot een eenduidige monitoring van de voortgang van woningbouwprojecten en de oplevering van woningen hebben de VNG, het Interprovinciaal Overleg (IPO) en het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO) interbestuurlijke afspraken gemaakt om te komen tot een Landelijke rnonitor voortgang woningbouw (LMVW). Concreet zijn er afspraken gemaakt over eenduidige definities van gegevens (Basisset 2.0, zie bijlage 2) en er zijn procesafspraken gemaakt over het omgaan met de gegevens (Dataprotocol, zie bijlage 3). Deze afspraken zijn niet alleen interessant voor rijk en provincies, maar ook voor monitoring binnen uw gemeente en binnen uw woningbouwregio. De meeste gegevens in de monitor worden aangeleverd door gemeenten. Daartoe wordt door de provincie 2 keer per jaar een uitvraag aan elke gemeente gedaan. Binnenkort is het weer zover, dan vraagt uw provincie om over alle woningbouwprojecten een aantal gegevens aan te leveren.
Deze ledenbrief is bedoeld om u erop te wijzen welke interbestuurlijke afspraken zijn gemaakt bij het verzamelen, aanleveren en door de provincies doorleveren van gegevens. Wat betekent dit voor de ambtelijke organisatie Het is niet voor het eerst dat elke provincie aan gemeenten vraagt om gegevens over woningbouwbouwprojecten. lnmiddels zijn er landelijke afspraken over de Basisset van gegevens gemaakt. In de Basisset staan de gegevens die over woningbouwplannen worden vastgelegd en
Vereniging van Nederlandse Gemeenten Nassaulaan 12 Den Haag i Postbus 30435 i 2500 GK Den Haag 070 - 373 83 93 i info@vng.nl
vng.nl
die door gemeenten worden aangeleverd. De gegevens zijn voorzien van een definitie. Aan gemeenten de vraag om deze specificaties in acht te nemen. In het Dataprotocol staan de afspraken over aanlevering en gebruik van de gegevens. Het Dataprotocol heeft twee doelen: -
samenwerking en afstemming bevorderen tussen gemeenten, provincies en een beheerorganisatie duidelijkheid bieden over beveiliging, het omgaan met niet-openbare plannen en het beschikbaar stellen van gegevens.
Bijlagen bij deze brief: 1. Informatiebrief Landelijke monitor voortgang woningbouw 2. Basisset 2.0 Landelijke monitor voortgang woningbouw 3. Dataprotocol Landelijke monitor voortgang woningbouw 4. Bijlage Invultips Vragen Bij vragen over de Basisset 2.0 kunt u contact opnemen met onze beleidsadviseur Jeroen de Leede (jeroen.deleedevng.nl; 06-22761794). Bij vragen over het Dataprotocol kunt u contact opnemen met onze adviseur digitalisering fysiek domein Paul Suijkerbuijk (paul.suiikerbuiikvnn.nl, 0620490628). Met vriendelijke groet, Vereniging van Nederlandse Gemeenten
_``~—_
-
rnr L.K. Geluk Algemeen directeur
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
2/2
i _
-
Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening
lnformatiebrief Landelijke Monitor Voortgang Woningbouw lnleiding Via de Landelijke Monitor Voortgang Woningbouw (LMVW) gaan gemeenten, provincies en het Rijk als één overheid de uitvoering van de woningbouwopgave monitoren. Dit document van de LMVW dient als een toelichting voor Rijk, provincies en gemeenten op de afspraken die de afgelopen jaren gemaakt zijn om deze samenwerking tot stand te brengen. Ontstaan van de LMVW De LMVW is ontstaan uit een samenwerking tussen de VNG, het IPO en het ministerie van BZKNRO. De eerste stap hierin was het uniformeren van de plancapaciteit monitoring. Sinds 2021 werken de overheden hiervoor samen via een stuurgroep. In opdracht van het bestuurlijk overleg Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (BO VRO) waarin de VNG, het IPO en de minister van VRO zitting hebben, werkt deze stuurgroep de landelijke monitor uit. Dit heeft in januari 2022 geleid tot een basisset met uniforme definities voor het monitoren van de plancapaciteit. Met deze eerste basisset zijn er uniforme definities vastgesteld waarmee gemeenten, provincies en Rijk het aantal woningen in plannen kunnen volgen. Deze uniforme definities zorgen ervoor dat het gemakkelijker is om data over woningbouwplannen te delen tussen de verschillende overheden. De provincies kregen de opdracht om in hun provinciale planmonitors deze definities over te nemen.
In juni 2022 kreeg de stuurgroep de opdracht om verdere uniforme definities te ontwikkelen voor de woningbouwopgaven zoals die uiteindelijk zijn vastgelegd in de regionale woondeals. In de regionale woondeals zijn eind 2022 en begin 2023 afspraken gemaakt over te realiseren woningen bruto nieuwbouw in verschillende prijssegmenten en voor verschillende doelgroepen. In samenwerking met verschillende belanghebbenden zijn bijvoorbeeld uniforme definities overeengekomen op betaalbaarheid en woningen geschikt voor ouderen. Daarnaast is de monitoring uitgebreid van enkel hoeveelheid plancapaciteit naar ook de voortgang van woningbouwplannen: van idee tot realisatie. Deze nieuwe definities zijn vastgelegd in basisset 2.0 en in het BO VRO van mei en juni 2024 vastgesteld. Om de verschillende monitoringsbehoeften en belangen rond vertrouwelijkheid van gegevens over woningbouwplannen te waarborgen hebben de VNG, IPO en BZK in 2023 en 2024 gewerkt aan een dataprotocol. In april 2024 is dit dataprotocol vastgesteld in het BO VRO. Met dit dataprotocol worden afspraken vastgelegd over hoe de data verzameld, gebruikt en gecommuniceerd mag worden. 1
Tijdlijn en afspraken Mijlpaal Januari 2022 Juli 2022 Eind 2022/ begin 2023 April 2024 Mei en Juni 2024
Eerste basisset uniforme definities Uitgangspunten van de landelijke monitor Vastlegging gemeenschappelijke woningbouwopgave in de regionale woondeals Dataprotocol LMVW Basisset uniforme definities 2.0
Werking van de landelijke monitor • • •
•
• •
De LMVW bouwt voort op de plancapaciteitsregistratie- en monitoring van de provincies. Gemeenten houden de voortgang van hun woningbouwplannen bij via een eigen, regionaal of provinciaal registratiesysteem. Twee keer per jaar vragen de provincies aan de gemeenten voor de landelijke inventarisatie plancapaciteit in het kader van de LMVW om informatie over hun woningbouwplannen aan te leveren bij de provincie. De uitvraag bij gemeenten wordt gedaan volgens de uniforme definities zoals afgesproken in het BO VRO. Provincies kunnen meer en vaker gegevens uitvragen dan waarvoor uniforme definities in het kader van de LMWV zijn ontwikkeld. De gegevens waarover uniforme definities zijn afgesproken worden voor de landelijke inventarisatie piancapaciteit door de provincies geleverd aan een databeheerder. Deze gegevens worden behandeld volgens de afspraken uit het dataprotocol. In het najaar van 2024 loopt de inventarisatie plancapaciteit via databeheerder ABF Research. Het Ministerie van VRO, provincies en gemeenten hebben toegang tot deze plangegevens binnen de grenzen die in het dataprotocol zijn vastgelegd. Onderzoekers kunnen ook toegang hebben binnen de grenzen die in het dataprotocol zijn vastgelegd. In sommige gevallen levert niet de databeheerder maar de provincie de gevraagde gegevens binnen deze grenzen.
Plangegevens gemeente
Provincie
Databeheerder
2
Wijzigingen in uniforme definities ten opzichte van de vorige basisset. Basisset 2.0 bevat drie wijzigingen ten opzichte van de vorige basisset, namelijk ten aanzien van: a) De locatie van de woningbouwplannen: voor analyse en datakoppeling zijn enkel polygonen geschikt als locatiegegevens. b) De planologische planstatus: aangepast i.v.m. de Omgevingswet en het dataprotocol. c) Prijssegmentering (betaalbaarheid) en eigendom: aangepast om aan te sluiten bij de prijssegmentering woondeals (Rijksdefinities) en toelichting op de indexering van de prijssegmenten. Hiernaast bevat het vier onderwerpen die toegevoegd zijn: d) Of het woningbouwplan gerealiseerd is: toegevoegd om inzicht te krijgen in de programma's die gerealiseerd worden en ter verbetering van de datakwaliteit. e) Of het woningbouwplan is komen te vervallen: toegevoegd ter verbetering van de datakwaliteit en voor analyses naar knelpunten. f) Het aantal tijdelijke woningen: toegevoegd om de woondeals te monitoren. hierbij is aangesloten bij definities van het CBS. g) Het aantal woningen geschikt voor ouderen: toegevoegd om de woondeafs te monitoren; hierbij is aangesloten bij de definities van de interbestuurlijke stuurgroep wonen en zorg voor ouderen.
Toelichting dataprotocol Het dataprotocol bevat afspraken over het aanleveren van de data en het gebruik van de data, bijvoorbeeld hoe om te gaan met vertrouwelijke woningbouwplannen. Het beheerprotocol is onderdeel hiervan en is nog in ontwikkeling en staat op de Roadmap.
Roadmap Voor nu (augustus 2024) verwacht de stuurgroep binnenkort te starten met de volgende items: 1. Verdere toevoegingen aan basisset: ontwikkeling Basisset 2.1: najaar 2024 2. Ontwikkeling beheerprotocol als extra onderdeel van het dataprotocol: najaar 2024 3. Datakwaliteit: verbetering en rapportage: 2024/ 2025 4. Borging landelijk beheer en toegankelijkheid data: 2024/ 2025 5. Evaluatie dataprotocol en basisset: zomer 2025 Ad 1. Naast de op dit moment te implementeren wijzigingen en toevoegingen staan nog vier punten op de agenda om (mogelijk) toe te voegen aan de basisset. Het is nog niet gelukt deze voorstellen tijdig af te ronden. Ook omdat hiervoor gesprekken met marktpartijen zinvol zijn om goed aan te kunnen sluiten bij de wereld van de 3
private belanghebbenden. De planning is deze vier punten dit najaar ter besluitvorming aan te bieden bij het BO VRO. We volgen in principe de lijn: toevoeging in de voorjaarsuitvraag van 2025 en grotendeels implementatie in de najaarsuitvraag van 2025. Deze vier punten zijn: •
•
•
•
Het toevoegen van de bij de woningbouwplannen betrokken partijen (bijvoorbeeld ontwikkelaars, woningcorporaties en zorginstellingen). Deze informatie maakt de koppeling met externe databronnen en de werkzaamheden aan de versnellingstafels makkelijker. Het toevoegen van knelpunten die bij de projecten spelen. Op dit punt loopt nog overleg met vertegenwoordigers van marktpartijen die ook deelnemen aan de versnellingstafels. Het toevoegen van 'planologische' mijlpalen in de voortgang van de planrealisatie zoals de aanvraag van een vergunning of start bouw. Daarnaast geldt dat we onderzoeken of deze informatie mogelijk automatisch 'opgehaald' kan worden zonder dat gemeenten daarmee belast hoeven te worden. Het toevoegen van 'uitvoerings.-mijlpalen. Het gaat dan om mijlpalen die spelen aan de kant van de ontwikkelaars. Denk bijvoorbeeld aan de mijlpaal "70% voorverkoop gerealiseerd". Voor dit onderwerp gaan er nog gesprekken plaatsvinden met de vertegenwoordigers van marktpartijen.
Het is de verwachting dat in de toekomst een verdere doorontwikkeling van de basisset mogelijk wordt.
Communicatie en vragen Vragen over de LMVW kunnen gesteld worden via de gebruikelijke contactpersonen van gemeenten, provincies en Ministerie van VRO. Algemene vragen aan de stuurgroep kunnen worden gesteld via e-mail: infoLMVW@minbzk.n1 Ontwikkelingen aan de LMVW zullen door de koepelorganisaties van provincies en gemeenten gedeeld worden met hun leden. Deze informatiebrief zal waar nodig geactualiseerd worden door de stuurgroep.
Bijlagen Dit document bevat 3 bijlagen: Het door BO VRO vastgestelde dataprotocol, de vastgestelde Basisset 2.0 en een document met lnvultips.
4
CINLD ip l!
Basisset 2.0 Landelijke monitoring voortgang woningbouw (LMVW) vastgesteld in BO VRO mei/juni 2024
ip ! Basisset 2.0 Landelijke monitoring voortgang woningbouw (LMVW) Woningbouwplannen dienen met onderstaande kenmerken aangeleverd te worden:
Onderwerp/ kenmerk
Bron
Gevraagde gegevens en definitle(s)
jaar- of meerjarenrapportage
n.v.t.
De aantallen dienen voor de komende 20 jaar gerapporteerd te worden. Op jaarniveau voor de komende 10 jaar en voor de 10 jaar daarna geaggregeerd over twee vijfjaarsperioden.
locatie
gemeente
Van ieder woningbouwplan dient de locatie met een polygoon zo nauwkeurig mogelijk aangegeven te worden. lndien het woningbouwplan in de loop van de tijd nauwkeuriger contouren krijgt, dan dienen de geocoOrdinaten (de polygoon) overeenkomstig aangepast te worden.
Algemeen
Woningbouwplannen dienen ongeacht het schaalniveau te worden aangeleverd, dus ook woningbouwplannen met slechts één woning. schaalniveau
n.v.t.
Gemeenten die met hun provincie afspreken kleine woningbouwplannen met minder dan 12 bruto toevoegingen niet individueel aan te leveren, kunnen deze 'kleine plannen' geaggregeerd als één woningbouwplan aanleveren. Dit conform artikel 9 van het dataprotocol. Hierbij wordt de locatie van het gemeentehuis als polygoon ingevuld.
gemeente
Woningbouwplannen zijn in principe niet vertrouwelijk. De gemeente kan echter bij een woningbouwplan met een zachte planstatus aangeven of het toch om een vertrouwelijk woningbouwplan gaat. Zodra alle onderdelen van de basisset met betrekking tot het zachte woningbouwplan bij omwonenden bekend zijn, mag een woningbouwplan niet meer het label vertrouwelijk krijgen. Dit conform artikel 6 van het dataprotocol.
bruto plancapaciteit in totaal aantal
Gemeente
Het totaal aantal woningen dat binnen het woningbouwplan volgens de planning gerealiseerd gaat worden. Realisatie kan door middel van nieuwbouw, transformatie, splitsing of een combinatie van deze. Enkel zelfstandige woningen tellen mee.
Sloop In totaal aantal
Gemeente
Het totaal aantal woningen dat binnen het woningbouwplan volgens de planning gesloopt gaat worden.
Netto plancapaciteit In totaal aantal
databeheerder
Het totaal aantal geplande toe te voegen nieuwe woningen minus het aantal geplande te onttrekken bestaande woningen.
Fasering Per jaar
Gemeente
De aantallen bruto plancapaciteit per jaar van oplevering. Voor de eerstvolgende 10 jaar per jaar. Voor de 10 jaar daarna over twee vijfjaarsperioden.
Vertrouwelijkheid
Aantallen woningen
erN.2) I ip i Plankenmerken plantype kies 1 dominant plantype
gemeente
Aangegeven dient te worden welk plantype het meest dominant is binnen het woningbouwplan. Hierbij kan uit onderstaande typen gekozen worden. Pand transformatie: Locatie waarbij door woningtoevoeging in bestaande niet-woonpanden (ver- en nieuwbouw) binnen bestaand stedelijk gebied de gebruiksfunctie van een of meerdere verblijfsobjecten in het pand verandert. Bestaande niet- woonpanden wordt hierbij niet gesloopt. Transformatiegebied: Locatie waarbij door woningtoevoeging op al dan niet bebouwde gronden (verbouw, nieuwbouw en functiewijziging) binnen bestaand stedelijk gebied de planologische functie verandert. Met uitzondering van agrarische gronden (zie uitbreiding) en verdichtingsplannen (zie verdichting). Bestaande (niet-)woongebouwen worden hierbij overwegend gesloopt en vervangen door nieuwe woongebouwen. Herstructurering: Locatie waarbij door woningtoevoeging (nieuwbouw en splitsing) en/of woningonttrekking (sloop en samenvoeging) de samenstelling van de bestaande woningvoorraad binnen bestaand stedelijk gebied verandert zonder ingrijpende wijziging van de planologische functie. Verdichting: Locatie waarbij woningen worden toegevoegd door nieuwbouw aan of op bestaande panden en op al dan niet bebouwde gronden binnen bestaand stedelijk gebied, zoals niet-woonpanden, sportvelden of groenstroken.
Uitbreiding uitleg: Locatie waarbij door woningtoevoeging (nieuwbouw) 12 of meer woningen worden gerealiseerd die er volgt buiten bestaand stedelijk gebied zijn gepland op grond die voorheen een agrarische bestemming had; ook wel uitleglocatie genoemd. Uitbreiding overig: Locatie waarbij door woningtoevoeging (nieuwbouw) 11 of minder woningen worden gerealiseerd waardoor buiten het bestaand stedelijk gebied de woningvoorraad toeneemt.
Planologische planstatus Kies 1 planologische planstatus
gemeente
Per woningbouwplan dient te worden aangegeven in welke categorie (1A tot en met 4B) het woningbouwplan valt. 1A Het bestemmingsplan voor het woningbouwplan is onherroepelijk. Er is sprake van een rechtstreekse bouwtitel OF het omgevingsplan of projectbesluit is onherroepelijk. 1B Het bestemmingsplan voor het woningbouwplan is onherroepelijk maar uitwerking is nog nodig voordat een omgevingsvergunning voor bouwen verleend kan worden. 2A Het bestemmingsplan voor het woningbouwplan is vastgesteld door de gemeenteraad maar is nog niet onherroepelijk OF het omgevingsplan of projectbesluit is vastgesteld. 2B Het bestemmingsplan voor het woningbouwplan is vastgesteld door de gemeenteraad maar nog niet onherroepelijk en er is een uitwerking nodig voordat een omgevingsvergunning voor bouwen verleend kan worden. 1C Het bestemmingsplan voor het woningbouwplan is onherroepelijk maar het woningbouwplan kan alleen via een wijziging door BenW tot stand komen op basis waarvan een bouwvergunning kan worden verleend. 2C Het bestemmingsplan voor het woningbouwplan is vastgesteld maar nog niet onherroepelijk en het woningbouwplan kan alleen via een wijziging door BenW tot stand komen op basis waarvan een bouwvergunning kan worden verleend.
3 Het bestemmingsplan voor het woningbouwplan is in voorbereiding maar nog niet vastgesteld door de gemeenteraad OF het omgevingsplan of projectbesluit is in voorbereiding (ambtelijke start). 4A Potentieel, visie: Het woningbouwplan heeft wel een locatie op het oog, er is wel een principeakkoord vanuit het college van B&W. Het bestemmingsplan voor het woningbouwplan is nog niet in voorbereiding,
erN2
ii
maar het woningbouwplan is wel opgenomen in een ruimtelijke structuur-, omgevings- en/of woonvisie. 4B Potentieel, idee: Het woningbouwplan heeft wel een locatie op het oog. er is wel een principeakkoord vanuit het college van B&W. Het bestemmingsplan voor het woningbouwplan is nog niet in voorbereiding en het woningbouwplan is niet opgenomen in een ruimtelijke structuur-, omgevings- en/of woonvisie. Harde woningbouwplannen zijn de hiervoor genoemde categorieën 1A, 1B, 2A en 2B. Zachte woningbouwplannen zijn de hiervoor genoemde categorieën 1C, 2C, 3, 4A en 4B. Soms wordt er bij gemeenten, corporaties en marktpartijen aan woningbouwplannen gewerkt zonder dat het college van B&W zich daarover al positief heeft uitgesproken, of dat er een concrete locatie op het oog is. Om gemeenten eenduidigheid aan te rijken krijgen dergelijke woningbouwplannen in de basisset ook een categorie toegewezen. Deze categorieën zijn bedoeld voor de eigen gemeentelijke administratie en hoeven niet bij de provincie te worden aangeleverd. Woningbouwplannen uit categorie 5A en 5B tellen niet mee als plancapaciteit. 5A Ambtelijk met locatie: Het woningbouwplan heeft wel een locatie op het oog, er is geen principeakkoord vanuit het college van B&W. Dit woningbouwplan wordt niet aangeleverd bij de provincie.
5B Ambtelijk zonder locatie: Het woningbouwplan heeft nog geen locatie op het oog, er is geen principeakkoord vanuit het college van B&W. Dit woningbouwplan wordt niet aangeleverd bij de provincie.
Gerealiseerd Ja of nee
Vervallen Ja of nee
Gemeente
Een woningbouwplan is gerealiseerd wanneer alle woningen binnen het woningbouwplan de volgende BAG-status hebben: Verblijfsobject met woonfunctie BAG status 'in gebruik', 'in gebruik (niet ingemeten)' of 'Verbouwing verblijfsobject'. Een gerealiseerd woningbouwplan wordt éénmalig aangeleverd.
Gemeente
Een vervallen woningbouwplanplan is een plan waar bij de gemeente heeft besloten de ontwikkeling niet door te zetten. Dit zijn geen plannen die op pauze staan, maar plannen waar niet meer aan gewerkt kan worden. Een vervallen plan wordt bij verval nog éénmaal aangeleverd met dit label en zal niet meer meetellen met de plancapaciteit.
Woningkenmerken: eigendom, type, prijssegment, tijdelijke woningen, woningen geschikt voor ouderen Woningtype, meergezins- of eengezins In bruto aantal
Gemeente
De verdeling in absolute aantallen van het totaal aantal (bruto) te bouwen woningen dient te worden aangegeven. Onderscheid dient gemaakt te worden tussen meergezinswoningen. eengezinswoningen en onbekend. Meergezinswoningen: woning die samen met andere woningen of (bedrijfs)ruimten een geheel pand vormen. Eengezinswoningen: woningen die tevens een geheel pand vormen. Onbekend: het woningtype is vooralsnog onbekend.
Woningtype, tijdelijke woningen In bruto aantal
gemeente
Aangegeven dient te worden in bruto aantallen hoeveel woningen tijdelijke woningen betreffen. Aantal tijdelijke woningen Tijdelijke woning: Onder tijdelijke woningen worden woningen verstaan die voor een bepaalde tijd op een tijdelijke locatie (met toegelaten functie wonen of tijdelijke afwijking Omgevingsplan) mogen worden gebouwd. Deze woningen zijn van permanente of tijdelijke kwaliteit.
ei9s1D iP Permanente kwaliteit: Voldoet minimaal aan de eisen nieuwbouw, zoals gedefinieerd in het Besluit Bouwwerken Leefomgeving (BBL). (https://wetten.overheid.nl/BWBR0041297) Tijdelijke kwaliteit: Dit zijn woningen die getoetst zijn aan tijdelijke woningen zoals gedefinieerd in het BBL (termijn van ten hoogste 15 jaar). (https://wetten.overheid.nl/BWBR0041297) Woningen geschikt voor ouderen ln bruto aantal en ja/nee
gemeente
Aangegeven dient te worden in absolute aantallen in hoeverre binnen het woningbouwplan sprake is van nultredewoningen, nultredewoningen in een geclusterde woonvorm of nultredewoningen in een geclusterde woonvorm die tevens zorggeschikt zijn. Totaal aantal nultredenwoningen Waarvan aantal nultredenwoningen in een geclusterde woonvorm • Waarvan aantal zorggeschikte woningen Aantal overige woningen geschikt voor ouderen De gemeente heeft de woningen in een geclusterde woonvorm voor minimaal 50% bestemd, gelabeld of gaat deze met voorrang toewijzen aan 55 plussers (ja/nee) De gemeente heeft de woonzorgwoningen voor minimaal 50% bestemd, gelabeld of gaat deze met voorrang toewijzen aan 55 plussers (ja/nee) C
Nultredenwoning Nultredenwoningen zijn zelfstandige woningen die zowel intern als extern toegankelijk zijn. Dit houdt in dat je de woningen kan bereiken zonder trap te lopen (extern toegankelijk) en dat woonkamer, keuken, badkamer, toilet en minimaal 1 slaapkamer zonder trappen te bereiken zijn (intern toegankelijk). Deze woningen zijn toegankelijk bij oplevering van nieuwbouw of verbouw en behoeven geen grotere aanpassing meer. Bijvoorbeeld, een reguliere eengezinswoning die wordt aangepast met een traplift is geen nultredenwoning. Geclusterde woonvorm Geclusterde (ouderen)woningen zijn woningen die voldoen aan de definitie voor nultredenwoningen in een geclusterde woonvorm. Geclusterd betekent dat deze woonvormen ingericht zijn op het bevorderen van sociaal contact en gemeenschapsgevoel, waardoor eenzaamheid wordt tegengegaan en samenredzaamheid wordt bevorderd. Er moet daarom een ontmoetingsruimte inpandig aanwezig zijn of op loopafstand voor ouderen (bv. ca. 100 m). Die ruimte moet gericht zijn op ontmoeting van bewoners en eventueel buurtbewoners en op een open en transparante basis te gebruiken zijn. Landelijk wordt bij clustering uitgegaan van een schaal van minimaal 12 woningen*. Het verdient aanbeveling dat de woningen dementievriendelijk ingericht worden.
Voorbeelden van geclusterde woonvormen kunnen onder andere hofjeswoningen, serviceflats, aanleunwoningen en seniorenflats zijn. Ook in dit type woning kan onder voorwaarden (Wlz) zorg geleverd worden. Zorggeschikle woning Zorggeschikte woningen zijn zelfstandige nultredenwoningen waarin Wlz-zorg geleverd kan worden voor bewoners en die onderdeel zijn van een geclusterde woonvorm (zie definitie nultredenwoningen en geclusterde woningen). Om alle vormen van zorg te kunnen leveren dienen deze wooneenheden en de woonvorm rolstoelgeschikt te zijn, met voldoende ruimte om zorg te verlenen. De woningen zijn dementievriendelijk ingericht**. Woningen die vallen onder de categorie Bouw Advies Toegankelijkheid (BAT) 3 of 4 en Woonkeur 6 vallen binnen deze definitie. Overige woningen geschikt voor ouderen: invulling naar eigen inzicht gemeente.
CNJ ip i *Om monitoring landelijk vergelijkbaar te maken, wordt uitgegaan van een minimum van 12 woningen, wat de minimale hoeveelheid is om samenredzaamheid te bevorderen. De schaal voor clustering kan in bv. kleine kernen lager liggen, maar deze worden bij monitoring dan niet geteld als geclusterde woning, maar als nultredenwoning. "Brancheorganisaties Actiz en Aedes hebben een 'toolkit dementievriendelijk ontwerpen' ontwikkeld die hierbij gebruikt kan worden. Prijssegment en eigendom in bruto aantal
Gemeente
Aangegeven dient te worden in absolute aantallen hoeveel woningen vallen in de categorieën betaalbare koopwoningen (Rijksgrens), sociale huurwoningen door marktpartijen, sociale huurwoningen door woningcorporaties, middenhuurwoningen door marktpartijen, middenhuurwoningen door woningcorporaties, het aantal overige woningen en het aantal woningen waarvan prijssegment of eigendom (nog) onbekend zijn. Aantal koopwoningen binnen de Rijksgrens betaalbare koop Aantal sociale huurwoningen door corporaties Aantal middenhuurwoningen door corporaties Aantal sociale huurwoningen door de markt Waarvan met instandhoudingsplicht van tenminste 25 jaar en verhuurd aan de DAEB-doelgroep Aantal middenhuurwoningen door de markt Waarvan met een instandhoudingsplicht van tenminste 10 jaar Aantal woningen buiten de gedefinieerde categorieën (overig) Aantal woningen met onbekend prijssegment of eigendom Rijksgrens betaalbare koop Tot 2023 gold de NHG-grens als grens voor wat betaalbare koopwoningen zijn. Door de sterke stijging van de NHG-grens is met ingang van 2023 de NHG-grens losgekoppeld van de betaalbaarheidsgrens. De betaalbaarheidsgrens is voor 2024 vastgesteld op E 390.000. Deze wordt geïndexeerd volgens de consumentenprijsindex (CPI). Sociale huurwoning Dit gaat om huurwoningen met een huurprijs tot en met 879,66 euro. Deze grens betreft de grens voor 2024.
Deze grens wordt jaarlijks per 1 januari geïndexeerd met de inflatie. Sociale huur gerealiseerd door marktpartijen telt in de landelijke doelstelling enkel mee in het aandeel sociale huur indien er een instandhoudingsplicht van tenminste 25 jaar geldt en wanneer de woningen worden verhuurd aan de DAEB doelgroep. Daarom moet zowel aangegeven worden hoeveel huurwoningen onder de genoemde huurgrens door de markt gepland zijn in het woningbouwplan, als ook hoeveel woningen daarvan aan deze extra eisen voldoen. Middenhuurwoning Middenhuurwoningen zijn woningen waarvan de huurprijs hoger is dan 879,66 euro maar lager of gelijk aan 1.157,95 euro. Deze huurgrenzen betreffen de grenzen voor 2024. Deze grenzen worden jaarlijks per 1 januari geïndexeerd met de inflatie. Voor woningen waarvan de bouw start voor 1 januari 2028. geldt dat de woning als middenhuurwoning mag worden meegerekend als de huurprijs niet meer is dan de genoemde bovengrens plus een opslag van 10%, ongeacht het aantal WWS punten van de woning. Een middenhuurwoning telt voor de landelijke doelstelling enkel mee wanneer er een instandhoudingsplicht van tenminste 10 jaar geldt.
C/N:9) ip°
I__
Dataprotocol Landelijke Monitoring Voortgang Woningbouw (LMVW) vastgesteld in BO VRO 4 april 2024
ElEl9D
ip i
Deel 1 Algemene bepalingen Dit dataprotocol bevat afspraken over de data voor de Landelijke Monitor Voortgang Woningbouw (LMVW). Het bevat: •
Algemene bepalingen (artikel 1 tot en met 4).
•
Bepalingen over aanlevering van de data (artikel 5 tot en met 11).
•
Bepalingen over het gebruik van de data (artikel 12 tot en met 17).
•
Later volgen ook bepalingen over het beheer van de data.
Artikel 1. De Landelijke Monitor Voortgang Woningbouw 1. De Landelijke Monitor Voortgang Woningbouw (LMVW) is een digitale database met data over woningbouwplannen, die (semi) overheden voorziet in informatie over plancapaciteit (woningbouwplannen), de voortgang van de woningbouwplannen en opgeleverde (gerealiseerde) woningen. Het gaat daarbij om de voortgang ten aanzien van de wederkerige bestuurlijke afspraken over de woningbouw (zowel nieuwbouw, transformatie als herstructurering) teneinde daarop te kunnen sturen. Ondersteunend aan dit primaire doel draagt de LMVW, dan wel analyse en onderzoek op basis van de data in de LMVW, bij aan inzicht in eventuele knelpunten en in informatie in verband met voor de woningbouw noodzakelijke opgaven. Artikel 2. Doel van het Dataprotocol LMVW 2.a. Het Dataprotocol Landelijke Monitor Voortgang Woningbouw bevat interbestuurlijke afspraken over de omgang met data over woningbouwplannen bij het gebruik en aanlevering daarvan. 2.b. Waar de afspraken in dit protocol afwijken van de huidige praktijk bij gemeenten en provincies, werken de overheden gestaag toe naar uitvoering van deze afspraken. 2.c. De voortgang hiervan wordt eenmaal per jaar besproken in het BO VRO. Artikel 3. Reikwijdte van het Dataprotocol LMVW De Landelijke Monitor Voortgang Woningbouw bevat data over woningbouwplannen.
Welke data dat precies is wordt vastgelegd in de Basisset eenduidige definities en indicatoren LMVW (hierna: de basisset), waarvan de basisset 1.0 sinds januari 2022 in werking is. 3. De afspraken in het Dataprotocol Landelijke Monitor Voortgang Woningbouw gaan over de data conform de meest recente interbestuurlijk vastgestelde Basisset eenduidige definities en indicatoren LMVW. Artikel 4. Uitvoering en beheer van het Dataprotocol LMVW Met het afspreken van het dataprotocol zijn we er nog niet. Gezamenlijk gaan we de komende jaren evalueren hoe dit protocol wordt ervaren en nageleefd in de praktijk. Ook is het nodig dat een derde partij de data beheert en zorgt dat het conform de afspraken uitgevoerd wordt. Een beheerorganisatie geeft invulling aan deze rol. Daartoe zal nog een beheerprotocol worden opgesteld, waarin afspraken over beheer zullen worden vastgelegd. Dit beheerprotocol zal door de stuurgroep LMVW worden voorbereid en t.z.t. ter besluitvorming aan het BO VRO worden voorgelegd.
2
ETN:9) ~p~ ~.~~ 4.a. Een onafhankelijke partij — de beheerorganisatie LMVW - zal toezien op naleving van de afspraken in het dataprotocol. 4.b. Dit houdt onder meer in dat de beheerorganisatie LMVW onderzoekers die vertrouwelijke data gebruiken (zie artikel 12) een geheimhoudingsverklaring laat ondertekenen vóór ontvangst van de data (zie artikel 15). 4.c. De beheerorganisatie LMVW verzamelt, bundelt en aggregeert data conform afspraken uit het dataprotocol. 4.d. Samen met de overheden werkt de beheerorganisatie LMVW aan verbetering van de datakwaliteit in de LMVW. 4.e. De beheerorganisatie LMVW voert haar taken uit volgens de interbestuurlijke afspraken in het beheerprotocol, die na vaststelling daarvan wordt toegevoegd aan dit dataprotocol.
Deel 2. Aanlevering van data Artikel 5. Aanlevering van niet vertrouwelijke data aan provincies en beheer organisatie ln artikel 5 is sprake van onverkorte doorlevering van de data van niet vertrouwelijke plannen door de provincies aan de beheerorganisatie LMVW. Op dit moment is het zo dat de kwaliteit van de aangeleverde data van gemeenten niet altijd goed is. Provincies vervullen hierin een nuttige rol en investeren in betere gemeentelijke aanlevering. Met de onverkorte doorlevering van data waar het protocol in artikel 5.c over spreekt, wordt niet bedoeld deze rol te beëindigen. In het toekomstige beheerprotocol zal het aspect datakwaliteit nader uitgewerkt worden. "Onverkort" verwijst naar het gegeven dat gemeenten bronhouder zijn van de data en gaan over die inhoud. Het is niet aan andere partijen de niet vertrouwelijke gemeentelijke woningbouwplannen aan te passen, te schrappen of te aggregeren. 5.a. Data met betrekking tot niet-vertrouwelijke woningbouwplannen worden door de gemeenten aangeleverd bij hun provincies. 5.b. Deze data worden per individueel woningbouwplan aangeleverd. 5.c. Provincies leveren deze data onverkort door aan de beheerorganisatie LMVW, waarbij onverkort doorleveren niet betekent dat de provincies al deze plannen hebben getoetst aan hun provinciale beleid en hiermee hebben ingestemd. 5.d.
lndien de provincie constateert dat een niet vertrouwelijk woningbouwplan strijdig met provinciaal beleid en of regelgeving is, dan kan de provincie dit woningbouwplan dienovereenkomstig labelen en de betreffende gemeente hierover informeren. Het woningbouwplan met deze constatering wordt behandeld als een vertrouwelijk woningbouwproject. 5.e. lndien de provincie een woningbouwplan nog niet heeft beoordeeld, dan kan de provincie dit woningbouwplan als 'niet beoordeeld' labelen. Artikel 6. tot en met 8. vertrouwelijke plannen en aanlevering daarvan De artikelen 6 tot en met 8 gaan over data van vertrouwelijke plannen. Artikel 6 bepaalt welke plannen als vertrouwelijk kunnen worden aangemerkt en artikel 7 en 8 gaan over het aanleveren van vertrouwelijke plannen aan de provincie en vervolgens de beheerorganisatie LMVW.
3
CNJ ipo 1==-. Artikel 6 Het is belangrijk te voorkomen dat via de band van de LMVW (specifiekere) informatie over woningplannen bekend wordt bij omwonenden of anderen, vooruitlopend op de communicatie die de gemeente zelf over deze woningbouwplannen voorzien heeft. Vandaar dat dit dataprotocol in artikel 6 in belangrijke mate het aan de gemeenten zelf laat te kiezen of een woningbouwplan wel of niet als vertrouwelijk wordt aangemerkt. Hiermee respecteren we het decentrale stelsel en de autonomie van gemeenten. De beheerorganisatie LMVW zal toezien op naleving van deze beperkingen. In deel twee van het protocol, in de artikelen 12 tot en met 15, wordt aangegeven welke consequentie het label vertrouwelijk heeft voor het delen van de data van vertrouwelijke plannen. Artikel 7 Net als de data met betrekking tot de niet vertrouwelijke plannen worden ook de data met betrekking tot de vertrouwelijke plannen onverkort doorgeleverd aan de beheerorganisatie LMVW. Dat wil zeggen dat data niet geschrapt of aangepast wordt. Het uitgangspunt van het dataprotocol is tevens dat de data van de vertrouwelijke plannen door de provincies niet geaggregeerd wordt doorgeleverd aan de beheerorganisatie LMVW. Dit alles wordt geregeld in artikel 7.
(De beheerorganisatie LMVW behandelt deze data vervolgens vertrouwelijk, hetgeen onder meer betekent dat de beheerorganisatie LMVW deze data vervolgens wel aggregeert. Dit wordt geregeld in het gebruikersdeel van dit protocol in de artikelen 12. tot en met 15.)
Artikel 8 Gelet op huidige afspraken, biedt artikel 8 ruimte aan gemeenten bij de vertrouwelijke plannen aan te geven dat deze data door de provincie geaggregeerd aangeleverd dient te worden aan de beheerorganisatie LMVW. In dit geval is het dus niet de beheerorganisatie LMVW, maar de provincie die de vertrouwelijke plannen aggregeert. Artikel 6 Vertrouwelijke plannen 6.a. Een gemeente kan een woningbouwplan met een zachte planstatus als vertrouwelijk bestempelen en aldus aanleveren zolang alle kenmerken van het woningbouwplan zoals die uitgevraagd worden op grond van de basisset nog niet richting omwonenden zijn gecommuniceerd. 6.b. Een gemeente kan bovendien een vervallen woningbouwplan als vertrouwelijk bestempelen. 6.c. De basisset doet uitspraak over de definitie van een woningbouwplan met een zachte planstatus en een vervallen woningbouwplan. 6.d. lndien op de locatie van een vervallen plan opnieuw een woningbouwplan ontstaat, wordt deze opnieuw opgevoerd als woningbouwplan. De gemeente kan ervoor kiezen deze als vertrouwelijk te bestempelen, als het een zachte planstatus heeft tot het moment dat er over het nieuwe woningbouwplan met de omgeving is gecommuniceerd.
Artikel 7 Aanlevering van niet geaggregeerde vertrouwelijke plannen 7.a. Data met betrekking tot vertrouwelijke woningbouwplannen worden door de gemeenten aangeleverd bij hun provincies per individueel woningbouwplan. 7.b. Tenzij gemeenten gebruik maken van de mogelijkheid die artikel 8 biedt, leveren provincies deze data onverkort door aan de beheerorganisatie LMVW. 4
el ...D ip l!!! Artikel 8 Kiezen voor aggregatie van vertrouwelijke plannen door provincie 8. Gemeenten kunnen bij vertrouwelijke plannen aangeven dat deze door de provincie geaggregeerd aangeleverd dienen te worden aan de beheerorganisatie LMVW. Dit wil zeggen dat alle aantallen en kenmerken die volgens de basisset dienen te worden aangeleverd worden gesommeerd als zijnde de data van één geaggregeerd plan. Plannamen en planstatus worden niet vermeld en als locatie wordt de locatie van het gemeentehuis vermeld. Artikel 9. Kleine woningbouwplannen Het is met het oog op diverse maatschappelijke belangen en verschillende regionale opgaves van belong dat ieder woningbouwplan, hoe klein ook, onderdeel is van de woningbouwdata. Vooral voor kleinere gemeenten is dit het geval omdat kleine projecten een aanzienlijk deel van de woningbouwopgave invullen. Voor een aantal gemeenten in sommige provincies lijkt het nu echter van de huidige praktijk naar het aanleveren van de basissetdata voor ieder project een te grote stap. Voor die gemeenten wordt daarom als overgangsmaatregel voor een "transitieartikel" gekozen. Dit artikel houdt in dat projecten met minder dan 12 woningen kunnen worden geaggregeerd tot één woningbouwplan. 9. Gemeenten kunnen na akkoord van hun provincie ervoor kiezen kleine woningbouwplannen met minder dan 12 bruto toevoegingen niet individueel aan te leveren.
In dat geval worden deze kleine woningbouwplannen door deze gemeenten opgeteld tot één woningbouwplan waarvan vervolgens de kenmerken conform de basisset worden aangeleverd en waarbij de locatie (met een polygoon) fictief wordt aangegeven op de locatie van het gemeentehuis. Artikel 10. Frequentie van aanlevering 10. De woningbouwplannen worden tweemaal perjaar aangeleverd. 10.a. De 'voorjaarslevering' heeft als peildatum 1 januari en als extractiemoment 1 april. 10.b. De 'najaarslevering' heeft als peildatum 1 juli en als extractiemoment 1 oktober. Artikel 11. Basisset uniforme definities en indicatoren LMVW 11.a. De aan te leveren data van de woningbouwplannen en de kenmerken en definities daarvan zijn vastgelegd in de Basisset eenduidige definities en indicatoren LMVW. Woningbouwplannen worden conform de meest recente interbestuurlijk vastgestelde basisset aangeleverd. 11.b. Na interbestuurlijke vaststelling van een nieuwe basisset wordt deze door de stuurgroep LMVW naar alle overheden verstuurd.
s
elEl9)
ip
Deel 3. Gebruik van de data Artikel 12 en met 15. Vertrouwelijkheid van de data Artikel 12 tot en met artikel 15 regelen wie welke data mogen inzien en hoe ze daarover kunnen publiceren. Artikel 12 definieert de verschillende gebruikersgroepen en artikel 13 tot en met 15 de rechten van deze gebruikersgroepen. De kern hiervan is dat alleen onderzoekers die werken aan een onderzoek met maatschappelijk belang en met een ruimtelijke component toegang krijgen tot de volledige dataset inclusief de volledige data van de vertrouwelijke plannen. (Dit via de beheerorganisatie LMVW, dan wel via de provincies indien gemeenten ervoor kiezen dat hun provincies vertrouwelijke plannen geaggregeerd dienen aan te leveren aan de beheerorganisatie LMVW) De onderzoekers kunnen vervolgens over deze vertrouwelijke plannen slechts publiceren als zijnde één fictief plan waarin &le vertrouwelijke woningbouwplannen zijn geaggregeerd, waarbij de locaties, de namen van de vertrouwelijke plannen en (om herleidbaarheid te voorkomen) het totaal aantal gemeentelijke woningbouwplannen niet vermeld worden. Deze onderzoekers dienen voorafgaand aan het onderzoek eerst een geheimhoudingsverklaring te tekenen.
Voor alle andere gebruikers geldt hetzelfde gebruikersregime: Er is toegang tot de data van de niet vertrouwelijke plannen en voor de vertrouwelijke plannen geldt dat deze zichtbaar is per gemeente als zijnde één fictief plan waarvan de locaties en de plannamen niet gepubliceerd worden. Artikel 12. Gebruikersgroepen Ten aanzien van het gebruik van de data worden de volgende gebruikersgroepen onderscheiden: 12.a. Onderzoekers die werken in opdracht van overheden, waterschappen, de regionale en landelijke beheerders van energienetwerken die de data nodig hebben voor de uitvoering van een opdracht die raakt aan een maatschappelijk belang met een ruimtelijke component. 12.b Onderzoekers die werken bij het CBS, PBL, CPB, de ACM, het Kadaster die de data nodig hebben voor de uitvoering van onderzoek dat raakt aan een maatschappelijk belang met een ruimtelijke component. 12.c Andere onderzoekers die de data nodig hebben voor de uitvoering van een opdracht die raakt aan een maatschappelijk belang met een ruimtelijke component. 12.d Andere gebruikers van de data niet bedoeld in artikel 12a, 12b en 12.c. Er is daarin geen onderscheid tussen overheden, bestuurlijke tafels, versnellingstafels, marktpartijen of enig andere gebruiker.
6
52) ip i Artikel 13 gebruikersrechten ln dit artikel worden de gebruikersrechten vastgelegd van de in artikel 12 afgebakende gebruikersgroepen. Eén groep onderzoekers (bedoeld in artikel .12.c) kan slechts na toestemming van de beheerorganisatie LMVW toegang krijgen tot de data. Zolang de beheerorganisatie LMVW nog niet is ingesteld, beslist de stuurgroep LMVW hierover. Ten behoeve van deze besluitvorming (nu door de stuurgroep en straks door de beheerorganisatie) zal de stuurgroep LMVW criteria formuleren. 13.a. De partijen genoemd bij artikel 12.a. en artikel 12.b hebben toegang tot zowel de niet vertrouwelijke als de vertrouwelijke data. 13.b. De partijen genoemd bij artikel 12.c. kunnen op verzoek toegang krijgen tot zowel de niet vertrouwelijke als de vertrouwelijke data. De beheerorganisatie LMVW beslist of het verzoek gehonoreerd wordt. 13.c De verleende toegang betreft zowel de vertrouwelijke data die bij de beheerorganisatie LMVW aanwezig is als de vertrouwelijke data die slechts bij de provincies aanwezig is ten gevolge van artikel 8. 13.d De partijen bedoeld bij artikel 12.d. hebben toegang tot de niet vertrouwelijke data. Daarnaast kunnen zij per gemeente inzage krijgen in het gesommeerde geaggregeerde plan waarin alle vertrouwelijke plannen zijn gesommeerd en waarbij geen locaties en plannamen vermeld worden.
Tevens wordt om herleidbaarheid te voorkomen het aantal plannen per gemeente niet vermeld.
Artikel 14 Overheden en omgaan met vertrouwelijke plannen Dat overheden de beschikking hebben over de vertrouwelijke informatie, wil niet zeggen dat ze verplicht zijn deze informatie desgevraagd te delen. Dit raakt aan artikel 68 van de grondwet waarin de grens van de inlichtingenplicht is weergegeven: voor zover het verstrekken van de gevraagde informatie in strijd is met het belang van de staat, bestaat de verplichting niet. Dat wil zeggen dat wanneer met dit protocol interbestuurlijk afgesproken wordt dat vertrouwelijke data niet extern gedeeld wordt, dan geldt dat die informatie, ook als met een beroep op de WOO daar om gevraagd wordt, dus ook niet verstrekt wordt, niet aan het parlement, niet aan provinciale staten, niet aan gemeenteraden noch aan enig ander. 14. Overheden die beschikking hebben over de data van vertrouwelijke plannen kunnen slechts over vertrouwelijke woningbouwplannen communiceren als onderdeel van de optelling -per gemeentevan alle vertrouwelijke gemeentelijke woningbouwplannen, waarbij de locaties, de namen van de vertrouwelijke plannen en het totaal aantal gemeentelijke woningbouwplannen niet vermeld worden. Tevens dienen overheden te voorkomen dat in hun communicatie op welke wijze dan ook deze informatie indirect herleid kan worden.
7
CIF!
p
i
Artikel 15. Onderzoekers & omgaan met vertrouwelijke data Om de juiste orngang met data van vertrouwelijke plannen te garanderen zullen onderzoekers voordat zij toegang krijgen tot de dataset voorafgaand aan elk onderzoek (telkens opnieuw) een geheimhoudingsovereenkomst ondertekenen waarin is vastgelegd op welke wijze zij over woningbouwplannen kunnen rapporteren.
15.a. De onderzoekers die op grond van artikel 12 en 13 de beschikking kunnen krijgen over de volledige dataset inclusief de vertrouwelijke, dienen voorafgaand daaraan een geheimhoudingsovereenkomst te ondertekenen waarin is vastgelegd hoe de data gebruikt kan worden. De tekst van deze overeenkomst is vastgelegd in bijlage 2 van dit protocol. Deze geheimhoudingsovereenkomst dient voorafgaand aan elk afzonderlijk onderzoek te worden ondertekend. 15.b. De onderzoekers die op grond van artikel 12 en 13 de beschikking kunnen krijgen over de volledige dataset inclusief de vertrouwelijke kunnen per gemeente over de vertrouwelijke woningbouwplannen slechts publiceren als zijnde één fictief plan waarin alle vertrouwelijke woningbouwplannen zijn geaggregeerd, waarbij de locaties, de namen van de vertrouwelijke plannen en het totaal aantal gemeentelijke woningbouwplannen niet vermeld worden. Tevens dient voorkomen te worden in de rapportage dat op welke wijze dan ook deze informatie indirect kan worden afgeleid. Artikel 16. Zorgvuldige communicatie Overheden moeten het vertrouwen hebben dat er adequaat over hun data wordt gecommuniceerd. Bijvoorbeeld doordat bij publicatie over afwijkende cijfers lokale context meegegeven wordt zodat lezers een compleet beeld krijgen. 16.a. Overheden streven ernaar zorgvuldig over de woningbouwdata te communiceren.
Bijvoorbeeld door bij indicatoren met een afwijkend beeld een lokale context mee te geven. De genoemde partijen zijn hier onderling op aanspreekbaar. 16.b. Deze zorgvuldige communicatie vragen we ook van onderzoekers. Dit aspect vormt daarom onderdeel van de geheimhoudingsverklaring. Artikel 17. Afwijkingen van het dataprotocol 17.a. Afwijken van het dataprotocol is mogelijk indien daartoe een maatwerkverzoek wordt ingediend bij de Stuurgroep LMVW die dit verzoek beoordeelt in de geest van het dataprotocol en het maatschappelijke belang van het verzoek daarbij meeweegt. 17.b. lndien de uitzonderlijke situatie zich alleen richt op data uit een provincie of een gemeente dan zal daartoe een maatwerkverzoek worden ingediend bij deze provincie of gemeente die dit verzoek beoordeelt in de geest van het dataprotocol en het maatschappelijke belang van het verzoek daarbij meeweegt.
8
Geheimhoudingsovereenkomst data LMVW
Landelijke Monitor Voortgang Woningbouw GEHEIMHOUDINGSVERKLARING
Ten behoeve van het gebruik van vertrouwelijke data via de faciliteiten van de Beheerorganisatie van de LMVW. Ondergetekende, hoofdverantwoordelijk voor het te verrichten onderzoek, verklaart zich akkoord met de volgende voorwaarden bij het gebruik van vertrouwelijke data uit de LMVW. Deel A 1. Hij/zij verplicht zich ertoe over vertrouwelijke woningbouwplannen slechts op geaggregeerd niveau -niveau gemeente- te publiceren zodanig dat vertrouwelijke plannen niet uit de publicatie van het onderzoek herleidbaar zijn. Zowel niet direct als ook niet indirect. Dit betekent in ieder geval dat over vertrouwelijke plannen slechts gepubliceerd kan worden als onderdeel van de optelling van alle gemeentelijke woningbouwplannen, zowel de vertrouwelijke als openbare woningbouwplannen, waarbij het totaal aantal gemeentelijke woningbouwplannen niet vermeld wordt. 2. Locaties en plannamen, van vertrouwelijke plannen, of alles wat daarnaar herleidbaar is, zullen niet worden gepubliceerd. 3. Hij/zij zal van al hetgeen hem/haar bij de uitvoering van deze werkzaamheden ter kennis komt, in het bijzonder omtrent de hierbij gebruikte gegevens, de resultaten van deze werkzaamheden, alsmede al hetgeen overigens betrekking heeft op de uitvoering van deze werkzaamheden, niets openbaren anders dan in het kader van de met de Beheerorganisatie LMVW overeengekomen onderzoeken.
Een beschrijving van dit onderzoek wordt gegeven in deel C. 4. Als uit het onderzoek blijkt dat er ten aanzien van de voortgang van de woningbouw sprake is van afwijkende cijfers, dan zal hier zorgvuldig over gepubliceerd worden bijvoorbeeld door het afwijkende cijfer te voorzien van een lokale context ter completering van het lokale beeld. 5. Ingeval van twijfel omtrent de uitleg van bovengenoemde voorwaarden beslist de Beheerorganisatie. 6. Deze verklaring blijft van kracht, ook na beëindiging van bovenbedoelde werkzaamheden.
Naam onderzoek: Naam
Geb.datum
lnstelling/Bedrijf:
(plaats)
(datum)
Telefoon:
(handtekening)
er'19) iP ! Deel B
Ondergetekende aanvaardt hierbij de verantwoordelijkheid voor naleving van de hierboven vermelde voorwaarden waaronder de in deel A genoemde medewerk(st)er zijn/haar in deze verklaring omschreven werkzaamheden zal verrichten. Naam Functie Naam instelling/Bedrijf Adres instelling/Bedrijf
•
(plaats)
(datum)
(handtekening)
CiTEDip I Deel C Cl Beschrijving project:
C2 Tot welke vertrouwelijke data wenst de onderzoeker toegang te krijgen? Maak hierbij een onderscheid naar geografische locatie (bijv. gemeente, provincie, Nederland) en naar datatype. Bij datatypen maakt de Beheerorganisatie een onderscheid naar: •
Polygonen welke de locatie van plannen onthullen (als shape of gpkg file, met de coOrdinaten en een plannaam; ook onderstaande kenmerken zijn aanwezig)
•
De kenmerken van de woningen die binnen deze polygonen zijn gepland, zoals aantal woningen, woningtypen, etc. Zie bijlage xx voor een overzicht van de data die uitgevraagd wordt bij gemeenten. Dit is een Excel file waarbij de individuele plannen zijn onderscheiden met een plannaam; er is geen geografische locatie bekend anders dan een provincie- en een gemeentenaam.
C3 Beschrijving voorgenomen publicatie:
era%1.
Rip
BIJLAGE INVULTIPS Tips bij het invullen van de LMVW dataset. Voor nu laten we het bij een klein aantal tips. 1. In de praktijk blijk nogal eens dat het totaal aantal woningen in een plan niet overeenkomt met de som van het aantal op te leveren of te slopen woningen dat per jaar wordt opgegeven. Check daarom altijd of het totaal overeenkomt met de som van de jaardelen. 2. Mogelijk dat dit tweede punt het voorgaande punt verklaart: Het is goed om je te realiseren dat de LMVW vraagt naar restcapaciteit. De in het verleden gerealiseerde woningen in een plan tellen niet meer mee. Het gaat om de woningen die nog gerealiseerd gaan worden (en om de woningen die nog gesloopt gaan worden). 3. Hierop sluit vervolgens ook aan dat voor de najaarsrapportage (stand van zaken per 1 juli, de peildatum) geldt dat de woningen die in de eerste helft van het jaar gerealiseerd (of juist gesloopt) zijn ook niet meer meetellen in de (rest)plancapaciteit. Ind ien er nog niet op deze wijze gerapporteerd kan worden, vermeld dan duidelijk in een toelichting bij de aanlevering wat er wel wordt aangeleverd. 4. Het komt regelmatig voor dat bij de zogenoemde planologische status van een plan slechts ingevuld wordt dat het plan zacht dan wel hard is. Het is echter de afspraak de planstatus in te vullen met de nummering die hiervoor bedoeld is. Deze nummering loopt van 1A tot en met 4B.
(Aan de basisset zijn nu ook voor de (gemeentelijke) volledigheid de nummers SA en 5B toegevoegd, maar plannen die onder de voorwaarden voor SA en 5B vallen, dienen niet in de LMVW te worden te worden gerapporteerd.) 5. Bij de plannen dienen ook de zogenoemde polygonen te worden toegevoegd, feitelijk een kaartje waarop het plangebied staat afgebeeld. Het maken van een polygoon is niet ieders dagelijkse werk. Neem daarom vooral contact op met je collega's die aan de planvorming werken en die hier wel ervaring mee hebben. Polygonen worden vaak apart in een bestand opgeslagen naast het bestand waarin alle 'planinformatie' staat. Zorg er dan voor dat de plannamen (of plannummers) in alle GISbestanden en informatiebestanden/werkbladen exact hetzelfde zijn, zodat alle informatie aan de juiste plangebieden gekoppeld kan worden. 6. Een nieuwe vraag in de uitvraag is om opgave te doen van plannen die ten opzichte van de vorige aanlevering niet meer in de plancapaciteit voorkomen omdat ze in zijn geheel gerealiseerd zijn, dan wel omdat ze vervallen zijn (definitief afgevoerd uit de plancapaciteit). Van deze plannen hoeft slechts de plannaam (graag dezelfde als in de vorige aanlevering) en de polygoon te worden aangeleverd. (En voor de duidelijkheid, een vervallen plan gaat niet meer door. Een gepauzeerd plan op termijn wel, maar de planning zal naar achteren schuiven) 7.
En tenslotte, wees je ervan bewust dat nieuwe uitvraag van ABF conform de nieuwe afspraken is en dat er nu een aantal extra of soms iets andere vragen worden gesteld.