A06. 20220530 VNG, Doorstart hervormingsagenda jeugd.pdf
Tekst van het document
Aan de leden
Datum
30 mei 2022 Kenmerk
TISA/U202200398 Lbr. 22/033 Telefoonnummer
070 373 8393 Bijlage(n)
4
Onderwerp
Doorstart hervormingsagenda jeugd
Geachte leden van college en gemeenteraad, Nu het kabinet heeft besloten zelf het risico te dragen voor de extra bezuiniging van € 511 miljoen op de jeugdhulp, is ruimte ontstaan voor een doorstart van de hervormingsagenda jeugd. Ten behoeve van de voortvarende invulling van deze doorstart volgen hierna: 1. Vooraf: 7 jaar decentralisatie jeugdhulp 2. Korte terugblik op de voorgeschiedenis van de hervormingsagenda 3. Toelichting op het besluit van het kabinet om het risico voor de extra bezuiniging op zich te nemen 4. Plannen voor de doorstart van de hervormingsagenda jeugd 5. Overzicht van initiatieven die de VNG vooruitlopend op de hervormingsagenda al heeft ontplooid 1. Vooraf: 7 jaar decentralisatie jeugdhulp De decentralisatie van de jeugdhulp heeft er in 7 jaar toe geleid dat jeugdhulp op veel plekken integraal in een bredere sociale inbedding wordt aangeboden. Daarbij wordt er beter samengewerkt tussen de verleners van hulpverlening, onderwijs en inkomensvoorzieningen. De hulpverlening heeft daarbij een ontwikkeling doorgemaakt van een focus op specifieke oplossingen voor individuele gevallen naar een focus op de volledige omgeving en omstandigheden waarin kinderen opgroeien. Dat is belangrijke winst en in lijn met de doelen die we in 2015 hebben opgesteld.
De verbetering van de hulpverlening aan kwetsbare jongeren vergt iedere dag opnieuw een grote inzet van inwoners, professionals, instellingen, ambtenaren, bestuurders en andere betrokkenen. Dat gebeurt vaak onder moeilijke omstandigheden, met financiële beperkingen en in toenemende mate ook personele krapte. Voor deze inzet hebben wij grote waardering.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten Nassaulaan 12 Den Haag | Postbus 30435 | 2500 GK Den Haag 070 - 373 83 93 | info@vng.nl
U202200398
PROD
Tegelijkertijd zijn er nog steeds grote problemen in de jeugdhulp, die onze blijvende aandacht vragen. Denk aan de wachtlijsten en de noodzaak om beter samen te werken in de hulp aan kwetsbare gezinnen. Ook is onmiskenbaar dat instellingen, professionals, cliënten en gemeenten met toegenomen administratieve lasten te maken hebben. De hervormingsagenda jeugd moet in onze optiek een wezenlijke bijdrage leveren aan de vervolmaking van de transformatie die we in 2015 zijn gestart met als doel betere en effectievere hulpverlening binnen een financieel beheersbaar stelsel. Helaas stond het gesprek tussen rijk en gemeenten in de afgelopen jaren vooral in het teken van de discussie over de financiële randvoorwaarden. De VNG heeft het kabinet er vanaf 2018 keer op keer gewezen dat voor een adequate uitvoering van de jeugdhulp het rijk zijn stelselverantwoordelijkheid moet nemen. Dat vraagt adequate financiering en werkbare wet- en regelgeving die gemeenten ruimte biedt om op de diverse domeinen van bestaanszekerheid, hulpverlening en veiligheid de vragen van inwoners op te pakken. Het ontbreken van toereikende financiën en de langdurige discussie hierover hebben gemeenten, instellingen en professionals geremd in hun werk.
In de hervormingsagenda moeten gemeenten, rijk en de partners (cliëntvertegenwoordigers, professionals en instellingen) aan de slag om binnen een beheersbaar stelsel de hulp aan jeugdigen te verbeteren. 2. Voorgeschiedenis hervormingsagenda Vanaf 2018 is de VNG intensief in gesprek met het rijk over de grote tekorten van gemeenten door de sterk toegenomen uitgaven, met name die voor de jeugdhulp. Uit het onderzoek ‘Stelsel in Groei’ van AEF bleek in december 2020 dat gemeenten in 2019 een tekort kenden van € 1,7 miljard op de uitvoering van de jeugdhulp. Vervolgens is geen overeenstemming tussen het rijk en de VNG bereikt over de vraag hoe het rijk daarvoor gemeenten tegemoet gaat komen. Dat bracht ons tot de bijzondere stap van het inzetten van de Commissie van Wijzen, die in de verhoudingen tussen rijk en gemeenten zeer ongebruikelijk is. In het voorjaar van 2021 heeft de ingestelde Commissie van Wijzen vastgesteld dat het rijk gemeenten moet compenseren voor de feitelijke tekorten vanaf 2022. Daarnaast heeft zij gemeenten en rijk opgedragen om een ontwikkelagenda op te stellen om te komen tot betere jeugdhulp en een beheersbaar stelsel. Het financieel besparingspotentieel van deze agenda werd door de commissie op basis van te treffen maatregelen ingeschat op circa € 1 miljard structureel vanaf 2028.
De commissie heeft de aanbeveling gedaan bij het opstellen en uitvoeren van de agenda zorgvuldig de opbrengst van de maatregelen te monitoren. Op basis van de monitor moeten gemeenten worden gefinancierd voor de feitelijke uitgaven, mits gemeenten zich daadwerkelijk op een gedegen wijze en conform tijdsplanning hebben ingezet voor de implementatie van de afgesproken maatregelen. Hiermee bevestigde de commissie het wettelijk kader van artikel 108 lid 3 Gemeentewet. Dit schrijft voor dat het rijk gemeenten voldoende dient te bekostigen voor taken in medebewind. De uitspraak van de Commissie van Wijzen was vertrekpunt voor het proces om tot de hervormingsagenda jeugd te komen. Vanaf de zomer van 2021 is door het rijk, de VNG en partners in de zogenoemde vijfhoek hard aan deze agenda gewerkt. 3. Extra bezuiniging voor rekening en risico van het rijk Het coalitieakkoord voorzag tot onze verbazing in een extra bezuiniging op de jeugdzorg (bovenop het hiervoor genoemde besparingspotentieel van € 1 miljard) die oploopt tot € 511 miljoen. De ALV van 13 januari 2022 heeft hierop unaniem de resolutie aangenomen, waarin de VNG uitspreekt per direct de medewerking aan de hervormingsagenda jeugd stop te zetten totdat het rijk zelf de verantwoordelijkheid neemt voor deze extra besparing.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
2/6
In het Bestuurlijk Overleg van 9 mei 2022 heeft staatssecretaris Van Ooijen (VWS) gedeeld dat het kabinet heeft besloten dat het realiseren van de extra besparingen de verantwoordelijkheid van het rijk is. Het is aan het rijk de besparing in te vullen met (wettelijke) maatregelen waarvoor het rijk aan zet is en die aanvullend zijn op de beoogde hervormingsagenda. Het gaat daarbij om maatregelen waardoor gemeenten minder middelen nodig hebben en/of waarbij alternatieve inkomsten gegenereerd worden door middel van de invoering van een eigen bijdrage. Ook draagt het rijk het budgettaire risico ingeval (een deel van) deze maatregelen niet of niet tijdig doorgaan. Daarmee handelt de staatssecretaris weer overeenkomstig de uitspraak van de Commissie van Wijzen en wordt voldaan aan de voorwaarden van de resolutie. Dat biedt de VNG de mogelijkheid het overleg over de hervormingsagenda te hervatten. Bij de uitvoering hiervan is voor ons leidend dat de agenda passende hulp aan kwetsbare gezinnen realiseert. In de bijlage bij deze ledenbrief vindt u een brief van de staatssecretaris aan het VNG-bestuur waarin dit besluit nader wordt toegelicht.
In de eveneens bijgevoegde reactie hierop hebben wij het kabinet gevraagd om vanuit de fondsbeheerders met de provinciale toezichthouders in gesprek te gaan over hoe dit zonder risico voor gemeenten verwerkt kan worden in de gemeentelijke meerjarenbegroting en gemeenten hierover te informeren. In juni zal hierover het gesprek met de fondsbeheerders en provincies plaatsvinden. Wij zullen u te zijner tijd informeren over de uitkomsten van dat gesprek. 4. Plannen voor doorstart hervormingsagenda jeugd In het bestuurlijk overleg van 9 mei spraken wij met de staatssecretaris van VWS over de doorstart van de hervormingsagenda jeugd. Op basis van de bouwstenen die al eerder zijn opgesteld, wordt de periode tot half november gebruikt om op basis hiervan tot een hoofdlijnenagenda te komen. Hierbij wordt ook het rapport ‘Onze Jeugd verdient beter!’ van de partners betrokken. In de doorstart bepalen we met de partijen eerst wie welke rol en verantwoordelijkheid op zich neemt voor de verschillende thema’s. Voor onderwerpen die raken aan de financieel-bestuurlijke kaders en/of waarvoor wet- en regelgeving nodig is, ligt het primaat bij de beide overheden. Dat geldt in het bijzonder voor het financieel-bestuurlijk kader.
Inzet VNG hervormingsagenda Mede op basis van de in het najaar van 2021 gezamenlijk ontwikkelde bouwstenen, heeft de staatssecretaris van VWS in de kamerbrief van 13 mei 2022 zijn visie op het stelsel en het belang van de hervormingsagenda uiteengezet. We delen de urgentie om aan de slag te gaan met de diverse thema’s van de hervormingsagenda. Dat meer dan 1 op de 10 kinderen jeugdhulp krijgt en het gebruik ook in de afgelopen jaren stelselmatig is gegroeid, levert immers een onhoudbare situatie op. In de vormgeving van de hervormingsagenda blijven de 2 hoofddoelstellingen centraal staan: een beheersbaar jeugdhulpstelsel en verbetering van de hulpverlening. Hierbij ligt de focus op het verbeteren van de hulp aan kinderen en gezinnen in kwetsbare situaties. Dit vraagt van gemeenten een strakkere sturing, verbeterde samenwerking rondom specialistische jeugdhulp en een stevig hulpaanbod in de wijk dat aansluit op de situatie en hulpvraag van inwoners. Daartoe wordt geïnvesteerd in de samenwerking met partners, zoals het onderwijs en partijen die werken aan bestaanszekerheid. Van het rijk verwachten we dat deze integrale aanpak mogelijk wordt gemaakt door het gezamenlijk optreden van meerdere departementen.
Ook zal het rijk in wet- en regelgeving moeten komen tot een inperking van de reikwijdte van de jeugdhulpplicht en versterking van de samenwerking en/of afbakening tussen de diverse genoemde domeinen. Professionals en instellingen staan aan de lat om de kwaliteit van de hulpverlening substantieel te verbeteren. Kwaliteit van de hulpverlening is een essentiële pijler in de hervormingsagenda. Wij zullen de
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
3/6
genoemde partners ondersteunen bij het verder versterken van de kwaliteit. Dit vraagt inzet op alle niveaus: lokaal, regionaal en landelijk. Bij de inrichting van de agenda is het belangrijk om steeds te kijken naar succesvolle voorbeelden in de praktijk en deze ook te benutten. Leren en Ontwikkelen is een belangrijke pijler in de aanpak. Daarmee brengen we een agenda tot stand die zich kenmerkt door elan, eigenaarschap en energie, en borg staat voor een aanpak die leidt tot een verbetering van hulpverlening aan kwetsbare kinderen in hun eigen omgeving. Met deze insteek herstarten wij de gesprekken met het rijk en de partners. Monitoring hervormingsagenda De Commissie van Wijzen vermeldde in haar uitspraak dat de agenda moet worden gemonitord door een deskundigencommissie. Deze commissie stelt vast op welke wijze de agenda is geïmplementeerd en wat de inhoudelijke en financiële opbrengsten van de agenda zijn. In het Bestuurlijk Overleg van 9 mei spraken we met het rijk af deze commissie tijdig in te richten, zodat deze voorafgaand aan de start van de uitvoering van de agenda operationeel is. Consultatie en bestuurlijke gesprekken hervormingsagenda De hervormingsagenda wordt in het najaar vastgesteld. In het proces van de opstelling van de agenda informeren we u in reguliere overleggen zoals de BJ42 en J42 (ambtelijke en bestuurlijke netwerken van de 42 jeugdhulpregio’s).
In september en oktober vindt er een brede consultatieronde plaats, waarna we in een bestuurlijk overleg de agenda met het rijk en de partners vaststellen. Ook willen we in deze nieuwe collegeperiode met u verkennen of de rol van de BJ42 kan worden versterkt, zodat dit de plek wordt waar de regionale invulling van de hervormingsagenda plaatsvindt. Hierover gaan we graag met u in gesprek. De inhoud van deze initiatieven moeten we nog vorm geven. Op onze website publiceren we de meest recente informatie over de voortgang en consultatiemogelijkheden. Uitvoeringskosten hervormingsagenda De uitvoeringskosten van de hervormingsagenda zijn voor 2022 voorlopig geraamd op € 9 miljoen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan coördinatiekosten bij de afbouw van residentiële jeugdhulp of het terugdringen van de administratieve lasten. Gedurende de looptijd van de hervormingsagenda reserveert VWS elk jaar € 9 miljoen op het budget dat ter beschikking wordt gesteld aan gemeenten. Hiermee stemde de VNG noodgedwongen in, onder de strikte voorwaarde dat de inzet van de middelen wordt afgestemd met de VNG en dat de middelen die niet worden uitgegeven achteraf alsnog via de Algemene Uitkering aan de gemeenten ter beschikking worden gesteld.
Ook zullen wij de fondsbeheerders melden dat we instemmen met deze werkwijze vanwege het grote belang van de hervormingsagenda, maar dat dit op geen enkele wijze een precedent mag scheppen voor de toekomst. 5. Lopende initiatieven (vooruitlopend op de hervormingsagenda) De hervormingsagenda bouwt voort op initiatieven van de afgelopen jaren. In 2022 pakte de VNG al een aantal punten uit de uitspraak van de Commissie van Wijzen op om beter voorbereid aan de slag te kunnen gaan met de hervormingsagenda jeugd. Dat geldt voor de volgende initiatieven: 1. Een onderzoek naar de maatregelen die gemeenten al in 2022 hebben genomen om te komen tot een beheersbaar stelsel. 2. Een quickscan naar de doorontwikkeling van het Landelijke Transitie Arrangement (LTA: landelijke inkoop van hoog-specialistische jeugdhulp).
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
4/6
Ad 1 Onderzoek genomen maatregelen in 2022 In juni 2021 sprak de VNG met het rijk af om de inzet van maatregelen die leiden tot een financieel beheersbaar stelsel te stimuleren. Om zicht te krijgen op de desbetreffende ontwikkelingen voerde de VNG hierover een onderzoek uit. In de bijlage vindt u het resultaat daarvan. Hieruit blijkt een brede inzet op diverse maatregelen. Ook zien we dat er in 2020 nog geen sprake is van een daling van de jeugdhulpkosten, maar wel van een afvlakkende groei. Daarnaast stellen we vast dat er nog het nodige werk is te verzetten om het effect van de maatregelen en de samenhang tussen de maatregelen verder in beeld te brengen. Dit vraagt om een concretisering van de inzet. Er zijn verschillende inspirerende voorbeelden van gemeenten in het rapport opgenomen, die de afgelopen jaren op de diverse onderdelen van de jeugdhulp grote stappen hebben gezet. Het rapport onderstreept wat ons betreft enerzijds de urgentie om stevig aan de slag te gaan met de hervormingsagenda en de vragen in het jeugddomein en biedt anderzijds inspirerende handvatten aan gemeenten voor het versterken van de eigen praktijk. We nodigen u uit om hiertoe deze rapportage te benutten. Ad 2 Quickscan LTA Sinds 2015 koopt de VNG via het Landelijk Transitie Arrangement (LTA) bepaalde vormen van jeugdhulp landelijk in.
Het doel is om goede, passende hulp aan de meest kwetsbare jongeren te bieden en de continuïteit van het zorglandschap te garanderen. In zijn kern is het LTA sinds die tijd onveranderd gebleven. De Commissie van Wijzen adviseerde in haar uitspraak tot een herbezinning op het LTA en met name verkenning van de mogelijkheden voor uitbreiding. Zo moet onder meer de beschikbaarheid van hoog-specialistische jeugdhulpfuncties beter worden geborgd in het decentrale stelsel. In het eerste kwartaal van 2022 gaf de VNG het onderzoeksbureau AEF de opdracht om hiervoor een quickscan onder diverse gemeenten uit te voeren. Daarnaast is er gesproken met het ministerie van VWS over de raakvlakken met hun processen (in het bijzonder de AMvB inzake de bovenregionale samenwerking) en aandachtspunten met betrekking tot mogelijke oplossingsrichtingen. De resultaten hiervan vindt u als bijlage bij deze ledenbrief. De verdere opvolging van het onderzoek van AEF is mede afhankelijk van de keuzes die in de hervormingsagenda worden gemaakt rondom het thema (boven)regionale samenwerking. Daarom betrekken we in het gesprek over de hervormingsagenda de inhoud van deze quickscan. Hierbij moet in ieder geval worden bepaald voor welke jeugdhulpvormen bovenregionale of landelijke afstemming nodig is om vervolgens te kijken welke bijdrage de landelijke inkoop daaraan kan leveren.
In het proces van de agenda gaan we hierover ook actief in gesprek met branches, beroepsverenigingen en vertegenwoordigers van cliënten. De quickscan geeft hiervoor de eerste handvatten. Tot slot We staan de komende jaren voor een grote opgave om de hulpverlening aan jongeren substantieel te verbeteren. Hierin staat onverminderd de doelstelling van de decentralisatie centraal: verbeterde hulpverlening aan (kwetsbare) kinderen en gezinnen, waarbij hun vragen centraal staan en breed gekeken wordt naar mogelijke oplossingen. Dit vraagt een verdere versterking van de samenwerking rondom hulp, onderwijs en bestaanszekerheid. Daarnaast liggen in de hervormingsagenda ook opgaven voor zoals het stevig terugdringen van de administratieve lasten, het versterken van de regionale samenwerking en de financiële opgave om te komen tot een beheersbaar stelsel met een oplopende doelstelling naar € 1 miljard.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
5/6
De komende maanden zullen wij ons maximaal inzetten om tot een goede agenda te komen die ons daadwerkelijk een stap dichterbij de genoemde doelstellingen brengt. In samenwerking met alle gemeenten willen wij ervoor zorgen dat er lokaal en regionaal daadwerkelijk belangrijke stappen worden gezet. De gemeenten spelen immers een sleutelrol bij het welslagen van de hervormingsagenda jeugd. De komende maanden en jaren gaan wij daarover het gesprek met u aan en zullen wij u blijven ondersteunen. Met vriendelijke groet, Vereniging van Nederlandse Gemeenten
L.K. Geluk Algemeen directeur
Bijlagen: -
Brief VWS aan VNG inzake maatregelen € 511 miljoen Reactie VNG aan VWS inzake maatregelen € 511 miljoen Rapportage onderzoek Maatregelen jeugdhulp 2022 Eindrapportage quickscan landelijke inkoop jeugd
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
6/6
> Retouradres Postbus 20350 2500 EJ Den Haag
Vereniging Nederlandse Gemeenten T.a.v. het bestuur Postbus 30435 2500 GK DEN HAAG
DGLZ Jeugd Bezoekadres Parnassusplein 5 2511 VX Den Haag T 070 340 79 11 F 070 340 78 34 www.rijksoverheid.nl Inlichtingen bij Veeken, M.J.M. van der (Michelle) Senior Beleidsmedewerker
Datum Betreft
Brief VNG € 511 mln Jeugd uit CAoalitieakkoord
T M 0611581816 mj.vd.veeken@minvws.nl Kenmerk 3365800-1028933-J a
Geacht bestuur, In de tweede helft van vorig jaar is veel werk verricht om te komen tot een gezamenlijke Hervormingsagenda Jeugd conform de uitspraak van de Commissie van Wijzen. In het Coalitieakkoord is vervolgens een extra besparing in het jeugddomein opgenomen met een omvang van € 100 mln in 2024, oplopend naar € 500 miljoen in 2025 en 2026, en structureel € 511 miljoen vanaf 2027. U heeft daarop besloten uw medewerking aan de vormgeving van en de besluitvorming over de Hervormingsagenda op te schorten.
Uw brief Bijlage(n) Correspondentie uitsluitend richten aan het retouradres met vermelding van de datum en het kenmerk van deze brief.
De afgelopen periode heeft het kabinet uitvoerig gesproken over hoe om te gaan met deze extra besparing en onlangs besloten dat deze besparing een Rijksverantwoordelijkheid is. Het is dus aan het Rijk de besparing in te vullen met (wettelijke) maatregelen waarvoor het Rijk aan zet is en die aanvullend zijn op de beoogde Hervormingsagenda. Het gaat dus om maatregelen waardoor gemeenten minder middelen nodig hebben of waarbij alternatieve inkomsten gegenereerd worden door middel van de invoering van een eigen bijdrage. Ook draagt het Rijk het budgettaire risico ingeval (een deel van) deze maatregelen geen of niet tijdig doorgang vinden. Uiteraard is het noodzakelijk en gaat het Rijk er vanuit dat u uw medewerking verleent bij de uitwerking en uitvoering van deze maatregelen. Op 9 mei jl. heb ik met een VNG-delegatie gesproken over dit voornemen. Op basis van dit positieve overleg ga ik ervan uit dat we samen een doorstart maken met het opstellen van de Hervormingsagenda inclusief het gezamenlijke commitment dat de uitspraak van de Commissie van Wijzen hiervoor het uitgangspunt vormt qua maatregelen, middelen en uitvoering. Hoogachtend, de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
Maarten van Ooijen
Pagina 1 van 1
Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport T.a.v. de heer M. van Ooijen Staatssecretaris Postbus 20350 2500 EJ 'S-GRAVENHAGE
Datum
23 mei 2022 Kenmerk
TISA/U202200390 Telefoon
070 373 8393 Bijlage(n)
-
Onderwerp
Reactie op uw brief inzake € 511 mln Jeugd uit Coalitieakkoord, uw kenmerk 3365800-1028933-J Geachte heer Van Ooijen, Dank voor uw brief over het besluit van het kabinet om de 511 miljoen euro aan extra besparing op de jeugdzorg voor rekening en risico van het Rijk te nemen. Hiermee stapt u weer binnen het kader van de Commissie van Wijzen en komt u tegemoet aan de resolutie die de ALV van de VNG heeft aangenomen op 13 januari 2022. Deze brief en de inhoud van het bestuurlijk overleg van 9 mei 2022 biedt het VNG-bestuur de ruimte om met u aan de slag te gaan met de doorstart van de Hervormingsagenda Jeugd. Wij zullen uw brief met gemeenten delen om hen helderheid te verschaffen over het kabinetsbesluit en onze afspraken in het bestuurlijk overleg van 9 mei, zodat zij dit kunnen verwerken in hun lokale/regionale aanpak én in de begrotingen. Het gaat om de extra korting jeugdzorg in het regeerakkoord van 100 mln, 500 mln, 500 mln, en 511 mln voor de jaren 2024 t/m 2027 en verder. Het is aan het Rijk de besparing in te vullen met (wettelijke) maatregelen waarvoor het Rijk aan zet is en die aanvullend zijn op de beoogde Hervormingsagenda. Gemeenten willen zo snel mogelijk duidelijkheid of zij hierdoor of minder middelen nodig hebben en/of er alternatieve inkomsten worden gegenereerd door middel van de invoering van een eigen bijdrage.
Graag verzoeken we u zo spoedig mogelijk in contact te treden met de fondsbeheerders en toezichthouders om in gesprek te gaan over hoe dit zonder risico voor gemeenten verwerkt kan worden in de gemeentelijke meerjarenbegroting en gemeenten hierover te informeren. In uw brief kondigt u aan dat parallel aan het gesprek over de Hervormingsagenda, het Rijk aan de slag gaat met de uitwerking van de voorstellen om de extra besparing van € 511 mln in te vullen die louter aanvullend zijn op de Hervormingsagenda. We hechten eraan te benadrukken dat deze
Vereniging van Nederlandse Gemeenten Nassaulaan 12 Den Haag | Postbus 30435 | 2500 GK Den Haag 070 - 373 83 93 | info@vng.nl
U202200390
PROD
voorstellen het uitvoeren van de Hervormingsagenda niet moeten bemoeilijken en de maatregelen uitvoerbaar moeten zijn voor gemeenten en partners. Met inachtneming hiervan zullen wij onze medewerking verlenen aan de uitwerking van deze voorstellen. Het is goed dat we de discussie over de extra besparing achter ons kunnen laten en aan de slag kunnen gaan met de uitvoering van de uitspraak van de Commissie van Wijzen. Het is onze gezamenlijke verantwoordelijkheid om te komen tot een stelsel waarin betere hulp en betere beheersing van kosten wordt gerealiseerd. Dit zijn we verplicht aan kinderen en gezinnen in kwetsbare situaties die de hulp nodig hebben. Dit vergt de nodige inzet van gemeenten, Rijk, zorgaanbieders en professionals. We zien er naar uit een vervolg te geven aan het traject dat we in het najaar van 2021 zijn gestart. Met vriendelijke groet, Vereniging van Nederlandse Gemeenten
mr L.K. Geluk Algemeen directeur
NB: De brief met kenmerk TISA/U202200374 kunt u als niet verzonden beschouwen.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten
2/2
Maatregelen jeugdhulp 2022 Resultaten van een korte inventarisatie 30 mei 2022
Inleiding Voorliggende rapportage vloeit voort uit de bestuurlijke afspraken tussen de VNG en het rijk. Het geeft een beeld van de mate waarin gemeenten reeds aan de slag zijn of waren met de maatregelen uit de arbitrage-uitspraak van de Commissie van Wijzen, en de resultaten daarvan. Met de bestuurlijke afspraken van 2 juni 2021 tussen rijk en VNG is, na tussenkomst van de arbitragecommissie, een essentiële stap gezet om te komen tot de noodzakelijke verbeteringen van de jeugdhulp* voor de jeugdigen en hun gezinnen. In deze afspraken is in lijn met de uitspraak van de commissie 1,3 miljard euro extra door het rijk aan gemeenten beschikbaar gesteld voor de uitvoering van de Jeugdwet in 2022. Tevens is de afspraak gemaakt om voor de jaren 2022 – 2028 een Hervormingsagenda op te stellen. Deze agenda is de basis voor de inhoudelijke verbetering van de hulp aan jeugdigen die dit nodig hebben en voor de te maken financiële afspraken tussen rijk en VNG over het structurele budget voor de jaren 2023 e.v. Onderdeel van de afspraak is dat gemeenten met hulp van het rijk extra inzetten op doorvoering van de maatregelen die in 2022 al een financieel effect hebben (zie tabel).
Maatregel Afbakening reikwijdte Contractering/Standaardisatie uitvoering Tariefdifferentiatie Beperking verwijzingen naar gecontracteerd aanbod Versterken bestaanszekerheid Brede invoering POH- Jeugd GGZ Regionalisering Totaal
Verwachte besparing 33 mln 48 mln 6 mln 36 mln 101 mln 38 mln - 47 mln 214 mln
Daarnaast is afgesproken dat de VNG in 2022 bij gemeenten een inventarisatie uitvoert, die antwoord geeft op de vraag of en in hoeverre gemeenten reeds met deze maatregelen aan de slag zijn of voornemens zijn om dit op korte termijn te doen, en welke inzichten en resultaten dit oplevert. oplevert. Het rapport gaat in beperkte mate in op de inhoudelijke effecten van maatregelen. De uitwerking van de maatregelen is onderdeel van de rapportage en zal verder worden vormgegeven bij de opstelling van de hervormingsagenda. Bestuurlijke afspraak over maatregelen 2022 De tekst van de desbetreffende afspraak luidt als volgt: ‘’De VNG, namens alle gemeenten, committeert zich eraan dat de afslag van 214 miljoen in 2022 wordt gerealiseerd door de invulling van de betreffende set van maatregelen binnen bestaande wetgeving, uitgaande van tabel 1 in de uitspraak van de Commissie van Wijzen. Overigens zijn recentelijk (april 2021) over een groot deel van deze maatregelen al afspraken gemaakt, in het bijzonder het stimuleren van tariefdifferentiatie en standaardisatie van de uitvoering, het versmallen van de medische verwijsroute door enkel te verwijzen naar gecontracteerd aanbod en het breder invoeren van een praktijkondersteuner jeugd-ggz bij de huisarts. Het rijk zal gemeenten bestuurlijk ondersteunen, indien nodig, met aanpassingen in lagere regelgeving.’’
De voorliggende rapportage vormt de uitwerking van deze afspraak en heeft tevens tot doel om gemeenten onderling te inspireren. * Waar gesproken wordt over jeugdhulp, wordt jeugdhulp, inclusief Jeugdbescherming en Jeugdreclassering bedoeld (met uitzondering van Jeugdzorg plus, omdat dit de gangbare term is)
Aanpak Om te komen tot de inzichten uit deze rapportage is op diverse manieren informatie verzameld: 1. Een enquête, uitgezet onder de jeugdhulpregio’s; 2. Data-analyse; 3. Interviews/ophalen best practices bij diverse regio’s/gemeenten. De drie werkwijzen worden hieronder kort toegelicht. Ruim 50% van de gemeenten reageerde op de enquête Er is een enquête uitgezet onder jeugdhulpregio’s met daarin vragen of en in hoeverre de gemeenten de maatregelen uit de rapportage van de Commissie Sint hebben genomen of voornemens zijn om die te nemen. Nog niet alle maatregelen zijn volledig. Daarom zijn er relatief veel open vragen gesteld. De antwoorden op de gesloten vragen zijn verwerkt in de tekst. De vragen zijn vooraf afgestemd met het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS). Respons In totaal waren er 74 reacties op de uitgezette enquête. Een deel van de reacties was onvolledig en is daarom buiten beschouwing gelaten. 51 reacties waren volledig en zijn gebruikt in dit onderzoek. Van die 51 reacties betroffen 33 individuele reacties van gemeenten, er reageerden 18 regio’s gezamenlijk. Diverse reacties zijn gegeven namens een regio van gemeenten. De reacties hebben in totaal betrekking op 187 gemeenten (53% van het totaal aantal gemeenten). Aantal respondenten Aantal volledige reacties Waarvan regio's Waarvan gemeenten (individueel) Totaal aantal gemeenten
74 51 18 33 187
Deelnemende gemeenten Totaal aantal gemeenten % van het aantal gemeenten dat heeft deelgenomen
0-50.000 inwoners 139 264 53%
50.000-100.000 Meer dan 100.000 inwoners inwoners 30 17 56 33 54% 52%
In de deelnemende gemeenten is 55% van het totaal aantal inwoners van Nederland woonachtig en 54% van het totaal aantal inwoners jonger dan 18 jaar (peildatum 1-1-2022). De verdeling over de grootte van gemeenten is nagenoeg gelijk. 11 regio’s/gemeenten deelden hun best practices en gaven verdieping op hun antwoorden In interviews zijn verdiepende vragen gesteld n.a.v. de antwoorden op de enquête. Ook is er per regio een maatregel uitgelicht. Deze voorbeelden van maatregelen zijn opgenomen in deze rapportage (vanaf pagina 25). Dit is een selectie van de goede voorbeelden die er in het land zijn. De IV3 data en beleidsinformatie jeugd zijn geanalyseerd De geanalyseerde data in het rapport is afkomstig uit de IV3 database (CBS), data over werknemers per sector (CBS), de database over bedrijven en vestiging (KvK) en de monitor Beleidsinformatie Jeugd (CBS).
Resultaten van de inventarisatie Hieronder staan de resultaten van de inventarisatie in het kort. De uitgebreide resultaten zijn te vinden op pagina 7 en verder. Vooruitlopend op de hervormingsagenda is een meerderheid van de gemeenten al aan de slag met maatregelen uit de arbitrage-uitspraak Uit de inventarisatie komt duidelijk naar voren dat een ruime meerderheid van gemeenten in de afgelopen jaren al stappen heeft gemaakt in het verbeteren van (de sturing op) de jeugdhulp en bezig is met de maatregelen die deel uitmaken van de maatregelen uit de arbitrage-uitspraak (dat wil zeggen dat zij een of meerdere maatregelen reeds genomen hebben). Daarnaast zien we in het land ook dat gemeenten al werken met effectieve oplossingen voor de aanpak van domein-overstijgende problematiek en de groeiende vraag naar ondersteuning vanuit de jeugdhulp. Gemeenten wijzen ook duidelijk op knelpunten, die soms landelijke oplossing behoeven. Een voorbeeld hiervan is de inzet van de ondersteuner van de huisarts, waarbij de bekostiging door de verzekeraar per regio verschilt en waarbij een deel van de huisartsen aan geeft niet te kunnen of willen meewerken, maar ook omdat individuele huisartsen hier verschillend tegenover staan. Omdat deze knelpunten onopgelost blijven of lokaal moeten worden opgelost, blijven oplossingen uit of kosten deze veel tijd.
Kostenstijging 2019 en 2020 zet door Ondanks de grotere inzet van gemeenten op sturing en beheersing vanaf 2018 is er nog steeds sprake van een stijging in de kosten voor individuele voorzieningen tussen 2019 en 2020. Deze stijging wijst op een oplopend tekort bij gemeenten. Hierbij is echter geen rekening gehouden met de uitgaven aan het voorliggend veld. Onderdeel van de stijging zijn ook de reguliere loon- en prijsindexaties. Voor individuele voorzieningen is er sprake van een afvlakkende groei in kosten. De toekomst moet uitwijzen of een deel van dit effect ook veroorzaakt wordt door corona en het stilliggen van een deel van de zorg. Inzicht verkrijgen in financiële effecten op maatregelniveau is in de praktijk vaak moeilijk door waterbedeffecten en omdat het bewijzen van een oorzaak-gevolg relatie in de praktijk moeilijk is. Gemeenten geven wel aan positieve financiële effecten te zien van de invoering van een ondersteuner huisarts en het inzetten van de doorbraakmethode en het maatwerkbudget. Dit sluit ook aan bij de bevindingen van het AEF-rapport “Stelsel in groei” (2020). De resultaten van de inventarisatie wijzen op het belang van doorpakken op de hervormingsagenda De stijgende kosten, het nog onbenutte potentieel van de voorgestelde maatregelen en de knelpunten die spelen, onderbouwen allen het belang van doorpakken op de hervormingsagenda.
De agenda kan bijdragen aan het concretiseren van maatregelen die effectief zijn en breed genomen zouden moeten worden, en een oplossing bieden voor langlopende financiële problemen bij gemeenten. Daarnaast kan de agenda een oplossing bieden voor de behoefte aan instrumenten en handvaten om knelpunten op te lossen die nu al zo lang onopgelost blijven. Een voorbeeld hiervan is de afbouw van Jeugdzorg plus, waarbij landelijke coördinatie van groot belang is (o.a. vanwege de hoge frictiekosten), juist ook omdat er vaak kinderen uit diverse gemeenten/regio’s in deze voorzieningen verblijven.
Adviezen voor de hervormingsagenda Individuele maatregelen leiden niet altijd tot een macro besparing Uit de enquête blijkt dat de meerderheid van de gemeenten in de afgelopen jaren ervaring heeft opgedaan met het nemen maatregelen die in de arbitrage-uitspraak zijn opgenomen Hoewel deze maatregelen inhoudelijk vaak effect sorteerden, is niet vast te stellen in hoeverre ze leiden tot een daling van de totale kosten. Dit kan diverse oorzaken hebben. Zo is de causaliteit tussen maatregel en financieel effect lastig vast te stellen. Ook speelt mee dat er sprake is van wachtlijsten bij aanbieders. Vrijgekomen ruimte wordt dan ingevuld door inwoners vanuit de wachtlijst. Hiermee wordt de zorg per cliënt weliswaar goedkoper, maar de totale kosten nemen niet af. Het is belangrijk om hier bij de uitwerking van de hervormingsagenda rekening te houden. De focus ligt op de instroom, terwijl de uitstroom stokt en leidt tot hogere kosten In het rapport “Stelsel in groei” (AEF, 2020) wordt geconstateerd dat met name de uitstroom uit specialistische jeugdhulp stokt. Dit is een belangrijke verklaring voor de groei van kosten. Opvallend is dat de maatregelen van de arbitrage-uitspraak zich vaak richten op de toegang tot zorg. Daar ligt kortom nog een belangrijk aandachtspunt voor de ontwikkeling van de hervormingsagenda.
Lokale autonomie blijft belangrijk, maar er bestaat ook behoefte aan landelijke sturing Het effect van een deel van de maatregelen, zoals beperkingen verwijzingen naar gecontracteerd aanbod, is afhankelijk van de wijze waarop het stelsel en de bekostiging lokaal zijn ingericht. Een deel van de gemeenten koopt zorg in bij een beperkt aantal aanbieders en laat die aanbieders vervolgens zorg inkopen bij onderaannemers. Het beperken van verwijzingen is dan geen effectieve maatregel. Ook hebben gemeenten andere maatregelen genomen die hetzelfde effect beogen. Een voorbeeld hiervan is de afspraak dat iemand van het jeugd-/wijkteam regelmatig kantoor houdt bij een huisarts. Hiermee wordt hetzelfde effect beoogd als die van de ondersteuner jeugd/POH jeugd. Het is daarom belangrijk om aandacht te hebben voor de lokale situatie. Tegelijkertijd echter is er ook behoefte aan landelijke sturing. Knelpunten die lokaal optreden en meer doorzettingsmacht vereisen, kunnen sneller op landelijk niveau worden opgepakt. Een voorbeeld hiervan is de ondersteuner Jeugd/POH jeugd. Landelijke richtlijnen of handreikingen, waar gemeenten op terug kunnen grijpen als zij maatregelen willen nemen, ontbreken. Een ander voorbeeld is het ontbreken van kostprijzen. Hierdoor worden onderzoeken vaak lokaal (en meermaals) uitgezet.
Dit brengt administratieve lasten en extra kosten met zich mee (voor zowel gemeenten als aanbieders). Diverse gemeenten geven aan behoefte te hebben aan landelijke referenties. Het advies is om bij de uitwerking van de hervormingsagenda aandacht te hebben voor de vraag wanneer knelpunten landelijk oplossing behoeven en welk proces hiervoor moet worden doorlopen.
Besteed aandacht aan mogelijke effecten van corona Meerdere geïnterviewde gemeenten geven aan dat zij met name in de toegang toenemende zorgvraag zien, waarschijnlijk als gevolg van corona. Zij adviseren dan ook om hiervoor aandacht te hebben in de hervormingsagenda.
Adviezen voor het vervolg van monitoring Dankzij de gemeenten die op de enquête reageerden en die geïnterviewd zijn, hebben we een beeld gekregen van de mate waarin gemeenten al aan de slag zijn met de maatregelen zoals genoemd in de uitspraak van de Commissie van Wijzen. De toekomstige wijze van monitoring zal voortkomen uit de hervormingsagenda. Maar ook in de tussentijd is er behoefte aan informatie. Hieronder is een aantal adviezen uitgewerkt voor de uitwerking hiervan. Er kan beter worden gemonitord als de maatregelen concreter worden beschreven Het abstractieniveau waarop maatregelen zijn geformuleerd is verschillend. Voor een deel van de maatregelen geldt dat zij concreet zijn beschreven en kunnen worden gemonitord (denk aan de ondersteuner van de huisarts of het maatwerkbudget). Andere maatregelen, zoals normalisatie en reikwijdte, kennen een hoog abstractieniveau en zijn daarom moeilijk te monitoren. Voor een eventueel vervolg wordt geadviseerd om maatregelen concreter te beschrijven, zodat zij gemonitord kunnen worden of om regio’s/gemeenten zelf hierover te laten rapporteren. Monitoring van de kosten van het voorliggend vraagt nadere analyse In de rapportage van AEF is een specifiek onderzoek gericht op de kosten van het voorliggend veld opgenomen. Dezelfde analyse zou kunnen worden herhaald om ook een beeld te krijgen van de kosten van het voorliggend veld.
Het (nader) uitwerken van voorbeelden van gemeenten geeft een goed beeld van de richting waarop gemeenten zich ontwikkelen
We zien al veel verschillende goede voorbeelden in het land. Gemeenten leren daarvan en hiervoor gebruiken we ook deze rapportage. We bevelen aan om in de hervormingsagenda veel ruimte te creëren voor het uitwisselen van voorbeelden en implementeren van werkzame elementen uit andere regio’s.
Resultaten enquête & interviews
Leeswijzer Op de komende pagina’s zijn de resultaten van de enquêtes verwerkt Deze pagina’s starten steeds met een korte beschrijving van de maatregelen, zoals die in het rapport van de Commissie van Wijzen/Commissie Sint zijn opgenomen. Vervolgens worden steeds de resultaten van de enquête in de grafiek toegelicht, gevolgd door een korte opsomming van de informatie die is opgehaald vanuit de antwoorden op de open vragen, of vanuit de interviews met regio’s/gemeenten. Tot slot worden er, indien die inzichten beschikbaar zijn, knelpunten gerapporteerd die gemeenten ervaren bij het (efficiënt) doorvoeren van maatregelen.
Afbakening reikwijdte (B2) (1/2) Samenvatting van deze maatregel Dit is maatregel B2 in het rapport van de Commissie Sint. Hieronder vallen die maatregelen waarmee het gebruik of de kosten van de jeugdhulp worden teruggebracht, door in te zetten op de afbakening van de jeugdhulp of normalisering van problematiek van jeugdigen. Onder normaliseren wordt meer vraagstukken als onderdeel van het gewone opgroeien en opvoeden zien verstaan. Voor 2022 zijn er nog geen concrete afspraken gemaakt over wat de te leveren inspanningen op deze maatregel zijn. In de enquête is daarom een brede uitvraag gedaan. Dit om zo informatie op te halen bij gemeenten over welke maatregelen zij reeds hebben genomen of van plan zijn, die betrekking hebben op de beperking van de reikwijdte (begrenzen van de vergoede zorg/ondersteuning). Resultaten van de enquête en interviews De gemeente/regio heeft maatregelen genomen om het normale leven te versterken
76%
De gemeente/regio heeft maatregelen genomen om de reikwijdte te beperken
24%
64%
Ja
36%
Nee
Het merendeel van de gemeenten geeft aan maatregelen te hebben genomen om de reikwijdte van de jeugdhulp te beperken. Grofweg zijn de maatregelen in te delen in drie categorieën: 1. Afbakening jeugdhulp en onderwijs Gemeenten geven aan zoekend te zijn naar de afbakening van jeugdhulp en onderwijs. Het kan gaan om een strakkere sturing op de afbakening, waarbij wordt gekeken of sommige delen van de jeugdhulp (bijv. dyslexie of huiswerkbegeleiding) eigenlijk beter in het onderwijs opgepakt kunnen worden. Of er wordt ingezet op samenwerking (zoals jeugdhulp op scholen), zodat er geen stapeling van ondersteuning plaatsvindt. 2. Strakkere afbakening met andere wetten/voorliggende voorzieningen Ook geven gemeenten aan in de ontwikkeling van hun beleid te kijken naar de overgang met andere wettelijke kaders, en dan met name de Wlz en de Zorgverzekeringswet (voornamelijk voor de groep 18- 23 jaar). 3. Afbakening grenzen van de jeugdhulp Sommige gemeenten zoeken naar de grenzen van de jeugdhulp en hierop maatregelen te richten (wat betalen we niet?). De sturing hierop wordt vanuit de contracten of de toegang georganiseerd. Denk hierbij aan beperkingen van de contractering van voorzieningen, zoals vervoersdiensten, dyslexie en ook aan strakke sturing bij de toegang waar wordt gekeken of vragen niet op een andere manier (bijvoorbeeld in het eigen netwerk) opgepakt kunnen worden.
Afbakening reikwijdte (B2) (2/2) Ook geven gemeenten aan maatregelen te hebben genomen om de normalisatie van jeugdhulp te bevorderen. Hierbij worden onder andere genoemd: 1. Inzetten op preventie en het versterken van het voorliggend veld. Genoemd worden interventies, zoals kansrijke start, jongerenwerk, BSO+, cursussen en samenwerking met sportverenigingen. 2. Voorkomen van verwijzing. Focus op het bieden van hulp, bijvoorbeeld in het eigen netwerk, waardoor een verwijzing naar meer specialistische jeugdhulp niet nodig is. 3. Terugbrengen van hoog specialistische jeugdhulp door het leveren van lichtere hulp. Hiertoe worden diverse maatregelen genomen, waaronder het inzetten van een informeel steunfiguur, het leveren van lichte hulp bij de toegang waardoor een verwijzing niet langer nodig is en het inzetten van de basis ggz ter voorkoming van verwijzing naar de gespecialiseerde ggz. 4. Inzetten op of vanuit andere domeinen (anders dan onderwijs en Wlz). Problemen bij jeugdigen kunnen samenhangen met problematiek van de ouders. Sommige oplossingen richten zich daarom op het oplossingen van die problemen, bijvoorbeeld door het inzetten van volwassen-ggz in een jeugdhulptraject (gericht op een of beide ouders) of door in het geheel een focus te hebben op het hele gezin en niet alleen de jeugdige (zie bijvoorbeeld de aanpak van Utrecht).
Ervaren knelpunten > De breedte van de Jeugdwet: het wettelijk kader geeft een brede toegang tot de jeugdhulp, waarbij gemeenten hulp moeten bieden aan die kinderen die voldoen aan de criteria van artikel 1 Jeugdwet. Gemeenten lopen hier tegenaan bij het nemen van maatregelen om bepaalde vormen van hulp uit te sluiten. > Toegang verkrijgen tot de Wlz is niet altijd eenvoudig en sommige gemeenten ervaren dat de toegang soms zelfs afhankelijk is van de wijze waarop de aanvraag is geschreven. Eén regio geeft aan dat het inschakelen van een gespecialiseerd bureau een substantieel effect had. > Een aantal gemeenten ervaart het gebrek aan landelijke afspraken over welke hulp wel/niet tot de jeugdwet behoort als een knelpunt. > Problematiek van de ouders wordt soms niet adequaat opgepakt (bijv. door wachtlijsten in de ggz of onzekerheid in de bestaanszekerheid in het gezin), waardoor het jeugdhulptraject niet effectief is of langer duurt.
Goede praktijkvoorbeelden van gemeenten die bezig zijn met deze maatregelen: • • • • • • • •
Betere aansluiting tussen onderwijs en jeugdhulp (Holland Rijnland) De wijkteams van Utrecht Samen aan tafel in Zaanstad De InVerbindingTeams van Rijk van Nijmegen Het deltaplan van Eindhoven Afbouw van Jeugdzorg Plus in Amsterdam De Gelderse verbeteragenda voor Jeugdbescherming Normalisatie van zorg- en hulpvragen in Tilburg
Standaardisatie uitvoering (B23) Samenvatting van deze maatregel
Dit is maatregel B23 in het rapport van de Commissie Sint. Hieronder worden de maatregelen verstaan die bijdragen aan het structureren en standaardiseren van de uitvoeringsvarianten. Dit zodat onnodige diversiteit kan worden weggenomen/voorkomen en daarmee de administratieve lasten worden teruggedrongen. Het Ketenbureau i-Sociaal Domein (onderdeel van VNG realisatie) heeft de opdracht hiertoe standaarden te (door)ontwikkelen. Daarnaast is recent het onderzoek van Rita Verdonk rondom het standaardiseren van productcodes afgerond. Resultaten van de enquête en interviews Heeft uw gemeente/regio maatregelen genomen die aantoonbaar hebben geleid tot vermindering van administratieve lasten bij gemeente of aanbieders?
69%
Ja
31%
Nee
> Alle geïnterviewde gemeenten geven aan dat het thema van terugdringen van administratieve lasten (hoog) op de agenda staat. > De meest genoemde (en genomen) maatregel is het aansluiten bij de standaarden van iSociaal Domein (berichtenverkeer en verantwoording). > Ook de wijze van regionale samenwerking wordt vaak genoemd. Een deel van de regio’s kent afspraken, waarbij het niet is toegestaan om individueel af te wijken van de administratieve afspraken of waarin het alleen mogelijk is om aanvullend informatie te vragen indien alle gemeenten in de regio hiermee akkoord gaan. > Een aantal gemeenten organiseert regiotafels (of een andere vorm van overleg), waarin ze met aanbieders in gesprek gaan over administratieve lasten, het - waar mogelijk schrappen van overbodige regels en waar mogelijk aanpassingen doen aan het administratieve proces. > De meeste maatregelen richten zich op de administratie rondom facturatie en verantwoording. Enkele gemeenten onderzoeken ook of inhoudelijke registraties, zoals het ondersteuningsplan, administratief lichter kunnen worden gemaakt. > Belangrijk in het kader van het terugdringen van administratieve lasten zijn de resultaten van twee trajecten. Het traject van Rita Verdonk met als doel het terugdringen van het aantal productcodes en het traject voor de ontwikkeling van de contractstandaarden.
Over het tweede traject is op de volgende pagina meer informatie opgenomen. Ervaren knelpunten > Coördinatie van verschillende administratieve processen tussen gemeenten/regio’s is beperkt, waardoor effecten van te nemen maatregelen vanuit individuele gemeenten beperkt zijn of soms zelfs meer lasten met zich meebrengen. > Er wordt een spanning ervaren tussen de informatiebehoefte (bijvoorbeeld rondom wachtlijsten) enerzijds (soms ingegeven door de politiek) en het belang van administratieve lastenverlichting anderzijds en tussen beleidsvrijheid en administratieve lasten. Goed praktijkvoorbeeld van een gemeente die bezig is met deze maatregel: • Centrale facturatie in de regio Foodvalley
Tariefdifferentiatie Samenvatting van deze maatregel Kleine aanbieders, zelfstandigen of nieuwe aanbieders hebben vaak lagere kosten dan grotere, geïntegreerde aanbieders. Een van de voorgestelde maatregelen is om, bij het uitzetten van de aanbesteding, competitie op prijs toe te staan, met als mogelijk gevolg dat de tarieven dalen. Om te voorkomen dat de tarieven stijgen, kunnen gemeenten in de aanbesteding een maximumtarief stellen. Resultaten van de enquête en interviews Wordt binnen uw gemeente/regio onderscheid gemaakt in tarieven op basis van verschillen in de kostenstructuur van de aanbieder?
42%
Ja
58%
Nee
> Het onderscheid maken in tarieven op basis van de kostenstructuur van aanbieders is door slechts een minderheid van de gemeenten genomen. > De meeste gemeenten stellen zelf tarieven vast en kennen dus geen concurrentie op basis van prijs (focus ligt op kwaliteit). > Gemeenten die wel een onderscheid maken tussen aanbieders op basis van kostenstructuur, doen dat doorgaans door zelf een onderscheid te maken tussen de tarieven op basis van de omvang (onderscheid klein/groot of vrijgevestigd/niet vrijgevestigd) van de aanbieders. > Een deel van de gemeenten geeft aan wel te overwegen om in toekomstige aanbestedingen een dergelijk onderscheid te maken (de wijze waarop ze dit gaan doen is niet bekend). > Een deel van de gemeenten is overgegaan op taakgerichte bekostiging, hiermee neemt de meerwaarde van tariefdifferentiatie af omdat er dan doorgaans wordt ingekocht bij een beperkt aantal zorgaanbieders. > Sommige gemeenten nemen met hetzelfde doel in contracten met aanbieders bepalingen op over een maximaal te behalen resultaat (meestal in % van de omzet). Ervaren knelpunten > Er zijn rechtszaken geweest over de onderbouwing van (verschillende) tarieven. Dit brengt onzekerheid met zich mee bij het stellen van tarieven. > Er ontbreekt een landelijk inzicht in de kostprijzen.
Beperking verwijzingen naar niet gecontracteerd aanbod (B12) Samenvatting van deze maatregel Tot B12 behoren die maatregelen die gemeenten nemen waarbij de verwijzing wordt beperkt tot door de gemeenten gecontracteerde aanbieders. Overige partijen blijven hiermee buiten scope. Wel zal zorggedragen moeten worden voor een dekkend zorglandschap. Resultaten van de enquête en interviews Ja
Is in uw gemeente/regio verwijzing beperkt tot door de (regio)gemeenten gecontracteerde aanbieders?
71%
Nee
29%
> Uit de antwoorden op de open vragen blijkt dat gemeenten in dezelfde situatie een ander antwoord hebben gegeven. Alle gemeenten hebben maatregelen genomen om verwijzingen naar niet gecontracteerd aanbod zoveel mogelijk af te wenden of helemaal te voorkomen. Of dit volledig mogelijk is, hangt ook samen met de gemaakte contractuele afspraken. > Een deel van de gemeenten staan onderaannemerschap toe of eisen van de gecontracteerde aanbieders dat zij (gezamenlijk) alle mogelijke zorg kunnen leveren. > Deze gemeenten zijn doorgaans in staat om verwijzingen naar niet gecontracteerd aanbod te voorkomen. > Gemeenten die geen onderaannemerschap toestaan kennen soms casussen waar er sprake is van vraag naar zeer schaarse specialistische zorg of waarin wachttijd echt niet acceptabel is. Zij moeten dan overgaan tot het vergoeden van zorg bij niet gecontracteerde aanbieders. Ook verhuizingen worden vaak genoemd als een reden om niet gecontracteerde aanbieders (tijdelijk) zorg te laten leveren. Ervaren knelpunten > Het is voor een hulpvrager altijd mogelijk om een PGB aan te vragen om de hulp alsnog via een niet gecontracteerde aanbieder te verkrijgen. > Er zijn casussen waarbij het toch nodig blijkt om niet gecontracteerde zorg in te zetten.
Dit komt met name voor in de stelsels waarbij er geen sprake is van onderaannemerschap en een kind dermate specialistische hulp nodig heeft dat deze niet binnen het gecontracteerde aanbod geleverd kan worden. > Er wordt geconstateerd dat niet gecontracteerd aanbod gemiddeld genomen duurder is.
Versterken bestaanszekerheid (B15) Samenvatting van deze maatregel Onder versterking van bestaanszekerheid worden die werkwijzen verstaan waarmee wordt ingezet op het verbeteren van de bestaanszekerheid (inkomen, wonen, participatie aan het maatschappelijk leven), waarmee kosten voor de gezondheidszorg (begeleiding, jeugdhulp, geestelijke gezondheidszorg) worden verlaagd. Hierbij kan worden gedacht aan de doorbraakmethode van IPW of aan andere vormen van maatwerkhulp. In de praktijk is er meestal sprake van een vrij te besteden budget, dat door een professional kan worden ingezet ter voorkoming van grotere problemen.
Resultaten van de enquête en interviews
31%
25%
22%
22%
Wordt binnen uw gemeente/regio de doorbraakmethode van het Instituut Publieke Waarden (IPW) gehanteerd? Respondenten Ja
Nee, we kennen een andere vorm van maatwerkbudget
Nee, we hanteren geen maatwerkbudget
> Waar het antwoord “anders” is, betreft het vaak regio’s waarbij een deel van de gemeenten wel gebruik maken van een maatwerkbudget en een ander deel niet. > Bij gemeenten die wel een beeld hebben van de besparingen is het beeld dat het budget in een beperkt aantal casussen wordt ingezet. > Er is beperkt zicht op de opbrengsten van het hanteren van de methode. Gemeenten die dat wel hebben, geven het volgende aan: > Als het budget wordt ingezet, is het gemiddelde ingezette bedrag ongeveer 40.000-100.000 euro en de berekende besparingen liggen tussen 200.000 en 375.000 euro op casusniveau. > De opbrengsten zijn sociaal domein breed gemeten. Ook wordt er aandacht geschonken aan het totale maatschappelijke rendement, zonder dat dit financieel wordt gemaakt. Aan de kant van de kosten worden de kosten van het budget zelf meegenomen (en niet de projectkosten of de begeleidingskosten). > Geen van de gemeente heeft aangegeven dat het inzetten van het budget ook een macro-besparing met zich mee brengt. > Gemeenten zijn over het algemeen positief over de inzet van het maatwerkbudget. Dit vanwege het effect op de casus waarvoor het wordt ingezet, maar ook vanwege het positieve effect dat het heeft op het werkplezier van hulpverleners.
> Het maatwerkbudget wordt ingezet als een sociaal domein brede voorziening en biedt daarmee ook deels een oplossing voor problematiek over de domeinen heen. Ervaren knelpunten > De gehanteerde maatschappelijke prijslijst is niet up to date. Goed praktijkvoorbeeld van een gemeente die bezig is met deze maatregel: • Het Haagse doorbraaklab
Anders
Brede invoering ondersteuning huisarts Samenvatting van deze maatregel Een ondersteuner Jeugd bij de huisarts is onderdeel van een huisartsenpraktijk, maar wordt in veel gevallen betaald door de gemeente en/of gezamenlijk met de zorgverzekeraars. De ondersteuner kan lichte zorgvormen oppakken en/of fungeren als een poortwachter richting het voorliggende aanbod (Jeugdteams of specialistische jeugdhulp). Resultaten van de enquête en interviews Ja 67%
Bekostigt uw gemeente/regio een ondersteuner huisarts?
Indien ja, doet u dit samen met de zorgverzekeraar?
16%
4%
29%
Nee Overig
84%
> Ondersteuning is op verschillende wijzen georganiseerd. In een deel van de gemeenten heeft een medewerker van het wijkteam een fysieke plaats bij de huisarts en in andere gemeenten is er een aparte functie gecreëerd, waarbij de ondersteuner onder regie van de huisarts werkt. > Van de respondenten die de optie “overig” hebben gekozen, is dat vaak omdat niet alle gemeenten in de regio een ondersteuner bekostigen. > Het inzetten van een ondersteuner is doorgaans op gemeentelijk en niet op regionaal niveau georganiseerd. De eerste gemeenten (3) zijn in 2015 al begonnen met het bekostigen van een ondersteuner; de meeste gemeenten zijn hier in de afgelopen jaren mee gestart. 2 respondenten geven aan hier in de komende twee jaar mee te starten. > In diverse regio’s is er een afname zichtbaar van het aantal verwijzingen naar de specialistische jeugdhulp. Een aantal regio’s geeft dan ook aan zeer tevreden te zijn over de inzet van een ondersteuner. > De meeste respondenten geven aan zicht te hebben op de werkelijke besparingen. In veel gevallen is er sprake van wachtlijsten waardoor de afname in verwijzingen niet leidt tot lagere lasten voor specialistische jeugdhulp. Per kind wordt de hulp dan wel goedkoper. Ervaren knelpunten
> Vraagstukken rondom privacy bij het delen van gegevens. > Het ontbreken van een landelijke richtlijn voor de bekostiging van de ondersteuning van de huisarts leidt tot regionale verschillen of verschillen per zorgverzekeraar. Het helpt daarbij niet dat het niet altijd duidelijk is welke zorg tot de Zorgverzekeringswet of Jeugdwet behoort. > Sommige huisartsen willen niet meewerken. > Niet alle huisartsen hebben plek (kantoorruime) beschikbaar om de ondersteuner te huisvesten. Geldt met name voor huisartsen die individueel werken. > Arbeidsmarktproblematiek: er zijn niet altijd voldoende (geschikte) kandidaten voor de functie. > Het komt voor dat ouders een directe verwijzing eisen en niet willen dat de ondersteuner ook een rol krijgt in dit proces. Goed praktijkvoorbeeld van een gemeente die bezig is met deze maatregel: • Specialistische ondersteuner jeugd in Groningen
Financiële ontwikkelingen & resultaten data analyse
Ontwikkeling kosten 2018-2020 In de onderstaande grafieken zijn gegevens over de kosten en baten van gemeenten weergegeven, ingedeeld aan de hand van de IV3 categorieën (2e plaatsing). Het voorliggend veld is buiten beeld gelaten, omdat hiertoe geen aanvullend onderzoek is gedaan, zoals in het rapport van AEF wel het geval was. Waar wordt gesproken over kosten, wordt gedoeld op de netto kosten: het saldo van baten en lasten. De kosten zijn beïnvloed door corona; hierdoor vond een deel van de zorg geen doorgang en had een deel van de zorg juist te maken met extra kosten. De omvang van het “corona”-effect is echter onbekend. Voor analyse van de kosten wordt steeds uitgegaan van de jaren 20192021. Voor de cijfers over het gebruik van jeugdhulp wordt gekeken naar de ontwikkeling tussen 2016 en 2020. Het jaar 2015 wordt hier niet meegenomen, omdat deze cijfers soms vertekend zijn. Alleen in de vergelijking tussen het eerste halfjaar 2015 en 2021 wordt wel gekeken naar 2015. Dit omdat de focus hier meer ligt op het onderzoeken van de verschillen in profielen van jeugdhulpgebruikers. Er is sprake van een groei in kosten in de taakvelden voor individuele voorzieningen tussen 2019 en 2020 (6 %)
4.682.038
4.958.290
4.662.583
2019
2020
2021 (begroting)
Voor het analyseren van de groei van de kosten en baten voor individuele voorzieningen is gekeken naar de IV3 posten 6.72 (maatwerkvoorzieningen 18-) en 6.82 (geëscaleerde zorg). In de periode 2019 - 2020 groeiden deze posten met bijna 280 miljoen euro (5,9%). Voor 2021 begrootten gemeenten 4,7 miljard euro voor maatwerkvoorzieningen. In de afgelopen jaren waren de begrote kosten echter steeds lager dan de realisatie. 6.72: Tot dit taakveld behoren vormen van jeugdhulp die door de gemeente als individuele (niet vrij toegankelijke) voorziening worden aangemerkt, zoals begeleiding, jeugd- en opvoedhulp, jeugd ggz en Jeugdzorg Plus.
6.82: Tot de categorie geëscaleerde zorg behoren kosten voor maatregelen gericht op de opvang en het verbeteren van de veiligheid van kinderen en jeugdigen 18- met inbegrip van maatwerkdienstverleningsmaatregelen voor jeugdigen die in de desbetreffende opvangvoorzieningen verblijven.
Ontwikkeling kosten 2018-2020 (2) In 2020 is de groei van de jeugdhulp voor het eerst kleiner dan die van de geneeskundige en langdurige zorg 200 150 100 50 0 2015
2016
2017
2018
Geneeskundige en langdurige zorg
2019
2020
Jeugdwet
In de bovenstaande grafiek zijn de kosten voor de jeugdhulp (voor 2020 de individuele voorzieningen) vergeleken met de totale kosten voor geneeskundige en langdurige zorg (CBS, 2022), met als basisjaar 2015. De kosten voor de jeugdhulp groeiden steeds harder, maar in de laatste jaren kennen ze een meer vergelijkbare trend. In 2020 groeiden de kosten voor de geneeskundige en langdurige zorg voor het eerst sneller dan die van de jeugdhulp. Ook voor deze data geldt dat corona effect heeft op de cijfers, maar dat de omvang van het effect niet bekend is.
Groei van de jeugdhulp: ambulant Het aantal gebruikers van jeugdhulp is sinds 2016 gestegen met 8%, maar daalt juist tussen 2019 en 2020 404.080
419.580
430.175
443.585
435.760
2016
2017
2018
2019
2020
In 2016 ontving 9,1 % van 0-23 jarigen jeugdhulp; in 2020 is dit aantal gestegen naar 9,8%. Dit is een groei van 8%. Het aantal jeugdhulpgebruikers ligt daarmee iets lager dan in 2019. Dit is mogelijk het effect van corona.
De groei is zichtbaar in de ambulante jeugdhulp en jeugdbescherming; gebruik van verblijf en jeugdreclassering dalen licht 2016
450.000 400.000
2017
350.000
2018
300.000
2019
250.000
2020
200.000 150.000 100.000 50.000 0
Jeugdhulp zonder verblijf Jeugdhulp met verblijf
Jeugdbescherming
Jeugdreclassering
Het aantal gebruikers van ambulante jeugdhulp stijgt het hardst In de bovenstaande grafiek is zichtbaar dat het aantal gebruikers van ambulante jeugdhulp (jeugdhulp zonder verblijf) gestegen is sinds 2015, maar dat er tussen 2019 en 2020 juist sprake is van een daling. Dit geldt ook voor het aantal gebruikers van jeugdbescherming. Dit is vermoedelijk het gevolg van het inzetten van meer zorg in het preventieve kader; het aantal gebruikers van jeugdreclassering daalt juist. Hetzelfde geldt voor het aantal gebruikers van verblijfszorg (zie volgende pagina).
Groei van de jeugdhulp: verblijf Binnen verblijf nemen met name het gebruik van gesloten plaatsing en ander verblijf af 25.000 20.000 15.000 10.000 5.000 0 Pleegzorg
Gezinsgericht 2016
2017
Gesloten plaatsing 2018
2019
Ander verblijf bij JH aanbieder
2020
Het aantal gebruikers van gesloten plaatsing daalt hard tussen 2019 en 2020
Opvallend is vooral de daling in gesloten plaatsing tussen 2019 en 2020. het aantal gebruikers van deze vorm van verblijf neemt met 18% af naar 2.080 gebruikers. Dit is in lijn met de doelstellingen die in de uitspraak van de arbitragecommissie is geformuleerd. Ook corona kan een dempend effect hebben gehad op het gebruik van jeugdhulp met verblijf. Ander/overig verblijf kent een iets grilliger verloop: tussen 2016 en 2017 neemt het iets toe om vervolgens weer iets te dalen in de daar op volgende jaren. Gezinsgericht verblijf neemt iets toe en het gebruik van pleegzorg blijft nagenoeg gelijk.