CConstaterende datPapendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

A03. 20230626 OZHZ Verwerking ingekomen zienswijzen op de ontwerpbegroting 2024 van de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid.pdf

Oordeelsvormende vergadering Papendrecht 14 september 2023, gemeente PapendrechtBij agendapunt: 6: Ingekomen stukken4.738 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aan: - Provinciale Staten van Zuid-Holland - de raden van de gemeenten in Zuid-Holland Zuid

Uw brief van

Verzenddatum

Uw kenmerk

Dossier

Reactie op Onderwerp

Verwerking ingekomen zienswijzen op de ontwerpbegroting 2024 van de

26 juni 2023

Zaaknummer

Z-21-385366

Ons kenmerk

D-23-2339166

Behandeld door

(Gelieve bij correspondentie dit nummer te vermelden)

E. Numan

Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid

Geachte heer, mevrouw, Conform artikel 59, vierde lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen berichten wij u over ons oordeel over de ingekomen zienswijzen op de ontwerpbegroting 2024 en de conclusies die wij daaraan verbinden. Het algemeen bestuur neemt op 6 juli 2023 een definitief besluit over de begroting 2024 van de omgevingsdienst. De ingekomen zienswijzen geven geen aanleiding tot aanpassing van de (ontwerp) begroting 2024. OZHZ is zich ervan bewust dat de gemeentelijke financiën onder druk (komen te) staan. Daarom blijft OZHZ, in overleg met het bestuur en met de deelnemers, zoeken naar verdere mogelijkheden om het werk nog effectiever en efficiënter uit te voeren. Voor een inhoudelijke toelichting verwijzen wij u graag naar de bijgaande bestuursnotitie die is besproken in de vergadering van de dagelijks bestuur op 22 juni 2023. Deze bestuursnotitie sturen wij ook aan het algemeen bestuur van 6 juli 2023. Zoals gebruikelijk ontvangt u binnenkort een afschrift van alle vergaderstukken van die vergadering. Hoogachtend, Het dagelijks bestuur van de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid, Namens dezen, Mr. R. Visser Secretaris Deze brief is digitaal vastgesteld, hierdoor staat er geen fysieke handtekening in de brief. Bijlagen: -

Bestuursnotitie d.d. 22 juni 2023 inzake 'Zienswijzen op de ontwerpbegroting 2024'

Agendapunt: 5

Bestuursnotitie Datum 22 juni 2023 Onderwerp Zienswijzen op de ontwerpbegroting 2024 De ontwerpbegroting 2024 van de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid (OZHZ) is op 12 april 2023 voor zienswijze aangeboden aan de raden en Provinciale Staten. Zij zijn tevens in de gelegenheid gesteld om een reactie te geven op de voorgenomen bestemming van het rekeningresultaat 2022. Verzocht is de zienswijzen voor 10 juni 2023 aan OZHZ toe te zenden. De ingekomen zienswijzen leiden niet tot bijstelling van de (ontwerp) begroting 2024. OZHZ is zich ervan bewust dat de gemeentelijke financiën onder druk (komen te) staan. Daarom blijft OZHZ, in overleg met het bestuur en met de deelnemers, zoeken naar verdere mogelijkheden om het werk nog effectiever en efficiënter uit te voeren. In deze bestuursnotitie zijn daarvan al enkele voorbeelden genoemd. Deze bestuursnotitie geeft het algemene beeld van de zienswijzen 1 en de reactie van OZHZ. Voorafgaand aan de bespreking in het AB op 6 juli 2023 stuurt OZHZ deze bestuursnotitie ook naar de raden en Provinciale Staten. Dit is een nieuwe verplichting die sinds 1 juli 2022 is opgenomen in de Wet gemeenschappelijke regelingen. Overzicht van de ingekomen zienswijzen Onderstaand een overzicht van aangeleverde zienswijzen: Zienswijze

1

Provincie Zuid-Holland

X

Alblasserdam

X

Dordrecht

X

Gorinchem

X

Hardinxveld-Giessendam

X

H-I-Ambacht

X

Hoeksche Waard

X

Molenlanden

X

Papendrecht

X

Sliedrecht

X

Zwijndrecht

X

Ten tijde van het verzenden van de vergaderstukken voor het AB van 6 juli 2023 (26 juni 2023) zijn vastgestelde

zienswijzen ontvangen van Alblasserdam, Dordrecht, H-I-Ambacht, Molenlanden, Papendrecht, Zwijndrecht en provincie Zuid-Holland. De overige zienswijzen dienen formeel nog door de raden te worden vastgesteld.

De ingebrachte zienswijzen zien op de volgende onderwerpen: (1)

Geen zienswijze / instemming.

(2)

Voorgenomen bestemming van het rekeningresultaat 2022.

(3)

Uitvoering van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen.

(4)

Omgevingswet en decentralisering van bodemtaken.

(5)

Financiering van de Energie-agenda.

(6)

Druk op de gemeentelijk financiën.

(7)

Overig.

Ad (1) Geen zienswijzen / instemming De gemeenten Alblasserdam, Hoeksche Waard en Molenlanden hebben (ambtelijk) aangegeven dat de raad (waarschijnlijk) geen aanleiding ziet voor het indienen van een zienswijze. De Provincie Zuid-Holland geeft expliciet aan in te stemmen met de ontwerpbegroting 2024 van OZHZ en de meerjarenraming 2025-2027 voor kennisgeving aan te nemen. Voor aanvullende opdrachten zal een nader gespecificeerde opdrachtbrief worden verstrekt waaraan op dat moment budgetrechten kunnen worden ontleend. De provincie merkt voorts op dat in de provinciale kaderbrief is aangegeven dat zij voor de loonontwikkeling aansluit bij de feitelijke cao-loonstijgingen. Bij het opstellen van de begroting 2024 is hier invulling aangegeven. Indien de werkelijke loonkostenstijging hoger of lager blijken te zijn dan de nu in de begroting gehanteerde loonsom, dan zal een nacalculatie plaatsvinden. De financiële consequenties hiervan dient OZHZ via een begrotingswijziging te verwerken, nadat het AB hierover een besluit heeft genomen. Reactie van OZHZ Het bovenstaande geeft geen aanleiding tot reactie. De opmerking van de provincie over nacalculatie in relatie tot wijziging van de begroting is juist.

Ad (2) Voorgenomen bestemming van het rekeningresultaat 2022 Strekking van de ingekomen reacties De gemeenten Dordrecht, Gorinchem, Hardinxveld-Giessendam, Hendrik-Ido-Ambacht, Papendrecht, Sliedrecht en Zwijndrecht kunnen instemmen met de voorgestelde resultaatbestemming, gelet op het verwachte tekort in 2023. Dordrecht merkt daarbij nadrukkelijk op dat OZHZ de risico's scherp dient te blijven monitoren en indien nodig zorgdraagt voor een adequate aanvulling van het weerstandsvermogen. Het restant van het tekort, nog circa € 500.000, kan separaat bij de deelnemers in rekening worden gebracht, verdeeld op basis van de omzetverhouding 2022. Papendrecht spreekt daarbij in eerste instantie haar waardering uit voor het feit dat er wederom een positief resultaat is behaald. In principe is de gemeente er voorstander van om een positief

2

resultaat terug te storten aan de gemeenten. Gezien het te verwachten tekort stemt de gemeente echter in met de voorgestelde resultaatbestemming. Zoals OZHZ aangeeft is het van belang om alles in werk te zetten om het tekort zoveel mogelijk te beperken. Verder geeft de gemeente aan ervan uit te gaan dat OZHZ binnen de eigen exploitatie op de best mogelijk manier omgaat met de druk op de bedrijfsvoering vanwege de stijging van kosten van producten, diensten en arbeid en de krapte op de arbeidsmarkt. Hendrik-Ido-Ambacht en Zwijndrecht geven ook aan als uitgangspunt te hanteren dat positieve resultaten terug moeten naar de gemeenten. De gemeenten kunnen in dit geval echter instemmen met de toevoeging aan de algemene reserve. Dit voorkomt het rondpompen van geld als nu het positief resultaat wordt uitgekeerd en naar aanleiding van een tekort over 2023 een extra bijdrage moet worden betaald. Hierbij stellen zij de voorwaarde dat als OZHZ over 2023 toch een positief resultaat weet te behalen, dit op dat moment wel aan de gemeente wordt uitgekeerd. Sliedrecht stelt met waardering voor de inzet in het afgelopen jaar vast dat er een positief jaarresultaat is. Hoewel de gemeente voorstander is van het uitkeren van een positief rekeningresultaat aan de eigenaren kan zij in deze instemmen met het voornemen.

Uitgaande van het te verwachten tekort over 2023 van circa 1 miljoen euro verzoekt Sliedrecht de ruimte die op basis van de jaarrekening 2022 binnen het weerstandsvermogen ontstaat samen met het hierboven toegevoegde jaarresultaat maximaal aan te wenden om het tekort over 2023 te beperken. De gemeente vertrouwt erop dat OZHZ alles in het werk stelt om het uiteindelijke tekort zoveel mogelijk te beperken en zien het voorstel over de financiering van dit incidentele exploitatietekort graag tegemoet. Gorinchem verzoekt om voorafgaand aan het algemeen bestuur van 6 juli 2023 geïnformeerd te worden over de definitieve extra financiële bijdrage van de gemeente ter dekking van het resterende tekort. Hardinxveld-Giessendam spreekt haar waardering uit voor de werkzaamheden die door de dienst in 2022 zijn uitgevoerd. Ook het feit dat het jaar met een positief resultaat afgesloten kon worden stemt de gemeente tevreden. De basisafspraak is dat positieve resultaten terugvloeien richting de eigenaren. De gemeente ziet echter ook de risico's van de loon- en prijsontwikkelingen, en waarderen de inzet om hier proactief op in te spelen. Daarnaast is de terugvloeiing van het resultaat richting de gemeente op basis van de omzetverhoudingen dusdanig beperkt dat deze baten nauwelijks dekking kunnen bieden voor stijgende gemeentelijke lasten, bijvoorbeeld als gevolg van de overdracht van bodemtaken.

Hardinxveld-Giessendam steunt daarom het voorstel om het resultaat 2022 toe te voegen aan het weerstandsvermogen. Met betrekking tot het verwachte tekort in 2023 merkt de gemeente op dat zij de volgorde, eerst het weerstandsvermogen aanspreken waarna deze door de eigenaren weer op het benodigde peil worden gebracht, ondersteunt. In de jaarstukken wordt gesproken over het aanvullen van het weerstandsvermogen tot het niveau van €962.000. Dit bedrag is gebaseerd op de stand van zaken in 2022. Wellicht ten overvloede, maar mocht het risicoprofiel en bijbehorend weerstandsvermogen wijzigen, dan wordt de gemeente hier graag tijdig van op de hoogte gebracht. Tot slot ondersteunt de gemeente de opdracht van het DB om te onderzoeken welke maatregelen er binnen de dienst genomen kunnen worden ter verkleining van het verwachte exploitatietekort. Hardinxveld-Giessendam geeft aan ervan uit te gaan dat de frictiebepaling dan niet van toepassing is, mocht dit daadwerkelijk leiden tot bezuinigingen.

3

Reactie van OZHZ Het geprognosticeerde resultaat 2023 komt uit op een tekort van € 536.000. In het resultaat is rekening gehouden met een tweetal meevallers; de verlaging van het weerstandsvermogen op basis van het geactualiseerde risicoprofiel (€ 450.000) en de inzet van het rekeningresultaat 2022 van € 117.000. Deze meevallers zijn al aangekondigd in de begroting 2024. Het tekort is reeds aangekondigd in september 2022. De extreme inflatie en de nieuwe CAO kunnen niet worden opgevangen met het tarief 2023. Dit was gebaseerd op de septembercirculaire 2021. In het AB is afgesproken dat OZHZ de tarieven niet verhoogt en dat het tekort zoveel mogelijk vanuit de exploitatie wordt opgevangen. OZHZ heeft in 2023 belangrijke stappen gezet. Mede vanwege een hogere omzet door een groter opdrachtenpakket en verlaging van het weerstandsvermogen is het verwachte resultaat bijgesteld van -/- € 1,5 mln. naar -/- € 0,5 mln. De hogere omzet leidt tot een minder grote kostenstijging doordat de overhead minder snel groeit. De kosten zijn kritisch tegen het licht gehouden en geactualiseerd op basis van de ontwikkelingen zoals de prijsindexatie.

Daarnaast gaat OZHZ de kosten van het opleidings- en begeleidingstraject voor nieuw geworven toezichthouders milieu vooralsnog dekken uit de reguliere exploitatie en zullen daarvoor dus geen extra kosten via de jaarprogramma's in rekening worden gebracht. Een soortgelijke aanpak hanteerde OZHZ eerder ook bij het zelf opleiden en begeleiden van bouwtoezichthouders. Uiteraard blijft OZHZ ook op andere bedrijfsvoeringsvraagstukken strak aan de wind zeilen en wordt samen met het bestuur en de deelnemers gezocht naar verdere mogelijkheden om het werk nog effectiever en efficiënter uit te voeren. Omdat we nog vroeg in 2023 zitten kunnen er nog diverse ontwikkelingen plaatsvinden die van invloed zijn op het uiteindelijke resultaat over 2023. Gezien de stabiele uitkomsten van OZHZ over de afgelopen jaren is het weerstandsvermogen tot op heden nimmer aangewend. Om die reden zal OZHZ het AB daarom voorstellen om het tekort van € 536.000 te dekken uit de algemene reserve. Hierdoor ontstaat dan wel de situatie dat de algemene reserve niet meer toereikend is in relatie tot het geactualiseerde risicoprofiel van € 962.000. Om de algemene reserve en daarmee het weerstandsvermogen weer op peil te brengen zal OZHZ het AB voorstellen om de mogelijke toekomstige positieve resultaten over een periode van maximaal 4 jaar (2023 – 2026) te gebruiken voor de aanvulling van het weerstandsvermogen.

Als blijkt dat na de periode van 4 jaar het op peil brengen van het weerstandsvermogen niet of slechts deels is gelukt, dan zal een beroep worden gedaan op de deelnemers voor een aanvullende bijdrage conform de spelregels. Dit om het verschil tussen het niveau van het weerstandsvermogen en het bedrag behorende bij het geactualiseerde risicoprofiel weg te werken. De benadering van het tekort zal ook de aandacht hebben van de toezichthouder (BZK). De toezichthouder zal naar verwachting met name kijken naar de hardheid van de afspraak om het weerstandsvermogen aan te vullen en de garantstelling van de deelnemers. Ad (3) Uitvoering van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) Strekking van de ingekomen zienswijzen De gemeente Dordrecht wijst erop dat OZHZ in zijn begroting (op p. 12 onder 'Uitdagingen in de bedrijfsvoering') aangeeft dat de reguliere taakuitvoering toeneemt, met name door de woningbouwopgave. De gemeente benoemt dat haar woningbouwopgave groot en urgent blijft. Tegelijkertijd ziet de gemeente aanhoudende signalen dat in de realisatie het tempo en de omvang van projecten afnemen. Dat betreft naar haar indruk ook het aantal aanvragen en de omvang daarvan recent in Dordrecht. Waar OZHZ aangeeft dat

4

het al een grote uitdaging is om voldoende gekwalificeerd personeel aan te nemen en te behouden vraagt Dordrecht om zowel de ontwikkelingen wat betreft bouwactiviteiten goed te monitoren als hierin tevens de ambitie van de gemeente(n) op het gebied van woningbouw zwaar in te wegen. Voor een goede aansluiting op en ondersteuning van deze ambitie is voldoende capaciteit in dit domein nodig. Mochten hier knelpunten ontstaan, dan verzoekt de gemeente OZHZ om dit tijdig met de deelnemende gemeenten af te stemmen. Verder wijst de gemeente erop dat door de invoering van de Wkb de rol en de taken van gemeenten bij de bouwtaken veranderen. OZHZ geeft aan dat op basis van de uitgangspunten van de wet en de inrichting van het stelsel de inzet op de bouwtaken zal toenemen. Tegelijk hangt het financiële effect van de invoering van de wet af van de beleidskeuzes die de gemeente maakt over de uitvoering van de wet en de inrichting van de legesverordening. Over de uitwerking van die beleidskeuzes voor het uitvoeringsniveau van de taken zijn OZHZ en gemeente in overleg. Gezien de samenhang met terugloop in de legesinkomsten geeft de gemeente op voorhand aan dat de inzet vanuit de gemeente is dat de uitvoeringskosten voor de bouwtaken als gevolg van de Wkb niet zullen toenemen. Reactie OZHZ OZHZ en Dordrecht zijn voortdurend met elkaar in gesprek over de impact van de Wkb.

OZHZ monitort de ontwikkelingen rondom de bouwactiviteiten actief en agendeert deze zo nodig actief in het reguliere overleg op bestuurlijk en ambtelijk niveau met Dordrecht. Met name de afname van bouwactiviteiten is inderdaad een aandachtspunt, mede vanwege de samenhang met en vermoedelijke afname van de legesinkomsten van de gemeente. Daar waar de gemeente in haar zienswijze wijst op de gelijkblijvende uitvoeringskosten voor de bouwtaken als gevolg van de Wkb vindt OZHZ dat een en ander te relateren moet zijn aan de door Dordrecht te maken beleidskeuzen, en de eventuele 'restrisico's' in het geval wordt besloten om bepaalde taken niet (meer) of niet meer volledig uit te voeren. De bouwopgave van gemeenten is groot en de arbeidsmarkt krap. Tegelijkertijd lijkt het aantal projecten af te nemen onder invloed van het stikstof vraagstuk en economische omstandigheden (schaarste en rente). Op dit moment heeft OZHZ echter voldoende werk vanuit reeds vergunde en lopende bouwprojecten. In samenspraak met de opdrachtgevers voor wie bouwtaken worden uitgevoerd brengt OZHZ het verwachte werkpakket zo goed mogelijk in beeld en wordt de ingezette capaciteit (deels ingehuurde) hierop aangepast. OZHZ zal daarbij de ambitie van de gemeenten op het gebied van woningbouw betrekken en waar nodig tijdig afstemmen.

De beschikbare bouwcapaciteit die op enig moment eventueel niet voor Alblasserdam, Dordrecht, Molenlanden of de provincie Zuid-Holland wordt ingezet kan desgewenst door de andere deelnemers worden benut indien zij daaraan behoefte hebben. Daarover maakt OZHZ dan nadere afspraken met die deelnemers. Ad (4) Omgevingswet en decentralisering van bodemtaken Hendrik-Ido-Ambacht en Zwijndrecht benoemen in hun zienswijze de overgang van bodemtaken, waarbij het Rijk heeft aangegeven de kosten te monitoren. In 2023 en 2024 gaat OZHZ daarom pilots doen om ervaring op te doen bij het uitvoeren van deze taken. OZHZ stelt in 2024 een definitieve raming op van de benodigde middelen. De gemeenten verzoeken OZHZ om dit goed te blijven volgen en gesprekken met het Rijk en IPO scherp te blijven voeren over hun bijdrage aan de bodemtaken.

5

Sliedrecht benoemt in haar zienswijze dat er in de ontwerpbegroting, naast de indexering, ook rekening is gehouden met extra taken die OZHZ mede door inwerkingtreding van de Omgevingswet gaat uitvoeren. De daarbij bestaande onzekerheid over de overheveling van budgetten van het rijk naar gemeenten vindt de gemeente zorgelijk. OZHZ anticipeerde hierop door in het jaarprogramma een deel structureel en een deel incidenteel voor te stellen. De gemeente volgt die lijn. Het is daarnaast begrijpelijk dat OZHZ de risico's op dit vlak als PM-post heeft opgenomen. De gemeente vertrouwt erop dat OZHZ de ontwikkelingen strak monitort en de gemeenten actief informeert zodra de financiële impact is bepaald. Hardinxveld-Giessendam merkt op dat zij nog steeds staat achter de eerder ingebrachte zienswijze over dit onderwerp. De gemeente is het niet eens met de overdracht van taken zonder passende financiële middelen hiervoor vanuit het Rijk. Zij beseft dat de taken reeds uitgevoerd worden door OZHZ, waarbij de provincie momenteel nog bevoegd gezag is en ook eigen middelen bij moet leggen om deze taken te financieren. Er zijn in de achterliggende jaren op allerlei beleidsterreinen echter steeds meer taken bij de gemeente neergelegd zonder dat het Rijk voorziet in passende dekking. Deze ontwikkeling zorgt voor druk op de gemeentelijke begroting.

De gehanteerde verhouding in de ontwerpbegroting tussen structurele (€ 500.000) en incidentele (€ 300.000) middelen voor de gehele regio, exclusief Dordrecht, geven weer dat er een nog een relatief grote onzekerheidsmarge zit in de daadwerkelijke kosten van implementatie en uitvoering van de bodemtaken. Om die reden heeft Hardinxveld-Giessendam alleen de structurele middelen opgenomen in de gemeentelijke begroting. Incidentele kosten die samenhangen met de overdracht beschouwt de gemeente als een financieel risico. Gorinchem wijst in haar zienswijze op de brief van OZHZ van 28 maart 2023 (Voorjaarsbrief 2024). Hierin staat al een uitwerking van een deel van de in de begroting genoemde ontwikkelingen en opgaven. De gelden voor de ontwikkelingen van de overdracht van bodemtaken en de Omgevingswet zijn al structureel geborgd in de begroting van de gemeente Gorinchem. Voor wat de overige ontwikkelingen merkt de gemeente op dat zij de kwaliteitsimpuls voor vergunning, verlening en handhaving ondersteunt. Ook heeft OZHZ de gemeente al meegenomen in de onderwerpen Zeer Zorgwekkende Stoffen, Wet kwaliteitsborging voor het bouwen, de stikstofproblematiek en de uitdagingen in de bedrijfsvoering. Daardoor is Gorinchem op de hoogte van de belangrijkste aandachtspunten en ontwikkelingen. Zij neemt deze onderwerpen, waar nodig, mee voor de invulling van het Jaarprogramma 2024.

Reactie van OZHZ Onder de Omgevingswet gaat het bevoegd gezag voor bodemsaneringstaken grotendeels over van de provincie naar de gemeenten. Inmiddels is duidelijk dat de wet op 1 januari 2024 in werking treedt. De lopende saneringen, nazorgtrajecten en grondwater blijven onder het bevoegd gezag van de provincie vallen. De omvang van de bijbehorende rijksmiddelen is nog steeds onzeker. Er komen vooralsnog geen extra middelen in het gemeentefonds voor de apparaatskosten. Het Rijk gaat de kosten monitoren. Vanwege deze overgang voert OZHZ in 2023 en 2024 pilots uit om ervaring op te doen bij het uitvoeren van deze taken volgens een risicogerichte (en daarmee meer effectieve en efficiënte benadering: het zogeheten Regionaal UitvoeringsNiveau (RUN) voor bodemtaken. Op grond van het definitieve RUN-bodem stelt OZHZ in 2024 een definitieve raming op van de benodigde middelen. Deze krijgt een vertaling in de individuele jaarprogramma's van de gemeenten en in de begroting 2025. Tot het moment van de overgang van het bevoegde gezag blijven de budgetten bij de provincie ZuidHolland. Eerder zijn in het AB al afspraken gemaakt dat de financiering van de bodemtaken vanaf het

6

moment van inwerkingtreding van de wet via de gemeenten dienen te lopen. Oproep aan de gemeenten was toen om dat goed te borgen, aansluitend bij de al gemaakte afspraken in het AB zoals verwerkt in de begroting 2023. Daarin is uitgegaan van een globaal bedrag van circa € 800.000,- voor de toekomstige gemeentelijke bodemtaken voor heel 2023. Vanuit de onzekerheid over de taakuitvoering en financiering vanuit het Rijk is het AB er toen mee akkoord gegaan dat OZHZ een bedrag van € 500.000,- structureel en € 300.000,- incidenteel toevoegt aan de gemeentelijke jaarprogramma's. In het AB is meerdere keren over dit onderwerp gesproken. OZHZ blijft de ontwikkelingen goed volgen en koppelt daarover regelmatig terug in het AB en ambtelijk met de gemeenten. OmgevingsdienstNL, de vereniging van directeuren van omgevingsdiensten, sprak eerder ook al met de VNG over het feit dat die ermee akkoord was dat de rijksoverheid geen extra middelen via het gemeentefonds beschikbaar stelt. (Ad 5) Financiering van de Energie-agenda Financiering van de E-agenda Sliedrecht benoemt in haar zienswijze dat het toezicht op energiebesparing met ingang van 1 juli 2023 een structurele taak wordt van OZHZ. Voorstel is daarom om de financiering van de E-agenda ook structureel te maken. Sliedrecht begrijpt dat financiering op incidentele basis zorgt voor een sterkere afhankelijkheid van externe inhuurkrachten.

Daar waar het financiering van de toezichthoudende rol op energiebesparing betreft kan het college instemmen met een structurele dekking. Daar waar het de adviserende taken binnen de Eagenda betreft kiest Sliedrecht voor een incidentele op factuur gebaseerde bekostiging. Dit mede vanwege het fluctuerende karakter van deze advisering en de relatie met de Green Deal die onlangs in Sliedrecht is gesloten met een groot deel van de bedrijven. Sliedrecht ziet graag een uitsplitsing van het budget voor de Eagenda tegemoet. Hardinxveld-Giessendam geeft ten aanzien van de Energie-agenda het volgende mee. In 2021 is deze collectieve aanpak gestart. Inmiddels zijn er op dit gebied de nodige ontwikkelingen, inclusief uitbreiding van het basistakenpakket. Dit is voor de omgevingsdienst reden om de aanpak te herijken en uit te breiden. De gemeente doet de oproep om bij deze herijking en uitbreiding oog te hebben voor een goede aansluiting op de lokale behoeftes en financiële kaders van de duurzaamheidsopgave. Gorinchem merkt in haar zienswijze op dat de uitvoering van de Energie-agenda incidenteel wordt bekostigd via een offerte, waar OZHZ en de gemeente periodiek overleg en afstemming over hebben. Reactie van OZHZ De Energie-agenda is een programma dat bestaat uit een mix van op elkaar afgestemde toezichts- en stimulerende adviestaken (stok en wortel).

Het is daarom niet praktisch om aparte financieringsafspraken te maken over de verschillende onderdelen van deze mix. Met een structurele financiering kan OZHZ de structurele uitvoering borgen. Uitgangspunt is dat de deelnemers het collectieve, gezamenlijk afgesproken, deel van het programma structureel dekken via het jaarprogramma. Het voor de gemeenten specifieke deel van de adviestaken, toegesneden op de specifieke lokale behoefte, kunnen zij opnemen als incidenteel budget in het jaarprogramma. Het incidentele budget is per jaar opzegbaar. Met een aantal gemeenten is OZHZ in gesprek over een nieuwe invulling van de adviestaken die meer rekening houdt met lokale behoeften in plaats van de regionale one size fits all benadering. Dit gaat vooral om Papendrecht, Dordrecht,

7

Hardinxveld en Gorinchem. Deze gemeenten willen meer toezicht/data-gestuurd advies in plaats van het organiseren van evenementen. Vanwege het karakter van het programma en vanuit het oogpunt van een te hoge administratieve lastendruk is een financiering per offerte van het programma voor OZHZ niet uitvoerbaar. Ad (6) Druk op de gemeentelijke financiën Strekking van de ingekomen zienswijzen Dordrecht meldt in haar zienwijze dat, als gevolg van tal van ontwikkelingen, de begroting van de gemeente onder druk staat. De gemeente verzoekt dan ook om aan te geven waar binnen OZHZ bezuinigingen mogelijk zijn, om zo ook een bijdrage te leveren aan de begroting van Dordrecht. Hendrik-Ido-Ambacht en Zwijndrecht geven in hun zienswijze aan dat de voorbereiding op en de inwerkingtreding van de Omgevingswet leidt tot structurele kosten in de begroting van OZHZ. Het gaat hierbij om wettelijke ontwikkelingen die onvermijdelijk zijn. Deze ontwikkelingen hebben negatieve consequenties voor de gemeenten en leiden tot een hogere bijdrage van de deelnemers. Dit is mede een effect van ontoereikende rijksmiddelen. De effecten vanwege de loon- en prijsontwikkelingen worden veroorzaakt door de economische crisis, marktwerking en de nieuwe CAO. Deze gemeenten vertrouwen erop dat OZHZ zich ook voor het begrotingsjaar 2024 inzet om waar mogelijk extra kosten binnen de vastgestelde begroting op te vangen.

De gemeentelijke begrotingen staan immers zwaar onder druk en bieden geen ruimte (meer) om extra bijdragen aan de gemeenschappelijke regelingen op te vangen. Reactie OZHZ OZHZ is zich ervan bewust dat de gemeentelijke financiën onder druk (komen te) staan. Daarom blijft OZHZ daarover in gesprek met het bestuur en met de deelnemers. Zoals bij 2) aangegeven vangt OZHZ de effecten van de stijgende kosten zoveel mogelijk op in de eigen bedrijfsvoering door taken effectiever en efficiënter uit te voeren, door aanwending van de algemene reserve of door nadere afspraken te maken met de deelnemers. OZHZ heeft de afgelopen jaren diverse besparingen doorgevoerd en het voordeel ten gunste laten komen van de deelnemers. Een belangrijk aspect voor OZHZ om effectief en efficiënt te kunnen werken betreft het structureel financieren van structurele wettelijke taken. Dit maakt het voor OZHZ beter mogelijk om zelf meer personeel aan te nemen en afscheid te kunnen nemen van dure inhuur. Financiering van additionele opdrachten via het jaarprogramma, in plaats van offertes, leidt bovendien tot een lagere administratieve lastendruk. Ook een verdere regionale uitvoering van taken door OZHZ kan leiden tot meer slagkracht en efficiency.

Indien opdrachtgevers aanvullend zoeken naar mogelijkheden tot bezuiniging ligt het in de rede om dit te doen door inkrimping van hun jaarprogramma, mits men blijft voldoen aan de afspraken over het lokale en regionale minimumniveau (RUN) en in de bijdrageverordening van OZHZ.

8

Ad (7) Overig Strekking van de ingekomen zienswijzen Informatievoorziening vanuit de gemeenschappelijke regeling (Papendrecht) Papendrecht benoemt in haar zienswijze dat de democratische legitimiteit bij regionale voorstellen een belangrijk aandachtspunt bij alle verbonden partijen. De gemeenteraad moet in elk geval de koers en de prioriteiten kunnen bepalen. De raden moeten in positie gebracht worden om deze keuzes te kunnen maken. Een regionale ontmoeting tussen colleges en raden kan leiden tot meer inzicht in elkaars denkbeelden en daardoor tot een betere samenwerking. Het is ook belangrijk dat de gemeenteraad goed geïnformeerd wordt. De gemeente heeft behoefte aan goede en tijdige sturingsinformatie, zowel ambtelijk als bestuurlijk. Wanneer dit niet het geval is, komt de controlerende en kaderstellende rol van de raad in het geding. Daarom gaat Papendrecht graag het gesprek aan om de informatievoorziening tussen gemeenteraad en gemeenschappelijke regeling, waar nodig, te verbeteren. Een van de opties is dat verbonden partijen periodiek bij de raden langsgaan en inzicht geven in wat zij voor de gemeente doen. Indexering 2024 Hardinxveld-Giessendam merkt op dat zij de voorgestelde indexering aan de hoge kant vindt. Tegelijkertijd beseft de gemeente dat ook de omgevingsdienst voor de nodige financiële uitdagingen staat.

Daarbij is er waardering dat de dienst de gemeente hier tijdig over heeft geïnformeerd. Reactie van OZHZ Informatievoorziening aan de gemeente Het verbeteren van de controlerende en kaderstellend rol van de gemeenteraad is mede aanleiding geweest voor de wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen per 1 juli 2022. Wij stuurden alle deelnemers al ons voorstel tot aanpassing van de gemeenschappelijke regeling, met de mogelijkheid daarop uw zienswijze te geven. In de context waarin OZHZ zijn het overigens altijd de gemeenten en provincie zelf die het uitvoeringsbeleid en de prioriteiten stellen bij vergunningverlening, toezicht en handhaving. Het AB heeft aanvullend een belangrijke rol om zoveel mogelijk regionale uniformiteit te bewerkstelligen. OZHZ geeft op dit moment invulling aan de informatievoorziening aan de gemeente o.a. middels het jaarprogramma dat door het college wordt vastgesteld en het verslag daarover, tussentijdse rapportages, actieve toezending van de openbare AB-stukken aan de griffies en een snelle terugkoppeling naar de raden en PS na elke ABvergadering. OZHZ komt graag langs bij de raad of een raadscommissie om inzicht te geven in ons werk. Ook maken wij graag op alternatieve manieren kennis met de raadsleden, onder meer via een raadswandeling in het werkgebied of een werkbezoek aan de Meldkamer. De uitnodigingen hiervoor zijn in voorbereiding.

Indexering 2024 OZHZ heeft in de ontwerpbegroting 2024 toegelicht hoe (cumulatief) is geïndexeerd. De budgetten voor de wettelijke taken (jaarprogramma’s), inwonerbijdrage en tarieven 2024 en de lasten zijn op basis van de meest recente inzichten geïndexeerd met de loon- (3,9%) en prijsindex (2,4%) over 2024 en de structurele effecten over 2022 en 2023 met betrekking tot de loon- (5,4%) en prijsindex (7%). Op basis van de verhouding tussen de loon- en materiele kosten (70:30) betekent dit een indexering met een gewogen gemiddelde van cumulatief - 9,3% voor 2024. Helaas constateren wij dat de prijzen zich daadwerkelijk in deze richting ontwikkelen. Zoals eerder aangegeven vangt OZHZ de extra prijsontwikkeling in 2022 en 2023 op uit de

9

reguliere exploitatie en het weerstandsvermogen. In 2024 is dit niet meer haalbaar. Uiteraard blijft OZHZ strak aan de wind zeilen. Eventuele meevallers komen in eerste aanleg ten goede aan het weerstandsvermogen, totdat deze weer op het vereiste niveau is.

10

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.papendrecht.nl/api/v1/meetings/652/documents/11160