A03. 20210119 Natuurlijk Water, Nieuwsbrief februari.pdf
Tekst van het document
Natuurlijk Water Jaargang 7, nr.2, februari 2021 Nieuwsbrief Water Natuurlijk voor Midden-Nederland - waterschappen Vallei en Veluwe, Rijn en IJssel en Rivierenland
Nieuwe uiterwaardennatuur groot succes
Door natuurontwikkeling is de biodiversiteit langs de rivieren de laatste 25 jaar sterk toegenomen. Daardoor kunnen soorten die grote gebieden nodig hebben om te leven, zoals de lepelaar, de zeearend en de bever, een plek vinden. Zij vormen nu levensvatbare populaties. In 25 jaar tijd is er bijna 6.700 hectare nieuwe riviernatuur bij gekomen. Eerder verdwenen én nieuwe soorten hebben zich hier gevestigd. Dat is heel goed nieuws. Daarvoor geven we graag de complimenten aan Rijkswaterstaat, Staatsbosbeheer, provincies Gelderland, Overijssel en Utrecht en de waterschappen. Zij werken samen aan riviernatuur, onder andere in de natuurontwikkelingsprojecten van het programma ‘Nadere Uitwerking Rivierengebied (NURG)’. Over dit programma is een aardig boekje verschenen. Door de grootte van deze natuurgebieden kregen natuurlijke processen in de uiterwaarden meer ruimte, bijvoorbeeld
natuurlijke begrazing door runderen en paarden, overstroming, erosie en sedimentatie. De begrazing leidt tot een verdere vergroting van de biodiversiteit in de uiterwaarden door een toevoeging van nieuwe milieus: stierenkuilen, schone mest, een mozaïek aan spontane vegetaties van kort gras tot bos, en alles wat ertussen zit waaronder ruigten en struiken. Ook is er een groot oppervlak kaal terrein bijgekomen: van droogvallende slikplaten tot kale rivierduinen, waar pioniersoorten van profiteren. Het water in de rivieren is ondertussen ook schoner geworden. Ook in langzaam stromende nevengeulen en in kwelmoerassen bevindt zich schoon water. Dat heeft over de hele breedte geleid tot herstel en vergroting van biodiversiteit.
1
Behandel een rivieroever niet als een wegberm!
Met de rivieren in de hoogwaterstand klinkt de loftrompet over de natuurlijke rijkdom en machtige dynamiek van ons rivierenlandschap. Maar er zitten wel wat addertjes onder het ondergelopen gras. Minister Cora van Nieuwenhuizen sprak recent mooie woorden: ‘Rivieren zijn levende karakters die zich niet makkelijk laten temmen. Waterveiligheid gaat samen met natuurontwikkeling en die aanpak zetten we door in de Kaderrichtlijn Water en de programma-aanpak Grote Wateren.’ De werkelijkheid is dat riviernatuur zich slechts mag ontwikkelen in een keurslijf van de Waterwet. Daaruit is een zogeheten vegetatielegger voortgekomen, waarin tot op de meter nauwkeurig beschreven staat waar spontane begroeiing wel en niet is toegestaan langs onze rivieren. Deze onderhoudsmatige benadering van riviernatuur verdraagt zich moeilijk met spontane natuurontwikkeling langs de rivieren. Waarom moet het bosje worden gekapt waar de bever hout knaagt? Waarom moet op last van Rijkswaterstaat die uit zichzelf gegroeide boom verdwijnen? Waarom is struikgewas langs oevers taboe? Waarom mag een omgevallen boom niet blijven liggen? Staatsbosbeheer-directeur Sylvo Thijsen erkent dat ‘hier een lastig punt’ ligt. Met ‘hier’ doelt hij met name op ooibossen, de spontaan gegroeide oerbossen in de uiterwaarden. Die gaan niet altijd samen met beheeropvattingen van Rijkswaterstaat.
‘Het levert nog wel eens strijd in het veld op, welke boom wel of niet mag blijven staan. Daar schuurt het’, zei hij onlangs in een gesprek over afsluiting van het programma Nadere Uitwerking Rivierengebied (NURG). Op de bijeenkomst waar Thijsen deze woorden sprak, klonk de oproep bij het publiek: Maak natuur niet tot sluitstuk van veiligheidsbeheer, maar werk meer samen met de natuur in de hoogwaterveiligheid. Rijkswaterstaat-directeur OostNederland Marjolijn van de Zandschulp beklemtoonde dat haar organisatie ‘niet alleen een grijze, maar ook een groene kant heeft.’ Om grijze en groene belangen bij elkaar te houden is het nodig dat niet waterstaatkundige rekenmodellen leidend en maatgevend zijn. Laat ook het besef groeien dat dynamische riviernatuur tekort wordt gedaan met een onderhoudsmatige benadering. Anders gezegd: een natuurlijke rivieroever vraagt om een andere aanpak dan een wegberm. ‘Ze stromen traag door ons oneindig laagland en ze brengen een stroom aan verhalen voort’. Wim Eikelboom verzamelt die verhalen in de boeiende podcast Rivierverhalen.
Watervogels profiteren van schonere Rijn en natuurontwikkeling
Het internationale Rijndal is een belangrijke pleisterplaats voor overwinterende watervogels. De afgelopen jaren hebben veel soorten geprofiteerd van de verbeterde waterkwaliteit en natuurontwikkeling. Dat blijkt uit het rapport van de Internationale Rijncommissie. In een tijdsbestek van vier decennia namen meer soorten watervogels in aantal toe dan af in het internationale Rijndal. De balans varieert behoorlijk tussen de verschillende riviertrajecten. Positieve trends zijn vooral te vinden onder de vogels die waterplanten eten en zij die foerageren in ondiep water en langs oevers, waaronder viseters. De betere waterkwaliteit is waarschijnlijk een gevolg van de afname van de fosfor- en stikstofvervuiling in de Rijn, waardoor er minder voedingsstoffen in het water aanwezig zijn. Dit leidt tot minder algenbloei en een terugkeer van waterplanten. Een toename van veel waterplanteneters is het gevolg. Tegelijkertijd nam de aantallen van voor vogels belangrijke zoetwatermosselen af, net als de eendensoorten die hiervan leven. De onderzoekers zien overigens wel dat de teruggang van mosseletende eenden de laatste jaren stabiliseert. Waarschijnlijk omdat zij zich ook op andere voedselbronnen zijn gaan richten.
Onder de noemer ‘ruimte voor de rivier’ zijn de afgelopen jaren op veel plaatsen de uiterwaarden verlaagd en uit productie genomen en zijn er nevengeulen gegraven, vooral in het Nederlandse deel van het Rijndal. Het doel hiervan is om het risico op overstromingen te verkleinen en het natuurlijke karakter van de uiterwaarden te vergroten. Dit heeft een positief effect gehad op watervogels die afhankelijk zijn van ondiep water en slikkige oevers en leven van kleine vis, ongewervelden, waterplanten en plantenzaden. Aan de andere kant is door deze natuurontwikkeling het areaal aan grasland afgenomen. In Nederland is dit terug te zien in een afname van enkele grasetende vogels (ganzen, zwanen) in de uiterwaarden. Dit patroon contrasteert met de watervogeltrends in het aangrenzende deel van de Rijn in Duitsland, waar natuurontwikkeling op minder grote schaal is uitgevoerd. Over het gehele internationale Rijngebied bekeken zijn de aantallen van deze graseters stabiel gebleven. 2
Webinar biodiversiteit en verdroging
Op 28 januari organiseerde Water Natuurlijk een informatief webinar over biodiversiteit en verdroging. Er hadden zich maar liefst 100 deelnemers aangemeld! Gespreksleider was Mirte van der Linden van Pingo Projecten. Panellid Frans ter Maten is heemraad voor Water Natuurlijk bij waterschap Vallei en Veluwe. Hij pleit voor een robuust watersysteem 2.0, waarin de planten en dieren net zo belangrijk zijn als de mens. Piet Verdonschot is hoogleraar Wetland Restoration aan de UVA. Droogte en wateroverlast worden beide veroorzaakt door de klimaatverandering en zorgen ook beide voor een vermindering van de biodiversiteit. We hebben in Nederland een neerslagoverschot, maar moeten het landschap nathouden door het water minder snel te laten weglopen. Jan Aalbers is wethouder voor GroenLinks in Epe. Water is het leefmilieu voor veel soorten. De sprengen en beken zorgen voor veel dynamiek en daardoor voor heel verschillende omstandigheden, rijke levensgemeenschappen en grote biodiversiteit. Gerjan Blankena kent als voormalig stadsecoloog en ecocolumnist de natte natuur aan de rand van de Veluwe zeer goed. Hij signaleert dat planten die gebonden zijn aan kwel het moeilijk hebben of zelfs al helemaal zijn verdwenen. De stelling dat waterschappen niets met de grondwaterstand te maken hebben, wordt door de panelleden unaniem afgewezen.
De waterkringloop is volgens Piet Verdonschot niet alleen technisch door de mens verstoord, maar ook bestuurlijk. Volgens Frans ter Maten hebben de waterschappen alles met het grondwater te maken, hoewel dat juridisch helaas niet zo geregeld is. Er is een systeemverandering nodig, die politieke kracht vereist. We moeten van ‘vasthouden, bergen en afvoeren’ naar ‘vasthouden, bergen en accepteren’. Ook moeten we van ‘peil volgt functie’ naar ‘functie volgt peil’. Dat heeft grote consequenties. Het waterschap kijkt al meer in 3D naar het systeem: oppervlaktewater, bodem en grondwater. Om de bodemkwaliteit en vruchtbaarheid te herstellen moet het organisch stofgehalte worden hersteld. Gertjan Blankena beaamt dat er geen organisch stof meer in de bodem zit. Dat zorgt onder meer voor dat de bodem weinig water kan vasthouden, wat leidt tot stofstormen.
Om de grondwaterstand te herstellen zullen we zeer terughoudend moeten zijn met beregenen. Een iets lagere opbrengst van de landbouw zullen we moeten accepteren. Jan Aalbers geeft aan dat de zeggenschap over water erg verdeeld is in Nederland, waarbij de provincie verantwoordelijk is voor de grondwatervoorraden. De waterschappen zouden een meer logische plek zijn voor deze zeggenschap. Ook over de tweede stelling zijn de panelleden unaniem. De natuurdoelen kunnen niet worden gerealiseerd als de verdroging niet wordt opgelost. Jan Aalbers is betrokken geweest bij een infiltratieproject op de Veluwe, waarbij beekwater door Vitens omhoog wordt gepompt. Dit compenseert de grondwateronttrekking voor drinkwater. Dit past bij de doelstelling van de provincie om te komen tot grondwaterneutrale drinkwaterwinning. Piet Verdonschot ziet weinig in dergelijke technologische oplossingen. Volgens hem zijn lokale projecten te klein om daadwerkelijk bij te dragen aan de biodiversiteit. Hij vindt het belangrijk dat overheden veel scherpere ambities stellen. In 2050 zou al het drinkwater uit de rivieren moeten komen in plaats van uit het grondwater. Dat kan ook prima, als er veel minder nutriënten en milieuvreemde stoffen in het oppervlaktewater terechtkomen. Nederland heeft een meer zelfvoorzienende voedselproductie nodig, met circulaire landbouw en minder waterverontreiniging.
Frans ter Maten wil toe naar een echte systeemverandering. Met “alleen technische middelen, gaan we fluitend naar de ondergang”. We moeten “geen druppel water meer naar de zee toe dragen”. Een goed voorbeeld is de waterfabriek Wilp; op den duur kunnen we toe naar een 100 procent circulaire waterketen, van rioolwater naar drinkwater. Piet Verdonschot geeft aan dat het niet nodig is om op een andere landelijke politiek te wachten. Als boeren en natuurbeschermers de handen ineenslaan, kunnen we morgen beginnen met het beter vasthouden van water. Op de hoge gronden hebben we twee derde van alle sloten niet nodig. Alle greppels in de droge bossen kunnen gelijk dicht, net als veel sloten tussen droge landbouwpercelen. Frans ter Maten geeft aan dat het enorm zou helpen als je alle naaldbomen op de Veluwe zou weghalen. Dan kan er veel meer water op de Veluwe infiltreren.
3
Kunstmatige infiltratie van water op de Veluwe
Aan de randen van de Veluwe wordt grondwater voor drinkwaterproductie gewonnen. Daarnaast is de Veluwe door de provincie Gelderland als Aanvullende Strategische Voorraad (ASV) aangewezen. Dit betekent dat de onttrekking van grondwater uit de Veluwe in de toekomst kan worden uitgebreid, om in een mogelijke groei van de drinkwatervraag te kunnen voorzien. De huidige (en mogelijk in de toekomst grotere) druk op het grondwater is ongewenst, omdat hierdoor ongunstige ecologische effecten kunnen optreden, zoals het (vaker) droogvallen van sprengen en beken. Onlangs verscheen een notitie van de STOWA over de effecten van kunstmatige infiltratie van oppervlaktewater op de grondwaterkwaliteit. Gezien de hoeveelheden water die nodig zouden zijn om een groot gebied als de Veluwe van infiltratiewater te voorzien, zou aanvoer vanuit de IJssel, Rijn of Randmeren voor de hand liggen. De kwaliteit van het infiltratiewater is hierbij een belangrijk aandachtspunt, omdat (voorgezuiverd) oppervlaktewater wat betreft ionensamenstelling sterk afwijkt van het voedsel- en ionenarme regenwater dat onder natuurlijke omstandigheden de Veluwe voedt. Infiltratieplassen zullen een heel andere vegetatie krijgen en het is de vraag of deze passen in het Veluws landschap. Een ander aandachtspunt is de gevolgen van grootschalige infiltratie voor de randgebieden van de Veluwe.
Langs de Veluwerand bevinden zich van oudsher
bijzondere natuurgebieden, zoals het Wisselse Veen, het Mosterdveen, en de Empese en Tondense Heide. Deze gebieden hebben niet alleen voldoende water nodig, maar stellen ook specifieke eisen aan de samenstelling van het erin opwellende water. Op kleine schaal vindt er al wel infiltratie plaats op de Veluwe, nabij de Vitens drinkwaterwinningen in Epe en Schalterberg. Water uit de sprengen in het gebied zelf wordt weer opgepompt naar een hoger gelegen locatie en daar geïnfiltreerd in kunstmatig aangelegde vennen. De infiltraties hebben als doel om bij te dragen aan herstel van de grondwaterstanden (die niet alleen door drinkwaterwinning, maar ook door landbouwonttrekkingen en verminderde aanvulling gedaald kunnen zijn), waardoor kwelstromen, beekafvoeren en daardoor ook de natuur zich zouden kunnen herstellen. De effecten van de kunstmatige infiltratie van oppervlaktewater in Epe zijn 20 jaar lang gemonitord, en onlangs beschreven door Van Engelenburg et al. (2020). De infiltratie heeft de lokale grondwaterstanden in de omgeving doen verhogen, maar heeft (nog) niet significant bijgedragen aan het herstel van het watersysteem in een nabij gebied met natuurwaarden. Dit komt doordat er lekstromen plaatsvinden naar diepere watervoerende pakketten en kwelstromen naar afvoerende oppervlaktewaterlichamen.
4
Droogtemotie Rivierenland werpt eerste vruchten af Afgelopen jaar 2020 was het derde droge jaar op een rij. In mei 2020 nam het AB van waterschap Rivierenland unaniem een motie aan om droogte hoger op de agenda te zetten. De motie was ingediend op initiatief van Water Natuurlijk, en vraagt om meer aandacht en prioriteit te geven aan droogte, zoetwatervoorziening en hittestress. Want waar waterschappen wel beleid hebben voor wateroverlast, ontbreekt er een integrale aanpak om droogte en hittestress te bestrijden. Voor zoetwatervoorziening, wat een belangrijke rol speelt in de bestrijding van droogte en hittestress was er nog helemaal geen beleid. Hoog tijd dus om dit aan te pakken, want niets doen kan niet meer. Door met samenwerkende partners gezamenlijk op te trekken, kunnen we ons werkgebied weerbaarder en flexibeler maken. We vragen om gebiedsgericht werken en maatwerk aangepast op de kenmerken in een gebied. Die aanpak moet goed geborgd worden in het beleid, door het prominent te laten landen in belangrijke documenten als het waterbeheerprogramma. Ook willen we als Algemeen Bestuur graag steeds goed geïnformeerd willen. De motie vond veel draagvlak en is door een meerderheid van partijen mee-ingediend en unaniem vastgesteld.
Er wordt gezegd dat dit zelfs de eerste motie is binnen Waterschap Rivierenland die dat gehaald heeft, in ieder geval de enige motie tot nu toe in deze periode. Daar zijn we natuurlijk erg trots op. Fun fact is dat de motie door het digitaal vergaderen vanwege Corona ook digitaal is verwerkt en nooit uitgeprint is. Wel zo duurzaam. Dat het weer zich deze tijd in extremen laat zien, is voor iedereen voelbaar. De warme droge zomer maakte plaats voor hoogwater en vrieskou. Niettemin worden de nadelige effecten van de droogte hierdoor niet gecompenseerd. En daardoor is het goed te zien dat de droogtemotie zijn eerste vruchten afwerpt in deze vergadercyclus bij Waterschap Rivierenland. In het belangrijkste koersdocument, de watervisie 2050, kiezen we kleur en geven richting aan de komende dertig jaar van ons waterschap. Het aspect droogte is daarin prominent geland. Zo ook in het plan van aanpak voor de komende zes jaar; in het waterbeheerprogramma wordt droogte en hittestress als probleem genoemd. Er wordt 10 miljoen euro beschikbaar gesteld voor klimaatadaptatie, met daarbovenop nog eens 1,5 miljoen euro om de droogtemotie uit te voeren. Ook wordt zoetwatervoorziening benoemd als een ‘onder voorwaarden’ faciliterende maatregel’. En dat klopt; zoetwater is in de steeds frequentere zomers met lage rivierafvoeren niet ongelimiteerd beschikbaar.
Dat vraagt dus voor een verbrede aanpak, waarbij ook inwoners en andere overheden als gemeenten en provincies meedoen. Die samenwerking met andere overheden wordt gezocht in het klimaatadaptatiebeleid waarbij we dit voorjaar de kaders vaststellen. Die kaders geven bijvoorbeeld aan dat de gemeenten het initiatief nemen in stedelijk gebied en het waterschap in het landelijke gebied; zo wordt Rivierenland weerbaarder tegen droogte. Inwoners worden ook gestimuleerd om ‘klimaatactief’ te wonen in Rivierenland. Waar oude subsidieregelingen zich richtten op wateroverlast en de acceptatie daarvan, komt er een nieuwe subsidieregeling voor de aanpak van droogte, zoetwatervoorziening en hittestress.
Dr. ing. Michiel Alexander de Raaf Algemeen Bestuurslid Waterschap Rivierenland Meer weten? Mail: m.de.raaf@wsrl.nl
5
Word nú lid van Water Natuurlijk!
Agenda
Ook voor een meer natuurlijk waterbeheer? Word nú lid van Water Natuurlijk!
Eindsymposium Lumbricus Op 3 maart vindt een bestuurlijk eindsymposium plaats van het vierjarig programma Lumbricus (2016-2020). Als je concreet werk wilt maken van klimaatrobuust bodem- en waterbeheer op de hogere zandgronden, waar begin je dan? Hoe zorg je voor voldoende water van goede kwaliteit? Voor de landbouw, maar ook voor natuur en recreatie? Hoe voorkom je wateroverlast en verminder je de kans op verdroging? Welke combinaties van maatregelen kun je nemen en hoe hangen die met elkaar samen? Wat is het effect van je maatregelen op landbouwopbrengsten en natuurwaarden? En hoe zorg je voor effectieve samenwerking met inwoners en grondgebruikers? Onder aanvoering van STOWA en de waterschappen Aa en Maas en Vechtstromen werkte tussen 2016 en 2020 met het programma Lumbricus een groot aantal partijen samen aan haalbare, betaalbare en uitvoerbare oplossingen voor deze vraagstukken. De schat aan kennis, inzichten, instrumenten en werkwijzen die voortkomt uit Lumbricus, is ontsloten in een toegankelijk naslagwerk (redactie Ruud Bartholomeus, hoofdonderzoeker bij KWR). Ook is een interactieve webversie gemaakt. Tijdens het online bestuurlijk slotsymposium van Lumbricus op 3 maart wordt het naslagwerk gepresenteerd. Bestuurders en onderzoekers blikken terug op vier jaar samen werken en samen leren en kijken vooruit naar toepassingen in de praktijk.
Wilt u ook weten tot welke instrumenten en werkwijzen Lumbricus heeft geleid voor het klimaatrobuust inrichten en beheren van stroomgebieden op de hogere zandgronden? Neem dan deel aan het slotsymposium en meld u aan.
Natuurlijk Water Redactie: Rienk Kuiper
Contact: WaterNatuurlijkMN@gmail.com
Deze nieuwsbrief automatisch toegestuurd krijgen kan via deze link
Komt de nieuwsbrief in je spambox terecht? Neem dan ons mailadres WaterNatuurlijkMN@gmail.com op in je adressenlijst.
Bijdragen voor deze nieuwsbrief (ook van niet-leden van Water Natuurlijk) zijn van harte welkom!
Steun Water Natuurlijk! Doe mee en word lid!
6