CConstaterende datPapendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

A02. 20260106 Brief Dutch Child Center Stop de werkwijze van de Jeugdbescherming.pdf

Oordeelsvormende vergadering Papendrecht 12 februari 2026, gemeente PapendrechtBij agendapunt: 6: Ingekomen stukken4.439 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

uw gemeente. Graag bieden wij u in deze mailing aan alle griffies de volgende raadsvragen en moties aan. Bijlagen: 01 Raad Assen, Fractie Leefbaar Assen, Onderwerp: structurele fouten JB=Noord 02 Raad Leeuwarden, Fractie D66, Onderwerp: rekenkamer 03 Raad Westerwolde, Fractie Hemmen + GL/PvdA, Onderwerp: vertrouwenspersoon 04 Raad Vijfheerenlanden, Fract. VHL+ GL/PvdA, Onderwerp: versterking jongerenwerk 05 Raad Vlaardingen, Fractie SP, Onderwerp: kritisch volgen instanties 06 Raad Papendrecht, Fractie D66, Onderwerp: uitvoering JW-gelden Alle indieners van deze raadsvragen en moties gaven hun toestemming tot publicatie dan wel dat de desbetreffende griffie wilde meewerken. Als er bij de beantwoording door uw College of Wethouder Jeugd nog vragen overblijven, stelt u a. u. b. vervolgvragen. Het is voorgekomen dat raadsleden die vervolgvragen niet wilden stellen; zo blijven er wel vragen bestaan. Onze eis aan u: Accepteer geen ontwijkende antwoorden meer van het College. Neem klachten van wanhopige ouders en kinderen niet slechts voor kennisgeving aan, maar gebruik ze als munitie voor uw controlerende taak. Stop de cultuur van wegkijken en maak van uw gemeente een veilige haven waar kinderrechten en mensenrechten belangrijker zijn dan bureaucreatie.

Wilt u weten hoe u traumatische en onnodige uithuisplaatsingen in uw gemeente kunt stoppen? Wij leveren u de nodige expertise en praktijkfeiten. Het is tijd om de Jeugdwet te dwingen te doen waarvoor hij bedoeld is: kinderen echt beschermen. Wilt u meer informatie over bijvoorbeeld: voorkomen van die zo ernstige en schadelijke uithuisplaatsingen dan mailt U ons a.u.b. Zie ook onze INFORMATIEBLADEN op onze site. Met strijdbare groet, STICHTING DUTCH CHILD CENTER Jan van der Kooi, secretaris [M] 0620673029 [E] nfo@dutchchildcenter.nl (na 08-01-2026 uitsluitend per mail)

2

Schriftelijke vragen over structurele tekortkomingen bij Jeugdbescherming Noord Datum: 16-06-2025 Geacht college, Naar aanleiding van: • Aanhoudende zorgwekkende berichtgeving in de media; • De uitspraak van de Rechtbank Noord-Nederland, waarin wordt vastgesteld dat Jeugdbescherming Noord structureel tekortschiet, rechterlijke uitspraken naast zich neerlegt en daarmee niet voldoet aan de wettelijke vereisten voor gecertificeerde instellingen; • Het verscherpt toezicht van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd; • De duidelijke uitspraken van staatssecretaris Struyken van Justitie en Veiligheid, die wijzen op onwettig handelen van Jeugdbescherming Noord; • De informerende raadsbijeenkomst van 12 juni jl., waarin de structurele tekortkomingen van Jeugdbescherming Noord aan de orde kwamen; • De voortgangsbrief Jeugd van staatssecretaris Karremans d.d. 13-06 waarin o.a. wordt gesteld: “Jeugdigen en ouders moeten erop kunnen vertrouwen dat de zorg die zij ontvangen passend is en hen daadwerkelijk helpt. Jeugdigen en ouders vormen een toetssteen voor kwaliteit: wanneer voegt de hulp waarde toe in hun leefwereld.” Richt de fractie van Lijst van Brakel / Leefbaar Assen zich tot uw college met de volgende schriftelijke vragen:

Transparantie en publieke verantwoording Jeugdbescherming Noord is een gecertificeerde instelling met een publieke taak, volledig gefinancierd met gemeenschapsgeld. Daarmee functioneert zij feitelijk als bestuursorgaan en is zij onderworpen aan de transparantieverplichtingen van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de Wet open overheid (Woo). Desondanks weigert de instelling tot op heden onder meer auditrapporten openbaar te maken, wat het maatschappelijk vertrouwen en de democratische controle ernstig ondermijnt. 1. Op basis van welke juridische of bestuurlijke gronden acht uw. college deze weigering verdedigbaar? Hoe verhoudt dit zich tot de wettelijke verplichtingen uit de Awb en de Woo? 2. Acht uw college deze beperkte transparantie verenigbaar met de publieke taak die Jeugdbescherming Noord vervult? 3. Welke maatregelen bent u bereid te nemen om volledige openheid en verantwoording af te dwingen?

Kwaliteit van zorg en gevolgen voor inwoners Tijdens de raadsbijeenkomst van 12 juni jl. werd duidelijk dat er sprake is van ernstige structurele tekortkomingen, waaronder gebrekkige continuïteit, ondeugdelijke besluitvorming, en onvolledige of foutieve dossiervorming.

Volgens de Jeugdwet rust op het college de plicht om een toereikend aanbod van kwalitatieve jeugdhulp te borgen. De Wmo verplicht het college om passende ondersteuning aan inwoners te garanderen. 4. Deelt uw college de opvatting dat het blijven aannemen van nieuwe cliënten, terwijl bestaande cliënten niet adequaat geholpen worden, zowel onethisch is als mogelijk strijdig met de zorgplicht, proportionaliteit en voorzorgsbeginselen? 5. Op welke wijze monitort uw college de kwaliteit van jeugdbeschermingsmaatregelen die door gecertificeerde instellingen worden uitgevoerd? 6. Hoe waarborgt het college dat de geleverde zorg voldoet aan de eisen van kwaliteit en continuïteit, zoals bedoeld in artikelen 2.3 en 2.6 van de Jeugdwet? 7. Welke concrete acties onderneemt uw college om de structurele tekortkomingen bij gecertificeerde instellingen aan te pakken?

Onwettigheid door niet-uitvoering De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelt dat het niet kunnen uitvoeren van maatregelen (o.a. door gebrek aan jeugdbeschermers) een schending van artikel 8 EVRM kan opleveren. Zonder daadwerkelijke uitvoering vervalt de grondslag voor de maatregel, en is overheidsingrijpen juridisch onhoudbaar. Daarnaast werd het landelijk handelingsperspectief bij onderbezetting in 2022 als tijdelijke noodoplossing ingevoerd. in juni 2023 werd al benadrukt door de IGJ (inspectie Gezondheidszorg Jeugd) dat actieve evaluatie nodig is samen met kinderen, gezinnen en ketenpartners . In april 2024 waarschuwen ze dat de evaluaties vergeleken met eerdere signalen inhoudelijk tekortschieten, en dat de aanpak nog steeds niet voldoende is .

8. Hoe verhoudt de werkwijze van het CRT-team van Jeugdbescherming Noord zich tot de

relevante wet- en regelgeving, conclusies van de IGJ en de uitspraken van de staatssecretaris? 9. Hoe beoordeelt uw college het handelen van Jeugdbescherming Noord tegen deze achtergrond? Wat doet u om te voorkomen dat inwoners geconfronteerd worden met onwettige of niet-uitvoerbare maatregelen? 10. Hoe borgt het college de rechtspositie van ouders en kinderen binnen deze context? 11. Hoe verhoudt de werkwijze van het CRT-team van Jeugdbescherming Noord zich tot de relevante wet- en regelgeving en de uitspraken van de staatssecretaris? 12. Worden maatregelen die feitelijk niet worden uitgevoerd (bijvoorbeeld door plaatsing op wachtlijst of toedeling aan het CRT-team) volledig aan de gemeente gefactureerd? 13. Indien dit het geval is: acht u dit verantwoord gebruik van gemeenschapsgeld? 14. Heeft uw college daarnaast zicht op welke maatregelen structureel níét worden uitgevoerd, los van de vraag of deze worden gefactureerd?

Focus op herstel en cliëntenstop Jeugdbescherming Noord heeft afgezien van deelname aan de informatieve raadsbijeenkomst op 12 juni met als reden dat alle inzet momenteel gericht is op het herstelplan. 15. Deelt uw college de mening dat publieke verantwoording geen vrijblijvende aangelegenheid is, maar een fundamentele plicht? 16. Hoe beoordeelt u het signaal dat er geen ruimte is voor verantwoording richting volksvertegenwoordiging vanwege interne herstelmaatregelen, zeker gezien de ernst van de situatie? 17. Acht u een instelling die zich volledig op crisismanagement moet richten in staat om kwalitatieve zorg te leveren? 18. Is het college bereid een tijdelijke cliëntenstop te overwegen, zolang Jeugdbescherming Noord niet aan minimale kwaliteitsstandaarden kan voldoen? 19. Bent u bereid hierover actief en op korte termijn met Jeugdbescherming Noord en de regionale partners in overleg te treden, en de raad hierover actief te informeren?

Toezicht, controle en informatievoorziening 20. Welke vormen van toezicht hanteert uw college op Jeugdbescherming Noord? Worden signalen, klachten en terugkoppelingen structureel verzameld en besproken? En door wie worden deze klachten en signalen verzameld? Wie zit er bij de bespreking daarvan aan tafel? 21. Lijst van Brakel en Leefbaar Assen constateren dat de informatievoorziening richting de raad op dit moment onvoldoende is om haar controlerende taak goed te kunnen uitvoeren. Welke concrete stappen gaat het college zetten om hierin verandering aan te brengen?

Informatievoorziening aan de raad 22. Is het college bereid de gemeenteraad op korte termijn inzage te geven in:  Het herstelplan voor JBN van 2021 n.a.v. het IGJ onderzoek “Kwetsbare kinderen onvoldoende beschermd”;  Het door teammanagers geschreven plan voor regie op cliënten zonder vaste jeugdbeschermer uit 2023;  Het actuele herstelplan;  Het landelijke CRT-handelingskader en de lokale toepassing ervan;  Auditrapporten, voortgangsverslagen, evaluaties, klachtenrapportages en bestuurlijke terugkoppelingen; • De financiële onderbouwing van het geheel (inzet middelen, subsidies, gemeentelijke bijdragen, verantwoording)? 23. Is uw college bereid de gemeenteraad tevens inzicht te bieden in geanonimiseerde interne rapportages en evaluaties die het functioneren van Jeugdbescherming Noord inzichtelijk maken?

Escalatie en alternatieve scenario’s Op 12 juni jl. vond een informerende raadsbijeenkomst plaats over Jeugdbescherming Noord. In voorbereiding daarop zijn ouders actief benaderd met de vraag of zij hun ervaringen met deze organisatie wilden delen. Meerdere van deze ouders gaven aan daar niet toe bereid te zijn, uit vrees voor (indirecte) repercussies – met name het risico hun kinderen kwijt te raken. De afgelopen jaren heeft het college o.a. via het spreekuur met diverse ouders met klachten, gesproken en dossiers ingezien. Zoals het college in beantwoording op de mondelinge vragen van lijst van Brakel d.d. 30 januari aangaf, is het college op de hoogte van de vele tekortkomingen in de kwaliteit van zorg bij Jeugdbescherming Noord.. De gemeente is als verantwoordelijke voor het stelsel van jeugdzorg beleidsmatig gehouden om het vertrouwen in het systeem te waarborgen. 24. Acht het college een organisatie waarover door meerdere ouders is aangegeven dat zij er bang voor zijn, in staat om uitvoering te geven aan haar wettelijke taak als gecertificeerde instelling zoals bedoeld in de Jeugdwet (artikel 1.1) – te weten het bieden van passende, veilige en zorgvuldige jeugdbescherming in het belang van het kind? 25.

Herkent en erkent het college het risico dat gevoelens van angst en afhankelijkheid bij ouders de werkrelatie tussen gezin en jeugdbescherming ondermijnen, met alle gevolgen van dien voor de effectiviteit van de ondersteuning? 26. Kan het college duiden of, en zo ja op welke wijze, deze signalen passen binnen de kwaliteitscriteria die door gemeenten aan gecertificeerde instellingen worden gesteld op grond van artikel 4.1.1 Jeugdwet en de inkoopvoorwaarden (waaronder: veiligheid, vertrouwen, transparantie en cliëntgerichtheid)? 27. Deelt het college de opvatting dat structureel wantrouwen jegens een jeugdzorgaanbieder een ernstige indicatie is dat sprake is van systeemfalen? b. Zo ja, welke beleidsmatige maatregelen overweegt het college om dit vertrouwen te herstellen? 28. Is het college ermee bekend dat gemeenten op grond van de Jeugdwet (artikel 2.6 jo. 4.1.1) een wettelijke zorgplicht dragen voor de inkoop, kwaliteit én het toezicht op gecertificeerde instellingen zoals Jeugdbescherming Noord? 29. Is het college zich ervan bewust dat ouders onder omstandigheden de gemeente aansprakelijk kunnen stellen voor schade die is ontstaan door toedoen van een gecertificeerde instelling, indien sprake is van nalatigheid of gebrekkig toezicht van de gemeente? 30.

Hoe beoordeelt het college, in het licht van de signalen van structureel wantrouwen en angst bij ouders, het risico op bestuurlijke of juridische aansprakelijkheid van de gemeente? 31. Op welk moment acht uw college bestuurlijke escalatie noodzakelijk, en bent u bereid dit tijdig met de raad te bespreken? 32. Welke stappen zijn inmiddels gezet richting een alternatief scenario voor de uitvoering van wettelijke taken, mocht de situatie bij Jeugdbescherming Noord niet verbeteren? Wij zien uw beantwoording met belangstelling tegemoet. Namens de fractie van Lijst van Brakel / Leefbaar Assen, Tirza van Brakel-Engberts

Motie: ‘Als overheidsingrijpen kinderen weer bescherming biedt’ De raad van de gemeente Leeuwarden, in vergadering bijeen op [08-10-2025], behandelende de aanbevelingen Rekenkamer omtrent de jeugdbeschermingsketen; Constaterende dat; 

   

Uit de aanbevelingen van de Rekenkamer blijkt dat we onze richting en rol moeten bepalen als het gaat om de jeugdbeschermingsketen. We focus en kaders moeten vaststellen binnen de samenwerking tussen de politiek en de jeugdbeschermingsketen en onze informatiepositie als raad moeten versterken. Uit diverse rapportages van de afgelopen weken blijkt dat diverse GI’s er niet voor kunnen zorgen dat een kind de juiste en adequate bescherming krijgt ondanks alle toezicht die er is. Onze grootste GI, het Regiecentrum, dit soort problemen nu niet lijkt te hebben en we dit graag zo willen houden. Het woord ‘Jeugdbescherming’ maar 3x voorkomt in de Jeugdagenda 2024-2028. Wij als raad van plan zijn om gezamenlijk met de woordvoerder jeugd bij elkaar te komen om een volgende stap te zetten met de aanbevelingen van de Rekenkamer.

Overwegende dat; 

  

Het nog steeds lijkt dat wij zelfs als centrumgemeente nog weinig politieke doorzettingsmacht hebben richting de GI’s om op signalen zoals in het rapport ‘Als overheidsingrijpen kinderen geen bescherming biedt’ (sept. 2025), te acteren, maar ook om zicht te krijgen als raad op het goede werk wat veel jeugdbeschermers doen in het veld. Wij graag als een volgende stap willen maken met de aanbevelingen die de Rekenkamer ons geeft om onze jeugdbeschermingsketen te verbeteren en onze rol als raad te pakken. Wij graag middels onderstaande interventies kunnen bekijken waar de weeffouten zitten binnen de Jeugdwet en waar we dus wel/niet invloed op hebben maar wel op zouden moeten hebben. Wij graag de decentralisatie zien slagen en juist de zorg voor kind en ouder dichtbij willen organiseren, dus ook onze lokale volksvertegenwoordigers de invloed geven die ze zouden moeten hebben om hun controlerende, kaderstellende en volksvertegenwoordigende taak op dit vlak effectief te kunnen uitoefenen. In gezamenlijke bijeenkomsten die de woordvoerders jeugd gaan organiseren we moeten nadenken wat voor kaders (voorbeelden in de bijlage 1) we het college willen meegeven binnen dit addendum ‘jeugdbeschermingsbeleid’ in de Jeugdagenda 2024-2028.

Verzoekt het college om;  

Een addendum jeugdbescherming toe te voegen aan de jeugdagenda met (toetsbare) beleidskaders jeugdbescherming (Voorbeelden bijlage 1). En deze door de raad te laten vaststellen. Bij de totstandkoming daarvan de raad te betrekken.

En gaat over tot de orde van de dag,

Johan Magré namens D66 Leeuwarden

Bijlage 1: Eventuele kaders: 

Gemeente als regisseur via de nieuwe WGR Versterk de democratische positie van gemeenten binnen de jeugdhulpregio. Geef gemeenteraden instemmingsrecht op beleid, begroting en inkoop. Richt een programmaraad op waarin raadsleden en wethouders gezamenlijk koers bepalen. Beperk de dominante rol van centrumgemeenten en verdeel zeggenschap eerlijk. Leg vast hoe individuele gemeenten kunnen ingrijpen bij falend regionaal beleid of casussen. Doorbreek de informatiemuur tussen praktijk en politiek Zorg dat raadsleden en bestuurders toegang krijgen tot relevante informatie, zonder de AVG te schenden. Ontwikkel kaders voor het delen van casuïstiek en signalen. Verplicht instellingen gemeenten te informeren bij plaatsingen, incidenten en rechterlijke uitspraken, en stel een regeling op met samenvattingen van klachten en escalaties. Extern en onafhankelijk toezicht organiseren Doorbreek het zelftoezicht van instellingen. Laat incidenten analyseren door onafhankelijke deskundigen. Geef de IGJ een proactief mandaat en laat gemeenten audits inkopen bij signalen van structureel falen. Instellingen toetsen op publieke waarden Veranker in contracten dat instellingen ouders en jongeren serieus betrekken. Verplicht co-productie van rapportages en deel ernstige incidenten met gemeentelijk toezicht. Zo wordt institutionele zelfbescherming doorbroken en het burgerperspectief hersteld.

Een gemeentelijk toetsingskader (Bijlage ) vast te stellen voor gecertificeerde instellingen gericht op naleving van de Jeugdwet en het Kinderrechtenverdrag en eventueel te werken aan een Kinderrechtenverslag. (Bijlage 3) Stimuleer politieke reflectie en actieve raadssturing Voorkom dat gemeenteraden alleen achteraf reageren. Gebruik technische sessies voor inhoudelijke toetsing. Leg belangrijke besluiten, zoals beleidswijzigingen en plaatsingen, expliciet voor aan de raad en stimuleer signalering via ervaringsdeskundigen. Herstel morele verantwoordelijkheid en bouw lerend vermogen op Maak ruimte voor reflectie, herstel en publieke verantwoording. Wijs een bestuurlijk aanspreekpunt aan per casus en ontwikkel herstelprotocollen met erkenning, excuses en herstelacties.

Bijlage 2: Concept-toetsingskader Kinderrechten voor gecertificeerde instellingen Toetsingskader Kinderrechten voor Gecertificeerde Instellingen Inleiding Gecertificeerde instellingen hebben als kerntaak het waarborgen van de veiligheid en ontwikkelingskansen van kinderen. Dit toetsingskader biedt een leidraad voor professionals bij het naleven van kinderrechten, in lijn met de Jeugdwet en internationale mensenrechtenverdragen. Het versterkt een kinderrechtensensitieve benadering en ondersteunt een integrale beoordeling van veiligheid, rechten en belangen van kinderen en hun ouders in situaties van (dreigend) geweld of onveiligheid. Juridisch en normatief kader Dit kader is gebaseerd op: • Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK) • Verdrag van Istanbul • Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM), art. 8 (recht op familieleven) Belangrijke artikelen uit het IVRK: • Art. 3: Het belang van het kind als eerste overweging • Art. 12: Recht van het kind om gehoord te worden • Art. 19: Recht op bescherming tegen alle vormen van geweld • Art.

5 & 9: Recht op begeleiding van ouders en bescherming van gezinsleven Kernprincipes • Veiligheid voorop, met behoud van het recht op familieleven • Kinderrechten als leidraad, inclusief participatie en hoorrecht • Preventie van geweld, inclusief gender- en cultuursensitiviteit • Non-discriminatie • Voorkomen van secundaire victimisatie • Interprofessionele samenwerking Doel en reikwijdte Het toetsingskader biedt richtlijnen voor: • Besluitvorming en opstellen van hulpverlenings- en veiligheidsplannen • Samenwerking met ketenpartners • Monitoring en evaluatie van veiligheid en kinderrechten

Toepassingsprincipes 1. Veiligheid als eerste voorwaarde Interventies zijn gericht op duurzame veiligheid voor kinderen én ouders, op basis van actuele risicoanalyses. 2. Kinderrechten als leidraad Het belang van elk kind wordt individueel gewogen. Kinderen worden actief gehoord op een bij hun leeftijd passende wijze. 3. Gender- en geweldssensitieve benadering Bij de analyse wordt rekening gehouden met machtsverhoudingen en structureel geweld. Neutrale framing wordt vermeden als dit de aard van het geweld miskent. 4. Voorkomen van secundaire victimisatie Slachtoffende ouders worden ondersteund, niet bestraft. 5. Interprofessionele samenwerking Samenwerking met ketenpartners zoals Veilig Thuis, politie, vrouwenopvang en GGZ is essentieel. Toetsingsvragen per casus 1. Is het kind veilig? Waarop is deze inschatting gebaseerd? 2. Is er structureel overleg met ketenpartners? 3. Is er een actuele risico-inschatting bij contact tussen kind en ouder/verzorger? 4. Is de stem van het kind gehoord en meegewogen? 5. Draagt het besluit bij aan duurzame veiligheid en herstel voor kind en ouder? Emotionele en psychologische veiligheid • Kinderen krijgen een vaste vertrouwenspersoon of mentor. • Er wordt herstelgericht gewerkt na incidenten, waar veilig en gepast. Toetsingsvragen: 1. Wordt systematisch ruimte geboden aan kinderen om zorgen over veiligheid te uiten? 2.

Hoe wordt de balans bewaakt tussen contact met familie en de emotionele veiligheid van het kind? Recht op familie en hechting • Contactherstel wordt gericht op veiligheid én hechting. • Uithuisplaatsing alleen bij ernstige risico’s en met onafhankelijke toetsing. • Veilig contact wordt gefaciliteerd, bijvoorbeeld via begeleide omgang.

Toetsingsvragen: 1. Wordt het contact met familie veilig gefaciliteerd? 2. Is de scheiding van kind en ouders goed gemotiveerd en tijdelijk van aard? Gender- en cultuursensitieve veiligheid • Beleid is alert op specifieke risico’s voor meisjes/vrouwen, zoals seksueel geweld en eergeweld. • Er wordt rekening gehouden met culturele dynamieken zonder geweld te relativeren. Toetsingsvragen: 1. Worden meisjes en jongens gelijkwaardig beschermd? 2. Is er aandacht voor culturele dynamieken zonder normvervaging bij geweld? Monitoring, klachten en toezicht • Toegankelijke klachtenregeling voor kinderen en ouders. • Externe toetsing (inspecties, vertrouwensinspecteurs). • Interne evaluaties en kind-/oudertevredenheidsonderzoeken. Toetsingsvragen: 1. Hoe wordt geborgd dat kinderen veilig kunnen klagen of melden? 2. Hoe vaak wordt het beleid geëvalueerd op effectiviteit? 3. Leiden meldingen of inspecties tot verbetermaatregelen? Organisatorische structuur en preventie • Risicotaxatie en veiligheidsbeoordeling bij aanvang en periodiek herzien. • Medewerkers getraind in trauma- en geweldsensitief werken. • Contact met familieleden alleen indien dit veilig en in het belang van het kind is.

Slotbepalingen 

Met dit toetsingskader verbindt Gecertificeerde instelling) internationaal erkende mensenrechtenverdragen met haar dagelijkse werkpraktijk.

Door structureel aandacht te besteden aan veiligheid, gendergelijkheid en kinderrechten, draagt Jeugdbescherming bij aan een rechtvaardige en beschermende omgeving voor kinderen en hun ouders.

Dit document wordt jaarlijks herzien en afgestemd op wettelijke eisen en maatschappelijke ontwikkelingen.

De directie is eindverantwoordelijk voor de uitvoering en borging van het beleid

Implementatie * Ontwikkeling en toepassing van een standaard checklist. * Beslisondersteuning via gestructureerde casusbesprekingen. * Jaarlijkse toetsing van de uitvoering aan dit kader. * Betrekken van ervaringsdeskundigen bij de evaluatie en verbetering van beleid. *Veiligheidsbeoordelingen bij aanvang van elk traject (risicotaxatie) *Samenwerking met politie, Veilig Thuis, vrouwenopvang en jeugdbescherming *Personeel getraind in trauma- en geweldsensitief werken

Bijlage 3: Voorbeeld Kinderrechtenverslag Een voorbeeld van een Kinderrechtenverslag omvat de volgende onderdelen:

-

Samenvatting van de betrokkenheid van jongeren in besluitvorming;

-

Analyse van de klachtenprocedures en hoe deze kinderrechten waarborgen;

- Verantwoording over vrijheidsbeperkingen en alternatieve maatregelen; - Evaluatie van de zorg en de betrokkenheid van ouders in het zorgtraject. Kinderrechtenverslag 1.

Samenvatting van de betrokkenheid van jongeren in besluitvorming

Bij (naam gecertificeerde instelling) staat de stem van het kind centraal. Jongeren worden structureel betrokken bij beslissingen die hun veiligheid, welzijn en toekomst raken. In 2025 zijn jongeren op verschillende manieren gehoord: via individuele gesprekken, kindgesprekken en door deelname aan kindpanels. We werken bij (naam gecertificeerde instelling) met het KIES kindplan van het Expertisecentrum Kind & Scheiding. Kinderen geven aan dat zij het belangrijk vinden dat hun mening serieus genomen wordt, vooral bij beslissingen over verblijfplaats, school en contact met ouders. In ..% van de evaluatiegesprekken gaven jongeren aan dat zij zich betrokken voelden bij de besluitvorming. We blijven hierin investeren door medewerkers te trainen in kindgerichte gespreksvoering. 2.

Analyse van de klachtenprocedures en hoe deze kinderrechten waarborgen

(Naam gecertificeerde instelling) beschikt over een onafhankelijke klachtenregeling die toegankelijk is voor kinderen, ouders en andere betrokkenen. In 2025 zijn er .. klachten ingediend door of namens jongeren. Deze betroffen vooral de omgangsregeling en het gevoel niet gehoord te worden. De klachten zijn behandeld door een onafhankelijke klachtencommissie. In ... van de gevallen is de klacht (deels) gegrond verklaard en is het beleid of de begeleiding aangepast. De organisatie heeft daarnaast geïnvesteerd in de zichtbaarheid van de vertrouwenspersoon van het AKJ, die een cruciale rol speelt in de toegang tot klachtmogelijkheden en het versterken van rechtspositie van kinderen. 3.

Verantwoording over vrijheidsbeperkingen en alternatieve maatregelen

Binnen (naam gecertificeerde instelling) zelf worden geen directe vrijheidsbeperkingen toegepast, aangezien de organisatie geen residentiële zorg verleent. Wel houden we toezicht op de toepassing ervan binnen pleegzorg of gesloten jeugdhulp. In 2025 zijn we in .. dossiers betrokken geweest bij casussen waarin vrijheidsbeperking (zoals gesloten plaatsing) speelde. In alle gevallen is er getoetst of deze maatregel proportioneel en noodzakelijk was, en zijn er alternatieven onderzocht zoals intensieve ambulante begeleiding of plaatsing in een kleinschalige woonvorm. Ook is steeds gezorgd voor toetsing door de kinderrechter. 4.

Evaluatie van de zorg en de betrokkenheid van ouders in het zorgtraject

Ouders spelen een essentiële rol in het jeugdbeschermingsproces. In 2025 is in 100% van de dossiers de betrokkenheid van ouders actief vormgegeven, via gezinsgesprekken, ouderbegeleiding en gezamenlijke evaluatiemomenten. We hebben in 2025 gewerkt aan het verbeteren van de communicatie met ouders door het inzetten van visuele hulpmiddelen, tolken en eenvoudige taal. In het kader van het streven naar herstel van gezinsrelaties, is de samenwerking met wijkteams en vrijwillige hulpverleners versterkt.

5.

Borging van het recht op contact met familie na uithuisplaatsing

Het recht op contact met ouders, broers, zussen en andere betekenisvolle personen wordt door (naam gecertificeerde instelling) erkend als fundamenteel kinderrecht. Bij elke uithuisplaatsing stellen we, in samenspraak met het kind en de ouders, een omgangs- of contactregeling op. Deze wordt opgenomen in het hulpverleningsplan en minimaal elke drie maanden geëvalueerd. In 2025 is in ..% van de uithuisplaatsingen het contact met ouders binnen een week tot stand gebracht. Slechts in ..% van de gevallen is het contact beperkt of tijdelijk opgeschort, uitsluitend vanwege veiligheidsoverwegingen. In die situaties is gezocht naar alternatieve vormen van contact, zoals briefwisseling of begeleide videogesprekken. Wij werken nauw samen met pleeggezinnen, residentiële instellingen en ouders om contactmomenten zo goed mogelijk te laten verlopen. Begeleide omgang en relatiehersteltrajecten via gespecialiseerde hulpverleners worden actief ingezet om het familiecontact duurzaam te ondersteunen. 6.

Waarborging van het recht op veiligheid

Het recht op veiligheid is een ononderhandelbaar kinderrecht. (Naam gecertificeerde instelling) erkent dat het waarborgen van fysieke, emotionele en psychologische veiligheid voor elk kind de hoogste prioriteit heeft. In bepaalde situaties komen kinderen uit onveilige thuissituaties waarbij sprake is van mishandeling, verwaarlozing of huiselijk geweld. Daarom geldt: contactherstel met ouders mag nooit ten koste gaan van de veiligheid van het kind. In 2025 zijn er meerdere casussen geweest waarin kinderen aangaven bang te zijn voor contact met een ouder. In die gevallen is zorgvuldig onderzoek gedaan, waarbij de stem van het kind leidend was. (Naam gecertificeerde instelling) dwingt nooit tot omgang als dit aantoonbaar onveilig is. Elke omgangsregeling wordt vooraf getoetst op risico’s, en bij signalen van geweld wordt de omgang direct geschorst en herbeoordeeld in overleg met de rechter. We werken met het principe van ‘veiligheid eerst’, waarbij trauma en eerdere mishandeling expliciet worden erkend en meegewogen in besluitvorming. Daarnaast zorgen we voor scholing van medewerkers op het gebied van trauma, veiligheidsplanning en het signaleren van structureel geweld binnen gezinnen.

MOTIE VREEMD AAN DE ORDE Aanstellen van een vertrouwenspersoon voor jeugdigen en ouders De raad van de gemeente Westerwolde, in vergadering bijeen op 12 november 2025, gelezen het rapport ‘Niet gehoord en niet gezien’ van het Meldpunt Jeugdbescherming Noord Constaterende dat: • jeugdigen en ouders binnen de jeugdbescherming zich vaak niet gehoord of gezien voelen; • het rapport melding maakt van structurele knelpunten zoals gebrek aan communicatie, wisselende gezinsvoogden en onvoldoende waarheidsvinding; • betrokkenen aangeven behoefte te hebben aan een laagdrempelig, onafhankelijk aanspreekpunt. Overwegende dat: • een vertrouwenspersoon kan bijdragen aan het herstel van vertrouwen tussen gezinnen en instanties; • vroegtijdige signalering van problemen escalatie kan voorkomen; • het essentieel is dat jeugdigen en ouders zich veilig en serieus genomen voelen binnen het jeugddomein. Verzoekt het college: • te onderzoeken op welke wijze een onafhankelijke vertrouwenspersoon voor jeugdigen en ouders binnen het sociaal domein van Westerwolde kan worden ingericht; • hierbij ervaringsdeskundigen, jongeren, ouders en relevante partners te betrekken; • de raad hierover vóór 1 maart 2026 te informeren en een voorstel tot uitvoering voor te leggen. En gaat over tot de orde van de dag. Herma Hemmen

Fractie Lijst Hemmen

René Kriek

Fractie GroenLinks

Sander Keizer

Fractie PvdA

ARTIKEL 40-VRAGEN – Uitvoering Jeugdwet Papendrecht Inleiding De fractie van D66 Papendrecht stelt artikel 40-vragen aan het college van burgemeester en wethouders naar aanleiding van de rechterlijke uitspraken over de uitvoering van de Jeugdwet in Papendrecht. Zaaknummers: ECLI:NL:CRVB:2025:1390 en ECLI:NL:CRVB:2025:1391 De Centrale Raad van Beroep concludeerde dat de gemeente bewust verkeerde informatie heeft gebruikt en onzorgvuldig heeft gehandeld bij het toekennen van jeugdzorg. D66 wil daarom weten hoe dit heeft kunnen gebeuren, of het college verantwoordelijkheid neemt en wat het college doet om het vertrouwen van ouders te herstellen. Vragen 1. Wanneer is het college op de hoogte geraakt van de lopende procedures en de uitspraken van de Centrale Raad van Beroep? 2. Hoe heeft het kunnen gebeuren dat het wettelijk verplichte stappenplan niet inzichtelijk is doorlopen en de besluitvorming niet voldeed aan de Jeugdwet? 3. Waarom is in toekenningsbesluiten verwezen naar een vergoeding “per uur”, terwijl volgens de rechter feitelijk sprake was van een vergoeding “per dag” om de schijn van naleving van het wettelijk minimumloon te wekken? 4. Gaat het college excuses aanbieden aan de betrokken ouder en haar gezin? 5. Gaat het college onderzoeken of er meer ouders zijn die onterecht zijn benadeeld? 6.

Wat gáát het college concreet doen om het vertrouwen van de getroffen ouder te herstellen en te zorgen dat dit nooit meer kan gebeuren? 7. Hoe wordt uitvoering gegeven aan de opdracht van de rechter om binnen acht weken nieuwe besluiten te nemen? 8. Welke structurele maatregelen worden genomen om herhaling te voorkomen en het vertrouwen in de uitvoering van de Jeugdwet te herstellen? Slot D66 wil dat Papendrecht de fouten niet alleen herstelt en vertrouwen terugwint, maar dat begint met hier volledig open en eerlijk over te zijn.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.papendrecht.nl/api/v1/meetings/1222/documents/17185