A02. 20240611 Onderzoek RES windturbines nabij Papendrecht OPENBAAR.pdf
Tekst van het document
berekeningen (Keith et al. 2016) eerder 30% lijkt te zijn. Ook hier lijkt te zijn toegerekend naar de benodigde omrekenfactor om de bouw van windturbines mogelijk te maken (vd Berg L = L + 4,7 dB, Keith L = L + 1.2) Kortom: de gerecCficeerde factsheet in nov 2023 van het RIVM vraagt opnieuw om correcCe en nuancering van conclusies en formuleringen. 2. Als u gehakt koopt bij de slager, wilt u zeker weten dat zijn weegschaal klopt. Net zo belangrijk als een objecCef geijkte weegschaal, zijn betrouwbare, gevalideerde meetmethoden in de windindustrie. De geluidsmodellen voor het voorspellen van turbinegeluid negeren essenCële variabelen en gebruiken te simpele staCsCsche methoden. Door de input van gemiddelden ontstaat er een heel belangrijke onderschadng van de echte geluidsimpact van 10–20 dB(A) op omwonenden. Bij voldoende wind schaadt dit de nachtrust en dus de gezondheid. Ook wordt er in de modellen geen rekening gehouden met real(me variabiliteit van windcondiCes, zoals windrichCng en -snelheid, die de geluidsoverlast significant kunnen beïnvloeden. Als we gezonde geluidsnormen willen hanteren, zouden windturbines op 2 kilometer afstand van een woning geplaatst moeten worden. Echter, huidige normen voor het meten van geluid van windturbines, zoals de Lden dB(A), zijn nooit onarankelijk wetenschappelijk geijkt in veldonderzoek en kunnen omwonenden niet effecCef beschermen.
De Lden middelt het geluid uit over het hele jaar, maar volgens de WHO is dit alleen geschikt voor staConair draaiende geluidsbronnen. Bovendien middelen ze windkracht en windrichting; dit is onterecht. Door toch gebruik te blijven maken van Lden, mag men veel dichter bij bewoning bouwen in Nederland dan in alle andere Europese landen. Enkel Nederland en Noorwegen gebruiken Lden. Een ander aspect dat opvalt is dat in geen van de oorspronkelijke onderzoeken geluidbelas=ng daadwerkelijk is gemeten: gewerkt is vanuit fabrieksopgaven over de turbines, gecombineerd met rekenregels over een als ruwweg maximaal te verwachten geluidsbelasCng (benedenwinds, bij een windsnelheid van 8 m/sec op 10 meter hoogte). Daarnaast wordt de bronsterkte van een windturbine vastgesteld onder ideale, nietrepresentaCeve omstandigheden, wat resulteert in een ernsCge onderschadng van 6–15 dB(A) van de werkelijke geluidsoverlast. Deze methodiek is vergelijkbaar met ‘wij van WCeend adviseren WC-eend’ waarbij de producent zijn eigen product aanbeveelt, met als doel toelaCng op de EU-markt, zonder overweging van de impact op de omgeving. Deze rekenmodellen falen ook in het beoordelen van stapeleffecten van windturbines onderling.
De interacCe tussen meerdere geluidsbronnen en hun impact op de lokale omgeving worden vaak over het hoofd gezien, wat leidt tot een versterking van geluidseffecten, die niet worden meegenomen in de huidige normen. 3. Als laatste is het zeer belangrijk dat de geluidoverlast niet zal toenemen bij plaatsing van turbines met een hogere masthoogte zoals aangegeven door RIVM in de factsheet “windturbines en gezondheid” (nov 2023). Momenteel worden vele turbines vervangen door hogere. Dit lijkt probleemloos te kunnen - zonder vergroCng van de afstand tot omwonenden - op basis van een persoonlijk statement in de factsheet ‘Windturbinegeluid en gezondheid’ op pagina 7: “Deze normen gelden voor alle windturbines, dus ook voor turbines
met een hogere ashoogte. Het geluidsspectrum voor grote windturbines (>3 MW) wijkt niet of nauwelijks af van die van kleinere turbines (0,5 tot 3 MW) (mondelinge mededeling Van den Berg, 2021)”. Deze uitspraak blijkt slechts gebaseerd op twee niet-gecontroleerde wetenschappelijke congresarCkelen. Bij hogere windturbines neemt de geluidshinder toe doordat de snelhied van de ‘=p’ (het uiteinde van het rotorblad) toeneemt.5 Ze draaien vaker op vollast, met name 's nachts, waardoor ze honderden uren extra geluidshinder veroorzaken. Het repeterende laagfrequente geluid wordt hoger in de lucht nauwelijks gedempt, wat de nachtrust van veel meer omwonenden aanzienlijk kan verstoren. Een voormalig molenaar wees ons erop dat onder 60 meter hoogte je dempingsfactoren van bebouwing en begroeiing hebt en dat je die mag meenemen in je berekening van geluidsnormen en afstand tot de turbine. Maar deze gelden helemaal niet op de hoogte van deze turbines met een tiphoogte van ±280 meter.
Samenvattend Bij de plaatsing van windturbines op het land moet de focus liggen op een veilige afstand van windturbines tot omwonenden en dat is eigenlijk >2 km wanneer een prevalenCe van slaapstoornissen kleiner dan 25%, overeenkomsCg met controlegroepen, wordt beoogd. Volgens de commissie voor de milieueffectrapportage (Commissie MER) moeten gezondheidsgevolgen beter worden meegewogen in de vaststelling van milieunormen voor windturbines. In 2019 bleken ruim 28.000 Nederlanders last te hebben van ernsCge geluidhinder. De rela=es causaliteit (plaatsing turbines waarna optreden van hinder en slaapproblemen) en ernst van de klachten (afstand in relaCe tot ernst van de hinder en slaapproblemen) zijn wél degelijk wetenschappelijk aan te tonen. Zolang een sterk vermoeden van negaCeve gevolgen voor de mens (nog) niet overtuigend wetenschappelijk bewezen is, betekent dit niet dat er onvoldoende gronden zijn om het voorzorgsbeginsel toe te passen. Streven naar een duurzame energievoorziening zonder de gezondheid te schaden is prima. Met nieuwe normen die meetbaar, beschermend, en handhaayaar zijn, is dit mogelijk. Windenergie mag nimmer ten koste gaan van het welzijn en de gezondheid van omwonenden van windturbines. Professor dr. Diederik Gommers Wijngaarden, 27 mei 2024
5
Ben Hoen et al. (2023) Effects of land-based wind turbine upsizing on community sound levels and power and energy density. Applied Energie, Elsevier, vol 338 2023