CConstaterende datPapendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

A02. 20210108 Serviceorganisatie Jeugd ZHZ, Projectplan Doorbraakaanpak GI's.pdf

Gemeenteraad Papendrecht 21 januari 2021, gemeente PapendrechtBij agendapunt: 6: Ingekomen en ter inzage gelegde stukken13.939 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Projectplan'Doorbraakaanpak GI's'

Aanleiding en context Op 15 oktober 2020 verscheen een tussenrapportage van de IGJ, “Kwetsbare kinderen onvoldoende beschermd”. In die tussenrapportage wordt geconcludeerd dat er nog altijd kinderen met een beschermingsmaatregel zijn die wachten op jeugdhulp. De inspectie roept de jeugdzorgregio's op om tot een doorbraakaanpak te komen. De gezamenlijk GI's geven half november aan dat er in onze regio 96 jeugdigen langer dan 3 maanden wachten op passende hulp. Hiernaast zijn er 7 jeugdigen die bij het Leger des Heils niet binnen 6 weken een jeugdbeschermer krijgen toegewezen. Het Leger des Heils geeft aan een werkwijze te volgen die is aangedragen door jeugdzorg Nederland. Er zijn gesprekken gaande met de Inspectie of deze werkwijze als voldoende wordt beschouwd. Onderstaande doorbraakaanpak richt zich op de 96 jeugdigen die langer dan 3 maanden wachten op passende hulp. Het ministerie van VWS en V&G hebben het bureau Significant opdracht gegeven de voortgang te monitoren en hierop te rapporteren aan de genoemde ministeries. Probleem De GI's (JB West, WSG en LdH) hebben voor 96 cases aangegeven dat passende hulp niet binnen 3 maanden beschikbaar is. De GI's onderbouwen dat een groot gedeelte van deze jeugdigen alternatieven vorm van zorg ontvangen maar dat de meest wenselijke/passende hulp niet direct beschikbaar is.

Hiernaast signaleren de GI's dat de beschikbaarheid van passende zorg een knelpunt is; het zorgaanbod is vaak niet beschikbaar waardoor er uitgeweken moet worden naar een 2e, 3e of 4e keuze van hulp of is er sprake van een (lange) wachttijd. Bij deze knelpunten wordt vooral de jeugd-ggz genoemd, opgevolgd door gezinshuizen, begeleid wonen en ambulante zorg. Daar een groot gedeelte van deze cases reeds besproken zijn in het expertiseteam, en dat niet heeft geleid tot een oplossing, ziet de SOJ het als een noodzaak dat er op een andere manier gekeken gaat worden naar de hulpvraag van deze jeugdigen. Daarnaast speelt ook een rol dat er landelijk minder voorzieningen zijn voor De doorbraakaanpak is een werkwijze voor wonen (gezinshuizen, pleeggezinnen en dergelijk) dan gevraagd. het anders organiseren van bestaande hulp En alle regio's nu actief op zoek gaan naar dergelijke en ondersteuning in complexe situaties. woonplekken. Doelstelling Het doel van de voorgestelde aanpak is tweeledig: 1. De jeugdbeschermers ondersteunen bij het bepalen en organiseren van passende hulp. 2. Met alle betrokken partijen leren van de casuïstiek, deze kennis overdragen aan collega (jeugdbeschermers), gemeenten (perspectiefbenadering, mogelijkheden voor maatwerk) en SOJ (hiaten in het zorglandschap en inkoop 2022). Werkwijze

Ondersteuning en hulp worden anders georganiseerd voor jeugdigen en gezinnen die langdurig te kampen hebben met een combinatie van problemen in hun dagelijkse leven en daar met reguliere hulp niet uitkomen. Samen met de betrokkenen wordt gezocht naar een duurzaam perspectief voor het huishouden, vastgelegd in een doorbraakplan. De doorbraak wordt niet geremd door de bureaucratie en zoekt de grenzen op van wat mogelijk is. Onorthodoxe oplossingen worden hierbij niet geschuwd. De doorbraak is de eerste en belangrijkste stap om aan oplossingen te kunnen gaan werken, zodat gezinnen die vastlopen weer regie op hun leven kunnen pakken en er een positief toekomstperspectief is.

In Zuid-Holland Zuid kiezen we ervoor om (in eerste instantie) 10 (urgente) cases te selecteren met een zekere mate van representativiteit voor de 96 cases in totaal. Voor deze 10 cases wordt extra procesregie aangetrokken om samen met de al betrokken casusregisseur al lerend te komen tot een oplossing, waarbij de basisprincipes uit de doorbraakaanpak (zie kader) leidend zijn. De rode draden, geleerde lessen en inzichten worden teruggelegd in de betrokken organisaties, zodat de overige cases profiteren van het proces wat met deze 10 gelopen is. Het team Oppakken en Leren van Complexe casuïstiek (landelijk team vanuit het Ondersteuningsteam Zorg voor Jeugd, verzorgt procesregie ter ondersteuning van de casusregisseur (namelijk de jeugdbeschermer). Dit team heeft ruime ervaring opgedaan in het voeren van procesregie bij complexe casuïstiek. Door deze verbinding benut de regio, landelijke kennis, denkkracht en ervaring. Globaal worden de volgende stappen gezet: Stap 1: Inventarisatie en eerste analyse op de 96 aangedragen cases Stap 2: selectie van 10 cases met een palet aan problematieken zodat het lerende effect zo goed als mogelijk wordt benut. (richtlijn: 5JB West/ 3 WSG/ 2 LdH) Stap 3: uitvoeren van 10 cases • •

Cases oplossen Geleerde terugleggen in betrokken organisaties; leerlus

Stap 4: wrap up basis van 10 cases, met alle betrokken partijen, organisaties. • • •

Wat is het geleerde en hoe borgen we dit? Welk effect heeft deze aanpak (het geleerde) op overige jeugdigen op de lijst? Welke vervolgstappen moeten er genomen worden en door wie?

De aanname is dat er met deze werkwijze meer dan alleen de 10 geselecteerde cases opgelost kan worden als het leerrendement goed wordt teruggelegd, belegd en opgepakt binnen de betrokken organisaties. De inzet van procesregie is altijd ondersteunend voor de bestaande casus regisseur. De inzet van procesregie is naast ondersteunend in het oplossen van casuïstiek, gericht op leren van alle betrokken professionals en organisaties. Wie doet wat? • • • • • • •

Jeugdige en ouders: zo mogelijk betrokken ten minste voor de geselecteerde cases Casusregie: blijft bij de jeugdbeschermer Procesregie: medewerkers van team complexe casuïstiek van het OZJ Voorzitters expertteam: als sparringpartner betrokken bij procesregie, met name omdat zij de regio goed kennen. Als partner betrokken bij leren en implementeren van geleerde n.a.v. de casuïstiek. Jeugdhulpaanbieders, ketenpartners, enz.: betrokken bij casus indien van toepassing en toegevoegde waarde Projectleiding: SOJ Inspecties IGJ en V&J toetsen periodiek de voortgang in 2021

•

Gemeenten vaardigen, indien van toepassing lokale 'doorbraakfunctionarissen' af binnen de leer- en ontwikkelcyclus. En/of Gemeenten participeren actief op verzoek als bijvoorbeeld sprake is van het (financieel) mogelijk maken van een maatwerkvoorziening.

Planning • • • • • •

Start: december ’20 Selectie 1e 10 cases: januari 2021 Eerste wrap up/ leerervaringen: maart 2021 Tweede wrap up leerervaring: mei 2021 Eerste Inspectiemoment: midden/ein februari 2021 Afronding 1e fase: rode draden voortgang op lijst met cases: juni 2021

Resultaat De jeugdigen voorzien van passende hulp en tegelijkertijd een stevige ontwikkelimpuls in het kader van de perspectiefbenadering voor alle betrokken organisaties en professionals. Risico's en maatregelen Doordat de voorgestelde doorbraakaanpak tijd kost zijn de 96 opgegeven casussen niet binnen 4 weken toegeleid naar passende hulp. We zien echter wel dat de bovenstaande aanpak bijdraagt aan een duurzame oplossing welke ook in de toekomst zijn vruchten af zal werpen. Op dit moment is niet te voorspellen hoe de representativiteit van de 10 geselecteerde urgente cases doorwerkt op de totale lijst. Mogelijk is een verlenging met nog eens 10 cases noodzakelijk. Mogelijk komt er uit deze aanpak een hiaat in het regionaal zorglandschap boven tafel. SOJ zal dan snel moeten kunnen schakelen om hierin een oplossing te vinden, vanuit de verantwoordelijkheid voor het (laten) organiseren van passende en voldoende jeugdhulp (kerntaak in Jeugdwet). Het proces van ontwikkelen van regionale alternatieven voor de Hoenderloo groep geeft vertrouwen dat die veerkracht in de regio aanwezig is. Mogelijk worden oplossingen gevonden waar maatwerkfinanciering voor nodig is. Wanneer dit niet past binnen reguliere jeugdhulpinzet kan (indien beschikbaar) een beroep gedaan worden op lokale maatwerkpotjes.

Aan iedere gemeente wordt een vast contactpersoon gevraagd in het kader van deze doorbraakaanpak, om zo nodig en wenselijk, mee te lopen en te leren en/of maatwerk mogelijk te maken. Deze aanpak is onder hoge tijdsdruk tot stand gekomen. Hierdoor is beperkt aandacht besteed aan draagvlak, en communicatie richting verschillende stakeholders. Zolang de kernwaarden 'leren' en 'oplossen' centraal blijven staan, zijn aanpassingen in de uitvoering mogelijk binnen de kaders.

Voortgangsrapportage kwetsbare kinderen onvoldoende beschermd | oktober 2020

Voortgangsrapportage kwetsbare kinderen onvoldoende beschermd

Pagina 1 van 11

Voortgangsrapportage kwetsbare kinderen onvoldoende beschermd | oktober 2020

Voortgangsrapportage kwetsbare kinderen onvoldoende beschermd

Pagina 2 van 11

Voortgangsrapportage kwetsbare kinderen onvoldoende beschermd | oktober 2020

Samenvatting Voortgangsrapportage kwetsbare kinderen onvoldoende beschermd In het najaar van 2019 hebben de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en de Inspectie Justitie en Veiligheid (hierna: de inspecties) geoordeeld dat de wijze waarop jeugdbescherming en jeugdreclassering op dat moment werd uitgevoerd niet acceptabel was. De overheid nam onvoldoende haar verantwoordelijkheid om kinderen te beschermen die ernstig in hun ontwikkeling werden bedreigd. De door rechters uitgesproken maatregelen werden niet onmiddellijk uitgevoerd. De inspecties stelden dat de noodzakelijke hulp voor deze kwetsbare kinderen en hun ouders zonder vertraging moest worden verleend en dat hulp, opgelegd door een rechter, per direct beschikbaar moest zijn. De inspecties vonden dat er direct stappen moesten worden gezet die ertoe leidden dat deze kwetsbare kinderen zonder vertraging hulp zouden krijgen. Daarnaast constateerden zij structurele problemen die ertoe leidden dat de jeugdbeschermingsketen 1 maximaal onder druk stond. In 2020 en 2021 volgen de inspecties de activiteiten die moeten leiden tot een directe verbetering op de korte termijn en structurele verbetering op de langere termijn. In deze rapportage doen we verslag van de eerste bevindingen van de inspecties.

Beweging in gang voor structurele verbetering jeugdbeschermingsketen De inspecties zien dat er voor de langere termijn een positieve beweging in gang is gezet. Zowel instellingen als gemeenten hebben de ambitie om structurele verbetering en innovatie van de jeugdbeschermingsketen te realiseren. Vanuit het Rijk is een versnelling ingezet om de jeugdbeschermingsketen structureel te veranderen en te transformeren naar een netwerk. De inspecties zijn zich bewust van de complexiteit van de opdracht van instellingen, gemeenten en ministeries. De inspecties onderschrijven het belang om de jeugdbeschermingsketen structureel anders in te richten en begrijpen dat dit niet van vandaag op morgen gerealiseerd kan zijn. Het is hard nodig dat de positieve beweging naar een duurzame jeugdbescherming en jeugdreclassering, die voor de langere termijn is ingezet, verder wordt uitgewerkt, gefaciliteerd en geïmplementeerd. Deze ontwikkeling blijven de inspecties de komende tijd volgen.

1 Hiermee worden zowel de jeugdbeschermings- als ook de jeugdreclasseringsketen bedoeld. 2 https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2019/11/07/kwetsb are-kinderen-onvoldoende-beschermd

Jeugdbescherming en jeugdreclassering nog niet op orde De inspecties stellen tegelijkertijd vast dat de jeugdbescherming en jeugdreclassering ruim een half jaar na het uitbrengen van het rapport Kwetsbare kinderen onvoldoende beschermd 2 nog niet op orde zijn gebracht. Er is onvoldoende gebeurd om de acute, ernstige situatie die de inspecties constateerden in november 2019 op korte termijn op te lossen. In mei 2020 - een half jaar na het uitbrengen van het rapport - waren er nog bijna 800 kinderen met een jeugdbeschermingsmaatregel 3 zonder vaste jeugdbeschermer. Voor een groot deel van de gezinnen geldt dat contacten tussen medewerkers van een gecertificeerde instelling en kinderen en hun ouders niet tijdig plaatsvond en plannen van aanpak niet tijdig opgesteld. De beschikbaarheid van specialistische jeugdhulp voor kinderen met complexe problematiek (waaronder kinderen met een jeugdbeschermingsmaatregel) is eerder verslechterd dan verbeterd. De verbeterplannen die de jeugdhulpregio’s met de gecertificeerde instellingen hebben opgesteld, leiden onvoldoende tot de verbeteringen op korte termijn. Tussen gemeenten en Rijk is sprake van een patstelling over de noodzakelijke financiële middelen. Doorbraak is nu nodig Nu is in ieder geval een doorbraak nodig voor kinderen met een maatregel.

De overheid moet haar verantwoordelijkheid serieus nemen, zodat een maatregel daadwerkelijk leidt tot het opheffen van de ontwikkelingsbedreiging van een kind, respectievelijk de kans op recidive vermindert. Vanwege de schaarste aan mensen, middelen en hulp moeten soms pijnlijke keuzes gemaakt worden. Dat is ingewikkeld, maar niets doen is geen optie. De inspecties verwachten dat de gecertificeerde instellingen, hun opdrachtgevers, lokale teams en zorgaanbieders onmiddellijk na het uitbrengen van deze tussenrapportage starten met een onorthodoxe actiegerichte aanpak en dat zij hierin ondersteund worden door het Rijk. De aanpak moet ertoe leiden dat de genoemde partijen die doorbraak gezamenlijk forceren. Hiervoor is nodig dat 3 Hiermee worden zowel de kinderbeschermings- als de jeugdreclasseringsmaatregelen bedoeld.

Pagina 3 van 11

Voortgangsrapportage kwetsbare kinderen onvoldoende beschermd | oktober 2020

de kinderen met een maatregel als uitgangspunt worden genomen. De professionals bij gecertificeerde instellingen, zorgaanbieders en gemeenten moeten de professionele ruimte krijgen om voor deze kinderen met elkaar te doen wat nodig is. De aanpak moet ertoe leiden dat voor elk kind met een jeugdbeschermingsmaatregel tijdig een gedragen koers is uitgezet en dat tijdig passende hulp wordt ingezet die leidt tot het opheffen van de ontwikkelingsbedreiging, respectievelijk het verminderen van het recidive risico. En dat daarmee de uitspraak van de rechter wordt uitgevoerd.

Indien de doorbraakaanpak niet direct tot stand komt, of indien deze onvoldoende leidt tot passende hulp aan kinderen met een jeugdbeschermingsmaatregel en hun ouders, gaan de inspecties over tot een interventie.

Vervolgtoezicht Het vervolgtoezicht richt zich op de verwachting: Voor elk kind met een jeugdbeschermingsmaatregel tijdig een gedragen koers en tijdige inzet van passende hulp die leidt tot het opheffen van de ontwikkelingsbedreiging, respectievelijk het verminderen van het recidive risico. Het vervolgtoezicht bestaat uit twee onderdelen: • Het toetsen van de doorbraakaanpak. De inspecties toetsen kort na het uitbrengen van dit voortgangsbericht of de doorbraakaanpak in de jeugdhulpregio’s in gang is gezet. Vervolgens monitoren de inspecties periodiek en op maat of deze aanpak leidt tot het gewenste resultaat. De aanpak moet zijn gericht op de kinderen zonder jeugdbeschermer en op de kinderen die wachten op passende hulp. • Het toetsen of kinderen met een jeugdbeschermingsmaatregel tijdig een jeugdbeschermer en passende hulp hebben. De inspecties toetsen dit uiterlijk vier maanden na het uitbrengen van dit voortgangsbericht, of eerder, zodra de accounthoudende wethouder aangeeft dat bovengenoemde verwachting is gerealiseerd. Om te constateren of kinderen en hun gezinnen met een jeugdbeschermings- en/of jeugdreclasseringsmaatregel tijdig passende hulp krijgen, voeren de inspecties in elk geval gesprekken met kinderen, ouders en met jeugdbeschermers/jeugdreclasseerders om te beoordelen of tijdige en passende hulp is ingezet.

De inspecties kijken tijdens het vervolgtoezicht naar de rol van alle betrokkenen in het jeugdbeschermings- en jeugdreclasseringsstelsel (gecertificeerde instellingen, hun opdrachtgevers, lokale teams en zorgaanbieders en het Rijk). Gelet op het belang van het kind gaan de inspecties ervan uit dat de gemeenten en het Rijk hun verantwoordelijkheid nemen en maatregelen treffen zodat de gecertificeerde instellingen, de jeugdhulpaanbieders en de lokale teams gezamenlijk aan de gestelde norm kunnen voldoen.

Inhoudsopgave

Samenvatting ................................................... 3 Kwetsbare kinderen onvoldoende beschermd........ 5 Jeugdbescherming: een overheidsverantwoordelijkheid ........................ 5 Structurele beweging is in gang gezet .............. 5 Jeugdbescherming en jeugdreclassering nog niet op orde ........................................................ 6 Verbeterplannen leiden onvoldoende tot verbeteringen op de korte termijn ................... 6 Financiën ...................................................... 6 Beschikbare hulp ........................................... 7 Personeel...................................................... 7 Complexiteit en zwaarte doelgroep .................. 8 Een doorbraak is nu nodig voor kinderen met een maatregel ..................................................... 8 De verwachting van de inspecties .................... 8 Vervolgtoezicht van de inspecties .................... 9 Toelichting op aanpak toezicht ........................ 9

Pagina 4 van 11

Voortgangsrapportage kwetsbare kinderen onvoldoende beschermd | oktober 2020

Kwetsbare kinderen onvoldoende beschermd Tussenrapportage vervolgtoezicht

In november 2019 hebben de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en de Inspectie Justitie en Veiligheid (hierna; de inspecties) een rapport en signalement uitgebracht met de titel Kwetsbare kinderen onvoldoende beschermd respectievelijk Jeugdbeschermingsketen in gevaar. De inspecties oordeelden in het rapport dat de wijze waarop jeugdbescherming en jeugdreclassering op dat moment werd uitgevoerd niet acceptabel was. De door rechters uitgesproken maatregelen werden niet onmiddellijk uitgevoerd en noodzakelijk geachte hulp kon niet of niet tijdig worden ingezet. De inspecties stelden dat de noodzakelijke hulp voor deze kwetsbare kinderen en hun ouders zonder vertraging moest worden verleend en dat hulp, opgelegd door een rechter, per direct beschikbaar moest zijn. Daarnaast oordeelden de inspecties in het signalement dat de overheid onvoldoende haar verantwoordelijkheid nam om kinderen te beschermen die in hun ontwikkeling werden bedreigd. De inspecties vonden dat er direct stappen moesten worden gezet die ertoe leidden dat deze kwetsbare kinderen zonder vertraging hulp zouden krijgen. Daarmee kon niet langer worden gewacht. Daarnaast constateerden zij structurele problemen die ertoe leidden dat de jeugdbeschermingsketen maximaal onder druk stond.

In 2020 en 2021 volgen de inspecties de activiteiten die moeten leiden tot een directe verbetering voor kinderen met een jeugdbeschermingsmaatregel 4 en tot structurele verbeteringen in de jeugdbeschermingsketen op de langere termijn. In deze tussenrapportage doen de inspecties verslag van de eerste bevindingen.

Jeugdbescherming: een overheidsverantwoordelijkheid Net als in 2019 richten de inspecties zich in het vervolgonderzoek op de uitvoering van de wettelijke taken door de gecertificeerde instellingen voor jeugdbescherming en jeugdreclassering. De reden hiervoor is als volgt. Deze taken vormen de kern van de overheidsverantwoordelijkheid om kinderen die ernstig in hun ontwikkeling worden bedreigd te beschermen, als ouders hier onvoldoende voor bij

machte zijn. De overheid grijpt hiermee direct in de rechten van de ouders in. De overheid neemt de verantwoordelijkheid van ouders (gedeeltelijk) over om de veiligheid en ontwikkeling van het kind zeker te stellen, te zorgen voor herstel en de bedreiging weg te nemen. Na het opleggen van een jeugdreclasseringsmaatregel draagt de overheid de verantwoordelijkheid voor de begeleiding van de jeugdige, gericht op het voorkomen van recidive, de re-integratie en het borgen van de veiligheid van de jeugdige en zijn omgeving. In 2019 hebben de inspecties vastgesteld dat deze kinderen niet tijdig hulp krijgen, waardoor hun ontwikkelingsbedreiging zelfs kan verergeren, of de kans op recidive vergroot. Dit is een situatie die niet langer mag voortduren: de overheid grijpt verstrekkend in het persoonlijke leven van kinderen en ouders in, en vervolgens gebeurt er een tijd lang niets om de geconstateerde ontwikkelingsbedreiging en de structurele onveiligheid weg te nemen.

Structurele beweging is in gang gezet De inspecties zien dat er voor de langere termijn een positieve beweging in gang is gezet. Gemeenten en gecertificeerde instellingen zijn gezamenlijk het gesprek aangegaan. Zij hebben gezamenlijk verbeterplannen opgesteld. Zij willen gezamenlijk werken aan een transformatie die ertoe leidt dat kwetsbare kinderen en hun gezinnen duurzaam worden geholpen. Zowel instellingen als gemeenten hebben de ambitie voor structurele verbetering en innovatie van de jeugdbeschermingsketen. Vanuit het Rijk is een versnelling ingezet voor een structurele verandering van de jeugdbeschermingsketen en de keten te transformeren naar een netwerk. De inspecties zijn zich bewust van de complexiteit van de opdracht voor instellingen, gemeenten en ministeries. De in het rapport Kwetsbare kinderen onvoldoende beschermd en het signalement Jeugdbeschermingsketen in gevaar genoemde knelpunten grijpen op elkaar in en versterken elkaar. De inspecties onderschrijven het belang om de jeugdbeschermingsketen structureel anders in te richten en begrijpen dat dit niet van vandaag op morgen gerealiseerd kan zijn.

De bescherming van kwetsbare kinderen: een overheidstaak Ieder kind heeft recht op bescherming tegen mishandeling. Hieronder vallen alle vormen van lichamelijke en geestelijke mishandeling, verwaarlozing en (seksueel) misbruik. Zowel in het gezin als daarbuiten. De overheid is verplicht maatregelen te nemen om kindermishandeling te voorkomen. Ook moet de overheid zorgen voor opvang en behandeling van kinderen die hiervan slachtoffer zijn (artikel 19 IVRK). Hiermee worden zowel de kinderbeschermings- als de jeugdreclasseringsmaatregelen bedoeld.

4

Pagina 5 van 11

Voortgangsrapportage kwetsbare kinderen onvoldoende beschermd | oktober 2020

Jeugdbescherming en jeugdreclassering nog niet op orde De inspecties stellen tegelijkertijd vast dat de jeugdbescherming en jeugdreclassering ruim een half jaar na het uitbrengen van het rapport Kwetsbare kinderen onvoldoende beschermd nog niet op orde zijn gebracht. Er is onvoldoende in gang gezet om de acute, ernstige situatie die de inspecties constateerden in november 2019 op korte termijn op te lossen. De inspecties constateerden in november 2019 dat de gecertificeerde instellingen te maken hadden met wachtof instroomlijsten en/of dat zij werkten met een minimale variant waarin (in de eerste periode) vooral werd ingezet op het wegnemen van acute onveiligheid, maar niet op de uitvoering van een plan van aanpak om de structurele onveiligheid weg te nemen. Op 1 mei 2020 hadden bijna 800 kinderen 5 met een jeugdbeschermingsmaatregel geen vaste jeugdbeschermer, als gevolg van personeelsproblemen (tekorten, verloop, verzuim). Naar schatting 40% van de kinderen met een maatregel wordt niet tijdig gezien. Naar schatting 60% heeft niet tijdig een vastgesteld plan van aanpak. Mede als gevolg van de personeelstekorten, het verloop en het verzuim is er schaarste bij de gecertificeerde instellingen.

Nagenoeg iedere gecertificeerde instelling is genoodzaakt concessies te doen op kwaliteit, om te zorgen dat ze in ieder geval acute onveiligheid kunnen opheffen en vervolgens zicht op de veiligheid van de kinderen kunnen houden. Aan het wegnemen van de structurele onveiligheid, de ontwikkelingsbedreiging voor een kind of een gezin komt de jeugdbeschermer dan niet of pas veel later toe. In het rapport Kwetsbare kinderen onvoldoende beschermd stelden de inspecties dat jeugdbeschermers onvoldoende geschikte hulp konden vinden voor kinderen en gezinnen met een maatregel en dat de 2de, 3de of 4de beste optie werd ingezet. Wat betreft de tekorten aan specialistische hulp is de situatie eerder slechter dan beter geworden. Dit komt mede doordat (grote) aanbieders hun specialistische jeugdhulp afbouwen terwijl het gewenste kleinschalige aanbod voor deze specialistische jeugdhulp niet elders wordt opgebouwd en sprake is van toenemende financiële problemen bij aanbieders, waarvan de verwachting is dat deze door de coronacrisis versterkt zullen worden. De kwaliteit en beschikbaarheid van (hoog) gespecialiseerd jeugdhulpaanbod voor jeugdigen met complexe problematiek staat onder druk.

Dit betreft de noodzakelijke jeugdhulp voor kwetsbare kinderen met de meest complexe problematiek, waaronder kinderen met 5 Cijfers van de William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering (WSS) zijn hierin niet meegenomen. In 2020 loopt na een aanwijzing een intensief toezichttraject bij de WSS https://www.igj.nl/actueel/nieuws/2020/02/12/aanwijzing-voor-williamschrikker-stichting-jeugdbescherming.

een jeugdbeschermingsmaatregel. De inspecties komen tijdens toezichtbezoeken op plekken waar kinderen met ernstige gedrags- en/of psychische problemen zijn geplaatst en waar onvoldoende deskundigheid is om deze kinderen daadwerkelijk te helpen. Ondanks de vaak goede intenties leidt dit tot verdere verergering van problemen van een kind en een nieuwe verlies ervaring. Het gaat dan vaak op de eerdergenoemde 2de, 3de of 4de beste optie.

Verbeterplannen leiden onvoldoende tot verbeteringen op de korte termijn De verbeterplannen die de gecertificeerde instellingen met de jeugdhulpregio’s in de eerste helft van 2020 hebben opgesteld, voorzien - hoewel dit de intentie was slechts beperkt in maatregelen die de jeugdbescherming en jeugdreclassering op de korte termijn verbeteren. Alle regio’s en gecertificeerde instellingen hebben een terugkoppeling ontvangen van de inspecties gericht op hun situatie. Hieronder geven de inspecties op hoofdlijnen de bevindingen weer aan de hand van de vier factoren zoals benoemd in het rapport Kwetsbare kinderen onvoldoende beschermd.

Complexiteit en zwaarte doelgroep

(On)voldoende passende hulp

Uitvoering jeugdbescherming (on)voldoende

Personeel: tekorten, verloop en verzuim

Financiële (on)zekerheid gecertificeerde instellingen

Financiën Vijf gecertificeerde instellingen hebben sinds de publicatie van Kwetsbare kinderen onvoldoende beschermd extra financiële (incidentele of structurele) NIDOS is niet bij dit onderzoek betrokken. Onderzoek naar de opvang en begeleiding van AMV’s hebben de inspecties in 2018 onderzocht. https://www.igj.nl/actueel/nieuws/2018/12/20/opvang-en-begeleiding-alleenstaandeminderjarige-vreemdelingen-behoeft-verbetering.

Pagina 6 van 11

Voortgangsrapportage kwetsbare kinderen onvoldoende beschermd | oktober 2020

middelen gekregen van de jeugdzorgregio´s om beter uitvoering te kunnen geven aan de wettelijke taak. Verreweg de meeste gecertificeerde instellingen en gemeenten geven aan dat onvoldoende middelen beschikbaar zijn om de gewenste caseloadverlaging en verbeteringen door te voeren, oftewel om de transformatie doelen te bereiken. In alle regio’s kampen gemeenten met financiële tekorten in het sociaal domein. De verwachting is dat dit in deze (corona)periode erger wordt. Gemeenten en instellingen geven aan dat het ontbreken van financiële middelen bij gemeenten en gecertificeerde instellingen ertoe leidt dat de verbeterplannen niet in zijn geheel gerealiseerd kunnen worden. Gemeenten hebben daarom een beroep gedaan op de ministeries om middelen ter beschikking te stellen. Volgens de kamerbrief van 20 maart 2020 6, de verbeterplannen en hierover door de inspecties gevoerde gesprekken met de accounthoudende wethouders en bestuurders van de gecertificeerde instellingen is het de bedoeling dat gemeenten de jeugdbescherming en jeugdreclassering op orde brengen binnen de bestaande financiële kaders. Er is op dit moment sprake van een patstelling tussen het Rijk en de gemeenten, over wie de kosten voor de noodzakelijke verbeteringen moet betalen.

Beschikbare hulp De beschikbaarheid van passende hulp blijft een groot knelpunt. In alle gesprekken komt naar voren dat er sprake is van tekorten, met name voor de specialistische jeugdhulp; Deze hulp is niet beschikbaar, er wordt de 2de, 3de of 4de beste hulp ingezet of er is sprake van (lange) wachtlijsten. De inspecties zien dit probleem in alle regio’s terug, de mate waarin is verschillend en in sommige regio’s is dit zeer acuut. Doordat de beschikbaarheid van passende hulp een groot knelpunt is, moeten jeugdbeschermers veel tijd besteden aan het zoeken naar beschikbare en passende hulp. In de tussentijd moeten zij actief de veiligheid in het gezin blijven monitoren en kinderen en hun ouders gemotiveerd houden voor de beoogde hulp. Het proces om tot een beschikking voor jeugdhulp te komen en vervolgens het vinden van een aanbieder die de noodzakelijke hulp voor een kind kan bieden, is in de ene regio stroperiger en lastiger dan in de andere regio. Wat betreft de beschikbaarheid van passende hulp zijn in de verbeterplannen afspraken gemaakt over de inbreng van gecertificeerde instellingen bij de inkoop van passende hulp en worden overlegtafels ingezet om casuïstiek te bespreken en kinderen of gezinnen toe te leiden naar hulp. Binnen enkele regio’s worden https://vng.nl/sites/default/files/202003/perspectief_voor_de_jeugd.pdf, p19-20.

https://vng.nl/sites/default/files/2020-03/20200320_brief-parlementover-jeugdhulp-jb-en-jr.pdf 6

bijvoorbeeld experttafels, expertteams, zorgmakelaars etc. ingezet om vanuit de inhoud een passend hulpaanbod voor (complexe)casuïstiek te kunnen doen. Andere initiatieven om de professionals te helpen bij het vinden van passende en beschikbare hulp zijn: professionals uit het jeugdhulpveld die elkaar ondersteunen met zoeken, het ontwikkelen van apps die de beschikbaarheid aangeven en meer zicht bieden op de sociale kaart. Maatregelen of acties om te komen tot een uitbreiding van het jeugdhulpaanbod voor kinderen en ouders met complexe problematiek komen in de verbeterplannen echter in zeer beperkte mate voor. Sterker: jeugdhulpregio’s tekenen aan dat door de extra financiële injecties aan de gecertificeerde instellingen geen geld over is voor innovatie, transformatie, versterking van de lokale teams en een extra investering in (specialistische) jeugdhulp.

Personeel In november 2019 noemden de inspecties de gecertificeerde instellingen de intensive care voor kwetsbare kinderen die ernstig in hun veiligheid en/of ontwikkeling bedreigd worden. De uitvoering van de maatregelen, die de kinderrechter heeft opgelegd, vraagt om de beste en meest ervaren professionals. De verzuim- en verloopcijfers lijken ten opzichte van november 2019 iets verbeterd, maar zijn nog steeds zorgelijk. Wel lijkt sprake van een positieve invloed van de corona-crisis op het verloop en verzuim. Het gemiddelde ziekteverzuimpercentage binnen de gecertificeerde instellingen is 6,7% (excl. WSS). Bij 12 van de 15 gecertificeerde instellingen is er sprake van een verzuimpercentage boven de 5,8% (het gemiddelde in de zorg in Nederland). De arbeidsmarktproblematiek treft de gecertificeerde instellingen hard. De animo om bij de gecertificeerde instellingen te gaan werken is niet groot 7. Een groot deel van de instroom van medewerkers bestaat daardoor uit onervaren professionals. Enkele gecertificeerde instellingen geven aan dat zij als opleidingsinstituut fungeren voor het sociaal domein. Werken met de meest complexe doelgroep vraagt training, kennis en vaardigheden. De onervaren professionals stromen in, volgen een interne opleiding en doen ervaring op. Vaak vertrekken zij na ongeveer twee jaar om in het jeugddomein met een minder complexe doelgroep te gaan werken.

Het blijft voor veel

Zie ook https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2020/35/kleinere-groei-aantalwerknemers-zorg-en-welzijn-in-eerste-kwartaal-2020 7

Pagina 7 van 11

Voortgangsrapportage kwetsbare kinderen onvoldoende beschermd | oktober 2020

gecertificeerde instellingen heel moeilijk om ervaren personeel te vinden en vooral om personeel te behouden. Er ontstaan in diverse regio’s samenwerkingsverbanden om professionals voor de JB-keten te behouden, maar dit is pril en op korte termijn geeft dit op dit punt geen verbetering.

Complexiteit en zwaarte doelgroep Bij veel gezinnen is er sprake van onderliggende problematiek bij de ouders (waaronder psychiatrische en persoonlijkheidsproblematiek, problemen bij/tussen ouders, schulden). Deze onderliggende problematiek vraagt om samenwerking met hulpverlening aan volwassenen en om passende expertise bij de gecertificeerde instelling. De inspecties zien in de verbeterplannen van twee regio’s veelbelovende initiatieven in het vormgeven van een nauwere samenwerking met de GGZ voor volwassenen. Deze initiatieven dreigen spaak te lopen of kunnen niet breder worden ingezet dan in pilotvorm, onder andere door het ontbreken van middelen voor deze initiatieven in verband met financieringssystemen die niet op elkaar aansluiten. In de gesprekken is door de jeugdregio´s en de gecertificeerde instellingen expliciet aandacht gevraagd voor de uitvoering van de ondertoezichtstelling bij complexe echtscheidingen. Volgens de gecertificeerde instellingen bestaat tussen de 60 tot 80% van de casuïstiek uit deze doelgroep. Deze problematiek vraagt van de jeugdbeschermer specifieke expertise en meer tijd. Daarnaast geeft het een extra belasting voor de jeugdbeschermer doordat er meer dan bij andere casuïstiek, sprake is van juridisering, agressie en klachten. In de verbeterplannen zien de inspecties enkele lokale initiatieven op scholing en inzet van specifieke methoden.

De verlaging van de caseload zou ertoe moeten leiden dat jeugdbeschermers voldoende tijd en ruimte hebben om met de complexe doelgroep om te gaan. 8 Zoals hierboven benoemd geven verreweg de meeste gecertificeerde instellingen en jeugdhulpregio’s aan de gewenste caseloadverlaging niet te kunnen realiseren.

Een doorbraak is nu nodig voor kinderen met een maatregel Een 8-jarig kind waar gisteren een jeugdbeschermingsmaatregel over is uitgesproken, heeft geen baat bij verbeteringen op de langere termijn. Er is vandaag sprake van onveiligheid en/of een ontwikkelingsbedreiging, de overheid draagt de verantwoordelijkheid 8 Kamerbrief 20 maart 2020: Conform de aanbevelingen van de inspecties is het aan gemeenten en gecertificeerde instellingen om (financiële) afspraken te maken over het verbeteren van de caseload naar het gewenste basisniveau, waarbij rekening wordt gehouden met de toegenomen complexiteit van de problematiek van ouders en kinderen.

deze op te heffen. Verbeteringen voor een kind met een maatregel zijn nu nodig. Kinderen die te maken hebben met een maatregel hebben zonder vertraging recht op passende hulp die de onveiligheid en de ontwikkelingsbedreiging opheft of de kans op recidive verkleint. Dat is een moeilijke opgave in tijden van schaarste: schaarste aan voldoende deskundig personeel in de jeugdbescherming, schaarste aan beschikbare tijd en middelen, schaarste aan specialistische hulp. Uitvoering van de verbeterplannen gaat deze schaarste niet (volledig) wegnemen. Er is sprake van een langdurige crisissituatie in de jeugdbescherming, die doorbroken moet worden. Dat is ingewikkeld, maar niets doen is geen optie. Daarom is nu in ieder geval een doorbraak nodig voor kinderen met een maatregel. De overheid moet haar verantwoordelijkheid serieus nemen, zodat het uitspreken van een maatregel door de rechter en het (gedeeltelijk) overnemen van de verantwoordelijkheid van ouders door de overheid daadwerkelijk leidt tot het opheffen van de ontwikkelingsbedreiging van een kind, respectievelijk vermindering van de kans op recidive. Vanwege de schaarste aan mensen, middelen en hulp kan dit leiden tot pijnlijke keuzes die gemaakt moeten worden.

De verwachting van de inspecties De inspecties verwachten dat de gecertificeerde instellingen, hun opdrachtgevers, lokale teams en zorgaanbieders onmiddellijk na het uitbrengen van deze tussenrapportage starten met een onorthodoxe actiegerichte aanpak en dat zij hierin ondersteund worden door het Rijk. Die aanpak moet ertoe leiden dat de genoemde partijen die doorbraak gezamenlijk forceren. Hiervoor is nodig dat de kinderen met een maatregel als uitgangspunt worden genomen en dat professionals bij gecertificeerde instellingen, zorgaanbieders en gemeenten de professionele ruimte krijgen om voor deze kinderen met elkaar te doen wat nodig is. De aanpak moet ertoe leiden dat voor elk kind met een jeugdbeschermings- en/of jeugdreclasseringsmaatregel tijdig een gedragen koers is uitgezet en dat tijdig passende hulp wordt ingezet die leidt tot het opheffen van de ontwikkelingsbedreiging, respectievelijk het verminderen van het recidive risico. En dat daarmee de uitspraak van de rechter wordt uitgevoerd.

Hierdoor krijgen de jeugdbeschermers en jeugdreclasseerders voldoende tijd en ruimte om hun wettelijke taak op adequate wijze uit te voeren. De gemeenten zijn verantwoordelijk voor een adequate financiering van een toereikende uitvoering van de jeugdbescherming, op basis van de overeengekomen maatregelen in de plannen van aanpak.

Pagina 8 van 11

Voortgangsrapportage kwetsbare kinderen onvoldoende beschermd | oktober 2020

Vervolgtoezicht van de inspecties Het vervolgtoezicht richt zich op de verwachting: Voor elk kind met een jeugdbeschermings- en of jeugdreclasseringsmaatregel tijdig een gedragen koers en tijdige inzet van passende hulp die leidt tot het opheffen van de ontwikkelingsbedreiging, respectievelijk het verminderen van het recidive risico. Tijdig: De hulp is tijdig wanneer binnen zes weken een gedragen koers is bepaald en binnen drie maanden passende hulp is ingezet, of zoveel eerder als de jeugdbeschermer en betrokkenen noodzakelijk achten gezien de onveiligheid / ontwikkelingsbedreiging / recidive risico van het kind. De inspecties hanteren wat betreft de termijn hierbij het principe ‘comply or explain’. Gedragen koers: De koers is uitgezet in samenspraak met het gezin, netwerk en met betrokken professionals. NB: De inspecties spreken van een koers en niet van een ‘plan’ omdat zij willen vermijden dat deze tussenrapportage leidt tot het opstellen van (papieren) plannen, terwijl het gaat om het realiseren van passende hulp voor kinderen en hun ouders. In de praktijk wordt de koers vastgelegd in een plan, maar dit is het middel, niet het doel. Passende hulp: De hulp is passend wanneer professional(s) kunnen toelichten en ouders/jeugdige ervaren dat de hulp bijdraagt aan het opheffen van de onveiligheid/ontwikkelingsbedreiging, respectievelijk verminderen van het recidiverisico.

Het vervolgtoezicht bestaat uit twee delen: • Het toetsen van de doorbraakaanpak. De inspecties toetsen kort na het uitbrengen van dit voortgangsbericht of de doorbraakaanpak in de jeugdhulpregio’s in gang is gezet. Vervolgens monitoren de inspecties periodiek en op maat of deze aanpak leidt tot het gewenste resultaat. Deze aanpak moet zijn gericht op de kinderen zonder jeugdbeschermer en op de kinderen die wachten op passende hulp. Zij verwachten hierbij concreet: o Dat voor de kinderen die wachten op een vaste jeugdbeschermer en/of passende hulp een aanpak bestaat die ertoe leidt dat zij tijdig een jeugdbeschermer krijgen en passende hulp ontvangen. o Dat voor de kinderen die bij een gecertificeerde instelling instromen tijdig een gedragen koers wordt gestart. • Het toetsen of kinderen met een jeugdbeschermingsmaatregel tijdig een jeugdbeschermer en passende hulp hebben. De 9 Met uitzondering van de stichting William Schrikker jeugdbescherming en jeugdreclassering. In 2020 loopt na een aanwijzing een intensief toezichttraject bij de WSS

inspecties toetsen dit uiterlijk vier maanden na het uitbrengen van dit voortgangsbericht, of eerder, zodra de accounthoudende wethouder aangeeft dat bovengenoemde verwachting is gerealiseerd. Om te constateren of kinderen en hun gezinnen met een jeugdbeschermingsmaatregel tijdig passende hulp krijgen, voeren de inspecties in elk geval gesprekken met kinderen en ouders en met jeugdbeschermers/jeugdreclasseerders om te beoordelen of tijdige en passende hulp is ingezet. Zij verwachten hierbij concreet: o Dat aan alle kinderen met een maatregel een jeugdbeschermer is toegewezen; o Voor de kinderen tijdig een gedragen en haalbare koers is uitgezet die leidt tot het wegnemen van de ontwikkelingsbedreiging of het risico op recidive; o Voor kinderen met een maatregel tijdig die hulp is ingezet die leidt tot het duurzaam wegnemen van de ontwikkelingsbedreiging (passende hulp). De inspecties kijken tijdens het vervolgtoezicht naar de rol van alle betrokkenen in het jeugdbeschermings- en jeugdreclasseringsstelsel (gecertificeerde instellingen, hun opdrachtgevers, lokale teams en zorgaanbieders en het Rijk). Gelet op het belang van het kind gaan de inspecties ervan uit dat de gemeenten en het Rijk hun verantwoordelijkheid nemen en maatregelen treffen zodat de gecertificeerde instellingen, de jeugdhulpaanbieders en de lokale teams gezamenlijk aan de gestelde norm kunnen voldoen.

Indien de doorbraakaanpak niet direct tot stand komt, of indien deze onvoldoende leidt tot passende hulp aan kinderen met een jeugdbeschermingsmaatregel en hun ouders, gaan de inspecties over tot een interventie. De inspecties sturen voorafgaand aan de uitvoering van deze volgende stap in het toezicht, nog nadere informatie aan de betrokken partijen.

Toelichting op aanpak toezicht Het vervolgonderzoek naar aanleiding van de rapportage Kwetsbare kinderen onvoldoende beschermd en het signalement De jeugdbeschermingsketen in gevaar bestaat uit verschillende onderdelen. • Het eerste onderdeel, waarover de inspecties in deze tussenrapportage rapporteren, bestond uit het opvragen van feitelijke informatie bij de gecertificeerde instellingen, een analyse van de verbeterplannen per gecertificeerde instelling, en gezamenlijke gesprekken met de bestuurder van elke GI 9 en met de wethouder(s) van de accounthoudende jeugdhulpregio’s over de ‘foto’ en https://www.igj.nl/actueel/nieuws/2020/02/12/aanwijzing-voor-williamschrikker-stichting-jeugdbescherming. NIDOS is niet bij dit onderzoek betrokken. Onderzoek naar de opvang en begeleiding van AMV’s hebben

Pagina 9 van 11

Voortgangsrapportage kwetsbare kinderen onvoldoende beschermd | oktober 2020

•

•

het verbeterplan die zij hebben gemaakt voor hun eigen werkgebied 10. Een tweede onderdeel bestaat uit de in dit tussenbericht aangekondigde tweeledige praktijktoets: toetsen van de doorbraakaanpak per regio en het toetsen van het effect hiervan voor de kinderen met een maatregel en hun gezinnen. De inspecties zullen over deze praktijktoetsen rapporteren in 2021. Een derde onderdeel bestaat uit het volgen van de pilots die lopen in het kader van de jeugdbeschermingsketen.

Daarnaast volgen de inspecties overige relevante ontwikkelingen die samenhangen met de jeugdbeschermingsketen.

de inspecties in 2018 onderzocht. https://www.igj.nl/actueel/nieuws/2018/12/20/opvang-en-begeleidingalleenstaande-minderjarige-vreemdelingen-behoeft-verbetering

De ‘foto’ en het verbeterplan zijn opgesteld in het kader van het onderzoek dat de VNG heeft laten uitvoeren. Eind rapportage: https://vng.nl/nieuws/stel-gemeenten-in-staatjongeren-te-helpen 10

Pagina 10 van 11

Voortgangsrapportage kwetsbare kinderen onvoldoende beschermd | oktober 2020

www.igj.nl

Pagina 11 van 11

Aan:

An Theunissen – Stichting Jeugdteams ZHZ Beleidsadviseurs gemeenten

Van:

Ed Magnée – Serviceorganisatie Jeugd

Datum:

4 december 2020

Onderwerp:

Reactie Horizon op vragen nav publicatie Follow-the-Money

Op 28 november jl. publiceerde het journalistieke platform Follow-the-Money (FTM) een artikel over Horizon, een aanbieder van verschillende typen jeugdhulp waar ook jeugdigen uit de regio Zuid-Holland Zuid gebruik van maken. Een actueel overzicht van deze jeugdigen is opgenomen in bijlage 2. In het artikel van FTM werd enerzijds een overzicht gegeven van incidenten uit het recente verleden waar de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) een onderzoek naar heeft ingesteld, en anderzijds werd een beeld geschetst van de vermeende bestuursvisie en organisatiecultuur van Horizon en haar rechtsopvolger iHub. Veiligheids- en kwaliteitsvraagstukken We stellen vast dat de genoemde feiten in het artikel ernstig zijn en daarom voor de IGJ aanleiding waren tot verregaande maatregelen. IGJ heeft destijds ook besloten tot een plaatsingstop naar aanleiding van hun onderzoek. Horizon heeft daarop correctieve maatregelen genomen en voldaan aan de aanwijzingen van de IGJ. IGJ heeft de betreffende locaties weer vrijgegeven, maar Horizon heeft zelf besloten om de locatie Midgaard in Den Haag af te bouwen en geen nieuwe cliënten meer aan te nemen. Verder zijn er momenteel geen beperkende maatregelen meer van kracht.

Transparantie en vertrouwen In de publicatie van FTM worden ook vraagtekens geplaatst bij de transparantie van Horizon, en ook uit de regio ontving ik signalen van een gebrek aan vertrouwen in Horizon. In samenspraak met An heb ik daarom een aantal vragen voorgelegd aan Horizon. De reactie hierop is opgenomen in bijlage 1. Nadere vragen Op 3 december heeft er bestuurlijke afstemming plaatsgevonden in bovenregionaal verband waarbij is afgesproken dat de accounthoudende regio Rotterdam-Rijnmond de regie zal voeren in de beantwoording van eventuele vragen uit gemeenten. Indien gewenst kunnen eventuele vragen uit colleges of gemeenteraden naar aanleiding van de publicatie derhalve via de Serviceorganisatie en de regio Rotterdam-Rijnmond worden voorgelegd aan Horizon. Conclusie Herstel van vertrouwen in Horizon/iHub vraagt meer dan een schriftelijke beantwoording, dat vereist zichtbare verbeteringen in communicatie en transparantie. Hier zal Horizon verder aan moeten werken. We stellen echter vast dat er op de locaties van Horizon, door de interventies van de IGJ en de verbeteracties van die Horizon heeft uitgevoerd, geen acute gevaarsetting voor jeugdigen meer is. Derhalve is er ook geen reden om de stop op plaatsingen op locaties van Horizon/iHub te handhaven en kan deze per direct worden opgeheven. 1

www.jeugdzhz.nl

Bijlage 1 – Reactie iHub op zorgen regio ZHZ De Inspectie brengt reguliere bezoeken aan onze locaties, zowel aangekondigd als onaangekondigd. Als er aanleiding toe is, zijn er bezoeken rond een specifiek thema. Indien er sprake is van een incident of calamiteit dat inspectiewaardig is wordt dat gemeld aan de Inspectie. Er wordt door ons altijd een onafhankelijk intern onderzoek opgestart waarin we in de conclusie de verbetermaatregelen vaststellen. Dit onderzoek gaat naar de Inspectie en zij beoordeelt vervolgens of de verbetermaatregelen volstaan. De Inspectie houdt toezicht op de verbetermaatregelen, die op locaties actueel zijn en worden nageleefd. We monitoren deze op locatie uiteraard. Soms zijn er verbetermaatregelen die de hele organisatie aangaan. Indien er sprake is van een suïcide van een jeugdige, vindt er naast het eigen interne en onafhankelijke onderzoek, ook altijd een onderzoek plaats uitgevoerd door de Inspectie. Inspectierapporten zijn openbaar en worden door de Inspectie gepubliceerd op hun website: www.igj.nl Wat betreft de situatie rondom Midgaard was er in maart 2020 sprake van een onderzoek en vervolgbezoeken van de Inspectie. Ook dit onderzoek is openbaar. In alle openbare rapporten staan betreffende maatregelen gepubliceerd.

Van belang is nog om te vermelden dat de incidenten die in de publicatie van FTM beschreven worden, reeds door de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd zijn beoordeeld en na verbetermaatregelen zijn afgehandeld. Ten aanzien van de in de publicatie gemelde misbruikzaak hechten wij eraan te bevestigen dat we deze zaak, nog voor de openbare behandeling ervan, wel degelijk hebben aangemeld bij Inspectie en ook de verantwoordelijke gemeente (EM: buiten regio ZHZ) hebben we geïnformeerd. Hoe geven jullie inzicht en waarborgen (op cliëntniveau) aan ouders en casus/procesregisseurs omtrent veiligheid voor cliënten op verblijfslocaties en binnen pleeggezinnen van iHUB? In alle fases van het traject heeft een veilige omgeving onze continue aandacht. Zowel bij de start als gedurende de behandelfase hanteren wij gevalideerde risicotaxatieinstrumenten om de veiligheid te beoordelen. De bevindingen van deze risicotaxatieinstrumenten gebruiken we als input voor de perspectiefplannen van jeugdigen en hun gezinnen. Deze plannen worden door ouders - en waar passend bij leeftijd - door jeugdigen ondertekend. Eens per 9 maanden voeren we op de residentiële voorzieningen en op onze scholen het Leer/Leefklimaat onderzoek uit. Een gevalideerd onderzoek dat is opgezet door het Lectoraat residentiële jeugdzorg onder leiding van Peer van der Helm. Dit onderzoek meet de ervaren veiligheid van jeugdigen.

De bevindingen daarvan delen we in het onderwijs standaard met de inspectie en in de zorg desgevraagd met de inspectie. Wij verwachten dat jullie nieuwe calamiteiten, meldingen en verbetermaatregelen op enige verblijfslocatie onverwijld melden aan de Serviceorganisatie Jeugd ZHZ zoals dat contractueel is overeengekomen, maar ook indien het geen cliënt uit deze regio betreft, maar wel een locatie betreft waar ook cliënten uit deze regio zijn gehuisvest.

2 www.jeugdzhz.nl

In de overeenkomsten Uitvoering Diensten 2018-2020 die wij met elkaar hebben afgesloten, staat dat Opdrachtnemer calamiteiten meldt bij de Opdrachtgever aangewezen contractadviseur als deze ‘nieuwswaarde’ hebben en tot perspublicaties kunnen leiden. Opdrachtnemer meldt calamiteiten altijd bij de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd. Wij werken als het gaat om calamiteiten volgens bovengenoemde afspraken uit deze overeenkomsten. Uiteraard melden we aan uw regio uitsluitend wanneer het jeugdigen uit Zuid-Holland Zuid betreft. Wij maken derhalve geen melding van calamiteiten waar het jeugdigen uit andere regio’s betreft, aangezien deze buiten de scope van onze overeenkomsten vallen. Daar waar het gaat om specifiek toezicht vanuit de Inspectie op een locatie waar ook jeugdigen uit Zuid-Holland Zuid geplaatst zijn, informeren we uiteraard uw regio.

3 december 2020 Marlies Michels Regio-directeur iHub

3 www.jeugdzhz.nl

Bijlage 2 – aantallen cliënten regio ZHZ Hieronder het aantal unieke cliënten met een actieve beschikkingen bij Horizon per gemeente gesplitst naar:  

Voltijd Pleegzorg Beschikte profielen: Dit omvat o Deeltijd pleegzorg o Gezinshuizen o Overige Jeugdhulp producten. LTA beschikkingen.

Let op! Je kan de aantallen niet horizontaal optellen omdat 1 pleegzorg cliënt ook nog een profiel kan hebben met reguliere jeugdhulp. Het eindtotaal is het ontdubbelde eindtotaal. Dit is wel correct.

Gemeente

Pleegzorg Zorgprofielen LTA

Eindtotaal

Alblasserdam

9

5

15

Dordrecht

67

23

Gorinchem

28

3

Hardinxveld-Giessendam

16

3

19

Hendrik-Ido-Ambacht

8

3

10

Hoeksche Waard

31

5

36

Molenlanden

21

5

25

Papendrecht

28

6

33

Sliedrecht

18

1

19

Zwijndrecht

22

9

31

Eindtotaal

247

63

1

90 1

2

32

309

Bron: R2 - Gegevens t/m 30-11-2020. Contract status = toegewezen Zorgprofielen is inclusief gesloten jeugdzorg

Op basis van de voorgaande informatie kan worden gesteld dat het om een aanzienlijk aantal jongeren gaat vanuit onze regio. Een groot deel van deze jongeren zit echter niet in een gesloten setting. In totaal zitten in oktober 2020, elf jongeren (Jeugdhulp Plus en LTA) in een gesloten setting.

4 www.jeugdzhz.nl

Ambitiedocument landsdeel ZuidWest In ZuidWest zijn wij (5 jeugdhulpregio’s, 2 zorgaanbieders jeugdhulp plus, 2 GI’s) ons ervan bewust dat de zorg voor de meest kwetsbare jeugd nog beter kan en beter kan aansluiten op wat de jeugdige daadwerkelijk nodig heeft. Om die reden slaan wij in landsdeel ZuidWest de handen ineen o m meer maatwerk en verscheidenheid te bewerkstelligen en alleen geslotenheid in te zetten wanneer dat noodzakelijk is. Een belangrijke, complexe en spannende opgave dat van iedere betrokken partij een stapje extra vraagt.

Voor wie

De kwetsbare jeugdigen hebben allen ernstige, complexe problemen van zeer verschillende aard, waarbij niet zelden ook sprake is van een complexe, niet veilige thuissituatie. Vaak is er sprake van intergenerationele problematiek. Zij hebben allen intensieve vormen van behandeling en begeleiding nodig. Jeugdhulp plus is de plek waar deze vorm geboden wordt. Naar schatting 50-70% van deze jeugdigen heeft wel de expertise van jeugdhulp plus nodig, maar niet de geslotenheid en kan dus geholpen worden zonder het volledige pakket aan middelen en maatregelen.

Ambities

De groep kwetsbare jeugdigen die de expertise van jeugdhulp plus in intensieve vormen van behandeling en begeleiding nodig hebben willen we de komende jaren op andere manieren gaan helpen, zoveel als mogelijk buiten de muren van gesloten instellingen. Onze ambitie is toewerken naar ‘0’. Tegelijkertijd weten we dat hiervoor een lange adem nodig is. Voor de periode tot en met 2024 zetten we onze ambitie op een afbouw van het huidige aantal gesloten plekken van 235 in 2020 naar maximaal 100 eind 2024. Tegelijkertijd bouwen we aan alternatieven voor de doelgroep die deze intensieve zorg nodig heeft. Het sluiten van Midgaard (een locatie van Horizon) met 36 plekken in 2021 geeft een versnelling aan deze impuls. De regio’s kopen hiervoor geen traditionele gesloten plekken meer in, maar zetten dit budget in op alternatieven. Uitgangspunt is dat er voldoende plekken beschikbaar blijven voor deze kwetsbare doelgroep. Ook deze plekken ontwikkelen we door. Hiertoe stellen we gezamenlijk een normenkader op. Hierbij is ook een belangrijke rol weggelegd voor de verwijzers zoals de GI’s. Onze ambitie is dat jeugdigen maximaal 6 maanden gesloten zitten; dat er geen verlengingen worden aangevraagd als er geen doorstroomplek is en dat jeugdigen binnen de provincie Zuid-Holland opgevangen worden.

Vanuit de ambitie om zo thuisnabij mogelijk zorg te leveren worden de 100 overblijvende traditionele plekken binnen de provincie Zuid-Holland aangeboden, waar een impuls wordt gegeven aan gepersonaliseerde trajecten gecombineerd met onderwijs.

Het investeren in sterke (gezins-)relaties rondom de jeugdige is de grootste beschermende factor voor toekomstige ontwikkelingsverstoring of -vertraging. Dat is de reden dat we een beweging in gang zetten waarbij hulp in de context van het gezin plaatsvindt op de woonplek waar de jeugdige vast verblijft. Wanneer geslotenheid tijdelijk nodig is, blijft ook de focus op herstel in het ‘gewone’ leven. De beweging in ZuidWest is twee jaar geleden reeds in gang gezet via vier inhoudelijke ambities waarbij in de uitwerking verbinding wordt gelegd met de landelijke beweging StroomOp en het VNGstatement best passende zorg. 1. Wij verbeteren de zorg voor jeugdigen die tijdelijk dwang nodig hebben. Wij werken aan een voortdurende verbetering van het open leef- en ontwikkelklimaat gericht op het ‘gewone’ gezinsleven. Wij zorgen voor passende zorg voor jeugdige en gezin door middel van zorgvuldige toeleiding, waarmee het aantal crisisplaatsingen daalt. Daarnaast bevorderen wij een tijdige uitstroom en werken wij samen in de keten rondom de jeugdige. 2. Breed palet aan jeugdhulp plus Wij ontwikkelen en investeren in nieuwe vormen en methodieken jeugdhulp plus waarbij de stabiele woonplek voor jeugdigen leidend is. Dit palet richt zich op gezinsopnames, onderwijsjeugdhulp, kleinschalige voorzieningen, ambulante jeugdhulp plus. Daarnaast blijft de huidige jeugdhulp plus beschikbaar.

In 2024 is het streven dat de alternatieven voor 135 plaatsen beschikbaar zijn en dat er voor 100 (gesloten) plaatsen jeugdhulp zijn. 3. Het ontwikkelperspectief van de jeugdige is leidend. Jeugdhulp is altijd een tijdelijke interventie in het leven van een jeugdige. Om die reden maken wij het ontwikkel (- en onderwijs) perspectief leidend. Dit vraagt om een integraal denken van jeugdhulp, onderwijs en welzijn (vrije tijdsbesteding) en een goede beschikbare onderwijsplek inclusief bijpassende bekostiging. 4. Veiligheid nauw aangesloten. ‘It takes a village to raise a child’ is de belangrijkste opgave op het terrein van veiligheid. Om de alternatieven en het open leefklimaat mogelijk te maken wordt gewerkt aan een basisdocument waar het proces, rollen, taken en verantwoordlijkheden staan beschreven. Tevens wordt aansluiting gezocht bij Veiligheidshuizen. Naast de maatschappelijke veiligheid wordt gewerkt aan veiligheid voor de jeugdige en zijn gezin en de veiligheid van medewerkers.

Aanpak

De gemeenten realiseren zich dat de ombuiging van reguliere Jeugdhulp Plus plaatsen naar ambulante en kleinschalige vormen van Jeugdhulp Plus het nodige vraagt van de ketenpartners. Zowel op organisatorisch, administratief, personeel en financieel gebied. De gemeenten zullen derhalve ook bijdragen in de transformatie door zowel levering van capaciteit in de werkgroepen alsmede bijdragen in de kosten voor de transformatie naar alternatieven. Via een programmatische aanpak op bovenregionaal- en op regionaal/lokaal niveau werken wij gezamenlijk aan bovenstaande ambities. De opgaven zijn beschreven in de werkagenda doorontwikkeling jeugdhulp plus.

Convenanten

Aanvullend op de inhoudelijke aanpak leggen wij de volgende punten vast in aparte convenanten voor Horizon en Schakenbosch, die uiterlijk 1 april 2020 getekend worden. Deze convenanten omvatten ten minste de volgende onderwerpen: • • •

• • • • • •

Beschikbaarheid en dienstverlening: overzicht met alternatieve producten met tijdspad Wijze van uitkering transformatiebudget en verantwoording Momenten waarop er inzicht is voor de gemeenten in de realisatie van de transformatiedoelstellingen en de kostprijs van de nieuwe producten. Deze informatie hebben de gemeenten nodig om tot inkoop voor 2023 en verder van deze producten te kunnen komen. Monitoring Capaciteit Jeugdhulp Plus in 2021, 2022 en 2023 Maximale behandelduur in gesloten setting Looptijd van het convenant en optie tot verlenging Wijze van samenwerking Jeugdhulp Plus aanbieders en (ambulante) JHA-ers in de regio. Doelstellingen en resultaten, (prestatie-) afspraken hieromtrent

De convenanten zijn een uitwerking van dit ambitie document, alsmede ook de genoemde werkagenda.

Huisvestingsplan

Voor de aanpak van de vastgoedtransitie Jeugdhulp Plus heeft het Rijk eenmalig geld beschikbaar gesteld. De middelen zijn bedoeld voor het stimuleren en financieren van de vastgoedtransitie door afstoten, verbouwen en oprichten van nieuwe locaties (alternatieve vormen). Voorwaarde is een gezamenlijk transformatieplan voor het vastgoed Jeugdhulp Plus van gemeenten en aanbieders bestaande uit 2 delen: 1. Bovenregionaal strategisch Huisvestingsplan voor 1/4/2021 door jeugdhulpregio’s en aanbieder(s) 2. Strategisch huisvestingsplan per aanbieder Het op te stellen bovenregionaal strategisch Huisvestingsplan is de uitwerking/fasering van de Houtskoolschets. Hiervoor wordt een werkgroep gevormd bestaande uit gemeenten en aanbieders.

Datum: 7 januari 2021 Onderwerp: Kenmerk:

Informatie over Follow The Money rapportage inzake Horizon, tussenrapportage IGJ 'kwetsbare kinderen onvoldoende beschermd' en JeugdhulpPlus Algemeen/20/SOJ/070/IvZ

Beste Raadsleden, Hierbij informeert de SOJ u over een drietal ontwikkelingen in de regio Zuid-Holland Zuid'; -

Tussenrapportage 'kwetsbare kinderen onvoldoende beschermd'; Follow-the-Money publicatie inzake jeugdzorgaanbieder Horizon; Afbouw van bedden in de JeugdhulpPlus.

Tussenrapportage 'kwetsbare kinderen onvoldoende beschermd' In het najaar van 2019 hebben de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) en de Inspectie Justitie en Veiligheid geoordeeld dat de wijze waarop jeugdbescherming en jeugdreclassering op dat moment werd uitgevoerd niet acceptabel was. De door rechters uitgesproken maatregelen werden niet onmiddellijk uitgevoerd; er was niet direct een (vaste) jeugdbeschermer betrokken. De inspecties stelden dat de noodzakelijke hulp voor deze kwetsbare kinderen en hun ouders zonder vertraging moest worden verleend en dat hulp, opgelegd door een rechter, per direct beschikbaar moest zijn. De inspecties vonden dat er direct stappen moesten worden gezet die ertoe leidden dat deze kwetsbare kinderen zonder vertraging hulp zouden krijgen. Daarnaast constateerden zij structurele problemen (zoals het hoge verloop in personeel) die ertoe leidden dat de jeugdbeschermingsketen maximaal onder druk stond. Het Inspectierapport is meegestuurd in bijlage 1. Naar aanleiding van dit rapport is een bovenregionale overleg opgetuigd om het verbeterplan van de GI's (Jeugdbescherming West, Leger des Heils en William Schrikker) vorm te geven. Het verbeterplan is meegestuurd in bijlage 2.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.papendrecht.nl/api/v1/meetings/219/documents/4068