CConstaterende datPapendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

7. Jaarstukken 2021 DG&J..pdf

Gemeenteraad Papendrecht 9 juni 2022, gemeente PapendrechtBij agendapunt: 12: Zienswijze begroting 2023 - Zienswijze begroting 2023 gemeenschappelijke regelingen - Voorstel37.739 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

Een mogelijk verklaring ligt in een striktere registratie van de adviezen, maar ook in de invoering van de chatfunctie. Met name de jongere doelgroep weet Veilig Thuis via deze weg beter te vinden. Veiligheidstaxatie Een groeiend aantal meldingen wordt na triage door Veilig Thuis (risicotaxatie) overgedragen aan het lokale veld (de hulpverlening). De uitvoering van de triage binnen de wettelijke termijn van vijf werkdagen is in 2021 in 74% van de gevallen behaald. De totale gemiddelde doorlooptijd blijft met 4,8 werkdagen wel binnen deze termijn. De overschrijding van de 5 werkdagen termijn heeft verschillende oorzaken. De meest belangrijke zijn:  De periode van het jaar en de mate van instroom van meldingen per dag heeft invloed op het behalen van de gestelde termijn. Ook achterstanden in het aanleveren van meldingen door ketenpartners, zoals politie, zorgt voor pieken bij Veilig Thuis.  De aard en ernst van sommige meldingen maakt dat zij eerder beoordeeld dienen te worden dan de meldingen die eerder zijn binnengekomen. Hierdoor wordt de volgordelijkheid van de te triëren meldingen beïnvloed en daarmee het risico dat de doorlooptijd van andere meldingen langer wordt.

 De opvraging van benodigde informatie bij derden (betrokkenen zelf of professionals) duurt langer dan gewenst, maar is noodzakelijk om tot zorgvuldige afwegingen te kunnen komen over het vervolg van de melding.  De beschikbare capaciteit was door een hoog ziekteverzuim (15%) niet altijd voldoende om alle meldingen te verwerken binnen de 5 dagen termijn.  COVID-19 heeft ervoor gezorgd dat het werk van Veilig Thuis niet makkelijker werd. Het werd lastiger om professionals / betrokkenen te pakken en te spreken te krijgen. Ook het fysiek overdragen van casuïstiek bleek een grotere opgaven te zijn.

Gemeenschappelijke Regeling Dienst Gezondheid & Jeugd Zuid-Holland Zuid | Jaarstukken 2019 GR DG&J

25

In het eerste punt hierboven geven wij al aan dat Veilig Thuis te maken heeft gehad met pieken van instroom door het jaar heen. De eerste vier maanden van 2021 kwamen er beduidend minder meldingen binnen (gemiddeld 280 meldingen per maand), vervolgens een periode van vijf maanden (behalve augustus) met aanzienlijk meer meldingen (gemiddeld 370 meldingen per maand). Dit lijkt er op te duiden dat het loslaten van de COVID-maatregelen tussen mei en september hier een grote invloed op heeft gehad. De stijging van meldingen vanaf mei valt ook samen met de school- en zomervakanties, waardoor er tegelijkertijd minder capaciteit beschikbaar is om het benodigde werk te doen. Veilig Thuis heeft geen buffercapaciteit om zulke pieken op te vangen. Door inhaaldagen, tijdelijke externe inhuur en de inzet van een extra projectteam zijn deze piekmeldingen weggewerkt. Ook in deze perioden zijn crisismeldingen en spoedmeldingen direct opgepakt, met voorrang op de andere (oudere) meldingen. Vervolgtraject na veiligheidstaxatie Na de veiligheidstaxatie wordt het vervolgtraject van de melding bepaald. In 2021 is deze te verdelen in: directe overdracht (64%), overdracht met ondersteuning (22%) en Veilig Thuis onderzoek (14%). Dit behaalde resultaat is ten opzichte van de prognose van 2021 en de resultaten in 2020 vergelijkbaar en daardoor ook als neutraal te duiden.

De inhoud van de melding en de informatie die Veilig Thuis al in zijn bezit heeft, is bepalend voor het vervolgtraject na de veiligheidstaxatie. Hierdoor is er niet veel beïnvloeding mogelijk op de keuze van vervolgtraject en is men afhankelijk van wat en wie er gemeld wordt. Het gevolg hiervan is dat het ene jaar er bijvoorbeeld meer onderzoeken nodig zijn dan het andere jaar en dat geldt ook voor de andere mogelijke uitkomsten. Onderzoek en Voorwaarden & Vervolg In 2021 zijn 318 diensten uitgevoerd in het kader van Onderzoek en Voorwaarden & Vervolg). Dit is een daling van 4% in vergelijking met 2020. Van het aantal uit te voeren onderzoeken en/of dienst voorwaarden en vervolg betrof het in 54% van de meldingen een spoedonderzoek. Spoedonderzoeken hebben altijd voorrang op reguliere onderzoeken. In 2021 zijn 70% van de diensten binnen de tienwekentermijn uitgevoerd. De gemiddelde doorlooptijd bedroeg 66 werkdagen. Afwijkingen op de doorlooptijd zijn over het algemeen het gevolg van:  Dossiers waarin de mogelijkheid om in gesprek te komen met betrokkenen ernstig wordt belemmerd of de complexiteit dusdanig is dat er meer tijd nodig is om te kunnen komen tot een goede beoordeling en een passend vervolg.  Het voorrang geven aan de uitvoering van een spoedonderzoek ten laste van al lopende onderzoeken waarin het spoedgevende karakter al was weggenomen.

 Vertraging bij het overdragen naar een vorm van hulpverlening. Bij veel van de overdrachten heeft Veilig Thuis te maken met wachtlijsten van de overdrachtspartij. Hierdoor kan er niet direct overdragen worden en blijft Veilig Thuis langer dan zou moeten verantwoordelijk voor de veiligheid van gezinnen en kinderen. Dit speelt bij zowel overdrachten naar het vrijwillig kader als bij het gedwongen kader.  Het ontbreken of niet beschikbaar hebben van benodigde expertise omtrent verantwoordelijk zijn voor veiligheid, maken van veiligheidsplannen, werken aan directe veiligheid bij het lokale veld, waardoor de medewerkers van het onderzoeksteam op verzoek van het lokale veld, langer betrokken blijven en dossiers niet worden afgesloten.

Gemeenschappelijke Regeling Dienst Gezondheid & Jeugd Zuid-Holland Zuid | Jaarstukken 2019 GR DG&J

26

Dat er nog steeds meer inzet gevraagd wordt van de Veilig Thuis medewerker dan eigenlijk de bedoeling is binnen de monitoringsfase van de afgeronde dienst. Er wordt een groot beroep gedaan op de inzet, meedenken dan wel aanjagen van overgedragen zaken.

Om afronding van diensten binnen de tienwekentermijn te realiseren, werken gemeenten en ketenpartners aan het verder ontwikkelen van capaciteit en handelingsbekwaamheid van de lokale teams. Zolang dit niet afdoende gerealiseerd is, moet Veilig Thuis extra capaciteit blijven inzetten. Ook wachtlijsten zorgen voor een stagnatie in het overdragen van diensten. Wij adviseren verwijzers gebruik te maken van de regionale beschikbaarheidswijzer waarin de beschikbare capaciteit van aanbieders direct inzichtelijk is. Hierdoor kunnen betere keuzes gemaakt worden. We benadrukken nogmaals dat de beperkte overschrijding van de termijnen niet leidt tot onveilige situaties en wachtlijsten. Alle meldingen worden immers direct bij ontvangst gescreend op spoed dan wel crisis en met voorrang in behandeling genomen. Vanwege het niet behalen van de wettelijke normen door vertraagde overdracht naar het lokale veld en door de wachtlijsten, is er een begrotingswijziging 2022 ingediend om de dienstverlening voor de betrokkenen en de keten te kunnen borgen en verbeteren. Volwassenen & Jeugd Indicator

Norm

Meldingen Veilig Thuis ZHZ

Aantal meldingen op jaarbasis 3.800*

Doorlooptijden Veilig Thuis ZHZ

Triage: binnen 5 werkdagen (norm tussen 95-100%)

Realisatie 2021 3.895

Jaarrekening

Augustus

April

Direct overdragen van meldingen Overdracht met Ondersteuning Onderzoek

62%

74% (gemiddelde doorlooptijd in dagen: 4,8 dagen) 70%, (gemiddelde doorlooptijd in dagen: 66 weekdagen) 64%

26%

22%

12%

14%

Behandeling advies aanvragen Tevredenheid ketenpartners

Aantal adviezen op jaarbasis 2.700 Cijfer (schaal 1 op 10); 7,5**

2.932

 

 

 

Onderzoek afgerond binnen 10 weken (norm tussen 85-100%)

7,6

* Het betreft hier het percentage van het aantal genomen besluiten na triage en niet het percentage van het aantal feitelijk overgedragen zaken. ** Afgelopen jaar heeft er geen ketenpartners tevredenheidsonderzoek plaatsgevonden, maar het jaar er voor wel en daarin werd het mooie cijfer van een 7,6 behaald.

Gemeenschappelijke Regeling Dienst Gezondheid & Jeugd Zuid-Holland Zuid | Jaarstukken 2019 GR DG&J

27

Het Crisisinterventieteam (CIT) Veilig Thuis Zuid-Holland Zuid In 2021 zijn er 502 crisisinterventies met betrekking tot jeugdigen uitgevoerd. Dit aantal is lager dan het begrote aantal van 550 crisisinterventies voor jeugdigen. In 2020 kwam het CIT 542 keer in actie. Er is dus een afname van 8%. Daarnaast waren in 2021 83 interventies gericht op volwassenen. Dit aantal is bijna gelijk aan het verwachte aantal crisisinterventies voor volwassenen. In 2020 betrof het 99 interventies, waarmee in 2021 dus een afname zien van 16%. In de avond en/of weekenduren heeft het CIT 17 keer uitvoering gegeven aan de risicotaxatie m.b.t. het tijdelijk huisverbod. De burgemeester legt zo’n tijdelijk huisverbod op om een crisissituatie door middel van een time-out op te heffen. Het aantal van 17 is lager dan vooraf begroot, met de aantekening dat ook hier geldt dat het beeld door het jaar en de jaren heen grillig is. Crisissituaties laten zich slecht plannen en voorspellen. Veilig Thuis had de ambitie om in 2021 45% van de behandelde crisiszaken binnen 48 uur over te dragen aan het betreffende lokale team. Dit is helaas maar in 35% van de gevallen gelukt. Ook hier ligt de oorzaak in een groot aantal gevallen bij een hoge werkdruk of zelfs wachtlijsten, bij de capaciteit en handelingsbekwaamheid van de lokale teams.

Daarbij speelt in zo’n crisissituatie ook altijd de afweging door Veilig Thuis of de acute onveiligheid zodanig is opgeheven dat veilige overdracht kan plaatsvinden. Dat vraagt in sommige situaties meer tijd, maar daarmee wordt de continuïteit en kwaliteit van de geboden hulp wel geborgd. Indicator

Norm

Geleverde crisisdiensten jeugd

Aantal aanvragen op jaarbasis 550

Geleverde crisisdiensten volwassene Bijdrage aan huisverbod buiten kantooruren Direct overdragen van casus aan lokaal

Aantal aanvragen op jaarbasis 140 35

45% binnen 48 uur**

Realisatie 2021 502

Jaarrekening

Augustus

April

83

17

35%

Tevredenheid Cijfer (schaal 7,6 ketenpartners 1 op 10); 7,5 * Afgelopen jaar heeft er geen ketenpartners tevredenheidsonderzoek plaatsgevonden, maar het jaar er voor wel en daarin werd het mooie cijfer van een 7,6 behaald.

Gemeenschappelijke Regeling Dienst Gezondheid & Jeugd Zuid-Holland Zuid | Jaarstukken 2019 GR DG&J

28

Wat heeft het gekost? (bedragen x € 1.000)

Begroting 2021* Veilig Thuis Volwassenen Veilig Thuis Jeugd Crisisdienst Saldo baten en lasten Mutaties reserves Gerealiseerd resultaat

Lasten 1.143 4.668 968 6.779

Baten 1.143 4.668 968 6.779

0 6.779

0 6.779

Realisatie 2021 Saldo 0 0 0 0

Lasten 1.141 4.563 986 6.690

Baten 1.043 4.659 960 6.662

0 0

0 6.690

0 6.662

Afwijking 2021 Saldo -98 96 -27 -28

Lasten 3 106 -19 90

Baten -100 -9 -8 -117

0 -28

0 90

0 -117

Saldo -98 96 -27 -28 0 -28

*Het betreft hier de begroting na alle wijzigingen, ofwel de begroting zoals deze is vastgesteld in het AB van 8 juli 2021 (1ste burap 2021).

Veilig Thuis Volwassenen De gerealiseerde lasten voor Veilig Thuis Volwassenen zijn gelijk aan de geraamde lasten. Binnen deze lasten is echter wel een verschuiving ontstaan. De salarislasten vallen lager uit door moeilijk in te vullen vacatures. Daarnaast is gebleken dat bij de 1e burap de lastenverdeling tussen Veilig Thuis Volwassenen en Veilig Thuis Jeugd geen correcte weergave was. Hierdoor heeft er een verschuiving plaatsgevonden tussen Veilig Thuis Volwassenen en Veilig Thuis Jeugd, welke nadelig heeft uitgepakt voor Veilig Thuis Volwassenen. Doordat er bij Veilig Thuis niet meer aan overhead wordt toegerekend dan beschikbaar is binnen de subsidie, betekent dit dat per saldo een bedrag terugvloeit naar de subsidieverstrekkers. Hierdoor is een negatief resultaat ontstaan op de baten. Veilig Thuis Jeugd De lasten voor Veilig Thuis Jeugd vallen lager uit door moeilijk in te vullen vacatures. Daarnaast is er gebleken dat bij de 1e burap de lastenverdeling tussen Veilig Thuis Volwassenen en Veilig Thuis Jeugd geen correcte weergave was. Hierdoor heeft er een verschuiving plaatsgevonden tussen Veilig Thuis Volwassenen en Veilig Thuis Jeugd, welke voordelig heeft uitgepakt voor Veilig Thuis Jeugd.

2.1.3 Onderwijs en aansluiting arbeidsmarkt Wat wilden wij bereiken? DGJ zet erop in om het recht op onderwijs te waarborgen. We bieden perspectief op onderwijs of een passend leerwerktraject, zodat de ontwikkelingskansen van kinderen en jongeren benut worden. Schoolbezoek en het behalen van minimaal een startkwalificatie zijn wezenlijk voor een goede start in het leven. Nationaal en regionaal bestaan zorgen over het te grote aantal kinderen en jongeren dat spijbelt of helemaal geen onderwijs volgt. Wij willen bereiken dat kinderen en jongeren de kans krijgen hun talenten te ontplooien. Als er drempels zijn voor schoolbezoek zorgt Leerplicht en Voortijdig Schoolverlaten (LVS) voor het verbinden van onderwijs, zorg en zo nodig handhaving, zodat elk kind en elke jongere het onderwijs en zo nodig de hulp, krijgt die bij hem of haar past. Wat gingen wij doen? De COVID-pandemie heeft verstrekkende gevolgen voor het onderwijs en de arbeidsmarkt gehad. Deze gevolgen tekenden zich steeds duidelijker af. We zagen dat de al kwetsbare kinderen en jongeren het moeilijker hadden en kregen. Dat de gevolgen voor gemeenten, onderwijsinstellingen en werknemers groot zijn staat buiten kijf.

De collega’s van Leerplicht en Voortijdig Schoolverlaten stonden in nauw contact met scholen, wijkteams, jeugdgezondheidszorg, gemeenten en andere partners om te doen wat nodig was en is, in 2021 en in de toekomst. Zo bereidden we ons voor op veranderingen die de komende jaren zeker nodig zullen zijn.

Gemeenschappelijke Regeling Dienst Gezondheid & Jeugd Zuid-Holland Zuid | Jaarstukken 2019 GR DG&J

29

Na de periode waarin scholen op last van de overheid gesloten waren en afstandsonderwijs verzorgden, is het onderwijs op locatie geleidelijk weer opgestart. In die periode hebben scholen, Jong JGZ en LVS elkaar goed weten te vinden in situaties waarbij ouders hun kinderen wilden thuis houden vanwege angst voor besmetting met COVID-19. Vaak is in goed overleg een goede oplossing gevonden. Veel aandacht is er het tweede kwartaal 2021 geweest voor kwetsbare jongere die door de schoolsluiting uit beeld dreigden te raken. LVS heeft met ouders, scholen en betrokken ketenpartners deze jongeren ondersteund. Na het openen van de scholen is de meldingsbereidheid van schoolverzuim door scholen weer aangetrokken en dit zorgde voor een drukke afsluiting van het bijzondere schooljaar 2020-2021. Hierdoor is de zomeractie, bedoeld om jongeren te benaderen die het voorafgaande schooljaar 2020-2021 zijn uitgeschreven, later op gang gekomen dan verwacht. Uiteindelijk hebben we alle jongeren door middel van de zomeractie weer in beeld kunnen brengen, zie hiervoor het Jaarverslag LVS 2020-2021 dat te vinden is op de website van LVS ZHZ. Na de zomervakantie melden de scholen veel luxeverzuim, soms doordat kinderen in het buitenland in quarantaine moesten, maar helaas ook geregeld in zaken waarin er procesverbaal opgemaakt moest worden.

Daarnaast zagen we in de laatste maanden van 2021 dat de scholen zeer veel schoolverzuim meldden en dat de hoeveelheid meldingen hard steeg in vergelijking met het voorgaande schooljaar. Desalniettemin bleef het aantal verzuimmeldingen op jaarbasis achter, zie ook de indicator in onderstaande tabel. Leerplicht Indicator Alle leer- en kwalificatieplichtige kinderen en jongeren staan ingeschreven op een school Absoluut verzuim per 1.000 leerlingen

Norm 100%

Relatief verzuim per 1.000 leerlingen

10

Aantal afgehandelde meldingen relatief verzuim

2.200

0

Realisatie 2021 99-100%

Het meest recente cijfer op www.waarstaatjegemeente.nl voor heel ZHZ heeft betrekking op schooljaar 2019-2020 en bedraagt 0,6 per 1.000 leerlingen Het meest recente cijfer op www.waarstaatjegemeente.nl voor heel ZHZ heeft betrekking op schooljaar 2019-2020 en bedraagt 10,3 leerlingen per 1.000 1.707

Jaarrekening

Augustus

April

Gemeenschappelijke Regeling Dienst Gezondheid & Jeugd Zuid-Holland Zuid | Jaarstukken 2019 GR DG&J

30

Aantal afgehandelde meldingen absoluut verzuim Aantal verleende vrijstellingen

220

249

200

326

Aantal leer en-kwalificatieplichtigen per januari 2021 in de regio: 68.222.

Ter toelichting op het aantal vrijstellingen: LVS spant zich namens de tien gemeenten in Zuid-Holland Zuid in om het recht op leren en ontwikkelen van ieder kind te waarborgen. Het onderwijs, met al zijn diversiteit, biedt voor de overgrote meerderheid van ouders en kinderen een passende plek. Wij streven daarom naar 100% schoolinschrijvingen voor leer- en kwalificatieplichtige kinderen. In het schooljaar 2020-2021 zagen we het aantal vrijstellingen stijgen. Dit baart ons zorgen. We rapporteerden hierover reeds in het jaarverslag LVS 2020-2021 en gaven opdracht tot verdiepend onderzoek naar de oorzaken. Dat onderzoek zal in 2022 worden afgerond. Soms is een passende onderwijsplek moeilijker te vinden. De samenwerkingsverbanden passend onderwijs, en vaak ook zorgpartners, zijn dan aan zet om in samenspraak met ouders en – vanaf 12 jaar – kinderen een onderwijsplek te vinden. LVS heeft in die gevallen vaak een functie als verbinder, regisseur en soms als resultaatbewaker. Soms is onderwijs (tijdelijk) echt niet mogelijk. LVS kan dan – na sociaal-medisch advies te hebben ingewonnen – een vrijstelling verlenen voor de duur van een jaar. In die periode moet het ontwikkelrecht van het kind op andere wijze dan via onderwijsdeelname worden gewaarborgd.

Een klein deel van de ouders doet op grond van bedenkingen tegen de richting van het onderwijs een beroep op vrijstelling van de inschrijvingsplicht voor hun kinderen bij een school. Hier raken verschillende grondrechten elkaar. Om die reden wordt uiterst zorgvuldig omgegaan met deze beroepen, en wordt geregeld de rechter om een uitspraak gevraagd. LVS heeft in 2021 het beleid voor deze groep nader uitgewerkt. Het ministerie van OCW heeft een wetswijziging op dit vlak in voorbereiding. Wanneer ouders niet voldoen aan de inschrijvingsplicht kan LVS een last onder dwangsom opleggen. Van dit instrument hebben we nog geen gebruik hoeven te maken. Het instrument is desalniettemin al een aantal malen nuttig gebleken om zaken in beweging te krijgen. De cijfers van de relatief verzuim meldingen wijken af doordat de scholen in 2021 een periode dicht waren en er hierdoor minder gemeld werd. De stijging in het absoluut verzuim en de vrijstellingen zal het OCD onderzoeken. In de loop van 2022 zal hier een verklaring voor komen.

Gemeenschappelijke Regeling Dienst Gezondheid & Jeugd Zuid-Holland Zuid | Jaarstukken 2019 GR DG&J

31

Regionale Meld & Coördinatie (RMC) & Voortijdig Schoolverlaten (VSV)-trajectbegeleiding Indicator

Norm

% voortijdig schoolverlaters Jongeren die geen onderwijs volgen, geen werk en dagbesteding hebben zijn in beeld

< 1,9%

Realisatie 2021 < 1,7

100%

100%

Aantal jongeren dat door de matchmakers succesvol naar een baan of onderwijs is begeleid

150

Jaarrekening

Augustus

100%

100%

100%

149

93

38

Prognose was: 225 Realisatie t/m dec 2021: 149

April

Als gevolg van COVID-19 stond de arbeidsmarkt onder druk. De baanperspectieven voor starters op de arbeidsmarkt waren begin 2021 niet positief. In 2021 verwachtten we aanvankelijk dat jongeren met een startkwalificatie massaal hun baan zouden verliezen. De prognose van het aantal plaatsingen door Matchmakers werd daarom opgehoogd van 100 naar 225. De aangekondigde jeugdwerkloosheid bleef echter uit. Desalniettemin hebben de Matchmakers, mede doordat hun capaciteit werd uitgebreid, veel meer jongeren aan een baan of onderwijsplek kunnen helpen dan oorspronkelijk gepland. Dit is en mooi resultaat dat regionaal en zelfs landelijk erkenning krijgt. Waar voortijdig schoolverlaten toch optreedt is de aanpak van LVS (consulenten en matchmakers) erop gericht om - in samenspraak met de sociale diensten en werkgevers - in te zetten op omscholing naar kansrijke sectoren en beroepen. In het tweede kwartaal 2021 is er hard gewerkt om te gaan aansluiten bij de exit gesprekken op het Da Vinci College, zodat jongeren die het MBO gaan verlaten direct begeleiding krijgen door LVS. Beoogde Product

maatschappelijk effect

Beleidsindicator (omschrijving)

Leer-

Jongeren nemen deel

Absoluut verzuim per

plicht

aan het onderwijs

1.000 leerlingen

Leer-

Jongeren nemen deel

Relatief verzuim per

plicht

aan het onderwijs

1.000 leerlingen

RMC/

Jongeren nemen deel

% voortijdig

VSV

aan het onderwijs

schoolverlaters

Waarde beleidsindicator Bron DUO

Schooljaar 2019-2020

1,2

DUO

Schooljaar 2019-2020

10,3

DUO

Schooljaar 2020-2021

1,83%

Gemeenschappelijke Regeling Dienst Gezondheid & Jeugd Zuid-Holland Zuid | Jaarstukken 2019 GR DG&J

32

Wat heeft het gekost? (bedragen x € 1.000)

Begroting 2021* Leerplicht RMC/VSV Saldo baten en lasten

Lasten 1.103 1.171 2.274

Mutaties reserves Gerealiseerd resultaat

Baten 1.103 1.171 2.274

Realisatie 2021 Saldo 0 0 0

Lasten 1.059 1.225 2.285

Baten 1.106 1.353 2.459

Afwijking 2021 Saldo

Lasten

46 128 174

Baten

43 -54 -11

Saldo

3 182 185

46 128 174

0

0

0

0

0

0

0

0

0

2.274

2.274

0

2.285

2.459

174

-11

185

174

*Het betreft hier de begroting na alle wijzigingen, ofwel de begroting zoals deze is vastgesteld in het AB van 8 juli 2021 (1ste burap 2021).

RMC De afwijking wordt enerzijds verklaard door hogere inkomsten vanuit kosten die zijn doorbelast naar derden, hier staat tegenover dat ook de lasten zijn gestegen. Anderzijds wordt in de subsidieverantwoording voor RMC ook rekening gehouden met overheadkosten. Deze kosten worden verantwoord bij 2.4. algemene dekkingsmiddelen en niet op dit product, terwijl de ontvangen subsidie inclusief overhead wel op dit product wordt verantwoord.

2.1.4 Jeugdgezondheidszorg Wat wilden wij bereiken? Doel van de jeugdgezondheidszorg is het bevorderen van gezondheid en sociale ontwikkeling van alle kinderen en jongeren. Het beoogde maatschappelijk effect daarvan is dat kinderen en jongeren zo gezond mogelijk opgroeien. Met preventie, vroegsignalering en een gezinsondersteunende aanpak, afgestemd op de lokale gemeenschap en in aansluiting op lokale sociale systemen, wordt ernstige problematiek zoveel als mogelijk voorkomen. Jeugdgezondheidszorg is door GGD ZHZ gecontracteerde zorg. Jong JGZ voert voor onze regio het JGZ-basispakket en het Rijksvaccinatieprogramma uit conform de uitvoeringsovereenkomst en de aanvullende KPI's (rapportage stoplichtenmodel). Voor 1 april van elk jaar legt Jong JGZ verantwoording af in haar jaarrapportage. Nieuwe taken in 2021: vaccinatie Meningokokken ACWY. Wat gingen wij doen? Indicator

Norm

De JGZ verricht de uitvoering van het regionaal basispakket JGZ en het Rijksvaccinatieprogr amma (RVP) conform het Uitvoeringskader JGZ en de jaarlijkse geactualiseerde richtlijn uitvoering RVP.

Overzicht met KPI's is opgenomen in Uitvoeringskader JGZ. Deze KPI's zijn in een stoplichtenmodel opgenomen en zijn onderdeel van de jaarverantwoording JGZ.

Realisatie 2021 Jaarrapportage Jong JGZ wordt verwacht in april 2022. Deze verantwoording verloopt separaat en wordt ook gepresenteerd aan het algemeen bestuur.

Jaarrekening

Augustus

April

Gemeenschappelijke Regeling Dienst Gezondheid & Jeugd Zuid-Holland Zuid | Jaarstukken 2019 GR DG&J

33

Wat heeft het gekost? (bedragen x € 1.000)

Begroting 2021* Jeugdgezondheidszorg Saldo baten en lasten Mutaties reserves

Lasten 12.089 12.089 0

Baten 12.089 12.089 0

Gerealiseerd resultaat

12.089

12.089

Realisatie 2021 Saldo

Afwijking 2021

0 0 0

Lasten 12.065 12.065 0

Baten 12.214 12.214 0

Saldo 149 149 0

0

12.065

12.214

149

Lasten 24 24 0

Baten 125 125 0

Saldo 149 149 0

24

125

149

*Het betreft hier de begroting na alle wijzigingen, ofwel de begroting zoals deze is vastgesteld in het AB van 8 juli 2021 (1ste burap 2021).

Tussen het bedrag wat Jong JGZ na indexatie ontvangt en wat aan inwonerbijdrage is opgehaald, zit een voordeel van circa € 149.000. Dit was het gevolg van de daling van het aantal jongeren in de regio Zuid-Holland Zuid. Hierdoor is een voordeel ontstaan aan de lastenzijde. Wel staan hier extra uitgaven tegenover. Met ingang van 1 januari 2021 is een vaccinatie, Meningokokken ACWY, toegevoegd aan het Rijksvaccinatie programma. Het betreft hier een structurele uitbreiding van het Rijksvaccinatieprogramma. Ter dekking van deze extra vaccinatie zijn structureel middelen aan het gemeentefonds toegevoegd. Deze extra middelen worden door middel van een hogere inwonerbijdrage bij de gemeenten opgehaald.

2.1.5 Kennisprogramma Wat wilden wij bereiken? In 2021 is in afstemming gemeenten verder inhoud gegeven aan de onderzoekslijnen uit het Kennisprogramma. De gezondheidsmonitoren zijn conform planning opgeleverd (monitor volwassenen en ouderen). Daarnaast is aanvullend COVID-gerelateerd onderzoek uitgevoerd (panelonderzoek en prevalentie-onderzoek COVID). Er is geïnvesteerd in extra epidemiologische expertise en datascience/data-analyse. Tot slot is de samenwerking met de academische werkplaatsen (o.a. Erasmus MC) verder uitgebreid en versterkt. Wat gingen wij doen? Indicator

Norm

Realisatie 2021

Het online GGD dashboard is geactualiseerd op basis van de gezondheidsmonitors Kinderen, Jeugd en Volwassenen & Ouderen.

100%

GGD dashboard is geactualiseerd.

De gezondheidsmonitoren en de specifieke ontwikkellijnen van het Kennisprogramma zijn conform plan uitgevoerd

Uitvoer van de Kindmonitor 012 jaar

Jaarrekening

Augustus

April

COVID-19 dashboard is doorontwikkeld

Uitvoering kennisprogramma conform planning verlopen. Monitor volwassen en ouderen opgeleverd.

Wat heeft het gekost?

Gemeenschappelijke Regeling Dienst Gezondheid & Jeugd Zuid-Holland Zuid | Jaarstukken 2019 GR DG&J

34

(bedragen x € 1.000)

Begroting 2021* Kennisprogramma Saldo baten en lasten Mutaties reserves Gerealiseerd resultaat

Lasten 807 807

Baten 807 807

Realisatie 2021 Saldo 0 0

Lasten 962 962

Baten 862 862

Afwijking 2021 Saldo -100 -100

Lasten -155 -155

Baten 55 55

Saldo -100 -100

0

0

0

0

0

0

0

0

0

807

807

0

962

862

-100

-155

55

-100

*Het betreft hier de begroting na alle wijzigingen, ofwel de begroting zoals deze is vastgesteld in het AB van 8 juli 2021 (1ste burap 2021).

Vanwege COVID-19 zijn extra medewerkers aangetrokken bij het Kennisprogramma. Hierdoor zijn de lasten gestegen ten opzichte van de laatst vastgestelde begroting. Bij de 2e burap is deze extra inzet reeds gecommuniceerd. Deze extra inzet wordt deels gedekt door de meerkostenregeling VWS.

Gemeenschappelijke Regeling Dienst Gezondheid & Jeugd Zuid-Holland Zuid | Jaarstukken 2019 GR DG&J

35

2.2 Regionale Ambulance Voorziening Om voorbereid te zijn op de nieuwe wet ambulancezorg en de eisen die de WTzi stelt aan de onafhankelijkheid van bestuur is de RAV ZHZ, onderdeel van de GR Dienst Gezondheid & Jeugd (DGJ), met ingang van 1 januari 2019 verzelfstandigd tot de Coöperatie Ambulancezorg ZHZ U.A. (CAZ ZHZ U.A.). Met de inwerkingtreding van de nieuwe wet ambulancezorg (WAZ) per 1 januari 2021 is ook de vergunning voor de ambulancezorg in de regio Zuid-Holland Zuid overgegaan van DGJ naar de CAZ ZHZ. De CAZ is een coöperatie met DGJ, de Stichting Albert Schweitzer Ziekenhuis en de Erasmus MC Zorg Holding BV als haar leden. De leden zijn vertegenwoordigd in de Algemene Ledenvergadering, het hoogste bestuurlijk orgaan binnen de coöperatie. De Raad van Bestuur bestuurt de coöperatie in opdracht van de Algemene Vergadering en de Raad van Commissarissen houdt toezicht op het beleid van de Raad van Bestuur en op de algemene gang van zaken binnen de coöperatie. Door de CAZ wordt periodiek gerapporteerd aan haar leden door middel van een eigen bestuursrapportage. In 2021 heeft de CAZ een nieuwe mijlpaal gerealiseerd: haar eigen ICT-voorziening. Een belangrijke stap in de ontvlechting uit het SCD.

In 2022 zal nog een eigen salarisadministratie worden opgezet en per 1 januari 2023 komen alle medewerkers die nu nog in dienst zijn bij DGJ en gedetacheerd worden in dienst bij de CAZ. Daarmee zal de coöperatievorming zijn voltooid. DGJ blijft wel lid van de coöperatie vanwege de samenwerking in de opgeschaalde zorg en blijft in de ALV ook de voorzittersrol vervullen. Wat heeft het gekost? (bedragen x € 1.000)

Begroting 2021* Lasten

Baten

Realisatie 2021 Saldo

Lasten

Baten

Afwijking 2021 Saldo

Lasten

Baten

Saldo

Ambulancezorg

12.205

12.205

0

11.811

11.811

0

394

-394

0

Saldo baten en lasten

12.205

12.205

0

11.811

11.811

0

394

-394

0

Mutaties reserves Gerealiseerd resultaat

0

0

0

0

0

0

0

0

0

12.205

12.205

0

11.811

11.811

0

394

-394

0

*Het betreft hier de begroting na alle wijzigingen, ofwel de begroting zoals deze is vastgesteld in het AB van 8 juli 2021 (1ste burap 2021).

In 2021 zijn in de begroting en realisatie van de RAV alleen nog de personele lasten opgenomen van het ambulancepersoneel dat in dienst is van de DGJ en de detacheringsbaten van het ambulancepersoneel dat gedetacheerd is bij de CAZ. Dit betreft alle medewerkers die al voor 1 april 2018 in dienst waren bij de RAV. Medewerkers die na 1 april 2019 in dienst zijn getreden én de directeur zijn per 1 april 2019, respectievelijk 1 juni 2019 in dienst getreden van de CAZ ZHZ. Het saldo van deze posten is altijd 0.

Gemeenschappelijke Regeling Dienst Gezondheid & Jeugd Zuid-Holland Zuid | Jaarstukken 2019 GR DG&J

36

2.3 Serviceorganisatie Jeugd De Serviceorganisatie Jeugd Zuid-Holland Zuid (SOJ) ondersteunt de gemeenten in ZuidHolland Zuid bij het uitvoeren van hun taken in het kader van de Jeugdwet. De gemeenten hebben hiervoor bevoegdheden gedelegeerd en gemandateerd aan de Gemeenschappelijke Regeling Dienst Gezondheid & Jeugd. De kernactiviteiten van de SOJ bestaan uit het contracteren, sturen op en ontwikkelen van de uitvoering van de jeugdhulp en jeugdbescherming/jeugdreclassering. Wat gingen wij doen? De SOJ heeft als taak te zorgen voor voldoende, beschikbare, kwalitatieve en passende jeugdhulp en jeugdbescherming/jeugdreclassering voor en nabij de jeugdigen en gezinnen in de gemeenten in Zuid-Holland Zuid. Dit draagt bij aan het gezond en veilig opgroeien en opvoeden van jeugdigen. Daarbij heeft de SOJ oog voor een doelmatige inzet van de financiële bijdrage die gemeenten hiervoor beschikbaar stellen. Hiermee kan noodzakelijke hulp geboden (blijven) worden aan de jeugdigen en gezinnen die dit nodig hebben. De SOJ heeft hiervoor in 2021 de volgende activiteiten verricht: 1 Contracteren van de jeugdhulp en jeugdbescherming/jeugdreclassering 1.1 Vernieuwde contractering 2022 1.2 Contractering 2021 2 Sturen op de uitvoering 2.1 Contractmanagement 2.2 Bekostiging en toewijzing 2.3 Monitoring 2.4 Bezwaar en beroep 3 Ontwikkelen van de uitvoering

Wat hebben we bereikt?

2.3.1 Contracteren van de jeugdhulp en jeugdbescherming/jeugdreclassering 1.1 Vernieuwde contractering 2022 De SOJ heeft in 2021 de vernieuwde contractering 2022 samen met gemeenten voorbereid en uitgevoerd. Vernieuwde contractering 2022 Het jaar heeft in het teken gestaan van het ontwikkelen van vernieuwde overeenkomsten jeugdhulp en jeugdbescherming/jeugdreclassering voor 2022. Dit gebeurde na vaststelling van de inkoopstrategie. De overeenkomsten zijn vóór het einde van 2021 getekend door voldoende jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen. De vernieuwde overeenkomsten zijn tot stand gekomen in dialoog met ervaringsdeskundige inwoners, gemeenten, verwijzers (waaronder Stichting Jeugdteams), jeugdhulpaanbieders en het onderwijs. De belangrijkste verbeteringen op een rij: 1. betere beschrijving van kwaliteitscriteria; 2. betere balans tussen kwaliteit en tarieven;

Gemeenschappelijke Regeling Dienst Gezondheid & Jeugd Zuid-Holland Zuid | Jaarstukken 2019 GR DG&J

37

3. bestuurlijke uitgangspunten, landelijke ontwikkelingen en regionale accenten zijn vertaald naar zes kernwaarden, die als ankers en kaders dienen binnen de overeenkomsten; 4. vereenvoudiging van het totale aantal diensten (van 167 producten naar ongeveer 50 diensten); 5. een geformaliseerde dialoog die noodzakelijk is om verbeteringen ook te realiseren. Met het onderscheid tussen meer strategische partners en overige jeugdhulpaanbieders versterken we gedeeld eigenaarschap op het realiseren van doelen; 6. duur en intensiteit van de jeugdhulp is gemaximeerd bij 28 diensten; 7. doelen, inspanningsverplichtingen en resultaatafspraken zijn integraal onderdeel van de overeenkomsten; 8. de ontwikkelagenda (gebaseerd op de zes kernwaarden) is integraal onderdeel van de overeenkomsten. Flexibiliteit op de inhoud van de overeenkomsten is behouden. De geformaliseerde dialoog, waarin ook gemeenten een belangrijke rol spelen, vormt de basis voor eventuele wijzigingen van de overeenkomsten. Een aantal jeugdhulpaanbieders is aangewezen als strategisch partner in de doorontwikkeling en probleemoplossing van het jeugdhulplandschap in de regio. Tot de strategische partners behoren de jeugdhulpaanbieders die voorheen de Alliantie vormden voor het bieden van maatwerkoplossingen voor jeugdigen die complexe hulp nodig hebben die niet voorhanden is in de regio.

De hoofdovereenkomst kent zeven deelovereenkomsten, voor specifieke typen jeugdhulp en jeugdbescherming/jeugdreclassering: 1. Hoogspecialistische jeugdhulp: 16 aanbieders. 2. Wonen met jeugdhulp (inclusief logeren, gezinshuizen en pleegzorg): 35 aanbieders. 3. Dagbesteding/ dagbehandeling: 19 aanbieders. 4. Veelvoorkomende jeugdhulp: 119 aanbieders (in deze groep zitten bijvoorbeeld ook de zeer lokaal georiënteerde basispsychologen). 5. Crisishulp: 5 aanbieders. 6. Jeugdbescherming en Jeugdreclassering: 3 aanbieders. 7. Jeugdhulp op School: 21 aanbieders. Aanbieders kunnen op meerdere deelovereenkomsten gecontracteerd zijn. De aantallen hierboven kunnen daarom niet bij elkaar worden opgeteld. In totaal zijn 127 aanbieders gecontracteerd voor 2022. Voor Wonen met jeugdhulp zijn nieuwe aanbieders toegetreden. Dat was ook de wens van de regio vanwege een tekort aan voorzieningen in de regio zelf. Alle deelovereenkomsten, met uitzondering van Wonen met jeugdhulp, zijn vervolgens gesloten voor nieuwe inschrijvingen. Contractering vervoer Onder de Jeugdwet zijn gemeenten verplicht om jeugdvervoer van en naar jeugdhulplocaties te organiseren voor jeugdigen die om medische redenen of beperkingen in de zelfredzaamheid hierop zijn aangewezen. In Zuid-Holland Zuid wordt de toegangstaak hiervoor door Stichting Jeugdteams ZHZ uitgevoerd.

In 2021 is met goed gevolg een Europese aanbesteding uitgevoerd van het vervoer van jeugdigen naar en van jeugdhulplocaties. Dit was nodig omdat de bestaande overeenkomst begin 2022 afliep. De SOJ heeft deze aanbesteding samen met het

Gemeenschappelijke Regeling Dienst Gezondheid & Jeugd Zuid-Holland Zuid | Jaarstukken 2019 GR DG&J

38

leerlingenvervoer Drechtsteden en Molenlanden in de markt gezet. Dit heeft geresulteerd in nieuwe vervoersovereenkomsten die effectief ingaan in 2022. De uitvoering van het vervoer is gegund aan Maasstad Regiecentrale, Taxi Stam en Personenvervoer Midden Nederland (Haars Groep). In 2021 is het vervoer uitgevoerd door de combinatie van De Vier Gewesten, Taxi Stam, Personenvervoer Midden Nederland (Haars Groep) en taxi Hoeksewaard. 1.2 Contractering 2021 Contractering jeugdhulp en jeugdbescherming/jeugdreclassering De SOJ heeft (doorlopend) de contractering van de jeugdhulp en jeugdbescherming/ jeugdreclassering voor 2021 uitgevoerd. Contractering vindt plaats door middel van het open house model. Dit model maakt het mogelijk tussentijds (elk kwartaal) aanbieders die voldoen aan de criteria, te contracteren, contractvoorwaarden aan te passen en nieuwe zorgvormen toe te laten. In 2021 zijn er 136 aanbieders gecontracteerd waarvan 135 aanbieders ook een contract hadden in 2020. Eén nieuwe aanbieder is tussentijds ingestroomd. Van 8 aanbieders is actief de overeenkomst beëindigd, vanwege geen of een zeer klein aantal jeugdigen in zorg. Dit in aanloop naar de vernieuwde contractering 2022. Deze cijfers zijn exclusief de aanbieders die via het Landelijk Transitie Arrangement zijn gecontracteerd.

Daarnaast heeft de SOJ in 2021 voor 44 jeugdigen individueel maatwerk mogelijk gemaakt, binnen de kaders van de contracten en indien noodzakelijk door contractafspraken te maken met niet-gecontracteerde jeugdhulpaanbieders. De volgende percelen zijn (ook) in 2021 gesloten geweest voor nieuwe instoom van nieuwe aanbieders: AWBZ, GGZ, J&O en EED. Lopende het jaar hebben inhoudelijke contractwijzigingen plaatsgevonden. In totaal is er in 2021 twee keer een wijzigingsdocument opgesteld. Overdracht opdrachtgeverschap Stichting Jeugdteams 2021 stond in het teken van de overdracht van het opdrachtgeverschap van Stichting Jeugdteams van de SOJ aan de gemeenten. Gemeenten hebben hiervoor een werkgroep ingericht waar de SOJ in heeft geparticipeerd om kennis over te dragen en zo nodig te faciliteren en ondersteunen. Het opdrachtgeverschap van en de sturing op de taakuitvoering door Stichting Jeugdteams is vanaf 2022 belegd bij de gemeenten. Voor een enkele gemeente faciliteert de SOJ nog (tijdelijk) met de (juridische) overeenkomst. Contractering nieuw aanbod De SOJ heeft nieuw aanbod gecontracteerd als gevolg van beleidsontwikkelingen en/of ontwikkelingen in het jeugdhulplandschap.

Naar aanleiding van het sluiten van de jeugdhulplocatie Hoenderloo heeft de SOJ twee jeugdhulpaanbieders (aanvullend) gecontracteerd om, in aansluiting op de regionale wens om jeugdhulp zo nabij mogelijk te organiseren, twee nieuwe voorzieningen te ontwikkelen en in te richten in onze regio. Daarnaast heeft de SOJ een jeugdhulpaanbieder (aanvullend) gecontracteerd om, eveneens in aansluiting op de regionale wens om jeugdhulp zo nabij mogelijk te organiseren, een kleinschalige verblijfsvoorziening te ontwikkelen en in te richten, voor de afbouw van de gesloten jeugdzorg.

Gemeenschappelijke Regeling Dienst Gezondheid & Jeugd Zuid-Holland Zuid | Jaarstukken 2019 GR DG&J

39

Tot slot heeft de SOJ eind 2021 een jeugdhulpaanbieder (aanvullend) gecontracteerd om een vierde kleinschalige woonvoorziening voor jeugdigen te ontwikkelen en in te richten in onze regio. De vier nieuwe voorzieningen vullen een hiaat in het jeugdhulplandschap in onze regio en onderscheiden zich van elkaar qua doelgroep en aanpak.

2.3.2 Sturen op de uitvoering 2.1 Contractmanagement De SOJ heeft in 2021 het contractmanagement uitgevoerd op de overeenkomsten jeugdhulp en jeugdbescherming/jeugdreclassering. Nee-tenzij regeling Iedere jeugdhulpaanbieder heeft een budget toegekend gekregen. Binnen dit budget kon de aanbieder de jeugdhulp bieden aan jeugdigen. Wanneer een jeugdige om zwaarwegende redenen hulp nodig had bij de desbetreffende aanbieder kon een 'neetenzij'-regeling worden aangevraagd. Binnen deze regeling kon de aanbieder, voor een individuele jeugdige boven het toegekende budgetplafond jeugdhulp inzetten. In 2021 is de "nee-tenzij"-regeling strenger toegepast. De SOJ heeft hier veel tijd aan besteed binnen het contractmanagement. Het interne werkproces is aangepast, het toezicht op de uitvoering door jeugdhulpaanbieders is geïntensiveerd. Dit bleek voor jeugdhulpaanbieders en de SOJ een zeer arbeidsintensief, administratief proces. In 2021 hadden 78 aanbieders in de loop van het jaar een cliëntenstop voor één of meer gecontracteerde percelen en is er in totaal voor afgerond 2.500 jeugdigen gebruik gemaakt van de "nee-tenzij"-regeling met een totale budgettaire omvang van 8.6 miljoen euro. In 2021 heeft de SOJ een normenkader ontwikkeld dat is opgenomen in de vernieuwde overeenkomsten voor 2022. Hiermee komt de "nee-tenzij"-regeling te vervallen met ingang van 2022.

Het normenkader bestaat uit de volgende elementen:  duur en intensiteit van de jeugdhulp wordt gemaximeerd bij 28 diensten;  voor complexe/specialistische jeugdhulp is de doelstelling om de kosten met 5% per cliënt te laten dalen, opgenomen in de overeenkomst;  aangepaste regels over ‘stapelen’ van diensten;  aanscherping van de kwaliteitseisen (zoals opleidingseisen en personele mix);  aanscherping van samenwerkingsafspraken en realiseren van passende jeugdhulp. Beschikbaarheidswijzer en aanpak wachttijden In 2021 zijn in opdracht van de SOJ de app en website van de Beschikbaarheidswijzer voor Zuid-Holland Zuid ontworpen, ingericht en geïmplementeerd. Aanbieders wisten onderling niet van elkaar wie er wachtlijsten heeft en wie niet. Ook de verwijzers hadden geen overzicht. In de regio is sinds mei 2021 de beschikbaarheidswijzer geïntroduceerd. Deze handige tool geeft inzicht in de wachttijden van jeugdhulpaanbieders (per zorgsoort) en kan worden geraadpleegd om jeugdigen en ouders gerichter door te verwijzen naar organisaties zonder hulpvraag. Ook kunnen de aanmeldbureaus van aanbieders deze tool raadplegen om bij (oplopende) wachttijden jeugdige en ouders door te verwijzen naar collega aanbieders zonder wachttijden. Ongeveer 120

Gemeenschappelijke Regeling Dienst Gezondheid & Jeugd Zuid-Holland Zuid | Jaarstukken 2019 GR DG&J

40

jeugdhulpaanbieders staan in de beschikbaarheidswijzer geregistreerd en daarvan heeft ongeveer 70% de al dan niet aanwezige wachttijd opgegeven. Verwijzers met inzicht in deze wachttijd kunnen de duur meewegen bij het afgeven van een verwijzing. Hiermee dragen we bij aan voldoende beschikbare jeugdhulp voor en nabij de jeugdigen en gezinnen in de regio. Er is een analyse gemaakt van de wachtlijstproblematiek en in werkgroepen zijn initiatieven gestart om de wachtlijsten te reduceren. De volgende acties zijn ingezet:  In een pilot is in oktober '21 de dienst basis GGZ verruimd in aantal uren met als doel de opwaartse druk naar de specialistische GGZ te voorkomen. Deze wijziging is ook opgenomen in de nieuwe contracten per 2022;  Voor de regio is een psychiater beschikbaar gesteld voor consultatie en om de follow-up consulten rond medicijncontrole uit te voeren. Deze controle kost psychiaters tijd en daarmee worden interne wachttijden voor jeugdigen onnodig lang en wordt langer dan noodzakelijk medicatie gebruikt;  Voor de oplopende wachttijden binnen de Kinderdagcentra is bij de contractering per 1 januari in de deelovereenkomst de verplichting opgenomen dat de aanbieders voor dagvoorzieningen samenwerkingsafspraken maken met het onderwijs over in- door en uitstroom tussen dag- en onderwijsvoorzieningen en Wet Langdurige Zorg.

Businesscase H153/H129 De SOJ heeft samen met de Stichting Jeugdteams ZHZ een businesscase opgesteld om de inzet van Gespecialiseerde Begeleiding (H153) en Gedragswetenschapper (H129) te beperken/normaliseren. Wanneer een aanbieder ophoging van de inzet vraagt, toetst de Stichting Jeugdteams of de zorg noodzakelijk is. Hiermee dragen we bij aan een doelmatige inzet van middelen. De afspraken in het kader van de businesscase zijn door middel van een wijzigingsdocument opgenomen in de overeenkomst met aanbieders. De SOJ heeft een monitor opgezet voor de controle op het nakomen van deze afspraak. Het nakomen van de afspraak werd tijdens de contractbeheergesprekken met de aanbieders besproken. De toegepaste normering heeft geleid tot een substantiële afname van de overschrijdingen van de norm in 2021:  bij 78 van de 1.043 cliënten die Gespecialiseerde Begeleiding ontvangen, is de norm overschreden. Daarbij was de overschrijding voor 54 cliënten toegestaan. In totaal is in 2021 de norm voor 5,2% van de cliënten (betaald) overschreden, tegenover 23,3% in 2020;  bij 54 van de 210 cliënten waarvoor een Gedragswetenschapper is ingezet, is de norm overschreden. Daarbij was de overschrijding voor 29 cliënten toegestaan. In totaal is in 2021 de norm voor 13,8% van de cliënten (betaald) overschreden, tegenover 72,6% in 2020.

Acute GGZ voor jeugd Eind 2020, begin 2021 werd landelijk een noodsignaal afgegeven over de toename van de inzet van acute GGZ interventies, vermoedelijk als gevolg van de beperkende maatregelen in het kader van COVID-19. De SOJ heeft namens de regio ZHZ samen met de andere jeugdhulpregio's in Zuidwest1, in korte tijd met de betreffende aanbieders een plan van aanpak opgesteld en uitgevoerd voor het borgen van de beschikbaarheid van De regio Zuidwest wordt gevormd door de jeugdhulpregio's Haaglanden, Holland Rijnland, Midden Holland, Rijnmond en Zuid-Holland Zuid. 1

Gemeenschappelijke Regeling Dienst Gezondheid & Jeugd Zuid-Holland Zuid | Jaarstukken 2019 GR DG&J

41

acute GGZ-interventies voor jeugdigen. Het ministerie van VWS heeft extra middelen ter beschikking gesteld via de coördinerende gemeente Rotterdam, voor het opstellen en uitvoeren van het plan. Contractmanagement vervoer De SOJ heeft Stroomlijn gecontracteerd voor het uitvoeren van de beheer- en regierol ten aanzien van het voorzien in vervoer van jeugdigen naar en van jeugdhulplocaties. De uitvoering van het vervoer via Stroomlijn is in 2021 naar verwachting (en ondanks COVID-19-perikelen nagenoeg vlekkeloos) verlopen. Contract- en leveranciersmanagementsysteem (CLM) De SOJ gebruikt een CLM ter ondersteuning van het contractmanagement. Eind 2021 is de SOJ begonnen met het aanpassen en inrichten van het CLM op basis van de vernieuwde contractering 2022. Het uitvoeren van CLM draagt bij aan het realiseren van de doelstellingen die SOJ stelt ten aanzien van jeugdhulp. Samen sturen De SOJ heeft in 2021 in samenspraak met gemeenten een werkwijze ontwikkeld voor het gezamenlijk uitvoeren van het contractmanagement vanaf 2022. Het rapport "Samen Sturen" biedt heldere samenwerkingsafspraken en kaders voor het gezamenlijk uitvoeren van het contractmanagement. Samen sturen komt er in de praktijk als volgt uit te zien: 1. De SOJ organiseert branchegerichte teams van SOJ en gemeenten, die zich richten op ontwikkelingen en uitdagingen in een deelgebied (branche) van de jeugdhulp.

Iedere gemeente participeert in één of meerdere brancheteams. 2. Medewerkers van gemeenten sluiten vanuit deze brancheteams aan bij contractmanagementgesprekken van de SOJ met relevante aanbieders (geselecteerd op basis van omvang en regionaal belang). 3. Gemeenten sluiten op eigen verzoek aan bij contractmanagementgesprekken van de SOJ met aanbieders met groot lokaal belang. 4. Gemeenten participeren in het collectief contractmanagement van de SOJ, zoals ingericht in het kader van de vernieuwde contractering 2022. 2.2 Bekostiging en toewijzing De SOJ heeft de uitgevoerde jeugdhulp en jeugdbescherming/jeugdreclassering bekostigd en toegewezen. Bekostiging Voor een terugblik op de bekostiging van de jeugdhulp en jeugdbescherming/jeugdreclassering in 2021 verwijzen wij u naar de financiële paragraaf in deze jaarstukken. Berichtenverkeer Op basis van het berichtenverkeer wijst de SOJ jeugdhulp toe en kunnen aanbieders hun inzet declareren. Het berichtenverkeer vormt de basis voor het monitoren van de uitgaven aan jeugdhulp. Met de jaarovergang van 2020 naar 2021 heeft de SOJ verdere aanpassingen doorgevoerd in de toepassing van het landelijk berichtenverkeer (versie 3.0), zodat er meer wordt aangesloten bij de landelijke standaard van het berichtenverkeer en het

Gemeenschappelijke Regeling Dienst Gezondheid & Jeugd Zuid-Holland Zuid | Jaarstukken 2019 GR DG&J

42

standaardadministratieprotocol (SAP) van het landelijke ketenbureau i-sociaal domein. Hiermee draagt de SOJ bij aan administratieve lastenverlichting voor aanbieders. Toewijzingssystematiek Vanuit het landelijke programma 'Ontregel de Zorg' is aangegeven dat de werkwijze met zorgprofielen in onze regio niet voldoet aan de landelijke standaard. De SOJ heeft in 2021 een nieuwe systematiek ontwikkeld die voldoet aan de landelijke standaard. Met de nieuwe werkwijze van specifiek en a-specifiek toewijzen van jeugdhulp, sluit de regio vanaf 2022 optimaal aan bij de landelijke standaard van het berichtenverkeer en het administratieprotocol. Daarnaast biedt de nieuwe manier van toewijzen op cliëntniveau meer sturingsmogelijkheden voor de verwijzers (van Stichting Jeugdteams en gecertificeerde instellingen). Dit was een belangrijk bestuurlijk uitgangspunt voor de vernieuwde contractering. Fraudepreventie De SOJ beschikt over een pallet aan controle-instrumenten om fraude tegen te gaan. Zo worden alle zorgdeclaraties geautomatiseerd gecontroleerd en moeten aanbieders volgens een landelijk protocol zorgdragen voor een goedkeurende accountantsverklaring bij hun productieverantwoording. Voor aanbieders die daarvan zijn vrijgesteld vanwege de lage omvang van de door hen geleverde jeugdhulp, controleert de externe accountant van de DGJ steekproefsgewijs de geleverde zorg.

Voor het persoonsgebonden budget (PGB) voert een externe partij een separate controle uit. Desondanks is het mogelijk dat aanbieders zorg declareren die niet geleverd is of anderszins wegens administratieve fouten onjuist declareren. In 2021 heeft het algemeen bestuur besloten geen verdergaande detail-/materiële controle uit te voeren bij aanbieders en ontvangers van jeugdhulp en in plaats daarvan voor een aantal aanbieders met behulp van een externe partij jaarrekeninganalyses uit te voeren en daaruit voortkomende signalen te bespreken met de zorgaanbieders. De SOJ is in 2021 gestart met het voorbereiden hiervan. Rechtmatigheidstoets persoonsgebonden budget (PGB) De SOJ heeft afgelopen jaar een externe partij (Zorg Lokaal) gecontracteerd om een controle uit te voeren op de PGB-uitgaven in 2021. De controle wordt in het voorjaar van 2022 uitgevoerd. De focus bij de controle zal liggen op de toets of de betaalde zorg ook daadwerkelijk en volgens afspraken geleverd is. Dit wordt vastgesteld met een combinatie van dossieronderzoek en huisbezoek en als huisbezoek niet mogelijk is via een gesprek per telefoon of beeldscherm. Hiermee wordt tevens bereikt dat er ook voor de externe accountant van de DGJ voldoende zekerheid over de prestatielevering van PGB ontstaat.

De onzekerheid over de prestatielevering PGB was één van de redenen voor een accountantsverklaring met beperking bij de jaarstukken 2020. 2.3 Monitoring De SOJ heeft in 2021 de uitvoering van jeugdhulp en jeugdbescherming/jeugdreclassering gemonitord, om zowel de SOJ als gemeenten te voorzien van sturings- en beleidsinformatie. Data-platform en data-gedreven werken De SOJ stelt haar data-platform ter beschikking aan de gemeenten in de regio voor het raadplegen van rapportages en actuele dashboards van het gebruik van jeugdhulp. In 2021 is de SOJ verder gegaan met het organiseren van maandelijkse databijeenkomsten. Tijdens deze bijeenkomsten sluiten medewerkers van de gemeenten en Stichting Jeugdteams aan om van elkaar te leren en met elkaar inzichten te verkrijgen

Gemeenschappelijke Regeling Dienst Gezondheid & Jeugd Zuid-Holland Zuid | Jaarstukken 2019 GR DG&J

43

in de beschikbare data van de SOJ. Dit wordt in 2022 gecontinueerd. Omdat het inzicht verkrijgen in data en het datagedreven werken door alle betrokkenen zeer gewaardeerd wordt, heeft de SOJ eind 2021 een extra data-analist aangetrokken. Dit maakt het mogelijk om de dienstverlening richting gemeenten uit te breiden en continu verder door te ontwikkelen. Verder is de technische vereenvoudiging van het dataplatform in 2021 afgerond. Dit maakt een verdere ontwikkeling van rapportages en dashboards op het dataplatform mogelijk. Eind 2021 is een start gemaakt met de voorbereidingen om de nieuwe inkoopafspraken te implementeren op het nieuwe dataplatform en waar dat mogelijk is trends en ontwikkelingen van de afgelopen jaren te vertalen naar de vernieuwde contractering 2022. Verbreding data-platform naar DGJ In 2021 heeft de SOJ in samenwerking met de DGJ een project uitgevoerd om inzichten te verkrijgen in de beschikbare data die binnen de DGJ aanwezig zijn over het handelingsperspectief van kwetsbare jongeren na de COVID-19 periode. Vanuit deze samenwerking is parallel aan het project ook een stap gemaakt om voor Leerplicht- en Voortijdig Schoolverlaten (LVS) de beschikbare data te implementeren op het regionaal dataplatform. Vervolgens zijn er dashboards ontwikkeld die begin 2022 beschikbaar worden gesteld aan de gemeenten.

In 2022 wordt de samenwerking met LVS uitgebouwd en het data-gestuurd werken voor LVS verder geïmplementeerd. Een soortgelijk traject heeft plaatsgevonden voor Veilig Thuis (VT). In het laatste kwartaal van 2021 is, onder regie van de SOJ, een data-analist gestart die zich focust op de informatiebehoefte van VT. Daar is in het laatste kwartaal van 2021 voortgang geboekt met betrekking tot de maand- en jaarrapportages. In 2022 zal er met de data van VT ook een stap worden gezet richting het regionale dataplatform voor de verdere implementatie, ontsluiting en borging van rapportages en dashboarding. Zowel voor LVS als voor VT gebeurt dit in nauwe samenwerking met de SOJ en de betrokken leveranciers, zodat er één standaard en integrale basis voor informatievoorziening en informatiemanagement wordt geïmplementeerd binnen de DGJ. Deze basis is noodzakelijk voor het verbreden van de implementatie van het datagedreven werken. Ook bij de COVID-19 crisisorganisatie is voor de lange termijn een inventarisatie uitgevoerd naar de informatiebehoefte en de borging van de beschikbare databronnen. Organisatievoorstel inrichting IV/IM DGJ Ter voorbereiding op de voorgenomen invlechting van de SOJ in de DGJ, heeft de SOJ een organisatievoorstel opgesteld voor informatievoorziening (IV) en informatiemanagement (IM).

Het voornemen is dat er na de invlechting één integrale afdeling informatievoorziening/informatiemanagement gevormd wordt die de DGJ in de volle breedte ondersteunt. De voorstellen zijn op het moment van schrijven aangeboden aan de OR voor een adviesaanvraag. Marktconsultatie backoffice-applicatie Een goed functionerende backoffice applicatie is essentieel voor de uitvoering van de jeugdwet. Met deze applicatie worden alle jeugdhulptoewijzingen verwerkt en geregistreerd. Ook wordt deze applicatie ingezet voor de controle en het betalen van de declaraties van jeugdhulpaanbieders.

Gemeenschappelijke Regeling Dienst Gezondheid & Jeugd Zuid-Holland Zuid | Jaarstukken 2019 GR DG&J

44

In 2021 heeft de SOJ een marktconsultatie uitgevoerd voor haar backoffice-applicatie van Stipter. Het doel was herijking en toetsing van de applicatie en tevens van de geldende contractvoorwaarden aan de markt. De uitkomst van deze marktconsultatie heeft de SOJ doen besluiten om in 2022 een aanbestedingstraject op te starten voor de backoffice-applicatie. Implementatie wetswijziging woonplaatsbeginsel In de tweede helft van 2021 heeft de SOJ de voorbereidingen getroffen voor de implementatie van de wetswijziging woonplaatsbeginsel. Vanaf 2022 is het woonplaatsbeginsel niet meer gebaseerd op de woonplaats van de gezagsdrager van een jeugdige, maar op de woonplaats waar de jeugdige staat ingeschreven op het moment van de zorgvraag. De wetswijziging zorgt ervoor dat er administratief jeugdigen 'verhuizen' tussen gemeenten in heel Nederland. Het is een intensief administratief proces om te achterhalen welke jeugdigen administratief verhuizen. Naar verwachting loopt het administratief 'verhuizen' van jeugdigen nog door in de eerste helft van 2022. Cliëntervaringsonderzoek De SOJ is verantwoordelijk voor het uitvoeren van het verplichte cliëntervaringsonderzoek namens de tien gemeenten. Dit onderzoek dient om de cliënttevredenheid te monitoren, signalen (positief dan wel negatief) op te vangen en bij te sturen waar nodig.

De SOJ heeft het onderzoek in 2021 laten uitvoeren door Zorgfocus. Het onderzoek gaat daarmee over jeugdhulp dat in 2020 is ingezet. De responsecijfers lagen op een vergelijkbaar niveau als de vorige jaren. In de antwoorden van ouders en jeugdigen, bijvoorbeeld aangaande de tevredenheid over de jeugdhulp, zijn niet sterk veranderd. De resultaten zijn daarmee, ondanks de ingezette verbetering, nog lastig te vertalen naar noodzakelijke beleidsaanpassingen. Daarom is een werkgroep in 2021 gestart met het voorbereiden van een andere aanpak van het onderzoek. De werkgroep, bestaande uit gemeenten, Stichting Jeugdteams en cliëntvertegenwoordigers heeft onder leiding van de SOJ de uitvoering van een narratief cliëntervaringsonderzoek voorbereid. De uitvoering van dit onderzoek start in de loop van 2022. 2.4 Bezwaar en beroep Als uitwerking van de AEF-rapportage over de governance in Zuid-Holland Zuid, hebben gemeenten in 2021 zelf de regie genomen over de lokale verordening en nadere regels. Gemeenten stemmen dit onderling af om de noodzakelijke regionale samenhang te behouden. De SOJ heeft signalen en kennis gedeeld en meegedacht bij het opstellen van de verordening en nadere regels. De SOJ heeft de gemeenten in 2021 gefaciliteerd voor bezwaar en beroep.

Bezwaarschriften De ingekomen bezwaarschriften zijn behandeld door de bezwaarschriftencommissie Jeugd ZHZ, ondersteund door de secretaris van de commissie (jurist Juridisch Kenniscentrum). De bezwaarschriftencommissie Jeugd ZHZ maakt een eigen jaarverslag over 2021. In 2021 zijn er in totaal achttien bezwaarschriften ingekomen, waarvan er zeven zijn ingetrokken en vijf ongegrond zijn verklaard. Eén zaak is gegrond verklaard en één

Gemeenschappelijke Regeling Dienst Gezondheid & Jeugd Zuid-Holland Zuid | Jaarstukken 2019 GR DG&J

45

bezwaarschrift bleek kennelijk niet-ontvankelijk. Dit betekent dat er nog vier bezwaarschriften in behandeling zijn. Van de achttienbezwaarschriften ging het in drie gevallen om een PGB sociaal netwerk, in zeven gevallen om een PGB-zorgaanbieder (totaal 10 PGB) en in één geval was het bezwaarschrift gericht tegen een besluit Zorg in Natura (ZiN). Er stonden nog twee zaken open uit voorgaande jaren. Na een uitspraak in hoger beroep door de Centrale Raad van Beroep is er een schikking getroffen met betrokkene. Betrokkene heeft als gevolg hiervan in 2021 twee bezwaarschriften (die aangehouden waren) uit eerdere jaren, ingetrokken. Beroepschriften De ingekomen (hoger) beroepschriften en voorlopige voorzieningen zijn behandeld door het Juridisch Kenniscentrum van het Servicecentrum Drechtsteden ondersteund door de Stichting Jeugdteams ZHZ en de SOJ ZHZ. In 2021 zijn zevenzaken bij de Rechtbank Rotterdam ingediend. Daarvan zijn er twee voorlopige voorzieningen hangende een bezwaarschrift ingediend die door de rechtbank ongegrond zijn verklaard. Er zijn drie beroepschriften ongegrond verklaard en er is één schikking getroffen. Naar verwachting zal het nog openstaande beroep in 2022 worden behandeld. Er zijn er drie hoger beroepschriften bij de Centrale Raad van Beroep ingekomen. Daarvan zijn er twee gegrond verklaard en in één zaak is er tot een schikking gekomen.

Eén uitspraak bij de Centrale Raad voor Beroep is belangrijk in het kader van rechtsontwikkeling: In ECLI:NL:CRVB:2021:1327 is uiteengezet dat artikel 2.3, eerste lid, van de Jeugdwet geen ruimte biedt voor een beoordeling van de financiële draagkracht van een gezin om het zelf verlenen van de jeugdhulp mogelijk te maken: r.o. 4.5 “De Raad is van oordeel dat de in artikel 2.3, eerste lid, van de Jw bedoelde maatstaven eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen van de ouder(s) geen ruimte bieden voor een beoordeling van de financiële draagkracht van een gezin om zelf jeugdhulp te kunnen verlenen. Een dergelijke vergaande interpretatie vindt in de tekst noch in de geschiedenis van totstandkoming van de Jw steun. Het oordeel dat een dergelijke interpretatie wel mogelijk is, gaat de rechtsvormende taak van de rechter te buiten. Het standpunt van het college dat met zijn beredenering een nadere invulling is gegeven aan hetgeen is overwogen in de uitspraak van de Raad van 17 juli 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:2362 verwerpt de Raad. De overweging zoals opgenomen in rechtsoverweging 4.5. van de betreffende uitspraak is niet bedoeld om een financiële draagkrachtmeting mogelijk te maken.” Dit betekent dat onderzoek naar het gezinsinkomen zoals eerder vormgegeven was in deze regio (op grond van de Nibud-norm) en zoals vastgelegd was in de lokale regelgeving, niet is toegestaan.

De CRvB oordeelt dat er geen ruimte is binnen de Jeugdwet om de financiële draagkracht te beoordelen. De gemeenten in Zuid-Holland Zuid zijn naar aanleiding van deze uitspraak per direct gestopt met het uitvoeren van het onderzoek naar het gezinsinkomen (vanaf juni 2021). De lokale regelgeving wordt naar verwachting in 2022 aangepast.

Gemeenschappelijke Regeling Dienst Gezondheid & Jeugd Zuid-Holland Zuid | Jaarstukken 2019 GR DG&J

46

In beide hoger beroepen die ongegrond zijn verklaard door de CRvB, speelde het onderzoek naar het gezinsinkomen een rol. In de ene situatie is een extern onderzoeksbureau ingehuurd om de jeugdhulp in kaart te brengen. In de andere situatie is er tot een schikking gekomen tussen het college en de cliënt en diens gemachtigde en is een schikkingsbesluit genomen door het college van burgemeester en wethouders.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.papendrecht.nl/api/v1/meetings/491/documents/8657