CConstaterende datPapendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

5. Ontwerpbegroting 2026-2029 GRS.pdf

Raadsvergadering Papendrecht 3 juli 2025, gemeente PapendrechtBij agendapunt: 14: Verbonden Partijen - Voorstel35.543 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Primaire begroting 2026-2029 Gemeenschappelijke Regeling Sociaal CONCEPT

INHOUDSOPGAVE 1 Inleiding .................................................................................................................. 4 1.1 Voorwoord ..................................................................................................................................... 4 1.2 Landelijke en regionale ontwikkelingen ......................................................................................... 5 1.3 Budgettaire kaders en uitgangspunten .......................................................................................... 7 1.4 Maatregelen en ombuigingen ........................................................................................................ 9 1.5 Samenvatting financiële resultaten ............................................................................................. 11

2 Programmabegroting .......................................................................................... 18 2.1 Dienstverlening ............................................................................................................................ 19 2.2 Bestaanszekerheid versterken .................................................................................................... 24 2.3 Ontwikkelen naar werk ................................................................................................................ 33 2.4 Zorgen voor ondersteuning ......................................................................................................... 41 2.5 Bedrijfsvoering ............................................................................................................................. 49 2.6 Algemene dekkingsmiddelen ...................................................................................................... 57 2.7 Vennootschapsbelasting ............................................................................................................. 57

3 Paragrafen ............................................................................................................ 57 3.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing ................................................................................. 57 3.2 Onderhoud kapitaalgoederen ...................................................................................................... 60 3.3 Financiering ................................................................................................................................. 61 3.4 Bedrijfsvoering ............................................................................................................................. 63 3.5 Rechtmatigheid ............................................................................................................................ 67 3.6 Openbaarheidsparagraaf............................................................................................................. 68 3.7 Verbonden Partijen ...................................................................................................................... 69

4 Financiële begroting............................................................................................ 73 4.1 Overzicht van baten en lasten ..................................................................................................... 73 4.2 Toelichting baten en lasten.......................................................................................................... 75 4.3 DVO's .......................................................................................................................................... 76 4.4 Financiële positie ......................................................................................................................... 79 4.5 Verdeelsleutels ............................................................................................................................ 80 4.6 Investeringsplan .......................................................................................................................... 81 4.7 Overzicht per taakveld ................................................................................................................. 82

5 Vaststelling .......................................................................................................... 84 6 Bijlagen................................................................................................................. 86 Bijlage A Bijdragen per gemeente per Opgave ................................................................................. 86 Bijlage B Bijdragen per gemeente per taakveld ................................................................................ 87 Bijlage C Meerjarenbijdrage per gemeente ....................................................................................... 88 Bijlage D Ramingsuitgangspunten per Opgave ................................................................................ 92 Bijlage E Verplichte BBV-beleidsindicatoren ..................................................................................... 92

2

Bijlage F Begrotingssubsidies ........................................................................................................... 94

3

1 Inleiding

1.1 Voorwoord Roerige tijden vragen om nieuw realisme We bevinden ons momenteel in roerige tijden. Externe ontwikkelingen en spanningen vormen een risico voor de Nederlandse economie en financiële stabiliteit en zouden kunnen leiden tot lagere economische groei, inflatie en afnemende koopkracht. Deze internationale ontwikkelingen zijn tot in het dagelijks leven van inwoners goed voelbaar door hogere prijzen in de supermarkt, bij de benzinepomp en een hogere energierekening. Deze laatste zit nog vers in het geheugen toen oplopende spanningen twee jaar geleden zorgden voor extreem hoge energieprijzen en daarmee een energie- bestaanszekerheidscrisis. Vele inwoners konden de energierekening niet meer betalen en kwamen hierdoor in ernstige problemen. De positie van gemeenten bij dergelijke crises is onmiskenbaar. Gemeenten spelen een essentiële rol in bij de ondersteuning van inwoners in nood. Of het nu gaat om het opvangen van ontheemden is of financiële hulp bij de energiecrisis. De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) 1 geeft aan dat Nederland kostbare inspanningen zal moeten plegen om overeind te blijven in een turbulentere wereld en het roerige politieke vaarwater zal steeds vaker de binnenlandse verhoudingen raken. De drie vaste onderliggende belangen van ons land: “Waarden, weerbaarheid en welvaart”, zijn niet meer vanzelfsprekend met elkaar in evenwicht.

Overheden zullen ook manieren moeten vinden om keuzes te maken en deze keuzes te legitimeren. Nederland heeft zich op een nieuwe realiteit te organiseren en dat is ook van toepassing op het gemeentelijke en regionale schaalniveau. Ravijnjaar 2026 en politieke koers Tegelijkertijd met bovenstaande externe ontwikkelingen staan gemeenten voor een grote financiële uitdaging. Vanaf 2026 zal de financiële positie van gemeenten verder onder druk komen te staan door de geplande korting van de rijksoverheid op het gemeentefonds. Het jaar 2026 staat ook wel bekend als het ravijnjaar. Daarnaast zal de verwachte herverdeling van het gemeentefonds negatieve gevolgen hebben voor gemeenten en derhalve ook voor de Drechtstedengemeenten én daarmee de Gemeenschappelijke Regeling Sociaal. Daarbij is er ook sprake van een andere landelijke politieke realiteit dan voorheen, het kabinet Schoof vaart een andere koers dan voorgaande kabinetten. Het beleidslandschap waarin gemeenten én daarmee de GR Sociaal is volop in beweging met diverse wetsvoorstellen én ontwikkelingen maar met geringe of zonder financiële middelen. Het brede sociale domein is ook in beweging.

De bewegingen zijn onder andere ingegeven door de houdbaarheid van de gezondheidszorg, de afstand tussen de leefwereld en systeemwereld, de groeiende bestaanszekerheidsproblematiek, het tekort aan woonruimte, de mismatch tussen de arbeidsmarkt en inwoners zonder werk en de grote tekorten op diezelfde arbeidsmarkt. Dit kabinet werkt eveneens aan oplossingen van deze vraagstukken. Enkele voorbeelden hiervan zijn het wetsvoorstel Participatiewet in balans, Pro-actieve dienstverlening SZW, diverse zorgakkoorden en de vervanging van het abonnementstarief Wmo. Tegelijkertijd is de focus van het rijk gericht op de gemeentelijke dienstverlening, waaronder de basisdienstverlening schuldhulpverlening en is er veel aandacht voor de verschillen in het gemeentelijk armoedebeleid en regelingen. Nieuw realisme In deze tijden van externe ontwikkelingen, financiële en personele krapte én vernieuwing van of extra taken is het dan ook cruciaal om prioriteiten te stellen, krachten te verenigen én in te zetten op het vergroten van de weerbaarheid van de samenleving. Dit vraagt om nieuw realisme waarbij de belangen van inwoners en de samenleving als geheel zorgvuldig moeten worden afgewogen.

Wat is haalbaar en betaalbaar, hoe zorgen we gezamenlijk voor weerbaarheid en welke maatregelen zijn nodig om een toekomstbestendig sociaal domein te waarborgen? Wanneer gekeken wordt naar de Drechtstedelijke situatie, werkt de GR Sociaal middels de bestuurlijke opdracht 'Een toekomstbestendig sociaal domein', samen met de 1 Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR), “Nederland in een fragmenterende wereldorde”, 2024

4

Drechtstedengemeenten aan ombuigingen door mogelijkheden in kaart te brengen die bijdragen aan het beheersbaar houden van de kosten en personele druk binnen het sociaal domein. Inzet hiervan is dat ondersteuning voor inwoners die dat nodig hebben beschikbaar blijft. Hierbij zijn kansen gesignaleerd op het gebied van beleidsaanpassingen, uitvoering en bedrijfsvoering. Maar ook worden er nieuwe samenwerkingsmogelijkheden onderzocht. In het afgelopen jaar zijn al verschillende initiatieven en acties ondernomen, die ook in het komende jaar worden voortgezet, zoals het herontwerpen van uitvoeringsprocessen om de ondersteuning en dienstverlening effectiever en efficiënter in te richten. De inzet van herstelgerichte ondersteuning is ook een van de voorbeelden om de doelstelling te behalen. De aanpak heeft politiek stof doen opwaaien en is in afwachting van politieke besluitvorming. Vraagstuk is of de geformuleerde maatregelen gezien de huidige financiële en politieke situatie voldoende zullen zijn. De zoektocht naar ombuigingen, maatregelen en besparingen gaat onverminderd door waarbij reflectie zal plaatsvinden op de bestuursopdracht.

Paradoxaal is wel dat tegelijkertijd de huidige governance-structuur zorgt, in combinatie met beleidskeuzes en de hoeveelheid initiatieven, pilots en projecten, voor een toenemende druk op beleid en uitvoering, hetgeen invloed heeft op efficiëntie en effectiviteit. Daarnaast speelt ook de impact van onderzoek voor de organisatie waarvan de uitkomsten worden afgewacht. Tot slot Eén ding is zeker de komende jaren zullen we ook in de Drechtsteden voor grote uitdagingen staan die we gezamenlijk moeten bepalen en aangaan om zodoende te zorgen voor een toekomstbestendig sociaal domein. Samen, als gemeenten én GR Sociaal, zullen we moeten inzetten op het versterken van de weerbaarheid van kwetsbare inwoners om zodoende de dienstverlening te kunnen blijven leveren. Dit vraagt scherpere keuzes en het aanbrengen van focus en kan tot gevolg hebben dat eerder gestelde doelen en speerpunten kunnen veranderen of worden bijgesteld 2. Er moet worden zorggedragen voor een stevige basis en uitvoerbare dienstverlening met haalbare doelen maar ook moet worden ingezet op de weerbaarheid van onze inwoners en de kracht van het netwerk en de samenleving. Gebruik maken van elkaars krachten, elkaar helpen en vertrouwen is essentieel in tijden van crisis.

Samen staan we immers sterker! 1.2 Landelijke en regionale ontwikkelingen Focus op onze publieke waarde De doelen in deze begroting hebben we steeds per opgave beschreven wat ons maatschappelijk gezien voor ogen staat, hoe we die doelen gaan bereiken en welke acties we daarvoor ondernemen. Ook de onderlinge samenhang tussen de doelen per opgave, het opgave-overstijgende aspect, is van cruciaal belang. Als publieke organisatie opereren we steeds in een politieke context die snel kan veranderen en kan er spanning ontstaan tussen de zaken die wij ons voorgenomen hebben te gaan doen en de politieke opinie die wij te verwerken krijgen. Ook hiervoor geldt dus dat het verstandig is om steeds in verbinding te blijven met de politieke en maatschappelijke context waarin we ons bevinden en te blijven onderzoeken waar veranderingen kunnen optreden en hoe we die moeten incorporeren. Net als onze inwoners willen wij natuurlijk ook een stabiel en voorspelbaar bestaan: de manier om daar geen stress van te krijgen is de beweeglijkheid in onze organisatie hoog te houden en desondanks op koers te blijven. Voor de doelen in deze begroting betekent dit dus: blijf onderzoeken of de gekozen doelstellingen en vertaling daarvan naar acties nog steeds passend zijn in de actuele context en veer mee/ stel bij waar dit nodig is.

Ondersteuning aan inwoners De samenleving en haar complexiteit maakt het voor inwoners soms moeilijk om mee te doen of rond te kunnen komen. Het is belangrijk dat ieder mens de ondersteuning krijgt die nodig is zoals hulp bij financiën of het krijgen van dagbesteding of werk maar ook ondersteuning om zelfstandig te kunnen blijven. Vanuit de maatschappelijke opgaven zetten we samen met onze partners én de inwoner in op ontwikkelen, ondersteunen en versterken van inwoners op het gebied van werk, zorg en bestaanszekerheid. Hierbij worden inwoners en partners niet alleen betrokken bij beleid maar gaat het juist om betrokkenheid bij partners en inwoners.

2 Indien dit het geval is zal dit worden meegenomen in de voorjaarsbrief van 2025.

5

Centrale thema's hierbij zijn het terugbrengen van de menselijke maat in wet- en regelgeving en dienstverlening, minder complexiteit door vereenvoudiging en uitgaan van vertrouwen. Deze thema's worden ook teruggezien in landelijke ontwikkelingen zoals o.a. het wetsvoorstel Participatiewet in balans, een Nationaal Programma Armoede en Schulden, het wetsvoorstel Proactieve dienstverlening SZW, het wetsvoorstel Domein overstijgende samenwerking. Om de inwoners te kunnen voorzien van goede ondersteuning is integrale samenwerking binnen de opgaven noodzakelijk. Het ontwikkelen naar werk gaat hand in hand met het versterken van bestaanszekerheid en het zorgen voor ondersteuning. Zodoende wordt zorggedragen dat iedereen kan meedoen en participeren in de samenleving. Bij het ontwikkelen naar werk staan in dit kader drie grote ontwikkelingen centraal. Deze zijn het verder ontwikkelen van passend re-integratie en participatiebeleid, de transitie van Drechtwerk naar ontwikkelbedrijf en het Werkcentrum Drechtsteden. Daarbij spelen de landelijke wijzigingen van de Participatiewet ook een grote rol. Hetzelfde geldt voor bestaanszekerheid, ook hier zijn de wijzigingen van invloed op de bestaanszekerheid van inwoners.

Centraal staat het zorgdragen voor een zeker bestaan door inzet op het bieden van een voorspelbaar inkomen, duidelijkheid en eenvoud maar ook op het voorkomen, vroegtijdig signaleren & oplossen van schulden. Door inzet van o.a. pro-actieve dienstverlening zoals de bestaanszekerheidsgesprekken worden de domeinen van bijstand, zorg en schulden integraal verbonden. Daarnaast draagt het bij aan het verminderen van de complexiteit, het niet gebruik van regelingen of noodzakelijke dienstverlening én het voorkomen van grotere problematiek bij inwoners. Met de ontwikkeling van het Samenwerkplein wordt deze inzet versterkt door de verbinding en samenwerking met (landelijke) partners om zodoende inwoners optimaal en breed te kunnen ondersteunen bij vraagstukken en dienstverlening. Dit sluit aan bij de landelijke ontwikkelingen en veranderingen in dienstverlening en mensbeeld. Er is meer ruimte en oog voor de menselijke maat, vertrouwen en eenvoud, hetgeen ook teruggezien wordt in lopende wetstrajecten zoals Participatiewet in balans. Voorbeelden hiervan uit voorgenoemd wetsvoorstel zijn een wettelijke vrijstelling van giften, harmonisering van bijverdiengrenzen maar ook het bieden van ruimte voor mantelzorg. Het bieden van meer ruimte voor zorgtaken als mantelzorg heeft wellicht in de toekomst ook effect op de vraag naar en de behoefte aan zorg.

De vergrijzing, de toename van chronische aandoeningen en demografische en maatschappelijke veranderingen zorgen er thans voor dat de zorgbehoefte toeneemt en verandert. De informele zorg neemt af waardoor de druk op de Wmo toe zal nemen. Tegelijkertijd bieden ontwikkelingen in o.a. het kader van preventie en technologische innovaties mogelijkheden tot demping. Vanuit de Wmo wordt daarvoor gewerkt aan de bestuurlijke opdracht Wmo waarbij de focus ligt op toegang en mogelijkheden van technologie, blended care en Individuele Begeleiding waarbij de samenwerking wordt gezocht met de lokale teams. Financieel perspectief De financiële positie van gemeenten staat onder druk. De belangrijkste oorzaak hiervan is dat de zogenaamde specifieke uitkeringen (SPUKS) grotendeels worden afgeschaft en daarbij een efficiëntiekorting korting wordt toegepast. Daarnaast zal de verwachte herverdeling van het gemeentefonds negatieve gevolgen hebben voor gemeenten. Naast de genoemde bezuinigingen nemen de uitgaven van gemeenten, o.a. door de stijgende zorgkosten, de komende jaren alleen maar toe en is er voorlopig geen zicht op een passende financiële compensatie vanuit de Rijksoverheid. Ook binnen de Drechtsteden zorgt dit ervoor dat niet alle gemeenten vanaf 2026 een sluitende begroting kunnen opstellen, het zogenaamde 'ravijnjaar'.

Hoewel er ook nog altijd de mogelijkheid is dat het uiteindelijke ravijn gaat meevallen, is besloten om aan de hand van de bestuurlijke opdracht 'Toekomstbestendig Sociaal Domein' te onderzoeken welke mogelijkheden (knoppen) er binnen de verantwoordelijkheden van de GR-Sociaal zijn om bij te dragen aan het beheersbaar houden van de kosten in het Sociaal Domein. Vooruitlopend hierop heeft de GR-Sociaal in haar begroting 2025 al maatregelen doorgevoerd die de voorziene stijging van de lasten temperen en lopen de komende jaren door. Ook in de voorliggende Begroting 2026 - 2029 is hier aandacht aan besteed.

6

1.3 Budgettaire kaders en uitgangspunten

Financieel kader Om de verbinding te versterken, stellen de gemeenten en de GR Sociaal gezamenlijk jaarlijks een uitgangspuntennotitie op. De Uitgangspuntennotitie 2026 - 2029 is 30 januari jl. vastgesteld door het Algemeen Bestuur en dient als basis voor het opstellen van de primaire begroting 2026 en voor de meerjarenraming 2027 tot en met 2029. Op deze manier zijn gemeenten tijdig betrokken in het proces om te komen tot de primaire begroting 2026 GR Sociaal. De uitgangspunten worden in deze paragraaf nader toegelicht. Reëel ramen In een primaire begroting is tevens een meerjarenraming opgenomen voor de drie volgende jaren. Het uitgangspunt voor de primaire begroting is reëel ramen, dit betekent: - Ontwikkeling <trend> van de kosten (baten en lasten) per product in de afgelopen jaren; - Ontwikkeling <trend> van de aantallen klanten per product in de afgelopen jaren. - De omvang en het niveau van de formatie op organisatieniveau wordt bepaald aan de hand van de opdracht(en) vanuit de gemeente en de op te leveren resultaten. Hierbij wordt ook permanent gekeken naar procesoptimalisatie en de mogelijkheden van automatisering om zo efficiënt mogelijk te werken. Anders dan voorgaande jaren is in de doorrekening niet langer een bandbreedte vanwege een schattingsonzekerheid op de aantallen toegepast.

Inhoudelijk compleet De primaire begroting 2026 moet zoveel mogelijk inhoudelijk compleet zijn en een zo integraal mogelijk beeld geven van de financiële consequenties. De primaire begroting 2026 kan daarom naast het bestaand beleid ook voorstellen bevatten voor nieuw en/of gewijzigd beleid. Begrotingswijzigingen Indien blijkt dat de begroting 2026 in 2025 moet worden bijgesteld op basis van het regeerakkoord, coalitieakkoorden, aangepaste CPB-ramingen of andere materiële wijzigingen, dan gebeurt dat via afzonderlijke begrotingswijzigingen die ter besluitvorming worden voorgelegd aan het Algemeen Bestuur en zoveel mogelijk via de geëigende momenten van de P&C cyclus. Financiële bijdragen gemeenten De grondslag voor de financiële bijdrage van de gemeenten aan de GR Sociaal ligt vast in de Bijdrageverordening 2023. Hierin zijn drie soorten bijdragen benoemd: 1. een bijdrage aan de uitvoeringsorganisatie Sociale Dienst Drechtsteden voor de taken en bevoegdheden uit artikel 5 van de regeling; 2. een bijdrage aan de uitvoeringsorganisatie Drechtwerk voor de taken en bevoegdheden uit artikel 6; 3. een op basis van een dienstverleningsovereenkomst (DVO) voor de taken, die buiten de taken opgenomen in artikel 5 en 6 van de regeling zijn opgenomen.

7

Verdeelsleutels Het ophalen van de eerste twee soorten bijdragen gaat aan de hand van een aantal verdeelsleutels. In 2023 zijn de verdeelsleutels van de Sociale Dienst Drechtsteden samen met de gemeenten geactualiseerd aan de hand van zeven criteria: uitlegbaar, transparant, eenvoudig, toekomstbestendig, maatwerk en integraliteit faciliteren en stabiel. Dit heeft de geresulteerd in nieuwe verdeelsleutels. Opgave/ product

Sleutel

Bestaanszekerheid versterken Inkomensondersteuning

Verhouding inkomsten BUIG

Minimabeleid

Voorcalculatie per gemeente

Maatwerkvoorziening inkomenssteun CGZ

Voorcalculatie per gemeente

Budgetadvies en schuldbemiddeling

aantal cliënten schuldhulpverlening

Ontwikkelen naar werk Participatie

BUIG aantallen 3 jaars gemiddelde

Statushouders/wet inburgering Drechtwerk*

aantal inburgeringsplichtigen aantal personen woonachtig in de betreffende gemeente met een SW-indicatie en te werk gesteld bij/via Drechtwerk

Zorg voor ondersteuning Huishoudelijke ondersteuning

Voorcalculatie per gemeente

Hulpmiddelen, Vervoer Begeleiding, kortdurend verblijf en persoonlijke verzorging WMO-uitvoeringskosten

Voorcalculatie per gemeente Voorcalculatie per gemeente Voorcalculatie per gemeente

Bedrijfsvoering Apparaatskosten/ overhead Apparaat volgt taak * In 2024 is gestart met het actualiseren van de verdeelsleutel voor Drechtwerk. Ten tijde van het opstellen van deze begroting was de uitkomst hiervan nog niet bekend. De huidige verdeelsleutel is daarom benoemd.

8

1.4 Maatregelen en ombuigingen De financiële positie van gemeenten staat onder druk als gevolg van de geplande korting door de rijksoverheid op het gemeentefonds. Dit zorgt ervoor dat gemeenten vanaf 2026 geen sluitende begroting meer kunnen opstellen, het zogenaamde 'ravijnjaar'. Om het tij te keren is in 2024 aan de hand van de bestuurlijke opdracht 'Toekomstbestendig Sociaal Domein' onderzocht welke mogelijkheden (knoppen) er binnen de verantwoordelijkheden van de GR Sociaal zijn om bij te dragen aan het beheersbaar houden van de kosten in het Sociaal Domein. Naast deze bestuurlijke opdracht, waarin we op zoek zijn naar structurele ombuigingen, waren er in de begroting 2024 en 2025 reeds een aantal maatregelen aangekondigd en de financiële consequenties hiervan verwerkt. Voorbeelden hiervan zijn de inzet van Powerful Ageing bij de Wmo, de inzet richting het lokale voorveld, maar ook de inzet op het werk-fit maken van klanten die langer dan twee jaar in de bijstand zijn, meer inzet op parttime werk, het laten uitstromen van statushouders en een pilot LKS. Daarnaast geldt vanaf het jaar 2025 een nullijn voor groei van de formatie, ondanks stijgende aantallen. Indien aan de orde worden ombuigingen en maatregelen vermeld bij de betreffende opgaven. In deze begroting zijn de maatregelen en de bijbehorende besparingen geactualiseerd.

• Bij Inkomensondersteuning is de verwachte besparing in 2026 met € 3,3 mln. naar beneden bijgesteld tot een lagere besparing van € 2,7 mln. in 2029. Oorzaak van de lagere besparing is dat in 2024 het aantal klanten met een bijstandsuitkering minder hard is gedaald dan we onszelf ten doel hadden gesteld, dit leidt tot een hoger vertrekpunt van het aantal klanten voor de Begroting 2026 en een toename van de daarmee samenhangende kosten. Als gevolg hiervan is de verwachte besparing voor 2025 en komende jaren naar beneden bijgesteld • De verwachte besparing bij Zorgen voor Ondersteuning is voor het 2026 met bijna € 0,2 mln. naar beneden bijgesteld. Aan de hand van de resultaten 2024 is een nieuwe inschatting gemaakt van de verwachte besparing. Zo zien we bij Begeleiding dat de 'beweging naar de voorkant' vooral op de lichtere vormen van individuele begeleiding en dagbesteding van toepassing is en dat herstelgerichte ondersteuning (nog) niet of nauwelijks van toepassing is op de individuele vervoersvoorzieningen. De verwachte besparing 2025 - 2029 ziet er als volgt uit: Opgave

2025

2026

2027

2028

2029

Bestaanszekerheid versterken Zorgen voor Ondersteuning Bedrijfsvoering Totaal maatregelen

2.701 593 906 4.200

5.791 1.722 1.293 8.806

8.805 1.720 1.293 11.818

11.796 1.720 1.293 14.809

14.471 1.715 1.293 17.479

(bedragen x € 1.000) Powerful Ageing In 2024 startte Powerful Ageing als pilot binnen Herstelgerichte Ondersteuning, gericht op het verlengen van zelfstandig wonen en het verminderen van Wmo-aanvragen. De pilot wordt uitgevoerd in 6 Drechtstedengemeenten en kwam in de 2e helft van 2024 goed op gang. Inmiddels zijn er in twee gemeenteraden moties aangenomen met de oproep om deze pilot te stoppen en vroegtijdig te evalueren. Het Algemeen Bestuur zal hierover met elkaar in gesprek gaan. Dit staat eind maart op de planning. Bestuurlijke opdracht Toekomstbestendig Sociaal Domein Naast de reeds genomen maatregelen zijn de ombuigingen uit de Bestuurlijke Opdracht Toekomstbestendig Sociaal Domein nog in ontwikkeling en daarom deels financieel verwerkt in de voorliggende begroting. Dit wordt hieronder toegelicht aan de hand van de drie lijnen van de Bestuurlijke Opdracht.

9

Update over lijn 1: aanpassing van de uitvoering en bedrijfsvoering In deze eerste lijn ligt de focus op het streven naar een zo efficiënt mogelijke uitvoering. De verwachting is hier circa € 3 mln. mee te besparen. De verwachte besparing van het instellen van het serviceteam bewindvoering is reeds in de Voorjaarsbrief 2025 opgenomen. In de Voorjaarsbrief is tevens aangegeven dat de GR Sociaal voor het zomerreces met een voorstel komt om de hierboven genoemde besparing te kunnen halen. Hierin worden de verwachte besparingen van het procesherontwerp en robotisering in meegenomen. Tevens zal een analyse plaatsvinden op het overschot bij de Jaarstukken 2024, waarbij nader onderzocht zal worden of er structurele besparingen mogelijk zijn. Update over lijn 2: aanpassingen in het beleidsprogramma Om de kostenontwikkeling verder te kunnen beheersen, is aanpassing van het beleidsprogramma opgenomen als onderdeel van de Bestuurlijke Opdracht. Gemeenten zijn primair verantwoordelijk voor het maken van de inhoudelijke beleidskeuzes die invloed kunnen hebben op deze geldstroom. De GR Sociaal zal een coördinerende en adviserende rol spelen bij het voorbereiden van deze gemeentelijke beleidskeuzes en zal gemeenten die beleidskaders opnieuw aan gemeenteraden willen voorleggen begeleiden.

De meeste gemeenten gaan in het eerste kwartaal van 2025, in voorbereiding voor de perspectiefnota’s, keuzes maken. Deze keuzes komen te laat voor de besluitvorming (en zienswijzeprocedure) over de voorliggende begroting. We zullen gemaakte keuzes zo snel als mogelijk verwerken in de P&C-cyclus middels een begrotingswijziging op de Begroting 2026. Update over lijn 3: Onderzoeken van kansen voor nadere samenwerking De maatregelen in lijn 3 gaan over kansen door op een andere manier samen te werken in het sociaal domein. De uitwerkingsopdrachten in lijn 3 geven inzicht in meer duurzame oplossingen. Deze kunnen uiteraard wel effect hebben op de uitvoering (lijn 1) en het beleid (lijn 2). Het helder krijgen van welke keuzes dat zijn en welke effecten dat oplevert is onderdeel van de uitwerkingsopdrachten in lijn 3. De eerste drie uitwerkingsopdrachten zijn gestart. Het streven is om deze uitwerkingsopdrachten in 2025 af te ronden, maar het is nog onbekend wanneer de concrete ombuiging zal plaatsvinden. Hierdoor zijn deze niet verwerkt in voorliggende Begroting Tot slot wordt in de Voorjaarsbrief voorgesteld om in de tweede helft van 2025 te reflecteren op de behaalde resultaten van de bestuurlijke opdracht 'Toekomstbestendig Sociaal Domein'.

10

1.5 Samenvatting financiële resultaten

Op alle beleidsterreinen stijgen de begrote gemeentelijke lasten, zo meldt het CBS op basis van een recent onderzoek naar gemeentebegrotingen. Het sociaal domein - en daarmee ook de Begroting van de GR Sociaal in het bijzonder - vormt hierop geen uitzondering. De voorliggende Begroting 2026 van GR Sociaal toont, zoals aangekondigd in de Uitgangspuntennotitie 2026, opnieuw een stijging van de gemeentelijke bijdrage. Deze stijging is voornamelijk te wijten aan kosten die moeilijk door de GR Sociaal te beïnvloeden zijn. Dit betreft onder andere de autonome groei van klantenaantallen en de ontwikkeling van loon- en prijsindexaties binnen het huidige vastgestelde beleid. Gemeenten worden hiervoor (gedeeltelijk) gecompenseerd door het Rijk. Daarnaast werken de gemeenten momenteel gezamenlijk met de GR Sociaal aan voorstellen om het sociale domein verder te optimaliseren en verder te bouwen aan een 'toekomstbestendig sociaal domein'. De GR Sociaal blijft daarbij werken aan een zo efficiënt mogelijke uitvoering en bedrijfsvoering, waarbij de gemeenten de primaire verantwoordelijkheid dragen voor het maken van inhoudelijke beleidskeuzes. Wij presenteren de voortgang en resultaten in de Najaarsbrief 2025 of via afzonderlijke begrotingswijziging(en) die in de begroting van de GR Sociaal wordt verwerkt.

Vooralsnog leidt de Begroting 2026 van de GR Sociaal tot een wijziging (verhoging) van de lasten en baten van per saldo € 22,2 mln. ten opzichte van jaarschijf 2026 van de primaire Begroting 2025 inclusief wijzigingen. Dit resulteert in een verhoging van de gemeentelijke bijdrage van € 22,0 mln. De resterende benodigde gemeentelijke bijdrage van € 0,2 mln. wordt gedekt vanuit hogere baten derden. Deze verhoging is voor € 18,5 mln. toegelicht en verklaard in de Uitgangspuntennotitie 2026. Ten opzichte van de gepresenteerde wijzigingen in de Uitgangspuntennotitie 2026 is het saldo van de concept Begroting 2026 € 3,5 mln. hoger. Dit komt doordat in de uitgangspuntennotitie een inschatting is gemaakt van de realisatiecijfers 2024 (met stand per september 2024) en de definitieve ontwikkeling van de klantenaantallen en verwachte indexaties die als vertrekpunt dienen voor de Begroting 2026. Nu de definitieve cijfers bekend zijn (jaarrekening 2024) is de doorrekening hierop aangepast. De wijziging van € 3,5 mln. t.o.v. de uitgangspuntennotitie worden de hogere lasten en baten grotendeels verklaart door: (Bedragen x € 1.000) Begrotingspost

Bedrag

Prijsontwikkeling uitkering én ontwikkeling aantal klanten.

€ 5.342

Incidenteel/ structureel S

Toelichting

Maatregel uitstroom extra klanten. Drechtwerk overige mutaties.

-/- € 2.873

S

€ 3.148

S

Aanbesteding Huishoudelijke ondersteuning en Was- en Strijkservice. Verschuiving groep klanten doelgroep Maatschappelijke Opvang naar de Wmo Individuele Begeleiding. Herstelgerichte ondersteuning en Wmo naar de voorkant

-/- € 4.790

S

€ 1.735

S

Gemiddelde prijs uit BUIG beschikking 2025. Ontwikkeling klantenaantallen conform CPB/MEV. Niet beïnvloedbaar. Gemeenten worden hiervoor (in principe) gecompenseerd door het Rijk. Daling van het aantal klanten a.g.v. aanvullende uitstroo bevorderende maatregelen. Beïnvloedbaar door de GR Budget neutrale aanpassing presentatie lasten en baten in de begroting. Daarnaast is de gemeentelijke bijdrage met € 0,6 mln. neerwaarts bijgesteld, o.a. door een verhoging van de Rijkssubsidie SW en hogere detacheringsopbrengsten. Aanpassing t.o.v. de Uitgangspuntennotitie nu alle klante definitieve bandbreedte zijn geplaatst. Tevens is er reke gehouden met de besparing door de Was- en strijkservic Niet beïnvloedbaar.

-/- € 205

S

Aanpassing maatregelen.

11

Actualisatie DVO Inburgering en Beschermd Wonen en Opvang. Overheveling apparaatskosten (en treasury) Drechtwerk naar Opgave Bedrijfsvoering. Overheveling apparaatskosten (en treasury) Drechtwerk vanuit Opgave Ontwikkelen naar Werk. Overige (kleine) wijzigingen

€ 687

I/S

-/- € 12.159

S

€ 12.158

S

Zie ook Opgave Ontwikkelen naar Werk. Budgetneutraal.

€ 457

I/S

Zie voor verdere toelichting de Opgaven

Betreft gemandateerde taken. Incidenteel of structureel is afhankelijk van de duur van de DVO. Zie ook Opgave Bedrijfsvoering. Budgetneutraal.

Los van de reguliere bijdrage gemeenten loopt er ook een financieringsstroom voor de aparte DVO's, zoals de programmakosten voor Wet Inburgering, Beschermd Wonen, Verstrekking leefgeld en inning eigen bijdrage Oekraïners en Kindertoeslagenaffaire. Dit staat los van bovenstaand bedrag, meer informatie hierover is terug te vinden in hoofdstuk 4, paragraaf 4.3 van de conceptbegroting. Aanpassing vastgestelde doelen In de Begroting 2026 is ook gekeken naar de al vastgestelde doelen bij de Primaire Begroting 2025. Hierbij is de vraag gesteld of de huidige doelen nog actueel, dan wel misschien inmiddels achterhaald zijn. Uitgangspunt is dat de doelen realistisch en haalbaar zijn. Indien de doelen zijn gewijzigd is dit bij de afzonderlijke opgaven nader toegelicht. Actuele begroting

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

Begroting 2029

Bestaanszekerheid versterken

135.887

145.072

143.045

141.955

141.693

Ontwikkelen naar werk

48.891

46.869

46.138

45.496

44.367

Zorgen voor ondersteuning

87.799

94.428

94.462

94.723

94.106

Bedrijfsvoering

73.978

82.417

82.095

81.829

81.850

Totaal lasten

346.555

368.787

365.741

364.002

362.016

Bestaanszekerheid versterken

135.887

145.072

143.045

141.955

141.693

Ontwikkelen naar werk

55.123

47.284

46.477

45.835

44.706

Zorgen voor ondersteuning

87.799

94.428

94.462

94.723

94.106

Meerjarenbegroting 2026-2029 Lasten

Baten

Bedrijfsvoering

67.746

82.002

81.756

81.490

81.511

Totaal baten

346.555

368.787

365.741

364.002

362.016

0

0

0

0

0

Saldo van lasten en baten Bedragen x € 1.000

Toelichting Primaire begroting 2026 t.o.v. de Uitgangspuntennotitie 2026 en jaarschijf 2026 uit de Begroting 2025 inclusief wijzigingen (Actuele begroting) Voorafgaand aan de begroting 2026 is de Uitgangspuntennotitie 2026 opgesteld en in januari 2025 door het AB vastgesteld. Hierin zijn behalve de uitgangspunten ook de mogelijke financiële effecten opgenomen, zowel per Opgave als per gemeente. De Uitgangspuntennotitie is daarbij afgezet ten opzichte van de jaarschijf 2026 van de begroting 2025 inclusief wijzigingen (Actuele begroting). In de bijlagen is op hoofdlijnen een overzicht van de uitgangspunten opgenomen. In het onderstaande overzicht is de begroting 2026 per Opgave en product afgezet tegenover de Uitgangspuntennotitie 2026 en de jaarschijf 2026 uit de actuele meerjarenbegroting 2025 (Actuele begroting).

12

Opgave/ product

Begroting 2026

Uitgangspuntennotitie 2026

Actuele begroting

Lasten

Baten

Lasten

Baten

Lasten

Baten

Bestaanszekerheid versterken

145.072

145.072

142.465

142.465

135.887

135.887

Inkomensondersteuning

132.941

132.941

130.207

130.207

124.457

124.457

Maatwerkvoorziening Inkomenssteun C.Z.G.

2.156

2.156

2.190

2.190

2.134

2.134

Minimabeleid

9.975

9.975

10.067

10.067

9.296

9.296

Ontwikkelen naar werk

46.869

47.284

56.389

56.389

55.585

56.000

Statushouders

18

18

18

Participatie

9.350

9.747

9.260

9.657

8.456

8.853

Drechtwerk

37.519

37.519

47.129

47.129

47.129

47.129

Zorgen voor ondersteuning

94.428

94.428

97.828

97.828

87.799

87.799

Hulpmiddelen

5.663

5.663

5.803

5.803

6.080

6.080

Vervoer

12.991

12.991

12.991

12.991

11.500

11.500

Huishoudelijke ondersteuning

36.440

36.440

41.212

41.212

33.904

33.904

Begeleiding en kortdurend verblijf

39.334

39.334

37.822

37.822

36.315

36.315

Bedrijfsvoering

82.417

82.002

69.752

69.157

67.284

66.869

Apparaatskosten

64.898

64.483

64.898

64.483

63.024

62.492

Apparaatskosten Drechtwerk

11.852

11.852

Apparaatskosten DVO's

5.145

5.145

4.459

4.459

4.045

4.162

Treasury

215

215

215

215

215

215

Treasury Drechtwerk

306

306

368.787

368.787

366.254

366.254

346.555

346.555

Totaal generaal

Toelichting per opgave Opgave Bestaanszekerheid versterken Bij de opgave Bestaanszekerheid versterken stijgen de lasten en baten € 9,2 mln. Hiervan komt € 8,5 mln. voor rekening van het product Inkomensondersteuning en € 0,7 mln. voor Minimabeleid en Chronisch zieken en Gehandicapten (CZG). Doordat ook de verwachte opbrengst debiteuren met € 0,5 mln. naar beneden wordt bijgesteld bedraagt de aanvullende bijdrage van gemeente circa € 9,7 mln. De hogere lasten worden grotendeels veroorzaakt door: Begrotingspost

Bedrag

Prijsontwikkeling uitkering én ontwikkeling aantal klanten

€ 8.009

Individuele Studietoeslag

€ 476

Prijsontwikkeling Minimabeleid én ontwikkeling aantallen Serviceteam bewindvoering

€ 1.002 -€ 301

Info uitgangspuntennotitie en begroting 2026 Gemiddelde prijs uit BUIG beschikking 2025 en CPB Macro Economische Verkenning (incl. besparing genomen maatregelen) Komt over van opgave Ontwikkelen naar Werk (budgetneutraal) Autonome groei (incl. correctie besluit AB 11 juli 2024) Ombuiging

13

In de Voorjaarsbrief 2025 is de prijsontwikkeling en ontwikkeling aantal klanten Inkomensondersteuning al opgenomen. Deze werken logischerwijs door naar 2026. Aan de batenkant ontvangen gemeenten € 6,5 mln. meer van het Rijk aan BUIG-budget. Daarnaast is in 2024 het aantal klanten met een bijstandsuitkering minder hard gedaald dan we onszelf ten doel hadden gesteld, dit leidt tot een hoger vertrekpunt van het aantal klanten voor de Begroting 2026 en een toename van de daarmee samenhangende kosten. Als gevolg hiervan is de verwachte besparing voor 2026 en komende jaren naar beneden bijgesteld. Bij de Voorjaarsbrief 2025 zijn de lasten en baten Individuele Studietoeslag verantwoord onder het product Inkomensondersteuning en zien we dus ook terug in deze begroting. Dit betreft een neutrale wijziging vanuit de opgave Ontwikkelen naar Werk. Bij minimabeleid stijgt de gemeentelijke bijdrage met € 0,5 mln. Bij de vaststelling van de Primaire Begroting 2025 heeft Algemene Bestuur besloten om de verwachte autonome groei 2025 niet te verwerken in de begroting. Uit de jaarrekeningcijfers 2024 en de doorrekening voor 2025 blijkt de noodzaak om de groei alsnog te verwerken in de Begroting 2026.

Daarnaast zijn de tarieven voor Minimabeleid geïndexeerd en is de ombuiging Serviceteam beschermingsbewind, als onderdeel van de bestuurlijke opdracht 'Een toekomstbestendig Sociaal Domein', opgenomen in de Begroting 2025. Opgave Ontwikkelen naar werk De lasten binnen de opgave Ontwikkelen naar Werk bedragen € 46,9 mln. en de baten € 47,3 mln. Het verschil van € 0,4 mln. wordt verklaard door apparaatskosten die vanuit Participatiemiddelen worden gefinancierd. De tegenhanger van deze apparaatskosten zie je terug bij de opgave Bedrijfsvoering. Vanaf 2026 worden de apparaatskosten van Drechtwerk verantwoord binnen opgave Bedrijfsvoering (herkenbaar als product) en verwerken we de overhead op gelijke wijze als bij de SDD. Bij het samengaan van Drechtwerk in de GR-Sociaal is omwille van de eenvoud en transparantie de apparaatskosten onderdeel gebleven van de programmakosten. Drechtwerk wijkt daarmee af van de verantwoording van de SDD-onderdelen. Met deze aanpassing worden de apparaatskosten van de GR-Sociaal voortaan voor alle opgaven op een eenduidige wijze in de begroting weergegeven. Binnen de opgave Ontwikkelen naar werk dalen de lasten met € 8,7 mln.

De belangrijkste mutaties betreffen: Begrotingspost Bedrag Info uitgangspuntennotitie en begroting 2026 Toevoeging Uitvoeringsagenda en het € 1.122 De financiering loopt via de Werkcentrum Drechtsteden centrumgemeente Dordrecht Individuele studietoeslag -€ 476 Tegenhanger mutatie opgave Bestaanszekerheid Versterken (budgetneutraal) Overige mutaties Participatie € 248 Loon- en prijsindexatie, afschaffing lage inkomensvoordeel Beschut werk, Werkcentrum Drechtsteden Overheveling apparaatskosten (en treasury) -€ 12.159 Zie ook Opgave Bedrijfsvoering Drechtwerk naar Opgave Bedrijfsvoering Drechtwerk verliesbijdrage -€ 600 Neerwaartse bijstelling Drechtwerk overige mutaties € 3.148 O.a. budgetneutrale wijziging presentatie lasten en baten (zie idem. Voorjaarsbrief 2025)

14

Opgave Zorgen voor Ondersteuning Bij de opgave Zorgen voor Ondersteuning stijging de lasten en baten met € 4,9 mln. De gevraagde aanvullende bijdrage van gemeenten bedraagt € 9,7 mln. omdat de aangekondigde inkomensafhankelijke bijdrage CAK met 1 jaar is uitgesteld naar 2027. De lagere opbrengst CAK resulteert in een hogere bijdrage gemeenten. De belangrijkste posten betreffen: Begrotingspost

Bedrag

Autonome groei en indexering tarieven

€ 2.521

Aanbesteding Huishoudelijke ondersteuning (inclusief besparing was- en strijkservice Verschuiving groep klanten doelgroep Maatschappelijke Opvang naar de Wmo Individuele Begeleiding. Actualisatie genomen maatregelen Uitstel inkomensafhankelijke bijdrage naar 2027

€ 2.722 € 1.735 - € 349 € 3.028

Info uitgangspuntennotitie en begroting 2026 Ontwikkeling aantallen en wijziging tarieven conform contractafspraken O.b.v. indeling definitieve bandbreedte Niet beïnvloedbaar.

Verschuiving binnen baten Opbrengst eigen bijdrage CAK naar bijdrage gemeente

De prognose is gebaseerd op de groei van het aantal maatwerkvoorzieningen en de tarieven van de zorgaanbieders. Op basis van de historische trend is samen met gemeenten een inschatting gemaakt van de verwachte klantenaantallen. In de Uitgangspuntennotitie voor de begroting 2026 is aangegeven dat de verwachte stijging van de kosten vooral wordt veroorzaakt door de stijging van de tarieven. Daarnaast is de voorziening Huishoudelijke ondersteuning opnieuw is aanbesteed, waarvoor het klantenbestand is omgezet naar de definitieve bandbreedte binnen het nieuwe inkoopmodel. Ook zien we in deze Begroting het effect dat vanaf 2025 een groep klanten overkomt vanuit Maatschappelijke Opvang naar Individuele Begeleiding. Het gaat om klanten die niet (langer) dakloos zijn en ambulante Begeleiding ontvangen en daarmee niet meer vallen onder de doelgroep Beschermd Wonen en Opvang en omgezet worden naar reguliere Wmo-begeleiding. Als gevolg hiervan stijgt de gemeentelijke bijdrage voor Begeleiding met € 1,7 mln. In de Begroting 2025 is voor de Huishoudelijke ondersteuning rekening gehouden met klanten die deelnemen aan de voorziening herstelgerichte ondersteuning. Deze maatregel wordt nu uitgebreid met het effect dat klanten soms afzien van hun aanvraag huishoudelijke ondersteuning omdat zij geen gebruik willen maken van de voorziening herstelgerichte ondersteuning.

De verwachte groei wordt hierdoor gedempt. Daarnaast is aan de hand van de resultaten 2024 een nieuwe inschatting gemaakt van de verwachte besparing. Zo zien we bijvoorbeeld dat bij de voorziening Begeleiding de 'beweging naar de voorkant' vooral op de lichtere vormen van individuele begeleiding en dagbesteding van toepassing is en dat herstelgerichte ondersteuning (nog) niet of nauwelijks van toepassing is op de individuele vervoersvoorzieningen. Als gevolg hiervan is meerjarig de besparing naar beneden bijgesteld. Opgave Bedrijfsvoering De lasten binnen de opgave Ontwikkelen naar Werk bedragen € 82,4 mln. en de baten € 82,0 mln. Het verschil van € 0,4 mln. wordt verklaard door apparaatskosten die vanuit de Participatiemiddelen worden gefinancierd. Dit betreft de tegenhanger (saldo) van apparaatskosten binnen de opgave Ontwikkelen naar Werk. De apparaatskosten in de Begroting 2026 stijgen met € 15,1 mln. ten opzichte van de begroting 2025 jaarschijf 2026. Deze stijging wordt voor € 12,2 mln. veroorzaakt doordat de apparaatskosten (en treasury) van Drechtwerk vanaf 2026 verantwoord worden onder de opgave Bedrijfsvoering (herkenbaar als product) en verwerken we de overhead op gelijke wijze als bij de SDD (zie ook nadere toelichting bij Opgave Ontwikkelen naar Werk).

15

De feitelijke stijging van de apparaatskosten bedraagt daarmee € 2,9 mln. en bestaat in elk geval uit de volgende grotere posten: Begrotingspost Mutaties apparaat in de Uitgangspuntennotitie 2026

Bedrag € 2.288

Actualisatie DVO Inburgering en Beschermd Wonen en Opvang. Overheveling apparaatskosten (en treasury) Drechtwerk vanuit Opgave Ontwikkelen naar Werk

€ 687

Info uitgangspuntennotitie 2026 (Na)calculatie loon- en prijsindexatie mutatie ombuigingen groei formatie en serviceteam bewindvoering Conform stand DVO's 2025

€ 12.158

Zie ook Opgave Ontwikkelen naar Werk

16

Bijdragen gemeenten De baten bestaan uit bijdragen van gemeenten voor de dienstverlening en overige baten zoals subsidies van derden, bijdragen van inwoners, detacheringsinkomsten en terugontvangen bijstand, In onderstaand overzicht zijn de bijdragen van de gemeenten opgenomen, zowel de standaard overeengekomen dienstverlening als de DVO's. Voor de volledigheid wordt opgemerkt dat in de kolom Begroting 2025 de Voorjaarsbrief 2025 nog niet is verwerkt. De voorjaarsbrief 2025 wordt gelijk met deze voorliggende begroting ter besluitvorming aangeboden. De stijging van de kosten wordt namelijk voornamelijk veroorzaakt door de prijsstijgingen in 2025.

Bijdragen gemeenten

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

Begroting 2029

Bestaanszekerheid versterken

144.169

142.708

140.694

139.594

139.324

Inkomensondersteuning

132.261

131.127

129.012

127.811

127.438

Maatwerkvoorziening Inkomenssteun C.Z.G.

2.135

2.156

2.178

2.200

2.222

Minimabeleid

9.772

9.425

9.503

9.583

9.664

Ontwikkelen naar werk

43.066

30.349

29.736

29.357

28.766

66

18

0

0

0

Participatie

7.908

8.045

7.942

7.950

7.959

Inburgering

0

0

0

0

0

Drechtwerk

35.092

22.286

21.794

21.407

20.807

Zorgen voor ondersteuning

88.676

91.253

88.186

88.322

87.679

Hulpmiddelen

5.581

5.663

5.588

5.553

5.518

Vervoer

11.649

12.516

13.210

13.952

13.958

Huishoudelijke ondersteuning

33.403

33.740

30.301

29.847

29.485

Begeleiding en kortdurend verblijf

38.043

39.334

39.087

38.970

38.718

Bedrijfsvoering

67.426

80.771

80.525

80.258

80.280

Apparaatskosten

62.420

64.081

64.557

64.490

64.490

0

11.272

11.282

11.303

11.341

5.006

5.145

4.435

4.235

4.235

Treasury

0

0

0

0

0

Treasury Drechtwerk

0

272

251

231

213

343.337

345.081

339.140

337.531

336.049

Statushouders

Apparaatskosten Drechtwerk Apparaatskosten DVO's

Totaal baten

(x € 1.000)

17

2 Programmabegroting In deze programmabegroting wordt per opgave ingezoomd op de vragen: 1. Wat willen we voor onze inwoners bereiken? 2. Welke doelen streven we na? 3. Wat gaan we daarvoor doen? 4. Wat gaat het kosten?

18

2.1 Dienstverlening Werken aan toegankelijke, proactieve en kwalitatief hoogwaardige dienstverlening is de uitdaging waar we als dienstverlener met een publieke taak voor staan. Hierbij is bijzondere aandacht voor mensen die (tijdelijk) minder zelfredzaam zijn en een samenloop van problematiek kennen, waarbij meerdere organisaties betrokken zijn. Of waarbij we gezamenlijk mensen aan de voorkant preventief kunnen ondersteunen en de weg wijzen, nog voordat ze zelf een beroep moeten doen op de overheid. Stap voor stap wordt onze overheidsdienstverlening inclusiever, toegankelijker en proactiever en bouwen we aan het terugkrijgen van het vertrouwen, aan transparantie en eenvoud. Vanuit deze uitgangspunten kijken we vooruit naar welke bijdrage dienstverlening levert aan ons gezamenlijke doel om inwoners in de Drechtsteden een zelfstandig volwaardig bestaan te bieden. Wat willen we voor onze inwoners bereiken en waarom? Ik ervaar goede dienstverlening omdat ik op een makkelijke en passende manier in contact kan komen met de SDD. Ik voel mij welkom en word op een begrijpelijke en vriendelijke manier te woord gestaan. Mijn contactpersoon is deskundig en werkt vanuit vertrouwen waardoor ik mij gelijkwaardig behandeld voel. Ik heb 1 contactpersoon en als dat gezien mijn hulpvraag niet kan, hoef ik mijn verhaal niet nogmaals te vertellen.

Ik krijg altijd duidelijke informatie en/of advies dat past bij mijn situatie, waardoor ik de hulp krijg die ik nodig heb. Wanneer de SDD mij niet kan helpen wordt uitgelegd waarom en welke andere mogelijkheden er voor mij zijn. Ik krijg uitleg over hoe ik hier gebruik van kan maken en zo nodig word ik hierbij geholpen. Een onverhoopte klacht of bezwaar kan ik makkelijk melden en wordt tijdig en correct opgelost. Bij dienstverlening die niet op mij gericht is voel ik mij niet gehoord of serieus genomen en wordt ook het vertrouwen in het correct afhandelen van mijn vragen verkleind.

Om invulling te geven aan de ambitie die hierboven wordt geschetst stelt dienstverlening zich drie doelen die de kapstok vormen voor te ondernemen initiatieven in de komende jaren. Hierbij onderscheiden we initiatieven die worden gekenmerkt door een faciliterend karakter aan inwoners, ketenpartners en de interne organisatie, initiatieven die zich richten op de inhoudelijke uitvoering van te leveren dienstverlening aan inwoners en initiatieven gericht op het vergroten van ons lerend vermogen en innovatie. Welke doelen streven we na? Nummer

Doelstelling

1.1

Faciliteren van inwoners, ketenpartners en collega’s bij het gemakkelijk, laagdrempelig en efficiënt zaken doen met de Sociale Dienst

1.2

Stress sensitief en in een keer goed afhandelen van inhoudelijke vragen aan de opgave dienstverlening Onze dienstverlening is eenduidig door de gehele organisatie heen en wordt continu geïnnoveerd en aangepast.

1.3

Opgave-indicatoren Indicator % gegronde bezwaren t.o.v. van het totaal % vragen dat in Eén keer is beantwoord door de kanalen

Doel Daling 10% 80%

Score tevredenheid over mensgerichte dienstverlening in de kanalen

8

% afhandeltijd besluitvorming aanvragen binnen de wettelijke termijn

100%

% aantal lokale (gemeenten) meldingen t.o.v. het totaal aantal meldingen

-

Passende dienstverlening (doelgroep bekend en proces ingericht) voor de meest kwetsbare inwoners met meervoudig en complexe vragen Score op stressreductie (nu 3,7)

4

We zetten in op het in één keer goed handelen van onze medewerkers. Er zijn verschillende mogelijkheden om hier inzicht in te krijgen, als een van de graadmeters kiezen we hier voor het reduceren van het aantal gegronde bezwaarschriften. Dit geeft een goede indicatie van waar er zaken

19

de eerste keer niet goed zijn gegaan in onze dienstverlening en waar daarmee herstelwerkzaamheden zijn/moeten worden verricht. In aanvulling op het monitoren van het percentage gegronde bezwaarschriften, kiezen we er ook voor om binnen de kanalen telefonie, email, chat en de informatie en adviesdienstverlening op het werkplein te monitoren. We kijken hierbij of we vragen van inwoners in één keer goed afhandelen zonder herhaalverkeer over dezelfde vraagstelling. De kanalen die we monitoren betreffen de telefonische dienstverlening, de digitale dienstverlening (email en chat) en de informatie en adviesdienstverlening op het werkplein. We vinden het verder belangrijk dat klanten snel antwoord van ons krijgen. In de praktijk zien we helaas ook nog wel voorbeelden dat we de wettelijke termijn niet halen bij aanvragen die bij ons binnenkomen om diverse redenen (denk aan enorme stijging aanvragen, allerlei tijdelijke taken die er 'plots' bij komen (bv energietoeslag), maar ook het invullen van vacatures vormt een uitdaging). We streven ernaar om 100% van alle aanvragen binnen de wettelijke termijn af te handelen en het liefst nog voor het verstrijken daarvan. Inzet van slimme digitale oplossingen en innoveren van onze processen kan zeker bijdragen. Dienstverlening dicht bij huis is een belangrijke wens van onze partners én inwoners, daar waar het, het beste past voor de inwoner.

Hier ontwikkelen we op door, door de lokale aanwezigheid van onze dienstverlening in deelnemende gemeenten steeds verder te verbreden. Het gaat hier ook om de deelname vanuit de GR aan intensieve, meerjarige programma's zoals Dordt West en Veerkrachtige buurten (Zwijndrecht), omdat ook wij overtuigd zijn dat de gezamenlijke aanpak tot daadwerkelijk effect kan gaan leiden. Door heel het land wordt er tevens ingezet op de meest kwetsbare inwoners met multiproblematiek. Met de rol van integraal consulenten willen we passende dienstverlening organiseren voor deze doelgroep die daadwerkelijk betekenisvolle doorbraken realiseert in de door hen ervaren problematiek. Tot slot weten we dat wanneer inwoners onder stress staan zij minder goed in staat zijn om beslissingen te nemen die voor de langere termijnperspectief bieden om hun problematiek het hoofd te bieden. Onze brede stress sensitieve aanpak moet ertoe leiden dat inwoners minder stress gaan ervaren waardoor er betere beslissingen kunnen worden genomen die de kans op succesvolle interventies vergroten.

Wat gaan we daarvoor doen? Vanuit de 3 geformuleerde doelstellingen die eerder zijn benoemd, werken we per doelstelling aan de volgende speerpunten: Doelstelling 1.1

Faciliteren van inwoners, ketenpartners en collega’s bij het gemakkelijk, laagdrempelig en efficiënt zaken doen met de Sociale Dienst

Speerpunt 1.1.1

Afhandelen eerstelijnsvragen en besluitvorming om tweede lijn te ontlasten en klanten en ketenpartners zoveel mogelijk direct te voorzien van antwoorden en oplossingen Vanuit het perspectief van inwoner en ketenpartner is snelheid en duidelijkheid belangrijk. Met de nieuwe inrichting van organisatie is er meer mogelijk om zaken slimmer te organiseren. Ook biedt de komst van nieuwe technologieën en de groeiende behoefte aan gemak van inwoners een belangrijke reden om hiermee aan de slag te gaan. Het gevolg van zaken slimmer organiseren is dat er meer klanten in een keer worden geholpen en er minder klanten naar de tweede lijn hoeven te worden verwezen. Daardoor wordt er meer ruimte gecreëerd om het goede gesprek met klanten die dat nodig hebben te voeren.

Toelichting

Speerpunt 1.1.2

Toelichting

Inzet van technologische oplossingen om klantgericht en efficiënt gebruik te maken van beschikbare middelen (dienstverlening richt zich op oplossing voor de eigen opgave en organisatie brede oplossingen) Niet alleen het ontlasten van de eerste lijn is belangrijk, maar ook door meer gebruik te maken van mogelijkheden tot automatisering (a.i./ robotisering) leidt tot verbetering van de dienstverlening aan onze inwoners, het kan leiden tot meer eenduidigheid en maakt de dienstverlening voorspelbaarder. Ook hierdoor kunnen medewerkers meer aandacht hebben voor het waarde toevoegen tijdens de gesprekken met inwoners.

20

Speerpunt 1.1.3 Toelichting

Blijvend aandacht voor een veilige en stress-sensitieve (werk) omgeving, zowel voor inwoners als medewerkers. Veel gaat goed, maar in de gevallen waar de interacties met inwoners niet naar verwachting lopen, is er een veiligheidsbeleid dat voorziet in de te ondernemen acties, voorzorgsmaatregelen, tips en adviezen. Dit beleid vraagt om een update om onze stress sensitieve aanpak die we in onze dagelijkse interacties toepassen ook hierin een plek te geven. Zodat er 1 lijn in aanpak en dienstverlening ontstaat, ook in het kader van veiligheid.

Doelstelling 1.2

Stress sensitief en in een keer goed afhandelen van inhoudelijke vragen aan de opgave dienstverlening

Speerpunt 1.2.1

Vormgeven en uitvoeren van laagdrempelig toegang, triage en het toeleidingproces naar de tweede lijn Op dit moment maken we niet optimaal gebruik van alle informatie die beschikbaar is op verschillende plekken in de organisatie. Inzet hierop maakt dat we eerder kunnen bepalen wat er voor de inwoner nodig is om hem of haar goed te helpen en hoe we dit op de meest passende manier aan hen kunnen aanbieden. Dit gaat ook helpen bij een eventuele doorverwijzing naar de (nog meer) gespecialiseerde collega in de tweede lijn. Dat is zowel voor de inwoner als de medewerker prettig en duidelijk.

Toelichting

Speerpunt 1.2.2 Toelichting

Vormgeven en uitvoeren van regievoering bij klanten met multiproblematiek De inrichting van deze nieuwe opgave dienstverlening geeft ons de mogelijkheid om juist voor de groep inwoners met multi-problematiek een aanpak te organiseren waarbij er breed gekeken kan worden naar wat er nodig en mogelijk is, dit om het risico op tunnelvisie door specialisatie te voorkomen. Voor de inwoner betekent dit 1 contactpersoon, mogelijkheden om zelf ook overzicht te houden en daarmee meer zelf regie te kunnen (blijven) houden.

Speerpunt 1.2.3 Toelichting

We zetten in op voorkoming van problemen en daar waar nodig passen we mediation toe. De aandacht voor het gezamenlijk oplossen van problemen groeit, ook vanuit bijvoorbeeld de rechtbank. Met het doorontwikkelen van mediation en eerder inzetten hiervan, willen we voorkomen dat mensen tegenover elkaar komen te staan. De leidt tot stress reductie bij de inwoners en je komt tot een gedragen oplossing.

Doelstelling 1.3

Onze dienstverlening is eenduidig door de gehele organisatie heen en wordt continu geïnnoveerd en aangepast.

Speerpunt 1.3.1 Toelichting

Kwaliteit van dienstverlening wordt breed en continu gemeten en verbeterd Dit speerpunt is gericht op al onze inwoners en partners. Dienstverlening meet continu hun ervaringen en of we het goede goed doen. Om vervolgens innovatief en wendbaar te kunnen blijven en te voldoen aan de verwachtingen van onze inwoners is het van belang om op een slimme manier continu te meten hoe de dienstverlening wordt ervaren. Niet alleen om procesmatig efficiënter te kunnen werken, maar ook om bij te kunnen sturen als het gaat om het blijven toevoegen van publieke waarde

Speerpunt 1.3.2 Toelichting

Inzet op breed systemische aanpak van het verbeteren van dienstverlening Signalen van inwoners blijven niet beperkt tot klachten, maar komen ook tot ons door bijvoorbeeld klantmetingen, bezwaren, tijdens gesprekken etc. Deze signalen komen veelal nu nog los van elkaar binnen en worden los van elkaar opgepakt. Het samenbrengen van alle signalen (de systemische aanpak) en het analyseren ervan, brengt waardevolle informatie en geeft de mogelijkheid om integraler de dienstverlening te kunnen aanpassen.

21

Speerpunt 1.3.3 Toelichting

Coördineren van de aanpak en uitrol van stress sensitief werken binnen de organisatie Stress sensitief werken zorgt voor stressreductie inwoners en daarom is het van belang dat elke medewerker van de SDD handelt op een manier die daar aan bijdraagt. Een vermindering van stress in het algemeen draagt bij aan de zelfredzaamheid van inwoners en daarmee de mogelijkheid zoveel mogelijk zelf de regie in het leven te houden.

22

2.1.4 Maatregelen en ombuigingen Maatregelen en ombuigingen zijn opgenomen in hoofdstuk 2.5 Bedrijfsvoering.

Wat gaat het kosten? De lasten van deze opgave bestaan uit kosten van personeel en bedrijfsvoeringsmiddelen. Deze zijn onder de Opgave Bedrijfsvoering opgenomen.

23

2.2 Bestaanszekerheid versterken De prioriteiten, activiteiten en uitgaven binnen de opgave "Bestaanszekerheid Versterken" zijn in hoge mate conjunctuur-volgend. Voor een ander deel komen zij voort uit wijzigingen in wet- en regelgeving en de doorgaande optimalisering van onze dienstverlening. In wet- en regelgeving staat een aantal ontwikkelingen op stapel die onze dienstverlening in 2026 (en verder) gaan beïnvloeden. Deze wetsvoorstellen beogen de menselijke maat te verankeren in de wet en hiermee de dienstverlening door de overheid te verbeteren. Het gaat hier onder meer om het wetsvoorstel Participatiewet in balans, het wetsvoorstel handhaving sociale zekerheid en het wetsvoorstel proactieve dienstverlening. Voor de schuldhulpverlening zal in 2026 het Nationaal programma armoede en schulden een belangrijke rol gaan spelen, naast de voortzetting van de basisdienstverlening schuldhulpverlening en het (lokale) beleidsplan schuldhulpverlening 2025-2028. De doorgaande optimalisering van onze dienstverlening is gericht op het vergroten van publieke waarde. Binnen de opgave Bestaanszekerheid richt de SDD zich vooral op de financiële zelfredzaamheid van inwoners. Naast al onze activiteiten en producten hebben we een signalerende en verbindende rol met partners op thema's waar zij een oplossing voor bieden.

Publieke waarde bij bestaanszekerheid gaat immers niet alleen om een zeker inkomen, maar ook om zaken als gezondheid, veiligheid en wonen. In onderstaande brede definitie is de publieke waarde waar wij aan bijdragen (vanuit de inwoner geredeneerd) als volgt verwoord. Wat willen we voor onze inwoners bereiken en waarom? Bestaanszekerheid is mijn basis. Ik heb een dak boven mijn hoofd nodig en voldoende eten en drinken. Ik wil mijn vaste lasten kunnen betalen en toegang hebben tot goede gezondheidszorg. Ik wil bestand zijn tegen financiële tegenslagen en mijn kinderen een goede start kunnen bieden. Ik wil me veilig kunnen voelen. Wanneer ik bestaanszekerheid heb en mijn basis op orde is, kan ik stappen zetten in mijn ontwikkeling. Wanneer ik geen bestaanszekerheid heb krijg ik zorgen en stress, voel ik mij onveilig en onzeker. Ik kan niet goed nadenken, geen keuzes maken en niet meedoen aan de samenleving. Ik heb dan hulp nodig. Als dat niet op eigen kracht of met hulp van mijn omgeving lukt, dan vertrouw ik erop dat ik terecht kan bij de overheid. Zodat we samen mijn bestaanszekerheid weer kunnen versterken en mijn basis weer op orde komt. Tijdelijk, zodat ik weer overzicht krijg en houd en uiteindelijk weer mee kan doen of kan werken. En zodat ik beter kan aangeven wanneer ik zorg of ondersteuning nodig heb.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.papendrecht.nl/api/v1/meetings/1076/documents/15674