CConstaterende datPapendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

3. Jaarstukken 2022 GR Sociaal.pdf

Oordeelsvormende vergadering Papendrecht 25 mei 2023, gemeente PapendrechtBij agendapunt: 6: Zienswijze ontwerpbegrotingen 2024 gemeenschappelijke regelingen - Voorstel29.843 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Jaarstukken 2022 Gemeenschappelijke Regeling Sociaal

Versie 3 april 2023

VOORWOORD Met dit voorwoord sluiten we het eerste jaar van de GR Sociaal af. Een jaar waarin hard is gewerkt aan de reguliere dienstverlening én de gevolgen van de ontvlechting van de GR Drechtsteden. De overgang van de taken van het Servicecentrum, het Ingenieursbureau en Gemeentebelastingen en Onderzoekcentrum is afgerond. Zij hebben vanaf 1 januari 2022 onder de vlag van de Servicegemeente Dordrecht hun dienstverlening gecontinueerd. Bureau Drechtsteden en de Regiogriffie zijn per 1 januari 2022 opgeheven. De medewerkers zijn ondergebracht bij de GR Sociaal en de gemeente Dordrecht. De Sociale Dienst Drechtsteden is als GR Sociaal verdergegaan, met een Algemeen Bestuur en een Dagelijks Bestuur bestaande uit wethouders. Voor de GR Sociaal was 2022 ook een jaar dat, met name in het eerste half jaar, nog werd beïnvloed door Covid-19. We zien dat er op internationaal, nationaal en regionaal/ lokaal niveau ontwikkelingen waren die invloed hadden op inwoners in de Drechtsteden en de te leveren ondersteuning vanuit de GR Sociaal. De oorlog in Oekraïne en de effecten die dat heeft op de energieprijzen en daarmee ook de koopkracht en bestaanszekerheid van inwoners vraagt hierbij veel aandacht. De dienstverlening langs de drie programmalijnen bestaanszekerheid versterken, ontwikkelen naar werk en zorgen voor ondersteuning liep zo veel als mogelijk gewoon door.

Enkele aansprekende voorbeelden van die dienstverlening zijn de Energietoeslag die in 2022 is opengesteld en de start van het hulp bieden aan de vluchtelingen uit Oekraïne (Leefgeld). De hulp aan de toeslagenaffaire en de afronding van de Tozo begin van het jaar zijn twee andere voorbeelden die ook in 2022 de aandacht vroegen. Het werk van de GR Sociaal is het afgelopen jaar verder geraakt door de voorbereiding op het samengaan met Drechtwerk. Vanaf 1 januari 2023 zijn Drechtwerk en de Sociale Dienst Drechtsteden samen onderdeel van de GR Sociaal. De verbinding van onze organisaties betekent dat we nog beter dan hiervoor in staat zijn om inwoners van de Drechtsteden te ondersteunen met een passend aanbod aan (aangepast) werk. We kunnen dit nu vanuit één (bestuurlijke) visie, één beleid en één aansturing met elkaar oppakken en eenvoudiger samen ons huidige aanbod uitvoeren en nieuw aanbod voor inwoners ontwikkelen. We profiteren van elkaars kennis en mogelijkheden. 2022 stond daarbij met name in het teken van de juridische integratie van de beide GR'en. 2023 zal in het teken staan van de verbinding en samenwerking op de inhoud in het belang van onze inwoners. We blikken terug op een intensief jaar door de uitdagingen waar de organisatie voor stond.

We kijken tegelijkertijd met veel plezier en mooie verwachtingen vooruit naar onze samenwerking in 2023 binnen de GR Sociaal, met gemeenten en onze partners; een nieuw jaar waarin we ons vol inzetten voor een zelfstandig en volwaardig bestaan voor alle inwoners van de Drechtsteden.

2

INHOUDSOPGAVE VOORWOORD ............................................................................................................2 JAARVERSLAG .........................................................................................................4 1 SAMENVATTING EN BESTEMMING RESULTAAT ...............................................4 2 PROGRAMMAVERANTWOORDING .................................................................... 10 2.1 BESTAANSZEKERHEID VERSTERKEN ................................................................................... 10 2.2 ONTWIKKELEN NAAR WERK.................................................................................................... 20 2.3 ZORGEN VOOR ONDERSTEUNING ......................................................................................... 26 2.4 BEDRIJFSVOERING ................................................................................................................... 30

3 PARAGRAFEN ...................................................................................................... 33 3.1 WEERSTANDSVERMOGEN EN RISICOBEHEERSING ........................................................... 33 3.2 BEDRIJFSVOERING ................................................................................................................... 39 3.3 ONDERHOUD KAPITAALGOEDEREN ...................................................................................... 45 3.4 FINANCIERING ........................................................................................................................... 46 3.5 VERBONDEN PARTIJEN ........................................................................................................... 50 3.6 RECHTMATIGHEID .................................................................................................................... 54 3.7 OPENBAARHEIDSPARAGRAAF ............................................................................................... 56

4 JAARREKENING ................................................................................................... 57 4.1 BALANS EN TOELICHTING ....................................................................................................... 57 4.2 OVERZICHT VAN BATEN EN LASTEN EN DE TOELICHTING ................................................ 68 4.3 WET NORMERING TOPINKOMENS ......................................................................................... 69 4.4 INCIDENTELE BATEN EN LASTEN ........................................................................................... 71 4.5 SISA............................................................................................................................................. 72

5 OVERIGE GEGEVENS .......................................................................................... 75 6 BIJLAGEN ............................................................................................................. 76 Bijlage 1 Baten en lasten per taakveld .............................................................................................. 77 Bijlage 2 Bijdragen gemeenten realisatie per Opgave en Taakveld/Opgave .................................... 77 Bijlage 3 Bijdragen gemeenten realisatie per Taakveld .................................................................... 80 Bijlage 4 Verdeelsleutels 2022 .......................................................................................................... 84 Bijlage 5 Voortgang investeringen ..................................................................................................... 85

3

JAARVERSLAG 1 SAMENVATTING EN BESTEMMING RESULTAAT Algemeen De jaarstukken 2022 bestaan uit het jaarverslag en de jaarrekening. Het jaarverslag bestaat uit de samenvatting, de programmaverantwoording en de paragrafen. Dit hoofdstuk geeft inzicht in het gevoerde beleid en het financiële resultaat per programmaonderdeel van de Gemeenschappelijke Regeling Sociaal (GR Sociaal). De belangrijkste afwijkingen ten opzichte van de begroting worden verklaard. Ten opzichte van de laatst vastgestelde stand van de begroting 2022 (de 2e bestuursrapportage 2022 GR Sociaal) bedraagt het jaarresultaat over 2022 in totaal € 1.861.000 (positief). Het financieel resultaat 2022 werd nog negatief beïnvloed door Corona-maatregelen (Tozo) en de uitvoering van de Energietoeslag. Het jaarresultaat bestaat uit twee onderdelen, namelijk (i) resultaatbestemming en (ii) resultaatbepaling. Het resultaat dat ter bestemming wordt voorgelegd is € 145.000 (positief). Het Algemeen Bestuur neemt een besluit over de bestemming van dit resultaat. In paragraaf 1.2 'Voorstel resultaatbestemming' wordt hiervoor een voorstel aan het Algemeen Bestuur voorgelegd. Op de resultaat-bepalende onderdelen is een resultaat behaald van € 1.716.000 (positief).

Doordat hier met gemeenten op basis van voor- en nacalculatie wordt afgerekend, maakt dit geen onderdeel uit van het resultaat van de GR Sociaal waarover resultaatbestemming plaatsvindt. Hieronder wordt per programmaonderdeel eerst een beleidsinhoudelijke samenvatting gegeven. Vervolgens wordt per programmaonderdeel kort het financieel resultaat toegelicht. Tot slot is een voorstel tot resultaatbestemming opgenomen.

1.1 SAMENVATTING Beleidsinhoudelijke samenvatting Inleiding In 2022 is veel op de GR Sociaal afgekomen. Samen met (de afbouw van) de coronamaatregelen en (de voortzetting van) de dienstverlening in het kader van de toeslagenaffaire veranderde de situatie in 2022 drastisch met het aflopen van de contactbeperkende maatregelen en het openen van de wereldmarkt. De gevolgen van verstoorde internationale productie- en transportketens en de gewijzigde arbeidsmarkt werden zichtbaar in schaarste aan grondstoffen, producten en arbeid in tal van sectoren. Hierdoor liep de inflatie, die in de tweede helft van 2021 als gevolg van de eerste versoepelingen al begon te stijgen, steeds verder op. Dit was al zichtbaar in de prijs van veel gangbare producten, maar werd met name nijpend in de prijsstijging van energie, nu mondiaal de productie weer werd opgestart. Dit effect kreeg nog een grotere impuls met de oorlog in Oekraïne, waardoor de energielevering aan met name Europa onder zeer grote druk kwam te staan. Waar in de voorgaande jaren corona aanleiding gaf tot het uitvoeren van noodmaatregelen, was dat in 2022 de koopkrachtaantasting van een substantieel deel van de bevolking waarbij de energierekening voor veel particulieren en bedrijven nagenoeg onbetaalbaar werd.

Economisch gezien waren de ontwikkelingen in 2022 moeilijk te duiden en op voorhand was nauwelijks in te schatten welk effect de krapte op de arbeidsmarkt enerzijds en de sterke aantasting van de koopkracht anderzijds op de bestandsontwikkeling zou hebben. Ook het CPB, CBS en de DNB namen hun toevlucht tot vooruitzichten in scenario's die door de actualiteit al snel weer achterhaald bleken. Daarnaast speelde de asielproblematiek, niet alleen van de 'reguliere' asielinstroom in de nieuwe wet Inburgering, maar ook in de gedaante van de opvang van gevluchte Oekraïense burgers een belangrijke rol. De uitvoering van de inburgeringswet per 1 januari 2022 en de uitvoering van het leefgeld voor Oekraïense vluchtelingen wordt door de GR Sociaal namens de gemeenten uitgevoerd.

4

Al deze ontwikkelingen hebben de GR Sociaal voor grote uitdagingen gesteld. En dat in een jaar dat ook de governance met de totstandkoming van de nieuwe GR Sociaal wijzigde, de eerste voorgenomen herijkingen met gemeenten vorm kregen en geïntegreerd werd met Drechtwerk. Samenvatting per opgave Bestaanszekerheid versterken Naast de reeds geplande herijking van het minimabeleid lag de belangrijkste uitdaging binnen de opgave bestaanszekerheid in 2022 op het bieden van een passend antwoord op de maatschappijbrede aantasting van de koopkracht. Dit heeft de herijking van het minimabeleid in cocreatie met de gemeenten mede vormgegeven, maar het belangrijkste instrument was de uitvoering van de, door het rijk als eerste crisisinstrument ingestelde, energietoeslag onder het regime van de bijzondere bijstand. Deze is in 2022 in twee tranches verstrekt. Op voorhand zou de krapte op de arbeidsmarkt een sterke daling van het uitkeringsbestand doen vermoeden en de ongekende aantasting van de koopkracht een toenemend beroep op de minimavoorzieningen en - op langere termijn - schuldhulpverlening. Nu de balans is opgemaakt blijken geen van beide verwachtingen echt uitgekomen. Het inkomensbestand is aan het eind van het jaar weliswaar lager dan in het recente verleden, maar is niet met die sprong gedaald die met de krapte op de arbeidsmarkt op voorhand werd verwacht.

Uiteindelijk is de eindstand 6.219 en is het bestand daarmee met 3,33% gedaald. En het beroep op het minimabeleid is – behoudens of misschien zelfs dankzij de zeer succesvolle energietoeslag – vooralsnog binnen de perken gebleven. Voor wat betreft schuldhulpverlening is de verwachte boeggolf uitgebleven, dit geldt ook voor vroegsignalering. Er is echter wel sprake van een lichte toename van het aantal aanmeldingen en trajecten. Ontwikkelen naar werk Ook in 2022 hebben we gezocht naar het verkleinen van de kloof tussen de doelgroep van de Participatiewet en de snel aantrekkende arbeidsmarkt. Door de grote vraag op de arbeidsmarkt blijft de vraag waarom niet meer inwoners met een uitkering de weg naar de arbeidsmarkt kunnen vinden. Tegelijk is er ook het besef dat een groot deel van de inwoners met een bijstandsuitkering over zoveel bestaanszekerheidsproblematiek beschikken dat het perspectief op werk ver weg is. De huidige krapte op de arbeidsmarkt heeft ook gevolgen voor het bijstandsbestand. Zo loopt de instroom in de bijstand sterk terug. Dit wordt vooral veroorzaakt doordat inwoners sneller een geschikte baan vinden voordat zij gebruik moeten maken van de bijstand. Hierdoor stromen inwoners met een hoger arbeidspotentieel nauwelijks meer in. De uitstroom kent eenzelfde daling.

Deze wordt enerzijds veroorzaakt doordat de afstand tot de arbeidsmarkt van de in de bijstand resterende klanten, inclusief nieuwe instroom, relatief steeds groter wordt en de problematiek van de klanten steeds complexer. Daarbij zien we ook dat de onrust rond de energie- en koopkrachtontwikkelingen leidt tot meer instabiliteit en stress bij de klanten. De verzwaring van de problematiek bij inwoners heeft een verdere aanpassing van de dienstverlening (o.a. de methodieken en het huidige instrumentarium) op het vlak van ontwikkelen naar werk noodzakelijk gemaakt. Daarbij is de focus vooral gericht op nadere probleemanalyse en de aanpassing van de inzet t.a.v. specifieke doelgroepen binnen het klantenbestand. Globaal zagen we in 2022 binnen het klantenbestand de volgende ontwikkelingen: • Een geleidelijke afname van het bestand van inwoners die reeds langere tijd een uitkering ontvangen; • Een opvallende (relatief) hoge instroom van jongeren; • Een toenemende instroom van (inburgeringsplichtige) statushouders. Zorgen voor Ondersteuning Het aantal inwoners met een indicatie voor maatschappelijke ondersteuning is in het achterliggende jaar opnieuw toegenomen. Dit is in lijn met de prognose en wordt grotendeels veroorzaakt door groeifactoren als vergrijzing en de beweging om langer zelfstandig thuis te blijven wonen.

De ontwikkeling van de lasten loopt niet altijd één op één mee met de ontwikkeling van de aantallen. In de programmaverantwoording wordt per voorziening ingegaan op de ontwikkelingen.

5

Voor een aantal voorzieningen zijn wachttijden ontstaan. Dit wordt voor de dienstverlenende ondersteuning - zoals huishoudelijke ondersteuning - veroorzaakt door personeelstekort en hoog ziekteverzuim. Voor hulpmiddelen en woningaanpassingen zijn wachttijden het gevolg van de schaarste aan grondstoffen en producten. We staan hierover in nauw contact met de zorgaanbieders en leveranciers en zoeken gezamenlijk naar oplossingen om de wachttijden zoveel mogelijk terug te dringen en te beperken. In het collectief Wmo-vervoer hebben we in het bijzonder met een aantal knelpunten te maken gehad in het achterliggende jaar. Daarvoor is in 2022 een aantal maatregelen genomen waarin de dienstverlening versoberd werd. Deze maatregelen waren noodzakelijk om het op-tijd-rijd-percentage te herstellen en te zorgen dat inwoners weer betrouwbaar vervoerd konden worden. Eind 2022 lijken deze maatregelen het gewenste effect te sorteren. Voor de toekomst zal een verdere doorontwikkeling van het collectief vervoer nodig zijn om ook in de toekomst een betrouwbare en kwalitatief hoogwaardige vervoersvoorziening te kunnen bieden. Dienstverlening In 2022 is de klanttevredenheid gemiddeld iets lager dan in 2021, maar het meer jaren beeld is stabiel goed en boven de norm van een 7,5. Het minst tevreden is men over de email dienstverlening.

Dit als gevolg van het niet in één keer krijgen van het (juiste) antwoord. Eind 2022 is hier een verbeteractie op gezet die direct effect heeft; op het moment van dit schrijven krijgt email dienstverlening een ruime 8. In 2022 werden er 641 bezwaren ingediend. Na een jarenlange dalende trend zien we nu voor het eerst sinds het jaar 2018 een stijging van het aantal bezwaarschriften, met name als gevolg van specifieke maatregelen die het rijk in 2022 nam (zoals de energietoeslag). 2022 stond ook in het teken van de investering in een nauwere en meer integrale samenwerking met gemeentelijke organisaties en ketenpartners in de regio. Nieuw is dat er na de zomer een pilot is gestart met een integraal consulent vanuit de Sociale Dienst in diverse gemeenten. Deze consulent heeft als doel om samen met ketenpartners op locaties in de wijken integrale dienstverlening te organiseren voor inwoners met multi problematiek waarbij een beperkte mate van zelfregie aanwezig is. Hoewel de ontwikkeling van dit type dienstverlening nog in volle gang is zijn de eerste ervaringen voor alle betrokkenen positief. Financiële samenvatting Net als eerdere jaren zijn de definitieve jaarresultaten van de uitvoering van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (Wmo) nog niet opgenomen in de conceptversie van de jaarstukken. Ook is de accountantscontrole nog niet afgerond.

Het jaarresultaat over 2022 bevat daarom nog onzekerheden. De definitieve cijfers Wmo worden conform planning in maart opgeleverd. Het jaarresultaat van de GR Sociaal over 2022 bedraagt afgerond € 1,9 mln. (positief) en is als volgt opgebouwd: - Reguliere dienstverlening - Tozo - Energietoeslag Totaal resultaat 2022

€ 4,0 mln. € 1,3 mln. -/€ 0,9 mln. -/€ 1,9 mln. (afgerond)

Het financieel effect voor gemeenten is afgerond € 1,3 mln. (positief) onder andere in verband met de overheveling van afgerond € 0,4 mln. naar 2023 en resultaatbestemming van circa € 0,2. Het jaarresultaat ligt in de lijn van de verwachting zoals geschetst bij de 2e bestuursrapportage 2022 en valt binnen de bandbreedte van +2% en -2% die bij de primaire begroting 2022 gehanteerd is. Het verschil wordt vooral verklaard door een nadeel bij de opgave Bestaanszekerheid versterken (Tozo en Energietoeslag), een voordeel bij de opgave Ontwikkelen naar werk en een voordeel op de apparaatskosten over alle opgaven.

6

(bedragen x € 1.000)

Hierna worden de belangrijkste financiële resultaten per opgave nader toegelicht: Resultaat opgave Bestaanszekerheid versterken Inkomensondersteuning Het resultaat op de reguliere dienstverlening van inkomensondersteuning is per saldo afgerond € 0,4 mln. (positief). Dit wordt vooral veroorzaakt door het saldo van hogere bijstandslasten (€ 0,6 mln.), lagere lasten IOAW/ IOAZ (€ 0,2 mln.) en minder verstrekte loonkostensubsidie (€ 0,4 mln.). Daarnaast is de voorziening dubieuze debiteuren Inkomensondersteuning herijkt, daaruit volgt een vrijval van de voorziening ter grootte van € 0,4 mln. Ten opzichte van de 2e bestuursrapportage 2022 neemt het tekort (op de BUIG) voor gemeenten per saldo af naar afgerond € 5,7 mln.: Tekort bij 2e bestuursrapportage 2022 Resultaat reguliere dienstverlening inkomensondersteuning 2022 Totaal tekort op de BUIG voor gemeenten in 2022

€ 6,1 mln. -/€ 0,4 mln. € 5,7 mln. -/- (afgerond)

Tozo In de jaren 2020 tot en met 2022 (coronatijd) heeft de SDD zich ingezet om zelfstandig ondernemers, die door de coronacrisis in financiële problemen kwamen, te ondersteunen. Dat begon in 2020 met Tozo-1 (Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers) en duurde tot 1 oktober 2021 (Tozo-5). In het jaar 2022 zijn alle aanvragen Tozo afgerond. Bij de jaarstukken 2022 GRS wordt er met betrekking tot de Tozo over de jaren 2020 tot en 2022 € 1,3 mln. afgerekend met gemeenten. Tegoed gemeenten ultimo 2021 (o.b.v. overgedragen regelingen 2021) Lasten Tozo 2022 Baten Tozo 2022 Per saldo af te rekenen met gemeenten i.v.m. Tozo

€ 0,7 mln. € 3,3 mln. -/€ 1,2 mln. € 1,3 mln. -/- (afgerond)

In 2022 zijn er geen voorschotten Tozo bij gemeenten in rekening gebracht. Per saldo bedraagt het resultaat 2022 bij Inkomensondersteuning (reguliere dienstverlening en Tozo) € 0,9 mln. (negatief).

7

Minimabeleid Het resultaat 2022 bij minimabeleid is per saldo € 0,6 mln. (positief). Gedurende het jaar was de verwachting dat in 2022 de uitgaven zouden stijgen ten opzichte van 2021 als gevolg van het beëindigen van de coronamaatregelen. Ondanks de energiecrisis en koopkrachtdaling in 2022 heeft de verwachte stijging van het beroep op de reguliere minimavoorzieningen zich niet doorgezet. Het resultaat op het reguliere budget Minimabeleid over 2022 bedraagt € 1,5 mln. positief, dit is € 0,6 mln. hoger dan de prognose bij de 2e bestuursrapportage 2022 ter grootte van € 0,9 mln. Het positieve resultaat op de lasten bedraagt € 1,3 miljoen en op de baten € 0,2 miljoen. De energietoeslag is als nieuwe eenmalige vorm van categoriale bijstand per 1 april 2022 ingevoerd. Bij de energietoeslag is sprake van een overschrijding ten opzichte van de 2e bestuursrapportage 2022. Deze overschrijding op de energietoeslag bedraagt circa € 0,9 mln. en is het gevolg van een hoger aantal toekenningen energietoeslag. Het aantal toekenningen betreft de werkelijke toekenningen én een inschatting van de nog af te handelen aanvragen tot en met 31 december 2022.

Resultaat opgave ontwikkelen naar werk Bij participatie is er een onderbesteding van de middelen waardoor er bij deze jaarstukken € 0,57 mln. terugbetaald wordt aan gemeenten. De voornaamste reden is dat er extra budgetten in 2022 beschikbaar zijn gesteld waar een deel van de inzet uit gefinancierd kan worden, zodat reguliere middelen voor een gedeelte terug kunnen vloeien. Het project Kinderopvang gemeente Dordrecht en Zwijndrecht is gerealiseerd en hiermee afgerond. Het overschot van € 0,12 mln. wordt terugbetaald aan de deelnemende gemeenten. Het project verlengde ondersteuning regionale samenwerking GGZ, centrumgemeente Dordrecht is niet gerealiseerd vanwege de beperkte mogelijkheden. Het bedrag van € 30k wordt terugbetaald aan de gemeente Dordrecht.

Resultaat opgave zorgen voor ondersteuning Het effect voor gemeenten op de Wmo (exclusief apparaatskosten) bedraagt ruim € 0,2 mln. positief. Als gevolg van lokaal meer-minder gebruik kan het individuele resultaat per gemeente onderling verschillen. In het resultaat is een bedrag van € 0,8 mln. opgenomen aan betaalde meerkosten Corona over 2021 en 2022, waarvoor gemeenten bij de verschillende circulaires aanvullende middelen van het Rijk hebben ontvangen. Vanuit de verwachting dat de kosten binnen de begroting konden worden opgevangen, zijn deze aanvullende middelen niet door de SDD opgehaald.

Bedrijfsvoering Voor de apparaatskosten over alle opgaven wordt boekjaar 2022 afgesloten met een voordelig resultaat van € 730.000. Bij de 2e bestuursrapportage 2022 was reeds de verwachting dat de apparaatskosten binnen de begroting zouden blijven.

8

1.2 VOORSTEL RESULTAATBESTEMMING Bij de opgaven van de GR Sociaal is sprake van resultaatbepaling (DR 4 december 2018). Bij deze onderdelen worden de vaste financieringsafspraken, inclusief de afrekening met de gemeenten, reeds in de jaarrekening verwerkt, bij wijze van resultaatbepaling. Er is dan geen te bestemmen resultaat meer. De met de gemeenten af te rekenen bedragen worden als schuld of als vordering op de balans van de GRS opgenomen. Gemeenten nemen lokaal dezelfde bedragen, maar dan gespiegeld, in hun balans op. In bepaalde situaties kan het Algemeen Bestuur worden gevraagd een besluit te nemen over de bestemming van het resultaat in verband met budgetoverheveling/ reservevorming. Niet-bestede budgetten kunnen tot een voordelig resultaat leiden bij de jaarrekening. Aan het Algemeen Bestuur kan worden voorgesteld om het benodigde budget bij de bestemming van het rekeningresultaat in het volgende jaar opnieuw ter beschikking te laten stellen. (bedragen x € 1.000)

Toelichting: Per saldo bedraagt het resultaat, ten opzichte van de 2e bestuursrapportage 2022, afgerond € 1,9 mln. (positief). Van dit positieve resultaat wordt voorgesteld om afgerond € 1,3 mln. terug te betalen aan gemeenten. Versterking Arbeidsmarktregio werkgeversdienstverlening In samenwerking met centrumgemeente Dordrecht is het budget van € 0,15 mln. ingezet. Er resteert nog een bedrag van € 0,25 mln. en is conform afspraak met centrumgemeente Dordrecht overgeheveld naar 2023. Voor het jaar 2023 is inmiddels een begroting opgesteld. Regiodeal Er is in 2022 € 603.000 begroot ten behoeve van het (door)ontwikkelen van programma's en leerlijnen. Het project is gerealiseerd voor € 427.000 (2022). Het verschil van € 176.000 bij de Regiodeal wordt niet afgerekend, maar verrekend met gemeente Dordrecht. Bedrijfsvoering Het totale voordeel 2022 op bedrijfsvoering over alle opgaven bedraagt € 730.000. De nota Risicomanagement en Weerstandsvermogen Gemeenschappelijke Regeling Sociaal geeft de mogelijkheid om reserves te vormen bij bijvoorbeeld budgetoverheveling. Niet-bestede budgetten kunnen tot een voordelig resultaat leiden bij de jaarrekening. Aan het Algemeen Bestuur kan worden voorgesteld om het benodigde budget bij de bestemming van het rekeningresultaat in het volgende jaar opnieuw ter beschikking te laten stellen.

Het Algemeen Bestuur beslist op individuele basis over het vormen van zo'n bestemmingsreserve, en over de omvang, opbouw en aanwending. Aan het Algemeen Bestuur wordt voorgesteld om € 145.000 toe te voegen aan een bestemmingsreserve ter dekking van opleidingskosten die in 2023 gemaakt (moeten) worden in plaats van in het jaar 2022. Het betreffen kosten van opleidingen die in 2022 zijn ingekocht die doorlopen in 2023, omdat zij in 2022 niet werden afgerond. Voor een uitgebreidere beschrijving van de opgaven én een uitgebreidere analyse per opgave, verwijzen wij u naar hoofdstuk 2 'Programmaverantwoording'.

9

2 PROGRAMMAVERANTWOORDING Voor de programmaverantwoording dient het bij de begroting vastgestelde beleid als uitgangspunt. Per programma wordt ingegaan op de drie 'w-vragen': • • •

Wat hebben we bereikt? Wat hebben we daarvoor gedaan? Wat heeft het gekost?

2.1 BESTAANSZEKERHEID VERSTERKEN Wat hebben wij bereikt?

Obstakels voor bestaanszekerheid wegnemen Stabiliteit bieden en bevorderen Inwoners eerder en beter bereiken Binnen de opgave "bestaanszekerheid versterken" staan jaarlijks de drie bovenstaande ambities centraal. We bieden inwoners (inkomens)ondersteuning in de vorm van algemene bijstand en minimavoorzieningen en nemen daarmee een aantal financiële obstakels weg, waardoor het perspectief op bestaanszekerheid voor deze inwoners wordt versterkt. Inwoners worden daarnaast geholpen met hun schulden en gecoacht in het versterken van hun financiële zelfredzaamheid. De inzet is daarbij gericht op het zo vroeg mogelijk signaleren, stabiliseren en oplossen van schulden en het creëren van een duurzaam beheersbare en stabiele financiële situatie voor onze inwoners. Naast bovenstaande ambities is een aantal kwantitatieve doelstellingen (dan wel aannames) geformuleerd die zijn opgenomen in (dan wel ten grondslag hebben gelegen aan) de primaire begroting 2022. Aangezien deze doelstellingen/aannames nog waren gebaseerd op een economische situatie voorafgaand aan die in 2022 met ongekende inflatie en koopkrachtdaling, zijn zij in de tweede bestuursrapportage 2022 op enkele onderdelen aangepast. InkomensStand 1/1/22 voorziening Algemene bijstand 6.433 *Daarmee is de daling van het bestand 3,3%. Minimabeleid Bijz. bijstand Bijz. bijstand PMB Bijz.

bijstand Bewind SMS-Kinderfonds SUN CZM minima CZM CZG Energietoeslag 31/12/2022

Prognose 2022 2e Burap 6.200

Stand 31/12/2022

Prim. begroting 22 Aannames 1.710 5.316 2.200

Prognose 2022 2e burap 1.640 5.316 2.120

Stand 31/12/2022

5.146 250 4.041 6.762

5.114 250 3.799 6.279

5.315 301 3.799 6.279

Toegekende aanvragen 9.745

Ambtshalve toegekend (zonder aanvraag) 9.102

Totaal toegekend

6.219

1.562 5.230 2.043

18.847

* Schuldhulpverlening Budgetbeheer en schuldregeling Aantal nieuwe (gestarte) trajecten (doelstelling 1200 per jaar) Wachttijd (doelstelling 95%) Slagingspercentage Schuldregelen ( doelstelling 85%)

Stand 31/12/2022 1.429 82% 96%

10

Slagingspercentage Stabilisatie (doelstelling 75%) Resultaat vroegsignalering ABS (doelstelling 35%) Resultaat vroegsignalering P-wet (doelstelling 35%) Bewindvoering (regeling 50) Aantal nieuwe (gestarte) trajecten (doelstelling 125)

92% 67% 67% 98

Wat hebben wij daarvoor gedaan? Algemeen 2022 was voor de opgave Bestaanszekerheid Versterken een jaar van grote uitdagingen met een snel veranderende context. Landelijk werd in 2022 een breed scala aan noodmaatregelen getroffen die door de GR Sociaal werden uitgevoerd. 2022 was daarmee het derde jaar op rij dat van de opgave Bestaanszekerheid Versterken om allerlei extra inspanningen werden gevraagd. De belangrijkste daarvan waren de invoering van de energietoeslag, het leefgeld voor Oekraïners en de voortdurende zorg voor de koopkracht van minima en de lagere middeninkomens als extra doelgroep. Waar op voorhand (door de krapte op de arbeidsmarkt) een sterke daling van het inkomensbestand kon worden verwacht, gold het tegengestelde voor het beroep op de minimavoorzieningen en – met grotere vertraging – op schuldhulpverlening als gevolg van de dalende koopkracht. Terugkijkend op 2022 blijken geen van beide verwachtingen uitgekomen. Het inkomensbestand is aan het eind van het jaar lager dan in het recente verleden, maar is niet met die sprong gedaald die met de krapte op de arbeidsmarkt op voorhand werd verwacht. En het beroep op het minimabeleid is – behoudens of misschien zelfs dankzij de zeer succesvolle energietoeslag – beperkt gebleven. Voor wat betreft schuldhulpverlening is de verwachte boeggolf uitgebleven, dit geldt ook voor vroegsignalering.

Er is echter wel sprake van een lichte toename van het aantal aanmeldingen en trajecten. In het onderstaande wordt nader ingezoomd op de ontwikkelingen per voorziening en een verklaring geboden voor eventuele afwijkingen ten opzichte van de verwachtingen. Inkomensvoorzieningen In onderstaande grafiek is de ontwikkeling te zien van het aantal bijstandsuitkeringen van januari 2020 t/m december 2022. Daar waar in de afgelopen jaren duidelijk de effecten van lockdowns en versoepelingen te herkennen zijn, laat onderstaande grafiek vanaf maart 2021 een geleidelijke daling zien van het klantenbestand. Deze daling is te danken aan de combinatie van het einde van de coronacrisis en de aantrekkende arbeidsmarkt, waardoor het vinden van werk vergemakkelijkt is voor een deel van de klanten, met name de klantgroep die door die crisis in de bijstand terecht is gekomen. Dit is nagenoeg conform de in de tweede burap bijgestelde prognose. De verdere details over instroom en uitstroom komen aan bod bij de opgave Ontwikkelen naar werk.

11

Om na te gaan of er in het bestand potentieel zit qua gebruik van voorliggende voorzieningen, is eind 2022 met een pilot gestart voor een scan op voorliggende voorzieningen. In deze pilot wordt gekeken of er inwoners met een uitkering zijn die feitelijk (deels) van een financiële voorliggende voorziening gebruik zouden kunnen maken (bijvoorbeeld Toeslagenwet). De eerste resultaten daarvan worden begin 2023 zichtbaar. Ondernemers Met de beëindiging van de Bbz-light regeling zijn de steunmaatregelen voor ondernemers definitief ten einde gekomen. De Bbz-light regeling betrof een tijdelijke versoepeling van de Bbz-uitkering. In totaal zijn er 351 aanvragen Bbz-light toegekend. Ook zijn er in 2022 nog 635 aanvragen voor Tozo 4 en Tozo 5 toegekend. Door te veel of onterecht verstrekte Tozo-uitkeringen, is er op dit moment een openstaande vordering van circa € 2,4 mln. verdeeld over in totaal 856 klanten (inclusief voorgaande jaren). Terugvorderen doen we op een manier die past bij de situatie van de ondernemer. Zo is een betaalafspraak altijd bespreekbaar en wordt er indien noodzakelijk uitstel van betaling verleend, om te zorgen dat de bestaanszekerheid niet onder druk komt te staan. Het Regionaal Bureau voor Zelfstandigen (RBZ) voert het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen (Bbz) uit voor de Drechtsteden.

Eind 2020 is het Ondernemersloket opgezet, waarmee er één centrale ingang is gekomen voor alle zelfstandig ondernemers. Zelfstandig ondernemers kunnen hier terecht voor al hun vragen. Vanuit dit loket vindt er doorgeleiding plaats naar passende hulp, bijvoorbeeld schuldhulpverlening. In totaal zijn er in 2022 27 schuldhulpverleningstrajecten via het RBZ afgerond en zijn er nog 24 lopende trajecten schuldsanering of budgetbegeleiding. Het totaal aantal afgehandelde aanvragen door het RBZ is fors gestegen in 2022 naar 553, ten opzichte van 178 aanvragen in 2021. Deze stijging heeft voornamelijk te maken met de Bbz-light regeling. Aangezien dit een versoepeling van het Bbz betrof, kwam een groter aantal ondernemers hiervoor in aanmerking. Ook het aantal aanvragen voor bedrijfskapitaal met levensonderhoud is gestegen van 8 aanvragen in 2021 naar 17 aanvragen in 2022, evenals aanvragen voor levensonderhoud waar een sterke stijging te zien is van 4 aanvragen in 2021 naar 39 aanvragen in 2022. De stijging laat zien dat er een gestegen behoefte is aan Bbz na de beëindiging van de ondersteuningsmaatregelen vanuit het Rijk, al moet nog uitwijzen of dit een tijdelijke of structurele behoefte betreft. Leefgeld Oekraïense vluchtelingen Sinds 1 april 2022 is de Rijksregeling opvang Ontheemden Oekraïne in uitvoering en daarmee hebben Oekraïners recht op leefgeld.

De SDD voert de leefgeldregeling uit voor de Drechtstedengemeenten conform de Dienstverleningsovereenkomst. Hierin is opgenomen dat iedere drie maanden de gemaakte kosten aan verstrekt leefgeld plus de uitvoeringskosten worden doorbelast aan de gemeenten. De SDD is verantwoordelijk voor het proces van registratie tot en met de daadwerkelijke verstrekking van leefgeld. Er zijn sinds de start van de leefgeldregeling 1668 Oekraïense rekeninghouders die leefgeld hebben ontvangen, waarvan 803 Oekraïense rekeninghouders een lopende leefgeld uitkering genieten (stand 31 januari 2023). Hiervan bevinden 650 Oekraïners zich in gemeentelijke opvang en 153 Oekraïners in particuliere opvang. Minimabeleid Ondanks de energiecrisis en koopkrachtdaling in 2022 heeft de verwachte stijging van het beroep op de reguliere minimavoorzieningen zich niet doorgezet. Alleen bij de collectieve zorgverzekering voor minima, het persoonlijk minimabudget en het noodfonds van Stichting Urgente Noden (SUN) zijn meer huishoudens bereikt. Bijzondere bijstand Het beroep op bijzondere bijstand is nagenoeg gelijk gebleven ten opzichte van 2021. Hierbij valt op dat het aantal huishoudens dat bijzondere bijstand voor inrichtingskosten heeft ontvangen voor het tweede jaar op rij hoog is. In vergelijking met 2019 is dit aantal met vijftig procent gestegen.

Inwoners kiezen hierbij ook steeds vaker, 31 keer in 2022, voor de optie om de bijzondere bijstand voor inrichtingskosten 'in natura' te ontvangen in plaats van leenbijstand. Hiervoor wordt samengewerkt met een stichting die de tweedehands inboedel aan huis kan afleveren. Mogelijk heeft de uitbetaling van de energietoeslag vanaf april 2022 voorkomen dat er een extra beroep werd gedaan op reguliere minimavoorzieningen zoals de bijzondere bijstand. Inwoners hebben

12

bovendien de energietoeslag ter hoogte van € 1.300 in één of twee keer uitbetaald gekregen. Landelijk kreeg iedereen bovendien in november en december 2022 een compensatie van 2 x 190 euro. Niet alle inwoners kregen echter direct te maken met een hogere energierekening, meestal pas na ontvangst van de jaarafrekening, terwijl de compensatie voor de energiekosten al eerder was ontvangen en er daardoor geen tekort was op de huishoudbegroting. Naast de energietoeslag konden inwoners in 2022 in aanmerking komen voor individuele bijzondere bijstand voor de verhoogde energiekosten. Het gebruik hiervan was minimaal, onder andere door voorliggende voorzieningen als de energietoeslag en de voorwaarde dat niet eerder wordt toegekend dan op basis van de feitelijk gemaakte kosten zoals vermeld op de jaarafrekening. Eenmalige energietoeslag 2022 De eenmalige energietoeslag is in april 2022 ingevoerd in verband met de gestegen energieprijzen. De energietoeslag is voor een grote groep 'ambtshalve' uitbetaald (onder meer aan inwoners die in de periode van 1 juli 2021 tot 1 april 2022 bijzondere bijstand of het persoonlijk minimabudget hebben ontvangen). Voor de inwoners die de energietoeslag niet op deze zogenoemde 'ambtshalve' wijze uitbetaald hebben gekregen, stond de mogelijkheid open om de energietoeslag aan te vragen.

Inwoners kwamen bij een inkomen tot 120% van het Wettelijk sociaal minimum (WSM) in aanmerking voor € 1.300 en bij een inkomen tussen 120-130% van het WSM voor € 900 of € 1.100, afhankelijk van de gemeente. De energietoeslag is in totaal 18.847 keer toegekend. Van de 19.400 huishoudens met een inkomen tot 130% WSM heeft afgerond 97% de energietoeslag op aanvraag of ambtshalve toegekend gekregen. Er is een overschrijding van het budget dat door het kabinet beschikbaar is gesteld voor de uitvoering van de energietoeslag. Dit komt doordat de Drechtsteden in hun beleid een ruimere doelgroep hebben gekozen, waarbij ook inkomens tussen 120-130% WSM in aanmerking komen. Een andere reden is dat het bereik en het aantal ontvangen aanvragen hoger is dan verwacht. Ook hoger dan waar het Rijk bij de vaststelling van de financiering vanuit is gegaan. Het tekort op de energietoeslag bedraagt € 0,9 miljoen en kan worden opgevangen met het overschot op het totale minimabeleid. SMS-Kinderfonds Het SMS-Kinderfonds wordt uitgevoerd via de Dordtpas (Dordrecht) en Stichting Leergeld (overige gemeenten). In 2022 hebben minder kinderen gebruikgemaakt van het SMS-Kinderfonds via Leergeld. De afschaffing van de vergoeding van de vrijwillige ouderbijdrage per 1 januari 2022 heeft bovendien gevolgen voor de uitgaven van het SMS-Kinderfonds.

Het tegoed dat hierdoor is vrijgekomen is bij de Dordtpas vooral ingezet voor sportactiviteiten. Bij Leergeld hebben kinderen minder vaak een nieuwe bestemming gevonden voor het vrijgekomen tegoed, hetgeen voornamelijk heeft geleid tot een afname van de uitgaven bij de kinderen op het voortgezet onderwijs. Sociaal Leenfonds Vanaf 1 april 2022 is het Sociaal Leenfonds in het leven geroepen voor inwoners met betalingsachterstanden of noodzakelijke kosten die zij even niet kunnen dragen. Deze regeling wordt uitgevoerd door Stichting Urgente Noden (SUN) en is bedoeld om inwoners in een vroeg stadium met hun geldzorgen te helpen om zo verdere problematische schulden te voorkomen. In 2022 hebben 22 huishoudens gebruikgemaakt van het Sociaal Leenfonds. Herijking en campagne minimabeleid In 2022 heeft de regionale herijking minimabeleid definitief vorm gekregen met de gemeenten.Dit heeft tot besluitvorming geleid in alle raden in het najaar van 2022. Met deze herijking zijn er, naast meer diversiteit tussen de gemeenten, ook nieuwe vormen van bijzondere bijstand ontwikkeld (een belangrijke daarvan is coulance op de medische kosten). Het effect hiervan krijgt zijn weerslag in 2023. Verwacht wordt dat hiermee het bereik voor de bijzondere bijstand zal gaan toenemen. Dit volgen we in 2023 via de reguliere cyclus.

Tot slot zijn eind 2022 de voorbereidingen voor een campagne gestart voor het onder de aandacht brengen van voorzieningen. Deze campagne krijgt definitief vorm in 2023, maar draagt naar verwachting mede bij aan het vergroten van het bereik.

13

Schuldhulpverlening De resultaten over 2022 zijn conform doelstelling, met uitzondering van de doelstelling op de wachttijd en de (extra) doelstelling ten aanzien van bewindvoering in eigen beheer. Zoals eerder aangegeven in de bestuursrapportages is er in 2022 (nog) geen sprake geweest van een boeggolf van aanmeldingen voor schuldhulpverlening. Wel is het aantal aanmeldingen en gestarte trajecten in 2022 gestegen ten opzichte van 2021. Zo is er een toename van 67 aanmeldingen in 2022 (1.118 aanmeldingen in 2022 ten opzichte van 1.051 in 2021) en een toename van het aantal gestarte trajecten. Waren er in 2021 1.051 nieuwe schuldhulpverleningstrajecten gestart, in 2022 is dit aantal gestegen tot 1.429 nieuwe schuldhulpverleningstrajecten inclusief de hernieuwde nazorgtrajecten. Afgezien van voorgaande nazorgtrajecten, zijn er in 2022 1.235 nieuwe trajecten gestart en is deze doelstelling sinds jaren behaald. Voor wat betreft de wachttijd heeft er in 82% van de gevallen een eerste gesprek plaatsgevonden binnen 10 werkdagen. De lagere score op de doelstelling heeft o.a. te maken met de beschikbaarheid van de inwoner zelf, het plannen van intakegesprekken op locatie van bijvoorbeeld het wijkteam en het voeren van tandemgesprekken met collega's van het wijkteam of andere instanties.

Hierdoor is het planningstechnisch niet altijd mogelijk om binnen 10 werkdagen een gesprek te laten plaatsvinden. Concluderend zou voorzichtig gesteld kunnen worden dat de stijging van de energielasten en de koopkrachtcrisis hebben geleid tot een stijging van de aanmeldingen en nieuwe trajecten van schuldhulpverlening. Dit is ook terug te zien in de stijging van het aantal aanmeldingen voor crisisgesprekken voor hulp bij dreigende huisuitzetting of afsluiting van energie die hebben plaatsgevonden in 2022. Bovengenoemde problematiek heeft echter niet alleen geleid tot meer aanmeldingen en trajecten ook was dit goed zichtbaar bij inwoners in een lopend schuldhulpverleningstraject. Veel inwoners konden de hoge termijnbedragen of de jaarafrekeningen van de energie niet meer betalen en de uitgaven voor boodschappen etc. kwamen onder druk te staan. De inkomsten en uitgaven waren in een dusdanige disbalans dat er een structureel tekort ontstond. De energietoeslag heeft hierin enige verlichting geboden maar was in sommige gevallen niet genoeg om het tekort op de huishoudbegroting te dekken. Vanuit de uitvoering is er sterk ingezet op het voorkomen dat schuldhulpverleningstrajecten om deze reden beëindigd zouden worden en met succes, dit is dan ook niet het geval geweest.

Landelijk is hier ook stevig op ingezet, zo is de Regeling afsluitbeleid kleinverbruikers in oktober 2022 tijdelijk aangepast tot 1 april 2023 zodat niemand afgesloten kan worden van energie wegens betalingsachterstanden. Tevens geeft de regeling ruimte voor coulantere betalingsregelingen of zelfs uitstel van betaling. Ter ondersteuning hiervan is tevens de intentieverklaring "Samen schuldregelingen redden" ondertekend door het ministerie, VNG, NVVK en schuldeisers waaronder ook de Rijksuitvoerders als de Belastingdienst, UWV etc. Bewindvoering (in eigen beheer) Er zijn in 2022 98 nieuwe trajecten bewindvoering gestart en op 31 december 2022 waren er 149 lopende trajecten bewindvoering. Het aantal van 98 nieuw gestarte trajecten ligt onder de doelstelling van 125 nieuw gestarte trajecten. Deze doelstelling was ook ambitieus ingestoken gezien de ontwikkelingen van de afgelopen jaren en het feit dat de SDD één van de spelers is op de bestaande markt en derhalve moet concurreren met het bestaande aanbod. Desondanks is er, door bewindvoering in eigen beheer zoveel mogelijk onder de aandacht te brengen, een mooi resultaat behaald. Dit geldt tevens voor de uitstroom. Het aantal lopende trajecten fluctueert door de in- en uitstroom van cliënten.

In 2022 zijn er 65 cliënten uitgestroomd om diverse redenen variërend van het intrekken van de aanvraag door de cliënt tot aan uitstroom omdat de schuldensituatie is opgelost.Voor wat betreft uitstroom wegens het oplossen van de schuldensituatie, zijn er in 2022, 22 cliënten om die reden uitgestroomd. Vroegsignalering In 2022 is er ondanks de door inflatie stijgende kosten van levensonderhoud geen sprake geweest van een explosieve toename van het aantal vroegsignalen gedurende het jaar, ook is er geen constante lijn van stijging of daling zichtbaar. Het aantal signalen per maand fluctueerde gedurende het jaar. Mogelijke oorzaken hiervoor kunnen zijn het actiever benaderen door signaalpartners van hun klanten en het coulanter zijn met betalingsregelingen. Andere mogelijke verklaringen kunnen

14

liggen in de wijziging van wet- en regelgeving zoals de Regeling afsluitbeleid kleinverbruikers waardoor de energiemaatschappijen zelf meer actie moeten ondernemen richting de consument en de landelijke intentieverklaring "Samen schuldregelingen redden". Tevens kan het zijn dat de energietoeslag in 2022 en de overheidsmaatregelen zoals de BTW verlaging en de landelijke compensatie van 2 x € 190 in november en december 2022 hieraan hebben bijgedragen. Voor wat betreft de doelstelling van vroegsignalering, is deze in 2022 behaald, het slagingspercentage van vroegsignalering bedroeg 67% ten opzichte van de doelstelling van 35%. Hetgeen inhoudt dat 67% van de inwoners waarover signalen zijn ontvangen, zijn bereikt en voorzien van advies en informatie, zijn doorverwezen naar andere vormen van dienst-en hulpverlening, zijn ingestroomd in een schuldhulpverleningstraject of dat er geen verdere actie nodig was. Toeslagenaffaire In de Drechtsteden hebben zich tot en met eind 2022 in totaal 1.040 inwoners gemeld als zijnde gedupeerde van de kinderopvangtoeslagaffaire of waarvan hun gegevens zijn doorgegeven door de Belastingdienst. Eind 2022 werden er 466 (mogelijk of reeds erkend) gedupeerde ouders actief ondersteund door het hulpteam van regisseurs. Andere inwoners wensten geen hulp, hebben niet gereageerd op het hulpaanbod of waren al reeds geholpen door het hulpteam.

In 2022 hebben er diverse landelijke ontwikkelingen plaatsgevonden inzake de kinderopvangtoeslagaffaire. Zo is de Wet hersteloperatie toeslagen in november 2022 in werking getreden en is de Kindregeling ingegaan. Hiernaast is er ook een specifiek hulpaanbod gecreëerd inzake uithuisplaatsingen van kinderen en voor gedupeerden die willen terugkeren vanuit het buitenland naar Nederland. Voor wat betreft de schuldenaanpak is er in 2022 ook de mogelijkheid tot compensatie voor reeds bestaande schulden gerealiseerd. Generiek probleem blijft echter ook in 2022 de doorlooptijden bij het Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen (UHT) voor wat betreft het herstelproces met als gevolg dat het vertrouwen van de burgers in een oplossing steeds verder daalt. Wat heeft het gekost? Opgave Bestaanszekerheid versterken

Jaarrekening

Geactualiseerde begroting

Afwijking

Lasten

Baten

Saldo

Lasten

Baten

Saldo

Lasten

Baten

Saldo

15.257

30.517

15.260

13.913

29.673

15.760

-1.344

-844

500

118

118

0

107

107

0

-10

-10

0

114.247

114.301

54

113.523

113.077

-446

-724

-1.224

-500

720

720

0

617

617

0

-103

-103

0

Maatwerkvoorziening Inkomenssteun C.Z.G.

2.100

2.100

0

2.069

2.069

0

-31

-31

0

Minimabeleid

34.363

34.363

0

33.991

33.991

0

-372

-372

0

Totaal

166.805

182.119

15.314

164.219

179.533

15.314

-2.586

-2.586

0

Apparaat Bestaanszekerheid versterken Budgetadvies en Schuldbemiddeling Inkomensondersteuning Kinderopvangtoeslagaffaire

Bedragen x € 1.000

Bijdragen gemeenten exclusief DVO's Opgave Bestaanszekerheid versterken Apparaat Bestaanszekerheid versterken

Geactualiseerde begroting

Jaarrekening

Verschil

30.366

29.453

-913

118

107

-10

Inkomensondersteuning

104.743

105.623

880

Maatwerkvoorziening Inkomenssteun C.Z.G.

2.100

2.069

-31

Minimabeleid

34.363

33.761

-602

Totaal

171.690

171.013

-677

Budgetadvies en Schuldbemiddeling

Bedragen x € 1.000

15

Toelichting: Budgetadvies en Schuldbemiddeling Het programma budgetadvies en schuldbemiddeling is begroot op € 0,12 mln. De uitgaven zijn conform de begroting. De gemaakte kosten hebben met name betrekking op bekendheid, doorontwikkeling van schuldhulpverlening in de Drechtsteden, Geldfit en borgstelling saneringskrediet.

Inkomensondersteuning Reguliere bijstand (excl. Tozo) De totale lasten van de reguliere bijstandsuitkeringen dalen ten opzichte van de 2e bestuursrapportage 2022 met € 1,5 mln. De totale baten laten een daling zien van € 1,1 mln. Per saldo een positief resultaat ter grootte van € 0,4 mln. In de 2e bestuursrapportage 2022 werd nog uitgegaan van een tekort over 2022 van € 6,1 mln. (excl. Tozo). Het feitelijk saldo over 2022 komt uit op een lager tekort namelijk € 5,7 mln. (excl. Tozo). Daarmee is het tekort (excl. Tozo) ten opzichte van de 2e bestuursrapportage 2022 € 0,4 mln. lager. Onderstaande tabel laat het verloop zien van het tekort (excl. Tozo) ten opzichte van de 2e bestuursrapportage 2022. Actuele begroting 2e bestuursrapportage 2022

-6,1 mln.

A. Hoger gemiddeld prijs

-0,6 mln.

B. Minder lasten IOAW

0,2 mln.

C. Minder lasten LKS

0,3 mln.

D. Minder verstrekt Leefgeld

1,6 mln.

E. Minder debiteuren bijstand

-0,4 mln.

D. Minder opgehaald Leefgeld

-1,6 mln.

F. Actualisering voorziening debiteuren

0,4 mln.

G. Financiering project Handhaving

0,5 mln.

Jaarrekening 2022

-5,7 mln.

tekort

tekort

A. Een hogere gemiddelde prijs van de reguliere bijstand; B. Lagere uitgaven IOAW; C. Minder verstrekte Loonkostensubsidie; D. Minder verstrekt Leefgeld Oekraïense vluchtelingen waardoor minder budget benodigd is; E. Minder/ lagere vorderingen debiteuren; F. De actualisering voorziening dubieuze debiteuren heeft een positief effect ten gunste van het resultaat; G. De financiering van het project Handhaving dient uit de eigen middelen plaats te vinden (Drechtraad 5 oktober 2021). Hiervoor zijn de lasten van de Bijstand verlaagd. Dit heeft geen effect op het tekort, het betreft een administratieve verwerking. Tozo Onderstaande tabel geeft aan wat de lasten en baten zijn van de Tozo 2022.

16

Bovenstaande tabel laat een tekort op de Tozo zien van 2020 tot en met 2022 ter grootte van € 1,3 mln. Hieronder is de opbouw van het tekort te zien.

A. Dit betreft het saldo van: • boeken van de loonheffingen per einde jaar; • balanscorrectie i.v.m. overloop 2020; • hogere inhuurkosten; • terugdraaien van dubbele inhuurkosten welke per abuis bij de begroting bij de lasten is meegenomen. B. Meer vorderingen debiteuren; C. Dit betreft de balanscorrectie in verban met overloop 2020 (zie ook A.). In verband met de landelijke discussie van afgelopen jaren over de verantwoording/ controle van de uitvoering van de Tozo-regeling zijn de afgelopen jaren extra (uitvoerings-)kosten gemaakt. De eisen die gesteld werden aan de verantwoording sloten niet geheel aan op de bedoeling van de regeling. Dat is een landelijke discussie waarvan in april 2020 al is ingebracht in de gesprekken met het ministerie SZW dat als de control eisen hoog zijn dat dan het bedrag wat uitgegeven moet worden aan de controle de vergoeding gaat overstijgen (zie ook jaarstukken 2021 GR Drechtsteden). Gezien het risico op onrechtmatigheid en de daarmee corresponderende terugbetaling zijn de afgelopen jaren daarom extra kosten gemaakt om de controle en verantwoording van de Tozo goed af te ronden. Bij deze jaarrekening wordt de Tozo (2020 t/m 2022) afgesloten en afgerekend met gemeenten.

Hierbij wordt rekening gehouden met: - Definitieve verrekening 2020; - De voorlopige/ definitieve verrekening 2021; - Kosten gemaakt in 2022 waarvoor nog geen financiering is ontvangen. Voor het jaar 2020 is er vanuit het Rijk reeds een definitieve verrekening geweest basis van de SiSa 2020. Hieruit volgde per saldo een terugbetaling van gemeenten aan het Rijk van € 0,7 mln. Voor 2021 volgde per saldo een voorlopige terugbetaling van € 0,5 mln. (op basis van Het Beeld van de Uitvoering 2021). In totaal dus een terugbetaling van gemeenten aan het Rijk ter grootte van € 1,2 mln. Deze is intussen door de gemeenten aan het Rijk betaald (voor de gemeenten Dordrecht en Zwijndrecht was er per saldo een ontvangst). Voor de verstrekkingen Tozo in het jaar 2022 is nog subsidie verstrekt door het Rijk. Op basis van deze jaarrekening en het aantal genomen besluiten is er in totaal € 2,3 mln. te ontvangen. Per saldo leidt dit tot een tekort op de Tozo voor alle jaren van € 0,2 mln.

17

Tozo debiteuren Op basis van de recente opboekingen, ontvangsten en afboekingen van de Tozo debiteuren dient de voorziening € 2,1 mln. groot te zijn. De hoogte van de voorziening blijft gelijk aan die van 2021.

Kinderopvangtoeslagaffaire In 2022 is de Hersteloperatie Kinderopvangtoeslagaffaire Drechtsteden voortgezet. De uitgaven zijn € 0,1 mln. lager dan begroot. De uitgaven worden op basis van de afgesloten DVO's met gemeenten afgerekend.

Maatwerkvoorziening inkomenssteun De uitgaven zijn nagenoeg gelijk aan de begroting. De kosten bijzondere bijstand voor indirecte medische kosten zijn lager dan begroot.

Minimabeleid Het positieve resultaat bij Minimabeleid bedraagt op de lasten € 0,4 mln. en € 0,2 mln. op de baten. Per saldo afgerond € 0,6 mln. positief. Het resultaat op de lasten bestaat uit een negatief resultaat van circa € 0,9 mln. energietoeslag en een positief resultaat van € 1,3 mln. op het reguliere budget Minimabeleid. Eenmalige energietoeslag 2022 De overschrijding ten opzichte van de 2e bestuursrapportage op de energietoeslag bedraagt € 0,9 mln. De overschrijding is het gevolg van een hoger aantal toekenningen energietoeslag. Het aantal toekenningen betreft de werkelijke toekenningen en een inschatting van de nog af te handelen aanvragen per 31 december 2022. In het Algemeen Bestuur van 13 oktober 2022 is besloten om voor de Energietoeslag de verdeelsleutel te baseren op de verhouding van de inkomsten uit het Rijksbudget dat gemeenten voor de energietoeslag ontvangen. Als een gemeente individueel afwijkt van het voorgestelde bedrag is dit per gemeente verrekend. Aantallen energietoeslag: Aantal doelgroep

Energietoeslag

Uitbetaalde energietoeslagen

Begrote toekenningen 2e burap 2022

Verschil

Doelgroep <120%

16.969

16.676

293

Doelgroep 120% > 130%

1.878

1.634

244

Totaal

18.847

18.310

537

De overschrijding energietoeslag ten opzichte van Rijksbudget bedraagt € 4,0 mln. In onderstaande tabel zijn de kosten per doelgroep gespecificeerd en het verschil ten op zichtte van de begroting van de 2e bestuursrapportage 2022.

18

Financiële doorvertaling Energietoeslag: Jaarrekening

Overzicht 2e burap

Verschil

Kosten <120 - € 1.300

€

23.265.311 €

22.753.332 €

511.979

Totaal Rijksbudget Drechtsteden

€

21.331.907 €

21.331.907 €

-

Tekort t.o.v. Rijksmiddelen

€

1.933.404 €

1.421.425 €

511.979

Kosten 120>130 - € 900 Extra kosten gemeenten Papendrecht en Zwijndrecht

€

1.940.991 €

1.702.890 €

238.101

€

99.400

-€

99.400

Totaal tekort t.o.v. Rijksmiddelen (inclusief extra doelgroep)

€

3.973.794 €

3.124.315 €

849.479

Bij de berekening van de ruimere doelgroep (inkomen tussen 120% -130% WSM) is uitgegaan van een verhoging met € 300: dus van € 600 naar € 900. De gemeenten Papendrecht en Zwijndrecht wijken af van deze regionale lijn, de extra kosten bedragen voor de gemeente Papendrecht € 37.600 en voor de gemeente Zwijndrecht € 61.800. Het Rijk heeft bij de decembercirculaire 2022 € 500 mln. beschikbaar gesteld voor de energietoeslag 2023. Het Rijk biedt gemeenten de mogelijkheid om een bedrag van € 500 van de energietoeslag 2023 toe te voegen aan de energietoeslag 2022 en uit te betalen vóór 1 juli 2023. In 2022 hebben de gemeenten geen gebruik gemaakt van deze mogelijkheid. De gemeenten dienen dit budget bij de jaarrekening te bestemmen voor 2023. Minimabeleid Het positieve resultaat op het reguliere budget Minimabeleid bedraagt € 1,5 mln., dit is € 0,6 mln. hoger dan de prognose van de 2e bestuursrapportage 2022. Het positieve resultaat op de lasten bedraagt € 1,3 mln. en op de baten € 0,2 mln. Het positieve resultaat bestaat uit onderstaande posten: Lagere lasten SMS Kinderfonds € 0,9 mln. De lasten zijn € 0,3 mln. lager dan de prognose van de tweede programmaverantwoording 2022. Gedurende het jaar was de verwachting dat in 2022 de uitgaven zouden stijgen ten opzichte van 2021 als gevolg van het beëindigen van de coronamaatregelen.

Er was gerekend met hogere uitgaven voor de Dordtpas en Stichting Leergeld. Zowel bij de Dordtpas als bij Stichting Leergeld blijkt dit niet het geval. Daarnaast heeft, zoals eerder aangegeven, de afschaffing van de vergoeding van de vrijwillige ouderbijdrage per 1 januari 2022 gevolgen voor de uitgaven van het SMS-Kinderfonds. Lagere lasten bewindvoering € 0,1 mln. In 2022 in het aantal klanten die bijzondere bijstand ontvangen voor de kosten van bewindvoering, voor het eerst sinds 2015, niet toegenomen. Bewindvoering kent twee hoofdvormen, te weten regulier of standaardbewind dat ingesteld wordt op grond van lichamelijke of geestelijke toestand en schuldenbewind dat uitgesproken wordt op grond van problematische schulden en/ of verkwisting. Als gekeken wordt naar de twee hoofdvoorzieningen, is er in de afgelopen jaren een lichte afname/ stabilisatie van de uitgaven voor schuldenbewind en een toename van de uitgave van standaardbewind. Dit heeft onder andere te maken met het feit dat er meer dan voorheen lichtere trajecten werden ingezet en dus vergoed. Lagere lasten bijzondere bijstand (exclusief bijzondere bijstand voor bewindvoeringskosten en PMB) € 0,3 mln. De uitgaven bijzondere bijstand zijn in 2022 gedaald ten opzichte van 2021.

Deze daling wordt voornamelijk veroorzaakt door de afname uitgaven aan kosten voor overige algemene levensbehoeften, verhuiskosten en aanvullende bijstand voor jongeren jonger dan 21 jaar. Het positieve resultaat op de baten betreft hogere opbrengsten terugvordering van € 0,2 mln.

19

2.2 ONTWIKKELEN NAAR WERK Wat hebben wij bereikt? Iedereen die kan werken, bemiddelen we direct naar de arbeidsmarkt We maken inwoners waardevol voor de arbeidsmarkt Inwoners met een verminderde arbeidsmarktwaarde begeleiden we Binnen de opgave "ontwikkelen naar werk" staan jaarlijks de drie bovenstaande ambities centraal. Het streven is om zo veel mogelijk inwoners met een uitkering naar een zo hoog mogelijk en duurzaam niveau van participatie binnen de samenleving en arbeidsmarkt te ontwikkelen. Ook in 2022 hebben we gezocht naar het verkleinen van de kloof tussen de doelgroep van de Participatiewet en de snel aantrekkende arbeidsmarkt. We helpen bijstandsgerechtigden, waar dit kan, ontwikkelen naar (betaald) werk, zodat zij zo zelfstandig mogelijk zelf hun inkomen kunnen verwerven. Zij worden waardevoller voor de arbeidsmarkt wanneer hun arbeidsmarktwaarde wordt vergroot. Daarom werken we aan het wegnemen van belemmeringen die het vinden en behouden van werk in de weg staan. Wanneer er (nog) een te grote afstand tot de arbeidsmarkt is, zetten we in op een arbeidsmatig en/of maatschappelijk perspectief, waarbij het gaat om het bieden van stabiliteit en ondersteuning bij het meedoen in de samenleving, zoals een participatieplek, vrijwilligerswerk of arbeidsmatige dagbesteding. Inwoners met korte afstand tot de arbeidsmarkt worden zo snel mogelijk bemiddeld naar betaald werk.

Wat hebben wij daarvoor gedaan? Algemeen De periode na de Coronapandemie heeft gezorgd voor een moeilijk voorspelbare tijd. Ten tijde van het formuleren van de primaire begroting voorspelde het CPB nog een stijging van 2% (eerder zelfs 6%). In mei 2022 stelde het CPB de norm bij naar een daling van 3,6%. In september 2022 werd die zelfs aangepast naar 5,3%. Daarbij constateerden de meeste gemeenten al dat die laatste prognose minder reëel was. Door de geleidelijke afname van het bestand neemt relatief de afstand tot de arbeidsmarkt van het zittende bijstandsgerechtigden toe. We zien dat de huidige lage instroom meer dan in het verleden een complexere problematiek kent. Aantal inwoners met een uitkering Door deze ontwikkelingen is in de tweede bestuursrapportage de uitstroomdoelstelling op een klantenbestand van 6.200 gehandhaafd. Uiteindelijk waren er op 31-12-2022 6.219 uitkeringsdossiers, waarmee de beoogde doelstelling van 6.200 nagenoeg is bereikt. Instroom Zoals bij de opgave bestaanszekerheid al vermeld is, is het aantal uitkeringsdossiers 6.219 op 31-122022. Het aantal uitkeringsdossiers is het saldo van de instroom van nieuwe bijstandsgerechtigden en de uitstroom van bijstandsgerechtigden. De instroom van bijstandsgerechtigden ziet er als volgt uit:

Aantal dossiers

Totale instroom 2020 1.498

Totale instroom 2021 1.363

Instroom tm 30-09-2022 685

Totale instroom 2022 1.037

Gedurende de periode van Corona kende de instroom een grillig verloop. Desondanks was er sprake van een lichte daling t.o.v. het jaar daarvoor. In de eerste helft van 2022 leek er sprake van meer stabilisatie t.a.v. de instroom en een doorzetting van de reeds ingezette daling. Vanaf augustus is er sprake van een verdere doorzetting van deze daling, die zich tot het einde van 2022 heeft verscherpt. De nieuwe instromers hadden voorheen vaak een groter uitstroompotentieel dan inwoners die langer in het bestand verblijven. Dit is echter inmiddels niet meer het geval. Met de verdere daling van de instroom zien we dat de instroom die zich in de loop van 2022 heeft gemeld kampt met een relatief grotere problematiek. Op deze ontwikkeling was al geanticipeerd door aanpassing van de gesprekken bij aanvraag van een uitkering. Binnen deze gesprekken wordt meer integraal gekeken naar de verschillende leefgebieden en vraagstukken binnen de situatie van de klant. Interventies gericht op de versterking van de

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.papendrecht.nl/api/v1/meetings/649/documents/10590