3. Begroting GRS 2023..pdf
Tekst van het document
Concept Primaire begroting 2023 Gemeenschappelijke Regeling Sociaal
Versie: 8 april 2022
INHOUDSOPGAVE 1 Inleiding .................................................................................................................. 3 1.1 Voorwoord ..................................................................................................................................... 3 1.2 Budgettaire kaders en uitgangspunten.......................................................................................... 4 1.3 Overgang naar GR sociaal ............................................................................................................ 5 1.4 Samenvatting financiële resultaten ............................................................................................... 5
2 Programma Sociale Dienst Drechtsteden ........................................................... 8 2.1 Opgave Bestaanszekerheid versterken ........................................................................................ 8 2.2 Opgave Ontwikkelen naar werk .................................................................................................. 10 2.3 Opgave Zorgen voor ondersteuning ............................................................................................ 15 2.4 Opgave Overhead ....................................................................................................................... 18 2.5 Algemene dekkingsmiddelen ...................................................................................................... 18 2.6 Vennootschapsbelasting ............................................................................................................. 18
3 Paragrafen ............................................................................................................ 19 3.1 Weerstandsvermogen en risicomanagement .............................................................................. 19 3.2 Onderhoud kapitaalgoederen ...................................................................................................... 21 3.3 Financiering ................................................................................................................................. 21 3.4 Bedrijfsvoering ............................................................................................................................. 22 3.5 Verbonden Partijen ...................................................................................................................... 24
4 Financiële begroting............................................................................................ 28 4.1 Overzicht van baten en lasten ..................................................................................................... 28 4.2 Verdeelsleutels ............................................................................................................................ 29
Vaststelling ............................................................................................................. 30 Bijlagen.................................................................................................................... 31 Bijlage A Bijdragen per gemeente per programma ........................................................................... 31 Bijlage B Bijdragen per gemeente per taakveld ................................................................................ 31 Bijlage C Geprognosticeerde balans en EMU saldo ......................................................................... 32 Bijlage D Begroting en meerjarenraming naar taakvelden ................................................................ 33 Bijlage E Meerjaren bijdrage per gemeente per programma ............................................................ 34 Bijlage E Ramingsuitgangspunten per opgave ................................................................................. 35 Bijlage F Beleidsindicatoren .............................................................................................................. 39
2
1 Inleiding 1.1 Voorwoord Voor u ligt de primaire begroting 2023 van de GR-sociaal. Het is het eerste jaar dat de begroting van de Sociale Dienst Drechtsteden, na de transitie naar de nieuwe GR-Sociaal, geen onderdeel meer uitmaakt van de totale begroting van de Gemeenschappelijke Regeling Drechtsteden. Dit betekent dat in deze begroting een aantal verplichte onderdelen zijn opgenomen die eerder opgenomen waren in het grotere totaal van de GRD. Op basis van het 'Financieel Kader Sociale Dienst Drechtsteden' is voorafgaand aan het uitwerken van deze begroting een uitgangspuntennotitie en een beleidsagenda opgesteld. Die twee stukken zijn samen met gemeenten opgesteld en besproken en daarna vastgesteld in het DB. De prognoses in deze begroting zijn gebaseerd op deze vastgestelde uitgangspunten en bevatten geen beleidswijzigingen. Voor beleidsvoorstellen die voortkomen uit de beleidsagenda of die op verzoek van het bestuur zijn opgesteld naar aanleiding van actuelere ontwikkelingen geldt dat deze eerst voor besluitvorming zullen worden voorgelegd, en pas dan verwerkt zullen worden in de begroting.
Wanneer er tussen het opstellen van deze begroting en de daadwerkelijke besluitvorming informatie beschikbaar komt, bijvoorbeeld vanuit het Rijk of het CPB, die significante gevolgen heeft voor de prognoses, zullen wij in een aparte oplegger het bestuur hierover informeren met eventueel een voorstel tot aanpassing van de voorliggende begroting. De opgaven zoals deze vastliggen in de Regionale Visie Sociaal Domein zijn de basis voor de activiteiten van de Sociale Dienst Drechtsteden. De ambities die daarin zijn opgenomen en gezamenlijk met onder andere gemeenten zijn geformuleerd, zijn nog steeds actueel en vormen ook de basis waarlangs deze begroting is opgebouwd. Het opstellen van een begroting gaat gepaard met vooruitkijken en is in die zin altijd onzeker. In de huidige context zijn er drie factoren die een grote onzekere invloed hebben op de (volumes van) dienstverlening van de Sociale Dienst Drechtsteden. De huidige situatie in Oekraïne en de daarmee gepaard gaande economische sancties is daar de grootste van. De effecten daarvan zijn al merkbaar en hoe zich dit verder gaat ontwikkelen is uiterst onzeker. De al eerder merkbare inflatie wordt versterkt, met - op dit moment- grote effecten op de prijzen voor energie en brandstof. De kans dat mensen met een minimum inkomen in de financiële problemen komen wordt hiermee vergroot.
We houden deze ontwikkelingen en inschattingen van het CPB en het Rijk nauwlettend in de gaten. Een tweede onzekere factor blijft corona. Op dit moment zijn de contactbeperkende maatregelen niet meer van kracht en is de maatschappij weer volledig geopend, waardoor ondernemers de draad weer kunnen oppakken. Tegelijkertijd stopt, in 2022 ook een aantal van de ondersteuningsmaatregelen. Het effect daarvan op de vraag naar ondersteuning is nog niet goed in te schatten. Daarnaast hebben we afgelopen twee jaar ervaren dat de ontwikkelingen rond corona zich snel kunnen opvolgen en blijft er dus ook een mogelijkheid dat een nieuwe variant van het virus opduikt waardoor opnieuw contactbeperkende maatregelen mogelijk zijn. Behalve bovenstaande punten wordt in 2022 op alle drie de opgaven gewerkt aan een herijkingsproces. Begin 2022 zijn alle regionale verordeningen en beleidsregels 'as-is' vastgesteld door de desbetreffende organen. In het herijkingsproces wordt door de Drechtstedengemeenten en de Sociale Dienst Drechtsteden voor alle drie de opgaven onderzocht op welke onderdelen maatwerk gewenst is en wat de mogelijkheden en consequenties hiervan zijn. Wat de uitkomsten van deze trajecten zijn en hoe de financiële consequenties er uit zien, is op dit moment dus nog niet duidelijk. De uitwerking en besluitvorming zal plaatsvinden via de afgesproken route van beleidsvoorstellen.
Pas na besluitvorming hierop wordt dit verwerkt in de begroting. Doorkijk per opgave Voor de opgave bestaanszekerheid is de lijn dat we steeds klantgerichter werken, vanuit een breed perspectief op bestaanszekerheid, waarbij we rekening houden met stressoren op klantniveau en werken vanuit de bedoeling. Hierbij bouwen we voort op het verbeterprogramma 2022 dat voor dit doel in de steigers is gezet, waarin ook de acties uit het reeds vastgestelde beleidsplan schuldhulpverlening zullen worden opgepakt. In deze begroting is nog geen rekening gehouden met de compensatie voor minima voor de stijgende energieprijzen voor 2023 en nog niet met een 3
eventuele structurelere compensatie voor de stijgende kosten van basisbehoeften ten opzichte van het besteedbaar inkomen van minima op de lange termijn. De belangrijkste ontwikkeling voor de opgave ontwikkelen naar werk, maar die op dit moment nog niet kan worden verwekt in de begroting is het samengaan van de Sociale Dienst Drechtsteden met Drechtwerk. In maart hebben de besturen van beide gemeenschappelijke regelingen positief geadviseerd aan de colleges van Burgemeester & Wethouders van de zeven gemeenten om een principebesluit te nemen. In 2022 zal dit verder worden uitgewerkt en vormgegeven en de verwachting is dat dit begin 2023 geëffectueerd kan worden en dat jaar gebruikt kan worden voor verdere ontwikkeling en invulling van de samenwerking. Daarnaast wordt ook in 2023 onverminderd ingezet op ontwikkelen van inwoners richting werk en het laten uitstromen van inwoners naar de arbeidsmarkt. Gezien de arbeidsmarktsituatie en het vooruitzicht van een economische recessie hebben we hierbij de wens om te gaan innoveren en in samenwerking met gemeenten en maatschappelijke partners, verder te bouwen op de stappen die afgelopen jaren zijn gezet op dit vlak. Binnen de opgave Zorgen voor Ondersteuning spelen op dit moment verschillende ontwikkelingen die het moeilijk maken om een betrouwbare inschatting te maken van de verwachte kostenontwikkeling.
Enerzijds verwachten we een beeld waarbij voor de meeste Wmo-voorzieningen de stijgende trend in klantenaantallen aan zal houden. Anderzijds zien we dat de financiële vertaling van deze trend wordt gedempt door het grotere worden probleem van het personeelstekort in de zorg. Hoewel we in gesprek zijn en blijven met de zorgaanbieders over mogelijke oplossingen hiervoor is het niet de verwachting dat het personeelstekort opgelost kan worden. In het regeerakkoord is verder het voornemen opgenomen om voor bepaalde Wmo-voorzieningen weer een inkomensafhankelijke eigen bijdrage in te voeren wat een fors effect op het aantal klanten kan hebben. Tot slot is er nog veel onduidelijkheid rond het wetsvoorstel dat resultaatgericht beschikken mogelijk moet maken. Mocht dit voorstel uiteindelijk op onvoldoende steun kunnen rekenen, dan zal dit voor de voorziening huishoudelijke ondersteuning naar verwachting leiden tot een forse verhoging van de kosten. Met het verder ontwikkelen van de informatievoorziening verwachten we gemeenten steeds beter te kunnen faciliteren in de behoefte aan realtime informatievoorziening via het dashboard dat op dit moment al toegankelijk is voor gemeenten. Zoals benoemd in de uitgangspuntennotitie is het noodzakelijk om te investeren in de ICT-ontwikkeling. In deze begroting is hiervoor voorzien in een structurele investering van € 0,5 mln.
1.2 Budgettaire kaders en uitgangspunten Het Drechtstedenbestuur heeft op 3 september 2020 het Financieel kader Sociale Dienst Drechtsteden vastgesteld. De onderdelen van dit kader zijn opgenomen in de financiële verordeningen zoals deze door het Algemeen Bestuur van de GRS op 10 maart 2022 zijn vastgesteld. Om de verbinding te versterken, stellen de gemeenten en de GR Sociaal gezamenlijk jaarlijks een uitgangspuntennotitie op. De uitgangspunten uit deze notitie dienen als basis voor het opstellen van de primaire begroting 2023 en voor de meerjarenraming 2024 tot en met 2026. Op deze manier zijn gemeenten tijdig betrokken in het proces om te komen tot de primaire begroting 2023 GR Sociaal. In de begroting worden ook nieuwe verdeelsleutels voor het vaststellen van de gemeentelijke bijdragen verwerkt zoals besloten door de Drechtraad in oktober 2021. De gemeenten hebben gezamenlijk een traject gelopen om te komen tot een actualisatie van de kostenverdeling en de daarbij behorende sleutels. Omdat verandering van kostenverdeling altijd leidt tot herverdeeleffecten is door de gemeenten aangegeven een ingroei periode van vier jaar te willen hanteren. De ingroei gaat met stappen van 25% per jaar zodat na vier jaar de kosten voor 100% worden verdeeld op basis van de nieuwe verdeelsleutels. De verdeling van de kosten is vastgelegd in de Bijdrageverordening.
Voor het vertalen van de uitgangspunten naar een (financiële) begroting wordt het volgende gehanteerd. Kostenindexering op basis van de septembercirculaire 2021 De indexering van de budgetten voor de ontwikkeling van loonkosten en prijzen zijn in de primaire begroting 2023 verwerkt. Voor de indexering zijn de CPB-ramingen uit de septembercirculaire 2021 gebruikt. Dit houdt in dat loonkosten met 2,0% en prijzen 1,9% stijgen. Kapitaallasten worden niet geïndexeerd. De rekenrente voor de kapitaallasten is 1%.
4
Loonkosten De huidige cao heeft een looptijd van 1 januari 2021 tot en met 31 december 2022. In totaal stijgen de lonen in 2022 met 3,9% (excl. wijzigingen sociale lasten en pensioenpremie). In de primaire begroting 2022 was al rekening gehouden met het indexcijfer vanuit de septembercirculaire 2020 van 1,3%. Voor 2023 is in de ramingen rekening gehouden met een structurele loonontwikkeling van 2%. Ramingsuitgangspunten en percentages per opgave zijn opgenomen in de bijlage. 1.3 Overgang naar GR sociaal Vanaf 1 januari 2022 is Gemeenschappelijke Regeling Drechtsteden omgevormd naar een Gemeenschappelijke Regeling Sociaal (GRS). Binnen deze GRS is de Sociale Dienst Drechtsteden als enige organisatie opgenomen. De begroting 2022 is nog in de "oude opzet" in juli 2021 door de Drechtraad vastgesteld. Daarmee is de primaire begroting GRD 2022 de basis voor deze primaire begroting 2023 voor zover het onderdeel Sociale Dienst Drechtsteden betreft. Ook heeft de Drechtraad op 5 oktober 2021 een wijziging op de primaire begroting 2022 vastgesteld. Deze was specifiek gericht op het programma-onderdeel van de Sociale Dienst (uitvoering participatieplekken van SDD naar gemeenten, voortzetten projecten handhaving én steunmaatregel Corona in 2022 conform de beleidsagenda 2022).
Als het gevolg van de transitie van de GRD naar zowel de gemeente Dordrecht als de GR Sociaal is de begroting 2022 GRD ontvlochten en is een deel van het programma Beleid en Bestuur overgeheveld naar de GRS. Dit deel is nu opgenomen in de primaire begroting 2022, zoals dit gehanteerd wordt in de voorliggende begroting 2023 van de GRS. Daarmee is het startpunt van de actuele begroting 2022 van de GRS als volgt: Totaal begroting 2022 lasten
baten
saldo
Bestaanzekerheid versterken
136.866
-149.051
-12.185
Ontwikkelen naar werk
44.312
-51.577
-7.266
Zorgen voor ondersteuning
78.375
-78.989
-613
Overhead
20.752
-688
20.064
Eindtotaal
280.305
-280.305
0
1.4 Samenvatting financiële resultaten In het onderstaande overzicht zijn de begroting 2022, zoals deze beschreven is in paragraaf 1.3 en de primaire begroting 2023 per opgave weergegeven. De kosten en baten zijn met € 1,3 mln. afgenomen.
5
Begroting 2022
Opgaven en producten
Primaire begroting 2023
Afwijking
lasten
baten
saldo
lasten
baten
saldo
lasten
baten
saldo
Bestaanzekerheid vers terken
136.866
149.051
12.185
132.671
148.019
15.348
4.194
-1.031
3.163
Apparaat Bes taanzekerheid versterken
15.668
27.353
11.685
14.406
29.753
15.348
1.262
2.400
3.663
118
118
0
120
120
0
-2
2
0
108.922
109.422
500
105.406
105.406
0
3.517
-4.017
-500
Maatwerkvoorziening Inkomenssteun C.Z.G.
2.250
2.250
0
2.328
2.328
0
-78
78
0
Minimabeleid
9.907
9.907
0
10.412
10.412
0
-505
505
0
Ontwikkelen naar werk
44.312
51.577
7.266
44.734
51.506
6.772
-423
-71
-494
Apparaat Ontwikkelen naar werk
10.564
8.494
-2.069
9.052
7.723
-1.329
1.512
-772
740
Inburgering
300
300
0
2.195
2.195
0
-1.895
1.895
0
Participatie
6.479
15.534
9.055
6.744
14.565
7.821
-265
-969
-1.234 0
Budgetadvies en Schuldbemiddeling Inkomensonders teuning
Statushouders
406
686
280
420
700
280
-14
14
WSW
26.563
26.563
0
26.323
26.323
0
240
-240
0
Overhead
20.752
688
-20.064
23.305
154
-23.151
-2.553
-534
-3.087
Apparaat Overhead
20.752
688
-20.064
23.305
154
-23.151
-2.553
-534
-3.087
Zorgen voor ondersteuning
78.375
78.989
613
78.255
79.287
1.031
120
298
418
Apparaat Zorgen voor ondersteuning
7.129
7.743
613
6.951
7.983
1.031
178
240
418
Begeleiding en kortdurend verblijf
29.155
29.155
0
29.155
29.155
0
0
0
0
Huis houdelijke onders teuning
28.420
28.420
0
28.420
28.420
0
0
0
0
Hulpmiddelen
5.390
5.390
0
5.390
5.390
0
0
0
0
Vervoer
8.281
8.281
0
8.339
8.339
0
-58
58
0
Eindtotaal
280.305
280.305
0
278.966
278.966
0
1.339
-1.339
0
Dit geeft het volgende beeld op de batenkant. Opgaven en producten
Analyse 2023 t.o.v. 2022
Bestaanzekerheid versterken
-1.031
-560
bijdragen gemeenten -472
Apparaat Bestaanzekerheid versterken
2.400
-11
2.411
2
0
2
-4.017
-549
-3.468
verschil baten baten overig
Budgetadvies en Schuldbemiddeling Inkomensondersteuning Maatwerkvoorziening Inkomenssteun C.Z.G.
78
0
78
Minimabeleid
505
0
505
Ontwikkelen naar werk
-71
-1.022
951
Apparaat Ontwikkelen naar werk
-772
-947
175
Inburgering
1.895
0
1.895
Participatie
-969
-75
-894
14
0
14
-240
0
-240
Statushouders WSW Overhead
-534
154
-688
Apparaat Overhead
-534
154
-688
Zorgen voor ondersteuning
298
236
62
Apparaat Zorgen voor onders teuning
240
-75
315
Begeleiding en kortdurend verblijf
0
71
-71
Huishoudelijke ondersteuning
0
158
-158
Hulpmiddelen
0
24
-24
Vervoer
58
58
0
-1.339
-1.193
-146
Eindtotaal
Het totaal van de bijdragen vanuit de gemeenten blijft ongeveer gelijk. Wel zitten er verschuivingen over de opgaven heen. Dit geeft het volgende beeld per opgave. Bestaanszekerheid versterken De kosten van het Minimabeleid stijgen met ruim € 500.000 ten opzichte van de begroting 2022. Hierin is nog geen rekening gehouden met de huidige ontwikkelingen (maart 2023). De kosten van maatwerkvoorziening inkomenssteun chronisch zieken en gehandicapten neemt toe met ruim € 6
80.000. Het onderdeel Inkomensondersteuning daalt juist ten opzichte van de begroting 2022 met € 3,5 miljoen. Dit is het gevolg van de dalende klantaantallen. De klantaantallen worden gebaseerd op de prognoses van het CPB. Een verdere toelichting op de opgave is opgenomen op bladzijde 10. Ontwikkelen naar werk Per 1 januari 2022 is de nieuwe Wet inburgering van kracht. Daarmee komt de verantwoordelijkheid voor de inburgering van asielstatushouders en gezinsmigranten bij gemeenten te liggen. Het budget, specifieke uitkering (SPUK) voor inburgeringsvoorzieningen is bestemd voor de bekostiging van de leerroutes, maatschappelijke begeleiding, het participatieverklaringstraject (PVT) en de module arbeidsmarkt en participatie (MAP). De maatschappelijke begeleiding en de PVT's worden door de gemeenten uitgevoerd en ingekocht. Hiervoor blijft een deel van het budget achter. De overige taken worden door de SDD uitgevoerd. Het budget voor participatie neemt op basis van de uitgangspuntennotitie met circa € 1 miljoen af. Zorgen voor ondersteuning Bij het opstellen van de begroting Zorgen voor Ondersteuning 2023 is gekeken naar de ontwikkeling van de reguliere trends in cliëntenaantallen en de bijbehorende kosten. De uitkomsten hiervan zijn vastgelegd in de uitgangspuntennotitie begroting 2023. De begroting blijft voor 2023 nagenoeg gelijk aan de begroting van 2022.
Apparaat/overhead In de kosten van het apparaat is de kostenindexering van 2,0% voor looncompensatie en 1,9% voor de materiële budgetten opgenomen. Het apparaat is structureel opgehoogd met € 500.000 voor de versterking van de informatievoorziening. Daarnaast zijn de kosten met betrekking tot de Wet inburgering opgenomen. Tevens zijn de kosten die overgekomen zijn in het kader van de ontvlechting van de GRD vanuit Bureau Drechtsteden nu via dit spoor opgenomen (ca 5,5fte). Ook de kosten met betrekking tot het vervallen van de verplichting met betrekking tot de VUT 2006 geeft een verlaging van de kosten. De vergelijking tussen de jaren wordt overigens beïnvloed door administratieve verrekeningen.
Sliedrecht
Zwijndrecht
Totaal
7.479
82.420
3.305
7.089
11.026
10.440
24.272
146.031
Ontwikkelen naar werk
2.480
31.843
552
1.929
3.364
3.727
7.130
51.025
Hendrik-Ido Ambacht
Bestaanzekerheid versterken
Opgaven bedragen x 1.000
Dordrecht
Papendrecht
HardinxveldGiessendam
Alblasserdam
In onderstaande tabel staan de gemeentelijke bedragen per opgave opgenomen verdeeld naar de individuele gemeente.
Zorgen voor ondersteuning
4.617
34.058
3.930
5.880
7.921
7.333
12.546
76.286
Eindtotaal
14.575
148.321
7.787
14.898
22.311
21.500
43.949
273.341
7
2 Programma Sociale Dienst Drechtsteden 2.1 Opgave Bestaanszekerheid versterken Wat zijn de ontwikkelingen? De prioriteiten, activiteiten en uitgaven binnen de opgave "bestaanszekerheid versterken" zijn (soms met vertraging) in hoge mate conjunctuur volgend. Sinds maart 2020, het begin van de coronacrisis, is het uitermate lastig prognosticeren. Dat geldt onverminderd op het moment van het opstellen van deze begroting. Corona lijkt (vooralsnog) minder impact te hebben op onze samenleving, maar laat nog wel degelijk zijn sporen na. Enerzijds zagen we eind 2021 een sterk herstel van de economische groei en ongekende krapte op de arbeidsmarkt. Dat alles overigens wel in de wetenschap dat de laatste coronasteunmaatregelen in het eerste kwartaal 2022 nog moesten aflopen en daarmee ondernemers alsnog in de problemen konden brengen. Anderzijds werden we geconfronteerd met een bijzonder na-ijleffect van de coronacrisis (in combinatie met geopolitieke spanningen): een grote schaarste aan grondstoffen (waaronder olie en gas) en daarmee inflatiecijfers die sinds 1982 niet meer zo hoog zijn geweest. Dit heeft geleid tot algeheel verlies aan koopkracht, dat vooral voor de laagste inkomens zonder ingrijpen niet valt te dragen.
Daarbovenop is met de Russische inval in Oekraïne en de daarop volgende sanctiemaatregelen een uiterst onzekere situatie ontstaan, met nog onvoorziene gevolgen voor de mondiale en Nederlandse economie. Het is zo goed als zeker dat de koopkracht als gevolg van de sanctiemaatregelen in 2022 nog verder achteruit zal gaan, maar of die negatieve repercussies ook in dezelfde mate zullen gelden voor de arbeidsmarkt en werkgelegenheid is iets minder zeker. Op basis van het meest recente CEP (maart 2020) verwacht het CPB in zijn basisraming voor 2023 een economische groei van 1,7%, wat wel een demping inhoudt ten opzichte van de verwachte economische groei in 2022 (3,6%), maar nog steeds gepaard gaat aan krapte op de arbeidsmarkt.Ook verwacht het CPB in zijn basisraming in 2023 een herstel van de koopkracht van 1,9%, na de enorme dip in 2022 van -/- 2,7%. In zijn, een week later gepubliceerde Verdieping CEP 2022 schetst het CPB aanvullend op de scenario's in het CEP een somberder (vierde) scenario ten aanzien van de oorlog in Oekraïne waarbij de gastoevoer richting Nederland wordt gestopt: in dat geval loopt de inflatie in 2022 hoog op (8%), de economische groei in 2022 sterk terug (1,2) en daalt de koopkracht verder (-5,1%). Ook 2023 laat in dat geval ongunstigere cijfers zien (respectievelijk 4%, 1,2% en 0,6%).
Geconcludeerd mag worden dat de prognoses voor 2023 dus nog uiterst onzeker zijn en, naast mogelijk nieuwe coronaontwikkelingen, afhankelijk van het verloop van de oorlog in Oekraïne, de sancties en de economische repercussies. Evenmin is zeker of, hoe en in welke mate het kabinet in 2022 (en 2023?) zal ingrijpen in het koopkrachtverlies van inwoners en/of extra ondersteuning zal bieden aan (opnieuw) getroffen ondernemers. Naast de inderhaast ingevoerde energietoeslag begin 2022 zijn in het coalitieakkoord de eerste jaren geen koopkrachtreparaties voorzien. Tot op heden heeft het kabinet zich hierover afwachtend opgesteld, maar op basis van de laatste CEP kantelt het beeld wel en zijn voor de laagste inkomens in 2022 aanvullende maatregelen toegezegd. Of dit echter toereikend zal zijn is de vraag. Dit alles doet vermoeden dat de druk op het gemeentelijke minimabeleid in 2022 en 2023 zal toenemen om op die wijze de minima inkomens extra te ondersteunen. Dit zal ook gelden voor extra ondersteuning vanuit budgetbeheer en schuldhulpverlening, ook omdat de lagere middeninkomens in 2022 hard getroffen worden door het koopkrachtverlies in 2022, maar waarschijnlijk geen tegemoetkoming ten bate van koopkrachtreparatie zullen ontvangen.
Op basis van de eerste signalen stijgt het aantal mensen met een betalingsachterstand in energiekosten of een reeds dreigende afsluiting van energie in de eerste maanden van 2022. De algehele verwachting is dat het aantal inwoners met financiële problemen of schulden verder zal toenemen als gevolg van de onder druk staande betaalbaarheid van het dagelijks bestaan. Naast bovengenoemde onzekerheden staat in 2022 de herijking van het Drechtstedelijke minimabeleid op de rol. Dit gebeurt binnen de nieuwe governance in nauwe samenwerking tussen de SDD en de Drechtstedengemeenten. In de herijking zal niet alleen een (ook budgettair) passend antwoord moeten worden gezocht op de actuele koopkrachtontwikkelingen, maar wordt tevens de mogelijkheid geboden tot gemeentelijk maatwerk. Aangezien dit proces nog in zijn kinderschoenen staat, zijn de effecten daarvan op de begroting nog niet te bepalen. De effecten van de governance
8
worden met name verwacht op het minimabeleid en niet, of in veel mindere mate, op de algemene bijstand en schuldhulpverlening. Wat willen we bereiken? Obstakels voor bestaanszekerheid wegnemen Stabiliteit bieden en bevorderen Inwoners eerder en beter bereiken We bieden inwoners (inkomens)ondersteuning in de vorm van algemene bijstand en minimavoorzieningen en nemen daarmee een aantal financiële obstakels weg, waardoor het perspectief op bestaanszekerheid voor deze inwoners wordt versterkt. Inwoners worden daarnaast geholpen met hun schulden en gecoacht in hun financiële zelfredzaamheid. De inzet is daarbij gericht op het zo vroeg mogelijk stabiliseren en oplossen van schulden en het creëren van een duurzaam beheersbare financiële situatie voor onze inwoners. Inwoners die zijn benadeeld door de toeslagenaffaire staan we bij om hun leven weer op orde te krijgen. Bij dat alles willen we onze dienstverlening zo inrichten dat we, vanuit een breed perspectief op bestaanszekerheid, steeds klantgerichter gaan werken, waarbij we rekening houden met stressoren op klantniveau en werken vanuit de bedoeling, en niet primair vanuit de regelgeving. We gaan er daarbij vanuit dat het borgen van bestaanszekerheid een noodzakelijke voorwaarde is voor volwaardige participatie in de samenleving.
Wat gaan we daarvoor doen? Buiten het bieden van de basisvoorzieningen (algemene en bijzondere bijstand, minimabeleid en schuldhulpverlening) zullen we in 2023 voort blijven bouwen aan het steeds verder optimaliseren van onze dienstverlening. Dit kan, afhankelijk van prioriteit en beschikbare middelen, zijn op het gebied van informatievoorziening, proces, voorzieningen, beleid en – bovenal – klantbenadering. Dit laatste mede in het licht van het bredere herstel van vertrouwen in "de" overheid, en de roep om een meer persoonlijke en maatwerkgerichte benadering. Additioneel bieden we, mocht de noodzaak zich in 2023 nog voordoen, ondersteuning aan gedupeerden in de Toeslagenaffaire. Zoals in de schets van de ontwikkelingen is aangegeven, gaan we in 2022 een onzekere periode tegemoet. Onzekerheid ten aanzien corona en de oorlog in Oekraïne, en bijgevolg ten aanzien van de economische ontwikkelingen. Onzekerheid tevens ten aanzien van de beleidsprioriteiten in de Drechtsteden. Idealiter is, met de herijking van het minimabeleid in 2023 het beleid binnen de opgave bestaanszekerheid versterken op maat afgestemd op de lokale situatie in de gemeenten en onze netwerkpartners. Veel zal echter afhangen van eventueel noodzakelijke maatregelen ter bestrijding van een nieuwe economische crisis en de daaruit voortvloeiende prioriteiten.
Dat alles tegen de achtergrond van voldoende financiële ruimte binnen het sociaal domein, ook voor een opgepluste persoonlijke dienstverlening op het gebied van bestaanszekerheid versterken die aan de roep om meer maatwerk en herstel van vertrouwen gepaard gaat. In hoeverre dit laatste budgetneutraal kan worden opgevangen is op dit moment nog onderwerp van onderzoek. Wat gaat het kosten? Opgaven en producten
Begroting 2022
Primaire begroting 2023
Afwijking
lasten
baten
saldo
lasten
baten
saldo
lasten
baten
saldo
Bestaanzekerheid vers terken
136.866
149.051
12.185
132.671
148.019
15.348
4.194
-1.031
3.163
Apparaat Bestaanzekerheid versterken
15.668
27.353
11.685
14.406
29.753
15.348
1.262
2.400
3.663
118
118
0
120
120
0
-2
2
0
108.922
109.422
500
105.406
105.406
0
3.517
-4.017
-500
Maatwerkvoorziening Inkomenssteun C.Z.G.
2.250
2.250
0
2.328
2.328
0
-78
78
0
Minimabeleid
9.907
9.907
0
10.412
10.412
0
-505
505
0
136.866
149.051
12.185
132.671
148.019
15.348
4.194
-1.031
3.163
Budgetadvies en Schuldbemiddeling Inkomensondersteuning
Eindtotaal
Minimabeleid Zoals opgenomen bij het kopje wat zijn de ontwikkelingen zal de druk op het Minimabeleid toenemen. De kosten stijgen hierdoor ten opzichte van de begroting 2022 met € 0,5 mln. De verwachte groei 2023 is gebaseerd op de groei van de uitgangspuntennotitie begroting 2023 t/m 2026. In de groeipercentages is geen rekening gehouden met de huidige ontwikkelingen (maart 2022). De oorlog 9
in de Oekraïne brengt veel onzekerheid met zicht mee. Op dit moment is dit op economisch vlak vooral hogere energieprijzen. Voor de minima zullen de kosten levensonderhoud flink stijgen wat een groot effect kan hebben op het gebruik van de minimaregelingen. Maatwerkvoorziening inkomenssteun chronisch zieken en gehandicapten De kosten maatwerkvoorziening inkomenssteun chronisch zieken en gehandicapten stijgen met € 0,1 mln. ten opzichte van de primaire begroting 2022. De verwachte groei 2022 is gebaseerd op de groei van de uitgangspuntennotitie begroting 2023 t/m 2026. Budgetadvies en schuldbemiddeling Het programma-budget voor Budgetadvies en Schuldbemiddeling is vooralsnog gelijk gehouden aan 2022. Naast de programmakosten bestaan de lasten Budgetadvies en Schuldbemiddeling vooral uit uitvoeringskosten personeel. Inkomensondersteuning Naar verwachting dalen de lasten Inkomensondersteuning met € 3,5 miljoen ten opzichte van de vastgestelde primaire begroting 2022. Deze daling is vooral het gevolg van de dalende klantaantallen. De klantaantallen worden gebaseerd op de prognoses van het CPB. Gezien de economische ontwikkelingen, mede naar aanleiding van de oorlog in de Oekraïne , is deze raming met de nodige onzekerheid omgeven. De vastgestelde begroting 2022 liet een geprognosticeerd nadelig financieel effect gemeenten zien van € 0,2 miljoen.
Op basis van de beschikbare gegevens medio maart 2022 geeft de berekening voor de primaire begroting 2023 een geprognosticeerd voordelig financieel effect gemeenten aan van € 4,4 miljoen, een positieve ontwikkeling van € 4,6 miljoen. Dat betekent dat niet alle Buig middelen hoeven worden opgehaald bij gemeenten. Het advies is wel om deze te reserveren vanwege de (financiële) onzekerheden zoals in deze begroting opgenomen. Deze geprognosticeerde positieve ontwikkeling is het gevolg van een hoger macrobudget, aanpassingen in het verdeelmodel en van het feit dat LKS vanaf 2022 meer op basis van (landelijke) realisatie wordt bekostigd. De hogere budgetten LKS worden verklaart door het feit dat momenteel in de Drechtsteden LKS in verhouding meer wordt toegepast dan in de (meeste) andere gemeenten. Er is dus sprake van een hoog budgetaandeel. De afname van het bijstandsbudget (o.b.v. dalende klantaantallen) wordt meer dan voldoende gecompenseerd door de hogere budgetten LKS. De meerjarige ontwikkeling BUIG (bijstandsuitkeringen en LKS) is gebaseerd op FrontinBUIG. In de berekening van de (meerjarige) prognose wordt rekening gehouden met de te verwachte klantaantallen (CPB), de gemiddelde prijs en de gerealiseerde lasten LKS. 2.2 Opgave Ontwikkelen naar werk Wat zijn de ontwikkelingen? Ook voor de opgave Ontwikkelen naar Werk is het uitermate lastig prognosticeren.
De verwachte negatieve gevolgen van Corona zijn voor wat betreft de werkgelegenheid tot nu toe uitgebleven. Integendeel: er is een grote vraag naar personeel. Echter is het onzeker of dit zo blijft na het beëindigen van de ondersteuningsmaatregelen. Naast de twijfels rondom de financiële positie van ondernemers speelt het tekort aan noodzakelijke grondstoffen voor het maken en leveren van producten een rol. Dit alles nog los van de onzekere situatie rondom de oorlog in Oekraïne. De grote vraag naar personeel heeft als gevolg dat de instroom naar een uitkering beperkt is. Aan de andere kant is de uitstroom ook beperkt. Werkgevers hebben behoefte aan personeel dat snel ingewerkt is. Veel inwoners met een bijstandsuitkering zijn niet in staat om (direct) een plek te verwerven op de arbeidsmarkt. Dit gebrek aan zelfstandigheid stuwt de vraag naar loonkostensubsidie en begeleiding op. Daarom wordt er door Baanbrekend Drechtsteden verder gewerkt aan het binden van werkgevers die werkplekken creëren voor deze doelgroep. Mede hierdoor, maar ook door passende dienstverlening aan de doelgroep met een lagere loonwaarde, vergroten we de kansen van inwoners met afstand tot de arbeidsmarkt. In maart 2022 lag het aantal inwoners waarvoor werkgevers loonkostensubsidie ontvingen op 549. Wanneer we naar deze opgave kijken dan zien we een aantal grote ontwikkelingen.
Dat zijn: Regeerakkoord en herziening Participatiewet. 10
In het regeerakkoord van het huidige kabinet zijn een aantal zaken opgenomen rond de Participatiewet en het (regionale) arbeidsmarktbeleid. Hoewel in het regeerakkoord niet gesproken wordt over een grote herziening van de Participatiewet, lijken de gesprekken op landelijk niveau over de uitwerking hiervan toch een breder karakter te hebben dan alleen de in het regeerakkoord benoemde zaken. We zien daarin het schuivende paradigma, van focus op controle naar focus op hoe helpen we inwoners op een rechtvaardige manier verder, terugkomen. Tevens stelt het Rijk extra middelen beschikbaar. Samenwerking in de regionale arbeidsmarkt In de regio bouwen we, als onderdeel van het regionale netwerk, mee aan een sterke samenwerking en inclusieve arbeidsmarkt in de regio. De wens hierbij is om te komen tot een sluitend netwerk, waar inwoners komend vanuit verschillende situaties, ondersteund kunnen worden bij het maken van (ontwikkelings)stappen richting de arbeidsmarkt. Samenvoegen GR Drechtwerk met GR Sociaal Per 1 januari 2023 worden de GR Sociaal en de GR Drechtwerk samengesmolten tot één gemeenschappelijke regeling.
Hierdoor wordt het onder andere mogelijk om een doorlopende ontwikkellijn voor inwoners te creëren door de uitvoeringsactiviteiten met betrekking tot het ontwikkelen van mensen en de toeleiding naar werk bij elkaar te voegen en een één-loket functie voor inwoners en werkgevers in te richten wat leidt tot verbeterde - één robuuste organisatie te creëren die lokale en regionale initiatieven eenvoudiger kan ondersteunen. Dit wordt in 2022 verder uitgewerkt voor besluitvorming en is in deze begroting dus nog niet financieel verwerkt. Betere verbinding met lokaal Met de nieuwe governance ontstaat steeds meer momentum om regionaal beleid en uitvoering te verbinden met het lokale beleid, zowel op het gebied van sociaal beleid als aanpalende domeinen zoals economie en duurzaamheidsbeleid. Deze ontwikkelingen samen creëren een momentum om regionaal en lokaal de handschoen om te komen tot verbetering en vernieuwing op te pakken. Wat willen we bereiken? Iedereen die kan werken direct naar de arbeidsmarkt bemiddelen Inwoners waardevol maken voor de arbeidsmarkt Inwoners met een verminderde arbeidsmarktwaarde begeleiden We hebben tot doel om inwoners die in staat zijn om te werken te bemiddelen naar betaald werk, waardoor inwoners zo zelfstandig mogelijk in hun inkomen kunnen voorzien. Inwoners zijn waardevol voor de arbeidsmarkt wanneer hun arbeidsmarktwaarde wordt vergroot.
Daarom werken we met inwoners aan het wegnemen van belemmeringen die in de weg staan om te werken. Wanneer inwoners (nog) een te grote afstand tot de arbeidsmarkt hebben, ontwikkelen we arbeidsmatig en/of maatschappelijk perspectief. Dat kan ook gaan om het bieden van stabiliteit en ondersteuning bij meedoen aan de maatschappij. Resultaten in de bestandsontwikkeling Aantal uitkeringsdossiers (verwachte stand eind 2022: 6.349
(verwachte stand eind 2023) 6.349
Deze raming is gedaan op basis van de laatst bekende gegevens. Het CPB heeft op het moment van het opstellen van deze begroting voor 2023 nog geen prognose afgegeven met betrekking tot het aantal bijstandsgerechtigden. We blijven inzetten op de ontwikkeling en uitstroom naar werk. Perspct en Baanbrekend spelen daarbij een belangrijke rol. Instrumenten als detachering, arbeidsmarktwaardeontwikkeling en jobcoaching zijn cruciaal om de afstand die onze bijstandsgerechtigden hebben tot betaalde arbeid, te overbruggen. Daarom blijven wij de activiteiten van de afgelopen jaren voortzetten. De huidige ontwikkelingen in de wereld bemoeilijken het formuleren van reële doelstellingen. In- en uitstroomdoelstellingen zijn namelijk zeer sterk afhankelijk van exogene factoren. Het blijft onze ambitie om de uitstroom van inwoners die we bemiddelen naar betaald werk en de uitstroom van 11
deelnemers aan Perspct naar betaald werk op tenminste hetzelfde niveau te houden als de verwachte instroom. Het is hierbij belangrijk te realiseren dat de bemiddeling naar werk in toenemende mate niet leidt tot een grotere uitstroom uit de bijstand. Voor een groeiende groep inwoners is een parttime baan de maximaal haalbare zelfstandigheid. Dit houdt deels verband met de problematiek/omstandigheden van kandidaten, maar ook met de aard van de functies waar kandidaten naar bemiddeld worden. Zo biedt een bemiddeling naar de zorg vrijwel nooit een fulltime baan op, maar de vraag naar personeel is in die sector wel heel groot. We zetten er op in dat het aantal kandidaten dat parttime uitstroomt naar werk stijgt met 2% ten opzichte van 2022. Daarnaast bemiddelt de SDD veel inwoners met een beperking naar werk. Op dit moment heeft een groot deel van de inwoners met een bijstandsuitkering te maken met één of meerdere beperkingen en is daardoor niet (altijd) zelfstandig in staat het wettelijk minimumloon te verdienen. Onmisbaar om deze inwoners kansen te bieden is de inzet van loonkostensubsidie. Zoals gesteld is de afstand tot de arbeidsmarkt voor een groeiend deel van de bijstandsgerechtigden te groot. Voor deze doelgroep geldt dat we moeten werken aan het vergroten van het perspectief op maatschappelijke en arbeidsmatige ontwikkeling.
In 2023 werken we verder aan het dienstverleningsconcept voor deze doelgroep en de daarbij passende doelstellingen. Wat gaan we daarvoor doen? Instroom in de bijstand voorkomen Wij blijven inzetten op het voorkomen van instroom in de bijstand door pro-actieve benadering van kwetsbare jongeren en doorplaatsing van werkenden met een verminderde loonwaarde. Uitstroom naar werk bevorderen Inwoners met een uitkering of inwoners met een beperking die kunnen werken worden door Baanbrekend Drechtsteden bemiddeld naar werk. Indien nodig kunnen hiervoor instrumenten worden ingezet zoals loonkostensubsidie en/of begeleiding. Ook voor inwoners die veel begeleiding of een beschutte werkplek nodig hebben, is het mogelijk betaald werk te krijgen in de vorm van beschut werk. Ontwikkeling die past bij de klant Voor inwoners die nu nog niet in staat zijn om een plek op de arbeidsmarkt te veroveren of te behouden, zetten we in op het ontwikkelen van de arbeidsmarktwaarde. Hiervoor zijn Perspct en leerlijnen beschikbaar die inwoners ontwikkelen naar beschikbare arbeidsmarktprofielen. Voor nieuwe klanten is het Arbeidsonderzoekscentrum (AOC) beschikbaar. Hier wordt methodisch en onafhankelijk onderzoek gedaan naar de mogelijkheden van de klant. Hierdoor kan gericht worden ingezet op ontwikkeling.
Voor inwoners waar ontwikkeling naar werk een te grote stap is zetten we in op een stabilisatie en meedoen. Een stabiel leven kan het vertrekpunt zijn voor verdere ontwikkeling. Er zullen ook inwoners zijn waarvoor dit het hoogst haalbare doel is. Voor het ontwikkelen van klanten in deze doelgroep werken we samen met partners zoals gemeenten. Project doorplaatsing werkenden Personen die niet in staat zijn om het minimumloon te verdienen kunnen onder voorwaarde in aanmerking komen voor een loonkostensubsidie. Doorplaatsing naar een baan waarbij men zelf minimaal het minimumloon kan verdienen blijft daarbij het uitgangspunt. In het project wordt onderzocht op welke manier de ondersteuning na einde arbeidsovereenkomst geregeld kan worden, om zo de werknemer door te plaatsen naar een andere werkgever. Daarnaast richt het project zich op het uitbreiden van de doelgroep. Dit project loopt op dit moment nog. Na afloop van wordt een inschatting gemaakt of aanvullend beleid of middelen nodig zijn. Inburgering Vanaf 01-01-2022 is de Wet Inburgering van kracht geworden. Namens de Drechtsteden gemeenten moet de SDD voor nieuwkomers de competenties en arbeidskansen van de inburgeraar inzichtelijk maken. Het doel is de inburgeraar in een vroegtijdig stadium te laten kennismaken met de Nederlandse arbeidsmarkt en stappen te laten zetten die leiden tot het zo snel mogelijk, maar ook 12
duurzaam, verwerven van een plek op de arbeidsmarkt. Het gaat hierbij zowel om het trainen van arbeidsvaardigheden alsmede de sociale vaardigheden op de werkvloer. De competenties die gevraagd worden, worden binnen de SDD uitgevoerd door Perspct. Het team van Perspct en Baanbrekend hebben tevens de contacten om de werkervaringsplek te organiseren bij werkgevers. Ontwikkelen van arbeidsmarktwaarde Er wordt hard gewerkt aan het ontwikkelen en uitbreiden van een infrastructuur om de arbeidsmarktwaarde van onze klanten te vergroten. De SDD werkt aan het wegnemen van belemmeringen die de weg naar betaald werk (of het behouden van betaald werk) moeilijker maken. Hiervoor werken we samen met diverse partners. 'Kickstart' Vanwege de Corona pandemie heeft de Rijksoverheid in het kader van 'Kickstart' extra middelen beschikbaar gesteld voor arbeidsmarktregio's in het kader van 'Perspectief op werk'. De SDD voert dit project samen met werkgevers, vakbonden en UWV in het Werkgeversservicepunt (WSP) Baanbrekend Drechtsteden uit. Wat gaat het kosten? Opgaven en producten
Begroting 2022
Primaire begroting 2023
Afwijking
lasten
baten
saldo
lasten
baten
saldo
lasten
baten
saldo
Ontwikkelen naar werk
44.312
51.577
7.266
44.734
51.506
6.772
-423
-71
-494
Apparaat Ontwikkelen naar werk
10.564
8.494
-2.069
9.052
7.723
-1.329
1.512
-772
740
Inburgering
300
300
0
2.195
2.195
0
-1.895
1.895
0
Participatie
6.479
15.534
9.055
6.744
14.565
7.821
-265
-969
-1.234 0
Statushouders
406
686
280
420
700
280
-14
14
WSW
26.563
26.563
0
26.323
26.323
0
240
-240
0
Eindtotaal
44.312
51.577
7.266
44.734
51.506
6.772
-423
-71
-494
Het saldo van € 8,1 mln. op de onderdelen Participatie en Impuls Statushouders wordt veroorzaakt door de wijze van administreren van de apparaatslasten. De betreffende apparaatslasten worden verantwoord op het onderdeel Apparaat en hierdoor zijn de lasten lager dan de baten gepresenteerd. Inburgering Per 1 januari 2022 is de nieuwe Wet inburgering van kracht. Daarmee is de verantwoordelijkheid voor de inburgering van asielstatushouders en gezinsmigranten bij gemeenten komen te liggen. Het budget, een specifieke uitkering (SPUK) voor inburgeringsvoorzieningen is bestemd voor de bekostiging van de leerroutes, maatschappelijke begeleiding, het participatieverklaringstraject (PVT) en de module arbeidsmarkt en participatie (MAP). De maatschappelijke begeleiding en de PVT's worden door de gemeenten uitgevoerd en ingekocht. De overige taken wordt door de SDD uitgevoerd. Bij de bepaling van het budget is in gezamenlijkheid gekeken naar de overkomende rijksmiddelen en de verdeling daarvan. De beschikbare middelen zijn bepaald met behulp van de Divosa rekentool. Aangezien er nog geen taakstelling 2023 t/m 2026 voor de gemeenten beschikbaar is, is er voor gekozen om de voorlopige taakstelling 2022 door te trekken en ingevoerd in de rekentool. Onderstaande tabel geeft dan het volgende beeld. Het meerjarenbeeld is voor de jaren 2024 t/m 2026 gelijk gehouden.
Met de jaren zal er historie opgebouwd worden, waardoor er betere prognoses afgeven kunnen worden. Er zit wel enige risico op het maken van een inschatting van de taakstelling, zeker gezien de huidige beweging van het aantal asielzoekers, dat zich momenteel meldt. Via monitoring en evaluatie zal de taakstelling steeds beter in beeld worden gebracht en indien nodig de prognose hierop worden bijgesteld.
13
Participatie De middelen participatie zijn gebaseerd op de uitgangspuntennotitie begroting 2023 t/m 2026. Het betreft de uitvoering van het huidige beleid en de verwachte groei van het aantal klanten. Onderstaande tabel geeft de opbouw van de baten van het budget Participatie weer.
Regiodeal 2023 Met de Regio Deals wil het Rijk de eigen kracht van een gebied, de regio, benutten en in partnerschap deze helpen te versterken. In het kader van Human Capital, als onderdeel van de Regiodeal, is er een aanvraag gedaan bij centrumgemeente Dordrecht. De Regiodeal is een cofinanciering op de instrumenten leerlijnen en ontwikkelbedrijven. Versterking arbeidsmarktregio 2023 Een hechte en duurzame samenwerking in de arbeidsmarktregio's van UWV en gemeenten met grote groepen werkgevers, sociale partners en andere organisaties zoals (beroeps)onderwijs en private intermediairs is ook in deze bijzondere tijd een voorwaarde om meer mensen die daarbij ondersteuning nodig hebben duurzaam aan het werk te helpen. De subsidie is bedoeld om de samenwerking en de gezamenlijke publieke werkgeversdienstverlening in de 35 arbeidsmarktregio's duurzaam te ondersteunen en te versterken. Impuls Statushouders De lasten en baten zijn in lijn met de begroting 2022. Zoals gebruikelijk worden de meerkosten van € 0,5 mln. gefinancierd uit Participatiemiddelen. Een en ander conform uitgangspuntennotitie. Met de inwerkingtreding van de Wet Inburgering per 2022 zijn we gezamenlijk in gesprek om te evalueren hoe de afbouw van de Impuls Statushouders afgebouwd kan worden in relatie tot de uitvoering van de Wet Inburgering.
Op het moment van schrijven van deze begroting is die evaluatie nog niet afgerond, dat zal medio 2022 gebeuren. Op de geëigende momenten van de P&C cyclus zal over de uitkomst worden gerapporteerd en de uitkomst worden verwerkt in de begroting.
14
Wsw De baten betreffen de ontvangsten die de gemeenten ontvangen volgens de septembercirculaire 2021. Deze worden een op een door gestort (lasten) naar Drechtwerk. 2.3 Opgave Zorgen voor ondersteuning Wat zijn de ontwikkelingen? Op het gebied van maatschappelijke ondersteuning zijn twee belangrijke ontwikkelingen die de afgelopen jaren van invloed zijn geweest op de toenemende uitgaven. Zij gelden niet alleen in de Drechtsteden, maar spelen landelijk. Deze ontwikkelingen zijn (1) een toename in het aantal toegekende maatwerkvoorzieningen en (2) een stijgende kostprijs van de maatwerkvoorzieningen. Het achterliggende jaar zien we dat de groei in aantallen doorzet, maar dat deze niet evenredig loopt met een stijging in de uitgaven. In de financiële paragraaf wordt dit verder toegelicht. Toename aantal maatwerkvoorzieningen Sinds 2016 zien we een gestage groei van de maatwerkvoorzieningen als gevolg van de vergrijzing, de extramuralisering en de ambulantisering. Mensen worden ouder, blijven langer zelfstandig wonen, en hebben vaak te maken met zwaardere problematiek. Daarnaast behandelt ggz steeds meer mensen in de thuissituatie. Hierdoor wordt vaker een beroep gedaan op de maatwerkvoorzieningen Wmo. Sinds 2019 zien we bovendien een forse groei op de huishoudelijke ondersteuning en de woningaanpassingen als gevolg van de invoering van het abonnementstarief eigen bijdrage.
Stijgende kostprijzen Naast het effect als gevolg van volumeontwikkeling, hebben we ook te maken met stijgende kostprijzen. In de eerste plaats hebben de cao-ontwikkelingen een prijsopdrijvend effect. Deze caoontwikkelingen worden verrekend in de jaarlijkse indexcijfers die we contractueel zijn overeengekomen met de zorgaanbieders. In de tweede plaats zien we een stijging in de materiaalkosten bij voorzieningen door de schaarste van materialen. Dit is een gevolg van de coronamaatregelen in de achterliggende jaren en de stokkende aanvoerlijnen wereldwijd. Hoe dit zich in de toekomst gaat ontwikkelen en welke invloed dit zal hebben op kostprijzen is nog onzeker. Landelijke ontwikkelingen Naast deze maatschappelijke ontwikkelingen, zien we ook een aantal landelijke ontwikkelingen die een kostenverlagend effect kunnen hebben. In de eerste plaats zorgt de grote krapte op de arbeidsmarkt op dit moment voor wachttijden in het leveren van ondersteuning en voorzieningen. Inwoners moeten soms langer op hun ondersteuning wachten. Als gevolg van deze wachttijden zijn de uitgaven ook lager dan op basis van de groeiende klantaantallen zou worden verwacht. Ondanks alle inspanningen om de wachttijden op te lossen, is de krapte op de arbeidsmarkt naar verwachting een langdurig probleem dat ook in 2023 een effect zal hebben op de uitgaven.
Een tweede ontwikkelingen is de wijziging van de eigen bijdrage systematiek in de Wmo. In het regeerakkoord is opgenomen dat het Rijk het abonnementstarief eigen bijdrage voor huishoudelijke ondersteuning zal herzien. Op dit moment is nog geen tijdpad van wetswijziging en invoering bekend, maar mogelijk zal dit in de loop van 2023 een effect gaan hebben op de groei van het aantal klanten dat gebruik maakt van ondersteuning. Als de inkomensafhankelijke eigen bijdrage voor huishoudelijke ondersteuning wordt ingevoerd, verwachten we dat een deel van inwoners een eigen oplossing zal gaan zoeken voor de huishoudelijke ondersteuning. Tenslotte is er de onzekerheid over het Wetsvoorstel Resultaatgericht indiceren. De Centrale Raad van Beroep heeft verschillende uitspraken gedaan over resultaatgerichte indicaties, en de strijdigheid met het rechtszekerheidsbeginsel. Dat betekent dat de inkoopsystematiek van de Drechtsteden onder druk is komen te staan. Het Rijk was voor de val van het kabinet in 2021 voornemens om de resultaatgerichte indicatiestelling door een wetswijziging mogelijk te maken. Op dit moment is onzeker of deze wetswijziging onder het nieuwe kabinet weer opgepakt gaat worden. Mocht deze wetswijziging uiteindelijk geen doorgang vinden, heeft dit gevolgen voor de inkoopsystematiek van de Drechtsteden.
15
Voorziening
Standcijfer # cliënten # cliënten 31-12-2020 31-12-2021
Huishoudelijke 7998 8493 ondersteuning Individuele begeleiding 2554 2673 Dagbesteding 991 1066 Rolstoelen 2463 2366 Vervoer - Scootmobielen 2291 2354 Vervoer - Drechthopper 9821 10388 Woonvoorzieningen 449 496 1. Ramingsuitgangspunten primaire begroting 2023-2026
Prognose1 # cliënten # cliënten 2022 2023 9100
9700
2800 1090 2390 2470 10900 520
2900 1110 2390 2520 11450 560
Wat willen we bereiken? In de Regionale visie sociaal domein Drechtsteden hebben we de volgende ambities geformuleerd: 1. We zorgen voor kwalitatief goede, doelmatige en effectieve ondersteuning met keuzevrijheid voor inwoners. 2. We zorgen voor mensgerichte ondersteuning 3. We zoeken naar innovatie binnen de geboden ondersteuning en samenwerking en hebben hierin een aanjagende rol Bovendien is in 2022 de GR-sociaal gestart en de samenwerking met de gemeenten geïntensiveerd. Hierbij willen we zorgen voor een betere afstemming aan de voorkant van het proces waarin we de ondersteuning zoveel mogelijk normaliseren. Het uitgangspunt daarbij is Zo licht als mogelijk, zo zwaar als nodig. Met deze ambities willen we een bijdrage leveren aan een zelfstandig en volwaardig bestaan voor de inwoners in de Drechtsteden. Wat gaan we daarvoor doen? Kwalitatief goede, doelmatige en effectieve ondersteuning met keuzevrijheid voor inwoners De ondersteuning in de Drechtsteden is gericht op perspectief en stabilisatie. Daarbij houden we rekening met de inwoners en hun omgeving. We bevorderen de kwaliteit van de ondersteuning door kwaliteitseisen af te spreken met aanbieders en deze continu te monitoren. Dat doen we ook voor onze eigen uitvoering.
Daar staat tegenover dat we ons goed bewust zijn van het feit dat we dat moeten doen met een toenemende druk op de middelen die gemeenten beschikbaar hebben binnen het sociaal domein. We zoeken, samen met gemeenten, naar mogelijkheden om ondersteuning te realiseren in de nabijheid van de inwoners. Dit doen we door de samenwerking tussen medewerkers van de sociale teams actief te zoeken en te zorgen voor kaderstellend beleid dat ruimte biedt voor maatwerk. Mensgerichte ondersteuning We bieden ondersteuning op maat en zoeken naar de beste passende oplossing voor de inwoners van de Drechtsteden. Dit doen we samen met de inwoners en de mantelzorgers en indien nodig met andere professionals en organisaties, zoals de serviceorganisatie jeugd, de jeugdprofessionals en de sociale teams. Dit is vooral belangrijk voor inwoners met een gecombineerde hulpvraag. Dit zijn bijvoorbeeld jongeren die vanuit de Jeugdhulp doorstromen naar de volwassenenondersteuning of inwoners die niet alleen een vraag hebben over hun ondersteuning maar ook over hun bestaanszekerheid. Daarbij hebben we oog voor de ondersteuning van de mantelzorgers. Hiervoor willen we de bestaande samenwerkingsstructuren verder versterken, maar daarnaast ook zoeken naar innovaties in het aanbod van de ondersteuning.
Innovatie binnen de geboden ondersteuning en samenwerking In 2022 vindt de herijkingsoperatie plaats, waarbij het kaderstellend beleid door de nieuwe gemeenteraden zal worden vastgesteld. Daarbij zoeken we naar mogelijkheden om het maatschappelijk voorveld en de maatwerkondersteuning nog beter met elkaar te verbinden. Dit doen we samen met gemeenten en sociale dienst, in de samenwerking lokaal-regionaal maar ook over
1 Ramingsuitgangspunten primaire begroting 2023-2026 16
wetsgrenzen heen. In 2023 willen we een samenwerking waarin jongeren met een ondersteuningsvraag die 18 jaar worden geen last hebben van grenzen van wettelijke kaders. Daarnaast zoeken we naar integrale projecten waarin we de Participatiewet verbinden met de Wmo. Deze wetsoverstijgende aanpak biedt mogelijke oplossingen in het vraagstuk van de krapte op de arbeidsmarkt, maar het is ook belangrijk met het oog op de steeds krappere rijksbudgetten. Zo hebben we nu enkele jaren een samenwerking met Stroomlijn BV waarbij zij als ontwikkelbedrijf nieuwe chauffeurs opleiden. Het inzetten van deze chauffeurs levert bovendien een belangrijke bijdrage aan de continuïteit van het doelgroepenvervoer. In 2023 vindt de evaluatie plaats van de pilot voor een meervoudig lokale was- en strijkservice als algemene voorziening. Deze voorziening komt voort uit een samenwerking tussen sociale dienst, gemeenten, lokale leerwerkbedrijven en andere ontwikkelbedrijven in de regio. Op basis van de evaluatie zal in 2023 besloten worden of deze voorziening een permanent karakter moet krijgen. Wat gaat het kosten? Opgaven en producten
Begroting 2022
Primaire begroting 2023
Afwijking
Zorgen voor ondersteuning
78.375
78.989
613
78.255
79.287
1.031
120
298
418
Apparaat Zorgen voor ondersteuning
7.129
7.743
613
6.951
7.983
1.031
178
240
418
Begeleiding en kortdurend verblijf
29.155
29.155
0
29.155
29.155
0
0
0
0
Huis houdelijke onders teuning
28.420
28.420
0
28.420
28.420
0
0
0
0
Hulpmiddelen
5.390
5.390
0
5.390
5.390
0
0
0
0
Vervoer
8.281
8.281
0
8.339
8.339
0
-58
58
0
Eindtotaal
78.375
78.989
613
78.255
79.287
1.031
120
298
418
Bij het opstellen van de begroting Zorgen voor Ondersteuning 2023 is gekeken naar de ontwikkeling van de reguliere trends in cliëntenaantallen en de bijbehorende kosten. De uitkomsten hiervan zijn vastgelegd in de uitgangspuntennotitie begroting 2023. In de realisatie over 2021 zien we een opvallend verschil in de ontwikkeling van de klantenaantallen en de ontwikkeling van de kosten. Waar de ontwikkeling van de aantallen redelijk in pas loopt met de stijgende trend die we eerder voorzagen, laten de kosten daarentegen een aanzienlijk positiever beeld zien dan waarmee aanvankelijk rekening werd gehouden. De voornaamste reden hiervoor naast Corona is de krapte op de arbeidsmarkt. Bij de 2de bestuursrapportage 2021 hebben we gerapporteerd dat het voor zorgaanbieders steeds lastiger wordt om aan nieuw personeel te komen. Dit heeft tot gevolg dat klanten langer moeten wachten voordat zij daadwerkelijk zorg ontvangen. Het niet kunnen verzilveren van deze indicaties zien we terug in de kosten. Bij de huishoudelijke ondersteuning is dit effect het grootst. Zo was op basis van de ontwikkeling van het klantenbestand (in combinatie met het nieuwe contract) de verwachting dat in 2021 de kosten met 16% zouden toenemen Bij de jaarrekening zien we dat de werkelijke groei maar ongeveer de helft bedraagt van hetgeen waarmee we rekening hielden.
Ook voor de komende jaren is de verwachting dat de krapte op de arbeidsmarkt zal aanhouden binnen de gezondheidszorg. Naast de krapte op de arbeidsmarkt leiden de twee eerder genoemde landelijke ontwikkelingen tot een financiële onzekerheid in de Wmo. In de eerste plaats het resultaatgericht indiceren. Als de systematiek van resultaatgericht indiceren uiteindelijk niet wettelijk wordt vastgelegd, heeft dit tot gevolg dat we voortaan weer in uren zorg moeten indiceren in plaats van het beoogde resultaat zoals we nu doen. De daarmee samenhangende afrekensystematiek (PxQ) met de zorgaanbieders zorgt ervoor dat de kosten aanzienlijk zullen stijgen. Dit brengt dus een onzekerheid met zich mee in de kostenontwikkeling voor de Wmo in de toekomst. De andere ontwikkeling is het voornemen in het Regeerakkoord 2022 om het huidige eigen bijdrage regime eerlijker te maken. Afgelopen jaren heeft het zogenaamde abonnementstarief eigen bijdrage gezorgd voor een sterke aanzuigende werking van nieuwe klanten. De eventuele invoering van een inkomensafhankelijke eigen bijdrage voor huishoudelijke zal de groei van nieuwe klanten afremmen. Ook deze landelijke ontwikkeling leidt dus tot een financiële onzekerheid voor de toekomstige uitgaven in de Wmo.
Vanuit de Drechtsteden nemen we deel aan de ambtelijke werkgroepen over beide genoemde wetsvoorstellen en houden wij u op de hoogte van eventuele besluitvorming rondom het wetsvoorstel resultaatgericht beschikken en de keuzes die het Kabinet maakt rondom de eigen bijdrage.
17
Tezamen maken deze ontwikkelingen het lastig om nu een betrouwbare inschatting te maken van de verwachte Wmo kosten voor de begroting 2023. Uitgaande van de doorrekening van de trends in de uitgangspuntennotitie 2023 is de verwachting dat de Wmo kosten in 2023 op totaalniveau ongeveer gelijk zullen zijn aan de begroting 2022 (inclusief -2% onderkant bandbreedte correctie begroting 2022). Op sommige voorzieningen verwachten we een plus en andere een min, per saldo lijken de verschillen in financiële zin elkaar uit te middelen. Voor nu houden we de verdeling aan zoals opgenomen in de begroting 2022, behalve voor de vervoerskosten van de Drechthopper. Daarvoor volgen we de vervoersbegroting van Stroomlijn. Indien nodig zal bij de bestuursrapportages in 2023 een definitieve (her)verdeling worden gemaakt van de te verwachten kosten per voorziening. Het gelijk houden van de begroting 2023 aan de begroting 2022 betekent tegelijkertijd dat in de begroting 2022 mogelijk ruimte zit die we bij de bestuursrapportages 2022 aan de hand van de eerste realisatiecijfers zo goed mogelijk zullen duiden en de begroting hierop zullen aanpassen. 2.4 Opgave Overhead Opgaven en producten
Begroting 2022
Primaire begroting 2023
Afwijking
lasten
baten
saldo
lasten
baten
saldo
lasten
baten
saldo
Overhead
20.752
688
-20.064
23.305
154
-23.151
-2.553
-534
-3.087
Apparaat Overhead
20.752
688
-20.064
23.305
154
-23.151
-2.553
-534
-3.087
Eindtotaal
20.752
688
-20.064
23.305
154
-23.151
-2.553
-534
-3.087
In bijgevoegde tabel worden de kosten van Overhead gepresenteerd. Volgens wettelijke voorschriften (BBV) worden de baten (dekking) van de overhead op de overige opgaven onder apparaat toegelicht. In de kosten van het apparaat is de kostenindexering van 2,0% voor looncompensatie en 1,9% voor de materiële budgetten opgenomen. Het apparaat is structureel opgehoogd met € 500.000 voor de versterking van de informatievoorziening. Daarnaast zijn de kosten met betrekking tot de Wet inburgering opgenomen. Tevens zijn de kosten die overgekomen zijn in het kader van de ontvlechting van de GRD vanuit Bureau Drechtsteden nu via dit spoor opgenomen (ca 5,5fte). Ook de kosten met betrekking tot het vervallen van de verplichting met betrekking tot de VUT 2006 geeft een verlaging van de kosten. De vergelijking tussen de jaren wordt overigens beïnvloed door administratieve verrekeningen. Door onder anderen de gefaseerde aanpassing van de (nieuwe) verdeelsleutelmethodiek zit wel een verschuiving van de apparaatskosten over de opgaven heen en resulteert dit in een toename van de opgave Overhead. 2.5 Algemene dekkingsmiddelen In de begroting is het gebruikelijk om een bedrag voor onvoorzien op te nemen. Dit bedrag is bestemd voor lasten, die nog niet in de begroting van de opgaven zijn opgenomen. In paragraaf 3.1.