20260910 RV Ontheffing ingezetenschap wethouder S. van Die
Tekst van het document
Raadsvergadering Papendrecht Voorstel openbaar Vergadering van 10 september 2026 Ontheffing ingezetenschap wethouder S. van Die Bevoegde portefeuillehouder: n.v.t. Wettelijke basis: Artikel 36a, derde lid, Gemeentewet. Gevraagd besluit De gemeenteraad wordt voorgesteld: 1. De heer S. (Steven) van Die, met ingang van 3 september 2026, voor de duur van één jaar, derhalve tot en met 2 september 2027, op grond van artikel 36a, derde lid, van de Gemeentewet ontheffing te verlenen van het vereiste van ingezetenschap. Inhoud Inleiding Op 3 september 2026 heeft de gemeenteraad van Papendrecht de heer S. (Steven) van Die benoemd tot wethouder van de gemeente Papendrecht. De heer Van Die is niet woonachtig in de gemeente Papendrecht. Artikel 36a van de Gemeentewet bepaalt dat voor het wethouderschap het vereiste geldt dat de wethouder ingezetene is van de gemeente. De gemeenteraad kan op grond van artikel 36a, derde lid, Gemeentewet voor de duur van één jaar ontheffing verlenen van dit vereiste. Bij de benoeming en beëdiging van de heer Van Die op 3 september 2026 is geen afzonderlijk besluit genomen over de vereiste ontheffing van het ingezetenschap. Met het oog op de rechtszekerheid en een correcte toepassing van artikel 36a van de Gemeentewet wordt de gemeenteraad daarom voorgesteld hierover alsnog een expliciet besluit te nemen.
Beoogd effect Met het besluit wordt beoogd de formele positie van de heer Van Die als wethouder in overeenstemming te brengen met de vereisten van artikel 36a van de Gemeentewet en duidelijkheid te bieden over de ontheffing van het vereiste van ingezetenschap. Argumenten 1.1 De Gemeentewet biedt de mogelijkheid om ontheffing te verlenen Artikel 36a, derde lid, Gemeentewet bepaalt dat de gemeenteraad voor de duur van één jaar ontheffing kan verlenen van het vereiste van ingezetenschap. De wetgever heeft hiermee de mogelijkheid geboden om in bijzondere situaties een wethouder die buiten de gemeente woont, gedurende maximaal één jaar als wethouder te laten functioneren. 1.2 De heer Van Die voldoet niet aan het vereiste van ingezetenschap De heer Van Die woont niet in Papendrecht. Met het verlenen van een ontheffing besluit de raad gedurende de betreffende periode van het wettelijke ingezetenschapsvereiste afgeweken. 1.3 Bij de benoeming op 3 september 2026 is geen besluit over de ontheffing genomen Hoewel de heer Van Die op 3 september 2026 tot wethouder is benoemd en beëdigd, is bij die besluitvorming geen afzonderlijk besluit genomen over de ontheffing van het vereiste van ingezetenschap. Het besluit wordt daarom voorgelegd aan de extra raadsvergadering van 10 september 2026.
Kanttekeningen 1.1 De ontheffing kan maximaal één jaar worden verleend De wettelijke maximale duur bedraagt één jaar. Indien na afloop van deze periode opnieuw een ontheffing noodzakelijk is, moet tijdig worden beoordeeld of sprake is van een bijzonder geval dat een verlenging rechtvaardigt. Een verlenging kan telkens voor maximaal één jaar worden verleend. 1.2 De ingangsdatum verdient bijzondere aandacht Het voorgestelde besluit sluit aan bij de datum waarop de heer Van Die is benoemd en beëdigd, namelijk 3 september 2026. Financiën Aan dit besluit zijn geen financiële consequenties verbonden. Communicatie De heer Van Die wordt schriftelijk geïnformeerd over het genomen besluit. Het besluit wordt overeenkomstig de daarvoor geldende regels openbaar gemaakt. Uitvoering Na besluitvorming wordt het besluit verwerkt in de gemeentelijke administratie en wordt de heer Van Die daarvan in kennis gesteld. Namens de het fractievoorzitters, griffier en voorzitter van de gemeenteraad Papendrecht: De griffier De voorzitter S.C. Madern M.J.M. van Driel