CConstaterende datPapendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

20260129 Verslag Besluitvorming.pdf

Raadsvergadering Papendrecht 5 maart 2026, gemeente PapendrechtBij agendapunt: 4: Vaststelling verslag raadsvergaderingen 29 januari en 2 februari 202613.831 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Verordening Jeugdhulp – lokaal team zal men niet steunen. Amendement A7. Verordening Jeugdhulp – Ouder PGB steunt zijn fractie wel. Motie M01. Evaluatie werkwijze jeugdteam basis van artikel 5, lid 5 zal zijn fractie ook steunen, omdat evaluaties helpen om 21

Verslag besluitvormende raadsvergadering 29 januari 2026

te beoordelen wat goed gaat en wat beter kan. Ook motie M02. Middelen voor gezinswerkers en schoolmaatschappelijk werk zal men steunen, waarbij men de redenering van de portefeuillehouder volgt. Zijn fractie vindt dit een goed plan, mede n.a.v. eerdere presentaties en experimenten in de gemeente Kampen. Hij ziet kansen om ook als gemeente hierin stappen te zetten. Tot slot geeft hij aan dat de OP-fractie ook amendement A8. Schrappen van zinsnede maatschappelijke activiteiten beperken zal steunen. TWEEDE TERMIJN COLLEGE Wethouder VAN DER BORG zegt dat het college amendement A15. Juridisch waarborgen zal overnemen. Hij vindt het verstandig dat op deze manier op te lossen. (Schorsing 22.01 – 22.07 uur) Stemming amendementen: De VOORZITTER merkt op dat als amendement A03. Verordening Jeugdhulp – Criteria draagkracht en draaglast wordt aangenomen, amendement A8. Schrappen van zinsnede maatschappelijke activiteiten beperken niet in stemming zal worden gebracht. Amendement A15. Juridisch waarborgen, zal worden ingediend na amendement A4. Verordening Jeugdhulp – Gebruikelijke zorg en vóór Gewijzigde amendement A5. Verordening Jeugdhulp – lokaal team. Amendement A1. Verordening Jeugdhulp – Beschikking: Met 5 stemmen (de dames Van Es en Karso en de heren Grimmius, Van Heteren en Spitsbaard) voor en 15 tegen wordt dit amendement verworpen. Amendement A2.

Verordening Jeugdhulp – Beslistermijn: Met 10 stemmen (de dames Van Es, Van Gent, Karso en Van Wijngaarden en de heren Grimmius, Van Heteren, Janssen, Spitsbaard, Tieleman en Verweij) voor en 10 tegen staken de stemmen. (Schorsing 22.13 – 22.22 uur t.b.v. overleg met de fractievoorzitters.) De VOORZITTER merkt op dat de overige amendementen op dit moment behandeld zullen worden. Omdat de stemmen bij amendement A2. staken zal deze a.s. maandag tijdens de reserveraad of op 5 maart wederom aan de orde komen.

22

Verslag besluitvormende raadsvergadering 29 januari 2026

Amendement A3. Verordening Jeugdhulp – Criteria draagkracht en draaglast: Met 4 stemmen (de dames Van Es en Karso en de heren Grimmius en Van Heteren) voor en 16 tegen wordt dit amendement verworpen. Amendement A4. Verordening Jeugdhulp – Gebruikelijke zorg: Met 4 stemmen (de dames Van Es en Karso en de heren Grimmius en Van Heteren) voor en 16 tegen wordt dit amendement verworpen. Amendement A15. Juridisch waarborgen van scheiding: Met 16 stemmen voor en 4 stemmen (de dames Van Es en Karso en de heren Grimmius en Van Heteren) tegen wordt dit amendement aangenomen. Gewijzigde amendement A5. Verordening Jeugdhulp – lokaal team: Met 4 stemmen (de dames Van Es en Karso en de heren Grimmius en Van Heteren) voor en 16 tegen wordt dit amendement verworpen. Amendement A6. Verordening Jeugdhulp – Nederlands eis schrappen: Met 8 stemmen (de dames Van Es, Van Gent, Karso en Van Wijngaarden en de heren Grimmius, Van Heteren, Janssen en Verweij) voor en 12 tegen wordt dit amendement verworpen. Amendement A7. Verordening Jeugdhulp – Ouder PGB: Met 20 stemmen voor wordt dit amendement aangenomen. Amendement A8. Schrappen van zinsnede maatschappelijke activiteiten beperken. Met 17 stemmen voor en 3 (mevrouw Bokma en de heren Van der Giessen en Stouthart) tegen wordt dit amendement aangenomen. 17.

Aanvraag exploitatiebudget voor nader onderzoek en uitwerking 4 kansrijke locaties voor nieuw woonwagenstandplaatsen. De heer GRIMMIUS zegt dat er geen twijfel over mag bestaan dat zijn fractie vindt dat er voldoende woonwagenstandplaatsen in Papendrecht moeten zijn. Hij wijst op het al jaren bestaande tekort en het feit dat het eerdere uitsterfbeleid is beëindigd, waardoor de gemeente achterloopt op wat men had moeten doen. Volgens hem zal het bovendien nog jaren duren voordat voldoende standplaatsen daadwerkelijk zijn gerealiseerd. Daarom pleit hij ervoor om breed te kijken naar mogelijke locaties en op dit moment geen locaties bij voorbaat uit te sluiten. Hij geeft aan dat het voorstel feitelijk een voorkeur uitspreekt door het aantal onderzochte locaties terug te brengen van 13 naar 4. Zijn fractie vindt het te vroeg om nu al een keuze te maken en wil eerst alle mogelijkheden verkennen. Omdat er toch een keuze wordt gevraagd, dient de GL-fractie een amendement 23

Verslag besluitvormende raadsvergadering 29 januari 2026

in, waarin wordt voorgesteld de locatie Molenvliet, bij de volkstuinenvereniging in het Noordhoekse Wiel, te schrappen als voorkeurslocatie. Hij zegt dat de volkstuinenvereniging een belangrijke sociale, maatschappelijke en natuur recreatieve functie vervult en dat verplaatsing van een volkstuincomplex niet eenvoudig is en veel tijd kost. Daarbij merkt hij op dat de vereniging de locatie aan de Wilgendonk al heeft afgestaan en dat deze locatie verder onderzocht kan worden. Ook merkt hij op dat de volkstuinenvereniging een wachtlijst heeft voor nieuwe leden en dat een gedwongen verhuizing kan leiden tot het afhaken van met name oudere leden, wat het voortbestaan van de vereniging in gevaar kan brengen. Het dictum van amendement A14. Onderzoek woonwagenstandplaatsen DES Molenvliet (GL/PvdA) luidt als volgt:

Besluit: • Besluitpunt ‘1. Een exploitatiebudget van € 110.000, - beschikbaar te stellen voor nader onderzoek en uitwerking van 4 kansrijke locaties.’ te wijzigen in: ‘1. Een exploitatiebudget van € 110.000, - beschikbaar te stellen voor nader onderzoek en uitwerking van de locaties ‘Randweg’, ‘grasveldje Noordzijde Politiebureau’ en ‘Door Eendracht Sterk Wilgendonk.’ Tegelijkertijd merkt de heer GRIMMIUS op dat wel moet worden voorzien in de behoefte aan woonwagenstandplaatsen, zowel voor huidige bewoners als voor mensen die dat in de toekomst willen. Om die reden zegt hij dat zijn fractie motie M03. Definitieve keuze locatie en zekerheid voor woonwagenbewoners zal steunen, omdat deze motie vraagt om het verder ontwikkelen van geschikte locaties zonder deze te beperken tot de 4 genoemde voorkeurslocaties. Volgens hem sluit dit aan bij de gewenste brede benadering en biedt het ruimte om locaties te vinden die passend zijn en waar de woonwagenbewoners tevreden mee kunnen zijn. Mevrouw VAN WIJNGAARDEN is het eens met de GL-fractie dat een volkstuin niet eenvoudig kan worden verplaatst. Tegelijkertijd is zij er geen voorstander van om op dit moment al een locatie uit te sluiten en daarom zal haar fractie het amendement A14. Onderzoek woonwagenstandplaatsen DES Molenvliet niet steunen.

Zij zegt wel dat, als hiertoe op een later moment een keuze wordt gemaakt, zorgvuldig moet worden omgegaan met de belangen van de gebruikers van het volkstuincomplex. De reden om vast te houden aan de 4 voorgestelde locaties is volgens haar dat de gemeente een opgave in aantallen woonwagenstandplaatsen heeft en dat het schrappen van een locatie de mogelijkheden verder beperkt. T.a.v. motie M03. Definitieve keuze locatie en zekerheid voor woonwagenbewoners geeft zij aan dat het college al heeft toegezegd haast te maken met de planvorming. Haar fractie ziet deze motie als steun in de rug voor het college en als een signaal richting 24

Verslag besluitvormende raadsvergadering 29 januari 2026

woonwagenbewoners, dat zij serieus worden genomen en dat wordt ingezet op het zo snel mogelijk vinden van oplossingen waar iedereen tevreden mee is. De heer VAN DER GIESSEN geeft aan dat het gevraagde besluit in de afgelopen week uitvoerig is besproken en dat de vragen van zijn fractie daarbij zijn beantwoord. De VVD-fractie kan instemmen met het voorstel en hoopt dat in het vervolgonderzoek rekening wordt gehouden met de wensen van de bewoners. T.a.v. amendement A14. Onderzoek woonwagenstandplaatsen DES Molenvliet merkt hij op dat de locatie Molenvliet wordt gezien als een kansrijke locatie, met ruimte voor ca. 25 tot 30 woonwagens. Hij vindt het daarom voorbarig om deze locatie nu al uit te sluiten van het onderzoek en geeft aan dat zijn fractie het amendement niet zal steunen. Tegelijkertijd erkent zijn fractie het belang van de volkstuinen en wijst hij erop dat in het onderzoek wordt gekeken naar een alternatieve locatie, waarbij de wethouder heeft toegezegd deze belangen mee te nemen in de te maken beslissen. Inzake motie M03. Definitieve keuze locatie en zekerheid voor woonwagenbewoners merkt hij op dat hij de achtergrond ervan begrijpt. In eerdere bijeenkomsten is duidelijk geworden dat het proces al lange tijd duurt. Hij is van mening dat het college zich hiervan bewust is en dat er tempo wordt gemaakt. Zijn fractie wacht daarom eerst de reactie van het college af.

Mevrouw VAN ES zegt dat zij zich schaamt over het langdurige uitstel dat woonwagenbewoners sinds 2018 hebben ervaren. De raad/haar fractie wist het niet, maar had eerder actief vragen moeten stellen. De wethouder heeft aangegeven dat de wachttijd voor een woonwagenstandplaats gelijk mag zijn aan die van een huurwoning. Deze bedraagt nu 10 jaar, maar was in 2018 7 jaar. Als toen was gestart met de realisatie, hadden inmiddels voldoende woonwagenstandplaatsen kunnen zijn gerealiseerd. Volgens haar moet de wachttijd voor woonwagenstandplaatsen niet alleen worden vergeleken met die van sociale huurwoningen, maar moet ook worden gekeken naar gelijke behandeling van alle inwoners, zeker waar het gaat om identiteit en familieleven. De D66-fractie wil dat er dit jaar duidelijkheid komt over de locaties en de planning. Hoewel in het voorstel wordt gesproken over besluitvorming in het derde en vierde kwartaal, wijst zij erop dat alle 4 de onderzochte locaties nog kunnen afvallen. Om die reden dient haar fractie samen met het PAB een motie in, met als doel dat de raad zich committeert aan het binnen dit jaar bieden van zekerheid, ook met het oog op de komende verkiezingen. Het dictum van motie M03. Definitieve keuze locatie en zekerheid voor woonwagenbewoners (D66/PAB) luidt als volgt:

Verzoekt het college: 1. Na afronding van het onderzoek een definitief en goed onderbouwde keuze te maken voor minimaal één woonwagenlocatie, zodat de gemeente Papendrecht aan de opgave van het aantal standplaatsen kan voldoen; 25

Verslag besluitvormende raadsvergadering 29 januari 2026

2. Deze keuze, inclusief tijdlijn tot verwachte realisatie, ter besluitvorming voor te leggen aan de gemeenteraad, bij voorkeur direct na de zomer en uiterlijk eind 2026. Verder vraagt zij de heer Grimmius m.b.t. amendement A14. Onderzoek woonwagenstandplaatsen DES Molenvliet of hij, in het geval zijn fractie onderdeel gaat uitmaken van de coalitie en hij wethouder Ruimte wordt en verantwoordelijk is voor woonwagenstandplaatsen en volkstuinen, of hij ervoor zal zorgen dat de volkstuinen aan de Molenvliet behouden blijven. Zij zegt dat zowel de volkstuinders, de woonwagenbewoners en de D66-fractie hier voor de verkiezingen graag duidelijkheid over willen. Uit gesprekken met woonwagenbewoners is haar duidelijk geworden hoe belangrijk de woonwagencultuur voor hen is, ook voor mensen die al lange tijd op de wachtlijst staan. Zij geeft een voorbeeld van een gezin dat al tientallen jaren wacht op een standplaats. Haar fractie roept het college daarom op om te zorgen voor snelheid op korte termijn en een duurzame oplossing voor de lange termijn. Mevrouw VAN ES benadrukt dat er meerdere belangen spelen, waaronder die van woonwagenbewoners, de volkstuinvereniging, omwonenden en hondenbezitters, terwijl de beschikbare ruimte in Papendrecht beperkt is. Volgens haar vraagt dit om creativiteit en moed. Zij merkt op dat de woonwagenbewoners graag mee willen praten, denken en samenwerken.

Tot slot vraagt zij het college om goede communicatie, met persoonlijk contact als uitgangspunt en merkt zij op dat dit mogelijk vraagt om extra inzet en middelen binnen het projectteam. Omdat dit proces valt of staat met communicatie, roept zij het college op om dit te regelen. Daarbij verwacht zij dat de 2 ambtenaren die al intensief bij het dossier betrokken zijn, vanwege hun kennis, kunde en bestaande contacten ook onderdeel worden van het projectteam. Zij vraagt het college dit te bevestigen. Tot slot wenst zij alle betrokkenen succes met het verdere proces en geeft zij aan dat haar fractie het traject met belangstelling zal blijven volgen. De heer SPITSBAARD merkt op dat de woonwagenopgave de afgelopen jaren grotendeels heeft stilgelegen vanwege complexe ruimtelijke en maatschappelijke vraagstukken. Met dit besluit kan de gemeente volgens hem eindelijk verantwoordelijkheid nemen voor deze doelgroep en vaart maken. Hij zegt dat deze bewoners al veel te lang wachten op de mogelijkheid -ook voor hun kinderen- om ook in een woonwagen te kunnen wonen. Verder uitstel is daarom onwenselijk. Verder merkt hij op dat de brief van de voorzitter van het DESvolkstuinencomplex laat zien dat het gaat om een waardevolle vereniging met een sterke ecologische en sociaal-maatschappelijke functie.

Om deze reden pleit zijn fractie ervoor om deze locatie te schrappen en meerdere alternatieve locaties te blijven onderzoeken. Om deze reden zal de OP-fractie amendement A14. Onderzoek woonwagenstandplaatsen DES Molenvliet steunen. Ditzelfde geldt 26

Verslag besluitvormende raadsvergadering 29 januari 2026

voor motie M03. Definitieve keuze locatie en zekerheid voor woonwagenbewoners. De heer VAN DEN DOOL geeft aan dat de gemeente verantwoordelijk is voor het realiseren van voldoende standplaatsen voor woonwagens. De verhalen van bewoners die soms al tientallen jaren in een reguliere woning wonen en al die tijd hopen op een standplaats hebben veel indruk gemaakt op zijn fractie. Volgens hem is het duidelijk dat er nu daadwerkelijk resultaat moet worden geboekt. Tegelijkertijd noemt hij het opofferen van de volkstuinen aan de Molenvliet een lastig vraagstuk. Hij spreekt zijn sympathie uit voor de mensen die daar van hun tuinen genieten en als vereniging actief zijn. Hij is van mening dat dit waardevolle initiatief niet verloren zou moeten gaan. Om die reden zal zijn fractie amendement A14. Onderzoek woonwagenstandplaatsen DES Molenvliet, om deze locatie niet mee te nemen in het onderzoek, steunen. Tegelijk is men wel van mening hij dat er wel degelijk ruimte moet komen voor nieuwe woonwagenstandplaatsen. Daarom zal men ook motie M03. Definitieve keuze locatie en zekerheid voor woonwagenbewoners steunen, die oproept om in ieder geval 1, en wat zijn fractie betreft bij voorkeur meerdere, locatie(s) te realiseren.

De heer BOERSMA zegt dat de raad sinds mei vorig jaar spreekt over het uitbreiden van het aantal woonwagenstandplaatsen, terwijl de wachttijd voor bewoners in werkelijkheid al vele jaren langer is. Volgens hem is de grote behoefte aan standplaatsen duidelijk en is niets doen daarom geen optie. Hij zegt dat de gemeente hierin niet alleen een verantwoordelijkheid heeft, maar ook een verplichting vanuit het Europees recht. Om die reden zal de SGP-fractie het raadsvoorstel steunen. Amendement A14. Onderzoek woonwagenstandplaatsen DES Molenvliet zal men echter niet steunen. De heer BOERSMA zegt dat zijn fractie bij alle 4 de voorgestelde locaties vragen en bedenkingen heeft, maar dat men deze pas bij de daadwerkelijke besluitvorming aan de orde zal stellen. Juist om een zorgvuldige belangenafweging te kunnen maken is aanvullend onderzoek nodig, waarvoor met dit voorstel opdracht wordt gegeven. De zorgen van de indieners van het amendement kunnen volgens hem in dat onderzoekstraject worden meegenomen. Het op voorhand laten afvallen van nog 1 locatie vindt zijn fractie in dit stadium prematuur. Verder geeft de heer BOERSMA aan verward te zijn over motie M03. Definitieve keuze locatie en zekerheid voor woonwagenbewoners. Hij zegt dat het raadsvoorstel al een duidelijk tijdpad bevat en dat hij weinig verschil ziet tussen dat tijdpad en wat de motie vraagt.

Het aannemen van het raadsvoorstel betekent volgens hem al dat wordt toegewerkt naar een concreet besluit over de locaties in het najaar. M.b.t. de genoemde mogelijkheid dat geen van de locaties geschikt zouden zijn, merkt hij op dat het voorstel aangeeft dat er een mogelijkheid bestaat dat niet alle 4 de locaties geschikt blijken te zijn. Dit maakt de motie zijns inziens onduidelijk. Tot slot merkt 27

Verslag besluitvormende raadsvergadering 29 januari 2026

hij op dat zijn fractie niet de indruk wil wekken dat men genoegen neemt met op zijn minst 1 locatie. De bestaande behoefte aan woonwagenstandplaatsen moet volgens hem leidend zijn, niet het nemen van een moeilijk besluit. Hij zegt dat de keuze voor bv. maar 1 locatie, met een beperkt aantal standplaatsen, onvoldoende kan zijn om aan die behoefte te voldoen. Volgens hem is het raadsvoorstel duidelijk over het voldoen aan de bestaande behoefte. Mevrouw STIGTER zegt dat dit onderwerp al bijna een jaar wordt besproken. Haar fractie heeft eerder uitgesproken dat de reizigers -zoals zij zichzelf ook noemenna jarenlang wachten recht hebben op rechtvaardigheid, omdat hun in het verleden onrecht is aangedaan. Recht doen en het goede zoeken zijn voor haar fractie leidende principes en in dit geval is het hen duidelijk dat er nu stappen gezet moeten worden. Zij onderschrijft de woorden over de verlangens en emoties binnen de reizigersgemeenschap van mevrouw Van Es. Haar fractie vindt het belangrijk dat er vaart wordt gemaakt en zegt dat het onderzoek moet leiden tot een uitbreiding van het aantal standplaatsen. Men is zich ervan bewust dat een besluit over het inrichten van woonwagenlocaties vrijwel altijd tot teleurstelling bij andere inwoners zal leiden, omdat niemand deze locaties dichtbij wil. Volgens haar kan dat echter geen reden zijn om geen besluit te nemen.

Om die reden spreekt zij steun uit voor motie M03. Definitieve keuze locatie en zekerheid voor woonwagenbewoners. Daarnaast waardeert zij de eerlijkheid van de portefeuillehouder over het feit dat in de afgelopen jaren meerdere ambtenaren aan dit dossier hebben gewerkt. Hierbij merkt zij wel op dat dit proces heeft geleid tot grote frustratie bij de reizigers. Juist daarom vindt zij het belangrijk dat er zo snel mogelijk minimaal 1 locatie wordt ingericht of uitgebreid, om te laten zien dat de overheid van goede wil is en om duidelijkheid en zekerheid te bieden aan de reizigers. Ten slotte merkt zij op dat haar fractie amendement A14. Onderzoek woonwagenstandplaatsen DES Molenvliet niet zal steunen. Wel benadrukt zij dat bij het onderzoek de belangen van de tuinders moeten worden meegenomen en vertrouwt erop dat dit zal gebeuren. Haar fractie zal instemmen met het voorstel. EERSTE TERMIJN COLLEGE Wethouder JANSSEN bedankt de raad en de aanwezigen voor hun geduld en betrokkenheid bij dit langdurige dossier. Hij hoopt dat dit geduld met het besluit van de raad wordt beloond. Volgens hem is de raad het, mede gezien de groeiende wachtlijst, eens over de noodzaak om vaart te maken met de woonwagenstandplaatsen. Waar bij de start van het onderzoek nog werd uitgegaan van 15-20 standplaatsen, staan inmiddels ca. 30 mensen op de kandidatenlijst.

Dit geeft aan dat men vaart moet maken, al geeft hij aan dat het proces sneller had gekund, maar wel steeds binnen de geldende wettelijke 28

Verslag besluitvormende raadsvergadering 29 januari 2026

termijnen is gebleven. De wethouder benadrukt dat het college met het voorstel juist inzet op snelheid, maar niet op een kortetermijnoplossing. Het realiseren van standplaatsen kan op een locatie als de Randweg sneller gerealiseerd zijn dan op andere locaties, waar het 2-3 jaar kan duren omdat hier eerst infrastructuur moet worden aangelegd. Het college wil daarom toewerken naar een duurzame oplossing voor de lange termijn, waarbij men meer dan 10-20 standplaatsen kan realiseren, omdat de opgave groter is. Hoewel het exacte toekomstbeeld nog niet duidelijk is, is de behoefte voor de komende jaren dat wel en daarvoor zijn volgens hem creativiteit en moed nodig. Hij zegt -richting mevrouw Van Es- dat vertragingen in het verleden onder meer zijn veroorzaakt door veranderende wetgeving, zoals de Omgevingswet, landelijke kaders en wisselingen in ambtelijke inzet en bestuurlijke inzichten. M.b.t. het belang van goede communicatie gaf mevrouw Van Es aan dat dit verder gaat dan het versturen van nieuwsbrieven. Het gesprek met de doelgroep is van groot belang, waarbij ook rekening moet worden gehouden met onderlinge wensen en verschillen binnen de gemeenschap. Inzake de ambtelijke continuïteit kan de wethouder niet garanderen dat de huidige medewerkers er tijdens het gehele traject zullen zijn, maar hij gaat ervan uit dat zij in ieder geval deze fase zullen begeleiden.

Daarnaast is hij niet van mening dat extra inzet noodzakelijk is, maar wanneer dit wel het geval is zal het college opschalen. Verder noemt wethouder JANSSEN het maatschappelijke en sociale belang van volkstuinen, die volgens hem een waardevolle groene functie vervullen in Papendrecht. Of deze volledig ecologisch en bio divers is, is nog wel de vraag. Verder begrijpt hij de zorgen van betrokkenen over de mogelijke gevolgen van het aanwijzen van deze locatie, maar zegt dat dit belang moet worden afgewogen tegen de omvang en urgentie van de huisvestingsopgave voor woonwagenbewoners. Daarbij verwijst hij naar de wettelijke verplichting die gemeenten sinds 2018 hebben om voldoende standplaatsen te realiseren. Juist omdat de behoefte inmiddels is gegroeid naar ongeveer 25 tot 30 standplaatsen, vindt het college het onverantwoord om de grootste kansrijke locatie nu al uit te sluiten van nader onderzoek. Dit zou de haalbaarheid van de totale opgave onder druk zetten en zou ervoor zorgen dat men een andere, grotere locatie moet vinden. Vervolgens merkt de wethouder op dat het college bewust heeft gekozen voor een zorgvuldig proces, waarin de 4 meest kansrijke locaties verder worden onderzocht.

Mocht uit dat vervolgonderzoek blijken dat de locatie bij het DES-volkstuinencomplex wenselijk en haalbaar is, dan zal samen met de volkstuinvereniging worden gezocht naar een passende oplossing, waarbij de activiteiten elders in de gemeente gefaciliteerd kunnen worden. Om deze reden ontraadt het college amendement A14. Onderzoek woonwagenstandplaatsen DES Molenvliet. T.a.v. motie M03. Definitieve keuze locatie en zekerheid voor woonwagenbewoners geeft wethouder JANSSEN aan dat het college deze zal overnemen, omdat deze in grote lijnen aansluit bij de wens van het college. Wel plaatst hij een kanttekening bij de 29

Verslag besluitvormende raadsvergadering 29 januari 2026

formulering van het dictum, omdat het college niet inzet op 1 locatie. Er wordt bewust gekeken naar meerdere locaties, mede omdat niet alle woonwagenbewoners bij elkaar willen wonen. Het doel is om vóór het einde van het jaar duidelijkheid te bieden over de ontwikkeling van woonwagenstandplaatsen en toe te werken naar de realisatie van minimaal 20 tot 25 standplaatsen. De VOORZITTER stelt, omdat zij het belangrijk vindt dat de resterende agendapunten de aandacht krijgen die zij verdienen, voor dit onderwerp af te maken en na dit agendapunt te schorsen en gebruik te maken van de reserveraad van aanstaande maandag. Aansluitend wordt kort overlegd en wordt door de RAAD besloten de vergadering na dit agendapunt te schorsen tot maandag 2 februari. TWEEDE TERMIJN RAAD De heer GRIMMIUS merkt m.b.t. amendement A14. Onderzoek woonwagenstandplaatsen DES Molenvliet op dat zijn reactie in grote lijnen een herhaling is van wat hij in de eerste termijn heeft gezegd. Volgens hem wordt met het voorstel al een keuze gemaakt, terwijl het volgens zijn fractie nog te vroeg is om definitieve keuzes te maken. Als men toch wordt gedwongen nu al een keuze te maken, wil zijn fractie dat op haar voorwaarden doen, wat de reden is voor het amendement. Hij is blij met de steun van de CDA en OP-fracties en bij de stemming zal blijken of andere fracties zich hier alsnog bij aansluiten.

Verder merkt de heer GRIMMIUS m.b.t. de door mevrouw Van Es geschetste fictieve situatie waarin hij in de toekomst wethouder zou zijn op, dat hij zich niet wil uitlaten over een hypothetische toekomst. In zijn algemeenheid kan hij echter wel zeggen dat een wethouder geacht wordt zich te schikken naar de meerderheid van de raad. Wanneer de raad een duidelijke uitspraak doet, ligt het volgens hem voor de hand dat het college die volgt. Mocht hij ooit in die positie komen, zou hij naar het beste van zijn vermogen proberen alle betrokkenen tevreden te stellen. Mevrouw VAN WIJNGAARDEN merkt m.b.t. de opmerking van de wethouder op dat in het dictum van de motie staat: na afronding van het onderzoek een definitieve en goed onderbouwde keuze maakt voor minimaal 1 locatie. Dit beperkt zich dus niet tot 1 locatie. Daarnaast geeft zij aan dat de situatie van de volkstuinvereniging haar fractie zwaar weegt, maar men het niet verantwoord vindt om deze locatie in dit stadium af te laten vallen. Zij kan zich voorstellen dat, mocht blijken dat meerdere locaties geschikt zijn, deze niet allemaal gelijktijdig worden ontwikkeld. Dat zou volgens haar extra tijd en ruimte geven om de volkstuinvereniging op een passende manier te herplaatsen, waartoe de gemeente ook verplicht is. Tot slot geeft zij aan dat de PAB-fractie A14. 30

Verslag besluitvormende raadsvergadering 29 januari 2026

Onderzoek woonwagenstandplaatsen DES Molenvliet niet zal steunen, maar uiteraard wel steun uitspreekt voor de eigen motie M03. Definitieve keuze locatie en zekerheid voor woonwagenbewoners. De heer VAN DER GIESSEN geeft aan motie M03. Definitieve keuze locatie en zekerheid voor woonwagenbewoners te zullen steunen, waarbij wordt gesproken van minimaal 1 locatie. Tevens heeft de wethouder aangegeven dit als steun in de rug te zien. Mevrouw VAN ES is blij met de reactie van de portefeuillehouder en de erkenning van de urgentie. Ditzelfde geldt voor het voornemen dit goed en snel op te pakken en te werken aan een lange termijn oplossing. Tegelijkertijd benadrukt zij het belang van snelheid voor (een deel van) de doelgroep. Zij merkt op dat sommige locaties, zoals de Randweg, mogelijk op korte termijn gerealiseerd kunnen worden, terwijl andere locaties, zoals die bij de volkstuinvereniging, langer kunnen duren. Voor mensen die hoog op de wachtlijst staan is tijd volgens haar belangrijk, omdat zij met hun kinderen graag nog in een woonwagen willen wonen. Hierbij merkt mevrouw VAN ES op dat de woonwagenbewoners bereid zijn mee te denken, mee te betalen en desnoods na 10-15 jaar weer te verhuizen. Zij pleit ervoor om hierover het open gesprek met hen aan te gaan en te onderzoeken of tijdelijke of tussenoplossingen mogelijk zijn, bv.

voor locaties die op de lange termijn niet geschikt blijken, maar wel voor een aantal jaren gebruikt kunnen worden. Daarbij begrijpt zij dat dit afhankelijk is van de benodigde investeringen en haalbaarheid. Verder licht zij toe waarom in motie M03. Definitieve keuze locatie en zekerheid voor woonwagenbewoners is gesproken over minimaal 1 locatie. Dit is bedoeld om te voorkomen dat er uiteindelijk helemaal geen locatie wordt gerealiseerd, niet omdat haar fractie denkt dat 1 locatie voldoende zou zijn. Zij zegt dat het gezien de situatie logisch is dat er meerdere locaties nodig zullen zijn. Verder gaat zij in op de aanleiding van de motie en noemt de zinsnede in het voorstel waarin wordt gesteld dat in het uiterste scenario geen van de 4 onderzochte locaties geschikt kan blijken. Navraag bij de ambtelijke organisatie heeft uitgewezen dat de eerder afgevallen locaties daarmee niet definitief van tafel zijn. Met deze motie roept men op om in dat geval snel terug te grijpen naar de uitgebreidere locatielijst, zodat de nieuwe gemeenteraad nog voor het einde van het jaar een definitief besluit kan nemen en de woonwagenbewoners duidelijkheid en zekerheid kan bieden. De heer BOERSMA geeft aan dat mevrouw Van Es hem heeft overtuigd. Ook mevrouw STIGTER sluit zich aan bij de woordvoering van mevrouw Van Es. Stemming amendement A14. Onderzoek woonwagenstandplaatsen DES Molenvliet: 31

Verslag besluitvormende raadsvergadering 29 januari 2026

Met 6 stemmen (de dames Karso en Verschoor en de heren Van den Dool, Grimmius, Schuil en Spitsbaard) voor en 14 stemmen tegen wordt het amendement verworpen. Stemming raadsvoorstel: Stemverklaring de heer GRIMMIUS:

Ondanks dat ons amendement zojuist verworpen is, vinden wij het onderzoek dat gedaan moet worden zeer van belang. Dus zullen wij met een klein beetje pijn in het hart wel voor het voorstel stemmen. Niets meer aan de orde zijn wordt het voorstel van burgemeester en wethouders met 20 stemmen voor unaniem aangenomen. Stemming motie M03. Definitieve keuze locatie en zekerheid voor woonwagenbewoners: Met 20 stemmen voor wordt deze motie unaniem aangenomen. Aansluitend schorst de VOORZITTER de vergadering om 23.09 uur.

32

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.papendrecht.nl/api/v1/meetings/1224/documents/17325