CConstaterende datPapendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

20260122 Verslag Oordeelsvorming.pdf

Oordeelsvormende vergadering Papendrecht 12 februari 2026, gemeente PapendrechtBij agendapunt: 4: Vaststellen verslagen 15 en 22 januari 202614.482 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

33 alinea's met “oordeelsvorming”: 1 10 14 18 22 26 29 33 37 40 43 46 50 54 57 60 63 67 71 75 79 83 86 90 94 98 102 106 110 114 118 121 128

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 22 januari 2026

BESLUITENLIJST VAN DE OPENBARE OORDEELSVORMENDE VERGADERING d.d. 22 januari 2026. Een integrale geluidsopname van deze vergaderingen is te beluisteren op www. papendrecht.nl Aanwezig: De heer P.C. Grimmius, voorzitter; De heer M.H.A. Verweij (PAB), de heer A. Tieleman (PAB), mevrouw A. van Gent (PAB), de heer R. Lammers (OP), mevrouw H.C.T.J. Hoekstra (OP), mevrouw A. Haj-Hussein (OP), mevrouw A. Bokma (VVD), de heer P.J. van der Giessen (VVD), de heer L.T. van den Dool (CDA), de heer J. Mulder (CDA), mevrouw A.A.S. Stigter (CU), de heer H. Bezemer (CU), de heer E. den Boef (CU), mevrouw T.C. van Es (D66), de heer Y. Hardenbol-Kroek (D66), de heer W. Goudriaan (SGP), mevrouw D. Yildiz-Karso (PvdA) en de heer Th. Wolters (PvdA). De heer P. Kleine, inspreker inzake agendapunt 05; Mevrouw de Jager, inspreker namens de volkstuinenvereniging DES inzake agendapunt 06; Mevrouw M. Rolwes, inspreker/woonwagenbewoonster, inzake agendapunt 06; Mevrouw van Deenen, inspreker inzake agendapunt 06. Mevrouw M.J.M. van Driel, burgemeester; Mevrouw W. Renzen - Van Leeuwen, portefeuillehouder; De heer J.D. van der Borg, portefeuillehouder; De heer J.L. van Erk, portefeuillehouder; De heer A.J. Kosten, portefeuillehouder; De heer A.M.J.M. Janssen, portefeuillehouder. De heer A. Mullenders, plv. griffier/raadsadviseur. 01.

Opening. De VOORZITTER opent de vergadering en heet eenieder van harte welkom.

02.

Vaststellen agenda. De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld.

03.

Mededelingen. Er zijn geen mededelingen.

04.

Vragenkwartier. Mevrouw HOEKSTRA stelt de volgende vragen over een krantenartikel dat aangeeft dat het aantal unieke dier- en plantensoorten in Papendrecht lager is dan in vergelijkbare gemeenten: 1

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 22 januari 2026

1. Vindt men dat zorgelijk? 2. Waardoor komt dat? 3. Wat gaat men daaraan doen? Wethouder VAN DER BORG geeft aan dat het betreffende artikel in vrijwel identieke vorm is verschenen in minstens 23 regionale AD-edities, telkens met een andere gemeente als onderwerp. Dat roept volgens hem vragen op over de journalistieke kwaliteit en diepgang. Daarnaast is volgens hem onduidelijk met welke gemeente Papendrecht precies is vergeleken en of die vergelijking inhoudelijk wel klopt. Biodiversiteit hangt namelijk sterk af van factoren zoals bodemgesteldheid, landschapstype en waterhuishouding. Een vergelijking zonder deze elementen mee te nemen vindt hij weinig betekenisvol. Het college heeft daarom contact opgenomen met Waarneming.nl, de bron van de cijfers in het artikel, om duidelijkheid te krijgen. Gezien de systematiek van Waarneming.nl. verwacht de wethouder echter niet dat de krantenkop goed onderbouwd kan worden. Desondanks zegt hij toe dat het college dit verder gaat uitzoeken. 05.

Insprekers over niet geagendeerde onderwerpen. De heer KLEINE spreekt in m.b.t. de herontwikkeling van de voormalige Opelcentrale: Geachte leden van de gemeenteraad, graag wil ik gebruik maken van dit spreekrecht. Ik wil het graag met u hebben over de herontwikkeling ter plaatse van de voormalige Opel centrale aan de Rembrandtlaan. Ik denk dat veel mensen doorgedrongen zijn van het feit dat er meer woningen nodig zijn. En zo in onze buurt pratend zijn er heel veel mensen voor ontwikkeling met woonruimte op deze locatie. Vrijwel iedereen. De vraag is echter wat is er op deze locatie gewenst? Wat past er, zodat het past in de bestaande omgeving? Natuurlijk snap ik dat het de wens is om zoveel mogelijk woningen te realiseren. Daar zit denk ik ook het spanningsveld. Veel woningen betekent groot bouwvolume en dat gaat hoog de lucht in. Voor veel omwonenden is het een koude douche. Veel omwonenden voelen zich niet gehoord door politiek en gemeente. En dat terwijl veel mensen er graag nieuwe woningen bij zien komen. Het participatietraject is een wassen neus gebleken. Het is duidelijk geworden dat de inbreng van de omwonenden er niet toe doet. Niet voor de gemeentelijke organisatie, niet voor de politiek en ook niet voor de ontwikkelaar en initiatiefnemer. De partijen vinden omwonenden maar lastig.

Dat is ons de omwonenden wel duidelijk geworden nadat we na afronding van het participatietraject pas hebben vernomen dat de onderste treden, informeren en raadplegen van de participatielader zijn gebruikt. De omwonenden hebben sterk het gevoel dat zij maar een hobbeltje in de weg naar nieuwe ontwikkeling zijn. Er zijn zeker zaken in het ontwerp aangepast. Daar zijn veel omwonenden dankbaar voor. Maar in essentie gaat het veel omwonenden om het bouwvolume, om de hoogte. Dit zorgt voor ernstige schending van privacy in de bestaande achtertuinen. Dit wordt 2

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 22 januari 2026

nog versterkt door de balkons aan de zijde van de bestaande bebouwing. Daar is niets aan te doen, want dan komt het project niet uit, aldus de ontwikkelaar. Bij mij rijst dan de vraag of de grond wel licht te duur verkocht is. Afgaand op de opmerking van de ontwikkelaar vermoed ik dat de grond op een bepaalde waarde is vastgesteld en dat men vanuit deze som is gaan rekenen. Ik zou het willen omdraaien. Kijk eerst naar wat in alle redelijkheid ontwikkeld kan worden en reken dan terug naar de grondwaarde. Het lijkt mij dat de gemeente en politiek hier een rol in kunnen spelen. De omwonenden zijn echt van mening dat er gebouwd moet worden. Maar ga eens met deze mensen praten. De mensen voelen zich nu echt misleid. Ga het gesprek aan. Laat mensen meedenken. Het dorp is toch van ons allemaal? Betrek mensen op een hogere trede van de participatieladder. Zorg dat er draagvlak ontstaat. Het is wel onze woonomgeving. Mijn advies is dan ook, praat als gemeente en politiek met mensen. Wij als omwonenden staan daar zeker voor open. Wij gaan er als buurt van uit dat u als politiek alsnog uw verantwoordelijkheid neemt en het bouwvolume en de hoogte tot beheersbare afmetingen laat aanpassen. Ik wil u uitdagen. Stap over de kloof tussen inwoner en overheid/politiek en bouw een brug. Laten we dit dorp samen mooi en leefbaar maken. Ik dank u hartelijk.

Aansluitend worden de volgende vragen en antwoorden uitgewisseld: De heer LAMMERS vraagt inzake de gewenste extra participatie of men gebaat zou zijn bij een extra gesprek met de wethouder, waarop de heer KLEINE antwoordt dat een eerder gesprek met de wethouder niet veel nut heeft gehad. De heer LAMMERS vraagt of hij desondanks open zou staan voor een vervolggesprek, waarop de heer KLEINE positief antwoordt. De heer HARDENBOL vraagt een extra toelichting m.b.t. de participatieavonden, die de heer Kleine een koude douche en een wassen neus noemt. De heer KLEINE geeft aan dat er 3 participatieavonden zijn georganiseerd rond het project. De eerste avond was een inloopavond, maar werd door omwonenden ervaren als een soort verkoopavond: de makelaar was aanwezig en de plannen werden vooral aangekondigd, zonder ruimte voor echte toelichting of dialoog. Omwonenden hebben daarna aangedrongen op een daadwerkelijk informatieve bijeenkomst, waarin plannen konden worden toegelicht en vragen beantwoord. Die avond is vervolgens georganiseerd. Pas na afloop werd echter gecommuniceerd dat het participatieniveau beperkt was tot raadplegen en informeren, de 2 laagste treden van de participatieladder. De heer KLEINE vindt dat jammer en een gemiste kans voor betere en betekenisvollere participatie.

De heer VAN DEN DOOL geeft aan dat meneer Kleine een belangrijk probleem raakt, dat niet alleen speelt bij de ontwikkeling op de locatie van de voormalige Opel-centrale, maar ook op andere plekken in Papendrecht: bouwprojecten 3

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 22 januari 2026

worden steeds hoger omdat anders de financiële haalbaarheid in gevaar komt. Hij benadrukt dat dit de komende maanden, richting nieuwe coalitieonderhandelingen en de verkiezingscampagne, een belangrijk onderwerp wordt voor zijn fractie. Hij wijst erop dat wanneer een particuliere grondeigenaar de prijs bepaalt en hoge bouwvolumes nodig zijn om een project rendabel te maken, de gemeente maar beperkt invloed heeft, tenzij zij bereid is financieel bij te dragen. Dat zou betekenen dat de gemeenschap moet meebetalen om lagere bouwhoogtes mogelijk te maken. De heer VAN DEN DOOL vraagt de heer Kleine of dit inderdaad is wat hij met zijn eerdere betoog bedoelde, waarop de heer KLEINE aangeeft dat dit niet het geval is. Zijn punt is dat ontwikkelaars rekenen vanuit een hoge verkoopwaarde van de grond, waardoor zij vervolgens veel wooneenheden nodig hebben om het project financieel rond te krijgen. Hij vraagt of de gemeente of politiek meer sturend kan optreden in dit proces, juist omdat het om particuliere gebiedsontwikkeling gaat. De heer VAN DEN DOOL antwoordt dat het onderliggende financiële dilemma daarmee blijft bestaan, maar merkt op dat dit op dat moment niet verder inhoudelijk besproken hoeft te worden.

Mevrouw BOKMA heeft gezien dat de vergunningsaanvraag voor de BOPA is ingediend en vraagt of de heer Kleine een zienswijze gaat indienen, waarop de heer KLEINE antwoordt dat de bewoners doen wat ze kunnen om de woonomgeving zo aangenaam mogelijk ingericht te krijgen. De heer TIELEMAN vraagt of het een idee zou zijn om alle bezwaren met de raad te delen, waarop de heer KLEINE aangeeft dat dat de klankbordgroep graag met de raad zou spreken. De VOORZITTER verzoekt hem de raad schriftelijk in te lichten, waarop de heer KLEINE aangeeft dit te zullen doen. Mevrouw VAN ES wenst de inwoners geen valse hoop te geven dat er door meer te praten of informatie te verstrekken iets gewijzigd kan worden. Zij vraagt of de bewoners desondanks bereid zijn hier alsnog tijd in te steken, waarop de heer KLEINE aangeeft dat zij dit ten behoeven van zichzelf en andere inwoners bereid zijn. 06.

Aanvraag exploitatiebudget voor nader onderzoek en uitwerking van 4 kansrijke locaties voor nieuwe woonwagenstandplaatsen. Er zijn 3 insprekers op dit onderwerp. Mevrouw De Jager, namens de volkstuinenvereniging DES: Goedenavond. Namens het bestuur en gebruikers van de volkstuinvereniging DES wil ik een pleidooi houden om bij het onderzoek naar locaties voor woonwagenstandplaatsen met de volgende punten rekening te willen houden en aandacht aan te willen schenken. Het complex heeft ruim 60 tuinen, waar we het nu over hebben in de Molenwijk, waarin even zoveel en meer mensen hun ziel en zaligheid in leggen. Er tuinen dertigers, 4

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 22 januari 2026

veertigers, vijftigers, zestigers, zeventigers en zelfs tachtig jarigen. Ook kinderen en kleinkinderen zijn er regelmatig te vinden. De overheid wil graag een gezonde samenleving, waarin beweging en buitenlucht een onderdeel is. Nu dat komt zeker samen op de volkstuinen. Het sociale aspect is ook belangrijk. Er zijn diverse nationaliteiten aanwezig van oorsprong uit Turkije, Marokko, Syrië, Polen, Kroatië en Nederland. Er worden planten, zaden, tips, trucs en ook belangrijk lief en leed gedeeld. Men steunt elkaar en men wisselt van alles uit en helpt elkaar indien nodig. Er is een centraal gebouwtje waar regelmatig iets georganiseerd wordt. Een barbecue, koffieuurtjes, uitgiften van bestelde zaden, enzovoort. En om eventueel te schuilen bij heel slecht weer. Er wordt geïnvesteerd in zaad, plantjes, compost, mest, kastjes, materialen, grondverbeteraars en vele euro om alles in orde te krijgen en te houden. Denk maar niet dat een kropje sla goedkoper is dan in de winkel. Maar dat hebben we er voor over, omdat het een hobby is. Noem het maar gerust een passie van ons allen. Ook hebben de meeste tuinen regentonnen en compostbakken. Dus natuurlijk veel zelfvoorzienend. Er worden niet alleen groenten en fruit gekweekt, maar ook worden er bloemen gezaaid en bollen in de grond gestopt.

De bloemen uit de winkel zijn vaak giftig, maar de bloemen op de volkstuin worden niet bespoten, wat dus weer goed is voor de insecten. Papendrecht wil immers een bij-vriendelijke gemeente zijn. Wij doen daaraan mee, er zijn zelfs 3 imkers op de tuinen. Door de tuin zijn ook vogelnestkastjes opgehangen en die worden ook in gebruik genomen door de vogels. Ook de vogelstand vindt de vereniging belangrijk. De Volkstuinvereniging heeft 1 van zijn 3 complexen per 1 januari van dit jaar schoon opgeleverd aan de gemeente, namelijk locatie Wilgendonk. Een aantal leden daarvan zijn naar de locatie Molenpark gekomen en hebben daar alles opnieuw gereed moeten maken voor een mooie volkstuin, vaak met een nieuw kastje en een tuinhuisje. En waar gedacht werd dat na het PFAS-schandaal alles op zijn gat zou liggen, dat dachten jullie ook, dat staat in uw rapport, ik heb het gelezen. Maar het tegendeel is waar. Niemand heeft om die reden zijn tuintje opgezegd. En er is zelfs een wachtlijst van 14 personen. Niets is zo heerlijk om met je handen in de aarde te wroeten. Wij genieten daarvan. Het geeft rust en het plannen over de toekomst van het stukje tuin is niet alleen een hobby, maar geeft voor velen een doel. Daar komt nog bij dat het werken op de tuin zorgt voor nodige lichaamsbeweging.

Het kan toch niet zo zijn dat alles in 1 klap weggevaagd wordt? Het volkstuincomplex is eigenlijk onderdeel van het park en er loopt ook een wandelpad omheen. Er wonen in dit groene gebied ook vleermuizen en uilen. We zien en horen ze vaak, s ‘nachts vooral, en ik woon er vlakbij. En er wordt regelmatig een ijsvogel gespot, wat best zeldzaam genoemd mag worden. En we horen regelmatig een specht. En buiten deze bijzondere dieren zijn er veel fazanten, roodbosjes, eksters, vinken, mezen, mussen. Als er op het volkstuincomplex of in het park, wat ook nog een klein beetje een optie is van de gemeente, woonwagens komen met bijbehorende vervoersbewegingen en levendigheid, zien we het dan ooit nog terug? En nog even dit. Er is maar 1 ontsluitingsweg die loopt langs het fietspad A15 naar de Vijzellaan. Daar wordt het alleen maar drukker de komende jaren in verband met de uitbreiding van scholengemeenschap De Lage Waard. Ik denk ook niet dat die buurtbewoners heel blij 5

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 22 januari 2026

van worden als er nog meer verkeer bijkomt van toekomstige woonwagenbewoners. En wat doet het met de veiligheid? De locatie in de Wilgendonk, die ook als eventuele locatie voor woonwagens zou kunnen dienen, zou niet geschikt zijn vanwege de N3, waar gevaarlijke stoffen overrijden. Weet men wel dat het complex Molenwijk pal langs de A15 ligt? En dat Schenk Tanktransport zijn wel of niet volle tankauto's parkeert en dat op 50 meter afstand en dat Wilchem Milieu op nog geen 20 meter afstand ligt, waar allerlei chemische stoffen tijdelijk opgeslagen worden, waaronder ook drugsafval. En dat stinkt nog wel eens hoor, dat ruiken wij ook wel. En daar achter het pad, bij de volkstuin, langs Wilchem, daar ligt ook een gastransportleiding. En dan op ongeveer 50 meter afstand, ook nog hoogspanningsleidingen. Kortom, andere kleine locaties her en der lijkt ons een veel betere optie. En we hopen dat u deze aandachtspunten mee wilt nemen in uw nadeelonderzoek en overweging. Dank u. Aansluitend worden de volgende vragen en antwoorden uitgewisseld: De heer VAN DER GIESSEN merkt op dat in het vooronderzoek een alternatief is aangeboden in het Noordhoeksewiel, waarop mevrouw DE JAGER aangeeft dat zij niet hoopt dat hij doelt op het uitrenveld voor honden, dat zij een belachelijk idee vindt omdat het halve park dan weg is. De heer VAN DER GIESSEN is hier niet precies van op de hoogte.

Mevrouw VAN ES vraagt of de vereniging bereid is wel een alternatieve locatie te accepteren, waarop mevrouw DE JAGER antwoordt dat zij niet voor alle leden kan spreken, maar dat zij het onwaarschijnlijk vindt dat een volledige verhuizing haalbaar is. De huidige locatie is volgens haar het resultaat van jarenlange investering: in kassen, schuurtjes, materialen en persoonlijke inzet. Het verplaatsen daarvan noemt zij een haast onmogelijke taak en zij betwijfelt of alle leden hierin zouden meegaan. De heer LAMMERS vraagt of e.e.a. vanuit de gemeente met de volkstuinvereniging vooraf is besproken, waarop mevrouw DE JAGER aangeeft dat dit niet het geval is en dat men het uit de krant moest vernemen. De heer VERWEIJ vraagt of het doel van de volkstuinvereniging 0 standplaatsen is, waarop mevrouw DE JAGER aangeeft op het volkstuincomplex geen standplaatsen te wensen. Daarnaast is een aantal standplaatsen geen probleem. Mevrouw Rolwes, woonwagenbewoonster: Als eerst bedankt dat ik mijn stem hier weer mag laten horen. Vele van u kennen mij inmiddels al en ik ben er dankbaar voor dat meerdere van u het gesprek met ons aangingen tijdens eerdere vergaderingen. Hierdoor voelen wij ons gezien en gehoord. Ik wil u graag een stukje meenemen in onze strijd om het terug te kunnen keren naar onze thuis. Ik zou een paar voorbeelden voorlezen vanuit de mails vanuit de gemeente zodat u 6

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 22 januari 2026

een beter inzicht heeft hoe de communicatie de afgelopen jaren is gegaan. 3 juni 2003: ‘Wij delen u mede dat wij u op de wachtlijst voor een standplaats hebben geplaatst.’ 28 juli 2020: ‘Tijdens het gesprek van 19 december 2019 is toegezegd dat er in juni 2020 opnieuw overleg zou komen over de stand van zaken. Helaas kunnen wij dit door andere werkzaamheden en prioriteiten van corona en het vertrek van ons contactpersoon niet nakomen.’ 4 november 2022: ‘Helaas is het ons niet gelukt om het college van B&W in oktober een voorstel te sturen over het onderzoeken van de 2 tot 3 locaties. Het onderzoek richt zich op de haalbaarheid om die locaties om te bouwen tot een woonwagenkamp en wat daarvoor moet gebeuren. Wij denken nu dat wij dit voorstel in december kunnen aanleveren. Ook dat in die maand een besluit kunnen nemen. Na het collegebesluit zijn die locaties gereserveerd en moet er een hele goede reden zijn om die locaties iets anders te gaan doen. De wethouder heeft de wens en de hoop uitgesproken om binnen drie jaar meer woonwagens dan plaats te realiseren.’ 22 december 2022: ‘Vervolgstappen. In 2023 bekijken wij een aantal locaties en onderzoeken de haalbaarheid hiervan. Wij beseffen dat het lang duurt voordat de gemeente u duidelijkheid kunt geven. Het maken van extra standplaatsen is echt een moeilijke opgave en wij hebben niet veel beschikbare en vrije grond.

Daarnaast hebben veel mensen in deze krappe tijden een woning nodig. En de focus in Papendrechts Woonplan ligt meer op de normale woningbouwopgave. En daarbij speelt ook in verhoogde mate het ‘niet in mijn achtertuin’. (Dat kregen we net al te horen.) ‘Dit betekent niet dat wij onze opdracht niet serieus nemen, maar wel dat deze bijzondere woonopgave erg ingewikkeld is. Hoe dan ook willen wij in 2023 dichterbij het einddoel komen: meer standplaatsen maken.’ 12 december 2023: ‘Op 15 maart 2023, in de eerste helft van dit jaar, hebben wij met een extern bureau de opzet van dit traject besproken en vastgesteld. In 2022 heeft er een verkenning plaatsgevonden van het mogelijk beschikbaar maken van locaties van nieuwe woonwagenstandplaatsen. Wij bieden u naar verwachting het beleidskader voor de zomerreces 2024 ter besluitvorming aan.’ Er wordt gesproken over het inhuren van experts, maar experts op basis waarvan? Er is geen studie te volgen over de woonwagenbevolking, al is dat misschien niet zo'n gek idee. Misschien moet ik daar eens over nadenken. Het inhuren van externe bureaus kan worden gezien als inmenging van cultuur, waardoor het niet voldoet aan de effectieve participatie op basis van Kaderverdrag Minderheden van de Raad van Europa.

Het inhuren van dit bedrijf en de optie om nog meer externe bedrijven in te huren is in ons ogen dan ook verspilling van uw kostbare financiën en van onze kostbare tijd. Ik hoop dat u nu een beter beeld heeft van hoe dat er al jarenlang met ons gevoel is omgegaan. Steeds weer worden toezeggingen gedaan en hierop teruggekomen. Ons leven staat al jaren stil. Wij kunnen geen toekomstplannen maken. Zelfs geen veranderingen in huis. Want stel je verandert iets en dan gaat het toch door en past het dan allemaal wel in de woonwagen? Dat moeten we toch maar weer afwachten. En nu? Er moet een besluit genomen worden over een budget voor verdere onderzoeken naar 4 locaties. Weer onderzoek, terwijl er bij de laatste vergadering al datums voor eventuele bouw verteld konden worden. Op 2 locaties, de Randweg en het verlengde van de Amberdreef, zou 7

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 22 januari 2026

direct gebouwd kunnen worden. En ook nu weer staat er in het document voor deze vergadering dat er ook nog de optie is dat alle 4 de locaties zouden kunnen komen te vervallen. Hoe zit het dan met deze twee locaties waarop wel direct gebouwd zou kunnen worden? Waar blijft nou eens de duidelijkheid? In de laatste vergadering konden wij de toespraak die voor ons gehouden werd meer negatief dan positief overkomen. Om te beginnen al om het te benoemen als een ingewikkeld megaproces dat moed nodig heeft. Maar waarom? Wordt dit ook zo uitgesproken als het om een nieuwe wijk huizen gaat? Waar zit het probleem in? Gemeente Papendrecht is bekend met het bouwen van woonwagenkampen. De ervaring is er dus wel. Wij zijn er ons van bewust dat eventuele problemen benoemd moeten worden. Maar wel problemen gebaseerd op feiten en niet op discriminatie, zoals dat buurtbewoners in opstand kunnen komen. Of zoals in de mail gezet wordt, niet in mijn achtertuin. Dat probleem. Maar ja, zijn wij dan geen gewone mensen? Ook wij draaien gewoon mee in de maatschappij. Onze kinderen gaan naar school en naar sportclubs. En ook wij hebben gewoon sociale contacten in het dorp. Ook de opmerking dat er 4 locaties nodig zijn, is naar onze mening onjuist. Omdat er verschillende achternamen zijn, wil niet zeggen dat wij geen familie zijn. Familiebanden gaan verder dan alleen ouders, kinderen, broers of zussen.

Neven, nichten, tantes, ooms zijn allemaal net zo belangrijk. Daarom willen wij ook graag bij elkaar wonen, zodat wij voor elkaar kunnen zorgen. De ingewikkelde puzzel waarover gesproken werd, hoeft dus ook niet zo ingewikkeld te zijn, als er ons naar gevraagd was. De locatie Molenvliet zou voor ons een grote voorkeur hebben, omdat er ruimte is voor een groot aantal standplaatsen en hiermee de wachtlijst weggewerkt kan worden. Problemen vanuit de omwonenden zouden er dan ook niet moeten zijn omdat de afstand tot de woonwijk hiervan groter is. Een tweede locatie zou uiteraard ook prima zijn. Het enige wat wij vragen is een plekje waar wij samen kunnen zijn en eindelijk terug kunnen keren naar onze thuis. Toen kreeg ik nog te horen ‘eisen deze mensen niet teveel?’ Maar dan wil ik u vragen om er vanuit ons oogpunt naar te kijken. Sommigen wachten al 30 jaar en steeds zien wij dat er ruimte, geld en tijd wordt gemaakt om te bouwen. En nu zijn wij opeens een veel vragend probleem en nemen wij teveel ruimte in. Maar waarom zijn er dan voorgaande jaren geen vraagtekens gezet bij het bouwen van grote huizen? Dan hadden ook gekozen kunnen worden voor rijtjeshuizen, maar nu het om woonwagens gaat, is het opeens wel een probleem. Gelukkig staan er meerdere van jullie wel positief tegenover ons. En wij staan ook bekend om onze gastvrijheid en dat wil ik graag uitspreken.

Wij staan altijd open voor een gesprek. Dit zijn voor jullie ook lange avonden met veel informatie, dus bij deze ‘de koffie staat altijd klaar.’ Hierover gesproken wil ik toch nog even iets kwijt tegenover mevrouw Hendrika Hoekstra. Het is jammer dat u het nodig vond om ons in een negatief daglicht te zetten. U begint over dealers en gebruikers van lachgas. Het kwam kwetsend over. Dit gaat over overlast van jongeren en heeft niets met ons te maken. U was ook niet op de hoogte van het uitsterfbeleid, terwijl dit wel de aanleiding was voor de wetswijziging in 2018. Ik wil u vragen mijn speech terug te kijken van de vorige vergadering waarop ik ingesproken heb. Hieruit kunt u veel informatie halen voordat u een oordeel velt. Ten slotte, het gebruik van het woord kampers is zeer 8

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 22 januari 2026

kwetsend. De juiste term is alleen woonwagenbewoner of reiziger. Nu ben ik positief aangelegd en ook u bent gewoon nog welkom voor een kop koffie. Ik wil u er met betrekking op de financiële kant erop wijzen dat er jaarlijks een budgetregeling van huisvesting aangevraagd kan worden voor aandachtsgroepen en hier vallen woonwagenbewoners ook onder. Ik wil dan nog afsluiten met een citaat vanuit de Nationale Ombudsman, de heer Reinier van Zutphen. ‘Het is de hoogste tijd dat er nu echt meer standplaatsen voor woonwagenbewoners bijkomen. De ingewikkelde situatie op de woningmarkt mag geen excuus zijn om woonwagenbewoners zo lang achter te stellen.’ Dankjewel voor jullie tijd. De VOORZITTER merkt op dat het niet de bedoeling is de raadsleden persoonlijk in te spreken. Dit kan buiten de orde van de vergadering plaatsvinden. Aansluitend worden de volgende vragen en antwoorden uitgewisseld: De heer VAN DER GIESSEN vraagt of mevrouw Rolwes spreekt namens alle woonwagenbewoners in Papendrecht, waarop zij bevestigend antwoordt. Mevrouw VAN ES is onder de indruk van het verhaal van mevrouw Rolwes en schaamt zich een beetje over de gang van zaken. Zij vraagt naar de wensen van de woonwagenbewoners, waarop mevrouw ROLWES aangeeft dat er vaker is aangegeven dat er onderzoeken zouden worden uitgevoerd, maar dat het onduidelijk is of die onderzoeken daadwerkelijk hebben plaatsgevonden.

Er is nooit terugkoppeling ontvangen. Verder is er inmiddels 4 keer gewisseld van personeelsleden die verantwoordelijk waren voor dit dossier, waardoor het proces telkens opnieuw moest beginnen. Steeds worden nieuwe data genoemd waarop onderzoeken afgerond zouden zijn en besluiten genomen zouden worden, maar deze worden vervolgens weer ingetrokken. Dit herhaaldelijke opnieuw beginnen en uitstellen zorgt voor grote frustratie. Mevrouw VAN ES begrijpt dat het niet zozeer om de uitkomst gaat, maar uitzicht op een onderzoek en definitief besluit. Mevrouw ROLWES bevestigt dit, maar maakt zich ook zorgen om de mogelijkheden van het afvallen van alle 4 de locaties. Mevrouw HOEKSTRA vraagt of het mevrouw Rolwes bekend is dat haar fractie regelmatig positief contact heeft met de bewoners aan de Randweg, mevrouw ROLWES bevestigt dit. De heer TIELEMAN sluit zich aan bij de vragen van mevrouw Van Es. De heer GOUDRIAAN zou graag ingaan op de uitnodiging van mevrouw Rolwes. Mevrouw Van Deenen, woonwagenbewoonster: Geachte raadsleden, ik heb een aantal vragen over de bestaande locatie van de Randweg, wat daar de bedoeling is, over de uitbereiding. Vragen waarom er nog 9

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 22 januari 2026

betonblokken liggen op de Randweg, wij leven niet in een concentratiekamp. Waar wij aan toe zijn met onze kinderen, die over 3 jaar ook 18 jaar worden en graag op de Randwijk willen blijven wonen, omdat zij daar geboren en getogen zijn en dat er wel gekeken wordt wat er wel en net niet bij elkaar past op de bestaande locaties in Papendrecht. Wij wonen daar zelf met veel plezier op onze locatie, in de hoop dat we in de toekomst onze kinderen bij ons kunnen te blijven houden. Ik hoop dat u alle onze aandachtpunten mee willen nemen. Mijn dank. Even terugkomen op de Randweg om daar te bouwen voor woonwagenbewoners, maar waar gaan mijn kinderen heen als die 18 jaar zijn? Aansluitend worden de volgende vragen en antwoorden uitgewisseld: Mevrouw STIGTER vraagt naar mensen die al 30 jaar op de wachtlijst staan t.o.v. de door mevrouw Deenen genoemde kinderen die over 3 jaar 18 jaar worden, waarop mevrouw DEENEN aangeeft dat het woonwagenkamp in het verleden uit 6 standplaatsen bestond, maar dat niemand er toen wilde wonen. Nu wordt er gesproken over een mogelijke uitbreiding, maar zij vraagt zich af wie er dan bij zou komen en wat er precies wordt uitgebreid. Zij noemt problemen die in het verleden in Papendrecht hebben gespeeld rondom het woonwagenkamp en zegt dat bewoners vooral rust willen. Volgens haar is het nu rustig en zij wil dit graag zo houden.

Mevrouw VAN ES vraagt of zij de mening van mevrouw Rolwes deelt dat de 2 voorkeurslocaties inderdaad voorkeurslocaties zijn, waarop mevrouw DEENEN antwoordt dat zij begrijpt dat mensen recht hebben op een standplaats maar dat het wel belangrijk is wie er bij elkaar past. De heer MULDER informeert naar de gesprekken met families die bij elkaar wensen te blijven, waarop mevrouw VAN DEENEN aangeeft dat met hen niet is gesproken en dat zij i.v.m. een familiedrama niet aanwezig is geweest. EERSTE TERMIJN COMMISSIE De heer VAN DER GIESSEN vraagt waarom de € 22.000,- post onvoorziene kosten/indexatie dermate hoog is en waarom het onderzoek zich niet enkel richt op de voorkeurslocatie Molenvliet. Tot slot vraagt hij naar een goede alternatieve locatie voor de volkstuinenvereniging. Mevrouw KARSO merkt mede namens de GL-fractie op het voorstel over de huisvesting van woonwagenbewoners te steunen. Het voorstel vraagt niet om nu al een locatie aan te wijzen, maar om ruimte te bieden voor een zorgvuldig onderzoek. Zij benadrukt dat de gemeente een wettelijke 10

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 22 januari 2026

inspanningsverplichting heeft om woonwagenbewoners passende huisvesting te bieden. De 4 onderzochte locaties zijn geselecteerd op basis van objectieve criteria en worden beoordeeld op ruimtelijke inpassing, kosten, risico’s, effecten op de omgeving en participatie. Na afronding van het onderzoek beslist de raad later dit jaar over de uiteindelijke locatiekeuze en de financiële consequenties. Verder verzoeken de fracties het college om omwonenden en bewoners gedurende het proces tijdig en zorgvuldig te betrekken. Men zal op dit moment geen voorkeur voor locaties uitspreken, maar wil de onderzoeksresultaten afwachten voordat men een besluit neemt. De heer MULDER zal namens zijn fractie ook geen voorkeur uitspreken, men vindt dat de wens voor woonwagenstandplaatsen gehonoreerd moet worden en steunt het voorstel om hier onderzoek naar uit te voeren. De heer HARDENBOL merkt op dat het uitsterfbeleid al in 2018 is afgeschaft, hetgeen de vraag oproept waarom e.e.a. in 2026 nog niet is geregeld. Hij spreekt van een schrijnend verhaal, het is de hoogste tijd voor (een onderzoek naar) de gewenste standplaatsen. De D66-fractie zou het een onwenselijke uitkomst vinden dat alle 4 de locaties afvallen en vindt het belangrijk dat de wensen van omwonenden worden meegenomen in het locatieonderzoek. Mogelijkerwijs komt zijn fractie met een amendement of motie.

Mevrouw HOEKSTRA vraagt waarom men de locatie van de volkstuinen als mogelijke locatie heeft aangewezen, wat hier een alternatieve locatie voor is, of hiernaar alsnog een onderzoek zal plaatsvinden en waarom er zoveel geld nodig is als er al onderzoeken hebben plaatsgevonden. De heer VERWEIJ is van mening dat er, met € 4.000,- per standplaats, sprake is van een erg hoog budget. Daarnaast noemt ook hij de € 22.000,- post onvoorziene kosten. Op basis van de scores uit de bijlage stelt zijn fractie voor om de minder geschikte locaties, zoals de Noordzijde van het politiebureau en Wilgendonk, af te laten vallen en het onderzoek te richten op locaties met hogere scores en meer mogelijkheden. Hierdoor zouden de totale onderzoekskosten en de post onvoorzien mogelijk kunnen worden verlaagd. Wanneer er een locatie wordt gekozen waarbij de huidige gebruikers moeten worden verplaatst, verzoekt men dit ruimhartig en op een voor alle betrokkenen aanvaardbare manier te doen. Mevrouw STIGTER is blij dat de woonwagenbewoners hun woning/wagen gaan krijgen, maar is wel teleurgesteld dat alles zo lang moet duren. Verder sluit zij zich aan bij de vragen van de PAB-fractie. 11

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 22 januari 2026

De heer GOUDRIAAN onderschrijft de noodzaak om in Papendrecht nieuwe standplaatsen voor woonwagens te realiseren en wijst op de wettelijke verplichting hieraan te voldoen. Hij benadrukt dat veel mensen al langdurig op de wachtlijst staan. Tegelijkertijd ziet zijn fractie onduidelijkheid in het voorstel m.b.t. de exacte behoefte: er wordt gesproken over 15–20, 20–25 en in het huidige voorstel 29 standplaatsen. De heer GOUDRIAAN vraagt het college te bevestigen dat het voorstel aansluit bij de daadwerkelijke behoefte en merkt op dat een lagere behoefte mogelijk minder te onderzoeken locaties betekent. Wat betreft het onderzoek bestaat de mogelijkheid dat bepaalde locaties uiteindelijk afvallen. In dit kader vraagt hij hoe het college dit, met speciale aandacht voor de volkstuinenverenigingen en de hondenvereniging, in de communicatie en participatie wil meenemen. Ook verzoekt hij de raad op de hoogte te houden van de voortgang van deze gesprekken. Tot slot merkt de heer GOUDRIAAN op dat het realiseren van nieuwe standplaatsen ertoe kan leiden dat sociale huurwoningen vrijkomen. Hij vraagt het college of deze win-winsituatie ook wordt meegenomen in de communicatie. EERSTE TERMIJN COLLEGE Wethouder JANSSEN merkt op dat de opgave voor nieuwe woonwagenstandplaatsen complex is.

Er spelen volgens hem verschillende factoren mee, zoals zorgen van omwonenden (NIMBY), voorkeuren binnen de woonwagengemeenschap en de wettelijke verplichting om standplaatsen te realiseren. Hierbij geeft hij aan dat de gemeente inmiddels 7 jaar, sinds de Europese uitspraak waardoor het uitsterfbeleid is afgeschaft, aan dit dossier werkt. Het proces, waarbij de wensen van de doelgroep duidelijk zijn, liep o.a. vertraging op door personeelswisselingen. De wethouder geeft aan dat er inmiddels 6 verschillende ambtenaren aan dit dossier hebben gewerkt. Toch geeft hij, ondanks het feit dat het voor de doelgroep lang duurt, aan dat de gemeente nog op tijd is om aan de opgave te voldoen. Hij merkt hierbij op dat de rechter heeft bepaald dat de wachttijd voor een woonwagenstandplaats moet aansluiten bij de wachttijd voor sociale huurwoningen, die bedraagt op dit moment ca. 10 jaar. Aangezien een groot deel van de 30 huidige kandidaten sinds 2018–2019 op de wachtlijst staat, concludeert de wethouder dat de gemeente de nieuwe standplaatsen uiterlijk rond 2028–2029 gerealiseerd moet hebben. Voor minimaal 20 kandidaten geldt dat zij op basis van hun inschrijfduur als eerste aan de beurt zijn. Hij benadrukt dat zorgvuldigheid tijd kost, ook meer tijd dan hem soms lief is, maar dat het noodzakelijk is vanwege de belangen van zowel de doelgroep als omwonenden.

Daarnaast fluctueren de aantallen en ontwikkelingen binnen de woonwagengemeenschap, waardoor enige overcapaciteit gewenst is. Dit is ook een reden om niet 1 maar 4 locaties tegelijk te onderzoeken. Sommige locaties kunnen sneller worden gerealiseerd, zoals delen van de Randweg of een 12

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 22 januari 2026

nagenoeg verlaten volkstuincomplex. Dit terwijl andere locaties, onder andere i.v.m. inrichting, riolering en nutsbedrijven, een langere voorbereidingstijd vragen. Het parallel onderzoeken van meerdere locaties maakt het daarnaast mogelijk om gefaseerd standplaatsen te realiseren en dat het voor bewoners die dicht bij elkaar willen wonen ook mogelijk is. In dit kader merkt de wethouder op dat afgezien van Papendrecht en Dordrecht alle omliggende gemeenten nog aan de start van dit proces staan. Op de vraag van de heer Goudriaan naar het gewenste aantal standplaatsen geeft de wethouder aan dat het (toekomstige) aantal moeilijk te voorspellen is. In het verleden is er een periode geweest waarin er aan de Randweg geen behoefte was aan standplaatsen, terwijl er later meer vraag ontstond. Volgens de wethouder is dit afhankelijk van gezinsuitbreiding en familie. Dit kan in de toekomst betekenen dat er meer standplaatsen nodig zijn dan een locatie -zoals de Randweg- kan bieden. In dat geval is het wenselijk ook alternatieve locaties beschikbaar te hebben waar bewoners bij elkaar kunnen blijven wonen. M.b.t. de communicatie rondom de mogelijke locaties geeft de wethouder aan dat het college hierin zorgvuldig wil handelen. Mogelijke locaties worden altijd eerst met de raad gedeeld, voordat deze naar de doelgroep en andere betrokkenen worden gecommuniceerd.

Om deze reden is de informatie m.b.t. de wijziging van 13 naar 4 locaties destijds gelijktijdig bekendgemaakt. De wethouder begrijpt dat betrokkenen niet blij waren dat zij dit via de krant hebben gehoord. Tegelijkertijd merkt hij op dat ambtenaren direct na de bekendmaking contact hebben gezocht met de mensen die op de wachtlijst staan. De vraag van de heer Van der Giessen inzake de post onvoorzien zegt de wethouder toe schriftelijk te zullen beantwoorden. Op de vraag van de heer Hardenbol geeft de wethouder aan dat de wensen van alle betrokkenen zullen worden meegenomen. Ondanks het feit dat men niet elke week contact heeft met de doelgroep is men zich bewust van hun wensen, ook de keuze tussen sociale huurstandplaatsen als koopwoonwagens. Tevens zijn ambtenaren goed op de hoogte van het feit welke bewoners bij elkaar willen wonen. Het college verwacht later dit jaar/na de zomer, voorafgegaan door de conclusies van het locatieonderzoek, met een voorstel te komen. M.b.t. een eventuele verhuizing van de volkstuinvereniging zegt de wethouder dat de gemeente hier uiteraard zorgvuldig en ruimhartig mee zal omgaan. Een eventuele verhuizing wordt niet opgelegd zonder passende alternatieven en wordt onderdeel van het locatieonderzoek. M.b.t. de vraag van de heer Verweij inzake de Randweglocatie wijst de wethouder op een nog lopend onderzoek naar dijkversterking.

In maart of april wordt duidelijk of dit al dan niet het geval is. Wanneer dit wel het geval is zal er voor 2040 mogelijk sprake zijn van tijdelijke verhuizing naar een andere locatie. Tot slot geeft de wethouder aan dat men de raad uiteraard op de hoogte zal houden. Tussentijdse updates zijn zijns inziens niet noodzakelijk, omdat het onderzoek in korte tijd (voor de zomer) wordt uitgevoerd. 13

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 22 januari 2026

De heer VERWEIJ vraagt per interruptie of de onzekerheden over de Randweg geen reden zijn om de Randweg niet mee te nemen in het onderzoek. Wethouder JANSSEN zegt dat dit mogelijk maar niet verstandig is, omdat dat sommige locaties wat meer tijd nodig hebben om te ontwikkelen terwijl men aan de Randweg minimaal 3 standplaatsen kan herstellen. Om die reden wil het college graag de (financiële) consequenties in beeld brengen. Mevrouw HOEKSTRA vraagt per interruptie waarom er, gezien de bezwaren van mevrouw Jager, überhaupt gekozen is voor de locatie van de volkstuinen, waarop wethouder JANSSEN antwoordt dat hij zich bewust is van het belang van de volkstuinen. Men heeft echter gekeken naar de meest kansrijke locaties, waaronder de locatie van de volkstuinen. TWEEDE TERMIJN INSPREKERS Mevrouw DE JAGER: Een kleinigheid nog, meneer Janssen sprak net over ruimhartig compenseren. Überhaupt met wat? Er is geen ruimte voor een andere locatie, zeker niet in het park. Nee, dat kun je niet doen. Ook ergens anders niet, want als ergens anders ruimte zou zijn, dan zouden daar ook woonwagens kunnen staan. Ten tweede: heeft u er wel bij stilgestaan dat om die grond überhaupt geschikt te maken voor de volkstuinen, dat er heel veel aan gedaan moet worden, dat kan ook niet overal. Ten derde willen we überhaupt niet weg natuurlijk.

En ten vierde: mevrouw Hoekstra is wezen kijken op ons tuinencomplex, waar ik heel erg waardeerde. Ik nodig eigenlijk iemand anders ook wel eens uit: kom eens kijken. Kijk eens wat er is in de grond. Kijk eens hoeveel slootjes er zijn rondom. Kijk eens hoe kleiig het is, hoe goed het is. Beoordeel zelf eens of die locatie geschikt is, ja of nee. En die ene uitvalsweg vind ik ook hartstikke belangrijk. En dat ene bruggetje, wat daar alleen maar naartoe kan. Kom eens kijken. Ik nodig u uit. Noem iemand een tijd. En er is altijd iemand aanwezig om u te ontvangen. Heel graag. Dat zou ik heel fijn vinden. Mevrouw VAN DEENEN: Mijn vraag is wat er in de toekomst gaat gebeuren als de dijk wel vervangen moet worden en hoe ze dat dan gaan realiseren met de nieuwe standplaatsen die ze dan in de toekomst wel willen gaan bouwen. En dat er een paar zijn die wel dan bij ons toepasselijk kunnen staan als dat in de toekomst nodig is. DE VOORZITTER merkt op dat dit een technische vraag is, waarop het college geen antwoord kan geven. Wel zal de raad dit meenemen. Mevrouw Rolwes: Ik heb net even een gesprek gehad met mevrouw Hoekstra, we wilden allebei wat recht zetten en we hebben het uitgesproken. We hebben het goed uitgesproken en 14

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 22 januari 2026

geconcludeerd dat wij elkaar allebei een beetje mis begrepen hebben. Mijn bedoeling was om hier dus duidelijk te maken dat het bij ons vorige keer heel negatief overkwam en ik was bang dat het bij de raad dus ook misschien verkeerd over zou komen. De insteek van mevrouw Hoekstra was juist positief bedoeld en daar zijn we dus gelukkig samen uitgekomen en we vonden het ook wel belangrijk dat dat nu dus even ook duidelijk gemaakt werd. Dank u. TWEEDE TERMIJN COMMISSIE Mevrouw KARSO merkt namens de GL en de PvdA-fractie op dat na besluitvorming die men in het vierde kwartaal van 2026 verwacht de realisatie van nieuwe standplaatsen nog geruime tijd zal duren. De portefeuillehouder stelde eerder de vraag of het proces te lang heeft geduurd; volgens de fracties blijkt uit de inspraakreacties dat bewoners al heel lang wachten en 1 inspreker gaf zelfs aan zich achtergesteld te voelen. Zij is van mening dat dergelijke signalen serieus genomen moeten worden. Goed bestuur begint volgens hen met het erkennen van problemen en het bieden van duidelijkheid. Zij roept daarom op om in de verdere gesprekken met de woonwagenbewoners aandacht te hebben voor erkenning, voortgang en duidelijkheid. De heer MULDER merkt op dat zijn fractie in de eerste termijn terughoudend is geweest m.b.t. de voorkeurslocaties.

Na de beantwoording door de wethouder voelt de fractie echter de behoefte om iets op te merken. Zo heeft zijn fractie moeite met de nadruk die de wethouder legt op de mogelijkheden van de volkstuinen. Tot slot spreekt de heer MULDER waardering uit voor de tijd en aandacht die aan dit onderwerp wordt besteed. Hij hoopt dat dit bewoners enige troost biedt en dat het proces tot een positieve uitkomst zal leiden. De heer HARDENBOL merkt op dat de wethouder erkent dat woningzoekenden het proces als te langzaam ervaren, maar dat hij de opmerking van de wethouder dat het nog niet te laat is, zeker omdat dit dossier al sinds 2018 loopt, wrang vindt. Tevens plaatst zijn fractie een kanttekening bij de (geparafraseerde) opmerking dat andere gemeenten achterlopen, Papendrecht het relatief goed doet en het dus niet zo’n probleem is. Wel waardeert men dat de wethouder nu aangeeft meer vaart te willen maken. Verder vraagt men verduidelijking over de inzet van het onderzoek. Hierbij merkt de heer HARDENBOL op dat de uitkomst afhankelijk is van de gehanteerde criteria (ontwikkelsnelheid, het streven naar zo min mogelijk locaties en zorgvuldigheid) en vindt hij dat de wensen van de woonwagenbewoners zwaar moeten wegen. Mevrouw HOEKSTRA vraagt of er geen andere locaties, waarbij geen grote offers gemaakt hoeven te worden, te vinden zijn t.b.v. de woonwagenstandplaatsen. 15

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 22 januari 2026

De heer VERWEIJ geeft aan dat het zijn fractie uit de toelichting van de wethouder niet duidelijk is geworden of het verkleinen van de lijst met mogelijke locaties nog zinvol is. Hij benadrukt dat men graag tempo wil maken met het locatieonderzoek, zodat er voortgang wordt geboekt. Ondanks de eerder geuite zorgen over de hoogte van de onderzoekskosten is zijn fractie bereid het gevraagde budget beschikbaar te stellen. Daarbij spreekt hij de wens uit dat het onderzoek daadwerkelijk leidt tot een locatie die geschikt is én waar betrokkenen tevreden over kunnen zijn. Mevrouw STIGTER sluit zich hierbij aan, het kan niet zo zijn dat de uitkomst is dat er geen locatie geschikt is. De heer GOUDRIAAN herhaalt zijn eerdere vraag aan de wethouder of de winwinsituatie van het vrijkomen van sociale huurwoningen, en zo ja hoe deze positieve neveneffecten in de communicatie richting betrokkenen worden meegenomen. Zijn fractie zal het voorstel steunen. TWEEDE TERMIJN COLLEGE Wethouder JANSSEN merkt m.b.t. de vraag van de heer Hardenbol naar de inzet van het locatieonderzoek op, dat het onderzoek bestaat uit meerdere aspecten: de ontwikkelsnelheid per locatie, de wensen van de doelgroep, de gesprekken met omwonenden en huidige gebruikers en de technische en financiële uitvoerbaarheid.

In dit kader noemt hij de benodigde infrastructuur, de mogelijke verplaatsing van de volkstuinvereniging, de aanleg van riolering en de realisatie van toegangswegen of bruggen. In antwoord op de vraag van mevrouw Hoekstra naar andere locaties merkt de wethouder op dat er eerder een breder locatieonderzoek heeft plaatsgevonden, waarbij is gestart met 21 mogelijke locaties. Vervolgens is dit teruggebracht tot 13 en uiteindelijk 4 meest kansrijke locaties. Daarbij is rekening gehouden met gemeentelijk beleid m.b.t. behoud van groen en de wens om geen solitaire standplaatsen te creëren. Omdat daarvoor in de raad geen draagvlak bestaat, zijn locaties boven de A15 ook niet meegenomen. Mevrouw HOEKSTRA merkt per interruptie op dat volkstuinen ook groen zijn, waar wethouder JANSSEN het mee eens is, hij geeft echter aan dat men i.v.m. de schaarste en de wens voor ca. 30 standplaatsen keuzes moet maken. Richting de heer Verweij en mevrouw Stigter merkt de wethouder op dat het college in de komende maanden hard werkt aan het locatieonderzoek. Het doel is om vóór de zomer in het college een voorstel met de onderzoeksresultaten te kunnen behandelen. Hierin wordt duidelijk wat de verschillende locaties aan kosten met zich meebrengen, welke stappen nodig zijn om tot realisatie te komen, welke termijnen daarvoor gelden en welke financiële consequenties 16

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 22 januari 2026

daaraan verbonden zijn. De wethouder verwacht dat dit stuk net na de zomer aan de raad kan worden aangeboden. Richting de heer Goudriaan merkt de wethouder over de mogelijke win-winsituatie op dat er in bepaalde gevallen inderdaad sprake is van doorstroming. Sommige leden van de doelgroep wonen momenteel in een sociale huurwoning, terwijl zij liever in een woonwagen zouden wonen. Wanneer zij doorstromen naar een standplaats komt hun sociale huurwoning vrij voor reguliere woningzoekenden. Volgens de eerste telling van Woonkracht10 gaat het om ca. 15 sociale huurwoningen. Dit geldt echter niet voor de volledige doelgroep, niet iedereen komt uit een sociale huurwoning. Niets meer aan de orde zijnde merkt de VOORZITTER op dat de D66-fractie met een motie of amendement zal komen. De commissie adviseert aansluitend de onderhavige stukken als bespreekpunt door te leiden naar de gemeenteraad. 07.

Ontwikkelingen en samenwerkingsovereenkomst Beschermd Wonen & Opvang. De heer GOUDRIAAN merkt op dat Dordrecht als centrumgemeente binnen de regio zowel inhoudelijk als financieel verantwoordelijk is voor de organisatie van beschermd wonen en opvang. De gemeente Papendrecht heeft hiervoor mandaat aan Dordrecht verleend, waardoor de gemeenteraad op afstand staat van de uitvoering, terwijl besluiten wel aanzienlijke gevolgen kunnen hebben. De SGPfractie waardeert daarom dat het college de samenwerkingsovereenkomst alsnog aan de raad voorlegt. De heer GOUDRIAAN merkt op dat de regionale besluitvorming ertoe leidt dat Papendrecht in de komende jaren ongeveer € 500.000,-, aflopend naar ca. € 400.000,-, aan inkomsten misloopt. Het gaat om rijksmiddelen voor beschermd wonen en opvang, die Papendrecht in het verleden niet heeft besteed omdat de gemeente geen voorzieningen bood voor deze doelgroep. Hoewel het om een aanzienlijk bedrag gaat, vindt de SGP-fractie het logisch dat deze financiële consequentie via de gemeentelijke begroting wordt verwerkt. Men benadrukt dat het voor Papendrecht niet haalbaar is om zelfstandig beschermd wonen te organiseren, omdat het een kleine en specialistische doelgroep betreft. Volgens hen is het daarom niet wenselijk om tegen de samenwerkingsovereenkomst te stemmen en te proberen het geld te behouden.

Wel vindt de SGP-fractie het belangrijk dat Papendrecht ook daadwerkelijk bijdraagt aan het realiseren van passende zorgvoorzieningen binnen deze doelgroep. Tot slot vraagt de heer GOUDRIAAN de wethouder de toezegging dat de raad periodiek wordt geïnformeerd over de voortgang van het bod dat Papendrecht als gemeente heeft gedaan. Mevrouw STIGTER is blij met het voorstel, omdat dit geld bedoeld is voor de doelgroep. Doordat er echter steeds geld over is gebleven, loopt de zorg en de ontwikkeling van bv. de vrouwenopvang. Haar fractie is daarom heel blij dat er nu eindelijk een plan komt om deze achterstand aan te pakken. Om deze reden zal 17

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 22 januari 2026

de CU-fractie instemmen met het voorstel dat de betreffende middelen bij de centrumgemeente Dordrecht blijven. Daarnaast spreekt mevrouw STIGTER waardering uit voor het feit dat Papendrecht zelf een aanbod heeft gedaan om opvanglocaties voor kwetsbare groepen te realiseren. Zij geeft aan benieuwd te zijn naar de verdere uitwerking en trots te zijn dat Papendrecht op deze manier een bijdrage kan leveren. De heer TIELEMAN zegt dat de uitgangspunten van het voorstel goed aansluiten bij de samenlevingsvisie van Papendrecht. Inwoners zoveel mogelijk zelfstandig laten wonen, met passende ondersteuning dichtbij waar mogelijk en specialistische zorg regionaal waar nodig. Hij onderstreept dat de raad hierbij weliswaar geen besluitvormende rol heeft, maar wel een belangrijke kaderstellende en controlerende verantwoordelijkheid houdt. Namens zijn fractie spreekt hij waardering uit voor de duidelijke toelichting tijdens de eerdere beeldvormende vergadering. Hierbij kreeg men inzicht in zowel de regionale context als de financiële systematiek rond beschermd wonen en opvang. T.a.v. het bod van Papendrecht voor de huisvesting van kwetsbare groepen in 2026 merkt de heer TIELEMAN op dat dit goed past bij de schaal en mogelijkheden van de gemeente: kleinschalig in de wijk en met aandacht voor de juiste randvoorwaarden.

Tegelijkertijd merkt hij op dat het bod niet volledig aansluit bij de regionale behoefte aan meer grootschalige voorzieningen. Hoewel zijn fractie de afweging van het college begrijpt, vindt men het belangrijk dat hierover regionaal verder wordt gesproken, om te voorkomen dat de totale opgave onevenwichtig verdeeld wordt. M.b.t. de samenwerkingsovereenkomst en de financiële consequenties geeft de heer TIELEMAN aan dat zijn fractie de keuze van Dordrecht begrijpt om, gezien de achterblijvende realisatie van voorzieningen, sterker te sturen op uitvoering en hiervoor middelen van 2026 en 2027 regionaal te reserveren. Het doel: het daadwerkelijk realiseren van voorzieningen en het terugdringen van wachtlijsten, onderschrijft zijn fractie. Tegelijkertijd uit hij zorgen over de risico’s wanneer middelen niet tijdig kunnen worden ingezet, omdat dit kan betekenen dat kwetsbare inwoners niet op de juiste manier of het juiste moment worden geholpen. Uit het voorstel blijkt dat er, ondanks voldoende beschikbare middelen, wachtlijsten zijn geweest en dat voorzieningen achterbleven. Men constateert dat middelen die in eerdere jaren als structurele inkomsten in de Papendrechtse begroting waren opgenomen nu wegvallen of onzeker zijn. Eventuele overschotten die later kunnen terugvloeien beschouwt men als incidenteel, niet als structureel.

Hij waardeert de openheid van het college hierover, maar benadrukt dat dit gevolgen heeft voor het begrotingssaldo en daarmee direct raakt aan het budgetrecht van de raad. De heer TIELEMAN vindt het daarom van groot belang dat de raad tijdig wordt geïnformeerd over de inzet van rijksmiddelen, eventuele knelpunten in de uitvoering van wachttijden en de financiële effecten op de begroting en 18

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 22 januari 2026

P&C-cyclus. Tot slot merkt hij op dat zijn fractie het voorstel zal steunen. Men neemt kennis van de regiovisie en het bod van Papendrecht voor 2026 en kan instemmen met de financiële consequenties en de voorgestelde dekking. Daarbij benadrukt hij wel dat de raad zijn kaderstellende en controlerende rol volledig moet kunnen blijven uitoefenen, m.n. waar het gaat om kwetsbare inwoners, de uitvoering van zorg en de betrouwbaarheid van de gemeentelijke begroting De heer LAMMERS geeft aan dat ook zijn fractie het belangrijk vindt dat de raad regelmatig wordt geïnformeerd over de verdere ontwikkelingen. Hij zegt dat de regiovisie Naar thuis wonen met bescherming goed aansluit bij de Papendrechtse samenlevingsvisie, waarin wordt uitgegaan van inwoners die zo zelfstandig mogelijk wonen met ondersteuning dichtbij en kleinschalig georganiseerd. Volgens de heer LAMMERS levert Papendrecht een realistische bijdrage aan het regionale aanbod, passend bij de omvang van de gemeente. Hij noemt in dit kader de uitbreiding van woontrainingen, extra herstelwoningen en de ontwikkeling van huizen van hoop. De nieuwe samenwerkingsovereenkomst vindt zijn fractie inhoudelijk logisch en bestuurlijk noodzakelijk, omdat deze de regionale samenwerking en de toegang tot voorzieningen borgt. Tegelijkertijd zorgt deze voor een financiële nadeel.

Doordat Papendrecht in 2026 en 2027 geen overschotmiddelen meer ontvangt, gaat het om een fors nadeel van telkens € 555.000. Volgens hem zou het niet deelnemen aan de samenwerkingsovereenkomst echter leiden tot grotere risico’s, zoals het verlies van middelen, een hogere lokale druk en een slechtere toegang tot voorzieningen voor inwoners. Hij concludeert dat deelname inhoudelijk en strategisch verstandig, maar financieel pijnlijk is en onzekerheden met zich meebrengt richting het ravijnjaar 2028. De heer HARDENBOL zegt dat zijn fractie op een aantal punten een andere mening heeft dan de portefeuillehouder. Volgens hem gaat het voorstel in hoofdzaak over het kennisnemen van een collegebevoegdheid. Het financiële gevolg van dit voorstel is het gevolg van de keuzes die het college in het collegebesluit heeft gemaakt. Hij wijst erop dat de beschikbare middelen afkomstig zijn van de gemeente Dordrecht, wat tijdens de beeldvorming door mevrouw Hulswit duidelijk is toegelicht. Daarmee ligt het budgetrecht hiervoor ook bij Dordrecht en is het aan hen of zij deze uitgave t.b.v. Papendrecht doen. De heer HARDENBOL begrijpt het dilemma, zeker omdat zijn fractie in deze raadsperiode eerder stevig heeft gediscussieerd over het belang van het budgetrecht. Tegelijkertijd is men van mening dat de raad alleen zou moeten besluiten over zaken waarvoor zij daadwerkelijk bevoegd is.

Verder merkt hij op dat zijn fractie zich van de besluitpunten alleen kan vinden in de onderdelen die betrekking hebben op het kennisnemen van. Hoewel men het niet eens is met het volledige besluit, zal zijn fractie niet tegenstemmen en ook geen symbolische 19

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 22 januari 2026

actie ondernemen zoals wegblijven van de stemming. Mogelijk komt men nog met een stemverklaring. Tot slot merkt de heer HARDENBOL op dat zijn fractie van mening is dat voorstellen waar de raad formeel niet over gaat voortaan ook via een RIB kunnen worden gecommuniceerd. De heer VAN DEN DOOL geeft aan dat zijn fractie kan instemmen met het besluit, maar wel enkele kritische vragen heeft. Hij merkt op dat met het ingaan van het woonplaatsbeginsel in 2028, gemeenten verantwoordelijk worden voor de huisvesting van kwetsbare inwoners. Volgens hem is momenteel niet bekend wat de opgave voor Papendrecht precies is, omdat er geen aantallen beschikbaar zijn van inwoners die gebruikmaken van opvang of beschermd wonen. Hij vraagt de wethouder om afspraken te maken binnen de regio om deze opgave per gemeente in beeld te brengen, inclusief het type opvang en de benodigde aantallen voor Papendrecht. Hierbij merkt hij op dat Papendrecht, gezien de eigen verantwoordelijkheid en wachtlijsten, niet afhankelijk kan blijven van buurgemeenten. Zijn fractie stelt daarom voor een bod te ontwikkelen dat past bij het kleinschalige karakter van Papendrecht en aansluit bij de lokale behoefte en omvang van de opgave. Uiteraard beseft men dat niet alle vormen van opvang of beschermd wonen in Papendrecht kunnen worden gerealiseerd, waardoor regionale samenwerking noodzakelijk blijft.

Tot slot vraagt hij de wethouder om een vervolgnotitie waarin de Papendrechtse opgave, de strategie voor het innemen van een passende positie binnen de regio en aandacht voor het laten landen van regionale middelen in de gemeente Papendrecht aan de orde komt. Mevrouw KARSO geeft aan dat beide fracties zich bewust zijn van het feit dat dit voorstel een financieel nadeel voor Papendrecht betekent, maar dat dit nadeel geen gevolg is van slecht lokaal beleid. Het is het gevolg van een regionaal systeem waarin jarenlang middelen apart zijn gehouden, terwijl de voorzieningen voor beschermd wonen achterbleven. In dit kader noemt zij 2 opties: vasthouden aan middelen die alleen op papier beschikbaar zijn, of ervoor zorgen dat de middelen daadwerkelijk worden ingezet voor de inwoners. Met het collegevoorstel wordt volgens haar duidelijk gekozen voor het laatste. Zij merkt op dat het niet instemmen met de regionale samenwerkingsovereenkomst niet betekent dat Papendrecht het geld kan houden of geen verantwoordelijkheid heeft. De wettelijke zorgplicht blijft bestaan en men zou minder invloed hebben op de uitvoering, terwijl de lokale kosten en druk juist kunnen toenemen. Men waardeert dat het college haar bezwaren heeft ingebracht en kritisch blijft op de nieuwe verdeelsystematiek.

Tegelijkertijd merkt zij op dat bestuurlijke verantwoordelijkheid betekent dat men kiest voor de minst risicovolle optie voor inwoners en voor het realiseren van noodzakelijke voorzieningen. Daarom zal haar fractie instemmen met het voorstel. 20

Besluitenlijst Oordeelsvorming van 22 januari 2026

De heer VAN DER GIESSEN verwijst naar de beeldvormende vergadering van 8 januari waarin het voorstel werd toegelicht. Volgens hem heeft deze presentatie meer vragen opgeroepen dan beantwoord. Hij noemt het voorstel een constructie waarbij middelen die normaal aan de gemeente worden teruggegeven wanneer deze niet zijn besteed, nu worden geparkeerd bij de gemeente Dordrecht. Hierdoor moet de gemeentelijke begroting worden aangepast. Zijn fractie vindt dit een onnodige constructie, die volgens hen leidt tot extra beleid, coördinatie en onduidelijkheid over de geldstromen. Hij vraagt wat de reden van deze constructie is en of het rechtmatig is dat Dordrecht de middelen niet uitkeert wanneer Papendrecht niet instemt met de samenwerkingsovereenkomst. EERSTE TERMIJN COLLEGE Wethouder VAN ERK verwijst naar de beeldvormende bijeenkomst van 8 januari, waarin de raad is meegenomen in de inhoud van het voorstel en de voorbereiding op de besluitvorming. M.b.t. de vraag over het periodiek informeren van de raad inzake de voortgang merkt de wethouder op dat de regionale samenwerking al plaatsvindt. In het voorstel is toegelicht dat verdere stappen in een aangepaste vorm noodzakelijk zijn. Hierbij merkt hij op dat de SOK voorziet in tussentijdse periodieke informatie over o.a. over instroom, doorstroom, uitstroom en financiële gegevens.

De wethouder zegt toe in het AB voor te stellen om alle betrokken raden 1 tot 2 keer per jaar een standaardrapportage te doen toekomen. Dit sluit volgens hem aan bij de regionale investeringsagenda, waarin de noodzaak van het realiseren van grotere voorzieningen wordt benadrukt. De heer VAN DEN DOOL vraagt per interruptie of het woonplaatsbeginsel ook aan de orde komt in deze rapportage, waarop wethouder VAN ERK aangeeft dit in het gesprek mee te zullen nemen, maar dat hij dit nog niet kan toezeggen. Hierbij merkt hij op dat het nog onzeker is of het woonplaatsbeginsel in 2028 daadwerkelijk wordt ingevoerd, maar dat de gemeente zich hier t.b.v. de meest kwetsbare inwoners wel lokaal op moet voorbereiden. Tegelijkertijd blijft regionale samenwerking belangrijk, m.n. voor vormen van gespecialiseerde zorg die de gemeente Papendrecht niet zelfstandig kunnen organiseren. M.b.t. de vraag van de CDA-fractie hoeveel inwoners gebruik maken van beschermd wonen geeft wethouder VAN ERK aan dat dit momenteel niet bekend is. Hij zegt toe dat dit, samen met de regio, de komende periode beter en gerichter in beeld zal worden gebracht. Hij merkt daarbij op dat nog moet worden bekeken in hoeverre dit volledig per woonplaats kan worden gedaan, omdat de voorzieningen in een regionaal verband functioneren. T.a.v.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.papendrecht.nl/api/v1/meetings/1222/documents/17321