CConstaterende datPapendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

20251006 Beantwoording Technische vragen D66 - Zienswijze begrotingswijziging 2025 DG&J.pdf

Oordeelsvormende vergadering Papendrecht 9 oktober 2025, gemeente PapendrechtBij agendapunt: 9: Zienswijze begrotingswijziging GR Dienst Gezondheid & Jeugd 2025 - Voorstel1.264 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Technische vragen D'66 m.b.t. Zienswijze Begrotingswijziging 2025 DG&J Vraag 1: Kan het Dagelijks Bestuur kwantitatief inzichtelijk maken welk deel van de kostenstijging voortkomt uit een toename van het aantal jeugdigen en welk deel uit hogere kosten per jeugdige? De kostenstijging komt niet voort uit een toename van het aantal jeugdigen met jeugdhulp. Het aantal jeugdigen met jeugdhulp is namelijk niet gestegen ten opzichte van het gemiddelde in de afgelopen 12 maanden. De stijging van de kosten komt dus voort uit een stijging van de gemiddelde kosten per jeugdige met jeugdhulp. De stijging van gemiddelde kosten per jeugdigen heeft een aantal oorzaken; door indexatie, toegenomen complexiteit van problematiek, de afbouw van Jeugdzorg plus vraagt een extra bijdrage, de case-load bij de jeugdbescherming is verlaagd en voor een aantal voorzieningen zijn de tarieven verhoogd (als gevolg van landelijke kaders en tariefontwikkelingen). Onderstaande grafieken maken dit inzichtelijk.

De grijze lijn is het gemiddelde aantal jeugdigen met jeugdhulp per maand in de afgelopen 12 maanden. Het gemiddelde is 484. Het aantal jeugdigen met jeugdhulp is niet toegenomen. In 2024 was er een lichte afname met 0,2% minder jeugdigen.

De kosten per maand in de afgelopen 12 maanden zijn toegenomen. Bij een gemiddelde van €877.885 per maand over de afgelopen 12 maanden liggen de kosten vanaf start 2025 hoger dan het gemiddelde.

De gemiddelde kosten per client per maand lagen de afgelopen 12 maanden op € 1.813. Vanaf begin 2025 liggen de gemiddelde kosten per client per maand hoger dan dat gemiddelde.

Vraag 2: Wat is de kwantitatieve onderbouwing van het tekort aan pleeggezinnen en lichtere voorzieningen, en welke concrete maatregelen worden genomen om dit tekort weg te werken? Zie de onderstaande grafieken als kwantitatieve onderbouwing. Concrete maatregelen om dit tekort weg te werken zijn onder andere de landelijke campagnes om pleeggezinnen te werven. Regionaal wordt de werkwijze Mockingbird geïmplementeerd. Het doel van deze werkwijze is om pleeggezinnen beter te ondersteunen en daarmee het aantal pleegzorgplaatsingen te stabiliseren. Deze werkwijze is eerder al in andere jeugdzorgregio’s met succes geïmplementeerd.

Bovenstaande grafiek toont de ontwikkeling van het aantal jeugdigen in pleegzorg. In januari 2022 waren dat er 42, in augustus 2025 zijn dat er nog 24.

Bovenstaande grafiek toont het totaal aantal lichte voorzieningen met wonen/verblijf. Deze laat een daling zien van 58 jeugdigen in januari 2022 naar 41 in augustus 2025.

Vraag 3: Waarom worden de meevallers bij GGD, Veilig Thuis en LVS (€ 865.000) niet automatisch verrekend met de gemeentelijke bijdragen, en kan dit in de toekomst structureel geregeld worden? In de financiële verordeningen van de GR DG&J zijn geen richtlijnen opgenomen die bepalen dat meevallers lopende het boekjaar automatisch verrekend worden met de gemeentelijke bijdrage. In artikel 4 van de Financiële verordening Dienst Gezondheid & Jeugd staat dat bij de behandeling van bestuursrapportages in het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur, met de nodige terughoudendheid, onder andere voorstellen kan doen voor het tussentijds wijzigen van de geautoriseerde baten en lasten. Om meevallers in de toekomst automatisch verrekend te krijgen, moet de financiële verordening dus aangepast worden. Vraag 4: Hoe zijn de extra lasten van € 1,7 miljoen voor Papendrecht verwerkt in het meerjarenperspectief en welke risico’s lopen wij als de Rijkscompensatie na 2026 wegvalt?

Via de Perspectiefnota 2025 is de bijdrage aan de Serviceorganisatie Jeugd vanaf 2026 nadelig bijgesteld tot een bijdrage van € 12,5 miljoen (bruto). In deze bijdrage is het nadelige effect, zoals gemeld in de 1e bestuursrapportage 2025, meegenomen. In de gemeentelijke begroting loopt de gemeente geen financieel risico, omdat we vanaf 2028 rekening hebben gehouden met een lagere algemene uitkering. Vraag 5: Welke concrete stappen zijn gezet om de afstemming tussen gemeenten, gecertificeerde instellingen (GI’s) en lokale teams te verbeteren en wanneer verwacht u meetbare resultaten? Tussen de Gecertificeerde Instellingen (GI’s), gemeente en het lokale team zijn afspraken gemaakt om de samenwerking te verbeteren: • De in te zetten hulp bij nieuwe cliënten via GI’s wordt altijd besproken met het lokaal team (Sterk Papendrecht). Het lokaal team heeft zicht op lokale mogelijkheden voor lichtere hulp en ondersteuning en werkt meer systeemgericht en domeinoverstijgend. Het overleg vindt plaats in het zogenaamde VOIT overleg: Veilig Opgroeien Is Teamwerk. • Met de GI’s wordt structureel casusoverleg gevoerd over de top 5 duurste casussen. Doel hiervan is om grip te houden op de duur en kosten van trajecten. Deze maatregelen zijn deel van het pakket aan lokale maatregelen om jeugdhulp beschikbaar en betaalbaar te houden.

Binnenkort zal het college de raad met een Raadsinformatiebrief hiervan in kennis stellen. De resultaten van deze aanpak zullen naar verwachting over een half jaar zichtbaar zijn. Aangetekend hierbij dient te worden dat de gemeente hierin afhankelijk is van de medewerking van de GI’s en de ontwikkeling van individuele cliënten. Dit betreft vaak jeugdigen met complexe problematiek wat het moeilijk maakt die ontwikkeling te voorspellen. Verder zien we dat de problematiek bij de GI’s met betrekking tot personeelstekorten doorwerkt in de mate waarin ze kunnen investeren in samenwerking met de lokale teams. Binnenkort informeert het college de raad over ontwikkelingen bij Jeugdbescherming West.

Vraag 6: Hoe wordt de raad structureel betrokken bij besluiten over het al dan niet verrekenen van meevallers of het doorvoeren van tegenvallers gedurende het jaar? Bij de behandeling van de bestuursrapportages in het algemeen bestuur, kan het dagelijks bestuur voorstellen doen voor het tussentijds wijzigen van de geautoriseerde baten en lasten. Deze begrotingswijzigingen moeten voor een zienswijze voorgelegd worden aan de deelnemende gemeenten, indien daardoor de gemeentelijke bijdrage wijzigt (artikel 39 van de Gemeenschappelijke Regeling DG&J). De gemeenteraad is dus via deze zienswijzeprocedure structureel betrokken bij het al dan niet verrekenen van meevallers of het doorvoeren van tegenvallers gedurende het jaar.

Vraag 7: Welke indicatoren worden gebruikt om de voortgang van het programma Betaalbare en beschikbare jeugdhulp te monitoren en hoe vaak ontvangt de raad hierover terugkoppeling? Het programma Betaalbare en beschikbare jeugdhulp focust tot nu toe op de contractuele wijzigingen met aanbieders in 2 segmenten die per 1 januari 2026 ingaan. Binnenkort start het programma met een programmatische aanpak van de andere te nemen maatregelen. Het vormgeven van de monitoring zal onderdeel van die aanpak zijn. De raad zal hierover geïnformeerd worden bij de rapportages over de voortgang Routekaart Jeugd.

Vraag 8: Eerder heeft onze raad gevraagd om een structurele evaluatie van de GR DG&J. Deze is niet opgepakt. Waarom komt dit punt niet terug in de stukken en hoe gaat het college dit alsnog uitvoeren? Naar aanleiding van het debat in de gemeenteraad van 22 mei jl. over de 8e wijziging van de GR DG&J, heeft het college een brief gestuurd naar het algemeen bestuur DG&J. Hierin is aangegeven dat een concreet en vastgesteld evaluatieplan randvoorwaardelijk is voor de gemeenteraad van Papendrecht om toestemming te geven voor de 8e wijziging. De brief is besproken in de vergadering van het algemeen bestuur van de DG&J op 5 juni 2025. Het algemeen bestuur heeft het dagelijks bestuur verzocht om een evaluatieplan op te stellen, dat dit najaar kan worden vastgesteld door het algemeen bestuur. Dit gegeven is de reden dat in de concept zienswijze niet opnieuw de structurele evaluatie ter sprake wordt gebracht. Voor zover nu bekend wordt dit evaluatieplan op 30 oktober as. besproken in de vergadering van het algemeen bestuur. Daarna wordt het evaluatieplan gedeeld met de colleges en raden. Vraag 9: Wanneer kunnen wij als raad rekenen op een serieuze en periodieke evaluatie van de samenwerking en prestaties van de GR DG&J, zodat wij onze controlerende rol daadwerkelijk kunnen uitoefenen? Dit moet blijken uit het evaluatieplan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.papendrecht.nl/api/v1/meetings/1207/documents/16331