CConstaterende datPapendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

20250619 Beantwoording Technische vragen Perspectiefnota 25-30.pdf

Raadsvergadering Papendrecht 7 juli 2025, gemeente PapendrechtBij agendapunt: 6: Perspectiefnota 2025-2030 - Voorstel17.841 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Aan de gemeenteraad Datum Behandeld door Ons kenmerk Doorkiesnummer Onderwerp

19 juni 2025 B.L. Liang / M. Penders

Beantwoording technische vragen Perspectiefnota 20252030

Geachte mevrouw, heer, Hieronder treft u de beantwoording van schriftelijke gestelde technisch vragen van de fracties D66, PAB, CDA, SGP en OP aan. In deze brief volstaan we met een korte, technische beantwoording. I.

Door de fractie van D66 zijn onderstaande schriftelijke technische vragen gesteld over de Perspectiefnota 2025-2030. Deze beantwoording betreft alleen technische vragen.

D66 1. Inleiding Strategische visie 2025-2040 Pag. 7 Vraag 1 Op welke wijze is deze perspectiefnota inhoudelijk afgestemd op de (nog op te stellen) Strategische Visie Papendrecht 2040? En, wordt het participatieproces dat in dat kader plaatsvindt met inwoners en maatschappelijke organisaties ook benut om (financiële) prioriteiten te bepalen? Antwoord vraag 1: De perspectiefnota is niet afgestemd op de nog op te stellen Strategische Visie. Dat is ook lastig, zo niet onmogelijk omdat deze visie nog niet is afgerond. Het proces om te komen tot een Strategische Visie is een proces van de gemeenteraad, die in dat kader ook de kaders bepaalt omtrent het participatieproces. 1. Inleiding Papendrecht in de regio - 1. Wonen Pag. 8 Vraag 2 In welk stadium, welke planning, is het project voor bouwen van 40 appartementen aan de Veerpromenade? Antwoord vraag 2: De aanbesteding van het project Veerpromenade is afgerond. Op basis van verschillende proposities is een ontwikkelaar geselecteerd. Deze maand (juni 2025) wordt een koop- en ontwikkelovereenkomst gesloten. Onderdeel van de overeenkomst is dat de ontwikkelaar binnen een jaar na ondertekening een aanvraag doet voor een omgevingsvergunning. Zodra de overeenkomst wederzijds is getekend, wordt de raad nader over het project geïnformeerd.

1

1. Inleiding Papendrecht in de regio - 3. Economie Pag. 8 Vraag 3 Het college schrijft dat er economische impuls nodig is: samen innoveren, het economisch vestigingsklimaat versterken. Ook schijft het college in dit verband: ‘extra formatieve inzet en impulsbudgetten” en bezuinigen op de groeiagenda. Wordt hier bedoelt: extra beleidsambtenaren in Papendrecht en tegelijkertijd bezuinigen op de regionale economische samenwerking? Antwoord vraag 3: Nee, dat wordt hier niet bedoeld. We willen de regionale economische samenwerking juist versterken. 1. Inleiding Andere inhoudelijk thema’s - Speelveldverkenning Sociaal Domein Pag. 9 En 3. Financiële ontwikkeling Incidentele ontwikkelingen 3. Speelveldverkenning Sociaal Domein Pag. 32 Genoemd wordt dat er een scherper beeld moet komen van het sociaal domein in Papendrecht, het speelveld sociaal domein. Dit gaat over wie er wat doet, wat het oplevert enz. Daarnaast staat er dat bijna de helft van de begrotingsuitgaven naar het sociaal domein gaat. Vraag 4a Is de bedoeling dat er cijfers verstrekt worden over hoeveel mensen we het over hebben per (deel)groep). Dus bijv.: hoeveel kwetsbare mensen zijn er in Papendrecht, wie worden daartoe gerekend, hoeveel mensen rekenen we tot de groep die de ‘dubbele vergrijzing’ vormt, vanaf welke leeftijd hebben ouderen (veel) hulpvragen, enz.

(We vragen nu dus niet om die cijfers, maar om de bevestiging (of ontkenning) dat in al die cijfers zal worden voorzien middels het voorgenomen onderzoek.) Antwoord vraag 4a: Uiteraard zal bij de inhoudelijke beoordeling van het speelveld onderliggende data verzameld worden. Dit zal in overleg met het te selecteren onderzoekbureau plaatsvinden. Vraag 4b Kan een overzicht gegeven worden van de ontwikkeling van begrotingsuitgaven als percentage van de totale begroting van Papendrecht in drie verschillende jaren? Dus eindigend met nu (bijna de helft), en 2020 en 2015. De bedoeling is om een beeld te krijgen van de trend in uitgaven aan het sociaal domein. Antwoord vraag 4b: In 2016 (eerste jaar van volledige uitvoering Jeugd, WMO en participatie) bedroeg het aandeel sociaal domein ten opzichte van de totale begrotingsuitgaven 33%. Over het begrotingsjaar 2020 was dit afgerond 33,5% en over het begrotingsjaar 2025 is dit opgelopen naar 42%. Vraag 4c Is onderdeel van de opdracht om het sociale domein in kaart te brengen, waar (concreet) bezuinigingen kunnen plaatsvinden. Bijvoorbeeld als het doel zou zijn 10% structureel te bezuinigen op het sociaal domein, wat zijn dan de opties en de gevolgen? Er staat nu: Zo ontstaat als het ware een kaart van het speelveld van het sociaal domein.

Als het antwoord op de vraag hier is: bezuinigen is geen (eventueel) doel, wat is dan het nut van het hebben van de genoemde kaart met speelveld?

2

Antwoord vraag 4c: Uit het onderzoek kunnen resultaten naar voren komen waar mogelijk aanpassingen aangebracht kunnen worden en dus besparingen te realiseren zijn. 1. Inleiding Financiële status op hoofdlijnen Pag. 11-13 Vraag 5 Er staat dat in de voorjaarsnota 2025 het rijk extra middelen beschikbaar stelt in het gemeentefonds voor de duur van drie jaar (2025-2027). Wij maken hieruit op dat het nu nog gaat om incidenteel geld. Verder schrijft het college dat de inschatting van deze cijfers is meegenomen in de PPN. Als wij het goed zien, zijn deze incidentele middelen meegenomen als ware zij structureel. Klopt dat en vanwaar deze keuze? Staat het Rijk/de begrotingsregels dit toe? Antwoord vraag 5: Het onderscheid tussen structureel en incidenteel wordt naast de bepaling over tijdigheid (meer dan 3 jaar) ook bepaald door de wettelijke verplichtingen en de aard die ten grondslag ligt van een baat of een last. In dit geval worden de aanvullende middelen in het gemeentefonds (wettelijk vastgesteld door het Rijk) door de toezichthouder van de Provincie gezien als structurele middelen. Daarnaast worden de resultaten van de meicirculaire overgenomen in onze begroting waardoor er altijd een juiste omvang van de algemene uitkering is opgenomen. Over het definitieve effect van de Meicirculaire wordt u separaat geïnformeerd. 1. Inleiding Financiële status op hoofdlijnen Pag.

11-13 Vraag 6a Welke scenario’s hanteert het college indien structurele rijkscompensatie voor jeugdzorg en het gemeentefonds na 2027 definitief uitblijft? Antwoord vraag 6a: In de uitwerking van de Meicirculaire 2025 is rekening gehouden met een daling van de algemene uitkering vanaf 2028 en is in de Perspectiefnota de meerjarenbegroting van Jeugd opgenomen. Dit maakt dat het gepresenteerde begrotingssaldo 2028 en verder op basis van huidige inzichten een reëel beeld geeft. Het blijft belangrijk de lopende gesprekken tussen het Rijk en de VNG met betrekking tot de financiële verhouding te volgen. Vraag 6b Wat zijn de gevolgen voor lokale voorzieningen vanaf 2028? Antwoord vraag 6b: Op basis van huidige financiële inzichten zijn er geen gevolgen voor de lokale voorzieningen na 2028. 1. Inleiding Financiële status op hoofdlijnen Pag. 11-13 Vraag 7 Welke bijstellingen zijn voorzien in deze perspectiefnota of in de begroting 2026–2030 als het zogenaamde ‘ravijnjaar’ opnieuw wordt doorgeschoven? Antwoord vraag 7: De huidige financiële verhouding tussen Rijk en gemeenten is vertaald naar de Meicirculaire 2025 en zal integraal onderdeel uitmaken van de Begroting 2026-2030. In de voorliggende perspectiefnota is

3

hier ook in voorzien op basis van de uitkomsten van de voorjaarsnota 2025 van het Rijk. In de Meicirculaire 2025 is bevestigd dat het ravijnjaar naar 2028 is verschoven. Voorafgaand aan de behandeling van de Perspectiefnota 2025-2030 zal een raadsinformatiebrief over de Meicirculaire 2025 worden toegestuurd, inclusief het nieuw financieel meerjarenperspectief. Er worden geen bijstellingen voorzien. 1. Inleiding Financiële status op hoofdlijnen Pag. 12-13 Vraag 8 Is het college van plan om de raad te betrekken bij een reflectie op de adviezen van de Raad voor het Openbaar Bestuur om het onderscheid tussen incidenteel en structureel los te laten ten gunste van een zuiver meerjarig begrotingssaldo? Antwoord vraag 8: Dit is afhankelijk in welke mate de Commissie BBV en de financieel toezichthouder van de Provincie de adviezen van de Raad voor het Openbaar Bestuur overnemen en welke bewegingsruimte er wordt gegeven met betrekking tot de interpretatie van structurele en incidentele baten en lasten. Mocht er meer informatie komen, dan zullen wij u hier nader informeren. 1. Inleiding Financiële status op hoofdlijnen Pag.

11-13 Vraag 9 Welk effect heeft een stijging van de kapitaalrente naar 3 of 4 procent op de waardeontwikkeling van actieve grondexploitaties, en is een gevoeligheidsanalyse opgenomen in de risicoparagraaf van de PPN of de komende begroting? Antwoord vraag 9: Een stijging van de kapitaalrente naar 3 of 4% leidt tot een stijging van de rentelasten voor de gemeente. Deze rente wordt middels een omslagrente toegerekend aan onder meer de grondexploitatie. Dit is niet meegenomen in de risicoparagraaf.

2. Beleidsontwikkelingen 2.1 Maatschappelijk en sociale ontwikkelingen Versterken sociale basis in de wijk Pag. 15 En 2. Beleidsontwikkelingen 2.1 Maatschappelijk en sociale ontwikkelingen Veiligheid Pag. 19-20 Genoemd wordt de integrale wijkaanpak. Er staat genoemd dat de raad “volgend jaar een afweging moet maken over het voortzetten van nu tijdelijke middelen voor de Integrale Wijkaanpak.” Vraag 10a In welk kwartaal wordt dit verwacht?

4

Antwoord vraag 10a: Ons voornemen is om in het tweede kwartaal van 2026 de gemeenteraad opnieuw te informeren over de achtergrond en stand van zaken van de Integrale Wijkaanpak. Daaropvolgend kan de raad op basis van een voorstel via de P&C-cyclus een besluit nemen over het voortzetten van de middelen. Vraag 10b Is de bedoeling om bij de vraag om voortzetting van de middelen de resultaten te presenteren (dus niet de inzet, niet ‘wat hebben we ervoor gedaan’, maar ‘wat hebben we ermee bereikt’? Antwoord vraag 10b: Ja, het is de bedoeling om bij de aanvraag voor voortzetting van middelen de bereikte resultaten te presenteren, niet alleen de ingezette activiteiten. We verwachten dat nog niet alle beoogde effecten via indicatoren uit de gezondheids- en veiligheidsmonitoren aantoonbaar zullen zijn, vanwege de korte looptijd van het project tot nu toe. Om toch te kunnen inzoomen op wat de IWA betekent voor inwoners in de wijk is samen met het Onderzoekcentrum Drechtsteden (OCD) een nulmeting-enquête ontwikkeld en verspreid onder alle 4.002 huishoudens in de betrokken wijken Kraaihoek en Middenpolder. Deze sluit aan bij het plan van aanpak en vormt de basis voor effectmeting. Eind juni 2025 wordt de rapportage opgeleverd; over een jaar volgt een herhaling voor vergelijking. 2. Beleidsontwikkelingen 2.1 Maatschappelijk en sociale ontwikkelingen Pag.

15-20 Vraag 11 Hoe beoordeelt het college de kwaliteit van de huidige beleidsinformatie over het sociaal domein: is deze voldoende om tussentijds bij te sturen op prestaties en budget? Antwoord vraag 11: Dit betreft geen technische vraag. 2. Beleidsontwikkelingen 2.1 Maatschappelijk en sociale ontwikkelingen Jeugdhulp naar voren Pag. 16 Vraag 12a Welke preventieve interventies worden momenteel incidenteel gefinancierd binnen het jeugdhulpaanbod (“Jeugdhulp naar voren”), en wat is de structurele impact en het bijbehorende budget als deze aanpak vanaf 2026 gecontinueerd moet worden? Antwoord vraag 12a: De preventieve maatregelen die incidenteel gefinancierd worden zijn: - Samen oplopen, gezinnen worden door vrijwilligers ondersteund met als doel professionele hulp te voorkomen en/of te voorkomen dat problematiek complexer wordt (2025 € 38.000); - De Autipoli, ouders en kinderen met een aan autisme gerelateerde aandoening worden ondersteund, (2025 € 115.000); - JoinUs, uit NPO gelden gefinancierd programma tegen eenzaamheid onder jongeren. (2025 €28.000). Bij het structureel maken van deze voorzieningen vraagt dit dus €181.000. Vraag 12b Genoemd wordt onderzoek van ZonMw. Kan (de link of een verwijzing naar) het desbetreffende onderzoek worden gegeven? Antwoord vraag 12b: Dit betreft het onderzoek "preventie op waarde schatten" in december 2023 is gepubliceerd.

5

2. Beleidsontwikkelingen 2.1 Maatschappelijk en sociale ontwikkelingen Wmo naar de voorkant Pag. 16-17 Vraag 13 Welke preventieve en collectieve Wmo-maatregelen zijn aantoonbaar effectief gebleken om ‘zwaardere zorg’ later te voorkomen? Wordt dit ook financieel geëvalueerd richting beheersing van de begroting, en zo ja: op welke wijze? Antwoord vraag 13: Op dit moment werken we in de regio voorstellen uit die mogelijk een dempende werking hebben op de inzet van Wmo-maatwerk. Zowel in aantallen hulpvragen als in financieel opzicht. Denk aan een algemene voorziening voor scootmobielen of inzet van lichte vormen van begeleiding. Ook bestaande voorzieningen als het Odensehuis en ANWB AutoMaatje kunnen de inzet van maatwerkvoorzieningen al afremmen, al zijn ze daar oorspronkelijk niet voor bedoeld. 2. Beleidsontwikkelingen 2.1 Maatschappelijk en sociale ontwikkelingen Verdere aandachtspunten sociaal-maatschappelijke domein Pag. 18 Vraag 14 Wat is de geraamde structurele formatiebehoefte voor het AVE-model na 2026, en is het college voornemens hiervoor dekking te zoeken binnen de reguliere begroting? Antwoord vraag 14: Deze is nog niet bepaald, zodat er nog niet gezocht is naar dekking. In algemene zin wordt altijd eerst gekeken of dit binnen bestaande formatie en/of middelen opgelost kan worden voordat er een vraag om extra middelen wordt gedaan. 2.

Beleidsontwikkelingen 2.1 Maatschappelijk en sociale ontwikkelingen Regionale bestuursopdracht toekomstbestendig sociaal domein Pag. 17 Vraag 15 Welke risico’s ziet het college bij de regionale besparingsvoorstellen, bijvoorbeeld rond toegang of aanbod, als deze niet aansluiten op de lokale praktijk? Is er zicht op verschillen tussen regionaal geprognosticeerde besparingen en wat lokaal haalbaar en wenselijk is? Antwoord vraag 15: Dit is geen technische vraag. Ter achtergrondinformatie over de dynamiek regionaal – lokaal: Als we ten aanzien van een besparingsvoorstel als individuele gemeente een andere koers varen dan de regiogemeenten, kan zich het risico voordoen dat we meer moeten betalen omdat we dan maatwerk afnemen in plaats van het generieke pakket. Ook bestaat het risico dat een regionaal besparingsvoorstel in de praktijk onvoldoende aan blijkt te sluiten bij onze lokale situatie. Op zo’n moment kan het toch nodig zijn lokaal te investeren, waarmee de regionale besparing deels of geheel weer te niet wordt gedaan. Dat is een lokale bestuurlijke keuze.

6

2. Beleidsontwikkelingen 2.1 Maatschappelijk en sociale ontwikkelingen Aflopen specifieke uitkeringen Pag. 17 Vraag 16a Welke gemeentelijke voorzieningen of functies komen onder druk te staan als de SPUK GOAB- en GALA-middelen vanaf 2026 vervallen? Antwoord vraag 16a: Of en welke onderdelen onder druk komen te staan, is op dit moment nog onduidelijk. Inmiddels is bekend dat de SPUK GOAB en sommige onderdelen van de Brede SPUK ten behoeve van het GALA in 2026 blijven bestaan. Vanaf 2027 is het plan van het rijk dat deze wordt omgezet in een nieuwe financieringsvorm: de bijzondere fondsuitkering (BFU). Hiervoor moet nog wel de nieuwe Financiëleverhoudingswet afgerond worden. Vraag 16b En welke scenario’s of reserveringen zijn getroffen om bijvoorbeeld de inzet van buurtsportcoaches en andere preventieve interventies te continueren? Antwoord vraag 16b: De buurtsportcoaches worden via cofinanciering bekostigd. Een deel van de financiering van de buurtsportcoaches blijft bestaan (BRC: Brede Regeling Combinatiefuncties). De 60% cofinanciering die voor een goot deel uit de GALA-middelen wordt gehaald, komt mogelijk wel onder druk te staan. Voor andere interventies zie het antwoord op vraag 16a. 2. Beleidsontwikkelingen 2.1 Maatschappelijk en sociale ontwikkelingen Verdere aandachtspunten sociaal-maatschappelijke domein Recreatie & Cultuur Holding Pag.

19 Vraag 17 Er staat dat een onderzoek heeft uitgewezen dat het huidige construct nog steeds het meest passende is. Wel zijn er aanbevelingen gedaan die worden uitgevoerd? De vraag is: zijn de betrokken organisaties en het bestuur tevreden/akkoord met de voorgenomen uit te voeren aanbevelingen? Antwoord vraag 17: Het college, de Raad van Commissarissen en de directeur van RCH kunnen zich grotendeels vinden in de aanbevelingen. Op basis van het onderzoek is een actielijst opgesteld om de aanbevelingen door te voeren. Inmiddels zijn we gestart met het uitvoeren van de aanbevelingen. In dat proces stemmen we frequent af met de directeur en met de Raad van commissarissen van RCH. Voor meer informatie verwijzen wij u naar de raadsbrief van 22 mei jl. 2. Beleidsontwikkelingen 2.2 Fysieke leefomgeving Ontwikkelingen nieuwbouw voortgezet onderwijs Pag. 20-21 Vraag 18 Wordt bij gebiedsontwikkeling expliciet gestuurd op het aandeel betaalbare huur en koop binnen nieuwe woningbouwprojecten en hoe wordt dit vertaald naar grondexploitatie, opbrengsten en gemeentelijke risico’s?

7

Antwoord vraag 18: Ja, bij nieuwe gebiedsontwikkelingen sturen we expliciet op het aandeel betaalbare woningen, in lijn met het rijksbeleid (Wet Versterking regie volkshuisvesting). Deze wet schrijft voor dat 2/3 van de nieuwbouwwoningen betaalbaar moet zijn, waarvan de helft sociale huur. De inzet hiervan bepaald de invulling van de beschikbare ruimte zoals bijvoorbeeld grondgebonden woningen of appartement complexen. Hieruit volgt het resultaat van de betreffende grondexploitatie. Risico’s hangen samen met de opzet van grondexploitatie. 2. Beleidsontwikkelingen 2.2 Fysieke leefomgeving Ontwikkelingen nieuwbouw voortgezet onderwijs Pag. 20-21 Vraag 19 Welke investeringen in maatschappelijke voorzieningen (zoals onderwijs, sport, welzijn) zijn geraamd bij de voorziene woninggroei tot 2030? Wordt er gewerkt met een groeimodel of rekenmodel voor voorzieningenplanning? Antwoord vraag 19: Nee, er zijn geen maatschappelijke voorziening meegenomen in de woninggroei tot 2030. 2. Beleidsontwikkelingen 2.2 Fysieke leefomgeving Mobiliteitsplan Pag. 17 Vraag 20a Welke infrastructurele opgaven (zoals parkeerdruk, mobiliteitshubs, fietsinfrastructuur) worden voorzien bij gebiedsontwikkelingen zoals Noordoevers of Noordpolder? Is hiervoor reeds een financiële reservering getroffen? Antwoord vraag 20a: Beide locaties zijn binnen Papendrecht niet bekend.

Vraag 20b Welke invloed hebben nationale maatregelen op het OV-aanbod (zoals kortingen, dienstregelingsversoberingen) op de bereikbaarheid van Papendrecht? Zijn hiervoor gemeentelijke mitigerende maatregelen nodig? Antwoord vraag 20b: Logischerwijs werken (landelijke) ontwikkelingen lokaal door. Op dit moment is niet helder of er vanuit de gemeente mitigerende maatregelen noodzakelijk zijn. 2. Beleidsontwikkelingen 2.2 Fysieke leefomgeving Ontwikkelingen nieuwbouw voortgezet onderwijs Pag. 20-21 Vraag 21 Zijn de structurele exploitatiekosten voor de MFA en sportvoorzieningen (zoals beheer, energie, onderhoud en huur) reeds verwerkt in het financieel meerjarenperspectief 2026–2030? Antwoord vraag 21: Nee, deze zijn niet in het meerjarenperspectief verwerkt. Het opstellen van de meerjarenonderhoudsplannen wordt binnenkort in relatie tot de dispositiepanden opgestart.

8

2. Beleidsontwikkelingen 2.2 Fysieke leefomgeving Ontwikkelingen nieuwbouw voortgezet onderwijs Pag. 20-21 Vraag 22 Wordt bij de doorrekening van huurtarieven in de nieuwe MFA ook meegenomen wat dit betekent voor de subsidiebehoefte van gebruikers zoals culturele en sportorganisaties? Antwoord 22: Zoals aangegeven in het door de raad in september 2023 vastgestelde vastgoed- en accommodatiebeleid worden huurtarieven kostendekkend doorgerekend. In het vastgestelde beleid is opgenomen dat deze kosten zullen worden doorgerekend en dit gevolgen kan hebben voor de subsidiebehoeften van gebruikers. Met de 5 deelnemende partijen als toekomstig gebruiker zijn gesprekken gevoerd met de gemeente over een ingroeimodel. 2. Beleidsontwikkelingen 2.3 Duurzaamheid en energietransitie Pag. 24-25 Vraag 23 Hoe borgt het college de benodigde capaciteit voor klimaat- en energiebeleid als de huidige CDOKEregeling vanaf 2026 verandert of stopt? Antwoord vraag 23: Het budget voor deze regeling is al gereserveerd. Vanaf 2026 geldt een nieuwe regeling. We hebben de benodigde capaciteit begroot op basis van de minimale voorzetting van deze regeling inclusief een korting van 10% door lagere administratieve kosten. Geen taken zonder knaken. 2. Beleidsontwikkelingen 2.2 Fysieke leefomgeving Gemeentelijk vastgoed Pag. 21-22 En 2. Beleidsontwikkelingen 2.3 Duurzaamheid en energietransitie Pag.

24-25 Vraag 24 In hoeverre zijn extra investeringen in netverzwaring, slimme energieopslag of laadinfrastructuur opgenomen in de meerjarenonderhoudsplannen (MJOP’s) voor gemeentelijk vastgoed en wat betekent dit voor het meerjarenperspectief? Antwoord vraag 24: Deze zijn niet opgenomen in de MJOP's. De gevolgen hiervan zijn nog niet inzichtelijk, mede doordat netverzwaring en hiervoor specifieke installatieonderdelen voor de energievoorziening nog volop in ontwikkeling zijn. Met name voor slimme energieopslag en laadinfrastructuur is deze ontwikkeling volop in beweging, waarbij opslagcapaciteit voorop staat.

9

2. Beleidsontwikkelingen 2.3 Duurzaamheid en energietransitie Pag. 24-25 Vraag 25 Het college stelt dat het tempo in de energietransitie omhoog moet, maar erkent dat de formatie en middelen slechts tot 2025 geborgd zijn. Kan het college toelichten waarom geen structureel investeringsvoorstel voor duurzaamheid is opgenomen in deze perspectiefnota? Antwoord vraag 25: Zie ook antwoord op vraag 23: De nieuwe regeling is nog niet opgesteld, maar we zijn wel verzekerd van een minimale voorzetting van de vorige regeling en hebben hierop begroot. 2. Beleidsontwikkelingen 2.4 Regio Pag. 25-26 Vraag 26 Welke instrumenten gebruikt het college om te monitoren of samenwerking in de Drechtsteden daadwerkelijk leidt tot kostenbesparing of kwaliteitsverbetering? Worden resultaten ook gekwantificeerd in relatie tot lokale kostenontwikkeling? Antwoord vraag 26: Het college monitort de meerwaarde van samenwerking in de Drechtsteden via programmatische voortgangsrapportages, jaarrekeningen van GR’en en thematische benchmarks. Waar mogelijk worden resultaten gekwantificeerd, bijvoorbeeld in woningbouwproductie of regionale investeringsstromen. Hoewel directe kostenbesparing niet altijd één-op-één is toe te rekenen, worden kosten, kwaliteit en maatschappelijke meerwaarde structureel meegewogen bij de evaluatie en bijstelling van samenwerkingsverbanden. 2.

Beleidsontwikkelingen 2.5 Bedrijfsvoering Informatiemanagement en informatiebeveiliging Pag. 26-27 Vraag 27 Zijn in het meerjarenbeeld voldoende structurele middelen opgenomen om te voldoen aan BIO (Baseline Informatiebeveiliging Overheid) en om digitale weerbaarheid te versterken richting 2030? Antwoord vraag 27: Voor zover als we nu kunnen inschatten zijn er voldoende middelen begroot. 2. Beleidsontwikkelingen 2.5 Bedrijfsvoering Vernieuwing P&C Pag. 28-29 Vraag 28 Welke personele en organisatorische knelpunten ziet het college bij de uitvoering van de beleidsvoornemens uit deze perspectiefnota, bijvoorbeeld bij toezicht, vergunningverlening of projectmanagement? Antwoord vraag 28: Op dit moment zien wij geen belemmeringen. De opgaven worden vertaald in Teamplannen en Concernplan en dus de werkvoorraad per team. Vooralsnog kunnen de voorstellen uitgevoerd worden conform planning.

10

3. Financiële ontwikkelingen Incidentele ontwikkelingen 14. Onttrekking bestemmingsreserve Kapitaallasten Toekomstige Investeringen – Onderhoud gebouwen Pag. 28-29 En 3. Financiële ontwikkelingen Structurele ontwikkelingen 65. Budget toekomstige investeringen Pag. 45 Wij kunnen ons niet herinneren dat de Reserve Kapitaallasten Toekomstige Investeringen (RKTI) bedoeld is om andere, nieuwe, bestemmingsreserves te vullen. In dit geval is het de bedoeling om de nieuwe Bestemmingsreserve Onderhoud Gebouwen te vormen met daarin 2,7 miljoen euro uit de pot RKTI. Vraag 29a Op welke vastgestelde afspraak is dit gebaseerd? Antwoord vraag 29a: In de nota Reserves en Voorzieningen 2023 is opgenomen dat de Bestemmingsreserve Kapitaallasten Toekomstige Investeringen onder andere inzetbaar is voor uitgaven voor een nader te stellen doel. Voor onttrekkingen aan de reserve zal het college altijd een voorstel doen aan de gemeenteraad. Vraag 29b Wat is nog het verschil (de beperking) tussen uit de Reserve kapitaallasten toekomstige investeringen (RKTI) putten of uit de algemene reserve, als we nieuwe bestemmingsreserves gaan vullen met geld uit de RKTI? Antwoord vraag 29b: In de nota Reserves en Voorzieningen 2023 is opgenomen dat de Bestemmingsreserve Kapitaallasten Toekomstige Investeringen onder andere inzetbaar is voor uitgaven voor een nader te stellen doel.

Dit betekent dat op voorstel van zowel het college alsook de gemeenteraad een besluit genomen kan worden tot inzet van de beschikbare middelen. Het verschil met de algemene reserve is dat de algemene reserve inzetbaar is voor tegenvallers en het afdekken van risico’s. Vraag 29c Op pagina 45 staat dat “conform de afspraken die zijn gemaakt rondom de financiering huisvesting VO-scholen en herontwikkeling Van der Palmgebied, er jaarlijks een structurele verhoging plaatsvindt van het budget toekomstige investeringen ter dekking van de kapitaallasten.” Hoe verhoudt dat zich tot steeds grotere bedragen voor andere doeleinden uit de RKTI putten, zoals hiervoor genoemd? Antwoord vraag 29c: Het budget toekomstige investeringen is een structureel budget dat verwerkt is in het begrotingsresultaat en inzetbaar is voor het dekken van structurele lasten waaronder de huisvesting VO-Scholen en de herontwikkeling Van der Palmgebied. Dit staat geheel los van de incidentele inzetbaarheid van de Bestemmingsreserve Kapitaallasten Toekomstige Investeringen. 3. Financiële ontwikkelingen Incidentele ontwikkelingen Pag. 33

11

Vraag 30 We zien bij diverse posten de vraag om extra middelen, extra mensen. Die worden vaak als incidenteel opgevoerd. Wij hebben hiervoor de jaarcijfers gezien met veel extra personeelskosten, veel inhuurkosten. Om de eerste paar die opvallen te noemen: 50.000 onderzoek sociaal domein, 250.000 euro aanpak oneigenlijk gebruik illegaal in gebruik genomen gronden, 50.000 euro vastgoedbeheer, 75.000 euro uitvoering motie herontwikkeling vrijkomende locaties enz. Dit zijn als we het goed hebben allemaal personeelskosten en daar blijft het niet bij. Wij vinden het als fractie (te) moeilijk om een totaaloverzicht te hebben van wat er nu aan personeel(skosten) afgaat en wat er bijkomt in 2026. Dus graag antwoord op de vraag: Hoeveel personeel(skosten) komen er in totaal bij en gaan er in totaal af (volgens deze PPN) ten opzichte van 2024? Uitgesplitst in incidenteel en structureel. Antwoord vraag 30: De hierboven genoemde onderwerpen betreffen naast onderzoekskosten ook inzet van incidenteel externe expertise. Alleen met betrekking tot 72. Impuls Economie is mogelijk sprake van extra formatieve inzet naast het eventueel beschikbaar stellen van impulsbudgetten. Dit zal verder uitgewerkt moeten worden. 3. Financiële ontwikkelingen Incidentele ontwikkelingen 25. Routekaart Jeugd Pag.

36 Er staat dat … De in 2024 opgestarte inzet vanuit de routekaart Jeugd… incidentele verlenging tot en met 2026. We hebben het dan over 286.000 euro in 2026. Aangezien 2024 t/m 2026 achter elkaar 3 jaar incidenteel is en de regel is: na drie jaar incidenteel wordt iets automatisch structureel. Vraag 31a Wordt na 2026 dit bedrag (deze formatie) automatisch structureel? Indien ja, waarom wordt het gepresenteerd als incidenteel? Antwoord vraag 31a: Nee. In de subsidiebeschikking benoemen we nu al dat de inzet incidenteel van aard is gezien de tijdelijke middelen. Er is telkens een afwegingsmoment voor de gemeente of een subsidie structureel van aard wordt bij de behandeling van de subsidieplafonds. En voor de volledigheid: de gemeente kan ook een structurele subsidie beëindigen, mits een redelijk termijn in acht genomen wordt. Vraag 31b Mag dat als bekend is dat het bij goedkeuring van dat incidentele bedrag (voor het derde jaar op rij) het de facto een goedkeuring van een structureel bedrag betekent? Antwoord vraag 31b: Zie antwoord 31a. Vraag 31c Welke personeelskosten in deze PPN zijn nu incidenteel, maar worden na vaststelling van deze PPN voor het derde jaar incidenteel en daarmee structureel? Antwoord vraag 31c: Besluiten in de Perspectiefnota hebben geen invloed op het wel of niet structureel maken van een subsidie. Dit gebeurt via het raadsvoorstel Subsidieplafonds.

Daar besluit de raad om bij het subsidieplafond wel of niet ruimte voor nieuwe structurele subsidies toe te voegen. Zie verder ook antwoord 31a.

12

3. Financiële ontwikkelingen Incidentele ontwikkelingen 29. WMO naar de voorkant & Actieagenda Senioren – ANWB Automaatje Pag. 36 Vraag 32 Met betrekking tot de financiering staat hier dat “gezien het financieel meerjarenperspectief zetten we nu in op incidentele verlenging van twee jaar.” Net als bij de vorige vraag: na drie jaar incidenteel wordt iets structureel. Zeggen we hier: we kunnen het niet goed gedekt krijgen in de meerjarenbegroting, dus we boeken het nu als incidenteel, maar feitelijk is dit voorsorteren op structureel, want dat wordt het dan automatisch? (Overigens, inhoudelijk vinden we automaatje een geweldig project en we horen er veel waardering voor. Dat is niet waar het ons om gaat.) Antwoord vraag 32: De keuze om een subsidie structureel te verlenen is aan de raad bij de behandeling van de subsidieplafonds. Een structurele subsidie kan alsnog stopgezet worden bij gebrek aan structurele middelen in de begroting, met inachtneming van een redelijke termijn. Dit voorstel in de Perspectiefnota geeft de ruimte om ANWB-Automaatje voort te zetten en te zien of het gebruik zich zo succesvol blijft ontwikkelen als het nu doet. De keuze voor een incidenteel voorstel van twee jaar is mede ingegeven vanwege de financieel onzekere tijden. 3. Financiële ontwikkelingen Structurele ontwikkelingen 57. Begroting GR Dienst Gezondheid & Jeugd Pag.

42-43 Wij denken dat we het hier gestelde niet echt goed begrijpen. Er staat achtereenvolgens dat het algemene uitgangspunt is dat de taken binnen het beschikbaar gestelde budget worden uitgevoerd, dat voor 2026 (dus) de nullijn geldt én dat er een taakstelling van 8% in de begroting is verwerkt én dat er om extra middelen wordt gevraagd. Vraag 33 Hier lijken wat tegenstellingen in te zitten. Graag enige uitleg. Wat is de boodschap: het budget moet gelijk blijven, moet lager worden of wordt hoger? Antwoord vraag 33: Binnen de GR DG&J spelen diverse ontwikkelingen die maken dat voor bepaalde taken het budget gelijk blijft, maar voor andere taken het budget juist daalt of stijgt. Dit wordt uitgebreid weergegeven in de ontwerpbegroting 2026 GRD&J, die uw raad op 26 juni behandelt en waarop uw raad een zienswijze kan uitbrengen. Het Algemeen Bestuur (AB) van GR DG&J heeft besloten de begroting 2025 plus indexatie, met uitzondering van het jeugdhulpbudget, als kader voor de begroting 2026 te gebruiken (nullijn). Extra middelen vraagt GR DG&J voor de uitvoering van de Wet integrale suïcidepreventie en het instellen van een Privacy Officer.

De taakstelling van 8% wordt ingevuld door (1) de begroting van 2025 als nullijn te hanteren voor 2026 voor de onderdelen GGD en Veilig Thuis en (2) de formatie van Leerplicht Vroegtijdig Schoolverlaten (LVS) te verminderen op basis van de uitkomst van de regionale bestuursopdracht leerplicht die onder regie van gemeenten is uitgevoerd. 3. Financiële ontwikkelingen Structurele ontwikkelingen 75. Plan van Aanpak tegen Huiselijk Geweld en Kindermishandeling Pag. 46

13

Er staat dat de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling (…) verschuift naar het team Veiligheid. Dan staat er vervolgens “…wat impact heeft op de beschikbare uren voor reguliere dienstverlening en op de wachtlijst.” Vraag 34 Hoe wordt dat bedoeld? Op welke reguliere dienstverlening en welke wachtlijst? En als er ergens door een verschuiving extra uren nodig zijn, vallen ze toch bij het andere team vrij? Antwoord vraag 34: Er zijn regionale ontwikkelingen geweest, waarbij taken zijn verschoven naar lokaal m.b.t. Kind- en gezinsbescherming, Veilig Thuis. De inzet van extra capaciteit in team Veiligheid is noodzakelijk vanwege de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling volgens de Top3-methodiek. Deze aanpak vraagt om langdurige regie en monitoring om terugkeer van onveiligheid te voorkomen. Hieraan is prioriteit gegeven, en daarvoor is capaciteit binnen Sterk Papendrecht verschoven. Het verschuiven van capaciteit betekent echter geen vrijgekomen uren elders. Er valt binnen de rest van het team capaciteit weg wat leidt tot minder inzetbare uren voor de reguliere hulpverlening en een toename van de wachtlijst daar.

4. Ombuigingen OMB 11. Versoberen Groeiagenda Pag. 53 Vraag 35 Er wordt een reductie van 15% voorgesteld op de samenwerking Groeiagenda? Welk argument is hiervoor? Waarom/naar aanleiding waarvan heeft Smart Delta Drechtsteden dit voorstel gedaan? Antwoord vraag 35: De voorgestelde reductie van 15% op de gemeentelijke bijdrage aan de Groeiagenda is het resultaat van een regionale afweging binnen Smart Delta Drechtsteden. Aanleiding was dat enkele gemeenten, waaronder Zwijndrecht, vanwege lokale bezuinigingen aanvankelijk een reductie van 50% voorstelden. Om de samenwerking regionaal werkbaar te houden, is uiteindelijk gekozen voor een gematigd voorstel van 15%. Voor Papendrecht was een financiële reductie niet noodzakelijk – wij erkennen de meerwaarde van de Groeiagenda en hechten aan structurele investeringen in regionale opgaven. Tegelijkertijd begrijpen we de noodzaak tot herprioritering binnen de regio en zetten we ons in om de effectiviteit van de samenwerking te behouden, ook met minder middelen. 4. Ombuigingen OMB 13. Inzetten egalisatiereserve taakmutaties Pag. 54 Vraag 36 We snappen niet wat in dezen ‘de middelen’ zijn en wat ‘de overtollige middelen’. Waardoor zijn ze overtollig geworden? En waarom wordt dit in 5 jaar ‘afgeraamd’. Het blijft voor onze fractie een moeilijke taal, ‘het sociaal domein’.

Antwoord vraag 35: De middelen betreffen hier de totale omvang van de reserve Rijksstromen Taakmutaties. Deze reserve wordt gevormd door ontvangen Rijksmiddelen waarvan we verwachtten die in toekomstige jaren nodig te hebben. We beoordelen nu een deel van de reserve als ‘overtollig’ omdat we verwachten dat geld niet in te hoeven zetten. Daarmee begroten we meer op risico. Vanwege het financieel meerjarenperspectief hebben we gekozen voor vijf jaar.

14

II.

Door de fractie van PAB zijn onderstaande schriftelijke technische vragen gesteld over de Perspectiefnota 2025-2030. Deze beantwoording betreft alleen technische vragen.

PAB 1. Inleiding Andere manier van begroten tussen Rijk en gemeenten Pag. 12-13 De nota gaat uit van extra middelen uit het gemeentefonds (o.a. jeugdzorg), maar deze zijn nog niet definitief. Vraag 1a Op basis van welke aannames is de inschatting van de algemene uitkering gemaakt? Antwoord vraag 1a: De inschatting van de algemene uitkering is gedaan op basis van de Voorjaarsnota 2025 van het Rijk. In de Meicirculaire 2025 heeft een verdere uitwerking van de Voorjaarsnota 2025 plaatsgevonden en zal via een raadsinformatiebrief voorafgaand van de behandeling van de Perspectiefnota aan de raad worden toegestuurd. Vraag 1b Hoe groot is het risico dat deze inschatting te optimistisch is? Antwoord vraag 1b: Op basis van de Voorjaarsnota 2025 en de uitwerking van de Meicirculaire 2025 sluit de inschatting in de Perspectiefnota aan. Vraag 1c Is er een scenario doorgerekend waarbij de Meicirculaire tegenvalt? Antwoord vraag 1c: Nee. 4. Ombuigingen OMB 78. Verkoop parkeerplaatsen Parkeergarage de Waalburcht Pag. 56 De verwachte opbrengst van € 360.000 is indicatief; er is nog geen taxatie. Vraag 2a Is er inmiddels een taxatie uitgevoerd voor deze parkeerplaatsen? Antwoord vraag 2a: Nee, een taxatie wordt binnenkort uitgezet.

Vraag 2b Waarom wordt nu al gerekend met € 15.000 per stuk zonder waardebepaling? Antwoord vraag 2b: Dit betreft een theoretisch bedrag wat is gebaseerd op een eerdere marktprijsraming. De taxatie toetst deze eerdere marktraming aan de conjuncturele marktontwikkelingen. 4. Ombuigingen OMB EX153. Onderuitputting investering Pag. 58 De nota noemt een structurele vrijval, maar toont geen bijlage of cijfermatige onderbouwing.

15

Vraag 3 Kan de berekening of onderliggende notitie van de structurele onderuitputting van investeringen aan de raad beschikbaar gesteld worden? Antwoord vraag 3: De aanpassing heeft plaatsgevonden op basis van historische bijstellingen die bij de concernrapportages voorgaande jaren hebben plaatsgevonden. 4. Ombuigingen OMB EX152. Verbonden Partijen Pag. 58 Er wordt structureel met miljoenen gerekend, terwijl de voorstellen nog moeten worden uitgewerkt. Vraag 4a Welke verbonden partijen zijn hierbij betrokken en welke bedragen per partij zijn voorzien? Antwoord vraag 4a: GR Sociaal, DG&J, OZHZ. Op basis van bestuurlijke opdrachten worden ombuigingsvoorstellen door de GR's uitgewerkt en is hiervoor op het totaal een indicatie opgenomen. Vraag 4b Wat is het tijdspad voor uitwerking en besluitvorming over deze ombuiging? Antwoord vraag 4b: Per verbonden partij gelden andere tijdspaden. OZHZ heeft dit proces reeds doorlopen. GR Sociaal en DG&J hebben een deel hiervan reeds doorlopen, en een ander deel volgt nog. Vraag 4c Wat gebeurt er met het saldo als deze ombuiging niet haalbaar blijkt? Antwoord vraag 4c: Dat wordt later duidelijk zodra de begrotingen opgeleverd worden. 4. Ombuigingen OMB EX47. Verlagen beïnvloedbare budgetten met 2% i.p.v. 1% Pag. 58 € 157.000 structureel ingeboekt zonder concrete invulling per post.

Vraag 5a Op welke beleidsvelden en budgetten wordt deze 2%-korting concreet toegepast? Antwoord vraag 5a: Dit wordt op alle beleidsvelden toegepast. Vraag 5b Zijn de maatschappelijke effecten van deze generieke korting vooraf onderzocht? Antwoord vraag 5b: Ja en de korting van 2% wordt enkel toegepast op de materieel grote budgetten over alle beleidsvelden heen. 3. Financiële ontwikkelingen Structurele ontwikkelingen 64. Claim Algemene Uitkering – Investeringen (volumegroei) Pag. 45

16

0,7% volumegroei algemene uitkering vanaf 2030. Een niet-gegarandeerde groeiprognose wordt gebruikt om toekomstige ruimte te suggereren. Vraag 5c Waarom wordt deze volumegroei al ingeboekt als deze nog volledig onzeker is? Antwoord vraag 5c: Dit is gebaseerd op de historische en toekomstige volumegroei van de Algemene Uitkering van de afgelopen circulaires en de meicirculaire 2025. Dit is ook getoetst door Deloitte bij het opmaken van de second opinion onderzoek voor de VO-scholen. Vraag 5d Wat gebeurt er als deze groei uitblijft? Is er dan een alternatief dekkingsplan? Antwoord vraag 5d: Er zal altijd een volumegroei beschikbaar worden gesteld binnen de algemene uitkering, conform de financiële verhoudingswet Rijk-Gemeenten. 1. Inleiding Strategische visie 2025-2040 Pag. 7 Op bladzijde 7 onder de Strategische visie 2025-2040 worden ook de omgevingswet, samenlevingsvisie en andere plannen genoemd. In diverse vergaderingen is bijvoorbeeld bij de behandeling van de samenlevingsvisie gesteld dat bij de uitvoeringsplannen de strategische visie daar invloed op heeft.

Op bladzijde 7 staat “De al ontwikkelde visies, zoals Omgevingsvisie, Samenlevingsvisie en andere plannen worden in de analyses en uitwerking van de toekomstscenario’s meegenomen.” Vraag 6 is er een hiërarchie bij deze visies? Met andere woorden: welke visie beïnvloedt welke visie? Antwoord vraag 6: We zien de Strategische visie 2025-2040 als de overkoepelende visie, waar diverse inhoudelijke al uitgewerkte visies deel van gaan uitmaken. We zien deze als belangrijke onderleggers bij het proces om te komen tot de overkoepelende strategische visie. Mocht blijken dat een aanpassing in de beleidsvisies nodig zijn, wordt dit ook opgepakt. Dus de beleidsvisies moeten wel in lijn zijn met de strategische visie. 1. Inleiding Papendrecht in de regio – 1. Wonen Pag. 8 Er wordt geschreven: “Op de plek van de voormalige Opel Centrale worden ca. 82 appartementen gebouwd.” Vraag 7 Aangezien de BOPA nog aangepast moet worden en inspraakprocedures van inwoners nog moeten plaatsvinden, is het niet voorbarig om de 82 appartementen al op te noemen? Antwoord vraag 7: Dit woningbouwproject maakt onderdeel uit van het Woonplan 2020-2030, onder de naam Rembrandtlaan. De gemeente is al enige tijd in gesprek met de initiatiefnemer over de herontwikkeling van de voormalige Opeldealer.

Begin 2025 is een intentieovereenkomst overeengekomen tussen de initiatiefnemer en de gemeente om woningbouw verder te onderzoeken. In de afgelopen periode heeft de initiatiefnemer meerdere participatiebijeenkomsten georganiseerd. De meest recente was op 21

17

mei 2025. Op dit moment treft de initiatiefnemer voorbereidingen voor de planologische procedure. Naar verwachting start de procedure in de 2e helft van 2025. Start van de bouw is vooralsnog in 2026. 1. Inleiding Papendrecht in de regio – 3. Economie Pag. 8 Er wordt gezegd dat we in verbinding zijn met onze (grote) ondernemingen. Vraag 8 Hoe kunnen we dit op een effectievere manier aanpakken? In hoeverre worden onze ondernemingen momenteel betrokken bij de scholen en op welke wijze kan deze samenwerking worden verbeterd? Antwoord vraag 8: Een effectievere verbinding wordt bewerkstelligd door het regelmatig, gestructureerd en proactief contact onderhouden met onze keyaccounts. Dat zorgt voor vertrouwen en korte lijnen. Tijdens deze gesprekken worden signalen, knelpunten en kansen opgehaald. De accountmanagers bedrijven zijn op de hoogte van wat er speelt op de regionale thema's en projecten op het gebied van bereikbaarheid, arbeidsmarkt, innovatie, duurzaamheid, etc. Vanuit het uitvoeringsprogramma Smart Delta vinden 'verbindingen’ plaats tussen bedrijven en onze collega's in de regio op thema's: aantrekkelijk vestigingsklimaat, innovatiestimulering & programmering, campusontwikkeling (Boskalis en Fokker), human capital (Fokker) en arbeidsmarkt, partnerships & promotie.

Op het gebied van Onderwijs en Arbeidsmarkt worden bedrijven gekoppeld aan de Voortgezet Onderwijsscholen met de jaarlijkse events Onderwijsroute en Scholieren Netwerkevent. De Voortgezet Onderwijsscholen (stagecoördinatoren) weten ook zelf de bedrijven in Papendrecht (en in de regio) prima te bereiken, al dan niet in samenwerking met het Da Vinci College. Projecten en events vinden plaats met Papendrechtse bedrijven en bedrijven uit de regio zonder inmenging van onze gemeente. Afstemming vindt evenwel regelmatig plaats. Een andere optie is het regulier deelnemen aan regionale netwerkevents van Werkgevers Drechtsteden (dé belangenvereniging waarin de grootste werkgevers van de Drechtsteden zijn vertegenwoordigd) en de Federatie, waar alle lokale ondernemersverenigingen zijn vertegenwoordigd. Conclusie: er gebeurt heel veel, maar wellicht niet altijd even zichtbaar. 1. Inleiding Papendrecht in de regio – 3. Economie Pag. 8 Er wordt gezegd dat we in verbinding zijn met onze (grote) ondernemingen. Vraag 9 Hoe kunnen we dit op een effectievere manier aanpakken? In hoeverre worden onze ondernemingen momenteel betrokken bij de scholen en op welke wijze kan deze samenwerking worden verbeterd? Antwoord vraag 9: Zie beantwoording van vraag 8 van de PAB. 1. Inleiding Papendrecht in de regio – 5. Energie Pag.

9 “Het verduurzamen van onze eigen gebouwen heeft vertraging opgelopen.” Vraag 10 Wat was de reden en hoe kunnen we dit sneller doen?

18

Antwoord vraag 10: Het antwoord is meerledig. Voor het sportcentrum is een verduurzamingsplan uitgewerkt door een gespecialiseerd extern bureau. De verduurzaming is deels uitgevoerd (led-verlichting) en in uitvoering. Daarnaast is een groot deel van de bestaande gemeentelijke gebouwen gebouwd in de jaren '70. Mede door besluitvorming over de realisatie van de nieuwe MFA en nieuwe sporthal aan het Willem de Zwijgercollege zal een deel van de bestaande gemeentelijke gebouwen (dispositiepanden) worden gesloopt. Deze gebouwen worden niet verduurzaamd en hiervoor wordt instandhoudingsonderhoud ingezet. De verduurzaming van deze gebouwen wordt vertaald middels de realisatie van de nieuwe MFA en nieuwe sporthal, waarvan de definitieve besluitvorming nog door de raad genomen moet worden. De gemeentelijke gebouwen die dan overblijven (kernpanden) zijn grotendeels ook van dezelfde leeftijd. Voor deze gebouwen wordt dit jaar een verduurzamingsvisie opgesteld. Deze visie is opgebouwd vanuit een breder duurzaamheidsperspectief. Tegelijkertijd geeft de opgave voor tijdelijke huisvesting van Internationale schakelklassen (ISK's) voor een aantal oude gebouwen reden om niet meteen in verduurzaming door te pakken, maar deze met minimale inzet in stand te houden. 1. Inleiding Andere inhoudelijke thema’s – Versterken sociale basis Pag.

9 “Er is oog voor kwetsbare mensen, mensen die aan de kant staan. We bewegen daartoe van zorg naar het versterken van de sociale basis.” Vraag 11 Dus minder zorg maar een sterkere sociale basis. Wat houdt de sociale basis nu precies in voor deze doelgroep? Antwoord vraag 11: Dit betekent voor deze inwoners onderdeel zijn van - en ondersteuning krijgen uit een netwerk om diegene heen. De sociale basis gaat uit van het principe dat we elkaar helpen en ondersteunen via informele netwerken, zoals buurten, verenigingen en gezinnen. De overheid en andere organisaties ondersteunen deze netwerken door voorzieningen en activiteiten te faciliteren. Zie voor een verdere uitwerking de samenlevingsvisie (spoor 1). 1. Inleiding Andere inhoudelijke thema’s – Digitalisering / beveiliging gegevens Pag. 9 Vraag 12 Wij maken gebruik van een Amerikaanse cloudoplossing. In Nederland werkt schijnbaar alleen Hardinxveld-Giessendam met een ander systeem. Gaat dit in onze gemeente veranderen of wordt in Drechtsteden verband hier al over nagedacht? Antwoord vraag 12: Hier wordt in Drechtsteden-verband over nagedacht. 1. Inleiding Andere inhoudelijke thema’s – Opvang van vluchtelingen Pag.

10 “Zo zorgen we ervoor dat alleenstaande minderjarige vluchtelingen vanaf hun aankomst actief kunnen meedoen in onze samenleving.” Vraag 13 Op welke wijze participeren de AMV-jongeren van de Seringenstraat in onze maatschappij naast hun schoolgaan? Indien mogelijk graag ook aantallen noemen.

19

Antwoord vraag 13: Er zijn een aantal manieren waarop de AMV-jongeren van de Seringenstraat participeren in onze maatschappij. Zo werken er momenteel 3 jongeren bij een supermarkt en 6 jongeren bij een pizzeria als bezorger. Er wordt regelmatig gekookt voor bewoners en met elkaar gegeten door 2 jongeren bij het Odensehuis. Een aantal jongeren zijn lid van sportverenigingen binnen onze gemeente. Zo wordt er bijvoorbeeld aan voetbal, tennis, fitness en taekwondo gedaan. Ook volgen de jongeren zwemles. 1. Inleiding Andere inhoudelijke thema’s – Integrale wijkaanpak Pag. 10 Vraag 14 Bij de integrale wijkaanpak wordt gesproken over “relevante actoren”. Waaruit bestaat de groep relevante actoren precies? Antwoord vraag 14: Binnen de integrale wijkaanpak bestaat de groep relevante actoren uit zowel interne als externe partners die bijdragen aan het realiseren van de doelen binnen het plan van aanpak Integrale Wijkaanpak. In het kernteam werken we samen met de politie, boa’s, Suppord, Actief in je Buurt, Woonkracht10, Sterk Papendrecht en Yulius. We betrekken daaromheen een breed palet van andere organisaties in de wijk, verenigingen, ondernemers en inwoners. 1. Inleiding Andere inhoudelijke thema’s – Grotere rol technologie op (werkwijze) organisatie Pag. 10 Vraag 15 Door slim AI e.d.

in te zetten, wordt routineus werk bij ambtenaren minder en hebben zij meer tijd voor de complexere zaken. Dit leidt tot minder inhuur. Is dit een juiste inschatting? Is er al in deze zin over nagedacht? Antwoord vraag 15: De inzet van A.I. wordt in Drechtsteden-verband opgepakt. De organisatorische gevolgen hiervan zullen naar de toekomst toe verder uitgewerkt worden. 1. Inleiding Financiële status op hoofdlijnen Pag. 11-12 “Uit de voorjaarsnota 2025 blijkt dat het overheidssaldo voor de komende jaren negatief is. Zo komt in 2025 het saldo naar verwachting uit op ‒ 2,6% bbp. Vanaf 2026 ligt het verwachte saldo op ‒ 3,0% bbp.” Vraag 16 Dit lezende is ervan uitgaan dat het gemeentefonds straks in volume toeneemt niet aannemelijk. Toch doen wij dat. Is dat niet voorbarig? Of zijn er concrete signalen dat die verwachting toch zal uitkomen? Antwoord vraag 16: Het tekort van het Rijk staat los van de afspraken uit de financiële verhoudingswet tussen Rijk en gemeenten en de taken die de gemeenten moeten uitvoeren. 2. Beleidsontwikkelingen 2.1 Maatschappelijke en sociale ontwikkelingen Jeugdhulp naar voren Pag. 16

20

“Ook wordt regionaal en lokaal in het programma “Betaalbare en beschikbare jeugdhulp” gewerkt aan het afbakenen van het recht op jeugdhulp.” Vraag 17 In mei 2022 is een rapport verschenen waarin over afbakenen jeugdhulp gesproken wordt (eerder hebben wij al een ander rapport besproken). Afbakenen wordt ook in deze PPN een aantal keer genoemd. In mei 2023 is het college de vraag “Welk deel van de jeugdzorg kunnen wij zelf invullen? gesteld. Geef ons een lijst met vormen van jeugdzorg waar wij lokaal ja of neen tegen kunnen zeggen.” Welke concrete afbakeningen zijn al vastgelegd? Antwoord vraag 17: De huidige verordening bepaalt de kaders. Afbakenen van jeugdhulp gebeurt op verschillende manieren en kan nader worden aangescherpt: - Scherper bepalen wat onder jeugdhulp valt en wat niet. Dit wordt vastgelegd in de verordening jeugdhulp. Dit najaar wordt de nieuwe verordening jeugdhulp voorgelegd aan de gemeenteraad. - Afbakenen in relatie tot andere wetten en regels, zoals bijvoorbeeld de WLZ, zorgverzekeringswet en de WMO (bij de overgang 18-/18+). Hierin wordt binnen het genoemde programma gewerkt aan een aanscherping. - Verlengde jeugdzorg. In bepaalde gevallen is verlenging van de jeugdhulp na 18 jaar mogelijk. Ook hier wordt gewerkt aan aanscherping van de toepassing van de regels. 2.

Beleidsontwikkelingen 2.1 Maatschappelijke en sociale ontwikkelingen Wmo naar de voorkant Pag. 16-17 Hierbij valt de volgende opmerking op: “Waar nodig vullen we regionale keuzes aan met die onderdelen die we als Papendrecht belangrijk vinden.” Vraag 18 Deze laatste zin wordt twee keer genoemd en een derde keer met andere woorden. Als men regionaal afbakent, gaan wij dan het pakket toch weer uitbreiden? Antwoord vraag 18: Nee, intentie is om te kijken of het mogelijk is om voor (vaak duurdere) vormen van Wmomaatwerkvoorzieningen, lokaal een lichtere variant in te richten. Een voorbeeld wat al bestaat is het Odensehuis. Deze voorziening zorgt voor opvang van mensen met beginnende geheugenklachten en draagt bij aan het vertragen daarvan, waardoor een Wmo-maatwerkindicatie uitgesteld kan worden. Een ander voorbeeld dat we verkennen en dat in verschillende andere gemeenten in het land al wordt ingezet, is de scootmobiel als algemene voorziening i.p.v. als maatwerkvoorziening. We breiden het pakket niet zozeer uit, maar zetten aan de voorkant voorzieningen in die een dempend of financieel positief effect kunnen hebben op duurder maatwerk via een indicatie. We trekken daarin zoveel mogelijk regionaal op, maar het is ook mogelijk daarin eigen keuzes te maken als lokale gemeente. 2. Beleidsontwikkelingen 2.1 Maatschappelijke en sociale ontwikkelingen Wmo naar de voorkant Pag.

16-17 Vraag 19 aangezien het project Powerful Ageing is stopgezet: welke initiatieven worden er momenteel overwogen om ouderen te helpen fit en vitaal te blijven? Antwoord vraag 19: We hebben een breed aanbod aan activiteiten voor senioren. De beweegtuin en de wandelgroepen zijn voorbeelden. Daarnaast helpen we ouderen met de Beweegwijzer 60+, waarin ze een vrij compleet aanbod van sporten en activiteiten kunnen vinden. Vorig jaar zijn we gestart met de fittesten voor ouderen. Ouderen die daadwerkelijk een valrisico hebben worden gericht ondersteund bij

21

verbetering van hun balans en conditie. Om hen daarna zoveel mogelijk door te geleiden naar bestaand sport- en beweegaanbod. Specifiek voor de Wmo (waar de pilot werd uitgevoerd) wordt nu gekeken naar vormen van herstelgerichte training die beter ontvangen worden door cliënten. Dit is in de verkennende fase, maar we kijken ook naar hoe andere gemeenten dit doen (onder meer Kerkrade, “voordoen, samendoen, zelf doen” of Vlissingen, inzet ergotherapeut als mensen op wachtlijsten staan). De verkenning is net gestart. 2. Beleidsontwikkelingen 2.1 Maatschappelijke en sociale ontwikkelingen Verdere aandachtspunten sociaal-maatschappelijk domein Pag. 18 Vraag 20 Op bladzijde 18 wordt de accommodatie Veerweg 125-127 genoemd. Hoeveel kosten vanaf de sluiting van de bibliotheek aldaar heeft de gemeente voor deze accommodatie voor haar rekening moeten nemen? Of waren er tussentijdse opbrengsten? Hoeveel moet de gemeente nog investeren in deze panden? Antwoord vraag 20: Het gaat over kosten door de leegstand sinds 1 januari 2023, inclusief servicekosten (waaronder energie, belastingen en verzekeringen en bijdrage in de VvE) voor het aandeel van de voormalige bibliotheekruimte die de gemeente op zich heeft moeten nemen voor het deel bibliotheek. Dit was in 2023 € 21.398,00.

De compensatietoeslag van de energie voor de boycot van het Russisch gas bedroeg voor het deel van de bibliotheek € 1.062,00. Daarbij waren er huurinkomsten in 2023 vanuit de chiropractor, € 1.960,00 voor een ruimte van 30m2 gestart op 1 augustus 2023. Netto heeft 2023 een nadelig effect van € 18.376,00. De afrekening van de energie over 2024 is nog niet bekend, maar met het huidige (betere) energiecontract is de verwachting dat het lager ligt dan over 2023. De huurinkomsten in 2024 vanuit de chiropractor zijn € 4.757,00. Per 1 januari 2025 huurt het mondzorgcentrum 325m2 met een jaarlijkse huurinkomsten van € 47.709,00. Voor het plan van de uitbreiding van Sterk Papendrecht, de SDD en mogelijk overige samenwerkingspartners moet na positieve besluitvorming nog een definitief inrichtingsplan worden uitgewerkt in een ontwerp. De kostenraming voor de interne verbouwing wordt daarna opgesteld. Daarna volgt ook inzicht in de nog te maken kosten. Afwegingen met betrekking tot verduurzaming om een toekomstbestendig gebouw te hebben worden daar ook bij betrokken.

2. Beleidsontwikkelingen 2.1 Maatschappelijke en sociale ontwikkelingen Verdere aandachtspunten sociaal-maatschappelijk domein Pag. 18 “Om structureel te werken via het AVE-model is structurele formatie nodig. Hier komen we volgend jaar bij uw raad op terug.” Vraag 21 Dit betekent dat de begrotingssaldi na het saldo van 2026 lager gaat uitvallen. Klopt dit? Antwoord vraag 21: Ja dit klopt. Op dit moment is incidenteel geld vrijgemaakt door de raad voor de IWA en het AVE. Deze gelden lopen tot en met 2026. Op basis van onderzoek zal moeten blijken hoe we doorgaan met het AVE-model.

22

3. Financiële ontwikkelingen 2.1 Maatschappelijke en sociale ontwikkelingen Verdere aandachtspunten sociaal-maatschappelijk domein Pag. 33 “Naar verwachting geldt vanaf juni 2026 een wettelijke zorgplicht voor de bibliotheek. Vanaf 2027 wordt daarvoor een bijdrage per inwoner toegevoegd.” Vraag 22 Wij ontvangen een rijksbijdrage ter ondersteuning van de bibliotheek. Hoe wordt dit budget besteed? Wordt het volledig ingezet voor de bibliotheek of ook voor andere doeleinden? En welke voorzieningen vallen precies onder de nieuwe wettelijke zorgplicht voor bibliotheken? Antwoord vraag 22: In aanloop naar de nieuwe wet stelt het Rijk over 2025 en 2026 een bijdrage van €2,95 per inwoner (minimaal €100.000,-) beschikbaar ter ondersteuning van de bibliotheken. Het ontvangen bedrag over 2025 is vooralsnog niet besteed aan de bibliotheek. Hierover lopen nog gesprekken met de bibliotheekorganisatie. Vanaf 2027 zal de bekostiging van deze zorgplicht via het gemeentefonds verlopen. Gemeenten en provincies moeten vanaf 2026 zorgen voor voldoende en volwaardige bibliotheken. De gewijzigde Wet Stelsel Openbare Bibliotheekvoorzieningen (Wsob) zal voor alle gemeenten gelden. Volgens de wet hebben bibliotheken 5 maatschappelijke functies of taken: 1. Kennis en informatie beschikbaar stellen 2. Mogelijkheden bieden voor ontwikkeling en educatie 3. Stimuleren om te lezen 4.

Ontmoetingen en debatten organiseren 5. Mensen laten kennismaken met kunst en cultuur

3. Financiële ontwikkelingen Incidentele ontwikkelingen 11. Aanpak oneigenlijk gebruik gemeentelijke gronden Pag. 33-34 “Voor uitvoering van het project is een incidenteel budget van € 250.000 nodig (€100.000 in 2026 en €150.000 in 2027). Daar staan ook (verwachte) inkomsten ad € 186.000 tegenover, omdat het project de insteek heeft om daar waar mogelijk het oneigenlijk grondgebruik via verkoop te legaliseren.” Vraag 23 De opbrengst is niet bepaald zeker. Het begrotingssaldo saldo kan daarom lager uitpakken. Die kans lijkt ons groot. Klopt dit? Antwoord vraag 23: Ja, dat klopt. Dit is een schatting op basis van de ervaringen van vergelijkbare projecten in andere gemeenten. 3. Financiële ontwikkelingen Structurele ontwikkelingen 58. Begroting Serviceorganisatie Jeugd Pag. 43-44 Vraag 24 Op grond van de vele artikelen in de media is nu bij iedereen bekend dat de fraude in de zorg 10 miljard euro bedraagt. In deze paragraaf wordt hier geen aandacht aan besteed. Waarom wordt aan de bestrijding van fraude geen aandacht besteed?

23

Antwoord vraag 24: In begroting van de GR DG&J/Serviceorganisatie Jeugd wordt aan zorgfraude wel aandacht besteed. Het Algemeen Bestuur van DG&J heeft opdracht gegeven voor rechtmatigheidsonderzoeken. Deze worden in 2025 uitgevoerd. In het contractmanagement, uitgevoerd door SOJ zal in contractuele wijzigingen vanaf 1-1-2026 toegevoegd worden dat een Bibob procedure bij de contractering van nieuwe aanbieders vereist is. 1. Inleiding Papendrecht in de regio – 2. Bereikbaarheid en mobiliteit Pag. 8 De komende periode wordt dit een grote uitdaging voor Papendrecht, vanwege het noodzakelijke onderhoud aan bruggen en viaducten in onze regio. Uiteraard wordt dit vraagstuk in regionaal verband opgepakt. (De N3 wordt van juli 2026 t/m april 2027 afgesloten voor alle verkeer). Vraag 25a Welke maatregelen treft het college om de gevolgen van de afsluiting voor ondernemers, werknemers en bewoners te beperken? Antwoord vraag 25a: In de basis is Rijkswaterstaat hiervoor aan zet. Wij kijken, samen met onder andere Rijkswaterstaat, hoe we de pijn zoveel als mogelijk kunnen verzachten door het inzetten van een diversiteit aan (mitigerende) maatregelen.

Vraag 25b Is het college in overleg met provincie of Rijk over mogelijke compensatie of ondersteunende infrastructuurmaatregelen voor de duur van de afsluiting? Antwoord vraag 25b: Voor compensatie (voor bijvoorbeeld bedrijven) zijn standaard regelingen beschikbaar vanuit de Rijksoverheid. Voor (ondersteunende) inframaatregelen voert het college het gesprek met zowel Rijkswaterstaat als provincie. Vraag 25c 3. Wordt de afsluiting van de N3 als risicofactor meegenomen in de financiële en economische scenario’s van de komende jaren? Antwoord vraag 25c: Nee, dat wordt niet meegenomen. Vraag 25d Waarom is in de perspectiefnota 2025–2030 het economische risico van deze ingreep niet nadrukkelijk benoemd, terwijl het effect naar alle verwachtingen groot zal zijn? Antwoord vraag 25d: Op het moment van opstellen was nog niet helder dat er sprake zou zijn van een dergelijke lange afsluiting van de Papendrechtse brug voor het wegverkeer. 1. Inleiding Papendrecht in de regio – 3. Economie Pag. 8 “Het college is van mening dat vanuit economisch perspectief een impuls nodig is.” Vraag 26a Op welke gegevens baseert het college de conclusie dat Papendrecht economisch een impuls nodig heeft?

24

Antwoord vraag 26a: Papendrecht heeft een sterk geconcentreerde bedrijvigheid met grote spelers zoals Fokker en Boskalis. Er zijn op relatief beperkte bedrijventerreinoppervlak veel arbeidsplaatsen, voornamelijk in de bouw en civiele techniek, vliegindustrie en voedingsindustrie. De groei vlakt af en de arbeidsmarkt is krap. Daarnaast ligt de bereikbaarheid (A15, N3) onder druk, waarvoor lobby bij de landelijke overheid is gewenst. Vraag 26b Zijn er recente cijfers of rapporten die wijzen op verslechtering van het vestigingsklimaat, werkgelegenheid of economische vitaliteit? Antwoord vraag 26b: Nee. De werkloosheid is lager dan het landelijk gemiddelde (3,7%), de banengroei vlakt af. Qua bedrijven is Papendrecht sterk op de beperkte ruimte. De winkelleegstand is licht dalend. Al met al heeft Papendrecht een sterke economische basis. Vraag 26c Kan het college de sociaaleconomische positie van Papendrecht in de regio (Drechtsteden) toelichten ten opzichte van vergelijkbare en omliggende gemeenten? Antwoord vraag 26c: Papendrecht scoort net iets lager dan Hendrik Ido Ambacht, maar beter dan Zwijndrecht en Sliedrecht. Qua sociaal-economische indicatoren staat Papendrecht in de bovenste helft van de Drechtsteden gemeenten. Papendrecht heeft een relatief gezonde arbeidsmarkt en hogere opleidingsgraad, lage werkloosheid en hogere inkomens.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.papendrecht.nl/api/v1/meetings/1079/documents/15768