20250619 Beantwoording Technische vragen Perspectiefnota 25-30.pdf
Tekst van het document
Vraag 26d Worden we ingehaald, stagneren we of lopen we achter? Antwoord vraag 26d: Het is belangrijk in te blijven zetten op het behoud/creëren van banen en het stimuleren van (hoger) opgeleiden. Tot nu toe zijn wij stabiel en bovengemiddeld. Vraag 26e Welke specifieke economische knelpunten ziet het college in Papendrecht, en hoe zijn die tot nu toe vastgesteld? Bijvoorbeeld: tekort aan werklocaties, leegstand, onvoldoende aansluiting onderwijsarbeidsmarkt? Antwoord vraag 26e: Papendrecht is sterk verbonden met industrie en techniek. Deze sectoren staan onder druk. Hierdoor is er risico op economische kwetsbaarheid. Het aantal banen vlakt af, dat maakt het lastiger om jongeren en hoger opgeleiden aan te trekken of te houden. Papendrecht is compact en er is fysiek geen ruimte voor nieuwe bedrijfsvestigingen. De winkelleegstand neemt af, maar wellicht is transformatie aan de orde. Deze knelpunten worden ingegeven door (landelijke) ontwikkelingen, gesprekken met ondernemers en de economische regionale overleggen met daarnaast cijfers van het UWV en CBS-data. Vraag 26f Wat bedoelt het college precies met ‘samen innoveren met bedrijven’? Antwoord vraag 26f: Samen innoveren wordt hier bedoeld als het in samenspraak met bedrijven, informeren, enthousiasmeren en faciliteren van innovatie-initiatieven.
Vraag 26g In hoeverre sluit deze economische impuls aan bij bestaande regionale economische programma’s? Antwoord vraag 26g: Met het uitvoeringsprogramma Smart Delta 2025 pijler Werken & Economie wordt uitvoering gegeven aan de kernopgaven: aantrekkelijk vestigingsklimaat, innovatiestimulering & programmering,
25
campusontwikkeling, human capital en arbeidsmarkt, partnerships & promotie. Papendrecht neemt deel aan deze uitvoering samen met de andere Drechtstedengemeenten. Ook zijn een aantal Papendrechtse bedrijven (Fokker, Boskalis) betrokken bij deze projecten. Tot nu toe is dit uitvoeringsprogramma voor de gemeente Papendrecht leidend als het gaat om de economische impuls voor de regio én de gemeente Papendrecht. Vraag 26h Hoe verhoudt de economische impuls zich tot andere prioriteiten (zoals sociaal domein, verduurzaming of woningbouw), nu er bezuinigingen aan de orde zijn? Antwoord vraag 26h: De verhouding tot andere prioriteiten is een politieke afweging. Vraag 26i Waar legt het college de politieke prioriteit? Is het college bereid de noodzaak tot een economische impuls nader te onderbouwen via een economische nulmeting of een QuickScan van de economische vitaliteit van Papendrecht? Antwoord vraag 26i: Zie antwoord op vraag 26b. 1. Inleiding Ontwikkelingen Arbeidsmarkt en Organisatieontwikkeling Pag. 11 “De ambitie en inzet om een toekomstgerichte en wendbare organisatie te zijn is essentieel om ons werk op een doeltreffende wijze te blijven doen.
Wij willen daarom onze medewerkers breed inzetbaar maken en houden door te investeren in hun opleiding en doorstroom te bevorderen.” Vraag 27a Welk bedrag wordt in de komende jaren gereserveerd voor opleiding, coaching, doorstroom en strategische personeelsontwikkeling? Antwoord vraag 27a: In de begroting is hiervoor structureel een budget van € 215.000 per jaar opgenomen. Vraag 27b Kan het college aangeven hoeveel procent van de loonsom structureel wordt ingezet voor opleidingsdoeleinden? Antwoord vraag 27b: 1,2 % van de totale personeelskosten wordt ingezet voor opleidingsdoeleinden. Vraag 27c Op welke wijze wordt het effect van deze investeringen gemeten of geëvalueerd? Antwoord vraag 27c: Het effect van de investeringen in opleiding en doorstroom wordt gemeten aan de hand van de HRMcyclus waarin dit onderwerp is van gesprek. Daarnaast zijn dit onderwerpen die periodiek worden besproken met het Directieteam. 2. Beleidsontwikkelingen Pag. 14-29 In hoofdstuk 2 van de perspectiefnota 2025–2030 worden op uiteenlopende beleidsvelden ambities en ontwikkelrichtingen gepresenteerd.
26
Vraag 28 Welke uitgangspunten hanteert het college bij de prioritering van deze beleidsvelden, gegeven de beperkte financiële en personele ruimte? Antwoord vraag 28: Dit is een politiek bestuurlijke afweging en dus geen technische vraag. 2. Beleidsontwikkelingen Pag. 14-29 Vraag 29a Wordt er onderscheid gemaakt tussen: • wettelijke taken, • bestaand beleid, • ambitieus/nieuw beleid? Antwoord vraag 29a: Wij hebben de overzichten met het onderscheid tussen wettelijke en niet-wettelijke taken. Dat geldt ook voor bestaand beleid. Het lastige bij dit soort vormen van toedeling is de vorm en kwaliteit waarmee wettelijke taken worden uitgevoerd en daarnaast ook is nieuw beleid of zijn nieuwe ambities vaak voortkomend uit bestaand beleid. Het is dus heel lastig om dit onderscheid leidend te laten zijn bij beleidsontwikkelingen. Vraag 29b Zo ja: kan het college dit onderscheid expliciet maken per beleidsveld in een nadere uitwerking? Antwoord vraag 29b: Gezien het antwoord op de vorige vraag is dit niet mogelijk. 2. Beleidsontwikkelingen Pag. 14-29 Vraag 30a Wordt er binnen het college of ambtelijk al gewerkt met een interne prioriteitenlijst of faseringsoverzicht? Antwoord vraag 30a: Uiteraard is het collegeprogramma een leidend document.
Ambtelijk gezien wordt gewerkt met een concernplan en teamplannen waarin prioriteiten voor het komende jaar worden opgenomen, waarbij deze continue worden bijgesteld als de ontwikkelingen dat vragen. Vraag 30b Zo ja, kan deze met de raad gedeeld worden? Antwoord vraag 30b: Het concernplan en teamplannen betreft de operationele bedrijfsvoering van de teams. Deze gegevens zijn ambtelijk en worden op dit operationele niveau niet gedeeld met het college, zodat deze ook niet geschikt zijn om met de raad te delen. 2. Beleidsontwikkelingen 2.3 Duurzaamheid en energietransitie Pag. 24-25
27
Vraag 31 Welke concrete acties worden in 2026–2029 ondernomen om eigen gemeentelijke gebouwen te verduurzamen (gezien de achterstand)? Antwoord vraag 31: Voor het Sportcentrum is een verduurzamingsanalyse opgesteld door een externe adviseur. De geschikte maatregelen die daarin staan opgenomen zijn deels uitgevoerd en worden in de komende jaren verder opgepakt. Doordat bij het Sportcentrum het energieverbruik wordt gemonitord en installaties beter op elkaar kunnen worden afgesteld heeft dit continue aandacht. Gezien de grootte van de installatiesystemen is dit niet in korte tijd te optimaliseren. Daarnaast wordt dit jaar een verduurzamingsbeleid voor de gemeentelijke kernpanden opgesteld, waarbij wij ook inzichtelijk maken of er nog meer voordelen te behalen zijn door functies te clusteren (MFA gebouwenmodel). 2. Beleidsontwikkelingen 2.5 Bedrijfsvoering Pag. 26-29 Vraag 32a Hoe wordt de investering in ‘wendbare organisatie’ gemonitord op effect? Is er een concreet opleidingsbudget zichtbaar in de begroting? Antwoord vraag 32a: Ten aanzien van de wendbare organisatie wordt er op verschillende manieren effect gemonitord. De wendbare organisatie kent een grote verscheidenheid aan onderwerpen. Het gaat bijvoorbeeld om door- en uitstroom van personeel en opleiding & ontwikkeling. Monitoring verloopt o.a.
aan de hand van concern- en teamplannen, forecastgesprekken, gesprekken met strategische personeelsplanning (SPP), etc. Voor het opleidingsbudget zie het antwoord op vraag 27a. 2. Beleidsontwikkelingen 2.5 Bedrijfsvoering Pag. 26-29 Vraag 32b Is de afname van externe inhuur inmiddels structureel zichtbaar in de loonkostenontwikkeling? Antwoord vraag 32b: De loonkostenontwikkeling bestaat uit vaste kosten in relatie tot vaste formatie. Externe inhuur is in een aantal gevallen omgezet in vaste formatie. Dit effect wordt op de langere termijn zichtbaar in de begroting. Over de voortgang van de externe inhuur wordt aan de raad periodiek gerapporteerd. 3. Financiële ontwikkelingen Incidentele ontwikkelingen 7. Afvalstoffenheffing kleptarief Pag. 33 Vraag 33 Wat is de reden dat bij punt 7 (Afvalstoffenheffing kleptarief) op pagina 33 de indienende fracties van het amendement (PAB, CDA, OP) niet worden vermeld, terwijl bij punt 17 (Ontwikkeling op de vrijkomende locaties) op pagina 35 de indienende fracties van de motie wél worden genoemd? Antwoord vraag 33: Dit is per abuis vergeten te vermelden.
28
3. Financiële ontwikkelingen Structurele ontwikkelingen 61. Claim Algemene Uitkering – Dekking inflatie en looneffecten en 64. Claim Algemene Uitkering – Investeringen (volumegroei) Pag. 44-45 De algemene uitkering is in de PPN 2025–2030 gebaseerd op een inschatting van de meicirculaire 2025, die op moment van schrijven nog niet bekend is. Vraag 34 Heeft het college alternatieve scenario’s beschikbaar voor het geval deze uitkering lager uitvalt dan geraamd? Antwoord vraag 34: Zie beantwoording vraag 1 van de fractie PAB. 3. Financiële ontwikkelingen 3.2 Bijstelling investeringsprogramma 2025-2030 Pag. 47-49 Vraag 35 In het investeringsprogramma 2025–2030 worden verschillende posten genoemd, maar er ontbreekt een inhoudelijk kader voor prioritering. Op basis van welke maatschappelijke of financiële criteria zijn deze investeringen geprioriteerd, en hoe worden keuzes hierin gemaakt? Antwoord vraag 35: Met betrekking tot de investeringen van het IHP, huisvesting VO-scholen, Sportvoorziening Van der Palm en inlooplocatie Kraaihoek vloeit voort uit eerder genomen besluitvorming. De overige investeringen betreft vervangingsinvesteringen. 3. Financiële ontwikkelingen 3.2 Bijstelling investeringsprogramma 2025-2030 Pag.
47-49 Vraag 36 Overweegt het college in de najaarsnota of in de begroting 2026 alternatieve scenario’s op te nemen met keuzerichtingen voor de raad bij aanhoudende tekorten? Antwoord vraag 36: Indien er sprake is van aanhoudende tekorten zullen er maatregelen worden voorgesteld om tot een meerjarig structureel sluitend begroting te komen. 3. Financiële ontwikkelingen 3.2 Bijstelling investeringsprogramma 2025-2030 Pag. 47-49 Vraag 37 Welke van de genoemde investeringen zijn al bestuurlijk of juridisch verplicht (bijvoorbeeld via afspraken met externe partners), en welke investeringen zijn nog beleidsmatig beïnvloedbaar door de raad? Antwoord vraag 37: Zie beantwoording vraag 35 van de fractie PAB.
29
Algemeen Vraag 38 Welke risico’s ziet het college voor het financieel meerjarenbeeld na 2027, als de tijdelijke rijksbijdragen wegvallen en structurele financiering uitblijft? Antwoord vraag 38: Zie beantwoording vraag 1 van de fractie PAB.
III.
Door de fractie van CDA zijn onderstaande schriftelijke technische vragen gesteld over de Perspectiefnota 2025-2030. Deze beantwoording betreft alleen technische vragen.
CDA 2. Beleidsontwikkelingen 2.1 Maatschappelijke en sociale ontwikkelingen Jeugdhulp naar voren Pag. 16 “Elke euro die we investeren in preventieprogramma’s bespaart geld door lagere zorgkosten, zoals blijkt uit onderzoek van ZonMW” Vraag 1 Welk onderzoek wordt hier bedoeld? Klopt deze conclusie wel op basis van dit onderzoek? Welke onderzoeken zijn er bekend die juist het tegendeel aangeven? Antwoord vraag 1: Gedoeld wordt op het onderzoek "preventie op waarde schatten" welke in december 2023 is gepubliceerd. Het ministerie van VWS heeft het Kennisplatform Preventie opgezet als een onafhankelijk platform. Hier werken experts uit beleid, onderzoek en praktijk samen. Het ministerie begeleidt de inhoud, terwijl ZonMw het secretariaat voert in opdracht van VWS. Het platform gebruikt verschillende analyses en onderzoeken om inzicht te krijgen in preventie. Een voorbeeld van een van deze onderzoeken is het “Preventie is waarde schatten”.
2. Beleidsontwikkelingen 2.1 Maatschappelijke en sociale ontwikkelingen Jeugdhulp naar voren Pag. 16 Vraag 2 Er wordt gesproken over vroegsignalering. Hoe denkt het college om de vroegsignalering te verbeteren, kunnen daardoor de wachtlijsten korter worden gemaakt? Antwoord vraag 2: Door waar mogelijk vroeg problematiek te signaleren en daarop te acteren met lichte, voorliggende voorzieningen (zoals bijvoorbeeld opvoedondersteuning), wordt de vraag om specialistische hulp verkleind en mogelijk complexe problematiek voorkomen. Dit verkort de wachtlijst voor beschikte zorg. 2. Beleidsontwikkelingen 2.1 Maatschappelijke en sociale ontwikkelingen Wmo naar de voorkant Pag. 16-17 Vraag 3 Deze paragraaf gaat over de stijgende kosten van de WMO en elders over de stijgende kosten van de jeugdhulp. Wordt er ook actie ondernomen om cliënten eerder/actiever ondergebracht te krijgen bij de Wet Langdurige Zorg (WLZ)? Wat doet de gemeente al en wat is er nog mogelijk?
30
Antwoord vraag 3: Voor een indicatie Wlz is de cliënt zelf de aanvrager. De indicatiesteller is het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ). Hierbij is ook een diagnose van een arts of behandelaar nodig. Formeel heeft de gemeente hierin geen rol en kan de gemeente hierop niet sturen. Maar als we vanuit de Wmo niet meer de juiste middelen hebben om verantwoorden, dan wel de juiste zorg te kunnen verlenen wordt aan de cliënt wel aangegeven dat een indicatie voor de Wlz mogelijk de volgende stap is. Verlenging van de indicatie Wmo is dan kortdurend, met als begeleidingsdoel om samen met de aanbieder een aanvraag voor Wlz doen. Dit geldt voor met name voor mensen die 24 uur per dag intensieve zorg en/of toezicht nodig hebben.
2. Beleidsontwikkelingen 2.5. Bedrijfsvoering Vernieuwing P&C-Cyclus Pag. 28-29 Vraag 4 Kunnen we in dat kader ook voorstellen tegemoet zien hoe we als raad anders (en beter) gebruik kunnen maken van de P&C-documenten, bijvoorbeeld door er anders over te vergaderen? Antwoord vraag 4: Dit punt zullen we bespreken met de auditcommissie. 3. Financiële ontwikkelingen Incidentele ontwikkelingen 20. Inzet restant middelen CDOKE Pag. 36 Vraag 5 Wat gaat het college doen met deze middelen in de jaren 2025 – 2027? Antwoord vraag 5: In deze jaren zien we een hogere benodigde inzet. Dat heeft te maken met de mate waarin inwoners betrokken worden, bijvoorbeeld het Nationaal Isolatieprogramma, het warmteprogramma en wijkuitvoeringsplannen, en waarin het warmtenet ontwikkeld wordt. IV.
Door de fractie van SGP zijn onderstaande schriftelijke technische vragen gesteld over de Perspectiefnota 2025-2030. Deze beantwoording betreft alleen technische vragen.
SGP 1. Inleiding Papendrecht in de regio Pag. 8 Vraag 1 Kunt u toelichten hoe het college tot de genoemde vijf prioriteiten is gekomen? Waarom is bijvoorbeeld de toenemende vraag naar zorg en ondersteuning in het sociaal domein (jeugdhulp en Wmo) niet één van deze vijf prioriteiten? Antwoord vraag 1: De genoemde vijf prioriteiten hebben specifiek betrekking op de samenwerking binnen Smart Delta Drechtsteden, die zich richt op het ruimtelijk-economisch domein (zoals wonen, mobiliteit, economie, energie en ruimte). Deze prioriteiten zijn bepaald op basis van regionale opgaven waar gezamenlijke sturing, lange adem en structurele investeringen nodig zijn – en waar samenwerking tussen gemeenten daadwerkelijk meerwaarde oplevert.
31
1. Inleiding Papendrecht in de regio – 1. Wonen Pag. 8 Vraag 2 Heeft het college extra ambities ten aanzien van woningbouw bovenop de reeds bestaande plannen? Antwoord vraag 2: Dit is een politieke vraag en geen technische vraag. 1. Inleiding Papendrecht in de regio – 1. Wonen Pag. 8 Vraag 3 Wat is de stand van zaken met betrekking tot de herontwikkeling van het gebied aan de Douwes Dekkerlaan? Antwoord vraag 3: De woningbouwontwikkeling Douwes Dekkerlaan is (deels) afhankelijk van de herhuisvesting van de fysiotherapie Papendrecht en muziekvereniging Excelsior. De fysiotherapie heeft voortgezet gebruik t/m het 2e kwartaal van 2027. Muziekvereniging Excelsior is een van de beoogde gebruikers van de nieuwe MFA in het Van der Palmgebied. In 2025 ligt de focus op een samenwerkingsovereenkomst met Woonkracht 10, afronden voorbereidingen voor de planologische procedure, participatie, opstellen grondexploitatie en activiteiten voor een aanbestedingsprocedure (contracteren marktpartij). Dit alles resulteert in een gefaseerde ontwikkeling voor de komende 5 jaar. 1. Inleiding Ontwikkeling Arbeidsmarkt en Organisatieontwikkeling Pag.
11 Vraag 4 Ten aanzien van de motie ‘Wijsheid van de grijsheid’ wordt aangegeven wordt dat ‘het ondanks de krappe arbeidsmarkt redelijk lukt etc.’ Is hier een update van te geven? Antwoord vraag 4: Binnen de Drechtstedengemeenten is besproken of er behoefte is aan een flexpool van pensionado's. Dit was niet het geval. Er zijn voldoende instrumentele mogelijkheden om AOW-gerechtigden aan de organisaties te binden en/of te behouden. Voor gemeente Papendrecht (lokaal niveau) wordt al uitvoering gegeven aan inzet van AOW-gerechtigden. Aanvullend hierop is ingezet om bewustzijn bij het management, extra aandacht voor de Strategische Personeels Planning gekoppeld aan de HRMcyclus en wordt er op dit moment gekeken naar het aanvullen van de vacatureteksten, in de werving van nieuwe medewerkers. In de dagmail van 19 juni 2025 is de afdoening van de motie ‘Wijsheid van Grijsheid’ een uitgebreider antwoord geformuleerd. 1. Inleiding Financiële status op hoofdlijnen Pag. 11-12 Vraag 5 Kunt u aangeven hoe de inschatting ten aanzien van de Algemene Uitkering 2025 is gemaakt? Hoe realistisch zijn deze cijfers? Is de meicirculaire hier al volledig in verwerkt? Antwoord vraag 5: Zie beantwoording van vraag 1a van de fractie PAB.
32
1. Inleiding Andere manier van begroten Rijk en gemeenten Pag. 12-13 Vraag 6 Wat is de status van een nieuwe begrotingswijze in overleg met het Rijk? Antwoord vraag 6: Dit is nog onderdeel van de lopende gesprekken tussen het Rijk, IPO en VNG. Indien er meer bekend is zullen wij u daarover informeren. 2. Beleidsontwikkelingen 2.1 Maatschappelijke en sociale ontwikkelingen Versterken sociale basis in de wijk Pag. 15 Vraag 7 Kunt u aangeven hoe de resultaten van de Integrale wijkaanpak worden gemonitord? Antwoord vraag 7: We monitoren de resultaten via de indicatoren in het plan van aanpak (afkomstig uit de zorg- en veiligheidsmonitor). De resultaten van die monitoring zullen pas halverwege 2026 bekend worden . Om beter aan te sluiten op het project Integrale Wijkaanpak is aanvullend een op maat gemaakte nulmeting-enquête opgesteld door het Onderzoekscentrum Drechtsteden. Die zal over een jaar nogmaals worden herhaald. In de enquête is een oproep gedaan aan bewoners om deel te nemen aan een nieuwe bewoners-HUB, waarin inwoners actief bijdragen aan het verbeteren van de leefbaarheid en veiligheid in hun wijk. Via de HUB kunnen we ook kwalitatieve inzichten verkrijgen.
2. Beleidsontwikkelingen 2.1 Maatschappelijke en sociale ontwikkelingen Versterken sociale basis in de wijk Pag. 15 Vraag 8 Kunt u nader toelichten wat de Zorgzame Buurt op dit moment in Papendrecht inhoudt? Wat levert dit concreet op? Zijn er plannen om het concept van de Zorgzame Buurt ook toe te gaan passen in andere wijken dan de Kraaihoek? Antwoord vraag 8: De woningen in Kraaihoek-Zuid (de ‘Zorgzame Buurt’) worden op dit moment gebouwd, de eerste woningen zijn opgeleverd. Op dit moment starten enkele inwonersgroepen met nadenken over activiteiten in de buurt, het inrichten van de ontmoetingsruimte en participatie over de openbare ruimte. Er zijn nog geen concrete plannen om het concept één op één door te zetten in andere delen van Papendrecht. Het leren van de pilot in Kraaihoek-Zuid vraagt ook tijd en focus. 2. Beleidsontwikkelingen 2.1 Maatschappelijke en sociale ontwikkelingen Regionale bestuursopdrachten toekomstbestendig sociaal domein Pag. 17
33
Vraag 9 Zijn de uitkomsten van de bestuursopdrachten om te komen tot een toekomstbestendig sociaal domein bekend vóór het opstellen van de Begroting 2026? Zo nee, hoe wil het college de uitkomsten ervan verwerken in de begroting? Antwoord vraag 9: Een deel van de uitkomsten is al verwerkt, in navolging van de meerjarenbegrotingen van de GR DG&J en de GR Sociaal. Het streven van de GR'en is om de resterende uitwerkingsopdrachten in 2025 af te ronden, maar het is nog onbekend wanneer de concrete ombuigingen in gang gezet kunnen worden. We verwachten dat we dit nog niet kunnen verwerken in de begroting 2026. 2. Beleidsontwikkelingen 2.1 Maatschappelijke en sociale ontwikkelingen Verdere aandachtspunten sociaal-maatschappelijk domein Pag. 18 Vraag 10 Wat behelst de ‘Aanpak Voorkomen Escalatie’ precies? Antwoord vraag 10: De Aanpak Voorkomen Escalatie (AVE) behelst in het kort, een door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) ontwikkelde werkwijze voor het organiseren van gemeentelijke regie bij complexe zorg- en veiligheidsproblematiek. De aanpak helpt professionals om gestructureerd op en af te schalen in vier fasen: van individuele hulpverlening (fase 1) tot bestuurlijke besluitvorming en regie (fase 4).
De gemeente speelt hierin een centrale rol door het proces te regisseren, de juiste partijen bijeen te brengen en knelpunten in de samenwerking op te lossen en een doorbraak te creëren waar noodzakelijk. De inzet van een procesregisseur is hierbij essentieel om overzicht, voortgang en besluitvorming te borgen. AVE werkwijze ondersteunt gemeenten met praktische werkvormen, juridische handvatten en een helder procesmodel voor effectieve samenwerking bij complexe vastlopende casuïstiek. 2. Beleidsontwikkelingen 2.1 Maatschappelijke en sociale ontwikkelingen Verdere aandachtspunten sociaal-maatschappelijk domein Pag. 18 Vraag 11 Er wordt gewerkt aan een plan voor verbouwing en uitbreiding van Veerweg 125-127. Deze kosten worden nog onderzocht, is hier geld van het Rijk in voorzien? Antwoord vraag 11: Nee, het Rijk voorziet niet in directe middelen voor deze interne verbouwingen. 2. Beleidsontwikkelingen 2.2. Fysieke leefomgeving Mobiliteitsplan Pag. 21 Vraag 12 Welk budget is er jaarlijks beschikbaar voor uitvoering van het Mobiliteitsplan? Antwoord vraag 12: Er is jaarlijks een bedrag van ongeveer € 200.000 beschikbaar.
34
2. Beleidsontwikkelingen 2.4 Regio Regio Deal Pag. 26 Vraag 13 Papendrecht participeert met twee projecten in de Regio Deal. Kan dit iets concreter worden toegelicht? Hoeveel geld uit het bedrag van 25 miljoen euro wordt hiervan in Papendrecht besteedt? Antwoord vraag 13: Papendrecht neemt deel in de projecten "Impuls Gezonde wijken en inwoners in de Drechtsteden" en "Groen-blauwe verbindingen en rivieroever ontwikkeling in de Alblasserwaard'. In het eerste project worden innovatielabs opgezet. Hierin werken bewoners, professionals en kennisinstellingen uit verschillende domeinen samen aan vraagstukken om de leefstijl, leefomgeving en levensverwachting van bewoners in wijken te verbeteren. Aan dit project is vanuit de Regio Deal voor Papendrecht een bijdrage toegekend van 50.000 euro (incl. BTW) Het tweede project is erop gericht groenblauwe verbindingen te realiseren bij gebiedsontwikkelingen in zowel Papendrecht als Sliedrecht. Uiteindelijk ontstaat een recreatieve route van natuur en water voor fietser en wandelaars, vanaf de oever van de Merwede met uitzicht op de Biesbosch tot aan de landelijke polder van de Alblasserwaard. Dit verbetert niet alleen de leefomgeving, maar versterkt ook de verbinding met de regio. Aan Papendrecht is voor het project "Groenblauwe verbindingen" een bijdrage van 535.000, - euro incl. BTW toegekend. 3.
Financiële ontwikkelingen Incidentele ontwikkelingen Pag. 32 Vraag 14a Kunt u toelichten wat de toegevoegde waarde is van de zogenaamde ‘Speelveldverkenning sociaal domein’ ten opzichte van de reeds vastgestelde Samenlevingsvisie? In dat document is toch reeds een overzicht van het sociaal domein (in de volle breedte) gemaakt? Wat is het nut van nog weer een speelveldverkenning? Antwoord vraag 14a: Uiteraard wordt bij de speelveldverkenning nadrukkelijk gebruik gemaakt van de Samenlevingsvisie. Deze moet overigens nog vertaald worden naar beleidsmaatregelen. Juist daar heeft de speelveldverkenning een toegevoegde waarde, omdat deze juist op de concrete situatie is gericht en niet op een strategische visie voor de lange termijn. Vraag 14b Is overwogen om de kosten voor de speelveldverkenning binnen het bestaande budget op te lossen? Kunt u toelichten waarom hier niet voor is gekozen? Antwoord vraag 14b: Uiteraard wordt altijd eerste gekeken of dit binnen bestaande budgetten is te vinden, maar dit is niet mogelijk. 3. Financiële ontwikkelingen Incidentele ontwikkelingen 9. Tweejaarlijks veiligheidsdag Pag. 33 Vraag 15 De Veiligheidsdag wordt 1x per 2 jaar georganiseerd. In 2030 wordt extra geld gereserveerd, is hier in 2028 niets voorzien of was dit reeds opgenomen in de meerjarenbegroting?
35
Antwoord vraag 15: De middelen voor 2028 zijn reeds opgenomen in de meerjarenbegroting. Dit betreft enkel de toevoeging van de nieuwe jaarschijf 2030. 3. Financiële ontwikkelingen Incidentele ontwikkelingen 13. Onderhoud Gemeentelijk vastgoed Pag. 34 Vraag 16 Ten aanzien van de dekking planmatig onderhoud kernpanden en RCH panden kosten 2,7 miljoen de volgende vraag. Houdt dit bedrag wel of geen rekening met de MFA? Is er iets te zeggen over het bedrag wat vrijvalt als panden RCH wegvallen en verenigingen worden ondergebracht in MFA? Of staat dit los van de MFA? Antwoord vraag 16: Het gaat in deze vraag om de dekking voor de gemeentelijke gebouwen die vallen onder de kernpanden. Dit zijn de gebouwen die buiten de MFA vallen en waarvan de gebruikers in principe niet meegaan naar de nieuwe huisvesting die de MFA kan bieden. De gemeentelijke gebouwen die een relatie hebben met de MFA zijn de dispositiepanden. Hiervoor wordt gedurende de realisatie van de MFA instandhoudingsonderhoud uitgevoerd om het gebruik van het gebouw te verlengen. Na realisatie worden de dispositiepanden gesloopt. De panden die vallen onder de RCH-panden zijn de twee gymzalen De Kooy en Molenvliet. Deze hebben een relatie met de nieuwe sporthal aan het nieuw te bouwen Willem de Zwijgercollege. Beide gymzalen vallen onder dispositiepanden.
Tegelijkertijd blijkt dan na de sloop van de dispositiepanden welke kosten uit de begroting wegvallen. Deze wegvallende kosten zijn onderdeel van de vergelijkingsberekening geweest van de Hospitality Group. Hierbij is in vergelijking met de kosten van meerjaren onderhoud, investeringen in renovatie en verduurzaming van de dispositiepanden het besluit genomen een nieuwe MFA en sporthal te realiseren, die als betere en duurzamere investering werd gezien met een langere levensduur. De kosten van de nieuwe MFA en sporthal komen dan theoretisch in de plaats van de wegvallende kosten van de dispositiepanden. Met betrekking tot de MFA en de nieuwe sporthal worden nieuwe MJOP's voor planmatig onderhoud opgesteld. 3. Financiële ontwikkelingen Incidentele ontwikkelingen 13. Onderhoud Gemeentelijk vastgoed Pag. 34 Vraag 17 Kan het gevraagde bedrag van eenmalig € 2,7 miljoen voor onderhoud aan gemeentelijk vastgoed nader worden gespecificeerd? Kan daarbij per gemeentelijk pand en ook de panden van de Recreatie en Cultuur Holding worden aangegeven welke investeringen nodig zijn en waarvoor precies? Antwoord vraag 17: Ja, dat is mogelijk. Met het opstellen van een nieuw MJOP voor de gemeentelijke gebouwen is het onderhoud en de hiervoor benodigde investeringen voor de komende 10 jaar in theoretische zin vertaald en opgenomen. Jaarlijks wordt het MJOP bijgewerkt aan de hand van de praktijk.
In die zin is de gevraagde investering gebaseerd op de optelsom van ieder individueel gebouw en nader te specificeren. Het theater en het Sportcentrum zijn hierin opgenomen. 3. Financiële ontwikkelingen Incidentele ontwikkelingen 27. Brede SPUK GALA Pag. 37
36
Vraag 18 Hoe wilt u de raad in de positie stellen om een goede afweging te kunnen maken ten aanzien van de beleidsdoelstellingen die voortvloeien vanuit de SPUK GALA? Wordt er per actieagenda bijvoorbeeld een eindrapportage opgesteld, zodat inzichtelijk wordt gemaakt wat de resultaten zijn geweest? Antwoord vraag 18: De raad wordt via de reguliere P&C-cyclus op de hoogte gehouden van de ontwikkelingen en resultaten binnen de Brede SPUK-GALA. 3. Financiële ontwikkelingen Incidentele ontwikkelingen 34. Evenementenbeleid Pag. 38 Vraag 19 Waar zijn de middelen voor evenementenbeleid € 40.000 euro in 2030 precies voor bedoeld? Is dat voor het Wereldfeest en Pellerpop? Antwoord vraag 19: Het budget van € 40.000 is in beginsel bedoeld voor het jongerenfestival Pellerpop, wat om het jaar wordt georganiseerd. Daarbij kan er altijd een afweging gemaakt worden voor welk evenement er budget beschikbaar gesteld wordt op basis van het dan geldende evenementenbeleid. 3. Financiële ontwikkelingen Incidentele ontwikkelingen 54. Recreatie en Cultuur Holding Pag. 41 Vraag 20 Kunt u het bedrag van € 170.000 euro voor de RCH nader specificeren? Welk deel gaat bijvoorbeeld specifiek naar het zwembad, het sportcentrum en welk deel naar het theater etc.? Antwoord vraag 20: Het bedrag van 170.000 euro is opgebouwd uit drie componenten: 1.
Theater: reguliere indexatie op basis van overeenkomst van 11.000 euro; 2. Sportbedrijf: reguliere indexatie op basis van overeenkomst van 24.000 euro; 3. Sportbedrijf: extra structurele investering van 135.000 euro per jaar voor met name de bekostiging van de gestegen energielasten en loonruimte voor personeel. 3. Financiële ontwikkelingen Structurele ontwikkelingen 72. Impuls Economie Pag. 46 Vraag 21a Kunt u toelichten hoe het bedrag voor een impuls voor de lokale economie van € 110.000 tot stand is gekomen? Kan worden onderbouwd waarom specifiek dit bedrag nodig is (en niet meer of minder)? Antwoord vraag 21a: Het bedrag is als indicatie gebaseerd op ureninzet (extra fte) en projectkosten voor onderstaande thema's: Arbeidsmarktontwikkeling 45.000 Mkb innovatie & digitalisering 30.000 centrumversterking 20.000 Digitale economie & dashboard 10.000 Regionale samenwerking, lobby 5.000
37
Vraag 21b Kunt u aangeven welke opties het college overweegt om dit bedrag in te investeren? Antwoord vraag 21b: Zie antwoord op vraag 21a. 3. Financiële ontwikkelingen Bijstelling investeringsprogramma 2025-2030 Integraal Huisvestingsplan Onderwijs Pag. 48 Vraag 22 Is de extra investering in het IHP van 1,75 miljoen nu een verhoging van het budget of kan dit worden gedekt uit de reeds gereserveerde middelen in de meerjarenbegroting? Antwoord vraag 22: Dit betreft een verhoging van het investeringsbudget voor het IHP van €1,75 miljoen. De eerder opgenomen kapitaallasten voor het IHP in het meerjarenperspectief zijn voldoende gebleken, daarom heeft de verhoging van het investeringsbudget voor het IHP geen consequentie voor de kapitaallasten. Dus in tegenstelling tot het investeringsbudget worden de kapitaallasten niet verhoogd voor het IHP en heeft deze aanpassing geen impact op de exploitatie.
4. Ombuigingen OMB 11. Groeiagenda Pag. 48 Vraag 23 Hoe verhoudt het versoberen van de bijdrage aan de groeiagenda (OMB 11) zich tot de voorgestelde impuls in de lokale economie (nr. 72, p. 46)? Antwoord vraag 23: De versobering van de bijdrage aan de Groeiagenda (OMB 11) vloeit voort uit regionale afspraken om structurele lasten te beperken, mede op initiatief van enkele deelnemende gemeenten. Deze maatregel heeft betrekking op het regionale programma Smart Delta Drechtsteden. De impuls voor de lokale economie (maatregel 72) is daarentegen een incidentele investering vanuit de gemeente zelf, gericht op het versterken van het lokale ondernemersklimaat en de directe leefomgeving. Beide maatregelen richten zich op verschillende schaalniveaus en beleidsdoelen. Er is daarom geen sprake van een inhoudelijke tegenstelling, maar van een herprioritering tussen regionale structurele bijdragen en lokale incidentele stimulering. 4. Ombuigingen OMB 18. Verlagen structureel inhuurbudget Pag.
54 Vraag 23 Welk deel van het inhuurbudget wordt precies verlaagd? Wat doet dit met de beschikbare capaciteit en het ambitieniveau? Is dit niet meer een administratieve omzetting van structurele in te boeken kosten naar kosten die in werkelijkheid incidenteel steeds terugkomen (maar dan zonder budgetplafond)? Antwoord vraag 23: Het plafond van het totale structurele inhuurbudget wordt neerwaarts bijgesteld. Dit vraagt dat we nog scherper onze keuzes moeten maken.
38
4. Ombuigingen OMB 83. Verlagen budget Papendrecht Promotie Pag. 56 Vraag 24 Hoe verhoudt het versoberen van het budget van Papendrecht Promotie (OMB 83) zich tot de voorgestelde impuls in de lokale economie (nr. 72, p. 46)? Antwoord vraag 24: Papendrecht Promotie ontvangt jaarlijks € 31.500 subsidie. Daarnaast wordt jaarlijks € 20.000 gereserveerd voor de economische promotie. Omdat ieder jaar niet het totale bedrag wordt benut is, in overleg met de stichting, overeengekomen het bedrag voor economische promotie te halveren. De activiteiten hieromtrent veranderen niet en gaan ook voor een deel op in de subsidiegelden.
V.
Door de fractie van OP zijn onderstaande schriftelijke technische vragen gesteld over de Perspectiefnota 2025-2030. Deze beantwoording betreft alleen technische vragen.
OP 1. Inleiding Papendrecht in de regio – 3. Economie Pag. 8 Vraag 1 Bij 3. Economie op pagina 8 wordt gesproken over ‘samen innoveren’. Wat moeten we ons hierbij voorstellen? Antwoord vraag 1: ‘Samen innoveren’ binnen het economische domein van de Groeiagenda verwijst naar de gezamenlijke inzet van gemeenten, bedrijfsleven en onderwijsinstellingen (triple helix) om de regionale economie toekomstbestendig te maken. Dit gebeurt onder meer via innovatieprogramma’s in de maritieme sector (zoals ZED-Hub en Werf van de Toekomst), het versterken van de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt, en ondersteuning van mkb-ondernemingen bij verduurzaming en digitalisering. Voor Papendrecht betekent dit bijvoorbeeld dat lokale bedrijven deelnemen aan regionale innovatietrajecten, en profiteren van kennisdeling, subsidies en netwerken die via de Groeiagenda worden ontsloten. Door samenwerking over gemeentegrenzen heen ontstaat meer schaal, slagkracht en toegang tot landelijke middelen. 1. Inleiding Papendrecht in de regio – 5. Energie Pag. 9 Vraag 2 Bij 5. Energie op pagina 9 wordt gezegd dat het verduurzamen van onze eigen gebouwen (een van de actiepunten van het collegeprogramma) vertraging heeft opgelopen. Waarom is er vertraging opgelopen? Antwoord vraag 2: Het antwoord is meerledig. Voor het sportcentrum is een verduurzamingsplan uitgewerkt door een gespecialiseerd extern bureau.
De verduurzaming is deels uitgevoerd (led-verlichting) en in uitvoering. Daarnaast is een groot deel van de bestaande gemeentelijke gebouwen gebouwd in de jaren '70. Mede door besluitvorming over de realisatie van de nieuwe MFA en nieuwe sporthal aan het Willem de Zwijgercollege zal een deel van de bestaande gemeentelijke gebouwen (dispositiepanden) worden gesloopt. Deze gebouwen worden niet verduurzaamd en hiervoor wordt instandhoudingsonderhoud ingezet. De verduurzaming van deze gebouwen wordt vertaald middels de realisatie van de nieuwe MFA en nieuwe sporthal, waarvan de definitieve besluitvorming nog door de raad genomen moet worden. De gemeentelijke gebouwen die dan overblijven (kernpanden) zijn grotendeels ook van
39
dezelfde leeftijd. Voor deze gebouwen wordt dit jaar een verduurzamingsvisie opgesteld. Deze visie is opgebouwd vanuit een breder duurzaamheidsperspectief. Tegelijkertijd geeft de opgave voor tijdelijke huisvesting van Internationale schakelklassen (ISK's) voor een aantal oude gebouwen reden om niet meteen in verduurzaming door te pakken, maar deze met minimale inzet in stand te houden.
1. Inleiding Papendrecht in de regio – 5. Energie Pag. 9 Vraag 3 Op pagina 9 wordt gesproken over een ‘regionale regiegroep’. Wie zitten daarin? Antwoord vraag 3: De ‘regionale regiegroep’ bestaat uit twee onderdelen: een bestuurlijke regiekamer, gevormd door de burgemeesters van de Drechtstedengemeenten, en een ambtelijke regiekamer, bestaande uit de gemeentesecretarissen. Deze twee gremia bewaken samen de samenhang, voortgang en koers van de regionale samenwerking. 1. Inleiding Andere inhoudelijke thema’s – grotere rol technologie op (werkwijze) organisatie Pag. 10 Vraag 4 Op pagina 10 staat dat op korte termijn een investering noodzakelijk zal zijn. Waarom is dat nodig en hoe groot zal die investering zijn? Antwoord vraag 4: Gemeenten investeren in AI om efficiënter en slimmer te kunnen werken, maatschappelijke opgaven beter te voorspellen en transparanter te handelen. AI ondersteunt bij datagedreven sturing, automatisering van processen, en verbetering van de dienstverlening. Op dit moment is, buiten de beschikbare middelen voor informatiemanagement, nog geen extra budget nodig. Indien in de toekomst extra middelen nodig zijn, zal dit via de reguliere P&C-cyclus een voorstel worden gedaan. 1. Inleiding Ontwikkeling arbeidsmarkt en Organisatieontwikkeling Pag. 11 Vraag 5 Op pagina 11 staat dat er moeilijk vervulbare vacatures zijn.
Om hoeveel vacatures gaat het? Antwoord vraag 5: Het gaat in totaal om vijf vacatures. De moeilijkheid van de vervulling blijkt vooral uit het vinden van mensen met voldoende kennis en ervaring op het gebied ruimtelijke ontwikkeling en jongerenwerk. Ruimtelijke ordening, civiele techniek, jongerenwerk en financieel-economisch. 2. Beleidsontwikkelingen 2.1 Maatschappelijke en sociale ontwikkelingen Samenlevingsvisie Pag. 15 Vraag 7 En bij punt 3. bij Samenlevingsvisie dat uitganspunt is steeds meer groepsgericht aan te bieden in plaats van individueel. Bereiken we dan nog wel de individuen die het nodig hebben.
40
Antwoord vraag 7: Als gemeente willen we niet te snel te veel hulp willen geven. Overeind blijft staan dat we op tijd de juiste professionele hulpverlening bieden waar dat wel nodig is. Om professionele hulpverlening beschikbaar en betaalbaar te houden en om individualisering tegen te gaan zetten we meer in op groepsgerichte voorzieningen en hulp vanuit het netwerk waar dat kan. Dat is altijd afhankelijk van de situatie, de vaardigheden die de inwoners hebben en de mogelijkheden van het netwerk. We hebben dit verder uitgewerkt in de samenlevingsvisie in de vorm van enkele uitgangspunten voor ondersteuning (zie pagina 37). 2.1 Maatschappelijke en sociale ontwikkelingen Versterken sociale basis in de wijk Pag. 15 Vraag 8 Wat heeft de integrale wijkaanpak concreet opgeleverd? Antwoord vraag 8: De integrale wijkaanpak heeft geleid tot een steeds beter op elkaar ingespeeld uitvoeringsteam, waarin gemeente, politie, Suppord Jongerenwerk, Wijk-GGD, Actief in je Buurt, Sterk Papendrecht, Woonkracht10, BOA’s, de scholen en bewoners effectief samenwerken. Hierdoor worden interventies en activiteiten beter afgestemd en kan sneller worden ingespeeld op lokale uitdagingen en ontwikkelingen. Hoewel de volgende sociale- en veiligheidsmonitor pas medio 2026 beschikbaar komt, zijn er nu al kwalitatieve signalen van toenemende bewonersbetrokkenheid en verbeterde samenwerking in de wijken.
2.1 Maatschappelijke en sociale ontwikkelingen Versterken sociale basis in de wijk Pag. 15 Vraag 9 Hoeveel heeft ‘De Zorgzame Buurt’ gekost? Antwoord vraag 9: De kosten voor het project Zorgzame Buurt (dus los van de reguliere kosten voor herstructurering) worden op dit moment bekostigd vanuit een subsidie van de VVT-alliantie. Ook hebben we een aanvraag gedaan bij het Integraal Zorgakkoord. Als gemeente staan we evenredig garant met de andere partners voor de kosten die gemaakt worden, mocht de aanvraag niet toegekend worden. Verder vraagt het project ureninzet van onze eigen organisatie, Rivas, Waardeburgh, Woonkracht10 en Sterk Papendrecht. Voor onze organisatie en die van Sterk Papendrecht geldt dat we gezien het tijdelijke karakter de inzet vooralsnog opvangen in de bestaande formatie. We zoeken naar kansen om zaken te combineren, bijvoorbeeld de inzet voor de Integrale Wijkaanpak of de Buurt als Ecosysteem. 2.1 Maatschappelijke en sociale ontwikkelingen Versterken sociale basis in de wijk Pag. 15 Vraag 10 En hoeveel heeft ‘De Buurt als Ecosysteem’ gekost? Antwoord vraag 10: Voor ons als gemeente niets. De volledige kosten voor dat project, waaronder de gemaakte uren, worden t/m 2027 bekostigd vanuit IZA middelen. Overigens is het project in voorbereiding. We wachten, net als de andere 19 buurten, op toestemming van het zorgkantoor en het ministerie om te starten.
41
2.1 Maatschappelijke en sociale ontwikkelingen Passende huisvesting voor iedereen Pag. 16 Vraag 11 Hoeveel startersleningen zijn er verstrekt? Antwoord vraag 11: In 2022 zijn er 8 leningen verstrekt, in 2023 zijn er 18 leningen verstrekt en in 2024 zijn er 16 leningen verstrekt. Dit komt neer op een totaal van 42 leningen aan verstrekte leningen over de afgelopen jaren. 2.1 Maatschappelijke en sociale ontwikkelingen Passende huisvesting voor iedereen Pag. 16 Vraag 12 Hoeveel statushouders zijn er gehuisvest en hoeveel asielzoekers worden er dit jaar gehuisvest? Antwoord vraag 12: In 2024 hebben we in Papendrecht 29 statushouders gehuisvest. Op dit moment worden 50 AMV’ers aan de Seringenstraat opgevangen. 2.1 Maatschappelijke en sociale ontwikkelingen Passende huisvesting voor iedereen Pag. 16 Vraag 13 Hoeveel Oekraïners wonen er nu in Papendrecht? Antwoord vraag 13: Op dit moment wonen 54 Oekraïners in Papendrecht in de gemeentelijke opvang. 2.1 Maatschappelijke en sociale ontwikkelingen Passende huisvesting voor iedereen Pag. 16 Vraag 14 Hoe groot beloopt de achterstand bij het huisvesten van statushouders? Antwoord vraag 14: Op dit moment is de achterstand voor het huisvesten van statushouders 54 personen. De taakstelling loopt tot juli, daarna volgt een nieuwe taakstelling vanuit het Rijk.
2.1 Maatschappelijke en sociale ontwikkelingen Passende huisvesting voor iedereen Pag. 16 Vraag 15 Hoeveel statushouders worden er jaarlijks in Papendrecht opgevangen en van een woning voorzien? Antwoord vraag 15: Dat verschilt per jaar. Afgelopen jaar waren dat bijvoorbeeld 29 personen en ging het om 14 woningen.
42
2.1 Maatschappelijke en sociale ontwikkelingen Jeugdhulp naar voren Pag. 16 Vraag 16 Om welke interventies gaat het concreet bij de Jeugdhulp? Wat zijn de concrete resultaten? Antwoord vraag 16: Alle preventieve interventies zijn opgenomen in de scan voorliggend veld jeugd. We meten en volgen de structurele impact van preventieve interventies op jeugd doorlopend. In 2026 presenteren we zoals afgesproken vanuit de Routekaart jeugd de eerste bevindingen, zodat de raad op tijd keuzes kan maken over deze interventies en de voortgang hiervan. Ook de aanvraag van eventueel extra middelen staat gepland voor 2026 en zullen wij in de begroting 2026 beschrijven. Tot die tijd maken we gebruik van budgetten uit de routekaart jeugd, het gezondheidsbeleid en GALA. 2.1 Maatschappelijke en sociale ontwikkelingen Wmo naar de voorkant Pag. 16 Vraag 17 Hoe groot is de WMO doelgroep in Papendrecht? Antwoord vraag 17:
Bron: SDD Gemeentedashboard. Stand per einde van de laatste volledige maand. 2.1 Maatschappelijke en sociale ontwikkelingen Verdere aandachtspunten sociaal-maatschappelijk domein Pag. 16 Vraag 18 Op pagina 18 staat dat nog gewerkt wordt aan de financiële consequenties van het plan om Sterk Papendrecht uit te breiden. De accommodatie aan de Veerweg is toch in eigendom van de gemeente? Waarom duurt dit dan zo lang? Antwoord vraag 18 Ja, het gebouw is eigendom van de gemeente. De lange doorlooptijd is tweeledig; enerzijds moeten wij voldoen aan de uitgangspunten van Didam (procedure mbt publicatie en gunning). Anderzijds zijn er verschillende geïnteresseerden die gezamenlijk gebruik willen gaan maken en daarin afwegingen maken. Onderlinge afstemming van verschillende partijen vraagt aanzienlijk meer tijd dan slechts één mogelijke huurder. Op dit moment zijn de gesprekken in een dusdanig stadium aangekomen dat er concrete stappen lijken te kunnen worden gezet. Een architect is aangetrokken en heeft een viertal
43
schetsen gemaakt. Een kostenraming volgt nog. Voor de interne verbouwing dient nog een budget te worden aangevraagd. De verwachting is dat Q4 een voorstel kan worden ingediend voor het college en de raad. 2.1 Maatschappelijke en sociale ontwikkelingen Veiligheid Pag. 19-20 Vraag 19 Waaruit bestaat zo’n training van crisisfunctionarissen? Antwoord vraag 19: Tijdens een oefening werken, hulpdiensten, gemeenten en andere organisaties samen aan een realistisch scenario, zoals een kortdurende en langdurige stroomuitval. Er wordt geoefend wie wanneer welke beslissing neemt, hoe inwoners worden geïnformeerd en hoe kwetsbare mensen worden geholpen. We testen het opstarten van opvanglocaties en het regelen van vervoer bijvoorbeeld bij een evacuatie. Zo verbeteren we met elkaar de crisisaanpak. 2.2 Fysieke leefomgeving Chemours Pag. 22 Vraag 20 Hoe hoog beloopt het bedrag van de SPUK-bodemsanering 2024-2030? Antwoord vraag 20: Voor de periode 2024-2030 is een totaalbedrag van € 14.478.132 aangevraagd. Dit is exclusief de meerkosten op civiele werken vanwege PFAS (PM) en exclusief kosten van saneringen die niet op de vervuiler verhaald kunnen worden. Voor 2025-2026 is een specifieke uitkering van € 2.608.652 toegekend aan de gemeenten. 2.2 Fysieke leefomgeving Chemours Pag.
22 Vraag 21 Hoe hoog belopen de kosten van de sanering van de PFAS-vervuiling die de gemeente gaat verhalen op Chemours? Antwoord vraag 21: In verband met de lopende gesprekken met Chemours kan het bedrag hier niet genoemd worden. Wel kan gedeeld worden dat de gemeenten proberen de kosten voor saneringen en het wegnemen van risico’s wegens PFAS-vervuiling te verhalen op Chemours. Mocht dit niet lukken, is er in dit SPUKbodemsanering 2024-2030 een vangnet bedrag opgenomen waar de gemeenten beroep op kunnen doen. 2.3 Duurzaamheid en transitie Pag. 24-25 Vraag 22 Wordt bij het ‘Versnellingsprogramma Drechtsteden 100% aardgasvrij’ eventueel nog aandacht geschonken aan het ondergronds brengen van nieuw aan te leggen hoogspanningsleidingen? Antwoord vraag 22: Nee, dit is geen onderdeel van het Versnellingsprogramma.
44
2.4. Regio Groeiagenda Pag. 25-26 Vraag 23 Wat wordt verstaan onder een ‘wendbare’ regio, pagina 25? Antwoord vraag 23: ‘Wendbare regio’ verwijst naar het vermogen van de regio om zich snel en effectief aan te passen aan veranderende omstandigheden, zoals economische, technologische of maatschappelijke ontwikkelingen. Binnen de Groeiagenda betekent dit dat gemeenten, bedrijven en onderwijsinstellingen flexibel samenwerken, met ruimte om snel te schakelen waar nodig, zonder de strategische koers uit het oog te verliezen. Dit is van belang om opgaven efficiënt en effectief aan te pakken in een context van schaarse middelen, veranderende wetgeving en toenemende complexiteit. Wendbaarheid draagt zo bij aan bestuurlijke en uitvoeringskracht op regionaal niveau. 2.4. Regio Regio Deal Pag. 26 Vraag 24 ‘investeren in gezonde buurten en betere integratie tussen water en groen’. Wat moeten we ons hier concreet bij voorstellen? Antwoord vraag 24: Investeren in gezonde buurten: de aanpak zich op kwetsbare wijken met een gerichte aanpak rond leefstijl, preventie, gezondheid en sociale participatie. Dit gebeurt onder meer via innovatielabs waar bewoners, professionals en kennisinstellingen samenwerken om gezondheid en leefstijl te verbeteren. Voor Papendrecht is dit vertaald naar het project Impuls gezonde wijken & inwoners, met een eigen concretisering binnen die bredere regionale aanpak.
Betere integratie tussen water en groen betekent concreet voor Papendrecht–Sliedrecht dat er recreatieve routes ontstaan van de Merwede tot in de Alblasserwaard, inclusief publiek groen, wandelen fietsroutes en oevers die beter aansluiten op de beleving van inwoners 2.5 Bedrijfsvoering Organisatieontwikkeling Pag. 26 Vraag 25 Kunt u wat duidelijker zijn over de ‘cultuurkant van organisatieontwikkeling’? Antwoord vraag 25: Voor de cultuurkant van de organisatieontwikkeling zijn twee zaken van groot belang. Enerzijds is dat het grote aantal nieuwe medewerkers en het aanstaande vertrek van ervaren medewerkers. Anderzijds hebben we te maken met grote ontwikkelingen die andere dingen van medewerkers vragen. Een zeer dominante verandering is de introductie van de Omgevingswet met veel gevolgen voor gedrag en vaardigheden van medewerkers. Maar ook het steviger sturen op onze externe accounts vraagt ander gedrag van medewerkers. We praten hier over een omslag in denken, handelen en gedrag waardoor veel vaardigheidstrainingen nodig zijn. We focussen minder op de harde kant van organisatieontwikkeling (structuur), maar veel meer op de cultuurkant.
45
3. Financiële ontwikkelingen Incidentele ontwikkelingen 4. Onttrekking Algemene Reserve – Huisvesting VO Pag. 32 Vraag 26 Op pagina 31 bij Financiële ontwikkelingen lezen we dat de onttrekking Algemene reserve Huisvesting VO (scholen) terecht komt in de Bestemmingsreserve Kapitaallasten Huisvesting VO. Betekent dit dat de Eneco spaargelden (groot € 27 mln.) geheel worden ingezet voor de bouw van de VO scholen? Antwoord vraag 26: De onttrekking uit de algemene reserve komt terecht in de bestemmingsreserve kapitaallasten. Na onttrekking blijft er € 600.000 aan de Eneco-spaargelden over in de algemene reserve. 3. Financiële ontwikkelingen Incidentele ontwikkelingen 4. Onttrekking Algemene Reserve – Huisvesting VO Pag. 32 Vraag 27 Hoe groot is de algemene reserve van de gemeente nog na deze storting in de Bestemmingsreserve Kapitaallasten Huisvesting VO? Antwoord vraag 27: De geprognosticeerde stand van de algemene reserve zal na verwerking van de onttrekkingen uit de Perspectiefnota uitkomen op € 22,5 miljoen. 3. Financiële ontwikkelingen Incidentele ontwikkelingen 3. Speelveldverkenning Sociaal Domein Pag. 32 Vraag 28 Waarom is een speelveldverkenning sociaal domein nodig als we al samenwerken met andere gemeenten in de Gemeenschappelijke Regeling Sociaal? Antwoord vraag 28: Het sociaal domein is veel groter dan alleen de samenwerking in de GR Sociaal.
Het betreft ook lokale activiteiten. 3. Financiële ontwikkelingen Incidentele ontwikkelingen 3. Speelveldverkenning Sociaal Domein Pag. 32 Vraag 29 Heeft de gemeente dan geen inzicht of in beeld gebracht welke regelingen er zijn en waarom is daar externe ondersteuning voor noodzakelijk? Antwoord vraag 29: Het op een adequate wijze in beeld brengen van het ‘speelveld’ vraagt om een expertise die wij niet in huis hebben. Het gaat ook om het beeld op welke beleidsterreinen sprake is van stapelingen van taken en de kosten die daarmee gemoeid zijn. Uiteraard is veel basismateriaal beschikbaar.
46
3.1 Financiële ontwikkelingen Incidentele ontwikkelingen 20. Inzet restant middelen CDOKE Pag. 36 Vraag 30 Is er een specifieke reden waarom de middelen uit de tijdelijke regeling Capaciteit Decentrale Overheden voor Klimaat en Energiebeleid (CDOKE) de afgelopen jaren niet volledig zijn ingezet? Antwoord vraag 30: De inzet van deze middelen is te spreiden over meerdere jaren. Gezien de verwachte benodigde inzet in de komende jaren is gekozen om behouden om te gaan met deze middelen. 3. Financiële ontwikkelingen Incidentele ontwikkelingen 29. Wmo naar de voorkant & Actieagenda Senioren – ANWB Automaatje Pag. 37 Vraag 31 Wat zijn de kosten die verbonden zijn aan ANWB Automaatje en hoe verhoudt zich dit tot het gehele bedrag dat de gemeente aan de (uitvoering van de) WMO besteedt? Antwoord vraag 31: De kosten voor de subsidie ANWB AutoMaatje bedragen in 2025 afgerond € 29.000. De geraamde kosten voor de Wmo bedragen € 11,5 miljoen. ANWB AutoMaatje heeft een aandeel van 0,25% in de totale Wmo-kosten van onze gemeente.
3. Financiële ontwikkelingen Structurele ontwikkelingen 61. Claim Algemene Uitkering – Dekking inflatie en looneffecten Pag. 44 Vraag 32 Als het Rijk bij de voorjaarsnota de komende jaren geen extra middelen aan het gemeentefonds zou hebben toegevoegd (pagina 44), zou er dan nog steeds sprake zijn geweest van een sluitende gemeentelijke meerjarenbegroting? Het betekende voor Papendrecht globaal aan extra middelen van het Rijk voor de jaren 2025 € 0,7 mln., voor 2026 € 2,1 mln. en voor 2027 € 1,9 mln. Antwoord vraag 32: Nee, zonder de extra middelen van het Rijk zou er sprake zijn geweest van een tekort op de meerjarenbegroting. 3. Financiële ontwikkelingen Structurele ontwikkelingen 64. Claim Algemene Uitkering – Investeringen (volumegroei) Pag. 45 Vraag 33 Welke gronden bestaan er concreet om te veronderstellen dat het Rijk de Algemene Uitkering zal laten stijgen, op pagina 45? Antwoord vraag 33: Zie beantwoording vraag 1 van de fractie PAB.
47
3. Financiële ontwikkelingen Structurele ontwikkelingen 64. Claim Algemene Uitkering – Investeringen (volumegroei) Pag. 45 Vraag 34 Hangt dit eventueel nauw samen met de vorming van een nieuwe regering na de verkiezingen voor de Tweede Kamer op 29 oktober aanstaande of heeft dat hierop geen invloed? Antwoord vraag 34: Dit heeft geen invloed. 3. Financiële ontwikkelingen Structurele ontwikkelingen 69. Bestrijding onkruid op verharding Pag. 46 Vraag 35 Bij Bestrijding onkruid op verharding, wordt dit door de gemeentelijke dienst opgepakt of wordt dit extern uitbesteed? Antwoord vraag 35: Dit wordt uitbesteed. 3. Financiële ontwikkelingen Structurele ontwikkelingen 72. Impuls Economie Pag. 46 Vraag 36 Bij Impuls Economie, op pagina 46, waaraan moeten we dan concreet denken? Antwoord vraag 36: Onderstaand enkele voorbeelden, als indicatie die kunnen worden ingezet om de economie een impuls te geven: arbeidsmarktontwikkeling 45.000 het oprichten van een technieklokaal en bijscholingstrajecten Mkb innovatie & digitalisering 30.000 microsubsidies, netwerkbijeenkomsten centrumversterking 20.000 verfraaiingsprojecten digitale economie & dashboard 10.000 data dashbord, fietsvriendelijke routes, bewegwijzering, regionale samenwerking, lobby 5.000 regionale handelsmissie, beurzen 3. Financiële ontwikkelingen Structurele ontwikkelingen 77. Zwemles Wereldklas Pag.
47 Vraag 37 Bij Zwemles Wereldklas op pagina 47, aan hoeveel kinderen die hieraan deelnemen moeten we denken? Antwoord vraag 37: In schooljaar 2024-2025 ging dit om 20 tot 25 leerlingen. Het leerlingaantal in de Wereldklas fluctueert door instroom en uitstroom van kinderen gedurende het schooljaar.
48
3. Financiële ontwikkelingen 3.2 Bijstelling investeringsprogramma Reconstructieprogramma riolering Pag. 49 Vraag 38 Bij het Reconstructieprogramma Riolering, op pagina 49, wordt de afschrijvingstermijn verlengd van 25 naar 40 jaar. Op basis van welk onderzoek is hiertoe besloten? Antwoord vraag 38: Op basis van intern onderzoek van het verwachte jaar van rioolvervanging is een nieuwe planning opgesteld. Hierbij wordt zowel rekening gehouden met de zettingen in de ondergrond als het functioneren van het rioolsysteem. Wij zien nu, 20- 30 jaar na de aanleg van de wijken Molenvliet en Wilgendonk dat de zettingen afnemen. Hierdoor is het mogelijk de afschrijvingstermijn aan te passen van 25 naar 40 jaar. In het Water- en rioleringsprogramma 2025 – 2029 wat naar verwachting in september in het college wordt vastgesteld wordt dit verder uitgewerkt. 3. Financiële ontwikkelingen 3.2 Bijstelling investeringsprogramma Reconstructieprogramma riolering Pag. 49 Vraag 39 De investeringen die nodig zijn voor de rioolreconstructie worden verhoogd. Wat is het effect hiervan op de verplichting ervoor te zorgen dat het riool in goede staat kan worden gehouden? Antwoord vraag 39: Met het aangepaste niveau van investeringen rioolreconstructie is dit in overeenstemming met het langjarige vervangingsgemiddelde van ongeveer 1700 meter riool per jaar.
Dit is in het nieuwe Wateren rioleringsprogramma afgezet tegen de zettingen in de ondergrond en het functioneren van het rioolsysteem. Hiermee wordt beoogd een goed meerjarenperspectief te bieden voor een goed functionerend rioolsysteem in Papendrecht. 4. Ombuigingen OMB 30. Onderuitputting budgetten Sociaal Domein Pag. 55 Vraag 40 Bij Ombuigingsvoorstel 30 Onderuitputting budgetten sociaal domen, aan welke budgetten moeten we denken bij structurele onderbesteding? En aan welke bedragen moeten we denken? Antwoord vraag 40: Het betreft een samenstel van kleinere budgetten, waaronder woonruimteverdeling, onderhoud woonwagens en wet verplichte GGZ. Het gaat om budgetten in orde van grootte van € 10.000 afgerond. Verder is hieronder ook een budget formatie leerlingenvervoer van € 40.000 opgenomen. 4. Ombuigingen OMB 30. Onderuitputting budgetten Sociaal Domein Pag. 55 Vraag 41 Als er geen ruimte meer op de begroting is, waar kan dan eventueel nog budget gevonden worden voor nieuw beleid?
49
Antwoord vraag 41: Wanneer er geen financiële ruimte in begroting aanwezig is zal door inhoudelijk keuzes ruimte gecreëerd moeten worden voor nieuw beleid. 4. Ombuigingen OMB 47. Verlagen beïnvloedbare budgetten met 1% Pag. 55 Vraag 42 Bij Ombuigingsmaatregel verlagen beïnvloedbare budgetten, op pagina 55, om welke bedragen gaat het dan? Antwoord vraag 42: Het betreft hier uitvoeringsbudgetten. 4. Ombuigingen Algemeen Vraag 43 Bij de verstrekking van raadskredieten wordt niet altijd het hele bedrag in een keer uitgegeven, voorbeeld: de rotonde BM Keijzerweg – Veerweg]. Zit er eventueel nog financiële ruimte in de ‘onderbesteding’ van uitgaven bij raadskredieten? Antwoord vraag 43: Nee, het investeringsprogramma wordt jaarlijks bij de jaarrekening aangepast aan de te verwachtte realisatie. De lasten komen daardoor ook later in de begroting terecht. 4. Ombuigingen Algemeen Vraag 44 Hoeveel beloopt het totale bedrag aan ‘onderbesteding’ van raadskredieten? Antwoord vraag 44: Dat verschilt per jaar en wordt jaarlijks betrokken bij de concernrapportage. 4. Ombuigingen OMB 49. Stelpost inflatiecorrectie verlagen Pag.
55-56 Vraag 45 Is het zogenaamde ‘structurele voordeel’ van € 240.000 op pagina 55/56 bij de stelpost inflatiecorrectie feitelijk niet optisch van aard, aangezien de gemeente altijd rekening moet houden met de inflatie? Antwoord vraag 45: De gemeente houdt inderdaad rekening met inflatie en reserveert hiervoor middelen. Voor het jaar 2026 wordt eenmalig de reservering achterwege gelaten en zullen we strakker moeten sturen op onze materiële uitgaven en dus meer op risico. 4. Ombuigingen OMB 54. Verlagen budget flexibel cameratoezicht Pag. 55-56
50
Vraag 46 Bij de Ombuigingsmaatregel budget flexibel cameratoezicht zou je, gegeven het feit dat dit budget sinds de beschikbaarheid slechts één keer is gebruikt, ook kunnen besluiten het budget in te trekken. Om hoeveel geld gaat het dan? Antwoord vraag 46: Het gaat om een structureel budget van € 20.000 per jaar. 4. Ombuigingen OMB 62. Automatisering openbare verlichting Pag. 55-56 Vraag 47 Bij Ombuigingsmaatregel 62 Automatisering openbare verlichting op pagina 56 wordt gesproken over het toevoegen van ‘connectiviteit’. Wat wordt hiermee precies bedoeld? Antwoord vraag 47: Met connectiviteit wordt de besturing en verbinding per gebied bedoeld om bijvoorbeeld afhankelijk van de verkeersfunctie, verder te kunnen dimmen en bij specifieke momenten juist extra licht te geven.
Ik hoop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Hoogachtend,
J.M. Ansems Algemeen directeur
51