20250619 Beantwoording Technische vragen Jaarrekening 2024.pdf
Tekst van het document
de gemeenteraad Datum Behandeld door
19 juni 2025 B.L. Liang / M. Penders
Ons kenmerk Doorkiesnummer Onderwerp
Beantwoording technische vragen Jaarstukken 2024
Geachte mevrouw, heer, Hieronder treft u de beantwoording van schriftelijke gestelde technisch vragen van de fracties D66, PAB, CDA en SGP aan. In deze brief volstaan we met een korte, technische beantwoording. I.
Door de fractie van D66 zijn onderstaande schriftelijke technische vragen gesteld over de Jaarstukken 2024. Deze beantwoording betreft alleen technische vragen.
D66 Jaarverslag Algemeen Vraag 1 In de begroting 2024 - 2028 zijn bij alle programma's streefwaarden en indicatoren genoemd voor 2024. Wij zien nu in de jaarrekening geen makkelijk vindbare terugkoppeling op deze indicatoren en streefwaarden, dit terwijl sommige doelen ook voor 2024 genoemd stonden. Soms kunnen wij zelfs helemaal geen terugkoppeling vinden. Kunnen wij alsnog een overzicht ontvangen met daarin de streefwaarde in de begroting en de werkelijke waarde in 2024. Dit alles uiteraard zover deze informatie beschikbaar is of wanneer er voor 2024 een concreet doel gesteld was in de begroting. Antwoord vraag 1: We zullen deze vraag oppakken en u hierover apart informeren. Inleiding HRM: extra focus op inhuur Pag. 18 “Mede als gevolg hiervan zijn de cijfers externe inhuur nog eens goed tegen het licht gehouden. Hierdoor is duidelijk geworden dat onze cijfers onnodig hoog zijn door een zekere vervuiling in het bepalen van de gegevens.” Vraag 2a Kan er meer detail verstrekt worden over waar die vervuiling hem dan in zat? Antwoord vraag 2a: De vervuiling heeft te maken met het feit dat er te veel elementen zijn opgenomen die niet onder de noemer inhuur vallen.
Het gaat dan om zaken als: onderzoeks- en adviesopdrachten, medewerkers met een tijdelijke arbeidsovereenkomst, uitbesteden/outsourcen van resultaatopdrachten & werkzaamheden van facilitaire dienstverlening & algemene verzorgende functies, uitbesteding van dienstverlening aan de gemeentelijke organisatie binnen het concern of aan intergemeentelijke samenwerking in de vorm van shared services en het inlenen van personeel vanuit organisaties zonder winstoogmerk. Deze zaken worden niet meer meegeteld bij het bereken van het percentage externe inhuur. Deze informatie is eerder met u gedeeld in de raadsinformatiebrief “Rapportage externe inhuur 2024”, (oordeelsvormende raad 15 mei 2025, kenmerk D06.20250417).
1
Vraag 2b Waarom heeft de organisatie dit pas later opgemerkt? Antwoord vraag 2b: Dit is pas later opgemerkt naar aanleiding van een toezegging van de portefeuillehouder om eens per kwartaal de cijfers van inhuur te gaan monitoren en te delen met de raad. Het bepalen wat wel/niet tot externe inhuur behoort is een ingewikkelde materie. De organisatie heeft jarenlang alle vormen van inhuur meegenomen in de berekening. Hierdoor werd duidelijk dat er ten opzichte van de andere middelgrote gemeente sprake was van een discrepantie tussen het landelijk gemiddelde en Papendrecht en heeft geleid tot de extra focus op inhuur. We passen nu de definiëring toe die het A&O-fonds ook toepast. Vraag 2c Controleert de accountant dit als onderdeel van de personeelskosten in de jaarrekening? Antwoord vraag 2c: Nee, dit controleert de accountant niet. Vraag 2d In hoeverre kan er sprake zijn van niet opgemerkte vervuiling bij andere gegevens? Antwoord vraag 2d: Die kans is ten opzichte van andere gegevens gering. Dit heeft te maken met het feit dat andere gegevens, zoals ziekteverzuim of fte’s, eenduidiger zijn te interpreteren qua vraagstelling en uitwerking. Ze bevatten minder componenten waardoor vervuiling minder snel voor komt. Jaarverslag Sociaal Domein – Hoofdtaakveld 6 Taakveld 6.81 Geëscaleerde zorg 18+ Pag.
92-93 Vraag 3 Huiselijk geweld valt in de Jaarstukken onder sociaal domeinkwesties, niet onder veiligheid. We zien in de PPN dat de capaciteit vanuit Sterk Papendrecht verschuift naar team Veiligheid. Voor hier zouden we graag meer inzicht krijgen in de volgende vraag: Waar is de kans op onveiligheid in Papendrecht het grootst: in de openbare ruimte of achter de voordeur? Is hier een vergelijking te maken? Antwoord vraag 3: Een directe vergelijking is hier niet te maken. Onveiligheid in de openbare ruimte en achter de voordeur is op verschillende manieren zichtbaar en meetbaar. Incidenten in de openbare ruimte worden vaak geregistreerd via politie of handhaving en zijn relatief goed te monitoren. Onveiligheid achter de voordeur is veel minder zichtbaar en komt vaak pas aan het licht wanneer de situatie al ernstig is. Juist deze verborgen onveiligheid is vaak langdurig, complex en verweven met andere problematiek en vraagt om een integrale en langdurige aanpak. De verschuiving van capaciteit van Sterk Papendrecht naar team Veiligheid weerspiegelt deze realiteit: De grootste risico’s op structurele onveiligheid bevinden zich vaak achter de voordeur. Jaarverslag Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Stedelijke Vernieuwing – Hoofdtaakveld 8 Indicatoren Pag.
119 Hier niet vermeld, maar wel op de pagina van COELO: het verschil tussen woonlasten voor meerpersoons woningeigenaren en meerpersoons huurders is in Papendrecht van alle Drechtsteden het grootst in het nadeel van woningeigenaren. Daarnaast staat Papendrecht voor woningeigenaren met woonlasten op de hoogste plek (244) van alle Drechtsteden.
2
Vraag 4a Wat is de verklaring hiervoor? Wij bedoelen niet in algemene zin, welke knoppen kun je aan draaien, maar concreet. Graag één of twee gemeenten als voorbeeld? Antwoord vraag 4a: Het verschil tussen de hogere woonlasten van meerpersoons woningeigenaren en meerspersoons huurders is te verklaren doordat woningeigenaren OZB, rioolheffing en afvalstoffenheffing betalen en huurders in de gemeente Papendrecht enkel afvalstoffenheffing. Er zijn mogelijkheden om bijvoorbeeld rioolheffing voor zowel de (woning)eigenaar als gebruiker te heffen. Dit gebeurt o.a. in de gemeenten Dordrecht, Hendrik-Ido-Ambacht, Sliedrecht en Zwijndrecht waardoor het verschil in woonlasten kleiner is. Met betrekking tot de landelijke ranking van Papendrecht (plek 244) hanteert het COELO voor de berekening van de afvalstoffenheffing 2024 niet het gemiddelde tarief maar het maximale tarief afvalstoffenheffing (drie en meer persoons huishouden) als uitgangspunt. Vraag 4b Anders gevraagd: als wij in Papendrecht de lasten voor woningeigenaren willen beperken welke opties zijn er dan (naast de bekende OZB-belasting verlagen/niet verhogen)? Antwoord vraag 4b: Een mogelijkheid die er is, is om de rioolheffing op te splitsen naar eigenaren- en gebruikersdeel. Op 22 mei 2025 is het voorstel aangenomen met betrekking tot stelselwijziging rioolheffing.
In dit voorstel was dit een optie maar is er niet voor gekozen. Vraag 4c Is bekend vanuit Woonkracht10 of lage woonlasten voor huurders een factor zijn om hun woonplaats te kiezen binnen de Drechtsteden? Antwoord vraag 4c: Er is geen specifiek onderzoek van Woonkracht10 bekend waaruit blijkt dat lage woonlasten een doorslaggevende factor zijn bij de keuze van een woonplaats binnen de Drechtsteden. Mogelijk spelen woonlasten wel een rol in de afweging van woningzoekenden. Papendrecht scoort gemiddeld op het gebied van lokale lasten ten opzichte van andere gemeenten in de regio. Hoewel lage woonlasten mogelijk een rol kunnen spelen in de woonplaatskeuze, is het waarschijnlijker dat andere factoren zwaarder wegen voor woningzoekende binnen de Drechtsteden. Vraag 4d In algemene zin: is de vraag naar sociale huurwoningen in Papendrecht gelijk, of hoger of lager, in vergelijking met de andere Drechtsteden? Dus hoe populair is Papendrecht? Antwoord vraag 4d: De vraag naar sociale huurwoningen in Papendrecht is gemiddeld vergeleken met andere Drechtsteden, met enkele opvallende verschillen per type woningtoewijzing. In 2024 kwamen er op een sociale huurwoning, via het aanbodmodel in Papendrecht, gemiddeld 500 reacties. Dit ligt iets onder het Drechtstedengemiddelde van 558 reacties per woning.
Echter, bij woningen die via loting worden aangeboden, is Papendrecht juist populairder: met gemiddeld 1.764 reacties per woning ligt dit ruim boven het regionale gemiddelde van 922 reacties. Ter vergelijking: in Hendrik-Ido-Ambacht werd het minst gereageerd op een lotingswoning met een gemiddelde van 314 reacties, terwijl Zwijndrecht 1.238 reacties per lotingswoning kreeg. Op basis van deze cijfers blijkt dat Papendrecht tot de meer populaire gemeenten behoort als het gaat om lotingwoningen, terwijl de belangstelling voor reguliere aanbodwoningen zich rond het gemiddelde van de Drechtsteden bevindt. Jaarverslag Bijlage BBV-indicatoren Indicator – Voortijdig schoolverlaters zonder startkwalificatie Pag. 122
3
In Papendrecht is het percentage voortijdig schoolverlaters zonder startkwalificatie 3,0% tegen 2,4% landelijk. Dit laatste terwijl de cijfers voor verzuim juist lager zijn. Vraag 5a Is bekend waardoor dit cijfer zo hoog is, zijn de oorzaken en/of zijn de invloedsfactoren bekend waardoor dit in Papendrecht zo hoog ligt? Antwoord vraag 5a: Er is geen eenduidige oorzaak, maar een aantal factoren kan dit verklaren. Verklaringen kunnen onder meer zijn: thuissituatie, armoede, mentale problemen, verkeerde studiekeuze of vroege uitval in het voortgezet onderwijs. Daarnaast zijn in Papendrecht en de regio relatief veel praktische banen beschikbaar waarvoor geen startkwalificatie vereist is. Jongeren kiezen soms voor directe instroom in deze banen, een fenomeen dat ook wel ‘groenpluk’ wordt genoemd. Verder komt het voor dat jongeren in een leer-werktraject hun diploma niet afronden, maar wel blijven werken bij hun stagebedrijf. Hoewel dit formeel als voortijdig schoolverlaten geldt, is het minder zorgwekkend als zij zich daar verder kunnen ontwikkelen. Vraag 5b Kan in Papendrecht iets extra’s worden gedaan (zijn er nog niet benutte maatregelen) ter voorkoming van vsv? Antwoord vraag 5b: In Papendrecht zullen aanvullende maatregelen worden genomen om voortijdig schoolverlaten (vsv) verder terug te dringen.
Er zal worden ingezet op nauwere samenwerking met het jongerenwerk via het doorstroompunt, waarmee de afstemming met scholen, samenwerkingsverband en het sociaal wijkteam wordt versterkt. Leerplicht & VSV werkt toe naar een sluitende aanpak met korte lijnen en warme overdrachten bij dreigende uitval. Wel is sprake van ombuigingen bij bureau LVS, waardoor deze maatregelen onder druk komen te staan. Door de zichtbaarheid binnen de keten te vergroten en actief samen te werken met partners zoals Suppord, Sterk Papendrecht en scholen wordt ingezet op snellere en laagdrempeliger bereik en ondersteuning van jongeren. Vraag 5c Kan voor eventuele extra maatregelen om voortijdig schoolverlaten zonder startkwalificatie te voorkomen geld voor onderwijsachterstanden worden ingezet of zijn er andere in Papendrecht nog niet benutte middelen? Antwoord vraag 5c: Het is niet toegestaan om budget vanuit de SPUK GOAB in te zetten voor extra maatregelen om voortijdig schoolverlaten zonder startkwalificatie te voorkomen. Dit valt dit niet in de doelgroep van het Onderwijsachterstandenbeleid. Er zijn geen andere, niet benutten middelen die inzetbaar zijn. Jaarverslag Bijlage BBV-indicatoren Indicator – Sociaal Domein Pag.
122-124 Papendrecht scoort beter dan gemiddeld in Nederland, op diverse indicatoren die invloed kunnen hebben op het welzijn van mensen, zoals de criminaliteitscijfers, de netto-arbeidsparticipatie, jongeren in de reclassering, personen met een bijstandsuitkering, minder kinderen in uitkeringsgezinnen. Toch zien we dat Papendrecht met betrekking tot zorgtrajecten/hulp en ook voortijdig schoolverlaters op een paar punten juist hoog blijft scoren: het aantal jongeren met jeugdbescherming is flink hoger, het aantal cliënten met een maatwerkvoorziening WMO is flink hoger dan landelijk gemiddeld (twee zeer verschillende doelgroepen, maar wel beide vallend onder het sociaal domein). Vraag 6a We hebben hier vaker om gevraagd: is er inmiddels informatie beschikbaar die dit kan verklaren?
4
Antwoord vraag 6a: Met betrekking tot de Wmo: wat in ieder geval meespeelt is dat de Wmo veel wordt gebruikt door oudere mensen in onze samenleving. Voor Papendrecht geldt dat de grijze druk met 40,8% een stuk hoger ligt dan in de rest van de Drechtsteden (35,2%) en het landelijk gemiddelde (33,7%). Papendrecht is dus meer dan gemiddeld vergrijsd, wat het verschil kan verklaren. Een andere verklaring kan zijn dat Papendrechters goed bekend zijn met organisaties als Sterk Papendrecht en de Sociale Dienst Drechtsteden. Uit de laatste Gemeentelijke Monitor Sociaal Domein 2023 blijkt dat resp. 76% en 62% deze organisaties kent. Ook dit kan bijdragen aan het hogere gebruik. Met betrekking tot jeugdbeschermingsmaatregelen ligt Papendrecht op het landelijk gemiddelde, met circa 8 jeugdigen per 1.000 jongeren; Afgezet tegen de regio scoren we iets lager (regionaal circa 9 jeugdigen per 1.000 jongeren). Verder zien we dat het aantal jeugdigen dat in onze gemeente een beroep doet op jeugdhulp iets onder het landelijk gemiddelde ligt.
Vraag 6b Is uit te sluiten dat de oorzaak van het relatief grote aantal mensen met jeugdbescherming en maatwerkvoorzieningen via de WMO is, dat in Papendrecht de toekenning van zorgtrajecten ruimhartiger is dan in andere gemeenten (al dan niet bij toelating, verlenging)? Antwoord vraag 6b: Bij de uitvoering van de Jeugdwet en de Wmo werken we op basis van de vastgestelde verordeningen. Op basis daarvan heeft een inwoner wel of geen recht op een voorziening. Er is geen aanleiding te veronderstellen dat ruimhartiger wordt verwezen naar beschikte hulp. Jaarverslag Bijlage BBV-indicatoren Indicator – Toename apparaatslasten en externe inhuur Pag. 124 Vraag 7a Hoe verklaart het college de stijging van de apparaatslasten tot € 766 per inwoner en het aandeel externe inhuur van 25% en op welke wijze wordt gestuurd op beheersbaarheid en kostenbeheersing op de lange termijn? Antwoord vraag 7a: De afgelopen jaren zijn er steeds meer taken richting gemeente gekomen. Deels gefinancierd via tijdelijke (SPUK) regelingen. Daar aan gepaard gaand heeft ook een groei van formatie plaatsgevonden. Ook de externe inhuur is de afgelopen jaren gegroeid als gevolg van extra (tijdelijke) taken en specifieke vraagstukken.
De sturing is nu gericht op de beheersing van de externe inhuur in de richting van het landelijk gemiddelde voor gemeenten in dezelfde grootteklasse en op omzetten van externe inhuur naar vaste formatie. Vraag 7b Is er een concrete doelstelling om inhuur te verminderen? Antwoord vraag 7b: Ja, de doelstelling is om inhuur in de richting van het landelijk gemiddelde voor gemeenten in dezelfde grootteklasse te laten bewegen. Jaarverslag Bijlage BBV-indicatoren Tabel indicatoren Bestuur en ondersteuning Pag. 124 Vraag 8 Onze fractie ziet anders dan een verschuiving, geen duidelijke posten in de rechtmatigheidsverantwoording die de forse overschrijding van deze streefwaarden verklaren ten opzicht van de doelen gesteld in de begroting. Dat zouden wij wel verwachten en naar wij aannemen was het met de begroting wel mogelijk de streefwaarden te halen. Kunt u ons begrip omtrent deze ogenschijnlijke tegenstelling verhelderen?
5
Antwoord vraag 8: De rechtmatigheidsverantwoording toetst enkel de financiële verantwoording van de gemeente op basis van 3 criteria: begrotingscriterium, voorwaardencriterium en misbruik- en oneigenlijk gebruik. Beleidseffecten, -indicatoren en streefwaarden vormen geen onderdeel van de rechtmatigheidsverantwoording. Paragrafen Weerstandsvermogen en risicobeheersing Signaleringswaarden financiële kengetallen Pag. 130 Vraag 9 Hoe beoordeelt het college de negatieve structurele exploitatieruimte (-0,4%) in relatie tot het toezichtkader van de provincie en welke concrete maatregelen worden getroffen om structureel evenwicht te bereiken vóór het verwachte ravijnjaar 2026? Antwoord vraag 9: De Provincie beoordeelt de begrote structurele exploitatieruimte en niet het structurele gerealiseerde exploitatieresultaat. Op realisatiebasis is deze voor de jaarrekening 2024 negatief. Echter voor de meerjarenbegroting 2025-2029, op basis van de Perspectiefnota 2025-2030, laat onze meerjarenbegroting een positief structurele exploitatieruimte zien. Paragrafen Weerstandsvermogen en risicobeheersing Signaleringswaarden financiële kengetallen Pag. 130 Vraag 10 Hoe kan het dat onze belastingcapaciteit daalt, terwijl wij elk jaar de OZB laten stijgen met inflatie + 1,5%? Betekent dit dat andere gemeenten gemiddeld de OZB nog veel harder laten stijgen? Antwoord vraag 10: Ja, dat klopt.
De belastingcapaciteit is gebaseerd op het landelijk gemiddelde OZB-tarief en de tekorten op de afvalstoffen- en rioolheffing. Landelijk is de OZB gemiddeld veel harder gestegen dan bij de gemeente Papendrecht. Paragrafen Lokale heffingen Vergelijking andere gemeenten Pag. 148 Het valt op dat Papendrecht in deze lijst inmiddels de laagste gemiddelde WOZ-waarde kent. In de jaarrekening 2021 (3 jaar eerder) stond Papendrecht nog op plek 3 van de 7. Hiermee wil de D66-fractie overigens niet pleiten voor een belastingverhoging. Vraag 11a Wordt de WOZ door dezelfde partij bepaald in alle zeven gemeenten? Antwoord vraag 11a: Nee, de WOZ van Alblasserdam en Hardinxveld-Giessendam wordt door Samenwerkingsverband Vastgoedinformatie Heffing en Waardebepaling (SVHW) bepaald en geïnd. Vraag 11b Heeft het college een logische verklaring voor deze daling?
6
Antwoord vraag 11b: De Gemeentebelastingen Basisinformatie Drechtsteden (GBD) maakt voor de bepaling van de WOZwaarde gebruik van de beschikking voor WOZ-waarden van de CBS (vanaf 2024 via de Landelijke Voorziening WOZ). Paragrafen Bedrijfsvoering Ontwikkeling organisatie en ontwikkeling HRM - Personeel Pag. 176-177 Er zijn fte’s bijgekomen (in 2024) staat er. Dat is dus nog los van de extra fte’s die bij de begroting 2025 zijn vastgesteld, de beleidsregisseurs. We zien in het overzicht PIOFACH dat de kosten personeel zijn toegenomen met zo’n 12 % in één jaar. Vraag 12a Hoeveel hiervan en voor welke taken betreft het hier structurele kosten? Antwoord vraag 12a: In die 12% zit een veelheid aan verklaringen. Te denken valt aan: CAO stijging, apparaatskosten stijging, externe inhuur. T.a.v. toename van het aantal functies/taken in 2024 (op basis van de PPN 2023) gaat het om de volgende zaken: - Griffie - Privacy en Woo - Financieel advies en interne controle - Energietransitie - Beleidsadvies Milieu - Projectleider GROV - Beleidsadvies RO/Wonen - Onderwijshuisvesting - Coördinatie Omgevingstafel - Versterken Wonen - Onderwijsachterstandenbeleid (OAB) - Data-advies Sociaal Domein - Beheer van begraafplaatsen en groenonderhoud.
- Regie en ondersteuning Ondermijning - Omgevingswet - Toezicht Bouw - Adviseur OOV - BOA - Flexpool Vraag 12b In welke gevallen geldt het budgetrecht van de raad vooraf? Het is voor onze fractie niet duidelijk wat wij zelf anders moeten doen om hier goed grip op te krijgen. Wat zouden we anders kunnen doen? Antwoord vraag 12b: De formatie uitbreidingen zijn besloten bij de Perspectiefnota 2023 (betreffende het begrotingsjaar 2024) en Perspectiefnota 2024. In de Begroting 2024 is dit allemaal verwerkt. Dit is budgetrecht van de raad.
7
Paragrafen Bedrijfsvoering Integriteit Pag. 181 Er staat: “Met de transitie in de Drechtsteden dient dit regionaal beleid te worden aangepast en zal iedere organisatie zelf beleid gaan vaststellen. ”Welke transitie betreft het en het lijkt op een beweging naar ‘steeds meer weg van de regio en steeds meer lokaal’. Vraag 13a Klopt dat en wat betekent dit in fte/middelen? Gaat dit leiden tot een vraag om extra beleidsambtenaren? Antwoord vraag 13a: De transitie heeft te maken met de doorontwikkeling van de Servicegemeente Dordrecht als professionele bedrijfsvoering organisatie voor de Drechtstedengemeenten en een aantal gemeenschappelijke regelingen. In dit kader is het regionale integriteitsbeleid geactualiseerd en kent ruimte voor lokale inkleuring. Deze ontwikkeling past binnen de huidige formatie en middelen. Het betreft hier dus meer een organisatorische vraag zonder formatieve gevolgen. Vraag 13b Er staat daarnaast: Gemeente Papendrecht voert integriteitsbeleid met aandacht voor zowel de ambtelijke organisatie als politieke organen. We lezen niets over meldingen, resultaten. Dit is een jaarverslag, dus verwachten wij resultaten te lezen.
Waren er in 2024 integriteitskwesties die zijn gemeld en onderzocht en zo ja, hoe zijn deze afgehandeld? Wij snappen dat niet heel specifiek kan worden gemeld, maar wel bijvoorbeeld: binnen of buiten de organisatie, aard van de klacht, tegen wie gericht: individuele bestuurder, ambtenaar, gemeente als organisatie en heeft het geleid tot aangifte, is er een gerechtelijke uitspraak, lopen er nog zaken enz. Uiteraard allemaal met in achtneming van privacy van betrokkenen. Antwoord vraag 13b: Naar onze mening hebben wij verantwoord op de wijze waarop u dat aangeeft. Zie hiertoe bladzijde 182 van de jaarstukken 2024. Wij hebben gemeld dat in 2024 geen formele meldingen integriteit hebben plaatsgevonden. Wel zijn negen gesprekken gevoerd omtrent ongewenste omgangsvormen en integriteit. Paragrafen Bedrijfsvoering Rechtmatigheidsverantwoording Pag. 186 Er is een andere manier van doorbelasten van salarislasten naar taakvelden. Dit bedraagt 1,2 miljoen euro, dat per saldo geen negatief effect heeft op het resultaat. Vraag 14a Toch staat er dat het hier een niet acceptabele onrechtmatigheid betreft. Wat is, in de financiële verordening, hiervoor de reden geweest om dergelijk zaken als onrechtmatig te kwalificeren? Antwoord vraag 14a: Alle lastenoverschrijdingen van programma’s zijn in principe onrechtmatige afwijkingen.
In de financiële verordening wordt onder artikel 12, lid 4 bepalingen opgenomen wanneer een onrechtmatige afwijking als acceptabel onrechtmatigheid wordt aangemerkt. Op basis van deze bepaling is vastgesteld dat deze afwijking, ondanks dat de overschrijding gecompenseerd wordt met lagere doorbelasting van salarislasten op andere programma’s, alsnog als niet-acceptabele onrechtmatigheid aangemerkt. Bij de evaluatie van de rechtmatigheidsverantwoording met de auditcommissie zal een voorstel worden gedaan hoe in het vervolg hier anders mee om kan worden gegaan.
8
Vraag 14b Wat is het voordeel van het doorbelasten van salarislasten naar taakveld? Waarom is dit gedaan? Antwoord vraag 14b: Het is een verplichting dat voortkomt uit de notitie overhead van de BBV. Hier staat opgenomen: “Alle functies, bijbehorende systemen en aanverwante lasten en baten die rechtstreeks aan een specifieke taak binnen een taakveld zijn toe te wijzen, maken onderdeel uit van de overige taakvelden“ Jaarrekening 1. Inleiding Financiële overzicht per programma Pag. 192-193 We zien een grote overschrijding bij Bestuur en ondersteuning. Vraag 15a Graag de grootste posten concreet genoemd die hiervoor verantwoordelijk zijn, graag de achterliggende reden. (bijvoorbeeld zien we bij de toelichting dat 7 ton extra in de pensioenvoorziening voor wethouders is gestort. Is dat nieuwe wetgeving, is er voorheen een fout gemaakt, of iets anders. Dat bedoelen we met: de achterliggende reden) Antwoord vraag 15a: Dit heeft te maken met de opgave van het pensioenfonds wat pas aan het einde van het jaar door de gemeente wordt ontvangen. Fluctuaties hierin worden veroorzaakt door gewijzigde rekenrente, wijziging in pensioengerechtigde leeftijdsverwachting etc. Jaarlijks dient op basis van deze opgave de voorziening wethouders aangevuld te worden of verlaagd te worden. Over 2024 dient er een extra storting plaats te vinden.
Vraag 15b Kan de gemeenteraad een besluit nemen, afspraken wijzigen, waardoor er niet langer dergelijke grote overschrijdingen kunnen zijn op deze post zonder vooraf naar de raad te komen (budgetrecht)? Antwoord vraag 15b: Nee, dat is helaas niet mogelijk. In onze P&C – cyclus hebben we afspraken gemaakt op welke momenten we met voorstellen komen om de begroting bij te stellen. De jaarrekening is bedoeld als verantwoordingsdocument en dan zal er dus ook verantwoording worden afgelegd over de afwijkingen die na de concernrapportage zijn ontstaan. Uiteraard blijft er vanuit het college de informatieplicht richting de raad. Dat passen we ook toe indien er een voorval heeft plaatsgevonden wat een groot financieel effect heeft. Daarnaast zijn er talrijke open-eindregelingen (waaronder sociaal domein, maar ook pensioen berekeningen) die pas achteraf een definitief eindresultaat opleveren. Jaarrekening 6. Overzicht incidentele baten en lasten Pag. 229-302 Vraag 16 Welke structurele uitgaven zijn in 2024 incidenteel gedekt uit de algemene reserve en op welke wijze wordt geborgd dat deze lasten in de toekomst structureel opgevangen kunnen worden binnen de reguliere begroting? Antwoord vraag 16: In 2024 zijn geen structurele uitgaven incidenteel gedekt uit de algemene reserve.
Jaarrekening 4.4 Toelichting balansposten per 31-12-2024 Gebeurtenissen na balansdatum & Toekomstig verplichtingen Pag. 213
9
Vraag 17 In hoeverre zijn langlopende verplichtingen (zoals met de RCH B.V., HVC, Fokker en SGD) al zichtbaar in de meerjarenraming en hoe wordt geborgd dat deze structurele verplichtingen niet leiden tot verdringing van toekomstige beleidskeuzes? Antwoord vraag 17: De langlopende verplichtingen zijn opgenomen in de meerjarenbegroting. Risico’s kunnen spelen bij vervroegd ontbinden van verplichtingen. Deze worden afgedekt in het risicovermogen, zie paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing. Jaarrekening 5. Toelichting op het overzicht van baten en lasten Jaarrekening 2024 Programma 0 – Bestuur en Ondersteuning Overhead Pag. 215 Vraag 18 De overhead valt € 1,1 miljoen hoger uit dan begroot. Hoe verklaart het college dit verschil en welke maatregelen zijn genomen om de doorbelasting en interne sturing te verbeteren? Antwoord vraag 18: De afwijking op overhead is ontstaan door lagere doorbelasting van salarislasten naar taakvelden. Het verschil ontstaat doordat op basis van werkelijke salarislasten er minder lasten doorbelast kan worden aan taakvelden. Hierdoor ontstaat er bij programma 0 een nadeel en op de overige taakvelden een voordeel door lagere doorbelasting van overheadkosten. Bij de concernrapportage kan een bijstelling plaatsvinden op basis van een prognose, echter blijft de risico op afwijking bestaan. Jaarrekening 5.
Toelichting op het overzicht van baten en lasten Jaarrekening 2024 Programma 4 – Onderwijs Onderwijshuisvesting Pag. 220 Vraag 19 We lezen dat de werkzaamheden voor planontwikkeling VO-scholen, het inzetten van interne projectleiding en advies leiden tot hogere uitgaven van 90.000 euro, dat via inhuurbudgetten onder Overhead is gebracht. Nu de besluiten nieuwbouw VO-scholen zijn genomen, is onze vraag of vanaf dat moment alle kosten onder de daarbij beschikbaar gestelde budgetten vallen. Is dat niet het geval, dan graag een toelichting op wat niet. Anders gevraagd: kan de nieuwbouw van VO-scholen in de toekomst leiden tot extra uitgaven in de organisatie, en hoe dan? Antwoord vraag 19: In het krediet van de nieuwbouw van de VO-scholen is rekening gehouden met de kosten van projectleiding. II.
Door de fractie van PAB zijn onderstaande schriftelijke technische vragen gesteld over de Jaarstukken 2024. Deze beantwoording betreft alleen technische vragen.
PAB Inleiding HRM: extra focus op inhuur Pag. 18 Vraag 1 Is de genoemde ‘vervuiling in het bepalen van de gegevens’ de enige reden dat onze inhuur zoveel hoger was dan in vergelijkbare gemeenten? Zo nee, wat dan wel?
10
Antwoord vraag 1: Dit is inderdaad hoofdzakelijk de reden. Daarnaast zijn er wijzigingen doorgevoerd in de wijze waarop het cijfer voor externe inhuur wordt berekend aan de hand van de maatstaven van de Personeelsmonitor van het A&O fonds. Deze informatie is eerder met u gedeeld in de raadsinformatiebrief “Rapportage externe inhuur 2024”, (oordeelsvormende raad 15 mei 2025, kenmerk D06.20250417). Jaarverslag Bestuur en Organisatie – Programma 0 0.1 Bestuur – Regionale samenwerking Pag. 23 Vraag 2 Bij de regionale samenwerking wordt wel Molenlanden genoemd, maar bij de uitwerking wordt alleen ‘rondje Drechtsteden’ genoemd en niet de Alblasserwaard. Is er wel overlegd met Molenlanden en Gorinchem overlegd over bijvoorbeeld de dijkversterking? Papendrecht valt evenals die gemeenten onder Waterschap Rivierenland. Dordrecht valt onder Waterschap Delta. Antwoord vraag 2: Onder het kopje regionale samenwerking staat de volgende zin “Wij beperken ons bij de samenwerking niet alleen tot (Smart Delta) Drechtsteden, maar overleggen ook met de gemeente Molenlanden, of breder gemeenten in de Alblasserwaard- Vijfheerenlanden". In de betreffende zin wordt in eerste instantie de Drechtsteden genoemd, in tweede instantie de gemeente Molenlanden met vervolgens de verbreding de gemeenten in de AlblasserwaardVijfheerenlanden.
In het samenwerkingsverband A5H wordt door het Waterschap en de samenwerkende gemeenten binnen de dijkring A5H op vele onderwerpen de afstemming en samenwerking gezocht. De dijkversterking is een van deze onderwerpen. Jaarverslag Bestuur en Organisatie – Programma 0 0.1 Bestuur – Regionale samenwerking – Maatregel 1a. Pag. 24-25 Vraag 3 Wat wordt bedoeld met: ‘Daarnaast moeten de partijen met elkaar het spel van centrumconstructie steeds beter spelen’? Antwoord vraag 3: De Gemeenschappelijke Regeling Drechtsteden is in de afgelopen jaren omgevormd van een samenwerkingsconstruct met een openbaar lichaam tot een centrumconstructie. Dordrecht voert daarin diensten uit namens de partnergemeenten en de gemeenschappelijke regelingen. Er is geen collectief eigenaarschap tussen partnergemeenten op de SGD. De gemeente Dordrecht geeft formeel sturing aan de inrichting en het beheer van de samenwerking op bedrijfsvoering (SGD), als ook de financiële continuïteit ervan. Iedere gemeente blijft voor zich bevoegd en formeel juridisch verantwoordelijk en aansprakelijk op de bedrijfsvoeringstaken. De deelnemende gemeenten aan de regeling hebben de gemeente Dordrecht (SGD) (deels) gemandateerd voor het uitvoeren van de taken en diensten op het gebied van bedrijfsvoering. Bij dit construct horen meer zakelijke spelregels, maar met behoud van partnerschap.
Jaarverslag Bestuur en Organisatie – Programma 0 0.4 Overhead – Informatie en communicatietechnologie (ICT) – Maatregel 1a en 3d. Pag. 32-33
11
Vraag 4a Er is een module in gebruik genomen om online vergunningen aan te vragen. Weten inwoners dat ook? Antwoord vraag 4a: Voor inwoners is de wijze van aanvragen van een vergunning niet gewijzigd. Vraag 4b Bij de wijzigingen in de lokale informatievoorziening worden ‘specifieke groepen’ betrokken. Op welke wijze zijn inwoners, die niet digitaal vaardig zijn, betrokken? Antwoord vraag 4b: Bij wijzigingen van de lokale informatievoorziening worden geen inwoners betrokken omdat deze wijzigingen bijna altijd betrekking hebben op de bedrijfsvoering. Dit geldt in elk geval voor de zes wijzigingen waar in de verantwoording van maatregel 3c over wordt gesproken. De digitaliseringsagenda (maatregel 3d) is meer extern gericht en hierbij is het nadrukkelijk wel de bedoeling om het gesprek aan te gaan met inwoners. Het is de bedoeling om deze gesprekken in 2025 op te starten. Jaarverslag Bestuur en Organisatie – Programma 0 0.4 Overhead – Personeel & Organisatie – Maatregel 2g. Pag. 39 Vraag 5 Op welke wijze is voorkomen, dat bepaalde afdelingen op sommige dagen in het geheel niet zijn bemand, wat ten koste gaat van de dienstverlening aan onze inwoners? Antwoord vraag 5: Bij onze teams waar de dienstverlening het meest direct wordt gegeven is geen sprake van niet bemensen van deze teams.
Bij het telefoon- en balie werk bij het team Dienstverlening is ook op woensdag en vrijdag sprake van bemensing. De baliewerkzaamheden vinden ook op afspraak plaats. Daarnaast is het team Wijkonderhoud ook op vrijdag werkzaam in de buitendienst. Voor de overige teams is wellicht sprake van minder aanwezigheid, maar dat wil niet zeggen dat medewerkers niet bereikbaar zijn. Jaarverslag Veiligheid – Programma 1 Pag. 47-51 Vraag 6 Door inwoners wordt overlast met name in de avonduren ervaren. Hoe waren de uren in Papendrecht verdeeld over dag- en avonddelen? Antwoord vraag 6: Werktijden Boa's Werkdagen: maandag t/m zaterdag Zondagen: indien nodig wordt er ook op zondag gewerkt Diensttijden: Dagdienst: 08.00 – 17.30 Avonddienst:13.30 – 23.00 De reguliere avonddiensten worden gedraaid op donderdag, vrijdag en zaterdag.
12
Jaarverslag Verkeer, Vervoer en Waterstaat – Programma 2 2.1 Verkeer en Vervoer – Maatregel 4a. Pag. 55-56 Vraag 7 Door het ministerie is het Meerjarenprogramma Infrastructuur Ruimte en Transport (MIRT) op pauze gezet. De regio maakt aanspraak op middelen ter mitigatie. Wat is mitigatie? Antwoord vraag 7: Mitigatie is het verkleinen/verzachten van impact. Jaarverslag Verkeer, Vervoer en Waterstaat – Programma 2 2.1 Verkeer en Vervoer – Maatregel 5b. Pag. 55-56 Vraag 8 Wat is de reden om een nieuwe werkvorm in te voeren ter vervanging van het ‘open markmodel’ en wat is een open mark model? Antwoord vraag 8: Een open marktmodel betekent dat diverse partijen, die voldoen aan verschillende voorwaarden, middels een overeenkomst laadpalen plaatsen binnen de gemeente. Op dit moment hebben we een divers aantal partijen die actief zijn. We hebben onvoldoende grip op het aantal partijen en dit kan de leveringszekerheid toekomstig onder druk zetten. Daarom gaan we over op een nieuw model, namelijk het concessiemodel. Jaarverslag Verkeer, Vervoer en Waterstaat – Programma 2 2.3 Recreatieve havens – Maatregel 1a. Pag. 57 Vraag 9 In 2024 is de periodieke peiling van de bodemdiepte in de Jachthaven uitgevoerd.
Heeft die peiling ook nog geleid tot verder uitbaggeren? Antwoord vraag 9: De peilingen uit 2024 hebben niet geleid tot meer uitbaggeren, dan wat in de bestaande programmering is opgenomen. Jaarverslag Verkeer, Vervoer en Waterstaat – Programma 2 2.4 Economische havens – Maatregel 1a. Pag. 57 Vraag 10 De Johannahaven is een particuliere haven. Is er overleg geweest met de eigenaren over de staat van onderhoud van die haven? Antwoord vraag 10: Met de eigenaren heeft geen overleg plaatsgevonden over de staat van de particuliere haven.
13
Jaarverslag Economie – Programma 3 3.1 Economische ontwikkeling – Maatregel 1a. Pag. 60 Vraag 11 Keyaccount bedrijven. Wat zijn dat en welke bedrijven vallen daaronder? Antwoord vraag 11: Dat zijn de meest belangrijke bedrijven in Papendrecht waarmee een langdurige en waardevolle relatie wordt onderhouden. Dit vanwege hun (inter)nationale en/of maatschappelijk lokale betekenis of bijvoorbeeld vanwege hun grootte en aantallen werknemers. Onze Keyaccounts zijn onder andere Boskalis, Fokker, Gebroeders De Koning en nog meer. Jaarverslag Economie – Programma 3 3.1 Economische ontwikkeling – Maatregel 2a. Pag. 61-62 Vraag 12 De gebieden rondom de Ketelhaven zijn geen eigendom van de gemeente. Vanwaar de actie van ROM-D en wat was het resultaat? Antwoord vraag 12: Vanuit strategisch oogpunt bestaat de ambitie om in de regio watergebonden bedrijven langs kades te huisvesten. In gesprekken met bedrijven (die langs of vlakbij kades liggen) zijn hun toekomstplannen verkend. Jaarverslag Economie – Programma 3 3.2 Fysieke bedrijfsinfrastructuur – Maatregel 1a. Pag. 63 Vraag 13 Wat was de uitkomst van het door het college vastgelegde programma? Antwoord vraag 13: De bestuursopdracht om te werken aan een programma Detailhandel en Horeca is in uitvoering. Het programma heeft nog geen status en daar wordt ambtelijk nog aan gewerkt.
Jaarverslag Onderwijs – Programma 4 4.3 Onderwijsbeleid en leerlingzaken – Maatregel 1c. Pag. 68 Vraag 14 Gemiddeld 8 ouders sloten aan bij een ouderproject om lees- en schrijfvaardigheid te bevorderen. Zijn er stappen ondernomen om dit aantal te verhogen? Antwoord vraag 14: Er worden stappen ondernomen om dit aantal te verhogen, maar in de praktijk blijkt dat het erg lastig is om meer ouders bij het project te blijven betrekken. Sommigen volgen nog een paar dagen per week een inburgeringscursus, anderen werken of runnen het huishouden. Er wordt wel op ingezet om ouders betrokken en gemotiveerd te houden. Onder andere door middel van gesprekken met de brugfunctionaris waarin wordt aangeboden om de ouders te ondersteunen tijdens hun deelname aan
14
het project. Daarnaast is er een appgroep in het leven geroepen waar regelmatig berichten in worden verstuurd om ouders te motiveren om naar de lessen te komen. Jaarverslag Sport, Cultuur en Recreatie – Programma 5 5.4 Musea Pag. 74 Vraag 15 Waarom wordt nog steeds gesproken over musea, terwijl het enige museum, dat subsidie ontvangt het voormalige Rietgors museum is. Antwoord vraag 15: Dit betreft de verplichte benaming van het taakveld vanuit de BBV, dit is één op één overgenomen. Jaarverslag Sport, Cultuur en Recreatie – Programma 5 5.5 Cultureel erfgoed – Maatregel 1b. Pag. 74 Vraag 16 Wordt het niet gebruikte deel van de Subsidieregeling Beeldbepalende Panden doorgeschoven naar een volgend jaar of vervalt dit? Antwoord vraag 16: Het niet gebruikte deel van de Subsidieregeling Beeldbepalende Panden vervalt. Indien er bijvoorbeeld nog bedragen uit een vorig jaar moeten worden uitbetaald en hierdoor het vastgestelde budget wordt overschreden dan komen deze kosten ten laste van het begrotingssaldo. Dit kan bij concernrapportages incidenteel worden bijgesteld als dat nodig is. Jaarverslag Sport, Cultuur en Recreatie – Programma 5 5.5 Cultureel erfgoed – Maatregel 1c. Pag. 74 Vraag 17 Is er rekening mee gehouden dat een groot deel van onze dijk geen primaire waterkering meer is? Antwoord vraag 17: In de op 17 april jl.
door de raad vastgestelde omgevingsvisie is met betrekking tot het dijklint de volgende prioriteit opgenomen: “De verbinding tussen het dijklint en de rivier wordt versterkt, door de zichtbaarheid, bereikbaarheid en beleefbaarheid van de rivier te vergroten en de verblijfs- en recreatiemogelijkheden te vergroten;” Hiermee is voor het deel van het dijklint wat geen onderdeel is van de primaire waterkering de ruimtelijke kwaliteit en relatie tot de rivier beleidsmatig meegenomen. Jaarverslag Sport, Cultuur en Recreatie – Programma 5 5.7 Openbaar groen en (openlucht) recreatie – Maatregel 1a. Pag. 74 Vraag 18 Over de manier van onderhoud zijn de meningen verdeeld. Is overwogen om met de extra bijdrage voor onderhoud ook andere delen van Papendrecht op A-niveau te krijgen?
15
Antwoord vraag 18: De aanvullende bijdrage voor onderhoud is ingezet om de gevraagde gemiddelde beeldkwaliteit B te realiseren. Er is niet overwogen om ook andere delen van Papendrecht op A- niveau te krijgen. Dit zou ten koste gaan van de gevraagde gemiddelde beeldkwaliteit B over de gehele gemeente. Jaarverslag Sociaal Domein – Programma 6 6.1 Samenkracht en burgerparticipatie – Deel 1 (Wijkgericht werken) – Maatregel 1c. Pag. 80-81 Vraag 19 Er is een groot verschil in aantallen bezoekers van alle initiatieven ten opzichte van het Wereldfeest. Wat was de financiële/ondersteunende bijdrage van de gemeente? Antwoord vraag 19: Via de Perspectiefnota 2023 is eenmalig 50.000 euro vrijgemaakt voor de viering van het Wereldfeest in 2024. De andere activiteiten worden gefinancierd vanuit het werkbudget wijkgericht werken van 77.000 euro.
Jaarverslag Sociaal Domein – Programma 6 6.3 Inkomensregelingen – Maatregel 1c. Pag. 86-87 Vraag 20 Er zijn 286 energiezuinige koelkasten verstrekt. Wat was het percentage ‘om niet’(gratis)? Antwoord vraag 20: 100%. Jaarverslag Sociaal Domein – Programma 6 6.5 Arbeidsparticipatie – Maatregel 1a. Pag. 88-89 Vraag 21 Drie integrale werkloketten. Is een van die loketten in Papendrecht? Antwoord vraag 21: Nee. Er zijn twee loketten in Dordrecht (Spuiboulevard en Leerpark) en één loket in Alblasserdam (Brughuis). De ontwikkeling van de fysieke loketten in de alle andere Drechtsteden volgt later. In onze gemeente wordt momenteel verkend hoe dat vorm kan krijgen. Jaarverslag Sociaal Domein – Programma 6 6.81 Geëscaleerde zorg 18+ Pag. 92-93 Vraag 22 Sterk Papendrecht heeft enkele inwoners zonder huisvesting o.a. een briefadres geboden. Wat is er gedaan om huisvesting te organiseren? Antwoord vraag 22: Begin 2024 stonden twaalf personen ingeschreven met een briefadres bij Sterk Papendrecht. Gedurende 2024 zijn er tien van hen uitgestroomd naar een briefadres via: het eigen netwerk (2),
16
woning via de Huischmeesters (3), plaatsing Leger des Heils (1), particuliere huisvesting (1). Eén cliënt is overleden en twee cliënten kwamen herhaaldelijk hun afspraken niet na, wat heeft geleid tot uitschrijving van het briefadres. De overige twee is het nog niet gelukt om een alternatief te vinden voor het briefadres via Sterk Papendrecht. Gedurende het jaar zijn er acht nieuwe briefadressers bij gekomen. Hiervan zijn er inmiddels twee uitgeschreven: één persoon, omdat deze persoon de afspraken niet nakwam en één persoon is het gelukt om een particulier briefadres te vinden. Jaarverslag Volksgezondheid en milieu – Programma 7 7.1 Volksgezondheid – Maatregel 2a. Pag. 97 Vraag 23 Hoe recent waren de gebruikte data en wat wordt bedoeld met ‘data gedreven aanpak’? Antwoord vraag 23: De gemeente Papendrecht gebruikt kerncijfers van JOGG-gemeenten, waarbij de meest recente peildatum september 2024 is. Verder gebruiken we de data van de Sterrenmeter die in 2024 op zes scholen is afgenomen. Een datagedreven aanpak betekent dat beslissingen en strategieën worden gebaseerd op verzamelde, geanalyseerde en geïnterpreteerde data, in plaats van enkel op intuïtie of onderbuikgevoel. Dit houdt in dat organisaties opdracht krijgen continu data te verzamelen, te analyseren en te gebruiken om processen te verbeteren en beter onderbouwde keuzes te maken.
Jaarverslag Volksgezondheid en milieu – Programma 7 7.3 Afval – Maatregel 1b. Pag. 102-103 Vraag 24 Begeleiding zap-activiteiten in handen gegeven van De Bres. Waarom? Antwoord vraag 24: Door tijdgebrek bij de eigen medewerkers is de begeleiding van de Zappers en het organiseren van zap- activiteiten in handen gegeven van De Bries om de begeleiding beter vorm te geven en meer activiteiten te kunnen organiseren. Jaarverslag Volksgezondheid en milieu – Programma 7 7.3 Afval – Maatregel 1b. Pag. 102-103 Vraag 24 In hetzelfde stukje tekst staat a. Ook Papendrecht heeft de deelovereenkomst opgezegd en b. de huidige overeenkomst is met 1 jaar verlengd. Het kan niet allebei. Is de overeenkomst wel of niet nog in werking? Antwoord vraag 24: De overeenkomst is in verband met de stroef lopende onderhandelingen met Verpact, samen met het VNG in 2024 opgezegd met het doel een druk te zetten en een nieuwe overeenkomst te sluiten met ingang van 2025. Aansluitend zijn bij het vervolg van deze onderhandeling wel goede structurele voortgang geboekt maar was meer tijd nodig. Voor 2025 zijn als overbrugging nieuwe tijdelijke afspraken gemaakt en vergoedingen vastgesteld. De overeenkomst is nog in werking.
17
Jaarverslag Volksgezondheid en milieu – Programma 7 7.3 Afval – Maatregel 2d. Pag. 104 Vraag 25 In bepaalde wijken is het zwerfafval of dumpen van afval erger dan in andere. Zijn die wijken in beeld en zo ja wordt hierop extra inzet gepleegd? Antwoord vraag 25: In veel gebieden komen bijplaatsingen en dumpingen niet of nauwelijks voor. Helaas zijn er ook bepaalde gebieden waar dumpingen en bijplaatsingen van afval regelmatiger voorkomen, zoals dit ook in het verleden het geval was. Inzet is tweeledig, aandacht voor gebieden waar dit niet of nauwelijks voorkomt met doel dit zo te houden en meer aandacht voor gebieden waar het beter kan. Dit betreft zowel bewustwording (communicatie) als begeleiding (afvalcoaches) en het houden van toezicht (toezichthouders afval). Jaarverslag Volksgezondheid en milieu – Programma 7 7.5 Begraafplaatsen – Maatregel 1c. Pag. 108 Vraag 26 Is inmiddels bekend welke graven vallen onder ‘eeuwigdurend grafrecht’ welke graven niet mogen worden geruimd? Antwoord vraag 26: Na het digitaliseren van de papieren administratie in 2023 en 2024 wordt momenteel hard gewerkt aan het compleet maken van alle dossiers. De verwachting is dat eind dit jaar het grootste deel van die dossiers compleet zal zijn. Op dit moment zijn alle graven met eeuwigdurend grafrecht nog niet in beeld.
Het completeren van deze dossiers wordt bemoeilijkt omdat de papieren administratie soms niet compleet is en archief soms ontbreekt. Als alle bronnen niet toereikend zijn om een gedegen antwoord te krijgen, dan rest nog in contact te treden met nabestaanden om te kijken welke informatie daar beschikbaar is. In het uitzonderlijke geval dat ook dat geen uitsluitsel biedt, wordt maatwerk toegepast dat binnen de huidige beleidsregels is afgestemd op de behoefte van de nabestaanden. Jaarverslag Volksgezondheid en milieu – Programma 7 7.5 Begraafplaatsen – Maatregel 1d. Pag. 108 Vraag 27 Met welke doelgroepen zijn de behoeften besproken? Antwoord vraag 27: Het onderzoek is er niet op gericht geweest om in gesprek te zijn met alle (denkbare) doelgroepen. De begraafplaats is algemeen en in principe bedoeld voor iedereen. Extra aandacht is er wel geweest voor de Islamitische doelgroep. Jaarverslag Volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en stedelijke vernieuwing – Programma 8 8.3 Wonen en bouwen – Maatregel 1d. Pag. 114
18
Vraag 28 Is er een percentage voor het idee om een plek in nieuwbouw te geven voor woontraining en is dit op iedere nieuwbouwlocatie toepaspaar? Antwoord vraag 28: Het idee is om wederom 15 plekken te realiseren voor woontraining in de nieuwbouw. Er is vooralsnog geen percentage of concrete verdeling bepaald. De voortgang hiervan wordt geagendeerd en gemonitord binnen de projectgroepen Huisvesting Kwetsbare Groepen (HKG). Jaarverslag Volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en stedelijke vernieuwing – Programma 8 8.3 Wonen en bouwen – Maatregel 1d. Pag. 114 Vraag 28 Herstelwoning Fazantstraatplein. Dit lijkt een niet bestaand adres. Klopt die naam wel? Antwoord vraag 28: Dit had Fazantenstraat moeten zijn. Inleiding Het jaar 2024 Pag. 19 In de jaarstukken 2024 worden op pagina 19 verschillende projecten benoemd die zijn gerealiseerd of in gang gezet. Er ontbreekt echter een overzicht van projecten, beleidsdoelen of uitvoeringsactiviteiten die in 2024 niet zijn gerealiseerd of zijn vertraagd. Vraag 29 Kan het college alsnog een overzicht verstrekken van voorgenomen projecten of activiteiten uit de programmabegroting 2024 die (deels) niet zijn uitgevoerd of zijn doorgeschoven? Graag met vermelding van oorzaak en relatie tot de voorgestelde resultaatbestemming. Antwoord vraag 29: In de inleiding zijn op hoofdlijnen enkele belangrijke onderwerpen over 2024 opgenomen.
Met betrekking tot alle voorgenomen projecten en activiteiten verwijzen wij naar de beleidstoelichtingen per programma. Per programma wordt op basis van de geformuleerde doelstellingen en de voorgenomen activiteiten door het college verantwoording afgelegd wat er gedaan is en wat niet of in mindere mate. Inleiding Het jaar 2024 – Het vluchtelingenvraagstuk Pag. 18-19 De gemeente heeft in 2024 besloten tot de opvang van maximaal 80 AMV’ers in het centrum van Papendrecht aan de Weteringsingel. In de jaarstukken wordt dit besluit benoemd, maar een toelichting op de structurele effecten blijft uit. Vraag 30 Kan het college aangeven welke structurele personele, sociale en financiële gevolgen deze uitbreiding van AMV-opvang met zich meebrengt? Worden deze lasten – zoals inzet op veiligheid, dagbesteding, zorg, begeleiding en communicatie met de omgeving – zichtbaar gemaakt in de programmabegroting 2025 en/of opgenomen in de risicoparagraaf? Antwoord vraag 30: De kosten voor locatie, huur, personeel, beveiliging en begeleiding worden volledig gedragen door het COA. De gemeentelijke lasten, bijvoorbeeld voor personele inzet en communicatie, kunnen bekostigd worden vanuit de inkomsten die wij als gemeente krijgen in het gemeentefonds en op grond van het faciliteitenbesluit. Per saldo dekken de inkomsten van het rijk de kosten voor personele inzet. Door dit
19
op een kostenneutrale manier te doen wordt uitvoering gegeven aan de door de raad vastgestelde langetermijnvisie. Inleiding Het jaar 2024 – HRM: extra focus op inhuur Pag. 18 De jaarstukken 2024 benoemen dat de externe inhuur relatief hoog is, en dat een verbeteractie is gestart om beter inzicht te krijgen in de omvang. Vraag 31 Kan het college aangeven op welke momenten de raad in 2025 geïnformeerd wordt over de voortgang? Antwoord vraag 31: De raad wordt eens per kwartaal geïnformeerd middels een raadsinformatiebrief. Inleiding Pag. 18-19 Het college stelt voor om € 2.066.000 van het rekeningresultaat over te hevelen naar 2025 voor activiteiten die in 2024 niet tot uitvoering zijn gekomen. In de jaarstukken is een tabel opgenomen met concrete bedragen en doelen, maar een inhoudelijke toelichting op de oorzaken van deze onderuitputting ontbreekt.
Vraag 32 Kan het college per programma toelichten waarom deze uitgaven in 2024 niet zijn gerealiseerd? Op basis waarvan wordt verwacht dat deze middelen in 2025 wél tijdig en doelmatig worden besteed? Kan het college daarnaast aangeven welke structurele belemmeringen (zoals personele capaciteit, aanbestedingsproblemen, politieke besluitvorming of andere externe factoren) hebben bijgedragen aan het niet uitvoeren van deze activiteiten? Antwoord vraag 32: Vanaf pagina 214 "Toelichting op het overzicht van baten en lasten jaarrekening 2024" wordt per programma de afwijkingen toegelicht. In bijlage 2 " Bestemming gerealiseerd resultaat” worden de voorstellen voor de resultaatbestemming 2024 toegelicht. Jaarverslag Bestuur en Organisatie – Programma 0 0.1 Bestuur - Participatie Pag. 21-23 De raad heeft eerder uitgesproken belang te hechten aan het verbeteren van de communicatie met inwoners. In de jaarstukken wordt erkend dat deze ambitie in 2024 nog onvoldoende van de grond is gekomen, mede door onvoldoende inzet vanuit de communicatieadviseur. Vraag 33 Welke concrete stappen worden in 2025 gezet om de doelstelling op raadscommunicatie alsnog te realiseren? En hoe wordt geborgd dat de communicatieadviseur uitvoering geeft aan deze opdracht, inclusief rapportage aan de raad? Antwoord vraag 33: Communicatie met inwoners is bij participatie van wezenlijk belang.
Het zoeken en het aangaan van de dialoog met de samenleving wordt ondersteund door het ontwikkelde participatiebeleid en de vastgestelde participatieverordening. Hierin is het uitgangspunt dat over alle stappen in participatietrajecten wordt gecommuniceerd. Hoe dat gebeurt is maatwerk en afhankelijk van het object van participatie. Daarnaast is met het opstellen van het raamwerk Communicatie en het communicatie
20
uitvoeringsbeleid geïnvesteerd in de versterking van de communicatie vanuit organisatie en de raadscommunicatie. In 2025 wordt deze ambitie verder vorm gegeven. Jaarverslag Bestuur en Organisatie – Programma 0 0.1 Bestuur - Participatie Pag. 21-23 In 2024 is een participatievisie opgesteld. De jaarstukken maken echter niet duidelijk op welke wijze deze visie concreet is toegepast in beleid of projecten. Vraag 34 Hoe wordt de participatievisie vanaf 2025 structureel geborgd in beleidsprocessen, gebiedsontwikkelingen en projectopdrachten? En op welke wijze wordt de raad periodiek geïnformeerd over de toepassing en effecten van het participatiebeleid? Antwoord vraag 34: De visie op participatie is structureel geborgd in de participatieverordening, het participatiebeleid en de Papendrechtse participatieaanpak. De raad wordt middels de producten van de P&C-cyclus periodiek geïnformeerd over het participatiebeleid. Verder wordt na afloop van een participatietraject een eindverslag opgemaakt. Als de participatie heeft plaatsgevonden bij een raadsvoorstel wordt het eindverslag ter informatie aan de gemeenteraad beschikbaar gesteld. Daarnaast wordt de participatieverordening periodiek geëvalueerd. Jaarverslag Bijlage BBV-indicatoren – Voortijdig schoolverlaten en aanpak Pag.
121-122 De jaarstukken melden dat het percentage voortijdige schoolverlaters in Papendrecht in 2023 op 3,0% ligt, tegenover 2,4% landelijk. Vraag 35 Kan het college aangeven hoe deze cijfers zich hebben ontwikkeld sinds voorgaande jaren? Welke verklaringen zijn er voor het structureel hogere percentage in Papendrecht en welke maatregelen zijn of worden genomen om deze ontwikkeling te keren? Antwoord vraag 35: Het percentage voortijdige schoolverlaters (VSV) in Papendrecht lag in 2023 op 3,0%, tegenover een landelijk gemiddelde van 2,4%. Daarmee scoort Papendrecht structureel hoger dan gemiddeld. In de afgelopen jaren varieerde de positie van Papendrecht binnen de regio tussen plek 2 en 6. Voor de verklaringen hiervoor, zie het antwoord op vraag 5 van de fractie van D66. De aanpak hiervan ligt primair bij het onderwijs, maar samenwerking met partners zoals jongerenwerk, wijkteams, werkgevers en het regionaal werkcentrum is essentieel om jongeren die uitvallen snel passende ondersteuning te bieden. In Papendrecht zetten we in op nauwere samenwerking met het jongerenwerk via het doorstroompunt, waarmee de afstemming met scholen, samenwerkingsverband en het sociaal wijkteam wordt versterkt. Leerplicht & VSV werkt toe naar een sluitende aanpak met korte lijnen en warme overdrachten bij dreigende uitval.
Door de zichtbaarheid binnen de keten te vergroten en actief samen te werken met partners zoals Suppord, Sterk Papendrecht, Samenwerkingsverband en scholen worden jongeren sneller en laagdrempeliger bereikt en ondersteund. Jaarverslag Bijlage BBV-indicatoren – Percentage bekende hernieuwbare elektriciteit Pag. 121-122
21
De jaarstukken vermelden dat het aandeel bekende hernieuwbare elektriciteit in Papendrecht in 2023 slechts 8,4% bedraagt, tegenover 41% landelijk. Dit percentage is opvallend laag en roept vragen op over de lokale inzet op verduurzaming. Vraag 36 Kan het college toelichten waarom het aandeel hernieuwbare elektriciteit in Papendrecht fors achterblijft bij het landelijke gemiddelde? Wordt hierbij uitsluitend lokaal geregistreerde opwek meegerekend, of ook ingekochte groene stroom? Welke beleidsmaatregelen worden in 2025 ingezet om het aandeel duurzaam opgewekte elektriciteit binnen de gemeente substantieel te verhogen? Antwoord vraag 36: In Papendrecht is geen locatie aanwezig voor grootschalige energieopwek via zonneparken of windturbines. Daarom blijft ons percentage duurzaam opgewekte energie achter bij het landelijke gemiddelde. Bij de berekening van het aandeel hernieuwbare elektriciteit wordt enkel gekeken naar de elektriciteitsproductie, ingekochte groene stroom valt hier niet onder. Paragrafen Weerstandsvermogen en risicobeheersing Beschikbare weerstandscapaciteit Pag. 128 De jaarstukken melden dat van de post Onvoorzien (€ 50.000) in 2024 een bedrag van € 25.000 is ingezet.
Vraag 37 Kan het college toelichten waaraan deze € 25.000 is besteed? Betrof dit een incidentele of structurele uitgave en waarom is gekozen om deze via de post Onvoorzien te dekken? Antwoord vraag 37: Deze post is ingezet voor de tijdelijke inhuur van personeel bij de griffie. Dit is conform het raadsbesluit “Tijdelijke inhuur griffie” van 1 februari 2024. III.
Door de fractie van CDA zijn onderstaande schriftelijke technische vragen gesteld over de Jaarstukken 2024. Deze beantwoording betreft alleen technische vragen.
CDA Jaarverslag Verkeer, Vervoer en Waterstaat – Programma 2 2.5 Openbaar vervoer - Maatregel 1b. Pag. 59 Vraag 1 De pilot personenvervoer over water is niet kansrijk gebleken. Is er met het oog van het sluiten van de N3 de brug over nagedacht dat dit een punt kan zijn? Antwoord vraag 1: Wij grijpen alle mogelijkheden aan om maatregelen te onderzoeken die de uitdagingen als gevolg van de sluiting van de N3 (brug) op te vangen. Jaarverslag Verkeer, Vervoer en Waterstaat – Programma 2 2.5 Openbaar vervoer – Doelstelling 1. Pag. 60
22
Vraag 2 Daar staat het lokaal ondernemersklimaat stimuleren. Ik hoor dat de huren steeds hoger worden voor de ondernemers. Kan het college hier niet iets in betekenen? Zodat ondernemers meer de rust hebben dat ze langer kunnen blijven. Antwoord vraag 2: Er is regelmatig overleg met winkelcentra eigenaren en ook de hurende ondernemers. Er is geen sprake van extra leegstand, noch is er aanleiding aan te nemen dat ondernemers hun huur niet meer kunnen betalen. Ook zijn geen extreme huurprijzen bij de gemeente bekend. De huurprijs wordt bepaald door marktwerking tussen huurders en de vastgoedeigenaren. Jaarverslag Onderwijs – Programma 4 4.3 Onderwijsbeleid en leerlingzaken – maatregel 1a. Pag. 67 Vraag 3 Er zijn steeds meer leerlingen die een Vve-verklaring hebben, maar ouders zijn niet verplicht om extra naar de peuterspeelzaal laten gaan voor een taalprogramma. Hier zijn veel kosten mee gebaat. Hoe kun je ouders toch meer verplichten om dit te doen? Antwoord vraag 3: Als gemeente zijn wij wettelijk verplicht om te zorgen voor voldoende voorzieningen voor voorschoolse educatie in aantal en spreiding en om afspraken te maken over toeleiding naar deze voorzieningen. Ouders zijn niet verplicht om gebruik te maken van het aanbod. De afgelopen periode hebben wij met de partners gesproken hoe we de toeleiding kunnen verbeteren en de toegankelijkheid kunnen vergroten.
We gaan ons de komende periode richten op het in kaart brengen van de doelgroep, het verbeteren van de toeleiding en het verhogen van het bereik van deze doelgroep. Dit gaan we doen door meer doelgroep- en locatiegericht te werken. Jaarverslag Onderwijs – Programma 4 Vraag 4 In de begroting wordt ieder jaar een stelpost opgenomen voor de investeringslast van de nieuw te bouwen VO-scholen. Deze stelpost stijgt ieder jaar. Op welke wijze wordt deze stelpost in de jaarrekening verwerkt? Antwoord vraag 4: De stelpost is bij de concernrapportage 2024 incidenteel vrijgevallen ten gunste van het resultaat. Jaarverslag Veiligheid – Programma 1 1.2 Openbare orde en veiligheid - Maatregel 1d. Pag. 49 Vraag 5 Het aantal meldingen voor de boa’s is gestegen van 1630 naar 2064, een stijging van circa 25% die vooral te wijten is aan zwerfafval. Kunt u hier iets meer uitleg bij geven over de aard van de meldingen? Wordt er actie ondernomen om deze meldingen te verminderen? Antwoord vraag 5: In de periode van het derde kwartaal van 2023 tot en met het eerste kwartaal van 2024 was het aantal meldingen fors hoger. Sinds de invoering van het nieuwe afvalsysteem op 1 januari 2024 zien we echter een duidelijke daling in het aantal meldingen in de tweede helft van 2024. Ja, er wordt actie ondernomen om het aantal te verminderen.
23
Jaarverslag Bijlage BBV-indicatoren Indicatoren programma Bestuur en Organisatie Pag. 124 Vraag 6 Kunnen we uit deze gegevens concluderen dat de gemeente 25% van de totale loonsom uitgeeft aan de inhuur van externen? Hoe is het verloop van dit percentage over de afgelopen jaren? Antwoord vraag 6: Dat is correct. Wij hebben overigens de informatie waar u naar vraagt verwoord in een raadsinformatiebrief “Rapportage externe inhuur 2024” met kenmerk D06.20250417. Jaarverslag Veiligheid – Programma 1 Wat mag het kosten? Pag. 51 Vraag 7 We hebben een overschot op het veiligheidsbudget van 308k, met het aangenomen IVP was in totaal 538k gemoeid, zijn er hier dan stukken niet uitgevoerd? En zo ja wat wordt er aan gedaan om deze wel uit te voeren? Antwoord vraag 7: Voor de toelichting op het overschot op programma 1 Veiligheid verwijzen wij u naar blz. 217 van de jaarrekening. Het betreffen hier afwijkingen in budgetten voor de taakvelden Crisisbeheersing en brandweer en Openbare orde en veiligheid, die niet één op één gelijk vallen met inzet op de ambities van het IVP. IV.
Door de fractie van SGP zijn onderstaande schriftelijke technische vragen gesteld over de Jaarstukken 2024. Deze beantwoording betreft alleen technische vragen.
SGP Jaarverslag Sustainable Development Goals (SDG) Pag. 14 Vraag 1 Bij het jaarverslag 2023 heeft de SGP-fractie technische vragen gesteld naar nut en noodzaak van het vermelden van de Sustainable Development Goals (SDG’s). De SGP heeft destijds gevraagd of het opnemen van de SDG’s enige praktische betekenis voor de uitgevoerde werkzaamheden gedurende het jaar. Het antwoord hierop was: ‘‘Op dit moment heeft het nog geen praktische betekenis anders dan bewustwording. De volgende stap is om, conform de door de VNG aangeleverde tabel van koppelen van SDG's aan indicatoren, de indicatoren op te nemen. Een daaropvolgende stap zal zijn om de trendlijn van de indicatoren te verbinden aan de maatregelen in de begroting.’’ (RIB 27 juni 2024) Kunt u aangeven of de SDG’s het afgelopen jaar een rol hebben gespeeld bij beleidsvormingen verantwoording van de gemeente Papendrecht? Antwoord vraag 1: Wij hebben waar mogelijk de koppeling van de SDG’s aan indicatoren opgenomen. De praktische toepasbaarheid daarvan viel tegen. Sommige SDG’s hadden niet of nauwelijks een verband gekregen in de tabel van de VNG met indicatoren en in veel gevallen waren de cijfers (te) oud om weer te geven. Eerder heeft uw raad daar ook al opmerkingen over gemaakt. Dit betekent dat de SDG’s derhalve ook een beperkte rol hebben gespeeld bij de beleidsvorming en verantwoording van de gemeente Papendrecht.