CConstaterende datPapendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

20250619 Beantwoording Technische vragen Jaarrekening 2024.pdf

Oordeelsvormende vergadering Papendrecht 26 juni 2025, gemeente PapendrechtBij agendapunt: 7: Jaarstukken 2024 - Voorstel13.989 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

24

Jaarverslag Bestuur en Ondersteuning – Programma 0 0.1 Bestuur – Participatie - Maatregel 1c. Pag. 21-22 Vraag 2a Kunt u nader toelichten wat de ervaringen zijn met de applicatie Gemeentepeiler? Antwoord vraag 2a: De ervaringen zijn goed. De peilingen kunnen in eigen beheer gericht, en snel worden uitgevoerd. Bovendien zijn peilingen laagdrempelig, kort en eenvoudig. Het nieuwe communicatie- en participatiebeleid zet in op meer bewustzijn van deze communicatiemiddelen en de meerwaarde hiervan in beleidsontwikkeling – en uitvoering. We willen vaker de effecten meten van (de uitvoering van) het beleid en de communicatie hierover. Er zijn momenteel 333 inwoners geabonneerd op Gemeentepeiler. Bij elke peiling komen er weer een paar bij. Dus naast de abonnees vulden mensen incidenteel een peiling in die via b.v. social media is gedeeld. Naar verwachting zal de vraag naar peilingen ook meer gaan toenemen. Vraag 2b Wat voegt deze applicatie toe aan het burgerpanel van het Onderzoekscentrum Drechtsteden? Antwoord vraag 2b: Onderzoeken door het OCD hebben een ander onderzoek karakter en is meer gericht op diepgaander onderzoek ten behoeve van beleidsontwikkeling,- en uitvoering, ad vies en informatie. Het Bewonerspanel bestaat uit een digitaal panel van bewoners die zich hebben aangemeld om hun mening te geven over hun omgeving en onderwerpen.

Zij maken zelf deze keuze en zijn zeer waardevol in onderzoeken. Jaarverslag Bestuur en Ondersteuning – Programma 0 0.1 Bestuur – Regionale samenwerking - Maatregel 1a. Pag. 23 Vraag 3 Wat is de precieze planning met betrekking tot de samenwerkingsagenda? Aangezien de strategische visie pas eind 2025 wordt opgeleverd, betekent dit dat de samenwerkingsagenda niet meer tijdens deze collegeperiode zal worden opgesteld en/of vastgesteld? Antwoord vraag 3: De actualisatie van de samenwerkingsagenda is gepland voor eind 2025. Afhankelijk van de richting die de gemeenteraad kiest in de strategische visie, zal de samenwerkingsagenda worden geactualiseerd. De planning wordt hierop aangepast. Jaarverslag Bestuur en Ondersteuning – Programma 0 0.1 Bestuur – Regionale samenwerking - Maatregel 1b. Pag. 24 Vraag 4 Kunt u aangeven wat de Groeiagenda in 2024 concreet heeft opgeleverd / betekend voor de gemeente Papendrecht? Antwoord vraag 4: In 2024 heeft de Groeiagenda onder andere bijgedragen aan innovatieprogramma’s zoals de ZED-Hub en Werf van de Toekomst, waarin ook Papendrechtse bedrijven participeren, concrete stappen in de energietransitie zoals warmtenet en het opzetten van energiecoöperaties. Verbeterde bereikbaarheid met extra rijksmiddelen voor onder meer de Papendrechtse brug. Ook is Papendrecht actief betrokken

25

bij de realisatie van ruimtelijke strategie. Daarnaast legt de Groeiagenda de basis voor langjarige investeringen en oplossingen voor complexe opgaven die Papendrecht niet zelfstandig kan realiseren, zoals mobiliteit, netcapaciteit en economische versterking. Jaarverslag Bestuur en Ondersteuning – Programma 0 0.4 Overhead (ondersteuning organisatie) – Geografische informatie (geo) - Maatregel 1a. Pag. 29 Vraag 5a Wat betekent het concreet dat de invoering van de ‘samenhangende objectenregistratie (SOR) in 2024 heeft stilgestaan? Antwoord vraag 5a: Het beeld is dat vanuit BZK te weinig impulsen komen voor de uitwerking van de visie om te komen tot invoering van SOR en dat te weinig financiële ruimte beschikbaar is voor deze ontwikkeling. Dit wil niet zeggen dat de ontwikkeling heeft stilgestaan. Vraag 5b Aangezien het ministerie van BZK hier blijkbaar weinig prioriteit aan geeft en er te weinig financiële middelen beschikbaar zijn voor de ontwikkeling van de SOR, betekent dit dat het college ook in toekomst weinig prioriteit zal geven aan de SOR? Antwoord vraag 5b: Wanneer de regelgeving hiervoor beschikbaar is zal er een voorstel komen hoe we omgaan met de invoering van de SOR in de gemeentelijke GEO- basisregistraties. Jaarverslag Veiligheid – Programma 1 1.2 Openbare orde en veiligheid – Maatregel 1d. Pag.

49 Vraag 6 Kunt u aangeven of het verbeteren van de informatiepositie (doordat elke dag een boa aanwezig is in wijken Kraaihoek en Middenpolder) in het kader van de integrale wijkaanpak heeft geleid tot concrete resultaten wat betreft de verbetering van leefbaarheid en veiligheid? Antwoord vraag 6: Door de dagelijkse aanwezigheid van de boa is de informatiepositie verbeterd in de wijken Kraaihoek en Middenpolder. We zien meer, en kunnen daardoor meer en sneller doorpakken zoals overlast parkeren, te hardrijden, of zwerfafval. Bewoners weten de boa goed te vinden en delen regelmatig signalen over onveilige of onprettige situaties in de wijk. Bewoners geven aan dat de dagelijkse aanwezigheid van de boa bij draagt aan een groter veiligheidsgevoel en een betere leefbaarheid. Ook sluit de boa regelmatig aan bij wijkactiviteiten, wat het contact met inwoners en ondernemers bevordert. Jaarverslag Veiligheid – Programma 1 BBV-indicator: Misdrijven Pag. 51 Vraag 7 Hoe verklaart u het relatief hoge aantal vernielingen en misdrijven tegen openbare orde en gezag (8,1 per 1.000 inwoners) in vergelijking met andere gemeenten?

26

Antwoord vraag 7: Het relatief hoge aantal vernielingen en misdrijven tegen de openbare orde (8,1 per 1.000 inwoners) is lastig te duiden zonder vergelijkbare gegevens van andere gemeenten. Een onderbouwde vergelijking vraagt diepgaand onderzoek en structurele gegevensuitwisseling, waar op dit moment de tijd en capaciteit voor ontbreken. Wat we wél zien, is een toename van jeugdoverlastmeldingen, waarbij vernielingen regelmatig onderdeel zijn. Binnen de integrale jeugdaanpak zijn deze meldingen onderzocht. Op basis daarvan zetten we gericht boa’s in op hotspots en werken we samen met jongerenwerk en politie. We brengen patronen en locaties van overlast in beeld en ontwikkelen op maat gemaakte interventies, zoals het aanspreken van jongeren op gedrag, contact met ouders en het organiseren van activiteiten door jongerenwerk.

Jaarverslag Verkeer, vervoer en waterstaat – Programma 2 2.1 Verkeer en Vervoer – Maatregel 5a. Pag. 56 Vraag 8 Wat is de planning voor het opstellen van de integrale laadvisie? Antwoord vraag 8: Gelet op de omgevingswet gaat de (nieuwe) integrale laadvisie op in een programma. Qua planning koersen we op 2025. Jaarverslag Verkeer, vervoer en waterstaat – Programma 2 2.2 Parkeren – Maatregel 1a. Pag. 57 Vraag 9 Komt er geen aparte Parkeervisie meer, maar is dit reeds opgenomen in de Omgevingsvisie 2.0? Antwoord vraag 9: Ja, dat is juist. Jaarverslag Economie – Programma 3 3.1 Economische promotie – Maatregel 2a. Pag. 61-62 Vraag 10 Heeft de verkenning met ROM-D in het gebied Ketelhaven geleid tot herplaatsing van bedrijvigheid? Antwoord vraag 10: Nee, dat heeft het niet. Jaarverslag Economie – Programma 3 3.2 Fysieke bedrijfsinfrastructuur – Maatregel 1a. Pag. 63 Vraag 11 Wat is de stand van zaken met betrekking tot het opstellen van het programma detailhandel, horeca en terrassen?

27

Antwoord vraag 11: Interviews met ondernemers, supermarkten en horecabedrijven hebben plaatsgevonden in het voorjaar. Thans wordt gewerkt aan juridische (beleids)regels in samenwerking met het team Veiligheid, Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving.

Jaarverslag Sport, cultuur, (openlucht) recreatie – Programma 5 5.5 Cultureel erfgoed – Maatregel 2a. Pag. 76 Vraag 12 Kunt u nader toelichten wat de erfgoedtafel Maritieme industrie is en waarom het niet gelukt is om via deze erfgoedtafel een subsidie te krijgen? Antwoord vraag 12: Een erfgoedtafel is een bijeenkomst van betrokken partijen, zoals gemeenten, erfgoedorganisaties, bedrijven en bewoners, die samenwerken aan het behoud en de ontwikkeling van een specifiek erfgoedlijn. In dit geval de erfgoedlijn Maritieme Industrie, die de verhalen van scheepswerven, havens, dokken en andere maritieme infrastructuur langs de Nieuwe Waterweg en omliggende rivieren vertelt. Voor het verkrijgen van een provinciale subsidie in het kader van de Erfgoedlijn Waterdriehoek is een concept plan opgesteld. Dit plan is afgewezen omdat het niet voldeed aan de criteria in het kader van de provinciale ambities als het gaat om de mate van vernieuwing. Hierover hebben bestuurlijke gesprekken plaatsgevonden. Er vindt op provinciaal niveau nu een herijking van de Erfgoedlijnen plaats. Deze ontwikkelingen worden afgewacht. Jaarverslag Sociaal Domein – Programma 6 6.1 Samenkracht en burgerparticipatie – Deel 2 (Welzijn) – Maatregel 3a en 3b.. Pag.

83-84 Vraag 13a Wordt de pilot vervangende mantelzorg aan huis voortgezet? Antwoord vraag 13a: Ja, de pilot vervangende mantelzorg aan huis wordt in 2025 doorgezet. Vraag 13b Heeft Papendrecht op dit moment ook een logeervoorziening (in het kader van respijtzorg)? Antwoord vraag 13b: Ja, er is een logeervoorziening beschikbaar voor respijtzorg in Papendrecht. Vraag 13c Hoe groot is (naar schatting) het aantal mantelzorgers dat bij Sterk Papendrecht geregistreerd staat ten opzichte van het totaal aantal mantelzorgers in Papendrecht? Antwoord vraag 13c: Op dit moment staan er ongeveer 570 mantelzorgers geregistreerd bij Sterk Papendrecht. Vraag 13d Heeft Papendrecht op dit moment een beleidsvisie specifiek gericht op mantelzorg? Antwoord vraag 13d: De samenlevingsvisie van Papendrecht besteedt op meerdere punten aandacht aan mantelzorg. De gemeente ziet mantelzorg als een belangrijk en onmisbaar onderdeel van de samenleving. Helemaal

28

gelet op de verwachte daling van het aantal beschikbare zorgprofessionals in de komende jaren. Het waarderen en ondersteunen van mantelzorgers is een prioriteit in de samenlevingsvisie. De visie biedt de kaders voor de ondersteuning van mantelzorgers. De invulling van deze kaders vindt plaats in samenwerking met de mantelzorgconsulenten van Sterk Papendrecht en baseren we op de behoeftes van mantelzorgers. Met Sterk Papendrecht zijn afspraken gemaakt over ondersteuning, informatievoorziening en waardering van mantelzorgers. Jaarverslag Sociaal Domein – Programma 6 BBV-indicatoren Pag. 94 Vraag 14a Hoe verklaart u de volgende cijfers? Het relatief hoge aantal personen met een bijstandsuitkering (Papendrecht 253,4 vs vergelijkbare gemeenten 232,2) en het relatief hoge aantal kinderen in een uitkeringsgezin (Papendrecht 5%). Antwoord vraag 14a: Dit is niet exact te verklaren omdat hier veel factoren op van invloed kunnen zijn. Een belangrijke verklaring zou kunnen zijn dat er in Papendrecht relatief veel sociale huurwoningen zijn (29%). Doordat we meer personen met een bijstandsuitkering hebben is het verklaarbaar dat er relatief meer jongeren in een gezin opgroeien dat leeft van een bijstandsuitkering. Het verschil tussen 4% (vergelijkbare gemeenten) en 5% (gemeente Papendrecht) kan een afrondingsverschil zijn.

Vraag 14b Hoe verklaart u de volgende cijfers? Het veel lagere aantal lopende re-integratievoorzieningen (Papendrecht 111,5 vs vergelijkbare gemeenten 192,0) Antwoord vraag 14b: In 2024 werkte de GR Sociaal aan een organisatieverandering vanwege aanpassing van de dienstverlening aan de veranderde behoefte van klanten. De doelgroep is veranderd en dat vraagt een andere wijze van benadering. Dit zorgde ervoor dat mensen zich in nieuwe functies moesten inwerken en voor een aantal vacatures, wat inmiddels weer op orde is. De nieuwe indeling naar klantprofielen betekent daarbij dat alle 500 cliënten opnieuw beoordeeld moeten worden en ingedeeld bij het juiste profiel. Dit kost tijd, maar zorgt ervoor dat de SDD gerichter de juiste inzet van trajecten en voorzieningen per client kan inzetten. Daarnaast is het ook afhankelijk van de wijze van registratie. Trajecten die in onze regio worden toegepast staan niet allemaal in de landelijke registratie en worden niet meegenomen in de standaardvergelijking. Denk hierbij aan lokale trajecten, participatieplekken en het arbeidsonderzoekscentrum. Vraag 14c Hoe verklaart u de volgende cijfers? Het hogere aantal maatwerkvoorzieningen Wmo (Papendrecht 750 vs vergelijkbare gemeenten 637). Antwoord vraag 14c: Zie antwoord op vraag 6a van de fractie D66. Jaarverslag Volksgezondheid en milieu – Programma 7 7.3 Afval – Maatregel 1b Pag.

102-103 Vraag 15a Wat is op dit moment het verwachte resultaat restafval over 2025? Is dit gelijk aan 2024 (75kg per inwoner) of nog lager?

29

Antwoord vraag 15a: De hoofddoelen voor afvalinzameling zijn om na invoering binnen enkele jaren te voldoen aan de VANG doelstellingen, te weten 100 kg restafval per bewoner en 75 % afvalscheiding. Voor 2024 komen wij met de afvalinzameling uit op 72 kg fijn restafval en 32 kg grof restafval. Bij elkaar 104 kg restafval per inwoner. Het afvalscheidingspercentage komt uit op 77 %. Inzet is om dit jaar (2025) onder de 100 kg restafval te komen door vermindering van het grof restafval en een langzame verbetering van de hoeveelheid fijn restafval en het scheidingspercentage. Vraag 15b Wat is de stand van zaken met betrekking tot de nieuwe dienstverleningsovereenkomst met HVC? Antwoord vraag 15b: Op dit moment wordt de hoofdlijnenovereenkomst uitgewerkt in de definitieve dienstverleningsovereenkomst (DVO). Dit nadert zijn afronding. In juli wordt een collegebesluit over de DVO verwacht. Bestuurlijk afronding met ondertekening wordt in september verwacht. Jaarverslag Volksgezondheid en milieu – Programma 7 7.4 Milieubeheer – Maatregel 1g. Pag. 107 Vraag 16 Eerder is een schatting gemaakt van de eventuele kosten van het ondergronds maken van de hoogspanningskabel die van Alblasserdam via Papendrecht naar Dordrecht loopt (ongeveer 1 miljoen euro per strekkende kilometer).

Is deze schatting nog steeds actueel of moet inmiddels aan hogere (of juist lagere) kosten worden gedacht? Antwoord vraag 16: TenneT is benaderd om weer in gesprek te treden met de gemeente om de mogelijkheden in kaart te brengen om de hoogspanningskabel te verplaatsen of ondergronds te brengen. Hierbij zal opnieuw gekeken worden naar de eventuele kosten van de werkzaamheden. Gezien de landelijke trend van stijgende loon- en materiaalkosten is de verwachting dat de kosten van deze werkzaamheden hoger zullen zijn dan eerder de inschatting was. Jaarverslag Volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en stedelijke vernieuwing - Programma 8 8.1 Ruimtelijke ordening – Maatregel 2a Pag. 110-111 Vraag 17a Wat is de stand van zaken met betrekking tot de nieuwbouw aan de Veerpromenade? Lopen er nog juridische procedures? Antwoord vraag 17a: Aanbesteding van het project Veerpromenade is afgerond. Op basis van verschillende proposities is een ontwikkelaar geselecteerd. In juni wordt een koop- en ontwikkelovereenkomst gesloten. Onderdeel van de overeenkomst is dat de ontwikkelaar binnen een jaar na ondertekening een aanvraag doet voor een omgevingsvergunning. Zodra de overeenkomst wederzijds is getekend, zal de raad nader over het project geïnformeerd worden.

Vraag 17b Wat is de stand van zaken met betrekking tot de nieuwbouw aan de Veerweg/Vondellaan? Lopen er nog juridische procedures? Antwoord vraag 17b: De ontwikkelaar had het project tijdelijk “on hold” gezet, maar heeft nu aangegeven het project definitief in gang te zetten. De procedure voor de wijziging van het bestemmingsplan (nu opgenomen

30

in het omgevingsplan) is afgerond. De verwachting is dat september/oktober de aanvraag omgevings.vergunning wordt ingediend. De procedure omgevingsvergunning moet nog doorlopen worden. De inzet van de ontwikkelaar is om half 2026 te starten met de bouw. Jaarverslag Volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en stedelijke vernieuwing - Programma 8 8.1 Ruimtelijke ordening – Maatregel 2a Pag. 110-111 Vraag 18 Kunt u aangeven welke stappen er reeds zijn gezet voor herontwikkeling van Kraaihoek Oost? Op welke manier wordt de gemeenteraad betrokken bij de verdere herontwikkeling van deze wijk? Antwoord vraag 18: Woonkracht heeft als eigenaar de woningen het voornemen Kraaihoek Oost te herstructureren. Hiertoe heeft zij een aantal verkennende studies verricht. Deze zijn nog niet op de Omgevingstafel geweest. Zodra het plan hierin behandeld is, ontvangt de gemeenteraad hiervan verslag. Mocht een wijziging van het omgevingsplan noodzakelijk zijn, dan is het besluit hierover aan de raad. Jaarverslag Volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en stedelijke vernieuwing - Programma 8 BBV-indicatoren: nieuw gebouwde woningen Pag. 119 En Jaarverslag Bijlage BBV-indicatoren BBV-indicatoren: nieuw gebouwde woningen Pag.

123 Vraag 19 Hoe verklaart u het grote verschil tussen het aantal nieuwgebouwde woningen per 1.000 inwoners in Papendrecht (0,8), in vergelijkbare gemeenten (8,4) en in heel Nederland (9,1)? Antwoord vraag 19: De gemeente Papendrecht heeft te maken met beperkte grondbeschikbaarheid. Dat maakt dat er weinig woningbouw kan plaatsvinden in verhouding tot andere gemeenten. Daarnaast zijn lopende woningbouwprojecten in vertraging gekomen waaronder Poldermolen en Kraaijhoek waarvan oplevering in 2025 staat gepland. Jaarverslag Bijlage BBV-indicatoren BBV-indicatoren: Omvang huishoudelijk restafval Pag. 122 Vraag 20 Zijn de cijfers over het huishoudelijk restafval (176 kg per inwoner) correct? Op p. 102 wordt gesproken over 75 kg fijn restafval? Of is de 176 kg per inwoner inclusief grof huishoudelijk restafval van het afvalbrengstation? Antwoord vraag 20: Op pag. 122 wordt gesproken over huishoudelijk restafval 176 kg per inwoner conform CBS 2023. Over 2023 is via HVC aan fijn restafval 167 kg ingezameld en 31 kg grof restafval van het ABS. Dit zijn de directe inzamelresultaten zoals afgerekend zijn. Verschillen met CBS zijn mogelijk en verklaarbaar door verschil in definities en restafval wat ontstaat bij het verder scheiden van grondstoffenstromen.

31

Op pag. 102 is het voorlopig resultaat fijn restafval 75 kg benoemd via HVC- inzameling voor 2024. Definitief is dit voor 2024 via de HVC- inzameling 72 kg/ inwoner en 32 kg grof restafval via het ABS. Hiermee komt het resultaat voor restafval op 104 kg per inwoner (HVC 2024). Jaarverslag Bijlage BBV-indicatoren BBV-indicatoren: Percentage bekende hernieuwbare elektriciteit Pag. 123 Vraag 21 Hoe verklaart u het relatief zeer lage percentage bekende hernieuwbare elektriciteit in Papendrecht (8,4%) ten opzichte van landelijk (41%)? Antwoord vraag 21: In Papendrecht vindt geen grootschalige opwek elektriciteit plaats. Landelijk komt duurzame elektriciteit voor 45% voort uit windenergie, 18% voort uit biomassa en 36% voort uit zonne-energie. In Papendrecht vindt alleen de laatste plaats en voornamelijk op (grote) daken. Met de toename van warmtenetten is in het vervolg hernieuwbare energie een betere graadmeter dan hernieuwbare elektriciteit. In 2022 was dat percentage in Papendrecht 5,5% ten opzichte van 14,5% landelijk. Paragrafen Weerstandsvermogen en risicobeheersing Top 5 risico’s Pag.

126 Vraag 22 Wat is de verklaring voor het feit dat Papendrecht blijkbaar al een aantal jaar op rij niet weet te voldoen aan de doelstelling van 2,5% minder bijstandsgerechtigden dan landelijk gemiddelde (integendeel, dit is in Papendrecht juist hoger)? Antwoord vraag 22: De GR Sociaal heeft in de begroting 2024 een ambitie opgenomen voor uitstroom uit de bijstand die te ambitieus is gebleken. De verklaring is dat verwacht werd dat de vernieuwde aanpak op re-integratie in combinatie met landelijke ontwikkelingen (de Participatiewet in balans, het regionaal Werkcentrum Drechtsteden en betere samenwerking tussen Drechtwerk en SDD) meer uitstroom zou opleveren. Anderzijds is dit nog in ontwikkeling en levert het helaas nog onvoldoende op om de scherpe ambitie te halen. De behaalde resultaten van de GR Sociaal zijn overigens wel vergelijkbaar met de rest van Nederland en de prognoses van het Centraal Planbureau (CPB). In dit opzicht voldoen wij aan de landelijke tred. Paragrafen Weerstandsvermogen en risicobeheersing Top 5 risico’s Pag.

126 Vraag 23 In hoeverre is in Papendrecht sinds de invoering van het abonnementstarief in 2019 sprake geweest van aanzuigende werking in de Wmo (ten aanzien van huishoudelijke hulp)? In hoeverre is de verwachting dat het terugdraaien daarvan leidt tot een kostenbesparing? Antwoord vraag 23: Sinds 2019 zien we een stijging van het aantal inwoners met Huishoudelijke Ondersteuning: Op 31-12-2017 waren er 587 inwoners met HO Op 31-12-2018 waren er 642 inwoners met HO

32

Op 31-12-2019 waren er 838 inwoners met HO Op 31-12-2020 waren er 880 inwoners met HO Op 31-12-2021 waren er 957 inwoners met HO Op 31-12-2022 waren er 1006 inwoners met HO Op 31-12-2023 waren er 1041 inwoners met HO Op 31-12-2024 waren er 1068 inwoners met HO Het effect van de invoering van de inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdrage is lastig te voorspellen. De maximale eigen bijdrage loopt van € 23,60 per maand voor de lagere inkomens tot € 328,- voor de hoogste inkomensgroepen. De terugloop in aantal klanten zal afhangen van het aantal mensen dat de eigen bijdrage te hoog gaat vinden, afgezet tegen het gemak dat zij ervaren bij de huidige regeling. We kunnen daar op dit moment geen goede inschatting van maken, omdat de inkomensgegevens van de inwoners met een Wmo-indicatie niet bij ons bekend zijn. Paragrafen Weerstandsvermogen en risicobeheersing Beschikbare weerstandscapaciteit Pag. 128 Vraag 24 Kunt u een overzicht geven van de weerstandscapaciteit van de afgelopen tien jaar per 1 januari van dat jaar (op basis van de jaarrekeningen)? Antwoord vraag 24: Weerstandscapaciteit per 1 januari (op basis van Jaarrekeningen) 2025 € 63,5 mln. 2024 € 63,9 mln. 2023 € 52,2 mln. 2022 € 55,6 mln. 2021 € 57,0 mln. 2020 € 33,9 mln. 2019 € 33,2 mln. 2018 € 30,0 mln. 2017 € 25,6 mln. 2016 € 19,2 mln.

Paragrafen Weerstandsvermogen en risicobeheersing Beoordeling kengetallen Papendrecht Pag. 130 Vraag 25 Wat is de verklaring dat de belastingcapaciteit in de jaarrekening 2024 (84,2%) fors lager uitvalt dan was opgenomen in de begroting 2024 (92,6%) en zelfs ruim 10 procentpunt lager uitviel dan in de jaarrekening 2023 (94,4%)? Antwoord vraag 25: Zie beantwoording vraag 10 van D66. Paragrafen Lokale heffingen Overige lokale heffingen - BIZ Pag. 149

33

Vraag 26a In een verder verleden is geprobeerd om voor bedrijventerrein Oosteind een BIZ op te zetten (vergelijkbaar met de BIZ Centrum). Is in 2024 opnieuw naar een dergelijk initiatief gekeken? Antwoord vraag 26a: Het concept BIZ als vehikel om opbrengsten te genereren wordt losgelaten. Gesprekken vinden nu plaats om de mogelijkheden te verkennen voor een gemeentebreed ondernemersfonds. Vraag 26b Hoe kansrijk zou een BIZ voor het Oosteind zijn? Antwoord vraag 26b: Wij achten een BIZ nog steeds weinig kansrijk. Dat komt door de verplichte draagvlakmeting bij een BIZ. De stem van een klein bedrijf weegt even zwaar als de stem van een groot bedrijf. Er is dus geen sprake van een evenwichtige verdeelsleutel. Paragrafen Verbonden Partijen 1. Gemeenschappelijke Regeling Sociaal Pag. 157-158 Vraag 27 Wat is de stand van zaken m.b.t. de bestuurlijke opdracht Toekomstbestendig Sociaal Domein? Antwoord vraag 27: Voor de GR Sociaal geldt dat enkele besparingen al zijn meegenomen in de begroting. In juli 2025 verwachten we de uitkomsten van de onderzoeksopdrachten uit spoor 1 naar een zo efficiënt mogelijke uitvoering en een analyse op het overschot bij de Jaarstukken 2024.

Het eerste beeld bij de onderzoeksopdrachten uit spoor 3 (onderzoek andere manier van samenwerken binnen sociaal domein) is dat die geen financiële besparingen opleveren maar wel kansen voor het verbeteren van de samenwerking. In de loop van dit jaar zullen de uitkomsten van die onderzoeken bekend worden. Verdere keuzes liggen op het terrein van de gemeentelijke keuzes (beleidsinhoudelijke ‘knoppen’). Voor de GR DG&J geldt dat het Algemeen Bestuur (AB DG&J) de uitkomsten van de bestuursopdracht heeft besproken in de vergadering van 5 juni jl. In de begroting 2026 van de GR is een taakstelling van 8% opgenomen (exclusief SOJ/jeugdhulp). Het AB heeft in dat kader besloten om: (1) de begroting van 2025 als nullijn te hanteren voor 2026 voor de onderdelen GGD en Veilig Thuis en (2) de formatie van Leerplicht Vroegtijdig Schoolverlaten (LVS) te verminderen. Náást deze taakstelling, levert de bestuursopdracht geen nadere financiële besparing op in de bedrijfsvoering van de DG&J. Vanwege forse bezuinigingen op de bedrijfsvoering van de DG&J, ziet het AB DG&J hier geen besparingsmogelijkheden. De gewenste besparingen moeten gevonden worden in de uitvoeringsbudgetten. De bestuursopdracht bevestigt het beeld dat gemeenten als opdrachtgever van de DG&J beleidsmatige keuzes kunnen maken die invloed hebben op de omvang van de kosten van de uitvoering.

Het jeugdhulpbudget maakt veruit het grootste deel (circa 75%) uit van de begroting van de DG&J. De meest substantiële besparingen worden verwacht van het Verbeterprogramma betaalbare en beschikbare jeugdhulp en het hervormen van de toegang tot (onder andere) jeugdhulp.

Paragrafen Verbonden Partijen 1. Gemeenschappelijke Regeling Sociaal Pag. 157-158

34

Vraag 28 Wat is de stand van zaken m.b.t. de bestuursopdrachten gericht op respectievelijk een toekomstbestendige jeugdgezondheidszorg en verkenning bijdrage GR DG&J aan verminderen financiële problematiek gemeenten? Antwoord vraag 28: Zie de beantwoording bij vraag 27. Paragrafen Verbonden Partijen 12. Recreatie en Cultuur Holding Pag. 174-175 Vraag 29 Welke maatregelen worden er getroffen om het exploitatietekort van het Sportcentrum (in het bijzonder het zwembad) tegen te gaan? Hoe groot is het exploitatietekort naar verwachting de komende jaren? Antwoord vraag 29: De volgende maatregelen worden getroffen om de exploitatie van het Sportbedrijf in evenwicht te brengen (Perspectiefnota 2025): 1. Verhoging van de entreegelden en tarieven voor commerciële verhuringen van 5% 2. Structurele verhoging van de gemeentelijke bijdrage aan de RCH van € 170.000. 3. Inzetten op verdere verduurzaming van het sportcentrum en zwembad op basis van het recent opgeleverd duurzaamheidsrapport om de energielasten te verlagen. Deze maatregelen moeten leiden tot een structureel evenwicht in de exploitatie van het Sportbedrijf voor de komende jaren. Paragrafen Bedrijfsvoering Ontwikkeling organisatie en ontwikkeling HRM Pag. 176-177 Vraag 30 Kunt u aangeven of er in 2024 al concrete acties zijn gevolgd uit de motie ‘Wijsheid van de grijsheid’ (flexpool voor senioren)?

Antwoord vraag 30: Binnen de Drechtstedengemeenten is besproken of er behoefte is aan een flexpool van pensionado's. Dit was niet het geval. Er zijn voldoende instrumentele mogelijkheden om AOW-gerechtigden aan de organisaties te binden en/of te behouden. Voor gemeente Papendrecht (lokaal niveau) wordt al uitvoering gegeven aan inzet van AOW-gerechtigden. Aanvullend hierop is ingezet om bewustzijn bij het management, extra aandacht voor de Strategische Personeels Planning gekoppeld aan de HRMcyclus en wordt er op dit moment gekeken naar het aanvullen van de vacatureteksten, in de werving van nieuwe medewerkers. In de dagmail van 19 juni 2025 is ter afdoening van de motie ‘Wijsheid van Grijsheid’ een uitgebreider antwoord geformuleerd. Paragrafen Bedrijfsvoering Integriteit – maatregel 1a en 1b. Pag. 181-182

35

Vraag 31a Hoe kan dat er in 2024 geen enkele activiteit / training m.b.t. integriteit en omgangsvormen doorgang heeft gevonden? Kunt u toelichten hoe ‘hoge mobiliteit’ een reden kan zijn dat dit weinig / geen prioriteit heeft gehad? Antwoord vraag 31a: In de tweede helft van 2023 heeft een training plaatsgevonden. We wisten dat er gedurende het jaar 2024 een grote toestroom van nieuwe medewerkers zou komen, waardoor het organiseren van een training moreel beraad lastig was qua timing. Onderdeel van de mobiliteit was overigens ook de medewerkster die deze trainingen intern verzorgde of de aansturing van externen voor haar rekening nam onze organisatie heeft verlaten. We zullen deze training in 2025 weer oppakken, dit in lijn met het integriteitsbeleid dat geïmplementeerd wordt. Vraag 31b Heeft de gemeente Papendrecht een interne of externe vertrouwenspersoon? Antwoord vraag 31b: Ja, gemeente Papendrecht werkt met vertrouwenspersonen. Intern is deze functie aanwezig en voor de externe vertrouwenspersoon maken we gebruik van het aanbod van de Drechtsteden. Dit staat ook in de jaarstukken bij het onderdeel Integriteit (onderdeel vertrouwenspersoon). De werving van twee extra interne vertrouwenspersonen staat momenteel uit. In Q3-2025 is naar verwachting de inrichting van het regionale loket en de implementatie van het integratiebeleid gerealiseerd. Jaarrekening 5.

Toelichting op het overzicht van baten en lasten Jaarrekening 2024 Programma 2 – Verkeer, vervoer en waterstaat – baten Parkeren Pag. 218 Vraag 32 Zijn de meeropbrengsten voor parkeren te verklaren vanuit de afspraken met Fokker of staat dit hier los van? Antwoord vraag 32: Dit staat hier los van. Jaarrekening 5. Toelichting op het overzicht van baten en lasten Jaarrekening 2024 Programma 6 – Sociaal Domein – lasten Hulp bij het huishouden (WMO) Pag. 224 Vraag 33 Wat is de verklaring voor het nadeel van 204.000 euro voor huishoudelijke hulp? Waarom heeft herstelgerichte ondersteuning niet gewerkt? Antwoord vraag 33: In 2024 is het aantal indicaties op de Wmo harder gestegen dan vooraf begroot, waarbij huishoudelijke ondersteuning een van de grootste groepen was in Papendrecht. Daarbij werden we geconfronteerd met loon- en prijsindexatie. De pilot Herstelgerichte Ondersteuning is gestopt vanwege de negatieve publiciteit in de media als gevolg van ervaringen van enkele klanten. Dit heeft geleid tot moties in twee gemeenteraden in de Drechtsteden, die de pilot wilden stoppen. Naar aanleiding daarvan heeft het AB van de GR Sociaal besloten de initiële pilot te stoppen en om te vormen tot een pilot waarin deelname vrijwillig was. Daarop heeft de eigenaar van het concept laten weten hieraan niet mee te willen werken.

U heeft hierover op 13 mei een RIB ontvangen (20250515) De initiële pilot werkte overigens wel. De eerste groepen deelnemers boekten goede vooruitgang in hun conditie en spierkracht. Voor hen is de ondersteuning na beëindiging ook gewoon doorgegaan zodat het resultaat niet verloren gaat. Ook financieel was te zien dat de investering zich na enkele

36

maanden inderdaad terugbetaalde. Daarom wordt momenteel gekeken op welke andere manier het concept van herstelgerichte ondersteuning alsnog toegepast kan worden. Jaarrekening 5. Toelichting op het overzicht van baten en lasten Jaarrekening 2024 Programma 6 – Sociaal Domein –beschermd wonen (WMO) Pag. 225 Vraag 34 Wat is de verklaring voor de hoge meevaller voor beschermd wonen en opvang? Is dit naar verwachting eenmalig of structureel? Antwoord vraag 34: Van de centrumgemeente Dordrecht is een voorlopige afrekening beschermd wonen en opvang 2024 ontvangen. In deze opzet zijn door de centrumgemeente de definitieve cijfers van onder meer zorgaanbieders nog niet meegenomen. Het voordelige resultaat zit voor een groot deel in een hogere rijksbijdrage beschermd wonen en een hogere decentralisatie uitkering brede aanpak dak- en thuisloosheid. Daarnaast is er sprake van een lagere realisatie op het onderdeel innovatie en doorontwikkeling van de transformatieagenda. Dit geeft naar verwachting per saldo een eenmalig effect. Jaarrekening Bijlage 2 – Bestemming gerealiseerd resultaat Degeneratie vergoeding Pag. 259 Vraag 35 Waar worden de middelen m.b.t. de degeneratie vergoeding (€ 1,1 miljoen) nu precies voor gereserveerd? Antwoord vraag 35: Bij de aanleg van kabels en leidingen door de bv.

Nutsbedrijven wordt in de gemeentelijke verhardingen sleuven gegraven en aansluitend weer opgevuld. De sleuven waar de kabels en leidingen in zijn aangelegd zakken na verloop van tijd iets in waardoor ook de verharding verzakt. De degeneratie vergoeding is een vergoeding van de Nutsbedrijven voor achteruitgang van de verharding. Dit bedrag wordt gereserveerd voor het herstel van de verharding.

Ik hoop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Hoogachtend,

J.M. Ansems Algemeen directeur

37

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.papendrecht.nl/api/v1/meetings/1078/documents/15764