20250211 Beantwoording Technische vragen PAB - raadsvoorstellen VO-scholen februari.pdf
Tekst van het document
Een technische vraag van het PAB over de inzet van de Eneco gelden ad 27 miljoen om jaarlijks 450.000 euro daaraan te onttrekken voor de dekking van de kapitaallasten voscholen. Als deze reserve E0 tegen 2% rente op de bank staat en jaarlijks aan deze reserve 450.000 euro onttrokken wordt, zal er E1 = (E0 – 450.000)*1,02 aan nieuwe reserve ontstaan. Dit herhalen leidt tot een tabel die als volgt begint.
In het RV staat in feite dat na 60 jaar de Eneco gelden op zijn (60*450000=27000000). Onze vraag is daarom: waar blijft de jaarlijkse renteopbrengst? Antwoord: Er zit een verschil tussen liquide middelen (het geld op de bank) en de reservepositie. Bij raadsbesluit 30 januari 2020 heeft de raad ingestemd met de verkoop van de Enecoaandelen. Dit geld is ontvangen op onze bakrekening en dan ontstaat er ook renteopbrengsten die ten gunste van de exploitatie zijn gekomen.
Aangezien de verkoop een voordelig resultaat opleverde bij de jaarrekening is dit positieve resultaat gestort in de algemene reserve. Er is echter een verschil tussen
bankrekening en reserve. Aangezien we een fors bedrag hebben ontvangen op onze bankrekening heeft dit ertoe geleid dat over de afgelopen jaren we ook minder leningen aan hoefde te trekken. Immers er was voldoende liquide middelen voor het doen van investeringen. Echter de algemene reserve blijft uiteraard wel in tact. Er zit dus een verschil tussen reserve (exploitatie) en liquide middelen (financiering).
Daarnaast hebben we in de nota reserves en voorzieningen 2023 (2.1 reserves, pag. 5) opgenomen dat er géén rente, wat ten laste van het begrotingsresultaat komt, wordt toegevoegd aan reserves. De commissie BBV adviseert ook géén rente toe te rekenen.
Bovenstaande betekent dat de inzet van reserve niet volgens bovenstaande techniek werkt. Alle feitelijk ontvangen rentevergoedingen die op de bankrekening zijn bijgeschreven en ook de voordelen die zijn behaald omdat er geen leningen hoefde te worden afgesloten zijn ten gunste van het begrotingsresultaat gebracht. Dit heeft plaatsgevonden bij de jaarlijkse actualisatie van de rentekosten en -opbrengsten wat bij het opstellen van de begroting plaatsvindt.