CConstaterende datPapendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

20240704 OP Algemene beschouwingen.pdf

Raadsvergadering Papendrecht 4 juli 2024, gemeente PapendrechtBij agendapunt: 7: Perspectiefnota 2024-2029 - Voorstel12.890 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Niet alleen voor de bewoners van Wijngaarden, maar ook die van Oud-Alblas, Bleskensgraaf en Molenaarsgraaf. • Uit berekeningen die zijn gemaakt voorafgaand aan de bouw van het gascompressorstation blijkt, dat bij een ontploffing daarvan een groot deel van het dorp Wijngaarden, i.c. het Westeinde tot bijna aan de bebouwde kom, volledig van de kaart zal worden geveegd. Dit heeft destijds tot veel onrust onder dorpsbewoners gezorgd. • Bij het besluit van de gemeente om het compressorstation te bouwen is destijds aan de inwoners van Wijngaarden BELOOFD dat er rondom het gascompressorstation GEEN uitbreiding van infrastructuur voor energie meer bijgebouwd zou worden. De gemeente heeft zich aan deze belofte alle jaren gehouden en wij willen hen daar nogmaals aan herinneren. • Conclusie: grote delen van zoekgebieden J, K en L2 dienen vanwege bovengenoemde veiligheidsaspecten komen te vervallen.

RAPPORT WERKGROEP J Windverkenning Alblasserwaard tbv RES Gorinchem/Molenlanden d.d. 30 mei 2024

11 Voor de duidelijkheid een kaart toegevoegd met daarop het zoekgebied en het gascompressiestation.

Afbeelding: Ligging van bovengrondse en ondergrondse gasinfrastructuur tov zoekgebied J en K.

3.6 LANDSCHAPPELIJK AANTASTING Het laatste stukje open landschap ingeklemd tussen Papendrecht en Oud-Alblas wat de bewoners van vooral het verstedelijkte Papendrecht maar ook die van Alblasserdam en OudAlblas nog kunnen beleven als open landschap wordt in één klap te niet gedaan door de bouw van 4 tot 6 windturbines van 240 meter hoog. Het open boerenpolderlandschap krijgt dan in één klap een uitstraling van een industriegebied bij de entree van Papendrecht bij de Witte Brug over de A15. 3.7 CULTUURHISTORISCHE WAARDEN VAN HET POLDERLANDSCHAP In nadere omschrijving van mogelijke zoeklocaties door het RES voor windenergie in de Alblasserwaard inclusief onderbouwing voor wel/geen opname op de gemeentelijke shortlist van november 2023 is vermeld dat er sprake is van 2 deelgebieden met cultuurhistorische waarden bij locatie J: Eén net buiten het zoekgebied en één deels overlappend met een deel van het zoekgebied. Welke dit zijn staat er niet bij. Dit punt moet verder uitgezocht worden. 3.8 ARCHEOLOGIE Bij bouw van windturbines op locatie J krijgt men te maken met archeologische aspecten die kostbaar zijn en mogelijk vertragingen met zich mee kan brengen. Wij willen hier als werkgroep in dit document hier niet dieper op ingaan omdat in het Kerndocument participatie-advies van de Klankbordgroep Wijngaarden en Bleskensgraaf hier uitputtend in hoofdstuk A op blz.

4, 5 en 6 en in de bijlagen van genoemd document op wordt ingegaan. Wij verwijzen hierbij naar genoemd document. 3.9 BESCHERMING NATUURWAARDEN (VOGELGEBIED) In nadere omschrijving van het RES over mogelijke zoeklocaties voor windenergie in de Alblasserwaard, inclusief onderbouwing voor wel/geen opname op de gemeentelijke shortlist van november 2023 is vermeld dat er sprake is van een deels belangrijk

RAPPORT WERKGROEP J Windverkenning Alblasserwaard tbv RES Gorinchem/Molenlanden d.d. 30 mei 2024

12 weidevogelgebied mbt. Locatie J wat een aandachtspunt is bij een eventuele verdere vervolgfase. Het zoekgebied ligt deels in een weidevogelgebied welke is aangewezen door de Provincie Zuid Holland. De windmolens zullen grote inbreuk hebben op het weidevogelgebied. Het draaien van de wieken, de aanwezige slagschaduw, geluid en de schittering zal een aantasting zijn van de wezenlijke kenmerken en waarden van dit belangrijke weidevogelgebied en de karakteristieke landschapselementen. Voordat er uitspraken gedaan kunnen worden of zoeklocatie J geschikt is, zal er eerst vastgesteld moeten worden of deze locatie door het aanwezige weidevogelgebied bij voorbaat niet afvalt. Het ligt namelijk niet in de verwachting dat met deze enorme aantasting van dit weidevogelgebied er compenserende maatregelen getroffen kunnen worden. Hiervoor dient eerst inzichtelijk gemaakt te worden welke risico’s er zijn voor de populatie van de vogels en vleermuizen. Anders is het onmogelijk om een weloverwogen besluit te nemen. 3.10 NNN-NETWERK Natuurgebieden zijn de afgelopen eeuw steeds kleiner geworden en kwamen steeds verder van elkaar af te liggen. Ook in Zuid-Holland. Om deze achteruitgang te stoppen worden nieuwe natuurgebieden aangelegd zoals het Alblasserbos (Boswachterij Papendrecht en Wijngaarden) en bestaande natuurgebieden met elkaar verbonden.

Zo ontstaat er een netwerk dat functioneert als een groot robuust Natuurnetwerk Nederland (NNN). Planten en dieren krijgen zo meer kans om te overleven. De kaart van het Natuurnetwerk Nederland laat zien om welke gebieden het gaat. (https://www.zuid-holland.nl/onderwerpen/natuurlandschap/natuurrijk-zuid/realisatie-nnn/ ) In nadere omschrijving van het RES over mogelijke zoeklocaties voor windenergie in de Alblasserwaard, inclusief onderbouwing voor wel/geen opname op de gemeentelijke shortlist van november 2023 is vermeld dat aan de zuid- en oostzijde van de locatie J zich het NNNnetwerk Alblasserbos bevindt wat een belangrijk aandachtspunt vormt. Inzichtelijk moet gemaakt worden of het wel/niet mogelijk is om in/ of op korte afstand van dit gebied windturbines te realiseren. 3.11 WERELDERFGOED UNESCO MOLENS VAN KINDERDIJK Last but not least. Plaatsing van windturbines op locatie J brengt de status van werelderfgoed van de Kinderdijkse molens in gevaar aldus het bestuur van het WEK. (https://www.rijnmond.nl/nieuws/1792036/plannen-voor-mega-windturbines-bedreigenwerelderfgoed-kinderdijk ) De grote invloed van de 3 locaties van J op het Werelderfgoed is hier te zien.

RAPPORT WERKGROEP J Windverkenning Alblasserwaard tbv RES Gorinchem/Molenlanden d.d. 30 mei 2024

13 Ook wij delen de zorg dat het niet zo kan zijn dat een werelderfgoed verloren zou gaan door het plaatsen van deze zeer hoge windturbines in de zichtlijn van het werelderfgoed Kinderdijk. In dit verband wijzen we eveneens naar de onderbouwing in het Kerndocument Participatie-advies onder E op blz. 13 en 14 van de Klankbordgroep Wijngaarden en Bleskensgraaf tegen windturbines in de zichtlijn van het Werelderfgoed Kinderdijk. NB Werkgroep J vindt het zonder enige precedent dat wil zeggen ongekend in de wereld als een gemeentebestuur, in dit geval van Molenlanden het binnen haar eigen gemeente gelegen Werelderfgoed, waar eenieder zo trots op is, om zeep zou helpen. Daarin wordt het gemeentebestuur dan zeker “wereldberoemd”. Zo’n “bestuur” verdient de naam van bestuur niet en zou onmiddellijk naar huis moeten worden gestuurd.

4. AFSLUITING

We beseffen ons dat er vanuit het kabinet (inmiddels al meer dan een jaar demissionair) een opdracht is rondom energieopgave in Nederland. Echter zien wij te veel zorgen en bezwaren om deze te realiseren met de beoogde windturbines in de gemeente Molenlanden. De impact op het authentieke polderlandschap en op de gezondheid van bewoners van Oud-Alblas, Wijngaarden en Papendrecht zullen veel te groot zijn. Daarom willen we doormiddel van dit advies bezwaar maken tegen de plaatsing van windturbines op locatie J tussen Oud-Alblas en Papendrecht en de smalle strook J vlakbij Wijngaarden. Echter, het nieuwgevormde kabinet staat anders tegenover de bouw van windturbines op land dan de huidige demissionaire regering. Ze nemen een veel terughoudender positie in m.b.t. de bouw van windturbines wegens het grote aantal bezwaren die daaraan kleven zoals ook in ons advies genoemd. In de Provinciale Staten van Zuid-Holland is inmiddels ook een meerderheid veel meer terughoudend geworden m.b.t. de bouw van windturbines blijkt uit een bericht in Het Kontakt van 18 april 2024 (https://www.hetkontakt.nl/alblasserwaard/reader/56292#p=2 ) Dat geeft hoop en wij verwachten dat het gemeentebestuur hierin wil meegaan en het belang cq. de gezondheid van de inwoners van Molenlanden een hogere prioriteit geeft dan die van energieconglomeraten en (vaak) buitenlandse investeerders.

Mocht onverhoopt blijken dat de participatie waaraan we hebben deelgenomen toch slechts een “feestje voor de bühne” blijkt te zijn (dit is al uitgesproken) dan zullen we daarna elk vreedzaam middel dat ons als benadeelden nog rest, incl. de gang naar het hoogste rechtscollege toe desnoods, aanwenden om te voorkomen dat de windturbines er komen in onze Waard. Wij zullen de strijd aangaan. Hoogachtend, Leden van de werkgroep J

PS Dit rapport is met een aanbiedingsbrief waarin opgenomen een samenvatting van alle bovengenoemde adviezen en aanbevelingen uit dit rapport van werkgroep J, met tevens daarbij als bijlage de notitie van Prof. Dr. D. Gommers, een geluidscontourenkaart locatie J en een artikel “Almere Deze Week” op 30 mei 2024 via de RES-organisatie aan de gemeenteraden en colleges van Molenlanden en Gorinchem aangeboden.

RAPPORT WERKGROEP J Windverkenning Alblasserwaard tbv RES Gorinchem/Molenlanden d.d. 30 mei 2024

Gezondheid Zorg De gezondheidszorg staat voor een enorme uitdaging om de zorg voor iedere Nederlander beschikbaar te houden. In de komende 5-10 jaar, stevenen we af op een enorm zorginfarct door aan de ene kant de zorgvraag die blijB sCjgen door de vergrijzing, en aan de andere kant een daling van het zorgaanbod door immense personeelstekorten: van 40.000 in 2024 naar 150.000 in 2030. Windturbines kunnen ernsCge gezondheidsklachten veroorzaken en dat moeten we met elkaar te allen Cjde zien te voorkomen, niet alleen ter bescherming van het individu maar ook om de druk op de zorg niet verder te laten toenemen. De zorg kent grote uitdagingen, maar er is ook een geweldige energietransiCe waarvoor we op zoek zijn naar locaCes voor het plaatsen van immense windturbines op het land, ook in Molenlanden. De gezondheid van mensen staat hierbij alCjd voorop en de uitdaging is een veilige plaatsing van windturbines met een zo gering mogelijk effect op de gezondheid van de inwoners.

Hinder Windturbines maken lawaai, veroorzaken trillingen, creëren slagschaduw en er komt Bisfenol A vrij in het milieu bij slijtage van de windturbinebladen. De geluidshinder bestaat uit hoorbaar en niethoorbaar geluid, ook wel laagfrequent geluid (LFG) genoemd. Dit onhoorbare geluid geeft in laboratoriumonderzoek meetbare hersenschade in proefdieren wanneer deze 28 dagen lang nachtelijk worden blootgesteld aan een toon van 6Hz met een sterkte van 35 dB. Dit wil nog niet zeggen dat dit ook bij mensen zal optreden maar blijkbaar heeft LFG in zo’n kort tijdsbestek al duidelijk meetbare neurologische effecten.

Slaapstoornissen Voor de mens zijn slaapstoornissen de belangrijkste gezondheidsklachten. Indien ernsCg kunnen deze leiden tot angst, stress, depressie, onrust, concentraCeverlies en verminderde afweer. Enkele dagen slecht slapen heeB ernsCge gevolgen en mensen die onregelmaCg werken, zoals met nachtdiensten, leven korter en hebben meer risico op hart- en vaatziekten en ook suikerziekte. De WHO beschrijB in haar rapport1 dat behalve hart- en vaatziekten geluidshinder mogelijk ook metabole gezondheidsgevolgen kent.

Onderzoek Vorig jaar is een groot overzichtsarCkel verschenen over de relaCe tussen windturbinegeluid en slaapkwaliteit. Onderzoekers hebben een systemaCsch review en meta-analyse uitgevoerd van ál het onderzoek tot dan toe (mei 2023).2 In deze studie zijn vijBien eerdere studies geïncludeerd en de data van 8.867 omwonenden zijn geanalyseerd. De prevalenCe van slaapstoornissen onder omwonenden binnen een afstand van 500 meter van een windturbine bedroeg maar liefst 79% en 65% bij een afstand 500-1000 m. Bij grotere afstand nam de prevalenCe verder af: 1–1,5 km 41%, 1 2

Biological mechanisms related to cardiovascular and metabolic effects by environmental noise. WHO 2018

Godono A, et al. AssociaAon between exposure to wind turbines and sleep disorders: A systemaAc review and meta-analysis. Int. J. Hyg. Environ. Health. 2023

1,5–2 km 29%, 2–3 km 22% en > 3 km 27%. Daarnaast was de prevalenCe van slaapstoornissen 31% bij een geluidsdruk <30 dB en nam toe bij een hogere geluidsdruk: 36% bij 30–35 dB, 49% bij 35–40 dB, 60% bij 40–45 dB, en 82% bij >45 dB. Deze studie toont een lineaire relaCe tussen slaapstoornissen en de afstand tot windturbines en ook het geluidsniveau.

Onderzoeken naar slaapverstoring door windturbines zijn niet eenduidig, er zijn ook studies die geen effecten laten zien. Op zich klopt deze constatering: er is veel onderzoek gedaan, waarvan echter veel van maCge kwaliteit. Onderzoeken naar slaapstoornissen worden overwegend gedaan door middel van vragenlijsten, maar de kwaliteit hiervan is zeer wisselend. Voor een goed onderzoek moet je vragenlijsten valideren en dat is maar mondjesmaat gebeurd. Daarnaast kunnen slaapstoornissen ook het gevolg zijn van andere factoren dan geluidshinder, zoals werkstress, van nature slechte slaper, etc. Deze verschillen in kwaliteit van slaap komen niet goed naar voren uit deze vragenlijsten. Ook het bekende Nivel onderzoek in 20233 is niet juist opgezet en kwalitaCef uiterst zwak. Door beperkte opzet, een te grote spreiding in slapeloosheid over de verschillende controlegroepen (15% en 40% hitraCo), er slechts de vier cijfers i.p.v.

de volledige postcode werden gebruikt (waardoor juiste schadng van de afstand tot windturbines niet mogelijk was), er gewerkt werd met een algemene registraCecode voor slapeloosheid die achteraf uit het landelijke huisartssoBware systeem werd opgehaald (waarin onmogelijk was om slapeloosheid te scoren in relaCe met windturbine), en omdat Lden en deze registraCecode geen causale relaCe kent, is het onjuist te concluderen dat er geen gezondheidseffect is van windturbines op de omwonenden. Het is betreurenswaardig dat deze onderzoekers niet inzagen dat hun aanpak zinloos was en dat het rapport meer lijkt te worden gedreven door poliCeke (wens) moCeven van de opdrachtgever dan door wetenschappelijke integriteit. Het had niet in deze vorm gepresenteerd mogen worden.

3

Baliatsas, C., IJzermans, J., Hooiveld, M., Kenens, R., Dückers, M. Gezondheidsverkenning windturbines: bevindingen op populaAeniveau van een landelijke studie gebaseerd op gegevens van huisartsregistraAes, over een Aenjaarsperiode (2012-2021). Utrecht: Nivel, 2023

Klachten Afgelopen Cjd komen er steeds meer signalen van huisartsen dat de klachten van omwonenden in nabijheid van windturbines zeer ernsCg kunnen zijn en het blijkt dat een kleine groep mensen (10% van de bevolking) overgevoelig is voor geluidshinder, en dan met name voor de trillingen (laagfrequent geluid). Daarom is er behoeBe aan kwalitaCef beter onderzoek en is het belangrijk om daar gerenommeerde universiteiten bij te betrekken en niet de RIVM.

Bisfenol A Behalve de gezondheidsproblemen van PFAS in onze leefomgeving, zijn er aanwijzingen dat de rotorbladen significante hoeveelheden Bisfenol A (BPA) in het milieu lekken. BPA is een gevaarlijke stof en verdwijnt, net als PFAS, nooit meer uit het milieu. Het is een syntheCsche organische verbinding waarvan een van de reactanten fenol is en die gebruikt wordt bij de producCe van allerlei plasCcs. De bijgevoegde leier A wijst op het gebruik van aceton als tweede reactant. Er bestaan ernsCge vermoedens dat Bisfenol A leidt tot een verstoring van de hormoonhuishouding. Dat maakt Bisfenol verdacht. Al in 2012 waarschuwde de WHO voor de mogelijk kankerverwekkende eigenschappen van hormoon-ontregelende stoffen. Er zijn inmiddels al drie provincies (Utrecht, Flevoland en Limburg) die de vergunningverlening voor de bouw van windparken op pauze hebben gezet in afwachCng van onderzoeksresultaten naar BPA in water. Bij meCngen in Flevoland bleken normen al ver overschreden bij windturbines die er slechts drie jaar stonden.

Landelijke geluidsnormen Om de gezondheid van de burgers goed te beschermen is het uitermate belangrijk dat de Nederlandse normen betrouwbaar en uitlegbaar zijn. Kleine verschillen in acceptaCe van geluidsgrenzen hebben enorme impact op de veilige afstand tot een windturbine. De financiële en economische belangen zijn groot maar zeker ook de druk voor het duurzaam opwekken van energie in onze regio, maar dat mag nooit ten koste gaan van gezondheid van de burgers. Hieronder puntsgewijs de bezwaren bij de landelijke geluidsnormen voor windturbines:

1. Gezien de impact van windturbines op de persoonlijke leefomgeving van mensen, is het kwalijk wanneer de conclusies niet berusten op de beschikbare wetenschappelijke kennis zoals in de factsheet uit 2020 “gezondheidseffecten van windturbines” van het RIVM. Dit factsheet moest eerder al op drie punten worden gerecCficeerd vanwege conclusies die wetenschappelijk discutabel zijn. Daardoor is recent een nieuwe factsheet uitgebracht met de Ctel “windturbines en gezondheid” (nov 2023). Echter in deze tweede factsheet staan nog steeds discutabele uitspraken, zoals: “de grooie van turbines maakt niet uit voor het geluidsspectrum” en ook het gebruik van de B/R curve (Blootstelling/Respons) waarin bij een bepaald geluidsniveau het aantal ernsCg gehinderden wordt aangegeven. Op deze B/R curve wordt het Nederlandse beleid gebaseerd, omdat men streeB naar maximaal 10 % ernsCg gehinderde zoals de WHO adviseert. Maar zowel de oorspronkelijke auteurs van de gebruikte arCkelen, als de WHO4 (Guski et al. 2017) geven aan dat de data niet zo gebruikt mogen worden. De door het RIVM gebruikte B/R curve geeB een onacceptabel lage inschadng van het aantal ernsCg gehinderde (namelijk 10% bij 47 Lden), terwijl dit op basis van latere

berekeningen (Keith et al. 2016) eerder 30% lijkt te zijn. Ook hier lijkt te zijn toegerekend naar de benodigde omrekenfactor om de bouw van windturbines mogelijk te maken (vd Berg L = L + 4,7 dB, Keith L = L + 1.2) Kortom: de gerecCficeerde factsheet in nov 2023 van het RIVM vraagt opnieuw om correcCe en nuancering van conclusies en formuleringen. 2. Als u gehakt koopt bij de slager, wilt u zeker weten dat zijn weegschaal klopt. Net zo belangrijk als een objecCef geijkte weegschaal, zijn betrouwbare, gevalideerde meetmethoden in de windindustrie. De geluidsmodellen voor het voorspellen van turbinegeluid negeren essenCële variabelen en gebruiken te simpele staCsCsche methoden. Door de input van gemiddelden ontstaat er een heel belangrijke onderschadng van de echte geluidsimpact van 10–20 dB(A) op omwonenden. Bij voldoende wind schaadt dit de nachtrust en dus de gezondheid. Ook wordt er in de modellen geen rekening gehouden met real(me variabiliteit van windcondiCes, zoals windrichCng en -snelheid, die de geluidsoverlast significant kunnen beïnvloeden. Als we gezonde geluidsnormen willen hanteren, zouden windturbines op 2 kilometer afstand van een woning geplaatst moeten worden. Echter, huidige normen voor het meten van geluid van windturbines, zoals de Lden dB(A), zijn nooit onarankelijk wetenschappelijk geijkt in veldonderzoek en kunnen omwonenden niet effecCef beschermen.

De Lden middelt het geluid uit over het hele jaar, maar volgens de WHO is dit alleen geschikt voor staConair draaiende geluidsbronnen. Bovendien middelen ze windkracht en windrichting; dit is onterecht. Door toch gebruik te blijven maken van Lden, mag men veel dichter bij bewoning bouwen in Nederland dan in alle andere Europese landen. Enkel Nederland en Noorwegen gebruiken Lden. Een ander aspect dat opvalt is dat in geen van de oorspronkelijke onderzoeken geluidbelas=ng daadwerkelijk is gemeten: gewerkt is vanuit fabrieksopgaven over de turbines, gecombineerd met rekenregels over een als ruwweg maximaal te verwachten geluidsbelasCng (benedenwinds, bij een windsnelheid van 8 m/sec op 10 meter hoogte). Daarnaast wordt de bronsterkte van een windturbine vastgesteld onder ideale, nietrepresentaCeve omstandigheden, wat resulteert in een ernsCge onderschadng van 6–15 dB(A) van de werkelijke geluidsoverlast. Deze methodiek is vergelijkbaar met ‘wij van WCeend adviseren WC-eend’ waarbij de producent zijn eigen product aanbeveelt, met als doel toelaCng op de EU-markt, zonder overweging van de impact op de omgeving. Deze rekenmodellen falen ook in het beoordelen van stapeleffecten van windturbines onderling.

De interacCe tussen meerdere geluidsbronnen en hun impact op de lokale omgeving worden vaak over het hoofd gezien, wat leidt tot een versterking van geluidseffecten, die niet worden meegenomen in de huidige normen. 3. Als laatste is het zeer belangrijk dat de geluidoverlast niet zal toenemen bij plaatsing van turbines met een hogere masthoogte zoals aangegeven door RIVM in de factsheet “windturbines en gezondheid” (nov 2023). Momenteel worden vele turbines vervangen door hogere. Dit lijkt probleemloos te kunnen - zonder vergroCng van de afstand tot omwonenden - op basis van een persoonlijk statement in de factsheet ‘Windturbinegeluid en gezondheid’ op pagina 7: “Deze normen gelden voor alle windturbines, dus ook voor turbines

met een hogere ashoogte. Het geluidsspectrum voor grote windturbines (>3 MW) wijkt niet of nauwelijks af van die van kleinere turbines (0,5 tot 3 MW) (mondelinge mededeling Van den Berg, 2021)”. Deze uitspraak blijkt slechts gebaseerd op twee niet-gecontroleerde wetenschappelijke congresarCkelen. Bij hogere windturbines neemt de geluidshinder toe doordat de snelhied van de ‘=p’ (het uiteinde van het rotorblad) toeneemt.5 Ze draaien vaker op vollast, met name 's nachts, waardoor ze honderden uren extra geluidshinder veroorzaken. Het repeterende laagfrequente geluid wordt hoger in de lucht nauwelijks gedempt, wat de nachtrust van veel meer omwonenden aanzienlijk kan verstoren. Een voormalig molenaar wees ons erop dat onder 60 meter hoogte je dempingsfactoren van bebouwing en begroeiing hebt en dat je die mag meenemen in je berekening van geluidsnormen en afstand tot de turbine. Maar deze gelden helemaal niet op de hoogte van deze turbines met een tiphoogte van ±280 meter.

Samenvattend Bij de plaatsing van windturbines op het land moet de focus liggen op een veilige afstand van windturbines tot omwonenden en dat is eigenlijk >2 km wanneer een prevalenCe van slaapstoornissen kleiner dan 25%, overeenkomsCg met controlegroepen, wordt beoogd. Volgens de commissie voor de milieueffectrapportage (Commissie MER) moeten gezondheidsgevolgen beter worden meegewogen in de vaststelling van milieunormen voor windturbines. In 2019 bleken ruim 28.000 Nederlanders last te hebben van ernsCge geluidhinder. De rela=es causaliteit (plaatsing turbines waarna optreden van hinder en slaapproblemen) en ernst van de klachten (afstand in relaCe tot ernst van de hinder en slaapproblemen) zijn wél degelijk wetenschappelijk aan te tonen. Zolang een sterk vermoeden van negaCeve gevolgen voor de mens (nog) niet overtuigend wetenschappelijk bewezen is, betekent dit niet dat er onvoldoende gronden zijn om het voorzorgsbeginsel toe te passen. Streven naar een duurzame energievoorziening zonder de gezondheid te schaden is prima. Met nieuwe normen die meetbaar, beschermend, en handhaayaar zijn, is dit mogelijk. Windenergie mag nimmer ten koste gaan van het welzijn en de gezondheid van omwonenden van windturbines. Professor dr. Diederik Gommers Wijngaarden, 27 mei 2024

5

Ben Hoen et al. (2023) Effects of land-based wind turbine upsizing on community sound levels and power and energy density. Applied Energie, Elsevier, vol 338 2023

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.papendrecht.nl/api/v1/meetings/883/documents/13613