CConstaterende datPapendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

20231214 Verslag raadsvergadering CONCEPT.pdf

Raadsvergadering Papendrecht 1 februari 2024, gemeente PapendrechtBij agendapunt: 4: Vaststelling verslagen raadsvergaderingen 7 en 14 december 20238.375 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Verslag besluitvormende raadsvergadering 14 december 2023

VERSLAG VAN DE OPENBARE BESLUITVORMENDE RAADSVERGADERING VERGADERING VAN DE GEMEENTERAAD VAN PAPENDRECHT d.d. 14 december 2023 (aanvang 20.45 uur) Een integrale geluidsopname van deze vergaderingen is te beluisteren op www.papendrecht.nl Aanwezig: Mevrouw M.J.M. van Driel, (voorzitter); De dames: A. Bokma (VVD), T.C. van Es (D66), H.C.T.J. Hoekstra (OP), K.E. Middelkoop- van den Adel (CDA), A.A.S. Stigter (CU), A.J.P. Verweij-Heijstek (PAB), H.M. van Wijngaarden (PAB) en D. Yildiz-Karso (PvdA) en de heren: H.G. Bezemer (CU), A. Boersma (SGP), L. Bruijniks (PAB), P.J. van der Giessen (VVD), W. Goudriaan (SGP), P.C. Grimmius (GL), G.C.H. Hardam (OP), N. van Heteren (D66), R. Lammers (OP), P.C. Spitsbaard (OP), H.D. Stouthart (VVD), A. Tieleman (PAB) en M.H.A. Verweij (PAB). Mevrouw S.H. de Keizer en de heren J.W. van der Borg, J.L. van Erk, A.M.J.M. Janssen en A.J. Kosten; wethouders. De heer G. van Egmond, interim griffier, De heer N. den Braven, raadsadviseur. Afwezig: mevrouw Verschoor - De Winter (CDA) en de heer L.T. van den Dool (CDA). Verslaglegging: Jeanine van Prehn 01.

Opening. De VOORZITTER opent de laatste raadsvergadering van dit jaar en heet eenieder van harte welkom. Er zijn afmeldingen van mevrouw Verschoor en de heer Van den Dool.

02.

Vaststelling van de agenda. De heer GRIMMIUS stelt gezien de inhoud van de agendapunten 13,14 en 15 voor deze als 1 agendapunt te behandelen. De agenda wordt aldus aangepast en vastgesteld.

03.

Mededelingen. Er zijn geen mededelingen.

04.

Vragenkwartier. Er zijn geen vragen.

05.

Benoeming duo-raadslid CU. De raad wordt gevraagd de heer Rietveld te benoemen als duo-raadslid. 1

Verslag besluitvormende raadsvergadering 14 december 2023

De heer STOUTHART geeft als voorzitter van de commissie van geloofsbrieven aan dat de geloofsbrieven zijn onderzocht en dat de commissie heeft geconcludeerd dat de heer Rietveld aan alle eisen voldoet en kan worden benoemd als duoraadslid van de gemeente Papendrecht. Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming wordt unaniem conform het voorstel van burgemeester en wethouders besloten. Vervolgens legt de heer RIETVELD de belofte af en wordt de vergadering kort geschorst t.b.v. de felicitatie van de heer Rietveld. HAMERSTUKKEN 06.

Beleidskader Participatie onder de Omgevingswet. Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming wordt unaniem conform het voorstel van burgemeester en wethouders besloten.

07.

Delegatiebesluit omgevingsplan Papendrecht. Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming wordt unaniem conform het voorstel van burgemeester en wethouders besloten.

08.

Voorbereidingsbesluit voor bodemregels onder de Omgevingswet. Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming wordt unaniem conform het voorstel van burgemeester en wethouders besloten.

09.

Verordening nadeelcompensatie Papendrecht. Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming wordt unaniem conform het voorstel van burgemeester en wethouders besloten.

10.

Technische wijzigingen verordeningen i.v.m. Omgevingswet: Bomenverordening, Verordening kwaliteit VTH, Verordening commissie omgevingskwaliteit en intrekken Bouwverordening. Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming wordt unaniem conform het voorstel van burgemeester en wethouders besloten.

11.

Derde wijziging Algemene plaatselijke verordening. Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming wordt unaniem conform het voorstel van burgemeester en wethouders besloten.

12.

Verordening tot wijziging Erfgoedverordening Papendrecht 2012, 1 e wijziging. Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming wordt unaniem conform het voorstel van burgemeester en wethouders besloten. 2

Verslag besluitvormende raadsvergadering 14 december 2023

BESPREEKSTUKKEN 13. 14. 15.

Bindend adviesrecht onder de Omgevingswet. Verplichte participatie onder de Omgevingswet. Notitie werkafspraken college en raad bij bindend advies omgevingsvergunning voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten. De volgende amendementen worden door de D66-fractie ingediend: Amendement 13.A1. Aanpassing bindend adviesrecht onder de Omgevingswet. Amendement 14.A1. Aanpassing verplichte participatie onder de Omgevingswet. Amendement 15.A1. Aanpassing werkafspraken onder de Omgevingswet. De heer GRIMMIUS merkt op dat er bij hamerslag een aantal cruciale besluiten zijn genomen inzake de Omgevingswet en vindt het goed stil te staan bij de betekenis van deze Omgevingswet. Dit is een complex juridisch geheel waarbij het de vraag is of alles gaat werken zoals men wil dat het werkt. Men moet zich ervan bewust zijn dat dit vanaf het begin niet het geval zal zijn en dat de uitvoering hiervan lastig zal zijn. Hij heeft het hierbij niet over 2 maanden, maar eerder over 2 of meer jaar. Als raad moet men zich ervan bewust zijn dat de uitvoering dusdanig complex en lastig is en men moet de ambtelijke organisatie om deze reden de ruimte bieden. Zijn fractie is erg blij met de ambtenaren en juristen die op dit thema zitten en men spreekt het vertrouwen uit dat dit (op termijn) goed gaat komen. M.b.t.

de amendementen merkt hij op dat alle fracties in 2022 campagne hebben gevoerd op thema’s als volkshuisvesting, de energietransitie en de vo-scholen, zaken die de ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente raken. Zijn fractie is van mening dat men hier dan ook van moet willen zijn en niet te gemakkelijk de bevoegdheden en verantwoordelijkheden moet willen weggeven. De raad vertegenwoordigt hierin de inwoners en dit zijn juist de zaken waarover men op straat wordt aangesproken. Daarom vindt zijn fractie het belangrijk dat de raad over deze zaken blijft gaan. Men vindt het niet erg dit aan het college te geven, maar dit kan altijd nog. In eerste instantie wenst zijn fractie de belangrijkste zaken die inwoners direct raken in de ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente Papendrecht bij de gemeenteraad te houden. Om deze reden zal zijn fractie alle 3 de amendementen, die zeer goed zijn verwoord, steunen. Kijkend naar het voorstel inzake de Omgevingswet concludeert mevrouw VAN ES dat de raad in de openbare ruimte van Papendrecht bijna nergens meer over gaat. De invoering van de Omgevingswet is ingrijpend, er is nergens in Nederland ervaring mee en niemand kent de gevolgen. De D66-fractie wil niet nu direct, 3

Verslag besluitvormende raadsvergadering 14 december 2023

boven op de verplichte wijzigingen, ook nog wijzigen dat de raad haar gehele verantwoordelijkheid voor de openbare ruimte afstoot. Dit is een typische taak van de gemeenteraad, niet in de laatste plaats omdat de inwoners -die men vertegenwoordigt- hier vaak een sterke mening over hebben en de raad hierop aanspreken. De Omgevingsvisie is niet statisch en men kan deze gaandeweg aanpassen en -indien gewenst- meer bevoegdheden bij het college beleggen. Nu is deze visie nog te vaag. De D66-fractie is altijd zeer tevreden over hoe wethouder Janssen omgaat met de dossiers openbare ruimte. Dit is het punt niet, maar een wethouder/het college kan -met de beste bedoelingen- zaken anders inschatten dan wat de gemeenteraad/de bevolking wil. Dit heeft men al eerder gezien. Het amendement is voortgekomen uit het feit dat de D66-fractie de afweging heeft gemaakt tussen 2 risico’s. Aan de ene kant dat er iets wordt gebouwd dat de raad/de inwoners niet hadden gewild, of een gebouw een bestemming krijgt dat men niet had gewild. Aan de andere kant het risico dat de gemeente de beslistermijn niet haalt en er dwangsommen moeten worden betaald. Het amendement regelt inhoudelijk een aantal belangrijke zaken die voor bindend advies naar de raad moeten.

Het gaat niet om kruimelgevallen (dakkapellen en ander kleine zaken), maar om aanvragen voor zonneparken, voor woningbouwprojecten van meer dan 5 woningen en aanvragen voor wijziging van een maatschappelijke functie van een gebouw. Daarnaast blijft de raad (behalve over de kruimelgevallen) altijd gaan over alle beeldbepalende locaties. M.b.t. de dwangsommen schetst mevrouw VAN ES het volgende scenario: er wordt in bijna alle gevallen een voortraject gestart, omdat men voordat men gaat bouwen wil weten wat de eisen van de gemeente zijn. Op het moment dat men in overleg gaat met de gemeente mag -volgens de eigen werkafspraken- al bindend advies aan de raad worden gevraagd. Pas als alle stukken worden ingeleverd (hiervoor is iemand aangenomen) gaat de klok tikken en heeft de gemeente 8 weken om te beslissen. Wanneer deze beslistermijn niet wordt gehaald, gaat de gemeente overleggen met de aanvrager, die hier -omdat deze belang heeft bij een positief oordeel- waarschijnlijk mee akkoord zal gaan. Men mag de termijn dan meestal 6 weken uitstellen (dit komt op een totaal van 14 weken), waarna de gemeente wel in gebreke worden gesteld. Dit is echter ook niet in het belang van de aanvrager. Wanneer hij/zij dit wel doet heeft de gemeente nog 2 weken de tijd -zonder dwangsom- om een besluit te nemen.

Daarna betaalt men gedurende de eerste 2 weken € 23,- per dag, gevolgd door € 35,- per dag voor de volgende 2 weken en € 45,- voor de 2 weken daarna. Dit is een totaal van maximaal € 1.442, - per geval, in het geval de gemeente minimaal 16 en maximaal 22 weken lang geen besluit neemt. De D66-fractie is van mening dat dit niet zal gebeuren en dat de kans dus klein is dat er dwangsommen komen en mocht dit wel het geval zijn, is het bedrag niet hoog. Wanneer dit wel het geval is, is het minder erg om geld uit te geven dan dat er -met de beste bedoelingentoch iets moet worden gebouwd of een gebouw een bestemming krijgt waar 4

Verslag besluitvormende raadsvergadering 14 december 2023

inwoners fel op tegen zijn en men niet meer vanaf kan. Een visie en plan kunnen niet met terugwerkende kracht worden aangepast. Het enige wat men dan kan doen is leren van een fout en hopen dat die fout niet al te erg is. Mevrouw VAN ES roept de raad vooralsnog op verantwoordelijkheid te nemen voor de fysieke ruimte en te wachten tot er meer ervaring is en men de visie en het plan langzamerhand steeds meer kan aanscherpen, zodat de raad steeds meer los kan laten. Tenslotte dankt mevrouw VAN ES de heer Hardenbol en de ambtenaren hartelijk voor hun grote inbreng bij de amendementen. De heer LAMMERS merkt op dat men bij de beeldvorming uitvoerig heeft stil gestaan bij dit onderwerp en dat zijn fractie hierover ook een blogbericht heeft geschreven. In dit kader uit hij zijn zorgen over lozingen van afvalstoffen die de waterkwaliteit gaan bedreigen en merkt hij op dat strenger toezicht noodzakelijk is als de Omgevingswet in werking treedt. Zijn fractie zal amendement 13.A1. Bindend adviesrecht onder de Omgevingswet steunen. Ook t.a.v. de verplichte participatie onder de Omgevingswet heeft de OP-fractie bij de beeldvorming uitvoerig stil gestaan en op 30 november heeft men hierover een blogbericht geschreven en kritische kanttekeningen geplaatst bij de invoering van de Omgevingswet.

Een belangrijk nieuw element is verplichte participatie: in een vroegtijdig stadium betrekken van belanghebbenden en burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en andere overheden bij het proces van de besluitvorming over een project of nieuwe bouwactiviteit. Door de nadruk op participatie vergroot de wet in beginsel de mogelijkheid van burgers om invloed uit te oefenen op de fysieke leefomgeving. Máár het wordt aan bestuursorganen en private partijen zelf overgelaten hoe een en ander vorm wordt gegeven. Dat burgers daadwerkelijk meer ruimte krijgen om invloed uit te oefenen op hun fysieke leefomgeving valt daarom te betwijfelen. Een centrale ambitie van de Omgevingswet is dat private initiatiefnemers meer ruimte krijgen om hun plannen te verwezenlijken en geen vertraging hoeven op te lopen. Dit betekent per definitie meer controle voor deze groep die initiatieven neemt. Maar waar winnaars zijn, zijn ook verliezers. In dit geval belanghebbenden wier mogelijkheden tot controle over de fysieke leefomgeving defacto wordt verminderd. Op papier nemen de mogelijkheden tot vroegtijdige participatie toe, maar vanwege harde kwaliteitsvereisten kunnen die een wassen neus blijken te zijn en zullen burgers die niet goed zijn toegerust voor effectieve deelname aan het participatietraject wel eens aan het kortste eind kunnen trekken. De OPfractie zal amendement 14.A1.

Aanpassing verplichte participatie onder de Omgevingswet daarom ook steunen. Inzake amendement 15.A1. Aanpassing werkafspraken onder de Omgevingswet is de OP-fractie van mening dat de raad buitenplanse activiteiten moet kunnen blijven agenderen. Onder de Omgevingswet vervalt dit recht van de gemeenteraad. Dit betekent automatisch meer macht bij het college en men is van mening dat de raad uiterst 5

Verslag besluitvormende raadsvergadering 14 december 2023

terughoudend moet zijn bij het afgeven van bevoegdheden. Met de invoering van de Omgevingswet verandert de verhouding tussen de gemeenteraad en het college. De verklaring van geen bedenkingen voor afwijkingen in strijd met het bestemmingsplan vervalt. Het bindend adviesrecht komt hiervoor in de plaats. Wat ook vervalt is de raadsbevoegdheid om sommige van deze afwijkingen te kunnen blijven agenderen. Dit is een slechte zaak voor de kaderstellende rol van de wetgevende macht op lokaal niveau, de gemeenteraad. Om deze reden zal de OP-fractie ook dit amendement steunen. Mevrouw BOKMA begrijpt het doel van de amendementen en heeft getwijfeld over wel of niet steunen. Zeker de begrenzing van het aantal woningen waarbij bindend advies noodzakelijk is, alsook de grens van 10 hectare voor een zonnepark, was voor de VVD-fractie een punt om over na te denken. De door de D66-fractie voorgestelde tekst maakt het besluit er echter niet eenvoudiger op, eerder onduidelijker. Niet door de grens die wordt gesteld, maar door het breder trekken dan alleen de beeldbepalende locaties. De VVD-fractie deelt de mening dat de raad aan zet moet blijven, maar door te kiezen om deze grens voor heel Papendrecht tot te passen schiet deze oplossing het doel voorbij.

Als men het goed begrijpt zijn er ook geen uitzonderingen meer voor de beeldbepalende locaties en zou ook de nieuwbouw van een enkele (mantelzorg)woning langs de raad moeten. Dit gaat de VVD-fractie veel te ver. Daarnaast vraagt men zich af wat de reden is om ook vergunningsaanvragen die zien op locaties met een voorgenomen maatschappelijke functie toe te voegen. De VVD-fractie zal de amendementen niet steunen, maar vraagt het college wel om bij herziening van de Omgevingsvisie nadrukkelijk de grenzen voor bindend adviesrecht en verplichte participatie op basis van de door de D66-fractie aangehaalde argumenten mee te wegen. Men vertrouwt het college een juiste afweging te maken en te weten wanneer er in de raad geen draagvlak is, zodat er geen complex van 19 woningen komt op een van de groenstroken. Mevrouw KARSO merkt op dat grip houden op de kwaliteit van de leefomgeving een doel is dat men als college en gemeenteraad altijd moet willen nastreven, ook bij de Omgevingswet. De discussie in de oordeelsvorming laat zien dat het college vindt dat de raad niet moet gaan over omgevingsplanactiviteiten. In deze discussie noemde de wethouder ook het risico van boetes wanneer men niet alle bevoegdheden overdraagt aan het college. Net als mevrouw Van Es denkt de PvdA-fractie dat dit heel erg zal meevallen.

Men is van mening dat het college, als de aanvraag nog niet is gedaan en de 8 weken termijn nog niet loopt, duidelijker naar de aanvrager kan communiceren dat de raad hier nog een besluit over moet nemen. Tegelijkertijd kan men direct starten met de voorbereiding van een eenvoudig raadsbesluit. Men snapt de overweging dat het college dit niet wil doen, maar is toch van mening dat dit de manier is om als raad en college samen 6

Verslag besluitvormende raadsvergadering 14 december 2023

de kwaliteit in de buitenomgeving te waarborgen. De PvdA-fractie wil niet bij elke aanvraag betrokken raken, maar wel bij de locaties die beeldbepalend zijn omdat dit de locaties zijn die voor inwoners van betekenis zijn. Van een volksvertegenwoordiger mag verwacht worden dat men hier een besluit over neemt en uitspraken doet als gemeenteraad. In het kader van de door mevrouw Van Es genoemde aanscherping van de huidige Omgevingsvisie merkt mevrouw KARSO op dat men er 10 jaar over mag doen om de Omgevingswet compleet te beheersen. Omdat men nog maar net is begonnen voorziet de PvdA-fractie nog diverse aanpassingen op de Omgevingsvisie. Hoe concretere de raad hier over is, des te makkelijker het voor het college wordt om dit uit te voeren. Zij pleit ervoor om -omdat zaken nog niet duidelijk zijn- nog te wachten met het overdragen van de in het amendement genoemde bevoegdheden. Om deze reden zal de PvdAfractie de amendementen steunen. Wanneer haar fractie van mening is dat men de bevoegdheden kan overdragen zal men dit ook zeker doen. De heer GOUDRIAAN kan zich vinden in de voorliggende voorstellen. Wel vindt hij het spannend hoe een en ander in de praktijk gaat werken. Een belangrijk doel achter de wet is meer efficiency en als aanvrager een snellere reactie krijgen. Uiterlijk eind eerste helft van 2024 zal er een nieuwe versie van de Omgevingswet komen.

Hij vraagt zich af wat er gebeurt als er in de tussentijd een aanvraag komt waarbij de Omgevingsvisie niet helder genoeg is. In de amendementen wordt opgemerkt dat efficiency en korte beslistermijnen geen reden mag zijn om geen gebruik te maken van het bindend adviesrecht. Omdat dit een belangrijke gedachte achter de Omgevingswet is zal zijn fractie de amendementen niet te steunen. Men heeft er voldoende vertrouwen in dat het college adequaat zal handelen en daarnaast komt men over een half jaar over de nieuwe versie te spreken. De heer BEZEMER sluit zich aan bij de SGP en GL-fractie m.b.t. het doorlopen proces en de besluiten die al zijn genomen. Hij spreekt zijn waardering uit voor de amendementen en merkt op dat men als raad eensgezind is over de zorg hoe de Omgevingswet in de praktijk zal werken. Ook hij is van mening dat men aan het begin niet te streng moet zijn. Een van de uitgangspunten is dat de raad stuurt op hoofdlijnen en dat de uitvoering ligt bij het ambtelijke apparaat en het college. Hierbij ziet hij 2 oplossingen: regels stellen zodat men de vinger strak aan de pols houdt of samenwerken vanuit het vertrouwen dat er is. Dit laatste is de lijn die het college gekozen heeft, omdat men heeft vastgesteld dat een goede evaluatie van eminent belang is.

De CU-fractie wil het college en de ambtenaren, die dit tot nu toe nooit hebben beschaamd, het vertrouwen geven en vindt een hele goed evaluatie heel belangrijk om tot een goede Omgevingsvisie te komen die op hoofdlijnen bepaalt wat kan en mag. De heer BEZEMER vraagt hoe de evaluatie plaatsvindt en of deze in het eerste kwartaal van 2025 wordt voorgelegd aan de 7

Verslag besluitvormende raadsvergadering 14 december 2023

raad. Afsluitend merkt hij op dat de CU-fractie het voorstel steunt en de amendementen niet. Mevrouw VAN WIJNAARDEN zal namens de PAB-fractie de amendementen niet steunen. Dit omdat men door de ambtelijke organisatie is meegenomen in dit onderwerp en men een periode tegemoet gaat waarin men gezamenlijk moet kijken waar men uitkomt. De PAB-fractie is er niet voor om zaken op voorhand nog meer in te perken. Het is niet zo dat men nergens meer over gaat, omdat bindend adviesrecht voor een deel van de beeldbepalende locaties nog wel geldt. Daarnaast heeft men bv. bij plannen van meerdere woningen heel veel vertrouwen in het college en is een goede, flexibele evaluatie afgesproken. Hier komt bij dat het voorstel van de D66-fractie extra werkdruk voor de ambtelijke organisatie oplevert die niet wenselijk is. Tenslotte noemt mevrouw VAN WIJNGAARDEN klachten van initiatiefnemers dat vergunningaanvragen zo lang kunnen duren. Haar fractie zal de amendementen niet steunen en het raadsvoorstel wel. Mevrouw MIDDELKOOP is tijdens een stage die zij 4 mei jl. op de afdeling vergunningen volgde geschrokken van al het werk dat t.a.v. de Omgevingswet voor 1 januari 2024 nog moest gebeuren. Zij uit haar complimenten t.o.v. de ambtelijke organisatie voor de enorme complexe exercitie die sindsdien heeft plaatsgevonden. Zij is blij met de voorstellen, waarmee zij zal instemmen.

Het lijkt haar goed om met de Omgevingswet aan de slag te gaan, waarbij de raad stuurt op hoofdlijnen en men gaandeweg de puntjes op de i zal zetten. Zij heeft het vertrouwen in het college dat men de raad indien nodig direct inschakelt en niet wacht op een evaluatie. Het doel van de Omgevingswet is om voor de burger alles sneller en daadkrachtiger te laten verlopen. De amendementen, waarvoor haar complimenten, zal zij niet steunen. M.b.t. het voorstel dat men altijd over ontwikkelingen op beeldbepalende locaties wil gaan merkt mevrouw MIDDELKOOP op dat dit al het geval is. De genoemde 19 appartementen op het historisch dijklint zouden zonder dat de raad hierbij betrokken wordt nooit gebouwd kunnen worden, omdat dit valt onder beeldbepalende locaties en daarmee onder het bindend adviesrecht. Daarnaast wordt voorgesteld ook te gaan over woningontwikkelingen van 5 i.p.v. 20 woningen of meer. De CDAfractie begrijpt het motief, maar ziet vooralsnog geen noodzaak dit al te amenderen. M.b.t. de grondgebonden zonneparken heeft zij begrepen dat minder dan 10 ha. niet rendabel is, dit dus nooit zal voorkomen en het voorstel overbodig is. Zij stelt voor de punten van het amendementen (5-20 woningen, de BOPA’s en daaraan gekoppelde maatschappelijke functies) mee te nemen bij de evaluatie van de Omgevingswet.

Men kan zich voorstellen dat dan ook andere zaken zoals zorgwoningen of starterswoningen aan de orde komen. Zij stelt voor 8

Verslag besluitvormende raadsvergadering 14 december 2023

als raad aan de slag te gaan met de instrumenten van de Omgevingswet, de Omgevingsvisie en het Omgevingsplan en de daarbij behorende programma’s. Eerste termijn college Wethouder JANSSEN dankt voor het vertrouwen in de ambtelijke organisatie. Hij merkt op dat de raad zelf gaat over waar men het bindend advies wil toepassen, maar dat aan een verdere verruiming wel forse consequenties vastzitten. De Omgevingswet gaat per 1 januari 2024 in werking en is gebaseerd op loslaten en vertrouwen en hiermee wordt deregulering en snellere vergunningverlening gestimuleerd. Verder merkt hij op dat het een bewuste keuze van de wetgeving is dat het college in dit nieuwe systeem het bevoegde gezag bij de vergunningen is. Hierbij heeft het college aangegeven dat er geen buitenplanse omgevingsplanactiviteiten (BOPA’s) worden verleend wanneer het initiatief in strijd is met de Omgevingsvisie. Is dit wel het geval moet het college met de raad in overleg. Het college zal met de huidige Omgevingsvisie eerder bij de raad terug moeten komen. Dit heeft te maken met de onduidelijkheid over de verschillende ambities die strijdig met elkaar kunnen zijn. Als het college het niet meer weet komt men terug bij de raad. Verder heeft men afgesproken om te komen tot een actualisatie/aanscherping van de Omgevingsvisie (waarin bv.

het mobiliteitsplan en nieuwe regels en ontwikkelingen worden meegenomen) en hierover in Q2 2024 te spreken. Tot die tijd zijn er ook geen ontwikkelingen voorzien. Op dat moment heeft de raad alle invloed om hierop aanscherping te maken. In antwoord op de vraag van de heer Bezemer inzake de evaluatie merkt de wethouder op dat deze na een jaar zal plaatsvinden en dat hierbij alle zaken die men het komende jaar zelf ervaart en meemaakt betrokken zullen worden. Men heeft ervoor gekozen het systeem zo in te richten dat men niet de lange vooroverlegprocedure als maat pakt, maar uitgaat van de 8-weekste termijn. Hij schetst het proces zoals dit nu is ingericht als volgt: een initiatief komt binnen en wordt behandeld op de intaketafel (de interne organisatie), waar de wenselijkheid (of het past in de Omgevingsvisie en alle plannen en kaders past) wordt getoetst. De raad krijgt bericht van alle initiatieven die op de intaketafel terecht komen. Bij een positief advies gaat de aanvraag door naar de omgevingstafel (deze bestaat uit ca. 20 deskundigen die advies geven over wat kan en mag). Ook hiervan krijgt de raad het oordeel te zien. Vervolgens is men een aantal weken verder en moet de raad -bij een bindend adviesrecht- hier nog iets van vinden.

Wanneer de gemeenteraad geen medewerking wenst te verlenen aan het initiatief -dat wel past binnen de Omgevingsvisie en bij wat de experts zeggen- zal men hiervan binnen een aantal weken gemotiveerd moeten afwijken. Naast dit beleidsmatige aspect zijn er ook een aantal praktische bezwaren, omdat de beslistermijn van 8 weken (max. te verlengen met 6 weken) inhoudelijk gemotiveerd verlengd moet worden. Hij is van mening dat het niet 9

Verslag besluitvormende raadsvergadering 14 december 2023

alleen meer menskracht kost om het bindend adviesrecht van de raad verder op te rekken, maar dat ook de beslistermijn van 8 weken regelmatig niet zal worden gehaald. Daarbij denkt hij niet dat dit de manier is die in de Omgevingswet bedoeld is en het daar daarnaast effect heeft op het vertrouwen in de gemeente wanneer men de termijnen continue niet haalt. M.b.t. de amendementen merkt hij op dat in de toelichting van amendement 13.A1. wordt gesteld dat het college in het eigen voorstel zonder raadpleging van de raad kan besluiten over projecten als deze meer dan 20 woningen bevatten. Hier is sprake van een vergissing van de indieners, omdat het omgekeerde het geval is en het gaat om minder. Volgens het college is het raadsvoorstel ruim genoeg, de raad heeft wel bindend adviesrecht op diverse belangrijke beeldbepalende locaties en een aantal andere zaken die hierbuiten vallen. Het is de wens van de ambtelijke organisatie en het college om aan de slag te gaan met de Omgevingswet en te kijken hoe het misschien anders moet lopen, met de belofte van het college dat men -als het niet past of onvoldoende duidelijk is wat de raad in de Omgevingsvisie heeft bedoeld, of als er nieuwe regels komen- de komende jaren altijd terugkomt bij de raad. Hetzelfde geldt voor verrassende initiatieven vanuit de maatschappij. Om deze redenen ontraadt het college de amendementen.

Schorsing 21.42 – 21.56 uur Tweede termijn raad De heer GRIMMIUS wenst in de tweede termijn een aantal zaken op te helderen. Mevrouw Van Wijngaarden merkte op dat de raad nog steeds over de beeldbepalende locaties gaat. Hij geeft aan dat dit slechts 15 beeldbepalende locaties zijn en dat de raad hierbuiten geen bindend adviesrecht heeft. Hieronder vallen de parken, de Vriesenpolder en 2 van de 3 vo-locaties. Daarnaast merkte mevrouw Middelkoop op dat de raad bij de eventuele bouw van 19 woningen op het dijklint nog steeds wordt geconsulteerd. De heer GRIMMIUS zegt echter dat dit niet het geval is, omdat de uitzondering op het bindend adviesrecht is dat de raad wanneer het gaat om minder dan 20 woningen geen bindend adviesrecht heeft. Mevrouw MIDDELKOOP zegt per interruptie dat dit klopt, maar dat deze woningen i.v.m. de Dijkvisie niet gebouwd kunnen worden. De heer GRIMMIUS merkt op dat het niet zijn voorbeeld was maar dat van mevrouw Middelkoop zelf en dat de uitzondering aangeeft dat de raad er bij minder dan 20 woningen -zelfs op de beeldbepalende locaties- niet over gaat. Verder zijn er veel fracties die aangeven dat er vertrouwen in het college is om dit op een goede manier te doen. Hij begrijpt niet waarom hier een vertrouwenskwestie van wordt gemaakt, omdat hij ook al expliciet heeft aangegeven dit vertrouwen ook te hebben.

Het is de principiële vraag waar de gemeenteraad wel en niet over gaat. Dit heeft niets 10

Verslag besluitvormende raadsvergadering 14 december 2023

te maken met vertrouwen in het college. De raad bepaalt waar men over gaat. Verder vindt hij dat wanneer men deze bevoegdheid aan het college geeft, het ook de verantwoordelijkheid van het college is en niet half van het college en half van de raad. Dat is niet de manier waarop men met bevoegdheden omgaat. Hierbij merkt hij nogmaals op dat het de fysieke leefomgeving het onderwerp is waarover inwoners het meest binding zoeken met de politiek en dat het daarom belangrijk is hier de volksvertegenwoordiging voor te zijn en hier over te gaan. Uiteraard kan men hier na verloop van tijd een schifting in maken. Hij vindt het de omgekeerde wereld om eerst alles weg te geven, om later te kijken wat er terug kan komen. Het terugnemen van bevoegdheden na delegatiebesluiten is in de praktijk een lastige zaak. Tenslotte merkt hij n.a.v. de opmerking over het vertrouwen in het college, dat hier nog 2,5 jaar zit, op dat het de vraag is of dit na de verkiezingen bij een nieuw -misschien wel progressiever- college ook zo zal zijn. Het blijft de principiële vraag of de raad of het college hier over moet gaan. Mevrouw VAN ES onderstreept dat ook de D66-fractie van mening is dat bevoegdheden en verantwoordelijkheden grotendeels bij de raad moeten blijven. Wanneer dit niet het geval is en het naar het college gaat, dan gaat het college er ook over.

Een van de zaken die men structureel wil aanpakken is de scheiding van de rollen: wie de bevoegdheden heeft draagt ook de verantwoordelijkheid. Hierbij komt men niet als het even moeilijk wordt terug naar de raad. Dit betekent uiteraard niet dat men voor de evaluatie niet terugkomt bij de raad. Zij geeft het voorbeeld van de discussie van een aantal jaar geleden in de Drechtraad, waarbij een voorstel werd gedaan (dat insloeg als een bom) om waar het gaat om de fysieke ruimte meer op regionaal niveau te gaan doen. Men kon zich hierbij niet voorstellen dat individuele raden niet meer over de eigen buitenruimte zouden gaan, maar dat men hier alleen in de Drechtraad gezamenlijk over zou gaan. Dit omdat dit een van de grootste verantwoordelijkheden van de raad is en een van de zaken waar men het meest op wordt aangesproken. Zij is van mening dat mensen het niet gaan accepteren als zij in de toekomst zou moeten zeggen dat de raad -omdat men dit zelf uit handen heeft gegeven- hier niet meer over gaat, maar het college. Als men niet meer over de openbare ruimte gaat en alleen of hoofdlijnen nog wat kan aanscherpen, wat heeft men als volksvertegenwoordiger dan nog te zeggen? Mevrouw VAN WIJNAARDEN vraagt per interruptie of zij ook van mening is dat de diverse plannen die de raad heeft goedgekeurd zoals de dijkvisie, de omgevingsvisie, etc.

eenzelfde bescherming bieden op het moment dat de Omgevingswet in werking treedt. Mevrouw VAN ES is het hiermee niet eens, omdat deze plannen allemaal opgaan in de Omgevingsvisie. Als de Omgevingsvisie voldoende bescherming zou bieden zou haar fractie niet middels de amendementen vragen om meer bevoegdheden bij de raad te laten. M.b.t. tot opmerking dat men vertrouwen moet hebben in het college stelt zij voor terug te 11

Verslag besluitvormende raadsvergadering 14 december 2023

denken aan een voorstel voor bv. een gebouw dat zou worden neergezet of een bestemming die zou worden veranderd (een supermarkt in een oude bibliotheek, een gebouw naast het gemeentehuis zonder woningen) dat in dit geval niet ter besluitvorming naar de raad zou komen. Als men van mening is dat dit niet belangrijk is omdat men op een andere manier, via de fractie, invloed kan uitoefenen geeft mevrouw VAN ES aan dat dit niet kan. Men moet consciëntieus omgaan met het gescheiden houden van de rollen. Het kan niet zo zijn dat een fractie over een bepaald project geïnformeerd zal zijn en een andere fractie niet. Wanneer raadsleden vragen die door inwoners worden gesteld aan de wethouder gaan stellen, is het voor de wethouder moeilijk hierover informatie te verstrekken. Dit omdat alle raadsleden altijd allemaal dezelfde informatie horen te hebben. Daarnaast is het de vraag waarom men deze informatie zou moeten hebben, omdat men er toch niets meer mee kan doen. De raad wordt er achteraf wel over geïnformeerd, maar gaat er niet meer over. Zij vraagt zich af of iedereen begrijpt hoe ingrijpend dit is. Het kan namelijk ook niet zo zijn dat er via een achterdeur toch invloed wordt uitgeoefend. Men gaat er allemaal over of geen van allen gaat over. Zij neemt aan dat de gehele raad het hiermee eens is en dit ook beseft.

Zij begrijpt niet waarom men zoveel haast heeft om de bevoegdheden -die de kern zijn van het werk van een raadslid- uit handen te geven. Op de vraag die mevrouw VAN WIJNGAARDEN per interruptie stelt waarom men van mening is dat de wethouder/het college niet bij de raad terug moet komen antwoordt mevrouw VAN ES dat men uiteraard bij de raad moet terugkomen inzake de aanpassing van de Omgevingsvisie en het Omgevingsplan. Wat niet de bedoeling is, is dat het college eerst alle bevoegdheden van de raad naar zich toe trekt en dan kijkt wanneer men vindt dat men toch bij de raad moet checken. Omdat men de rollen moet scheiden gaat men dit niet doen. Als het college de bevoegdheid wil, draagt men ook de verantwoordelijkheid. De kritiek van de D66-fractie is dat dit de laatste tijd veel te veel door elkaar loopt. De raad kan het college niet controleren als de rollen niet gescheiden zijn. Zij vraagt de portefeuillehouder hoe zal worden omgegaan met vragen vanuit fracties over specifieke bouwprojecten en de invloed van maatschappelijke organisaties daarop. Het kan niet zo zijn dat de raad hier niet meer over gaat, maar dat individuele fracties daar toch invloed op kunnen uitoefenen (wanneer een plan nog in aanvraag is). M.b.t.

het vertrouwen hebben in het college vraagt mevrouw VAN ES zich af of de andere fracties in de afgelopen jaren nooit iets aan te merken hebben gehad op voorstellen van het college of iets wilden veranderen aan deze voorstellen. Als dit het geval is, is het overdragen van de bevoegdheden geen probleem. Zij is zelf van mening dat bijna alles wat de ruimtelijke omgeving betreft tot nu toe een lange bespreektermijn met wensen en bedenkingen heeft gehad.

12

Verslag besluitvormende raadsvergadering 14 december 2023

De heer LAMMERS zegt dat er wordt gevraagd om loslaten en vertrouwen hebben, maar dat het de taak van de oppositie -en de coalitie, die op voorhand al wat meer vertrouwen in het college heeft- is om kritisch naar raadsvoorstellen te kijken. Verder vraagt hij zich af wat het proces is wanneer de raad het niet eens is met de uitspraak van de omgevingstafel. Kan men externe expertise inhuren of moet men ambtelijke bijstand vragen? Verder verwacht de OP-fractie dat als de amendementen worden aangenomen er niet minder efficiënt gewerkt gaat worden en ziet men -ook omdat deze ingaan op het belang van de raad- geen reden om deze niet te steunen. Uiteraard is het niet verkeerd om vertrouwen in het college te hebben, dat heeft zijn fractie ook. Het is echter wel belangrijk meer grip te hebben op de Omgevingswet. Daarnaast spoort hij de rest van de raad aan om voor de amendementen stemmen, omdat men als raadslid door inwoners wordt aangesproken over plannen die worden gemaakt. Wanneer het college alle bevoegdheden heeft, blijven inwoners raadsleden vragen stellen waarop men geen antwoord kan geven. Niet alle inwoners zullen dit begrijpen. Wanneer men de amendementen steunt heeft men als raadslid en vertegenwoordiger van het volk meer grip op de plannen vanuit het college. Dit betekent zeker niet dat men het college zou wantrouwen.

Mevrouw BOKMA vraagt de wethouder of zij het goed heeft begrepen dat de raad bij het geven van bindend advies meer moet doen dat het alleen aangeven waarom men het ergens niet mee eens zou zijn. Daarnaast merkt zij op dat er sprake is van een afwijking van het Omgevingsplan en dat dit niet betekent dat de eisen uit de Omgevingsvisie voor de nieuwe bestemming niet van toepassing zijn. Hiermee heeft men een kader bepaald. De heer GRIMMIUS vraagt per interruptie of de VVD-fractie dit kader voldoende vindt, waarop mevrouw BOKMA antwoordt dat de Omgevingsvisie regelmatig wordt aangepast aan de nieuwe werkelijkheid en dat hierin duidelijke kaders (bv. niet bouwen in het groen en boven de A15) zijn meegegeven en haar fractie dat voor dit moment voldoende vindt. Verder merkt zij op dat wanneer men het amendement -dat zo breed is dat men in sommige gevallen zelfs over 1 woning zou moeten gaan- aanneemt er te veel langs de raad komt. Op de vraag van mevrouw VAN ES of zij hiermee suggereert dat wanneer het amendement niet zo gedetailleerd zou zijn de VVDfractie zou kunnen instemmen met het amendement antwoordt mevrouw BOKMA dat de grenzen van heel Papendrecht veel te ver gaan en men wellicht de grenzen die genoemd zijn in bijlage 2 in de fractie zouden kunnen bespreken. Men zal het voorliggende amendement zeker niet steunen.

Daarbij merkt zij nogmaals op dat het gaat om de afwijking van het plan en niet van de visie. Mevrouw VAN ES vraagt per interruptie of de VVD-fractie akkoord is met het feit dat de raad nu -buiten de beeldbepalende locaties om- nergens meer over gaat. Mevrouw BOKMA antwoordt dat zij gelijk heeft dat de raad er voor een aantal ontwikkelingen niet meer over gaat. Anderzijds is er, kijkend waar er in 13

Verslag besluitvormende raadsvergadering 14 december 2023

Papendrecht nog ontwikkelingen mogelijk zijn, al over besloten met een beeldkwaliteitskader en zijn er daarnaast niet veel plekken meer over om te veranderen. Mevrouw KARSO merkt op dat de vraag is waar men wel en niet over gaat, de vraag of men het college vertrouwt is hierbij niet aan de orde. Bovendien is het een kerntaak van de raad het college te controleren en kaders te stellen. De wethouder geeft aan dat er nog regels zijn die verduidelijkt moeten worden en dat er ontwikkelingen zijn die nog niet zijn meegenomen in de Omgevingsvisie en de plannen. Haar fractie vraagt zich af waar dan de haast vandaan komt en waarom men niet kan wachten op de evaluatie. Hierbij zijn ook de signalen en ervaringen vanuit vergunning aanvragers belangrijk. Tenslotte merkt ook zij op dat het niet de bedoeling is dat het college wanneer de bevoegdheid aan hen is overgedragen en wanneer zaken niet duidelijk zijn wel terugkomt bij de raad. De heer BEZEMER constateert het gaat om kaderstelling en dat de vraag is of het huidige kader voldoende is. Hierbij geeft het college zelf aan dat dit niet het geval is en dat men dit samen met de raad wil aanscherpen. Om deze reden vraagt hij zich af of het dan noodzakelijk is om weer andere kaders te stellen. Hierover kan men van mening verschillen.

Omdat men niet weet wat de Omgevingsvisie gaat brengen vraagt de heer BEZEMER naar de mogelijkheid om tussentijds geïnformeerd te worden over de voortgang. Verder merkt hij m.b.t. het terughalen van bevoegdheden op dat dit wel mogelijk maar niet makkelijk is. Omdat dit op basis van de evaluatie wel mogelijk moet zijn zit de raad nog steeds aan het stuur. Zijn fractie vindt het te vroeg voor het amendement, hoewel een aantal van de elementen wel de zorg van de CU-fractie verwoorden. Mevrouw VAN ES vraagt per interruptie of er een wijziging mogelijk is waarmee men wel akkoord zou gaan, waarop de heer BEZEMER antwoordt dat het wellicht makkelijker geweest zou zijn als men de 20 woningen als deelamendement zou hebben ingediend. Hierover had zijn fractie eventueel na kunnen denken. Door alles in 1 amendement te clusteren heeft de D66-fractie het lastig gemaakt. Het voorstel aangaande het zonnepark vindt men, omdat er niet eens 10 hectare beschikbaar zijn, niet relevant. Mevrouw VAN ES merkt op dat het niet gaat om de 10 hectare, maar dat men -omdat dit niet zo is op beeldbepalende locatiesover alle zonneparken wil gaan. De heer BEZEMER is het met haar eens, maar kan zich niet voorstellen dat het college zou voorstellen om in Papendrecht een zonnepark te plaatsen.

De heer GRIMMIUS merkt per interruptie op dat het punt is dat als het college hier een aanvraag voor krijgt en de ruimte er is men dit wel gaat doen en de raad er niet meer over gaat. De heer BEZEMER is het hier in theorie mee eens, maar vindt dat het een hypothetische discussie is.

14

Verslag besluitvormende raadsvergadering 14 december 2023

Mevrouw VAN WIJNGAARDEN heeft het voorbeeld van de Drechtraad genoemd omdat men in de Drechtraad meerdere malen voorstellen heeft gehad waarbij geen evaluatie was ingebouwd. Hierbij had mevrouw Van Es gelijk over het feit dat men het er niet mee eens was dat de Drechtraad over Papendrechts grondgebied zou gaan. Dat Dordrecht en Zwijndrecht zouden meebeslissen vindt zij echter niet hetzelfde als het eigen college vertrouwen. De heer GRIMMIUS hoopt dat mevrouw Van Wijnaarden niet van mening is dat het college van Papendrecht de volksvertegenwoordiging is. Mevrouw VAN WIJNGAARDEN antwoordt dat dit niet het geval is, maar dat het college van Papendrecht de belangen van Papendrecht (in een andere rol) dient. Hierbij merkt zij op dat het ook een rol van de volksvertegenwoordiging is om het mensen -middels de Omgevingswet- makkelijker te maken. Daarnaast merkt zij op dat er, sinds het plan van een voormalig wethouder Onderwijs om scholen in het Oostpolderpark te bouwen waar de raad het niet mee eens was, veel ten goede is veranderd en het college goed luistert. Zij is het ermee eens dat men wordt geacht het college te controleren, maar merkt hierop dat er bij de ontwikkeling van de Omgevingswet door mensen die er veel verstand van hebben een evenwichtig plan is gemaakt. Daarnaast is er -wanneer het niet goed verloopt- n.a.v.

de evaluatie de mogelijkheid om in te grijpen en bij te stellen. Mevrouw VAN ES vraagt per interruptie of zij zich beseft dat het bij een evaluatie te laat is om te realiseren dat er in de openbare ruimte iets fout is gegaan en een gebouw al een functie heeft of al is gebouwd. Mevrouw VAN WIJNGAARDEN vindt het een aanname dat dit zou gebeuren. Mevrouw VAN ES vraagt wat de raad volgens mevrouw Van Wijngaarden zou kunnen doen als een college een besluit neemt waar men het niet mee eens is. Hierop antwoordt mevrouw VAN WIJNGAARDEN dat de wethouder heeft gezegd dat het college op het moment dat het nodig is bij de raad komt. De heer GRIMMIUS vraagt per interruptie of mevrouw Van Wijngaarden vindt dat in de evaluatie terug moet komen hoe het college de beoordeling van de vergunningen afhandelt. Mevrouw VAN WIJNGAARDEN weet nog niet hoe de evaluatie eruit gaat zien. Als men het niet eens is met zaken kan men hier in de toegezegde evaluatie iets van vinden. De PAB-fractie is overtuigd van de meerwaarde van een plan dat tot stand is gekomen met mensen die er buitengewoon veel kennis van hebben. De heer GRIMMIUS merkt per interruptie op dat niemand twijfelt aan de kundigheid van de ambtenaren en dat het amendement hier niets mee te maken heeft. Hij merkt op dat het -wanneer men niet weet wat men gaat evalueren- moeilijk wordt om bevoegdheden terug te halen.

Hierbij merkt hij op dat de raad dan niet meer gaat over: bv. de locaties van de (2 van de 3) vo-scholen, de Veerdam, de begraafplaats. Op zijn vraag of zij hiermee akkoord gaat antwoordt mevrouw VAN WIJNAARDEN dat zij het huidige voorstel op dit moment voldoende vindt om mee aan de slag te gaan. Als het college beslist om de begraafplaats aan te pakken, hoeft hij zich geen zorgen te maken… Op de vraag die heer SPITSBAARD per interruptie stelt of het niet beter 15

Verslag besluitvormende raadsvergadering 14 december 2023

zou zijn na een jaar te evalueren en meer bevoegdheden weg te geven, dan na een jaar de bevoegdheden terug te willen antwoordt mevrouw VAN WIJNGAARDEN niet. Men wordt het hier niet over eens. Haar fractie zal de amendementen (met respect voor de inzet hiervoor) niet steunen. Mevrouw MIDDELKOOP hoort dat de raad geen invloed meer heeft, arme burgers, de coalitiepartijen geven alles uit handen en door dit amendement wordt de situatie gered. Zij merkt op dat dit niet het geval is en zegt dat de raad al veel kaders heeft gesteld en haar stem heeft laten horen. Men heeft te maken met een uiterst complexe situatie waarbij de wethouder heeft aangegeven dat het college -wanneer men er niet uitkomt- terugkomt naar de raad. Zij is van mening dat hieruit kan voortvloeien dat het bindend advies direct aangepast wordt. Alles gehoord hebbende vraagt zij de wethouder nogmaals de zaken uit het amendement (5 of 20 woningen en de BOPA’s met maatschappelijke functies) mee te nemen bij de evaluatie. ‘ Tweede termijn college Op de vraag van mevrouw Karso waarom men haast heeft antwoordt wethouder JANSSEN dat er geen sprake is van haast maar van een andere keuze, die in lijn is met de Omgevingswet. Hierbij merkt hij op dat loslaten het devies is en dat het een nieuw spel is dat de raad meer met de Omgevingsvisie aan de slag is, maar dat er nog veel onzeker is.

De belofte is, omdat de Omgevingsvisie een instrument van de raad is, dat wanneer er een oordeel moet worden gevormd of iets een wenselijke ontwikkeling is en passend is binnen de Omgevingsvisie en men het gevoel heeft dat de raad een andere invalshoek heeft of dat de aanvraag niet volledig duidelijkheid geeft, een voorstel de intaketafel niet passeert en men terugkomt bij de raad. In antwoord op de vraag van de heer Bezemer naar tussentijdse informatie antwoordt wethouder JANSSEN dat door de ambtenaren is aangegeven dit na een halfjaar te kunnen doen, maar dat men tussentijds ook informatie ontvangt over de initiatieven die op de intaketafel komen. Op de vraag van mevrouw VAN ES wat men met deze informatie moet antwoordt wethouder JANSSEN dat het -tenzij het past in het bindende advies recht- ter informatie is. Wanneer er initiatieven via de raad komen of vanuit een maatschappelijke instelling die iets anders wil dan wat er in de Omgevingsvisie staat, is de raad aan zet om hiermee aan de slag te gaan en de overige raadsleden te overtuigen. Verder merkt wethouder JANSSEN naar de heer Lammers op dat het aan de raad is om bij bindend adviesrecht (via de griffie) een extern adviseur in te huren, maar hij geeft wel aan dat dit tot vertraging zal leiden.

In antwoord op de vraag van mevrouw Bokma over een afwijkend eindadvies van de raad merkt wethouder JANSSEN op dat de raad dit zelf moet wegen. Als op de intaketafel is beslist dat het wel past kan het zijn dat de raad een ander oordeel heeft gegeven 16

Verslag besluitvormende raadsvergadering 14 december 2023

over de Omgevingsvisie of dit anders wil duiden dan de adviseurs. Het kan zijn dat dit voldoende is om af te wijken, maar dit oordeel zal wel voldoende gemotiveerd moeten zijn. Verder merkt hij op dat afwijken van het Omgevingsplan ook kan, maar dat het in dit voorstel gaat om de BOPA’s. Op de opmerking van mevrouw BOKMA dat een BOPA nog steeds moet voldoen aan de uitgangspunten uit de Omgevingsvisie antwoordt wethouder JANSSEN dat dit klopt. Een aanvraag kan niet passeren als het niet voldoet aan de uitgangspunten. Op de vragen aangaande de evaluatie merkt de wethouder op dat deze overal over gaat: over het proces, de initiatieven, de intaketafel, de participatie en de bevoegdheden. Men maakt nu een keuze, maar het kan zijn dat men gaandeweg concludeert dat de raad of het college meer bevoegdheden moet krijgen. Het voorstel is dit nu te regelen en dit over een jaar mee te nemen in de evaluatie. Mevrouw VAN ES vraagt per interruptie wat de raad dan kan doen als er iets wordt gebouwd (hierbij noemt zij de begraafplaats) waar men het niet mee eens is. Wethouder JANSSEN antwoordt dat de raad aan de voorkant zit en dat deze aanvraag getoetst moet worden aan de Omgevingsvisie. Hij vermoedt dat er geen aparte ontwikkeling mogelijk is binnen de begraafplaats, omdat de Omgevingsvisie zegt dat een park/groenstrook in stand gehouden moet worden.

Op het moment dat een initiatiefnemer met een aanvraag komt die de begraafplaats betreft kan dit de intaketafel niet passeren. Als de raad vindt dat dit initiatief gehonoreerd zou moeten worden, is het aan de raad om dit in de Omgevingsvisie vast te leggen. Mevrouw VAN ES merkt op dat de wethouder spreekt over wanneer het naar de raad komt, zij is echter in de veronderstelling dat dit -wanneer het binnen de visie past- niet het geval is. Zij vraagt naar een situatie wanneer de raad het niet eens is met een initiatief dat binnen de visie past. Wethouder JANSSEN antwoordt dat een initiatief op het moment dat het de intaketafel passeert binnen de visie past. Als de raad het hier -na het positieve advies van experts- niet mee eens is kan er een -goed gemotiveerd- ander oordeel komen en is de raad aan zet om te zeggen ‘tot hier en niet verder’. Wat hier vervolgens de consequenties van zijn is moeilijk te beoordelen. Betekent dit automatisch een dwangsom of is dit een voldoende motivatie voor een 26 weeks termijn? Dat is het spel dat men gaat spelen. De VOORZITTER concludeert dat de wethouder heeft toegezegd na een half jaar informatie over het proces, de initiatieven, de intaketafel, de participatie en de bevoegdheden te zullen toesturen. Vervolgens wordt overgegaan tot stemming. Amendement 13.A1. Aanpassing bindend adviesrecht onder de Omgevingswet.

17

Verslag besluitvormende raadsvergadering 14 december 2023

Met 8 stemmen (de dames Van Es, Hoekstra en Karso en de heren Grimmius, Hardam, Van Heteren, Lammers en Spitsbaard) voor en 13 stemmen tegen wordt het amendement verworpen. Stemming voorstel Bindend adviesrecht onder de Omgevingswet. Met 13 stemmen voor en 8 stemmen (de dames Van Es, Hoekstra en Karso en de heren Grimmius, Hardam, Van Heteren, Lammers en Spitsbaard) tegen wordt er conform het voorstel van burgemeester en wethouders besloten. Mevrouw VAN ES trekt de resterende amendementen -omdat deze aan elkaar gekoppeld zijn- in. 14.

Verplichte participatie onder de Omgevingswet. Met 17 stemmen voor en 4 stemmen (mevrouw Hoekstra en de heren Hardam, Lammers en Spitsbaard) tegen wordt er conform het voorstel van burgemeester en wethouders besloten.

15.

Notitie werkafspraken college en raad bij bindend advies omgevingsvergunning voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten. Met 17 stemmen voor en 4 stemmen (mevrouw Van Es en de heren Grimmius, Hardam en Van Heteren) tegen wordt er conform het voorstel van burgemeester en wethouders besloten.

16.

Sluiting. Niets meer aan de orde zijnde sluit de VOORZITTER de vergadering om 23.00 uur onder dankzegging aan eenieder voor diens inbreng. Interim griffier,

De voorzitter,

De heer G. van Egmond.

Mevrouw M.J.M. van Driel

18

Verslag besluitvormende raadsvergadering 14 december 2023

Lijst met toezeggingen

1. De Omgevingswet. Portefeuillehouder Janssen De portefeuillehouder zegt toe na een half jaar informatie over het proces, de initiatieven, de intaketafel, de participatie en de bevoegdheden te zullen toesturen.

19

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.papendrecht.nl/api/v1/meetings/859/documents/12225