20231130 Verslag oordeelsvorming DEFINITIEF.pdf
Tekst van het document
Besluitenlijst Oordeelsvorming van 30 november 2023
BESLUITENLIJST VAN DE OPENBARE OORDEELSVORMENDE VERGADERING d.d. 30 november 2023 (reguliere aanvang 20.00 uur). Een integrale geluidsopname van deze vergaderingen is te beluisteren op www. papendrecht.nl Aanwezig: Mevrouw T.C. van Es, voorzitter; De heer M.H.A. Verweij (PAB), de heer A. Tieleman (PAB), de heer L. Bruijniks (PAB), de heer R. Lammers (OP), mevrouw H.C.T.J. Hoekstra (OP), de heer D. Stouthart (VVD) (tot 22.10 uur), mevrouw A. Verschoor - de Winter (CDA), de heer R. Schuil (CDA), de heer J. Mulder (CDA), mevrouw D. Yildiz-Karso (PvdA), de heer Th. Wolters (PvdA), de heer H.G. Bezemer (CU), mevrouw A.A.S. Stigter (CU), de heer Y. Hardenbol-Kroek (D66), de heer A. Boersma (SGP) en de heer B.H. Grimmius (GroenLinks). Mevrouw M.J.M. van Driel, burgemeester; De heer J.D. Van der Borg, portefeuillehouder; De heer J.L. van Erk, portefeuillehouder; De heer A.M.J.M. Janssen, portefeuillehouder; Mevrouw S.H. de Keizer, portefeuillehouder; De heer A.J. Kosten, portefeuillehouder. De heer N. den Braven, plv. griffier. Afwezig: 01.
Opening. De VOORZITTER opent de vergadering en heet eenieder van harte welkom.
02.
Vaststelling van de agenda. De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld.
03.
Mededelingen. Er zijn geen mededelingen.
04.
Vragenkwartier. Er zijn geen vragen.
05.
Beeldkwaliteitskader Veerpromenade. Het maakt mevrouw HOEKSTRA niet precies uit hoe het gebouw eruit komt te zien, haar fractie vindt het belangrijk dat er gelegenheid is voor culturele activiteiten en dat het gebouw minder hoog wordt.
1
Besluitenlijst Oordeelsvorming van 30 november 2023
De heer HARDENBOL is blij dat het integreren van groen daadwerkelijk een onderdeel is van de opgave. Wethouder JANSSEN merkt op dat het feit dat het integreren van groen aanwezig is niets te maken heeft met wat er vanavond wordt vastgesteld, maar met de eerder vastgestelde uitgangspunten. De heer GRIMMIUS merkt op dat de marktconsultatie aangeeft dat de 2 torens geen haalbare ontwikkeling zijn. Hij vraagt zich hierbij af wat er belangrijker is: de grotere kwaliteit voor de projectontwikkelaar of voor het pand? Daarnaast kan hij het beter rekening houden met de belangen van omwonenden niet terugvinden in het voorstel en vraagt hij zich af of zij geconsulteerd zijn. Wethouder JANSSEN geeft aan dat men m.b.t. het amendement heeft geprobeerd om meer mee te bewegen met wat de raad heeft opgedragen en het hiermee is gelukt om te beantwoorden aan de bezwaren van omwonenden. Omdat men grotendeels tegemoetkomt aan de bezwaren is dit ook de reden om hen niet opnieuw apart te raadplegen. De reden dat men het beeldkwaliteitskader door de raad laat vaststellen is omdat men de raad niet wenst te verrassen met een compleet ander concept en daarnaast is een door de raad vastgesteld beeldkwaliteitsplan een wet van Meden en Perzen en hoort een projectontwikkelaar binnen deze kaders te handelen.
Op de vraag van de heer GRIMMIUS hoeveel woningen er komen en hoeveel er daarvan starterswoningen (huishoudens die aan het begin staan voor hun woon carrière?) zijn antwoordt wethouder JANSSEN dat men met het nieuwe kader 30-50 woningen kan realiseren (eerder 50 dan 30), waarbij het uitgangspunt blijft dat 1/3 daarvan voor (mensen aan het begin van hun wooncarrière) starters wordt gereserveerd. Daarnaast informeert de heer GRIMMIUS naar de parkeervoorzieningen, het groen en de bestemming van de plint, waarop wethouder JANSSEN aangeeft dat dit zit in de eerder vastgestelde uitgangspunten. De heer WOLTERS constateert dat er grotendeels recht wordt gedaan aan het aangenomen amendement. Mevrouw VERSCHOOR is blij met de aanpassing naar 1 toren en dat er meer woningen komen. Wel vraagt men zich af in hoeverre omwonenden worden benaderd en of de raad nog een voorstel krijgt over wat het uiteindelijke plan. Wethouder JANSSEN merkt op dat er nog geen compleet plaatje ligt, maar wel een idee over wat het kan zijn. De heer BOERSMA merkt op dat er sprake is van een uitwerking binnen de eerder vastgestelde kaders. Ook hij vraagt hoe bewoners zijn betrokken bij de laatste ontwikkelingen. De heer BEZEMER is blij dat er inhoud is gegeven aan het amendement, m.n. de 2
Besluitenlijst Oordeelsvorming van 30 november 2023
goede zichtlijnen en het uitzicht voor bewoners en omwonenden. Ook hij vraagt zich af in hoeverre dit is gecommuniceerd en hoeveel woningen er (voor starters) komen. De heer VERWEIJ gaat akkoord met beslispunt 1 en is enthousiast over de puntdaken en de ontwikkeling om Veerpromenade 23 mee te nemen in het straatbeeld. M.b.t. punt 2.1. voldoet het nieuwe ontwerp aan het amendement. Inzake 2.2. is het pure winst dat het woongenot van omwonenden verbetert en enkele bezwaren zijn meegenomen. M.b.t. 2.3. vindt men het verstandig om meer afstand te houden van Veerpromenade 23. Inzake 2.4. is het om de financiële bereikbaarheid voor meer mensen bereikbaar te maken verstandig dat de gemeente regie gaat voeren op de architectonische uitstraling van het gebouw (hierbij graag aandacht voor de kleur van de stenen). Verder is de vanuit sommige partijen de wens geuit voor meer groen aan de gevels, zijn fractie vraagt zich echter af wat dit betekent voor de fundering en de kosten. Verder merkt hij op dat het inpassen van minder parkeerplaatsen logisch lijkt, maar dat het feit dat mensen in het centrum wonen niet betekent dat ze geen auto (nodig) hebben en stelt hij een gegarandeerde parkeerplaats in de tegenoverliggende parkeergarage voor. Beslispunt 2.6 voorkomt onnodige vertraging en zal mogelijk meer geïnteresseerde ontwikkelaars en bouwers opleveren. M.b.t.
de plint vindt de PAB-fractie het goed dat het levendige deel wordt gesitueerd aan de markt. Op zijn vraag of dit betekent dat aan de Veerpromenade zijde geen winkels of andere voorzieningen komen antwoordt wethouder JANSSEN dat men vooraf niet heeft bepaald hoe het pand eruit komt te zien en men het aan de projectontwikkelaars overlaat om te komen met oplossingen binnen de uitgangspunten die men meegeeft. Dit kan betekenen dat dit winkelruimte (max. 200 m2 binnen de plint) is. M.b.t. de raampartijen merkt de heer VERWEIJ op dat het woongenot niet ondergeschikt gemaakt mag worden aan het belang van de vormgeving van de gevels. Verder vraagt hij wat de aanrijdroute voor de geplande ingang van de parkeergarage voor het nieuwe gebouw wordt en in hoeverre vooraf kan worden geborgd dat met het stedenbouwkundig accent niet alle andere beoogde voorwaarden voor inpassing in de bestaande bebouwing teniet worden gedaan. De heer STOUTHART is blij met het beeldkwaliteitskader, dat tegemoetkomt aan het ingediende amendement. (De VOORZITTER verzoekt de wethouder in het kader van de bestuurlijke vernieuwingen de technische vragen schriftelijk te beantwoorden.)
3
Besluitenlijst Oordeelsvorming van 30 november 2023
Tweede termijn De heer BEZEMER geeft aan dat het aantal woningen hem geruststelt. Verder merkt hij op dat er een verschil zit tussen consultatie en communicatie, waarbij communicatie wel heel belangrijk is. Wethouder JANSSEN geeft aan dat communicatie altijd lastig is en dat men er -omdat men zo maximaal mogelijk meebeweegt met de bezwaren- niet voor heeft gekozen om de omwonenden opnieuw te consulteren. Uiteraard heeft men wel direct gecommuniceerd over het beeldkwaliteitskader en was er zelfs een bewoner die al heeft aangegeven zeer content te zijn met de plannen. Ook na de vaststelling van dit voorstel zal uiteraard direct met omwonenden worden gecommuniceerd. Ook de heer GRIMMIUS vraagt zich af waarom de omwonenden, in tegenstelling tot het voorgaande traject waarbij hier uitvoerig is stilgestaan, nu niet worden geïnformeerd. Hij concludeert dat het college bepaalt dat omwonenden tevreden moeten zijn, terwijl het collegeprogramma participatie hoog in het vaandel heeft staan. Verder is hij tevreden met het aantal woningen (voor starters). Daarnaast merkt hij op dat de invulling van de plint nog niet is vastgesteld, dat er op 9 november 2021 vragen zijn gesteld waarover in het verslag is opgenomen dat de wethouder aangeeft dat er geen winkels komen, maar dat de invulling administratief of zorg gerelateerd wordt.
Dit strookt zijns inziens niet met de wens die de wethouder in een artikel in het AD heeft laten opnemen, dat de markt vrolijker en levendiger mag worden. Wethouder JANSSEN antwoordt dat dit klopt en men het wel een levendig plint wil laten zijn, waarbij men aan de kop meer naar retail kijkt. Omdat de plint groter is dan een paar honderd meter heeft men de markt uitgedaagd om ergens mee te komen. Hierna kan men alsnog kijken wat het meest interessant is. Mevrouw HOEKSTRA vraagt per interruptie of de wethouder zich bewust is van het feit dat heel veel winkels op de Meent sluiten en leeg staan, waarop hij aangeeft zich dat dit inderdaad het geval is en hij dit graag beter zou zien, maar dat Papendrecht gemiddeld genomen nog aan de goede kant zit. In de plint gaat het over een relatief klein aantal m2 retail dat men wil toevoegen. Verder vraagt de heer GRIMMIUS zich af wat de zin ‘de gemeente wil ook daarom regie voeren op de architectonische uitstraling van het gebouw’ te maken heeft met woningen bestemd voor huishoudens aan het begin van hun woon carrière. De vraag van mevrouw HOEKSTRA of men kan aangeven wat de maximale bouwhoogte wordt en of men hierin heeft geluisterd naar de bewoners zal wethouder JANSSEN schriftelijk beantwoorden. De heer GRIMMIUS hoopt dat alle technische vragen voor de raad van komende week worden beantwoord. De VOORZITTER merkt op dat de data waarop 4
Besluitenlijst Oordeelsvorming van 30 november 2023
technische vragen moeten zijn ingediend in GO staan en deze op tijd beantwoord zullen worden. Niets meer aan de orde zijnde adviseert de commissie aansluitend de onderhavige stukken als bespreekstuk door te leiden naar de gemeenteraad. 06.
Afvalstoffenverordening Papendrecht 2023. Mevrouw VERSCHOOR merkt op dat haar fractie nog geen antwoord heeft gekregen op de gestelde technische vragen. Daarnaast merkt zij op dat er al klachten zijn binnengekomen over de nieuwe manier van afval inzamelen. Haar fractie dringt erop aan om dit goed in de gaten te blijven houden en goed te evalueren. Wethouder KOSTEN zegt de beantwoording van de vragen toe. Verder is de zorg rondom de nieuwe afvalinzameling bekend en zet men volop in op begeleiding bij dit veranderingsproces. Tweede termijn commissie Mevrouw VERSCHOOR vindt het belangrijk dat verenigingen, scholen en kerken apart worden genoemd, hetgeen niet het geval is. Wethouder KOSTEN komt hier schriftelijk op terug. De heer VERWEIJ zou m.b.t. de gevoelswaarde van woorden de in art.21. genoemde kadavers van gezelschapsdieren vervangen door stoffelijke overschotten. Wethouder KOSTEN veronderstelt dat dit is overgenomen uit de VNG-verordening, maar begrijpt de gevoelswaarde hierover. Niets meer aan de orde zijnde adviseert de commissie aansluitend de onderhavige stukken als bespreekstuk door te leiden naar de gemeenteraad.
07.
Belastingverordeningen 2024. De heer HARDENBOL kan instemmen met de belastingverordening, m.u.v. de afvalstoffenheffing, waarvoor de GL en D66-fractie een amendement hebben aangekondigd. Daarnaast noemt hij de aangenomen motie waarbij het college informatie gaat verzamelen t.b.v. een eerlijkere afvalstoffenheffing. Het nieuwe tariefvoorstel vindt zijn fractie niet eerlijk voor grotere huishoudens. Hij geeft een korte toelichting op waarom zijn fractie het niet eens is met de lastenverdeling en vraagt zich af of men op deze manier het gewenste doel (minder restafval) bereikt. Zijn fractie wenst hierbij rekening te houden met de degressie, waarvoor men het voorbeeld van het gasverbruik heeft aangehaald. De heer GRIMMIUS sluit zich aan bij de heer Hardenbol. 5
Besluitenlijst Oordeelsvorming van 30 november 2023
Mevrouw KARSO is geïnteresseerd naar de inhoud van het genoemde amendement dat de D66-fractie voor de volgende vergadering zal indienen en is voornemens hierin mee te gaan. De heer SCHUIL stemt in met het voorstel, maar noemt wel de zorg dat de afvalstoffenheffing niet te administratief gemaakt moet worden, waardoor dit een grote ambtelijke last veroorzaakt. De heer BOERSMA heeft de berekening onder het amendement inzake de afvalstoffenheffing opgevraagd, maar is hierdoor nog niet overtuigd. Dit i.v.m. het feit dat het een arbitraire keuze is om de afvalstoffenheffing te relateren aan de gasprijzen en dat het uitgangspunt dat wordt gebruikt het basistarief is, terwijl de vervuiler betaalt afhankelijk is van het kleptarief. Wanneer men dit meeweegt gaat iedereen - ook de 2- en meerpersoonshuishoudens- meer betalen, wat komt door het vervuiler betaalt principe. Het uiteindelijke bedrag is hierbij geen vast bedrag maar een inschatting op basis van gedrag dat mensen gaan vertonen. Als men dit meeweegt is de regressie al verdisconteerd in het model. Zijn fractie steunt het feit dat het basistarief dat door college is voorgeteld is geënt op de begroting van dit jaar en hierin niets is gewijzigd. Men heeft de motie gesteund om de effecten te onderzoeken, maar zal het toekomstige amendement niet steunen.
De heer BEZEMER gaat namens zijn fractie akkoord met de meeste verordeningen, maar de afvalstoffenheffing is een heikel punt. Men volgt het principe dat de D66 en GL-fracties voor ogen hebben, maar constateert dat het lastig is dit eerlijke tarief vast te stellen. Ondanks het feit dat de heer C. Grimmius heeft getracht deze berekening uit te leggen, begrijpt ook zijn fractie de koppeling aan het gastarief helaas nog niet. Men had gehoopt dat er een aangepast amendement zou komen dat beter aansluit. Zijn fractie heeft de motie om de effecten te onderzoeken wel gesteund. Omdat men data wil om beslissingen op te nemen heeft de PAB-fractie de motie inzake de afvalstofheffing ondersteund. De heer VERWEIJ begrijpt de stelling van de D66 en GL-fracties, maar zegt dat de tarieven van 2023 i.v.m. inflatie en hogere onkosten eerst (met ca. 10,9%) opgehoogd dienen te worden. Wanneer men dat vergelijkt met het nieuwe systeem, uitgaande van het 25 x kleptarief, ziet men dat een 1 persoonshuishouden er € 15,50 op vooruitgaat en een 2 persoonshuishouden € 12,-, maar dat een 4 persoonshuishouden € 31,- duurder uit is. Wanneer men dit berekent op basis van de in het amendement voorgestelde tarieven ziet men een voordeel van ruim € 40,- voor 1 persoonshuishouden en van € 15 voor 2 persoonshuishouden, maar ziet men dat een 4 persoonshuishouden er € 60,- op achteruitgaat.
De PAB-fractie houdt zich 6
Besluitenlijst Oordeelsvorming van 30 november 2023
aan de door hen voorgehouden berekening, wacht de door de motie beoogde data af en is er niet voor om zaken bij voorbaat aan te passen. De heer STOUTHART zal het amendement in de fractie bespreken en de technische vragen doorsturen naar de griffie. Tweede termijn commissie Indien gewenst kan de heer HARDENBOL de berekening uiteraard met de fracties delen en deze eventueel nogmaals uitleggen. Het idee achter de berekening is niet per se dat men op andere eindbedragen uitkomt, maar dat men heeft geprobeerd een andere maatstaf te gebruiken. Men heeft hierbij geen betere vergelijking met degressie kunnen vinden dan het gasverbruik in huishoudens. Bij de berekening is men uitgegaan van het basistarief, plus variabel tarief, plus het kleptarief. Hierbij gaat men er ook vanuit dat een 1-persoonshuishouden meer dan 25 x en een 4 persoonshuishouden geen 100 x gebruik maakt van het kleptarief. Hiermee komt men meer uit op het vervuiler betaalt principe en uiteindelijk ook in lijn met wat het college voorstelt en levert het daarom geen begrotingstechnisch een probleem op. De heer VERWEIJ geeft per interruptie aan dat er sprake is van een bepaald uitgangspunt en dat er met de doorberekening van de PAB-fractie (op basis van de cijfers die in de begroting staan) nu al wordt voldaan aan de wens dat de grootste vervuiler betaalt.
Op zijn vraag waarom dit voorstel aangepast dient te worden antwoordt de heer HARDENBOL dat men uitgaat van een ander principe. De VOORZITTER verzoekt de heer Hardenbol de berekening en het definitieve amendement via de griffie naar alle fracties te sturen. De heer HARDENBOL zegt dit toe. Niets meer aan de orde zijnde adviseert de commissie aansluitend de onderhavige stukken als bespreekstuk door te leiden naar de gemeenteraad.
08.
Bindend adviesrecht onder de Omgevingswet. De heer MULDER stelt voor de beoogde verbeteringen voor Papendrecht samen waar te maken en steunt het voorstel. Ook de heer WOLTERS steunt het voorstel. De heer HARDENBOL heeft dit voorstel namens zijn fractie -i.v.m. de zorg dat de gemeenteraad (bijna) nergens meer over gaat- laten agenderen. Dit terwijl men in sommige gevallen een oordeel moet kunnen vormen of advies moet kunnen 7
Besluitenlijst Oordeelsvorming van 30 november 2023
geven. In het huidige voorstel gaat men bv. niet meer over een woningbouwproject van minder dan 20 woningen of een zonnepark van minder dan 10 hectare. De vraag is of dit wenselijk is. In het huidige voorstel zou het (mits het college dit een goed idee zou vinden) mogelijk zijn dat er op het dijklint een appartementencomplex van 4 hoog met 19 woningen wordt gebouwd. Daarnaast vindt zijn fractie de huidige Omgevingsvisie niet voldoende kaderstellend (dit wordt in Q1 of Q2 verbeterd) en is er op dit moment in de praktijk veel mogelijk. Verder kan men -ook met een goede Omgevingsvisie- niet alle maatschappelijke initiatieven voorzien en zijn deze niet uitgesloten in de Omgevingsvisie. In theorie kan een dergelijk initiatief mogelijk gemaakt worden en vindt zijn fractie bindend adviesrecht wel gewenst. Om deze reden heeft hij (samen met veel ambtenaren) een amendement voorbereid waarbij men het volgende wil wijzigen: (Behalve op beeldbepalende locaties) de 20 woningen en zonneparken te verwijderen en alleen de kruimelgevallen lijst houden. Dit zodat men over grotere ontwikkelingen op beeldbepalende locaties kan gaan. Men wenst geen zonneparken op beeldbepalende locaties, maar wil daarnaast in heel Papendrecht iets kunnen vinden over zonneparken. Verder wenst men te gaan over projecten met meer dan 5 woningen.
Ook als een gebouw een wijziging van maatschappelijke functie ondergaat wenst men -omdat men bepaalde zaken (zoals bv. een abortuskliniek) niet passend zou kunnen vinden- hier over te kunnen gaan. De heer LAMMERS gaat het amendement binnen de fractie bestuderen. Hij noemt het rapport Grip van de wetenschappelijke raad voor regeringsbeleid, dat kritisch is over de Omgevingswet, met name m.b.t. de ongelijkheid tussen projectontwikkelaars en kapitaalkrachtigen en gewone burgers. Daarnaast wordt gesproken over informatieachterstand van gewone burgers t.o.v. professionals en participatie (on)mogelijkheden van burgers die -om diverse redenen- niet zijn toerust voor effectieve deelname aan dergelijke trajecten. Daarnaast merkt de heer LAMMERS op dat het Digitale Stelsel Omgevingswet (DSO) nog steeds niet goed functioneert (dat de gemeente Papendrecht hier wel klaar voor is) en men bij bouwplannen alsnog contact moet opnemen met de gemeente. Tenslotte is de drinkwatersector bezorgd over de omkering van het principe verboden te lozen tenzij in lozen is toegestaan mits. Dit betekent dat de vergunningplicht alleen nog geldt voor lozingen met een zware milieubelasting en de overige lozingen vallen onder algemene regels of een meldingsplicht krijgen. Hiermee loopt men het risico de controle te verliezen op lozingen van risicovolle stoffen voor milieu en drinkwaterbronnen.
Verder merkt de heer LAMMERS op dat naast de verklaring van geen bedenkingen voor afwijkingen in strijd met het bestemmingsplan ook de raadsbevoegdheid vervalt om sommige afwijkingen en aanpassingen aan het vigerend planologisch kader te kunnen blijven agenderen. Dit is een zorgpunt voor een kritische raad die onder druk staat van de bevolking. M.b.t. het 8
Besluitenlijst Oordeelsvorming van 30 november 2023
gevraagde besluit vindt men het vijfde punt, het jaarlijks evalueren, heel goed. De andere punten zal de heer LAMMERS -in relatie tot het amendementen- nader in de fractie bespreken. De heer BOERSMA ziet dat -t.o.v. het raadsbesluit van 2 december 2021 waarin de gebieden/categorieën voor bindend adviesrecht zijn vastgesteld- parken en groene zones eruit zijn gehaald. Hij vraagt zich of dit betekent dat dit voor de Friese polder, de Tiendzone en parken komt te vervallen. Tevens werden in het raadsbesluit van 2021 de hoofdwegen van de gemeente de Veerweg en BK-weg genoemd, maar zijn deze op basis van de bijlage gepreciseerd tot een aantal locaties. Op zijn vraag waarom niet gehele bebouwing lang beide wegen als beeldbepalend kan worden bestempeld antwoordt wethouder JANSSEN dat deze zaken reeds in de Omgevingsvisie staan verwoord. Tenslotte vraagt de heer BOERSMA waarom bij de arcering van de supermarkten/winkelcentra de markt van Matena niet is meegenomen, waarop de wethouder antwoordt dat men heeft gekeken naar de beeldbepalende locaties waar in de komende jaren een ontwikkeling is voorzien. Op de vraag van de heer BEZEMER of de evaluatie de volle werking en bevoegdheden van raad resp. het college betreft antwoordt wethouder JANSSEN dat alles wordt geëvalueerd en men hierbij ook weer moet kijken naar hoe de participatie ingericht wordt.
De heer TIELEMAN kan namens zijn fractie -na nadere informatie door de ambtenaren- de vijf punten uit het voorstel steunen. De 2 amendementen zal men in de fractie bespreken. Verder merkt hij op dat wordt gesuggereerd dat de raad (bijna) nergens meer over gaat, maar dat de raad wel de Omgevingsvisie bepaalt en dus aan zet is om zaken af te kaderen. (Vervolg) eerste termijn college Wethouder JANSSEN merkt op dat de raad overal over gaat, ook over het bindend adviesrecht. Hierbij wijst hij wel op de forse consequenties van de keuzes die de raad hierover maakt. Hij merkt op dat de Omgevingswet is gebaseerd op vertrouwen en loslaten en dat men deze wet niet alleen deregulering, maar ook snelle vergunningverlening (binnen 8 weken) is beoogd. Het is -om een snelle doorloop te bevorderen- een bewuste keuze van de wetgeving dat het college in principe het bevoegd gezag is. Het college heeft aangegeven dat er geen buitenplanse omgevingsactiviteiten worden verleend wanneer dit in strijd is met de Omgevingsvisie. Wanneer iets in strijd is met de Omgevingsvisie moet het college terugkomen bij de raad, die gaat over deze Omgevingsvisie. Het college heeft zich samen met de ambtelijke organisatie de vraag gesteld: waarom niet 9
Besluitenlijst Oordeelsvorming van 30 november 2023
eerst een jaar proberen en dan kijken of er een aanpassing moet worden gemaakt? Wethouder JANSSEN is van mening dat er sprake is van een evenwichtig voorstellenpakket en merkt op dat als er zaken uit worden gehaald een aantal voorstellen opnieuw vastgesteld moeten worden. Tweede termijn commissie De heer HARDENBOL beseft dat de raad over de Omgevingsvisie gaat, maar merkt op dat het probleem met de Omgevingsvisie is dat men niet alles kan voorzien. Met het amendement heeft zijn fractie geprobeerd een evenwicht te zoeken. In antwoord op de vraag van de wethouder ‘waarom niet eerst een jaar proberen?’ geeft de heer HARDENBOL aan dat de vraag is waar men nog over gaat. Hij is zich ervan bewust dat de wetgever het college het gezag heeft gegeven, maar zegt dat deze ook het bindend adviesrecht heeft opgenomen zodat de raad over bepaalde zaken gaat. Met dit voorstel heeft men getracht om, net iets meer dan volgens het voorstel, als raad zicht te houden en te kunnen gaan over bepaalde initiatieven. De heer LAMMERS hoort de wethouder zeggen dat het de bedoeling van de Omgevingswet is om als gemeenteraad kaders te stellen en het daarna los te laten en het aan het college over te laten. In zijn eerste termijn heeft hij echter aangegeven dat de wetenschappelijke raad voor regeringsbeleid kritisch is over de Omgevingswet.
Verder noemt hij het capaciteitstekort in het ambtenaren apparaat en de tijdsdruk op de termijn van 8 weken. Daarnaast vraagt hij ook hoe de verplichte participatie bij het proces van de besluitvorming is geregeld. De heer TIELEMAN stelt voor na een jaar te evalueren en in de processen te kijken hoe een en ander werkbaar gemaakt kan worden. De heer MULDER merkt op dat men onder tijdsdruk ook sneller en accurater tot resultaat kan komen. De heer HARDENBOL is per interruptie bang dat dit niet het geval zal zijn. De heer BEZEMER is blij dat de evaluatie full scope gaat plaatsvinden, dit geeft hem hoop dat men het hele palet dan nogmaals langsloopt. Daarnaast vraagt hij de heer Lammers wat de capaciteit -en tijdsdruk met bevoegdheden te maken heeft, waarop de heer LAMMERS zegt het gaat om de capaciteit om aanvragen te behandelen, de tijdsdruk die ontstaat en de participatie die binnen deze 8 weken moet plaatsvinden. Op de vraag van de heer GRIMMIUS wat wordt bedoeld met evaluatie full scope, omdat bij punt 5 wordt aangegeven dat alleen de werkwijzen worden geëvalueerd antwoordt de heer BEZEMER dat de portefeuillehouder iets anders heeft aangegeven en men zaken wel in volledigheid gaat bekijken. De 10
Besluitenlijst Oordeelsvorming van 30 november 2023
heer GRIMMIUS zegt dat de raad niet over de evaluatie van wetgeving gaat, maar dat men alleen evalueert waar men zelf over gaat. De heer BEZEMER bevestigt dat men de wetgeving uiteraard niet gaat beoordelen, maar dat de wethouder heeft aangegeven dat men breed evalueert hoe men daarmee omgaat. Mevrouw KARSO wenst het amendement in haar fractie te bespreken. De cruciale vraag is of de raad over 13 beeldbepalende locaties, incl. het dijklint, wil gaan. De heer HARDENBOL zegt dat het niet alleen over beeldbepalende locaties gaat, maar over elke woning op het dijklint. De heer GRIMMIUS zal het amendement bestuderen. Tweede termijn college Wethouder JANSSEN merkt op dat in elk voorstel staat dat evaluatie plaatsvindt en full scope inhoudt dat men gaat over alle voorstellen in het kader van de Omgevingswet. Verder grijpt men als iets niet werkt tussentijds in en wacht men niet tot het eind van het jaar. M.b.t. de link die wordt gemaakt tussen het capaciteitstekort en de participatie merkt hij op dat participatie normaal gesproken door de initiatiefnemer gebeurt, voor de 8 weken termijn ingaat.
De meer capaciteit die men nodig heeft zit in het betrekken van de raad: in 8 weken moet het voorstel langs de intake tafel, communicatie richting de raad moet plaatsvinden, gevolgd door een omgevingstafel met ca.20 partijen en als er een bindend adviesrecht is moet de raad hier tussentijds ook in gekend worden. De heer HARDENBOL merkt per interruptie op dat in bepaalde gevallen de mogelijkheid tot verlenging (tot 26 weken) bestaat. Daarnaast wordt er geïnvesteerd aan de voorkant en kan er aan de voorkant ook advies aan de raad worden gevraagd. Wethouder JANSSEN neemt aan dat de raad graag wil weten wat de (technische) adviseurs ergens van vinden en wil afwachten wat dit advies is, voor men zelf het bindend adviesrecht voor een bepaalde ontwikkeling uitvoert. Verder merkt hij op dat de verlening voor 26 weken in slechts heel uitzonderlijke gevallen mogelijk is. Wanneer de verlenging niet mogelijk is gaat men automatisch over tot dwangsommen, waarvan het boetebedrag op € 1.442, staat. De heer HARDENBOL merkt op dat een ingebrekestelling gedaan kan worden, maar dat dit zelden gebeurt. Wethouder JANSSEN denkt dat dit tegen zou kunnen vallen. Niets meer aan de orde zijnde adviseert de commissie aansluitend de onderhavige stukken als bespreekstuk door te leiden naar de gemeenteraad. 09.
Notitie werkafspraken college en raad bij bindend advies omgevingsvergunning voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten. 11
Besluitenlijst Oordeelsvorming van 30 november 2023
De heer LAMMERS wenst deze notitie nog in de fractie te bespreken. De heer HARDENBOL vindt namens zijn fractie dat wie de bevoegdheid heeft ook de verantwoordelijkheid moet dragen en het college ervoor moet zorgen dat men de 8 weken hanteert en de raad -voor zover mogelijk- niet belast. Verder ziet hij een risico bij werkafspraak A., waarbij het kan gebeuren dat aanvragers maanden langer bezig zijn met hun aanvraag en de raad de schuld krijgt van een lange procedure. Zijn fractie kan voorlopig akkoord gaan, onder voorwaarde dat een aantal zaken in de evaluatie terugkomt en mits er onder werkafspraak A. in de evaluatie wordt opgenomen hoe lang de procedures duren waarvoor in het voortraject bindend advies aan de raad is gevraagd en hoe vaak een definitieve aanvraag afwijkt van een aan de raad voorgelegd plan in het voortraject. Daarnaast verzoekt men een schema te maken met gewenste data voor inlever deadlines, zodat hier bij initiatiefnemers actief op gestuurd kan worden. De heer GRIMMIUS kan zich vinden in dit besluit, mede gelet op de evaluatie die hieraan ten grondslag ligt. Ook de heren MULDER en TIELEMAN stemmen hiermee in. De VOORZITTER merkt op dat dit voorstel niet als hamerstuk kan worden doorgeleid, omdat er bij het voorgaande agendapunt mogelijk een amendement wordt aangenomen.
Niets meer aan de orde zijnde adviseert de commissie aansluitend de onderhavige stukken als bespreekstuk door te leiden naar de gemeenteraad. 10.
Sluiting. Niets meer aan de orde zijnde sluit de VOORZITTER de vergadering om 22.15 uur onder dankzegging aan eenieder voor diens inbreng. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de 2023. De heer N. den Braven (plv. griffier)
Mevrouw T.C. van Es (voorzitter)
12