20230928 Verslag Besluitvorming CONCEPT.pdf
Tekst van het document
Verslag besluitvormende raadsvergadering 28 september 2023
VERSLAG VAN DE OPENBARE BESLUITVORMENDE RAADSVERGADERING VERGADERING VAN DE GEMEENTERAAD VAN PAPENDRECHT d.d. 28 september 2023 (reguliere aanvang 20.00 uur) Een integrale geluidsopname van deze vergaderingen is te beluisteren op www.papendrecht.nl Aanwezig: Mevrouw M.J.M. van Driel, (voorzitter); De dames: A. Bokma (VVD), T.C. van Es (D66), K.E. Middelkoop- van den Adel (CDA), A.A.S. Stigter (CU), Verschoor-De Winter (CDA), A.J.P. Verweij-Heijstek (PAB), H.M. van Wijngaarden (PAB), D. Yildiz-Karso (PvdA) en de heren: H.G. Bezemer (CU), A. Boersma (SGP), Bruijniks (PAB), L.T. van den Dool (CDA), P.J. van der Giessen (VVD), W. Goudriaan (SGP), P.C. Grimmius (GL), G.C.H. Hardam (OP), N. van Heteren (D66), R. Lammers (OP), P.C. Spitsbaard (OP), H.D. Stouthart (VVD), A. Tieleman (PAB) en M.H.A. Verweij (PAB). Mevrouw S.H. de Keizer en de heren J.W. van der Borg, J.L. van Erk, A.M.J.M. Janssen en A.J. Kosten; wethouders. Mevrouw M. Muijzer, raadsgriffier; De heer N. den Braven, raadsadviseur. Afwezig: mevrouw H.C.T.J. Hoekstra (OP). Verslaglegging: Jeanine van Prehn 01.
Opening. De VOORZITTER opent de raadsvergadering en heet eenieder van harte welkom. Er is een afmelding van mevrouw Hoekstra.
02.
Vaststelling van de agenda. Er wordt voorgesteld en besloten de agendapunten 13, 16, 17, 18 en 19 als hamerstuk te behandelen. De heer GRIMMIUS was van mening dat agendapunt 20 ook een hamerstuk zou zijn. Daarnaast merkt hij op dat het zijn fractie voor agendapunt 12 vastgoed- en accommodatiebeleid niet is gelukt een amendement in te dienen en dit dus als hamerstuk behandeld kan worden, met als kanttekening hetgeen hij in de oordeelsvorming heeft gezegd. De VOORZITTER geeft aan dat er inzake agendapunt 20 aanvullende technische vragen zijn gesteld, waarop men bij de behandeling van dit agendapunt zal terugkomen. Mevrouw VAN WIJNGAARDEN begrijpt niet waarom agendapunt 13 een hamerstuk wordt, waarop de VOORZITTER aangeeft dat er tijdens de 1
Verslag besluitvormende raadsvergadering 28 september 2023
oordeelsvorming door de raad (D66 en GL) is aangegeven dat er mogelijk amendementen zouden worden ingediend, maar dat via de mail is aangegeven dat dit niet het geval zal zijn en men dit als hamerstuk wenst te behandelen. De heer BOERSMA stelt verder voor de agendapunten 14 en 15 inzake de jaarwisseling gezamenlijk te behandelen, maar separaat in stemming te brengen, waarop aldus wordt besloten. Tenslotte merkt de VOORZITTER op dat de OPfractie een motie vreemd aan de orde van de dag heeft ingediend, die als agendapunt 21 zal worden toegevoegd. De agenda wordt aldus gewijzigd en vastgesteld. 03.
Mededelingen. Er zijn geen mededelingen.
04.
Vaststelling van de verslagen van de openbare vergadering van 29 juni en 6 juli 2023. De verslagen wordt ongewijzigd vastgesteld.
05.
Vragenkwartier. De heer BOERSMA vraagt i.v.m. glasvezel werkzaamheden die op zondag hebben plaatsgevonden of er een ontheffing van de Zondagswet is verleend aan de aannemer om dit werk op zondag te doen? Zo ja, wat de argumentatie was? En zo nee, of men bereid is de uitvoerder hierop aan te spreken en of het college in – algemene zin – ervoor kan zorgen dat dergelijke werkzaamheden niet meer op zondag plaatsvinden? Wethouder JANSSEN geeft aan dat er geen ontheffing is verleend aan de aannemer, die inmiddels is aangesproken op dit feit. Men gaat ervanuit dat dit niet meer zal voorkomen. Mevrouw VAN ES vraagt inzake de uitspraak van de rechter over aansprakelijkheid van Chemours voor PFAS-vervuiling vanonder meer de gemeente Papendrecht een eerste reactie van de portefeuillehouder, een duiding van de uitspraak en wat de vervolgstappen nu zijn. Wethouder KOSTEN merkt op dat men tevreden is met de gedane uitspraak, maar merkt hierbij wel op dat dit nog geen eindvonnis is (hetgeen men in 2024 verwacht). De rechter heeft geconstateerd dat tussen 1 juni 1984 en 1 maart 1994 onrechtmatige uitstoot van PFOA heeft plaatsgevonden. Dit heeft te maken met onvoldoende informatievoorziening vanuit Chemours. Voor de periode na 1998 staat dit nog niet vast en zit een vervolg in het proces. Daarnaast is Chemours aansprakelijk voor de neerslag van PFOA en GENX op percelen van de gemeente.
Dit is een belangrijke uitspraak die de gemeente ruimte geeft voor het uitwerken van de aansprakelijkheid en aan inwoners en bedrijven om een procedure te starten. Deze uitspraak laat duidelijk zien dat de vervuiler moet betalen en men hoopt dat dit voor Chemours de aanleiding is om verantwoordelijkheid te nemen in het 2
Verslag besluitvormende raadsvergadering 28 september 2023
opruimen, schoonmaken en saneren van de vervuiling. Op die manier zouden ze echt inhoud geven aan het begrip goede buur. Inzake het vervolg geeft de wethouder aan dat men goed gaat onderzoeken wat de impact en mogelijkheden van de uitspraak zijn en moet men becijferen wat de schade is die men bij Chemours kan neerleggen. Om een en ander toe te lichten zal er (hoogstwaarschijnlijk op 9 oktober) een raadsbijeenkomst met de advocaat worden georganiseerd. Er zijn verder geen vragen. 06.
Ingekomen en ter inzage gelegde stukken. Ter inzage gelegde stukken: I. het voorstel om de onder categorie I ingekomen stukken voor kennisgeving aan te nemen (de betreffende stukken zijn al als ingekomen stuk te boek gesteld en aan de orde geweest in de vergaderingen van de raadscommissies): de raad gaat hiermee akkoord. II. Het voorstel om de onder categorie II ingekomen stukken (die hierbij rechtstreeks te boek worden gesteld ten behoeve van de onderhavige vergadering van de gemeenteraad) als volgt te behandelen: II.A. De ingekomen stukken (afkomstig van derden) voor kennisgeving aan te nemen; de raad gaat akkoord met de voorgestelde wijze van afdoening. II.B. De ingekomen stukken (afkomstig van derden) in handen te stellen van het college; de raad gaat akkoord met de voorgestelde wijze van afdoening. II.C. De ter inzage gelegde stukken (afkomstig van het college van burgemeester en wethouders) voor kennisgeving aan te nemen; de raad gaat akkoord met de voorgestelde wijze van afdoening. II. D. de ingekomen stukken (afkomstig van het college) voor kennisgeving aan te nemen; de raad gaat akkoord met de voorgestelde wijze van afdoening. II. E. De antwoorden (afkomstig van het college) op RvO ex art. 40 vragen voor kennis aan te nemen; de raad gaat akkoord met de voorgestelde wijze van afdoening. Voor het overige zijn er geen bijzonderheden en wordt dit agendapunt afgesloten.
3
Verslag besluitvormende raadsvergadering 28 september 2023
07.
Toelating nieuw raadslid PAB. De heer S. Torun heeft zijn ontslag als raadslid kenbaar gemaakt. Men wenst hem het beste voor de toekomst. De heer LAMMERS geeft, als voorzitter van de commissie voor onderzoek van de geloofsbrieven, aan dat de commissie positief heeft geadviseerd over de toelating van de heer Bruijniks tot de gemeenteraad van Papendrecht. Zonder verdere beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming wordt unaniem conform het voorstel van burgemeester en wethouders besloten. Aansluitend legt de heer Bruijniks de eed af en wordt hij gefeliciteerd met zijn benoeming.
08.
Ontslagbesluit duo-raadslid CU. De heer A.P.J. Den Dekker heeft verzocht te stoppen als duo-raadslid. De VOORZITTER dankt hem voor zijn inzet over de laatste jaren. Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming wordt unaniem conform het voorstel van burgemeester en wethouders besloten. HAMERSTUKKEN
09.
Verordening werkgeverscommissie 2023. Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming wordt unaniem conform het voorstel van burgemeester en wethouders besloten. De VOORZITTER feliciteert mevrouw Hoekstra en de heer Spitsbaard met hun benoeming.
10.
Voorbereidingskrediet structuurontwerpen vernieuwing gebouwen voortgezet onderwijs. Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming wordt unaniem conform het voorstel van burgemeester en wethouders besloten.
12.
Vastgoed- en Accommodatiebeleid. Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming wordt unaniem conform het voorstel van burgemeester en wethouders besloten.
13.
Financiële vertaling scenario’s uitvoeringsplan Integraal Veiligheidsplan 20232026. Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming wordt unaniem conform het voorstel van burgemeester en wethouders besloten. 4
Verslag besluitvormende raadsvergadering 28 september 2023
16.
Zienswijze op aanpassing P&C-cyclus DG&J. Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming wordt unaniem conform het voorstel van burgemeester en wethouders besloten.
17.
Wijziging Gemeenschappelijke Regeling Bureau OVL. Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming wordt unaniem conform het voorstel van burgemeester en wethouders besloten.
18.
Zienswijze 5e wijziging gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst ZuidHolland Zuid. Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming wordt unaniem conform het voorstel van burgemeester en wethouders besloten.
19.
Voorgestelde begrotingswijziging VRZHZ 2023. Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming wordt unaniem conform het voorstel van burgemeester en wethouders besloten. BESPREEKSTUKKEN
11.
Integraal Huisvestingsplan 2023-2034. De VOORZITTER geeft aan dat er 3 amendementen zijn ingediend. De heer LAMMERS merkt op dat zijn fractie heeft meegewerkt aan een amendement op beslispunt 4, met name het vaststellen dat het uitgangspunt van het maximale scenario van BENG wordt gehanteerd en het college opdracht te geven om bij de perspectiefnota in 2027 met uitwerkingen te komen. Het oordeel van zijn fractie over dit voorstel valt en staat met de antwoorden op de vragen in het amendement. De heer VAN DEN DOOL is het eens met het voorstel. Ook zijn fractie heeft echter op beslispunt 4 een amendement ingediend, dat er op ziet dat men voor de raadsverkiezingen van 2026 beschikt over de gewenste informatie. De vorm van deze informatie ziet men graag in diverse scenario’s op basis van maximaal BENG, hetgeen helpt bij het opstellen van een coalitieprogramma en in aanloop naar de perspectiefnota, zodat men hier een besluit kan nemen. Inzake de andere amendementen geeft hij aan dit besluit niet vlak voor de verkiezingen te willen nemen en dit -i.v.m. de grote investering- liever over de verkiezingen te tillen. Men heeft van de wethouder begrepen dat veel eerder dan 2025 niet mogelijk is en zijn fractie vindt dit dus niet verstandig en wenst zich om deze reden te focussen op de frisse scholen. 5
Verslag besluitvormende raadsvergadering 28 september 2023
Het dictum van amendement 11-A3-IHP 2023-2034 tijdig informatie BENG schoolgebouwen luidt als volgt: Besluit het volgende te wijzigen: Beslispunt 4 als volgt te wijzigen en aan te vullen: Vast te stellen dat het uitgangspunt van het maximale scenario (BENG) wordt gehanteerd en het college opdracht te geven om uiterlijk in het eerste kwartaal van 2026 in een raadsinformatiebrief met meerdere scenario’s te komen voor de investering en dekking alvorens deze in de perspectiefnota 2027 te verwerken. Mevrouw VAN ES geeft aan dat haar fractie -als onderwijspartij en klimaatdrammer van het eerste uur- zeer voor frisse lucht voor kinderen en energie neutrale scholen is. Men ziet echter een probleem in dit voorstel dat dit lijkt te regelen, maar het probleem niet oplost. Het college zegt het vinden van het geld voor deel 2: BENG vooruit te schuiven na de gemeenteraadsverkiezingen van 2026. Het besluit wordt genomen, maar het geld zit er niet bij. In totaal is voor de frisse scholen en het verduurzamen van de gebouwen elk jaar, 20 jaar lang 2 miljoen euro nodig. In het voorliggende voorstel ziet men dat maar € 300.000, - van de 2 miljoen is gedekt. Voor frisse scholen B komt 5 ton uit het resultaat en is dit dus niet gedekt. Men sorteert voor op een overschot in een jaar waarvoor nu een tekort is, in plaats van realistisch te begroten. Haar fractie vindt dit not done.
Volgens het voorstel stelt men het tweede deel -BENG makennu vast, maar de beslissing over de dekking van 1,2 miljoen per jaar (in het jaar waar men -wanneer men start- al rood staat) gooit men over de schutting naar een volgend college. Dit kan betekenen dat de plannen worden afgeblazen. Haar fractie wil de zekerheid dat zowel frisse scholen B en het verduurzamen van de scholen doorgaat. Om deze reden wenst men middels een amendement te regelen dat dit college en deze raad de dekking vindt en hierover besluit. Desnoods pas in februari 2026 net voor de verkiezingen, maar liever medio 2025. Men vindt dit voor de scholen belangrijk omdat deze met dit besluit denken dat is besloten dat zij BENG-scholen krijgen, hetgeen niet het geval is. De scholen lopen het risico dat in 2026 blijkt dat een nieuw college/raad dit niet weet te financieren en het niet doorgaat. Daarnaast is dit belangrijk voor de inwoners, omdat het -als het wel doorgaat- de vraag is wie hiervoor gaat betalen. Dit kan betekenen dat er bezuinigd gaat worden of dat de huizenbezitters dit met een OZB-verhoging gaan betalen. Daarnaast is het belangrijk voor de raad en de democratische legitimiteit. Democratie is, naast de wetten en regels, vooral een mentaliteit van (fatsoens)normen. Men gooit een genomen besluit zonder dekking niet over de schutting naar een volgend college en raad.
Omdat dit niet het eerste voorstel is dat een besluit vraagt dat niet mogelijk is, maakt haar fractie zich zeer grote zorgen over de gang van zaken. Dit is, wat haar fractie betreft, het laatste voorstel dat zo naar de raad gaat. Men gaat niet meer akkoord met voorstellen met ongedekte cheques. Zij vraagt de SGP, CU, PAB en VVD-fracties hoe verantwoord dit voor de fracties is. Aan de SGP-fractie hoe men dit staatskundig 6
Verslag besluitvormende raadsvergadering 28 september 2023
ziet, aan de CU of dit volgens hen eerlijke politiek is, aan de PAB-fractie vraagt men wat er gebeurt als dit betaald wordt uit bezuinigen op groen en OZB en aan de VVD-fractie vraagt zijn naar eventuele OZB-verhoging en degelijk financieel beleid. Het dictum van amendement 11-A2- IHP 2023-2034 februari 2026 (D66, PvdA, GL en OP) luidt als volgt: • Besluitpunt 4 te wijzigen in: “Vast te stellen dat het uitgangspunt van het maximale scenario (BENG) wordt gehanteerd en het college opdracht te geven om uiterlijk februari 2026 de uitwerkingen en financiële onderbouwing hiervoor ter besluitvorming aan de raad voor te leggen.” De heer GRIMMIUS is het volledig eens met het voorstel om frisse scholen B en maximaal BENG te realiseren. Liever vandaag dan morgen. Men is het echter niet eens met het feit dat men een voorstel -deels voor de frisse scholen en geheel voor BENG- zonder financiering vaststelt. Inzake BENG merkt hij op dat men het nieuwe college een opdracht van 18 miljoen zonder dekking geeft en vraagt zich af hoe de raad dit kan verantwoorden. Ook hij vraagt een serieuze reactie op de vraag waarom partijen die staan voor solide en degelijk beleid dit nu in de wind slaan. Tenslotte is ook zijn fractie bang dat dit voorstel niet uitgevoerd gaat worden. Waar kunnen de basisscholen op rekenen en hoe kan men dit verantwoorden? Het dictum van amendement 11.A1.
Integraal Huisvestingsplan BENG 2025 (GL, D66, PvdA, OP) luidt: Besluit het volgende te wijzigen: • Besluitpunt 4 te wijzigen in: “Vast te stellen dat het uitgangspunt van het maximale scenario (BENG) wordt gehanteerd en het college opdracht te geven om uiterlijk medio 2025 de uitwerkingen en financiële onderbouwing hiervoor ter besluitvorming aan de raad voor te leggen.” Mevrouw BOKMA kan namens haar fractie volmondig instemmen met het besluit voor frisse scholen klasse B. Om duidelijkheid te scheppen over de vraag inzake beslispunt 4: of men een besluit neemt over de invoering van BENG zonder dat men de kosten weet, of er wordt bedoeld dat wordt onderzocht wat BENG gaat kosten heeft de CDA-fractie een amendement opgesteld, waarmee haar fractie zal instemmen. Voor de verkiezingen van 2026 volgt een RIB met meerdere scenario’s en een dekkingsplan, zodat de nieuwe raad en het nieuwe college een afgewogen keuze kan maken. Hierin komt ook het door de D66-fractie gewenste dekkingsplan. De VVD-fractie is van mening dat het voorgestelde amendement voldoende duidelijkheid geeft over wat er met punt 4 wordt bedoeld. Daarnaast is voor haar fractie de dekking voor de frisse scholen duidelijk (deels ten laste van de begroting voor onderhoudshuisvesting en deels uit de 7
Verslag besluitvormende raadsvergadering 28 september 2023
spaarpot voor toekomstige kapitaalslasten). Administratief technisch moet er dan een verschuiving plaatsvinden, maar in feite onttrekt men jaarlijks een deel aan de spaarpot voor de lasten voor de frisse scholen. Amendement 11-A2 zal men niet steunen omdat de wethouder heeft aangegeven dat eerdere besluitvorming voor BENG frisse scholen B vertraagt en haar fractie dit, omdat de kinderen het verdienen dat de scholen z.s.m. voldoen aan frisse scholen B, onwenselijk vindt. Ook amendement 11.A1. Integraal Huisvestingsplan BENG 2025, dat vraagt om besluitvorming net voor de verkiezingen 2026 hetgeen betekent dat de nieuwe raad en het nieuwe college voor een voldongen feit staan, zal men niet steunen. In antwoord op de vraag van de GL-fractie naar het klimaat merkt zij op dat het voor haar fractie van belang is dat schoolgebouwen energie opwekken en de verwarming en eventueel koeling CO2 neutraal is. Of hier het label BENG bij hoort of BENG light is voor haar fractie minder van belang. Men is van mening dat het zuiverder is om de nieuwe raad en het nieuwe college het uiteindelijke besluit te laten nemen over een investering en het bijbehorende dekkingsvoorstel. Mevrouw KARSO is namens haar fractie uiteraard voor een goed binnenklimaat en verduurzaming van de scholen en is daarom van mening dat men dit zo goed mogelijk moet regelen.
De vraag is daarom hóe men dit goed gaat regelen zodat het uitvoerbaar is en met welke financiële dekking men dit gaat doen. Met dit voorstel vindt haar fractie niet dat het goed geregeld is. Men maakt een start met frisse scholen B, waarvoor de structurele last van 8 ton -volgens dit voorstel- deels uit de reserve en deels uit het toekomstige begrotingsresultaat (waarvan men niet weet of dit in de toekomst een positief saldo zal laten zien) gedekt wordt. De laatste begroting laat zien dat men de meerjarige begroting niet sluitend krijgt. De financieel expert sprak van een ravijnjaar in 2026 -als het Rijk niet met geld over de brug komt- en men weet dat het college risicovoller wil gaan begroten. Om deze redenen vindt haar fractie het niet verantwoord de frisse scholen B zo te regelen. Daarnaast laat het college de raad met beslispunt 4 vaststellen om te starten met verduurzamen van de scholen. Deze zogenaamde ambitie stelt echter niet veel voor wanneer hier geen dekking tegenover staat en er dus geen zekerheid is dat dit gaat gebeuren.
Op haar vraag of men de zekerheid kan geven dat de scholen verduurzaamd gaan worden en of het college haar kan verzekeren niet van OZB-verhoging van de inwoners of middels bezuinigen op het groen onderhoud of het minimabeleid antwoordt wethouder KOSTEN dat de scholen verduurzaamd worden en dat in de raad altijd de discussie wordt gevoerd over OZB in relatie tot de voorzieningen. Hij verwijst hierbij naar de discussie inzake de businesscase lokale lasten en merkt op dat dit de discussie is die men moet voeren. Hier horen scholen ook bij. Het is niet de intentie dat er wordt betaald uit bezuinigingen, maar dit hangt wel af van allerlei onzekerheden die hij heeft uitgelegd en dit is voor het college de reden voor de keuze zoals deze is gemaakt. 8
Verslag besluitvormende raadsvergadering 28 september 2023
Op de vraag of men dit financieel verantwoord vindt antwoordt wethouder DE KEIZER zegt dat het een wel overwogen keuze is geweest waar het hele college achter staat en dat men dit dus een goed idee vindt. De heer VERWEIJ geeft aan dat de PAB-fractie achter de doelen voor het binnenklimaat staat die in het IHP staan genoemd. De kinderen en personeel van de basisscholen moeten in een gezond binnenklimaat werken. Het is belangrijk dat de inwoners zien dat er snel actie wordt ondernomen voor een gezond binnenklimaat. Daarna zal er een begin worden gemaakt met werken aan BENG. Inzake beslispunt 4 zijn verschillende amendementen ingediend. De PAB-fractie kan een voorstel steunen waarin staat dat begin 2026 via een RIB (net als bij de VO-scholen) scenario’s met voorlopige dekkingsplannen gepresenteerd wordt. Men vindt het niet verstandig direct met een raadsbesluit te komen dat zich richt rond de begroting richting 2026, een kritieke financiële periode. Niet alles kan tegelijkertijd en er is voldoende tijd om alles te bereiken. Men is van mening dat de huidige bij BENG passende technieken mogelijk nog veel te duur zijn, dat er nog veel onderzoeken en ontwikkelingen zijn en men niet direct actie moet ondernemen. Er is dan ook meer tijd om de miljoenen euro’s te vinden en het is belangrijk te kijken naar ervaringen elders en regelgeving en subsidies.
Daarnaast zal er in de loop van de tijd ook meer deskundig opgeleid personeel voorhanden zijn. M.b.t. de financiën heeft zijn fractie aangegeven dat het plan in 2026/2027 nog niet uitgevoerd hoeft te zijn en er tijd is om te zien of men (net als met de warmtepompen) goedkoper en beter uit kan zijn. Amendement 11-A3. ligt volgens zijn fractie daarom meer voor de hand dan de andere 2. De heer GOUDRIAAN merkt op dat zijn fractie tijdens de oordeelsvorming duidelijk heeft aangegeven hoe men tegenover dit voorstel staat. Daarnaast is inzake beslispunt 4 duidelijk geworden dat de scholen deze gefaseerde route ondersteunen en dat een dekkingsplan in 2025 onhaalbaar is. Hij verwijst hiervoor naar amendement 11-A3., dat zijn fractie mede heeft ingediend. Daarnaast merkt hij op dat bij het vaststellen van het IHP 2013-2021 ook niet het gehele budget ter beschikking is gesteld voor de gehele periode en er in 2021 een extra dekkingsbesluit is genomen. Hij vindt dat men de scholen anders zou overvragen en men een enorme claim op het budget zou leggen. (Schorsing 20.48 – 21.04)
(vervolg) eerste termijn college Wethouder KOSTEN merkt op dat er 3 amendementen zijn die zijn gericht op BENG. De kern van het voorstel van het college is om de ambitie m.b.t. BENG vast te stellen, maar de dekking nog niet en dit pas op een later moment -met de 9
Verslag besluitvormende raadsvergadering 28 september 2023
kennis van dat moment- integraal wegend te doen. De redenen hiervoor zijn technisch en financieel van aard. De oplossingen van nu zijn niet die van de toekomst, dit heeft deels te maken met beperkingen van het huidige systeem en voor een deel met toekomstige ontwikkelingen (restwarmte van HVC of geothermie). De uitwerking van het minimale scenario gaat de kennis opleveren wat er per school gedaan moet worden om aan de BENG-eisen te voldoen. Inzake de financiën merkt hij op dat het college het gezien de huidige ontwikkelingen van het gemeentefonds onverstandig vindt vast te leggen dat men in 2025-2026 de uitwerking opneemt in begroting. Daarnaast zijn de ontwikkelingen op de uitvoeringsmarkt en de ontwikkelingskosten niet bekend. Om deze reden vindt men het niet verstandig zich nu vast te leggen. De argumenten om aan te geven dat het geen goed besluit is zouden ook omgekeerd kunnen worden en zijn de afwegingen in het college geweest om zich niet vast te leggen. Verder merkt de wethouder op dat men in het nieuwe IHP een iets ander systeem hanteert, waarbij er sprake is van een periode van 12 jaar met 3 x een uitvoeringsplan en mogelijkheden om bij te stellen. Verder noemt hij m.b.t. de financiering diverse mogelijkheden die in den lande worden gehanteerd. Er zijn gemeenten die alle kosten reserveren, anderen kijken per project hoe het gefinancierd kan worden.
Zelf heeft men het dit bij het vorige IHP ook anders gedaan dan nu door een aantal fracties wordt voorgesteld. Er is geen voorschrift voor. Omdat het college voorstelt nu het minimale scenario in te vullen zal men amendementen 1 en 2 ontraden. In amendement 11-A3, waarin men vraagt om adequate informatie aan het eind van de raadsperiode, kan men middels een RIB met scenario’s -met de technische kennis van dat moment en de informatie uit het gemeentefonds 2026- voorzien. Besluitvorming in de laatste vergadering van de huidige raadsperiode vindt het college niet wijs, men laat dit liever over aan de partijen die gaan formeren. Tweede termijn raad De heer LAMMERS merkt op dat een groot deel van de coalitie en het college stelt dat toekomstige technische innovaties, het ravijnjaar in 2025 en onduidelijkheid over de gemeentefinanciën de redenen zijn om nu geen besluit te nemen. Zijn fractie vindt het meer een staatsrechtelijk of bestuurlijk filosofische afweging of de gemeenteraad een besluit moet nemen dat over de periode van het eigen mandaat heengaat. De OP-fractie vindt principieel dat men dit niet moet doen.
De heer VAN DEN DOOL merkt per interruptie op dat men dat heel vaak doet, waarop de heer LAMMERS aangeeft dat hij van mening is dat men inderdaad besluiten neemt die later in de tijd worden uitgevoerd, maar dat hier expliciet wordt aangegeven dat er pas bij de voorjaarsnota 2027 besluitvorming plaatsvindt. Zijn fractie is van mening dat men dit in deze raadsperiode moet doen, omdat men anders het risico loopt dat zaken niet worden uitgevoerd. 10
Verslag besluitvormende raadsvergadering 28 september 2023
Hij stelt voor hierover een apart raadsbesluit te nemen, zodat men de implicaties van dit besluit kan overzien. De heer VAN DEN DOOL volgt de lijn van het college, men stelt nu ambities en uitgangspunten vast en zet het college aan het werk om scenario’s en uitwerkingen te maken. Mevrouw VAN ES vraagt zich per interruptie af hoe de CDA-fractie het besluitpunt leest. Er wordt namelijk niet gesproken over ambities maar over zonder dekking vaststellen van het uitgangspunt en uitwerken in de perspectiefnota. De heer VAN DEN DOOL merkt op dat in hun amendement wordt gesteld dat het moet gaan om scenario’s en zegt dat men met uitgangspunten ook een ambitie (naar BENG) vaststelt. In de scenario’s denkt men na over de invulling hiervan, zodat men de beste keuzes maken. Zijn fractie is geen klimaatdrammer, maar wil wel een beter klimaat en daarvoor de beste investering. Het kan heel goed zijn dat een andere investering een beter klimaatrendement oplevert en dat men voor een ander scenario kiest dat goedkoper is en waardoor het langer duurt om BENG te realiseren en een beter klimaat rendement op een andere investering. Mevrouw VAN ES hoort per interruptie iets waar men het over eens is, dat men in februari 2026 als er scenario’s worden uitgewerkt een beter beeld heeft van de mogelijkheden.
Men is het er ook mee eens dat men, omdat men dan veel beter weet wat de warmtenet en andere mogelijkheden en inkomsten vanuit het Rijk zijn, het nu niet vast hoeft te stellen, Als men de scenario’s in februari 2026 uitwerkt, kan men dán een scenario kiezen en met dekking vaststellen. De heer VAN DEN DOOL merkt op dat dit inderdaad zou kunnen, maar dat dit -net voor de verkiezingen- democratisch niet wenselijk is en men vindt dat dit in de coalitie onderhandelingen moet worden meegenomen. De heer GRIMMIUS vraagt per interruptie waarom dit ook niet een besluit kan zijn dat doorwerkt in de toekomst waarop de heer VAN DEN DOOL aangeeft dat dit ook het geval is en men het college nu aan het werk kan zetten om meerdere scenario’s uit te werken, waarover men later een besluit kan nemen. De heer GRIMMIUS merkt per interruptie op dat men met het vaststellen van een dekking nu men een besluit tot investering neemt, zodat men in 2027-2034 aan de slag kan gaan. Het gaat er niet om de uitvoering te versnellen, maar om het vaststellen van een dekkingsplan.
Op zijn vraag waarom men nu niet een besluit kan nemen dat doorwerkt naar een volgende raadsperiode antwoordt de heer VAN DEN DOOL dat het verschil is dat het hier om een concreet besluit gaat en de heer Lammers hem een staatsrechtelijke filosofische vraag stelde of men als raad überhaupt een besluit kan nemen die werking hebben na de raadsperiode. In dit besluit stelt men kaders, werkt het college uit en komt men later met een besluit. Mevrouw VAN ES vindt het lastig dat er over woorden als vaststellen discussie wordt gevoerd en denkt dat wanneer er discussie is over een besluitpunt er iets 11
Verslag besluitvormende raadsvergadering 28 september 2023
niet klopt met een besluitpunt. Het moet duidelijk zijn wat er staat en wat er is besloten. Er staat dat het wordt vastgesteld, het probleem is dat dit gebeurt zonder dekking. De heer VAN DEN DOOL vraagt per interruptie of hij goed begrijpt dat mevrouw Van Es dan voor hun amendement is, waarop mevrouw VAN ES aangeeft dat dit niet het geval is. Zij is wel blij dat een coalitiepartij bereid is om te zien dat een besluit niet deugt en een voorstel kwalitatief niet goed is. Dit is echter niet voldoende. Dit heeft niets te maken met nieuwe technieken. Wanneer men in februari 2026 weet welke scenario’s er zijn, kan men hierover ook een besluit nemen. Zij begrijpt niet waarom er geen besluiten voor de verkiezingen kunnen worden genomen, omdat het gebruikelijk is dit wel te doen en de volgende raad dan niet hoeft te zoeken naar dekking en zich af hoeft te vragen of iets doorgaat. De heer VAN DEN DOOL vond dat de heer Verweij met de RIB over de VO-scholen een mooi voorbeeld gaf, waarop mevrouw VAN ES aangeeft dat hierbij niet eerst werd vastgesteld dat het werd besloten en verwerkt moest worden in de perspectiefnota. Dat is het grote verschil. Het is geen probleem om uitgangspunten vast te stellen, het probleem is dat de scholen is voorgehouden dat BENG vanaf 2027-2034 uitgevoerd gaat worden, terwijl hier geen zekerheid over is maar er wel een besluitpunt staat.
Omdat ook de wethouder zegt dat er in februari 2026 wel informatie beschikbaar is vraagt haar fractie zich af waarom men dan niet kan besluiten. Het amendement van de CDA-fractie ziet men als een afleidingsamendement, dat afleidt van de kern van de zaak. Verder zegt zij inzake het IPH 2013-2023 waar de SGP-fractie aan refereert dat het besluitpunt het vaststellen van het IHP en het verwerken in de meerjarige begroting was. In dit IHP zat een financieel plan en een opmerking over eventuele aparte kredieten. Dit plan en besluit zat goed in elkaar. Haar fractie maakt zich echt zorgen over het gemak waarmee wordt gelezen zoals men wil en dat afspraken fluïde zijn. De heer GRIMMIUS sluit zich aan bij mevrouw Van Es. M.b.t. de toelichting van zijn eigen amendement merkt hij op dat dit vraagt om een financieel dekkingsplan uiterlijk 2025: omstreeks de laatste perspectiefnota van dit college en de laatste kans prioriteiten aan te brengen en keuzes te maken. Hij wil het college ertoe uitdagen deze keuze te maken en geld beschikbaar te stellen voor de BENG-ambitie. Nu maakt men de basisscholen blij met een dode mus. Men zegt dat ze BENG-scholen krijgen, maar laat op geen enkele manier zien hoe dit betaald gaat worden, waardoor het risico bestaat dat het niet gaat gebeuren. Verder merkt hij op dat hij graag zou willen dat de uitvoering sneller gaat, maar hij begrijpt dat dit niet kan.
Hij legt zich neer bij de werkelijkheid dat het zal gebeuren in de periode 2027-2034. Het gaat niet om het versnellen van de uitvoering, maar om het bieden van een berekening en de zekerheid dat scholen energieneutraal worden. Zijn fractie is het niet eens met amendement 11-A3-IHP 2023-2034 tijdig informatie BENG. Een RIB met scenario’s is geen besluit. Maar 12
Verslag besluitvormende raadsvergadering 28 september 2023
als men tegen die tijd scenario’s heeft kan men (net zoals bij het IVP) ook komen met een voorstel voor een van deze scenario’s. Verder heeft hij het college horen zeggen dat in de zomer van 2026 door een nieuw college maar eens gekeken moet worden hoe het betaald moet worden en waarover stevige coalitie onderhandelingen gevoerd moeten worden. Als de GL-fractie meedoet in het volgende college gaat BENG in 2027-2034 gebeuren en gaat men dit betaalbaar maken. De heer VAN DEN DOOL vraagt per interruptie of men als de GL-fractie ontdekt dat een investering van 5-6 miljoen in het warmtenet 10 x meer klimaatvoordeel oplevert toch blijft duwen op BENG, waarop de heer GRIMMIUS antwoordt dat hij zich hierbij -wanneer vanavond BENG wordt vastgesteld vanaf de perspectiefnota 2027- heeft neer te leggen en men -wanneer men in het college zit- niet anders heeft te doen dat dit uit te voeren. De heer VERWEIJ vraagt per interruptie met het oog op de toekomstige financiën hoe de heer Grimmius als het geld er niet is wil zorgen dat het er komt. Men heeft net gesproken over de OZB en het groenonderhoud en de vraag waar het geld vandaan moet komen als het er niet is. De heer GRIMMIUS heeft eerder aangegeven dat als het betaald moet worden dit ook gaat gebeuren en dat het deze raad is die het lef niet heeft financiële dekking vast te stellen.
De heer VERWEIJ zegt dat men in de discussie zojuist heeft gesproken over bezuinigingen en dat de heer Grimmius alleen aangeeft dat het uitgevoerd zal worden, maar niet waar de dekking vandaan moet komen. De heer GRIMMIUS vindt dit een omkering van de werkelijkheid, het is zijn fractie die om een dekkingsvoorstel vraagt. Dit voorstel moet voorzien worden van een dekking, wil de raad dat niet doet zijn fractie -als men in het college komt- dit de volgende collegeperiode wel. Mevrouw BOKMA vindt het vaststellen van een uitgangspunt analoog aan de uitleg van de wethouder. Het is nog geen besluit tot invoering van BENG, maar slechts het uitwerken van scenario’s waaruit blijkt of het uitgangspunt haalbaar is. De heer GRIMMIUS vraagt haar per interruptie of het scenario dat BENG niet haalbaar is en niet wordt uitgevoerd nog op tafel ligt, waarop mevrouw BOKMA aangeeft dat dit, als blijkt dat het niet haalbaar is of niet tot het gewenste effect leidt voor de jaarlasten van de scholen, inderdaad zou kunnen. De heer GRIMMIUS spreekt zijn zorg uit dat men de scholen momenteel niet verzekert dat ze BENG worden, terwijl dit de lasten van de scholen wel naar beneden zou brengen. Mevrouw BOKMA merkt per interruptie op dat eerst moet blijken of het uitgangspunt haalbaar is en of de investeringen terugverdiend worden om tot besluitvorming over te gaan.
Het zal ook voor de scholen betaalbaar moeten blijven. Mevrouw KARSO vindt dat er te makkelijk wordt gesproken over voorstellen zonder financiële dekking en ziet hierin een kans voor de PvdA om zonder ongedekte cheque gratis OV voor 66plussers in te voeren. Haar fractie vindt dat 13
Verslag besluitvormende raadsvergadering 28 september 2023
het uitspreken van ambities zonder dekking te regelen te veel onzekerheden met zich meebrengt. Men vindt het belangrijk dat er verantwoorde besluiten worden genomen en stelt voor beslispunt 4 te schrappen -hetgeen niet de voorkeur heeftof men zorgt voor dekking. Op deze manier wordt een ambitie uitgesproken, waarbij de vraag blijft of het haalbaar is en of het ooit wordt uitgevoerd. Haar fractie wil dit ook niet overlaten aan de nieuwe raad en vindt deze situatie zorgwekkend en niet hoopvol. De heer VERWEIJ zegt dat in de tweede termijn is opgemerkt dat de scholen er nu vanuit gaan dat men in 2027 gaat starten met BENG. Hij heeft echter begrepen dat men heeft gezegd dat er een ambitie is om te bedenken hoe men BENG gaat realiseren, dat er nog veel onzekerheden zijn en dat de scholen waarschijnlijk wel begrijpen dat het wel mogelijk moet zijn en er misschien andere mogelijkheden zijn om de gebouwen te verduurzamen en het niet 100% BENG wordt. Mevrouw VAN ES vraagt per interruptie of het de scholen duidelijk is dat ambitie niets betekent en dat het kan zijn dat het niet doorgaat, waarop de heer VERWEIJ aangeeft dat ook hij precies wil weten of dit afgesproken is, maar dat hij niet gelooft dat 100% BENG is beloofd.
Mevrouw VAN ES vindt het een goede vraag aan het college of men kan bevestigen wat er is afgesproken met de scholen: wordt er verduurzaamd of kan het worden afgeblazen? De heer VAN DEN DOOL merkt per interruptie op dat men hier een besluit neemt, waarbij hij oproept om te kiezen voor het ingediende amendement dat duidelijk maakt waar de scholen aan toe zijn. Mevrouw VAN ES zegt dat dit geen besluit is. De heer LAMMERS vraagt per interruptie wat erop tegen is om dit naar voor te halen en over 1-2 jaar te spreken over ambities en scenario’s, waarop de heer VERWEIJ zegt dat men geduld moet hebben om de scenario’s uit te werken, zodat men optimaal op de hoogte is van nieuwe ontwikkelingen en de financiële situatie in 2026. Geef het de tijd om in 2026 met de meeste kennis van zaken, techniek en financiën scenario’s op te stellen, zodat men daarna goede keuzes kan maken. Het kan zijn dat dit niet 100% BENG is. De heer LAMMERS merkt per interruptie op dat formuleren van ambities en scenario’s er niet beter op wordt als men 4 jaar wacht. Het ravijn in 2026 komt er zijns inziens i.v.m. de nieuwe regering toch niet. De heer VERWEIJ merkt op dat de nieuwe regering 17 miljard gaat bezuinigen en vindt het toch belangrijk nieuwe technische ontwikkelingen af te wachten en de scenario’s in 2026 tegemoet te zien.
De heer GRIMMIUS vraagt per interruptie waarom men, als in 2026 de tijd rijp is om de scenario’s ter financiële dekking klaar te hebben, hier dan niet pas over kan beslissen, waarop de heer VERWEIJ aangeeft dat de scenario’s zijn bedoeld om het nieuwe college in de coalitie onderhandelingen de juiste keuzes te laten maken. De heer GRIMMIUS vindt het bijzonder dat volgens hem de raad niet het aangewezen orgaan is om de keuzes te maken. Op zijn vraag waarom men – wanneer het toch niet de ambitie is om BENG door te voeren- niet met het amendement is gekomen om dit beslispunt 14
Verslag besluitvormende raadsvergadering 28 september 2023
uit het voorstel kan halen antwoordt de heer VERWEIJ dat hij niet heeft gezegd tegen BENG te zijn. Hij heeft alleen allerlei andere toekomstige mogelijkheden genoemd en is iets voorzichtiger dan anderen die wat sneller willen handelen. Mevrouw VAN ES vindt het per interruptie -omdat men hier toch pas later naar gaat kijken- het enige logische om punt 4 te schrappen. Er wordt iets vastgesteld waarmee een verwachting wordt gewekt. De heer VERWEIJ heeft vertrouwen in de uitleg van het college hoe dit gelezen moet worden: het gaat om een ambitie en niet om het vaststellen dat we BENG gaan uitvoeren. Tenslotte vraagt mevrouw VAN ES hoe staatkundig het volgens de SGP-fractie is om een voorstel zonder dekking vast te stellen, waarop de heer GOUDRIAAN aangeeft dat hij in de eerste termijn voldoende duidelijk is geweest. Tweede termijn college Inzake de verwachting van de scholen geeft wethouder KOSTEN aan dat de scholen weten dat er sprake is van een bovenwettelijke taak is en dat men het fijn vindt dat de gemeente aan de slag gaat met duurzaamheid en het binnenklimaat. Hun zorgen liggen met name bij het binnenklimaat. Inzake BENG hebben de scholen zorgen over betaalbaarheid en de opbrengsten. Het is maar zeer de vraag of het iets gaat op brengen. Daarnaast merkt hij op dat er -omdat het een bovenwettelijke taak is- sprake is van cofinanciering, hetgeen aarzeling geeft bij de scholen.
Verder zijn de scholen zich ervan bewust dat de onderzoeken hoe men BENG kan realiseren tijd kosten en zijn zij benieuwd wat de onderzoeken naar frisse scholen B opleveren voor wat men concreet aan BENG moet gaan doen. Daarnaast kennen de scholen de financiële situatie van de gemeente, met zorgen, uitdagingen en toekomstige investeringen. De gezamenlijke conclusie was: we moeten snel aan de slag gaat met het minimale scenario en t.z.t. kijken of we (de scholen ook) BENG financieel kunnen dekken. Stemverklaring De heer GRIMMIUS: ik weet nog niet wat ik ga stemmen, omdat ik niet weet wat de uitslagen van de amendementen gaan zijn. Stemming amendement 11-A-1 IHP BENG medio 2025. Met 7 stemmen (de heren Grimmius, Van Heteren, Hardam, Spitsbaard, Lammers en de dames Karso en Van Es) voor en 15 stemmen tegen wordt dit amendement verworpen.
15
Verslag besluitvormende raadsvergadering 28 september 2023
Stemming amendement 11-A-2 BENG februari 2023-2034 februari 2026. Met 8 stemmen (de heren Grimmius, Van Heteren, Hardam, Spitsbaard, Lammers en de dames Karso, Van Es en Verweij-Heijstek) voor en 14 stemmen tegen wordt dit amendement verworpen. Stemming amendement 11-A-3 IHP 2023-2034 tijdig informatie BENG schoolgebouwen. Met 15 stemmen voor en 7 stemmen (de heren Grimmius, Van Heteren, Hardam, Spitsbaard, Lammers en de dames Karso en Van Es) tegen wordt dit amendement aangenomen. Stemming geamendeerd raadsbesluit Stemverklaring GRIMMIUS: ik had met hart en ziel voor dit voorstel willen stemmen aangezien dit een goede stap is voor onze basisscholen en frisse scholen B en de energieneutraliteit, maar zonder dekking kan ik dat helaas niet. Mevrouw KARSO: in dezelfde woorden als de heer Grimmius: inderdaad voor frisse scholen en de start van verduurzaming, maar dat kan niet zonder financiële dekking. En dat is niet het goede signaal dat men daarmee -ook richting de scholen- afgeeft. Mevrouw VAN ES: de D66-fractie sluit zich aan bij de woordvoering van de PvdAfractie en GL-fractie. De heer LAMMERS: wij zijn ook voor frisse scholen maar ook voor gezond financieel beleid.
Zonder verdere beraadslaging wordt er met 14 stemmen voor en 7 stemmen tegen (de heren Grimmius, Van Heteren, Hardam, Spitsbaard, Lammers en de dames Karso en Van Es) conform het (aangepaste) voorstel van burgemeester en wethouders besloten. (Schorsing 21.48 – 22.02)
14. 15.
Initiatiefvoorstel GroenLinks Wijziging Algemene Plaatselijke Verordening Papenrecht – Papendrecht Vuurwerkvrij. Jaarwisseling 2023-2024. Er zijn 3 amendementen en 1 motie ingediend. 16
Verslag besluitvormende raadsvergadering 28 september 2023
De heer GRIMMIUS geeft een toelichting op het initiatiefvoorstel, waarbij men een aanpassing van de APV voorstelt: 1. Artikel 2:73 van de Algemene plaatselijke verordening Papendrecht te wijzigen in: “Artikel 2:73 Verbod gebruik van consumentenvuurwerk tijdens de jaarwisseling 1. Het is verboden om tussen 31 december 18.00 uur en 1 januari 02.00 uur van het daaropvolgende jaar consumentenvuurwerk tot ontbranding te brengen. 2. Het verbod bedoeld in het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1, van het Wetboek van Strafrecht.” Het gaat hierbij om het vuurwerk dat wordt afgestoken door particulieren in Papendrecht. M.b.t. handhaving merkt hij op dat men in Nederland/Papendrecht veel zaken (bv. wildplassen, karbietschieten, etc.) heeft verboden, waarbij men niet verwacht dat er altijd absoluut gehandhaafd wordt. Het is de bedoeling dat de gemeente zich inspant om een overtreding te bestraffen wanneer men deze ziet. Het is niet de bedoeling dat men absolute handhaving met dit initiatiefvoorstel wel voor elkaar krijgt. Er is daarom ook niet per se de noodzaak voor extra handhaving. Als men op 31 december om 17.00 uur iets niet kan handhaven, kan men dit om 18.00 uur ook niet. Dit zou voor het verbod niet uit hoeven maken.
Hierbij merkt hij op dat men het gehele jaar vuurwerk kan (proberen te) handhaven, maar dat dit niet altijd lukt. Dit geldt ook van 18.00 tot 2.00 uur. Het doel van deze aanpassing is het verbod (dat geldt voor 99% van het jaar) met 6 uur te verlengen. Tenslotte complimenteert hij de burgemeester i.v.m. het goed gelopen proces en het voorstel, dat is gebaseerd op de inbreng van verschillende partijen. Men is groot voorstander van dit voorstel, dat de overlast -d.m.v. afleiding en vertier- van consumentenvuurwerk vermindert. De heer VAN DER GIESSEN is juist van mening dat het wel om handhaving gaat. Zolang er geen landelijk vuurwerkverbod is, moet het ook niet lokaal ingevoerd worden omdat het niet te handhaven is. Verder vindt zijn fractie dat het feit dat verkoop van het vuurwerk wel wordt toegestaan een vreemde situatie creëert. Hierbij merkt hij op dat er een aantal (minder dan 10) gemeenten in Nederland is met een lokaal vuurwerkverbod dat niet werkt. M.b.t. het voorstel en het voorkomen van de overlast is men niet van mening dat een vuurwerkshow of een feest dit voorkomt. Verder vindt men het organiseren van een feest geen rol van de gemeente, men kan dit wel stimuleren of faciliteren. De VVD-fractie is (ook d.m.v. camera’s) wel voor extra toezicht (bij de P.A. Oudstraat en fietstunnels), zeker in de laatste 2 maanden van het jaar.
Ditzelfde geldt voor het daar waar mogelijk uitbreiden van vuurwerkvrije zones, waarvoor inwoners zelf een verzoek kunnen indienen. De heer VAN HETEREN kan namens de D66-fractie instemmen met dit voorstel. Hij haalt het onderzoek participatietraject uit 2020 (inzake onveiligheid van 17
Verslag besluitvormende raadsvergadering 28 september 2023
inwoners tijdens de jaarwisseling) aan, waarvan hij van mening is dat dit soort onderzoeken belangrijk (moeten) zijn voor de raad bij het afwegen van voorstellen. In dit onderzoek waarbij aan inwoners van Papendrecht is gevraagd of ze een vuurwerkshow wilde werd volmondig ja gezegd. Zijn fractie vindt het kwalijk dat dit 3 jaar later nog niet is geregeld. De belangrijkste conclusies uit dit onderzoek waren dat 72% van de mensen in Papendrecht voor een vuurwerkshow is en 14% tegen. Daarnaast zegt 10% naar de vuurwerkshow te gaan, 15% gaf aan te gaan als er een verbod op knalvuurwerk komt en 18% als er een landelijk vuurwerkverbod komt. Verder wenst men handhaving op agressie tegen hulpverleners en vuurwerk buiten de toegestane tijden. Zijn fractie denkt dat deze conclusies aansluiten bij het voorliggend voorstel. Daarnaast heerst er een enorme inflatie en gaan de komende verkiezingen over bestaanszekerheid. Mensen die geen geld kunnen uitgeven aan vuurwerk, kunnen met dit voorstel genieten van de vuurwerkshow. Verder zal de vuurwerkshow – omdat deze niet past binnen de klimaatambities- verduurzaamd moeten worden en zal men moeten toewerken naar een duurzaam alternatief dat goed is voor mens, milieu en dier.
Verder zal de D66-fractie tegen de amendementen stemmen en zou men de motie van de SGP-fractie die oproept tot een verbod op vuurwerk-, als er alternatief zou zijn, kunnen steunen. Zijn fractie wil eerst een alternatief aanbieden en dan een verbod. Daarom zal men ook niet instemmen met het initiatiefvoorstel van de GL-fractie. Men steunt de ideologie wel, maar wenst eerst een alternatief aan te bieden. De heer HARDAM steunt het initiatiefvoorstel van de GL-fractie. Inzake de amendementen merkt hij op dat de PAB-fractie het geld uitsluitend aan handhaving wenst uit te geven, de CU-fractie de show en het aftelmoment wenst te schrappen, de SGP-fractie de show en het feest geen oplossing vindt en het feest geen taak van de gemeente. Zijn fractie vindt dit wel. Overlast van vuurwerk is vrijwel onmogelijk tegen te gaan, maar een vuurwerkshow biedt wel een gedeeltelijke oplossing. Daarnaast ziet men de show, de aftelling en het feest niet alleen preventief, maar ook als een bijeenkomst voor Papendrecht. Om deze reden zal men tegen de amendementen stemmen. De heer VERWEIJ merkt op dat zijn fractie inzake het initiatiefvoorstel waarschijnlijk niet unaniem zal stemmen. Men denkt dat het veranderen van de APV nu niet realistisch is en ziet meer in het uitbreiden van vuurwerkvrije zones, waar wel duidelijk met meer succes gehandhaafd moet kunnen worden.
Om deze reden heeft zijn fractie een amendement ingediend om meer geld in de pot voor handhaving te storten. Verder moet men (deskundigen) een list zien te verzinnen om beter te kunnen handhaven. Omdat het heel fijn zou zijn als men in januari eindelijk niet zoveel overlast en schades hoeft te rapporteren heeft zijn fractie dit amendement opgesteld. Het dictum van amendement 15-A-1. luidt als volgt: 18
Verslag besluitvormende raadsvergadering 28 september 2023
Gevraagd besluit als volgt te wijzigen: 1. Voorafgaand en tijdens de jaarwisseling 2023-2024 het maatregelenpakket in te zetten met uitzondering van “Deelname vuurwerkshow en aftelmoment”. 2. De financiële middelen voor deze activiteiten voor een bedrag van € 45.500,00 bij de eerstvolgende concernrapportage op te voeren, waarbij het bedrag (€ 20.000,00) voor deelname aan de vuurwerkshow en aftelmoment toegevoegd wordt aan het genoemde bedrag van € 13.000,00 voor extra toezicht maanden november december. De heer BEZEMER is gezien de overlast voor mens, dier en milieu voorstander van een algeheel vuurwerkverbod, dat landelijk ingevoerd zou moeten worden. Omdat dit nog niet het geval is en dit lokaal niet handhaafbaar is zal men dit initiatiefvoorstel nog niet steunen. De motie van de SGP-fractie, die minder ver gaat op dat gebied, zal men wel steunen. In het raadsvoorstel ziet men goede initiatieven om in te voeren en te voorkomen dat overlast ontstaat. Om deze reden steunt men de gelden voor handhaving en het feest voor jongeren. Hierbij is wel essentieel dat dit feest niet door de gemeente, maar door lokale verenigingen wordt georganiseerd en er een goede evaluatie plaatsvindt. M.b.t. het gemeenschappelijke vuurwerk/het aftelmoment is men er niet zeker van dat dit druk bezocht zal worden en dat dit de overlast zal verminderen. Het dictum van amendement 15-A-2.
luidt: Besluit het volgende te wijzigen: Het raadsbesluit wordt als volgt gewijzigd 1. Voorafgaand en tijdens de jaarwisseling 2023-2024 extra toezicht in te zetten in maanden november en december. 2. De financiële middelen voor deze activiteiten voor een bedrag van € 13.000, - bij de eerstvolgende concernrapportage op te voeren. De heer BOERSMA heeft in de commissie aangegeven wat de visie van de SGP is. Om deze reden heeft men een amendement ingediend om het bedrag dat is gereserveerd voor het jongerenfeest (omdat het geen overheidstaak is hiervoor subsidie te verstrekken), het aftelmoment en de vuurwerkshow te schrappen. M.b.t. de show en het aftelmoment is men er niet van overtuigd dat dit een bijdrage gaat leveren aan minder vuurwerkoverlast. Inzake het initiatiefvoorstel merkt hij op dat er een bepaalde ontwikkeling gaande is en dat er in het land steeds meer stemmen opgaan voor een vuurwerkvrij land. De SGP-fractie heeft in de motie geprobeerd om de mogelijkheden binnen het APV voor het instellen van vuurwerkvrije zones stapsgewijs uit te breiden, in de hoop dat er landelijk stappen worden gezet richting het volledig verbieden van verkoop van consumentenvuurwerk en Papendrecht vuurwerkvrij wordt. Zijn fractie zal tegen alle andere amendementen en het initiatiefvoorstel stemmen. Het dictum van amendement 15-A-3.
luidt: Besluit het volgende te wijzigen: Het raadsbesluit wordt als volgt gewijzigd 19
Verslag besluitvormende raadsvergadering 28 september 2023
1. Voorafgaand en tijdens de jaarwisseling 2023-2024 het maatregelenpakket in te zetten op het gebied van extra toezicht in de maanden november en december en het laten organiseren van een jongerenfeest. 2. De financiële middelen voor deze activiteiten voor een bedrag van € 25.500 bij de eerstvolgende concernrapportage op te voeren. Het dictum van motie 15-M-1. luidt: Verzoekt het college: • Een plan van aanpak op te stellen om de vuurwerkvrije zones in Papendrecht in de komende jaren stapsgewijs verder uit te breiden, te beginnen met de jaarwisseling 2023-2024; • Samen met gelijkgestemde gemeenten bij het kabinet te pleiten voor instellen van een landelijk verbod op het verkopen en afsteken van consumentenvuurwerk. Mevrouw VERSCHOOR vindt dat het initiatiefvoorstel staat voor het ultieme doel dat door velen bereikt wil worden. Toch vraagt de CDA-fractie zich af of dit nu, zolang er nog geen landelijk verbod is, wel haalbaar is. Het doel is duidelijk, maar zal niet binnen afzienbare tijd bereikt worden. Waarom zou men niet de eerste stap zetten de goede richting uit en landelijke regelgeving afwachten? Men zal het initiatiefvoorstel nog niet steunen, maar wil hier in de toekomst wel mee verder. Het raadsvoorstel zal de CDA-fractie wel steunen. Men vindt het feest een verantwoording van de gemeente naar de jongeren toe.
Verder zal men, omdat men vindt dat er wel een alternatief initiatief moet komen, tegen de amendementen stemmen. Mevrouw KARSO complimenteert de GL-fractie met hun lef om d.m.v. dit initiatiefvoorstel een nieuwe norm voor te stellen. Haar fractie is voor een algeheel vuurwerkverbod, maar wacht -omdat een lokaal verbod niet te handhaven is- de landelijke wetgeving hierover af. Zonder landelijk verbod mag er nog steeds vuurwerk worden verkocht en mag men het bij zich dragen. Verder vindt haar fractie dat men -omdat mensen regels anders niet serieus nemenalleen zaken in de APV moet regelen die te handhaven zijn. Daarnaast wenst men hier de burgemeester niet mee te belasten. Een andere reden om hier tegen te stemmen is dat ervaringen van de afgelopen jaren zwaar meewegen. Toen werd er ondanks het coronaverbod massaal vuurwerk afgestoken. Dit laat zien dat draagvlak voor een verbod nog altijd belangrijk is. Op dit moment stemt men dus niet voor het initiatiefvoorstel, maar men heeft er wel vertrouwen in voor de toekomst. Verder zal men voor het raadsvoorstel stemmen, waarbij men ervanuit gaat dat het jaren duurt voordat inwoners gewend zijn aan een jaarwisseling zonder vuurwerk. Men is van mening dat op deze manier een tussenoplossing wordt geboden om op een leuke manier de jaarwisseling door te brengen, in de hoop dat men ontdekt hoe men dit op een leuke en nieuwe manier kan 20
Verslag besluitvormende raadsvergadering 28 september 2023
vormgeven. Verder zal haar fractie -omdat men er niet van overtuigd is dat dit wordt bereikt door meer handhaving, maar dat er sprake moet zijn van een set maatregelen- tegen de amendementen stemmen. M.b.t. de motie van de SGPfractie zal zij de beantwoording van het college afwachten. Eerste termijn college Burgemeester VAN DRIEL merkt inzake het initiatiefvoorstel op dat het college voorstelt te wachten op een landelijke vuurwerkverbod en raadt i.v.m. de handhavingscapaciteit, de zorgvuldigheid en motivering af dit eerder te doen. De politieagenten zijn tijdens de jaarwisseling bezig met handhaving, zoals onrust en geweld tegen hulpverleners, etc. Er zijn niet genoeg politieagenten en boa’s beschikbaar om deze taak uit te voeren, ook niet wanneer er heel veel geld beschikbaar zou zijn om hen in te huren. Tijdens de afgelopen jaarwisseling waren er 3 eigen boa’s beschikbaar en in het hele Drechtsteden team (5 gemeenten) 32 boa’s. Dit is waar men het mee moet doen. M.b.t. de zorgvuldigheid merkt de burgemeester op dat het instellen van een lokaal vuurwerkverbod voor de komende jaarwisseling op dit moment veel meer voorbereidingstijd vergt. De lokale ondernemers hebben al de nodige investeringen gedaan en een vuurwerkverbod dat ineens zou gelden is in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel, waardoor de gemeente aansprakelijk kan worden gesteld voor de gemaakte kosten.
Qua motivatie zegt de burgemeester dat een vuurwerkverbod ingrijpende gevolgen voor de vuurwerkbranche Papendrecht heeft en dat op grond van Europees recht dient te worden onderbouwd waarom het verbod naar lokale omstandigheden geschikt, proportioneel en noodzakelijk is om redenen van openbare orde, openbare veiligheid, de volksgezondheid en de bescherming van het milieu. Een dergelijke onderbouwing is op dit moment nog niet voor handen. Verder heeft de ambtelijke organisatie aangegeven dat het niet lukt om dit zorgvuldig voor te bereiden voor de APV, omdat de belangen van de lokale vuurwerkondernemers in kaart dienen te worden gebracht, alsmede de gevolgen voor politie, justitie en de gemeentelijke handhavingsorganisatie. Bovendien dient de onderbouwing van proportionaliteit en noodzakelijkheid gestoeld te worden op feiten en/of onderzoek. Hierover beschikt men momenteel niet. Dit laat onverlet dat de gemeenteraad wel bevoegd is om art. 2.7.3. van de APV op eigen initiatief te wijzigen. Overigens gelden ook in dat geval de eerdergenoemde zorgvuldigheids- en motiveringseisen onverkort voor de onderbouwing van het initiatiefvoorstel. M.b.t. de amendementen adviseert het college op alle 3 negatief. Inzake amendement 15-A-1.
van de PAB-fractie waarin men vraagt om wel een feest, maar geen aftelmoment en show en de gelden hiervoor te investeren in handhaving, merkt de burgemeester op dat dit geen zin heeft omdat er geen mensen beschikbaar zijn. Er zijn niet meer politieagenten en de signalen van 21
Verslag besluitvormende raadsvergadering 28 september 2023
handhavers die geen bevoegdheid hebben kan de politie niet opvolgen. De eventueel extra sus-wachters zouden niet veel soelaas bieden. M.b.t. amendement 15-A-3 van de SGP-fractie merkt zij op dat het totaalpakket door het college is neergelegd om iets te kunnen doen op het gebied van handhaving (vooraf), maar ook om door een centraal georganiseerde vuurwerkshow met aftelmoment te ondersteunen om de langzame overgang van consumentenvuurwerk afsteken naar professioneel vuurwerk met elkaar beleven in gang te zetten. Daarnaast is het de vraag van inwoners om het gezelliger en feestelijker te maken en om te zorgen dat er ook wat gebeurt voor jongeren. Voor amendement 15-A-2 van de CU-fractie gelden dezelfde argumenten. M.b.t. motie 15-M-1 gaat zij ervanuit uit dat het dictum dat op lange termijn wordt gestreefd naar een vuurwerkvrij Papendrecht dusdanig kan worden geïnterpreteerd dat het gaat over een vuurwerkvrij oud en nieuw voor consumentenvuurwerk. Het plan om de vuurwerkvrije zones stapsgewijs uit te breiden sluit aan bij de wens van inwoners en is waar men deze jaarwisseling al mee aan de slag gaat. In het plan van aanpak zou ook terug kunnen komen dat inwoners de gelegenheid krijgen hun straat vuurwerk vrij te maken en dit zelf in de gaten te kunnen houden.
Een stapsgewijze uitbreiding van het aantal vuurwerkvrije zones werkt toe naar meer gelegenheid en hopelijk een centrale feestelijke show met een aftelmoment. Met deze kanttekening adviseert men positief over deze motie. (Schorsing 22.42 – 22.55)
Tweede termijn raad De heer VERWEIJ heeft besloten amendement 15.A.1. in te trekken. De heer GRIMMIUS is blij dat veel fracties naar een vuurwerkverbod toe willen, maar vindt het jammer dat zij hier helaas nu nog niet voor stemmen. Ook is hij blij met de steun door de OP-fractie voor het initiatiefvoorstel. Mocht dit vanavond niet aangenomen worden zal zijn fractie dit zeker nog een keer proberen, waarbij hij de opmerkingen van de portefeuillehouder zal meenemen. De ingediende amendementen vindt hij afdoen aan het goede voorstel en zal deze daarom niet steunen. Omdat het moet gaan over een feest en niet zo vaak over schade en overlast zal zijn fractie haar steun uitspreken voor dit voorstel. De motie van de SGP-fractie zal zijn fractie, wanneer dit gaat over consumentenvuurwerk, steunen omdat dit een verbetering is van de huidige situatie. De heer VAN DER GIESSEN zal het voorstel steunen, met de kanttekening dat men betwijfelt of men de overlast dat vuurwerk veroorzaakt zou kunnen verminderen met een vuurwerkshow en feest voor jongeren. Verder vindt men het belangrijk 22
Verslag besluitvormende raadsvergadering 28 september 2023
dat er een goede evaluatie plaatsvindt. Door mee te gaan met het voorstel stemt men tegen de amendementen maar voor de motie, met dien verstande dat er wanneer er een landelijk verbod komt wel een centrale vuurwerkshow gehouden kan worden. De heer VAN HETEREN geeft aan dat de beantwoording van de portefeuillehouder het beeld bevestigt dat vuurwerkoverlast niet wordt opgelost door extra handhaving. Om deze reden moet men mensen verleiden en een alternatief bieden en is men van mening dat dit een transitie is naar een duurzamere optie om een jaarwisseling te vieren. Daarnaast biedt men een sociaal alternatief voor mensen die zelf geen vuurwerk kunnen betalen. Inzake de opmerking dat de huidige vuurwerkshow niet drukbezocht was merkt hij op dat dit waarschijnlijk komt omdat dit een Dordtse vuurwerkshow was en er geen communicatie en marketing vanuit de eigen organisatie heeft plaatsgevonden. Daarnaast is zijn fractie zeker voor evaluatie, maar merkt hij op dat men moet beseffen dat het moet groeien en bekend moet worden en het misschien het eerste jaar niet heel erg succesvol is. Als het raadsvoorstel wordt geaccepteerd kan zijn fractie ook instemmen met de motie van de SGP-fractie. Dit omdat men mensen niet iets wil afpakken zonder een alternatief te bieden, maar dat zijn fractie wanneer er wel een alternatief kan worden geboden voor het toewerken naar een vuurwerkverbod is.