CConstaterende datPapendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

20230614 RIB beantwoording technische vragen Perspectiefnota 2023-2028 D66 GL SGP CDA.pdf

Oordeelsvormende vergadering Papendrecht 22 juni 2023, gemeente PapendrechtBij agendapunt: 7: Perspectiefnota 2023-2028 - Voorstel8.598 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aan de gemeenteraad Datum

14 juni 2023

Behandeld door

M. Penders

Ons kenmerk

20230614.02

Doorkiesnummer Onderwerp

Beantwoording technische vragen Perspectiefnota 20232028

Geachte mevrouw, heer, Hieronder treft u de beantwoording van alle schriftelijke gestelde technisch vragen van de fracties D66, GL, SGP en CDA aan. In deze brief volstaan we met een korte, technische beantwoording. De paginanummers verwijzen naar de digitale versie van de Perspectiefnota 2023-2028. I.

Door de fractie van D66 zijn onderstaande schriftelijke technische vragen gesteld over de Perspectiefnota 2023-2028. Deze beantwoording betreft alleen technische vragen.

Pag. 3 Voorwoord Er staat genoemd dat het collegeprogramma een vorm is van een strategische visie (alinea 1), dat het college op dit moment bezig is om te bouwen aan een strategische agenda en dat vervolgens de uitwerking van die agenda leidt tot een strategische visie. Van die laatste visie maken scenario’s deel uit. Daarmee (met die scenario’s) kan de visie een belangrijke inhoudelijke leidraad zijn voor de gemeenteraad (alinea 4). Vraag 1a Wat staat hier? Antwoord vraag 1a: Op basis van het collegeprogramma en reeds vastgestelde visiedocumenten, bijvoorbeeld omgevingsvisie, is een concept strategische agenda gebouwd. Als daar scenario's aan worden verbonden en keuzes in worden gemaakt (voor de langere termijn) kan dat een inhoudelijke leidraad zijn voor de toekomst. Uiteraard kan dat pas nadat via dialoog in de raad over de richting besluitvorming heeft plaatsgevonden. Over de exacte planning zullen we met u als raad in overleg treden. We verwachten de behandeling niet eerder dan de tweede helft van 2024 zal optreden. Vraag 1b Komt hieruit een document dat naar de gemeenteraad komt en wanneer zou dat zijn? Antwoord vraag 1b: Zie ook antwoord 1a. We weten niet exact wanneer het stuk gereed is voor de behandeling in de raad. Wij verwachten dat dit niet eerder dan in de tweede helft van 2024 het geval zal zijn.

Pag. 6, 17, 19 Ontwikkelingen arbeidsmarkt Er staat dat er “een toenemende behoefte (is) over bijna de hele linie van de organisatie aan uitbreiding van de formatie.” En: … is een investering van circa 700.000 euro nodig.” Vermoedelijk een jaar of vijf geleden (lastig inschatten) is een onderzoek gedaan naar hoe de Papendrechtse ambtelijke organisatie qua samenstelling, aantal fte’s etc. er feitelijk voorstond en zich verhoudt tot vergelijkbare gemeenten. Het ‘gevoel’ was: het is te krap, er moeten fte’s bij. Kortweg was de uitkomst tegen de verwachting in: er zijn eerder teveel dan te weinig ambtenaren; het probleem is alleen dat laag, midden, hoog (complex/betaalde) banen niet goed in verhouding zijn. Midden was sterk ondervertegenwoordigd.

1

Vraag 2a Wat is te zeggen over de situatie nu t.o.v. toen (graag onderbouwd)? Antwoord vraag 2a: De ontwikkelingen van de afgelopen jaren laten zien dat door verzwaring van (o.a. gedecentraliseerde) taken formatie-uitbreidingen noodzakelijk zijn en niet meer binnen de huidige formatieomvang op te vangen is. Vraag 2b Voor de zekerheid: gaat het hier om 700.000 euro structureel? Antwoord vraag 2b: De € 700.000 bestaat uit zowel structurele als incidentele claims van personele inzet op nieuwe activiteiten zoals benoemd in bij de financiële bijstelling van de perspectiefnota. Vraag 2c Op pag. 19 staat een bedrag van 1,5 miljoen euro incidenteel, benodigd voor inhuur, omdat vacatures niet worden ingevuld, nemen wij aan. Als vacatures niet worden ingevuld, bespaard dat ook weer geld. Kunnen de niet uitgegeven middelen voor vast personeel worden afgetrokken van de genoemde 1,5 miljoen euro. Hoe moeten we dit lezen? Antwoord vraag 2c: Bij de berekening is rekening gehouden met in te zetten middelen uit vacatureruimten (openstaande vacatures). Dat betekent dat € 1,5 mln. de extra benodigde middelen zijn die nodig is om de inhuurkosten in 2023 te kunnen dekken.

Pag. 8, Expert mening Vraag 3 Wij hebben achter de schermen gevraagd om een volledig onafhankelijke expert die ons bijpraat in september. Iemand die geen enkel belang heeft bij een politieke partij of bij Papendrecht. Kan al bevestigd worden wie er is/wordt uitgenodigd? Antwoord vraag 3: De heer Van Vugt is hiervoor uitgenodigd.

Pag. 8, Financiële status Vraag 4 Uit de laatste alinea, inleidende tekst en eerste bullet, maken wij op dat er anders gaat worden begroot. Wat kan hier op dit moment meer over gezegd worden? (De laatste bullet: meer op risico begroten, is duidelijk.) Als het nu te lastig of te uitgebreid dreigt te worden, kan wellicht worden aangegeven, wanneer we hierover uitgebreider informatie krijgen. Antwoord vraag 4: We hebben in de auditcommissie afgesproken dat wij in het najaar nader hierop terugkomen inclusief een plan van aanpak.

Pag. 9, Financiële toekomst Vraag 5a Bullet 2, pag. 9: Dekking kapitaallasten VO-scholen. Er staat genoemd 0,2 miljoen dekking extra. Helaas staat er geen totaal genoemd. Hoe hoog wordt de dan ingeschatte totale kapitaallast naar de huidige inschatting? (Onze laatst bekende cijfer is 2,6 miljoen euro structureel per jaar, excl. dus die 0,2. Dat zijn cijfers van najaar 2021, ook genoemd in presentatie begin 2022, dus verouderd).

2

Antwoord vraag 5a: We houden vast aan de voorlopige dekkingsplan zoals verwoord in de Rib van 12 februari 2022 waar inderdaad een indicatie is afgegeven van € 2,6 mln. Wanneer bijstelling naar de toekomst toe nodig is, zal dit uiteraard onderdeel zijn van de besluitvorming van de gemeenteraad. Vraag 5b De stelling dat een aanvullend structureel effect op de begroting komt van 3,5 tot 4,5 miljoen euro zien wij niet. Als we kijken naar de opsomming, zo’n 3 miljoen VO-scholen (oude cijfers), 1,5 miljoen IHP, 1 miljoen IVP, 2,5 miljoen Mobiliteitsplan, zitten we al op 8 miljoen euro structureel. Wat doen wij fout of zien we over het hoofd? Graag uitleg Antwoord vraag 5b: Het betreft hier een grove indicatie van het structureel effect op het begrotingssaldo. Bij de VO-scholen betreft dit niet € 3 mln. (het toewerken naar de dekking van € 3 mln. maakt reeds onderdeel van de meerjarenbegroting 2023 en verder), maar € 0,2 mln. Bij het mobiliteitsplan bedraagt de investering € 2,5 mln., waarbij we verzuimd hebben de kapitaallast van € 0,2 mln. te benoemen.

Pag. 13 Onderwijs Hier staat gesteld dat als gevolg van de coronacrisis er onderwijsachterstanden zijn ontstaan. Vraag 6a Welke informatie is hierover beschikbaar specifiek over Papendrechtse leerlingen? Antwoord vraag 6a: Kinderen zijn voor een deel vanuit de schooloptiek door corona buiten beeld geweest, blijken niet klaar voor groep 1 te zijn en op de basisscholen zelf moet er hard gewerkt worden om voor een deel van de leerlingen achterstanden weg te werken. Verder blijkt er een grotere vraag naar ondersteuning op sociaal vlak. Meer specifiekere informatie over de Papendrechtse leerlingen hebben we op dit moment niet beschikbaar. Schoolbesturen leggen jaarlijks via hun jaarverslag verantwoording af over hun aanpak van coronagerelateerde onderwijsachterstanden en de inzet van de voor dit doel verkregen (NPO-) middelen. Op nationaal niveau geldt nog een aanvullende verplichting voor schoolbesturen om beleidsinformatie te delen. De uitkomsten zijn te vinden in de vierde landelijk NPO-meting. Vraag 6b Wat gaat er mis/moet er méér worden gedaan, als er tegelijkertijd wordt gesteld dat er onderwijsachterstanden zijn en er hier veel geld onbenut blijft (zie ook vraag 7 Jaarstukken, pag. 190)? Antwoord vraag 6b: De middelen die de gemeente ontvangt voor de aanpak van onderwijsachterstanden zijn bestemd voor de voorschoolse educatie in de kinderopvang.

Door een nieuwe manier van verdelen is dit budget in de afgelopen jaren gegroeid waardoor het mogelijk werd om ook het onderwijs van (aanvullende) middelen te voorzien. De (lokale) maatregelen zijn niet optimaal gebruikt. Dit komt mede door het incidentele karakter van de gelden. Met incidenteel geld kan het onderwijs lastiger vast personeel aannemen. We hebben in 2023 met het Onderwijs meerjarige afspraken gemaakt, waardoor zij beter van deze regeling gebruik kan maken.

Pag. 13, Opdrachtgeverschap richting Sterk Papendrecht Vraag 7a Hier staat niet vermeld hoe en wat het college als opdracht meegeeft, concreet, aan Sterk Papendrecht om zaken verder te verbeteren. Wat is hierover het laatste document/Rib wellicht? Antwoord vraag 7a: In 2023 hebben Sterk Papendrecht en de Sociale Dienst Drechtsteden de opdracht gekregen om een integrale klantroute in te richten en deze meetbaar te maken. Dit wordt op dit moment uitgevoerd via het project 'Gezamenlijk transformeren'. Het doel is dat de inwoner een duidelijke en laagdrempelige toegang heeft tot dienst- en hulpverlening. Daarnaast zijn afspraken gemaakt over de indicatoren die Sterk Papendrecht moet meten en deze zijn via de subsidiebeschikking 2023 bevestigd.

3

Vraag 7b Er staat daarnaast dat dat de komende jaren wordt versterkt. Kan hier meer over worden vermeld: wat en hoe? Of wanneer wordt dit besproken met de raad? Antwoord vraag 7b: De gemeente en Sterk Papendrecht zijn zowel partners in het Sociaal Domein als opdrachtgever en opdrachtnemer van elkaar, via een subsidierelatie. Samen bouwen we aan het doen van goede dingen en die goed doen. De gemeente overlegt met Sterk Papendrecht wat dit betekent voor de indicatoren waarop de gemeente wil sturen in relatie tot de te verstrekken subsidie 2024, op basis van het jaarverslag 2022. Ook de routekaart Jeugd gaat adviezen opleveren voor sturing op de gehele jeugdketen, dus inclusief Sterk Papendrecht, die we gaan opnemen in de subsidieafspraken. Aangezien de routekaart Jeugd in het eerste kwartaal 2024 aan de raad wordt voorgelegd en het project Gezamenlijk Transformeren rond dezelfde periode is afgerond, kunnen we rond die tijd de raad informeren over dit onderwerp.

Pag. 13, Visie en Actieagenda Wonen en Zorg Ouderen Vraag 8 Als we kijken in de inleiding dan zagen we staan als één van de acht hoofdthema’s uit het collegeprogramma: Vitale bevolkingsomvang en -samenstelling (sturen via bouwen). Kijken we vervolgens naar wat er over het onderwerp bouwen is uitgewerkt in de PPN, dan zien we slechts één onderwerp uitgewerkt en dat is woningen voor ouderen. Waar vinden we de uitwerking van wat volgens het college nodig is voor een ‘vitale bevolkingsomvang en – samenstelling’? Antwoord vraag 8: We houden ons aan de bouwopgave van het Woonplan 2020-2030. Hierin staan zowel de opgaven op het vlak van de aantallen als voor een deel wat we voor woningen willen bouwen. Op basis van de eerder genoemde strategische agenda en de daarop volgende strategische visie zullen we verder invulling geven aan het onderdeel vitale bevolkingsomvang en -samenstelling (sturen via bouwen).

Pag. 14, Was- en strijkservice Vraag 9a Is er per gemeente een was- en strijkservice of één voor de hele regio Drechtsteden? Antwoord vraag 9a: De was- en strijkservice is een samenwerking tussen vijf gemeenten in de Drechtsteden. De opzet van de dienst delen we financieel vanwege efficiencyvoordeel. Het aantal waszakken rekenen we af per gemeente individueel. We maken op dit moment nog gezamenlijk gebruik van de locatie in Dordrecht. Gezien de groei zijn we nu bezig met een tweede locatie in Alblasserdam, wat de hoofdlocatie wordt voor de dienst in Papendrecht. Vraag 9b Zijn er Papendrechtse inwoners die meewerken aan deze pilot, zowel als werknemer als klant? Antwoord vraag 9b: In week 13 van 2023 was het aantal deelnemers: Papendrecht 13 Alblasserdam 8 Dordrecht 55 HIA 2 Zwijndrecht 20 Bij de vijf huidige werknemers zitten op dit moment (nog) geen mensen uit Papendrecht.

4

Vraag 9c Wanneer is er mee bekend over hoe dit verder vorm krijgt? Antwoord vraag 9c: De pilot is gestart op 1 oktober 2022 en heeft een doorlooptijd van 2 jaar. Rond oktober 2024 evalueren we de resultaten. Doordat de start tegelijk viel met de periode van stijgende energiekosten en hoge druk op de huishoudelijke ondersteuning, steeg het aantal deelnemers sneller dan verwacht. Dit succes leidt ertoe dat we al bezig zijn met een tweede locatie. We monitoren de voortgang en besluiten in 2024 of de pilot zo succesvol is dat we het structureel doorzetten.

Pag. 14, Bewegen in de buitenruimte (groen) Er staat dat er een behoefteonderzoek volgt onder inwoners. Ooit was er in Papendrecht Speelbeleid, met een duidelijke visie dat voor kinderen een natuurlijke groene omgeving met bomen enz. te verkiezen was (vatten we in eigen woorden samen), dan overal apparaten plaatsen. Dus: een natuurlijke omgeving maken die uitnodigt tot bewegen, spelen, ontdekken. Vraag 10a Worden alle doelgroepen meegenomen (verschillende leeftijden, mannen en vrouwen, intensieve sporters, gehandicapten) en is dat terug te zien in de vragen? Antwoord vraag 10a: Ja, het is van belang alle doelgroepen mee te nemen. Op dit moment (van schrijven) zijn de vragen nog niet geformuleerd. De stuurgroep Vitaliteitsakkoord Papendrecht gaat meelezen met de vragen. Vraag 10b Wordt er gedacht aan uitsluitend lichamelijke gezondheid of ook aan mentale gezondheid (anders dan door intensief bewegen)? Antwoord vraag 10b: De behoefte van inwoners aan bewegen in de buitenruimte/groen halen we op in ruime zin. Het kan dat men de vragen beantwoordt met enerzijds lichamelijke gezondheid en anderzijds mentale gezondheid in het achterhoofd. Het onderzoek is overigens niet gericht op intensief bewegen. Dat kan, maar is niet insteek.

Vraag 10c In de volgende paragraaf over SPUK, staat expliciet dat het Rijk bij gezondheidsbevorderende maatregelen, niet alleen bewegen als belangrijke elementen ziet, maar ook andere zaken, zoals een goede sociale basis en cultuurparticipatie. Wordt dat ook meegenomen in de vragen over bewegen in de openbare ruimte: wij denken bijvoorbeeld aan een beeldenroute langs de Drechtoevers die uitnodigt om daarlangs te (hard)lopen. Antwoord vraag 10c: Verbindingen en routes spelen een belangrijke rol in bewegen in de buitenruimte/groen. Daar denken we zelf over na bij herinrichting en de behoefte willen we vooral ophalen bij de inwoners met het behoefteonderzoek.

Pag. 15, Nieuwbouw VO-onderwijs Er staat dat in 2023 de eerste financiële besluiten/investeringsbeslissingen worden voorgelegd. Wij hebben eerder gevraagd om een principebesluit over het hele project van de twee VO-scholen en het totale investeringsbedrag en randvoorwaarden voorafgaand aan enig concreet eerste financiële deelbesluit (dit is bij de portefeuillehouder bekend). Vraag 11a Is het college voornemens ons een principebesluit voor te leggen? dan wel:

5

Antwoord vraag 11a: Er is op meerdere momenten een besluit genomen over de nieuwbouw van de VO-scholen. In 2019 is de visie en routekaart huisvesting VO vastgesteld. In 2020 heeft de gemeenteraad besloten over de locatie keuze, in 2021 is het haalbaarheidsonderzoek vastgesteld en begin dit jaar de stedenbouwkundige randvoorwaarden. Met name het besluit uit in 2019 waarmee is besloten nieuwbouw te realiseren typeert zich als een principe besluit. Vraag 11b Is de bedoeling dat het eerst financiële investeringsbesluit een besluit is over het gehele project, waar dan steeds een deel van wordt uitgevoerd, of is de bedoeling dat het eerst gevraagde besluit voor een investeringskrediet slechts betrekking heeft op een deel van de te bouwen schoolgebouwen? Antwoord vraag 11b: Nee, het gaat in eerste instantie om een voorbereidingskrediet t.b.v. van de inhuur van een architect. De investeringsbesluiten zullen pas in 2024 volgen. Er is gezien de huidige stand van zaken nog geen beslissing genomen over de investeringskredieten voor het hele project.

Pag. 16, RES Vraag 12a Welke concrete zaken zijn al uitgevoerd in Papendrecht van de RES (met concreet bedoelen we: tastbaar)? Antwoord vraag 12a: We hebben met diverse acties zoals groepsaankopen zonnepanelen en (glas-)isolatie, zonnepanelen boven fruitbomen, elektrificeren van trafo/waterbus tot laadpaalinfrastructuur, Webinars over energie besparen en over verduurzamen en het verstrekken van vouchers voor de aanschaf van kleine energiebesparende maatregelen 3600 huishoudens bereikt. Een deel nam maatregelen, goed voor een besparing van 161 ton CO2. We boden ondernemers een gratis energiescan aan. Vier ondernemers hebben daadwerkelijk maatregelen (vooral ledverlichting) genomen, goed voor een CO2-reductie van totaal 8 ton. De Energiehulpen zijn vorig jaar september gestart in Papendrecht. Ze geven advies over het terugdringen van het energiegebruik en brengen kleine energiebesparende maatregelen aan in de woning. In de vrij korte periode tot eind 2022 zijn 88 huishoudens bereikt en geholpen. De duurzaamheidslening is 50 keer verleend voor zonnepanelen, isolerende maatregelen, hybride warmtepompen en/of HR++ ketels. Er zijn 69 maatregelen toegepast in of aan woningen. Bij RES is duidelijk dat we regionaal ook vooral inzetten op warmtenet, om te besparen en netcongestie te voorkomen. Daarnaast werken we ook verder isoleren van woningen van WK10.

Vraag 12b Welke concrete zaken moeten zijn uitgevoerd van de RES aan het eind van deze periode, dus in 2026? (Ons is bijvoorbeeld bekend: warmtenet flats Constantijn Huijgenslaan.) Antwoord vraag 12b: In 2026 hebben 700 particuliere woningen met een energielabel D of lager een isolatiemaatregel genomen en het energielabel van de woning verbeterd. Een kleine 800 woningen van WK10 zijn aangesloten op een warmtenet en overig vastgoed langs de route van het warmtenet is aangesloten of kan aansluiten. Vraag 12c Aan het einde van de paragraaf staat dat “om de ambities van het klimaatakkoord te bereiken we sneller moeten gaan.” Kijkend naar antwoorden op a en b: wat kan en moet er sneller, wat zijn de concrete plannen van het college hierop, dan wel: wanneer komt het college met die versnellingsplannen? AUB niet naar abstracte documenten als ambities en uitvoeringsprogramma’s etc. verwijzen. Wij willen graag een beeld krijgen waar we staan met de uitvoering, nu en aan het einde van de raadsperiode.

6

Antwoord vraag 12c: Het Rijk heeft middelen voor de uitvoering beschikbaar gesteld. Met deze middelen wordt nu een energieteam opgericht met voldoende capaciteit op alle onderdelen. Dit ontbrak tot nu toe, met het team op volle sterkte, verwachting Q4, kunnen we gaan versnellen.

Pag. 18, Uitvoeringsplan IVP Er wordt gesproken over de prioriteiten, over financiële scenario’s m.b.t. wijkaanpak, verkeersveiligheid en ondermijning. We lezen hier niets terug over hoe omgegaan wordt met de aangenomen motie bij dit genomen besluit, dat luidt: Om in het uitvoeringsplan te komen met een aanpak om huiselijk geweld en kindermishandeling binnen de gemeente Papendrecht te verminderen (inclusief concrete doelen) en daarbij ook aandacht te hebben voor het gevaar van femicide; en de gemeenteraad hierover te informeren. Vraag 13a Wordt de motie uitgevoerd? Antwoord vraag 13a: Het college verwacht eind 2023/begin 2024 een plan aan de raad voor te kunnen leggen voor de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling. De integrale wijkaanpak die in het uitvoeringsplan van het Integraal Veiligheidsplan wordt beschreven, draagt in de wijk(en) waar we met deze aanpak aan de gang gaan, natuurlijk ook bij aan het voorkomen van huiselijk geweld en kindermishandeling. Vraag 13b Wordt huiselijk geweld etc. meegenomen in de prioriteit wijkaanpak of elders? Antwoord vraag 13b: Zie antwoord op vraag 13a Vraag 13c Is een inschatting gemaakt dat het nu beschikbare minimum- en maximumbudget (0,5 – 0,9 miljoen) voldoende is om de motie serieus uit te voeren? Antwoord vraag 13c: Het genoemde budget is bedoeld voor het uitvoeringsplan IVP.

Mochten er extra middelen nodig zijn voor het uitvoeren van de motie, dan komen we daarop terug bij het voorleggen van het plan van aanpak, zie ook antwoord op vraag 13a.

Pag. 23 punt. 16.Versterken Jeugd- en onderwijsbeleid Vraag 14 Er staat dat niet aan de wettelijke taken wordt voldaan, omdat werkzaamheden niet kunnen worden uitgevoerd. Vervolgens staat er een vraag om extra middelen. De suggestie is dat het mogelijk na een paar jaar niet meer nodig is. Er staat niet uitgelegd waaróm en waardoor werkzaamheden nu niet worden uitgevoerd. Graag meer toelichting. Antwoord vraag 14: Met de huidige structurele formatie kunnen wij niet volledig voldoen aan de wettelijke verplichtingen en zijn wij vooral reactief in plaats van proactief. Dit komt door de toegenomen complexiteit en het feit dat onderwijs meer in samenhang met alle ontwikkelingen in het brede sociale domein moet worden bezien. Om hieraan te kunnen voldoen huren we nu in om zo goed als mogelijk invulling te geven aan onze wettelijke taken. Dit is duurder dan zelf mensen (tijdelijk) in dienst nemen. Met deze tijdelijke investering kunnen we de achterstanden inlopen en een goede basis leggen voor de toekomst. We gaan tussentijds evalueren of en zo ja welk deel van de formatie in de toekomst (structureel) nodig is.

7

Concreet gaat het o.a. om beleid en uitvoering leerlingenvervoer, passend onderwijs/leerplichtwet, maar naast de formele wettelijke verplichtingen ook het onderwijsbeleidsmatige deel als het gaat om de inhoudelijke inbreng bij het opstellen en uitvoeren van het Integraal Huisvestingsplan (IHP), het project "toekomst VO" en het accounthouderschap voor onze onderwijspartners. Daarnaast gaat het ook om de verbinding van onderwijs binnen het sociaal domein, met o.a. jeugdgezondheidszorg, jeugdhulp en het jeugd- en jongerenwerk.

Pag. 23, punt 18. Uitbreiding SKO Theater Vraag 15a Welke twee scholen betreft het, die de theatervoorstelling over scheiden hebben gezien en hoe is tot deze keuze gekomen (waarom andere scholen niet)? Antwoord vraag 15a: De scholen in Papendrecht hebben de voorstelling nog niet gezien, omdat we dit pas aan kunnen bieden als we weten of de raad hiervoor geld beschikbaar stelt. Dat betekent dat de scholen dit aanbod krijgen nadat de Perspectiefnota op dit punt is vastgesteld. Vraag 15b Is de gevraagde uitbreiding op basis van ervaringen/evaluatie van de twee al gegeven voorstellingen? Antwoord vraag 15b: Ja, in Dordrecht hebben scholen de voorstelling al bezocht. Deze scholen waren zeer positief en er heeft veel opvolging (hulpvragen en dergelijke) plaatsgevonden. Ook is het adviespunt veel bekender geworden en dus ook de weg hiernaartoe. Het adviespunt monitort en biedt evaluaties aan gemeente om alle interventies goed te kunnen onderbouwen. Vraag 15c Met welk argument kan dit uit de coronagelden worden bekostigd? Antwoord vraag 15c: De relatie- en scheidingsproblematiek uit de coronaperiode laten ook een effect na deze periode zien.

Pag. 24, punt 28. Procesregisseur Vraag 16 De combinatie van woorden: complexe zorg en veiligheidscasuïstiek en procesregisseur, zeggen ons niet veel. Waar gaat dit over? Misschien een concreet voorbeeld voor de leek? Het klinkt voor ons nu als een extra schakel van werk wat mensen in onderlinge afstemming zelf al zouden moeten doen. Antwoord vraag 16: Als gemeente gaan we het AVE-model toepassen. Dit staat voor Aanpak Voorkoming Escalatie. Het doel hiervan is het voorkomen van escalatie bij huishoudens met oplopende problematiek. De methode geeft antwoord op de vraag wie de regie heeft in deze situaties. Binnen deze methode werken we met verschillende rollen, waaronder die van casusregisseur en procesregisseur. De casusregisseur heeft de regie over de dagelijkse ondersteuning van een persoon of gezin. De procesregisseur faciliteert de samenwerking tussen professionals of meerdere organisaties. Hoe complexer een casus is/wordt, hoe groter de kans dat er een procesregisseur nodig is. Deze is niet bezig met de inhoud van de daadwerkelijke zorg, maar helpt bij de samenwerking en afstemming tussen de zorgverleners, zodat die zich op de echte zorg vanuit hun eigen specialisme kunnen richten. Zodra dat mogelijk is verdwijnt de procesregisseur weer uit beeld.

Zolang veel verschillende organisaties samenwerken op één casus, is een procesregisseur nodig, omdat er vaak sprake is van ogenschijnlijke tegenstrijdige belangen.

8

Pag. 24 en 25, punt 29. Extra beleidsadviseur Sociaal Domein Vraag 17 Tijdens de decentralisatie en de transformatie van taken naar gemeenten was er veel extra werk, dat er nu niet meer is. Hoe kan het dat er steeds méér mensen bij moeten, er zijn toch ook taken af? Welke taken zijn er de afgelopen jaren afgegaan? Antwoord vraag 17: Juist door de decentralisatie en transformatie zijn er meer taken naar de gemeente gekomen. Daarnaast zijn afgelopen jaren meer taken lokaal belegd, waardoor dit meer ambtelijke capaciteit vergt. Tot slot ligt er al jaren een druk op het beleidsteam vanwege de ontwikkelingen, wetswijzigingen/nieuwe wetten en crises die zich continu voordoen. Denk aan COVID-19, Oekraïne, Energiearmoede, toename statushouders, toename specifieke uitkeringen van het Rijk met bijbehorende aanvraagprocedures en verantwoordingsprocedures, maar ook nieuwe decentralisaties zoals beschermd wonen en inburgering. Er zijn geen taken afgegaan afgelopen jaren.

Pag. 25, punt 32. Klimaatakkoord voor armoede en wijkaanpakken Vraag 18 Hier wordt geld voor het Klimaatakkoord ingezet voor het Energiearmoede. Welke klimaatmaatregelen zijn hiervan genomen (voor de doelgroep). Dit vragen we omdat mee-subsidiëren van de hoge gasprijs, juist een tegengesteld effect zal hebben op klimaatmaatregelen. En waarom zijn er middelen over die voor uitvoering Klimaatakkoord waren? Antwoord vraag 18: In voorgaande jaren is via de algemene uitkering twee keer een bedrag uitgekeerd in het kader van het klimaatakkoord. Dit bedrag hebben we gelabeld om dit op geschikte momenten in te kunnen zetten. Een deel is al besteed in combinatie met de RRE en RREW (reductie energiegebruik). Bij de bestrijding van energiearmoede wordt ook ingezet op het terugdringen van het energiegebruik.

Pag. 27, punt 42. Indexatie Recreatie en Cultuur Holding Vraag 19 Voor 2023 staat een bedrag van 125.000 en daarna van 300.000 genoemd. Betreft het uitsluitend indexatie? Antwoord vraag 19: Ja, dit betreft uitsluitend indexatie.

Pag. 27 en 28, punten 51. en 55. Bestemmingsreserve toekomstige investeringen Voor de D66-fractie is het onduidelijk waar deze reserve voor gebruikt mag worden en waarvoor niet. Hij is destijds in onze ogen ingesteld met het oog op grote investeringen in VO-onderwijsgebouwen. Het trof ons al onaangenaam toen (na een aangenomen amendement om een extra bedrag in de reserve te storten) het college er van de andere kant weer 6 ton uithaalde voor energie-armoedeplannen (later is dit uit de algemene reserve gehaald). Nu lezen we het volgende: “Bij de instelling van de bestemmingsreserve kapitaallasten toekomstige investeringen wordt Loswal genoemd als een van de grote investeringen… Vraag 20a Kunnen wij een totaaloverzicht krijgen van wat uit de bestemmingsreserve toekomstige investeringen mag worden bekostigd? Antwoord vraag 20a: Er is geen limitatieve lijst voor investeringen die met de bestemmingsreserve toekomstige investeringen mag worden bekostigd. De raad bepaalt door middel van besluitvorming zelf over welke investeringen de daarmee samenhangende kapitaallasten gedekt worden uit de betreffende reserve.

9

Vraag 20b Via welk raadsbesluit is deze ‘lijst’ vastgesteld (a.u.b. titel en datum)? Antwoord vraag 20b: Zie beantwoording vraag 20a. Vraag 20c Waar en met welke bewoordingen is besloten om overschotten op de begroting te storten in de bestemmingsreserve toekomstige investeringen? We herinneren ons wel dat we dat besloten hebben, maar niet exact wanneer, de bewoordingen en de voorwaarden. Antwoord vraag 20c: Bij de tweede concernrapportage 2021 (raad van 2 december 2021) is ingestemd met het instellen van de bestemmingsreserve Kapitaallasten Toekomstige Investeringen waarbij de motie "Meer ruimte voor toekomstige investeringen' (raad van 8 juli 2021) is gehonoreerd. Hierin is aangegeven om de meevallende niet-gelabelde inkomsten te storten in deze reserve.

Pag. 28, punt 56. Monitoren energieverbruik Gemeentehuis Niet nodig, de D66-fractie heeft het energieverbruik aan de hand van appelflauwtes gemonitord. Zet de verwarming standaard naar 19 graden in plaats van 23! Dat bespaart allereerst 7000 euro die niet aan monitoren hoeft te worden uitgegeven, en daarnaast nog duizenden aan minder gasverbruik. Vraag 21 We hebben hier één vraag, die we al een jaar of acht stellen: wie gaat over de thermostaten en wie kan die standaard lager instellen? Antwoord vraag 21: Het college gaat over de temperatuur in het gemeentehuis, de uitvoering ervan ligt bij Facilitaire Zaken. De raad kan in de raadzaal zelf de temperatuur bepalen.

Pag. 29, punt 69. Pellerpop Vraag 22 Er wordt gesteld dat er een evenement plaatsvindt in Papendrecht genaamd Pellerpop. Wanneer heeft dit plaatsgevonden? Zijn er concrete partijen en plannen om in 2024 Pellerpop te organiseren? Antwoord vraag 22: De laatste editie van PellerPop heeft op 15 september 2018 plaatsgevonden. In verband met de coronamaatregelen en een lage bezettingsgraad bij Suppord heeft PellerPop de afgelopen jaren niet plaatsgevonden. We hebben de intentie om in 2024 PellerPop te laten organiseren en daaruit lering voor de toekomst te trekken.

Pag. 30, punten 73. en 74. Sterk Papendrecht Vraag 23a Er wordt extra geld gevraagd voor casusregie jeugd en volwassenen. Kan met cijfers worden aangegeven waarop dit is gebaseerd? Antwoord vraag 23a: Als gemeente gaan we het AVE-model toepassen. Dit staat voor Aanpak Voorkoming Escalatie. Het doel hiervan is het voorkomen van escalatie bij huishoudens met oplopende problematiek. Via het IVP wordt op dezelfde manier naar deze problematiek gekeken. De AVE-methode geeft antwoord op de vraag wie de regie heeft in deze situaties. Voorheen lag de regie bij Veilig Thuis of Jeugdbescherming. Volgens de AVE-methodiek moet de regie in het jeugdteam of volwassenteam liggen, omdat vanuit die teams naar het geheel wordt gekeken en niet alleen naar één kind of één volwassene. Dit is dus nieuw en hiervoor moet Sterk Papendrecht één medewerker voor het volwassene team in dienst nemen en

10

een parttime medewerker bij het Jeugdteam. Vanaf 2022 is Sterk Papendrecht met casusregie gestart en door de invoering van de genoemde methode is deze uitbreiding noodzakelijk. Vraag 23b Wanneer gaan de kosten omlaag (immers alle lichte zorg voorkomt zwaardere zorg later, is het mantra). Antwoord vraag 23b: Na invoering van het AVE-model (zie antwoord op 23a), kunnen we gaan meten wat de effecten hiervan zijn en daaruit conclusies trekken voor de bijdragen aan organisaties aan Veilig Thuis en Jeugdbescherming. Het is nog de vraag op welke termijn duidelijk gaat worden of dit structureel geld gaat besparen en hoeveel dat dan zou zijn. Vraag 23c Wat is de kostenontwikkeling bij Sterk: Hoeveel bedroegen resp. de kosten casusregie jeugd en volwassenen in 2018, 2020 en 2024 (incl. het extra gevraagde geld)? Antwoord vraag 23c: Zie ook het antwoord op vraag 23a. De casusregie is betrekkelijk nieuw en gaan we met de in te voeren AVE-methodiek versterken. Dat betekent dat we geen cijfers hebben van de jaren 2018 en 2020. Aan Sterk Papendrecht verlenen we subsidie voor verschillende onderdelen, waaronder Maatschappelijk werk volwassenen en het Jeugdteam. Casusregie valt hieronder en is niet apart gespecificeerd.

Pag. 34, Bijstelling investeringsprogramma Bij tijdelijke huisvesting Lage Waard staat i.v.m. een mogelijke toename van het aantal leerlingen een bedrag genoemd van 2 miljoen euro. Dat is een heel hoog bedrag. Zeker als we zien staan dat één lokaal voor minderjarige vluchtelingen 60.000 euro kost. Vraag 24 Klopt het bedrag van 2 miljoen; dat zouden dan toch honderden extra leerlingen zijn? En wanneer worden wij na de toetsing geïnformeerd? Antwoord vraag 24: Het bedrag is gebaseerd op een toename van 6 lokalen. Dit betreft aanschaf van tijdelijke huisvesting inclusief verkeersruimte en eerste inrichting voor een deel van deze lokalen. De door u genoemde bedragen betroffen het opknappen van een bestaand schoolgebouw en zijn zodoende niet te vergelijken.

II.

Door de fractie van GL zijn onderstaande schriftelijke technische vragen gesteld over de Perspectiefnota 2023-2028. Deze beantwoording betreft alleen technische vragen.

Pag. 12, Opvang vluchtelingen “Als gemeente hanteren we eveneens het uitgangspunt van minimale impact op de gemeentefinanciën”. Vraag 1 Geldt dit alleen voor negatieve impact of ook voor eventuele positieve impact? Antwoord vraag 1: Ja, dat geldt voor beide gevallen.

11

Pag, 23, punt 19. Dekking Coronareserve Vraag 2 Kan deze (specifieke) reserve zomaar worden gebruikt voor de genoemde uitgaven (70. Adviespunt Scheiden, Kind en Ouderschap (SKO) voor het jaar 2023 en 18. uitbreiden van SKO Theater)? Antwoord vraag 2: Corona gerelateerde maatregelen worden gedekt uit de bestemmingsreserve coronacrisis voor zover deze maatregelen niet gedekt kunnen worden uit de reguliere begrotingsposten. Onttrekking aan de reserve vindt plaats na besluit van de raad.

Pag. 24, Punt 22. Dekking Tijdelijke subsidieregelingen Vraag 3 Kan deze (specifieke) reserve zomaar worden gebruikt voor de genoemde uitgaven (20. Tijdelijke subsidieregelingen impuls ontmoetingen en 21. impuls cultuur)? Antwoord vraag 3: Corona gerelateerde maatregelen worden gedekt uit de bestemmingsreserve coronacrisis voor zover deze maatregelen niet gedekt kunnen worden uit de reguliere begrotingsposten. Onttrekking aan de reserve vindt plaats na besluit van de raad.

Pag. 23, punt 20. Tijdelijke subsidieregeling impuls ontmoetingen. “Dekking voor de tijdelijke subsidieregelingen impuls ontmoetingen komt uit niet bestede coronamiddelen”. Vraag 4 Gezien het ontbreken van een coronabegroting (vorig jaar nog wel opgenomen) is onduidelijk hoeveel middelen hier nog resteren. Kan dit duidelijk gemaakt? Antwoord vraag 4: Na de voorgestelde onttrekkingen zit er nog € 980.000 in de coronareserve.

Pag. 23-24 Vraag 5 Wat is het verschil tussen de Coronareserve (onder punt 18 en 19) en de bestemmingsreserve coronamiddelen (punt 20, 21 en 22)? Antwoord vraag 5: Er is geen verschil tussen de coronareserve en bestemmingsreserve coronamiddelen.

Vraag 6 Waarom is er dit jaar niet meer voor gekozen om een aparte coronabegroting op te nemen, als er kennelijk wel nog coronamiddelen zijn? Antwoord vraag 6: Door het beperkt aantal mutaties is ervoor gekozen om geen aparte coronabegroting op te nemen.

12

Pag. 27, punten 51. Budget Toekomstige investeringen en 52. Verhoging OZB Vraag 7 Over de financiering huisvesting VO-scholen is toch nog geen definitief besluit genomen? Met welke afspraken zijn deze maatregelen in conformiteit? Antwoord vraag 7: Vanaf de begroting 2023 hebben wij in lijn met het voorlopige dekkingsplan huisvesting VO-scholen maatregelen genomen om naar de toekomst toe te sparen voor de dekking van de structurele lasten. Over de hoogte van het uiteindelijke krediet zult u als raad uiteraard een besluit moeten nemen.

III.

Door de fractie van SGP zijn onderstaande schriftelijke technische vragen gesteld over de Perspectiefnota 2023-2028. Deze beantwoording betreft alleen technische vragen.

Pag. 8, Strategische visie Vraag 1a Wat is de planning voor het opstellen de strategische agenda en de strategische visie? Antwoord vraag 1a: Zie vraag 1a van D66. Vraag 1b Wat wil het college vervolgens met die agenda en visie doen? Antwoord vraag 1b: Op basis van het collegeprogramma is een strategische agenda gebouwd. Als daar scenario's aan worden verbonden en keuzes in worden gemaakt (voor de langere termijn) kan dat een inhoudelijke leidraad zijn voor de toekomst. Uiteraard kan dat pas nadat via dialoog in de raad over de richting besluitvorming heeft plaatsgevonden. Vraag 1c Hoe verhouden de strategische agenda en visie zich tot reeds bestaande visiedocumenten, zoals bijvoorbeeld de Omgevingsvisie, het bestuursakkoord en het collegeprogramma? Antwoord vraag 1c: De omgevingsvisie, het bestuursakkoord en het collegeprogramma zijn belangrijke uitgangspunten geweest voor de strategische agenda. Dat geldt overigens voor meer visiedocumenten. Bij de strategische visie zullen de beelden uiteraard wel worden opgerekt, omdat de tijdshorizon verder ligt dan bij de genoemde documenten. Vraag 1d Wordt de raad betrokken bij het opstellen van de strategische agenda en de strategische visie, zo ja, hoe? Antwoord vraag 1d: De raad krijgt absoluut een rol bij de strategische visie. Zie ook het antwoord op vraag 1b.

Bij de strategische agenda is die rol minder noodzakelijk, omdat die volledig is gebaseerd op de thema's uit het collegeprogramma. Vraag 1e Wat betekent het concreet dat het college ‘meer op risico’ wil gaan begroten? Antwoord vraag 1e: Dat betekent concreet dat wij ons bij de budgettering niet meer volledig 100% indekken voor eventuele risico's. We gaan niet of minder uit van de slechtste scenario's'.

13

Pag. 11, De financiële verhouding Rijk en gemeenten; de onzekerheid blijft Vraag 2 Volgens het college ‘worden burgers en bedrijven steeds zelfredzamer en doen ze steeds meer online’. Kan het college dit nader toelichten en hiervoor bewijs leveren? Antwoord vraag 2: We zien een snelle toename van digitale platforms. Steeds meer informatie is digitaal beschikbaar, steeds meer diensten worden digitaal geleverd. Steeds meer apps komen beschikbaar om allerlei vormen van maatschappelijk verkeer te reguleren. Steeds meer mensen maken daar ook gebruik van. Bijna iedereen heeft wel een keer iets online besteld. Mensen plannen hun afspraak met de werkplaats van de garage digitaal. Er worden steeds meer e-consults gehouden. Begeleiding vanuit het ziekenhuis na operatie vindt via de iPad plaats. Kortom, de digitale wereld is niet meer tegen te houden. Het vraagstuk is om mensen die hierin niet mee kunnen komen toch op een goede manier te helpen.

Pag. 15, Brede SPUK Vraag 3 Wanneer zal bekend worden wat de hoogte van de specifieke uitkering (SPUK) wordt voor Papendrecht? Is de verwachting dat dit nog meegenomen kan worden in de begroting 2024? Antwoord vraag 3: De hoogte van de uitkering is, op 3 mei 2023 via een verleningsbeschikking ontvangen (€ 543.000). Dit nemen we mee in de concernrapportage 2023 en begroting 2024.

Pag. 16, Uitvoeringsprogramma Energietransitie Drechtsteden Vraag 4 Hoe definieert het college het begrip ‘klimaatcrisis’? Is het een bewuste keuze van het college geweest om deze term te gebruiken? Antwoord vraag 4: De term is ontstaan bij het opstellen van beleidsstukken omtrent energie en klimaat en is een 'overall' begrip voor de gehele problematiek.

Pag. 16, Invoeren omgekeerd inzamelen Vraag 5 Wanneer komt het voorstel voor invoering recycletarief naar de raad? Antwoord vraag 5: Het vaste tarief afvalstoffenheffing en het variabele tarieven restafval worden vastgesteld in de raad van december 2023. Voorafgaand wordt een beeldvormende bijeenkomst voorgesteld in het najaar.

Pag. 17, Organisatieontwikkeling Vraag 6a Wat is op dit moment het percentage inhuur ten opzichte van het percentage werknemers met een vaste of tijdelijke dienstbetrekking? Antwoord vraag 6a: Dat is ongeveer 20%.

14

Vraag 6b Klopt het dat de voorgestelde investering van 700.000 euro in organisatieontwikkeling reeds is verwerkt in de financiële ontwikkelingen in hoofdstuk III van de Perspectiefnota? Antwoord vraag 6b: Ja.

Pag. 18, Kader evenementenbeleid Vraag 7 Wat is de reden of aanleiding dat het college wil komen tot een kader voor evenementenbeleid? Is er op dit moment geen evenementenbeleid? Antwoord vraag 7: Evenementen kennen in toenemende mate hogere risico's en er komst steeds meer nadruk te liggen op de rol, verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid van de organisator, de gemeente en de hulpdiensten. Overheden en burgers worden zich steeds meer bewust van de ruimtelijke gevolgen van evenementen in de openbare ruimte (denk aan geluid, geur, effecten op de natuur etc.). Dit roept vragen op voor de gemeente gericht op onze rol, ook als het gaat om wat we willen bereiken met evenementen, onder welke voorwaarden en condities en welke financiële middelen we daarbij beschikbaar stellen. Het kader is nodig om eenduidig antwoord te geven op wat er van de gemeente verwacht kan worden, bijvoorbeeld als het gaat om het laten organiseren, faciliteren, (extra) financieren/subsidiëren van evenementen. Er is nu geen actueel lokaal evenementenbeleid wat antwoord op deze vragen geeft, zodat sommige zaken historisch gegroeid zijn. Voor wat betreft de vergunningverlening in relatie tot veiligheid werken wij conform de regionale handreiking Publieksevenementen van de Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid

Pag. 18, Kabels en leidingen Vraag 8 Wat is op dit moment de stand van zaken van de aanleg van het glasvezelnetwerk? Antwoord vraag 8: De aanleg van het glasvezelkabelnetwerk is ongeveer voor 75% gereed. Hierbij wordt het straatwerk teruggelegd. Bij recente reconstructie of nieuw aanleg, binnen 5 jaar, wordt, daar waar glasvezelnetwerk wordt aangelegd, het straatwerk in een later stadium van band tot band opnieuw herstraat.

Pag. 21, Punt 2. Inhuurbudgetten Vraag 9 Het college stelt voor om in 2023 1.5 miljoen euro extra te investeren om inhuurkosten te dekken. Kan het college aangeven waar dit bedrag precies aan uitgegeven zal worden? Welke beleidsopgaven en/of posities gaat het om? Antwoord vraag 9: Dit bedrag betreft organisatie brede inzet voor vervanging vanwege ziekte of invulling van openstaande vacatures.

Pag. 22, Punt 6. Wereldfeest Vraag 10 Is er eerder een subsidie is verstrekt aan het Wereldfeest? Zo ja, hoeveel? Kan het college het bedrag van 50.000 euro nader onderbouwen? Wat betekent het precies dat de kosten in de evenementensector fors zijn gestegen?

15

Antwoord vraag 10: Het Wereldfeest is in 2007 ontstaan uit een bewonersinitiatief en wordt gedragen door vrijwilligers uit allerlei culturen. Het evenement wordt gefinancierd vanuit het budget wijkgericht werken. Door de prijsstijgingen in de evenementensector (met name tenten, podium, licht en geluid, artiesten) kost het evenement steeds meer. In 2019 ging het om € 35.500, in 2022 om € 42.000 en naar verwachting gaat het in 2024 om € 50.000. De kosten voor het organiseren van het Wereldfeest passen niet meer binnen het uitvoeringsbudget van wijkgericht werken. Het betreft hier een incidentele bijdrage. Na het organiseren van het wereldfeest in 2024 wordt het geëvalueerd of een structurele budgettering van het Wereldfeest maatschappelijk relevant genoeg is voor een nieuwe – structurele – bijdrage van € 50.000 om de twee jaren. Dit maakt onderdeel uit van het kader evenementenbeleid.

Pag. 22, Punt 11. Ondersteuning Omgevingswet Vraag 11 Valt de extra inhuur van 60.000 euro die nodig is voor de implementatie van Omgevingswet wel of niet onder het voorgestelde inhuurbudget van 1.5 miljoen euro? Waarom is dit als twee aparte posten opgenomen? Antwoord vraag 11: De extra ondersteuning voor de implementatie van de Omgevingswet kan direct gedekt worden uit het bestaande budget voor de Omgevingswet (zie punt 12. Dekking budget omgevingswet) en staat los van de voorgestelde extra incidentele dekking inhuurbudget van € 1,5 mln.

Pag. 23, Punt 19. Dekking Coronareserve Vraag 12 Er worden diverse voorstellen gedaan die gedekt worden uit de coronareserve (Adviespunt Scheiden Kind en Ouderschap, SKO Theater, Tijdelijke subsidieregeling impuls ontmoetingen en impuls cultuur). Welk bedrag zit er nog in deze coronareserve ná onttrekking van de middelen van deze voorstellen? Antwoord vraag 12: Na de voorgestelde onttrekkingen zit er nog € 980.000 in de coronareserve.

Pag. 24, Punt 28 Procesregisseur Veiligheid en Sociaal domein Vraag 13 Is de voorgestelde gemeentelijke procesregisseur Veiligheid en Sociaal domein onderdeel van het Integraal Veiligheidsplan (integrale wijkaanpak)? Zo ja, waarom is dit als aparte post opgenomen? Dit zou toch als separaat raadsvoorstel ter besluitvorming worden voorgelegd? Antwoord vraag 13: In het Integraal Veiligheidsplan wordt gesproken over 'de basis op orde'. Deze functie hoort bij de basis op orde. De integrale wijkaanpak die we na de zomer aan de raad voorleggen, gaat over een andere manier van werken in wijk(en) waar meer (stapeling van) problematiek aanwezig is. Het Integrale wijkteam gaat, bij akkoord van de raad, minimaal in één wijk aan de slag om een nieuwe manier van werken te ontwikkelen die meer effect heeft en zorgt dat we meer aan de voorkant van de problematiek komen. Daarnaast gaat het gewone werk gewoon door en moet de basis op orde zijn voor de hele gemeente Papendrecht. (Integraal veiligheidsplan blz.9)

16

Pag. 27, punt 43. Prijsstijgingen algemeen Vraag 14 Waarvoor zal het bedrag van 500.000 euro voor het opvangen van de prijsstijgingen precies worden ingezet? Is dat nu al te zeggen? Waar is dit bedrag op gebaseerd? Antwoord vraag 14: Dit bedrag is bedoeld om uitvoeringsbudgetten die vanwege gestegen prijzen onder druk komen te staan te dekken.

Pag. 27, punten 51. Budget Toekomstige investeringen en 52. Verhoging OZB Vraag 15 Er wordt bij de voorstellen 51 en 52 gesproken over ‘afspraken’ die zijn gemaakt rondom de financiering van de huisvesting van de VO-scholen. Welke ‘afspraken’ worden hiermee bedoeld? Klopt het dat op dit moment feitelijk slechts gesproken kan worden van een intentie van het college en nog geen afspraak of besluit? Klopt het dat besluitvorming over de financiering van de VO-scholen nog volgt? Antwoord vraag 15: De voorstellen zijn gebaseerd op het voorlopige dekkingsplan huisvesting VO-scholen. De financiële vertaling om naar de toekomst toe over voldoende middelen te beschikken, is vanaf de begroting 2023 en verder opgenomen. Definitieve besluitvorming over het krediet huisvesting VO-scholen is uiteraard een bevoegdheid van de raad.

Pag. 28, punt 58. Dienstverlening Vraag 16 Kan nader worden toegelicht wat ‘hoogconjuctuur m.b.t. reisdocumenten’ betekent? Kan het college toelichten waarom hier jaarlijks 65.000 tot 80.000 euro voor nodig is? Antwoord vraag 16: Iedere meerderjarige heeft tegenwoordig een reisdocument dat 10 jaar geldig is. Eerder was dit nog 5 jaar. Vanwege de wetswijziging (in 2014) bestaan er vijf jaren laagconjunctuur (minder aanvragen reisdocumenten) en vijf jaren van hoogconjunctuur, waarbij het aantal aanvragen reisdocumenten ongeveer verdrievoudigd ten opzichte van de vijf magere jaren. De formatie is uiteraard afgestemd op de magere jaren en dus is er vijf jaar lang (2024-2028) extra inzet nodig. Tegenover de genoemde kosten voor die extra inzet staan extra inkomsten vanwege de grotere vraag naar reisdocumenten.

Pag. 29, punt 68. Continuering Wijk GGD'er Vraag 17 Is de voorgestelde continuering van de Wijk GGD’er onderdeel van het Integraal Veiligheidsplan (integrale wijkaanpak)? Zo ja, waarom is dit als aparte post opgenomen? Dit zou toch als separaat raadsvoorstel ter besluitvorming worden voorgelegd? Antwoord vraag 17: Zie ook het antwoord bij vraag 13 van de SGP. Een Wijk-GGD'er is nodig voor de basis op orde in geheel Papendrecht. Via de integrale wijkaanpak die nog langs de raad komt, zal het integrale wijkteam natuurlijk ook gebruik maken van bestaande netwerken en functies die zich in de wijk bewegen, waaronder bijvoorbeeld de politie en Woonkracht10 en ook de Wijk-GGD'er.

17

Pag. 29, punt 70. Adviespunt Scheiden, Kind en Ouderschap ‘Er zijn een aantal programma’s die wenselijk ook ingezet kunnen worden in Papendrecht om te komen tot een bredere en effectievere aanpak van problemen bij jeugdigen door scheiding, zoals de training ScheidingsAtlas. Dergelijk aanbod er nog niet in Papendrecht.’ Vraag 18a Kan nader worden toegelicht wat hiermee wordt bedoeld? Wat voor soort programma’s gaat het precies om? Antwoord vraag 18a: Op dit moment is het wenselijk dat de Scheidingsatlas wordt ingezet in Papendrecht. De training ScheidingsAtlas is een groepstraining die bedoeld is om ouders te versterken. In de training worden ouders aangemoedigd om in een vroegtijdig stadium vanuit een begripvolle houding en op een positieve manier verder te gaan en het hernieuwde ouderschap vorm te geven. Door inzichten te geven en vaardigheden te vergroten worden ouders geholpen om mogelijke meningsverschillen en conflicten met de ex-partner te beperken, de relatie met de kinderen te versterken en daardoor bij te dragen aan de weerbaarheid en de gezonde ontwikkeling van de kinderen. De ouders krijgen op laagdrempelige wijze ondersteuning, informatie en tips. De training ScheidingsAtlas is wetenschappelijk effectief bewezen.

Vraag 18b Welke middelen zouden hier meerjarig beschikbaar voor kunnen/moeten worden gesteld om minimaal op één lijn te komen met Dordrecht en Zwijndrecht? Antwoord vraag 18b: De gevraagde middelen bij punt 79 in de perspectiefnota zijn hiervoor voldoende. Vraag 18c Hoe wordt bepaald welk aanbod ingekocht en beschikbaar gesteld wordt? Antwoord vraag 18c: Het aanbod is bepaald op basis van monitoring en evaluatie van het adviespunt Scheiden, Kind en Ouderschap. Daarnaast hebben we lokaal een analyse gemaakt en gekeken naar de interventies. Vraag 18d Wordt ook gedacht aan het aanbieden van programma’s gericht op het versterken van relaties tussen partners? Antwoord vraag 18d: Ja, dat zit bij de scheidingsatlas en het adviespunt in. Er wordt namelijk altijd eerst gekeken of een relatie versterkt kan worden.

Pag. 28, punt 69. Pellerpop Vraag 19 Kan het college nader toelichten waarom Pellerpop minimaal 20.000 euro méér kost dan voorheen? Over welke veiligheidsnormen gaat dit precies? Antwoord vraag 19: Een ophoging van minimaal € 30.000 is nodig omdat de kosten van de benodigde middelen zijn toegenomen onder andere door de inflatie maar ook omdat de kosten van een goede georganiseerd kleinschalig festival minimaal € 40.000 zijn. De veiligheidsnormen zijn gebaseerd op een goede en veilige benodigde infrastructuur van het festivalterrein die aan de normen voldoen en op de inhuur van veiligheidsspecialisten.

18

Pag. 31, punt 79. Effecten jaarprogramma OZHZ 2023 Vraag 20 Hoe verhouden de extra investeringen in bodemsanering zich tot het uitgangspunt ‘geen taken zonder knaken’? Hoe zeker is het dat de gemeente hiervoor gecompenseerd wordt door de provincie? Antwoord vraag 20: Momenteel ontvangt de provincie Zuid-Holland middelen vanuit het Rijk voor de uitvoering van de bodemsaneringstaken. Daarnaast financiert de provincie de huidige bodemtaken voor een groot deel met eigen middelen. Onder de Omgevingswet blijft de provincie een deel van de Rijksmiddelen ontvangen, omdat niet alle taken volledig worden overgedragen onder de Omgevingswet. De lopende saneringen, nazorgtrajecten en grondwater blijven onder het bevoegd gezag van de provincie. Uitvoering zal nog steeds liggen bij de Omgevingsdienst. Onder de Omgevingswet ontvangen gemeenten een deel van deze middelen niet geoormerkt via het gemeentefonds. Het is helaas nog niet bekend om hoeveel het gaat voor de hele regio en per gemeente. Het lijkt erop dat de overdracht van deze bodemsaneringstaken niet gepaard gaat met volledig kostendekkende middelen vanuit het Rijk. Vanuit de Vereniging van Nederlandse gemeenten (VNG), Interprovinciaal Overleg (IPO) en Unie van Waterschappen is de afgelopen jaren veel inzet gepleegd om te komen tot goede financiële afspraken met het Rijk.

Het resultaat hiervan is dat het Rijk heeft aangegeven dat de uitvoering van bodemtaken onder de Omgevingswet gemonitord zal worden en jaarlijks besproken. Onduidelijk is welke consequentie de partijen verbinden aan uitkomsten van de monitoring. De provincie Zuid-Holland compenseert gemeenten niet na de overdracht van de bodemsaneringstaken. Wel heeft de provincie de afgelopen jaren ruim budget beschikbaar gesteld om deze overdracht voor te bereiden. Denk hierbij aan opleidingen voor alle bodemcollega's, het herinrichten van systemen en processen onder de Omgevingswet, het opschonen en actualiseren van alle bodemdossiers en de ontwikkeling van een uitvoeringskader.

Pag. 32, punt 87. Implementatie van de Omgevingsvisie Vraag 21 Hoe verhouden de extra investeringen met het oog op de implementatie van de Omgevingswet zich tot het uitgangspunt ‘geen taken zonder knaken’? Antwoord vraag 21: Toen in de periode 2015-2018 de bestuurlijke afspraken over de Omgevingswet en Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) werden gemaakt was de bestuurlijke consensus dat de stelselwijziging van de Omgevingswet voor alle betrokken partijen op lange termijn financiële voordelen zouden hebben. Voor de Wkb was de gedachte dat er voor gemeenten werkaanbod zou verdwijnen en dat in gelijke mate leges zouden wegvallen, dat zou dus budgetneutraal kunnen zijn. Beide beelden zijn in de afgelopen jaren voor gemeenten negatief bijgesteld. De Wkb is financieel ongunstig omdat er taken resteren waar geen legesinkomsten meer tegenover staan. En vooralsnog wegen eventuele baten vanuit de Omgevingswet niet op tegen de structureel hogere lasten aan de informatievoorzieningskant. Vooral de beheerbijdrage voor het digitaal stelsel stijgt enorm. Op dit moment bedraagt de bijdrage circa € 1,15 per inwoner en de verwachting is dat deze verplichte bijdrage de komende twee jaar zal stijgen naar € 2,30 per inwoner, exclusief de indexering (voor 2024 bedraagt de indexering naar verwachting circa 10%). Het Rijk heeft voor de Wkb toegezegd te compenseren.

Voor wat betreft de Omgevingswet is bestuurlijk aangegeven dat er wordt gecompenseerd met incidentele bijdragen. Voor 2024 stond 110 miljoen in de planning inmiddels is bekend geworden dat dit bedrag is teruggebracht naar 102 miljoen. Daarnaast is aangegeven dat de hoogte van de bedragen voor 2024 en 2025 ter discussie staan.

19

Pag. 34, punt 87. Bijstelling vervanging damwand Kooijhaven 2024 Vraag 22 Kan het college specificeren waar de kostenstijging van 1 miljoen euro voor de damwand aan de Kooijhaven op gebaseerd is? Betreft dit enkel de gestegen staalprijs of spelen hier nog andere oorzaken een rol? Antwoord vraag 22: De verwachte meerkosten voor het vervangen van de stalen damwand aan de Kooijhaven worden vooral veroorzaakt door de sterk gestegen metaalprijzen.

IV.

Door de fractie van CDA zijn onderstaande schriftelijke technische vragen gesteld over de Perspectiefnota 2023-2028. Deze beantwoording betreft alleen technische vragen.

Pag. 17, Organisatieontwikkeling Vraag 1 De bezetting baart zorgen. Veel verloop, vacatures, veel externe inhuur. Kosten inhuur 1,5 mln in 2023. Groot verschil in salaris tussen vaste medewerker en ZZP’er. Is er niets te doen aan de salariëring en secundaire arbeidsvoorwaarden van de vaste medewerkers waardoor het aantrekkelijker wordt om in vaste dienst te blijven i.p.v. ZZP’er te worden? Nu zijn we 1,5 mln kwijt en zitten we met verschillen in beloningen voor hetzelfde werk. Antwoord vraag 1: We zijn gebonden aan CAO-afspraken en over de huidige functiewaardering en het loongebouw. Ten aanzien van secundaire arbeidsvoorwaarden hebben we meer vrijheidsgraden die we benutten om stevige scholings- en ontwikkelingsmogelijkheden aan te bieden.

Pag. 29, punt 65. Lokale subsidie St. Leergeld Vraag 2 Bestaat de kostenstijging 25.000 euro uit de afrekening op “nut” e/o het vervallen van de bijdrage van Dordrecht? Betekent dit dat Dordrecht geen gebruik meer maakt van St. Leergeld? Antwoord vraag 2: Dordrecht maakt al enkele jaren gebruik van de Dordtpas in plaats van St. Leergeld Drechtsteden. De kostenstijging wordt veroorzaakt doordat Dordrecht vanaf 2023 niet meer bijdraagt aan St. Leergeld.

Ik hoop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Hoogachtend,

J.M. Ansems Algemeen directeur

20

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.papendrecht.nl/api/v1/meetings/653/documents/10931