20221017 Verslag commissie ABZ - concept.pdf
Tekst van het document
Besluitenlijst Commissie ABZ van 17 oktober 2022
BESLUITENLIJST VAN DE EXTRA OPENBARE VERGADERING VAN DE RAADSCOMMISSIE ABZ d.d. 17 oktober 2022 (reguliere aanvang 20.00 uur). Een integrale geluidsopname van deze vergaderingen is te beluisteren op www. papendrecht.nl Aanwezig: Mevrouw H.M. van Wijngaarden, voorzitter; De heer M.H.A. Verweij (PAB), de heer A. Tieleman (PAB), de heer P.C. Spitsbaard (Onafhankelijk Papendrecht), mevrouw A. Bokma (VVD), de heer L.T. van den Dool (CDA), de heer R. Schuil (CDA), mevrouw A. Verschoor-De Winter (CDA), de heer H.G. Bezemer (ChristenUnie), mevrouw A.A.S. Stigter (ChristenUnie), mevrouw T.C. van Es (D66), de heer Y. Hardenbol-Kroek (D66), de heer A. Boersma (SGP), mevrouw D. Yildiz-Karso (PvdA), de heer C. Grimmius (GroenLinks) en de heer J.C. van den Boogaart (GroenLinks). De heer Markus, projectleider stichting BIZ, inzake agendapunt 08; De heer Weeber, voorzitter stichting BIZ, inzake agendapunt 08; De heer J.P. Hoste, beleidsadviseur Economische zaken gemeente Papendrecht, inzake agendapunt 08; Mevrouw N. Lorenc, accountmanager bedrijven gemeente Papendrecht, inzake agendapunt 08. De heer J.W. van der Borg, portefeuillehouder; De heer J.L. van Erk, portefeuillehouder; De heer A.J. Kosten, portefeuillehouder; Mevrouw S.H. de Keizer, portefeuillehouder. Mevrouw M. Muijzer, griffier; 01.
Opening. De VOORZITTER opent de vergadering en heet eenieder van harte welkom.
02.
Vaststelling van de agenda. De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld.
03.
Vaststellen van het verslag van 12 september 2022. Het verslag wordt ongewijzigd vastgesteld.
04.
Inspreekrecht. Er wordt geen gebruik gemaakt van het spreekrecht.
05.
Vragenkwartier. 1
Besluitenlijst Commissie ABZ van 17 oktober 2022
Er zijn geen vragen. 06.
Lijst ingekomen stukken en mededelingen. De heer GRIMMIUS merkt op dat verenigingen in de RIB Energiecrisis en armoede onder D04. slechts 1 keer worden genoemd in de maatregelen die het Rijk voornemens is te gaan nemen. Op zijn vraag of men kan aannemen dat men, daar waar gesproken wordt over gemeentelijk maatregelen voor maatschappelijke instellingen en organisaties, ook sportverenigingen moeten worden verstaan antwoordt wethouder VAN ERK dat dit inderdaad het geval is. Verder merkt hij op dat men een uitvraag heeft gedaan naar eventuele problemen die maatschappelijke organisaties/(sport)verenigingen mogelijk ondervinden n.a.v. de energiecrisis en men steeds beter zicht krijgt op de zorgen en situatie. Op de vraag of de gemeente het doorvoeren van quick-wins gaat bekostigen antwoordt wethouder VAN ERK dat dit deels wel en deels niet het geval is. Men richt zich in eerste instantie op de eigen accommodaties, waar gedeeltelijk gebruikers in zitten die vallen onder de term organisaties en instellingen. Hierbij moet men wel rekening houden met de wet markt en overheid. In het kader van het bredere accommodatiebeleid gaat het om panden die niet van de gemeente zijn, maar een maatschappelijke waarde hebben op gebied van sport, welzijn en cultuur, die ook zullen worden meegenomen. Duurzaamheid is hierbij een belangrijk onderdeel, maar is een ander traject.
In antwoord op zijn vraag hoe het verlagen van de temperatuur van de douches in de badhuisfunctie van het sportcentrum zich verhoudt tot het verzoek van de gemeente de douches open te stellen voor inwoners en of men hiervoor gecompenseerd wordt antwoordt wethouder VAN ERK dat momenteel met het sportcentrum wordt overlegd welke financiële gevolgen de energiecrisis (zonder badhuisfunctie) voor hen heeft. In de situatie dat er een badhuisfunctie komt wordt er vanuit gegaan dat de douches een aangename temperatuur zullen hebben en wordt het sportcentrum gecompenseerd voor het feit dat men herin gaat voorzien. Van groot belang bij een meer exacte inschatting van de financiële gevolgen van de energiecrisis is ook de compensatie vanuit de Rijksoverheid voor veel energie gebruikende instellingen. M.b.t kosten die worden gedekt uit de reserve toekomstige investeringen -die specifiek is bedoeld voor grote toekomstige opgaven- vraagt de heer GRIMMIUS of deze gelden alleen worden ingezet voor de verduurzaming/het uitvoeren van de quick-wins. Wethouder VAN ERK merkt op dat bij de tweede concernrapportage een voorstel wordt gedaan voor een extra voeding van de reserve met € 600.000,-, vooruitlopend op het verwachtte rekeningoverschot over 2022.
Niet toevallig wordt nu ook voorgesteld ook € 600.000,- aan deze reserve te onttrekken voor het nemen van maatregelen, om de grootste nood van inwoners/organisaties en mogelijk bedrijven te verhelpen. T.b.v. duurzaamheidsmaatregelen is men voor inwoners bezig met een uitrol via energiehulpen en huisbezoeken en sluit men aan bij regionale initiatieven om 2
Besluitenlijst Commissie ABZ van 17 oktober 2022
daar een witgoedregeling aan te koppelen. Voor Papendrecht is voor duurzaamheidsmaatregelen € 368.000,- beschikbaar gesteld door het Rijk. Later is ook nog € 114.000,- uitgekeerd uit het Nationaal Isolatieprogramma. Van die € 600.000,- wordt een deel ingezet voor duurzaamheidsmaatregelen (quick-wins), maar ook een deel voor andere maatregelen zoals opgenomen in de RIB. Op de vraag van de heer BOERSMA wanneer de tweede tranche, die is gericht op MKB en maatschappelijke instellingen, wordt verwacht antwoordt wethouder VAN ERK dat de eerste tranche nu de volle aandacht heeft en hij hier nog geen antwoord op kan geven. Zodra hier meer concrete informatie over beschikbaar is zal de wethouder hier bij de raad op terugkomen. In antwoord op de vraag of er inmiddels bekend is waar het binnen de maatschappelijke organisaties/MKB knelt geeft wethouder VAN ERK aan dat er momenteel veel informatie wordt opgehaald, die zo goed en veel mogelijk in beeld wordt gebracht, om hier zo mogelijk conclusies en acties aan te verbinden, en men hierover volop in gesprek is. Op de vraag hoe tussen nu en het ingaan van het landelijk steunpakket in april 2023 wordt voorkomen dat er grote problemen ontstaan en of het college bereid is binnen de regelgeving creatief te kijken naar mogelijkheden antwoordt wethouder VAN ERK dat men dit waar mogelijk zal doen.
Men denkt overigens niet alle problemen die door de energiecrisis worden veroorzaakt op te kunnen lossen. De heer SCHUIL vraagt inzake D04.RIB Energiecrisis en armoede waarom de kosten voor deze regeling worden gedekt uit de bestemmingsreserve en niet uit de algemene reserve en of dit anders kan. Wethouder VAN ERK zal deze vraag via de antwoorden van de art. 40 vragen beantwoorden. In antwoord op de vraag of verenigingen de komende jaren contributies moeten verhogen, hetgeen kan resulteren in ledenverlies antwoordt wethouder VAN ERK dat men de zorgen steeds beter en scherper in beeld krijgt en toegroeit naar keuzes hoe men verenigingen (in)direct kan steunen, in de hoop contributieverhogingen te voorkomen. Op verzoek van mevrouw VAN ES de antwoorden op de door hen gestelde art. 40 vragen voor de begrotingsraad te ontvangen antwoordt wethouder VAN ERK dat hij hier zijn best voor zal doen. De heer GRIMMIUS merkt op dat er sportverenigingen zijn die de contributie in de huidige situatie tot wel 60% moeten verhogen. Op zijn vraag of het klopt dat de € 600.000,- die in de concernrapportage voor de bestemmingsreserve gepland stond naar voor wordt gehaald voor deze maatregelen, waardoor men per saldo in de bestemmingsreserve op gelijk voet blijft staan zal wethouder VAN ERK schriftelijk terugkomen. 3
Besluitenlijst Commissie ABZ van 17 oktober 2022
De heer BOERSMA wenst de noodkreten en signalen die hij hoort onder de aandacht te brengen. Wethouder VAN ERK onderkent de urgentie en geeft aan dat men hier voortvarend mee aan de slag zal gaan. De heer SCHUIL vindt dat de eventuele verhoging van contributie aandacht behoeft. De heer VAN DEN DOOL vraagt inzake SAL D01. Voortgangsbericht Sociaal Domein 2022 Monitor Sociaal 2021, wat er wordt gedaan aan de 40% daling van bekendheid van Suppord. Wethouder VAN ERK geeft aan dat men steeds meer vindplaatsgericht gaat werken en dat het onderzoek is gericht op volwassenen, die mogelijk niet bekend zijn met Suppord. Wel vindt hij het belangrijk hier in de toekomst meer aandacht aan te geven. Verder vraagt de heer VAN DEN DOOL aandacht voor het feit dat veel mensen moeite hebben met de moeilijke formulering van brieven en formulieren. Wethouder VAN ERK bevestigt dat dit een blijvend aandachtspunt is en dat men niet voor niets een aanpak laaggeletterdheid heeft die zich ook op deze zaken richt. De vragen van de heer SPITSBAARD inzake A03. VNG Ledenbrief Ondersteuning gedupeerde ouders kinderopvangtoeslagaffaire, of zich inwoners van Papendrecht hebben gemeld bij het UHT (Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen), welke ondersteuning zij van de gemeente ontvangen en of er personen bekend zijn die tot de nieuwe groep van gedupeerden behoren zullen schriftelijk worden beantwoord.
VDB In antwoord op de vraag van de heer SPITSBAARD over de verplichting van welke belastingwet en welk artikel inzake D01. RIB Persoonsregistratie kaartverkoop zwembad hier wordt gesproken, waarom dit niet voor andere gemeenten geldt en of mensen die gebruik gaan maken van de douchemogelijkheden zich ook moeten registreren antwoordt wethouder VAN DER BORG dat dit een keuze is en geen verplichting uit de (enige) belastingwet, maar dat men wanneer men hiervoor kiest moet voldoen aan de eisen van de belastingwet (het registreren van minimaal naam en emailadres). Daarnaast merkt hij op dat er veel zwembaden zijn die hier niet voor kiezen, maar dat er ook veel zijn die hier wel voor kiezen. Inzake SAL D01. Voortgangsbericht Sociaal Domein 2022 Monitor Sociaal 2021 vraagt de heer VERWEIJ op welke manier de nieuwe ontwikkelingen en resultaten van de laatste 14 maanden in beeld worden gebracht. Wethouder VAN ERK merkt op dat de monitor een vast (en kostbaar en arbeidsintensief) onderzoek is dat 1 x per 4 jaar wordt uitgevoerd en dat hiernaast 4
Besluitenlijst Commissie ABZ van 17 oktober 2022
spiegelgesprekken worden gevoerd met mantelzorgers en het OCD voortdurend kerncijfers monitort. Uiteraard probeert men zo actueel mogelijk te zijn in de informatievoorziening. De heer BOERSMA vraagt inzake SAL D02. RIB Voortgang verbouwing gemeentehuis t.b.v. de bibliotheek wat de extra kosten van de aanpassing van de entree zou zijn. Wethouder VAN DER BORG antwoordt dat de uitstel van de verbouwing van de entree nadrukkelijk te maken heeft men een aangenomen motie inzake de beheersing van de kosten in de vorige raadsperiode. Men vindt het wel belangrijk de entree aantrekkelijker en toegankelijker te maken. Er zijn verder geen opmerkingen en/of mededelingen. 07.
Regionale aangelegenheden. a. Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid; -
08.
Bedrijveninvesteringszone Centrum Papendrecht 2023-2027. Voorafgegaan door een introductie van de heer HOSTE (beleidsadviseur Economische Zaken) en een presentatie van de heren MARKUS en WEEBER van de stichting BIZ worden aansluitend de volgende vragen en antwoorden uitgewisseld. Op de vraag van mevrouw STIGTER naar collectieve winkelontzegging merkt de heer MARKUS dat dit niet snel zal gebeuren en dat deze bestaande situatie voortvloeit uit het KVO-overleg, waarin politie, brandweer, gemeente en de BIZ vertegenwoordigd zijn. In antwoord op de vraag van de heer TIELEMAN of de BIZ wanneer er onvoldoende draagvlak is niet doorgaat geeft de heer MARKUS aan dat dit inderdaad het geval is. Op de vraag of de ondernemers de aanpassing van de zone zelf bepalen antwoordt de heer MARKUS dat het gehele plan van, voor en door de ondernemers en vastgoedeigenaren is. In antwoord op de vraag of ook de hoogte van de bijdrage van €750,- door de ondernemers zelf is bepaald geeft de heer MARKUS aan dat dit is vastgesteld in de informele draagvlakmeting. Op zijn vraag of de waarde verhoging van de panden en de gelijkblijvende tariefstelling resulteert in meer inkomsten voor de BIZ antwoordt de heer MARKUS dat dit wordt bepaald aan de hand van de WOZ-waarde die per 1.1.2023 wordt vastgesteld. 5
Besluitenlijst Commissie ABZ van 17 oktober 2022
Op de vraag van de heer SPITSBAARD of de betaalde WOZ en de gemeentebelasting over 5 jaar, ter waarde van 1,7 miljoen, terugvloeit naar de ondernemers in het centrum antwoordt de heer MARKUS dat de belastingdienst een aanslag naar alle deelnemers uitstuurt: 1 naar alle ondernemers van € 750,per jaar en 1 gebaseerd op de WOZ-waarde aan alle vastgoedeigenaren. Dit geld wordt geïnd en 1 op 1 doorgestort naar de stichting BIZ, zodat deze hiermee de activiteiten kan financieren. Daarbij is de gemeente Papendrecht -omdat het geld ook ten goede komt aan het centrum- zo coulant geweest om hier geen perceptiekosten op in te houden. In antwoord op de vraag of er in Papendrecht meerdere BIZ-en zijn geeft de heer MARKUS aan dat dit (nog) niet het geval is en er in Nederland ca. 350 zijn. De heer HOSTE merkt op dat enkele jaren geleden een poging is gedaan voor bedrijventerrein Oosteind een BIZ op te richten, maar dat dit i.v.m. onvoldoende draagvlak geen doorgang heeft gevonden. De heer SPITSBAARD concludeert dat de andere ondernemers die in Papendrecht WOZ betalen dit niet terugkrijgen. De heer MARKUS merkt op dat dit inderdaad niet het geval is en dat de BIZ een afgebakend gebied is. Daarnaast geeft hij aan dat de WOZ-administratie alleen de basis voor de extra aanslag is die volgt uit het BIZ-plan.
Het is niet zo dat de volledige WOZ-baten van dit gebied de stichting BIZ ten goede komen. Mevrouw VAN ES is namens haar fractie een groot voorstander van de BIZ. Op haar vraag of men bij de doorstart van de BIZ weer 2/3 van de meerderheid nodig heeft antwoordt de heer MARKUS dat dit inderdaad het geval is en men dit proces elke 5 jaar moet volgen. Op haar vraag naar de kans van slagen en of men genoeg argumenten en bewijzen heeft om het succes van de BIZ aan te tonen geeft de heer MARKUS aan dat het altijd spannend is en dat wel is bewezen dat de ondernemers uit de BIZ beter door crisissen heenkomen. De heer HOSTE merkt op dat de waarderingen voor de bereikbaarheid en parkeermogelijkheden in het centrum na de invoering van de BIZ sterk zijn toegenomen. Daarnaast ziet men dat de leegstand in de eerste jaren van de BIZ in een tijd waarin winkelcentra onder druk staan stabiel blijft. Daarnaast zag men dat na de invoering van de eerste 2 uur gratis parkeren de bezetting van de parkeergarages met 30% is gestegen. Op de vraag naar de stemverhoudingen antwoordt de heer HOSTE dat een ieders stem in een BIZ evenveel waard is. Omdat de supermarkten bijdragen aan de eerste 2 uur gratis parkeren (waarop men een principeakkoord heeft) voert men met hen afzonderlijke gesprekken.
In antwoord op haar vraag naar de verwachte verdeling van de belasting tussen eigenaren en gebruikers als percentage van de begroting antwoordt de heer MARKUS dat dit ca. 1/3 ondernemers – 2/3 eigenaren is. In antwoord op de vraag van mevrouw BOKMA naar de mening van de kleine ondernemers/eigenaren geeft de heer MARKUS aan dat men 2 keer betaalt, 6
Besluitenlijst Commissie ABZ van 17 oktober 2022
maar ook 2 keer profiteert en de vastgoedwaarde normaliter toeneemt in gebieden waar een samenwerking is. Op haar vraag naar de impact van het opheffen van de corporatie antwoordt de heer MARKUS dat de corporatie i.v.m. de sterke stichting BIZ -die het geheel simplificeert- overbodig is. In antwoord op de vraag van de heer VAN DEN BOOGAART naar de verschillen in de gebiedsafbakening merkt de heer MARKUS op dat er bij het Oude Veer -i.v.m. een woonhuis- een sprongetje is gemaakt en de Eilandstraat -omdat dit weinig toevoegt aan het centrum- buiten de BIZ is gelaten. Een en ander resulteert erin dat er 4 BIZ-objecten minder zijn dan voorheen. Bij deze beslissing hebben alle ondernemers de kans gehad hun input te leveren. Mevrouw KARSO verbaast zich over het stemgewicht van supermarkten en kleinere ondernemers. De heer MARKUS merkt op dat men zich aan de wet te houden heeft, die bepaalt dat iedere stem evenveel waard is. Daarnaast merkt hij n.a.v. een vraag van de heer HARDENBOL op dat elk WOZ-object een stem vertegenwoordigt en dat eigenaren van meerdere WOZ-objecten dus ook meer stemmen kunnen uitbrengen.
Eerste termijn commissie en college In antwoord op de vraag van de heer VAN DEN BOOGAART of ondernemers begin 2023 voor de periode van de draagvlakmeting voorbij is op de hoogte zijn van hun WOZ-waarde en de heffing geeft wethouder DE KEIZER aan dat de WOZ-waarden eind februari pas bekend zijn. Het bedrag van de bijdrage zal de ondernemers bij benadering bekend zijn. De heer VAN DEN BOOGAART is blij met de verandering in de gebiedsafbakening die er voor zorgt dat beide panden aan het Oude Veer betrokken blijven. Op zijn vraag waarom men in de huidige BIZ nog vertegenwoordigd is in het bestuur en in de nieuwe situatie niet, waardoor men geen invloed heeft maar wel betaalt, antwoordt wethouder DE KEIZER dat er bewust is gekozen voor een versimpeling van de structuur van de BIZ, zodat de positie van de gemeente als deelnemer transparant en helder is. Mevrouw BOKMA is positief over de nieuwe opzet van de BIZ, de vraagt blijft echter of er onder de kleine ondernemers genoeg animo blijkt te zijn. Wanneer dit niet het geval zal zijn zal dit zorgen voor problemen met de eerste 2 uur gratis parkeren. Op haar vraag of de andere winkelcentra ook in aanmerking komen voor de gelden voor centrumversterkende initiatieven vanuit de coronacompensatie antwoordt wethouder DE KEIZER dat dit een investering van de gemeente in het voortbestaan van de BIZ is.
Verder wordt er veel tijd en energie gestopt in het onderhouden van relaties met alle 7
Besluitenlijst Commissie ABZ van 17 oktober 2022
winkelcentra/ondernemers en is de gemeente te allen tijde bereid ondersteuning te bieden. Op de vraag van de heer BOERSMA hoe de wethouder zich voorbereidt op de mogelijkheid dat de BIZ niet genoeg draagvlak krijgt en of de 2 uur gratis parkeren in het centrum dan komt te vervallen antwoordt wethouder DE KEIZER dat in dat geval de parkeermeters aan gaan. Omdat men alleen sneller gaat, maar samen verder komt hoopt de heer BEZEMER dat er voldoende draagvlak voor de BIZ zal zijn. De VOORZITTER dankt allen voor hun inbreng. De commissie adviseert aansluitend de onderhavige stukken als hamerstuk door te leiden naar de gemeenteraad. 09.
Programmabegroting 2023. De heer BEZEMER dankt voor de uitgebreide begroting, wel ontstaat hierdoor het beeld van de bomen en het bos. Zijn fractie is blij met het gezonde financiële resultaat, maar merkt op dat de plus wordt bepaald door de incidentele en niet de structurele baten. Verder zijn nog niet alle toekomstige verplichtingen in de begroting opgenomen, heeft men optisch een overschot maar zal men daadwerkelijk eerder te weinig hebben om hieraan te kunnen voldoen. Een en ander geeft de burgers en verenigingen geen duidelijk beeld over doorgevoerde bezuinigingen. Men waardeert dat er stelposten voor de prijsstijgingen zijn opgenomen, maar vindt het jammer dat er verschillende prijsindexen worden gehanteerd. Verder merkt hij op dat het voor het renteresultaat genoemde rentepercentage niet actueel is. Ook de heer BOERSMA vindt het belangrijk dat men de overschotten niet aan incidentele zaken gaat uitgeven. Op zijn vraag hoe men de te verwachte kosten van toekomstige investeringen terug kunnen laten komen in het meerjarenplan antwoordt wethouder DE KEIZER dat deze wanneer deze concreet genoeg zijn in de begroting zullen worden opgenomen. In de komende begrotingenlijst kunnen plannen die om een nadere financiële duiding vragen met een bedrag met bandbreedte worden opgenomen. Het IPH (Integraal Plan Huisvesting) komt terug bij de Kadernota.
Op de vraag welke beleidsopgave en uitgave het meest beïnvloed zullen worden door de druk van de arbeidsmarkt, in hoeverre een overschot door onder uitputting te verwachten valt en of er nog extra acties aan de HR-kant nodig zijn om dit te voorkomen antwoordt wethouder JANSSEN dat het over de hele breedte voor veel vacatures lastig is om deze in te vullen, maar dat dit voor de financiële functies en de functies in de ruimtelijke ordening in het 8
Besluitenlijst Commissie ABZ van 17 oktober 2022
bijzonder lastig is. Momenteel wordt er regionaal gewerkt aan een vernieuwde regionale arbeidsmarkt strategie. Op de vraag welke beleidsopgave en uitgave het meest beïnvloed zullen worden door schaarste van producten en diensten antwoordt wethouder DE KEIZER dat net als bij de arbeidsmarkt de prijsstijging goed zichtbaar is bij grond-, weg- en waterbouw, maar ook in nieuwe afspraken in de zorg en subsidieplafonds. Op de vraag of bewoners middels participatie betrokken zullen worden bij de voorgenomen werkzaamheden aan het Westeinde en Oosteind, waarbij men de cultuurhistorische karakteristieken van het dijklint zal benadrukken antwoordt wethouder JANSSEN dat de uitgangspunten bij dit soort projecten altijd zijn om bewoners en alles in het kader van de Dijkvisie hierin mee te nemen. De heer VERWEIJ ziet in de begrotingen van 2021, 2022 en 2023 veel dezelfde doelstellingen en maatregelen en vindt het daarom moeilijk te zien welke maatregelen doeltreffend waren en welke verder uitgewerkt dienen te worden. Wethouder DE KEIZER merkt op dat de doelstellingen niet jaarlijks veranderen, gebaseerd zijn op het meerjarig bestuursakkoord of inhoudelijke beleidskaders en deze wanneer ze nog in de begroting staan nog niet afgehandeld zijn. De verantwoording hiervoor vindt bij de Concernrapportage plaats.
Op zijn vraag naar de mogelijkheid hierover een digitale bestand te raadplegen komt wethouder DE KEIZER op een later moment terug en merkt op dat dit ontzettend veel werk is. M.b.t. de duurzaamheidsdoelen merkt de heer VERWEIJ op dat geen honger en betaalbare duurzame energie niet staan vermeld. Wethouder JANSSEN geeft aan dat op pagina 50 een aantal maatregelen staan genoemd inzake betaalbare duurzame energie voor de toekomst. Op de vraag of men signalen kent van kinderen die zonder ontbijt naar school moeten antwoordt wethouder VAN ERK dat hiervan op dit moment op detailniveau geen signalen zijn, maar hij er vanuit gat adat dit landelijke probleem ook in Papendrecht speelt. Om deze reden blijft men in gesprek met de betrokken partners, waaronder het onderwijs. Inzake de OZB wordt genoemd dat het voorzieningenniveau en hoogte van de lokale lasten in balans moet zijn. Op de vraag of men van mening is dat dit nog niet het geval is geeft wethouder DE KEIZER aan dat de balans er wel degelijk is, maar dat men hier wel aandacht voor houdt. Op de vraag of het onbetaald straat parkeren in de gemeente Papendrecht een principekwestie is of er een nieuwe regel in de ombuigingscatalogus komt antwoordt wethouder JANSSEN dat dit een geldend beleidsuitgangspunt is.
Verder vindt de PAB-fractie het belangrijk dat duidelijk naar de inwoners wordt gecommuniceerd inzake de noodzaak van de ombuigingen. Desondanks is men wel van mening dat verzachting van de lastenverhoging -net zoals in omliggende gemeenten- wel gepast is. Anderzijds moet men er wel voor zorgen dat de bestemmingsreserve toekomstige investeringen flink aangevuld wordt/blijft en niet wordt gebruikt om incidentele problemen op te lossen. Wethouder DE KEIZER merkt op dat men hier 9
Besluitenlijst Commissie ABZ van 17 oktober 2022
zorgvuldig mee bezig is en tijd voor nodig heeft. Op de vraag of het college de stelling ‘nieuwe gemeentelijke taken uitvoeren als het Rijk deze taken 100% bekostigt’ onderschrijft geeft wethouder DE KEIZER aan dat dit het uitgangspunt van de raad -en dus ook van het college- is. Bij het versterken aansluiting op de arbeidsmarkt bij het onderwijs mist de heer VERWEIJ de technische opleidingen. Wethouder KOSTEN merkt op dat hier in de begroting wel over wordt gesproken, m.n. gemeentelijke ondersteuning van de techniekroute en het toeleiden naar o.a. technische beroepen bij de regionale aanpak van jeugdwerkloosheid. Verder mist hij de heer VERWEIJ bij het taakveld Onderwijs de realisatie van structurele participatie van jongeren in het gemeentelijk beleid en het verbeteren van de combinatie kinderen en jongeren. Op zijn vraag of dit doel inmiddels is bereikt antwoordt wethouder KOSTEN dat men hiervan een uitwerking zal terugvinden in het college actieprogramma en dat de motie over kinderparticipatie hierover is doorgeschoven naar bestuurlijke vernieuwing. Inzake openbaar groen vraagt de heer VERWEIJ aandacht voor goede communicatie over het veranderde groenonderhoud.
Op zijn vraag of er bewust is afgestapt van de vermelding van arbeidsparticipatie/zelfstandig ondernemerschap antwoordt wethouder VAN ERK dat het stimuleren van zelfstandig ondernemerschap geen doel op zich is en dat bijstandsgerechtigden via de SDD onder voorwaarden terecht kunnen bij het regionaal bureau zelfstandigen. Startende en bestaande ondernemers kunnen voor verschillende vormen van ondersteuning terecht op de website van de gemeente Papendrecht. Verder merkt de heer VERWEIJ op dat in de risicotabel GR Drechtsteden 4,2 miljoen kosten voor bezwaarschriften WOZ-waarde wordt genoteerd (voor Papendrecht € 300.000,-). Op zijn vraag of het mogelijk is de WOZ-waarde voor een aantal jaar structureel te verlagen, zodat bezwaar maken niet loont antwoordt wethouder DE KEIZER dat deze technische vraag wellicht in de auditcommissie besproken kan worden. De heer SCHUIL is verrast over de grote plus, maar deelt de mening dat de niet opgenomen posten (vo-scholen, verduurzaming basisscholen, energietransitie, integraal huisvestingsplan) geen realistisch beeld geven. Op zijn vraag of er nog meer investeringen zijn waarmee nog geen rekening wordt gehouden en de raad niet op de hoogte is antwoordt wethouder DE KEIZER dat deze vraag bij de beantwoording van de vragen van de SGP al is beantwoord.
De CDA-fractie betreurt het dat het college uitvoeringsprogramma niet in de begroting is opgenomen. Mevrouw VAN ES merkt op dat de heer HARDENBOL de gemaakte opmerkingen ter verbetering van de begroting zal meenemen naar de auditcommissie. In antwoord op de vraag of het college inzake het inzetten van geld tegen ondermijning kennis heeft genomen van het rapport van de Groene Amsterdammer naar 163 projecten en in totaal 9 miljoen euro in bestrijding van 10
Besluitenlijst Commissie ABZ van 17 oktober 2022
ondermijning, waaruit blijkt dat de resultaten niet meetbaar zijn geeft wethouder JANSSEN aan dat het meetbaar maken inderdaad lastig is en men het rapport zeker zal raadplegen. M.b.t. de reserve toekomstige investeringen merkt mevrouw VAN ES op dat hieruit zeker niet geput moet worden voor andere zaken (dan de vo-scholen, IHP, etc.). Wethouder DE KEIZER zegt dat het college wanneer men hier een besteding uit wil doen dit altijd aan de raad voorlegt. Mevrouw VAN ES merkt op dat bij de doelstelling voor 2023 voor het totaal aantal misdrijven het landelijke cijfer wordt bij aangegeven, hetgeen resulteert in een verhoging van 60%. Wethouder JANSSEN merkt op dat men dit gemist heeft en natuurlijk veel lager wil zitten dan het huidige cijfer. Mevrouw BOKMA merkt op dat het opstellen van deze begroting een moetje is om aan de verplichtingen vanuit de Gemeentewet te voldoen. Haar fractie heeft altijd moeite met het verhogen van de OZB en zou deze eerder willen verlagen, maar men realiseert zich dat dit -i.v.m. toekomstige investeringen- voorbarig zou zijn. Pas na de verwerking van het college actieprogramma wordt duidelijk of hier nog ruimte voor zal zijn.
Op haar vraag of het klopt dat het faciliteren van evenementen soms overgaat in mede organiseren, waar de grens ligt, wat de reden kan zijn dat de gemeente een bepaald evenement organiseert en of dit structureel of incidenteel gebeurt antwoordt wethouder VAN DER BORG dat de wijze van betrokkenheid kan variëren, maar dat men in principe geen grootschalige evenementen organiseert. Verder merkt hij op dat men nadenkt over een Evenementennota, waarbij dit soort vraagstukken aan de orde komen. De heer GRIMMIUS merkt op dat het niet juist is dat er (in de communicatie) wordt gesproken over begroting 2023, terwijl dit -omdat de raad de begroting vaststelt- de conceptbegroting moet zijn. Hij merkt m.b.t. het personeelstekort op dat er een groot arbeidspotentieel is onder mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt, er vanuit het Rijk diverse stimuleringsmaatregelen beschikbaar zijn en de gemeente een goed voorbeeld kan zijn naar andere werkgevers. Bij het optimaliseren van de verkeersveiligheid mist zijn fractie een specifieke maatregel t.a.v. de verbetering van de toegankelijkheid voor invaliden en minder validen.
Op zijn vraag waarom men dit niet belangrijk genoeg vindt antwoordt wethouder JANSSEN dat dit uiteraard de aandacht heeft en dat het uitvoeringsbesluit bij reconstructie altijd getoetst wordt op toegankelijkheid en zo nodig de aanpassing voor invaliden en minder validen wordt getracht te realiseren. In antwoord op de vraag wanneer de bewonersavond over veiligheid in het verkeer gaat plaatsvinden antwoordt wethouder JANSSEN dat dit nog niet bekend is. De GLfractie is verder blij met het onderzoek naar de behoefte van verschillende doelgroepen over de begraafplaats. Ook hij stelt de vraag of de begroting alleen wordt vastgesteld omdat het college verplicht is deze aan de GS te sturen en wat begin volgend jaar nog de waarde van deze vastgestelde begroting gaat zijn. 11
Besluitenlijst Commissie ABZ van 17 oktober 2022
Mevrouw KARSO vindt het opvallend dat een aantal zaken in de begroting ontbreken, waaronder het zelfstandig ondernemerschap en dat bij heel veel hoofdtaakvelden precies dezelfde doelstellingen en maatregelen zijn blijven staan. Zij hoopt dat hier met de uitwerking van het collegeprogramma verandering in komt. Graag zou haar fractie de begroting concreter en meer controleerbaar zien en roept de auditcommissie op hier meer aandacht aan te geven. Verder vindt men het, ondanks de overschotten, ook belangrijk voorbereid te zijn op nog moeilijkere tijden. Op haar vraag wat het college voornemens is te doen inzake armoedebestrijding antwoordt wethouder VAN ERK dat de herijking van het minimabeleid op stapel staat en noemt hij de gepubliceerde aanpak m.b.t. de energiecrisis en armoede en de doorlopende actieagenda gezinnen en kinderen in armoede. Verder vraagt ook mevrouw KARSO aandacht voor het actualiseren van het Woonplan 2020-2030 en de vraag hoe men verantwoord kan versnellen. Wethouder JANSSEN geeft hierop aan dat op basis van het RIGO-onderzoek blijkt dat ons Woonplan toekomstbestendig lijkt, maar dat men zeker zal kijken waar men kan versnellen en men het Woonplan, wanneer dit nodig blijkt te zijn, moet herijken en bijstellen.
De vraag naar de voordelen voor de inwoners van Puur Papendrecht beschouwt wethouder VAN ERK als een feitelijke en technische vraag en stelt voor dat zij op een ander moment aan deze informatie kan komen. Tweede termijn Op de vraag van mevrouw KARSO wat men inzake wonen concreet gaat doen aan het versnellen antwoordt wethouder JANSSEN dat er altijd versneld kan worden, dat men op geen van de bestaande projecten achterloopt en dat de beloofde financiële middelen pas in november over de regio’s verdeeld zullen worden. Wanneer men kijkt naar de verdeling van woningen in de gemeente voldoet men aan de verwachtte gemiddelden die gesteld zijn. Uit het antwoord dat de heer GRIMMIUS kreeg op de vraag hoe de gemeente Papendrecht zich inzake personeelstekorten en arbeidsmarkt onderscheidt concludeert hij dat men zich niet onderscheidt, omdat men hierin regionaal optrekt. Wethouder JANSSEN merkt op dat men door de regionale samenwerking een aantrekkelijke en slimme werkgever kan zijn. Op de vraag of de begroting alleen wordt vastgesteld omdat het college verplicht is deze aan de GS te sturen en wat begin volgend jaar nog de waarde van deze vastgestelde ontwerpbegroting gaat zijn heeft de heer GRIMMIUS geen antwoord gekregen.
Wethouder DE KEIZER geeft aan dat er inderdaad sprake is van een uitvoering van een wettelijke verplichting, dat de waarde van deze begroting -het budgetrecht voor huidige activiteiten- heel groot is en dat men de wijzigingen die voortvloeien 12
Besluitenlijst Commissie ABZ van 17 oktober 2022
uit het bestuursakkoord, voorzien van een financiële paragraaf, in het eerste kwartaal van 2023 zal ontvangen. Op de vraag in hoeverre de raad dan nog in staat is de begrotingswijziging weg te stemmen antwoordt wethouder DE KEIZER dat de raad ieder voorstel kan wegstemmen. Mevrouw BOKMA kijkt uit naar de evenementennota en het debat daarover. Mevrouw VAN ES merkt m.b.t. het antwoord van de wethouder inzake de reserve toekomstige investeringen op dat het college dit -zoals bij de maatregelen Energiecrisis en armoede- niet altijd aan de raad voorlegt, maar dat deze in dat geval uit de reserve is gehaald die hier niet voor bedoeld is. Inzake de zorg om de kwetsbaarheid van de ambtelijke organisatie heeft zij nog nooit meegemaakt dat deze er niet was. Wel is er een studie naar de samenstelling van de ambtelijke organisatie gedaan waarin duidelijk was dat er geen sprake is van een tekort, maar wel van een scheve verhouding tussen de verschillende functiegroepen. Wethouder JANSSEN merkt op dat dit momenteel redelijk goed in balans is. M.b.t. de meetbaarheid van ondermijning vindt de PvdA-fractie regionale samenwerking -i.v.m. het voorkomen van het waterbedeffect- heel belangrijk. Wethouder JANSSEN geeft aan dat hier regionaal vanuit het RIEC (Regionale Informatie- en Expertise Centra) onderzoek naar wordt gedaan en er op wordt gestuurd dat men soortgelijke maatregelen neemt.
De heer BEZEMER accepteert dat een aantal van zijn vragen als technisch gekwalificeerd worden. Het antwoord op zijn vraag dat de grote toekomstige projecten wanneer deze concreet genoeg zijn in de begroting zullen worden opgenomen vindt hij niet duidelijk genoeg. Wethouder DE KEIZER merkt op dat men hierop bij de Kadernota zal terugkomen. De heer BEZEMER zegt dat het om de begroting gaat en snapt niet wat de Kadernota hiermee te maken heeft. De VOORZITTER stelt voor dat een en ander in de begrotingsraad besproken kan worden. De commissie adviseert aansluitend de onderhavige stukken als bespreekstuk door te leiden naar de gemeenteraad. 10.
Ontwerp meerjarenbeleidsplan ‘Strategische agenda 2023-2026 politie eenheid Rotterdam.’ De commissie adviseert de onderhavige stukken als hamerstuk door te leiden naar de gemeenteraad.
11.
Verordening ambtelijke bijstand en geldelijke fractie-ondersteuning 2023. De commissie adviseert de onderhavige stukken als hamerstuk door te leiden naar de gemeenteraad. 13
Besluitenlijst Commissie ABZ van 17 oktober 2022
12.
Sluiting. Niets meer aan de orde zijnde sluit de VOORZITTER de vergadering om 23.45 uur onder dankzegging aan eenieder voor diens inbreng. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raadscommissie ABZ op 2022. Mevrouw M. Muijzer (griffier)
mevrouw H.M van Wijngaarden (voorzitter)
Lijst met toezeggingen 1. RIB Energiecrisis en armoede. Portefeuillehouder Van Erk De portefeuillehouder zal de vraag of de kosten voor de regeling Energiecrisis en armoede worden gedekt uit de bestemmingsreserve en niet uit de algemene reserve en of dit anders kan via de antwoorden van de art. 40 beantwoorden. Op de vraag of het klopt dat de € 600.000,- die in de concernrapportage voor de bestemmingsreserve gepland stond naar voor wordt gehaald voor deze maatregelen, waardoor men per saldo in de bestemmingsreserve op gelijk voet blijft staan zal de wethouder schriftelijk terugkomen. 2. VNG Ledenbrief Ondersteuning gedupeerde ouders kinderopvangtoeslagaffaire. Portefeuillehouder Van der Borg De vragen of zich inwoners van Papendrecht hebben gemeld bij het UHT (Uitvoeringsorganisatie Herstel Toeslagen), welke ondersteuning zij van de gemeente ontvangen en of er personen bekend zijn die tot de nieuwe groep van gedupeerden behoren zullen schriftelijk worden beantwoord. 3. Programmabegroting 2023. Portefeuillehouder De Keizer Op de vraag naar de mogelijkheid een digitale bestand te raadplegen inzake de doeltreffendheid van de maatregelen komt de wethouder op een later moment terug
14