20211215 Verslag extra commissie Samenleving.pdf
Tekst van het document
Besluitenlijst Commissie Samenleving van 15 december 2021
BESLUITENLIJST VAN DE (EXTRA) OPENBARE VERGADERING VAN DE RAADSCOMMISSIE SAMENLEVING d.d. 15 december 2021 (reguliere aanvang 20.00 uur) Een integrale geluidsopname van deze vergaderingen is te beluisteren op www.papendrecht.nl Aanwezig: Mevrouw H.M. van Wijngaarden, voorzitter. Mevrouw S.J.A. Verdoorn-de Lang (PAB), mevrouw K.E. Middelkoop-van den Adel (CDA), , de heer J.L. van Erk (Christen Unie), heer J.G.S. van der Tak (Onafhankelijk Papendrecht), de heer S. Suijker (D66), de heer W. Goudriaan (SGP), de heer T. Wolters (PvdA) en de heer L. Quist (GroenLinks). Mevrouw B. Den Outer, projectleider afbakening jeugdhulp JB Lorenz, inzake agendapunt 02; De heer L. Chevalking, stichting jeugdteams, inzake agendapunt 02; Mevrouw N. Paardenkoper, jeugdprofessional stichting jeugdteams, inzake agendapunt 02; Mevrouw I. Hage, beleidsmedewerkster gemeente Papendrecht, inzake agendapunt 02. Mevrouw C. Verver portefeuillehouder; De heer P.L. Paans, portefeuillehouder. Mevrouw M. Muijzer griffier; Afwezig: de heer M. H.A. Verweij (PAB), mevrouw A. van den Adel (PAB), mevrouw S.H. de Keizer (VVD), mevrouw A. Bokma (VVD), de heer M.G.C.H. Hardam (Onafhankelijk Papendrecht), de heer L. Lammers (Onafhankelijk Papendrecht), de heer A.P.J. den Dekker (Christen Unie), mevrouw T.C. van ES (D66), mevrouw D. Yildiz-Karso (PvdA) en de heer B.H. Grimmius (GroenLinks). 01.
Opening. De VOORZITTER opent de vervolgvergadering van 24 november en heet eenieder van harte welkom. Er is een afmelding van de dames Van den Adel, De Keizer, Van Es en Yildiz-Karso en de heren Verweij, Hardam en Grimmius.
02.
Vervolg afbakening Jeugdhulp. Voorafgegaan door een toelichting van mevrouw DEN OUTER worden de volgende vragen en antwoorden uitgewisseld. Op de vraag van mevrouw VERDOORN inzake het opnemen van normeringen in de verordening antwoordt mevrouw DEN OUTER dat bv. in de afbakening van jeugdhulp voor het passend onderwijs duidelijk is beschreven wat niet onder jeugdhulp valt. Vormen van onderwijsondersteuning die niet gerelateerd zijn aan groei- en ontwikkelproblemen (waar de jeugdwet voor is) zijn in principe van het passend onderwijs. Hieronder valt bv. ook educatieve dagbesteding. In nadere regels kan men hier van afwijken en in het afwegingskader voor de toegang afspraken over maken. Er zijn normeringen, maar niet veel. Waar het vaktherapie betreft, een van de weinige vormen waar overlap is met de 1
Besluitenlijst Commissie Samenleving van 15 december 2021
zorgverzekeringswet, is de normering expliciet opgenomen en wordt deze uit het normenkader van de inkoop gehaald. Ook bij draagkracht/draaglast (ter vervanging van de term gebruikelijke zorg) zijn een aantal normen gesteld. In antwoord op de vraag van de heer VAN DER TAK of mevrouw Den Outer naar de verordeningen van andere gemeenten heeft gekeken in relatie tot de bekostigingssystematiek die wordt gehanteerd geeft mevrouw DEN OUTER aan dat hier naar is gekeken en dat zij de bekostigingssystematieken goed kent, maar er geen relatie bestaat. De bekostiging hangt samen met de verordening omdat een bepaalde bekostiging altijd perverse prikkels heeft, er is geen sprake van een ideale bekostigingssystematiek. In Groningen is er sprake van 1 verordening en 3 bekostigingssystemen. Op de vraag van de heer VAN DER TAK of het voor de verordening (t.b.v. de professionals) noodzakelijk is dat er een lijst met vergelijkingen t.o.v. de oude verordening komt antwoordt mevrouw DEN OUTER dat er naast de voorbeelden van de normering in de verordening (al heel lang) ook een uitsluitingenlijst bestaat. Het enige dat van de uitsluitingenlijst is gehaald is digitale zorg, dit i.v.m. de coronacrisis en omdat men ziet dat in andere stelsels digitalisering van zorg grote ontwikkelingen doormaakt.
Op de vraag van de heer VAN DER TAK of er wordt gekeken naar bewezen effectiviteit van de ingezette zorg antwoordt mevrouw DEN OUTER dat dit in het coalitieakkoord staat en ook is opgenomen in het advies van de arbitragecommissie. Wat het zo moeilijk maakt om te bepalen wat werkzame jeugdhulp is, is dat maar 8-12% van de interventies op eniger wijze verband heeft met effectiviteit. Op het moment dat men op dat lage percentage blijft zitten heeft 8-12% van de 5 miljard die men uitgeeft aan jeugdhulp enigszins een relatie met een resultaat. Wel merkt zij op dat de percentages in de reguliere zorg ook niet hoog zijn. Chirurgie en medicijnen hebben een hoge/aangetoonde effectiviteit. Bij GGZ- en jeugd en opvoedinterventies is dit de afgelopen 25 jaar niet het geval geweest. In antwoord op de vraag van mevrouw MIDDELKOOP of er helemaal niet is gekeken naar effectiviteit merkt mevrouw DEN OUTER op dat de 8-12% alle effectiviteit behelst: de hoogste en de laagste. Het verbaast mevrouw MIDDELKOOP daarom dat de uitsluitingenlijst niet veranderd is. Mevrouw DEN OUTER geeft aan dat deze verordening verheldert en verduidelijkt waar de jeugdhulpplicht niet van is (met de afbakening van passend onderwijs, de WMO, de zorgverzekeringswet, etc.). Op de snijvlakken van de andere wettelijke kaders ziet men ruimte om te vragen of dat jeugdhulp betreft.
Op de vraag van de heer VAN ERK inzake eventuele lokale aanpassingen aan de tekst van de conceptverordening geeft mevrouw DEN OUTER dat zij de verordening nadrukkelijk de modelverordening Zuid-Holland-Zuid heeft genoemd, omdat een specifieke lokale verordening voor elke gemeente het voor aanbieders te gecompliceerd maakt. In de regionale modelverordening is ruimte on hier vanaf te wijken. Het advies is om op het moment dat men afwijkt dit goed te communiceren met de partners binnen de gemeente die werkzaam zijn in de regio. De ruimte om keuzes te maken (over bv. termijnen) zit in de nadere regels en het afwegingskader. Het is de gemeenteraad die de conceptverordening tot stand laat komen. 2
Besluitenlijst Commissie Samenleving van 15 december 2021
Op de vraag van de heer VAN ERK wanneer de uitwerking aan de orde komt antwoordt mevrouw DEN OUTER dat de landelijke modelverordening tot in detail is uitgewerkt, waarna de gemeenteraad invulling kan geven aan het afwegingskader. Inhoudsopgave verordening In antwoord op de vraag van de heer WOLTERS of met de nieuwe verordening een eventuele verhoging van de zeer lage effectiviteit wordt bewerkstelligd geeft mevrouw DEN OUTER aan dat dit een landelijke opgave is en dat de gemeente hier zelf weinig aan kan doen. Op de vraag van de heer SUIJKER inzake triage geeft mevrouw DEN OUTER aan dat triage zeker plaatsvindt en dat het principe juiste zorg op de juiste plek heel belangrijk is, hetgeen in de verordening vermelde onderzoeksplicht wordt weergegeven. Als een algemene voorziening passend en een adequate oplossing is (ook dit is een normering), is dit voorliggend aan een individuele maatwerkvoorziening. Wanneer ouders een duurdere oplossing verkiezen moeten zij de meerkosten hiervan zelf betalen. De heer SUIJKER merkt op dat de effectiviteit beter wordt naarmate de triage beter is. Mevrouw DEN OUTER geeft aan dat dit hier inderdaad onderdeel van uit zal maken.
Op de vraag van mevrouw VERDOORN hoe de extra zorg in zijn werk gaat wanneer dit niet gecontracteerde zorg is antwoordt mevrouw DEN OUTER dat doorverwijzing door professionals alleen gebeurt naar gecontracteerde aanbieders, die geverifieerd en getoetst zijn en voldoen aan de kwaliteitseisen. Wanneer ouders anders verkiezen zijn de totale kosten voor henzelf. Op de vraag van de heer VAN DER TAK of de gemeenteraad in de verordening kan opnemen dat door de gecontracteerde zorgaanbieder eerst een diagnose wordt gesteld voor verdere behandeling wordt uitgevoerd geeft mevrouw DEN OUTER aan dat dit inderdaad het geval is en dat men dus heel veel invloed heeft op de manier waarop ouders en kinderen naar zorg en ondersteuning worden toegeleid. Daarnaast is er voldoende ruimte voor een zorgverlener om te besluiten welke behandeling wordt ingezet. Mevrouw PAARDENKOPER geeft inzake de triage en effectiviteit van de hulpverlening aan dat men vanuit het jeugdteam, samen met jeugdige en ouders, heel breed screent om op elk ontwikkelingsgebied te kijken wat er nodig is en wat er speelt om gezamenlijk tot een plan te komen. Men doet dit met de jeugdige en het systeem, om te kijken wat er uit het voorliggende veld en de algemene voorziening mogelijk is. Wanneer dit niet zo is geeft men advies welke jeugdhulp dan nodig is.
Gedurende de ondersteuning elders houdt het jeugdteam contact met het gezin, om te controleren of de voorziening voldoende is en er eventueel op- of afgeschaald moet worden. In antwoord op de vraag van mevrouw MIDDELKOOP naar de rol van de huisartsen geeft mevrouw PAARDENKOPER aan dat men in Papendrecht investeert in de samenwerking met de huisartsen en POH, om ervoor te zorgen dat er bij een
3
Besluitenlijst Commissie Samenleving van 15 december 2021
verwijzing naar het jeugdteam verwezen worden, zodat zij de brede screening kunnen doen. In antwoord op de vraag van de heer QUIST naar de lokale ondersteuning en passende zorg geeft mevrouw PAARDENKOPER aan dat de stichting jeugdteams/Sterk Papendrecht samenwerkt met de huisartsen en het consultatiebureau (Jong JGZ) en de doorontwikkeling heeft gemaakt met de wet passend onderwijs, om op school tijdig en preventief het jeugdteam te betrekken wanneer kinderen vastlopen in het onderwijs. Op de vraag van de heer VAN ERK of de jeugdhulpaanbieders beoordelen welke voorziening het meest geschikt is antwoordt mevrouw PAARDENKOPER dat dit de huisartsen, de gecertificeerde instellingen en het jeugdteam kunnen zijn. Op de vraag van de heer VAN ERK wat de financiële gevolgen zijn wanneer ouders willen kiezen voor niet gecontracteerde aanbieders antwoordt mevrouw PAARDENKOPER dat er (in samenspraak met het jeugdteam) mogelijkheden bestaan om binnen de financiering van het persoonsgebonden budget hulpverlening in te zetten. In antwoord op de vraag van de heer WOLTERS waarom het aantal personen daalt maar de kosten van het persoonsgebonden budget verdubbelt geeft mevrouw PAARDENKOPER aan dat dit maatwerk gericht is en dit te maken heeft met de budgetplafonds en de enorme wachtlijsten in het zorglandschap.
De transformatie die Sterk Papendrecht volgend jaar wil maken is meer zelf doen, omdat men de kennis en kunde zelf ook in huis heeft. Op de vraag van de heer QUIST of men binnen jeugdhulp beschikt over vertrouwenspersonen geeft mevrouw PAARDENKOPER aan dat dit zeker het geval is, dat men vanuit MEE ook beroep kan doen op onafhankelijke clientondersteuners, op diverse ouder platformorganisaties en ouders en jeugdigen zich kunnen aanmelden bij het AKJ. Mevrouw DEN OUTER merkt op dat ook dit beter is geborgd in de verordening en men extra aandacht heeft besteed aan het familiegroepsplan (de regie van ouders en jeugdigen) en ouders hierop terug kunnen vallen. Ook is er in het kader van de afbakening jeugdwet passend onderwijs rekening gehouden met de inspanningsplicht van het college en het onderwijs(samenwerkingsverband) om te komen tot een oplossing. De afbakening mag er niet toe leiden dat kinderen tussen wal en schip raken. Op de vraag van mevrouw VERDOORN of er zwart op wit staat dat niemand buiten de boot valt geeft mevrouw DEN OUTER aan dat waar het gaat om afbakeningsvraagstukken jeugdhulp vs. passend onderwijs er een inspanningsverplichting is van beide partijen om te komen tot een passende oplossing. Het is hierbij voor de gemeente belangrijk goede samenwerkingsafspraken te maken met alle betrokken samenwerkingspartners.
In antwoord op de vraag van de heer VAN DER TAK in hoeverre de hervormingsagenda voldoende verankerd is in de verordening en of dit in het afwegingskader of nadere regels vastgelegd moet worden geeft mevrouw DEN OUTER aan dat er voor een duurzaam stelsel 2 zaken belangrijk zijn: de hervormingsagenda en de afbakening van jeugdhulp. De geselecteerde thema’s in de hervormingsagenda zijn veel systeeminterventies die het Rijk wil ondernemen. De adviezen en uitgangspunten
4
Besluitenlijst Commissie Samenleving van 15 december 2021
die in het advies van de arbitragecommissie staan zijn zoveel mogelijk vertaald naar de verordening. Op zijn vraag hoe de jeugdprofessionals met de hervormingsagenda omgaan antwoordt mevrouw DEN OUTER dat de effecten van uitvoering van de hervormingsagenda in de praktijk pas over 2 of 3 jaar merkbaar worden. Mevrouw PAARDENKOPER geeft aan dat men in het kader van de praktijkvariaties (in de kosten) binnen de Nederlandse gemeenten d.m.v. ‘anders zorgen’ door best ‘practices” leert van andere gemeenten. Op de vraag van de heer VAN ERK of er in het kader van het beheersbaar maken van de kosten een adequate aanpak op de duurste zaken bestaat geeft mevrouw DEN OUTER aan dat het de rol van de raad is om de kwaliteit van het tot stand komen van beleid te toetsen en beleidsinterventies uit te voeren (waarvoor het Rijk subsidies beschikbaar stelt). Binnen de complexe casuïstiek ziet men dat de doorbraakmethode (een beproefde manier van werken langs steeds dezelfde zes processtappen, waarmee sociaal professionals makkelijk en onderbouwd maatwerk kunt leveren in het sociaal domein. Want maatwerk moet makkelijk zijn: om te maken, te verdedigen en te regelen, die is ontwikkeld door het instituut Publieke Waarde) een substantiële kostenverlaging en meer kwaliteit van resultaten bij gezinnen met complexe problematiek met zich meebrengt.
In het advies van de arbitragecommissie ziet men een besparingspotentieel van 250 miljoen euro. Mevrouw PAARDENKOPER geeft aan dat de doorbraakmethode ook in Papendrecht wordt gebruikt. Tevens analyseert men samen met de jeugdprofessional op gemeentelijk niveau maandelijks casussen om te bepalen waarom men bepaalde kosten heeft gemaakt, om de doorbraak te voorzien en te kijken welke keuzes men anders had kunnen maken. Diezelfde reflectie doet men met de huisartsen en gecertificeerde instellingen. Inhoudsopgave verordening In antwoord op de vraag van de heer VAN DER TAK hoe men onder de nieuwe verordening omgaat met de zorg die al loopt en of deze met terugwerkende kracht wijzigt geeft mevrouw DEN OUTER dat de overgangsbepaling aangeeft dat alles wat in aanvraag is op het moment van het van kracht worden van de verordening onder de nieuwe verordening valt en de rest onder de oude verordening. Op de vraag van mevrouw VERDOORN inzake het opnemen van afwijken van de termijnen geeft mevrouw DEN OUTER aan dat dit in het afwegingskader of nadere regels opgenomen kan worden.
(Vanuit de uitvoeringspraktijk zal er kritisch naar de verordening gekeken worden om hier nader invulling aan te geven.) In antwoord op de vraag van mevrouw VERDOORN of men in de praktijk snel genoeg hulp beschikbaar kan stellen geeft mevrouw PAARDENKOPER aan dat men altijd ruimte wil geven voor maatwerk, dat het normale toeleidingsproces tot max. 8 weken kan duren, maar dat er indien noodzakelijk direct geschakeld kan worden om sneller te handelen. Mevrouw MIDDELKOOP vindt het, omdat de raad niet beschikt over praktijkervaring, moeilijk om afwegingen te maken over (het afwijken van) de termijnen en had gehoopt dat deze zaken al in de verordening zouden staan. Mevrouw DEN OUTER geeft aan dat de verordening voldoende kaders geeft voor de basisinrichting van de jeugdhulpplicht. 5
Besluitenlijst Commissie Samenleving van 15 december 2021
Daarnaast heeft zij de passages waar de raad maatwerk in de verordening kan toepassen duidelijk aangegeven en is er afgesproken dat zij voor het afwegingskader een raamwerk zal maken. Daarbij merkt zij wel op dat iedere gemeente uitvoering geeft aan de eigen organisatie van jeugdhulp (binnen de eigen organisatie of extern). Daarbij is het belangrijk dat er interactie is tussen de praktijkuitvoerders en de kaderstellende gemeenteraad (d.m.v. bv. een procesevaluatie van de verordening), zodat men kan toetsen of de verordening werkt zoals deze bedoeld is. Portefeuillehouder PAANS is het hier helemaal mee eens, voordat men kaders stelt is het belangrijk te weten of deze ook uitvoerbaar zijn. Op de vraag van mevrouw VERDOORN wat de term beschikbaar inhoudt bij de draagkracht/draaglast komt mevrouw DEN OUTER schriftelijk terug. Draagkracht/draaglast is een uitwerking van het begrip eigen kracht zoals deze benoemd is in de jeugdwet, maar hierin nooit is uitgewerkt. In antwoord op de vraag van de heer VAN DER TAK of men in het kader van misbruik en oneigenlijk gebruik de maximale winstpercentages van zorgaanbieders in de verordening kan vastleggen geeft mevrouw DEN OUTER aan dat dit via de inkoop geregeld wordt.
Wethouder PAANS geeft aan dat onlangs een besluit is genomen in het AB van de DG&J om de jaarrekening te controleren, zodat allerlei effecten/prikkels gemonitord zullen worden. Mevrouw VERDOORN heeft via de regionale radenbijeenkomst Jeugdhulp begrepen dat dit reeds vastgesteld is op 5% winstpercentage. Portefeuillehouder PAANS komt hier schriftelijk op terug. Mevrouw DEN OUTER merkt op dat de reguliere zorginstellingen een hele kleine marge hebben. Mevrouw VERDOORN vindt het voor het vervolgtraject en het invullen van de verordening belangrijk te weten wat er in de praktijk speelt. Mevrouw PAARDENKOPER heeft meegekeken in de (algemene) verordening en haar opmerkingen hierbij gemaakt. Voor de lokale uitvoering zullen zij een voorstel doen en bij de beleidsmedewerker indienen wat dit inhoudt voor de uitvoerende praktijk. Ook mevrouw MIDDELKOOP vindt de dialoog met de praktijk onmisbaar voor het nemen van besluiten. Mevrouw VERDOORN stelt voor de verordening ieder jaar met ambtenaren en uitvoerenden te evalueren. Mevrouw DEN OUTER vindt dit een goed idee. (Tevens stelt zij voor de Omgevingswet en het sociaal domein aan elkaar te koppelen.) De nieuwe verordening Jeugdhulp zal in het eerste kwartaal van 2022 op de agenda komen voor besluitvorming. De VOORZITTER dankt de dames voor hun enthousiaste inbreng en sluit dit agendapunt. 03.
Sluiting. Niets meer aan de orde zijnde sluit de voorzitter om 22.15 uur de vergadering onder dankzegging aan eenieder voor diens inbreng.
6
Besluitenlijst Commissie Samenleving van 15 december 2021
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raadscommissie Samenleving op
Mevrouw M. Muijzer (griffier)
mevrouw H.M. van Wijngaarden (voorzitter)
Lijst met toezeggingen
1. Draagkracht/draaglast. Portefeuillehouder Paans Mevrouw Den Outer komt schriftelijk terug op de vraag van mevrouw VERDOORN wat de term beschikbaar inhoudt bij de draagkracht/draaglast.
2. Maximale winstpercentrage zorgaanbieders. Portefeuillehouder Paans De portefeuillehouder komt schriftelijk terug op het maximale vastgestelde winstpercentages van zorgaanbieders.
7