20211124 Verslag SAL definitief.pdf
Tekst van het document
Besluitenlijst Commissie Samenleving van 24 november 2021
BESLUITENLIJST VAN DE OPENBARE VERGADERING VAN DE RAADSCOMMISSIE SAMENLEVING d.d. 24 november 2021 (reguliere aanvang 20.00 uur) Een integrale geluidsopname van deze vergaderingen is te beluisteren op www.papendrecht.nl Aanwezig: Mevrouw H.M. van Wijngaarden, voorzitter. De heer M.H.A. Verweij (PAB), mevrouw S.J.A. Verdoorn-de Lang (PAB), mevrouw A. van den Adel (PAB), mevrouw K.E. Middelkoop-van den Adel (CDA), mevrouw S.H. de Keizer (VVD), de heer J.L. van Erk (Christen Unie), de heer M.G.C.H. Hardam (Onafhankelijk Papendrecht), mevrouw T.C. van ES (D66), de heer W. Goudriaan (SGP), de heer T. Wolters (PvdA). Mevrouw A. Damsteeg, inspreker agendapunt 04; Mevrouw B. Den Outer, projectleider afbakening jeugdhulp JB Lorenz, inzake agendapunt 08. De heer C. de Ruijter, portefeuillehouder; Mevrouw C. Verver portefeuillehouder; De heer P.L. Paans, portefeuillehouder; De heer A.M.J.M. Janssen, portefeuillehouder. Mevrouw K. Bijman, raadsadviseur. Afwezig: mevrouw A. Bokma (VVD), de heer A.P.J. den Dekker (Christen Unie), de heer R. Lammers (Onafhankelijk Papendrecht), heer J.G.S. van der Tak (Onafhankelijk Papendrecht), de heer S. Suijker (D66), mevrouw D. Yildiz-Karso (PvdA), de heer H. Mooij (PvdA), 01.
Opening. De VOORZITTER opent de vergadering en heet eenieder van harte welkom. Er is een afmelding van
02.
Vastellen van de agenda. De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld.
03.
Vaststellen van het verslag van 14.10.2021 Het verslag wordt ongewijzigd vastgesteld.
04.
Inspreekrecht. Mevrouw DAMSTEEG: Goede avond, mijn naam is Angelique Damsteeg en ik ben inwoner van Papendrecht en moeder van 3 jongens, in de leeftijd van 5, 11 en 13 jaar. Al mijn kinderen ervaren de QR-code als een belasting op hun sociale leven. Mijn en uw aandacht wil ik vanavond richten op de QR-problematiek bij het zwembad hier in Papendrecht. Als ouder mag je zonder QR-code niet naar binnen. Dit betekent dat mijn jongste van 5 jaar alleen naar binnen zou moeten. Gelukkig heb ik lieve kinderen en wil zijn broer van 11 mee naar binnen. Dus nu moet een kind een kind naar zwemles brengen. Ziet u dat voor u, dat een 1
Besluitenlijst Commissie Samenleving van 24 november 2021
kind van 11 zijn broertje moet begeleiden naar het zwembad, omdat ik niet naar binnen mag? En waarom, in welke wet staat dat het noodzakelijk is, omdat een demissionaire minister dat zegt? En aan welke wet is dat dan getoetst? Op de site van de Nederlandse stichting voor water en zwemveiligheid staat het volgende: ‘de wettelijke bepalingen, evenals de landsadvocaat in de handreiking zijn hier overduidelijk: een QR-plicht geldt alleen voor publieke binnenruimtes.” Inmiddels is breed uitgemeten in de pers dat er zowel voor binnen- als buitensporten geen publiek is toegestaan. Dit geldt voor publieke ruimtes. Een zwembad kan in de basis een publieke ruimte zijn, echter mag deze nu niet op last van de overheid opengesteld worden voor publiek. Daarom is de feitelijke situatie dat het zwembad een besloten ruimte is en hiermee vervallen juridisch gezien de QR-maatregelen gedurende de zwemlessen. Maar nog belangrijker: wat zegt een QR-code? Is iemand met een QR-code gezond, is iemand met een QR-code niet besmettelijk? Nee! Uit recent beschikbare betrouwbare informatie zoals de Lancelot blijkt dat iemand die gevaccineerd is, net zo besmettelijk kan zijn als iemand zonder vaccinatie. Waarom mag ik mijn kind van 5 jaar niet bijvoorbeeld met een mondkapje helpen met aan- en uitkleden? Voorheen kon dat ook.
De ‘oplossing’ die het zwembad heeft voorgesteld is dat hij zich kan omkleden in de voorruimte, dat is naast de buitendeur. Dus op het moment dat het buiten 3 graden is gaat de deur open en dicht en dan staat mijn kind dus letterlijk in de kou. Dus ik zie dat niet als een oplossing. Inmiddels zijn er wel veel zwembaden die een aangepast protocol hanteren. En wat als de gemeente Papendrecht ook zou kiezen voor dit protocol? Dat de gemeente, net als ik, opkomt voor het belang van de kinderen in uw gemeente. Voor de veiligheid van de kinderen. Het kan, het is een keuze die u als gemeente wel heeft, maar ik als ouder niet. Volgens de wetgeving is het wel degelijk mogelijk, echter bent u als gemeente verkeerd voorgelicht. De KNZB en de VSG adviseren op basis van onjuiste informatie van de website op de rijksoverheid.nl. Daarnaast wil ik niet meewerken aan een verdeelde samenleving: ik ben geen QR-code, mijn kinderen zijn geen QR-code. En mijn samenleving is zonder QR-code, maar wel met gezond verstand. Tot slot wil ik nog zeggen dat als moeder dit een vreselijke tijd is. Hoe leg je aan een kind van 5 uit dat je niet mee mag naar de zwemles, dat je niet mag kijken naar de voetbalwedstrijd? Of dat ik niet met mijn puber van 13 naar de bioscoop mag? Bedankt voor uw tijd. De VOORZITTER stelt de inspraak van mevrouw Damsteeg op prijs.
Wel merkt zij op dat dit onderwerp niet binnen de bevoegdheid van de gemeenteraad valt en dat er binnen deze gemeente is gekozen om de landelijke regels te volgen en dat daarom het zwembad dit ook doet. De heer WOLTERS noemt de vragen die de heer Goudriaan in de laatste ABZvergadering hierover heeft gesteld, waarop de burgemeester heeft geantwoord. Hij zal hier waarschijnlijk zo op terugkomen. Er is sprake van (kromme en verwarrende) regels, waar men niets aan kan doen. Mevrouw VAN ES vindt het fijn dat er ingesproken wordt. Men heeft allemaal te maken met de landelijke regels en kan niet over het zwembad besluiten. Zij kan zich voorstellen dat ouders het heel vervelend vinden niet mee te kunnen naar bv. zwemles, maar merkt op dat men er met elkaar het beste van moet maken. Op haar vraag of er met het zwembad naar andere mogelijkheden kan worden gekeken 2
Besluitenlijst Commissie Samenleving van 24 november 2021
antwoordt mevrouw DAMSTEEG dat zij vorige week nog niet wist dat kinderen zich achter het zeil/doek kunnen omkleden. Dit betekent wel dat haar 5-jarige kind in zijn natte zwembroek naar de buitendeur moet lopen. Het antwoord van het zwembad op haar vraag is dat men het landelijk protocol volgt en dat er geen aanleiding voor discussie of overleg was. Het is mevrouw VAN ES duidelijk dat het gesprek niet tot een oplossing heeft geleid, zij hoopt later van de portefeuillehouder te vernemen of er andere mogelijkheden zijn. (Omdat beantwoording door de portefeuillehouder volgens de verordening nu niet aan de orde is zal mevrouw VAN ES haar vraag tijdens het vragenkwartier stellen.) Mevrouw DE KEIZER begrijpt het verdriet en de zorgen van mevrouw Damsteeg, maar merkt op dat men de landelijke regels volgt en dat alle verenigingen en andere instanties moeten omgaan met de vervelende regels die er heersen. De heer GOUDRIAAN merkt op dat de burgemeester op een van de vragen of zij een uitzondering wil maken op de regel bij het wegbrengen en ophalen van de kinderen heeft aangegeven hiertoe niet bereid te zijn. De heer VAN ERK vindt het noodgedwongen bij de buitendeur omkleden geen fijne situatie is en vindt dat er iets mogelijk zou moeten zijn. Hij stelt voor dit met een grotere groep nogmaals bespreekbaar te maken in het zwembad, zodat wellicht aanpassingen kunnen worden gedaan.
Mevrouw DAMSTEEG zegt dat er naast de kleedhokjes geen gebruik wordt gemaakt van de grote gedeelde kleedruimte, hetgeen zij als optie ziet. Op zijn vraag naar de andere genoemde zwembaden antwoordt mevrouw DAMSTEEG dat er meerdere zwembaden zijn die een ander protocol, vrolijk en veilig, voeren. Een jurist heeft aangegeven dat ‘het protocol zwembaden, ook bekend als het protocol vrolijk en veilig, dat sinds 2002 door politiek gemeente en zwembaden jaarlijks tot stand komt bevestigt dat zwembaden als besloten lokalen dienen te worden aangemerkt’. Dit zou betekenen dat zij geen QR-code hoeft te tonen. Mevrouw DE KEIZER merkt op dat veel partijen voor de nieuwe raadsperiode op zoek zijn naar mensen die zich goed kunnen verwoorden en midden in de samenleving staan. De VOORZITTER dankt mevrouw Damsteeg hartelijk voor haar inbreng. Er wordt verder geen gebruik maakt van het inspreekrecht. 05.
Vragenkwartier. De heer HARDAM heeft enkele vragen m.b.t. het fietspad over de Merwedebrug die vanaf eind januari tot april 2022 in beide richtingen wordt afgesloten voor onderhoud, hetgeen resulteert in een half uur extra reistijd in de wintermaanden. Heeft de gemeente ter plekke alternatieve vormen van vervoer (bv. over het water) geregeld? En zo nee, waarom niet? Hoe ziet het college het voor zich dat mensen in coronatijd, in de kou, bij gladheid en winters weer een half uur langer moeten omrijden? Is de gemeente bereid de veerpont tussen Papendrecht en Dordrecht ’s avonds extra diensten te laten maken (voor mensen die bv. bij Mac Donalds werken)? Is de gemeente bereid de kosten van de oversteek voor mensen/kinderen te vergoeden? Wat is er geregeld om mensen die de brug over moeten te ontzorgen? Krijgen zij in 3
Besluitenlijst Commissie Samenleving van 24 november 2021
de periode van de werkzaamheden een vergoeding? Hoe wordt er concreet omgegaan met kinderen die in Dordrecht naar school gaan? Waarom is er niet overwogen deze werkzaamheden in de zomermaanden te realiseren? Zou het alsnog mogelijk zijn deze werkzaamheden door te schuiven naar de zomer 2022?
Portefeuillehouder PAANS zal deze vragen schriftelijk beantwoorden. Mevrouw DE KEIZER merkt op dat deze vragen in de commissie Ruimte thuishoren en iedereen deze vragen zou willen stellen. De VOORZITTER geeft aan dat er voor het eind van het jaar geen commissie Ruimte meer zal zijn, hetgeen hiervan waarschijnlijk de reden is. Mevrouw VAN ES vraagt of de wethouder bereid is met het zwembad in gesprek te gaan om te kijken naar een mogelijkheid voor een afgesloten ruimte waar kinderen zich kunnen aan- en uitkleden zonder dat volwassenen elkaar treffen. Portefeuillehouder PAANS kan niet in de bevoegdheden van de burgemeester treden. Wel geeft hij aan dat men aanstaande maandag in gesprek zal gaan met diverse verenigingen (waarvan het sportcentrum er één is) die getroffen worden door deze regels, waarbij op een adequate en constructieve manier naar mogelijkheden gekeken zal worden. Soms kan ‘nee’ ook een antwoord zijn. Er zijn verder geen vragen. 06.
Lijst van ingekomen stukken en mededelingen. Er zijn geen mededelingen en/of opmerkingen.
07.
Regionale aangelegenheden. a. Gemeenschappelijke Regeling Dienst Gezondheid en Jeugd Zuid-Holland Zuid en SOJ; Portefeuillehouder PAANS is blij met de aanwezigheid van mevrouw Den Outer en de nieuwe gebiedsmanager de heer Leon Chevalking. N.a.v. de AB-vergadering van 11 november jl. merkt hij op dat de bijstellingen die gepaard gaan met de tweede bestuursrapportage geen nadelig resultaat hebben voor het begrotingsresultaat en dat de informatiebrief hierover onderweg is naar de commissie. Verder geeft hij aan dat men om de begrotingswijziging SOJ 2022 te bekostigen, mede dankzij de tijdelijke extra rijksmiddelen, binnen de financiële kaders van de programmabegroting blijft. Richting de toekomst blijven ombuigingen echter wel nodig, waarvan de afbakening jeugdhulp (het nieuwe inkoopkader en andere maatregelen) een onderdeel zal zijn. Vanuit het college zal men hierop een concept zienswijze voorbereiden. Op 12 nov. jl. heeft een waardevolle tweede bijeenkomst met jeugdhulpaanbieders plaatsgevonden, waarbij een Papendrechtse casus is besproken en goede afspraken zijn gemaakt. b. Gemeenschappelijke Regeling Openbaar Lichaam Sociale Werkvoorziening Drechtsteden (Drechtwerk); 4
Besluitenlijst Commissie Samenleving van 24 november 2021
08.
Afbakening Jeugdhulp. (De VOORZITTER overhandigt mevrouw Den Outer een bos bloemen ter compensatie van het feit dat het agendapunt waarvoor zij tijdens de vorige commissievergadering niet aan de orde is geweest.) Voorafgegaan door een presentatie van mevrouw DEN OUTER worden de volgende vragen en antwoorden uitgewisseld. In antwoord op de vraag van de heer VAN ERK naar de belangrijkste oorzaak van de toename in de jeugdhulpproblematiek geeft mevrouw DEN OUTER aan dat hier geen objectief aanwijsbare redenen voor zijn. Onderzoek wijst uit dat jeugdigen steeds veiliger en gelukkiger opgroeien, dat de Nederlandse kinderen tot de gelukkigste ter wereld behoren en zij hun psychische gezondheid de laatste 10 jaar gelijk beoordelen, maar dat er tegelijkertijd het meest gebruik wordt gemaakt van jeugdzorg en dat men het hoogste aantal uithuisplaatsingen kent. Als niet objectief verklaarbare verklaring noemt zij de toename van de prestatiedruk en geluksnorm in de laatste jaren. Zij merkt hierbij op dat het bij normaliseren (de tegenbeweging voor de prestatiedruk en hoge geluksnorm) belangrijk is dat kinderen niet in een normaalverdeling moeten passen, maar dat het gemiddelde van normaal opgeschoven wordt en dat kinderen aan de uiterste randen ook nog normaal zijn.
Op de vraag van mevrouw VERDOORN naar de invloed van sociale media zegt mevrouw DEN OUTER dat kinderen steeds meer opgroeien met externe prikkels, waardoor de prestatienorm en geluksnorm heel hoog is en dat steeds meer kinderen opgroeien met het gevoel dat ze niet normaal zijn. Mevrouw VAN ES vindt het een zorgelijke ontwikkeling dat ouders vaak opgelucht zijn met een diagnose anders dan lastig zijn, terwijl de meeste kinderen lastige periodes kennen. Mevrouw DEN OUTER bevestigt dit en merkt op dat wij in een maatschappij leven waarin een diagnose heel belangrijk is, omdat men anders geen toegang heeft tot hulp en ondersteuning. In antwoord op de opmerking van mevrouw DE KEIZER dat het traject, soms ten koste van het kind, d.m.v. doorverwijzingen financieel in stand wordt gehouden antwoordt mevrouw DEN OUTER dat er heel veel geld omgaat in de jeugdhulp: in 2015 3,7 miljard euro en inmiddels 5,5 miljard euro. Op dit moment maakt 1:10 kinderen gebruik van jeugdhulp wat over 3 jaar zal verschuiven naar 1:7 en in 2030 op 1:5 kinderen. Wat daarnaast meespeelt is dat ouders, omdat het krijgen van een ticket/indicatie zoveel moeite kost, niet snel afstand doen van de hulp (ook als het beter gaat). Het is het systeem dat dit in stand houdt.
Mevrouw VAN ES is namens haar fractie van mening dat het nodig is heel veel minder kinderen in de jeugdzorg te krijgen, zodat de kinderen die het ‘echt’ nodig hebben de benodigde hulp kunnen krijgen. Mevrouw DEN OUTER bevestigt dat hoe meer kinderen gebruik maken van lichte vormen hoe hoger de druk op het systeem wordt en hoe moeilijker het wordt voor kinderen die zwaardere zorg nodig hebben. Om deze reden is de afbakening belangrijk, waarbij het niet het doel is om kinderen zorg te ontzeggen maar om te zorgen dat de juiste kinderen tijdig de juiste zorg krijgen. 5
Besluitenlijst Commissie Samenleving van 24 november 2021
Op de vraag van mevrouw MIDDELKOOP of de vele lichte vormen van zorg niet meer bij het onderwijs of in de thuissituatie horen geeft mevrouw DEN OUTER aan dat het bij de afbakening gaat om de vraag of jeugdzorg de juiste interventie voor de betreffende problematiek is en dat het open karakter van de jeugdwet (te veel) ruimte biedt om jeugdhulp aan te vragen. Het probleem hierbij is dat de betreffende situatie (bv. een onderwijsprobleem) vaak niet wordt opgelost door jeugdhulp. Verder merkt zij op dat de nieuwe verordening nog steeds de jeugdwet volgt en dat men zaken in de nieuwe verordening duidelijker en explicieter wil aangeven (dat bv. onderwijs problematiek opgelost moet worden in het onderwijs), zodat men betere samenwerkingsafspraken kan maken met bv. het onderwijs, de wet langdurige zorg en zorgverzekeraars. Daar waar er grijze gebieden zijn bestaat er een inspanningsverplichting voor beide partijen om een oplossing te vinden (zodat ouders niet van het kastje naar de muur worden gestuurd). Tenslotte merkt zij op dat er steeds meer nieuwe wetgeving komt die het sociaal domein als een voorliggende voorziening ziet.
In de nieuwe wet gesubsidieerde rechtshulp ziet men dat er 40 pilots in Nederland zijn waarbij eerst gekeken wordt of, wanneer mensen gesubsidieerde rechtshulp aanvragen, er sprake is van problematiek die in het sociaal domein thuishoort en de druk hierdoor steeds groter wordt. Mevrouw DE KEIZER bevestigt dat het geld hard nodig is voor degenen die het echt nodig hebben. Op de vraag van de heer WOLTERS naar de inzet van de POH antwoordt mevrouw DEN OUTER dat de (huis)arts, i.v.m. jeugdhulpproblematiek i.c.m. somatische problematiek, een wettelijke verwijsrecht heeft. Oorspronkelijk was dit recht begrensd en kon de gemeente de duur van een behandeling bepalen. Door een motie van Mona Keijzer van het CDA is dit echter teruggedraaid, ligt de autonomie bij de professionals en mogen gemeentes geen sturen geven aan de duur van een behandeling. Dit betekent dat huis/kinderartsen het grootste deel van de verwijzingen naar jeugdhulp doet. Hierbij mag de gemeente wel aangeven dat dit alleen naar gecontracteerde aanbieders mag. Wanneer (op verzoek van ouders) wordt doorverwezen naar gecontracteerde zorgaanbieder mag de gemeente de kosten laten betalen door de ouders. Tot nu toe heeft men hier landelijk weinig gebruikt van gemaakt omdat de inzet POH er grotendeels voor zorgde dat een groot deel van de verwijzing wordt afgebogen naar de POH.
De bedoeling van de POH was oorspronkelijk kinderen met lichte vormen van problematiek verder te helpen, zodat deze geen gebruik zouden maken van specialistische jeugd GGZ. Men ziet hierdoor dat het gemiddeld aantal verwijzingen met 73% daalt. Daarnaast ziet men echter ook een enorme schaarste en lange wachtlijsten, waardoor de POHjeugd GGZ nu vaak wordt ingezet voor de opvang van zware zorg, waardoor de lichte problematiek niet kan doorstromen. De instroom, doorstroom en uitstroom is van cruciaal belang om te zorgen dat het stelsel in goed samenspel gaat werken. In antwoord op de vraag van de heer VAN ERK hoe ouders sterker en bekwamer gemaakt kunnen worden om de juiste inschatting te maken of een probleem interventie van de huisarts/jeugdzorg behoeft of dat dit binnen het eigen netwerk opgelost kan worden antwoordt mevrouw DEN OUTER dat dit een samenspel is, maar dat men ziet dat men m.b.t. opgroeien en opvoeden heel individualistisch geworden is. Zij verwijst naar gemeenten waar met ervaringsdeskundigen wordt ingezet op het versterken en inzetten van de gemeenschap (buurtouders, herstel cirkels, respijtzorg, etc.) en noemt 6
Besluitenlijst Commissie Samenleving van 24 november 2021
het belang van het maatschappelijke debat over het (slimmer) verlenen van zorg en het labelen van problemen als zorg. Men ziet dat door bv. woningtekort, bestaansonzekerheid, spanningen/stress meer gebruik wordt gemaakt van zorg. Mevrouw VERDOORN raadt iedereen aan het webinar van Eigen Kracht te kijken. Mevrouw DEN OUTER noemt het belang van de inzet van stichting Eigen Kracht Centrale en Familiegroepsplan en geeft aan dat het weg organiseren van ouders/netwerken de ervaren kwaliteit van zorg niet vergroot. Uit een landelijk onderzoek blijkt dat de kwaliteit/resultaten van zorg beter worden als ouders en kinderen betrokken worden bij het maken van de beslissingen over de eigen jeugdhulp (hetgeen helaas nauwelijks gebeurt). Op de vraag van mevrouw DE KEIZER of het terug naar de basis/afbakenen tot een minimum een trigger voor huisartsen kan zijn om zorgvuldiger door te verwijzen antwoordt mevrouw DEN OUTER dat de dillema’s voor de uitvoerenden hierdoor inderdaad ook minder lastig en de taken duidelijker worden.
In antwoord op de vraag van mevrouw MIDDELKOOP naar een overzicht van diagnoses/behandeltraject die de jeugdzorg lokaal het meest belasten geeft mevrouw DEN OUTER aan dat men vanaf 2015 landelijk het doelgroep denken heeft losgelaten en dat er niet alleen naar aparte aandoeningen maar integraal gekeken gaat worden en dat het de bedoeling van de jeugdwet is de zorg zo dicht mogelijk bij ouders en kinderen te organiseren. De informatiehuishouding is landelijk ingericht op de plaats van de zorg en niet het type van de zorg. Een groot gemis is dat niemand bij het Rijk (i.v.m. de decentralisatie) zich verantwoordelijk wil voelen voor de kostenkant en men dus moeilijk kan benchmarken waar Papendrecht staat. Hierbij merkt zij op dat het AEF-onderzoek (waarbij het tekort van 1,3 miljard euro is vastgesteld) is gebaseerd op Iv3 gegevens van 10 gemeenten, maar dat niemand in Nederland kan aangeven waar het geld (12 miljard) aan wordt besteed. Het maken van een goede verordening is de start van een samenspel van allerlei maatregelen die men met elkaar neemt om de lokale, gezonde gemeenschap vorm te geven. Ook mevrouw DE KEIZER zou graag meer inzicht krijgen in de lokale diagnoses.
Wethouder PAANS geeft aan dat er wordt gewerkt aan een dashboard en dat men een analyse van de lokale problematiek en doelgroepen heeft uitgevoerd, waardoor toegesneden informatie beschikbaar is (over de top 10 duurste zorgvragen). Hij zegt toe deze met de commissie te delen. Mevrouw DEN OUTER merkt op dat er sprake is van een jong (7 jaar) stelsel waarin men in de ontwerpfase op zoek is naar de informatiehuishouding en (omdat de gemeente verantwoordelijk is voor het invullen van de jeugdhulpplicht) de sturingsrol van de raad. Mevrouw DE KEIZER merkt op dat er een omschakeling moet komen van de raadscultuur. Mevrouw DEN OUTER geeft aan dat de verordening die recht doet aan de wensen van de raad voor het invullen van de jeugdhulpplicht op een verstandige manier tot stand moet komen
7
Besluitenlijst Commissie Samenleving van 24 november 2021
In antwoord op de vraag van de heer VAN ERK naar de personeelstekorten geeft mevrouw DEN OUTER aan dat het niet populair is om in de jeugdzorg te werken (hetgeen vnl. te maken heeft met de arbeidsmarktproblematiek en de cao-problematiek jeugd- en opvoedhulp vs. welzijn). Op de vraag van mevrouw VERDOORN in hoeverre de nieuwe inkoop effect heeft op wat vanavond wordt beslist antwoordt mevrouw DEN OUTER dat zij de dienstenovereenkomsten van de SOJ langs de nieuwe verordening heeft gelegd en gekeken of dat goed op elkaar aansluit. Alles wat niet in de verordening staat komt in publiek private contracten terecht. In het inkoopkader wordt al genormeerd, op het moment dat hierover in de verordening niets wordt aangegeven is het in het inkoopkader belegd. Om als gemeenteraad goed te kunnen sturen moet men niet kijken naar de dienstenovereenkomst, maar naar de kwaliteit van de totstandkoming daarvan. Het is belangrijk de uitgangspunten om jeugdhulpplicht in te vullen te kunnen toetsten aan wat de SOJ voorstelt. Zij geeft aan dat het normenkader de gemeenteraad ruimte biedt om accenten aan te brengen (bv. of men meer wil inzetten op ervaringsdeskundigheid). Omdat niet alles meer in de verordening staat is het voor de toekomst belangrijk goed naar de beleidsstukken van bv.
de inkooporganisatie te kijken en of deze manier van inkoop ruimte biedt aan wat men belangrijk vindt voor Papendrecht. (De SOJ is een winkel met schappen en Papendrecht bepaalt wat men koopt.) Mevrouw VERDOORN noemt het 6 maanden traject, dan evaluatie, de professionals mogen naar eigen inzicht zeggen doorgaan of gaan we normeren? In feite wordt er genormeerd. Mag je daar vanuit de gemeente nog strakker aan gaan trekken. Het lijkt mij niet wijs dat je dat zelf gaat invullen. Mevrouw DEN OUTER zegt dat het afhankelijk is van de normering of men het strakker of ruimer gaat doen. Wat in de inkoopkaders staat is het maximale of minimale niveau, daarnaast kan men kijken of men dit wil uitbreiden. Daarnaast is het ook interessant te bekijken en het debat te voeren over wat er in het voorliggend veld gebeurt, waar heel veel geld in omgaat, en hoe de subsidievoorwaarden zich verhouden. Mevrouw DE KEIZER vindt dat het de omgekeerde wereld wordt en zou liever een voorstel van het college gebaseerd op de input van mevrouw Den Outer zien waarop de raad het politieke debat kan voeren. Mevrouw DEN OUTER zou graag weten wat men belangrijk vindt en waarop men wil inzetten: een gezonde gemeenschap waarbij ouders/kinderen zich kunnen wenden tot goed/hoog opgeleide professionals óf dat men in de gemeenschap op wijk en buurtniveau kijkt wat men kan doen.
Mevrouw DE KEIZER is benieuwd naar de expertise en inzicht van mevrouw Den Outer, waarna de raad haar politieke keuzes kan maken. Mevrouw DEN OUTER geeft aan dat er 2 werkbijeenkomsten met uitvoerende medewerkers, management van gemeente en beleidsmedewerkers (de 3 lagen uitvoering van de jeugdhulp die eigenaarschap hebben) hebben plaatsgevonden. Op basis hiervan is een eerste tekstvoorstel gemaakt, dat voor 1 december juridisch zal worden getoetst aan de modelverordening van de VNG. Daarnaast is gekeken of alle elementen die in de jeugdwet beschreven zijn daadwerkelijk in de verordening staan. Tevens gaat er gevarieerd worden in een aantal keuzes in artikelen van de verordening. Op de vraag van de heer VAN ERK of men een concreet overzicht met keuzemogelijkheden aangeleverd kan krijgen antwoordt mevrouw DEN OUTER aan dat 8
Besluitenlijst Commissie Samenleving van 24 november 2021
er 2 keuzepakketten aangeboden zullen worden, maar dat daarnaast veel uitwerking in nadere regels en afwegingskader zit. Men streeft naar een lokale verordening voor ZuidHolland Zuid waar lokale verschillen kunnen zijn, maar waarbij gelijkheid en samenhang belangrijk is. Zij raadt hierbij aan in te zetten op goede professionals en het preventieve voorveld voor Papendrecht. De VOORZITTER merkt op dat er 6 vragen zijn waar de commissie over na moet denken/antwoord op moet geven. Daarnaast kan men ervoor kiezen het voorstel van het college af te wachten, aan de hand waarvan men het debat kan aangaan. Mevrouw VAN ES merkt per interruptie op dat men de consequenties van de keuzes/vragen niet kan overzien en vraagt zich af op basis waarvan men deze keuzes moet maken. Mevrouw DEN OUTER merkt op dat de vragen zijn bedoeld om een gesprek te initiëren. Zij biedt aan technische vervolgsessie aan waarin men de concepttekst inhoudelijk door kan nemen. De heer WOLTERS is het eens met de D66-fractie, ook hij vindt het moeilijk concreet antwoord te geven op de vragen. Mevrouw DEN OUTER vond dit een waardevolle bijeenkomst.
In antwoord op de vraag van de heer GOUDRIAAN over aandacht voor echtscheidingen geeft mevrouw DEN OUTER aan dat dit niet specifiek wordt benoemd in de verordening, maar dat men ziet dat veel complexe problematiek bij kinderen ontstaat door vechtscheidingen en dat gemeenten in Nederland hier heel verschillend mee omgaan. Er zijn gemeenten die cursussen, professionele relatietherapie, etc. aanbieden. De onderliggende discussie is in hoeverre men ingrijpt in de persoonlijke levens van mensen. Mevrouw VERDOORN vraagt per interruptie op dit in het familiegroepsplan thuishoort. Mevrouw DEN OUTER denkt dat het een individuele vraag is in hoeverre families/netwerk betrokken zijn bij een echtscheiding, maar merkt op dat dit wel mogelijk is. Zij merkt op dat door JB Lorenz onderzoek is gedaan naar de werking van omgangshuizen (waar scheidende/gescheiden ouders onder begeleiding hun kind ontmoeten). Op de vraag van mevrouw VAN ES of landelijk overal hetzelfde percentage kinderen van gescheiden ouders in zorg komt antwoordt mevrouw DEN OUTER dat echtscheiding/opgroeien in een eenoudergezin een risicofactor voor gebruik van jeugdhulp is. Dit wil niet zeggen dat kinderen van gescheiden ouders per definitie problemen hebben. Wethouder PAANS merkt tenslotte op dat jeugdhulp een ingewikkelde zaak is waarover men vanavond o.l.v. mevrouw Den Outer een goede discussie heeft gevoerd.
Hij geeft aan dat het de gemeenteraad is die de kaders stelt, waarvoor een verdiepingsslag nodig is en waarvoor het college en mevrouw Den Outer bereid zijn input te leveren. De VOORZITTER concludeert dat men om goed antwoord te kunnen geven op de vragen meer informatie en tijd nodig heeft. Een vervolgdatum hiervoor volgt. Zij dankt mevrouw Den Outer en de commissie voor hun enthousiasme en inbreng.
9
Besluitenlijst Commissie Samenleving van 24 november 2021
09.
Sluiting. Niets meer aan de orde zijnde sluit de voorzitter om 22.15 uur de vergadering onder dankzegging aan eenieder voor diens inbreng. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raadscommissie Samenleving op
Mevrouw M. Muijzer (griffier)
mevrouw H.M. van Wijngaarden (voorzitter)
Lijst met toezeggingen
1. Vragen inzake afsluiting fietspad over de Merwedebrug. Portefeuillehouder PAANS De portefeuillehouder zegt toe de gestelde vragen schriftelijk te beantwoorden. 2. Dashboard: Analyse lokale problematiek en doelgroepen jeugdzorg. Portefeuillehouder PAANS De portefeuillehouder zegt toe de uitkomst van de analyse lokale problematiek en doelgroepen met de commissie te delen.
10