CConstaterende datPapendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

20211028 OMG Verslag definitief.pdf

Commissie Omgevingswet Papendrecht 16 december 2021, gemeente PapendrechtBij agendapunt: 3: Vaststellen verslag3.716 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Besluitenlijst Commissie Omgevingswet van 28 oktober 2021

BESLUITENLIJST VAN DE OPENBARE VERGADERING VAN DE RAADSCOMMISSIE OMGEVINGSWET d.d. 28 oktober 2021 (reguliere aanvang 20.00 uur). Een integrale geluidsopname van deze vergaderingen is te beluisteren op

www.papendrecht.nl Aanwezig: De heer A.P.J. den Dekker, voorzitter; Mevrouw S.J.A. Verdoorn-de Lang (PAB), mevrouw H.M. van Wijngaarden (PAB), de heer L.T. van den Dool (CDA), mevrouw A. van der Matten-Spek (CDA), mevrouw A. Bokma (VVD), de heer M.G.C.H. Hardam (Onafhankelijk Papendrecht), de heer N. van Heteren (D66), de heer A.J. Kosten (SGP) en de heer T. Wolters (PvdA). De heer M. Schoonen, programmamanager Omgevingswet gemeente Papendrecht, inzake agendapunten 06 t/m 09; De heer M. Visser, senior adviseur ruimtelijke ontwikkeling gemeente Papendrecht; inzake agendapunten 06 t/m 09. Mevrouw C. Verver portefeuillehouder; De heer A.M.J.M. Janssen, portefeuillehouder. Mevrouw K. Bijman, raadsadviseur. Afwezig: 01.

Opening. De VOORZITTER opent de vergadering en heet eenieder van harte welkom.

02.

Vaststelling van de agenda. Op verzoek van de heer Schoonen wordt i.v.m. de samenhang besloten eerst agendapunt 8 en daarna agendapunt 7 te behandelen. De agenda wordt aldus aangepast en vastgesteld.

03.

Vaststellen van het verslag van 27.5.2021. Mevrouw VERDOORN merkt op dat zij op pagina 2 niet heeft gezegd dat men administratief maar digitaal minder onderlegd is. Op haar vraag n.a.v. pagina 7 hoe evenementen in de omgevingswet ingepast worden antwoordt portefeuillehouder VERVER dat dit wordt opgenomen in het evenementenbeleid dat momenteel wordt geschreven. Het verslag wordt ongewijzigd vastgesteld.

04.

Inspreekrecht. Er wordt geen gebruik gemaakt van het inspreekrecht.

05.

Vragenkwartier. -

1

Besluitenlijst Commissie Omgevingswet van 28 oktober 2021

06.

Bindend adviesrecht raad buitenplanse afwijkingen Omgevingswet. Voorafgegaan door een toelichting van de heer SCHOONEN worden aansluitend de volgende vragen en antwoorden uitgewisseld. In antwoord op de vraag van de heer KOSTEN (die het woord voert mede namens de CU-fractie) waarom alleen de Veerweg en BK-weg en niet ook bv. het dijklint worden genoemd als beeldbepalende locaties antwoordt de heer SCHOONEN dat er een visie is en dat de omgevingswet beoogt niet te veel apart te regelen. Het college wenst de ontwikkelingen die langs de beeldbepalende locaties/assen plaatsvinden vanuit het bindend adviesrecht te delen met de raad. Op zijn vraag naar een definitie van grootschalige ontwikkelingen betreft aard, omvang en hoogte die niet passen binnen het omgevingsplan waaronder de bouw van 20 woningen of meer antwoordt de heer SCHOONEN dat het voorliggend voorstel is om het standpunt van de raad hierover te peilen. In antwoord op de vraag van de heer KOSTEN waarom er bij ingrepen in en/of rondom het centrum, etc. expliciet het havengebied wordt genoemd antwoordt heer SCHOONEN dat het met name gaat om zaken/locaties waarvan veel publiek gebruik maakt van de openbare ruimte.

z In antwoord op de vraag van mevrouw BOKMA of de (veranderde) gebruiksmogelijkheden onder de omgevingsplannen vallen en of er breder wordt gekeken naar gebruiksmogelijkheden die wel zijn toegestaan maar misschien ongewenst zijn antwoordt de heer SCHOONEN dat de gebruiksmogelijkheden inderdaad in het omgevingsplan worden geregeld en dat de afweging hierover bij de raad ligt. De heer VISSER bevestigt dat de gebruiksmogelijkheden worden opgenomen in het omgevingsplan, maar dat aanvragen die in strijd zijn met het omgevingsplan (grote bestemmingswijzigingen) via het omgevingsplan middels afwijkingsactiviteiten t.o.v. het omgevingsplan kunnen worden opgelost. De raad zal hier op dat moment niet in worden gekend, maar de vraag of deze situatie zich kan voordoen zal de raad gesteld worden in het kader van het omgevingsplan. Met kruimelgevallen zal men de raad niet belasten. Uiteraard is er altijd een afwegingsmoment voor het college of een bindend adviesrecht raadzaam is. Op de vraag van de heer VAN HETEREN naar de huidige buitenplanse projecten antwoordt de heer VISSER dat alle aanvragen die voor 1 juli 2022 worden/zijn ingediend op basis van het huidige recht (de uitgebreide procedure van 26 weken) worden afgehandeld en dat men werkt met de verklaring van geen bedenkingen.

Aanvragen die na deze datum worden ingediend worden volgens de nieuwe regels afgehandeld, waarbij de vraag wordt gesteld of er wel of geen sprake is van het bindend adviesrecht. De ontwikkelingen die nu aan de orde zijn gaan veelal via bestemmingsplannen. Op de vraag van de heer HARDAM wat in het kader van grootschaligheid veel publiek inhoudt antwoordt de heer SCHOONEN dat hier geen minimum voor is, maar dat wordt gekeken naar de inschatting en afweging van de impact. In antwoord op de vraag van mevrouw VAN WIJNGAARDEN in hoeverre de veranderingen in de procedure naar burgers gecommuniceerd worden

2

Besluitenlijst Commissie Omgevingswet van 28 oktober 2021

antwoordt de heer SCHOONEN dat afhankelijk van het besluit dat wordt genomen gecommuniceerd zal worden. Bij de buitenplanse, grotere ontwikkelingen zal in 99 van de 100 gevallen altijd overleg over de te volgen procedure worden gevoerd en dat het daarnaast de taak van de gemeente is iedere burger/initiatiefnemer te informeren. Mevrouw VAN WIJNGAARDEN merkt op dat de gemeente website niet altijd duidelijk is en dat veel mensen de krant prefereren voor communicatie. Op de vraag van de heer VAN DEN DOOL hoe het in de praktijk (binnen 8 weken verleend/geweigerd) zal gaan als bindend adviesrecht aan de orde is antwoordt de heer SCHOONEN dat dit een reden is om terughoudend te zijn met het gebruik van het bindend adviesrecht. De heer VISSER geeft aan dat de 8-weekse procedure het uitgangspunt is en dat men alleen wanneer er sprake is van exceptionele omstandigheden kan overstappen naar de uitgebreide procedure (van 26 weken). De wetgever heeft in de memory van toelichting op het wetsvoorstel geschreven dat het feit dat er een bindend advies van de raad nodig is niet betekent dat de procedure automatisch overgaat naar 26 weken. De gemeente mag zelf bepalen op welke wijze men inrichting gaat geven aan het voorbereidingstraject. Het besluit over het bindend adviesrecht moet zijn genomen voordat de aanvraag formeel wordt ingediend.

Hij verwacht niet dat exceptionele omstandigheden vaak zullen voorkomen (misschien 1-2 keer per maand). In antwoord op de vraag van de heer VAN DEN DOOL of men het -met het oog op (het mogelijk misbruik maken van) de korte beslistermijn - een goed idee vindt om raadsleden die bekend zijn met deze procedures dit te laten voorbereiden geeft de heer SCHOONEN aan dat de vergunning niet van rechtswege wordt verleend. De heer VISSER geeft aan dat onder het nieuwe recht bij een weigering bezwaar kan worden ingediend en dat een eventueel geconstateerd gebrek in de bezwaarprocedure hersteld kan worden. Hij verwacht hierover de eerste jaren procedures bij de rechtbank en RvS te krijgen. Het ging de heer VAN DEN DOOL meer om hoe de raad met dit nieuwe instrument gaat werken (en denkt hierbij aan een soort auditcommissie). Op de vraag van portefeuillehouder JANSSEN of een delegatie van de raad namens de raad het adviesrecht kan uitoefenen antwoordt de heer VISSER dat dit niet het geval is en dat men dit ook niet moet willen. De heer VAN DEN DOOL bedoelde dat de voorbereiding van het besluit sneller plaatsvindt, zodat de raad het besluit sneller kan nemen. De heer KOSTEN vindt dit, per interruptie, in principe een goed voorstel, maar merkt op dat bv.

een aanpassing van een bestemmingsplan ook eerst in de commissie Ruimte wordt besproken en vraagt zich daarom af waarom een extra commissie nodig is. Portefeuillehouder JANSSEN merkt op dat men binnen 8 weken advies vanuit de raad moet geven en dat het zoeken is hoe men deze termijn haalt. Een extra commissie zou dit proces waarschijnlijk vertragen i.p.v. versnellen. De heer VAN DEN DOOL heeft zijn opmerking bedoeld als suggestie om procedures te bedenken om binnen 8 weken een besluit te kunnen nemen. Hij stelt verder voor dat de raad (naast de Veerweg/BK-weg) aangeeft wat men beeldbepalend vindt. Op zijn vraag of dit besluit ook geldt voor de oude bestemmingsplannen en wat het bindend adviesrecht met deze normen doet antwoordt de heer SCHOONEN dat de oude bestemmingsplannen vanaf 1 juli 2022 automatisch het

3

Besluitenlijst Commissie Omgevingswet van 28 oktober 2021

omgevingsplan worden en dat wanneer hier een beperking in staat dat het kader is. Een afwijking t.o.v. het vigerende plan zal op dat moment getoetst moeten worden. Op de vraag van de heer VAN DEN DOOL wat er geldt wanneer in het oude bestemmingsplan 5 woningen staan en in het bindend adviesrecht 20 woningen antwoordt de heer VISSER dat er dan sprake is van een afwijking van het geldende omgevingsplan en het college zich aan de beginsel afspraken houdt. Waar het omgevingsplan verouderd is en een transformatie zou kunnen plaatsvinden, kan men met een schone lei beginnen en beoordelen of het wenselijk is hier een andere invulling aan te geven. Verder merkt hij op dat er geen sprake is van recht, maar van een bevoegdheid en dat het gaat om de vraag op welk moment de raad de taak heeft een bindend advies te geven. Of er wordt afgeweken van het geldende omgevingsplan hangt af van de mogelijkheden, de onderzoeksresultaten en de wens van de raad. Eerste termijn commissie en college De heer KOSTEN informeert naar de beeldbepalende locaties rond de assen in relatie tot de omgevingsvisie en vindt dat het dijklint ook opgenomen dient te worden als beeldbepalende locatie.

Portefeuillehouder JANSSEN merkt op dat men de beeldbepalende locaties die de afgelopen jaren aan de orde zijn geweest en waarover de raad heeft aangegeven meer betrokken te willen zijn (Veerweg en BK-weg) heeft overgenomen in dit voorstel. Uiteraard kan men zich nogmaals beraden over aanvullende beeldbepalende locatie. M.b.t. het dijklint merkt de portefeuillehouder op dat dit -met alle restricties voor het dijklint- onlosmakelijk deel uitmaakt van het omgevingsplan. De keuze om dit extra te noemen is aan de raad, maar is zijns inziens dubbelop en zou niet veel toevoegen. M.b.t. de grootschalige ontwikkelingen gaat het de heer KOSTEN om zaken die een grote ruimtelijke impact hebben en vraagt zich af in hoeverre er in deze gevallen bij het college ruimte is voor sensitiviteit. Portefeuillehouder JANSSEN geeft aan dat het getal 20 een voorstel vanuit de VNG is en dat het college denkt dat (kijkend naar de verschillende ontwikkelingen in Papendrecht) 20 woningen past. Als in bestemmingsplannen andere afspraken over kleinere aantallen staan is dat het bindend recht, dat overgenomen wordt bij het invoeren van het omgevingsplan. In antwoord op de vraag van de heer KOSTEN of de streefdatum voor de Omgevingswet nog steeds 1 juli 2022 is antwoordt portefeuillehouder JANSSEN dat dit momenteel het geval is, maar dat het spannend wordt met de (tegenwerkende) achterliggende techniek.

Ook mevrouw BOKMA wenst een toelichting op aantallen woningen en meerdere bouwlagen. Portefeuillehouder JANSSEN merkt op dat het VNGvoorstel spreekt over 20 wooneenheden om de raad minimaal in te kennen. De heer VAN HETEREN stelt voor om een avond te organiseren om te bepalen over welke beeldbepalende locaties de raad wil gaan. Tevens stelt hij voor om initieel jaarlijks en vervolgens 2-3 jaarlijkse te evalueren. Portefeuillehouder JANSSEN vindt dit een goede suggestie.

4

Besluitenlijst Commissie Omgevingswet van 28 oktober 2021

Ook de heer HARDAM en mevrouw VAN WIJNGAARDEN sluiten zich aan m.b.t. het vaststellen van de beeldbepalende locaties. Mevrouw VAN WIJNGAARDEN verzoekt een overzicht van alle regelingen en verordeningen uit de omgevingswet te ontvangen. Ook de heer VAN DEN DOOL vindt het belangrijk te bepalen wat de beeldbepalende locaties zijn en wat hierover in de jaren in verschillende raadsbesluiten is gezegd (niet bouwen in parken, dijklint, etc.). Portefeuillehouder JANSSEN is in de veronderstelling dat men met deze opsomming recht doet aan eerder gemaakte afspraken. Ook mevrouw VERDOORN noemt het belang van de definitie van aard, omvang en hoogte. Daarnaast vindt zij regelmatige evaluatie belangrijk. In antwoord op haar vraag naar de opmerking ‘vergunningsaanvragen die zien op’… antwoordt portefeuillehouder JANSSEN dat dit beleidsmatig taalgebruik is voor betrekking hebben op. Op de vraag van de heer WOLTERS naar de definitie van beeldbepalende locaties en of een lijst met beeldbepalende locaties zou worden opgenomen in het omgevingsplan antwoordt portefeuillehouder JANSSEN dat de huidige de definitie is en dat dit (al dan niet middels een bijgevoegde lijst) onderdeel gaat uitmaken van het omgevingsplan. Tweede termijn De heer KOSTEN stelt voor de speciale status van het dijklint en de gevolgen hiervan bij afwijkingen (schriftelijk) toe te lichten.

Portefeuillehouder JANSSEN antwoordt dat de status van het dijklint (net zoals erfgoed, etc. ) in de omgevingsvisie wordt geregeld en zegt toe de raad te voorzien van een lijst van alle zaken die in het omgevingsplan worden opgenomen. M.b.t. het additioneel vaststellen van andere beeldbepalende locaties ontvangt de heer KOSTEN graag eerst een indicatie van de reeds bestaande locaties. Op zijn vraag naar de mogelijkheid wanneer het als college binnenplans mag acteren, maar dit toch aan de raad wil voorleggen antwoordt portefeuillehouder JANSSEN dat het college altijd mag afwijken van de bevoegdheid om een zelfstandig besluit te nemen (zoals bij o.a. de Veerpromenade), om het gevoelen van de raad te peilen en hen zo maximaal mogelijk te betrekken. Mevrouw BOKMA stelt bij de beeldbepalende locaties voor ‘zoals langs de Veerweg’ te hanteren, zodat wordt aangegeven dat het niet beperkt is tot de genoemde locaties. Portefeuillehouder JANSSEN merkt op dat dit mogelijk is, maar dat men het college kan vertrouwen de raad te betrekken wanneer een grote impact aan de orde is. Hij stelt voor hiermee aan de slag te gaan en over een jaar te evalueren. M.b.t het aantal woningen en de hoogte daarvan merkt mevrouw BOKMA op dat de hoogte van een beperkt aantal woningen grote impact op de omgeving kan hebben.

5

Besluitenlijst Commissie Omgevingswet van 28 oktober 2021

Ook de heer VAN HETEREN verzoekt om een toelichting van de bestaande beeldbepalende locaties en vindt een aparte avond niet nodig. Mevrouw VAN WIJNGAARDEN steunt het voorstel om na 1 jaar te evalueren. Ook zij verkiest m.b.t. de beeldbepalende locaties een overzicht van alle vastgestelde verordeningen/regelingen boven een aparte avond. De heer VAN DEN DOOL stelt voor de definitie van aard, omvang en hoogte meer te duiden in een eventueel raadsvoorstel. Portefeuillehouder JANSSEN vindt dat men duidelijk moet zijn in de bewoordingen, maar merkt op dat er altijd ruimte voor interpretatie zal zijn en men elkaar moet kunnen vertrouwen. De heer VAN DEN DOOL vindt dat naast de (toekomstige) ontwikkelingen van het voormalige politiebureau, de vmbo-scholen, de Van Wijngaarden locatie en de ontwikkeling op de Markt de beeldbepalende locaties voor Papendrecht nog niet uitputtend in beeld zijn gebracht. Mevrouw VERDOORN merkt op dat men een lijst van beeldbepalende panden kan opvragen. Portefeuillehouder JANSSEN nodigt de raad/commissie uit, indien gewenst, met een limitatieve lijst te komen en stelt voor hier een avond aan te besteden. De lijst die mevrouw Verdoorn noemt gaat om erfgoed en beschermde stads/dorpsgezichten. Ook mevrouw VERDOORN vindt -net als mevrouw Bokma- dat met de opmerking locaties zoals o.a. ….. veel zaken worden ondervangen. De heer WOLTERS vindt zoals o.a.

ook geen duidelijkheid geven. De commissie adviseert aansluitend de onderhavige stukken als bespreekstuk door te leiden naar de gemeenteraad. 08.

Verplichte participatie. Voorafgegaan door een toelichting van de heer SCHOONEN worden aansluitend de volgende vragen en antwoorden uitgewisseld. In antwoord op het verzoek van mevrouw VERDOORN de inwoners van een goed stappenplan te voorzien en te communiceren dat uitvoering van een participatieplan niet automatisch resulteert in een toestemming antwoordt de heer SCHOONEN dat men een stappenplan zal aanbieden en promoten. In antwoord op de veronderstelling van de heer VAN DEN DOOL dat participatie verplicht maar vormvrij is antwoordt de heer SCHOONEN dat de raad in geval van buitenplanse initiatieven participatie verplicht kan stellen, maar dat de wetgever daar waar het past binnen het omgevingsplan stelt dat participatie niet verplicht maar wel gestimuleerd kan worden. Op de vraag van de heer VAN DEN DOOL hoe men beoordeelt of participatie heeft plaatsgevonden antwoordt de heer SCHOONEN dat participatie vormvrij is, maar dat -daar waar het verplicht gesteld is- een participatiedossier/verslag vereist is en dat het bevoegd gezag beoordeelt welke belangen gediend/afgewogen zijn. In antwoord op de vraag van mevrouw VAN WIJNGAARDEN wat er gebeurt als het participatietraject goed doorlopen is en de gemeenteraad het er niet mee

6

Besluitenlijst Commissie Omgevingswet van 28 oktober 2021

eens is geeft de heer SCHOONEN aan dat men de initiatiefnemer zal stimuleren contact op te nemen met de gemeente en aan de voorkant een communicatietraject te starten. Uiteraard heeft de gemeenteraad altijd het laatste woord. Mevrouw VAN WIJNGAARDEN wijst hierbij nogmaals op het belang van communicatie. Op de vraag van de heer HARDAM of er bij verplichte participatie sprake is van sancties voor het niet participeren antwoordt de heer SCHOONEN dat het een indieningsvereiste is, maar dat het niet voldoen aan participatie geen weigeringsgrond kan zijn. De heer VISSER merkt op dat het niet voldoen aan de indieningsvereiste reden kan zijn om de vergunningaanvraag aan te houden en een termijn te stellen om alsnog aan de verplichting te voldoen. Mocht men hier dan nog niet aan voldoen zal de aanvraag worden afgewezen (waartegen men bezwaar en beroep kan indienen). Op de vraag van mevrouw BOKMA of participatie alleen voor buitenplanse vergunningsverzoeken verplicht is antwoordt de heer SCHOONEN dat dit het geval is voor buitenplanse verzoeken voor de door de raad aangewezen categorieën. (De raad kan geen binnenplanse categorieën aanwijzen). In antwoord op de vraag van de heer KOSTEN of een verandering bij het voorstel bindende adviesrecht ook verandert bij de verplichte participatie antwoordt de heer SCHOONEN dat dit inderdaad de wijze is waarop de voorstellen zijn afgestemd.

Eerste termijn Portefeuillehouder JANSSEN bevestigt de vraag van de heer VAN DEN DOOL of hij het ter inzage leggen van de participatietoetsing een goede suggestie vindt. In antwoord op de vraag van de heren VAN HETEREN en KOSTEN naar het gebruik van de eerder genoemde participatietool antwoordt portefeuillehouder JANSSEN dat de overheid -net als alle andere initiatiefnemers in de maatschappijgehouden is deze participatietool te hanteren, maar dat deze wel vormvrij is en men niet verplicht kan worden. (De heer KOSTEN merkt op dat de CU dit voorstel indien nodig tijdens de raadsvergadering kan bespreken.) De commissie adviseert aansluitend de onderhavige stukken als hamerstuk door te leiden naar de gemeenteraad. 07.

Delegatie bevoegdheid wijziging omgevingsplan. Voorafgegaan door een korte toelichting van de heer VISSER worden aansluitend de volgende vragen en antwoorden uitgewisseld. In antwoord op de vraag van de heer KOSTEN naar grotere afwijkingen die al eerder geaccordeerd zijn in de raad antwoordt de heer VISSER dat bij een grote buitenplanse procedure waarbij bindende adviesrecht is afgegeven het college aan zet is en men niet terug hoeft naar de raad.

7

Besluitenlijst Commissie Omgevingswet van 28 oktober 2021

Op de vraag van de heer KOSTEN naar de mogelijkheid van de raad om indien gewenst aan de noodrem te trekken antwoordt de heer VISSER dat het (volgens de gemeentewet) aan de raad is om een besluit te nemen over de gedelegeerde bevoegdheid. Op de vraag van mevrouw BOKMA of delegatie alleen voor positieve bindende adviezen geldt antwoordt de heer VISSER dat als er niet is meegewerkt er niets aan te passen is. Een ontwikkelaar die het niet eens is met de beslissing mag wel gebruik mag maken van bezwaar en beroep en de rechter kan de opdracht geven de beslissing te heroverwegen. De heer VAN DEN DOOL stelt in raadsvoorstel meer duiding te geven aan de kleine omissies, grenswijzigingen, ect. De heer VISSER bevestigt de opmerking van de VOORZITTER dat het college het voorstel kan aanpassen. Mevrouw VERDOORN vindt dat alles valt en staat met communicatie tussen de raad en het college en stelt een jaarlijkse evaluatie voor, die aansluit op het jaarlijkse overzicht van de wijzigingen. Portefeuillehouder JANSSEN zegt toe het raadsvoorstel aan de hand van de toelichting en de jaarlijkse evaluatie aan te passen en een lijst van jaarlijkse wijzigingen toe te voegen. (De heer KOSTEN merkt wederom op dat de CU-fractie dit voorstel indien nodig tijdens de raadsvergadering kan bespreken.) De commissie adviseert aansluitend de onderhavige stukken als hamerstuk door te leiden naar de gemeenteraad.

09.

Benoeming commissie ruimtelijke kwaliteit. Voorafgegaan door een korte toelichting van de heer VISSER worden aansluitend de volgende vragen en antwoorden uitgewisseld. In antwoord op de vraag van mevrouw VAN WIJNGAARDEN of de vergaderingen van de Welstandscommissie/commissie Ruimtelijke Kwaliteit in het vervolg in het openbaar en in de avond uren plaats kunnen vinden antwoordt de heer VISSER dat dit momenteel niet aan de orde is. In antwoord op haar opmerking dat dit het aangewezen moment is dit te bespreken antwoordt de heer VISSER dat de huidige welstandsvisie wordt overgenomen in het omgevingsplan. Voor het herijken/herzien van het welstandsbeleid is dit niet het juiste gremium. Voor de inrichting van de commissie kan men in de toekomst desgewenst wel een instructie afgeven. Verder merkt hij n.a.v. haar opmerking over de kwaliteit van sommige adviezen op dat het college een Welstandsadvies niet hoeft over te nemen. Tenslotte stelt mevrouw VAN WIJNGAARDEN voor de commissie uit te breiden met iemand die kennis heeft van plaatselijke historie en goed op de hoogte is van plannen die passen in de directe omgeving.

8

Besluitenlijst Commissie Omgevingswet van 28 oktober 2021

In antwoord op haar voorstel (ondersteunt door de heer KOSTEN) inhoudelijk over het functioneren van de commissie te spreken nodigt portefeuillehouder JANSSEN haar uit hiertoe een initiatiefvoorstel te nemen en een oplegnotitie voor te bereiden. Mevrouw VAN WIJNGAARDEN pakt de uitdaging op. De commissie adviseert aansluitend de onderhavige stukken als hamerstuk door te leiden naar de gemeenteraad. 10.

Sluiting. Niets meer aan de orde zijnde sluit de voorzitter om 22.15 uur de vergadering onder dankzegging aan eenieder voor diens inbreng. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raadscommissie Omgevingswet op as.

Mevrouw M. Muijzer (griffier)

de heer A.P.J. den Dekker (voorzitter)

Lijst met toezeggingen 1. Overzicht Omgevingsplan. Portefeuillehouder Janssen De portefeuillehouder zal de commissie een overzicht van de zaken die worden opgenomen in het Omgevingsplan doen toekomen. 2. Delegatie bevoegdheid wijziging omgevingsplan. Portefeuillehouder Janssen De portefeuillehouder zegt toe het raadsvoorstel aan de hand van de toelichting en de jaarlijkse evaluatie aan te passen en een lijst van jaarlijkse wijzigingen toe te voegen.

9

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.papendrecht.nl/api/v1/meetings/295/documents/7437