CConstaterende datPapendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

20210623 RMT Verslag concept met wijzigingen.pdf

Commissie Ruimte Papendrecht 13 oktober 2021, gemeente PapendrechtBij agendapunt: 3: Vaststellen verslag5.239 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Besluitenlijst Commissie Ruimte van 23 juni 2021

BESLUITENLIJST VAN DE OPENBARE VERGADERING VAN DE RAADSCOMMISSIE RUIMTE d.d. 23 juni 2021 (reguliere aanvang 20.00 uur). Een integrale geluidsopname van deze vergaderingen is te beluisteren op

www.papendrecht.nl

Aanwezig: Mevrouw H.M. van Wijngaarden, voorzitter; De heer A. Stremler (PAB), mevrouw A. van der Matten-Spek (CDA), mevrouw A. Bokma (VVD), de heer A.P.J. den Dekker (ChristenUnie), de heer R. Lammers (Onafhankelijk Papendrecht), de heer L.J. van Hal (D66), de heer N. van Heteren (D66), de heer A.J. Kosten (SGP), de heer A. Boersma (SGP), de heer T. Wolters (PvdA) en de heer L. Quist (GroenLinks). De heer G.J. de Goede, programmamanager gemeente Papendrecht, inzake agendapunt 05; De heer A. Kik, directeur HVC, inzake agendapunt 05. De heer A.M.J.M. Janssen, portefeuillehouder; De heer C. de Ruijter, portefeuillehouder. De heer G. van Egmond, interim griffier; Mevrouw M. Meijer, griffiemedewerker. Afwezig: de heer P. Stremler (PAB), mevrouw S.H. de Keizer (VVD) en de heer H. Mooij (PvdA). 01.

Opening. De VOORZITTER opent de vergadering en heet eenieder van harte welkom. Er is een afmelding van mevrouw De Keizer en de heren P. Stremler en Mooij. Men leeft mee met de betrokkenen van de grote brand bij HVC, waarover de heer Kik van HVC een korte toelichting geeft.

02.

Vaststelling van de agenda. De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld.

03.

Spreekrecht. Er wordt geen gebruik gemaakt van het spreekrecht.

04.

Vragenkwartier. De heer LAMMERS vraagt, i.v.m. slechte vindbaarheid door de bezorgdiensten, aandacht voor de bewegwijzering naar de Espenhof 3-49 (vlak bij het winkelcentrum Wilgendonk). Wethouder DE RUIJTER bevestigt dat de Espenhof lastig te vinden is, maar merkt op dat de bewegwijzering wel voldoet aan de gestelde eisen. Navraag bij de hulpdiensten heeft uitgewezen dat de Espenhof via het navigatiesysteem goed te vinden is. Voor het navigatiesysteem van de pakketdiensten kan de wethouder niet garant staan. Hij zal laten controleren of het straatbordje op de juiste wijze bevestigd is.

1

Besluitenlijst Commissie Ruimte van 23 juni 2021

De heer LAMMERS begrijpt dat de hulpdiensten bekend zijn in Papendrecht, voor pakketdiensten geldt dit vaak niet. Wethouder DE RUIJTER merkt op dat hulpdiensten (uit heel de regio) ook niet altijd bekend zijn in Papendrecht. Er zijn verder geen vragen. 05.

Presentatie afvalinzameling. Voorafgegaan door een presentatie van de heer DE GOEDE worden de volgende vragen en antwoorden uitgewisseld. Op de vraag van de heer WOLTERS of er in het kader van het genoemde hogere milieurendement bij nascheiding ook het transport naar Alkmaar is meegenomen antwoordt de heer DE GOEDE dat het netto aantal kilo’s dat ingezameld wordt objectief meetbaar is, dat dit bij de afstanden van de routes naar afvalverbranding niet het geval is en het transport naar Alkmaar dus niet is meegenomen. In antwoord op de vraag van de heer QUIST waarom nascheiding een hoger milieurendement heeft geeft de heer DE GOEDE aan dat dit het geval is t.o.v. de huidige beperkte inzameling en niet van de Oostpolder. De heer KIK merkt op dat nascheiding, vergeleken met het huidige bronscheidingssysteem dat niet de meest optimale vorm van bronscheiding is, volgens het rapport beter is. Wanneer dit optimaler zou zijn is dit wel vergelijkbaar met nascheiding. De heer A. STREMLER stelt, i.v.m. met het feit dat HVC via nascheiding 50 kg GFT uit restafval kan halen, voor z.s.m. over te gaan tot nascheiding bij hoogbouw. In antwoord op zijn vraag naar het bij hoogbouw ontbreken van oud papier voorziening geeft de heer DE GOEDE aan dat in veel hoogbouwlocaties inpandige papiercontainers aanwezig zijn, maar dat dit i.v.m.

beperkte ruimte, niet overal het geval is, maar dat sommige VvE’s wel actief zijn met PMD-inzameling. Hij merkt op dat er bij ¾ nog sprake is van de oude inzamelvoorziening en dat er vanuit de gemeente voor papier of PMD niets is georganiseerd. In de Oostpolder heeft men -samen met PMD- is het oud papier middels een losse rolcontainer georganiseerd. Op zijn vraag naar mogelijkheden tot nascheiding bij AVR antwoordt de heer KIK dat men inzake het restafval geen afspraken met AVR heeft. Ook de heer VAN HETEREN is benieuwd naar de argumentatie voor het milieurendement. Op zijn vraag of er van de prijsprikkel als ondersteunende maatregelen al (negatieve) effecten en voorbeelden van andere gemeenten bekend zijn geeft de heer DE GOEDE aan dat dumpen in de praktijk meevalt, dat handhaving hiervoor een goede oplossing is en dit dumpen na verloop van tijd beperkt. Op de vraag van de heer LAMMERS hoe het volume groenafval zich verhoudt tot andere gemeenten antwoordt de heer DE GOEDE dat plattelandsgemeenten vaak groter tuinen hebben, maar dat het er objectief om gaat hoeveel er precies wordt ingezameld. Bij gemeenten die goed presteren zal er weinig GFT in het restafval zitten en gecombineerd met een hogere GFT-inzameling is het plaatje rond.

2

Besluitenlijst Commissie Ruimte van 23 juni 2021

Op de vraag van mevrouw BOKMA inzake dumpoverlast bij centrale inzamelpunten in de Oostpolder antwoordt de heer DE GOEDE dat men dit met de (succesvolle) inzet van afvalcoaches probeert te beperken, dat de reserve voor andere bakken op de afvalbak met meer huisaansluitingen is verwijderd en dat BOA’s een aantal bekeuringen hebben uitgedeeld. De VVD-fractie mist verder de vergelijking met de beste versie van omgekeerd inzamelen. Op haar vraag of het klopt dat 30% van de aansluitingen hoogbouw is en tarifering bij hoogbouw niet mogelijk is antwoordt de heer DE GOEDE dat dit omdat men de verzamelde bewoners een tarief in rekening zou moeten brengen waar zij niet alleen verantwoordelijk voor zijn (met het oog op problemen met de belastingdienst) inderdaad niet mogelijk is. De heer KIK merkt op dat men onbetwistbare facturen zou moeten kunnen genereren. Bij individuele containers is dit op basis van gewicht te doen, maar met verzamelcontainers is dit niet het geval. In antwoord op de vraag van de heer DEN DEKKER naar het corona-effect geeft de heer DE GOEDE aan dat het restafval in de eerste 3-5 maanden landelijk 5-8% is toegenomen. Daarnaast is ook het GFT, maar vooral het PMD landelijk met 40% toegenomen. Gedurende het jaar ziet men echter dat het geleidelijk afneemt.

Bij de kleding heeft men met Opnieuw & Co de inzameling in stand kunnen houden en zijn de beste spullen opgeslagen. Op de vraag van de heer DEN DEKKER naar de haalbaarheid van de VANGdoelstelling 2025 antwoordt de heer KIK dat de VANG-ambitie van het Rijk, t.o.v. de huidige ruim 200 kilo restafval per jaar, 100 (eigenlijk 30) kilo is. Tientallen gemeenten zitten al onder de 100 en sommige al onder de 30 kilo. In antwoord op de vraag van de heer BOERSMA hoe succesvol de pilot in de Oostpolder m.b.t. het milieurendement is geeft de heer DE GOEDE dat in de pilot (van 209 naar) 154 kilo restafval op jaarbasis is gerealiseerd. In het Royal Haskoning rapport heeft men aangegeven dat naast nascheiding ook organisch nat uit het restafval wordt verbrand en er steeds meer uit het afval wordt gehaald, zodat men de 185 kilo kan halen. Hoeveel precies is afhankelijk van het gemiddelde aanbod op de installatie. Op de vraag van de heer BOERSMA of nascheiding bij laagbouw binnen het huidige contract met HVC te regelen is antwoordt de heer DE GOEDE dat dit in de DVO zit. De heer KIK geeft aan dat aanpassing van de DVO bij nascheiding niet nodig is. In antwoord op de vraag van de heer BOERSMA of het klopt dat de gemeente de opbrengst van de PMD bij nascheiding bij laagbouw niet ontvangt geeft de heer DE GOEDE aan dat de regels strikt zijn en de gemeente per gebied voor 1 methode kan kiezen.

Op die manier wordt de vergoeding niet verspeeld. De heer KIK merkt op dat het tarief in de overeenkomst voor nascheiding vergelijkbaar is met het verbrandingstarief plus de opbrengst die de gemeente genereert uit het PMD, hetgeen men aan HVC betaalt om de scheidingsinstallatie qua exploitatie rendabel te houden. Dit is voor de gemeente geen financieel voordeel, maar zorgt wel voor een beter milieurendement.

3

Besluitenlijst Commissie Ruimte van 23 juni 2021

Op zijn vraag naar het standpunt van HVC m.b.t. bronscheiding voor hoogbouw en de ontwikkelingen binnen Papendrecht antwoordt de heer KIK dat HVC van mening is dat men met bronscheiding de beste resultaten behaalt. In antwoord op de vraag van de heer BOERSMA over nascheiding en het effect op het scheidingsbewustzijn van andere stromen in de Oostpolder merkt de heer DE GOEDE op dat bewoners in het onderzoek hebben aangeven bewuster te zijn gaan scheiden. Tevens geeft hij aan dat een veelvuldige communicatieactie hierbij belangrijk is. Op zijn vraag naar de afschrijftermijn en kosten die gemoeid gaan met de verwijdering van de ondergrondse containers in de Oostpolder antwoordt de heer DE GOEDE dat in dat geval de betonbakken blijven zitten en HVC voor de boekwaarde het metalen omhulsel overneemt en elders plaatst, tenzij de gemeente hier een andere bestemming voor heeft. Tweede termijn De heer WOLTERS schrikt ervan dat het afval per vrachtwagen naar Alkmaar gaat, hetgeen naast een belasting voor het milieu ook belastend is voor de bezetting van de wegen. Op zijn vraag hoe vaak de grijze container geleegd gaat worden antwoordt de heer DE GOEDE dat deze 1 x per 2 weken zal worden geleegd. (Na de verdere uitwerking komt men hierop terug.) De heer STREMLER was in de veronderstelling dat HVC besprekingen met afvalverwerkers in de regio voert.

Hij vindt het opvallend dat Zwijndrecht en Dordrecht bronscheiding hebben en dat het aangeboden afvalvolume toch hoger is dan in Papendrecht. De heer DE GOEDE merkt op dat Zwijndrecht een aantal jaar geleden, conform de toen geldende regels met een heel hoge servicegraad op maximaal 75 meter loopafstand, is begonnen met omgekeerd inzamelen. Het principe van het omgekeerd scheiden is dat men niet blij moet worden van het zelf wegbrengen van het restafval. Omdat in Papendrecht een maximale loopafstand van 300 meter is vastgesteld levert dit resultaat op. Dat het getal van 154 kilo in andere gemeenten niet gehaald wordt heeft te maken met de gemiddelde loopafstand. De heer STREMLER vindt het belangrijk dat de voorlichting gericht op bewustwording (inzake verbranding van plastic) eerlijk is. De heer VAN HETEREN concludeert dat de ritten naar Alkmaar in het verbeterd milieurendement van 209 naar 154 kilo niet zijn meegenomen. In antwoord op zijn vraag wat de gemeenten die voldoen aan de VANGdoelstelling anders doen geeft de heer DE GOEDE aan dat er sprake is van een mix van verschillende maatregelen, ook het betaalregime, die dit resultaat opleveren. Op de vraag van mevrouw BOKMA naar kostenneutraliteit (in vergelijking met nascheiding en de pilot in de Oostpolder) antwoordt de heer DE GOEDE dat het resultaat van voorscheiding in de pilot 154 kilo is.

In de rapporten heeft men nascheiding onderzocht met feiten en ontwikkelingen die er zijn en resultaten die bereikt kunnen worden.

4

Besluitenlijst Commissie Ruimte van 23 juni 2021

In antwoord op de vraag die de heer BOERSMA per interruptie stelt of HVC dit reeds voor enige gemeente realiseert of dit een belofte is geeft de heer KIK aan dat men, alleen op basis van de serviceprikkel, zeker al 150 kilo of minder realiseert. Daarnaast is men begin dit jaar naast de serviceprikkel gestart met de tariefprikkel, waarmee men onder de 100 kilo komt. Op de vraag van de heer BOERSMA of HVC met nascheiding al 185 kg restafval realiseert geeft de heer KIK aan dat men dit terugrekent naar het aantal kg restafval per inwoners en realiseert met de hoeveelheden van de verschillende grondstoffen. De nascheiding van plastic uit het restafval zorgt voor ca. 18% rendement. Dit is vergelijkbaar met gemeenten die een optimale mix van bronscheiding hebben. Hij merkt op dat het tonnage aan rendement gelijk is, maar dat de kwaliteit van het bron gescheiden materiaal beter is dan het plastic uit de nascheiding (i.v.m. achterblijvende geur). In antwoord op de vraag van de heer DEN DEKKER of het plastic afval daadwerkelijk wordt verbrand geeft de heer KIK aan dat er bij alles dat wordt ingezameld bijna geen afkeur van het plastic is. Bij nascheiding in Rotterdam worden 5 verschillende soorten plastic/blik gescheiden, die vervolgens worden aangeboden worden aan recyclers.

Hij merkt op dat een gedeelte wordt verbrand maar dat men in Nederland zit op een rendement van 50-60% dat hergebruikt wordt. De VOORZITTER dankt de heren voor hun inbreng en sluit dit agendapunt. 06.

Afvalinzameling Papendrecht. De volgende standpunten en vragen en antwoorden worden uitgewisseld. De heer BOERSMA geeft aan dat zijn fractie hun keuze op basis van de genoemde aspecten: optimale afvalscheiding, goede dienstverlening, beperking van de kosten bereid, zal maken. Hij merkt op dat de uitkomst van de pilot bevestigt dat men met deze methode een forse milieuwinst zou kunnen realiseren t.o.v. wat men nu heeft. In reactie op zijn opmerking m.b.t. de ontevredenheid over de gehanteerde inzamelfrequentie voor plastic en de kans om de opbrengst te verhogen geeft wethouder JANSSEN aan dat het verhogen van de frequentie extra kosten met zich mee zou brengen en men daarmee zou tornen aan het principe van het omgekeerd inzamelen. Om een goed afgewogen keuze te kunnen maken wenst de SGP-fractie inzicht te hebben in alle kosten en baten -milieurendement, impact op de afvalbelasting van het Rijk, de investeringskosten voor plaatsen/afschrijving verwijderen ondergrondse containers, de inzamelfrequentie, etc.- voor scenario 2 en 4. Wethouder JANSSEN merkt op dat dit, i.v.m. de afronding van de pilot, de laatste informatie vanuit HVC en de ontbrekende doorrekening van de kosten van de ondergrondse containers bij hoogbouw, niet haalbaar was.

Hij stelt voor in september/oktober een meer weloverwogen voorstel te presenteren, waarbij alle genoemde elementen en voor- en nadelen aan bod zullen komen om te komen tot de voor (het verdichte) Papendrecht best mogelijke inzamelmethode. Ook de vierbakken-strategie kan hierbij worden uitgewerkt. Daarnaast is het mogelijk dat het voorstel voor ondergrondse containers bij hoogbouw wel uitgevoerd

5

Besluitenlijst Commissie Ruimte van 23 juni 2021

wordt, waarvoor men de financiële onderbouwing (bij de begroting of in een apart raadsbesluit) eerst zal voorbereiden. Op de vraag van de heer BOERSMA naar de mogelijkheden van nascheiding op de lange termijn geeft wethouder JANSSEN aan op korte termijn de klapper met de 180 kilo te willen maken en binnen 1-2 jaar naar 150 kilo of minder. In antwoord op de vraag of HVC ruimte biedt om een contract aan te gaan met andere nascheidingsinstallaties antwoordt wethouder JANSSEN aan dat dit mogelijk is en dit binnen de DVO aangepast zou moeten worden. Op zijn vraag naar samenwerking in de Drechtsteden/ Molenlanden antwoordt wethouder JANSSEN dat zijn voorkeur uitgaat naar gemeenten die ook nascheiding toepassen. In antwoord op zijn vraag naar diftar bij bron- en nascheiding en de investeringskosten geeft wethouder JANSSEN aan dat de meerderheid van de raad bij een eerder voorstel niet voor diftar was en dat ook het college de negatieve tariefprikkel, dat men voor het goede dat men doet moet betalen, niet als oplossing ziet. De CU-fractie mist in het voorstel de onderbouwing voor nascheiding en de punten communicatie/participatie en duurzaamheid/ecologie.

Ook mist men een duidelijk overzicht van de strategieën, de voor- en nadelenanalyse, kilogram-, milieu impact en kostenvergelijkingen, toekomstige effecten van verbetering van nascheidingsinstallaties en een advies of voorkeursvariant van het college. In antwoord op de vraag van de heer DEN DEKKER waarom er met het oog op de afspraken met HVC nog moet worden besloten over punt 3: doorrekening en uitwerking antwoordt wethouder JANSSEN dat dit nog niet haalbaar is geweest, maar men hier bij het nieuwe voorstel op terugkomt. In antwoord op zijn vraag waarom het college, terwijl de EU en het Rijk voor bronscheiding zijn en ook HVC dit adviseert en nascheiding minder goed voor het milieu is, toch nascheiding voorstelt antwoordt wethouder JANSSEN dat de uitkomst van de pilot met 154 kilo niet overeenkomt met de VANG-doelstelling van 100 kilo restafval genoemd in het raadsbesluit en dat het Haskoning-rapport aangeeft dat nascheiding zonder incidentele kosten mogelijk is, waarmee in eerste instantie 50% reductie van de 180 kilo mogelijk is. Hierbij merkt hij op dat de grootste opgave niet PMD en restafval is, maar de 78 kilo GFT-afval, die niet opgelost kan worden met nascheiding of omgekeerd inzamelen, maar dat de voorscheiding hierop geïntensiveerd moet worden.

De laatste berichten van HVC zijn dat men wil inzetten op een goede GFT-campagne en daarnaast zal er op plasticflesjes (en volgend jaar op blikjes) statiegeld worden geheven. Verder heeft HVC medegedeeld dat de Europese kunststofproducenten tot 2025 2,6 miljard en in 2030 7,2 miljard gaan investeren in chemische nascheiding van plastic. In tegenstelling tot de visie van HVC zijn er veel Rotterdamse en omliggende gemeenten, zelfs gemeenten die eerst de investering voor omgekeerd inzamelen hebben gedaan, die i.v.m. de verdichting en vele hoogbouw massaal over zijn gegaan op nascheiding. Met de bodemwasinstallatie die binnenkort in gebruik zal worden genomen wordt ca. 30 kilo restafval per inwoner gezien als gerecycled materiaal (voor wegenbouw), dat men niet hoeft te tellen als restafval. M.b.t. de opbrengsten merkt de wethouder op dat de consequenties van de slechte tarieven op de wereldmarkt voor papier, karton en plastic onvoldoende

6

Besluitenlijst Commissie Ruimte van 23 juni 2021

doorgerekend zijn voor het omgekeerd inzamelen. Uit de GFT (zeker die uit de organische natte fractie methode) die uit restafval wordt teruggewonnen worden bioplastics gemaakt. Op basis van bovengenoemde argumenten heeft het college gemeend niet te moeten investeren in omgekeerd inzamelen -waarmee men nog een (half)jaar moet wachten-, maar een snellere slag te maken met nascheiden, dat men per direct kan invoeren en dat -mocht dit nodig zijn- ook direct weer gewijzigd kan worden. Hierbij kan men proberen een positieve prijsprikkel toe te passen. Daarnaast kan men afwachten wat de resultaten van de verschillende technieken en conclusies van het omgekeerd inzamelen en het diftar-tarief in de omliggende gemeenten zullen zijn. Verder merkt wethouder JANSSEN op dat het afkeurpercentage voor PMD-afval de komende jaren in toenemende mate sterk zal dalen en dat wat men omgekeerd inzamelt meer kans maakt in de restafvalcontainer te belanden. Mevrouw BOKMA merkt op dat in het voorstel wordt voorbijgegaan aan het rechtsgeldige raadsbesluit van 2018. Haar fractie verwacht daarom eerst een intrekking van dit voorstel voor omgekeerd inzamelen of toevoeging van dat punt aan het voorstel. Wethouder JANSSEN merkt op dat het raadsbesluit uit 2018 is vervangen door het raadsbesluit in 2019.

Op haar vraag waarom de mening van de inwoners inzake de pilot omgekeerd inzamelen door het participatiecollege wordt genegeerd antwoordt wethouder JANSSEN dat men niet voorbij wil gaan aan de positieve pilot, maar deze wel anders interpreteert. Men is van mening dat de 100 kilo meer in zicht zou moeten zijn dan de huidige 154 kilo en dater met nascheiding goede resultaten te behalen zijn. Mevrouw BOKMA vraagt zich af waarom de vergelijking tussen bronscheiding en omgekeerd inzamelen niet is meegenomen. Haar fractie vindt dat tarifering alleen kan worden ingevoerd wanneer dit voor alle inwoners geldt. Zo zou men voor laagbouw een kiloprijs kunnen hanteren en voor de hoogbouw een aantal maal per jaar. Mevrouw VAN DER MATTEN noemt het belang van controle op afvaldump bij de ondergrondse containers bij hoogbouw. Zij is benieuwd naar de financiële gevolgen van het voorstel en de consequenties op de bewustwording en mist een goede voor- en nadeelanalyse van nascheiding. Ook zij is verbaasd dat het voorstel het tegenovergestelde is van het advies van HVC: bronscheiding waar kan en nascheiding waar moet. Wethouder JANSSEN merkt op dat men veel van deze zaken (ook omdat er naast de pilot omgekeerd inzamelen geen pilot nascheiding is geweest) niet heeft kunnen doorrekenen en dat men, ondanks dat men partners is, niet dezelfde mening is toegedaan.

Hij geeft aan dat bewustwording 2 kanten kent: éénvormig alles bron scheiden, met daarbij de vraag of al het verzamelde plastic in de afvaloven terecht komt (hetgeen in de toekomst zal toenemen) en de vraag wat dat met de bewustwording doet. Ook de heer VAN HETEREN vindt dat men met nascheiding minder bewustwording creëert. Hij is verbaasd dat het voorstel het tegenovergestelde is van het advies van HVC en de visie van de EU en het Rijk voor bronscheiding.

7

Besluitenlijst Commissie Ruimte van 23 juni 2021

De heer A. STREMLER merkt inzake het milieurendement op dat via nascheiding meer PDM (9-10 t.o.v.15-20) teruggewonnen kan worden dan bij bronscheiding. Verder meldt het rapport dat het nascheidingsrendement van kunststof is verdubbeld en dit de komende jaren verder zal toenemen, hetgeen nascheiding een goede keuze voor het milieu maakt. Tevens neemt het serviceniveau aan de inwoners bij nascheiding toe. Dat men dit waardeert blijkt uit het tevredenheidsonderzoek. Wethouder JANSSEN geeft aan dat volgens het onderzoek 60% van de bewoners tevreden is met de manier van afvalinzameling, maar dat onderzoek van HVC daarentegen een 7.2 oplevert. De heer STREMLER merkt op dat nascheiding via HVC voor Papendrecht vrijwel kostenneutraal is en een hoger milieurendement geeft. Verder vindt zijn fractie nascheiding van restafval passend binnen de huidige inzamelvoorziening en structuur en kunnen dure investeringen (1,5 - 2 miljoen) worden geminimaliseerd. Wethouder JANSSEN merkt op dat de kosten van de pilot (voor 10% van het areaal van Papendrecht) ca. € 200.000 – € 250.000, - bedragen en dat de hoge kosten voor de algehele invoering zijn meegewogen in de afweging van het college. M.b.t. de kwaliteit van de openbare ruimte merkt de heer STREMLER op dat bij algehele bronscheiding 75-100 containers in het groen worden ingegraven en het risico op verrommeling ontstaat.

Wethouder JANSSEN merkt op dat ontevredenheid van inwoners hierover bij omgekeerd inzamelen erbij hoort. Gezien genoemde positieve punten kan de PAB-fractie instemmen met het punt bij laagbouw inzamelen van restafval en PMD en met gescheiden inzamelen van GFT bij hoogbouw in GFT-cocons. Daarbij merkt hij op dat via de voorscheidingsinstallatie van HVC in 2020 per inwoner 51 kilo bruto PMD uit het restafval is gesorteerd. Wethouder JANSSEN vult hierbij aan dat met de organische natte fractie installatie 20-30 kilo extra nat en groenafval verwijderd kan worden. Ook kan de PAB-fractie instemmen met het bij hoogbouw vervangen van de bovengrondse inzamelcontainers door ondergrondse containers. Inzake besluitpunt 4: onderzoek naar de prijsprikkel, onderschrijft zijn fractie de VANGdoelstellingen maar is men, i.v.m. de vele nadelen, geen voorstander van diftar. Hij merkt op dat wanneer bewoners bereid zijn iets meer afvalstoffenheffing te betalen een prijsprikkel niet nodig is. Zijn fractie pleit ervoor om van start te gaan en stelt daarom voor in de komende raad over de invoering van PMD en restafval in de grijze container en containers bij hoogbouw te besluiten en de financiële consequenties bij de begroting te verwerken, waarna HVC met de voorbereiding en invoering van start kan gaan. De heer WOLTERS is er, i.v.m.

de positieve pilot in de Oostpolder, niet van overtuigd over te moeten gaan naar nascheiding. Kijkend naar het raadsvoorstel vindt zijn fractie dat, omdat eerst de kosten bekend moeten zijn, de punten 2 en 3 omgekeerd dienen te worden. Wethouder JANSSEN is het hiermee eens. Tweede termijn De heer WOLTERS onderschrijft het voorstel van de wethouder met een beter uitgewerkt voorstel te komen. De PvdA-fractie is wel voorstander van ondergrondse containers bij hoogbouw, maar niet van een 4 bakkenstrategie.

8

Besluitenlijst Commissie Ruimte van 23 juni 2021

De heer QUIST vindt het vreemd dat de wethouder het beter denkt te weten dan HVC. Tevens merkt hij op dat men geen besluit kan nemen op aannames over nieuwe technieken. Ook de PAB-fractie vindt dat het voorstel voor ondergrondse containers bij hoogbouw uitgevoerd kan worden, waarvoor de kosten in de begroting opgenomen kunnen worden en stelt voor hierover eventueel een amendement in te dienen. De heer DEN DEKKER vindt het, per interruptie, geen goed idee om de kosten pas later in kaart te brengen. Het lijkt de heer BOERSMA, per interruptie, verstandig dat men dit voorstel niet doorgeleidt naar de raad en het hele voorstel verder wordt doorgerekend en uitgewerkt. De heer STREMLER is het hiermee eens. Hij concludeert dat de pilot, waarvan het doel 100 kilo was, met 154 kilo is mislukt. De heer BOERSMA merkt per interruptie op dat men ook met de voorstellen uit het raadsbesluit de 100 kilo niet zal halen en vindt dat de pilot waardevolle inzichten biedt. M.b.t. het verschil tussen het deskonderzoek en de praktijk merkt de heer STREMLER op dat bij hoogbouw in Papendrecht 50 kilo PMD is gescheiden en de praktijk beter is dan de theoretische aanname. Verder vindt zijn fractie het belangrijk op te nemen dat inwoners onvoldoende kennis van PMD scheiden hebben en dat de normen m.b.t.

kwaliteitsnormen strenger worden en het voor bewoners bijna niet haalbaar is om goed te scheiden, hetgeen voor nascheiding pleit. Op de vraag van de heer VAN HETEREN waarom men bewoners beter moet wijzen op het scheiden van PMD terwijl dit bij nascheiden niet meer nodig is antwoordt de heer STREMLER dat door verkeerd scheiden 40-50% van het PMD afgekeurd wordt. In antwoord op de vraag van de heer DEN DEKKER of hij niet bang is dat ook groenafval in de grote container terechtkomt antwoordt de heer STREMLER dat dit, i.v.m. de motivatie tot scheiden van de inwoners, niet het geval is. Mevrouw BOKMA is per interruptie benieuwd waar de heer Stremler de cijfers van afkeuring van PMD vandaan haalt, terwijl men zojuist heeft vernomen dat dit niet het geval is. De heer STREMLER zegt dat wanneer er 50-60% wordt hergebruikt er nog 50-40% is waarbij dit niet het geval is en dit wordt verbrand. De heer BOERSMA merkt op dat de afkeur over het ingezamelde plastic gaat waarvan 95% wordt goedgekeurd. Van de afgekeurde 5% is 60% nog maar bruikbaar om te recyclen. Het lijkt hem dat men bij nascheiding ook geen 100% behaalt. De heer STREMLER vindt dit een terechte opmerking, die in het nieuwe raadsvoorstel moet komen. De PAB-fractie kijkt uit naar een goed uitgewerkt raadsvoorstel op basis waarvan men een goede keuze kan maken. Afsluitend merkt hij op dat zijn fractie niet voor diftar is.

De heer VAN HETEREN hoort veel argumenten op basis van kwantiteit voor nascheiding maar mist deze op basis van de kwaliteit, m.n. de milieuaspecten. Ook zijn fractie stelt voor het raadsbesluit in te trekken.

9

Besluitenlijst Commissie Ruimte van 23 juni 2021

Ook mevrouw VAN DER MATTEN concludeert dat er geen sprake is van een compleet voorstel. Ook haar fractie vraagt zich af waarom het college het tegenovergesteld kiest van het deskundige HVC-advies. De heer STREMLER merkt, per interruptie, op dat HVC beslist geen voorloper op het gebied van nascheiding is en dat Dordrecht gezien het contract geen andere optie dan bronscheiding had. De heer VAN HETEREN merkt per interruptie op dat niet alleen HVC maar ook andere afnemers voorstander zijn van bronscheiding. De heer STREMLER vindt dat men onderscheid moet maken tussen PMD en andere afvalstromen. De heer LAMMERS merkt op dat hij dit complexe materie vindt en schat in dat in Papendrecht te veel mensen niet goed afval scheiden en vindt dat men hiervoor beter moet communiceren om door een collectieve inspanning bronscheiding te verbeteren. Wanneer er inzicht komt dat nascheiding bij PMD veel beter is kan men hier altijd op overstappen. Zijn fractie stelt voor dat het college met een aangepast voorstel komt. Ook mevrouw BOKMA wenst het voorstel niet door te leiden naar de raadsvergadering. Zij merkt op dat het raadvoorstel uit 2019 slechts gaat over het uitvoeren van de pilot omgekeerd inzamelen en vindt dat er gekeken moet worden of het raadsbesluit van 2018 niet ingetrokken hoeft te worden.

Zij merkt op dat de resultaten van de pilot van de Oostpolder in de conclusies van het Royal Haskoning-rapport nog niet zijn meegenomen en stelt voor deze te alsnog in het voorstel te verwerken. Wethouder JANSSEN zegt toe deze mee te nemen. Omdat er bij hoogbouw deels wel Gft-containers aanwezig zijn stelt zij voor een basis en plusvariant te maken. Ook de heer DEN DEKKER wenst het voorstel niet in de raad te behandelen en hoopt op een veel beter voorstel. Ook de heer BOERSMA wenst het voorstel niet door te geleiden naar de raad en kijkt uit naar een beter uitgewerkt voorstel. Hij stelt voor dat de volgende keer de argumenten en kanttekeningen zo compleet mogelijk in het raadsvoorstel worden benoemd, zodat op basis daarvan een goede besluitvorming kan plaatsvinden. Nu is het raadsvoorstel nogal incompleet en moeten we uit alle achterliggende stukken aanvullende informatie destilleren om het voorstel te kunnen beoordelen.Hij stelt voor zich de volgende keer alleen te baseren op de argumenten en de kanttekeningen van het raadsvoorstel en niet op alle achterliggende stukken. Ook stelt hij voor de langere termijnontwikkeling op gebied van nascheiding op te nemen in het nieuwe raadsvoorstel.

In antwoord op zijn vraag waarom diftar wordt onderzocht geeft wethouder JANSSEN dat het niet gaat om diftar (negatief beboeten van het wegbrengen van restaval), maar dat men wil onderzoeken of men boven een bepaalde hoeveelheid afval kan beboeten. Op zijn vraag naar de relatie met HVC antwoordt wethouder JANSSEN dat deze niet slecht is, maar dat een partner als HVC een wethouder als hij nodig kan hebben om hen scherp genoeg te houden. Op dit punt loopt HVC wat meer achter de feiten aan als bv. Omrin of de gemeenten rond Rotterdam, die hier meer

10

Besluitenlijst Commissie Ruimte van 23 juni 2021

ervaring mee hebben. Of de ontwikkelingen bij HVC voldoende zijn om met nascheiding naar 100 kilo te gaan is de vraag. In antwoord op de vraag van de heer BOERSMA welke varianten worden doorgerekend (variant 2, 4 en 5, de 4 bakken strategie en 6 diftar) merkt wethouder JANSSEN op zoveel mogelijk relevante scenario’s uit te zullen werken. De heer BOERSMA stelt voor zoveel mogelijk maatwerk toe te passen en de 4 bakken strategie voor de dijk in ieder geval uit te werken. De heer DEN DEKKER stelt per interruptie voor alles zoveel mogelijk uit te werken, met als doel de VANG-norm te behalen en niet om nascheiding erdoor te krijgen. De GRIFFIER merkt op dat het college, zolang het onderwerp niet op de raadsagenda staat, kan verzoeken het voorstel in te trekken. Wanneer men dit niet verzoekt kan de raad bij de vaststelling van de agenda zelf een besluit nemen over de behandeling van het voorstel. Afsluitend concludeert de VOORZITTER dat het college het voorstel intrekt en z.s.m. met een voorstel komt waarin alle wensen worden meegenomen. 07.

Sluiting. Niets meer aan de orde zijnde sluit de voorzitter om 23.45 uur de vergadering onder dankzegging aan eenieder voor diens inbreng. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raadscommissie Ruimte op

De heer G. van Egmond (wnd. griffier)

Mevrouw H.M. van Wijngaarden (voorzitter)

Lijst met toezeggingen 1. Bewegwijzering Espenhof. Portefeuillehouder De Ruijter De portefeuillehouder laat controleren of de bewegwijzering op juiste wijze is bevestigd. 2. Resultaten van de pilot van de Oostpolder. Wethouder Janssen De wethouder zegt toe de resultaten van de pilot Oostpolder mee te nemen in de conclusies van het Royal Haskoning-rapport.

11

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.papendrecht.nl/api/v1/meetings/284/documents/6839