CConstaterende datPapendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

20210527 OMW Verslag concept.pdf

Commissie Omgevingswet Papendrecht 28 oktober 2021, gemeente PapendrechtBij agendapunt: 3: Vaststellen verslag3.085 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Besluitenlijst Commissie Omgevingswet van 27 mei 2021

BESLUITENLIJST VAN DE OPENBARE VERGADERING VAN DE RAADSCOMMISSIE OMGEVINGSWET d.d. 27 mei 2021 (reguliere aanvang 20.00 uur). Een integrale geluidsopname van deze vergaderingen is te beluisteren op

www.papendrecht.nl Aanwezig: De heer A.J. Kosten, voorzitter; De heer M.H.A. Verweij (PAB), mevrouw S.J.A. Verdoorn-de Lang (PAB), mevrouw H.M. van Wijngaarden (PAB), de heer L.T. van den Dool (CDA), mevrouw A. van der Matten-Spek (CDA), mevrouw S.H. de Keizer (VVD), de heer J.L. van Erk (Christen Unie), de heer M.G.C.H. Hardam (Onafhankelijk Papendrecht), de heer L.J. van Hal (D66) , de heer N. van Heteren (D66), de heer W. Goudriaan (SGP), de heer T. Wolters (PvdA) en de heer L. Quist (GroenLinks). Mevrouw L. van Oudenaren, bureau Plus Anderen, inzake agendapunt 04; Mevrouw J. Robberegt, bureau Plus Anderen, inzake agendapunt 04; De heer M. Schoonen, programmamanager Omgevingswet gemeente Papendrecht, inzake agendapunt 04. Mevrouw C. Verver portefeuillehouder. De heer G. van Egmond, interim griffier; Mevrouw K. Bijman, raadsadviseur/plaatsvervangend griffier. Afwezig: 01.

Opening. De voorzitter opent de vergadering en heet eenieder van harte welkom.

02.

Vaststelling van de agenda. De heer VAN HAL verzoekt de werkgroep Omgevingswet, n.a.v. een voorstel van de werkgroep Groen en Blauw in de commissie Ruimte, het opstellen van regels inzake hoe om te gaan met parken op hun actielijst te plaatsen en hier in een later stadium op terug te komen. De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld.

03.

Vaststellen van het verslag van 19.1.2021. Het verslag wordt ongewijzigd vastgesteld.

04.

Vaststellen participatietool. Voorafgegaan door een introductie door wethouder VERVER en de heer SCHOONEN verzorgen de dames Oudenaren en Robberegt een presentatie. Aansluitende worden de volgende standpunten en vragen en antwoorden uitgewisseld.

1

Besluitenlijst Commissie Omgevingswet van 27 mei 2021

In antwoord op de vraag van de heer VAN ERK wie de participatieverslagen en ideeën beoordeelt geeft mevrouw VAN OUDENAREN aan dat participatie vormvrij is en dat men met het stappenplan en de suggestie een participatieplan te maken heeft geprobeerd een handvat te geven. Men gaat niet puntsgewijs controleren, maar met gezond verstand het proces bekijken en zien wat men in de maatschappij merkt. Wanneer de initiatiefnemer zijn participatieplan goed toelicht zorgt dit voor vertrouwen bij het bevoegd gezag. Op zijn vraag hoe dit verloopt wanneer de gemeente als initiatiefnemer een participatietraject indient en ook beoordeelt geeft mevrouw VAN OUDENAREN aan dat dit nu ook al gebeurt wanneer gemeente initiatiefnemer en vergunningverlener is en hier de eigen checks en balances voor heeft ingevoerd, waarbij de ene afdeling de vergunning aanvraagt en een andere de vergunning verleent/controleert. Daarnaast vindt ook maatschappelijke controle plaats. Mevrouw VERDOORN is bang dat de tool voor mensen die (administratief) minder onderlegd zijn een obstakel zal gaan vormen en pleit voor 1 loket t.b.v. ondersteuning van initiatiefnemers. Mevrouw VAN OUDENAREN merkt op dat men via het loket idee@Papendrecht geholpen zal worden en dat het aan de gemeente, als dienstverlenende organisatie, is dit goed te organiseren.

Op de vraag van mevrouw VERDOORN waarom duurzaam Papendrecht wordt genoemd antwoordt mevrouw VAN OUDENAREN dat dit verwijst naar het aangaan van duurzame verbindingen tussen mensen. N.a.v. de opmerking van de heer VAN HETEREN dat hij een checklist zoals van de gemeente Doetinchem en een overzicht van impactcategorieën van de gemeente Eindhoven mist in de presentatie geeft mevrouw VAN OUDENAREN aan dat men de voorbeelden van Doetinchem, Delft en Eindhoven naast elkaar heeft gezet en op een Papendrechtse versie is uitgekomen. De checklist is terug te vinden in de stappen en hulpvragen die zijn gesteld. Het Eindhovens model leek meer exacte wetenschap te worden, terwijl participatie dit niet is en men die indruk ook niet wil wekken. Mevrouw VAN WIJNGAARDEN vindt dat één en ander beheersbaar moet blijven en maakt zich zorgen om het feit dat dit bij een aantal evenementen zoals de lenteloop, wielerronde, zomeravondconcerten, powerpark, lichtjesfeest, Koningsdag, etc. niet het geval zal zijn. Omdat deze evenementen bijna allemaal gedragen en georganiseerd zijn door vrijwilligers, die verplicht worden onderzoeken te doen, vraagt zij zich af of dit bevorderlijk is voor het enthousiasme om zaken te organiseren. Mevrouw VAN OUDENAREN merkt op dat vrijwilligers schaars zijn, men het niet onnodig ingewikkeld wil maken en dat participatie op veel punten niet verplicht is.

De gemeente kan zelf een lijst van zaken opstellen wanneer het wel/niet verplicht is. Men wil dat de tool een hulpmiddel is en niet iets dat belemmert, zodat het zijn doel voorbijschiet. Op haar vraag in hoeverre men in een tool/spelregels categorieën kan opnemen geeft mevrouw VAN OUDENAREN aan dat men geen extra spelregels voor de tool, die misschien al te uitgebreid is, wil maken. Op de vraag van de heer VAN DEN DOOL hoe het initiatiefloket in zijn werk gaat en of men daarnaast een initiatieventafel, waar men met meerder disciplines aan

2

Besluitenlijst Commissie Omgevingswet van 27 mei 2021

tafel zit, kan instellen geeft mevrouw VAN OUDENAREN aan dat deze (het PIT) al in Papendrecht aanwezig is. De heer VAN DEN DOOL stelt voor dit in het stappenplan te vermelden. Mevrouw VAN OUDENAREN is er niet zeker van dat men als initiatiefnemer kan aansluiten bij de initiatieventafel. (Wel kan men zich in het kader van de Omgevingswet aansluiten bij de Omgevingstafel.) De heer VAN DEN DOOL vraagt zich af of iemand bij een loket alles op kan lossen. Mevrouw VAN OUDENAREN neemt dit ter kennisneming aan en neemt dit mee voor de implementatie. In antwoord op zijn vraag hoe de gemeente kan weten of een proces fair is geweest geeft mevrouw VAN OUDENAREN aan dat men dit met gezond verstand moet doen. Men kijkt naar wat opvalt en wat men mist en gaat -bij een complexere aanvraag- eventueel een gesprek aan met de initiatiefnemer. Op zijn vraag wat het verschil tussen stap 7 (toets) en 8 (beoordeling) is, antwoordt mevrouw VAN OUDERENAREN dat men bij stap 7 bij de betrokkenen checkt of alles klopt. Stap 8: als men een omgevingsvergunning nodig heeft dient men deze in bij de gemeente en de gemeente beoordeelt deze. Aansluitend wordt aan de hand van 2 casussen het stappenplan gevolgd. Casus 1: Een groep bewoners in een wijk wil de groenstrook met speeltuin voor de deur zelf gaan beheren en onderhouden. Het is gelegen langs een doorgaande weg met bushalte.

In het groen staan ook bomen en struiken. Het wordt regelmatig gebruikt door hondenliefhebbers als wandel/uitlaatroute. Op de vraag van de heer VAN HETEREN bij welke stap het proces, wanneer buren niet akkoord gaan, stagneert geeft mevrouw VAN OUDENAREN aan dat dit in het hart van de participatie (stap 5, ophalen ideeën) valt. Hoe groter deze groep wordt des te lastiger het wordt om het plan uit te voeren. Op de vraag hoe dit wordt getoetst en hoe hiermee wordt omgegaan geeft mevrouw VAN OUDENAREN aan dat dit, terwijl dit in de praktijk wel voorkomt, niet in de casus is meegenomen. Van initiatiefnemers wordt wel verwacht dat zij dit bij de gemeente melden, zodat men hier een inschatting op kan maken. Op de vraag van de heer HARDAM wat er gebeurt wanneer men stap 7 wenst te herzien en hoe vaak men dit kan doen geeft mevrouw VAN OUDENAREN aan dat dit een proces is en men tussentijds kan constateren dat men een aantal stappen terug moet, om daarna weer stappen voorwaarts te kunnen zetten. Wel geeft zij aan dat het na 3 keer wel gaat irriteren en er andere oplossingen gevonden moeten worden. De heer WOLTERS maakt zich zorgen om het feit dat er heel veel bij komt kijken, dat dit ontmoedigend kan werken en aanleiding kan geven tot ongenoegen en vervelende situaties.

Mevrouw VAN OUDENAREN merkt op dat het stappenplan niet veel verandert aan het feit dat mensen het er sowieso soms mee oneens zijn. Zij geeft aan dat het plan niet helemaal gevolgd hoeft te worden, soms kan het stappenplan voldoende zijn. Men heeft geprobeerd het, omdat het mensenwerk is en soms gevoelig ligt, zorgvuldig te doen.

3

Besluitenlijst Commissie Omgevingswet van 27 mei 2021

Casus 2: Een landelijke evenementenorganisator in het Vondelpark van Papendrecht een grootschalig festival organiseren van één dag. Dit zal duren van 12.00 tot 23.00 uur. Het idee is om diverse lokale ondernemers te betrekken bij de organisatie en inrichting, zoals locale horeca die foodtrucks kan plaatsen of kleine stands die lokale spullen verkopen. Mevrouw VERDOORN geeft aan dat het ondoenlijk is een Koningsdag en/of 5 mei evenement te organiseren wanneer alle omwonenden hierbij betrokken moeten worden. Tevens vindt zij het niet verstandig omwonenden te betrekken bij veiligheidsoverleggen en vindt dat er duidelijk onderscheid gemaakt moet worden wanneer men bewoners wel/niet betrekt. Op haar vraag of men dit plan ook bij dergelijke grote evenementen moet toepassen geeft mevrouw ROBBEREGT aan dat het niet de bedoeling is evenementen hiermee te beperken, maar het juist de bedoeling is goede initiatieven en ideeën te faciliteren. In heel veel gevallen is participatie niet verplicht, maar een hulpmiddel om zaken beter te organiseren. De vraag is of het voor deze evenementen verplicht zou zijn. Wanneer veiligheidskaders duidelijk zijn en hierover goed gecommuniceerd wordt is het niet noodzakelijk hier nogmaals het gesprek over te voeren. Het is als initiatiefnemer belangrijk in te schatten waarover gesproken moet worden en waar inwoners behoefte aan hebben.

Mevrouw VAN OUDENAREN merkt op dat de tool niet beoogt te veranderen wat nu goed gaat, ook niet wanneer een evenement op de lijst van verplichte participatie komt. Mevrouw VERDOORN zou het fijn vinden dat het meer gezien wordt als hulpmiddel naar draagvlak i.p.v. naar meedenken. Op de vraag van de heer VAN HETEREN waarom men niet, net als in de APV, een categorieënoverzicht opneemt geeft mevrouw VAN OUDENAREN aan dat niet alle wetgeving die van toepassing is wordt herhaald in de participatietool. (Zij verwijst hierbij naar jurisprudentie i.v.m. interpretatie van wetgeving.) Mevrouw VAN WIJNGAARDEN sluit zich aan bij de woordvoering van mevrouw Verdoorn. De VOORZITTER dankt de dames voor hun inbreng. Eerste termijn Mevrouw DE KEIZER is blij dat men voortvarend omgaat met participatie, maar toch ziet haar fractie veel beren op de weg. Op haar vraag wat men denkt dat het grootste effect zal zijn en waar de grootste uitdaging ligt geeft wethouder VERVER aan dat het grootste effect is dat inwoners worden ondersteund bij hun verantwoordelijkheid te participeren. De grootste uitdaging is het feit dat men nog heel veel te leren heeft. Mevrouw DE KEIZER stelt voor idee@Papendrecht, omdat men van mening is dat het meldpunt niet naar wens verloopt, te bemannen met een vast team.

Op de vraag van de heer GOUDRIAAN hoe men borgt dat mensen die minder kunnen participeren aan hun recht komen geeft wethouder VERVER aan dat het loket hier ondersteuning zal bieden.

4

Besluitenlijst Commissie Omgevingswet van 27 mei 2021

Ook zijn fractie heeft twijfels over het proces van het participatieplan bij grote evenementen. Op zijn vraag of de zwaarte van het participatieplan overeenkomst met de zwaarte van de vergunningaanvragen en hoe dit in zijn werk gaat geeft wethouder VERVER aan dat het niet ingewikkelder zal worden gemaakt dan nodig is. De heer VAN ERK vindt het een loffelijk streven met kanttekeningen en vraagt zich af hoe controle en evaluatie/borging/correctie bij een doorlopend evenement plaatsvindt. Wethouder VERVER merkt op dat de controle/ borging in de praktijk al wordt gedaan. Op zijn vraag of er t.b.v. toetsing en beoordeling extra (geschoolde) capaciteit nodig is geeft wethouder VERVER aan dat er wordt gezorgd voor een goed ingericht loket, waarin geadviseerd en getoetst kan worden. Omdat participatie al een belangrijk onderdeel van het werk is verwacht zij dat men goed voorbereid is. Of hiervoor extra capaciteit nodig is kan zij nog niet zeggen. Uiteraard heeft men wel te leren hoe mensen te adviseren, mee te nemen en vertrouwen te geven. De heer VAN HETEREN vindt de participatietool, die moet worden gezien als hulpmiddel, te uitgebreid en complex.

Op zijn vraag of er vanuit bewoners behoefte bestaat deze tool toe te passen geeft wethouder VERVER aan dat deze tool wordt ingezet omdat de initiatiefnemer vanuit de Omgevingswet verantwoordelijk is voor de participatie en de gemeente zich er verantwoordelijk voor voelt de initiatiefnemer hierbij te helpen. Men is ervan overtuigd dat wanneer er goed wordt gecommuniceerd over het gebruik van deze tool mensen worden uitgenodigd om met nieuwe initiatieven te komen. Tenslotte stelt zijn fractie voor om bij het loket en idee@Papendrecht, t.b.v. de servicegerichtheid, een contactpersoon te vermelden. Wethouder VERVER zegt toe dat het in de communicatie rondom de participatietool onder de aandacht wordt gebracht dat het loket bemenst is. In antwoord op de vraag van de heer VAN DEN DOOL naar de rol en het belang van een initiatieventafel geeft wethouder VERVER dat er een initiatieventeam (PIT) bestaat en er (de komende tijd) ook een Omgevingstafel komt. Hij stelt voor dat men bij uitzondering voor bestaande evenementen (voorzien van een draaiboek dat geëvalueerd kan worden) kan volstaan met een simpeler proces. Verder vindt ook de CDA-fractie dat voorbeelden en verwijzingen naar andere regels (bv. APV) handig zijn. De portefeuillehouder zegt toe te onderzoeken of er bij de participatietool een doorverwijzing naar bestaande regelgeving mogelijk is.

Mevrouw VAN WIJNGAARDEN merkt nogmaals op dat organisatoren van initiatieven die al 30-40 jaar draaien en geëvalueerd worden weten waar de gevoeligheden liggen. Op haar vraag of men 2 lijsten kan maken voor nieuwe en bestaande evenementen geeft wethouder VERVER aan dat de bestaande evenementen terug zullen komen in het Evenementenbeleid. Zij zegt toe een manier te vinden om binnen de Omgevingswet op een praktische manier om te gaan met (bestaande) evenementen en komt hierop terug. Tenslotte merkt mevrouw VAN WIJNGAARDEN op dat zaken m.b.t. veiligheid verankerd zijn in regelgeving en het hierbij niet nodig is dit met de buurt te overleggen.

5

Besluitenlijst Commissie Omgevingswet van 27 mei 2021

In antwoord op de vraag van de heer QUIST naar samenstelling van het loket/meldpunt en de aanwezige expertise geeft wethouder VERVER dat hier voldoende aandacht aan zal worden besteed. Op zijn vraag naar het onderscheid tussen de participatie verplichte activiteiten geeft wethouder VERVER aan dat dit bij de implementatie van de Omgevingswet aan de orde komt. Inzake zijn vraag naar de nieuwe financiële stimuleringsbijdrage merkt de wethouder op dat de tool is bedoeld mensen te ondersteunen, het gaat hier niet om de financiële bijdrage. Ook mevrouw VERDOORN vindt het belangrijk kenbaar te maken wanneer participatie vereist is. Verder merkt zij op dat alle evenementen geëvalueerd worden en dat het belangrijk is zaken in een Omgevingsplan vast te leggen, zodat men weet waar men aan toe is. Eerste termijn college De wethouder stelt voor met ingang van 1 januari te starten met de tool en tot die tijd de gelegenheid te nemen zaken in te richten en te onderzoeken of bewoners, met begeleiding van de gemeente, in staat zijn uit de tool te halen wat voor hun initiatief nodig is. Tweede termijn De VOORZITTER vraagt de commissieleden in te gaan op het voorstel van de wethouder om de participatietool per 1 januari te implementeren. Op de vraag van mevrouw VERDOORN, n.a.v.

de opmerking van de wethouder dat een kopje koffie soms voldoende kan zijn, of dit voor de gemeente ook voldoende is geeft wethouder VERVER aan dat er geen handtekening nodig is op een participatieplan. Er is sprake van een gezamenlijke zoektocht waarin vertrouwen, verantwoordelijkheid, gezond verstand en ruimte geven en nemen centraal staan. Zij zou het beheer van speeltoestellen, i.v.m. veiligheid en verzekering, bij de gemeente te houden en stelt voor mensen met veel ervaring in het organiseren van evenementen te koppelen aan mensen die dat nog niet hebben. De wethouder stemt hiermee in en neemt dit idee mee. In antwoord op de vraag van mevrouw VAN WIJNGAARDEN hoe de communicatie naar bewoners, om te voorkomen dat de ‘beroepszeveraars’ hun kans zien, is geregeld geeft wethouder VERVER aan dat men hier een groot communicatietraject voor zal starten, waarbij duidelijk moet worden dat dit helpend en begeleidend is. De PAB-fractie stemt in met de ingangsdatum van 1 januari 2022. In antwoord op de vraag van de heer VAN HETEREN wanneer met de terugkoppeling van de evaluatie tegemoet kan zien zegt portefeuillehouder toe dat er in de tweede helft van 2022 een evaluatie van de participatietool volgt. Onder toezegging van de wethouder dat de participatietool wordt vereenvoudigd naar een stappenschema kan zijn fractie akkoord gaan met de ingangsdatum van 1 januari

6

Besluitenlijst Commissie Omgevingswet van 27 mei 2021

2022. Wethouder VERVER merkt op dat de hulpvraag een belangrijke rol speelt en duidelijk maakt of het proces naar behoren verloopt. Zijn fractie stelt voor niet gelijk in het diepe te springen, maar eerst in het ondiepe te leren zwemmen/om te gaan met de participatietool. Mevrouw DE KEIZER vindt 1 januari een goed uitgangspunt. De heer VAN ERK laat de ingangsdatum over aan de inschatting van het college/ambtenaren. Op zijn vraag of bij het leren dat de wethouder noemde concrete scholing hoort geeft de wethouder VERVER aan dat er sprake zal zijn van professionele scholing. In antwoord op de vraag van de heer WOLTERS naar de bemensing van het loket geeft wethouder VERVER aan dat het loket inderdaad wordt bemenst door een sleutelfiguur. Zijn fractie gaat akkoord met de ingangsdatum van 1 januari 2022. De commissie adviseert aansluitend de onderhavige stukken als bespreekstuk door te leiden naar de gemeenteraad. 05.

Sluiting. Niets meer aan de orde zijnde sluit de voorzitter om 22.30 uur de vergadering onder dankzegging aan eenieder voor diens inbreng. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raadscommissie Omgevingswet op as.

De heer G. van Egmond (interim griffier)

de heer A.J. Kosten (voorzitter)

Lijst met toezeggingen 1. Evenementen Portefeuillehouder Verver De portefeuillehouder zegt toe een manier te vinden om binnen de Omgevingswet op een praktische manier om te gaan met (bestaande) evenementen en komt hierop terug. 2. Loket Portefeuillehouder Verver De portefeuillehouder zegt toe dat het in de communicatie rondom de participatietool onder de aandacht wordt gebracht dat het loket bemenst is. 3. Bestaande regelgeving Portefeuillehouder Verver De portefeuillehouder zegt toe te onderzoeken of er bij de participatietool een doorverwijzing naar bestaande regelgeving mogelijk is. 4. Monitoren participatietool Portefeuillehouder Verver

7

Besluitenlijst Commissie Omgevingswet van 27 mei 2021

De portefeuillehouder zegt toe dat er in de tweede helft van 2022 een evaluatie van de participatietool volgt.

8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.papendrecht.nl/api/v1/meetings/296/documents/6833