20210401 SAL Verslag.pdf
Tekst van het document
Besluitenlijst Commissie Samenleving van 1 april 2021
BESLUITENLIJST VAN DE OPENBARE VERGADERING VAN DE RAADSCOMMISSIE SAMENLEVING d.d. 01 april 2021 (reguliere aanvang 20.00 uur) Een integrale geluidsopname van deze vergaderingen is te beluisteren op
www.papendrecht.nl
Aanwezig: De heer L.J. van Hal (D66), Mevrouw S.J.A. Verdoorn-de Lang (PAB), mevrouw B. de Heer (PAB), mevrouw K.E. Middelkoop-van den Adel (CDA), mevrouw A. Bokma (VVD), de heer J.L. van Erk (Christen Unie), de heer J.G.S. van der Tak (Onafhankelijk Papendrecht), de heer M.G.C.H. Hardam (Onafhankelijk Papendrecht), mevrouw T.C. van Es (D66), de heer S. Suijker (D66), de heer W. Goudriaan (SGP), mevrouw D. Yildiz-Karso (PvdA), de heer H. Mooij (PvdA), de heer T. Wolters (PvdA) en de heer R.E. van Engelen (GroenLinks) De heer S. Wierckx, voorzitter VV Drechtstreek, inspreker bij agendapunt 08; De heer D. Verschoor, penningmeester VV Papendrecht, inspreker bij agendapunt 08; De heer R. de Vries, extern adviseur Drijver en Partners, inzake agendapunt 08; De heer P. Naeije, afdelingshoofd Maatschappelijke ontwikkeling gemeente Papendrecht, inzake agendapunt 09. Mevrouw C. Verver portefeuillehouder; De heer P.L. Paans, portefeuillehouder. Mevrouw C.G.M. Bus, griffier. Afwezig: de heer L. Quist (GroenLinks). 01.
Opening. De VOORZITTER opent de vergadering en heet eenieder van harte welkom. Er is een afmelding van de heer Quist.
02.
Vastellen van de agenda. De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld.
03.
Vaststellen van het verslag van 10.3.2021. Het verslag wordt ongewijzigd vastgesteld.
04.
Inspreekrecht. De heren Verschoor en Wierckx zullen bij agendapunt 8 inspreken.
05.
Vragenkwartier. Er zijn geen vragen.
06.
Lijst van ingekomen stukken en mededelingen. Er zijn geen mededelingen en/of opmerkingen.
07.
Regionale aangelegenheden. a. Gemeenschappelijke Regeling Dienst Gezondheid en Jeugd Zuid-Holland Zuid en SOJ;
1
Besluitenlijst Commissie Samenleving van 1 april 2021
-b. Gemeenschappelijke Regeling Openbaar Lichaam Sociale Werkvoorziening Drechtsteden (Drechtwerk); Wethouder PAANS geeft aan dat de jaarrekening 2020, die vanmorgen op de agenda van de AB-vergadering stond, een positief beeld liet zien. Ondanks corona heeft Drechtwerk goed gedraaid en mede dankzij de support van de Rijksoverheid krijgt de gemeente een substantieel bedrag teruggestort. 08.
Beleidskader aanleg en renovatie sportvelden. Inspraak door de heer VERSCHOOR, penningmeester en vicevoorzitter VV Papendrecht: Wij hebben het stuk bekeken en het wordt vanavond besproken omdat in het begrotingsconcept 2021 aan VV Drechtstreek een kunstgrasveld werd toegewezen en aan VV Papendrecht niet. Met 2 voetbalverenigingen in een dorp ligt dat uiteraard gevoelig. Want hoe beoordeelt de gemeente objectief wie wel en wie geen kunstgrasveld krijgt? Hoe voorkomt men de indruk van vriendjespolitiek en hoe schept men duidelijkheid naar de sportverenigingen in Papendrecht? Daarom hoopten wij na lang wachten op eerlijke criteria voor sportverenigingen in Papendrecht. In het concept beleidskader worden technische criteria benoemd, welke al gezegd onbekend waren. Het beantwoordt niet de vraag waarom in de conceptbegroting Drechtstreek wel een veld krijgt toegewezen en Papendrecht niet. Maatschappelijke en sociale argumenten die worden genoemd worden weggewuifd. We vinden het onbegrijpelijk dat deze argumenten niet meewegen in de besluitvorming. Dit geldt ook voor in het verleden (2008 en 2013) gedane investeringen. Er wordt aangegeven de maatschappelijke en sociale aspecten op een andere wijze, via een ondersteuning, te regelen. Dit helpt VV Papendrecht niet om toekomstbestendig te zijn, een kunstgrasveld wel.
Op pagina 3 staat: ‘De gemeente Papendrecht houdt rekening met de planningsnormen en planningsrichtlijnen van bonden, maar betrekt wat betreft de benodigde accommodaties ook andere factoren. Planningsnormen en richtlijnen zijn voor de gemeente dus niet leidend maar richtinggevend. Andere factoren zijn voor de gemeente Papendrecht onder andere nut en noodzaak, alternatieven, de behoefte op langere termijn, andere prioriteiten en budgettaire mogelijkheden. De reden waarom de gemeente planningsnormen of planningsrichtlijnen niet automatisch volgt, is simpelweg dat de gemeente meer belangen heeft te dienen en ten alle tijden een afweging moet kunnen maken van alle op dat moment relevante belangen.’ Deze andere factoren die de gemeente noemt leest men echter niet terug in het beleidskader als beslissingsfactoren, wegingsfactoren of beleid. Voor VV Papendrecht is er nut en noodzaak om over een kunstgrasveld te kunnen beschikken. Door de continue terugkerende slechte staat van de velden, zie de enorme hoeveelheid afgelaste wedstrijden en trainingen, en de jaarlijks terugkerende onderhoudsperiodes, samen 3 maanden. 3 Maanden van het totaal niet kunnen aanbieden van de voetbalactiviteiten aan de leden, hetgeen grote gevolgen heeft voor de club, voor het ledenaantal, de financiën en de aantrekkingskracht. Ook t.o.v.
andere clubs in de regio, die op een enkele uitzondering na, allemaal over een kunstgrasveld beschikken. Kortom: voor onze club is een kunstgrasveld pure noodzaak om toekomstbestendig te zijn, ofwel een gelijkwaardig product voetbal te kunnen aanbieden. Ook naar alternatieven is in het rapport niet gekeken, bijvoorbeeld een veld bij de rivier inleveren t.b.v. park of groen en een bestaand veld omtoveren in een kunstgrasveld. Onze conclusie is dat het concept beleidskader de discussie niet oplost, hoe is dit anders
2
Besluitenlijst Commissie Samenleving van 1 april 2021
dan het was, pure willekeur? Dit concept is op papier zetten van een handelswijze. Wij als bestuur van VV Papendrecht bedanken u voor het luisterend oor en we rekenen op en vragen aan u een kritisch oordeel op het voorliggend concept beleidskader, waarbij aan beide verenigingen recht wordt gedaan en het speelveld voor beide verenigingen gelijk is. Gevolgd door de inspraak van de heer WIERCKX, voorzitter VV Drechtstreek: Vanuit VV Drechtstreek wil ik reageren op het concept beleidskader waarvan wij kennis hebben genomen. Ik hoor zojuist uit de terminologie dat er sprake is van pure willekeur. Wij hebben in het concept beleidskader gezien dat de argumenten die daarin worden gegeven overeenkomen met de argumenten zoals wij die eerder aan de orde hebben gesteld op basis van de richtlijnen die landelijk door de KNVB worden gehanteerd. Wat dat betreft zijn wij blij met de objectieve manier waarop de gemeente Papendrecht en de firma Drijver hiermee bezig zijn geweest en danken u voor de zorgvuldigheid waarmee dit concept beleidskader tot stand gebracht is. Op de vraag van de heer VAN ENGELEN of de heer Verschoor dit probleem heeft voorgelegd aan de wethouder/ambtenaren en wat hun antwoord hierop was antwoordt de heer VERSCHOOR dat de wethouder hen in 2019, toen het verzoek is gedaan, te kennen heeft gegeven dat er geen geld voor een veld was.
Ook in opvolgende gesprekken is aangegeven dat er nog steeds geen geld voor een kunstgrasveld voor VV Papendrecht beschikbaar is. De heer WOLTERS merkt op dat de VV Drechtstreek in de conceptbegroting vermeld stond, maar dat in de begroting geen vereniging genoemd staat en de zaak nog helemaal openligt. De heer VERSCHOOR bevestigt dat dit label n.a.v. van hun vorige betoog is verwijderd. Toch heeft men nog steeds het idee dat het label Drechtstreek er op de achtergrond aanhangt. Na een korte toelichting van wethouder PAANS worden de volgende standpunten, aanvullingen en vragen en antwoorden uitgewisseld. De heer WOLTERS merkt op dat er in het concept draaiboek niet alleen wordt gekeken naar de rekentools maar ook naar de gesteldheid van de velden. Hij pleit er voor een onderzoek van deze velden, om duidelijk te krijgen welk veld behoefte heeft aan verbetering en welke volgens de rekentools bespeeld kunnen worden, mee te nemen in het beleidskader. Tevens zouden deze onderzoeken gebruikt kunnen worden om kleine aanpassingen direct uit te voeren of bij groot onderhoud mee te nemen. Het onderhoud van velden, waarvan de conditie van de velden afhankelijk zijn, ziet hij niet terugkomen in het rapport. De heer DE VRIES merkt op dat de geschiktheid/gesteldheid van de velden buiten het beleidskader valt, maar dat de gemeente hier een separaat onderzoek naar kan laten doen.
Inzake de conditie van velden bevestigt hij dat dit afhankelijk is van goed onderhoud, dat het laatste jaar sterk is verbeterd. De heer WOLTERS geeft aan dat de velden i.v.m. de coronaperiode aanzienlijk minder worden belast. In het rapport wordt aangegeven dat men bij een slechtere gesteldheid van het veld een correctie voor minder speeluren aangeeft. N.a.v. de toezegging van de wethouder voor nader onderzoek naar de in januari gevoerde discussie over het verschil in vergoeding die beide verenigingen betalen heeft de heer WOLTERS nooit meer iets van vernomen. Wethouder PAANS antwoordt
3
Besluitenlijst Commissie Samenleving van 1 april 2021
dat zijn toezegging bij het aanbieden van het definitieve stuk de vergoedingen aan de orde komen. De heer SUIJKER vindt het vreemd dat VV Drechtreek zonder beleidskader wel werd genoemd, nu is verwijderd en er wel een beleidskader nodig is. Hij is benieuwd hoe het college dit probleem gaat oplossen. Zijn fractie is het er niet mee eens dat participatie bij sportverenigingen niet wordt ingezet. Verder wenst men financieel wanbeleid of weigeringsgronden op te nemen in het beleidskader. Ditzelfde geldt voor het afdragen van inkomsten (door verhuur) door derden aan de gemeente. Tenslotte wijst hij voor het onderhoud en bespeelbaarheid van velden op het belang van de ligging. Wethouder PAANS geeft aan dat de genoemde aspecten participatie door verenigingen, (toetsen van) financieel (wan)beleid en weigeringsgronden en inkomsten door derden worden toegevoegd. De heer DE VRIES merkt inzake wanbeleid op dat een vereniging zelf verantwoordelijk is voor het financiële huishouden en dat de winst- en verliesrekening en de balans de criteria zijn. Men kan in het beleidskader opnemen dat een vereniging, bij investering door de gemeente, financieel gezond moet zijn (volgens de criteria voor liquiditeit en solvabiliteit). De heer WOLTERS merkt op dat het opnemen van de financiële zaken niet in het beleidskader maar in de huurovereenkomst thuishoort.
Op de vraag van mevrouw BOKMA of het overgaan naar binnen handbal in overleg met DES is besloten geeft de heer DE VRIES aan dat het niet de bedoeling is de indruk te wekken dat buitenhandbal zal verdwijnen. De landelijke ontwikkeling is echter dat binnen handbal de norm wordt. Hij zegt toe de planningsnorm voor buiten handbal te zullen opnemen. Tenslotte merkt mevrouw BOKMA op dat Passaat alleen de grond huurt en niet de atletiekbaan. De baan hebben zij zelf aangelegd. De heer DE VRIES zal dit aan passen. Op de vraag van de heer HARDAM waarom er op pagina 6 factoren worden genoemd die niet objectief in het afwegingskader zijn genoemd geeft de heer DE VRIES aan dat deze niet benoemd kunnen worden omdat deze situatieafhankelijk zijn en de raad in positie is een bredere afweging te maken. Ditzelfde geldt voor de vraag van de heer HARDAM welk afwegingskader er is indien er wordt ingestemd en er uiteindelijk te weinig budget is. Wethouder PAANS bevestigt dat het budgetrecht aan de raad is. Wanneer er niet voldoende budget begroot is kan de raad extra budget vrijmaken. In antwoord op de vraag van de heer HARDAM of de renovatieplanning nog veranderd kan worden geeft de heer DE VRIES aan dat hier sprake is van intern sturingsinstrument, dat altijd veranderd kan worden omdat de omstandigheden (de velden) kunnen veranderen.
De heer VAN ENGELEN vindt dat het kader veel meer mag uitgaan van het ontsluiten van de buitensportaccommodaties voor verschillende doelgroepen, om gezondheid en sport te stimuleren, overgewicht tegen te gaan en sociale integratie en sportiviteit te bevorderen. Dit is het vertrekpunt om te kijken welke accommodaties worden gecreëerd. Het is aan de raad hieraan een financieel kader mee te geven, maar men vindt dat het college binnen de kaders maximale vrijheid moet hebben om dit doel te bereiken. Uiteraard vindt wethouder PAANS (en de hele raad) het belangrijk dat mensen kunnen sporten en dat Papendrecht hier veel faciliteiten voor biedt.
4
Besluitenlijst Commissie Samenleving van 1 april 2021
Op de vraag van de heer VAN ENGELEN of er daadwerkelijk is besloten alleen VV Papendrecht een kunstgrasveld te geven en wat hiervoor de argumentatie is geeft wethouder PAANS aan dat de subjectieve vraag om een kunstgrasveld getoetst dient te worden en daarom is besloten met een objectief afwegingskader te komen. Eerst het afwegingskader en daarna wordt besloten of er een extra kunstgrasveld komt. Mevrouw VAN ES merkt per interruptie op dat één van de aanleidingen voor het kader is geweest dat VV Papendrecht een ander veld ter compensatie heeft ontvangen voor het grasveld dat men t.b.v. het Fokker-hoofdkantoor heeft moeten inleveren. Vervolgens is destijds besloten dat VV Drechstreek ook een zou veld krijgen. Op haar vraag hoe de wethouder de huidige situatie, waarbij VV Papendrecht aangeeft een probleem te hebben, gaat oplossen zodat er in vergelijk met de vorige situatie een eerlijke oplossing wordt geboden geeft wethouder PAANS aan dat beide verenigingen veel wensen hebben en denken recht te hebben op. Of dit het geval is zal getoetst moeten worden aan de noodzakelijke kaders. Mevrouw VAN ES kan zich voorstellen dat verenigingen een gelijke behandeling gewend waren, hetgeen nu veranderd wordt en als niet fair wordt ervaren. Haar fractie vindt dat het verleden niet genegeerd kan worden en dat het uitgangspunt van het toepassen van een beleidskader wel fair moet zijn.
Op haar vraag hoe de wethouder hier mee omgaat geeft hij aan deze aspecten mee te zullen nemen. In eerste instantie vindt hij dat de behoefte en omstandigheden getoetst moeten worden. In een proces van schaarste aan grond en financiën zal men hier objectief naar moeten kijken. Het is een besluit van de gemeenteraad of men hier dekking voor heeft. Het is de heer VAN ENGELEN duidelijk dat er behoefte is aan een objectief kader. Zijns inziens zou dit kader niet direct vragend maar meer sturend moeten zijn. Hij vindt het belangrijk dat in het kader wordt opgenomen dat de gemeente kijkt naar gezondheid, sport, etc., om de aanvraag beter aan te kunnen toetsen. Wethouder PAANS geeft aan dat het Sportakkoord veel dynamiek bevat om mensen in beweging te houden/krijgen. Op de vraag van de heer VAN ENGELEN of er aan één van de verenigingen een toezegging is gedaan geeft wethouder PAANS aan dat beide verenigingen hebben aangegeven behoefte aan een kunstgrasveld te hebben en dat beiden gezegd is dat dit niet mogelijk was. Halverwege de zomer heeft VV Drechtstreek aangegeven dit vanuit eigen gelden te willen realiseren, waarop de gemeente heeft aangegeven dit niet verstandig te vinden. In de Kadernota is een bedrag terechtgekomen, later n.a.v. de behandeling van de begroting heeft het college besloten dit on hold te zetten.
Aansluitend heeft men besloten eerst een afwegingskader voor nut en noodzaak te maken, waarop de raad kan besluiten. In de begroting is om deze reden een post aanleg sportvelden opgenomen, waarbij de raad over de uiteindelijke invulling gaat. Tenslotte noemt de heer VAN ENGELEN in het kader van duurzaamheid en de mate van bespeelbaarheid, de geschiktheid van kunstgrasvelden. De heer De VRIES geeft aan dat een kunstgrasveld meer bespeelbaar is, maar meer belastend voor het milieu. (Vorig jaar is door de rechter een uitspraak gedaan dat gemeenten een zorgplicht hebben dat de infill van kunstgras niet in het milieu komt). Tevens noemt hij de verwerking van de kunstgras toplaag die elke 10 jaar vervangen moet worden. Natuurgrasvelden staan volop in de belangstelling. Naast de heer Hardam had ook de heer VAN ERK verwacht dat de op pagina 3 summier genoemde andere factoren, nut en noodzaak, alternatieven, behoefte op langere termijn, andere prioriteiten en budgettaire mogelijkheden, in hoofdstuk 4 extra zouden
5
Besluitenlijst Commissie Samenleving van 1 april 2021
worden genoemd en geduid. De heer DE VRIES geeft een korte toelichting op de alternatieven, maar de heer VAN ERK ontvangt graag ook extra duiding op de andere factoren. De heer DE VRIES zegt toe meer duiding aan de andere factoren te zullen geven. Insprekers: De heer VERSCHOOR vindt de aangehaalde factoren heel belangrijk, hetzelfde geldt voor de opmerking dat kinderen/mensen 12 maanden lang moeten kunnen sporten. Hij is benieuwd naar de aanpassing van het beleidskader. De heer WIERCKX heeft vorig jaar op basis van een uitvoerige analyse aan de wethouder aangegeven waarom men behoefte heeft aan uitbreiding van de veldcapaciteit. Dit heeft geresulteerd tot opname in de Kadernota, waardoor de nodige verwachtingen zijn gewekt. Hij heeft er begrip voor dat de raad zorgvuldige afwegingen wil maken, die tot de aanleg van een nieuw kunstgrasveld moeten leiden. Men realiseert zich dat dit een lastig proces wordt en dat de verwachtingen die zijn gewekt onder druk komen te staan. Hij wenst te benadrukken dat VV Drechstreek op dit moment te weinig velden/accommodatie heeft om de eigen leden op de juiste wijze te kunnen laten sporten. Daarnaast wil men als vereniging de maatschappelijke rol verder uitbreiden door andere doelgroepen te betrekken bij de accommodatie.
Dit is één van de redenen waarom hij in de kopgroep van het sportakkoord deelneemt, omdat met name de integrale samenwerking tussen verenigingen en het bredere sportaanbod in de gemeente een belangrijke kwestie is. Hij hoopt dat de raad dit meeneemt in de afwegingen die zullen leiden tot het vaststellen van het beleidskader. Op de vraag van wethouder PAANS of men behoefte heeft om de financiële kerngetallen op te nemen vindt mevrouw BOKMA het een goed idee dat er iets over de financiële gezondheid van een verenigingen wordt opgenomen. Over solvabiliteit en eigen vermogen eisen kan in een later stadium iets worden opgenomen. 09.
Hoofdlijnennotitie GR Sociaal. Voorafgegaan door een inleiding van wethouder VERVER worden de volgende reacties en vragen en antwoorden gedeeld. De heer VAN ENGELEN vindt namens zijn fractie dat wat was opgebouwd hiermee wordt afgebroken en vindt niet dat er -zoals de wethouder zei- sprake is van een ‘product’. Dit wordt een uitvoeringsorganisatie met vele bazen, waarbij men teruggaat naar een oude situatie waarin men veel kritiek had op de Sociale Dienst. Men spreekt van maatwerk en efficiency, terwijl de inwoners er de dupe worden. Tot nu toe heeft men gezien dat alle transities stroef verlopen. In de contourennota ziet men dat alles lokaal wordt en de SD alles zelf moet uitvoeren. Zijn fractie is het oneens met stelling A. in de conceptreactie, dat de lokale raden in positie komen en het belangrijk is de inhoudelijke en financiële kaders lokaal te stellen. Ook met stelling C. is men het niet eens, dit is een typisch voorbeeld van fragmentatie, terwijl de wethouder aangaf te streven naar harmonisatie. Op zijn vraag af de gespecialiseerde taken terugkomen bij de gemeente geeft wethouder VERVER aan dat dit niet het geval is.
Het beleid, dat voorheen in delegatie door de SD werd geformuleerd en aan het PFO van de wethouders werd voorgelegd en naar het DB werd doorgeleid, komt naar de lokale gemeenten, die hier hun eigen vertaalslag van maken en vervolgens door leiden naar de gemeenteraad. In de
6
Besluitenlijst Commissie Samenleving van 1 april 2021
voorbereiding zal hiervoor extra Papendrechtse capaciteit nodig zijn. Hoeveel dat zal zijn is nog niet bekend. De onder D. genoemde beperking van het maatwerk vindt de GL-fractie een understatement. Hier is geen sprake van een robuuste diensteverlening maar van afbraakbeleid. Zijn fractie vindt het onder F. genoemde uitwerken van de adviescommissie fijn, maar vindt dit een doekje voor het bloeden. Men komt democratisch gezien wederom op afstand te staan. Met de andere punten is zijn fractie het eens. M.b.t. de in de hoofdlijnennotitie genoemde onderzoek naar stemverhoudingen vindt mevrouw VERDOORN het belangrijk dat er geen stemgewicht mag zijn en dat alle gemeenten gelijk moeten zijn. Wethouder VERVER merkt op dat dit later aan de orde komt, maar dat men tijdens de collegeconferentie heeft gesproken over een goede balans tussen stedelijke en landelijke/polder verhoudingen. Op de vraag van mevrouw VERDOORN hoe cherry-picking voorkomen kan worden en haar opmerking dat dit alleen een probleem zou zijn wanneer men de dienstverlening vooraf zou betalen geeft wethouder VERVER aan dat dit geen probleem hoeft te zijn wanneer de financiële vertaling lokaal plaatsvindt. Tegelijkertijd tornt men met cherrypicking wel aan de robuustheid van de SD. In de dialoogsessies heeft men aangegeven dat men de bevoegdheden per thema’s/wetgeving hetzelfde moet houden.
In antwoord op de vraag van mevrouw VERDOORN of het door de lokale gemeenteraden vaststellen van de ASV van de Drechtsteden voor de GR en SDD niet beter gelijktijdig met het vaststellen van de regels van de uitvoering op het gebied van de regionale subsidies kan plaatsvinden geeft de heer NAEIJE aan dat net zoals alle verordeningen die door de DR zijn vastgesteld, deze overal lokaal vastgesteld dienen te worden. Het idee is deze gelijktijdig met de GR-teksten die aan de raad aangeboden worden ter vaststelling aan te bieden, zodat er in alle gemeenten een geldende verordening is om subsidies te verstrekken voor de taken die de SD voor de gemeente uitvoert. Mevrouw BOKMA kan zich namens haar fractie deels vinden in de conceptbrief over de reactie, maar deelt ook de zorgen van de GL-fractie. Zij vraagt zich af hoe het basis- en maatwerk pakket zich verhoudt tot de lokale kaderstelling. Verder is de VVD-fractie van mening dat er een heel goede samenwerking was met de Drechtraad die de gemeente in positie bracht. Men stevent nu af op een GR waarbij de kans groot is dat men weinig inbreng heeft. Mevrouw VAN ES merkt op dat de ontmanteling van de samenwerking nooit een wens van de D66-fractie is geweest en zou het daarom op prijs stellen als de propagandaretoriek van deze operatie wat getemperd wordt.
Het is een zakelijk inhoudelijke overeenkomst waar de meerderheid van de 7 gemeenten voor was. Haar fractie is het grotendeels eens met de brief, men heeft geen behoefte aan veel maatwerk, is tevreden met hoe het nu is en wil ook grotendeels dat dit zo blijft. Men vreest dat te veel maatwerk ten koste gaat van de uitvoering, efficiency en kosten. Bij punt A. zou de D66-fractie de volgende zin toegevoegd zien worden: realistische en redelijke besluitvormingstermijnen voor de gemeenteraad, na beschikbaarstelling van alle relevante informatie. Men wil hiermee de situatie voorkomen dat men in theorie de vrijheid heeft te overleggen in commissie en raad, maar men daar in de praktijk geen tijd voor heeft. Bij punt C. vindt men de volgende zin niet duidelijk genoeg: Graag willen wij
7
Besluitenlijst Commissie Samenleving van 1 april 2021
helderheid hebben hoe het proces er uit ziet als gemeenten nu of in de toekomst kiezen voor een andere verdeling van bevoegdheden. Haar fractie zou graag zien dat dit in de GR-tekst wordt opgenomen. De heer NAEIJE geeft aan dat de toevoegingen vanuit de raad geïnventariseerd zullen worden om te zien hoeveel draagvlak hiervoor is. Zijns inziens is de commissie het eens met de aanpassingen en heeft ook de wethouder hier positief op gereageerd. Bij punt E. wordt aangegeven dat er géén vetorecht is en dat géén 2 gemeenten een meerderheid hebben. De D66-fractie vindt geen meerderheid van 2 gemeenten niet realistisch (terwijl Dordrecht en Zwijndrecht in de Drechtraad wel een meerderheid hebben) en stelt voor dit punt aan te passen. De heer NAEIJE verwijst hierbij naar de formulering op pagina 1 in van het principebesluit, die bewust gekozen is omdat er verschillende belangen zijn. De komende periode zal besproken worden op welke manier de stemverhouding die recht doet aan het principebesluit vormgegeven kan worden. I.v.m. de financiële inbreng is het begrijpelijk dat het voor Dordrecht niet acceptabel is dat iedereen 1 stem krijgt in het nieuwe AB. Tegelijkertijd kan het percentage financiële inbreng ook niet de stemverhouding bepalen.
Mevrouw VAN ES begrijpt dat -omdat deze afspraak is gemaakt en nog uit onderhandeld moet worden- de formulering in de brief, voor dit moment, op deze wijze is verwoord. De heer VAN ERK merkt op dat er sprake is van een spannend proces van loslaten en vasthouden, lokaal en regionaal. Zijn fractie vindt dat het spoor van de financiën niet los gezien kan worden van de inhoud, hij noemt hierbij de motie van de gemeente Sliedrecht. In antwoord op zijn vraag of het beter wordt voor de inwoner die hulp nodig heeft is wethouder VERVER ervan overtuigd dat het door de opdracht aan SDD/Sterk Papendrecht, omdat men hierin op zoek gaat naar de balans van het ultieme maatwerk afgestemd op de inwoner en wat men beter in harmonisatie kan doen, beter wordt. Op zijn vraag of er tijdens de dialoogsessies is gesproken over het verloop van de cocreatie, wie de regie voert en hoe men dit uitvoerbaar houdt geeft wethouder VERVER aan dat hier inderdaad over gesproken is en de regie hiervan bij de SDD ligt. De heer NAEIJE vult aan dat hier, i.v.m. de lokale behoeften, uiteraard sprake is van samenwerking met de lokale gemeenten. Inzake punt C.
uit de brief vindt de heer VAN ERK de volgende zin onduidelijk: Wij realiseren ons dat deze nieuwe verdeling van taken en bevoegdheden impact gaat hebben op de benodigde kwalitatieve en kwantitatieve capaciteit in de gemeentelijke organisatie, zodat wij ook om die reden niet de wens hebben meer taken en bevoegdheden lokaal te organiseren. Hij leest dat er lokaal niet meer capaciteit gaat komen, maar vindt dat de ontwikkelingen ambtelijk wel lokale consequenties hebben. De heer VAN DER TAK vindt dat er veel risico’s op de uitvoerbaarheid zijn, basis- en maatwerk, stemverhouding AB, etc., om dit proces tot een goed einde te brengen. Op zijn vraag welke risico’s de wethouder voor Papendrecht ziet en wat er -naast de motie- voor nodig is om haar in positie te brengen geeft wethouder VERVER aan dat dit de risico’s zijn die zijn geschetst. Door dit te noemen en stevig aan te zetten in de reactie voelt het college zich gesterkt. Op zijn vraag hoe de GR de raden van informatie gaat voorzien antwoordt wethouder VERVER dat dit in een latere fase aan de orde komt. Zijn fractie wenst aan de brief toe te voegen dat men naast de formele momenten frequenter informatie ontvangt inzake bestuurs- en financiële informatie, zodat men tijdig de consequenties (aan de apparaat
8
Besluitenlijst Commissie Samenleving van 1 april 2021
kant) kan onderkennen en hierin keuzes kan maken. Op zijn vraag waar eventuele financiële voordelen landen geeft wethouder VERVER aan dat dit lokaal is. Mevrouw KARSO heeft reeds eerder haar zorg uitgesproken over de democratische controle. Men vindt de contouren duidelijk verwoord en ziet hier een mogelijke kans om te kijken naar logische verbindingen tussen wettelijke en niet wettelijke taken. Men leest op pagina 12 dat men per bevoegdheid, per wettelijke taak en per gemeente verschillende keuzes kan maken. Tevens wordt aangegeven dat een hoeveelheid aan verschillen niet wenselijk is en wordt een duidelijk advies gegeven tot een zekere harmonisatie te komen. De PvdA-fractie vindt het belangrijk vooraf duidelijk de grenzen van harmonisatie aan te geven, de couleur locale te handhaven en maatwerk voor de inwoners te leveren. Op haar vraag of in het verleden door Papendrecht subsidieverzoeken aan de SDD zijn gedaan geeft de heer NAEIJE aan dat bv. de stichting leergeld, urgente noden en de Werkbank Papendrecht in het verleden een subsidieaanvraag hebben gedaan. Ook de heer GOUDRIAAN vindt de bewoordingen van de conceptreactiebrief (we zijn verheugd dat), omdat dit niet de keuze van Papendrecht was, te positief. Wethouder VERVER vindt dat men eerder constructief is geweest en stelt hem voor met een suggestie te komen. De heer GOUDRIAAN vindt dit een goed idee.
Op zijn vraag wanneer het in de ogen van de wethouder beter gaat dan het was en hoe dat gemeten wordt geeft wethouder VERVER aan dat een onderdeel van de opdracht aan de SDD en Sterk Papendrecht is om dit inzichtelijk te maken en dat zij hier in een latere fase op terugkomt. Op zijn vraag om extra toelichting op de samenwerkingscultuur in relatie tot de huidige situatie merkt wethouder VERVER dat men elkaar, ondanks het feit dat niet iedereen hier blij mee is, in het maatwerk wat gunt. Zij is wel verheugd dat het gesprek hierover in goede harmonie verloopt. Ook mevrouw MIDDELKOOP is bezorgd om de lokale en regionale verhoudingen en de financiële consequenties hiervan. Men leest dat Alblasserdam en Dordrecht de voorkeur geven aan een lokale invulling van de participatiewet, terwijl de andere gemeenten eerste de financiële consequenties van de keuze uitgewerkt willen zien. Op haar vraag of deze uitwerking ter besluitvorming aan de raad wordt voorgelegd geeft de heer NAEIJE aan dat men tot het eind van het jaar een Drechtraad heeft en besluiten gaat nemen die formeel nog door de DR genomen moeten worden, maar gaan over 2022 (en verder) en in lokaal beleid vastgesteld dienen te worden. Afhankelijk van wanneer de keuze hierover gemaakt wordt, zullen de lokale raden hier goed bij betrokken moeten worden.
Over de participatieplekken is een voorstel in voorbereiding inzake de (financiële) consequenties van een lokale organisatie hiervan. Uiteraard zal dit voorstel via het college aan de raad worden voorgelegd. Aanvullende beantwoording door het college N.a.v. de uitgesproken zorgen om wat was en wat het gaat worden, de kosten, de formatie, de snelheid en de lokale gevolgen op het democratische stelt wethouder VERVER voor een aantal zinsneden aan de conceptreactie toe te voegen. Zij merkt op dat men nog niet weet wat de kosten van het maatwerk zijn en dat men m.b.t. de kostenverdeelsleutel nu in de fase is waar wordt gesproken over de verdeelprincipes. Hierbij laat men de principes en de inhoud voorlopen op de uitkomst. Het college realiseert zich dat men dit gesprek pas kan voeren wanneer de financiële vertaling (voor
9
Besluitenlijst Commissie Samenleving van 1 april 2021
de zomer) compleet in beeld is. Op dat moment is het ook nog de vraag wat er, zeker in de huidige financiële situatie, haalbaar is. Tweede termijn De heer VAN ENGELEN wenst nogmaals te benadrukken dat hij product geen prettig taalgebruik vindt. Hij vindt dat er sprake is van powerplay van Dordrecht en dat niet de samenleving en burger centraal heeft gestaan. Verder gaat men zich bezighouden met structuur- en proceswijzigingen i.p.v. met een goede uitvoering van beleid en inhoud richting te inwoners. Ook zijn fractie is niet te spreken over de positieve toon van de conceptbrief en de het stuk van de Drechtsteden. Inzake de samenwerkingscultuur vindt hij het elkaar iets gunnen niet dat hij bij uitvoering van wettelijke taken passen. Zijn fractie vindt dat men met deze samenwerking de burgers geen dienst bewijst en vindt niet dat men hiermee akkoord moet gaan. Mevrouw BOKMA begrijpt uit de stukken dat de SD met een voorzet komt, waar de lokale gemeente iets van mag vinden en waarvan men moet hopen dat de 7 gemeenten tot eenzelfde basiskeuze komen. Daarnaast is er maatwerk nodig. Wethouder VERVER geeft aan dat de SDD een opzet maakt voor de kaders, die in samenwerking met de Papendrechtse ambtenaren worden voorbereid. De inbreng vanuit de lokale organisatie, die dan reeds is geleverd, wordt omgezet naar het voorstel voor de lokale raden.
Ondanks dat het niet de bedoeling is dat iedereen hier iets anders van vindt, omdat men daardoor afbreuk doet aan de op voorhand gemaakte afspraken, kan de raad hier nog wel een mening over geven. Het vertrouwen van de VVD-fractie in een mooie, robuuste, kostenbesparende en meer service opleverende GR wordt steeds kleiner. De uitwerking van dit ‘gedwongen huwelijk’ baart haar fractie ernstige zorgen. Mevrouw VAN ES heeft niet het idee dat dit vooral een idee van Dordrecht is en weet zeker dat een aantal andere gemeenten dit idee ook heeft. Zij hoopt dat het hen in de praktijk tegenvalt en da het voor Papendrecht meevalt. Inzake de hoeveelheid maatwerk merkt zij op dat het om het betaalbaar en efficiënt te houden nodig is een heel groot deel van de taken in het basispakket onder te brengen. Het maatwerk voor de rest is niet te betalen en daardoor is men in dezelfde situatie als men nu is, met het verschil dat er geen Drechtraad meer is. De heer VAN ERK is benieuwd naar de uitwerking van de toezegging in de hoofdlijnennotitie aangaande de adviescommissie voor gemeenteraadsleden. Mevrouw MIDDELKOOP is het eens met de wethouder om dit proces, dat niet meer terug te draaien is, positief te bezien. De griffie zal de input van de fracties op de conceptbrief inventariseren. De input waarover consensus is zal worden verwerkt in een technisch amendement.
De commissie adviseert de onderhavige stukken als bespreekstuk door te leiden naar de gemeenteraad. 10.
Sluiting. Niets meer aan de orde zijnde sluit de voorzitter om 22.40 uur de vergadering onder dankzegging aan eenieder voor diens inbreng.
10
Besluitenlijst Commissie Samenleving van 1 april 2021
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raadscommissie Samenleving op 20 mei 2021.
Mevr. C.G.M. Bus (griffier)
de heer L.J. van Hal (voorzitter)
Lijst met toezeggingen 1. Beleidskader sportvelden – vergoedingen verenigingen Portefeuillehouder Paans De portefeuillehouder zegt n.a.v. een vraag van de heer Wolters (PvdA) opnieuw toe nader onderzoek te zullen doen naar de mogelijke verschillen in vergoedingen die beide voetbalclubs betalen voor het onderhoud van de velden. De informatie wordt gevoegd bij het definitieve stuk.
11