20210329 ABZ Verslag.pdf
Tekst van het document
Besluitenlijst Commissie ABZ van 29 maart 2021
BESLUITENLIJST VAN DE EXTRA OPENBARE VERGADERING VAN DE RAADSCOMMISSIE ABZ d.d. 29 maart 2021 (reguliere aanvang 20.00 uur). Een integrale geluidsopname van deze vergaderingen is te beluisteren op
www.papendrecht.nl
Aanwezig: De heer J.L. van Erk, voorzitter De heer M.H.A. Verweij (PAB), mevrouw A. van den Adel (PAB), de heer J.H. Hoogeveen (PAB), de heer L.T. van den Dool (CDA), mevrouw K.E. Middelkoopvan den Adel (CDA), mevrouw S. de Keizer (VVD), mevrouw A. Bokma (VVD), de heer A.P.J. den Dekker (ChristenUnie), de heer R. Lammers (Onafhankelijk Papendrecht), de heer J.G.S. van der Tak (Onafhankelijk Papendrecht), mevrouw T.C. van Es (D66), de heer N. van Heteren (D66), mevrouw D. Yildiz-Karso (PvdA), de heer A.J. Kosten (SGP), de heer T. Wolters (PvdA), de heer L. Quist (GroenLinks) en de heer R.E. van Engelen (GroenLinks). De heer R.A. Van Vught, partner publieke sector Deloitte, inzake agendapunt 8; Mevrouw M. Reeuwijk, Interim-directeur Bedrijfsvoering gemeente Papendrecht, inzake agendapunt 8. De heer A.J. Moerkerke, portefeuillehouder; De heer A.M.J.M. Janssen, portefeuillehouder; De heer P.L. Paans, portefeuillehouder; De heer C. de Ruijter, portefeuillehouder; Mevrouw C. Verver, portefeuillehouder. Mevrouw M. Meijer, griffiemedewerker. Mevrouw K. Bijman, raadsadviseur. Afwezigen: 01.
Opening. De VOORZITTER opent de vergadering en heet eenieder van harte welkom.
02.
Vaststelling van de agenda. Op de vraag van de heer VAN DEN DOOL of bij de presentatie van de ombuigingen meerdere leden per fractie in de gelegenheid worden gesteld om vragen te stellen antwoordt de VOORZITTER bevestigend. De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld.
03.
Vaststelling van de besluitenlijsten van de openbare vergadering van de commissie ABZ van 1.3.2021. De heer VAN DER TAK heeft, i.v.m. de uitblijvende reactie van de GGD, nog geen antwoord ontvangen op zijn vraag inzake de Covid-19 verantwoording. Wethouder DE RUIJTER heeft deze vraag vandaag nogmaals gesteld, maar is i.v.m. de beantwoording hiervan afhankelijk van de GGD en kan een tijdig antwoord hierop niet toezeggen. Het verslag wordt ongewijzigd vastgesteld.
1
Besluitenlijst Commissie ABZ van 29 maart 2021
04.
Inspreekrecht. Er wordt geen gebruik gemaakt van het spreekrecht.
05.
Vragenkwartier. Op het verzoek van de heer VAN ENGELEN om op 1 april as., in het kader van het 20-jarig jubileum van het burgerlijk huwelijk tussen personen van hetzelfde geslacht, de regenboogvlag te hijsen geeft portefeuillehouder MOERKERKE aan dat de beslissing hierover aan de raad is. Hij zal hiertoe contact opnemen met de fractievoorzitters. In antwoord op de vraag van de heer VAN DER TAK hoe en wanneer men op de hoogte wordt gesteld inzake de besteding van het toegekende bedrag van € 383.00, - corona compensatiepakket geeft wethouder PAANS aan dat de raad hiervan, conform eerdere toezeggingen, middels een RIB of op andere wijze op de hoogte zal worden gesteld. Er zijn verder geen vragen.
06.
Lijst ingekomen stukken en mededelingen. De VOORZITTER merkt op dat de antwoorden op de onder D01 door mevrouw Van den Adel vooraf gestelde vragen zijn toegevoegd aan de stukken. De heer LAMMERS vraagt, inzake E-01 artikel 40 vragen over het coronasteunfonds, een toelichting van het college op de afwijzing van het verzoek een coronasteunfonds op te richten. Wethouder PAANS geeft aan dat men de motivatie hiervan reeds schriftelijk heeft toegelicht en dat deze in raadsdebatten aan de orde is geweest. Men zal ondernemers en inwoners, wanneer dit aan de orde mocht zijn, adequaat ondersteunen. De heer VERWEIJ merkt op dat de gedeelde stukken onder D01 een veelheid van vragen heeft opgeroepen en verzoekt dergelijke informatie in de toekomst op begrijpelijkere wijze te formuleren. Er zijn geen mededelingen.
07.
Regionale aangelegenheden. a. Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid; b. Gemeenschappelijke Regeling Drechtsteden; c. Alblasserwaard-Vijfherenlanden; -
2
Besluitenlijst Commissie ABZ van 29 maart 2021
08.
Informeren Ombuigingen. Vooraf gegaan door een toelichting van wethouder PAANS verzorgt de heer VAN VUGT een toelichting op de financiële stand van zaken van de gemeente Papendrecht, die wordt gevolgd door onderstaande vragen en antwoorden. Het eerste beeld. In antwoord op de vraag van de heer VAN ENGELEN wanneer de baten structureel zijn (4-10 jaar) geeft de heer VAN VUGT aan dat dit afhankelijk is van de soort activiteit dat hieraan verbonden is. Het is de vraag of de activiteit die onder de opbrengsten of kosten zit een structureel karakter heeft. Doorgaans wordt hiervoor de richttermijn van 4 jaar gehanteerd. (Dit is niet anders dan een indicatief jaar, als iets langer dan 4 jaar duurt lijkt het al snel structureel te zijn, maar dat hoeft niet per se). Op de vraag van mevrouw VAN ES waarom de veronderstelde oorzaken van de huidige situatie, de overschrijdingen in het sociale domein en de corona crisis, niet worden genoemd geeft de heer VAN VUGT aan dat beiden niet bepalend zijn voor het financiële beeld. Hij merkt op dat de kosten in het SD (naar de toekomst, 2023-2024, toe) wel harder stijgen dan de opbrengsten, maar dat dit in de afgelopen 4-5 jaar niet echt een vraagstuk is geweest. Met name in de WMO hield men veel geld over, in de Jeugdzorg stijgen de kosten harder dan de opbrengsten. I.v.m.
corona ziet men dat de landelijke vergoedingen van het Rijk meer dan toereikend lijken te zijn. Veel van de jaarrekeningen van gemeenten zullen hierdoor over 2020 een positief beeld laten zien. Omdat dit incidenteel geld is waar men structureel niet het vraagstuk van de -5,7% kan oplossen kan dit een gevaarlijk beeld creëren. Oplossen van dit probleem vraagt om structurele keuzes. Hierbij komt de vraag of het overschot van 2020 niet hard nodig is om de coronaeffecten van 2021 op te lossen. Het is daarom, voordat men een totaalbeeld heeft van de lasten over 2021, gevaarlijk dit geld aan incidentele zaken uit te geven. De heer VAN VUGT bevestigt de vraag van de heer HOOGEVEEN of men zonder het sluiten van de Fokker-deal de structurele exploitatieruimte verder in het rood zou staan. Zonder de deal zou de - 5,7% (ca. € 500.000, -) nog hoger zijn. Mevrouw KARSO ziet dat de kosten in het SD relatief blijven stijgen en het voorzieningenniveau steeds meer geld gaat kosten, terwijl hier niet dezelfde opbrengsten/meevallers tegenover staan. Om meer baten te genereren lijkt men de oplossing bij inwoners en bedrijven te zoeken.
Op haar vraag waarom er geen richtinggevende uitspraken over de uitgaven worden gedaan geeft de heer VAN VUGT aan dat de raad de keuze moet maken hoe men de lasten van het voorzieningenniveau meer in balans gaat brengen met de daarbij horende opbrengsten (belastingen die men bij burgers en bedrijven in rekening brengt). Uiteraard kan men kijken naar bezuinigingen, maar hiermee zal men het vraagstuk van 5.7% niet oplossen. Met alleen bezuinigingen het verschil van 5,7% niet oplossen. Het verschil te groot voor is. Meer fundamentele afwegingen voor nodig. Op de vraag van de heer VAN DER TAK waar het verschil zit tussen de 91% netto schuldquote van BDO-benchmark 2021 en de door de heer Van Vugt genoemde
3
Besluitenlijst Commissie ABZ van 29 maart 2021
78% en 113% geeft de heer VAN VUGT aan dat hij dit uit de begroting en jaarrekening heeft ontleend. Waar BDO dit op baseert weet hij niet.
Financiële positie in vergelijking tot andere gemeenten. Op de vraag van mevrouw VAN ES of een stijging van 92% naar 100% lasten het probleem structureel oplost antwoordt de heer VAN VUGT dat dit, ondanks de aanzienlijke structurele opbrengst, nog steeds onvoldoende zal zijn om het structurele vraagstuk op te lossen en er aan de kostenkant van het voorzieningenniveau nog keuzes gemaakt moeten worden. Op de vraag van mevrouw VAN ES wat deze aanzienlijk structurele opbrengst daadwerkelijk zal zijn zal de heer VAN VUGT schriftelijk terugkomen. De heer LAMMERS merkt op dat de gemeente, i.v.m. de korting vanuit de Zalmnorm, niet gerechtigd is de lokale lasten te laten stijgen tot een sluitende begroting. De heer VAN VUGT merkt op dat er landelijke richtlijnen zijn hoeveel men de OZB mag laten stijgen. Het is de gemeente toegestaan om de OZB te laten stijgen om voorzieningen op orde te houden en de structurele lasten te kunnen opvangen. Wanneer men een relatief lage OZB heft wordt men benadeeld in de algemene uitkering van het Rijk. Op de vraag van de heer LAMMERS hoe succesvolle onderhandelingen van de VNG met het Rijk op het Sociaal Domein zich vertalen in de structurele lasten vs. de opbrengsten geeft de heer VAN VUGT aan dat dit iets zal oplossen rondom de Jeugdzorg. Dit zal echter lang niet genoeg zijn om het vraagstuk van de -5,7% op te lossen.
Omdat het Rijk wil dat er structurele veranderingen in de Jeugdzorg plaatsvinden, is de vraag of deze deal er überhaupt komt. Daarbij heeft men ook te maken met stijgingen op andere voorzieningenniveaus. In antwoord op de vraag van de heer VAN DEN DOOL inzake de omvang van het effect van een hogere OZB op de algemene uitkering geeft de heer VAN VUGT aan dat een verhoging van € 50,- per huishouden een structurele opbrengstenverhoging van ca. € 750.000 inhoudt (ongeveer het landelijk gemiddelde). Het effect op de algemene uitkering moet uitgerekend worden. Op de vraag van de heer VAN DEN DOOL of de afvalstoffen- en rioolheffing 100% kostendekkend is geeft de heer VAN VUGT aan dat niet is onderzocht of men alle kosten zo efficiënt mogelijk zijn toegerekend. Het uitgangspunt (en de huidige situatie) is 100% kostendekkend. Men zou nog kunnen kijken of alle kosten die aan riool en afval kunnen worden toegerekend ook daadwerkelijk worden toegerekend. De ervaring leert echter dat dit geen grote bedragen oplevert. Op de vraag van de heer VERWEIJ of het verstandig is een klein deel van de Eneco-gelden in te zetten (voor een adempauze) om de voorzieningen bij de bezuinigingen te ontzien adviseert de heer VAN VUGT dit niet te doen. Dit omdat men op een trendbreuk staat waar keuzes moeten worden gemaakt om de structurele lasten en opbrengsten in evenwicht te brengen.
Hij raadt aan deze keuzes niet uit te stellen. Wanneer men keuzes heeft gemaakt kan men tijdens de transitiefase wel een deel van de gelden inzetten voor een geleidelijke overgang.
4
Besluitenlijst Commissie ABZ van 29 maart 2021
In antwoord op de vraag van de heer HOOGEVEEN in hoeverre de (5%) stijgende kosten van de WMO structureel blijvend zijn op de langere termijn geeft de heer VAN VUGT aan dat dit een prognose is, die gebaseerd is op historie. Vanaf 20152019 zijn de kosten van het SD jaarlijks met 5% gestegen. In de begroting ziet men, logischerwijze, conform deze lijn de verwachtende stijging. Ook hier moet men keuzes maken welk voorzieningenniveau men op het gebied van Jeugdzorg en WMO aanbiedt. Uiteraard is dit, zeker bij de Jeugdzorg, begrensd door wettelijke beperkingen. De stijging van 5% per jaar kan men alleen ombuigen door keuzes te maken. Bij WMO lijkt de vergrijzing, wanneer men geen keuzes maakt, tot een verdere toename in de kosten te leiden. Financiële ontwikkeling en trend, verleden, heden toekomst (in kengetallen). Op de vraag van de heer VAN DER TAK welke begroting voor de saldi begrootte jaren gebruikt is geeft de heer VAN VUGT aan dat voor de analyses de laatst bijgestelde begroting wordt gebruikt.
Beeld baten en lasten van taakvelden Sociaal Domein. Op de vraag van de heer VERWEIJ of de kleinere bijdrage uit het gemeentefonds (van € 6,- minder per inwoner) al is meegenomen geeft de heer VAN VUGT aan dat dit niet het geval is.
Beeld baten en lasten van taakvelden t.o.v. vergelijkbare gemeenten. In antwoord op de vraag van de heer KOSTEN inzake de Verbonden Partijen geeft de heer VAN VUGT aan dat de uitgaven van VP worden toegedeeld naar de taakvelden waar deze VP voor werkt. De VHR zit op het taakveld Veiligheid en de SD op het taakveld inkomensregelingen en participatie. De DG&J zit vooral in de maatwerk dienstverlening 18-. Op de vraag om toelicht van mevrouw KARSO op de toename van overheadkosten geeft de heer VAN VUGT aan dat deze kosten niet concreet toegerekend kunnen worden aan de andere taakvelden, bv. leidinggevende, automatisering, PZ, juridische zaken, etc. De VOORZITTER dankt de heer Van Vugt voor zijn inbreng, eventuele extra vragen kunnen via de griffie worden gesteld. Aansluitend geeft de VOORZITTER het woord aan mevrouw REEUWIJK inzake het proces van de ombuigingen. Daar er geen vragen zijn dankt de VOORZITTER haar aansluitend voor haar inbreng.
De ombuigingen. Wethouder PAANS verzorgt een korte inleiding waarin hij verwijst naar de vorm van aanbieden van de stukken voor de Kaderbrief in blokjes/tegeltjes met een totaaloverzicht van de keuzes en bijbehorende bedragen. De opbouw van de Kaderbrief bestaat uit het aanbod van 3 varianten, basis, basis plus en basis
5
Besluitenlijst Commissie ABZ van 29 maart 2021
plusplus variant. 17 Mei wenst men te gebruiken om het politiek bestuurlijk debat inzake de Kaderbrief te voeren. Mevrouw VAN ES merkt op dat de 3 varianten objectiviteit suggereert, terwijl het allemaal keuzes van het college zijn. Op haar vraag of het college een voorzet voor de vast te stellen variant doet geeft wethouder PAANS aan dat het college inderdaad, net als vorig jaar, een voorstel zal doen. Het college zal hierbij ook aangeven welke variant de voorkeur heeft. De heer VERWEIJ zou de in de Kaderbrief 2021-2025 bij hoofdstuk Ombuigingsproces de pro memoriekosten graag vertaald zien in euro’s, zodat men dit in het debat over de bezuinigingen kan betrekken. Wethouder PAANS geeft aan dat het feit dat nog niet alles duidelijk ingevuld kan worden tot PMposten leidt. De heer VERWEIJ vindt de 5% verhogingen in het SD en de mogelijk mindere inkomsten uit het Gemeentefonds reden er meer vaart achter te zetten om de PM-posten te vertalen in euro’s. Wethouder PAANS geeft aan dat de processen voor de SDD en VB voor het komende jaar in beeld komen. Voor 2024 is dit, zeker gezien alle ontwikkelingen in het SD, nog niet het geval. Verder ziet de heer VERWEIJ graag een goed overzicht van de voorgestelde bezuinigingen op de subsidies en andere ombuigingen.
De voorgestelde kortingen op de subsidies dient men op grond van duidelijke informatie met elkaar kunnen vergelijken (motivatie, onderbouwing, effect van korting op het functioneren van de subsidieontvangers en het maatschappelijk effect). Wethouder PAANS zegt een goede motivatie van de maatschappelijke effecten op de bezuinigingen op de subsidies toe. Op de vraag van de heer VERWEIJ welke garantie men bij een bezuiniging van 8 miljoen heeft dat dit de grens is en niet verrast wordt met meer bezuinigingen en of dit in de tegels verwerkt gaat worden geeft wethouder PAANS aan geen garanties te kunnen geven. Wel geeft hij aan dat men het geleidelijk richting de 8 miljoen zal opbouwen. Voor een sluitende begroting kijkt men, met de voorhanden zijnde informatie, wat er nodig is. Voor 2022-2023 denkt men 2 miljoen nodig te hebben. Mevrouw BOKMA merkt op dat de effecten van de businesscases effecten Ruimte en Bouwen en Cultuur pas in 2023 duidelijk worden. Op haar vraag of het voor een goed afgewogen besluit mogelijk is een doorkijkje naar de mogelijkheden te kunnen krijgen geeft wethouder PAANS aan dat men niet eerder kan beginnen dan wanneer het contract van het Cultuurplatform wordt beëindigd.
Op de vraag van mevrouw BOKMA inzake de invloed van de raad op het plafond en individuele verdeling van de subsidies geeft wethouder PAANS aan dat de individuele verdeling een collegeregeling is en dat de raad het plafond vaststelt. Het college komt met een voorstel voor mogelijke bezuinigingen op de subsidies, die op verzoek van de raad in beeld zijn gebracht. Mevrouw KARSO voorziet een lastenverzwaring voor de burgers, terwijl men verder moet kijken en moet investeren om grotere toekomstige uitgaven (ook in het Sociaal Domein) te voorkomen. Haar fractie verwacht dat men niet alleen keuzes maakt voor de korte termijn maar ook verder durf te kijken. Op haar vraag of de businesscase lokale lastenverzwaring in de Kaderbrief al behandeld wordt geeft
6
Besluitenlijst Commissie ABZ van 29 maart 2021
wethouder PAANS aan dat men naar lasten en opbrengsten moet kijken en dat er geen heilige huisjes zijn. Tevens merkt hij op dat men te maken heeft met de landelijke wetgeving, dat alle taakvelden in ogenschouw genomen moeten worden om te bezien wat de beste afweging is en dat men zoveel mogelijk in kaart zal brengen om tot een goed voorstel te komen. In antwoord op het verzoek van de heer VAN DER TAK om bij de 3 varianten een indicatie van de ratio’s (om de effecten van de gemaakte keuzes te kunnen bepalen) te ontvangen zegt wethouder PAANS toe alles in het werk te stellen om het benodigde inzicht (kengetallen) te verschaffen. Op de vraag van de heer VAN DER TAK naar de maatschappelijke impact van de gemaakte keuzes geeft wethouder PAANS aan dat ook het maatschappelijk effect inzichtelijk zal worden gemaakt. De heer VAN ENGELEN complimenteert het college met de goede informatievoorziening, die voor raadsleden van cruciaal belang is en zou dit detailniveau graag willen handhaven. 09.
Sluiting. Niets meer aan de orde zijnde sluit de VOORZITTER de vergadering om 23.00 uur onder dankzegging aan eenieder voor diens inbreng. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raadscommissie ABZ op 2021.
Mevr. C.G.M. Bus (griffier)
1.
2.
de heer J.L. van Erk (voorzitter)
Aanzienlijke structurele opbrengst lastenverzwaring. Wethouder PAANS De heer van Vugt zegt toe, schriftelijk via de wethouders, een indicatie te geven van de opbrengstpotentie wanneer structureel de lokale lasten aanzienlijk worden verhoogd. Indicatie ratio’s van 3 varianten verschaffen. Wethouder PAANS De wethouder zegt toe in de Kaderbrief bij de verschillende ombuigingsscenario’s het effect op de ratio’s inzichtelijk te maken.
7