202100111 ABZ VERSLAG.pdf
Tekst van het document
Besluitenlijst Commissie ABZ van 11 januari 2021
BESLUITENLIJST VAN DE EXTRA OPENBARE VERGADERING VAN DE RAADSCOMMISSIE ABZ d.d. 11 januari 2021 (reguliere aanvang 20.00 uur). Een integrale geluidsopname van deze vergaderingen is te beluisteren op
www.papendrecht.nl Aanwezig: De heer J.L. van Erk, voorzitter De heer M.H.A. Verweij (PAB), de heer J.H. Hoogeveen (PAB), de heer A. Stremler (PAB), mevrouw H.M. van Wijngaarden (PAB), mevrouw S. Verdoorn (PAB), de heer L.T van den Dool (CDA), mevrouw K.E. Middelkoop-van den Adel (CDA), mevrouw S.H. de Keizer (VVD), mevrouw A. Bokma (VVD), de heer A.P.J. den Dekker (ChristenUnie), de heer R. Lammers (Onafhankelijk Papendrecht), de heer J.G.S. van der Tak (Onafhankelijk Papendrecht), mevrouw T.C. Van Es (D66), de heer L.J. van Hal (D66), de heer N. van Heteren (D66), de heer A.J. Kosten (SGP), mevrouw D. Yildiz-Karso (PvdA), de heer T. Wolters (PvdA) en de heer L. Quist (GroenLinks). De heer A.J. Moerkerke, burgemeester De heer A.M.J.M. Janssen, portefeuillehouder De heer P.L. Paans, portefeuillehouder De heer C. de Ruijter, portefeuillehouder Mevrouw C. Verver, portefeuillehouder. De heer D. van der Graaf, voorzitter regionaal controllersoverleg, inzake agendapunt 8; De heer S. Brouwer, concerncontroller gemeente Papendrecht, inzake agendapunt 8; Mevrouw C.G.M. Bus, griffier; Mevrouw K. Bijman, assistent-griffier. Afwezigen: mevrouw A. van den Adel (PAB) en de heer B.H. Grimmius (GroenLinks). 01.
Opening. De VOORZITTER opent de vergadering en heet eenieder van harte welkom. Er zijn afmeldingen van mevrouw van den Adel en de heer Grimmius en. Men feliciteert de heer Kosten en zijn gezin met de geboorte van baby Matthias.
02.
Vaststelling van de agenda. De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld.
03.
Vaststelling van de besluitenlijsten van de openbare vergadering van 23.11.2020 en 14.12.2020. Beide besluitenlijsten worden ongewijzigd vastgesteld.
04.
Inspreekrecht. Er wordt geen gebruik gemaakt van het spreekrecht.
05.
Vragenkwartier. Er zijn geen vragen.
1
Besluitenlijst Commissie ABZ van 11 januari 2021
06.
Lijst ingekomen stukken en mededelingen. Burgemeester MOERKERKE wenst eenieder een voorspoedig nieuw jaar en merkt op dat de jaarwisseling relatief rustig is verlopen. Terwijl de brandweer in 2019 11 keer is uitgerukt, was dit in 2020 maar 1 keer het geval (voor een containerbrand). De schadepost van € 3.800, - was € 2.000, - lager dan die van 2019. Verder ontving men bij de melddesk dit jaar meer meldingen (69) op het gebied van vuurwerk in de periode in de aanloop naar oud en nieuw dan vorig jaar (30). De politie ontving dit jaar 121 meldingen, vorig jaar waren dit er 30. Men wijt deze verhoging aan het vuurwerkvrij oud en nieuw. Wel zag men minder zwaar vuurwerk dan voorheen en zijn er forse aantallen kilo’s vuurwerk (waaronder een vangst van 31 kilo) van straat gehaald. Dit jaar waren er (i.v.m. de coronamaatregelen) meer feestjes die beëindigd moesten worden. Op 2 plekken zijn (buren)ruzies ontstaan, waarbij 1 melding van mishandeling is gedaan en is 1 vuurpijl naar beveiliging is afgestoken. Tenslotte waren in de P.J. Oudstraat preventief hekken geplaatst, zijn er 15 meldingen van vuurwerkknallen geweest, maar was er geen schade. Wethouder PAANS merkt inzake het dossier lange termijn financiering door netwerkbeheerder Stedin op dat door toegenomen investeringen (i.v.m. de energietransitie) en de hogere lasten de financiële positie van Stedin onder druk staat. E.é.a.
kan gevolgen hebben voor hun schuldpositie en kredietwaardigheid en op het dividend, richting Papendrecht als aandeelhouders. Uitgaande van de eerste schattingen heeft men tot 2030 750 miljoen - 1 miljard nodig. De aandeelhouders ontvangen dit jaar een verzoek om een deel van de vermogensvraag voor hun rekening te nemen. Namens de gemeente Papendrecht overlegt een aandeelhouderscommissie met Stedin over de voorwaarden hieromtrent. De eerste kapitaalvraag die men verwacht te doen gaat om 200 miljoen euro in preferente aandelen met een vast rendement. De wethouder zegt toe de onlangs ontvangen brief over de financiële positie en uitgifte van aandelen z.s.m. met de raad te zullen delen en de concrete kapitaalvraag t.z.t. in de commissie/raad voor te leggen. Er zijn verder geen mededelingen. Lijst ingekomen stukken: Op de vraag van de heer QUIST inzake A18, brief van de VNG inzake gewasbeschermingsmiddelen, wat de reden is dat Papendrecht nog niet is opgenomen in de kaart van gemeenten die geen chemische middelen meer toepassen geeft wethouder JANSSEN aan dat Papendrecht inmiddels op deze lijst staat.
Op de vraag van mevrouw VAN ES of Papendrecht inzake A-10, interbestuurlijk toezicht brandveiligheid gevels, een inventarisatie van flatgebouwen met brandonveilige gevels heeft gedaan en zo niet of dit alsnog gedaan wordt geeft wethouder JANSSEN aan dat er in Papendrecht geen brandonveilige gevels zijn. Mevrouw VAN ES vraagt inzake D-04, businesscase Ruimte en Bouwen, of de informatie inzake de aanwijzingen/uitbreiding van mogelijke bouwlocaties
2
Besluitenlijst Commissie ABZ van 11 januari 2021
tegelijktijdig met de Kaderbrief aan de raad kan worden verstrekt. Tevens zou zij bij de uitwerking in het Omgevingsplan ook het verband willen zien dat het college ziet tussen de mogelijkheden voor uitbreiding van bouwlocaties, die volgens het college invulling zou moeten geven aan de visie voor de buitenruimte in de Omgevingsvisie. Bij de mogelijkheden om uit te breiden vraagt zij wat er wordt bedoeld met ‘gebruiken van gebieden nabij groen, in het geval verdichting en aanpassing onvoldoende soelaas bieden, terwijl is afgesproken niet in groen te bouwen. Wethouder JANSSEN geeft aan dat men in de verkenning/businesscase kijkt naar de lange termijn en dat meer bouwen (in het kader van de ombuigingen) meer opbrengsten voor de gemeentelijke belastingen betekent. Dit gaat de ombuigingen voor 2022/23 echter geen soelaas bieden. De andere businesscases, die in het komende jaar wel soelaas bieden, hebben daarom voorrang op een gewone verkenning. Uiteraard gaat men een poging doen de eerste inzichten in de Kaderbrief mee te nemen. M.b.t. niet bouwen in groen is de motie duidelijk: niet bouwen in parken en niet boven de A15. Met moet kijken naar mogelijkheden en de kans bestaat dat daar een klein stukje van het huidige groen aan moet worden opgeofferd.
In de tabel ziet men bij ombuiging 140 staan: niet bouwen in Slobbegors, niet boven de A15, maar bij de Noordhoek (oude Rivas-locatie) ziet men nog wel wat mogelijkheden. Men gaat de verkenning zo goed mogelijk doen, gaat de verdichtingsopgave zoveel mogelijk invullen en het oordeel is aan de raad om hier akkoord op te geven. Mevrouw VAN ES vraagt de wethouder om een toezegging bij de invulling van het Omgevingsplan concrete grenzen aan te geven over wat men verstaat onder groen waar niet in gebouwd wordt. Wethouder JANSSEN antwoordt dat de definitie van de verschillende parken zullen worden meegenomen in het Omgevingsplan. Hij verwijst hiervoor naar het door de raad vastgestelde Groenbeleidsplan van 2013 waarin de markering van de parken staat aangegeven. Ook in de beheersverordening zijn de grenzen vastgesteld. Men houdt vast aan het huidige beleid en de ingediende motie. Mevrouw VAN ES merkt op dat ook D-06, businesscase Cultuurplatform, bij de bespreking van de Kaderbrief niet mogelijk is. Bij het uitwerken van de opties verzoekt zij bij de kosten voor leegstand van het theater mee te nemen. Wethouder Verver zegt toe dat de uitkomsten van de businesscase Cultuurplatform voor de Kaderbriefbehandeling 2023 (in 2022) beschikbaar zal zijn. Daarin zullen de kosten/opbrengsten van leegstand van het theater worden meegenomen. De heer HOOGEVEEN merkt m.b.t.
D-04 op dat in het Groenbeleidsplan van december 2014 de exacte gegevens inzake de afbakening van parken beschreven staan. 07.
Regionale aangelegenheden. a. Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid; b. Gemeenschappelijke Regeling Drechtsteden;
3
Besluitenlijst Commissie ABZ van 11 januari 2021
Wethouder PAANS geeft aan dat de GRD, omdat de huidige regiosecretaris de heer Post de nieuwe gemeentesecretaris van Dordrecht wordt, op zoek is naar een nieuwe interim regiosecretaris/directeur. c. Alblasserdam-Vijfherenlanden; 08.
Beeldvorming aanbesteding accountant. De heer VAN DER GRAAF, voorzitter regionaal controllersoverleg Drechtsteden, verzorgt een presentatie. Aansluitend worden de volgende vragen en antwoorden uitgewisseld. Op de vraag van mevrouw BOKMA waarom een accountantskantoor de Drechtsteden niet als 1 perceel/geheel wil controleren geeft de heer VAN DER GRAAF aan dat dit te maken heeft met capaciteit. Tevens wenst men risico’s te beperken (bij gemeenten spelen veel bijzondere regelgevingen) en selectiever klanten (i.v.m. de kwaliteit van interne beheersing) te kiezen. In antwoord op de vraag van mevrouw VAN ES hoe zich dat verhoudt tot een eventuele wens van de Drechtsteden om i.v.m. kosten- en tijdbesparing wel de controle bij 1 accountantskantoor te laten doen geeft de heer VAN DER GRAAF aan dat de grotere kantoren dit vaak niet doen. Ook kent hij signalen van een Brabantse aanbesteding waar andere kantoren dit ook niet meer doen. Bij een aanbesteding van 7 gemeenten kwam vanuit de kantoren de vraag in percelen te denken. De redenen hiervoor kent hij niet en zou een marktverkenning moeten doen om hier een beeld van te krijgen. Hij merkt op dat zelfs het risico bestaat dat men helemaal geen inschrijvingen op de aanbesteding krijgt.
Op de vraag van mevrouw VAN ES of de raden aan de hand van deze verkenning een advies krijgen geeft de heer VAN DER GRAAF aan dat de griffiers/controllers, net als in de vorige aanbestedingsronden, ook weer een adviserende rol kunnen hebben. In antwoord op de vraag van de heer VAN DER TAK of men dit ambtelijk advies in maart kan ontvangen geeft de heer VAN DER GRAAF aan dat men nog niet weet hoe de regionale aanbesteding vormgegeven zal worden. Voorheen gebeurde dit middels een regionale begeleidingscommissie, waarbij de lokale raden op de stukken geadviseerd werden door de lokale griffier en controller. Deze advisering zou op verschillende momenten plaatsvinden: bij de marktverkenning, het vaststellen van aanbestedingsdocumenten (in juni/juli) en de beoordeling van de offertes (in het eindtraject). Op de vraag van de heer VAN DER TAK of het opdelen in percelen ambtelijk is onderzocht geeft de heer VAN DER GRAAF aan dat de prijs/kwaliteitverhouding, de (kwaliteit van) de interne controle en de (nieuwe) samenwerkingsvorm hierbij belangrijke criteria zijn. In antwoord op de vraag van de heer VAN DER TAK naar de uitkomst van de aanschrijving in Brabant geeft de heer VAN DER GRAAF aan dat de Brabantse aanbesteding initieel als 1 perceel is uitgevraagd, maar uiteindelijk is gegund aan (2 of 3) verschillende accountants.
4
Besluitenlijst Commissie ABZ van 11 januari 2021
Het valt mevrouw KARSO op dat het meer de vraag lijkt hoe de regio ervoor zorgt dat men aantrekkelijk blijft voor aanbieders i.p.v. te vragen wat men nodig heeft om de interne controle op orde te krijgen. Inzake het procesvoorstel en de planning mist zij de inventarisatie bij de verschillende gemeenten en de eigen ambtelijke organisatie door het college en de raad. De heer VAN DER GRAAF merkt op dat de nadruk zeker niet bij de accountant ligt. Men gaat, tegelijk met de marktverkenning, een inventarisatie doen van de wensen van de individuele organisaties. De reden van deze marktverkenning is dat men ziet dat accountants andere wensen hebben en het belangrijk is een realistische uitvraag te doen. De kwaliteit die de raad wenst is uiteraard leidend voor de aanbesteding. De standpunten van de gemeenten/GR m.b.t. de prijs/kwaliteit en de perceelindeling worden duidelijk in de inventarisatie. Tenslotte noemt hij de 2 afstemmingsmomenten: de interne controlebevindingen tussen de gemeenten en de GR onderling en de afstemming tussen de interne controllers onderling. Aansluitend geeft de heer BROUWER, concerncontroller gemeente Papendrecht, een lokale toelichting, gevolgd door de vraag of een afvaardiging van 2-3 raadsleden wil deelnemen aan een regionale werkgroep t.b.v. de beoordeling van de aanbestedingsoffertes en die hem in het voortraject kan voorzien van input m.b.t.
de te volgen strategie. Mevrouw KARSO merkt op dat men, omdat men alles met elkaar in de commissie wil bespreken, van afgevaardigden van de raad is afgestapt. Een goede interne verkenning die moet leiden tot een goed advies/voorstel. Uiteraard is zij wel beschikbaar om (in de commissie) input te leveren. Verder heeft zij geen voorkeur voor een grote of kleine partij en ook de hoeveelheid partijen maakt niet uit. Hoe men tot het beoogde resultaat komt is niet belangrijk. Graag meer het belang/perspectief van de gemeente naar voor laten komen. De heer BROUWER merkt op dat de input van de raad, als opdrachtgever van de accountant, belangrijk is voor de ambtelijke bestekvorming. Voor het beoordelen van offertes in het openbaar zou, wanneer men geen afvaardiging wenst, een oplossing achter gesloten deuren moeten vinden. De VOORZITTER concludeert dat de heer Brouwer ter voorbereiding op de bestekvorming de input van (enkele) raadsleden op prijs stelt, dat het inhoudelijke proces in de commissie en raad aan de orde komt, zodat alles procesmatig en inhoudelijk op de juiste tijd en plaats plaatsvindt.
De VOORZITTER dankt de heren voor hun inbreng en sluit dit agendapunt. 09.
Notitie extern deskundige Onderwijshuisvesting VO-scholen. De heer QUIST stemt in met de notitie. De heer KOSTEN geeft n.a.v. de notitie van de griffie aan dat het doel hiervan, het steunen van de raadsleden, helder is. Er is geen sprake van wantrouwen naar de organisatie of het college, maar van een gezonden reflectie op de eigen rol en
5
Besluitenlijst Commissie ABZ van 11 januari 2021
capaciteit van de raad. Op de vraag vanuit het fractievoorzittersoverleg (die zijns inziens te breed is uitgewerkt) wat men zo moet houden noemt hij een beeldvormende startbijeenkomst waarin men op de hoogte wordt gesteld van de ins en outs van het proces. Ook houdt men de second opinion (op basis van dezelfde informatie als de raad) en krijgt men graag advies op de inhoud die men heeft ontvangen van het college. De rest van het voorstel vindt hij, omdat het college reeds heeft toegezegd dat er een financiële second opinion komt, overbodig. Inzake de memo van het college begrijpt hij de zorgen van het college, is hij het er mee eens dat er geen sprake mag zijn van vertraging, dat men de wensen scherper mag formuleren en heeft hij geen behoefte aan een klankbordgroep. Mevrouw VAN ES merkt op dat de vraag inzake de memo van het college is of men wel of geen second opinion wil en wat men daaronder verstaat. Omdat dit het grootste financiële besluit is dat de raad van Papendrecht ooit heeft moeten nemen vindt zij het belangrijk dat men hiertoe over alle relevante informatie beschikt.
D66 ziet 2 opties: de raad laat onafhankelijk onderzoek doen op de besluitvormingspunten (ook zij vindt de notitie te uitgebreid omdat men zich bij een startbijeenkomst nog laat informeren) óf men laat geen onderzoek doen en neemt de zorgen van het college in de eigen notitie ter harte en ziet daarvan af. Bij de keuze voor de eerste optie, wel een second opinion, is de onafhankelijkheid belangrijk en moeten er niet te veel restricties worden geformuleerd. Het is raadzaam dit uit te stellen tot na de startbijeenkomst. De D66-fractie wenst wel een second opinion, zodat de hele raad eenzelfde informatieniveau heeft. De notitie van het college vindt men te groot, een second opinion moet worden gevormd op basis van de informatie die de raad krijgt. Als deze informatie niet toereikend zou zijn en toelichtingen behoeft, klopt er iets niet. Het college gaat niet uit van wat de fractievoorzitters in het overleg bedoeld hebben. Zij is van mening dat het college -omdat men dan compleet ingedekt is- een second opinion zou moeten omarmen. Verder merkt zij (m.b.t. de klankbordgroep) op dat de positie van de raad op gepaste afstand kaderstellen en controlerend moet zijn. Samenvattend: Ja, een second opinion op basis van de stukken die de raad ontvangt. T.z.t. (na de startbijeenkomst) vult men in wat men exact van het onderzoeksbureau wil ontvangen.
Gezien de offerte die is uitgebracht is duidelijk dat zij er niet vanuit gaan dat het een omvangrijk proces wordt. Omdat er sprake is van een omvangrijk besluit met bijbehorende gelden hecht de heer VAN DER TAK namens zijn fractie waarde aan een second opinion zoals benoemd in het memo. Zijn fractie steunt de reactie op de klankbordgroep niet, het wat (raad) en hoe (college) moet goed gescheiden worden. Tenslotte merkt hij op dat men bij de totale notitie van het college het gevoel heeft dat het college ‘de deur dicht wil houden’. De heer DEN DEKKER is vóór een second opinion, deze invulling is nodig om (als leken) de besluitvorming goed en gedegen te kunnen uitvoeren. M.b.t. de memo van het college is zijn fractie, om vermenging te voorkomen, niet voor een klankbordgroep.
6
Besluitenlijst Commissie ABZ van 11 januari 2021
Mevrouw KARSO vraagt de wethouder hoe hij de notitie van de griffier waardeert, waarom het verzoek aan het college inzake de memo is toegevoegd en van wie dit verzoek komt. Verder is haar fractie, i.v.m. de forse investering met heel veel variabelen, voorstander van een second opinion, zodat men goede besluiten kan nemen. Inzake de memo van het college kan de PvdA zich vinden in het voorstel van de externe financiële toets. Verder is ze niet voor een klankbordgroep en is het goed dat er sprake is van benchmarking. Tenslotte vindt haar fractie dat kwaliteit van besluitvorming belangrijker is dan een snelle besluitvorming. Mevrouw DE KEIZER vindt de informatie summier en vraagt zich af of de portefeuillehouder een toelichting op de memo kan geven. De heer VAN DEN DOOL is vóór een second opinion, hij vindt het belangrijk dat dit een breed gedragen besluit wordt. Men is echter niet vóór een dubbele second opinion en stelt voor hier 1 second opinion te maken. Zijn fractie is niet voor een klankbordgroep, maar voor een advies door een extern adviseur op basis van en ter toelichting op de stukken. Hij vraagt de wethouder hoe een dubbele second opinion te voorkomen is en hoe hiervan 1 voorstel te maken is. De heer VERWEIJ vindt het een complexe notitie (en had de neiging deze notitie enigszins te herschrijven).
Hij is het ermee eens dat áls er een second opinion moet plaatsvinden dit na de eerste voorlichtende bijeenkomst gebeurt. Uit de memo begrijpt men dat de raad op 2 momenten geïnformeerd/bijgespijkerd wordt. Hij is benieuwd of de portefeuillehouder meer informatie/kennis kan verschaffen, zodat men op grond van voortschrijdend inzicht (zonder iemand in te huren) op een andere manier aan een onafhankelijk advies kan komen. Beantwoording door het college Op de vraag van mevrouw Karso geeft wethouder DE RUIJTER aan dat men gezamenlijk een groot project gaat dragen en men belang heeft bij alles wat eraan kan bijdragen om dit op een zo goed, helder en zuiver mogelijke manier te doen. De griffie heeft gevraagd om hier ambtelijke en vanuit het college op te reageren. Inzake het proces merkt hij op dat men het traject is ingegaan met een interne projectleider en een aantal externe partijen en men een gerenommeerd bureau Synargys- heeft gezocht om hierbij te helpen. Hiermee is bij de intake afgesproken dat zij waar nodig de raad zullen informeren. Verder is er afgesproken aan het eind, met name over het financiële component, een second opinion te zullen vragen, waarvoor reeds afspraken zijn gemaakt met een ander bureau. Ook met dat bureau is afgesproken dat zij de raad een toelichting zullen geven. Tevens is het voor de raad mogelijk gesprekken met dit bureau te voeren.
Verder zal men, met het oog op de genoemde startbijeenkomst, op korte termijn (in maart) een bijeenkomst met de raad plannen, waarin het externe bureau een toelichting zal verzorgen inzake het gehele traject. Ook het idee achter de klankbordgroep, wat uiteraard niet noodzakelijk is, was om de raad zoveel mogelijk comfort te bieden om goede besluiten te nemen. De VOORZITTER merkt op dat de vraag van de griffie om een reactie van het college is opgenomen in de conceptnotitie aan de fractievoorzitters, waarop door
7
Besluitenlijst Commissie ABZ van 11 januari 2021
de fractievoorzitters akkoord is gegeven. De memo van het college is hier de uitvoering van. De commissie in tweede termijn Mevrouw VAN ES vindt dat men het begrip onafhankelijke second opinion moet definiëren, er kan geen sprake zijn van een onafhankelijke second opinion als dit wordt gedaan in opdracht van het college. Dit zou moeten gebeuren in opdracht van de raad. Zij vindt dat men -zeker bij een omvangrijk project- de rollen goed gescheiden moet houden, de raad beoordeelt -eventueel na een second opinionhet voorstel dat het college voorlegt. Als startbijeenkomst ziet men een bijeenkomst geleid door een expert gekozen door de raad, voorafgaand aan een (eventuele) second opinion. De heer VERWEIJ ziet 2 mogelijkheden: men giet de notitie in een hanteerbaar voorstel, waarbij een beeldvormende startbijeenkomst zal plaatsvinden en 2 belangrijke momenten genoemd worden waarbij de externe deskundige de raad van onafhankelijk advies voorziet. Bij de tweede mogelijkheid huurt het college een tweede bureau in voor een onafhankelijk (financieel) advies, die kritisch gaat kijken naar de uitgangspunten van het eerste bureau. De eerste mogelijkheid heeft men in de fractie besproken, de verdere opties wenst men in de fractie nog te bespreken.
De heer VAN DEN DOOL heeft namens zijn fractie behoefte aan een onafhankelijk (met name financieel) advies, maar vindt de vragen van de notitie van de griffie te breed. In het kader van de door de heer Verweij genoemde tweede optie ziet hij een mogelijkheid te komen tot een duidelijker en smallere opdrachtformulering voor een second opinion. Hierbij is het belangrijk dat er geen dubbele second opinion wordt gedaan. Om dit te voorkomen kan de raad de kennis en formulering van de notitie van het college gebruiken, om tot opdrachtverstrekking te komen en vervolgens (als de second opinion gedaan wordt) gebruik te maken van de gelegenheid om met het bureau dat de second opinion uitvoert te spreken over de context en achtergronden. In tegenstelling tot wat mevrouw VAN ES per interruptie aangeeft vindt de heer VAN DEN DOOL niet dat er op deze wijze sprake is van afhankelijkheid. Mevrouw DE KEIZER vindt de discussie verwarrend en stelt voor de memo kort en bondig te herschrijven en vindt het lastig tot een besluit te komen. De heer DEN DEKKER is het eens met mevrouw De Keizer. Kort samengevat heeft de raad de mogelijkheid zelf iemand in te huren voor een second opinion en het organiseren van een startbijeenkomst.
Óf gebruik te maken van het bureau dat het college heeft ingeschakeld om een gehele doorrekening te maken (zo hebben de fractievoorzitters het nooit bedoeld) en hier extra adviesverzoeken aan te kunnen doen (en komt men volgens mevrouw Van Es in de knel met de onafhankelijkheid). Verder zou men ook de opdracht van het college over kunnen nemen en dit bureau vragen het geheel door te rekenen en de raad te adviseren. Zijn fractie neigt ernaar om onafhankelijk advies in te winnen, gebaseerd op het verzoek van de raad.
8
Besluitenlijst Commissie ABZ van 11 januari 2021
Mevrouw VAN ES is per interruptie van mening dat het geen probleem is dat het college zich door een extern bureau laat adviseren om tot een goed voorstel te komen en een financiële doorrekening laat maken (dit hoeft de raad niet opnieuw te doen). Men wil op een aantal momenten een onafhankelijk advies op basis van de stukken die de raad heeft ontvangen om tot een goed besluit te komen. De heer VAN DEN DOOL vraagt per interruptie een reactie van de wethouder op het door de heer Den Dekker genoemde mogelijkheid om de raad de opdracht van het tweede bureau van het college over te laten nemen. De heer DEN DEKKER vindt dat men deze opdracht dan zou moeten aanvullen met het verzoek de raad te adviseren. Mevrouw VAN ES vindt het, per interruptie, een probleem dat dit bureau geen keuze van de raad is geweest. Een onafhankelijk advies begint met een eigen keuze voor een bureau. De heer VERWEIJ merkt per interruptie op dat het college, wanneer de raad opdrachtgever wordt van het onafhankelijk bureau, ook weer behoefte heeft aan een onafhankelijk bureau om hun voorstel te controleren. De heer KOSTEN vindt het belangrijk dat de second opinion plaatsvindt op basis van de informatie die de raad krijgt. Deze vindt plaats op twee beslismomenten haalbaarheidsonderzoek en een definitief ontwerp. Het college kan de raad hier ook op faciliteren.
Beide opties zijn mogelijk om te borgen dat men voldoende kwaliteit krijgt. Mevrouw KARSO vraagt zich af waarom er al partij gecontracteerd is en wat de opdracht inhoudt. Ook haar fractie hecht aan onafhankelijkheid en inhoud van de opdracht en is geen voorstander van het overnemen van de opdracht van het college. De heer VAN DER TAK heeft, om een goede keuze te kunnen maken hoe een second opinion vormgegeven dient te worden, behoefte dit nogmaals in de commissie te bespreken. Hij herkent de bezwaren inzake de onafhankelijkheid m.b.t. de keuze voor een onderzoeksbureau dat reeds door het college is gecontracteerd. Hij vraagt zich af om men tot een compromis kan komen in de opdrachtvoering. De heer QUIST vindt het bij een complex en groot project belangrijk niet te verzanden in details en diverse mogelijkheden openhouden. Beantwoording door het college in tweede termijn Wethouder DE RUIJTER merkt op dat het college afspraken heeft gemaakt met een bureau (Synargys) dat hen gaat begeleiden in dit project én met een bureau dat voor het college een second opinion doet over het financiële deel (Hevo). Het college heeft de raad aangeboden ook gebruik te kunnen maken van dit bureau. Omdat men dit voorstel in september aan de raad wil presenteren heeft men een aanbesteding gedaan en is men hiermee gestart.
Mevrouw KARSO merkt per interruptie op dat er sprake is van begeleiding en ondersteuning om te komen tot een raadsvoorstel, niet van een second opinion. Wethouder DE RUIJTER antwoordt dat de (financiële) second opinion, door een andere partij (Hevo), hierop volgt.
9
Besluitenlijst Commissie ABZ van 11 januari 2021
Mevrouw VAN ES vindt het per interruptie in het kader van de deadline heel belangrijk dat stukken aan de raad en het bureau tijdig verstuurd worden. De heer DEN DEKKER vraagt per interruptie bevestiging op zijn conclusie dat het adviesbureau helpt met het contractmanagement en een ander bureau de financiële doorrekeningen verzorgt en dat beiden reeds zijn gecontracteerd. Wethouder DE RUIJTER bevestigt dit. Hij stemt in met mevrouw Van Es dat men een gezamenlijke verantwoordelijkheid heeft om de stukken tijdig te verstrekken. De heer VERWEIJ concludeert dat men heeft vastgesteld dat de raad opdrachtgever wordt i.p.v. het college m.b.t. het tweede bureau voor het doorrekenen en een opdracht zal formuleren aan dit bureau en dit in de fracties kan bespreken. Mevrouw VAN ES is het per interruptie niet eens met deze conclusie. De VOORZITTER vindt het lastig dit te concluderen. Hij vat samen dat de notitie die er ligt niet rijp is voor besluitvorming en niet kan worden vertaald tot een raadsvoorstel en stelt vast dat er een nieuw, hanteerbaar, aangepast voorstel moet komen. De heer VAN DEN DOOL zou dit graag ambtelijk uitgewerkt zien. De heer DEN DEKKER is het hier niet mee eens en vindt dat het voorstel uit de raad moet komen.
De heer VERWEIJ is, ter vervanging van mevrouw Karso, bereid deel te nemen aan de klankbordgroep, om samen met de griffier tot een nieuw duidelijk voorstel te komen. Mevrouw VAN ES vraagt de griffie geen stukken (namens de klankbordgroep) meer rond te sturen met de vraag hierop te reageren. De VOORZITTER concludeert dat men met oog en aandacht voor het proces in goede samenspraak met de griffie een goed vervolg zal geven aan dit belangrijke dossier 10.
Principebesluit toekomst regionale samenwerking Drechtsteden. De heer A. STREMLER vindt het fijn te lezen dat het lokale klimaat het startpunt is van de klassieke GR en heeft er vertrouwen in dat dit geen opmaat naar een Drechtstad zal worden. Geen gedwongen winkelnering en het takenpakket moet passen bij Papendrecht. Er moet op worden gelet dat de belangrijke sterke Papendrechtse punten en netwerken niet worden belemmerd of verloren gaan door de nieuwe opzet. De transformatie biedt een goed moment om gedelegeerde en gemandateerde taken onder de loep te leggen. Verder wenst hij een onderzoek naar bredere samenwerking met de gemeenten in de Alblasserwaard en de mogelijkheid voor het instellen van een adviescommissie voor de klassieke GR. Om achter dit principebesluit te kunnen staan wenst de heer VAN DEN DOOL hier twee aanvullingen aan toe te voegen. M.b.t. de bedrijfsvoering denkt men dat huidige situatie (SSC) alle voordelen benut en ziet in de centrumgemeente constructie geen extra voordelen, maar wel nadelen. Men is geen mede-eigenaar meer en wordt in grotere mate afhankelijk van Dordrecht. Uiteraard is bedrijfsvoering een taak van het college en is de raad alleen kaderstellend. Hij vraagt de portefeuillehouder hoe die kaderstellende rol van de raad in deze nieuwe constructie valt in te vullen en hoe de afhankelijkheid van Dordrecht verminderd
10
Besluitenlijst Commissie ABZ van 11 januari 2021
kan worden. Ook m.b.t. de Sociale Dienst komt de raad op grotere afstand en voelt zijn fractie frustratie over de zienswijzen op dit belangrijke beleidsterrein. Hij is blij dat het geen centrumgemeenteconstructie maar een GR is, maar ook hier ziet de wetgeving een democratisch tekort (beleidsrijke taken die in grotere maten op deze manier georganiseerd worden en waarbij raden op achterstand komen). Men vindt het belangrijk dat er adviescommissie komt waarin raden vertegenwoordigd zijn, die (ongevraagd) advies kan geven. Verder is er het probleem van stad en platteland en het risico van een disbalans in de GR. Om deze reden zou men aansluiting van Gorinchem en Molenlanden toejuichen. De heer VAN DEN DOOL sluit af met de vraag of de andere fracties het eens zijn met een adviescommissie voor de SD en de concrete verkenning voor aansluiting van Gorinchem en Molenlanden bij de SD en zo ja, of men dit in een amendement wil opnemen. Ook mevrouw BOKMA is niet blij met de gekozen route en hoopt dat er in het uiteindelijke voorstel aandacht komt voor de invloed van de raad en dat deze zoveel mogelijk vergelijkbaar aan de Drechtraad wordt behouden. Omdat dit mogelijk het proces tot de omvorming vertraagt weet zij niet of het verstandig is nu al te kijken naar actieve toetreding van Gorinchem en Molenlanden. Ook de heer KOSTEN voelt geen commitment.
Hij is het niet eens met de bijdrage van de heer Van den Dool over de uitzondering van de Servicegemeente en de kaderstellende rol van de gemeenteraad. Inzake de uitbreiding van de GR vraagt hij of er reeds afspraken zijn gemaakt met andere gemeenten en of wordt nagedacht over invulling hiervoor. In antwoord op de vragen van de heer Van den Dool is hij voor uitbreiding van de GR, daar waar het gaat om de adviescommissie zou hij graag meer willen weten over de effectiviteit en de vorm hiervan. De heer DENK DEKKER is er namens zijn fractie van overtuigd dat het college de belangrijkste punten voor Papendrecht (geen gedwongen winkelnering bij de SG, geen overheersing van stedelijke gebieden in de GR, open staan voor gemeenten om ons heen, aandacht voor cultuur en recht doen aan de positie van de raden) heeft ingebracht en dat deze zijn opgenomen in het principebesluit. Ook zijn fractie heeft echter geen warme gevoelens bij dit voorstel. Men vindt de adviescommissie, de uitnodiging naar andere gemeenten en het indienen van een amendement hiertoe een goed idee. De heer LAMMERS merkt op dat er sprake is van een goed compromis, een gevolg van eerder ingezette besluitvorming.
De goede samenwerking (vooral de SD) wordt bestendigd, het biedt Papendrecht meer onafhankelijkheid, hetgeen kansen geeft tot samenwerking met andere gemeenten, het is belangrijk dat de gemeentelijke autonomie geborgd wordt en er tegelijkertijd extra geïnvesteerd wordt in gemeentelijke samenwerking. Mevrouw KARSO vindt dat samenwerking met andere partijen niet moet resulteren in het inperken van de onafhankelijkheid. Dit voorstel vergelijkend met een SSC ziet haar fractie -zeker in deze fase- vooral risico’s, is men benieuwd naar het standpunt van het college en vindt het hierbij belangrijk de randvoorwaarden goed te bepalen.
11
Besluitenlijst Commissie ABZ van 11 januari 2021
Mevrouw VAN ES merkt op dat de focus moet liggen op het verkrijgen van de beste resultaten voor de inwoners. Zij mist de beloofde uitwerking op een aantal punten van Dordrecht, is niet zeker of men in de komende raad akkoord wil gaan met het principebesluit (uiteindelijk zal men wel akkoord gaan met de uiteindelijke GR-tekst en andere voorstellen) en voelt er niets voor in dit stadium een amendement in te dienen (maar hen wel een verzoek te doen op te nemen wat in de nieuwe GR-wet toch al wordt geëist) en hoopt dat geen van de gemeenten dit doet. Beantwoording door het college Burgemeester MOERKERKE begrijpt dat men er geen warm gevoel bij heeft, omdat het voor Papendrecht niet had gehoeven. Inmiddels hebben Dordrecht, Zwijndrecht en Hardinxveld-Giessendam instemmend gereageerd en moeten Hendrik-Ido-Ambacht, Sliedrecht en Papendrecht nog reageren. De eerste reactie van de Provincie is ook erg positief, met als zorgpunt de positie van kleinere DSgemeenten over de strategische- en uitvoeringskracht. Zij geven mee dat ondernemers en instellingen behoefte blijven houden aan 1 aanspreekpunt in de regio en dat vroegtijdige afstemming tussen de gemeenten over belangrijke beleidsonderwerpen belangrijk is. Dit betekent niet dat Papendrecht akkoord gaat met het hele principebesluit en alles wat in de toekomst voorligt.
Men wil een aantal zaken uitgewerkt hebben en er zullen op een aantal punten go-no go momenten (juridische, bij een verdere uitwerking van de klassieke GR voor de SD en de centrumgemeenteconstructie) komen. Verder vindt de burgemeester de mogelijkheid voor een adviescommissie een goed idee, maar raadt op dit moment (omdat men reeds heeft aangegeven uitnodigend te willen zijn naar andere gemeenten) een amendement over verkenning naar andere gemeenten af. Hetzelfde geldt voor de verdere uitwerking van de centrumgemeente, ook hierin is een aantal uitgangspunten opgenomen dat gemeenten betrokken moeten worden. De borging van de lokale kaderstellende rol begint door goede afspraken te maken met de portefeuillehouder als vertegenwoordiger van de klassieke GR en de raad. Ook de adviescommissie zou hierbij een rol kunnen spelen. Vanuit Papendrecht zelf is een kerngroep opgesteld die gaat kijken naar de lokale gevolgen en zal helpen de voorstellen te voorzien van een Papendrechtse tintje. Het uitgangspunt is om bij een centrumgemeenten zoveel mogelijk afspraken aan de voorkant te maken en te blijven toetsen en bij een klassieke GR om de positie van de raad zoveel mogelijk te borgen. De uitwerking van deze zaken blijven ook voor het college een go-no go.
De commissie in tweede termijn Mevrouw BOKMA vindt het fijn in het voorstel te lezen wat de Papendrechtse input van het college tijdens de collegeconferenties is geweest. De heer VAN DEN DOOL hoort brede steun voor de adviescommissie voor de SD en voor het idee de concrete samenwerking te verkennen. As. zaterdag zullen de CDA-fracties en wethouders van de regio, inclusief Gorinchem en Molenlanden, een overleg hebben om dit actief te verkennen.
12
Besluitenlijst Commissie ABZ van 11 januari 2021
Mevrouw BOKMA vindt het voorbarig te concluderen dat de VVD-fractie hierin meegaat omdat men juist voorstelt dat dit niet verstandig is. De heer VAN DE DOOL heeft dit gehoord en heeft aangegeven dat de meerderheid van de commissie hier steun voor uitsprak. M.b.t. tot haar vrees voor vertraging en de mogelijkheid dat men zonder GR komt, geeft hij aan dat men bij vertraging langer in de oude situatie blijft en er juridisch niets wordt opgeheven. M.b.t. de kaderstellende rol inzake de bedrijfsvoering geeft de heer VAN DEN DOOL aan dat de raad een begroting voor de organisatie vaststelt, daarmee bepaalt hoeveel dit mag kosten en vooraf kwaliteitsnormen vaststelt. In een centrumgemeenteconstructie daarentegen neemt men diensten af van een organisatie waarover men niets te zeggen heeft. Waar in de notitie wordt gesproken van geen gedwongen winkelnering, merkt hij op dat dit bij een centrumgemeente niet mogelijk is. Tenslotte noemt hij het voorgestelde amendement, de twijfel -van diverse fracties- over de besluitvorming en het zorgpunt van de Provincie voor de kleinere gemeenten (en hierdoor zijn angst voor een herindelingsagenda voor de DS in de toekomst).
Ook de heer STREMLER vindt dat er sprake is van een compromis, ziet geen voordeel in de zienswijzen, vindt het belangrijk goede randvoorwaarden te bedingen, zou akkoord gaan om een Papendrechts tintje mee te kunnen geven, heeft vernomen dat Dordrecht een amendement heeft ingediend en vraagt zich af waarom Papendrecht dat niet zou doen. Tenslotte noemt hij nogmaals de mandatering en delegatiebevoegdheden en samenwerking met Gorinchem en Molenlanden. Ook de heer LAMMERS vindt het verstandig mandatering en delegatie tegen het licht te houden, wijst op de kansen voor intensievere samenwerking en pleit voor de Lightrail om Papendrecht vooruit te brengen. Mevrouw VAN ES merkt op dat heel veel tegenstellingen waar zijn, het is moeilijk maar men moet kansen pakken. Omdat het college zich heeft ingezet om deze punten erin te krijgen en men toch Papendrechtse inbreng wil hebben zal haar fractie niet tegen het principebesluit stemmen. Men moet er het beste van maken. Beantwoording college in tweede termijn Burgemeester MOERKERKE vindt het inderdaad belangrijk een positief gevoel uit te stralen en er het beste van te maken. Hij merkt, n.a.v. de opmerking van de heer Van den Dool, op dat er naast een juridische vrees ook een praktische vrees bestaat dat iedereen doorgaat en wij niet.
Hij is daarom van mening dat ook Papendrecht door moet gaan en aandacht moet blijven vragen voor de eerdergenoemde punten. Het amendement raadt hij, omdat in de tekst staat dat men uitnodigend is naar andere gemeenten, in eerste instantie af. Verder zal het college zeker aandacht besteden aan de adviescommissie. (De Lightrail in Papendrecht vindt hij een dappere poging dit onderwerp in te brengen.) Mevrouw VAN ES vraagt of de portefeuillehouder op de hoogte is van ingediende amendementen en vraagt de griffie bij te houden in welke gemeenten amendementen op dit besluit worden aangenomen. Burgemeester MOERKERKE
13
Besluitenlijst Commissie ABZ van 11 januari 2021
geeft hierop aan dat het ingediende amendement in Dordrecht en HardinxveldGiessendam -na het advies van het college- zijn ingetrokken. Bij de gemeenten die het reeds behandeld hebben zijn geen tekstuele veranderingen doorgevoerd. De heer KOSTEN vraagt de portefeuillehouder naar zijn mening inzake een motie naar de omliggende gemeenten, waarin men een aantal uitspraken doet. Burgemeester MOERKERKE geeft aan dat het college niet tegen een motie kan zijn waarin de raad het college een opdracht meegeeft voor aandachtspunten voor toekomstige onderwerpen. De tekst/intentie van het principebesluit verandert hier echter niet mee. De heer KOSTEN geeft aan dat zijn fractie het belangrijk vindt om bijvoorbeeld mee te geven dat men geen commitment voelt. De commissie adviseert aansluitend de onderhavige stukken als bespreekstuk door te leiden naar de gemeenteraad. 11.
Terug en vooruitblik Drechtstedendinsdag. -
12.
Sluiting. Niets meer aan de orde zijnde sluit de VOORZITTER de vergadering om 23.50 uur onder dankzegging aan eenieder voor diens inbreng. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raadscommissie ABZ op 1 februari 2021.
Mevr. C.G.M. Bus (griffier)
de heer J.L. van Erk (voorzitter)
TOEZEGGINGEN 1. Businesscase Cultuurplatform Portefeuillehouder Verver Wethouder Verver zegt toe dat de uitkomsten van de businesscase Cultuurplatform voor de Kaderbriefbehandeling 2023 (in 2022) beschikbaar zal zijn. Daarin zullen de kosten/opbrengsten van leegstand van het theater worden meegenomen. 2. Brief Stedin Portefeuillehouder Paans De brief van Stedin over financiële positie en uitgifte van aandelen wordt z.s.m. met de raad gedeeld.
14