20201126 SAL Verslag.pdf
Tekst van het document
Besluitenlijst Commissie Samenleving van 26 november 2020
BESLUITENLIJST VAN DE OPENBARE ONLINE VERGADERING VAN DE RAADSCOMMISSIE SAMENLEVING d.d. 26 november 2020 (reguliere aanvang 20.00 uur). Een integrale geluidsopname van deze vergaderingen is te beluisteren op
www.papendrecht.nl Aanwezig: De L.T. van den Dool, (voorzitter), Mevrouw S. Verdoorn (PAB), mevrouw B. de Heer (PAB) (vanaf 20.30 uur), mevrouw K.E. Middelkoop-van den Adel (CDA), mevrouw L. Middelkoop (CDA), mevrouw A. Bokma (VVD), de heer J.L. van Erk (Christen Unie), de heer J.G.S. van der Tak (Onafhankelijk Papendrecht), de heer M.G.C.H. Hardam (Onafhankelijk Papendrecht), de heer L.J. van Hal (D66), de heer S. Suijker (D66), de heer W. Goudriaan (SGP), de heer H. Mooij (PvdA), de heer T. Wolters (PvdA), mevrouw Y. van Engelen (GroenLinks) en de heer L. Quist (GroenLinks). De heer E. Magnee, interim-directeur SOJ, inzake agendapunt 08; Mevrouw C. Verver portefeuillehouder De heer A.M.J.M. Janssen, portefeuillehouder De heer C. de Ruijter, portefeuillehouder De heer P.L. Paans, portefeuillehouder Mevrouw C.G.M. Bus, griffier. Afwezig: de heer A.N. Tromp (PAB), mevrouw A.J. van der Matten-Spek (CDA), mevrouw S.H. de Keizer (VVD), de heer A.P.J. den Dekker (ChristenUnie), de heer R. Lammers (Onafhankelijk Papendrecht), mevrouw T.C. van Es (D66), de heer A.J. Kosten (SGP), de heer A. Boersma (SGP), mevrouw D. Yildiz-Karso (PvdA), de heer B.H. Grimmius (GroenLinks) 01.
Opening. De voorzitter opent de vergadering en heet eenieder van harte welkom. Er is een afmelding van de heer Tromp.
02.
Vaststelling van de agenda. De VOORZITTER geeft aan dat de heer Ed Magnee, interim-directeur van het SOJ, zich bij agendapunt 8 aan de commissie zal voorstellen. De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld.
03.
Vaststelling van de besluitenlijst van de openbare vergadering van 15 oktober jl. Het verslag wordt ongewijzigd vastgesteld.
04.
Spreekrecht. Er wordt geen gebruik gemaakt van het spreekrecht.
05.
Vragenkwartier. Er zijn geen vragen.
1
Besluitenlijst Commissie Samenleving van 26 november 2020
06.
Lijst ingekomen stukken en mededelingen. Op de vraag van mevrouw Middelkoop, inzake A-04 ondersteuning gedupeerde ouders kinderopslag, hoe erg de 15 Papendrechtse 15 gezinnen zijn gedupeerd en wat er voor hen wordt gedaan geeft wethouder DE RUIJTER aan dat deze gezinnen zijn aangemeld bij de SDD, die -indien nodig i.s.m. Sterk Papendrechtondersteuning van deze ouders op zich neemt. De SDD zal komende week nogmaals een bericht op sociale media doen uitgaan dat men zich kan melden bij de SDD. Inhoudelijk is men, volgens afspraak, verder niet op de hoogte van de casuïstiek. Mevrouw MIDDELKOOP roept wel op deze zaak te blijven volgen, zodat men zo goed mogelijk ondersteund wordt en het vertrouwen in de overheid hersteld kan worden. De heer SUIJKER dankt voor de onder D-01 genoemde RIB inzake pilots en projecten sociaal domein en is blij met de toezegging voor een volgende update bij de jaarrekening 2020. De resterende vragen n.a.v. de RIB zal zijn fractie in de komende weken bij de verschillende commissies/agendapunten aangaande dit onderwerp (bv. het armoedebeleid) stellen.
Op de vraag van de heer VAN ERK inzake D-01, pilots en projecten sociaal domein/inzet jeugdhulp bij huisartsen, waarom het contract met de huidige praktijkondersteuner is beëindigd en waar aan wordt gedacht bij een passende nieuwe opzet geeft wethouder DE RUIJTER aan dat dit te maken had met techniek (een arbeidsrechtelijke keuze), dat een nieuw contract opgesteld gaat worden en dat men samen met huisartsen aan het kijken is naar invulling van deze functie. Er zijn verder geen opmerkingen m.b.t. de ter inzage gelegde stukken of mededelingen.
07.
Regionale aangelegenheden. a. Gemeenschappelijke Regeling Dienst Gezondheid en Jeugd Zuid-Holland Zuid en SOJ; Wethouder PAANS geeft aan dat tijdens de laatste AB-vergadering n.a.v. de tweede bestuursrapportage SOH het financiële nadeel, dat reeds verwerkt is in de eigen tweede concernrapportage, aan de orde is gekomen. Tevens is inzake de concept nota reactie begrotingswijziging 2020 nogmaals aandacht gevraagd voor de deflatie van de waarde van een zienswijze. Binnen het AB-bestuur ontving hij hierover steun van de andere gemeenten (o.a. de Hoekse Waard). Men zal vanuit Papendrecht blijven aandringen om actief te zoeken naar een andere methodiek. Namens de gemeente Papendrecht heeft hij bij het DB aandacht gevraagd voor de conceptnota van reactie op de uitgebrachte zienswijze. Hierover heeft de voorzitter van het DB toegezegd contact op te zullen nemen. Hij verwacht hem hier morgen over te spreken. Zodra de vastgestelde nota van reactie is ontvangen zal hij deze doorsturen naar de raad. Voorts geeft de wethouder aan dat de screening door adviesbureau AEF, om te kijken of de (eigen) uitvoeringsagenda Jeugdhulp past bij de aanbevelingen die worden gedaan in het governance-rapport, een positief resultaat heeft. De punten in het actieprogramma sluiten hier naadloos bij aan. Momenteel is men druk bezig
2
Besluitenlijst Commissie Samenleving van 26 november 2020
de verschillende maatregelen samen met de partners (o.a. de huisartsen) vorm te geven. Onderdeel hiervan is het zelf opstellen van een nieuwe lokale jeugdhulp analyse, waarbij men de informatie vanuit de SOJ gebruikt. Inzake de toezegging op de vraag van heer van der Tak inzake de effecten van het nieuwe verdeelmodel Jeugd heeft men het advies gegeven te wachten met een effectenonderzoek op een nieuw verdeelmodel. De heer VAN HAL is blij dat AEF positief reageert op de uitvoeringsagenda en is benieuwd naar de terugkoppeling van de resultaten van de pilots en analyses. Wethouder PAANS zegt toe dit schriftelijk te zullen delen. De heer VAN HAL wenst de opbrengsten van pilot in de commissie met de wethouder te bespreken. Wethouder PAANS stemt hiermee in en zal hierop terugkomen. b. Gemeenschappelijke Regeling Openbaar Lichaam Sociale Werkvoorziening Drechtsteden (Drechtwerk); Wethouder PAANS geeft aan dat men, ondanks/mede dankzij corona, kennis heeft kunnen nemen van het positieve resultaat. Richting de landelijke verkiezingen ziet men dat diverse partijen aandacht vragen voor de positie van het SW-bedrijf. Terwijl het bijna was wegbezuinigd ziet men nu dat deze functie weer opgewaardeerd wordt, hetgeen recht doet aan de functie die het SW-bedrijf binnen de regio inneemt. 08.
Zienswijze Governance Jeugdzorg ZHZ De heer MAGNEE stelt zichzelf voor en geeft een korte toelichting op zijn achtergrond en de zienswijze. De heer VAN DER TAK is verheugd over de zaken die de heer Magnee noemt. Op zijn vraag of er in de bestuursrapportage ook een dashboard opgenomen gaat worden, zodat de raad meer inzicht heeft dan tot nu toe het geval is, geeft de heer MAGNEE aan dat er in de P&C-cyclus van de DG&J naar de timing van de buraps wordt gekeken, of deze (i.p.v. 2 keer per jaar) -i.v.m. de jaarrekening en jaarstukken- op andere momenten moeten plaatsvinden. Omdat de inhoud een langere periode beslaat en niet altijd actueel is biedt dit weinig sturingsinformatie, het geeft daarentegen wel een historisch overzicht. Hij zegt toe de mogelijkheid te bekijken of het nuttig/mogelijk is de graphics die in de managementrapportage staan eventueel ook in de burap op te nemen. Aansluitend worden enkele vragen en antwoorden uitgewisseld inzake de zienswijze: De heer VAN DER TAK vraagt waarom men de reden achter de andere contractafspraken voor de aansturing van de SJT en de beëindiging van het contract niet in de zienswijze terugvindt. Tevens informeert hij naar de visie en ambitie van het college rondom afspraken inzake het opdrachtgeverschap en of dit in lijn is met besluitpunt 5 van de zienswijze.
Tenslotte vraagt hij of, zoals toegezegd in de commissievergadering van 16 september jl., het onderzoek inzake de sturingskant reeds in gang is gezet en of de portefeuillehouder te rade is gegaan bij de concerncontroller. De heer VAN ERK is nog steeds van mening dat men het achterliggende doel klein moet blijven definiëren, zodat geen kind tussen wal en schip terecht komt. Zijn fractie is blij met de weg die wordt ingeslagen en vraagt wat de portefeuillehouder verwacht t.a.v. de
3
Besluitenlijst Commissie Samenleving van 26 november 2020
concrete uitwerking in Papendrecht voor 2021 voor deze verandering. Tenslotte stemt zijn fractie van harte in met deze zienswijze. De heer VAN HAL kan zich namens zijn fractie vinden in de zienswijze en is blij dat een aantal aanbevelingen van AEF wordt overgenomen. Omdat de definitie dat kinderen niet tussen wal en schip mogen vallen zijns inziens gelijk staat aan het geven van een blanco cheque, vindt men het belangrijk een goede definitie te maken. Mevrouw VERDOORN stemt namens haar fractie in met de zienswijze, die haars inziens nog iets scherper had gekund. Zij vraagt zich af hoe reëel een definitie voor dit jaar nog is. Tevens vraagt zij zich af hoeveel draagvlak de zienswijze procedure nog heeft, omdat in de LIS alweer een nieuwe zienswijze voor 2021 staat. Mevrouw C. MIDDELKOOP vindt het fijn dat het AB de adviezen van AEF wil gebruiken als kader voor de doorontwikkeling van de regionale samenwerking. Er wordt een zienswijze gevraagd over het onderbrengen van de SOJ bij de DG&J, die zich -met een eigen begroting- zal richten op het faciliterende deel. Zij vindt het een goede zaak over 34 jaar, na evaluatie, mogelijk over te gaan tot 1 begroting. In beide zienswijzen is de noodzaak om tot een afbakening en definiëring van jeugdhulp te komen van belang. Zij vraagt zich af hoe de heer Magnee de nieuwe rol van de SOJ binnen de DG&J ziet.
Tenslotte vraagt zij (namens de regionale werkgroep Jeugd) of de tijd rijp is het mandaat/delegatieregeling van de GR tegen het licht te houden. Mevrouw BOKMA stemt namens haar fractie in met de zienswijze, hecht belang aan een juiste definitie van jeugdhulp en maakt zich zorgen over de uitvoeringskosten voor het zelfstandig per gemeente opstellen voor een DVO. De heer WOLTERS gaat namens zijn fractie akkoord met de zienswijze. Men vindt een duidelijke definiëring van het begrip jeugdhulp belangrijk, maar is wel bang voor het ontstaan van grijze gebieden met het gevaar dat mensen toch tussen wal en schip vallen. Ook de heer GOUDRIAAN ziet, omdat geen kind tussen wal en schip mag raken, z.s.m. uit naar de definitie van jeugdhulp. Hij vraagt zich af hoe verbeterpunt 2 (meer samenwerking) zich verhoudt tot punt 1 (meer lokale sturing). Mevrouw VAN ENGELEN vindt de definitie van jeugdzorg zeer belangrijk en kan zich vinden in de zienswijze. Eerste termijn beantwoording de heer Magnee De heer MAGNEE geeft aan dat afbakening/definitie jeugdhulp primair een lokale aangelegenheid is. Ondanks het feit dat de SOJ hierbij vanuit kennis en expertise nauw betrokken is, is het aan de gemeente/de raad zelf om te bepalen wat men als jeugdhulp wil inzetten. Het zijn de jeugdteams/wijkteams/huisartsen die bepalen welke hulp wordt ingezet.
Er is een ambtelijke werkgroep actief die hier regionaal advies voor ontwikkelt en met een advies komt voor de aanpassing van de verordening en de nadere regels. Belangrijker is dat de gemeente verder gaat in de ontwikkeling van de preventieve- en welzijnsvoorzieningen, die ingezet kunnen worden om te voorkomen dat specialistische jeugdhulp nodig is.
4
Besluitenlijst Commissie Samenleving van 26 november 2020
In antwoord op de vraag inzake lokale sturing/regionale samenwerking geeft hij aan dat het netwerk MT+ sociaal domein (directeuren/managers SD van de 10 gemeenten), als uitwerking van het AEF-advies, een plan ontwikkelt om regionale afstemming te hebben op de lokale vraagstukken. Inzake de uitvoeringskosten van de lokale contractering jeugdteams wordt vanuit het netwerk MT+ sociaal domein een juridisch framework gemaakt waarvan alle 10 de gemeenten gebruik kunnen maken. Men maakt lokale (prestatie/resultaat) afspraken met de SOJ’s, maar de juridische context wordt gezamenlijk voorbereid. De administratieve lasten probeert men hierdoor zoveel mogelijk te beperken. In antwoord op de vraag over het samenvoegen van de begrotingen SOJ en DG&J wenst de heer MAGNEE onderscheid te maken tussen de operationele begroting, die eenvoudig samen te voegen is. De vraag is of men de uitgave jeugdhulp als begroting wil onderbrengen bij de begroting van de DG&J. Hij noemt hierbij het risico op de publieke gezondheid dat de DG&J/GGD loopt wanneer er sprake is van tekorten. Tevens noemt hij de mogelijkheid dat de begroting jeugdhulp op enig moment terugkeert naar de gemeente. Des te meer men lokaal gaat organiseren, des te logischer het is lokaal de verantwoordelijkheid voor de jeugdhulp te houden.
Dit zijn vraagstukken die in het AB aan de orde komen en waar men in de uitvoering van het AEF-advies de komende maanden naar zal kijken. Ter beantwoording van de vraag naar zijn visie op de nieuwe rol/taken van de SOJ geeft hij aan dat de gedelegeerde bevoegdheid voor het inkopen van specialistische jeugdhulp niet verandert. De gemandateerde rol in de contractering van de stichting jeugdteams gaat terug naar de gemeente en vervalt. Ondanks de bereidheid tot de resterende taak, advies op beleidsvraagstukken, vindt de heer MAGNEE beleidsontwikkeling een lokale taak. Wanneer men echter van de gemeente verwacht dat er meer wordt ingezet op preventie en voorliggende voorzieningen vindt hij dat de DG&J hier ook een rol in moet hebben. Eerste termijn beantwoording college Inzake opdrachtgeverschap geeft wethouder PAANS aan dit bij de gemeente komt te liggen en de reden is dat de contractafspraken met de SJT zullen veranderen. Om goed opdrachtgeverschap te kunnen vervullen is het nodig de lokale jeugdvisie, die is getoetst door AEF, te hebben. In antwoord op de vraag inzake de concerncontroller geeft de wethouder aan dat hij niet samen met de controller zou kijken naar de sturing, maar dat hij de uitleg inzake de vraag over het nieuwe verdeelmodel reeds heeft gegeven.
Inzake de plannen voor 2021 geeft hij aan dat de top 3 verbeterpunten bestaat uit de lokale sturing op inhoud, de kostenbeheersing en de samenwerking van gemeenten. Verder geeft de wethouder aan dat de definitie van jeugdzorg begin 2021 op de agenda van het AB staat, maar dat men hier zelf ook mee aan de slag gaat. Tevens is hij zich bewust van de genoemde deflatie van zienswijzen en zal hier aandacht voor blijven vragen. Inzake het mandaat/delegaat merkt hij op dat een deel van het mandaat reeds naar de gemeente komt. M.b.t. delegatie heeft men het komende jaar met de voorgenomen plannen genoeg te doen en moet men oppassen wat men aan kan en wat de effecten zijn als men iets delegeert. Tenslotte merkt hij inzake de opmerking geen kind tussen wal en schip op dat mensen in nood geholpen moeten worden, maar dat dit (i.v.m. de financiën) enige begrenzing
5
Besluitenlijst Commissie Samenleving van 26 november 2020
vereist. Geen mens tussen wal en schip en binnen budget blijven is voor de wethouder een oneigenlijke opdracht. De commissie in tweede termijn De heer VAN HAL geeft aan dat het Sociaal en Cultureel planbureau heeft aangegeven dat preventie en voorlichting niet oplevert wat men wenst, maar er voor zorgt dat kinderen die echt hulp nodig hebben in het gedrang komen. Hij is blij dat de wethouder zich focust op de top 3 van AEF en dat een definitie van kinderen in nood belangrijk is. Mevrouw VERDOORN ging ervan uit dat men de vraag om een algemene definitie van jeugdzorg bij het DB heeft neergelegd, terwijl de heer Magnee aangeeft dat dit aan de gemeente is, hetgeen inhoudt dat 10 gemeenten een definitie gaan maken. Mevrouw C. MIDDELKOOP stemt namens haar fractie in met de zienswijze. De heer VAN ERK vraagt zich af hoe de lokale besteding en behoeftes van jeugdhulp zich (in de toekomst) verhoudt tot het gekozen centrale inkoopkader. De heer VAN DER TAK vraagt wat de verplaatsing van het opdrachtgeverschap naar de gemeente voor de gemeente Papendrecht inhoudt m.b.t. mensen en middelen (en of de beleidscapaciteit van de SOJ zich ook naar de gemeente verplaatst). Beantwoording in tweede termijn De heer MAGNEE geeft aan dat het Rijk de ruime definitie van jeugdhulp heeft vastgelegd in de jeugdwet, zodat gemeenten zelf de vrijheid hebben hierin keuzes te maken.
De bedoeling van de werkgroep is te komen tot 1 advies over deze normering, normalisering en afbakening en 1 geadviseerde verordening. Sommige gemeenten gaan in deze keuzes verder dan anderen (bv. huiswerkbegeleiding, dyslexiebehandeling, sport en spel ter bevordering van weerbaarheid, etc.) en het zijn lokale vraagstukken met veel grijze gebieden waarin men lijnen en kaders moet zien te vinden. Inzake preventie en de opmerking in het rapport van het SCP dat het vroeg in beeld hebben van jeugdigen kan leiden tot een aanzuigende werking geeft hij aan dat vroeg signalering er ook toe leidt dat men problemen in de kiem kan smoren. Omdat dit een politieke vraag is had de heer VAN HAL een reactie van de wethouder gevraagd. Inzake de financiën merkt de heer MAGNEE op dat wanneer de solidariteit tussen de 10 gemeenten volledig is afgebouwd iedere gemeente verantwoordelijk is voor de financiële resultaten en de lokale keuzes die daar invloed op hebben. Het gevolg op het inkoopkader is dat het aan de gemeenten zelf is of zij producten wel of niet inzetten. Op de vraag inzake het rapport van het SCP geeft wethouder PAANS aan dat men gaat kijken hoe men de algemene landelijke conclusies kan toepassen op het lokale beleidsplan Sociaal Domein. M.b.t. de definitie van jeugdhulp geeft hij aan dat men regionaal/lokaal moet kijken of er sprake is van een jeugdprobleem of bv.
een taak van het onderwijs.
6
Besluitenlijst Commissie Samenleving van 26 november 2020
De heer VAN HAL merkt per interruptie op dat men ook moet kijken of het überhaupt een taak voor de gemeente is. De gemeente is niet overal verantwoordelijk voor, mensen moeten ook zelf hun eigen verantwoordelijkheid nemen. Wethouder PAANS is het hiermee eens. Inzake het opdrachtgeverschap geeft wethouder PAANS aan dat dit een heel andere rol voor de gemeenten wordt. Wat dit betekent voor de capaciteit en kosten is nog niet duidelijk. Hij wenst het gesprek over het vervullen van deze rol per gemeente -een grote gemeente kan meer beleidscapaciteit genereren dan een kleine(re)- in het AB aan te gaan. De vraag/uitdaging is of gemeenten in staat zijn om de benodigde, gekwalificeerde mensen binnen te halen. Hij wenst de vraag wat men lokaal kan doen en waar men de slagkracht in de regio (zoals bij de SDD) kan gebruiken om beleidskracht te organiseren te bespreken met de raad en met het AB. Inzake ditzelfde onderwerp merkt de heer MAGNEE op dat het DB hem heeft gevraagd de komende maanden een nieuw organisatieplan te maken voor het onderdeel Jeugd van de DG&J, waar dit vraagstuk een onderdeel van is. De vooral regionale taken van de huidige afdeling Beleid, bv. in de afstemming tussen zorg en onderwijs, kan/wil men niet op lokaal niveau gaan doen en zullen niet veranderen. Op verzoek zal men beleidsadvies blijven ontwikkelen/geven.
Of men hiervoor voldoende menskracht overhoudt en of deze overgaat naar gemeenten is de vraag die het DB hem heeft gesteld en waar men nog een beeld over moet vormen. De commissie adviseert aansluitend de onderhavige stukken als hamerstuk door te leiden naar de gemeenteraad. 09.
Zienswijze Inkoopkader Jeugdhulp 2022 e.v. De heer VAN HAL geeft aan dat zijn fractie, met 1 aanpassing, kan instemmen met de zienswijze. Bij kern van de zienswijze staat: breng het aantal aanbieders terug, maar waarborg de continuïteit van hulpverlening en voldoende keuzevrijheid. Het woord keuzevrijheid zet de deur open voor lastig beheersbare kosten en wekt verwachting. Hij stelt voor dit woord te schrappen en te vervangen door voldoende continuïteit en kwaliteit van hulpverlening. De heer MAGNEE geeft aan dat vertaling van keuzevrijheid naar continuïteit goed is, maar dat keuzevrijheid geen probleem hoeft te zijn, mits dit goed ingezet wordt. Het jeugdhulplandschap wordt ingedeeld in een aantal segmenten, waarbij in het hoog complexe segment het aantal aanbieders en de keuzevrijheid beperkt moet zijn. Bij de lichte vormen van jeugdhulp en ambulante ondersteuning wil men zorg lokaal geografisch nabij de gezinnen hebben en wat meer keuzevrijheid bieden. Mevrouw VAN ENGELEN stemt namens haar fractie in met de zienswijze en is het eens met het voorstel van de heer Van Hal. Op haar vraag hoe men van dit document overgaat tot een inkoopkader geeft de heer MAGNEE aan dat het inkoopkader de start is van een proces en een aantal richtlijnen meegeeft. Rond de zomer heeft men een inkoopteam gevormd en is men vanuit de SOJ i.s.m.
de gemeente begonnen met de uitwerking hiervan, waarvoor men ondersteuning en begeleiding heeft gekregen vanuit het ondersteuningsprogramma Zorg voor de Jeugd vanuit het Ministerie van VWS. Onder hun leiding zijn er tijdens de zomer een aantal sessie geweest om te bepalen hoe het inkoopkader vertaald kan
7
Besluitenlijst Commissie Samenleving van 26 november 2020
worden naar een Programma van Eisen. In dit kader zijn er ca. 30 ontwikkeltafelgesprekken met aanbieders/cliënten/vertegenwoordigers van gemeenten en de stichting Jeugddienst gevoerd, om alle ideeën op te halen en aan elkaar te verbinden en tot een gewogen PvE te komen. In december zal het AB het inkoopkader vaststellen en in februari zal t.b.v. de raad een tweede informerende en consulterende raadsinformatiebijeenkomst worden georganiseerd over de uitwerking van het inkoopkader. De heer WOLTERS kan namens zijn fractie instemmen met de zienswijze en het voorstel van de heer Van Hal. Tevens stelt hij voor een clausule op te nemen inzake het tijdig factureren. Het heeft de heer MAGNEE verbaasd dat er zoveel tijd zit tussen het ontvangen van de declaratie en de geleverde prestatie. De jeugdwet en zorgverzekeringswet geven aan dat men tot 5 jaar na de geleverde prestatie mag factureren. In deze regio heeft men dit in de contracten beperkt tot een jaar, maar daarmee is het probleem niet opgelost. In deze regio geeft men aanbieders een werkfinanciering/bevoorschotting van 3 maanden, waardoor er voor hen geen noodzaak is om tijdig te factureren en declareren. Het komende jaar wordt de bevoorschotting afgebouwd, zodat men vanaf 1 januari alleen uitbetaalt op 30 dagen declaratiebasis.
Uitzondering wordt gemaakt voor de jeugdbescherming/gecertificeerde instellingen, waarbij de regio verantwoordelijk is voor deze wettelijke taak, die te allen tijde zeker gesteld moet worden. Mevrouw MIDDELKOOP stemt in met de zienswijze en de aanpassing van keuzevrijheid naar kwaliteit. Op haar vraag of er een opvolger is voor de regionale portefeuillehouder antwoordt wethouder PAANS dat deze zo spoedig mogelijk wordt ingevuld en momenteel wordt ingevuld door de voorzitter van het DB, de heer Van der Linden. De heer VAN DER TAK stemt in met de zienswijze en de aanpassing van de keuzevrijheid. Op zijn vraag of het wettelijk verplicht is keuzevrijheid aan jeugdigen te bieden geeft de heer MAGNEE dat op grond van de wet ouders binnen het gecontracteerde aanbod vrijheid van keuze hebben. Mocht er iets anders gewenst zijn dan is bij uitzondering maatwerk mogelijk. Op zijn vraag inzake contractmanagement of er momenteel geen sprake is van een solide toegang en wat er nodig is om deze (meer) solide te maken geeft wethouder PAANS aan dat deze plaatsvindt via de jeugddienst en de huisartsen. Mevrouw BOKMA is verheugd te lezen over normering van topinkomens en winstmaximalisatie, stemt in met de aanpassing van keuzevrijheid naar kwaliteit en met de zienswijze.
De heer VAN ERK stemt namens zijn fractie in met de zienswijze, de stevige casusregie die hierin wordt benoemd en de wijziging die is voorgesteld door de heer Van Hal. De heer MAGNEE bevestigt dat de casusregie (zeker vanuit de kostenbeheersing) een uitermate belangrijk punt is. De SOJ beschikt echter niet over casusinformatie en onthoudt zich van een oordeel hierover. Wel kan men zien of cliënten/aanbieders gemiddeld langer dan anderen begeleid worden en of het altijd dezelfde aanbieders zijn die langdurig veel zorg inzetten. Het toezien op doelmatigheid ligt echter bij de professionals.
8
Besluitenlijst Commissie Samenleving van 26 november 2020
Op de vraag van de heer VAN ERK inzake de behandeling en invloed van de overdenkingen van de werkgroep Jeugd geeft wethouder PAANS aan dat de werkgroep geen officiële status heeft maar wel serieus genomen worden en ook vertegenwoordigd is bij het AB. Mevrouw VERDOORN stemt in met de zienswijze en de woordwisseling naar kwaliteit. Zij is van mening dat de keuzevrijheid wordt geboden door het beschikbare maatwerk. De heer GOUDRIAAN stemt in met de zienswijze en woordwisseling naar kwaliteit. Op zijn vraag in hoeverre identiteitsgebonden zorg geborgd blijft geeft de heer MAGNEE aan dat deze voornamelijk valt binnen het lichtere segment, dat hier voldoende aandacht aan wordt besteed en in kaart is gebracht welke partijen men hiervoor moet contracteren. De tweede termijn Luisterend naar de heer Magnee en de portefeuillehouder concludeert de heer VAN HAL dat het goed is om voldoende keuzevrijheid te veranderen in kwaliteit, omdat de keuzevrijheid geborgd zit in het proces, er maatwerk beschikbaar is en men daarmee geen verkeerd signaal afgeeft dat alles mogelijk is. Niets meer aan de orde zijnde concludeert de VOORZITTER dat er wordt ingestemd met een te maken amendement waarin de bewoording van keuzevrijheid wordt veranderd in kwaliteit en dat de commissie adviseert dat de onderhavige stukken als hamerstuk (en het amendement als bespreekstuk) doorgeleid worden naar de gemeenteraad.
Aansluitend dankt de VOORZITTER de heer Magnee voor zijn (online) 'aanwezigheid’ en inbreng en sluit dit agendapunt.
10.
Sluiting. Niets meer aan de orde zijnde sluit de voorzitter om 21.40 uur de vergadering onder dankzegging aan eenieder voor diens inbreng. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raadscommissie Samenleving op 14 januari 2020
Mevr. C.G.M. Bus (griffier)
de heer L.T. van den Dool (voorzitter)
Lijst met toezeggingen 1.
Zienswijzen DG&J Portefeuillehouder Paans 9
Besluitenlijst Commissie Samenleving van 26 november 2020
Namens de gemeente Papendrecht heeft hij bij het DB aandacht gevraagd voor de conceptnota van reactie op de uitgebrachte zienswijze. Hierover heeft de voorzitter van het DB toegezegd contact op te zullen nemen. Hij verwacht hem hier morgen over te spreken. Zodra de vastgestelde nota van reactie is ontvangen zal hij deze doorsturen naar de raad. 2. Terugkoppeling pilots en analyses DG&J Portefeuillehouder Paans De heer VAN HAL is blij dat AEF positief reageert op de uitvoeringsagenda en is benieuwd naar de terugkoppeling van de resultaten van de pilots en analyses. Wethouder PAANS zegt toe dit schriftelijk te zullen delen. De heer VAN HAL wenst de opbrengsten van pilot in de commissie met de wethouder te bespreken. Wethouder PAANS stemt hiermee in en zal hierop terugkomen.
1.
Gemeenschappelijke Regeling Dienst Gezondheid en Jeugd Zuid-Holland Zuid en SOJ/conceptnota van reactie op de uitgebrachte zienswijze. Portefeuillehouder PAANS Zodra de vastgestelde nota van reactie op de uitgebrachte zienswijze beschikbaar is deelt de portefeuillehouder deze met de raad.
2.
Gemeenschappelijke Regeling Dienst Gezondheid en Jeugd Zuid-Holland Zuid en SOJ/resultaten van de pilot en analyses Portefeuillehouder PAANS De portefeuillehouder zegt toe de resultaten van de pilot en analyses op verzoek niet middels een RIB te delen, maar in de commissievergadering te zullen bespreken.
10