CConstaterende datPapendrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

1. Toelichting op Ingekomen Stukken.pdf

Raadsvergadering Papendrecht 8 juni 2023, gemeente PapendrechtBij agendapunt: 11: Zienswijze ontwerpbegrotingen 2024 gemeenschappelijke regelingen - Voorstel5.236 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage 1. Toelichting jaarrekening en ontwerpbegroting gemeenschappelijke regelingen Ieder jaar dienen onze gemeenschappelijke regelingen een ontwerpbegroting in voor het volgende jaar en krijgt de gemeente de voorlopige jaarstukken van het afgelopen jaar. In deze toelichting staat per gemeenschappelijke regeling aangegeven wat de belangrijkste onderdelen uit deze stukken zijn voor Papendrecht. Duiding van de ontwerpbegroting en jaarstukken zijn belangrijk voor de informatievoorziening en biedt houvast voor het schrijven van de zienswijze. Door middel van de zienswijze is het mogelijk voor de raad haar mening over de voorgelegde ontwerpbegroting te geven. Deze zienswijzen zijn apart bij dit voorstel toegevoegd. De toelichting is dus bedoeld als informatievoorziening, terwijl de zienswijze een sturingsinstrument is waarin een mening is opgenomen. Die mening wordt kenbaar gemaakt aan het algemeen bestuur van de betreffende gemeenschappelijke regeling en leidt mogelijk tot aanpassingen in de ontwerpbegroting of jaarstukken. Risicoprofiel Er bestaat variatie in de financiële- en bestuurlijke belangen die de gemeente bij gemeenschappelijke regelingen en andere verbonden partijen heeft. Dit betekent dat de wijze en mate van sturing per partij verschilt.

Daarom is in de door de raad vastgestelde nota verbonden partijen (2017) gekozen voor een methodiek waarbij doormiddel van een risicoanalyse, per partij een risicoprofiel wordt opgesteld die bestaat uit een bestuurlijk en een financieel deel. Dat profiel vormt de basis voor het sturingsarrangement dat wordt ingezet; actief, passief of maatwerk. Hoe groter de risico’s des te actiever de sturing (rood). Dit is zichtbaar in de rechter tabel.

1. Mate van sturing op basis van het risicoprofiel

Zienswijze De mogelijkheid tot het indienen van zienswijzen bestaat op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr). De wet is bedoeld om deelnemers van dergelijke regelingen beter in positie te brengen en de democratische legitimiteit van de regelingen te versterken. Op 1 juli 2022 is vernieuwing van de wet aangekondigd, per 1 juli 2024 moeten gemeenschappelijke regelingen hun teksten hebben aangepast. De zienswijze is een mogelijkheid van de raad om haar mening, zienswijze, te geven op de ontwerpbegroting van een gemeenschappelijke regeling. In sommige gevallen worden naast de ontwerpbegroting nog andere stukken door de gemeenschappelijke regelingen voorgelegd ter zienswijze. De zienswijze is een instrument van de raad en wordt verstuurd aan de algemene besturen van de regelingen. Deze zienswijze is een mogelijkheid om voordat vaststelling plaatsvind, eventuele wijzingen aan te vragen. Maar het algemeen bestuur is niet verplicht om de aangedragen wijzingen over te nemen. Dit jaar zijn er een aantal bepalingen die we aan elke gemeenschappelijke regeling willen meegeven in het kader van hun ontwerpbegrotingen. Dat zijn: 1. Indexeringen 2. Arbeidsmarkt 3. Informatiepositie van de gemeente Die punten zullen in iedere zienswijze aan de gemeenschappelijke regelingen terugkeren.

Toelichting per regeling Op de volgende pagina vindt u per gemeenschappelijke regeling een toelichting op de ingekomen jaarstukken 2022 en ontwerpbegrotingen 2024. Dat zijn de gemeenschappelijke regelingen; Sociaal, DG&J, Omgevingsdienst, Veiligheidsregio, Bureau Openbare Verlichting, Gevudo en Drechtwerk. 1. Gemeenschappelijke regeling Sociaal Risicoprofiel

Rood

Ingekomen stukken

1. Concept jaarrekening 2022 2. Ontwerpbegroting 2024 3. Voorjaarsbrief 2023 4. Concept controle verordening 5. Concept financiële verordening n.v.t.

Algemene opmerkingen

Toelichting op de jaarrekening 2022 Ten opzichte van de tweede bestuursrapportage 2022 Gemeenschappelijke Regeling Sociaal (GRS) bedraagt het jaarresultaat over 2022 in totaal € 1.861.000 positief. Het resultaat dat ter bestemming wordt voorgelegd is € 145.000. Het Algemeen Bestuur GRS neemt een besluit over de bestemming van dit resultaat. Op de resultaatbepalende onderdelen is een resultaat behaald van € 1.716.000 positief. Doordat hier met gemeenten op basis van voor- en nacalculatie wordt afgerekend, maakt dit geen onderdeel uit van het resultaat van de GRS waarover resultaatbestemming plaatsvindt. Net als eerdere jaren zijn de definitieve jaarresultaten van de uitvoering van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (Wmo) nog niet opgenomen in de conceptversie van de jaarstukken. Ook is de accountantscontrole nog niet afgerond. Het jaarresultaat over 2022 bevat daarom nog onzekerheden. Aan het Algemeen Bestuur GRS wordt voorgesteld om € 145.000 toe te voegen aan een bestemmingsreserve ter dekking van opleidingskosten die in 2023 gemaakt moeten worden in plaats van in het jaar 2022. Het betreffen kosten van opleidingen die in 2022 zijn ingekocht en die doorlopen in 2023, omdat zij in 2022 niet werden afgerond. Hierop wordt een zienswijze gevraagd.

In de zienswijzebrief wordt aan de raad voorgesteld hiermee in te stemmen, mits het budget niet wordt gebruikt voor opleidingen die (nieuw) in 2023 starten. Die kunnen op het opleidingsbudget 2023 geboekt worden. Afwijkingen Het jaarresultaat van de GRS over 2022 is ten opzichte van de tweede bestuursrapportage 2022 afgerond € 1,9 mln. positief. Het financieel effect voor gemeenten is € 1,3 mln. in verband met de overheveling van € 0,4 mln. naar 2023 en resultaatbestemming van circa € 0,2. Het verschil wordt vooral verklaard door een nadeel bij de opgave Bestaanszekerheid versterken (Tozo en Energietoeslag), een voordeel bij de opgave Ontwikkelen naar werk en een voordeel op de apparaatskosten over alle opgaven. Toelichting op de ontwerpbegroting 2024 De conceptbegroting 2024 is een doorvertaling van de Uitgangspuntennotitie Begroting 2024-2027 waarin de regionale lokale uitgangspunten en beleidskeuzes zijn vastgelegd. Deze is op 26 januari 2023 in het Algemeen Bestuur van de GRS vastgesteld. Indien zich nieuwe aanvullende voorstellen aandienen, bijvoorbeeld op basis van nieuwe ontwikkelingen, dan worden aan de gemeenten voorgelegd met voorstel tot aanpassing van de begroting. De activiteiten die de GRS vervolgens uitvoert zijn gestoeld op de Regionale Visie Sociaal Domein. Volgens de begroting 2024 dragen de deelnemende gemeenten in totaal € 305 miljoen af aan de GRS.

Het aandeel van Papendrecht bedraagt € 24,9 miljoen (zie ook bijlage A van de begroting 2024 GRS). In de meerjarenbegroting 2024-2027 van de GRS wordt voor de ontwikkeling van de bijdrage van de gemeenten rekening gehouden met reële ramingen. In de primaire begroting is een meerjarenraming opgenomen voor de drie volgende jaren. Gezien de grote onzekerheden en de vele ontwikkelingen is het lastig om deze op te stellen. Het uitgangspunt voor de primaire begroting is reëel ramen en rekening te houden met de onzekerheden. Maar net als in

vorige begrotingen wordt in de primaire begroting 2024 voor de meerjarenraming een bandbreedte op de onzekerheid gehanteerd. Deze zal oplopen van +2/-2% voor 2025 tot +6/-6% voor 2027. De onderkant van de bandbreedte is in de meerjarenraming opgenomen. In de risicoparagraaf is de bandbreedte als risico benoemd. Via de Perspectiefnota 2023 zal de vertaling worden weergegeven van het effect op de Papendrechtse begroting. Actuele ontwikkelingen Het hoogtepunt van de coronacrisis en de impact die dit heeft gehad op onze samenleving is gelukkig achter de rug. Vanaf 2023 diende zich echter opnieuw een lastige tijd aan. De hoge energiekosten, hoge inflatie en aantasting van de koopkracht van een grote groep huishoudens zijn duidelijk te merken in de doelgroep van de GRS. Ook de groeiende groep vluchtelingen vraagt extra inzet. Het is nog onduidelijk hoe lang de instabiliteit op deze vlakken aanhoudt. De GRS geeft aan dat er veel ondernemers niet kunnen voldoen aan de terugbetaling van de ontvangen coronasteun (met namen de NOW). De impact hiervan is nog niet duidelijk. Gelukkig zien we geen exploderend beroep op schuldhulpverlening en minimaregelingen door gezinnen. Onder meer de rijksregelingen rondom energiekosten hebben hieraan bijgedragen.

Met de versoepelingen in de Participatiewet en steeds betere aansluiting bij het landelijke programma Aanpak geldzorgen, armoede en schulden bouwt de GR gestaag verder aan de basis om inwoners te ondersteunen en stappen te zetten naar zelfredzaamheid. Veel mensen vonden een baan en stroomden uit de bijstand als gevolg van de krappe arbeidsmarkt. Toch profiteert niet iedere bijstandsgerechtigde hiervan. Veelal vanwege de grote afstand tot werk als gevolg van andere problematiek om een persoon of gezin heen. De maatregelen die de GRS komende jaren treft zijn gericht op het verder verhogen van de uitstroom door het daadwerkelijk verbeteren van de samenwerking tussen Sociale Dienst Drechtsteden en Drechtwerk, nu de laatste vanaf dit jaar onder dezelfde organisatie valt. Na het voltooien van de organisatorische samensmelting wordt nu gewerkt aan een inhoudelijke plan om deze stap te zetten. De doelgroep die gebruikt maakt van maatschappelijke ondersteuning groeit daarnaast gestaag. De krappe arbeidsmarkt zorgt hier juist voor een personeelstekort en de inflatie zorgt dat de (grondstoffen) voor hulpmiddelen zijn duurder zijn. Ook CAO- en loonontwikkelingen zorgen voor verhoogde financiële druk. Op verschillende manieren, aan de vraag- en aanbodkant, wordt gekeken hoe hiervoor oplossingen gevonden kunnen worden, ook naar de toekomst toe.

Informatievoorziening Sociale Dienst Drechtsteden In de afgelopen jaren hebben we meermaals gevraagd om betere informatievoorziening over financiële en beleidsinhoudelijke cijfers. Vorig jaar is gestart met de ontsluiting van deze informatie via een dashboard. Deze wordt langzaam maar zeker verder gevuld. Dit jaar zet de GRS een nieuwe stap door de bestuursrapportage te vervangen door een Voorjaarbrief. (Zie ook punt 3 onder deze paragraaf over de GRS). De eerste versie hiervan is voor zienswijze aangeboden aan de gemeenteraad. Financieel kader sociaal domein Het 'Financieel Kader Sociale Dienst Drechtsteden' is door het Drechtstedenbestuur medio 2020 vastgesteld. Jaarlijks wordt door het Algemeen Bestuur op basis hiervan een uitgangspuntennotitie vastgesteld. De vastgestelde uitgangspunten van de Uitgangspuntennotitie Begroting 2024-2027, zijn toegepast bij het opstellen van de Begroting 2024. Bij de conceptbegroting wordt een meerjarenraming opgenomen voor de drie volgende jaren. Bij begroting 2024 hoort dus een meerjarenraming voor 2025 tot en met 2027. Verdeelsleutels In 2021 zijn de verdeelsleutels van de Sociale Dienst Drechtsteden samen met de gemeenten geactualiseerd. De nieuwe verdeelsleutels zijn in 2021 vastgesteld en zouden met inachtneming van een ingroeiperiode vanaf het begrotingsjaar 2023 volledig ingevoerd worden.

Mede naar aanleiding van de herijking van het regionale minimabeleid heeft het Algemeen Bestuur GRS (na ontvangst van positieve zienswijzen van de gemeenten) op 1 december 2022 besloten de ingroeiperiode over te slaan en de begroting vanaf 2023 volledig te verrekenen via de nieuwe verdeelsleutels. Dat betekent dat in de begroting 2024 alleen de nieuwe verdeelsleutels zijn gehanteerd. Kostenindexering

In deze conceptbegroting zijn de budgetten aangepast voor loon- en prijsontwikkelingen. Er is reëel geraamd aan de hand van de ontwikkeling van de trends. Op basis van de septembercirculaire 2022 is kostenindexering toegepast. De loonkosten stijgen met 3,9% en prijzen met 2,5%. Daarnaast is er een nacalculatie over de primaire begroting 2023 toegepast. In tegenstelling tot wat er benoemd staat in de Uitgangspuntennotitie 2024-2027, is de nacalculatie van de loonkosten uit de primaire begroting 2023 gedaan op basis van het principeakkoord van de CAO. Het principeakkoord is eind februari 2023 gesloten tussen de VNG en de vakbonden. Het aanpassen van dit uitgangspunt is op verzoek van en na overleg met de Drechtstedengemeenten gedaan. Toelichting op de Voorjaarsbrief 2023 Deze Voorjaarsbrief sluit beter aan bij onze gemeentelijke P&C-cyclus. Hiermee kunnen we eerder anticiperen op financiële ontwikkelingen. De tweede bestuursrapportage zal bestaan uit een Najaarsbrief waarin relevante ontwikkelingen worden belicht die impact kunnen hebben op de begroting. De beleidsinhoudelijke kant die de raad via de rapportage zou moeten ontvangen, ontbreekt nog. Deze informatie wordt weliswaar steeds meer in het dashboard opgenomen.

Maar om een integraal beeld te krijgen van de ontwikkeling en de punten waarop we moeten sturen, zou de GRS als opdrachtnemer van de taak, dit beeld ook integraal in de rapportage moeten delen. In de zienswijze op dit onderdeel hebben we dit daarom aangekaart. Dit sluit aan bij de zienswijze op de eerste bestuursrapportage 2022, die een jaar geleden is uitgebracht aan de GRS. De GRS noemt de Voorjaarsbrief nog een groeidocument en heeft eerder laten weten deze samen met de gemeenten (inclusief) raad, te willen ontwikkelen. Hierop inspelend, is dit als verzoek aan het Algemeen Bestuur in de zienswijze opgenomen. Toelichting op concept controle verordening De controleverordening regelt de controle op het financieel beheer en op de inrichting van de financiële organisatie van 'het Openbaar Lichaam Sociaal'. In de conceptcontroleverordening is bij de inleiding een wijziging opgenomen waarmee verwezen wordt naar de juiste regelgeving, na wijziging van de Wet Gemeenschappelijke Regelingen. Inhoudelijk wijzigt er verder niets. Toelichting op concept financiële verordening De financiële verordening legt de uitgangspunten voor het financieel beleid, het financieel beheer en de inrichting van de financiële organisatie van 'het Openbaar Lichaam Sociaal' vast.

Deze wijziging van de financiële verordening betreft onder artikel 3, lid 3 dat er bij een voorstel tot resultaatsbestemming van meer dan € 250.000 bestemd wordt, hiervoor een zienswijzeprocedure van toepassing wordt. Bedragen onder € 250.000,- vallen daar na deze wijziging daarom buiten. De raad zal over lagere bedragen geen zienswijze meer gevraagd worden. Dit tast het budgetrecht van de raad aan. De Papendrechtse raad hecht hier doorgaans veel waarde aan. Daarom is in de conceptzienswijze het voorstel opgenomen om niet met deze wijziging akkoord te gaan en het budgetrecht van de raad te respecteren, ongeacht de hoogte van het bedrag.

2. Gemeenschappelijke regeling Dienst Gezondheid en Jeugd Risicoprofiel

Rood

Ingekomen stukken

1. Concept jaarrekening 2022 2. Ontwerpbegroting 2024 3. Herziene begroting 2023 n.v.t

Algemene opmerkingen

Toelichting op de jaarrekening 2022 Gelet op het feit dat de DG&J nagenoeg binnen de begroting 2023 is gebleven (het nadelig resultaat over 2022 bedraagt € 8.200), zien we geen aanleiding een zienswijze op de jaarrekening kenbaar te maken. De realisatie Serviceorganisatie Jeugd 2022, gebaseerd op de voorlopige productieverantwoordingen van zorgaanbieders, is € 3,8 mln. (2,8%) lager dan hetgeen was voorzien bij de 2de bestuursrapportage 2022. In de afgelopen jaren was steeds sprake van groei van de jeugdhulpuitgaven. Bij de 2de bestuursrapportage 2022 werd een stabilisatie gerapporteerd. Deze heeft zich verder doorgezet. Hierbij moet wel worden aangetekend, dat er per individuele gemeenten voor- en nadelen kunnen zijn ten opzichte van de 2de bestuursrapportage 2022. Voor Papendrecht is er hier een voordeel (ca. 240.000) te melden ten opzichte van de 2de bestuursrapportage. Toelichting op de ontwerpbegroting 2024 Onderdeel DG&J Het uitgangspunt voor de begroting 2024 is de begroting 2023. Vanwege de inflatie is deze begroting herzien. De herziene begroting 2023 is nu als uitgangspunt gehanteerd voor de begroting 2024. Vervolgens is de begroting 2024 geïndexeerd volgens de kaders zoals deze in de kaderbrief 2024 zijn aangegeven. Dit betekent dat de lonen met 3,9% zijn geïndexeerd en de materiele budgetten met 2,4%.

De totale financiële omvang van de indexatie voor gemeenten, en daarmee voorgestelde ophoging van de inwonerbijdrage, bedraagt circa € 1,1 miljoen. In de begroting is het onderstaande voorstel opgenomen wat leidt tot een aanpassing van de inwonerbijdrage voor het organisatieonderdeel DGJ. Veilig thuis Voor Veilig Thuis wordt een extra inwonerbijdrage gevraagd in verband met de autonome groei van het aantal meldingen. Deze bijdrage is voor het uitbreiden van de ondersteunende functie van het uitvoeringsproces. De hiermee gepaarde lasten bedragen € 100.000. Aangezien Veilig Thuis voor een deel wordt gefinancierd middels een subsidie van centrumgemeenten, zal een deel van de kosten worden verlegd naar de centrumgemeenten (€ 17.600). Dit betekent dat het om een structurele bijstelling van de inwonerbijdrage van € 82.400 (regionaal) gaat, voor Papendrecht betekent dit een extra bijdrage van € 5.448. In 2023 wordt een verbeterplan opgesteld voor de overdrachten van veiligheidsdossiers tussen Veilig Thuis en de lokale teams. In 2023 heeft Veilig Thuis de beschikking gehad over 3,67 fte extra capaciteit voor de overdrachten aan het lokale veld. Afhankelijk van het resultaat op het verbeterplan voor deze overdrachten, zal deze tijdelijke, extra inzet in de loop van 2024 worden afgebouwd.

Onderdeel Serviceorganisatie Jeugd De financiële raming van de jeugdhulpuitgaven 2024-2025 is gebaseerd op de prognose van de kosten per gemeente voor het jaar 2023. Deze verwachte uitgaven worden geïndexeerd naar het prijsniveau 2024. Vanuit het oogpunt van evenwichtig begrotingsbeleid is er voor gekozen zowel geen groei als geen besparingen op te nemen. Net als vorig jaar worden gemeenten via hun zienswijze in de gelegenheid gesteld aan te geven of zij de opgenomen ramingen realistisch achten. Zo kunnen

gemeenten de te verwachten effecten van (nog) door te voeren maatregelen hierin meenemen of juist een wat conservatiever uitgangspunt voor hun begroting kiezen door uit te gaan van groei. Gemeenten kunnen gemotiveerd afwijken van de nu voorliggende raming. De afwijking dient deugdelijk onderbouwd te worden en zal door de provincie worden getoetst (in geval van een lagere raming). Wij volgen het voorgestelde realistische scenario (geen groei, geen besparingen), zoals deze door de Serviceorganisatie Jeugd is verwerkt in de begroting 2024. Deze sluit aan bij onze wens tot realistisch begroten. In Papendrecht lijkt er een dalende trend te zijn als we de jeugdhulpkosten over 2022 en 2023 beschouwen. Dat stemt ons tevreden, maar tegelijkertijd mogen we ons niet rijk rekenen. Het is kwetsbaar om, mede gezien de risico's zoals benoemd op bladzijde 36 tot en met 38 van de begroting 2024, voort te bouwen op de dalende trend. Daarom willen wij graag samen met de SOJ de daling van de kosten jeugdhulpgebruik verder onderzoeken. Daarnaast gaan wij bij de behandeling van de perspectiefnota 2023 bepalen hoe we uiteindelijk hiermee omgaan. Toelichting op de herziene begroting 2023 Onderdeel DG&J Sinds de opstelling van de begroting 2023 (eerste kwartaal 2022), zijn er onvoorziene exogene omstandigheden geweest (bv. oorlog in Oekraïne) waardoor de inflatie aanzienlijk is toegenomen.

Deze ontwikkelingen waren niet voorzien in de indexatiecijfers die door DG&J zijn gehanteerd. Gelet op deze ontwikkelingen is een herziening van de begroting 2023 noodzakelijk. Deze herziening resulteert in een bijstelling van de gehanteerde percentages, waarbij voor lonen nu een indexatie van 8% (cao kent een nivellerend effect, gemiddeld 8% voor DG&J) is gehanteerd en voor materiele lasten 5,9%. Als gevolg van deze bijstelling wordt een aanvullende inwonerbijdrage van € 1.627.378 gevraagd. Daarnaast wordt gevraagd om een structurele aanvullende inwonerbijdrage van € 443.000 voor de uitvoering van de Jeugdgezondheidszorg. De uitvoering hiervan vindt plaats door Jong JGZ. Jong JGZ heeft verzocht om een bijdrage van 4,7% van de opdrachtsom. Voor de begroting van de DG&J 2023 was conform de indexeringsrichtlijnen uit de overeenkomst namelijk rekening gehouden een lager aantal jeugdigen en een indexatie van 1,875%. Onderdeel Serviceorganisatie Jeugd In de contracten met de zorgaanbieders voor Jeugdhulp zijn afspraken gemaakt over de toe te passen indexering. Deze loopt uiteen van 6,7% tot maximaal 13,4% voor pleegouders. Het gros van de ophoging van jeugdhulp zit op het ''lagere'' percentage van 6,7%. De prognose 2023 is tevens aangepast op het aantal jeugdigen in zorg begin 2023. Dit aantal laat een daling zien.

Rekening houdend met beide invloeden wordt een bijstelling van de begroting voor Jeugdhulpuitgaven voorgesteld van € 4.784.480. Financieel effect Papendrecht In beginsel betekent een verhoging van de inwonerbijdrage regionaal ook een verhoging van de inwonerbijdrage voor Papendrecht. Ten aanzien van de verhoging van de inwonerbijdrage DG&J en de bijdrage voor de uitvoering van de Jeugdgezondheidszorg geldt dit ook. Deze twee verhogingen betekenen voor Papendrecht een ruim 138.000 hogere gemeentelijke bijdrage. Voor de bijdrage aan de SOJ ligt dit anders. Weliswaar stijgen de gezamenlijke regionale lasten van 130 miljoen naar 135 miljoen, dit gaat niet een op een op voor de gemeentelijke bijdrage. Deze is – vanwege de afgeschafte solidariteit – afhankelijk van de daadwerkelijk per gemeente gemaakte kosten. Voor Papendrecht daalt de bijdrage 2023 ten opzichte van de primaire begroting met ruim 720.000.

3. Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid Risicoprofiel

Oranje

Ingekomen stukken

1. Concept jaarrekening 2022 2. Ontwerpbegroting 2024 n.v.t.

Algemene opmerkingen

Toelichting op de jaarrekening 2022 OZHZ heeft een online jaarverslagomgeving voor 2022 gemaakt, waarin relevante thema's voor Papendrecht terug te vinden zijn: https://www.ozhz.nl/verslagen/jaarverslag-2022/. Zo werden in 2022 de resultaten van het moestuinonderzoek PFAS bekend, waarna moestuineigenaren nieuwe adviezen kregen. Ook waren er strenge controles op rondslingerend plastic bij bedrijven. Aanvullende informatie is te vinden in het jaarverslag in de bijlage. De jaarrekening 2022 OZHZ sluit met een positief saldo van € 117.000. Het DB van OZHZ stelt voor om dit resultaat toe te voegen aan de algemene reserve als onderdeel van het weerstandsvermogen (zie zienswijzebrief). In 2023 wordt een tekort verwacht van circa € 1,0 miljoen, vanwege forse prijsstijgingen en de nieuwe cao. Dit tekort kan het AB gedeeltelijk beperken door het weerstandsvermogen van de jaarrekening 2022 te benutten. Ook zegt OZHZ alles in het werk te zetten om het tekort zoveel mogelijk te beperken. Gezien dit te verwachten tekort wordt geadviseerd met de resultaatbestemming in te stemmen. Over dit onderwerp heeft OZHZ op 13 februari een brief gestuurd naar alle gemeenten en provincie. Het DB gaf toen de voorkeur aan de begroting 2023 niet aan te passen, maar de financiële ontwikkelingen goed te blijven monitoren.

Net als veel organisaties heeft OZHZ moeite met het vinden van voldoende (vast) personeel. De flexibele capaciteit 15.5% is, terwijl gestreefd wordt naar 10%. Ondanks succesvolle wervingsacties is ook in 2022 sprake van een relatief hoog aantal vacatures. Toelichting op de ontwerpbegroting 2024 De begroting 2024 is sluitend en er zijn geen onjuiste of vreemde zaken aangetroffen. Voor het ingeschatte jaarprogramma 2024 zijn voldoende financiële middelen opgenomen in de gemeentelijke meerjarenbegroting in samenhang met de perspectiefnota. Als belangrijkste ontwikkelingen en opgaven worden benoemd: a) De kwaliteitsimpuls voor vergunningverlening, toezicht en handhaving. b) De Omgevingswet. c) Overdracht van bodemtaken van provincie naar gemeenten. d) De uitvoering van VTH-taken rondom de Zeer Zorgwekkende Stoffen. e) De uitvoering van de Energie-agenda. f) De Wet kwaliteitsborging voor het bouwen. g) De stikstofproblematiek h) Uitdagingen in de bedrijfsvoering van OZHZ.

4. Gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Risicoprofiel

Rood

Ingekomen stukken

1. Concept jaarrekening 2022 2. Ontwerpbegroting 2024 n.v.t.

Algemene opmerkingen

Toelichting op de jaarrekening 2022 Het resultaat voor bestemming bedraagt € +1,54 mln. Dit komt voornamelijk voort uit de verkoop van de Romboutslaan, bezuinigen en extra opbrengsten uit verhuur en cursussen. Het resultaat na bestemming komt uit op € -1,48 mln. Dit komt voort uit een aantal posten o.a. vanwege de wijzigingen reserves als gevolg van de accountant, effect notitie vaststelling meerjarig investeringsprogramma. Toelichting op de ontwerpbegroting 2024 De ontwerpbegroting 2024 is de derde begroting op basis van het beleidsplan 2022-2025. In deze ontwerpbegroting worden de speerpunten genoemd die in 2024 gepland staan om invulling aan de doelstellingen van het beleidsplan te geven. In dit beleidsplan worden een zestal sporen als uitgangspunten voor het beleid beschreven: 1. Passend acteren op ons risicobeleid. 2. Deskundig adviseren in risicobeheersing en verbindend regisseren in crisisbeheersing. 3. Krachtige brandweerzorg op maat door beroeps en vrijwilligers. 4. Informatie gestuurd werken. 5. Omgevingsgericht werken aan zelfredzaamheid. 6. Wendbaar en duurzaam organiseren. Ontwikkelingen Voor deze begroting gelden een aantal opvallende zaken en ontwikkelingen. Ten eerste is dit de eerste begroting waar de taakstelling Vijfheerenlanden niet meer in voorkomt. Ook de ingroei vanwege de nieuwe kostenverdeelsystematiek per 2019 komt niet meer terug.

Het begrotingsjaar 2023 was het laatste jaar van de 5-jarige ingroei. Verder geldt in 2023 wordt gewerkt aan een aantal grote onderwerpen die hun doorvertaling zullen hebben op het beleid en de financiën van de VRZHZ. Zonder uitputtend te zijn noemen we de strategische visie huisvesting, de uitwerking van de gevolgen dat de veiligheidsregio’s een vitale sector zijn, en de landelijke Contourennota Versterking Crisisbeheersing en Brandweerzorg. Relatie met verhoging Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR) In 2022 zijn vanwege de vluchtelingencrisis de bestuurlijke afspraken doorstroom migratie opgesteld. Onderdeel hiervan is een verhoging van de BDUR met € 46 mln in 2023 oplopend naar structureel €83 mln in 2026. Deze middelen zijn bedoeld voor het borgen en versterken van de crisisbeheersing en nadrukkelijk niet bedoeld om huidige tekorten te dekken. De uitwerking van de aanwending van deze middelen vindt landelijk en regionaal op dit moment nog plaats. in de bestuursrapportages over 2023 wordt hier op teruggekomen. Omvang begroting en gemeentelijke bijdrage In onderstaande tabel is de raming van baten en lasten weergegeven:

Het verloop van de gemeentelijke bijdrage als onderdeel van de baten van de begroting 2024 ziet er ten opzichte van de begroting 2023 als volgt uit:

Feitelijk betreft de begroting 2024 de geïndexeerde begroting van 2023 op basis van de in het AB van februari 2023 vastgestelde begrotingsrichtlijnen. In de begroting 2023 was de verhoging vanwege het financieel perspectief met €2,26 mln al opgenomen zodat die nu niet apart zichtbaar is. Voor de ophoging BDuR zijn we uitgegaan van continuering van de verhoogde bijdrage in 2023 ter grootte van €1,2 mln. De verhoging bouwt in de periode van 2023 naar 2026 op, maar de beschikking over 2024 is nog niet bekend. Daar komen we in de bestuursrapportages van 2024 op terug. Kosten voor de vluchtelingenopvang voor zowel Oekraïense als crisisnoodopvang COA zijn niet opgenomen in de begroting. Ten eerste omdat nog onbekend is welke inzet in 2024 nodig is en ten tweede omdat het uitgangspunt is dat alle kosten door het Rijk worden vergoed. De post correctie bijdrage kapitaallasten ad €262.000 heeft te maken met de stijging van de nieuwbouw kazerne Papendrecht en de stijging van de gemiddelde kapitaallasten van het bijgestelde investeringsprogramma. Hierover is besloten bij de behandeling van Burap-II 2022 en gesteld hierover geen aparte zienswijzeprocedure te starten, maar deze mee te nemen in de zienswijze over de ontwerpbegroting 2024.

Bijzonderheden CAO stijging ten opzichte van de index: De werkelijke CAO stijgingen liggen de laatste jaren hoger dan de indexeringen waar we bij het opstellen van de begroting rekening mee houden. Voor 2023 is gerekend met een indexering van 2%. De werkelijke CAO stijging bedraagt 5,5% + een vaste verhoging van € 100 per medewerker per maand. Dit betekent dat er een tekort is voor 2023, maar dat ook de indexering die is gebruikt voor de begroting 2024 van 3,9% volledig opgaat aan de verhoging in 2023. Dus er is in de begroting 2024 geen ruimte meer om een CAO ontwikkeling in 2024 op te vangen. Via het gemeentefonds worden gemeenten met terugwerkende kracht gecompenseerd indien de gemiddelde CBS stijging hoger is dan de index waar in de uitkering van het gemeentefonds rekening mee is gehouden. De veiligheidsregio’s kennen dit systeem niet. Hun compensatie is indirect via het gemeentefonds naar de gemeenten en dan naar de veiligheidsregio. In het dagelijks bestuur is besloten om hiervan wel een melding te maken bij het aanbieden van de ontwerpbegroting 2024 aan de gemeenten, maar hierop terug te komen bij de bestuursrapportages in 2024 als de omvang van de CAO 2024 bekend is. We zien hier een voorbeeld van het effect van een klein weerstandsvermogen binnen de VRZHZ zelf.

We voorzien dat we een extra beroep op gemeenten moeten doen, de omvang is nog niet te voorzien, maar we vragen u hier rekening mee te houden. Kosten disagio en systeemwijziging: Zoals in de oplegger van de jaarrekening toegelicht speelt het vraagstuk van het oplossen van €500.000 aan kosten vanwege het oversluiten van de leningenportefeuille. Deze bestaat uit twee componenten, te weten de disagio van €210.000 en kosten systeemwijziging van €290.000. Deze €290.000 is gemiddeld voor de jaren 2022 t/m 2026. Op de lange termijn worden deze effecten ingelopen (omslagpunt in 2040 wanneer de kosten t.o.v. van de afschrijvingsreeks voor de herfinanciering dalen).

5. Gemeenschappelijke regeling Bureau Openbare Verlichting Risicoprofiel

Oranje

Ingekomen stukken

1. Concept jaarrekening 2022 2. Ontwerpbegroting 2024 3. Herziene begroting 2023 n.v.t.

Algemene opmerkingen

Toelichting op de jaarrekening 2022 De jaarrekening 2022 BOVL sluit met een positief saldo van € 37.441. Het AB van BOVL stelt voor om dit resultaat toe te voegen aan de algemene reserve als onderdeel van het weerstandsvermogen. Per 1 april 2022 is Bureau OVL toegetreden tot de WSGO en kan hierdoor met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2022 de cao-SGO toepassen op zijn werknemers. Toelichting op de ontwerpbegroting 2024 De voorschotbijdrage per lichtmast (€12,10) blijft gelijk aan de bijdrage in de herziene begroting 2023. Bureau OVL zal 2024 gebruiken om haar organisatie verder te verbeteren op het gebied van dienstverlening richting de deelnemende gemeenten. Bureau OVL berekent een positiefresultaat voor 2024 van € 2.996,-. Toelichting op de herziene begroting 2023 De lopende begroting 2023 moet worden herzien in verband met de afgesloten cao, indexering van de kosten (op aangeven van de provincie), stijging van kosten arbeid en materialen contractaannemer. De bijdrage per lichtmast stijgt daarom van € 11,06 naar € 12,10.

6. Gemeenschappelijke regeling Gevudo

Risicoprofiel

Groen

Ingekomen stukken

1. Concept jaarrekening 2022 2. Ontwerpbegroting 2024 n.v.t.

Algemene opmerkingen

Toelichting op de jaarrekening 2022 De werkelijke eigen kosten bedragen € 51.000. De afwijking is vrijwel volledig gerelateerd aan eenmalige advieskosten. De ontvangen provisie viel € 219.000 lager uit, door belangverwatering en lagere schuld onder garantie (op basis waarvan de provisie wordt berekend) dan begroot. De provisie is namelijk niet zelfstandig beïnvloedbaar gegeven voor Gevudo en is dat dus evenmin voor de deelnemers. Alle gerealiseerde lasten en baten zijn structureel m.u.v. de eenmalige advieskosten. Toelichting op de ontwerpbegroting 2024 De geraamde baten betreffen de verwachte provisie. Dividend van HVC wordt niet geraamd, omdat in 2015 door de aandeelhoudersvergadering van NV HVC is besloten om voorlopig de winsten aan te wenden ter versterking van het eigen vermogen. De eigen kosten bedragen netto € 37.000. Aldus is van de te ontvangen provisie (te verwachten) € 888.000 te voldoen aan de deelnemers.

7. Gemeenschappelijke regeling Drechtwerk Risicoprofiel

-

Ingekomen stukken

1. Concept jaarrekening 2022

Algemene opmerkingen

n.v.t.

Toelichting op de jaarrekening 2022 Per 1 januari 2023 is de Gemeenschappelijke Regeling Drechtwerk (GR Drechtwerk) onderdeel geworden van de Gemeenschappelijke Regeling Sociaal (GRS). Daarom werd dit jaar alleen de allerlaatste jaarrekening van de GR Drechtwerk ontvangen. De begroting is vanaf dit jaar te vinden als onderdeel van de begroting van de GRS. De jaarrekening levert ten opzichte van de vastgestelde begroting een voorlopig voordelig resultaat van € 1.261.000 op. Het resultaat van de GR Drechtwerk over 2022 leidt tot een lagere gemeentelijke bijdrage van € 626.000, dan geprognosticeerd bij de tweede bestuursrapportage 2022. Het voorstel aan het algemeen bestuur van de GR Drechtwerk is om hiervan twee bedragen als resultaatsbestemming aan te wijzen, waarop in de conceptzienswijze de volgende reactie is gegeven: 1. Toevoeging aan de algemene reserve van € 324.000 t.b.v. (financieel) risico verlofsparen SW; In de concept jaarrekening is de vrijval van de voorziening spaarverlof opgenomen in afstemming met de accountant. Er is een verschil van inzicht opgetreden tussen de mening van de accountant en de mening van de Commissie Besluit begroting en verantwoording (BBV) over deze vrijval. Dit leidt tot een financieel risico van € 324.000 als de Commissie BBV vasthoudt aan haar standpunt, aangezien dat standpunt leidend is.

In de zienswijze wordt het voorstel gedaan hiermee in te stemmen. Linksom of rechtsom, komt een eventueel negatief resultaat voor rekening van de gemeenten en dient hier rekening mee gehouden te worden.

2. Reservering voor investering in de transitie van het Human Resource pakket, van € 250.000. Het AB stelt voor € 250.000 te reserveren voor investering in een nieuw Human Resource (HR-)

pakket. Dit was niet voorzien voor 2023, maar wettelijke wijzigingen en de beëindiging van het contract met de huidige leverancier op korte termijn, vraagt om de aankoop en implementatie van een nieuw HR-pakket in 2023. Ook op dit voorstel wordt positief gereageerd in de conceptzienswijze. Deels omdat dit onvermijdelijk is, maar ook omdat dit de kans biedt om binnen de GRS de systemen van de samenwerkende afdelingen optimaal aan elkaar te verbinden. Dit komt de dienstverlening ten goede. Het overgebleven resultaat zal uitgekeerd worden aan de deelnemende gemeenten ter vermindering op de verliesbijdrage van de gemeenten. Ten opzichte van de primaire begroting bedraagt deze vermindering voor alle gemeenten totaal € € 687.000,-. Het voordelige effect van Papendrecht ad. € 42.000 zal worden meegenomen via het gebruikelijke planning- en control instrumentarium.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.papendrecht.nl/api/v1/meetings/659/documents/10712