Zonnepark Overbetuwe - Bijlagen ruimtelijke onderbouwing (ovv Presidium 28/3 toegevoegd)
Tekst van het document
Omgevingsvergunning Bijlagen Ruimtelijke Onderbouwing
Zonnepark A15 Overbetuwe
Omgevingsvergunning
Behoort urgemeester S Wethouders van Gemeente Overbetuwe Datum Besluit Zaaknummer
A15
ember 2020 Concept
OLO-nummer Documentnummer
HOV-20-0050
4686023 20ink08509
gemeente
Overbetuwe
Z o n n e p a r k A15 Overbetuwe
Datum Mei 2020
Correspondentieadres Postbus 11 6662 A A ELST
Telefoon 0481 362 300
E-Mailadres I nfo@Overbetuwe. N l
Zonnepark A15 Overbetuwe
omgevingsvergunning Zonnepark A15 Overbetuwe
Inhoudsopgave
B i j l a g e n ruimtelijke
onderbouwing
3
Bijlage 1
Landschappelijk inpassingsplan
4
Bijlage 2
Archeologisch onderzoek
15
Bijlage 3
Advies Natuurwaarden
62
Bijlage 4
Sti kstofbe rekening
116
Bijlage 5
Nader ecologisch onderzoek
123
Bijlage 6
Reflectieonderzoek
129
Bijlage 7
Geluidsoverdracht
147
Bijlage 8
Watertoets
169
2
Inhoudsopgave (concept)
omgevingsvergunning Zonnepark A15 Overbetuwe
Bijlagen ruimtelijke o n d e r b o u w i n g
Bijlagen ruimtelijke onderbouwing (concept)
3
omgevingsvergunning Zonnepark A15 Overbetuwe
Bijlage 1
4
Landschappelijk inpassingsplan
Bijlagen ruimtelijke onderbouwing (concept)
LANDSCHAPPELIJKE INPASSINGSPLAN ZONNEPARK A15, GEMEENTE OVERBETUWE
BügclHajema MEI 2020
energte
m
i 1
I 1
I
43
ft
I I I
\'ÎI
3
INLEIDING Pure Energie heeft het voornemen o m een zonnepark te realiseren o p het kadastraal bekende perceel 'gemeente Elst, sectie M, n u m m e r 1684. Dit perceel is gelegen tussen twee percelen die behoren t o t een geprojecteerd zonneveld van een andere ontwikkelaar. Dit zonneveld is op 2 april 2019 vergund. De locatie ligt ingeklemd tussen de A15 en de Betuweroute. In de huidige situatie w o r d t het perceel hoofdzakelijk gebruikt voor l a n d b o u w en het perceel heeft een oppervlakte van 43.142 m . 2
De planlocatie heeft geen optimale uitgangspositie voor agrarisch gebruik door de ingeklemde ligging tussen Betuweroute en A15, in combinatie met de twee h o o g spanningsleidingen die door het gebied lopen. Het plangebied is daarentegen erg geschikt voor een zonnepark. In dit landschappelijke inpassingsplan beschrijven wij de landschappelijke inpassing van de locatie en welke natuurwaarden gecreeërd gaan w o r d e n . Ook w o r d t hier vermeld hoe dit o n t w e r p aansluit o p het al vergunde zonnepark.
3
Zichtlijnen
Cr P r i n c i p e 1. B e l a n g r i j k e z i c h t l i j n e n .
Solitaire b o o m (bijv. k n o t w i l g )
Principe 2. W a t e r s t r u c t u r e n v e r g r o e n e n in c o m b i n a t i e m e t n a t u u r v r i e n d e l lijk i k e oevers.
Si
9 Bomenrij ten zuiden van b e t u w e spoor
\ Principe 3. Groene parallelle lijnen als decor. ç ^—^ 1
Bijzonder p u n t
Klelbulten
^^^^^^^^^^^ Principe 4. Lineaire (historische) structuren + b i j e n b u l t e n en a m f i b i e p o e l e n en bijzondere landschaps- en n a t u u r e l e m e n t e n .
Locatiefoto's 4
Ontwerpprincipes zonneveld
Struweelhaag
ONTWERPPRINCIPES Om het zonnepark op een goede manier in het landschap en de dynamische o m g e v i n g van de A15, Betuweroute en hoogspanningsleidingen in te passen is een plan voor de landschappelijke inpassing opgesteld, afgestemd op de inpas¬ sing van het reeds vergunde zonnepark. Wel zijn er van tevoren een aantal harde eisen meegenomen dienen te w o r d e n : - Afstandsbepalingen vanuit de spoorlijn - Afstandsbepalingen hoogspanningsleiding - Afstandsbepalingen overige kabel en leidingstroken Hiernaast heeft de gemeente nog een aantal extra randvoorwaarden gesteld. Dit betreft de volgende: In juli 2007 is door Nieuwland Advies een inrichtingsplan opgesteld o m de Betuweroute landschappelijk goed in te passen (voor de percelen van het GLK). Het zogenoemde 'Passantenmodel' dat daarvoor is opgesteld kan ook als richtlijn w o r d e n aangehouden voor het landschappelijke inpassingsplan van het Zonnepark. Samengevat betekent dit: a. Het inrichtingsplan moet passend binnen het lokale landschap worden uitgewerkt;
Beleving van de ruimte binnen de bundel vanuit de omgeving: « A15: parallelle beweging langs de bundel; « Kruisende beweging: doorsnijding (ongelijkvloers) door/over het gebied; « Doorsteek beweging: verplaatsing door het gebied zelf (geringe mogelijkhe¬ den); « Een doorgaand landschap binnen de bundel, tussenruimte inrichten door mid¬ del van zichtlijnen, massa en transparantie, begeleiding van het landschap en afwisseling tussen hoog/laag, nat/droog en open/gesloten; « Inrichting op basis van bestaande landschapskarakteristiek: bomenrijen, bos, nat en droog grasland en waterstructuren. Karakteristiek: « Identiteit Betuweroute: Betuweroute en A15 zijn leidende elementen; « Landschap: ontwikkelen van een parallel 'nieuw' landschap binnen de bundel. « Ontwerp een robuuste beplanting die duurzaam in stand kan blijven en houdt anderzijds rekening met de oplevering van de gronden in oorspronkelijke staat aan het einde van de termijn. « Zoek afstemming met het Gelders landschap en kastelen gezien de ligging van GNN-gebieden inhet midden van het plangebied van het zonnepark. « Functie en ligging van de Hoge Brugstraat handhaven.
b. De landschapskarakteristieken in het landschap buiten de bundel van de Betuweroute - A15 moeten worden doorgetrokken t o t binnen de bundel, zichtbaar en beleefbaar.
Huidige situatie en overview plangebied 5
gasunie buisleiding
Betuwelijn
\4 6
1
\
\
3
5
6
-
L
7
2
A15
30
60
120
180
240
Meters Plankaart. Schaal 1:1.500 6
LANDSCHAPPELIJKE INPASSING 1. Bomenrij gepland in de berm aan de noordzijde van de Hoge Brugstraat. De bomenrij is een landschappelijke maatregel die voortvloeit uit het landschapsplan van Green Giraffe en o m de continuiteit van beide landschapsplannen te waarborgen dient deze bomenrij zoveel mogelijk overeenkomstig te zijn met het landschapsplan van Green Giraffe. Het aanbrengen van deze rij b o m e n dient meerdere doelen. Allereerst zorgt dit (met name in de zomer) voor een groener aanzicht van de Betuwespoorlijn en een sterkere landschappelijke inpassing. Ten tweede zal de bomenrij het geluid van de A15 enigszins filteren en het fijnstof afvangen (in de zomer). Doordat de rij aan de noordzijde van de weg worden geplaatst, zal deze geen t o t weinig schaduwwerking hebben op de zonnepanelen. 2. Natuurvriendelijke oever (parallelle beweging langs A15 en versterken nat/droog) langs de sloot tussen het plangebied en de A15. Door het karak¬ ter van de natuurvriendelijke oever met moeras- en rietbeplanting zullen de onderste delen van de constructie van het zonneveld aan het zicht onttrokken w o r d e n . Het zonneveld blijft deels zichtbaar vanaf de A15 en kruisende w e g e n , wat de leesbaarheid van het landschap ten goede komt. Ook v o r m t de oever door de omvang en langgerektheid een belangrijke versterking van de natuur¬ waarden. 3. Struweelelementen.
In een aantal overhoeken worden struweelelementen aangelegd met inheemse beplantingssoorten (geen meidoorn i.v.m. bacterievuur). Deze elementen zorgen voor een vergroening van het beeld en vergro¬ ting van de biodiversiteit. 4. Oorspronkelijke verkavelings- en slotenpatroon. Het oorspronkelijke slotenpatroon w o r d t herkenbaar gemaakt door het aanbrengen van k n o t b o m e n . Deze k n o t b o m e n dienen minimaal 1 meter uit de insteek te staan. Langs de sloten worden schouwstroken aangelegd,waardoor zichtlijnen over het slotenpatroon open blijven. 5. Kruidenrijk grasland Binnen het gehele plangebied komt kruidenrijk gras (met extensief beheer) van inheemse soorten.
6. Kruideneilanden rondom h o o g s p a n n i n g s m a s t e n De basis is grasland met een mengsel van verschillende inheemse grassoorten en een aantal algemene wilde bloemen dat eenmalig w o r d t ingezaaid. Ook w o r d t er op elk kruideneiland 1 bijenhotel geplaatst. (nu indicatief weergegeven op de plankaart). Voor het kruidenrijk grasland zou kunnen worden gekeken naar mengsel G2 (of soortgelijke mengsels, waarbij het van belang is dat het voedselrijke gronden zijn),op www.cruydthoek.nl. Hierin zitten o.a. Duizendblad, Knoopkruid, Peen, Pastinaak, Scherpe boter¬ bloem en Rode Klaver. 7. Haag Uit onderzoek naar de lichtreflectie van het zonneveld is gebleken dat de reflectie van de zonnepanelen teveel hinder opleveren. Er zijn twee opties o m dit op te lossen: 1. Maatregelen nemen aan de panelen zelf, bijv. zwarte i.p.v. blauwe panelen of door deze bijvoorbeeld te voorzien van een ondergeschikt anti-reflectie coating, of: 2. Op de insteek van de natuurvriendelijke oever struiken of hagen aanbrengen die de reflectie onderbreken. Het idee is o m dit een zo natuurlijke mogelijk karakter te geven in de vorm van struweelstoken van inheems plantmateriaal in afwisselende lengtes. De gewenste breedte van deze haag is minimaal 5 meter.
Deze struweelhagen vergroten enerzijds de biodiversiteit van het gebied; anderzijds w o r d t het zonneveld minder zichtbaarvanaf de A15 en minder 'lees¬ baar'. De kruideneilanden blijven geheel open en ter hoogte van de gasunie buisleiding blijft het ook open.
ONTWERP ZONNEPANELEN De zonnepanelen dienen in lijn en met dezelfde kleurstelling te worden geplaatst als de panelen van het reeds vergunde zonnepark. 7
LANDSCHAPPELIJKE INPASSING BEHEER Het zonnepark ligt ingeklemd tussen infrastructuur van met name de snelweg A15 en de spoorlijn en het in april vergunde grotere zonnepark. In de directe omgeving is verder b e b o u w d gebied en agrarisch grondgebruik, natuurterreinen zoals NNN liggen o p grotere afstand. Dit alles maakt dat het gebied geen grote rol kan spelen als verbinding tussen natuurelementen in de wijdere o m g e v i n g . Wel zijn er kansen o m natuurelementen te ontwikkelen voor flora en kleinere dieren die mobiel genoeg zijn o m het gebied te bereiken. Er zijn met name kansen voor struweelvogels, akkervogels, amfibieën en insecten zoals bijen en dagvlinders. De natuurelementen bieden hen schuilplaats en voortplantingsbiotoop, en daarnaast bieden de grasstroken tussen de zonnepa¬ nelen door natuurgericht beheer ook foerageergebied. De natuurelementen zijn robuust in breedte en onderling, in het totale plaatje, verbonden, zodat deze als verbinding en uitvalsbasis dienen voor flora en fauna. Struweelelementen en knotwilgen Het struweel bestaat uit soorten die op het m o m e n t dat ze te hoog w o r d e n , kunnen worden teruggezet t o t vlak boven de grond. Dit kan bijvoorbeeld eens per 3-5 jaar in het winterseizoen worden gedaan.
Als dit gefaseerd (niet alle tegelijk) gebeurt, blijft er continu begroeiing aanwezig die broedmogelijkheden en zangposten aan vogels biedt en het zicht o p de zonnepanelen beperkt. De k n o t b o m e n langs watergangen kunnen eveneens eens per 2-5 jaar worden teruggezet, en ook gefaseerd. Gevarieerde inheemse struiken die verspreid in de tijd bloeien en later in het jaar vruchten dragen, zijn aantrekkelijk voor insecten en vogels. Ook voor wilde bijen vormen struiken - vooral vroeg in het seizoen - een belangrijke aanvullende nectar- en stuifmeelbron. Door soorten met doornen op te nemen w o r d t ook nog eens aantrekkelijke nestplaatsen voor kleine zangvogels zoals kneu, gras¬ mus en roodborsttapuit gecreëerd. Een mengsel van soorten als gele kornoelje, hazelaar, sleedoorn, gewone vlier, wilde kardinaalsmuts en wilde liguster is een prima invulling. Meidoorn w o r d t hier niet toegepast in verband met kans op ziekte-overdracht naar fruit- en sierteelt. De struiken kunnen naar wens eens per 3 t o t 5 jaar worden teruggezet, liefst gefaseerd in kleine delen zodat geen kaalslag optreedt voor landschap en vogels. De k n o t b o m e n langs watergangen kunnen eveneens eens per 2-5 jaar worden teruggezet, en ook gefaseerd. 8
Kruidenrijk grasland. Binnen het gehele plangebied komt kruidenrijk gras (met extensief beheer) De basis is grasland met een mengsel van verschillende grassoorten en een aantal algemene wilde bloemen dat eenmalig w o r d t ingezaaid. Het basisbeheer is bij voorkeur twee keer per jaar maaien en oogsten/afvoeren van de opbrengst. Alternatief is drukbegrazing met schapen in zomer t o t herfst, dat wil zeggen korte tijd delen van het gebied laten afgrazen, door inzet van tijdelijke rasters. Dit kan in zowel overhoeken en langs sloten, als ook in de brede tussenruimte tussen de rijen zonnepanelen worden gerealiseerd. Kruideneilanden rondom hoogspanningsmasten De basis is grasland met een mengsel van verschillende grassoorten en een aantal algemene wilde bloemen dat eenmalig w o r d t ingezaaid. Het is belang¬ rijk o m een mengsel met inheemse soorten en voornamelijk overblijvende soorten te kiezen. Deze soorten hebben hoge natuurwaarde voor insecten en vogels en zijn over langere tijd het beste in stand te houden. Bomenrij langs noordrand Na het planten hebben de b o m e n weinig zorg meer nodig. In het eerste jaar vindt controle plaats op uitval van b o m e n , en controle van de boompalen en - b a n d e n . Daarna is zeer beperkt snoei nodig o m ongewenste uitgroei in de breedte te v o o r k o m e n .
Natuurvriendelijke oevers Aan de zuidzijde van het plangebied w o r d t een natuurvriendelijke oever aangelegd over de gehele lengte van het plangebied. Dit in combinatie met rietkragen en kruidenrijk grasland. deze versterken de bestaande ecologische verbinding langs de A 1 5 . In de randsloot kan zich mogelijk een bijzondere kwelvegetatie ontwikkelen. a a n de hogere zijde van het talud w o r d t een tevens een haag geplant. deze haag is noodzakelijk voor de veiligheid van de weggebruikers. d i t door reflectie van de zonnepanelen.
Het gewenste beheer voor de hogere delen van het talud bestaat uit 1 - 2 x per jaar maaien en maaisel afvoeren. Bij voorkeur vindt dit gefaseerd plaats, zodat niet alle begroeiing in een keer verdwijnt. Twee keer per jaar maaien (niet voor 1 juli in verband met broedvogels) leidt sneller t o t voedselarme kanten en deze kunnen bloemrijker w o r d e n . Eén keer per jaar maaien leidt t o t wat ruigere begroeiing die wel aantrekkelijk is voor libellen en moerasvogels. d o o r beide beheersvormen op verschillende plaatsen toe te passen ontstaat meer diversi¬ teit in biotopen die als
d e natuurvriendelijke oevers leveren een grote kwaliteitsverbetering voor oever¬ planten en watergebonden fauna zoals amfibieën en libellen. deze diersoorten brengen ook een deel van hun levenscyclus op land door, en de oeverzone en aan¬ grenzende natuurelementen bieden hen hoge kwaliteit leefgebied, veel hoger dan het huidige gebruik als (intensief) grasland. d e rietkragen en struweelelementen bieden ook leefgebied voor kleine marterachtigen zoals bunzing, overwinteringsgebied voor amfibieën, en broedplaats voor vogels als wintertaling, rietgors en kleine karekiet.
geheel meer biodiversiteit kunnen opleveren. ü p lagere delen van het talud kunnen rietkragen of ruigte worden ontwikkeld door 1 x per 2 jaar te maaien en maaisel af te voeren in het najaar.
hoewel er grasland verdwijnt, kunnen de groenstroken tussen de zonnepanelen ook dienen als leefgebied voor een aantal soorten, o m d a t deze juist extensiever zullen w o r d e n beheerd. ü p deze gronden zal geen gebruik van meststoffen en gewasbeschermingsmiddelen meer plaatsvinden, zoals dat bij het huidige gebruik het geval is. Bij een bredere sloot is het mogelijk het maaien te beperken t o t eens per twee jaar. d a n blijft overjarig riet staan en neemt de waarde toe. Het is dan belangrijk gefaseerd te maaien, dat betekent de ene rietkraag (of een deel daarvan) in het ene jaar, een ander deel juist in het andere jaar.
Voor vogels is het waardevol o m het maaien van een deel van de rietkragen of ruigte een jaar over te slaan. d i t biedt schuil- en foerageermogelijkheden in de winter en broedmogelijkheden in de zomer. ü o k voor de landschappelijke inpassing van de zonnepanelen is deze frequentie gunstig. Voor de instand¬ houding van het riet is minimaal eens per twee jaar maaien wel wenselijk. Voor riet- en watervogels zoals kleine karekiet, blauwborst en rietgors levert dat goed leefgebied op. Het beheer van het waterhoudend profiel bestaat uit 1 x per jaar schonen en maaisel afvoeren. Bij voorkeur vindt dit gefaseerd plaats, zodat niet alle be¬ groeiing in een keer verdwijnt. Als dit de waterdatum afvoerende functie niet in gevaar brengt, kan het ene jaar de ene (overlangse) helft worden geschoond en het daaropvolgende jaar de andere helft. Een andere optie is o m de ene helft in de zomer (voorjaar mijden in verband met broedvogels) en de andere helft in najaar (september) te schonen.
profiel natuurvriendelijke oever na de werkzaamheden 9
Ŭ.OŨ •.l-aohoofl
MEI 2020
BügelHajema Adviseurs Utrechtseweg 7
3811 NA Amersfoort
T 033 465 65 45
E amersfoort@bugelhajema.nl
www.bugelhajema.nl
omgevingsvergunning Zonnepark A15 Overbetuwe
Bijlage 2
Archeologisch onderzoek
Bijlagen ruimtelijke onderbouwing (concept)
15
R A A P - R A P P O R T 4271
Plangebied Zonnepark A15 te Elst Gemeente Overbetuwe A r c h e o l o g i s c h vooronderzoek: een bureauonderzoek
-i
i
MM
Colofon
Titel: Plangebied Zonnepark A15 te Elst, gemeente Overbetuwe; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek Versie: 24-03-2020 Auteur: T.E. Porreij-Lyklema MA Projectcode: OVQE Bestandsnaam: RAAPrap_4271_OVQE_20200324 Autorisatie: ir. E.H. Boshoven
ISSN: 0925-6229
RAAP Leeuwenveldseweg 5b
Telefoon: 0294-491 500
1382 LV Weesp
E-mail: raap@raap.nl
Postbus 5069
Website: www.raap.nl
1380 GB Weesp © RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V., 2020 RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V. aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit het gebruik van de resultaten van dit onderzoek of de toepassing van de adviezen.
Plangebied Z o n n e p a r k A 1 5 te Elst, g e m e e n t e O v e r b e t u w e ; a r c h e o l o g i s c h v o o r o n d e r z o e k : een b u r e a u o n d e r z o e k
Samenvatting In opdracht van Pure Energie heeft RAAP in d e c e m b e r 2019 een archeologisch v o o r o n d e r z o e k in de v o r m van een b u r e a u o n d e r z o e k uitgevoerd voor het plangebied Z o n n e p a r k A15 te Elst in de g e m e e n t e O v e r b e t u w e (figuur 1 ) . Het o n d e r z o e k vond plaats in het kader van een o m g e v i n g s v e r g u n n i n g . Het o n d e r z o e k s g e b i e d valt binnen een gebied w a a r v o o r RAAP reeds een b u r e a u o n d e r z o e k heeft opgesteld ( P o r r e i j - L y k l e m a 2 0 1 8 ) . Dit b u r e a u o n d e r z o e k vormt dan ook de basis voor onderhavig o n d e r z o e k . De v o o r g e n o m e n plannen bestaan uit de landschappelijke inpassing en aanleg van een z o n n e p a r k . De exacte plannen zijn nog niet bekend maar de v o r m g e v i n g zal o v e r e e n k o m e n met die van het naastgelegen z o n n e p a r k met als verschil dat binnen onderhavig plangebied geen m i d d e n s p a n n i n g s k a b e l zal w o r d e n a a n g e l e g d . O n d e r h a v i g z o n n e p a r k zal met een eigen aansluiting op het elektriciteitsnet w o r d e n a a n g e s l o t e n . In het z u i d o o s t e n van het plangebied en ten oosten hiervan (rond afslag Elst van de A 1 5 ) zijn nog pleistocene rivierafzettingen a a n w e z i g .
Het is mogelijk dat zich op deze afzettingen resten bevinden uit de p r e h i s t o r i e . In het overige deel van het plangebied zijn m e a n d e r g o r d e l s a a n w e z i g met een datering tussen 3850 - 3370 BP (Ressen fase B; laat-neolithicum - midden bronstijd) en 3 0 0 0 - 2 2 5 0 BP (Ressen fase D; late bronstijd - late ijzertijd). De opvulling van de restgeul heeft tot circa 1100 na Chr. g e d u u r d . In de directe omgeving van het plangebied zijn diverse archeologische v i n d p l a a t s e n a a n w e z i g . Het plangebied heeft een (middel-)hoge archeologische v e r w a c h t i n g voor vindplaatsen vanaf de (midden) bronstijd t/m nieuwe tijd. Alleen in het z u i d o o s t e n van het plangebied z o u d e n nog resten uit de steentijd kunnen v o o r k o m e n . De archeologische resten komen naar v e r w a c h t i n g voor v a n a f maaiveld/direct onder de b o u w v o o r en/of op meerdere diepere niveaus. T o e k o m s t i g e w e r k z a a m h e d e n kunnen d a a r o m voor een verstoring van het archeologisch b o d e m a r c h i e f z o r g e n . De geplande ingrepen voor de landschappelijke inpassing van het z o n n e p a r k zijn deels beperkt. D a a r o m is voor elke afzonderlijke ingreep een advies o p g e s t e l d . De g e n o e m d e adviezen zijn van t o e p a s s i n g op de huidige planvorming.
Indien het plangebied in de t o e k o m s t o p n i e u w ingericht gaat w o r d e n dient o p n i e u w te worden bekeken of archeologisch o n d e r z o e k noodzakelijk is. Het gebied wordt dus niet archeologische v r i j g e g e v e n . Voor de z o n n e p a n e l e n w e i d e s bijvoorbeeld geldt dat de b o d e m in de huidige planvorming vrijwel o n g e m o e i d blijft. Echter bij de verwijdering van de panelen (loodrecht/uitgraven van de palen?) en/of t o e k o m s t i g gebruik van het gebied kunnen grootschalige b o d e m - en archeologisch v e r s t o r e n d e activiteiten p l a a t s v i n d e n , w a a r v o o r wel een archeologisch v e r v o l g o n d e r z o e k noodzakelijk kan zijn. Dit rapport geeft (selectie)adviezen. Het is aan de bevoegde overheid, de g e m e e n t e O v e r b e t u w e , deze al dan niet over te nemen in de v o r m van een (selectie)besluit.
RAAP-rapport 4271 I versie 24-03-2020
[3]
Plangebied Z o n n e p a r k A 1 5 te Elst, g e m e e n t e O v e r b e t u w e ; a r c h e o l o g i s c h v o o r o n d e r z o e k : een b u r e a u o n d e r z o e k
Inhoud Samenvatting
3
Inhoud
4
1 Inleiding
5
1.1 Kader
5
1.2 Administratieve gegevens
8
1.3 Doel- en vraagstelling
8
2 Bureauonderzoek
10
2.1 Methode
10
2.2 Aardkundige situatie
10
2.3 Archeologische gegevens
16
2.4 Historische situatie
21
2.5 Huidige situatie
25
2.6 Toekomstige situatie
26
3 Gespecificeerde a r c h e o l o g i s c h e v e r w a c h t i n g
28
4 Conclusies en advies
31
4.1 Conclusie
31
4.2 Advies
31
4.3 Tot slot
33
Literatuur
34
Overzicht van figuren, tabellen en bijlagen
36
RAAP-rapport 4271 / versie 24-03-2020
[4]
Plangebied Z o n n e p a r k A 1 5 te Elst, g e m e e n t e O v e r b e t u w e ; a r c h e o l o g i s c h v o o r o n d e r z o e k : een b u r e a u o n d e r z o e k
1 Inleiding 1.1 Kader Aanleiding In opdracht van Pure Energie heeft RAAP in d e c e m b e r 2019 een archeologisch v o o r o n d e r z o e k in de v o r m van een b u r e a u o n d e r z o e k uitgevoerd voor het plangebied Z o n n e p a r k A15 te Elst in de g e m e e n t e O v e r b e t u w e (figuur 1). Het o n d e r z o e k vond plaats in het kader van een o m g e v i n g s v e r g u n n i n g . Het o n d e r z o e k s g e b i e d valt binnen een gebied w a a r v o o r RAAP reeds een b u r e a u o n d e r z o e k heeft opgesteld (Porreij-Lyklema 2018). Dit b u r e a u o n d e r z o e k zal dan ook als basis dienen voor onderhavig onderzoek. •3i
135'i ' ' .iBľiaio
De V o r k
Huis de Haar
o\oTļDe Hueht ' R e a
Haesbaert
HavK
ilņkķeŗsţŗhat
Cf i ř r a "ipàrk
Br i n k s h ű e v e V r e d e l ù sí
De W a t e r h o e v e
Welkorr
LG/ipstuk
iburgh
V ! u - t * » Sr
I
9.2 •3-
\ Ä 135'i
1 1
Figuur 1. Aanduiding plangebied (rood omlijnd). Inzet: ligging in Nederland
RAAP-rapport 4271 / versie 24-03-2020
(ster).
[5]
and
Plangebied Z o n n e p a r k A 1 5 te Elst, g e m e e n t e O v e r b e t u w e ; a r c h e o l o g i s c h v o o r o n d e r z o e k : een b u r e a u o n d e r z o e k
Juridisch
en
RAAP
beleidskader
Het uitgangspunt voor dit o n d e r z o e k wordt g e v o r m d door het wettelijk en beleidsmatig kader voor de ruimtelijke ordening en m o n u m e n t e n z o r g . De g e m e e n t e is de bevoegde overheid die een besluit zal nemen over hoe om te gaan met de eventueel a a n w e z i g e archeologische w a a r d e n . Op de archeologische beleidskaart van de g e m e e n t e Overbetuwe ligt het plangebied grotendeels in een zone met A W V categorie 4 (gebieden met een hoge archeologische v e r w a c h t i n g ) . Het beleid voor deze categorie schrijft voor dat er bij b o d e m i n g r e p e n groter dan 100 m en dieper dan 30 cm -mv een 2
archeologisch o n d e r z o e k dient te w o r d e n uitgevoerd (figuur 2 en tabel 6). Het noordoosten van het plangebied ligt in een zone met A W V categorie 5 (gebieden met een middelmatige archeologische v e r w a c h t i n g ) . Het beleid voor deze categorie schrijft v o o r dat er bij b o d e m i n g r e p e n groter dan 500 m
2
en dieper dan 30 cm -mv een archeologisch o n d e r z o e k dient te w o r d e n uitgevoerd. De g e n o e m d e voorschriften zijn v e r a n k e r d in het b e s t e m m i n g s p l a n
(NL.IMRO.1734.0007BUITbuitengebi-GOH2).
Binnen het plangebied staan diverse b o d e m i n g r e p e n gepland (zie Ş2.6 en bijlage 2) . De exacte omvang van de b o d e m i n g r e p e n is nog niet b e k e n d , maar zijn naar v e r w a c h t i n g groter dan de vrijstellingsgrens. Een archeologische o n d e r b o u w i n g met betrekking tot de eventuele a a n w e z i g h e i d van archeologische w a a r d e n is daarom verplicht conform het vigerend beleid.
RAAP-rapport 4271 / versie 24-03-2020
[6]
RAAP
Plangebied Z o n n e p a r k A 1 5 te Elst, g e m e e n t e O v e r b e t u w e ; a r c h e o l o g i s c h v o o r o n d e r z o e k : een b u r e a u o n d e r z o e k
v
V .'
m e\a n a e r g o ra e I ~*v a n R essen
\
Ä
'
^
~
I
I
\
'\
1
^ o udÀre
^
^
^
^
^
^
fa s e\ a )
^
^
^
\~""
K~,'
^
^
^
^
\
^
^
^
^
^
^
^
^
^
^
^
IÉ Ĺ ^ ^ ^ ^ Ç I
v . • •
R
:
184500 184500
Figuur 2. Het plangebied geprojecteerd
ļ
Ť
1
U
^Hi
185000 ĮįĮQOľ
op de gemeentelijke
beleidskaart
(legenda zie bijlage 3).
Kwaliteitsborging De w e r k z a a m h e d e n zijn uitgevoerd onder certificaat BRL4000, c o n f o r m artikel 5.4 van de Erfgoedwet. Het o n d e r z o e k is uitgevoerd volgens de normen van de archeologische b e r o e p s g r o e p . De Kwaliteitsnorm Nederlandse A r c h e o l o g i e (KNA, versie 4 . 1 ) , beheerd door de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging B o d e m b e h e e r (SIKB; w w w . s i k b . n l ) , is door de minister a a n g e w e z e n als norm. Daarnaast is het o n d e r z o e k uitgevoerd conform de g e m e e n t e l i j k e richtlijnen ( h a n d b o e k archeologisch onderzoek binnen de regio A r n h e m ; Habraken 2017). RAAP is gecertificeerd voor de protocollen 4001 P r o g r a m m a van Eisen, 4 0 0 2 B u r e a u o n d e r z o e k , 4003 Inventariserend v e l d o n d e r z o e k ( l a n d b o d e m s ) , onderdelen proefsleuven en overig, 4004 Opgraven ( l a n d b o d e m s ) en 4006 Specialistisch onderzoek. Zie bijlage 1 voor de dateringen van de in dit rapport g e n o e m d e archeologische perioden.
RAAP-rapport 4271 / versie 24-03-2020
[7]
Plangebied Z o n n e p a r k A 1 5 te Elst, g e m e e n t e O v e r b e t u w e ; a r c h e o l o g i s c h v o o r o n d e r z o e k : een b u r e a u o n d e r z o e k
1.2 Administratieve gegevens Type onderzoek
bureauonderzoek
Opdrachtgever
Pure Energie
Bevoegde overheid
gemeente
Plaats
Elst
Gemeente
Overbetuwe
Provincie
Gelderland
Centrumcoördinaten (XIY)
184.834 I 434.021
Toponiem
direct te noorden van de A15, ten westen van afrit 38 (Elst)
Kadastrale gegevens
Kad.gem. Elst, sectie M, nr. 1684
Oppervlakte plangebied
4,3 hectare
Afbakening onderzoeksgebied
Tijdens onderhavig onderzoek is het plangebied inclusief een zone van circa 200 m rondom het plangebied onderzocht.
Onderzoeksperiode
december 2019
Uitvoerder
RAAP regio Oost te Zutphen
Projectleider
T.E. Porreij-Lyklema MA
Projectmedewerkers
-
RAAP-projectcode
OVQE
ARCHIS-onderzoeksmeldingsnummer
4759223100
Beheer en plaats documentatie
RAAP regio Oost te Zutphen
Tabel 1. Administratieve
gegevens.
1.3 Doel- en vraagstelling De doelstelling van het archeologisch v o o r o n d e r z o e k is het vaststellen van de archeologische waarde van het terrein, dan wel de archeologische vindplaats. Daartoe wordt informatie v e r z a m e l d over bekende en v e r w a c h t e archeologische resten teneinde een gespecificeerde archeologische v e r w a c h t i n g op te stellen. Het o n d e r z o e k wordt uitgevoerd c o n f o r m de gemeentelijke richtlijnen ( h a n d b o e k archeologisch o n d e r z o e k binnen de Regio A r n h e m ) .
Onderzoeksvragen 1.
W a t is de aard (ontstaanswijze en classificatie), diepteligging, genese en gaafheid van bodemhorizonten
en natuurlijke
afzettingen
natuurlijke
in het o m r i n g e n d e (binnen een afstand tot ca. 200 m
van de o n d e r z o e k s l o c a t i e ) gebied? 2.
W a t is de aard (ontstaanswijze), diepteligging, g e n e s e , gaafheid, dikte, en o m v a n g van eventueel in het o m r i n g e n d e gebied v o o r k o m e n d e a f d e k k e n d e lagen en de (geschatte) o u d e r d o m daarvan (plaggendek, stuifzandlaag, colluvium, kleidek, afvallaag, o p h o g i n g s l a a g ) ?
3.
W a t is het historisch landgebruik van de o n d e r z o e k s l o c a t i e en het o m r i n g e n d e gebied geweest?
4.
W e l k e gegevens met betrekking tot archeol ogische complexen ( ' w a a r n e m i n g e n ' inclusief uitkomsten historisch kaartonderzoek) zijn reeds binnen het o n d e r z o e k s g e b i e d en/of binnen de landschappelijke eenheden rondom de o n d e r z o e k s l o c a t i e bekend? V e r m e l d per v o n d s t - en/of spoorcomplex minimaal:
RAAP-rapport 4271 / versie 24-03-2020
[8]
Plangebied Z o n n e p a r k A 1 5 te Elst, g e m e e n t e O v e r b e t u w e ; a r c h e o l o g i s c h v o o r o n d e r z o e k : een b u r e a u o n d e r z o e k
a) bronvermelding ( o n d e r z o e k s r a p p o r t a g e s , A R C H I S - g e g e v e n s ) b) de materiaalcategorie c) o u d e r d o m d) ruimtelijke (geografische) verspreiding e) stratigrafische verspreiding (diepteligging en/of dikte v o n d s t l a a g ) f ) fragmentatie g) w a a r n e m i n g s m e t h o d e h) interpretatie 5.
W e l k e natuurlijke f o r m a t i e p r o c e s s e n (sedimentatie, erosie, laterale verplaatsing, b o d e m v o r m i n g , degradatie e.d.)hebben een rol gespeeld in het o n d e r z o e k s g e b i e d ?
6.
Met welke culturele f o r m a t i e p r o c e s s e n ( g r o n d b e w e r k i n g , bemesting, ophoging, betreding, percelering, [de-]constructie, materiaaltypen, materiaalgebruik en materiaaldepositie e.d.) hebben een rol gespeeld in het o n d e r z o e k s g e b i e d ?
7.
W e l k e f o r m a t i e p r o c e s s e n kunnen een rol hebben gespeeld bij de t o t s t a n d k o m i n g van eventuele aanwezige v o n d s t s p r e i d i n g e n , de v o n d s t d i c h t h e i d , v o n d s t - en spoorniveaus en de fysieke kwaliteit van eventueel aanwezige archeologische resten?
8.
W a t is de aard (materiaalsoorten, fragmentatie, d i c h t h e d e n , ruimtelijke en stratigrafische spreiding, etc.) van (mogelijk) a a n w e z i g e v o n d s t - en/of s p o o r c o m p l e x e n ?
9.
Hoe manifesteren deze zich tijdens p r o s p e c t i e o n d e r z o e k ?
10. Met de inzet van welke z o e k m e t h o d e n ( d e t e c t i e - en w a a r n e m i n g s v o r m , m o n s t e r b e h a n d e l i n g en z o e k s t r a t e g i e ) kunnen v o n d s t - en/of s p o o r c o m p l e x e n systematisch
o p g e s p o o r d worden
( z o e k s l e u v e n , booronderzoek, v e l d k a r t e r i n g , geofysisch etc.). Licht b e a r g u m e n t e e r d toe met verwijzing naar de verschillende K N A - l e i d r a d e n .
RAAP-rapport 4271 / versie 24-03-2020
[9]
Plangebied Z o n n e p a r k A 1 5 te Elst, g e m e e n t e O v e r b e t u w e ; a r c h e o l o g i s c h v o o r o n d e r z o e k : een b u r e a u o n d e r z o e k
2 Bureauonderzoek 2.1 Methode Het b u r e a u o n d e r z o e k dient ervoor om - op basis van verschillende bronnen - inzicht te krijgen in de genese van het landschap, de b o d e m o p b o u w en de sporen die het menselijk gebruik in de loop van de tijd heeft a c h t e r g e l a t e n . Met behulp van deze g e g e v e n s wordt een gespecificeerde archeologische verwachting opgesteld. Naast de c o n f o r m de KNA verplichte bronnen is door de g e b i e d s e x p e r t s van RAAP een beredeneerde keuze g e m a a k t uit betrouwbare bronnen die voor de a r c h e o l o g i s c h e v e r w a c h t i n g relevante informatie bevatten (zie bijlage 5 voor de motivering). Daarvoor is gebruik gemaakt van de landelijk en v o o r RAAP digitaal beschikbare a r c h i e v e n . Voor de beschrijving van de historische situatie is gebruik gemaakt van hiervoor relevante informatiedragers. Voor de actuele metadata van de v e r z a m e l d e gegevens (gemeente, plaats, etc.) wordt v e r w e z e n naar het van t o e p a s s i n g zijnde data-archief.
2.2 Aardkundige situatie 1.
W a t is de aard (ontstaanswijze en classificatie), diepteligging, genese en gaafheid van natuurlijke b o d e m h o r i z o n t e n en natuurlijke afzettingen in het omringende (binnen een afstand tot ca. 200 m van de onderzoekslocatie) gebied?
2.
W a t is de aard (ontstaanswijze), diepteligging, genese, gaafheid, dikte, en omvang van eventueel in het o m r i n g e n d e gebied v o o r k o m e n d e a f d e k k e n d e lagen en de (geschatte) o u d e r d o m daarvan ( p l a g g e n d e k , s t u i f z a n d l a a g , colluvium, kleidek, afvallaag, ophogingslaag)?
5.
W e l k e natuurlijke f o r m a t i e p r o c e s s e n (sedimentatie, erosie, laterale v e r p l a a t s i n g , b o d e m v o r m i n g , degradatie e.d.)hebben een rol gespeeld in het o n d e r z o e k s g e b i e d ?
6.
Met welke culturele f o r m a t i e p r o c e s s e n ( g r o n d b e w e r k i n g , bemesting, ophoging, betreding, percelering, [ d e - ] c o n s t r u c t i e , materiaaltypen, materiaalgebruik en materiaaldepositie e.d.) hebben een rol gespeeld in het o n d e r z o e k s g e b i e d ?
Tabel 2. Relevante onderzoeksvragen
RAAP-rapport 4271 / versie 24-03-2020
m.b.t. aardkundige
situatie.
[10]
Plangebied Z o n n e p a r k A 1 5 te Elst, g e m e e n t e O v e r b e t u w e ; a r c h e o l o g i s c h v o o r o n d e r z o e k : een b u r e a u o n d e r z o e k
Geo(morfo)logische situatie
Volgens de geomorfologische kaart van Nederland (1:50.000) ligt het plangebied geheel in een zone met een stroomrug in de ondergrond. Bovenstaande stroomgordels betreffen afzettingen van de stroomgordel van Ressen figuur 3 en tabel 4). Vrijwel het gehele plangebied staat op de zanddieptekaart aangegeven als Ressen fase B. Alleen de uiterste zuidzijde staat aangegeven als Ressen fase D. Deze stroomgordels zijn eveneens herkenbaar op de zanddieptekaart, welke een vrij gedetailleerd beeld geeft van de diepteligging van het rivierzand (Cohen, 2010; figuur 4). De zanddieptekaart geeft echter holoceen zand weer in de zuidoostelijke punt van het plangebied (en het gebied rondom afslag Elst van de A15 en het gebied ten zuiden hiervan). Volgens de stroomgordelkaart en diverse archeologische onderzoeken die in dit gebied zijn uitgevoerd (o.a. Kalisvaart S ter Wal 2016 en van de Glind 2013) betreft het geen holoceen zand maar pleistoceen (bedding-)zand. Het AHN (figuur 6) geeft geen bijzonderheden weer binnen het plangebied. Direct ten westen van het plangebied is een verhoging zichtbaar.
Ouderdom geomorfologische structuur
Holoceen
Bodemkundige situatie
Het plangebied bestaat geheel uit kalkloze poldervaaggronden (code Rn67C; figuur 5). Kalkloze poldervaaggronden omvatten alle zavelen kleigronden die geen veen in de bovenste 80 cm hebben, geheel gerijpt zijn en geen donkere bovengrond kennen. Dit betekent dat vrijwel alle jonge zavel- en kleigronden in deze klasse vallen.
Verwachte diepteligging van archeologisch relevante lagen
Vanaf maaiveld / onder bouwvoor. Er zijn meerdere stratigrafisch van elkaar gescheiden niveaus te verwachten in het holocene rivierengebied.
Tabel 3. Overzicht van geraadpleegde plangebied en de directe omgeving.
geologische, geomorfologische
holocene
(vermoedelijke)
stroomgordels
ouderdom
Stroomgordel
3850-3370 BP
Ressen fase B Stroomgordel
en bodemkundige kenmerken van het
archeologische periode
opmerkingen
Laat Neolithicum-Midden Bronstijd
3500-3000 BP
Bronstijd
3000-2250 BP
Late Bronstijd-Late Ijzertijd
Ressen fase C Stroomgordel Ressen fase D Stroomgordel Baal
opvulling van de restgeul heeft tot circa 1100 na Chr. geduurd
3200-2260 BP
ijzertijd, romeinse tijd, vroege en late middeleeuwen
Tabel 4. Overzicht van de holocene
RAAP-rapport 4271 / versie 24-03-2020
stroomgordels.
[11]
RAAP
Plangebied Z o n n e p a r k A 1 5 te Elst, g e m e e n t e O v e r b e t u w e ; a r c h e o l o g i s c h v o o r o n d e r z o e k : een b u r e a u o n d e r z o e k
184000
yýxsx
lÊk^Ê^
J\.
n
353
rH~^
1
~\
gfeo
85000
\ /
- í ŗ W n jJSfipV
\
186000
V^^^^^í
\ ^
2şo
sfr -
rj ļ— p
184000
r
K " ^ ~ " 3. ~ - Het -^ i' ŕ-J ' (rood i' n " ^ omlijnd) I Figuur plangebied 184000
RAAP-rapport 4271 / versie 24-03-2020
i' i i Hgeprojecteerd
3 5 2
İ7/
mm
I 0
to !?"**
f"
crevaèse Ressen fase D
a
\
;.Aí/ : 185000
0
" " de stroomgordelkaart op 185000
Ik' 7
Z --
I
I
c f / R A Aĵ* 186000
t
I / Stouthamer i 2012). ~T (Cohenx &
t
185000
[12]
Plangebied Z o n n e p a r k A 1 5 te Elst, g e m e e n t e O v e r b e t u w e ; a r c h e o l o g i s c h v o o r o n d e r z o e k : een b u r e a u o n d e r z o e k
184500
"
185000
ZA^^
Zanddieptekaart (Cohen 2010)
JZZ-~' - - R e e t V i s
Stroomgordels buiten de uilerwaarden 1
0 0 - 1 0 m -rrw rivierzand
I
1.0- 1.5m-™rivierzand
I ^ ^ ^ ĵ |
\
1.5-2.0 m-mvrMef zand 2 0 - 3 0 m -rrw
rivierzand
\j \
\
S
1
\ Z
Z Z
3.0-6.0 m-nw rivierzand
i T v f ĥ
100 Z
". '
QB
—
/ĺZZj5Z
z 20ÔTn
;
Z
i 1
J
Z\
~ ~ZZ "
0
.' ^ " ^ ^ S z p " ;
^jp ^
^~~\Z\
..
11
\, eslri,
;:
~~/
I / ~~ ~z^^ zz*~^^P^^^^^^^^^ ľ
Z L L
f
Z
Z
\
Z
, -
7 i (blauw ' Figuur 4. Het plangebied omlijnd) geprojecteerd op de zanddieptekaart (Cohen 2010). 184500
RAAP-rapport 4271 / versie 24-03-2020
^
^-
185000
[13]
RAAP
Plangebied Z o n n e p a r k A 1 5 te Elst, g e m e e n t e O v e r b e t u w e ; a r c h e o l o g i s c h v o o r o n d e r z o e k : een b u r e a u o n d e r z o e k
184500
1S5000
I85500
kalkhoudende 3n\te ooi
n (Rn95A)
ũ
3\
1
ū
V; 1
kakfoze oowa
(RdüüCI
4-
4-
L-
N 1
I
-
184500
Figuur 5. Het plangebied (rood omlijnd) geprojecteerd
RAAP-rapport 4271 / versie 24-03-2020
L
185000
op de bodemkaart
185500
(1:50.000).
[14]
RAAP
Plangebied Z o n n e p a r k A 1 5 te Elst, g e m e e n t e O v e r b e t u w e ; a r c h e o l o g i s c h v o o r o n d e r z o e k : een b u r e a u o n d e r z o e k
184250
184500
ŵ
w
i legenda I
8
I
J
\
11 \ '
f O
^
-
r
'
185000
185250
r
' \
[ ^ ^ ^ R ^ K
'
+
\ ^ V í ^ ^ ~ —
ì 100
200 m
X \
RAAP-rapport 4271 I versie 24-03-2020
^
V üMtó
\
' ^—;l\ľ^^
~
J ì t & š à
^
' 4\ j ^ ^ ^ 184750 Figuur 6. Het plangebied 184500 (rood omlijnd) geprojecteerd op het AHN . 1
TĨ4250
v—y \
grens plangebied
hoogte in m*NAP(AHNļ
A
184750
„
' R A A Rÿŕ ± 185000
a
SHl
185250
"
[15]
Ŝ
Plangebied Z o n n e p a r k A 1 5 te Elst, g e m e e n t e O v e r b e t u w e ; a r c h e o l o g i s c h v o o r o n d e r z o e k : een b u r e a u o n d e r z o e k
2.3 Archeologische gegevens 4.
W e l k e gegevens met betrekking tot arche ologische c o m p l e x e n ( ' w a a r n e m i n g e n ' inclusief uitkomsten historisch k a a r t o n d e r z o e k ) zijn reeds binnen het o n d e r z o e k s g e b i e d en/of binnen de landschappelijke e e n h e d e n rondom de o n d e r z o e k s l o c a t i e bekend? Vermeld per v o n d s t en/of s p o o r c o m p l e x minimaal: a) bronvermelding ( o n d e r z o e k s r a p p o r t a g e s , A R C H I S - g e g e v e n s ) b) de materiaalcategorie c) o u d e r d o m d) ruimtelijke (geografische) verspreiding e) stratigrafische v e r s p r e i d i n g (diepteligging en/of dikte v o n d s t l a a g ) f ) fragmentatie g) w a a r n e m i n g s m e t h o d e h) interpretatie
Tabel 5. Relevante onderzoeksvragen Gemeentelijk
m.b.t. archeologische
gegevens.
archeologiebeleid
Bestemmingsplan
Dubbelbestemming 'waarde-Archeologische verwachting 2' (NL.IMRO.1734.0007BUITbuitengebi-GOH2). Voor deze waarde is archeologisch onderzoek verplicht bij bodemingrepen M 0 0 m . 2
Gemeentelijke archeologische verwachtingskaart
Grotendeels hoge archeologische verwachting meandergordel / oeverop-kom-complex (oranje kleur in figuur 7). De noordoostelijke hoek van het plangebied heeft een middelmatige archeologische verwachting meandergordel / oever-op-kom-complex (gele kleur in figuur 7). De gespecificeerde verwachting ten aanzien van periode en vindplaatstype is afhankelijk van de ouderdom van de rivierstroomgordel. Archeologische resten worden afgedekt door een kleidek en zijn daardoor waarschijnlijk goed geconserveerd.
Gemeentelijke archeologische beleidskaart
-
AWV categorie 4: hoge archeologische verwachting (meandergordel / oever-op-kom-complex): streven naar behoud in huidige staat. Onderzoeksplicht bij bodemingrepen M 0 0 m en dieper dan 30 cm -Mv; 2
-
AWV categorie 5: middelmatige archeologische verwachting (meandergordel / oever-op-kom-complex): streven naar behoud in huidige staat. Onderzoeksplicht bij bodemingrepen ^ 0 0 m en dieper dan 30 cm -Mv. 2
Tabel 6. Overzicht van het geldende archeologiebeleid
RAAP-rapport 4271 / versie 24-03-2020
en achterliggende
verwachtingskaart.
[16]
Plangebied Z o n n e p a r k A 1 5 te Elst, g e m e e n t e O v e r b e t u w e ; a r c h e o l o g i s c h v o o r o n d e r z o e k : een b u r e a u o n d e r z o e k
184500
RAAP
185000
.92 -
I -
3 14
\
315
3.13
y
(ou d e re
311
fa s
e^aj. 5 S
1
T
: 554
j
1
10209 319
V
À
N
ì 50X
32 C
30.
\ ì
ÍŨO
\ 184500
Figuur 7. Het plangebied geprojecteerd 4).
185000
op de gemeentelijke
archeologische
verwachtingskaart
(legenda zie bijlage
Voor uitgebreide informatie omtrent de archeologie in de wijdere omgeving van het plangebied wordt v e r w e z e n naar de rapportage van het gemeentelijk a r c h e o l o g i s c h beleid (Willemse, 2009). Hieronder wordt een kort schematisch overzicht gegeven van de bekende archeologische v i n d p l a a t s e n binnen 200 m van het plangebied.
RAAP-rapport 4271 / versie 24-03-2020
[17]
Plangebied Z o n n e p a r k A 1 5 te Elst, g e m e e n t e O v e r b e t u w e ; a r c h e o l o g i s c h v o o r o n d e r z o e k : een b u r e a u o n d e r z o e k
Eerder
in de omgeving
uitgevoerd
onderzoek
volgens
ARCHIS3
Zaakidentificatienummer
Resultaat/advies
Opmerking
4645653100
Vervolgonderzoek afhankelijk van type ingreep.
Bureauonderzoek (PorreijLyklema 2018)
2026533100
Archeologische kartering in delen van het plangebied.
Archeologisch booronderzoek (Haarhuis 1997)
2169020100
Divers vervolgonderzoek voor verschillende percelen
Bureauonderzoek (Goossens 2007)
2462249100
-
Bureauonderzoek
2028145100
Diverse vindplaatsen aangetroffen. Divers vervolgonderzoek aanbevolen.
Oppervlaktekartering en booronderzoek (Haarhuis 1999)
4639384100
Rapportage niet beschikbaar.
Archeologisch booronderzoek (Visser e.a 2019)
2360837100
-
Bureauonderzoek
2458183100
Ontginningskuilen aangetroffen. Geen materiaal. De sporen bevinden zich ver buiten een nederzetting. De restgeul bevat ook geen indicatoren. Geadviseerd om het gebied vrij te geven.
Proefsleuvenonderzoek (Van Kampen 2014).
Circa 90 m ten westen van plangebied
onbekend
Late middeleeuwen A en B
Grijsbakkend gedraaid aardewerk en Pingsdorf
-
Archeologische veldkartering (Asmussen e.a. 1993)
2042896100
Circa 75 m ten zuiden van plangebied; Van Balverenlaan
cultuurlaag
neolithicumbronstijd
Houtskool, verbrande leem en verbrand aardewerk/slak
-
Archeologische begeleiding (Asmussen 1996)
Tabel 8. Overzicht van de bekende archeologische
RAAP-rapport 4271 Z versie 24-03-2020
vondstlocaties
Diepte
Materiaal
2983299100
Ligging
Datering
Verzamelwijze
onderzoek in de directe omgeving van het plangebied.
Complex
Zaakidentificatienr.
Tabel 7. Overzicht van eerder uitgevoerd archeologisch
in de directe omgeving van het plangebied.
[18]
Plangebied Z o n n e p a r k A 1 5 te Elst, g e m e e n t e O v e r b e t u w e ; a r c h e o l o g i s c h v o o r o n d e r z o e k : een
I 7390100 2324168100
RAAP
bureauonderzoek
ĒL'Í-ĴL'
grens pjargebiec eerder utgevoe'r:- v.' -i—::.j.-r- r:n:1-ľ:oekeľi [ArcrusS] :: r
2028145100
r
"I''' :urr'l. m . ti'i 1 i. il. run iwi . iľ..::i 4639384100
"2983299100 2026533100
4645653100
2169020100 2042896100 2462249100
3978205100 Rietgraafsingel
2209529100 2457073100
2209075100
2027270100
R A A P Figuur 8. Het plangebied met bekende archeologische
gegevens in de directe
omgeving.
Er zijn talrijke a r c h e o l o g i s c h e o n d e r z o e k e n uitgevoerd binnen en in de directe omgeving v a n het o n d e r z o e k s g e b i e d . Het is te omvangrijk deze allemaal te behandelen in deze rapportage. D e diverse onderzoeken zijn daarentegen o p g e n o m e n in de gemeentelijke archeologische v e r w a c h t i n g s - en beleidskaart. Er zijn diverse vindplaatsen aanwezig uit de periode vroege bronstijd t/m late m i d d e l e e u w e n , zoals het o n d e r z o e k op een kleine kilometer ten z u i d w e s t e n v a n het plangebied (Verhelst en Z i e l m a n , 2 0 1 4 ) . Uit dit o n d e r z o e k is gebleken dat de m e a n d e r g o r d e l v a n Ressen, die gekarteerd is als één zeer brede m e a n d e r g o r d e l , blijkt te bestaan uit smalle insnijdingen met terrasrestanten ertussen. D e schijnbaar lagere delen v a n het landschap w e r d e n in de late bronstijd en vroege ijzertijd benut of zelfs b e w o o n d . Er zijn vindplaatsen aanwezig uit de periode late bronstijd volle m i d d e l e e u w e n . Direct ten zuiden v a n de het plangebied en de A 1 5 (ten noorden v a n de V a n B a l v e r e n l a a n ) is een grootschalig p r o e f s l e u v e n o n d e r z o e k en opgraving uitgevoerd. D e resultaten v a n de opgraving zijn nog niet gepubliceerd.
Uit het p r o e f s l e u v e n o n d e r z o e k is gebleken dat het gebied meerdere archeologische niveaus en v e g e t a t i e h o r i z o n t e n kent (Kalisvaart & ter Wal 2016). D e o n d e r g r o n d bestaat uit een geërodeerd rivierterrassenlandschap dat wordt afgedekt door de Ressense s t r o o m g o r d e l en de W a a l . Er zijn vier verschillende afzettingsfases herkent, die w o r d e n afgedekt door een v e g e t a t i e h o r i z o n t (al dan niet sterk of z w a k ontwikkeld). D e vindplaatsen c o n c e n t r e e r d e n zich nabij de actieve rivierlopen van de Ressense stroomgordel of latere restgeulen. Er zijn resten aangetroffen v a n een grafveld uit de Romeinse tijd, binnen een z o n e van 150 bij 60 m. T e v e n s zijn diverse grondsporen a a n g e t r o f f e n ,
RAAP-rapport 4271 / versie
24-03-2020
[19]
Plangebied Z o n n e p a r k A 1 5 te Elst, g e m e e n t e O v e r b e t u w e ; a r c h e o l o g i s c h v o o r o n d e r z o e k : een b u r e a u o n d e r z o e k
RAAP
w a a r v a n meerdere tot enkele huisplattegronden b e h o r e n . Het aangetroffen a a r d e w e r k duidt op een datering in het neolithicum en/of de m i d d e n - b r o n s t i j d . O o k enkele structuren duiden op een datering in de midden-bronstijd (B). E v e n e e n s is een kuil aangetroffen met een datering in de ijzertijd of romeinse tijd. De v i n d p l a a t s e n zijn aangetroffen op een diepte van 40 tot 70 cm - M v , onder een laklaag van 15¬ 20 cm dik, wat betekent dat archeologische resten v a n a f 20 cm - mv (dus direct onder de b o u w v o o r ) aanwezig kunnen zijn. Tijdens de opgraving (mondelinge mededeling A. P o r r e i j - L y k l e m a , BAAC bv) is een nederzetting uit de Bronstijd o p g e g r a v e n . Hierbij ging het om meerdere huizen in meerdere fases ( h e r b o u w ) . De datering ligt in de midden bronstijd en v r o e g e ijzertijd, mogelijk ook de late bronstijd. De opgraving heeft de begrenzing van de vindplaats niet kunnen v a s t l e g g e n ; deze loopt waarschijnlijk door in vrijwel alle richtingen. Naast de diverse g r o n d s p o r e n zijn tijdens het p r o e f s l e u v e n o n d e r z o e k een tiental geschutstellingen en a a n v e r w a n t e structuren uit de t w e e d e wereldoorlog onderzocht (Kalisvaart & ter Wal 2016).
Bijna alle locaties kunnen in v e r b a n d w o r d e n gebracht met de a a n w e z i g h e i d van een artillerie-eenheid van het Britse leger en de a a n w e z i g h e i d en gebruik van het Britse 2 5 - p o n d e r v e l d g e s c h u t (vier g e s c h u t s s t e l l i n g e n , één o n d e r k o m e n , één o n d e r k o m e n / m u n i t i e o p s l a g en één afvalkuil). Op basis van luchtfoto's uit de t w e e d e wereldoorlog kunnen de structuren tussen 19 s e p t e m b e r en 23 d e c e m b e r 1944 worden geplaatst. Eén locatie omvatte een Duitse 2 c m - g e s c h u t s o p s t e l l i n g , aangelegd tussen 12 en 19 s e p t e m b e r 1944. Bekende
archeologische
gegevens
uit andere
bronnen
Informatie van a m a t e u r a r c h e o l o g e n is verwerkt in A R C H I S , de gemeentelijke v e r w a c h t i n g s - en beleidskaart.
RAAP-rapport 4271 / versie 24-03-2020
[20]
P l a n g e b i e d Z o n n e p a r k A 1 5 te Elst, g e m e e n t e O v e r b e t u w e ; a r c h e o l o g i s c h v o o r o n d e r z o e k :
een
bureauonderzoek
2.4 Historische situatie 3. W a t is het historisch landgebruik van de o n d e r z o e k s l o c a t i e en het omringende gebied geweest? Tabel 9. Relevante onderzoeksvragen
m.b.t. de historische
situatie.
184500
\
^
\
185000
1
~
r
I
I
grens plangebied
|
|
gebouwen 1832
^
|
;
\
Boomgaard
\
\-X"
I Erf I Tun i
\
\
|
Water
|
Wegen
\
ū
\
\
\ \—
\
\
\ \
"
^-X^—^^Ē '
\
LJlllWj
\
^ ^ b -
V^^^'^Z^B^
V.
\\
^ŽÍÉ '
V
j
Ş
^
^j^^l
\
\ \
-
- J - - \
\
\
ļ —
\ \ J — — \
\
\ŻX\
?
\
\
11
\
Natte gronden
1
^ a ^ ^ ļ ^
\^^^^^
|
\t
^^^^\
\
^^^"^
Bos
I
^
\
percelen 1832
1'
r
X\±-^-~~~^
legenda
|
1B55DC 185500
1
^ ^ ^ - ^ \
2
0m
?
'
\
\
184500 184500
Figuur 9. Het plangebied geprojecteerd
\
J l 4 —\~
185000 185000
^ AAP/ 1B550C 185500
op de kadastrale minuut uit 1832 (HisGis).
Op de kadastrale minuut uit 1832 blijkt dat het plangebied in die periode o n b e b o u w d was. W e l waren enkele perceelsgrenzen aanwezig en langs een groot deel van de zuidzijde van het plangebied een wetering/sloot. Op historisch-topografisch kaartmateriaal is eveneens te zien dat het plangebied o n b e b o u w d was en is gebruik als akker-Aweiland met enkele perceelsgrenzen (o.a. sloten). In 1977 was de snelweg ten zuiden van het plangebied aangelegd en in 2006 de spoorlijn en weg ten noorden van het plangebied. Het plangebied zelf blijft (voor zover z i c h t b a a r op het kaartmateriaal) o n g e m o e i d met uitzondering van de h o o g s p a n n i n g s k a b e l .
RAAP-rapport 4271 / versie 24-03-2020
[21]
Plangebied Z o n n e p a r k A 1 5 te Elst, g e m e e n t e O v e r b e t u w e ; a r c h e o l o g i s c h v o o r o n d e r z o e k : een b u r e a u o n d e r z o e k
RAAP
J 7
r u w
Topografisch
Topografische
kaan
V
c Topografische
kaart uit 1962
(1:10.000)
d. Topografische
kaart uit 1977
(1:10.000)
H a c s b aa e c rr l
s. Topografische Figuur
kaart uit 2003
10. Het plangebied
(1:10.000)
geprojecteerd
RAAP-rapport 4271 / versie 24-03-2020
f. Topografische op divers
historisch-topografisch
kaart uit 2006
(1:10.000)
kaartmateriaal..
[22]
Plangebied Zonnepark A1 5 te Elst, gemeente Overbetuwe; archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek
Tweede
RAAP
Wereldoorlog
Binnen het plangebied zijn geen W O I I - v e r d a c h t e structuren z i c h t b a a r op luchtfoto's uit de t w e e d e w e r e l d o o r l o g . Het betreffen luchtfoto's van 15 maart 1945. Op figuur 11 en figuur 12 zijn W O I I v e r d a c h t e structuren a a n g e g e v e n die herkend zijn op de luchtfoto's in de directe nabijheid va n het plangebied. De locaties wijzen op (mogelijke) a a n w e z i g h e i d v a n g e s c h u t s s t e l l i n g e n , inslagen, s c h u t t e r s p u t t e n / m u n i t i e o p s l a g e.d. Zoals hierboven a a n g e g e v e n zijn diverse structuren uit de t w e e d e w e r e l d o o r l o g aangetroffen tijdens archeologisch o n d e r z o e k direct ten zuiden v a n het plangebied (Kalisvaart & t e r W a l 2 0 1 6 ) .
De a a n w e z i g h e i d v a n f e n o m e n e n uit de t w e e d e w e r e l d o o r l o g zijn niet uit
te sluiten binnen het plangebied. 184500
I
185000 I85000
fl
legenda I
184750
grens plangebied
184500
j
184750 l.j.j.įii
Figuur 11. De westelijke helft van het plangebied geprojecteerd
RAAP-rapport 4271 / versie 24-03-2020
^^^^^^^^^^^H J^*^*^*^*^*^*^*^*^*^*^*H
185000
op een RAF-luchtfoto
van 15 maart 1945.
[23]
Plangebied Z o n n e p a r k A 1 5 te Elst, g e m e e n t e O v e r b e t u w e ; a r c h e o l o g i s c h v o o r o n d e r z o e k : een b u r e a u o n d e r z o e k
184500
184750
I
legenda
B
Į
B
I O
grens plangebied
^
I
B r
I
185250
WOlLverdachte structuur
^
'
185000
^
»
k
V
j
V
m i *
184500
l i " "
184750
Figuur 12. Het grootste deel van het plangebied geprojecteerd
I
B
—
m
M¬
185000
op een R AF-luchtfoto
185250
van 15 maart 1945.
}
Binnen het plangebied zijn geen bouwhistorische w a a r d e n aanwezig ( R i j k s m o n u m e n t e n , gemeentelijke m o n u m e n t e n , MIP-objecten en overige bouwhistorische w a a r d e n ) .
Ï^^B • '
100
200 m
F
184500
RAAP-rapport 4271 / versie 24-03-2020
IRIAVAlEff
1
H S ^ ^ i 134750
185000
135250
[24]
Plangebied Z o n n e p a r k A 1 5 te Elst, g e m e e n t e O v e r b e t u w e ; a r c h e o l o g i s c h v o o r o n d e r z o e k : een b u r e a u o n d e r z o e k
2.5 Huidige situatie Aan de hand van actuele gegevens van recente l uchtfoto's, Google Street View en navraag bij de o p d r a c h t g e v e r zijn de o n d e r s t a a n d e z a k e n over de huidige situatie te melden. Huidig grondgebruik
Akker-Aweiland. In het centrum loopt een bovengrondse hoogspanningskabel met een oostwestelijke oriëntatie.
Hoogteligging maaiveld
Tussen circa 8,45 en 8,7 m +NAP.
Grondwatertrap of -stand
Niet bekend
Milieutechnische condities
Niet bekend
Aanwezige constructies (funderingen, kelders e.d.)
Naar verwachting niet aanwezig, met uitzondering van de voet van de hoogspanningsmast. Uit booronderzoek t.b.v. groeiplaatsonderzoek voor bomen zijn op twee locaties langs de reeds nieuw aangelegde weg 'de Hoge Brugstraat' aan de noordzijde van het plangebied, boringen gezet (Eckstein 2018). De bovenste circa 1 m van de bodem is geïnterpreteerd als opgebrachte kleigrond. Vanaf 1 m - M v is zand aanwezig, geïnterpreteerd als oorspronkelijke ondergrond. Of deze opbouw voor de gehele zone langs de Hoge Brugstraat geldt is niet duidelijk/aangetoond.
Locatie en diepte van kabels/leidingen
Niet bekend.
Tabel 10. Overzicht van de huidige situatie van het
RAAP-rapport 4271 / versie 24-03-2020
plangebied.
[25]
Plangebied Z o n n e p a r k A 1 5 te Elst, g e m e e n t e O v e r b e t u w e ; a r c h e o l o g i s c h v o o r o n d e r z o e k : een b u r e a u o n d e r z o e k
\c, ^
lx
v
RAAP
^ y ? v ^ ~ ^ ^ ^ 18+500 15450']
Figuur 13. Het plangebied geprojecteerd
185000
op een recente
luchtfoto.
2.6 Toekomstige situatie Uit navraag bij de o p d r a c h t g e v e r is het v o l g e n d e gebleken over de t o e k o m s t i g e s i t u a t i e :
RAAP-rapport 4271 / versie 24-03-2020
[26]
Plangebied Z o n n e p a r k A 1 5 te Elst, g e m e e n t e O v e r b e t u w e ; a r c h e o l o g i s c h v o o r o n d e r z o e k : een b u r e a u o n d e r z o e k
Aard
Binnen het plangebied wordt net als in de omringende percelen een zonnepark ontwikkeld. De exacte plannen zijn nog niet exact bekend maar de vormgeving zal overeenkomen met die van het naastgelegen zonnepark (mondelinge mededeling opdrachtgever). De plannen bestaan uit de landschappelijke inpassing en aanleg van een zonnepark met als verschil dat binnen onderhavig plangebied geen middenspanningskabel zal worden aangelegd: onderhavig zonnepark zal met een eigen aansluiting op het elektriciteitsnet worden aangesloten. In het noordoosten van het plangebied zal een omvormer en een inkoopstation worden gerealiseerd. Daarbij zal een AC-grondkabel worden aangelegd tussen de omvormer en het inkoopstation. Tevens zal een DC-grondkabel worden aangelegd tussen de verschillende panelentafels. Hierbij zal de DC-kabel de vrije stroken onder de hoogspanningsleiding en boven de gasleiding circa 8 keer ondergronds 'oversteken' over een tracé van ongeveer 5-10 m. De exacte locaties van de 'oversteek' zijn nu nog niet bekend. De kabels worden aangelegd op een diepte van circa 1 m -mv. De kabelssleuven zijn naar verwachting 25 cm breed. De DCkabels worden na de 'oversteek' bovengronds met elkaar verbonden onder de panelentafels. Bij deze verbinding vinden dus geen grondroerende activiteiten plaats. Zie voor overzicht van de werkzaamheden (concept / in voorbereiding) bijlage 2.
Omvang en diepte
NB: de locatie van een deel van de ingrepen is nog niet vastgelegd en kan, mede op basis van de archeologische bevindingen/verwachting worden aangepast. De ingrepen in het naastgelegen zonnepark bestaan uit: Binnen onderhavig plangebied staat de plaatsing van één trafostation gepland. De trafostations mogen niet onder de hoogspanningskabels worden geplaatst. De trafostations worden op betonnen platen gezet en veroorzaken geen grondroering; De ondersteuningsconstructie wordt op palen gezet. Per 6 panelen ^ 1800 Wp) wordt er 1 paal aangebracht. De palen hebben een verstoringsoppervlak van 50 cm2 per paal (5 cm x 10 cm). De panelen worden geplaatst in 'tafels' van 8 tot 12 m breed. Tussen elke tafel wordt een pad aangelegd van 1,5 m breed; Binnen het zonnepark in het omliggende gebied wordt op één locatie een inkoopstation van circa 50 m2 aangelegd met een kabelkelder en fundering. De locatie hiervan is nog niet vastgelegd en is flexibel. Waarschijnlijk wordt binnen onderhavig plangebied geen inkoopstation aangelegd; Langs een deel van het plangebied wordt een hek geplaatst waarbij om de 2 meter een paal in de grond wordt geboord. Deze palen hebben een oppervlakte van 5 cm x 5 cm; dus totale verstoring van 25 cm2 per paal. Aanplant van diverse bomenrijen (plantgaten van max.
1 m diep, diameter onbekend; naar verwachting circa 0,5 m); Aanplant struweel; Aanleg drassige zones en poelen; Aanleg natuurvriendelijke oever langs zuidzijde van het plangebied, parallel aan de A15; Demping van één sloot (geen grondroering); Niet van toepassing op onderhavig plangebied: gronddepots ten westen en oosten van de Tielsestraat worden verwijderd. Dit veroorzaakt geen grondroering. Een deel van deze depots ligt binnen een monumentaal terrein van archeologische waarde. De opdrachtgever heeft aangegeven dat het wellicht een optie is een deel van de grond te laten liggen zodat de grondverstoringen de ongeroerde grond niet raken; Aanleg grondwal Z bijenwal.
Invloed op maaiveld en grondwater
-
Toekomstig gebruik
Zonnepark met zonnepanelen, inclusief landschappelijke inpassing (o.a. bijenwal, natuurvriendelijke oever)
Toekomstige gebruiker
-
Tabel 11. De toekomstige
situatie.
RAAP-rapport 4271 Z versie 24-03-2020
[27]
Plangebied Z o n n e p a r k A 1 5 te Elst, g e m e e n t e O v e r b e t u w e ; a r c h e o l o g i s c h v o o r o n d e r z o e k : een b u r e a u o n d e r z o e k
RAAP
3 Gespecificeerde archeologische verwachting 7.
W e l k e f o r m a t i e p r o c e s s e n kunnen een rol hebben g e s p e e l d bij de t o t s t a n d k o m i n g van
eventuele aanwezige v o n d s t s p r e i d i n g e n , de v o n d s t d i c h t h e i d , v o n d s t - en s p o o r n i v e a u s en de fysieke kwaliteit van eventueel aanwezige archeologische resten? 8.
W a t is de aard ( m a t e r i a a l s o o r t e n , f r a g m e n t a t i e , d i c h t h e d e n , ruimtelijke en stratigrafische
spreiding, etc.) van (mogelijk) a a n w e z i g e v o n d s t - en/of s p o o r c o m p l e x e n ? 9.
Hoe manifesteren deze zich tijdens p r o s p e c t i e o n d e r z o e k ?
10. Met de inzet van w e l k e z o e k m e t h o d e n ( d e t e c t i e - en w a a r n e m i n g s v o r m , m o n s t e r b e h a n d e l i n g en z o e k s t r a t e g i e ) kunnen v o n d s t - en/of s p o o r c o m p l e x e n s y s t e m a t i s c h o p g e s p o o r d w o r d e n ( z o e k s l e u v e n , booronderzoek, veldkartering, geofysisch etc.). Licht b e a r g u m e n t e e r d toe met verwijzing naar de verschillende K N A - l e i d r a d e n . Tabel 12. Relevante onderzoeksvragen
m.b.t. de archeologische
verwachting.
Op basis van de tijdens het b u r e a u o n d e r z o e k v e r z a m e l d e gegevens is een gespecificeerde archeologische v e r w a c h t i n g o p g e s t e l d . Deze geeft inzicht in de aard en de o u d e r d o m (inclusief omvang en uiterlijke k e n m e r k e n ) , (diepte)ligging, en gaafheid van eventueel aanwezige archeologische resten. Aard en
ouderdom
Het v e r s p r e i d i n g s p a t r o o n van archeologische v i n d p l a a t s e n is voor een groot deel gerelateerd aan de fysieke eisen die de mens stelde aan de leef- en w o o n o m g e v i n g . Het meest markant zijn de verschillen tussen j a g e r - v e r z a m e l a a r s enerzijds en l a n d b o u w e r s anderzijds. Jager-verzamelaars In de steentijd (paleolithicum t/m neolithicum) leefden de mensen v o o r n a m e l i j k van de jacht, visvangst en het v e r z a m e l e n van eetbare planten en v r u c h t e n . Deze z o g e n a a m d e j a g e r - v e r z a m e l a a r s trokken door het landschap en v e r b l e v e n alleen tijdelijk op een plek. Uit een ruimtelijke analyse blijkt dat hun k a m p e m e n t e n in vrijwel alle gevallen w a r e n gesitueerd op de overgang van nat naar droog. Nabij dergelijke gradiëntzones w a r e n namelijk de meeste v o e d s e l b r o n n e n v o o r h a n d e n en was (drink)water bereikbaar. De v i n d p l a a t s e n bestaan uit k a m p e m e n t e n en-of jachtactiviteiten g e k e n m e r k t door onder andere een (oppervlakkige) spreiding van v u u r s t e n e n werktuigen en a f v a l ( - l a g e n ) en in mindere mate door g r o n d s p o r e n . In het zuidoosten van het plangebied en ten oosten hiervan (rond afslag Elst van de A 1 5 ) zijn nog pleistocene rivierafzettingen a a n w e z i g .